D? nieuwe stad bestaat niet >City in a Box. Nieuwe spelers in de stedenbouw >Hoe de planning toch niet verdwijnt uit Almere >Stadscentra in de nieuwe steden >Marktbewuste planning in Japan >Een dorp van duizend ambachten >Vak genoten ? column Wies Sanders >Patronen van verleiding ? column Kai van Hasselt >NIEUWE STEDENStedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 02 2013Uitgave vanAlfonsoMartinezCearraCharlesLandryALLES WETENOVER DE CREATIEVE STAD?ONLINEKAARTVERKOOPIS INMIDDELSGESTARTMAKE IT HAPPENMAKE IT REALPROVADA 'Deel de inspiratie!'DAGTHEMA 'DE cREATIEVE STAD'BEKIjK HET VOLLEDIGE PROGRAMMA ONLINE!KOOP uw KAARTEN VIA www.PROVADA.NLPROGRAMMA MET O.A.:Een lezing door Charles Landry ?schrijver van het boek The Creative City: A Toolkit for Urban Innovators enoprichter van Comedia: pioniers in het leggen van verbindingen tussen cultuur,reativiteit en transformatie in de stad.Presentatie en vraaggesprek met Alfonso Martinez Cearra -directeur-generaal van Bilbao Metropoli- 30 (BM30), over een van de meestgeslaagde stedelijke herontwikkelingen van Europa: de Spaanse stad Bilbao.WOENSdAg 5 jUNI aanvang 10.30 - 12.00 uurPROVADA Inspiratieforum Hal 11Voor meer informatie:info@provada.nl, +31 (0)30 60 514 244 5 6 JUNI2013AMSTERDAM RAIwww.provada.nlOmslag:Kaart met de routes van mensen die ??n van de Nederlandse new townsgedurende ??n dag passeren. Ontwerp: Lust, Den Haag, www.lust.nlINTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 ColumnVak genotenWies Sanders6 Q+AHet tijdperk vanmetropolenZef Hemel, DROAmsterdam enUniversiteit vanAmsterdamAnne Luijten8 ColumnPatronen van verleidingKai van HasseltTHEMA: Nieuwe steden10 Nieuwe stedenIvan Nio12 D? nieuwe stad bestaatniet meerRondetafelgesprektoekomst new townsDenise Vrolijk18 City in a BoxNieuwe spelers in destedenbouwMichelle Provoost22 Hoe planning toch nietverdwijnt uit AlmereLen de Klerk26 Van onderop werken ineen top-down geplandestadThijs van der Steeg enMartijn Ubink28 Stadscentra in de nieuwestedenLike Bijlsma32 Kwaliteit van de woonstadStefan Metaal36 Leren van Cergy-PontoiseIvan NioHET VELD40 Marktbewuste planningin JapanPaul Chorus44 Een dorp van duizendambachtenBram Esser50 Healthy living in adirty areaCorine Keus en NanneVerbruggenRECENSIES54 The City at Eye LevelDaan ZandbeltOver de grensNik? van KeulenSteden in de steigersPaul StoutenSymbolic Markers andInstitutional Innovationin Transforming UrbanSpacesTerry van DijkThe Airport AssembledHugo Gordijn60 Bovenste PlankLianne van DuinenPlatform3162 Platform31 Agenda63 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 94e jaargang ? nummer2 ? april 2013.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteur jaapmodder@brainville.nlMaurits Schaafsma, mschaaf@xs4all.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurdenise.vrolijk@platform31.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat helen.vankan@platform31.nlOntwerp en art direction: Kismanstudio, Amsterdam, www.kismanstudio.nlRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Platform31Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@platform31.nl , www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 91,80 perjaar, studenten betalen 45,90 perjaar. Losse nummers zijn viawww.s-ro.nl te bestellen voor 21,90 ( 16,80 voorleden en partners van Platform31).Alle prijzen zijn excl. 6% BTW. Abonnementen kunnen op elk moment schriftelijk of peremail wordenopgezegd, opzegtermijn is twee maanden www.platform31.nl/abonneren/tijdschriftenAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 84,E annemiek.nieuwenhuis@platform31.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 84, E martin.deheer@platform31.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding.ISSN-1384-6531kennis van stad en regioPlatform31 is de fusieorganisatie van KEI, Nicis Institute, Nirov en SEVKijk voor ons actuele aanbod op www.platform31.nl/agendaPlatform31 organiseert cursussen, masterclasses en kort- en langlopendeopleidingsprogramma's over stedelijke en regionale vraagstukken.Nieuwe vragen, nieuwe kennishet opleidingsaanbod binnen de vakgebiedenruimtelijke ordening, bouwen en wonenBent u op zoek naar een cursus, training of opleiding binnen hetRO-vakgebied? Of wilt u uw opleidingsaanbod onder de aandachtbrengen van RO-professionals? De cursuswijzer biedt een helderoverzicht van het opleidingsaanbod uit de vakwereld.carrierewijzeralles voor je carriere in ro, bouwen en wonencursuswijzer vacaturewijzerS+RO 2013/02 3IntroColumnJaap ModderHoofdredacteur S+RONaar verluidt heeft de leiding van de nieuwe fusieor-ganisatie Platform31, tevens uitgever van dit tijd-schrift, een dress code ingevoerd. Niet verkeerd. Eennetwerkorganisatie moet het vooral hebben van haarrelaties met de buitenwereld. Die is per definitie heeldivers en dat vraagt om iets meer dan vrijetijdskle-ding. Anno 2013 ziet de wereld van de kantoormode eroverigens heel anders uit. De tijd dat sommige damesbij het Nirov in haveloze shirtjes en op afgesletensandalen rondliepen, vergezeld van hun huisdier, iswel voorbij.Het viel me op bij de bijeenkomst 26 maart jongst-leden die het pijlsnelle afscheid moest markerenvan Henk Ovink, als directeur nationale ruimtelijkeordening bij het ministerie van IenM. Henk gaf quadress code het goede voorbeeld: snelle, bijna te kleine,zwarte pakken, wit overhemd en zwarte puntschoe-nen. Net even anders dan de rest maar wel heel cor-rect, man van de wereld. En de verzamelde collega'svan IenM lopen er tegenwoordig ook smaakvoller bijdan vroeger bij VROM.Vroeger bij VROM. Het avondje afscheid Henk Ovinkvond plaats in het laatste gebouw waar VROM ooithuisde, het witte gebouw van Jan Hoogstad naastDen Haag Centraal. Het wordt binnenkort vollediggestript en daarna weer opgebouwd. VROM en RO, daswar damals. Het gezelschap had er moeite mee, datwas te zien. Met mijn bijdrage aan het avondje Henk.De feiten zijn soms pijnlijk. Henk Ovink verlaat eenzinkend schip. Maar het schip was al heel lang aan hetzinken, ver voordat hij het ministerie van VROM be-trad. Het nationale ruimtelijk beleid eindigde zo onge-veer met Nijpels en Alders, in de late negentiger jarenvan de vorige eeuw. De strategische zet kwam vanCDA-staatssecretaris Heerma die de volkshuisvestingliberaliseerde. Daarmee verdwenen de meekoppelen-de belangen waarmee VROM ruimtelijke ordening konbedrijven. De versukkeling trad in, mede door toedoenvan een systematisch hopeloos politiek personeels-beleid van de PvdA. De ene verkeerde bewindspersoonna de andere. De invloed van de nationale ruimte-lijke ordening werd per nieuwe minister minder. Enzo kon Maxime Verhagen, de CDA-architect van hetPVV-kabinet, de stekker er zonder veel problemen uittrekken, VROM werd opgeheven. Weer een linkse kerkminder. Inmiddels is VROM opgeslokt door IenM. Hoopputten de voormalige VROM-mers uit de uitspraakvan minister Schultz die gezegd schijnt te hebbenruimtelijke ordening best belangrijk te vinden. Hetblijkt niet erg uit het beleid van het departement. DeStructuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is leukvoor het onderwijs, maar kan verder in de kast. Watmoet Schiphol en de regio met SMASH? Ruimtelijkeordening en mobiliteit zijn nu onder ??n dak. Dat zouwat moeten opleveren voor het opdrachtgeverschapvan het openbaar vervoer.Henk Ovink heeft zijn jaren gevuld met het organise-ren van de buitenwereld en dat was goed. Daar konhij meer veranderen dan binnen. De InternationaleArchitectuur Bi?nnale Rotterdam (IABR), het projectOlympische Spelen, Design as politics, de GezondeStad. Hij heeft de buitenwereld gemobiliseerd nu debinnenwereld stil ligt. Gelukkig wordt dit wel gezienbij IenM. Men wil `de Ovink-legacy' wel vasthouden.En dat is goed nieuws. Bij het College van Rijksadvi-seurs, bij de Vereniging Deltametropool gebeuren din-gen die kunnen helpen bij het herstel van een beetjenationaal ruimtelijk beleid. Het Planbureau voorde Leefomgeving is ook een positieve kracht in dierichting. De agenderende rapporten die daar vandaankomen zijn vrijwel allemaal schoten in de roos. Maarze raken het beleid nauwelijks. Postmoderne typesroepen nu dat het old school is om nog te denken innationaal ruimtelijk beleid. Zeker, het beleid dat inde vorige eeuw al eindigde, dat is pass?. Het nieuwenationale beleid zou moeten gaan over metropool-vorming en economisch concurrentievermogen.IenM samen met EZ als partner in crime met de grotestedelijke regio's. Het zou moeten gaan over aanstu-ring van NS en over snelle treinen naar Europa. Overwoningbouw bij stations. Maar ook over toelatingvan kenniswerkers naar dit land. En over een hogerereactiesnelheid van Schiphol op de dynamiek van demondiale luchtvaart. Het nieuwe nationale ruimte-lijke beleid kwam nog niet van de grond. Henk Ovinkheeft het niet mee mogen maken. Maar misschienheeft hij wel de condities geschapen voor effectieveimpulsen van buitenaf. Dat zal de komende jarenmoeten blijken. Goed dat Henk er even was. Jaap Modder4 2013/02 S+ROIntroColumnWies SandersUrban Unlimitedwww.urbanunlimited.nlLaat ik maar met de deur in huis vallen:het is heel erg hard nodig dat u en ik hetvak stedenbouw en ruimtelijke orde-ning met rust laten.Dat bedacht ik me naar aanleidingvan `het festival ruimtelijke kwaliteit'in Brabant waar best veel mensenbijeen zaten die allen werkzaam zijnin de Brabantse ruimtelijke ordening.Het vond plaats in de Brabanthallenen het idee dat er de volgende daghengstenkeuringen werden gehouden(in de wat ruigere hal ernaast) gaf neteven een bronstige stoerheid aan debijeenkomst. Brabant, provincie vanindustri?len en boeren, innovatiekrachten traditie, geld en een bijbehorendelicht optimistische levensinstelling. Nuhet katholicisme definitief in de hoekis gezet houdt niemand de Brabantsejubeljaren nog tegen.Maar eerst eens klein beginnen, meteen festival ruimtelijke kwaliteit. In degrote Brabanthal werden vele parallellepitches ? presentaties van maximaaltien minuten ? in witte hokjes gehou-den. Al zappend kon het vakpubliek demeest uiteenlopende succesverhalenover ruimtelijke kwaliteit consumeren.Die hokjes hebben ze daar Dextersgenoemd. Ik was echt niet de enige dieer speurde naar bloedspetterpatronenop de witte muren. Ach, we leven in eenfase van mediatijden, korte tijden: JamieOliver kort zijn maaltijden in van dertignaar vijftien minuten, boeken wordenwebsites, artikelen worden columns,columns worden tweets en dus wordenpresentaties van 45 minuten nu pitchesvan tien minuten. Straks wordt hetliefdesspel nog ingekort van tien tot??n minuten, lieve mensen, waar gaatdat heen?!Ik dwaal af.Pitches in witte hokjes genaamd Dexter,het relativeert danig het belang van onsvakgebied der ordening van ruimte entijd. En terecht.Iedere aanwezige op het festival hadeen hart voor en kennis van de ruimte,over het land, met als doel de wederke-righeid tussen ruimte en maatschappijte verbeteren zulks ter wille van diemaatschappij. Maar wil dat zeg-gen dat er ook maar ??n iemand vandiezelfde maatschappij buiten op delege parkeerplaats stond te trappelenvan ongeduld over wat er in die witteDexter-hokjes werd gepitched? Nee.En om meteen een sluimerende over-relativering te stoppen: daar gaat hetdus juist w?l over. Het gaat om de tijd-ruimte buiten ons vakgebied. Niemandstond te wachten op de Dexter-pitchesmaar even verderop in het Brabantseland stonden mensen wel degelijkte trappelen: bij de poort van ASMI,verlangend naar de nieuwste uitvindin-gen; bij de persconferentie van JanssenPharmaceutica, die hun revolutionairemedicijn tegen TBC aankondigden; inhet stadion van PSV met hun kansenop de titel (duh, not!) en zelfs bij eenzeldzaam besluit van een provinciebe-stuur over megastallen. In heel Brabantis er een energieke relatie tussen sto-mende denktanks en een supportendebuitenwereld, maar die is er niet in deruimtelijkeordeningswereld.Want de besloten wereld van de Dex-ters was een gesloten feestje. Gecon-cludeerd werd dat `tijden veranderen,opgaven complexer, met nieuwe partij-en en initiatiefnemers. Het gaat eromdat een ontwerp verbindt.' Maar datis gemakkelijker gezegd dan gedaan.In de Dexters werd weinig `verbonden'.Eerder hing er een vakbondssfeer vanontwerpers en ambtenaren die elkaareen hart onder de riem staken dat eenruimtelijk ontwerp/visie zinvol is enaltijd zinvol zal zijn. Schandalig dat deene na de andere stedenbouwfabriekgesloten wordt, dat kan nooit goedzijn! Simon Dona schetste zijn twijfelopen en treffend: `Stedenbouw is alshet Nederlands kampioenschap ijsvis-sen, hongerig met een kluitje op elkaarrond een wak, maar de vissen latenzich niet zien.'Dat er nog zoveel stedenbouwersrond dat wak zitten heeft alles temaken met wat je kunt noemen `hetschoenmaker-blijf-bij-je-leest-syn-droom'. Dat syndroom loop je op als jeervaren hebt dat als iedereen gewoonzijn vak blijft doen waar hij goed in is,alles uiteindelijk samenvalt tot eengeheel. En bovendien, wie ben jij, omnaar andere vakgebieden te kijken, blijfvan andermans leesten af! We weteninmiddels beter: als een bankier te langge?soleerd focust op waar hij goed in is,worden zijn handelingen pervers. Danis hij alleen maar bezig met (zijn) gelden blaast hij uiteindelijk de bank op methet geld van al die onnozelaars die hemvertrouwden op zijn vak. Het is verdo-rie mijn geld, niet die van de trader. Dusvertrouw de specialist nooit, te begin-nen bij jezelf. Deze tijden zijn te erggepitched: hijgerig kort en wisselend,de ruimten zijn te erg ge-Dextered: ver-snipperd en opgehokt en zo ontstaaner onvoldoende, laat staan duurzameverbindingen met de buitenwereld.Daarom is het hoog tijd om niet jevakgenoten op te zoeken bij enthousi-asmerende borrels rond Den RoestendeLeest. Ga zonder vakgenoten van jevak genieten. En zoals dat nu eenmaalgaat met genieten, dat betekent datje moet loslaten. Vermijd de komendetijd mensen die op hun visitekaartjewoorden hebben staan in de categoriearchitect, landschapsarchitect, plano-loog, vastgoedontwikkelaar, designer,corporatiemedewerker, RO-bestuurder,ontwerper, aannemer, RO-ambtenaar ofstedenbouwkundige. Neem je opge-bouwde kennis en creativiteit mee enga op bezoek bij economen, sociologen,filosofen, wiskundigen, koks, water-bouwers, medici, pedagogen, biolo-gen, elektrotechneuten of desnoodsbedrijfseconomen om te zoeken naar deopgaven die zij in het veld tegenkomen.Natuurlijk niet om hun expertise in tezetten voor het volgende ruimtelijkeproject, maar om je eigen expertise inte zetten voor hun volgende project,want daar ligt de noodzaak. Je komt ervanzelf wel achter of en in welke mateje expertise gewaardeerd wordt. Maarlaat anderen de ruimte betekenen. Wies Sanders (stedenbouwkundige ?u weet dan wat u te doen staat).Wies Sanders (1965, een vruchtbaarjaar) is stedenbouwkundige bij UrbanUnlimited, bureau voor netwerkgerichtestedenbouw, directeur van het Architec-tuur Filmfestival Rotterdam en vennootbij Cinema Culinair.Vak genotenIllustratie: Max Kisman S+RO 2013/02 5IntroColumn6 2013/02 S+ROIntroQ+AZef HemelFoto: Jeroen OerlemansAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlOnlangs sloten Parijs en Amsterdamop initiatief van burgemeester Van derLaan een vriendschapsverdrag oversamenwerking op onder meer cultureel eneconomisch vlak. Ook op het gebied vanregionale samenwerking kan Amsterdamleren van Parijs, zegt Zef Hemel.Zef Hemel, adjunct-directeur Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam enhoogleraar Grootstedelijke problematiek, Universiteit van AmsterdamHet tijdperk van metropolenWat is de gedachte achter hetvriendschapsverdrag met Parijs?`Burgemeester Van der Laan geeft hier-mee aan hoe hoog hij de lat legt als hetgaat om het ambitieniveau van Amster-dam. Tijdens zijn handelsmissies werd hijgesterkt in het idee dat Amsterdam zichmoet bewegen op het niveau van Londen,Parijs en Berlijn. Het enthousiasme waar-mee burgemeester Bertrand Delano? vanParijs de samenwerking met Amsterdambegroette, geeft aan dat de Nederlandsehoofdstad de ambitie inderdaad niet telaag moet inzetten. Heel Nederland kanhiervan profiteren.'S+RO 2013/02 7IntroQ+AAnne Luijten (1967) is zelfstandiggevestigd publicist en hoofdredacteurvan het platform Gebiedsontwikkeling.nu van deTU Delft.Wat kan Amsterdam leren van Parijs alshet gaat om metropoolvorming en regio-nale samenwerking?`In de Parijse regio ontwikkelt zich sindstwaalf jaar een informele regionale samen-werking die buitengewoon productief is.Deze samenwerking in `Paris Metropole'-verband vertoont een treffende gelijke-nis met wat wij binnen de Amsterdamsemetropoolregio doen, zij het dat de Fransehoofdstad iets op ons vooruit loopt. Hetinitiatief is afkomstig van BertrandDelano?, de eerste linkse burgemeestervan Parijs sinds 1871. Hij heeft ervoorgezorgd dat een aparte wethouder meteen professionele organisatie zich vanaf2001 bezig houdt met regionale samen-werking. Alles gebeurt van onderop. Later,na de rellen in de banlieus in 2005 en depresidentsverkiezingen van 2006, kwam denieuwe president Sarkozy met een typischtop-downprogramma, Grand Paris. Opdatzelfde moment organiseerde Delano?de eerste regiobrede conferentie voor`Paris Metropole', vergelijkbaar met onzegrote Metropoolconferentie een jaar later.In Nederland kennen wij vooral Grand Paris,maar Paris Metropole is veel interessanter.'Wat is het geheim van dat Parijse succes?`Uitgangspunt van Delano? is samenwer-ken met de buurgemeenten op basis vangelijkwaardigheid. Parijs speelt niet debaas, maar is oprecht ge?nteresseerd inde buurgemeenten. Bovendien is alle sa-menwerking praktisch ingestoken. Steedsgaat het om hele concrete projecten,groot en klein. Het aantal partijen wisselt.Alles wordt telkens bij elkaar gebracht injaarlijkse conferenties. De wil is er om el-kaar echt te helpen en het samen te doen.Belangrijk om daaraan toe te voegen is datde Parijse regio ook eigen belasting heft,waarmee projecten kunnen worden gefi-nancierd: metro, tram, openbare ruimte.Anders dan bij ons verloopt niet alle finan-ciering via de staat. Ook bezit Parijs veelgrond in de buurgemeenten, die ze nu inzetvoor regionale projecten.'Is dit d? manier waarop regionale samen-werking zou moeten worden georgani-seerd in uw visie?`Je ziet nu dat overal ter wereld metro-poolregio's zich beginnen te organiseren.Steden zoeken toenadering tot buurge-meenten en andersom. Net zoals Almereopstond om met Amsterdam te gaansamenwerken. Buurgemeenten zien in datze garen kunnen spinnen bij zo'n samen-werking. Het is een nieuwe rol die metro-polen gaan spelen: ze doen het nu zelf, zewachten niet totdat er vanaf nationaal ni-veau een bestuurlijke reorganisatie wordtdoorgevoerd. Ze organiseren het zelf inde regio. Steden zijn nu eenmaal groterdan hun administratieve grenzen. Hetagglomeratievraagstuk is urgent, maarwordt niet op bestuurlijk niveau opgelost.Het goede nieuws is dat het nu bottom-uptoch gebeurt.'Hoe ver staat Amsterdam met de prakti-sche samenwerking binnen de metropool-regio?`In Parijs is men het papier en de rituelenallang voorbij. Paris Metropole kan bogenop hele mooie resultaten. Daar moetenwij nog een begin mee maken. Amsterdammoet vrijwel elk project nog via het MIRTmet het Rijk proberen te regelen. Dat gaatveel langzamer, waardoor wij regionaalbetrekkelijk weinig kunnen doen. Wijzouden tot veel meer in staat zijn als wede revenuen ook weer regionaal mogenaanwenden. Laat metropolitane gebiedenhun eigen plannen maken. Mijns inziens isechte decentralisatie de enige weg uit decrisis. Dit is het tijdperk van metropolen,niet zozeer van natiestaten.'Maar het wij-gevoel bestaat al wel in demetropoolregio Amsterdam?`Samenwerken kun je leren. We zijn nubijna twaalf jaar onderweg. De broosheidzit deels in de voortdurende wisselingenvan de lokale en regionale bestuurders,dus elke keer moet het verhaal opnieuwworden verteld. De jaarlijkse metropool-conferenties geven veel energie en wordensteeds groter en interactiever, de beteke-nis daarvan moet je niet onderschatten.De kern is: informele samenwerking, geenstrategisch gedrag. Daarin loopt de eco-nomische kant momenteel voorop, dat isgegeven de crisis heel begrijpelijk. De Am-sterdam Economic Board is uit de regionalesamenwerking voortgekomen. Over deinformaliteit van het geheel moet je vooralniet minnetjes doen. Kijk maar naar Parijs,Delano? weet hoe cruciaal dat is.'Maar Delano? ijvert nu wel degelijk voorformalisering van Paris M?tropole.`Uiteraard komt er een fase waarin zakenom een formalisering vragen. Maar datvraagt om een goede timing. In Neder-land zijn we er voorlopig nog niet uit, debestuursniveaus zitten hier dicht op elkaar.En elke keer weer neemt de minister eeninitiatief tot bestuurlijke reorganisatie.Regionale samenwerking krijgt daardoorgeen echte kans.'Ondertussen werkt het Rijk ook aan struc-tuurvisies voor gebieden in de metropool-regio Amsterdam.`Dat doet het Rijk telkens weer, op eigeninitiatief maakt ze gebiedsuitwerkingenvoor gebieden net buiten de grenzen vanAmsterdam. Nu heten dat structuurvi-sies. Ik denk dat het Rijk er verstandigeraan doet om in de bestaande regionalesamenwerking te participeren, op basisvan gelijkwaardigheid. De huidige top-downbenadering werkt niet.'Kan Parijs ook nog iets leren van Amster-dam?`Onlangs sprak ik in Parijs over de Zuidasin het kader van een conferentie over detoekomst van zakencentrum La Defense.Met name de koppeling van de Zuidasmet luchthaven Schiphol vindt Parijsjaloersmakend. Zij willen La Defense nurechtstreeks gaan koppelen met de tweegrote luchthavens, Orly en Charles de Gaul-le, door middel van snelle metroverbin-dingen. Van de Zuidas willen ze leren. Ooktussen Schiphol en de Parijse luchthavenszelf bestaat intensieve samenwerking.De Amsterdamse luchthaven is voor achtprocent eigenaar van Aeroports de Paris.De verhouding tussen stad en luchthavenis een belangrijk thema voor Parijs, maarze zijn bijvoorbeeld ook ge?nteresseerd inde manier waarop wij met ons cultureelerfgoed omgaan en hoe wij het water-vraagstuk in en rond de stad oplossen. Erzijn genoeg gebieden waarop we over enweer van elkaar kunnen leren. Hetzelfdegaan we doen met Londen en Berlijn.' 8 2013/02 S+ROIntroColumnKaart: Shinsekai Analysis (SvenHoogherheide)RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10RIJKSWEGA10101019190404050501012020 11111414131313130303020201011515060613131212060617171616181806060808090905050707Dichtheid banketbakkers incentrum Amsterdam. De relatietussen patisserie en gearriveerdeverstedelijking is eeuwen oud.1 PompadourHuidenstraat 12 en Kerkstraat 1482 KuytUtrechtsestraat 109-1113 HoltkampVijzelgracht 154 ToutMaasstraat 1055 van WelieBeethovenstraat 72 en Gelderlandplein 1736 Arnold CornelisVan Baerlestraat + Elandsgracht 78,1ste Constantijn Huygensstraat7 Le Fournil de S?bastienOlympiaplein 1198 van Avezaath- BeuneJohannes Verhulststraat 989 Poptasi- macaronsGerard Doustraat 10310 Van Velze1ste Oosterparkstraat 711 LanskroonSingel 38512 Unlimited DeliciousHaarlemmerstraat 11213 PucciniStaalstraat 17 en Singel 18414 Petite P?tisserie SolSint Antoniesbreestraat 25c15 Douglas DelightsNw.Weteringstraat 47 (op afspraak)16 De taart van mijn tanteFerdinand Bolstraat 1017 Mondaine pastry, icecream & tearoomOvertoom 8518 pop-up bakkerij Zoet, Zuur en ZoutZuiderMRKT (Jacob Obrecht en JohannesVerhulststr.)19 patisserie Perlowinkelcentrum Amsterdamse Poort,1e van Swindenstraat20 Bakker Paul Annee(eervolle vermelding, vanwege het uitzonderlijkebrood) Runstraat 25S+RO 2013/02 9IntroColumnKai van HasseltShinsekai Analysiswww.shinsekai.nlkeizerrijken brachten ook belangrijke banketinnovatiesvoort. Zo wisten Chinezen consumptie-ijs al duizenden ja-ren geleden kunstmatig onder nul te houden door het metsalpeterzuur te koelen, begon Marie Antoinette elke dagmet een verse croissant en ontwikkelde zo Viennoiserie enbedacht Napoleon naar verluidt de poffertjes.Veel hedendaagse patisseriesoorten zijn dus overblijfselenvan eerdere mondialiseringsgolven. Ze vertegenwoordigeneen urban culture avant la lettre ? denk evenzeer Jay-Z enBeyonce als Jane Jacobs en Haussmann. Patisserie ontwik-kelde zich bij uitstek in grote stedelijke concentraties. Kijkje nu rond in de grote metropolen, dan zie je hoe patisse-rie?n succesvol de sprong van hofcultuur naar popcultuurhebben weten te maken. Sachertaarten worden per DHLover de wereld verzonden, en patisserie?n zijn neergestre-ken in menig vliegveldlounge. Amsterdams jongste patis-serieaanwinst is het in macarons gespecialiseerde Poptasiin De Pijp. De winkel verdient evenzeer zijn geld met deverkoop van stukgoed als met de cursussen om ze te lerenmaken. Patisserie (maken) is een beleving geworden.Dat was het eigenlijk altijd al. Bekijk het interieur van eenluxe banketbakker: de toonbank en de etalage scheidenbakker en consument. In een goede patisserie voltrekt zicheen ritueel waarbij met zorg gemaakte goederen van eige-naar verwisselen. Van het design van het winkelinterieurtot de taartjes zelf, de verpakkingen en de service ? alleswordt in het werk gesteld om de verwachting van de cli-ent?le te voldoen. Die toewijding heeft een positief effectop het charisma van de straat. Als buurten met een hogepatisseriedichtheid door de bank genomen een hogerevastgoedwaarde hebben, zou het proces ook omgekeerdkunnen worden? Zouden een patissier, een architect eneen vastgoedontwikkelaar in samenspraak met buurtbe-woners de waarde van een buurt weten te verhogen? DeBritse chef Jamie Oliver wist met Fifteen, een restaurant-keten waar jongeren tot chef werden opgeleid, maat-schappelijke en private belang te verenigen. Zou op eenvergelijkbare manier een ambachtelijke patisserie in eenopkomende wijk een nieuw luxe huizenblok extra cachetkunnen meegeven? Zoals de Britten het zo mooi weten tezeggen: The proof of the pudding is in the eating. Kai van Hasselt is oprichter van Shinsekai Analysis, eenadviespraktijk voor stedelijke strategie en culturalintelligence in Amsterdam.Patisserie gaat over patronen van verleiding. Dat komtterug in de (interieur)architectuur van banketbakkers enin hun vestigingslocaties in de stad. Waar de dichtheidvan patisserie het hoogst is, is the place to be. Dat zijn degepolijste delen van de stad. Maar wat zorgt er nu voor datde aanwezigheid van banketbakkers op een ander ver-stedelijkingspatroon duidt, dan de aanwezigheid van eenCoffeecompany, Starbucks of Bagels& Beans?De aanwezigheid van banketbakkers zegt bij uitstek ietsover de historische en institutionele ontwikkeling van eenbepaalde locatie. Een goede banketbakkerij begin je nietzomaar en houd je niet gemakkelijk in stand. Daar heb jeeen sterk ontwikkelde vraag- en aanbodzijde voor nodig.Van de opleiding van de ma?trepatissier tot een klanten-kring die een eclair op zijn tijd kan waarderen ?n betalen.In de politicologie en economie wordt het structurele ka-rakter van bepaalde ontwikkelingen omschreven met hetbegrip `padafhankelijkheid'. Als een keuze voor (invulling)van een bepaalde ruimte eenmaal is gemaakt, is het vaaklastig ? zo niet onmogelijk ? om daar later op terug te ke-ren. De gouden driehoek van de Amsterdamse patisserie?nbevindt zich rondom het zuidelijke deel van de grachten-gordel, waar banketbakkers samen met andere hofleveran-ciers van de Amsterdamse burgerij zich vanouds tussen degrachten en in de aanloopstraten daar naartoe vestigden.Vanaf daar is een uitloop waarneembaar richting Oud-Zuid en Zuid, niet toevallig ook twee van de meest gewildegebieden van de stad. De aanwezigheid van en afstand tot??n of meerdere banketbakkers in de straat of wijk lijkteen aardige graadmeter voor hoe gewild en gewaardeerdeen bepaalde buurt is. Die relatie tussen patisserie en gear-riveerde verstedelijking is eeuwen oud.Het zoete banket is sinds de oudheid een onderdeel vande stedelijke hoogcultuur. Het is verbonden met twee ka-raktereigenschappen die de Chinese, Japanse, Egyptische,Romeinse, Ottomaanse, Habsburgse en Franse keizerrij-ken gemeenschappelijk hadden. Patisserie speelde in allegenoemde gevallen een rol van betekenis in de hofcultuur,maar was evenzeer verbonden met de uitgestrektheid vandie keizerrijken. Regionale specialiteiten (de aandacht voorterroir) werden uitgewisseld en het beste of meest bijzon-dere werd naar het centrum gehaald. Zo was amandelmeel,het ingredi?nt voor marsepein, lange tijd het belangrijk-ste exportproduct van Sicili?. Voor de ontdekking vanhet gebruik van boter was veel patisserie onder invloedvan het Ottomaanse rijk en langs de mediterrane op oliegebaseerd. Baklava staat nog steeds in die traditie. DezePatronen van verleiding10 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenIntroductiebinden bestaan uit tweets, waarbij dekleur van de tweets het tijdstip van`tweeten' representeert.Ontwerp: Lust, Den Haag, www.lust.nlPagina 11: De kaart toont de routesvan mensen die ??n van de Neder-landse new towns gedurende ??n dagpasseren. De lijnen die de steden ver-Ivan NioGastredacteur S+ROnio@planet.nlHet beleid voor de voormalige groei-kernen is voortdurend gepaard gegaanmet discussies over wat het eigenlijkvoor steden zijn. De nieuwe steden zijnnamelijk ontstaan in de spanningsver-houding tussen stedelijkheid en subur-baniteit. Het meest dominante vertoogis dat ze niet stedelijk genoeg zijn. Er isveel kritiek geweest op hun gebrek aanstedelijke voorzieningen, identiteit enhistorische en ruimtelijke gelaagdheid.Een ander, meer recent vertoog gaatover verval. Er is een geleidelijk procesvan achteruitgang in de nieuwe steden.Er komen meer kansarme en laagop-geleide huishoudens, de leefbaarheidstaat onder druk en koopkrachtigehuishoudens houden het voor gezien.Alle indicatoren staan op rood, zoalsGerard Marlet heeft aangetoond. Ookdit vertoog maakt de vergelijking metsuccesvolle, al veel langer bestaandesteden. Er is daardoor weinig oog voorde specifieke geschiedenis, ruimtelijkekenmerken, sociale dynamiek en eigenkracht van nieuwe steden. Men kijktnaar wat nieuwe steden niet zijn, inplaats van naar het eigene ervan.De stadscentra van de nieuwe stedenzijn inmiddels bijna allemaal vernieuwden uitgebreid en de recente structuur-visies blijven gericht op het compleetmaken van de nieuwe steden. Maar zijnze nu geslaagd of niet? En hoe ziet deverdere voltooiing eruit?Ondanks de nadruk op stedelijkheid ishet geen uitgemaakte zaak hoe de toe-komst van de nieuwe steden eruit ziet.Hoe aan te sluiten bij de eigen geschie-denis, sociale dynamiek en ruimtelijkekenmerken? De Atlas Nieuwe Steden laatzien dat de nieuwe steden een suburba-ne stedelijkheid bieden. Ook in suburba-niteit schuilen aangrijpingspunten voorverdere ontwikkeling. Hoe stedelijk ofsuburbaan willen de nieuwe steden zelfzijn? Wie gaat die voltooiing en het be-heer op zich nemen: overheid, markt ofburgers? Kunnen de nieuwe steden welooit voltooid worden? Rond deze vragenis dit themanummer samengesteld.In het rondetafelgesprek staan dedeelnemers (Adri Duivesteijn, Edo Haan,Jan de Jong, Mirjam Salet en ArnoldReijndorp) uitgebreid stil bij de veran-derde positie van de nieuwe stedenin de metropoolregio. Het streven isniet alleen gericht op complete stedenmet een eigen identeit, maar steedsmeer op een onderscheidende posi-tie als complementair woon-werk envoorzieningenmilieu in de regio en opverbindingen met andere gemeenten.Alhoewel de nieuwe steden verschillen,zijn er ook gemeenschappelijke opga-ven zoals de sociale agenda en het oppeil houden van de woningvoorraad uitde jaren 1970 en 1980.Like Bijlsma analyseert de ontwikkelin-gen in de centra van de nieuwe steden.Ze zijn vernieuwd en het voorzienin-genniveau is uitgebreid. Maar hoebestendig zijn de nieuwe stadscentraen waar liggen nieuwe kansen voor eenmeer gelaagd publiek domein?Terwijl in de centra de grote partijendominant zijn, zoeken alle nieuwesteden naar manieren om burgersmeer verantwoordelijkheden te geven.In Almere is succes geboekt met eennieuwe wijkaanpak. Thijs van der Steegen Martijn Ubink stellen dat een co-productie van bewoners en institutiesvraagt om een meer open houding vanprofessionals.Het is nog onduidelijk hoe de zelfred-zaamheid van burgers zich zal verhou-den tot de controlerende traditie vannieuwe steden. In Almere Oosterwoldneemt men afstand van de traditioneleoverheid- en marktgestuurde maniervan stadsontwikkeling door het initi-atief en verantwoordelijkheid geheelte leggen bij burgers. Len de Klerk steltdat de overheid hier met niet-steden-bouwkundige doelen de tradities van demaakbare stad toch niet overboord zet.Wie zijn eigenlijk de bewoners van dienieuwe steden? In tegenstelling tot hunslechte reputatie bij buitenstaandersblijken de meeste bewoners van denieuwe steden tevreden. De Han Lam-mersleerstoel (UvA) heeft een aantalstadssociologische studies verricht inZoetermeer, Nieuwegein en Almere.Stefan Metaal doet verslag van demotieven van de bewoners van dezesteden om er te wonen en er te willenblijven wonen.Buitenlandse steden staan volop inde aandacht. Allereerst gaat het omde spectaculaire ontwikkeling vannieuwe steden, met name in Azi?. Grotemarktpartijen nemen daarin vaak hetvoortouw. Michelle Provoost gaat naaraanleiding van de INTI-conferentie `NewTowns New Territories' na wat we kun-nen leren van deze privaat ontwikkeldenieuwe steden. Deze ontwikkeling steltduidelijke eisen aan de overheid alshoeder van de publieke zaak.In de Britse new towns en de Franse vil-les nouvelles zijn de opgaven enigszinsvergelijkbaar met die in de voormaligegroeikernen. Het artikel over Cergy-Pontoise laat zien dat deze nieuwe stadook over sterke kwaliteiten beschikt.Lagere overheden spelen ? zolang decrisis geen roet in het eten gooit ? eenbelangrijke rol bij investeringen inde toekomstige kwaliteit van de villenouvelle. Ook hier is het project van denieuwe stad nog niet voltooid. Nieuwe steden----------------------97418 Tweets31856 Users93733 LinesFirst TweetThu Apr 04 00:00 2013Last TweetWed Apr 10 23:59 20130/u 6 12 18 24/uALKMAARHOORNPURMERENDZOETERMEERHAARLEMMERMEERLELYSTADHUIZENHOUTENDUIVENALMERENIEUWEGEINHELMONDCAPELLEAANDENIJSSELHELLEVOETSLUISWESTERVOORTSPIJKERNISSES+RO 2013/02 11Thema Nieuwe StedenIntroductie12 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meerDenise VrolijkEindredacteur S+ROAlmereDe foto's bij dit artikel zijn vanTheo Baart. Deze beelden zijn afkom-stig uit de Atlas Nieuwe Steden:Reijndorp, A.; Bijlsma, L. en Nio, I., AtlasNieuwe Steden, Trancity valiz i.s.m.INTI, Haarlem/Almere, 2012.D? nieuwe stadbestaat niet meerRondetafelgesprektoekomst new townsmet kinderen wilden de stad uit. De be-hoefte aan eengezinswoningen in eengroene, kindvriendelijke omgeving wasgroot. De meeste groeikernen werdenaangelegd als overloopgebieden vande stad. Soms grenzend aan die stad,of op een redelijke woon-werkafstand.Tegenwoordig is dat anders. De nieuwesteden zijn minder afhankelijk van deoorspronkelijke moederstad, en zijn inveel gevallen uitgegroeid tot zelfstan-dige stad met een centrum waar jegoed kunt vertoeven, kleding kopen, ophet terras zitten of naar de bioscoopgaan. Ook het aantal arbeidsplaat-sen mag er zijn: in Spijkenisse rondde 19.000, Nieuwegein volgt metResten sneeuw leggen een papperige,gladde deken over sierbestrating inhet centrum van Almere. Ik ben opzoek naar Belfort, het nieuwe horeca-plein waar INTI1 een expositieruimteheeft. Nu de rek uit de bevolkingsgroeiis en de grote stad weer lonkt, vraagtde vakwereld zich af waar het naartoemoet met de groeikernen uit de jaren1970-1980. Is het een onvoltooid ofmislukt project? E?n ding blijft onver-anderd: je weg vinden in die nieuwesteden is lastig...Toen nieuwe steden zo'n vier decenniageleden werden gepland was er sprakevan een forse bevolkingsgroei, mensenDeelnemers rondetafelgesprek:? Adri Duivesteijn, lid Eerste Kamer/wethouder Ruimtelijke Ordening enWonen gemeente Almere? Arnold Reijndorp, Universiteit vanAmsterdam/International New TownInstitute? Edo Haan, wethouder Wonen enFinanci?n gemeente Zoetermeer? Mirjam Salet, burgemeester Spijke-nisse? Jan de Jong, hoofd ruimtelijke ontwik-keling en economische zaken, en hoofdwerk & inkomen gemeente Nieuwegein? Jaap Modder, hoofdredacteur S+RO(gespreksleider)S+RO 2013/02 13Thema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meerZoetermeercirca 40.000, Zoetermeer met 50.000.Almere is koploper met ruim 80.000arbeidsplaatsen en de snelste banen-groei (in 2011 9 procent, tegenover eengemiddelde van 2,5 procent in heelNederland). Van het stempel `slaapstad'is anno 2013 niet veel meer terug tevinden. De nieuwe steden zijn volwaar-dige steden geworden.Maar er zijn ook aandachtspunten:de groei stagneert, het voorzienin-genniveau blijft achter bij de grote(moeder)steden. Voor een deel omdatvoorzieningen als hogeronderwijs nietgedecentraliseerd worden. Een andereopgave is de woningvoorraad, die istoe aan een ronde groot onderhoud.Nu veel corporaties en particulierengeldproblemen hebben stagneert ookdie operatie. Met verloedering van wo-ningen en woonomgeving tot gevolg.In de nieuwe steden is dus nog wel het??n en ander te doen. Tijd om de balansop te maken: hoe kijken bestuurdersvan de nieuwe steden terug? Wat heefthet `project new towns' opgeleverd?Niet ge?soleerdAdri Duivesteijn (wethouder RuimtelijkeOrdening en Wonen in de gemeenteAlmere en sinds kort lid van de EersteKamer voor de PvdA) bijt het spits af. `InAlmere laten we een nieuw concept na:Almere 2.0. Ik zie het als een doorstartgebaseerd op het oorspronkelijke planvan de Rijksdienst. De kernwaardengaan we nu verdiepen, maar de conti-nu?teit blijft. Er zijn elementen van ver-stedelijking toegevoegd, verbindingsas-sen met de omgeving en verschillendeinterventies voor stedelijke momentengedaan. De Floriade is een voorbeeldvan een interventie waarbij de newtown een nieuwe laag krijgt. Grootverschil met een paar decennia terug isde positie van de stad. Almere is geenaparte entiteit meer, maar onderdeelvan een groter geheel: de Metropool-regio Amsterdam. De new town is nietmeer ge?soleerd.'Mirjam Salet (burgemeester Spijkenisse)beaamt dit. `Het is anders dan vroe-ger. Ook Spijkenisse is onderdeel van deStadsregio Rotterdam en zoekt weer eensterke verbinding met de haven. In de ja-ren 1970 keerde Spijkenisse zich hier juistvan af. Maar tegenwoordig is het besefweer terug dat de kracht en oorsprongvan de stad ligt in de verbinding met hethavengebied. Voor de werkgelegenheidis de haven van grote waarde. Vanuitdie gedachte ontwikkelen we nu nieuwestadsconcepten, waarbij we gerichteafspraken met omliggende gemeentenmaken: wie doet wat? Dit komt ook totuitdrukking in de inrichting van woon-milieus. E?n van de lastige dingen is ofwe voor suburbaan of stedelijk kiezen.De neiging van mensen is om dorps tewillen wonen. Maar mensen die gebo-ren en getogen zijn in Spijkenisse willeneigenlijk suburbaan wonen, niet per sedorps. Dat is een waarde die we meergaan herbenoemen.'GeslaagdEdo Haan (wethouder Wonen en Finan-ci?n gemeente Zoetermeer) >>14 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meervindt Zoetermeer goed gelukt en wilde stad doorontwikkelen. `De 122.000inwoners wonen er naar grote tevre-denheid. Door de Vinex-locaties is deconcurrentie weliswaar sterker gewor-den, maar er zijn weinig bewegingen omweg te gaan. In veertig jaar tijd hebbenwe een stad neergezet waar menseneen binding mee hebben. Het is ook eengezinsstad, je kunt perfect opgroeien inZoetermeer. Dat is de kernkracht die wegoed moeten behouden. En dat komtmooi uit, want we gaan steeds meeronderdeel uitmaken van de metropool-regio. Vroeger waren we zuiver gerichtop Den Haag, tegenwoordig zijn er ookverbindingen met Rotterdam. Aan hetcentrumgebied hebben we eerder dangedacht moeten sleutelen, dat zijn con-cepten die toch wel snel verouderen.En naast de woningvoorraad zijn devele bedrijventerreinen toe aan grootonderhoud. Ook moeten we alert zijnop de opkomst van de kenniseconomie;we moeten zorgen dat de bevolking goedopgeleid blijft. Het imago van slaapstadblijft helaas een hard fenomeen. Maar demensen die er wonen hebben daar geluk-kig niet zo'n last van. Als derde stad vanZuid-Holland kan Zoetermeer met rechteen complete stad genoemd worden.'Jan de Jong (hoofd ruimtelijke ontwik-keling en economische zaken, en hoofdwerk & inkomen gemeente Nieuwegein)is duidelijk: `De stad is gemaakt, volopmet voorzieningen, dus een geslaagdproject. De mensen die er wonen zijntevreden. Toch hebben we wel eenwoningbouwopgave: in Nieuwegein kanamper wooncarri?re worden gemaakt.Om meer differentiatie te realiseren wil-len we verbindingen met buurgemeen-ten aangaan. In Houten kunnen mensensuburbaan en luxe wonen, bijvoorbeeld.Het is jammer dat de A12-zone voorlopiggeen doorgang vindt. Dat project moestde barri?re tussen de stad Utrecht enNieuwegein slechten, met een ver-menging van stedelijke en suburbaneelementen. Niet stad maken, maar stadzijn ? daar gaat het nu om. Dynamiek,identiteit, benutten van het aanwezigekapitaal ? en dat met elkaar verbinden? zijn in deze fase sleutelwoorden. Ditkapitaal ligt bijvoorbeeld in de arbeids-markt. Nieuwegein is veel meer eenwerkstad dan een slaapstad, net alsZoetermeer. Maar het gat tussen descholingsgraad van de inwoners en datwat de bedrijven zoeken (veelal hbo+)wordt alleen maar groter, daar ligt nogeen forse opgave.'Sociale agendaRuimtelijk gezien lijken de groeikernengelukt. De behoefte aan suburbaanwonen is vervuld, de woningen zijngebouwd en mensen wonen er fijn.Maar sociaal en in groter ruimtelijkverband zijn er haken en ogen. DeBebouwing tot 1991Bebouwing 1991-2011Bos en recreatiegroenKassenWaterHoofdwegSpoorlijn (trein/metro)Verstedelijking van het tussengebiedDen Haag-Rotterdam. Deze kaartis afkomstig uit het PBL-rapport`Nieuwe steden in de Randstad' (2102).Bron: Kadaster, NWB, bewerking PBL(Marnix Breedijk).S+RO 2013/02 15Thema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meerJong: `De ruimtelijke opgave as suchis amper meer een onderwerp dat opde bestuurlijke tafel komt. Je ziet eenverschuiving naar de sociale agenda.'Duivesteijn: `Er wordt gesproken overnieuwe steden alsof ze contextlooszijn. En dat is eigenlijk heel gek. VoorZoetermeer en Nieuwegein gaat dat bij-voorbeeld helemaal niet op, zij haddensterke banden met de moederstedenDen Haag en Utrecht. Die steden zijnletterlijk en figuurlijk van binnen naarbuiten geklapt, ook qua werkgelegen-heid. We reflecteren nog steeds alsofhet zelfstandige entiteiten zijn, maardat idee is door de ruimtelijke ordeningallang ingehaald. De nieuwe steden zijnveel meer onderdeel van de metropool-regio geworden.'Salet werpt tegen: `Maar zo zijn ze tochhelemaal niet ontstaan. Het waren echtoverloopgebieden voor de grote stad.Spijkenisse is ontstaan omdat Rotter-dam huizen nodig had voor zijn werk-nemers.' Duivesteijn: `Mijn stelling is:het is helemaal niet belangrijk meer dater in Nieuwegein of Zoetermeer zoveelvoorzieningen zijn. Als je maar heel snelbij je voorzieningen bent. Het gaat veelmeer om een complementair woon- enwerkmilieu.' Salet is het daar niet meeeens: `We hebben nooit de pretentiegehad om Rotterdam te beconcurrerenmet het compleet maken van de stadSpijkenisse, en te stoppen met groeien.Dat hebben we gedaan omdat het cen-trum zo dood was als een pier, en geenontmoetingspunt voor mensen.' `Dat isgeen ander vraagstuk dan de Weste-lijke Tuinsteden of Den Haag Zuidwest,'vindt Duivesteijn. `Die proberen ookmeer compleet te zijn dan ze daarvoorooit waren. De vraag is of je nog doormoet blijven gaan te spreken overnieuwe steden alsof het een ge?soleerdvraagstuk is.'Groter geheelJaap Modder (hoofdredacteur S+RO):`Welke consequenties heeft dat groteregeheel voor het programma? Aan deene kant wordt Almere opgenomen inde metropoolregio Amsterdam. Als jekijkt naar de fysieke verbindingslijnenkomen nu ook Zwolle en Lelystad inbeeld.' Duivesteijn: `Almere onderscheidtzich van de andere kernen omdat hetge?soleerd ligt door het water. Daaromligt Almere minder amorf in de metro-poolregio en is er meer de kans om eeneigen identiteit te blijven. De meestesteden worden gewoon opgegeten,zoals Greenwich Village of de Bronx inNewYork. Je moet niet meer in de krampterechtkomen dat je alles moet hebben.Het gaat veel meer om de vraag of jegoed connected ben. Dan heb je in feiteook alles.'Arnold Reijndorp (Universiteit vanAmsterdam/International New Town In-stitute) vult aan: `In de derde generatiestructuurvisies zie je nog wel een ambi-valentie. Er is een beweging naar de me-tropoolregio, maar ook een sterke hangnaar het afmaken van de eigen identi-teit. Ik denk dat we in die periode zitten.Vraag is nu: wat voegen de onderdelenvan de regio toe aan de metropoolregioals geheel? Je moet zoeken naar voor-zieningen die de suburbane stedelijk-heid compleet maken. Dat kunnen ookgrootschalige voorzieningen zijn, zoalshet Kr?ller M?ller-museum dat in eenheel suburbane omgeving ligt.'Lokale kwaliteitenModder noemt de Franse villes nouvel-les als voorbeeld: `Daar is een soortspreidingsbeleid. Cergy-Pontoise, tennoordwesten van Parijs, heeft bijvoor-beeld wel een universiteit (zie artikelelders in dit nummer). Zo'n voorzieningtrekt veel mensen aan. Kunnen we inNederland ook op zoek naar dit soortsuburbane stedelijkheid?' Reijndorpvindt van wel: `Maak gebruik van devoorzieningenniveaus in de regio. Hetgaat om de merkwaardige suburbaneidentiteit die je in het grotere geheelkunt inbrengen.' Duivesteijn: `Inderdaad,dat verschaft de unieke positie. Neem dewooncultuur in Almere, die is comple-mentair aan Amsterdam. Maar hoe kunje in die new town nieuwe functies toe-voegen?' Reijndorp: `Het gaat daarbij nietalleen om suburbane woonmilieus, maarook om opleidingsmogelijkheden.' Haanvult aan: `In Nederland hebben we hetjuist omgekeerd gedaan. De groeikernenmogen geen universiteit of hbo hebben.Dat is ??n van de problemen. Daardoorgaan er, in ieder geval in Zoetermeer,meer jongeren van 18-28 jaar de stad uit,dan er in komen.'Modder: `Suburbane kwaliteit moet dushet motief voor de agenda van de newtowns zijn?' Reijndorp: `Het gaat nu omlokale kwaliteiten, die iets toevoegen aande metropool als geheel.' `Het gevolg vanhet denken in termen van een metro-poolregio is: je hoeft niet alles meer, maarkunt wel meer krijgen?' vraagt Modder.Duivesteijn: `Ja, samen ben je meer. Watkun je toevoegen? Hoe kan jouw identi-teit het gebied verbijzonderen?Specifieke kwesties`In een agglomeratie moet je elkaarspositie (willen) begrijpen en met elkaarmeedenken, zonder meteen een groot-schalige oplossing te zoeken.' vindtSalet. `Als dat een beetje lukt, dan is hetgeen probleem dat er bijvoorbeeld geenhbo-instelling binnen onze gemeentekomt.' Duivesteijn: `In ons geval zou hetdesastreus zijn as we de dependancevan de hbo-opleiding verliezen. Mensendie willen studeren moeten dan letter-lijk het gebied uit.' Haan: `Dat geldt ookvoor Zoetermeer. Omdat we te weinigte bieden hebben op het gebied vanhogeronderwijs trekken veel jongerende stad uit. Terwijl we het centrum juistbruisend willen maken.' >>Nieuwegein16 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meerDuivesteijn vervolgt: `De discussie gaatveel meer om hele specifieke kwesties.Wat is er nodig om zo'n geografisch om-vangrijk gebied een eigen entiteit te la-ten zijn? Of je nu kiest voor een theater,museum, schoolopleiding, ziekenhuis ofsloop-nieuwbouw van hele gebieden,het gaat om maatwerk. We hebben hetnu steeds over de grote stad als ??nentiteit. Maar een stad heeft ver-schillende wijken met ieder hun eigencentra. D? stad bestaat simpelweg nietmeer. Neem Amsterdam, die stad heeftmisschien wel tien centra die in schaalte vergelijken zijn met Spijkenisse ofZoetermeer. Ieder met hun specifiekeproblemen.' De Jong knikt instemmend:`Daar zit wel een stukje schizofrenie. Intermen van ruimtelijk maatschappelijketrends vervallen bestuurlijke grenzen,maar het handelen wordt nog volop ge-voed door die bestuurlijke entiteiten. Inde meeste regio's is het met de bestuur-lijke samenwerking matig gesteld. Tochis het ook wel goed dat die bestuurlijkeentiteit nog handelt vanuit zijn eigenautonomie. In het lokale zijn nog ver-domd veel vraagstukken op te lossen.'AcupunctuurSalet: `In de wijken uit de jaren 1970-1980 draait het om acupunctuur. Omherdefini?ren samen met de bewonersen afspraken maken met elkaar. Demensen die het slecht kunnen hebben,wonen in wijken waar ze dicht op elkaarzitten ? zoals Rotterdam-Zuid. Zij kun-nen naar Spijkenisse komen. Maar alser teveel mensen uit Zuid instromenkan de sociale diversiteit in het gedrangkomen. Dus maken we afspraken metRotterdam over de verdeling tussenfinanci?le middelen en het leveren vanfaciliteiten die de sociale dienst kanbieden: mensen helpen om aan hetwerk te komen en te begeleiden bij veelvoorkomende problemen als eenzaam-heid, bang zijn voor elkaar, slechtegezondheid. Zo fungeert de stad alsemancipatiemotor.' Ook Jan de Jongherkent dit: `Anonimiteit tussen burenis niet exclusief een new town-pro-bleem maar in sommige nieuwe stedenkomt het wel bovengemiddeld voor. Datheeft te maken met de oorspronkelijkeoverloop uit de grote stad.' Haan: `Wijkrijgen in Zoetermeer ook signalen datwe moeten oppassen op de instroomin de sociale huurwoningen. Voor defysieke ?n sociale agenda moeten erdaarom meer afspraken met buurge-meenten gemaakt worden, bijvoorbeeldover jeugdzorg. Dat hoeft niet per setussen Zoetermeer en Den Haag. Voorde arbeidsmarkt kan Zoetermeer goedeen unit met de omliggende gemeentenvormen, zo ontstaat een eigen arbeids-marktregio. Die wordt sterker metdecentralisaties.'Reijndorp: `De verhouding tussen degrote stad en de omliggende gemeen-ten staat nu in het teken van hetovernemen van de ellende van de grotestad. Maar voor het versterken vansuburbane kwaliteiten is de grote stad??k verantwoordelijk. Niet alleen voorde arbeidsmarkt, maar ook voor onder-wijs. Nu liggen de sociale beleidsterrei-nen teveel op het bord van de gemeen-te.' Salet: `Daarbij gaat het nadrukkelijkom de vraag: wat gun je elkaar?'Ruimtelijke fratsen`Niet het concept van de new town,maar het aantal bloemkoolwijken isbepalend voor het imago van de nieuwesteden. Kunnen we dat zo stellen?'vraagt Modder. `Het aanpakken vande oudere wijken is een opgave, maarde uitdaging zit in het sociale domein,'beaamt Haan. `In Zoetermeer wordt deeerste uitbreidingswijk van het oudeconcept nu gesloopt en vervangen doornieuwbouw,' vervolgt hij. Dit scenariois niet ideaal. Liever ziet Haan dat er inde bloemkoolwijken, waar veel mensenmet een lagere opleiding wonen, nietgrootschalig wordt gesloopt maar ge-bruikt wordt gemaakt van acupunctuur.Duivesteijn spreekt over een earlywarning-systeem: `Meet de door-ontwikkeling van de stad. Specifiekekenmerken van een new town zijn bij-voorbeeld de bevolkingssamenstelling,het lage opleidingsniveau, het gebrekSportvoorzieningen in ZoetermeerSkaten in het park in SpijkenisseS+RO 2013/02 17Thema Nieuwe StedenD? nieuwe stadbestaat niet meeraan differentiatie. Ruimtelijke interven-ties zijn in dat opzicht maar fratsen,zij bieden geen grote oplossingen voordeze sociale vraagstukken.' Reijndorp:`Daar speelt de ruimtelijke kwaliteit weleen grote rol in. De woonomgeving isschraal geworden'. Salet: `Het probleemis dat er nu andere mensen wonen danwaar de wijken destijds op ontworpenzijn.' `In plaats van de zitkuil met biel-zen domineren nu Gamma-schuttingen.Die moeten weg, mensen moeten weermet elkaar in gesprek gaan,' vindt ookHaan. Duivesteijn: `De projectbouw isbijna niet veranderbaar, dat is lastig.Veel wijken zijn kwalitatief te zwak, datkunnen no-goarea's worden'.Reijndorp waarschuwt dat de proble-men het debat niet moeten gaan domi-neren: `Dan maken we dezelfde fout alsbij de naoorlogse wijken. Veel mensenin bloemkoolwijken wonen in goedkopekoopwoningen en behoren op papiertot de kwetsbare middenklasse. In depraktijk blijkt echter dat zij economischgezien helemaal niet zo kwetsbaarzijn. Het welvaarts- en welzijnsgevoelwordt vooral bepaald door de wijkwaar ze in wonen. De kwetsbaarheidligt dus met name in de omgeving.Door de eigen kracht van de bewonerste gebruiken, en hen te begeleiden bijhet handhaven van de prettig leefbareomgeving, wordt de sociale positie enstatus van de bloemkoolwijkbewonerspositief be?nvloed. Helaas wordt datnog te weinig onderkend in de ruimte-lijke wereld. Meer autonomie, zoals inAlmere al gebeurt, kleinschaligheid enaandacht voor de voorzieningenstruc-tuur is nodig.'ToekomstmuziekModder besluit: `Met het ruimtelijkraamwerk van de new towns is op zichniet zoveel mis. De grootste opgaveligt in het sociale domein. Om echtegovernance te bereiken moet we eenschaalniveau hoger denken.' Reijn-dorp: `En dat geldt niet alleen voor debestuurlijke constructies. De toekomstvan veel winkelcentra in nieuwe stedenwordt bepaald op het hoofdkantoorvan grote organisaties in Hongkong ofParijs. Wat gebeurt er met een stad alsdit soort organisaties de beslissingenneemt?' Duivesteijn: `We zitten in hettijdperk van de postverzorgingsstaat,de tijd van ondernemerschap is aange-broken.' Salet vult aan: `Op het kleineschaalniveau.' Reijndorp blijft voor-zichtig: `Kijk naar Milton Keynes, nabijLonden. Sommige wijken met goedkopekoopwoningen zijn troosteloze plekkengeworden. Dat kan ook een mogelijketoekomst van de Nederlandse newtown zijn.' Dat we daar niet op zitten tewachten moge duidelijk zijn... Noten1 INTI (International New Town Institute)heeft een leegstaand winkelpand tothaar beschikking voor de expositie`Making Almere', onderdeel van deArchitectuurbi?nnale 2012. Wegenssucces verlengd tot zomer 2013.Denise Vrolijk is eindredacteur van S+ROen heeft haar eigen bureau Stadsgelui-den. Onder die naam werkt zij als auteur,redacteur en schrijfcoach op het gebiedvan stedenbouw, architectuur en ruim-telijke ordening.Mirjam Salet over Spijkenisse in2043: Spijkenisse ziet er over dertigjaar niet eens zo heel anders uit.De bomen zijn groter, de stad isgekrompen en de woningbezet-ting is wellicht lager. Vraag is wel inhoeverre de voorzieningen en hetstadscentrum nog zullen functio-neren. Veel mensen uit Rotterdamzullen de randgemeenten in trek-ken, daarmee komt de sociale infra-structuur ook onder druk te staan.Afspraken daarover zijn nodig.Edo Haan over Zoetermeer in 2043:Vanaf 1 januari 2014 grenst Alphenaan den Rijn aan Zoetermeer. Overtien ? twintig jaar zijn er groeiendetekorten aan woningen, onderandere voor de groep 18-28 jaar. Destad zal gemiddeld genomen ver-grijzen, maar ook voor 65-plussers,eenoudergezinnen, en alleenstaan-den blijft Zoetermeer een aantrek-kelijke woonstad.Jan de Jong over Nieuwegein in 2043:Over dertig jaar ziet Nieuwegein erongeveer hetzelfde uit, met uitzon-dering van het stadscentrum. Datzal er radicaal anders uitzien. Hoe isnu niet te voorspellen. Rafelrandenaan de gemeentegrenzen zijn deelsverdwenen. De toename van chro-nische ziektes (bij ouderen) vraagtveel aandacht voor zorgvoorzienin-gen. Bestuurlijke grenzen kunnen in2043 veranderd zijn.Adri Duivesteijn over Almere in2043: Doorontwikkelen van de stadis een fluitje van een cent, als hetwaar is dat de groei doorzet. Meerwoningen brengen programma(massa) mee, de stad wordt rijker.Er zijn goede verbindingen metde omgeving. Nieuwe problemenontstaan in de komende dertig jaar.Veel projectbouw is bijna niet ver-anderbaar, wijken zijn kwalitatiefte zwak voor transformatie. Metverpaupering als gevolg.Centrum Spijkenisse Stadshart Almere18 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenCity in a boxLonden Strand EastFoto: Paul Kroesenieuwe spelers in de stedenbouwCITY IN A BOXS+RO 2013/02 19Thema Nieuwe StedenCity in a boxMichelle ProvoostDirecteur International New TownInstitute, Crimson ArchitecturalHistorianswww.newtowninstitute.orgTaken die traditioneel bij de over-heid lagen worden overgenomen doornieuwe spelers. Wereldwijd wordennieuwe steden gebouwd, waarbijvooral marktpartijen aan zet zijn.Wat betekent dat voor de kwaliteit enhet karakter van toekomstige steden?1`We moeten de rollen van speler enscheidsrechter niet verwarren,' vindtMichelle Provoost.In West-Europa is het bouwen van eengeheel nieuwe stad al decennia nietmeer aan de orde. Het stond op deagenda om de industrialisatie te stimu-leren en het woningtekort op te lossenna de oorlog en leidde toen tot honder-den new towns (villes nouvelles, groei-kernen) verspreid over Europa. Maar nude economische groei zich heeft ver-plaatst naar Azi? is het fenomeen vande new towns meeverhuisd. Om eenidee te geven van de omvang: de voor-uitzichten zijn dat China vierhonderdsteden gaat bouwen en in India zegtmen dat tweehonderd tot vijfhonderdsteden nodig zijn om de voorspeldedemografische groei op te vangen.2 InEuropa zijn de actuele opgaven vooralverbonden aan de herontwikkeling vande bestaande steden. Dat zou verklarenwaarom de golf van grote metropolendie in Azi? verrijzen wel als iets exo-tisch gezien wordt, maar nauwelijks alsrelevant voor `ons'. Klopt dat wel?Trouwens, het Westen ?s al op velemanieren betrokken. Veel van deAziatische steden worden ge?nitieerdof ontworpen door westerse ont-werp- en ingenieursbureaus. Met hunoverdaad aan wolkenkrabbers en gridsvan autowegen lijken deze steden zelfsongemakkelijk veel op het inmiddelsingehaalde ideaalbeeld van de moder-nistische stad uit de jaren 1960. Maarho? deze steden worden gepland staatver af van hun westerse voorgangers,die vooral projecten van de nationaleoverheid waren. Onze groeikernen ont-stonden bijvoorbeeld als onderdeel vannationale ruimtelijke planning en warende uitkomst van een samenwerkingtussen overheids-, institutionele, maat-schappelijke partijen die een consensushadden bereikt over economische groei,modernisering, emancipatie en een eer-lijke verdeling van kansen en inkomen.In de huidige generatie new towns isde rol van de overheid voor een grootdeel overgenomen door marktpartijen,vooral grote multinationale bedrijven:ontwikkelaars en technische bedrijvenals Cisco, Siemens, Philips. Een verge-lijkbare samenwerking, ingebed in desamenleving in dienst van een socialeagenda voor de lange termijn, ont-breekt. Met adembenemende groei-cijfers en graad van urbanisatie is hetduidelijk dat er een nauwe band bestaattussen de toenemende welvaart en degroei van het aantal nieuwe steden inAzi?. Het zijn vooral de leden van degroeiende middenklasse die bediendworden door de new towns. Hier vindenze het vastgoed dat ze uit speculatie-oogpunt zoeken, of de rustige woon-omgeving die ze prefereren bovende drukke, bestaande metropolis. Denieuwe steden bieden aan hen die hetzich kunnen veroorloven de veilige ha-ven uit de grotestadsproblemen. Dit isiets dat westerse critici slecht kunnenbegrijpen ? laat staan appreci?ren.Wat kan het Westen leren van dienieuwe Aziatische steden, die zo anderszijn dan wat wij kennen? Een nadere blikop enkele karakteristieke steden, dieaan de orde kwamen op de recente con-ferentie New Towns | New Territories3kan hierop licht werpen: ze bieden in-teressante experimenten op het gebiedvan economie, governance, technologieen de verhouding tussen publieke enprivate organisaties.Korea, India, Londen,PortugalIn de Koreaanse stad New Songdo is detoepassing van smart grids vooralsnoghet verst doorgevoerd. De stad werdontwikkeld en gefinancierd door StanGale, een Amerikaanse ontwikkelaar,die zijn product `City in a Box' doopte:een kant-en-klare stad, herhaalbaaren winstgevend. De samenwerkingmet Cisco zorgde ervoor dat het ??nvan de eerste steden wordt waarin alleinformatiesystemen op het gebied vanmedische zaken, onderwijs, businessen diensten zijn gekoppeld. Het doeldaarvan is om het runnen van de stadeffici?nter te maken en tegelijk eencomfortabele lifestyle te bieden aanhaar bewoners. En natuurlijk (voor Cis-co) ook het aanboren van een nieuwemarkt. De stad wordt zwaar bekriti-seerd vanwege privacy issues, de over-maat aan controle, en de mogelijkhedenvan misbruik ervan, maar gebruikt dealomtegenwoordige IT om bedrijven eninvesteringen aan te trekken.De Indiase stad Lavasa is een populaire,suburbane vestigingsplek voor midden-klassegezinnen uit het nabije gelegenPune, een drukke miljoenenstad. Lavasais volledig privaat ontwikkeld en werktals een magneet op de vele families uitPune vanwege de pittoreske setting, deschone straten, de veiligheid en vooralomdat alles goed geregeld is in dezestad, in tegenstelling tot in Pune. Deontwikkelingsmaatschappij organiseertalle publieke diensten; zelfs de snelwegdie Lavasa met Pune verbindt werd ge-bouwd door (en is nu eigendom van) deLavasa Corporation. Door betrouwbarediensten aan te bieden, levert Lavasaeen woonkwaliteit die ongewoon isin India; zelfs de meeste andere doorde markt ontwikkelde wijken (zoalsGurgaon) ontberen vaak nog essenti-ele onderdelen als de water en elek-triciteitsvoorziening.4 Op het gebiedvan governance en diensten scoren deIndiase steden slecht. Lavasa wil het In-diase prototype worden van een goed-lopende stad voor alle inkomens. Hetbusinessmodel van Lavas is gebaseerdop een nieuw model waarin het bedrijfsamenwerkt met meer dan vijftig joint-venturebedrijven (low- en hightech), diediensten leveren in Lavasa. >>20 2013/02 S+ROThema Nieuwe StedenCity in a boxNew SongdoFoto: Bin KimVoor ontwikkelaars is het een nieuwfenomeen dat het ontwerp, de planningen bouw van volledige nieuwe stedeneen winstgevende onderneming kanzijn. Voor de eerste keer in de geschie-denis wordt de stad als een com-mercieel product beschouwd. En dezetendens is niet beperkt tot Azi? maardoet ook zijn intrede in Europa, waar deoverheidsresources ? gedeeltelijk doorde crisis ? snel verminderen.In Oost-Londen wordt met investerin-gen van InterIKEA het stadsdeel StrandEast herontwikkeld, waarmee hetkapitaal van de meubelmultinationalgebruikt wordt om een stedelijk gebiedte ontwikkelen waarvan het resultaatons nog steeds bekend voorkomt: hetis inclusief, divers en kleinschalig. Deinnovatie in deze ontwikkeling ligt in demanier waarop IKEA een langdurige enbrede verantwoordelijkheid overneemtvan de lokale overheid voor alle fysiekeen sociale aspecten van Strand East.Een ander Europees voorbeeld is de toe-komstige stad PlanIT Valley in Portugal;een vooral vanwege haar financi?le enorganisatorische opzet vernieuwendconcept. Het fundament van de stad ishaar IT-infrastructuur die werd ont-wikkeld door initiatiefnemer LivingPla-nIT. Het is een operating system dat alleaspecten van het dagelijkse leven kanbesturen. Het businessmodel is nieuw:het is gebaseerd op honderden ? enuiteindelijk duizenden ? partners diesamen een integrated ecosystem zullenvormen binnen het netwerk van LivingPlanIT, dat aan de partners wordtgelicensed.Spelers en scheidsrechtersE?n ding is zeker: West-Europesesteden zullen nieuwe organisatie- enfinanci?le modellen moeten vinden ener is een dringende noodzaak tot in-novatie. De nieuwe Aziatische stedenkunnen wellicht voorbeelden leverenomdat experimenten en innovaties ereen vruchtbare bodem vinden, zoalsnieuwe (duurzame) technologie?n inverkeer, infrastructuur en communica-tie. Ze zijn natuurlijk ook fascinerendelaboratoria op financieel gebied: slimmefinanci?le strategie?n, manieren ominvesteringen aan te trekken met com-merci?le ketens van hard- en software,producten en diensten en nieuwe part-nerships in stedenbouw, ontwikkelingen governance.Maar... nieuwe organisatie- en finan-ci?le structuren zijn ? als het goedis ? geen doel op zichzelf. Dat doel zoumoeten zijn: het verbeteren van dekwaliteit van toekomstige steden. Van-uit dat gezichtspunt werpt de nieuwstegeneratie steden een aantal prangendevragen op:? Er worden weliswaar nieuwe, goed-kopere en effici?ntere manierenvoorgesteld om de stad te besturenen te runnen, maar wat levert datprecies op en voor wie? De stad isniet puur een managementjob maarin de allereerste plaats een cultureelproduct en dat hoort in de uitgangs-punten herkenbaar te zijn.5? Er zijn sterke standaardisatieten-densen werkzaam in de huidige`City in a Box'-steden. Maar Londenis niet Zuid-Korea, en Zuid-Koreais niet China. Ook hier lijkt weereen technische standaard bovenlokale culturele verschillen gesteldte worden. Terwijl dat vanuit hetgezichtspunt van bedrijven als Ciscobegrijpelijk is, is het onwaarschijnlijkdat een mondiale standaardisatietot goede steden zal leiden.? Het succes van de privaat ontwik-kelde steden wordt bepaald doorhun context: in India zijn ze vooraleen succes omdat ze het beter doendan de door de overheid gerundesteden. Daarom nemen de inwonershet `democratisch tekort' in dezesteden voor lief. In West-Europa zaldat anders zijn.? Wanneer steden ontwikkeld wordenS+RO 2013/02 21Thema Nieuwe StedenCity in a boxPlan IT ValleyBron: Pedro Balonasdoor private partijen, ontstaan tal-loze mogelijke belangenconflictentussen private en publieke belan-gen. Wie betaalt bijvoorbeeld deniet-winstgevende diensten, die ??knoodzakelijk zijn in een stad? Voorwie is het alomvattende informatie-systeem eigenlijk beschikbaar? En inhoeverre behoort het uitgangspuntvan inclusiviteit, openheid voor allebevolkingsgroepen, tot de prioritei-ten van een private partij?Los van alle mogelijke kritische vragen,zien we nu al dat de ontwikkelingsmo-dellen die in Azi? worden uitgeprobeerd,in West-Europa hongerig worden beke-ken als mogelijke voorbeelden. Zonderdat ze in hun geheel worden overge-nomen is er al w?l sprake va
Reacties