TRANSITORIENTEDDEVELOPMENT/TODMeer uitde knoophalenImplementatie enrealisatie van-projectenOptimale combinatiegroen, blauw en rood? Nieuws van het frontToekomstwaarde jarendertigwijkenVormgeven aan de transformatie van het landschapGezonde, vitale stedenSeks in de new town, column Wies SandersStedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 03 2013Uitgave vanvanUitgave vanvanvanMaster City Developer is de enige universitair geaccrediteerde opleiding stedelijkegebiedsontwikkeling in Nederland. De opleiding is erop gericht deelnemers te laten groeienin hun rol als leider van complexe en snel veranderende projecten. Nieuwe ontwikkelingenvolgen we op de voet. Als MCD'er ben je in staat om een eigen gefundeerde visie teformuleren en heb je de kennis, de vaardigheden en het zelfvertrouwen om mede vorm tegeven aan de toekomst van het vak en onze steden.Meld je nu aan voor leergang 11 op www.mastercitydeveloper.nl/aanmelden.Strategisch sturenin stedelijke gebiedsontwikkelingOmslag: Het omslagbeeld is gebaseerd op kaarten van ontwikkelingen in de regio Gelderland.Illustratie: Max Kisman. Bron: Edwin van Uum, Noordzuiden. Zie ook pagina 10 >>INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 ColumnSeks in de new townWies Sanders6 Q+AVormgeven aan detransformatie van hetlandschapPeterVeenstra, oprichter/partner LOLA LandscapeArchitectsAnne Luijten8 ColumnDemocratie in datalandRick ten Doeschate enGerjan StrengTHEMA: Transit OrientedDevelopment10 Transit OrientedDevelopmentJaap Modder12 Meer uit de knoop halenEdwin van Uum22 Implementatie en realisa-tie van TOD-projectenLuca Bertolini28 Optimale combinatiegroen, blauw en roodGordon Price enConstance Winnips32 TOD NL ?Nieuws van het frontMerten Nefs, Miriam Ram,Mariana Faver Linhares,Paul GerretsenHET VELD36 De toekomstwaarde vanjarendertigwijkenJoost Kingma40 Vlaams ruimtelijkondernemerschapOswald Devisch45 Krimpen met kwaliteitMarrit van der Schaar enMatthijs Uyterlinde48 Gezonde, vitale stedenNicoTillie, Jan Meijdam,Anne Marie GoutRECENSIES52 Torre DavidIris SchuttenPubliek VastgoedMarco KerstensStedelijke iconenStan MajoorWonen voor 200.000euro all-innErwin DaalhuisenSelf made City BerlinVincent KompierChanging Cultures ofPlanningMaurits de HoogUrban CatalystKris Oosting61 Bovenste PlankLianne van DuinenPlatform3163 Platform31 Agenda64 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 94e jaargang ? nummer3 ? juni 2013.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteur jaapmodder@brainville.nlMaurits Schaafsma, mschaaf@xs4all.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurdenise.vrolijk@platform31.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat helen.vankan@platform31.nlOntwerp en art direction: Kismanstudio, Amsterdam, www.kismanstudio.nlRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Platform31Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@platform31.nl , www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 91,80 perjaar, studenten betalen 45,90 perjaar. Losse nummers zijn viawww.s-ro.nl te bestellen voor 21,90 ( 16,80 voorleden en partners van Platform31).Alle prijzen zijn excl. 6% BTW. Abonnementen kunnen op elk moment schriftelijk of peremail wordenopgezegd, opzegtermijn is twee maanden www.platform31.nl/abonneren/tijdschriftenAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18,E annemiek.nieuwenhuis@platform31.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 84, E martin.deheer@platform31.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding.ISSN-1384-6531kennis van stad en regioPlatform31 is de fusieorganisatie van KEI, Nicis Institute, Nirov en SEVKijk voor ons actuele aanbod op www.platform31.nl/agendaPlatform31 organiseert cursussen, masterclasses en kort- en langlopendeopleidingsprogramma's over stedelijke en regionale vraagstukken.Nieuwe vragen, nieuwe kennishet opleidingsaanbod binnen de vakgebiedenruimtelijke ordening, bouwen en wonenBent u op zoek naar een cursus, training of opleiding binnen hetRO-vakgebied? Of wilt u uw opleidingsaanbod onder de aandachtbrengen van RO-professionals? De cursuswijzer biedt een helderoverzicht van het opleidingsaanbod uit de vakwereld.carrierewijzeralles voor je carriere in ro, bouwen en wonencursuswijzer vacaturewijzerS+RO 2013/03 3IntroHoofdredactioneelJaap ModderHoofdredacteur S+ROArnhem heeft jaarlijks een Nacht van de Architec-tuur. Daar traden onlangs twee helden op die ons landverlieten om elders hun geluk te beproeven. Daan Rog-geveen werkt in China en Florian Idenburg In NewYorkCity. Roggeveen schreef samen met Michiel HulshofHow the city moved to mr Sun. Dat boek, over een boerdie verzwolgen wordt door de oprukkende megastad(Zhengzhou) is een fascinerend rapport over de duize-lingwekkende snelheid van de stedelijke revolutie daar.Roggeveen kon zijn gehoor melden dat de Chinezeninmiddels ook Afrika tot hun werkgebied rekenen. Daarwordt de megastad ? la carte verzorgd, turn key, of hetnu weg, spoor, huis of luchthaven is. Decennia na hetfailliet van het Europese kolonialisme en volgend ophet gebrek aan enige betrokkenheid in de jaren daarna,hebben de Chinezen nu vrij spel op dit continent, halende grondstoffen weg en verzorgen de complete ruim-telijke ontwikkeling. Florian Idenburg werkt in NewYork en was de projectarchitect van The New Museumin de Lower East Side van Manhattan. De stad stondjaren stil maar beleeft een spectaculaire renaissance.Idenburg ontwerpt studio's van twintig vierkantemeter in hoogbouw en die voorzien in een toenemendevraag naar affordable housing. De lectures van dezeHollanders in den vreemde zijn leerzaam. China kijktnaar de wereld. NewYork laat zien dat je een stad weerin het gareel kunt krijgen, kunt groeien op een duur-zame manier en dat er weer geld wordt verdiend. Desleutel is een open blik naar de buitenwereld.Het vorige nummer ging over nieuwe steden, overhet groeistedenbeleid van de jaten 1970 en 1980. Daardoen we nu laatdunkend over maar het was ??n van demeest productieve periodes van de ruimtelijke orde-ning. Daarna volgde Vinex, daar doen we nu ook laat-dunkend over. Terugkijkend was het zo slecht nog niet,dat beleid voor nieuwe steden. De vraag is achteraf ofdeze nieuwe woningvraag niet in de steden zelf hadkunnen worden opgevangen. Als volkshuisvestings-operatie is het echter zeker geslaagd. Daar kunnen weanno 2013 een puntje aan zuigen. De grote misser iseen conceptuele. Waar bijvoorbeeld in de Franse villesnouvelles rond Parijs vooral werd ingezet op het ont-wikkelen van suburbane milieus wilden de Nederlandsestedenbouwers de complete stad nabouwen in Almere,Zoetermeer en Spijkenisse.En zo kwamen de Nederlandse groeisteden in eenjarenlang durende spagaat terecht van de completeself supporting stad, dan wel het suburbane milieumet alle voordelen van buiten wonen en leven. Endie spagaat duurt tot op de dag van vandaag. Datwerd op 22 mei duidelijk tijdens het debat over S+ROnummer 2 in Pakhuis de Zwijger. Ivan Nio betoogdedat de groeisteden af moeten van het idee van eencomplete stad met idem stadsmilieu. Mirjam Salet,burgemeester van Spijkenisse, beaamde dat. Ze lietook zien dat Spijkenisse een wisselend kompas heeft.Deel van de metropool Rotterdam, daarop leunend,en met een uitgesproken suburbaan profiel of eenstad die op zichzelf kan en moet staan. De belang-rijkste vraag voor de voormalige groeikernen is ommet inachtneming van een kritische analyse overwat fout ging, na te denken over hun toekomstigebijdrage aan de behoefte aan suburbane milieus. Dieis in de eerste plaats kleiner dan we ooit dachtenmaar hij is er zeker en vraagt om een nieuwe posi-tiebepaling van de nieuwe steden. Spijkenisse heefteen kans zich te ontwikkelen tot een recreatievestad, met een perfecte uitvalsbasis naar haar groeneomgeving, naar strand en watersport, een milieu dataanvult op dat van de metropolitane programma's,in plaats van een kopie op kleine schaal. En Almere?Vele malen groter dan Spijkenisse. Zeker, het besef iser dat men daar deel is van de metropool en dat ditgevolgen heeft voor de programma's van de stad. Deurgentie van deze denkoefening, Almere 2.0, is groot.In Amsterdam lijken namelijk inmiddels de knoppenom. Daar realiseert men zich dat de stad veel meer`laadvermogen' heeft. Het havengebied komt in zichtals stedelijk gebied. En Noord wordt met de Noord/Zuidlijn straks veel interessanter. Op Schiphol moetde knop nog om. Maar daar ziet men ook dat elders inde wereld gewoond kan worden in Airport City.Kortom, het gaat om een nieuwe kijk op waar weurbaan en waar we suburbaan willen organiseren. Eenmetropolitaan milieu moet je concentreren en sub-urbaan mag best heel suburbaan. Niet teveel smakendoor elkaar. Jaap Modder4 2013/03 S+ROIntroColumnWies SandersUrban Unlimited/Architectuur FilmFestival Rotterdamwww.urbanunlimited.nl, www.affr.nlEr wordt wat afgeschreven en gedebat-teerd over new towns, onder meer inhet vorige nummer van S+RO. Ik krijgmaar geen scherp beeld wat nou welen niet een new town is, hoe specifiekeventuele problemen en kansen zijn,laat staan hoe die allemaal op en in telossen zijn. Ik kom ook nauwelijks in eennew town en door dat slechte weer vande laatste maanden komt een ludiekenew town-motortour er ook maar nietvan. Dus heb ik mijn heil gezocht in eenserie new town-films om erachter tekomen wat ik nou allemaal mis.In de film `Cheryomushki' (Cherrytown)uit 1963 over de gelijknamige fictievenew town bij Moskou wordt het onmid-dellijk helder wat de te bouwen newtown wordt: het worden de liefdesnest-jes voor de jonge stelletjes die tot dantoe bij hun ouders wonen en noodge-dwongen hun intieme ontmoetingenbuitenshuis organiseren. Die openbareplekken als parken, winkelcentra, plei-nen en stations zijn weliswaar primaplekken voor vluchtige ontmoetingen,maar natuurlijk niet voor de serieuzererelatie. In een prachtige animatie wordthet toekomstige betonnen liefdesnestin de new town bezongen. Helaas is derealisatie van Cherrytown onderhevigaan de Sovjetplanning, dus de verschil-lende jonge stellen verzanden in eenwirwar van procedures, corruptie enbureaucratie. Iets meer naar het wes-ten, in `Panel Story' in Praag is de boelal een stuk losser, maar we zijn dan ookal na 1968 beland. De wijk is nog volopin aanbouw en de film is nog amperbegonnen of een bouwvakker heeftde schafttijd van zijn leven samen meteen gezette dame in een Plattenbauflat.Reizen we nog verder naar het westen,dan komen we terecht in de Bijlmer-meerflats waar de seksuele revolutiein volle gang is. De fier bronstige HugoMetsers (Sr.) komt in `Blue Movie' netuit de gevangenis en is dan misschienwerkeloos maar hij werkt vol goedemoed wel de hele honingraatflat volhunkerende vrouwen af. Geen wonder,want wanneer hij in de beginsc?ne uit-kijkt over de lege vlakte die Bijlmermeerheet, snap je dat hij en zijn flatgenotenook weinig anders kunnen. De film isechter wel uit de jaren zeventig, dus bijde vrije seks en eksperimentele film-shots ontbreekt de kritiese noot niet.De reclasseringsambtenaar meldt inde beginsc?ne fijntjes dat de wijk veelte ver van de stad af ligt, dat niemander wil wonen en dat daarom de hurenverlaagd zijn. Reden waarom hij er zijnex-bajesklanten linea recta naar toestuurt. De allerlaatste honingraatflatstaat nu nog overeind en wordt op ditmoment in de vorm van klushuizenaangeboden. Het schijnt storm te lopen,dus het is hoogste tijd voor een remakevan `Blue Movie'!Zodra de wijk wat gevorderd is in debouw en er dus procentueel meerbewoners dan bouwvakkers zijn, slaathet geflirt pas echt toe. Uiteraard inhet winkelcentrum van de new town,het enig mogelijke decor voor toeval-lige ontmoetingen. In `Here we goround Mulberry Bush', opgenomen inStevenage, een new town net buitenLondon, probeert Jamie een meisjete versieren. De film is uit 1967, maarmet zijn bakfiets, zelfgenoegzaamheiden de vintage mode-look is hij niet teonderscheiden van een chillende hipsteranno 2013 op de identiek ogende Rot-terdamse Lijnbaan. Het grote verschil isechter dat hij in Stevenage de concur-rentie niet aankan van een gladdejongen in een nagelnieuwe MG, in hetRotterdamse centrum zou nu de jongenmet de bakfiets winnen.Niet lang na de oplevering van de newtowns slaat zowel in de stedenbouwals in de film de aandacht om. StanleyKubrick haalde in 1971 zijn filmlocatiesvoor de gewelddadige film `A ClockworkOrange' uit de moderne architectuur-gids van London; het brutalistisch mo-dernisme bleek de perfect passende setvoor verkrachtingen en ander gruwelijkgeweld. In 1995 kwam de overdonde-rende film `La Haine' uit, opgenomen inzwart-wit en zich afspelend in een Pa-rijse banlieu. `A Clockwork Orange' wasnog een maatschappijkritische fictievan Anthony Burgess, min of meer volironie gezet tegen de achtergrond vanhet idealistisch modernisme, maar in`La Haine' had de werkelijkheid de fictieallang ingehaald. De film bouwt op naareen broeierig en gewelddadig conflictmet de politie en de gegoede orde. Ditjaar komt er alweer een bendes-in-de-banlieux film uit, het is een eigenfilmgenre geworden.De sfeer van hoop, verliefdheid, uitbun-dige seks en het nieuwe leven uit deeerste new town-films is definitief ver-vangen door het etiket: `Uitsluitend ge-schikt voor verhaallijnen over dwaling,vervreemding, zinloosheid, eenzaam-heid, leegte en geweld.' De Nederlandsefilm `Onder Ons' uit 2011 vertelt overeen Poolse au-pair die in een kille Vinex-wijk een verkrachter kan ontmaskeren,maar haar verhaal aan niemand kwijtkan. De Vinex-wijk krijgt bij aanvangdus al niet meer die eerste blije fase vande happy new town gegund en promo-veert in ??n grote stap naar de meestdramatische categorie van leegte,onbegrip en geweld.Voor nieuwere vrolijke en romantischefilms worden immers filmlocatiesgekozen in de feelgoodbinnenstad zoals`Alles is Liefde' of in de (quasi-)veilige(quasi-)jarendertigwijken van `DolfjeWeerwolfje'. Gelukkig is er ??n prach-tige nieuwe documentaire over `MiltonSeks in de new townS+RO 2013/03 5IntroColumn6 Blue Movie (Wim Verstappen, , 1971)7 Here wo go round the Mulberry Bush (Clive Donner, , 1967)8 Panel Story (Vera Chytilova, , 1979)9 Cheryomushki (Gerbert Rappaport, , 1963)10 Panel Story (Vera Chytilova, , 1979)1 Conversations in Milton Keynes (Ingo Baltes, , 2011)2 La Haine (Mathieu Kassovitz, , 1995)3 Onder Ons (Marco van Geffen, , 2011)4 Conversations in Milton Keynes (Ingo Baltes, , 2011)5 Conversations in Milton Keynes (Ingo Baltes, , 2011)Keynes'. Een heel palet aan mensenvertelt daarin wat zij wel en niet metMilton Keynes hebben, het is ontroe-rend, hilarisch, schrijnend, eenzaam,gezellig en blij. De hoofdarchitect vandestijds vertelt zijn verhaal en is degrootste zuurpruim in het bonte gezel-schap. Maar ja, hij is dan ook belast metal zijn historische kennis, onvervuldeverwachtingen en respectloze aanpas-singen aan zijn levenswerk. De restleeft gewoon zijn leven, net alsof heteen normale stad is. De documentaireeindigt waar iedere new town- ilmvan de eerste generatie mee begon:een jong stel bezoekt de nagelnieuwewoning en vol onzekerheid en hoopop een nieuwe toekomst staren ze uitover de wijk. Alle horror ilms ten spijt,ik denk dat de ilmische new town tochzo het spannendste is: een nieuwe stadwaar je je eigen dromen op projecteert,zonder enig benul of die wel uit gaankomen. Het zijn geen gemakkelijke feel-goodsteden dus, die new towns en netals in de ilm: dat maakt ze boeiend.Van 10 tot 13 oktober toont het Architec-tuur Filmfestival Rotterdam ruim 100lms over architectuur, stadsontwik-keling en stadscultuur, onder meer degenoemde documentaire over MiltonKeynes. www.a r.nlWies Sanders (1965, een vruchtbaarjaar) is stedenbouwkundige bij UrbanUnlimited, bureau voor netwerkgerichtestedenbouw, directeur van het Architec-tuur Filmfestival Rotterdam en vennootbij Cinema Culinair.123456789106 2013/03 S+ROIntroQ+ALOLA Landscape Architects, vlnr:Eric-Jan Pleijster, Peter Veenstra,Cees van der Veeken.Foto: Menno BoumaPeter Veenstra, oprichter/partner LOLA Landscape ArchitectsVormgeven aan de transformatie van het landschapOnlangs werd bekenddat LOLA LandscapeArchitects de win-naar is van de `jonge'Maaskantprijs 2013,de prestigieuzeaanmoedigingsprijsvoor architecten,stedenbouwers enlandschapsarchitec-ten. LOLA Landscapewerd zeven jaar ge-leden opgericht doorEric-Jan Pleijster,Cees van der Veekenen Peter Veenstra.S+RO 2013/03 7IntroQ+AGefeliciteerd met het winnen van de prijs.Is het een belangrijke prijs voor julliebureau?Peter Veenstra: `Het is natuurlijk eengeweldige eer om je te bevinden tussenvoorgangers als Adriaan Geuze, KempeThill en Nanne de Ru. Voor ons is het eenstimulans om terug te kijken op onzeprojecten en te reflecteren op de rodedraad daarin. En we hopen natuurlijk ookop spin-off in de vorm van opdrachten.Het is in ieder geval een fantastisch mooipodium om onszelf te laten zien.'Wat kun je vertellen over die rode draadin jullie werk? Heeft dat met jullie werk-wijze te maken? De jury roemde de bredemanier van werken.`Van het begin af aan werken we in debreedte, van onderzoek tot gedetail-leerd ontwerpen en strategische plan-nen. Zowel de meer gedegen kant als deverleiding van het ontwerp beheersenwe. Binnen het werkveld van de land-schapsarchitectuur engageren we onsmet de natuurlijke, vrije ruimte van hetlandschap. Het landschap als plek omeven los te komen van de stad en jezelf teverwonderen. We zijn denk ik wel redelijkromantisch.'Zetten jullie met die houding een nieuwetoon in de landschapsarchitectuur? Veelbureaus zijn toch vooral gericht op ont-werpen, op design, waarbij je niet zo snelaan romantiek denkt.`Er ligt bij veel bureaus inderdaad eennadruk op harde ruimtes en een grafischemanier van werken, vaak compleet metfunky banken. Wij zijn niet erg toege-spitst op materialisering, maar vooral opzoek naar ervaringen. Zo hebben we eensonderzoek gedaan naar de klank van denatuur en de openbare ruimte, en hoe jedie kunt vormgeven. Bijvoorbeeld in deakoestiek door middel van de beplantingvan bomen. Boomblaadjes ritselen bij ie-dere soort weer anders. En we hebben eenpark ontworpen zonder paden, waar jezelf doorheen kunt dwalen. Er is natuurlijkook weinig geld op dit moment voor durematerialen. Door innovatief te zijn, kun jetoch bijzondere ervaringen maken.'Veel landschapsarchitecten werkengrotendeels ook in de stad tegenwoordig.Waar ligt jullie voornaamste werkveld?`Wij werken veel in het landelijk gebied enin de periferie, in de stadsranden. De grotebouwopgave in de stad is stilgevallen,terwijl het landelijk gebied op dit momentjuist heel dynamisch is. Er is een enormeontwikkeling gaande van nieuwe struc-turen rondom voedsel, energie, ecologie,recreatie. Er vindt een complete transfor-matie plaats van het landelijk gebied. Datis al langer gaande, maar vooral in de sfeervan "groene verrommeling". Er was geenkritische ontwerpblik voor die opgaven.'De structuren van het landschap wordennu nog vooral bepaald door de naoorlog-se planning, met bijvoorbeeld de groot-schalige ruilverkavelingen en aanlegvan recreatiegebieden. Wat voor soorttransformatie zie jij nu gaande?`Het landschap is grotendeels een productvan een modernistische overheidsorde-ning. Maar dat systeem werkt intussenniet meer. De voedselproductie stondaltijd in het teken van schaalvergroting,van kwantiteit. Nu zie je dat we opnieuwgaan nadenken over een meer kwalita-tieve voedselproductie. Geen kiloknallers,maar een goed stuk vlees uit Limburg. Datgaat enorme consequenties hebben voorhet landschap, dat onherroepelijk gaatveranderen. We zijn een "groene eeuw"begonnen voor wat betreft energie,voedsel, water, een robuust ecologischsysteem. Met meer oog voor het lokale ende diversiteit.'En de voedselproductie in de stad?Urban farming is nu hot, verwacht jedaar veel van?`Het zijn vooral kleinschalige projectenwaar wel grote idealen achter zitten,maar ze missen de schaal. De idee?n zijngoed en het is goed dat het gebeurt, maarje slaat er geen deuk mee in een pakjeboter. Het is geen echt alternatief voorde voedselproductie.'Wat is een typisch LOLA-projectin de stad?`We werken op dit moment aan hetSingelpark in Leiden. Het project isontstaan vanuit een burgerinitiatief omhet ambitieniveau van de gemeente voorde singels omhoog te trekken. Toen wijaan boord kwamen was er behoorlijkwat spanning tussen beide partijen overwie het voor het zeggen had. Inmiddelswerken ze nu samen in een stichting. Wijhebben er ook de Hortus bij betrokken, dieals curator gaat opereren om deels eenbotanische tuin te maken en gaat helpenmet bewoners opleiden om gebieden teonderhouden. We werken nu aan een boekmet ontwerprichtlijnen.'Vraagt dat om andere skills van eenlandschapsarchitect dan tekenen alleen?En in hoeverre be?nvloedt zo'n proces hetontwerpen?`Het project gaat niet meer alleen overontwerp, maar ook over hoe je de mensenbetrekt, de partijen erbij zoekt, de samen-werking tussen de gemeente en die par-tijen vormgeeft. Ons ontwerp komt voortuit een stroomlijnen van de duizend-en-een idee?n die de mensen hebben aange-dragen. Je hebt niet meer ??n opdracht-gever met een programma van eisen datje uitwerkt, maar je moet het echt uit hetgehele krachtenveld halen.'Is de trend daarmee dat je als ontwerperopschuift naar de initi?rende rol?`Daar hebben wij altijd wel in gepionierd.We ontwerpen niet alleen plekken, maarook aan opgaven. Zo hebben we samenmet twee andere bureaus de opgave vande lege, doodse plekken rondom hoog-spanningskabels opgepakt. Die plekkenwillen we omvormen tot nieuwe ecolo-gische uitvalswegen voor mens en dier.Daar hebben we partijen bij gezocht eninmiddels hebben we van netbeheerderTennet een concrete opdracht gekregenom een pilot uit te werken. Maar je moetrealistisch zijn: je zult ook op zoek moetennaar traditionele opdrachtgevers. Metalleen pionieren en onderzoek red je hetniet, het is ook zaak om simpelweg pro-jecten in uitvoering te hebben.' Anne Luijten (1967) is zelfstandiggevestigd publicist en hoofdredacteurvan het platform Gebiedsontwikkeling.nu van deTU Delft.Anne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nl8 2013/03 S+ROIntroColumnS+RO 2013/03 9IntroColumnschuwde er al in 1835 voor en noemde het `zachtmoedigdespotisme': in slaap gesust door een staat die misschienwel t? goed voor zijn burgers heeft gezorgd is de vrijheid vanhet zelf doen t? overweldigend. Een eigen huis bouwen inde veilige omgeving van zelfbouwstad Almere lukt nog wel,maar echt zelf stad maken? De Nederlandse burger beschiktover onvoldoende kennis en informatie om de keuzes te ma-ken die het gemeenschappelijk belang ten goede komen.De voorbeelden op websites als xively.com laten zien dathet anders kan: data versterken de positie van de burger. Enzoals experts over de hele wereld bijsprongen om de gege-vens van de Japanse amateuronderzoekers te analyseren,zo is de behoefte aan ruimtelijke intelligentie in Nederlandonverminderd groot. De planoloog en de stedenbouwkundigedie zijn traditionele partner verliest, krijgt er namelijk eennieuwe groep opdrachtgevers voor terug. Een groep met netzoveel behoefte aan informatie. De ontwerper kan optredenals tolk in de open source city. Hij leest in de veelvoud aandata de informatie die er toe doet. Met die vakbekwaam-heid kan hij een groep gebruikers organiseren rondom eengemeenschappelijk belang als leegstand: bijvoorbeeld doorleegstaande kantoren te vinden die maar de helft kosten vaneen woning. Dat is handig voor starters die geen kans meermaken op een tophypotheek. Of rond energie: waar liggenclusters woning die vragen om energiemaatregelen? Hiergeeft het optellen van eigen belang een gemeenschappelijkewaarde.Voor De Tocqueville was het duidelijk: wanneer je de blad-zijden van onze geschiedenis doorneemt, stuit je nauwelijksop grote gebeurtenissen die niet ten gunste zijn van dedemocratie: het vuurwapen plaatste dorpeling en edelmanop gelijke voet, de boekdrukkunst bood hun verstand gelijkemogelijkheden, de post bracht de verlichting aan de deur vanarm en rijk en het protestantisme bood iedereen een wegnaar de hemel. Digitale data kunnen aan dat rijtje wordentoegevoegd: het kan mensen helpen om samen met anderengemeenschappelijke belangen te vinden en echt tot actieover te gaan. Voor ons een schone taak om stad te maken. Rick ten Doeschate (1984) is architect en adviseur infrastruc-tuur op het Atelier Rijksbouwmeester. Samen met GerjanStreng en Mark van der Net werkte hij het afgelopen jaar aanhet online dataplatform `Open Source City'.Gerjan Streng (1984) is architect en onderzoeker.Vanuit Rot-terdam verkent hij, met de andere leden vanThe CloudCollective, de veranderende ontwerpwereld.Witte lakens aan het balkon. Niet ter overgave, maar uitprotest. In maart van dit jaar pikten de flatbewoners aande A10 in Amsterdam het niet langer. De luchtvervuiling vanhun leefomgeving overschreed al jaren de gezondheidsnor-men van de Wereldgezondheidsorganisatie en de geplandesnelheidsverhoging naar honderd kilometer per uur zou datnog erger maken. Drie weken later was het witte bedden-goed asgrauw, en werd het onder grote media-aandacht inDen Haag aan de Kamer aangeboden.Lakens als alternatieve meetstations. Een analoog voor-beeld van een digitale trend. Mensen vertrouwen overhe-den niet langer klakkeloos en gaan zelf data verzamelen enverspreiden. Inmiddels meten burgers op meer dan honderdplekken de luchtkwaliteit ? eigenhandig. Dat dit effectiefis, bewezen ze in Japan. Daar kochten bewoners rondom deoverstroomde kernreactor van Fukushima zelf geigertel-lers. De website xively.com functioneerde als digitaal forum.Burgers deelden hun gegevens, specialisten adviseerden hoeje een oude geigerteller tot twittermeter kunt ombouwenen hielpen bij het analyseren van de data. Samen dwongenze de overheid om de offici?le gegevens vrij te geven. Kennisis macht en data de bron van die kennis.Het is een mooi voorbeeld van de kracht van de `energiekesamenleving' ? een term van planoloog en PBL-directeurMaarten Hajer. Opmerkelijk genoeg lijkt de maatschappelijkeenergie juist binnen de ruimtelijke ordening uitgeput.Al sinds de woningwet van 1901 is de (Rijks)overheid ver-antwoordelijk voor de inrichting van onze leefomgeving, enis de ruimtelijk ontwerper haar braaf uitvoerende ambas-sadeur. Burgers hoefden op ruimtelijk gebied alleen aanzichzelf te denken. De overheid zorgde voor het algemeenbelang. Om de staat van het land en de wensen van zijninwoners in kaart te brengen, werd een enorm datagenere-rend meetapparaat opgetuigd. Data te vertalen tot kennis,beleid en ontwerp. Dat was ook nodig, gezien de enormewoningopgave voor en na de oorlog. Honderdduizendenwoningen werden soepel uit de grond getrokken.In 2013 blijkt de ruimtelijke inrichting van Nederland te com-plex en duur om door ??n partij te worden gecontroleerd.Een centraal apparaat kan prima eenvormige woonwijkenproduceren. Voor een vraaggestuurde markt ? waar iedereNederlander het liefst een gecustomizede woning wil ? ishet veel minder geschikt. En dus worden de verantwoorde-lijkheden voor onze ruimte ??n voor ??n doorgeschoven: vanRijk naar provincie naar gemeente, en van gemeente naarde burger zelf. Een burger die daartoe nog niet is uitgerust.Alexis de Tocqueville ? de beroemde politiek filosoof ? waar-Democratie in datalandRick ten DoeschateGerjan StrengThe Cloud Collectivewww.thecloudcollective.orgIllustratie: Max Kisman10 2013/03 S+ROThema TODIntroductieTransit OrientedTransitJaap ModderHoofdredacteur S+Illustratie: Max Kisman. Het beeld isgebaseerd op kaarten van ontwikkelin-gen in de regio Gelderland. Bron: Edwinvan Uum, NoordzuidenDe grootste verdienste van de Neder-landse ruimtelijke ordening in de vorigeeeuw is de succesvolle uitvoering vanhet concept gebundelde deconcentra-tie. Vanaf de maan is zelfs te zien hoedit heeft uitgepakt in de ruimtelijkeorde van Nederland. Vergelijk het methet naastliggende Vlaanderen. Vlaan-deren is een gespreid stedelijk tapijtterwijl in Nederland de verstedelijkingredelijk keurig in regio's is gebundeld.Het had misschien wel beter gekund,een wat sterkere concentratie in destad, maar de Nederlandse (beleids)cultuur liep in de vorige eeuw niet echtweg van de grootstad, de metropool.Gebundelde deconcentratie was danook het perfecte compromis tussenongebreidelde spreiding en metropool-vorming. Op basis van dit planningspa-radigma konden in de tweede helft vande vorige eeuw groeisteden tot standkomen en daarna de Vinex.Sinds kort is sprake van een omslagin de dominante opvattingen oververstedelijking. Dit is deels het gevolgvan veranderingen die helemaal nietsmet beleid van wie dan ook te makenhebben. Het is de kenniseconomie diede renaissance van de stad heeft ver-oorzaakt. De politiek en de plannings-gemeenschap hebben zich dit nieuweparadigma inmiddels, een beetje, eigengemaakt. En als we naar de Neder-landse ruimtelijke patronen kijken, danzien we hier, wat ook elders al bestaatof aan het ontstaan is, de polycentri-sche stedelijke regio. Weliswaar in statunascendi maar het is niet moeilijk om tevoorspellen dat later in deze eeuw eenhandjevol stedelijke regio's in Nederlandhet gezicht van stedelijk, metropoli-taan, Nederland zal bepalen. De stadop de schaal van de regio. Van Haarlemtot Utrecht via Amsterdam, dat is zo'nbandstad. Maar ook van Leiden totDordrecht via Den Haag en Rotterdam.En verder Oost-Brabant met Eindhovenals centrum. En het gebied van Apel-doorn via Arnhem en Nijmegen naarOss. Met deze stedelijke gebieden heb-ben we stedelijk Nederland nu en over25 jaar wel in beeld. De grote opgave isdan om verkeers- en vervoersstromeneen beetje ordelijk en zonder al teveelcongestie te laten verlopen. Het goedenieuws is dat binnen al die stedelijke re-gio's al een behoorlijk goed ontwikkeldrailnet tot stand is gekomen. Kijkendnaar het gebruik van die railnetten isechter sprake van onderbenutting. Enkijkend naar de ef iciency en effectivi-teit van de regionale stedelijke railnet-werken is snel vast te stellen dat dezeveel beter zouden kunnen functioneren.De grote opgave voor de ruimtelijke or-dening ligt in de stedelijke regio's. Hiergaat het erom condities te scheppenom bij te blijven in de dynamiek van deglobalisering door hoogwaardige woon,werk- en leefmilieus te organiserendie perfect, dat wil zeggen comforta-bel en in hoge frequenties, met elkaarverbonden zijn. Het benutten van ag-glomeratievoordelen vraagt om hogedichtheden in ieder geval in de gebie-den waar hoogwaardige economischeactiviteiten plaatsvinden. De dichtheidvan werklocaties in Nederland haalthet niet bij die van een concurrerendemetropool als Londen. Daarmee is deopgave ook helder, stedelijke verdich-ting in samenhang met geoptimaliseerdopenbaarvervoernetwerk. Op hetopenbaar vervoer gerichte stedelijkeontwikkeling, Transit Oriented Deve-lopment ( ), dat is de missie. Datwe daar nog heel ver vandaan zijn laatZuid-Holland zien. Daar is zeventigprocent van het woonprogramma bui-ten de catchment area van een stationgeprogrammeerd. Als we naarkijken vanuit de D van development dangaat het er vooral om programma teorganiseren rond knopen in het open-baarvervoernetwerk. En vanuit de T,die van transit, gaat het erom snelheid,hoge frequentie, comfort en de kortsteroute te organiseren. Dat kan natuur-lijk alleen echt goed als dat vanuit despreekwoordelijke ene hand gebeurt.Het goede nieuws is dat tegenwoordigde planners van openbaar vervoer endie van de ruimte op rijksniveau onder??n dak zitten. Ze zingen ook al de lofvan . Maar verder gebeurt er nietzoveel. Het zal wel iets te maken heb-ben met de algemene malaise van deruimtelijke ordening, maar vermoede-lijk is er meer aan de hand. In ieder ge-val zullen de impulsen vooralsnog vanbuiten moeten komen en van andereoverheden. Van stedelijke regio's bij-voorbeeld. Maar ook daar liggen tallozeapen en beren op de weg. Onvoldoendezeker van hun zaak, te weinig middelenen een rijksoverheid, , zonder eenvisie op de rol van stedelijke regio's inhet binnenlands bestuur. Is het heil teverwachten van partijen als en Pro-Rail? Die zijn veel te druk om hun eigenvoortbestaan te verzekeren en moetenhet doen zonder echte opdrachtgever.Kortom, tegenover een urgente kwes-tie die al veel te lang vraagt om actiestaat een conglomeraat van partijendat om allerlei redenen niet in staat isgeconcerteerd in actie te komen. En omdat laatste gaat het, geconcerteerdeactie. Voor meer inzicht in deze ma-terie wordt een nadere kennismakingmet de hierna volgende artikelen zeeraanbevolen.TODrailnet tot stand is gekomen. Kijkend de planners van openbaar vervoer en25 jaar wel in beeld. De grote opgave is die van transit, gaat het erom snelheid,om bij te blijven in de dynamiek van de voorbeeld. Maar ook daar liggen tallozecongestie te laten verlopen. Het goede lijk alleen echt goed als dat vanuit dehet niet bij die van een concurrerende tie die al veel te lang vraagt om actieglobalisering door hoogwaardige woon, apen en beren op de weg. Onvoldoendevan werklocaties in Nederland haalt Kortom, tegenover een urgente kwes-S+RO 2013/03 11Thema TODIntroductieDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopmentDevelopment12 2013/03 S+ROThema TODMeer uit de knoop halenEdwin van UumHet Noordzuidenedwin@noordzuiden.nlEdwin van Uum (1967) is procesmana-ger van het onderzoeksprogrammaURD Delta Oost voor StadsregioArnhem Nijmegen en procesbege-leider voor de AlliantiegesprekkenStedenbaanPlus. Hij is directeur vanbureau Het Noordzuiden.Meer uit de knoop halenSlimme strategie?n voor allianties op knooppuntenKnooppunten zijn weer cool. Elke zich-zelf respecterende gemeente werktinmiddels wel aan zijn stationsgebied.Dat gaat vaak niet van een leien dakje.Los van deze crisistijden, houden par-tijen elkaar verstrengeld in de knoop.Slimme strategie?n zijn nodig om toteen doorbraak in die procescomplexi-teit te komen. Tijd om serieus werkte maken van alliantievorming rondknooppunten.Knooppuntontwikkeling is weer terugvan weggeweest. In de jaren 1990 heb-ben we een ware vloed van knooppunt-studies, verkenningen en ontwerpengezien. En met de uitvoering van dezes HSL-stations als Nieuwe Sleutel-projecten is ook daadwerkelijk vorm eninhoud gegeven aan het ontwikkelenvan onze grote knooppunten. Inmiddelsworden de resultaten langzaam ookfysiek zichtbaar uit de complexe bouw-praktijk waarin veel sleutelprojectenzich al jaren bevinden.Praktijk zit muurvastDe laatste jaren is er weer volop aan-dacht voor knooppuntontwikkeling.Veel beleidsaandacht vooral. Sterkgericht op het handelingsdomein van deoverheid, topdown en beleidsgericht.Dat vertaalt zich in abstracte, vaak me-thodische bespiegelingen over de pro-fielen van knooppunten, het afstemmenvan ontwikkelprogramma's, het zoekennaar specialisatie en complementariteiten algemene handelingsperspectieven.Stationsomgeving Den Haag Laan vanNieuw Oost-Indi?, Den Haag.Foto: Loek van der KlisS+RO 2013/03 13Thema TODMeer uit de knoop halenTegelijk zit de ontwikkelingspraktijkop de knoop muurvast. Ondanks allemodieuze aandacht in beleidsnotities,is het perspectief op samenwerking enuitvoering vaak onderbelicht. En zekerniet specifiek toegesneden op de pro-cescomplexiteit van knooppuntontwik-keling. Goede voorbeelden daargelaten,wordt er nog weinig gedacht vanuit hetperspectief van gebruikers en eigena-ren van grond en vastgoed. Terwijl er indeze crisistijden alle aanleiding is om tezoeken naar manieren om die eigenarenen gebruikers te mobiliseren en te ver-enigen in `ondernemende allianties' diesamen vorm en inhoud geven aan hunstationsgebied.Ontwikkelvacu?mNatuurlijk heeft de economische crisisde condities voor knooppuntontwik-keling fundamenteel veranderd. Hetis duidelijk dat de hiermee verbondenvastgoedcrisis zorgt voor een nieuwewerkelijkheid voor het ontwikkelen vanstationsgebieden. En die is niet abstractof ver weg. We zien dat de marktvraagis weggevallen ? hoewel minder danop andere plekken ? en dat de investe-ringsbereidheid van marktpartijen enbedrijven ver achterblijft.Toch zijn het niet (alleen) de verslech-terde marktcondities die de ruimtelijkeontwikkeling van knooppunten partenspeelt. Het zijn ook onze veranderendeopvattingen over de rollen en taken vanzowel overheden als private partijendie ten grondslag liggen aan de groei-ende problemen rond samenwerkingen uitvoering op knooppunten. Iederepartij trekt zich terug op zijn kernta-ken, en put zich uit om de eigen verant-woordelijkheid zo beperkt mogelijk tearticuleren. Zo trekt de NS zich vooralterug op het station(sgebouw), letProRail op railonderhoud en beheer, vei-ligheid en de fiets, zit de gemeente ophun slinkende onderhoudsbudgetten,en kampen ontwikkelaars en beleggersmet hun eigen (verliesgevende) kavel ofgroeiende leegstand in hun gebouwen.In die complexiteit van belangen >>14 2013/03 S+ROThema TODMeer uit de knoop halenen verantwoordelijkheden ontstaateen ontwikkelvacu?m tussen partijen.Iedere partij wacht op de ander, weetwat de andere partij moet doen, maarwil pas bewegen als de ander als eerstebeweegt. Dit leidt in de praktijk vaaktot collectief onvermogen om tot ont-wikkeling te komen, hoe kleinschalig ofrisicoloos de investeringen ook zoudenzijn. De hamvraag op veel knooppunten:Wie voelt zich ? niet wie is ? verant-woordelijk voor het geheel? De samen-hang der dingen? En vooral: wie rekenthet tot zijn verantwoordelijkheid omalle betrokken partijen met elkaar teverbinden?Archetypische strategie?nDe procesantwoorden op deze vragenworden inmiddels op vele plekken en invele richtingen gezocht. In het kadervan het onderzoeksprogramma `UrbanRegions in the Delta' wordt met de Rad-boud Universiteit Nijmegen intensiefgewerkt aan innovatieve strategie?nvoor governance en financiering. Datdoen we via praktijkexperimenten opconcrete stationslocaties met directebetrokkenheid van de stakeholders inhet gebied. Zoals het stationsgebiedNijmegen CS. Het zoeken naar alterna-tieve ontwikkelingsstrategie?n doenwe ook in het kader van de zogenoemde`Alliantiegesprekken' voor StedenbaanPlus. Hier verkennen we met stakehol-ders de (on)mogelijkheden voor her-ontwikkeling van de stationsgebiedenvan Gouda en Den Haag Laan van NieuwOost-Indi? (NOI).In essentie zijn de verschillende expe-rimenten voor nieuwe aanpakken vaakterug te voeren op drie archetypischeontwikkelingsstrategie?n voor de al-liantievorming rond knooppunten. Deprojectenstrategie, de conditiestrategieen de integrale strategie (zie kaders oppagina 15, 16 en 17).Clash van culturenOnze ervaringen met de praktijkexpe-rimenten en Alliantiegesprekken overstrategie en samenwerking laten ziendat er een groeiende kloof ontstaattussen de abstracte beleidsintentiesvan Rijk en regio over Transit OrientedDevelopment en lokale uitvoerings-kwesties rond knooppuntontwikkelingin termen van governance, regelgevingen financiering. Die kloof is klassiek:beleid laat zich slecht voeden door depraktijk, en de praktijk laat zich slechtsturen door beleid. What's new?VISIE OP INVESTERENDe drie basisstrategie?n verschillen in de visie opruimtelijke investeringen in de tijd. Uitgangspunt (T1)is een bepaald volume aan investeringen, enerzijdspubliek (rood) en anderzijds grotendeels privaat (geel).De strategie?n verschillen in de manier waarop nieuweprivate investeringen worden aangetrokken.Bij de projectenstrategie wordt het publieke geld ingezetals middel om kleinere projecten te starten, soms geheelpubliek, soms publiek-privaat (T2). Met als doel omop termijn een aaneenschakeling van kleine, privateinvesteringen te genereren (sneeuwbaleffect) (T3).Bij de conditiestrategie wordt het publieke geldingezet als voorinvesteringen om de fysiek-ruimtelijke of de procescondities te verbeteren,door bijvoorbeeld bodemsanering, infrastructuur ofbestemmingswijzigingen (T2). Dat kost geld vooraf omop termijn een veel groter aandeel private investeringengenereren (T3).Bij de integrale strategie wordt het publieke geld ingezetals hefboom voor het gezamenlijk investeren in demeerjarige planontwikkeling vanuit een publiek-privatesamenwerking (T2). Met als doel om op termijn een veelgroter volume aan kleine en grote private investeringenuit te lokken door het multiplier effect (T3).ConditiestrategieInvesteringenT T ToverheidprivatepartijenInvesteringenIntegrale strategieT T ToverheidprivatepartijenProjectenstrategieT T ToverheidprivatepartijenInvesteringenS+RO 2013/03 15Thema TODMeer uit de knoop halen1 Projectenstrategie Benadering: pragmatisch,gewoon beginnen Horizon: korte ontwikkelings-termijnen < 5 jaar Proces: beperkt aantalpartijen, overzichtelijk proces Regie: centrale regierolvoor de gemeente Uitvoering: overtuigingskrachtdoor zichtbare resultaten Investeren: uitlokken sneeuw-baleffect private middelenGewoon beginnenIn het licht van de modieuze organischegebiedsontwikkeling of `spontane stad'zal de projectenstrategie aanspreken.De projectenstrategie is een typischpragmatische, incrementele strategie:knooppuntontwikkeling is een kwestievan `gewoon beginnen'. In de kern gaathet om concrete, beheersbare projectenmet een korte ontwikkelingstermijn,zonder een kaderstellend masterplan.Niet iedereen hoeft met iedereen sa-men te werken, maar in kleine verban-den met een beperkt aantal partijen.Dat maakt de procesgang relatief over-zichtelijk, maar verschuift de afstem-ming en co?rdinatielast vaak naar degemeente (die hiertoe niet altijd evengoed ge?quipeerd is). Juist door in kortetijd zichtbare resultaten te realiseren,ontstaat onderling vertrouwen in desamenwerking en raken partijen metelkaar verbonden.Het perspectief op investeringen gaatuit van de overtuigingskracht van klei-ne, zichtbare resultaten die betrokkenpartijen vertrouwen geven in elkaarsbereidheid om te investeren. Dat begintmet kleine projecten en investeringendie soms alleen publiek zijn, of geheelprivaat of al publiek-privaat. Doel isom een sneeuwbaleffect uit te lokkenvan diverse private investeringen vanmarktpartijen, bedrijven en groepenparticulieren.Sponsoren instationsgebied GoudaEen goed voorbeeld van zo'n projec-tenstrategie is het stationsgebiedvan Gouda. De Spoorzone van Goudais al jaren volop in ontwikkeling en degebiedsontwikkeling komt kavelgewijsgoed van de grond. Van kavel tot kavel.De gemeente heeft lef getoond doorhet nieuwe `Huis van de Stad' op eensteenworp afstand van het stationte realiseren. En dat blijkt weer hetvertrouwen te geven in nog meer ont-wikkelingen: een nieuwe bioscoop, eengrote kantoorgebruiker en aan de zuid-zijde een nieuwe supermarkt, nieuwefietsstallingen en groeit het plan vooreen nieuw stationsgebouw.De kwaliteit van de openbare ruimtein het stationsgebied dreigt echter hetkind van de rekening te worden. Met denieuwe, kavelgewijze ontwikkeling blijftde routing ronduit slecht, is er slechtoverzicht en weinig verblijfskwaliteit.Ruimtelijk gezien ontbreekt de samen-hang tussen bebouwing, verharding enstraatmeubilair. En vooral het herstelvan de relatie tussen station en hetoude stadscentrum wordt als belang-rijke opgave gezien door partijen. Debinnenstad zou bij de stationsdeurmoeten beginnen.Dat is de gedeelde visie van partijenin de Alliantiegesprekken over hetstationsgebied. Iedereen is van meningdat het zo niet langer kan, maar tegelijkvoelt niemand zich verantwoordelijkvoor die openbare ruimte. Institutio-nele partijen, NS en ProRail werken aanhun eigen opgaven, op hun eigen kavel,en binnen hun eigen competenties. Degemeente wordt probleemhouder ge-maakt, maar heeft evenmin voldoendefinanci?le middelen voor de openbareruimte. Via het Alliantiegesprek is ge-stuurd op een strategie voor de open-bare ruimte vanuit een gezamenlijkeambitie: Wat kunnen we samen orga-niseren? Wie kan wat bijdragen? Zekerin deze crisistijden zijn private partijenen ondernemers niet bereid om euro'sop tafel te leggen. Desgevraagd blijkenondernemers echter best bij te willendragen aan specifieke kwaliteitsingre-pen binnen de openbare ruimte. Wiedoet er mee voor dertig bomen langsde route naar het stadscentrum? Wiesponsort nieuwe zitbanken in hetgebied? Of wil de straatverlichtingvernieuwen? En dat vergt soms ook eenslimme kanteling van budgetten, waar-door het w?l kan. Door bijvoorbeeld eenslimme koppeling te maken met zorg-budgetten voor een goede looproutenaar het naburige ziekenhuis of eenbomenplantproject onderdeel te makenvan het onderwijsprogramma van eengrote scholengemeenschap in de buurt.Een dergelijke aanpak van co?peratievegebiedsontwikkeling staat nog in dekinderschoenen, maar biedt terdegekansen om `gewoon te beginnen'.Toch is er meer aan hand als we beterkijken. Die klassieke kloof tussenbeleid en praktijk, tussen Rijk, regioen lokale partijen lijkt te verschuivenmet de nieuwe generatie middelgroteknooppunten die in beeld komen, nude uitvoering van de zes grote sleu-telprojecten gaande is. In dit verbandlijkt eerder een kloof te groeien tussende institutionele partijen ? publiek enprivaat ? en de informele wereld vanlokale gebruikers, ondernemers engeorganiseerde particulieren die steedsbeter erin slagen om zich ? vooral viasociale media ? in co?peratieve >>16 2013/03 S+ROThema TODMeer uit de knoop halenverbanden te organiseren. Dit leidt toteen clash tussen de oude en een nieuweplanningscultuur die steeds scherpervoelbaar wordt. Op veel plekken zienwe dat gemeenten, NS, ProRail en groteontwikkelende partijen toch ernaarstreven dat alles weer te regisserenvalt: beheersbaar, vereenvoudigd, voor-spelbaar en winstgevend. Hetgeen inscherp contrast staat tot ondernemers,lokale initiatiefnemers, eindgebruikersen groepen eigenaren en particulierenin het gebied die vooral streven naarmeer ruimte, mogelijkheden en frisseondersteuning hiervoor: vaak tijdelijk,van onderop, opportunistisch ongere-gisseerd. Vaak benoemd als organischeof spontane stedenbouw.Dat het ene knooppunt niet hetandere is, dat wisten we natuurlijk alwel planologisch, vervoerskundig ofruimtelijk. Knooppunten verschillendus ook steeds meer in de cultuur vanhinderbron of bodemsanering tot hetmogelijk maken van tijdelijke bestem-mingen. Of van regelluwe zones totstimuleringspremies voor knooppunt-ontwikkeling.In het perspectief op investeringen ligtde nadruk op voorinvesteringen dooroverheden, hetgeen vaak een project-gerichte coalitie van diverse publiekepartijen vraagt. Die voorinvesteringenin betere condities zijn dan de basisvoor het marktgericht aantrekken vanprivate investeringen op termijn. Con-tinu?teit in het (voor)investeringsbeleidvan overheden geeft vertrouwen enbiedt meer zekerheid en minder risico'svoor private partijen en particulieren,die gemakkelijker tot initiatieven kun-nen komen.Herverkavelen rondNijmegen CSEen strategie voor de ontwikkelingvan de westzijde van station NijmegenCentraal kan de conditiestrategie goedillustreren. Tot op heden is de westzijdevan het stationsgebied een typische-achterkantsituatie: het station heeftmaar ??n toegang via de oostzijde naarhet stadscentrum. Dat maakt de west-zijde onderontwikkeld, laagwaardig enniet verbonden met het station. Daarkomt echter verandering in: vanwegeeen nieuw derde perron wordt de be-staande spoortunnel verlengt, waar-door het station ook aan de westzijdeeen toegang krijgt. Hiermee veranderthet eenzijdige station naar een twee-zijdig geori?nteerd station, met eennieuw gezicht aan de westzijde. Datkan naar verwachting grote conse-quenties krijgen voor de gebiedsont-wikkeling en voor de huidige eigenarenen gebruikers in het gebied ten westenvan het station.In dialoog met betrokken partijenzoeken we nieuwe mogelijkheden omherstructurering en transformatie vanhet westelijk gebied te stimuleren. Depotenties groeien, maar gemeente nochandere gebiedspartijen zijn in staat opeen traditionele wijze tot gebiedsont-wikkeling te komen. De gemeente zetin op `uitnodigingsplanologie', maar devraag is of de condities hiervoor weltoereikend en aantrekkelijk genoeg zijn.Hoe kunnen we de condities voor `uit-nodigingsplanologie' verbeteren? In eenconcreet praktijkexperiment verkennenwe mogelijkheden door via `stedelijkeherverkaveling' tot een betere eigen-domssituatie van grond en vastgoedte komen als basis voor de herontwik-keling. Stedelijke herverkaveling, naaranalogie van de agrarische ruilverkave-ling, staat voor het ruilen van gronden(en vastgoed) tussen (een collectiefvan) eigenaren in het gebied. Actievegrondverwerving, met bijhorenderisico's en benodigde budgetten, is danniet aan de orde. Het experiment laatzien dat via een slimme grondruil in hetwestelijk gebied ? via minnelijke weg? gronden zijn vrij te spelen voor deverkeersontsluiting of een nieuw stati-onsplein. Met stedelijke herverkavelingkunnen de basiscondities verbeterdworden in termen van grondeigendom,waardoor private partijen, bedrijvenen particulieren op een goede manierkunnen inspelen op de komst van denieuwe stationstoegang.Conditiestrategie Benadering: voorwaarden-scheppend, conditionerend Horizon: middellangeontwikkelingstermijn ? 10 jaar Proces: projectgerichte coalitievan publieke partijen Regie: centrale sturende rolvoor het Rijk (en gemeente) Uitvoering: doorwerking inandere ruimtelijke effecten Investeren: vertrouwen doorcontinuiteit investeringsbeleid Marktgericht aantrekken vanprivate investeringenSleutelen aan conditiesMet het oog op de lange ontwikkelings-termijn van knooppuntontwikkelingbiedt de conditiestrategie een anderperspectief. Deze strategie gaat uit vaneen voorwaardenscheppende aan-pak die vooral de condities verbetertwaarbinnen (her)ontwikkeling mogelijkwordt gemaakt. Dit vergt een actieverol van overheden om de ruimtelijke,juridische of financi?le condities teverbeteren waarin de private partijentot investeren overgaan. Dat kan gaanom van het verplaatsen van een grote2S+RO 2013/03 17Thema TODMeer uit de knoop halenIntegrale strategie Benadering: Samenhang ensynergie is basis voor kwaliteit Horizon: lange ontwikkelings-termijn > 15 jaar Proces: groot aantal partijen,complex ontwikkelingsproces Regie: centrale rol voor Rijk engrote private investeerders Uitvoering: Overtuigingskrachtdoor verleiding, imago, allure Investeren: kwaliteitsaanbodtrekt private investeringen aan Kwetsbaar door wederzijdseafhankelijkhedenKracht van verleidingHet meest vertrouwd, en wellichtmeest tot de verbeelding sprekend, isde integrale strategie. In deze stra-tegie zien we knooppuntontwikkelingals een groot, samenhangend projectwaarin functionele en ruimtelijkesamenhang en synergie de basisleggen voor kwaliteit. Dit vergt vaakde betrokkenheid van vele partijen,met een centrale rol voor het Rijk enenkele grote private investeerders.Dit biedt kansen voor een flinke kwa-liteitssprong voor het knooppunt,maar is ook kwetsbaar voor de sterkewederzijdse afhankelijkheden in hetontwikkelingsproces.Het perspectief op investeringenleunt sterk op de overtuigings-kracht van het integrale eindbeeld,dat die kwaliteitssprong verbeeldt.Investeringen worden vaak via eenpubliek-private samenwerking aljaren voorafgaand aan de uitvoeringvrijgemaakt voor de plan- en proces-ontwikkeling. Om uiteindelijk via hetverleidelijke kwaliteitsaanbod nogweer grotere private investeringenaan te trekken. Hoogwaardig aanbodschept de vraag. De aanpak van deNieuwe Sleutelprojecten past in dezeschool.Masterplan voor Den HaagLaan van NOIIn deze no-nonsense tijd van prag-matiek wordt gebiedsontwikkelingveelal teruggebracht tot organisch,spontaan of uitnodigend. Enkeleknooppunten verdienen echter eengrootse, integrale strategie. Dat geldtmijns inziens voor de stationsomge-ving van Den Haag Laan van NOI. Hiergroeit de urgentie om op een samen-hangende manier het geheel van NS-station, openbare ruimte, routing enfunctiemenging in het stationsgebiedaan te pakken. Het naburige Beatrix-kwartier is volop in ontwikkeling enis volgens de laatste ranking inmid-dels de tweede kantorenlocatie vanons land (na Zuidas). Het NS-stationverwerkt een groeiend aantal reizi-gers en de bediening met Intercity's isverbeterd.De slechte kwaliteit van het stationen de stationsomgeving staat echterin geen verhouding tot de hoogwaar-dige uitstraling van de kantoorge-bouwen in het Beatrixkwartier en deSchenkstrook. De verblijfskwaliteitvan de openbare ruimte blijft verachter en loop- en fietsroutes zijnonduidelijk, onveilig en onaantrek-kelijk. Naast gebrek aan menging metwinkels, horeca in de kantoorplinten,en woningen in het gebied kent hetmonofunctionele gebied een groei-ende `verborgen' kantorenleegstand:door bezuinigingen en het NieuweWerken komt er steeds meer ruimtevrij bij zittende kantoorgebruikers. Enals klap op de vuurpijl gaat het minis-terie van Sociale Zaken en Werkge-legenheid vertrekken en komt er in2015 ineens 65.000 vierkante meterextra kantooroppervlak op de markt.Dit alles kan allang niet meer or-ganisch of spontaan worden aan-gepakt. Het vraagt om een bredealliantie van institutionele partijen,publiek en privaat, die de competen-tie van lokale eigenaren ontstijgt.Het gaat om een bonte alliantie vangemeenten Den Haag en Leidschen-dam-Voorburg, NS en ProRail, HTM,Stadsgewest Haaglanden, het Rijkvia de RVOB en ministerie van IenM,en diverse grote kantoorgebruikers(onder andere Siemens, NationaleNederlanden, PostNL) in het gebied.Het Alliantiegesprek blijkt te helpenom de agenda's van alle afzonder-lijke partijen bij elkaar te krijgen. Eendialoog over urgenties leidt tot beterinzicht in elkaars prioriteiten enplanningen. Het blijkt dat de belang-rijkste partijen nog verschillen inde ambitie om Den Haag Laan vanNOI aan te pakken. Beeldvorming isverschillend over wat er n? nodig isin het gebied, en over elkaars rollenen verantwoordelijkheden hierin. Ditis aanleiding om vier verschillendeniveaus van ambitie te schetsen voorDen Haag Laan van NOI. Ambitieni-veaus als voeding om te bezien waarpartijen elkaar vinden en wellicht toteen gedeeld perspectief te komen.Dat kan een breed fundament leggenvoor een integrale strategie voor de(her)ontwikkeling van Den Haag Laanvan NOI, gericht op vernieuwing entransformatie van vastgoed, functie-menging en openbare ruimte.samenwerking: de manier waaroppartijen elkaar informeel vinden, degroepsdynamica die kan ontstaanen de wijze waarop ze in collectieveverbanden zoeken naar een slag-vaardige strategie die past bij huneigen stationsgebied en hun maniervan werken. 318 2013/03 S+ROThema TODMeer uit de knoop halenkwestie parkerenkwestie bebouwingkwestie bebouwing (zone)kwestie langzaam verkeerkwestie vervoerkwestie vervoer (zone)stationparkerenpark and ridefietsenstallingbusstation!sss0 100mNOverzicht van projecten binnen destationsomgeving van Gouda. Bron:Het Noordzuiden; gemeente Gouda e.a.Onder: Zicht op stationsgebied Goudamet het nieuwe Huis van de Stad.Foto: Loek van der KlisS+RO 2013/03 19Thema TODMeer uit de knoop halenOnder: Zicht op station Nijmegen metrangeerterreinen.Foto: Gemeente NijmegenBoven: Drie verschillende scenario'svoor stedelijke herverkavelingwestzijde station Nijmegen.Bron: Het NoordzuidenLinks scenario 1: maximaaluitgee baar. Midden scenario 2:optimale bereikbaarheid.Rechts scenario 3: openbare ruimtecentraal2 3120 2013/03 S+ROThema TODMeer uit de knoop halenstationstationspleinparkerenfietsparkerenpark and ridebushaltetreinspoorRandstadrailtramwoongebiedwoongebouwkantoorgebiedkantoorgebouwkantoor toekomstigbedrijventerreinbedrijfVoorburg NoordSchenkstrookBeatrixkwartierBezuidenhoutOVVSiemensHMONationaleNederlandenDHVINGNWONH HotelBPWTCMinisterie SZWBelastingdienstSenter NovemMNRegusCAK Monarch(II, III, IV)MinisterieBZKNationaalCyber SecurityCentrumICTUPost NLSdu uitgeversKoninklijkConservatoriumKPNSadeDeloitteBP0 100mNOverzicht van functies en grotegebruikers in Beatrixkwartieren Schenkstrook rond stationDen Haag Laan van NOI. Bron:Het NoordzuidenLinksboven: Slecht ontvangstdomein station Den HaagLaan van NOI. Linksonder: Uitstraling van stationsge-bouw past niet bij hoge kwaliteit van Beatrixkwartier.Rechtsboven: Geen heldere wandel- en fietsroutes.Rechtsonder:Belemmering voor looproute door onge-lijkvloerse tramlus en wildparkeren van fietsen.Foto's: Het NoordzuidenS+RO 2013/03 21Thema TODMeer uit de knoop halenhorecaretailstraatverlichtingafvalpuntcontrole/bewakingterrasladen en lossenkantoorhoreca/retail toekomstigwatergrasbomenietsparkerenpark and ridebushaltetramhaltestationsgebouwmaterialisatie Beatrixkwartieropenbare ruimteparkeren huidigparkeren toekomstigtreinspoorRandstadrailtramasfaltbebouwing bestaandAmbitieniveau BEHEER EN HANDHAVINGStationsgebied Den Haag Laan van NOIinfoinfoinfoKinfoinfoK0 mNinfoKAmbitieniveaus voor de herontwikke-ling van de stationsomgeving van DenHaag Laan van . 1 Ambitieniveau 1:beheer en handhaving. 2 Ambitieni-veau 2: opknappen en verfraaien.3 Ambitieniveau 3: herinrichtenopenbare ruimte. 4 Ambitieniveau4: transformatie van gebouwen engebruik. 5 Nieuw stationsplein enlooproute. Bron: Het Noordzuiden2354122 2013/03 S+ROThema TODLegitimatie enrealisatieTODLuca BertoliniUniversiteit van Amsterdaml.bertolini@uva.nlLuca Bertolini is hoogleraar aan deUniversiteit van Amsterdam, Facul-teit der Maatschappij- en Gedrags-wetenschappen, Afdeling Geogra ie,Planologie & Internationale Ontwik-kelingsstudies. Zijn onderzoek en on-derwijs richt zich op de integratie vantransport en ruimtelijke ordening.De foto's bij dit artikel zijn gemaaktdoor Wendy Tan (UvA) tijdens haarveldwerk in Perth, Portland, Vancou-ver en Kopenhagen.Harbour Centre, zwarte punt vandowntown Vancouver met gemendefuncties in hoge dichtheden bovende Waterfront Station, Vancouver,Canada.Legitimatie en realisatievan het TOD-conceptTransit Oriented Development ( )staat voor de afstemming tussen deontwikkeling van locaties en die vanverkeers- en vervoersnetwerken. Inhet bijzonder voor de concentratie vanruimtelijke ontwikkelingen rondomknooppunten waar openbaar vervoeren auto samenkomen. We weten dateen bijdrage kan leveren aan heteconomisch en sociaal functionerenvan stedelijke gebieden, door te zorgendat de belangrijkste bestemmingen opde best bereikbare plekken zijn. En weweten dat de mobiliteit duurzamerkan maken, door te zorgen dat de be-langrijkste locaties minder a hankelijkvan de auto worden. Dat klinkt allemaalprachtig, maar hoe krijgen we hetvoor elkaar? Hoe vinden we een wegin het woud van partijen en belangendat tussen droom en daad staat? Hoezorgen we ervoor dat niet alleendoor beleidsmakers of onderzoekersomarmd wordt, maar ook draagvlak inde samenleving kent? En hoe moet hetconcept ook inhoudelijk veranderenals we er vanuit dit implementatieper-spectief naar kijken? Het beantwoordenvan deze en soortgelijke vragen vergteen andere inhoudelijke toespitsingvan het onderzoek dan tot voor korthet geval was, maar ook een anderewijze van onderzoek doen. Recente-onderzoeksprojecten laten beideduidelijk zien.De potenti?le voordelen van integratietussen verstedelijking en openbaarvervoer zijn over het algemeen goedbeargumenteerd, en lijken in sommigecontexten ook bewezen. Bij de imple-mentatie ontstaan echter twee proble-men. Onvoldoende inzicht in de kansendie knooppunten bieden, zowel voorgebiedskwaliteit als voor vervoers-kwaliteit ? in het bijzonder voor desynergie daartussen. En onvoldoendeinzicht in de prikkels die partijen kun-nen bewegen om synergiekansen ookdaadwerkelijk te benutten. Het projectKnooppuntontwikkeling: Economischebetekenis en Institutionele prikkels( ), waarin de Universiteit van Am-sterdam de Vrije Universiteit en aantalpraktijkpartners participeert , en tweepromotieonderzoeken hebben dezevragen gepoogd te beantwoorden.AgglomeratievoordelenHans Koster onderzocht de invloedvan agglomeratievoordelen, stedelijkevoorzieningen en bereikbaarheid opde structuur en ruimtelijke ordeningbinnen steden. Hij ontdekte dat vooralWe hebben Transit OrientedDevelopment ( ) nodig. Knoop-puntontwikkeling krijgt veelmaatschappelijke aandacht. Maaris zeker niet nieuw. Al sinds dejaren 1990 heeft het een plek op deagenda. Anno 2013 staan de legiti-matie en realisatie van het conceptcentraal. Hoe krijgen we voorelkaar? Luca Bertolini geeft ant-woord op basis van wetenschappe-lijke onderzoeken.Beneden rechts: Woonwijkcentrum richting stationsingang bijAlbertslund Station, Kopenhagen,Denemarken.Boven rechts: Ontwikkeling bovenhet Island Brygge Station, Amager,Kopenhagen, Denemarken.Beneden links: Fietsenstalling onderde nieuwe metrolijn langs ?restadBoulevard, Amager Vest, Kopenhagen,Denemarken.Boven links: Fietsvoertuigvan de S-trein bij K?benhavnHovedbaneg?rd, hoofdstation vanKopenhagen, Denemarken.Boven midden: Danshoj Station,Kopenhagen, Denemarken.prijzen maar zorgt ook voor scheidingtussen rijke en arme huishoudens inhistorische buurten. De bereikbaar-heid met openbaar vervoer lijkt eenminder belangrijke invloed te hebbenop de locatiekeuze van bedrijven enmensen. Dit kan worden verklaarddoordat nieuwe stations vaak klein zijnen daardoor weinig bereikbaarheids-baten genereren. Stations kunnen ooknegatieve bijwerkingen hebben, zoalsde aanwezigheid van lelijke parkeerter-reinen, geluidsoverlast en een toenamevan criminaliteit, wat zelfs een negatiefeffect kan hebben op vastgoedprijzen.Naast de vele voordelen kleven erdus ook nadelen aan de opmars vanstedelijke voorzieningen. Door het toe-nemende verkeer slibben veel stedendicht. Investeren in openbaar vervoeren bundelen van ruimtelijke ontwikke-lingen nabij (trein)stations, zouden hiereen oplossing voor moeten bieden.De resultaten van Koster hebbenconsequenties voor beleid. Het lijktineffici?nt om subsidies te geven aanbedrijven die naar landelijke gebiedenverplaatsen, deze bedrijven negerenimmers de positieve agglomeratievoor-delen. Lokale overheden ontwerpenbeleid om bepaalde historische buurtenen gebouwen te beschermen. Dit leidttot positieve effecten voor de buurt.Ze moeten zich echter wel bewust zijnvan twee mogelijk negatieve aspecten.Deze buurten trekken namelijk dispro-portioneel rijke huishoudens aan, watkan leiden tot inkomenssegregatie. Ookzijn de kosten van bescherming voorhuiseigenaren aanzienlijk, dus alleen diegebouwen die voldoende baten gene-reren moeten beschermd worden. Tenslotte lijkt beleid dat zich volledig richtop de bouw van nieuwe stations enruimtelijke ontwikkeling daar omheenineffici?nt omdat de baten van eennieuw station gering zijn.2 >>agglomeratievoordelen en stedelijkevoorzieningen een belangrijke invloedhebben op de stedelijke structuur. Be-reikbaarheid lijkt een minder belang-rijke rol te spelen. Koster vergeleekhuizenprijzen, kantoorprijzen en werk-gelegenheidscijfers in verschillendeNederlandse steden.Door agglomeratievoordelen clusterenbedrijven vaak in stedelijke centra.Doordat bedrijven zich dicht bij elkaarvestigen, verlagen ze transportkostenvan goederen, mensen en kennis. Maarhet leidt ook tot hogere kantoorhuren.Niet alleen stedelijke centra zijn duur-der, maar ook hoge gebouwen. Een ge-bouw van 130 meter hoog kan zo dertigprocent duurder zijn dan een gebouwvan twintig meter. Dat wordt niet ver-klaard door locatie of kwaliteit, maardoor agglomeratievoordelen binnen hetgebouw en een landmark-effect: hogegebouwen zijn vaak bekende gebou-wen. Ook stedelijke voorzieningenspelen een belangrijke rol in de opmarsvan de stad Hoewel mensen graag in debuurt van voorzieningen wonen, waar-deren zij een hoge bevolkingsdichtheidvaak niet. Rijke huishoudens willen veelmeer betalen om in historische buurtente wonen. Dit verhoogt de woning-S+RO 2013/03 23Thema TODLegitimatie enrealisatieTODOnder: Retail en wonen in hogedichtheden pal naast LandsdownStation, Richmond, Canada.Rechts: Knooppuntontwikkelingingevuld met ontwerp vantoparchitecten in ?restad,Kopenhagen.Links: Kiezen voor multimodaliteit,hoek van SW Stark St en SW 10th Ave,Portland, Oregon, USA.24 2013/03 S+ROThema TODLegitimatie enrealisatieTODcombinaties, ze werken het beste wan-neer een mix van formele en informeleprikkels is ingezet. Veel voorkomendevoorbeelden zijn: Juridisch - Financieel: planologischeregelingen die dienen als leidraadvoor verdeling van overheidsfond-sen; belasting heffen op ongewenstemobiliteits- of locatiegedrag. Juridisch - Socio-Cultureel: institutio-naliseren van TOD-principes in visies,beleidsmaatregelen, en wettelijkekaders. Financieel - Socio-Cultureel: markt-partijen met financi?le voordelenlokken om te participeren in TOD-programma's of het maatschappelijkebelangen te dienen. Juridisch - Financieel - Socio-Cul-tureel: flexibele en marktgerichteorganisaties (priv?/publiek), gerichtop TOD.Een belangrijke onderliggende factorvoor deze vaak bijzonder harde en een-duidige keuzes is de aanwezigheid vanintensieve en brede maatschappelijkedebatten met politiek en publiek. Alsuitkomst van deze debatten zijn in devier casussen keuzes voor een duur-zame en leefbare toekomst gemaakt.TOD wordt gezien als een middel engeen doel op zich. De vier casussenlaten verder zien dat de weg naar deimplementatie lang en kronkelig is. Hetduurt minimaal 15 tot 25 jaar voordat er?berhaupt iets concreets is uitgevoerd.3InteractieEen belangrijke karakteristiek van heteerder genoemde KEI-project is dewerkwijze. Vanaf het begin is er eensterke interactie met de planningsprak-tijk geweest, vertegenwoordigd dooreen consortium waarin de gemeenteen Stadsregio Amsterdam, de provincieGelderland, de Stadsregio Arnhem Nij-megen, de NS, en adviesbureau Movaresparticiperen
Reacties