"%*..-.. ,,iFTHI, .td^i! i ,_gr*^^^.1^^*? --Mf^\aJi>...l*.."^t. 'i*k ?.?A'J' empo entv>?k'?;-om mensen te vermnaenVISIE VERTALEN IN HANDELECORGFOR CORPORATE AND PUBLIC WELLNESSTijdschrift voor de Volkshuisvesting14e jaargang, december 2008, nummer 6Onafhankelijk Tijdschrift voor de Volkshuisvesting.Bedoeld voor iedereen die actief is in en rond devolkshuisvesting in Nederland. Het tijdschriftverschijnt zes keer per jaar.Het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting komt totstand onder auspicien van het Nederiands Instituutvoor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting(Nirov) en onderzoekschool NethurRedactie-adresNirov, Postbus 30833, 2500 GV Den HaagTelefoon 070 - 302 84 47, fax 070 - 361 74 22E-mail: kokshoorn@nirov.nlBezoekadres: Mauritskade 23, Den Haagwww.nirov.nlHoofdredacteur Vincent SmitEindredactie Eduard Herkes {herkes@nirov.nl)Redactie Wim van Assenbergh, Marja Elsinga,Inge Drontmann, Jan Kammeyer, Hans Mersmann,Keimpe Reitsma, Henriette RomboutsRedactie Onderzoeksdossiers Gideon Bolt,Andre Buys, Marja Elsinga (voorzitter), Kees vander Flier, Jan van WeesepSecretariaatHelen KokshoornAbonnementen De abonnementsprijs bedraagt 70 per jaar en voor studenten 35. Personenwoonachtig in het buitenland betalen extraadministratiekosten per jaar Losse nummers zijnvia www.nirov.nl te bestellen voor 20,25, Nirov-leden betalen 13,50. Prijzen zijn exclusief BTW.Opzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 decembervan het lopende abonnementsjaar Bij niet-tijdigeopzegging wordt het abonnement automatischmet een jaar veriengd.AbonnementsadministratieNirov, Annemiek Nieuwenhuis, Postbus 30833,2500 GV Den Haag, tel. 070 - 302 8418,nieuwenhuis@nirov.nlUitgeverNirovAdvertentiesNirov, Martin de Heer, tel. 070 - 302 8449Vorttigeving en opmaakDupuis Communicatie, RotterdamDrukwerkproductiePlatform p Rotterdam5 Redactioneel121723Empowerment:Burger kan het niet op eigen houtjeRadboud Engbersen, Matthijs Uyterlinde, Ard SprinkhuizenGroot beleid op kleine schaalCock HazeuEmpowerment kan effect hebben op woonbeleidArjen ZandstraCorporaties als emancipatiemachinesLenny Vulperhorst2 9 VolkshuisdichtersAmsterdamsestraatweg, UtrechtDries Postma30 Interview met scheidend hoofdredacteur Vincent Smit'Corporaties hebben veel te lang op zelfregulering gehamerd'Eric Harms36 Aanpak in Oud Krispijn onder de loepLaat bewoner meehelpen om toekomst van wijk vorm te gevenPeter Pasmans, Erik Opdam, Len Duffhues41 Vrijwel alle Nederlandse gemeenten scoren positief tot zeer positiefLeefbaarometer: beter zicht op wat er echt speeltArjen Verweij, Sinisa Boksic, Kees Leidelmeijer en Gerard Marlet46 Concept van de maatschappelijke onderneming wordt breed omarmdCorporaties vermaatschappelijken: het hoort en het loontMarnix Croenland en Paul Doevendans5 0 Uit corporatiebestel treden niet noodzakelijk om er iets aan te veranderenBBSH is prima basis voor corporatiebestel nieuwe stijlVincent Gruis[31S3si(Foto omslag: Rob Niemantsverdriet)54 Vooral rol weggelegd voor provincie en gemeenteWie stapt er in het krimpende gat?Martijn Ubink en Maarten Georgius58 Network Bouwen en Wonen60 Agenda Bouwen en WonenISSN 1382-4112? Nirov?-)"*S!*,-i: "^^^?!(?K(^(-^?! "Gezocht:VANNIMWEGENbrengt het beste in je bovenvannimwegen.nlREDACTIONEELWijken! Steden?AI had ze veertig wijken, ze moest wij-ken. Over het aftreden van minister Vogeiaar en dewijze waarop dit plaats vond, is a! veel gezegd. Op debeleidsonderdelen "veertig wijken" en "integratie" is deminister uitvoerig doorgemeten. Ook aan de afzijdigheidvan het kabinet bij het aanpakken van noodzakelijkehervormingen in het woningmarktbeieid (uitruil in hetregeerakkoord tussen hypotheekrenteaftrek en huurbe-leid) zijn tailoze adviezen en congressen bestead. Maarwie in Nederland heeft onthouden dat deze minister ookverantwoordelijk is voor het grotestedenbeleid? Of ishier sprake van een beleid waarvan u was ontgaan dathet nog bestond?In het regeerakkoord (februari 2007) treft de opletten-de lezer de passage aan "het grotestedenbeleid zai wor-den voortgezet" Maar dan weten we nog niet wat erprecies wordt voortgezet. Evenmin weten we dan ietsover middelen en regelgeving.Deze vragen klemmen te meer na de overheveling vanhet grotestedenbeleid van Binnenlandse Zaken naarVROM. Wat is de stuurkracht van het grotestedenbeleidnu niet een bestuurlijk departement als BinnenlandseZaken maar een vakinhoudelijk departement als VROMdit beleid gaat leiden? Het ministerie van VROM legtdaarenboven de focus heel sterk op veertig geselecteerdewijken, zodat het zoeken is naar zoiets als stedenbeleid.Anderhalf jaar na de start van het kabinet, oktober 2008,is daar dan toch de brief over het nieuwe stedenbeleid.Het kabinet ziet hardnekkige en complexe opgaven in desteden en wil in partnerschap met de gemeenten deopgaven aanpakken. Er wordt gesproken van inhoudelijkebijdragen (wijken, thema's) en van meerjarig commitment(financiele middelen). Het kabinet ziet vooruitgang in desteden en ziet ook de decentralisatie en de beleidsruimtevoor de steden zelf als belangrijke verworvenheden.Maar kijken we vervolgens naar de invulling dan blijktdat bij de sociale pijier de leidraad "decentraliseren enherschikken" te zijn. Bij de fysieke pijier is de lijn"decentraliseren" en budgetverlaging, terwiji de econo-mische pijier geheel vervalt.Alleen bij het ISV is er sprake van echte euro's voor hetstedenbeleid, euro's die vanaf 2011 geruisloos in hetgemeentefonds zullen verdwijnenNiettemin spreekt de brief heel blijmoedig van een lijnvan "selectiever" en "actiever" beleid. Maar waaromdeze selectievere inzet tot een "actiever" beleid zou lei-den, wordt nergens duidelijk. Dit is wishful! thinking eneen poging de reductie te verbloemen. Op het speelveldvan de rijksoverheid is VROM alleen achtergebleven. Deandere spelers op rijksniveau zijn weg. VROM heeftveertig wijken en is nog de enige beschermheer van hetgrotestedenbeleid. Het beleid is "verwijkt" en het is"vervromd", maar- maakt u zich vooral geen zorgen -het regeerakkoord wordt uitgevoerd. Het grotesteden-beleid mag dus toegevoegd worden aan de verzamelingvan symbolisch beleid.Is er ook symbolisch beleid ten aanzien van de wens ommeer ruimte te geven aan de eigen kracht van bewo-ners? Over het thema "empowerment en wonen"wordt in elk geval wel nagedacht. In dit nummer treft uhierover vier artikelen aan. Is dat niet een beetje veel, zokort voor de kerstdagen? In opdracht van het ministerievan VROM hebben vier essayisten zich hierover gebo-gen en achtereenvolgens aandacht besteed aan debegripsvorming, aan wijkontwikkeling, woonbeleid ende rol van woningcorporaties. Deze essays zijn gereeden worden sinds mei 2008 ten departmente nauwgezetbestudeerd. Over de vraag of deze ook gepubliceerdworden, is men nog niet helemaal uitgedacht. Maar naruggespraak met het ministerie van VROM kunt u thanskennis nemen van de hoofdiijnen van deze stukken.In 2009 gaat het Tijdschrift voor de Volkshuisvestingonverdroten verder met beschouwingen over wonen,woningmarkt, stedelijke vernieuwing, de kredietcrisis ennog veel meer. De redactie gaat energiek voort. Ik ga navijf jaar hoofdredacteur te zijn geweest iets anders doen.Het was een waar en groot genoegen.Vincent Smit[5]aa3?aEMPOWERMENTHet huidige kabinet stelt het verheffen en verbinden van mensen centraal; twee kernfunctiesvan de verzorgingsstaat. Dat komt bij uitstek tot uitdrukking in de positie en opdracht van de(pro]"ect)minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Een zwrare klus, waar nu al een tweedeminister zijn tanden in mag zetten. Het verheffen en het verbinden van mensen is samen tevatten als 'empowerment'. Maar hoe kun je mensen 'wapenen' en activeren vanuit het WWI-en huisvestingsbeleid? Wat de rollen zijn van de buurt, de wijk en de stad, en hoe kan de rijks-overheid daarbij faciliteren? Vier auteurs geven hun visie hierover.Burger kan het nietEmpowerment staat of valt enerzijds met vertrouwen in de kunde en kracht van burgers,anderzijds met het besef dat professionele ondersteuning daarbij cruciaal is. Feitelijk gaat hetaltijd om de juiste balans tussen paternalisme en zelfsturing. Empowerment vraagt subtiliteit.aasJ3o>oouoo>?dRadboud Engbersen, Matthijs Uyterlinde,Ard SprinkhuizenDe auteurs zijn werkzaam bij de afdeling Trends enOnderzoek van MOVISIEEmpowerment. Op allerlei plekken duikthet woord op. In de aanpak van deiinquente jongeren,van huiselijk en seksueel geweld binnen gezinnen, in degeestelijke gezondlieidszorg en ook in het veertigwijken-beleid van het ministerie van Wonen, Wijken enIntegratie (WWI). Kern van empowerment is het opti-maal aanspreken en tot ontw/ikkeling brengen van deeigen kracht van burgers. Dit is geen nieuw gezichtspunt.In de geschiedenis van het sociaal beleid zijn veel voorlo-pers van empowerment aan te wijzen onder vlaggen alssociale verheffing, emancipatie, democratische socialeplanning, achterstandsbestrijding, sociale vernieuwing en'enabling'. En toch is het begrip waardevol.Empowerment richt namelijk de aandacht op het samen-spel tussen burger, sociale professional en beleidsmakerDit samenspel vormt de kern van empowerment. Opeigen houtje gaat het niet. Noch de kwetsbare burgerbereikt er wat mee, noch de sociale professional, noch debeleidsmaker met al zijn goede bedoelingen.Het begrip empowerment is vrijwel altijd verbonden metindividuen en groepen die zich in een situatie van achter-stelling en/of achterstand bevinden. Het begrip empo-werment bevat het zelfstandig naamwoord power, dat inhet Nederlands vertaald zowel 'kracht' als 'macht' bete-kent. Als werkwoordsvorm (to empower) betekent hetletterlijk 'in staat stellen'. Dit in staat stellen heeft tweekanten. Enerzijds dienen kwetsbare burgers de juistecompetenties te ontwikkelen om meer op eigen kracht inde samenleving te participeren. Anderzijds dienen zemacht te krijgen om zaken in de door hen gewensterichting te kunnen beinvloeden via vormen van mede-zeggenschap. Vooral bij het empoweren van groepen ligtveel nadruk op het tweede aspect. Empowerment kanderhalve worden opgevat als een sociaal-politiek conceptdat op twee benen staat. Het kent een dimensie vanl\^^^vlindividuele ontwikkeling (kracht) en een dimensie vancollectieve ontwikkeling in de richting van macht verkrij-gen over de eigen situatie.Empowerment is niet liet simpelweg over de schuttinggooien van taken door professionele instellingen richtingburger. Empowerment draait om professionele subtiliteiten het vinden van de juiste balans op een aantal terrei-nen. Zo ligt in liet beleid gericht op achterstandswijken tevaak de balans of eenzijdig bij experts dan wel bij bur-gers. Vooral de inbreng van de laatste wordt de laatstetijd misschien enigszins overschat. Of men geeft burgerswel medezeggenschap, maar vergeet te investeren in hetontwikkelen van hun talenten. Ook de juiste balans tus-sen territoriale, categoriale en individuele vormen vanempowerment is vaak zoek, en hetzelfde geldt voor hetjuiste evenwicht tussen vormen van paternalisme en lais-sez faire bij professionals. Een ander belangrijk punt is datprofessionals en beleidsmakers niet alle relevante hulp-bronnen van empowerment goed in het vizier hebben.Ook op dit punt is er onbalans. Bijna alle aandacht gaattegenwoordig uit naar werk, scholing en veiligheid, maargoede woningen, wijkvoorzieningen, woonomgeving,cultuur en religie als hulpbronnen voor empowermentworden systematisch onderschat. En tenslotte is de orga-nisatie van het sociaal beleid veel te ingewikkeld, omdatzoveel actoren, disciplines en deelterreinen er deel van uitmaken. Een empowermentbenadering - zo zullen wij indit artikel betogen - die deze onevenwichtigheden weette vermijden, kan veel meer dan nu het geval is succesboeken bij het opheffen van achterstanden in probleem-wijken. We werken in zeven punten onze visie uit.1 De paradox van empowzerment:zelfsturing met hulpHet begrip empowerment draagt een paradox in zich,want om te bereiken dat burgerszelfredzaam en zelfverzorgend worden, dienen ze teworden geholpen en ondersteund. Waar eindigt steun,zorg en hulpverlening en waar begint zelfredzaamheid?Een ding is duidelijk: burgers in een achterstandspositiekunnen zich niet als een Baron von Munchhausen aanhun eigen haren uit het moeras trekken. Ze hebben eenkracht van buitenaf nodig, een helper, vaak in de per-soon van een hulpverlener of andere sociale professional,maar soms ook in de persoon van een onderwijzer, huis-Empowerment betekentook het geven vaninvloed aan bewoners bijhet meedenken over hunwoonomgeving, of het nugaat om hun portiek,straat of buurt(Foto RobNiemantsverdriet)aa3J3EMPOWERMENTa3J3o>a?omeester, stedenbouwkundige of architect. Daarbij is hetessentieel dat deze helpers burgers niet als ondeskundi-gen zien, maar juist oog hebben voor hun kracht, en henvervolgens werktuigen in handen geven waarmee ze zeifweer sturing aan hun leven kunnen geven. Op hetmoment dat deze helpers tekort schieten, komt ook dezelfsturing van burgers niet van de grond. Het is heelbelangrijk dat deze helpers aanvoelen weike vorm vanhulp of ondersteuning in weike dosering noodzakelijk is.Goede helpers maken zelfredzaam, slechte helpersmaken afhankelijk.2 De kracht van burgersmobiliserenProfessionals die betrokken zijn bij empowerment dieneneen scherp oog te hebben voor de krachten die burgersen de doelgroepen waar ze deel van uitmaken, bezitten.De kunst is te zien wat de verstandelijk gehandicaptewel kan, de tiener die uit het vmbo gevallen is, of delangdurig werkloze die tot het granieten bestand van debijstand behoort. Oog hebben voor de potenties van hetnetwerk van Turkse vrouwen, de talenten van ouderesenioren en de hangjeugd op het plein. In de woordenvan Hutschemaekers (2001) - schrijvend over de geeste-lijke gezondheidszorg -, 'empowerment staat voor deversterking van de gezonde kant van de client'. Daarbij ishet belangrijk om de juiste hulpbronnen aan te reikenom het aanwezige potentieei optimaal tot ontplooiing telaten brengen - en daarna is het aan de burger zelf.Waarbij volledige zelfredzaamheid een illusie is. Zeker inhet geval van zeer kwetsbare burgers is periodieke bij-stand of zelfs een permanente onderhoudsverplichtingnodig. Denk aan mensen met ernstige lichamelijke ofverstandelijke handicaps. Bovendien: in absolute zin isniemand volledig zelfredzaam. Mensen zijn op elkaaraangewezen. Maar steeds geidt: hulpverlener of socialeprofessional, zorg dat je van het toneel verdwijnt zodradat kan - maar houd wel een oogje in het zeil.3 Burgers zeggenschap gevenover de eigen situatieEmpowerment is, naast het ontwikkelen van de krachtvan burgers, ook gericht op het geven macht en zeggen-schap aan burgers en groepen op achterstand, juist omhun greep op de eigen situatie te versterken. Dit bete-kent de inzet van strategieen waarin burgers serieusdelen in de macht. Het is aan lokale overheden en maat-schappelijke organisaties om hun die ruimte geven. Alsdat niet op een serieuze wijze gebeurt, kunnen halfslach-tige empowermentstrategieen op den duur negatieveruitpakken, dan wanneer ze achterwege waren gelaten.Dit geldt ook voor het geven van invloed aan bewonersbij het meedenken over hun woonomgeving, of het nugaat om hun portiek, straat of buurt. De kunst is altijdzoveel mogelijk wijkbewoners te mobiliseren, van Jongtot oud, van migrant tot witte senior, van arm tot meerbemiddeld. Ook hier kunnen burgers hulp gebruiken bijhet vormgeven van hun stem of bij het meedenken overwijkplannen en -activiteiten. Er bestaan tal van interes-sante ateliervormen waarin experts met burgers samennadenken over wijkplannen, of methoden waarin wijkbe-woners budgetten krijgen om helpers in te huren.Empowerment is dus ook: de kracht van burgers combi-neren met de expertise van experts. Daaruit kunnenmachtige allianties ontstaan.4 Territoriale, categoriale en indi-viduele vormen van empower-ment dienen in balans te liggenEr is empowerment van individuen en van doelgroepen.Empowerment van individuen vindt op allerlei plekkenplaats. In activeringstrajecten naar werk, in de geestelijkegezondheidszorg, en in tal van disciplines die verbondenzijn met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning(Wmo), zoals de maatschappelijke opvang (vrouwenop-vang, zwerfjongeren, dak- en thuislozen), het maat-schappelijk werk en de verslavingszorg. Steeds staat eenindividueel traject of behandelprogramma centraal. Bijempowerment van doelgroepen gaat het om groependie enkele kenmerken gemeen hebben of die een geza-menlijk belang hebben, denk aan ouderen in een sociaalisolement, psychiatrisch patienten, daders en slachtoffersvan huiselijk geweld of aan de groep licht verstandelijkgehandicapten in begeleide woonvormen. Meer recentzijn Marokkaanse probleemjongeren, witte senioren innaoorlogse wijken en de eerste generatie allochtonevrouwen populaire doelgroepen van beleidsmakers. Eendoelgroep kan heel omvangrijk zijn, maar ook beperkt inomvang, bijvoorbeeld in het geval van jeugdige pleinge-bruikers of zwerfjongeren.Bij empowerment van doelgroepen is er nog verderonderscheid te maken tussen een categohale en een terri-toriale variant. Bij de territoriale variant gaat het altijd om'de wijkbewoner'; soms om een subcategorie van dezedoelgroep, zoals in het geval van straatbewoners, portiek-bewoners of pleingebruikers. 'De wijkbewoner' is sindsjaar en dag zeer populair bij beleidsmakers.Empowerment van wijkbewoners is vooral gericht op huninbreng bij het mee helpen opiossen van leefbaarheid-kwesties en het tot ontwikkeling brengen van onderlingehulp- en steunnetwerken. Denk aan allerlei acties waarbijwijkbewoners zich inzetten voor het schoon, heel en vei-iig maken van hun buurt, maar ook aan vitale ouderendie leeshulp zijn op achterstandsscholen, aan buurtgeno-ten die op huisbezoek gaan bij eenzame ouderen, en aanouders die elkaars kinderen opvangen. Daarnaast biedt dewoonomgeving mogelijkheden om het sociaal kapitaalvan weerbare burgers aan te spreken als bron van empo-werment voor burgers die zwakker staan. Vooral binnende context van gemengde scholen en andere gemengdesettings kunnen middenklasse-ouders ouders die meer opEMPOWERMENTachterstand staan in praktische zin helpen, maar juist ookhelpen hun horizon te verruimen.Op liet moment dat het gaat cm het wegwerken vanacliterstanden of het aanpakken van ernstige problema-tiek, is een doelgroepenbenadering op zijn plaats. Daarbijis het belangrijk goed na te denken of dat ook echtnodig is, en of de juiste categorie gekozen wordt. Heeftmen te maken met 'baldadige pubers', 'criminele jonge-ren' of 'Marokkaanse probleemjongeren'? De interven-ties bij een categohale benadering zijn bijna aitijd zwaar-der dan de lichte interventies gericht op het aansprekenvan de kracht van wijkbewoners. In veel gevallen kanniet exclusief voistaan worden met een doelgroepenbe-nadering, en is juist ook een individueel behandeltrajectnodig. Het individuele traject heeft op zijn beurt vaakweer een zwaarder karakter dan interventies gehcht ophet empoweren van groepen.Wie kwetsbare burgers wil empoweren in achterstands-wijken dient de verschillende niveaus van empowermentgoed in het oog te hebben, op elkaar te laten aansluitenen in evenwicht met elkaar te brengen. Bij een verstoordevenwicht schiet empowerment van burgers in achter-standswijken tekort. Momenteel ligt een zwaar accent opde territoriale categorie van de 'wijkbewoners' - maar dewijkbewoner is met dit perspectief maar beperkt gehol-pen als hij de gedaante heeft van een overbelaste man-telzorger of een vereenzaamde hoogbejaarde. Dan is hijof zij beter geholpen met een doelgroepenbenadering ofindividuele benadering van empowerment. Hetzelfdegeldt voor werkloze probleemjongeren. Nagel ze nietvast in hun wijk, maar breng ze naar opieidingsplaatsenbinnen bedrijven die bijna aitijd buiten de wijk liggen enhou ze vast op (v)mbo scholen -die ook aitijd buiten dewijk liggen, of in ieder geval niet aan de wijk gebondenzijn. Maar blijf ze tegelijkertijd als wijkbewoner zien enrealiseer vanuit dit perspectief een goede vrijetijdsinfra-structuur dicht op de piek waar ze wonen. En blijf zebovenal zien als individuen die enorm geholpen zijn bijeen op hun situatie toegesneden traject.5 Neem alle hulpbronnen inogenschouwBij empowermentstrategieen dient het hele palet aanhulpbronnen in ogenschouw te worden genomen. Tevaak wordt gefocust op de arbeidsmarkt en het onder-wijs als bronnen. Maar ook kansrijke interventies binnenandere hulpbronnen zijn in te zetten. Daarbij is te den-ken aan hulpbronnen als een goede woning, wijkvoorzie-ningen, woonomgeving. veiligheid, gezondheid, socialerelatie, religie, kunst en cultuur. Een goede woning kaneen geweldige hulpbron zijn voor mensen in een achter-standspositie. Vanuit een gehohge, krappe woning is hetBurgers hebben vaak hulpnodig bij het vormgevenvan hun stem of bij hetmeedenken over wijk-plannen en -activiteiten(Foto RobNiemantsverdriet)191att3OEMPOWERMENT1101aas>moeilijk je te emanciperen. De hulpbron wijkvoorzienin-gen is evengoed belangrijk, denk bijvoorbeeld aan biblio-theekfilialen of Cruyff courts en speluitleencontainersvoor stadskinderen. Hun aanwezigheid zorgt ervoor datjongeren elders kunnen studeren als ze thuis geen goedepiek hebben, dat vrouwen buiten het zicht van hun echt-genoot of de sociale controle van de familie zich kunnenontwikkelen en dat kinderen veilig buiten kunnen spelen.Zie verder het enorme beiang van de woonomgeving,met veilige, goed ingerichte pleinen, plantsoenen, speel-tuinen en parken, w/aar zowel ouderen als kinderen zichthuis voelen, en waar kinderen en jongeren na schooltijd,in vakanties en in weekenden gebruik van kunnenmaken die thuis nauwelijks gestimuleerd w/orden tot spe-len en sporten. Maak de omgeving ve/7/g en een angsti-ge senior kruipt uit de schulp van zijn woning en kanweer in sociale zin zijn vieugels uitslaan. Maak gebruikvan vormen van 'community art' - denk aan buurtsoapsof wijktheater - ze kunnen het begin zijn van een eman-cipatietraject (hulpbron kunst en cultuur). Zie het poten-tieel van migrantenkerken, die voor hun leden eenbelangrijke gidsfunctie in de samenleving kunnen vervul-len en waardevol sociaal en cultureel kapitaal aan hunleden doorgeven (hulpbron religie). Kortom, bezie depotentie en de kracht van alle mogelijke hulpbronnen enwendt ze aan daar waar dat nodig is. Hier wordt eengroot beroep gedaan op de inventiviteit van sociale pro-fessionals.6 De organisatie van empower-ment dient zo eenvoudig moge-lijk te zijnOmdat veel organisaties bij de verschillende hulpbronnenvan empowerment betrokken zijn, dient ervoor gewaaktte worden dat de organisatie van het geheel niet te inge-wikkeld wordt. In het slechtste geval worden kwetsbareburgers en groepen in achterstandswijken met een schothagel aan slecht op elkaar afgestemde interventies bena-derd. Vaak lopen er zoveel hulpverleners, welzijnswerkersen adviseurs door hun buurt dat burgers door de bomenhet bos niet meer zien. Het resultaat: gebrek aan slag-kracht, waardoor empowerment van kwetsbare burgersniet van de grond komt. Gemeenten , maatschappelijkeinstellingen en woningcorporaties staan voor de opgaveom meer samenhang aan te brengen in hun activiteiten.Heel belangrijk bij de organisatie van empowerment isom het perspectief van burgers centraal te stellen.Discussies over organisaties verzanden al te vaak in deverzuchting 'hoe kunnen we burgers toch betrekken bijonze initiatieven?' Probeer de vraag in eerste instantieom te draaien: hoe kunnen wij als professionals het besteaansluiten bij noden en initiatieven van burgers?Principes van frontlijnsturing moeten hier richtinggevendzijn. Richt de focus en formuleer heldere opgaven, for-meer vitale coalities met maatschappelijke partners (cor-poraties, centra voor werk en inkomen, zorginstellingen,scholen), en zet frontlijnteams in met subtiliteit en han-delingsbekwaamheid en handelingsruimte.Empowerment van burgers in achterstandswijken vraagtniet om ingrijpende stelselherzieningen, maar professio-naliteit, kwaliteit en coordinatie op alle niveaus: beleids-matig, bestuurlijk en in de uitvoeringspraktijken van defrontlinie.7 De balans tussen paternalismeen zelfsturing dient preciesgoed te zijnIn het geval van empowerment is de opgave een balanste vinden tussen teveel paternalisme (betutteling, verzor-ging) en een afzijdige laissez-faire houding, want deburger zou het veel beter zelf afkunnen. Dat kan de bur-ger niet op eigen kracht, en zeker niet de burger die zichin een kwetsbare positie bevindt. De laatste heeft sturingnodig, maar wel zodanig, dat hij zo snel mogelijk(gedeeltelijk) weer het stuur kan overnemen.Empowerment staat of valt enerzijds met vertrouwen inde kunde en kracht van burgers, anderzijds met hetbesef dat professionele ondersteuning daarbij cruciaal is.De reflex 'laat het aan de burgers zelf over' is naief. Hetis naief om het beheer van een complex in hun handente leggen, of te verwachten dat een multiproblemgezinzichzelf uit het dal trekt. Maar de reflex 'dat laten weaan de hulpverlener over' is even improductief.Empowerment vereist een type helper dat weet om tegaan met het grote dilemma op het terrein van maat-schappelijke zorg aan mensen: aan de ene kant mensenhelpen en beschermen, aan de andere kant hun zelfstan-digheid stimuleren. De geschiedenis van het sociaalbeleid laat zien dat die balans vaak niet gevonden is.Ofwel men schiet door naar een zeer paternalistischehouding, ofwel men laat de teugels vieren onder hetmom van zelfsturing. TerwijI het altijd gaat om de juistebalans tussen paternalisme en zelfsturing. Empowermentvraagt subtiliteit.(Dit artikel is een bewerking van de publicatie Tussen paternalis-me en zelfsturing. inhoud geven aan empowerment in achter-standswiiken, die december 2008 bij MOVISIE zai verschijnen.Radboud Engbersen wordt op 1 januari 2009 programmaregis-seur van de Stichting Experimenter! Volkshuisvesting).Hutschemaekers, Giel (2001), Onder professionals. Hulpverlenersen clienten in de geestelijke gezondheidszorg. Oratie. Nijmegen:SUN.KWH groeit!KWH staat voor Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector.De vereniging KWH is het kwaliteitscentrum van, voor en doorcorporaties en lieeft meer dan 200 leden. KWH begeleidt eninspireert woningcorporaties bij het werken aan kwaiiteit enbrengt voor woningcorporaties de waardering van bun klantenen belanghouders in beeld.KWHrMaak kennismet kwaiiteitr #.'%0'^'"" 't^iJer uitbreiding van ons team zoeken wij een gedreven:ponsultant Maatschappelijk auditorInet onderzoeks- en adviesvaardigheden met onderzoeks- en adviesvaardighedenn deze functie ben je actief in het benaderenan nieuwe klanten en het onderhouden vaniontacten met bestaande klanten. Je speelt eenbelangrijke rol in de uitvoering van audits voorhet KWH-MaatschappijIabel, Participatielabel ende Visitatiemethode. Je levert een procesmatigeen inhoudelijke bijdrage aan de nieuweproducten en diensten van KWH. Je begeleidtwoningcorporaties bij het werken aan kwaiiteit.De prestaties van een woningcorporatie wordenperiodiek beoordeeld door een externe visitatie-commissie. Als maatschappelijk auditor ben je despil in onze unieke KWH-visitatie. Je stelt visitatie-commissies samen en je fungeert als projectleider.Je initieert in die rol alle facetten van het visitatie-proces, je bewaakt de planning, voert Inhoudelijkegesprekken bij corporaties en hun belanghoudersen schrijft inhoudelijke visitatierapporten'/?!ProfielWij verwachten veel van onze nieuwe collega. Je hebt een afgeronde academische opieiding enaantoonbare kennis van en/of ervaring in de corporatiesector en haar maatschappelijke omgeving. Je hebthart voor en verstand van de maatschappelijke prestaties van woningcorporaties en je bent op de hoogtevan de ontwikkelingen in de sector. Je bent een krachtige persoonlijkheid en je kunt op directieniveaubij corporaties contacten leggen en onderhouden. Jij bent voor hen dan ookeen gelijkwaardigegesprekspartner. Je uitstekende sociale, communicatieve, onderzoeks- en adviesvaardigheden komenhierbij van pas. Verder ben je analytisch sterk, goed in staat complexe onderzoeksprocessen vorm tegeven en rapporten te schrijven.ArbeldsvoorwaardenDe juiste collega kan rekenen op een passend salaris conform de CAO woondiensten, een 36-urigewerkweeken goede secundaire arbeidsvoorwaarden.Geinteresseerd?Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Erwin Bel, directeur bestuurder,telefoonnummer 010 282 70 88. Wil je reageren, stuur dan een brief en CV naar KWH, t.a.v. Erwin Bel,Postbus 4000, 3006 AA Rotterdam of per e-mail naar kwh@kwh.nl.Meer informatie over KWH vind je op www.kwh.nl.EMPOWERMENTGroot beleid op kleineHet huidige kabinet stelt het empoweren van mensencentraal. Dat komt bij uitstek tot uitdrukking in depositie en opdracht van de (project)minister voorWonen, Wijken en Integratie. De vraag is dan hoe jemensen kunt 'wapenen' en activeren vanuit het WWI-en huisvestingsbeleid. En de vervolgvraag is wat derollen zijn van de buurt, de wijk en de stad, en hoe derijksoverheid daarbij kan faciliteren.Cock HazeuBureau voor Institutioneel-Economisch Onderzoeken Advies (lEOA):i2ias3Het begrip 'empowerment' overkoepeltbegrippen als: verheffen, verblnden, participatie, emanci-patie, actief burgerschap, sociale stijging^ Het empowe-ren van mensen kan en meet in verschillende maatschap-pelijke verbanden worden vormgegeven en ondersteunddoor verschillende bestuursniveaus. Burgers zelf, de civilsociety, met belangrijke 'sociale spelers' als wooncorpo-raties en scholen, en verschillende overheidsgeledingenhebben dus een rol. Ondanks de zware opdracht die deregering zich zelf heeft gesteld, staat in de hele verzame-ling van actoren de rijksoverheid als regel niet voorop.Toegepast op wijken en buurten is de rijksoverheid hoog-uit aan zet bij grootschalige en hardnekkige cumulatievan problemen. Het 'normale' patroon zai echter zijn datgemeenten en sociale spelers met 'regulier' beleid de'normale' problemen in wijken aanpakken. Het lokalebestuursniveau zit er dichter op, kan zich makkelijkerveroorloven om minder geformaliseerd te opereren, enom ruimte te geven aan street level bureaucrats, 'stads-mariniers', ambtelijke 'ontstoppers', en dergelijke figuren.Toegepast op wijkniveau is de meest integrale benade-ring van empowerment dat mensen sociale stijging reali-seren, zowel op het gebied van wonen, opieiding alswerk. Een groot palet aan fysieke en sociale factorenkunnen allemaal een groot of klein beetje bijdragen aandie nagestreefde sociale stijging. Het gaat dan zowel om'harde' (fysieke) als zachte' (sociale) factoren, waarbij deharde factoren met name zaken van bouw en infrastruc-tuur betreffen. Hoewel de veronderstelling is dat al dezefactoren kunnen bijdragen aan sociale stijging, kan in hetalgemeen niet al te nauwkeurig worden vastgesteld watprecies de bijdrage van ieder van die factoren afzonder-lijk is. De redenering is dus eerder omgekeerd en defen-sief: als bepaalde factoren veronachtzaamd worden, kandat makkelijk leiden tot een mislukking van een empo-wermenttraject.'De wijk' en 'de buurt' zijn sinds de jaren negentig -denk aan de 'Sociale Vernieuwing' - in zekere zin heront-dekt als locaties van verbinding, met name ook interetni-sche verbinding. Het is wellicht makkelijker om op een'nabije piek' straat-, buurt-, wijk- of stadsburger te zijndan om zich als 'Nederlands' staatsburger te identificeren- de totstandkoming van de verbinding met Nederlandduurt eerder vaak generatie(s)lang. De wijk, de buurt, deschool zijn dan stuk voor stuk te zien als routes van iden-tificatie: om de eigen kracht te bepalen, en de positie tenopzichte van Nederland. Scholen kunnen een belangrijkerol spelen, omdat ze het meest aanwezig zijn als publiekevoorziening en ontmoetingsplaats in wijk en buurt. Detoenemende schoolsegregatie in Nederland is mededaarom een probleem dat veel krachtiger aangepakt zoumoeten worden^.ZelforganisatieIn de huidige samenleving zijn (doel)groepen van beleidminder uniform en lastiger te identificeren^ en hebbenvormen van 'groepsbeleid' minder legitimiteit hebbendan vroeger. Tegen die achtergrond is er geleidelijk eensteeds omvattender beleid ontwikkeld gericht op (grote)steden, wijken en buurten. Dus niet per se omdat er opstads-, wijk- en buurtniveau betere oplossingsmogelijk-heden voor maatschappelijke problemen voor handenzijn, maar omdat andere aansnedes en bijbehorendeinstrumenten aan potentieel hebben ingeboet.Die geest spreekt ook uit het WRR-rapport Vertrouwenin de buurt uit 2005. Dat rapport vroeg met name aan-dacht voor de mogelijkheden van zelforganisatie vanmensen dat op kleinschalige niveaus aanwezig is, en datop de 'hoge' Haagse niveaus en in grote opgeschaalde(uitvoerings)organisaties niet altijd voldoende wordtgezien en/of erkend. Het achterliggende idee is dat alsEMPOWERMENTschaalen wanneer dit opiossingspotentieel meer wordt aange-boord, dit kan bijdragen aan de sociale cohesie in desamenleving. Als overheid, burgers en organisaties alle-maal liun verantwoordelijkheid nemen, en zicli niet acli-ter elkaar verschuiien, zou dat liet sociale en politiekevertrouwen in de samenleving bevorderen. Actief buurt-en wijkburgerschap vormt ook de basis voor burgerschapin de grotere verbanden van stad en land. Dit idee isover komen waaien uit de VS waar men vanaf de jarentachtig ervaring opdeed met programma's alsCommunities That Care en Developing CommunitiesProjects, waarin - om eens een naam te noemen - BarackObama in Chicago actief was.ook in de teneur dat bestuurders en organisaties steedsvaker op buurt- en wijkniveau initiatieven ontplooien ombuurtbewoners meer met elkaar in contact te brengen.De basisgedachte in alle eenvoud is: onbekend maaktonbemind; dat kan dus alleen maar beter. Die buurtiniti-atieven lopen zeer uiteen; in wezen vormt het een grootexperiment waar maar gekeken moet worden wat werkt.Uit deze 'laat duizend bloemen bloeien'-aanpak kunnenen moeten natuurlijk wel lessen getrokken worden, zoals:(1) formuieer duideiijk de problemen, de doelstellingenen de instrumenten en hun onderlinge samenhang;(2) doorbreek verkokering tussen betrokken instellingen;(3) zet de beste mensen op de grootste problemen".Mensen moeten ideali-ter een wijk en eenbuurt als 'hun' wijk en'hun' buurt beschou-wen; dat is eenkernelement van buurt-burgerschap(Foto: RobNiemantsverdriet)3sio>Het ministerschap voor Wonen, Wijken en Integratie(met integratie als onderdeel van dit projectminister-schap; en niet bij Justitie of Binnenlandse Zaken) pastDe 'lichtste' verschijningsvormen om op buurtniveau ver-binding tussen mensen tot stand te brengen zijn buurtfes-tijnen, buurtbarbecues en andere buurtevenementen. HetEMPOWERMENT:i4)aa3doel is - ais regel in kansarme wijken - dat anoniemebuurtbewoners elkaar (meer) gaan ontmoeten, waarmeede condities worden gegenereerd die wederzijdse identifi-catie bevorderen. Evaluaties van de ervaringen die inmid-dels zijn opgedaan, leren dat hier geen wonderen vanverwacht mogen worden. Het nadeel van dit soort initia-tieven is dat ze niet voidoen aan de eisen van functionelenoodzakelijkheid, herliaaibaarheid en relatieve gelijkwaar-digheid die noodzakelijk zijn voor het in gang zetten vanwederzijdse identificatieprocessen. Daarom zulien deeffecten hoogstens tijdeiijk en als regel vluchtig zijn.Initiatieven op het gebied van scholing en arbeidsmarktvoidoen wel aan deze eisen; er is daarom veel voor tezeggen om met buurt- en wijkbeleid te komen waarbijverheffen en verbinden hand in hand kunnen gaan. Deverbindingsfunctie lift dan als het ware mee met de ver-heffingsfunctie.Behoorlijke huisvesting kan een basisvoorwaarde zijnvoor verheffing, maar hoe plausibel dat ook lijkt, degevonden empirische causaliteit is niet heel sterk: beterehuisvesting leidt niet 'automatisch' tot betere resultatenop het gebied van scholing en arbeidsmarkt^. En ook decausaliteit tussen de herstructurering van een wijk en eenverbeterde leefbaarheid en veiligheid is niet erg sterk.''Mogelijk moeten deze samenhangen over een veel lan-gere periode bekeken worden, maar we komen hier ookop het punt dat het hoe dan ook niet eenvoudig tebepalen is waardoor wijken 'op achterstand' zijn geko-men. In sommige wordt generatieslang armoede doorge-geven en ontwikkelt zich een bijbehorende leefstijl, maarHoogvliet of Pendrecht bijvoorbeeld zijn nog niet eens zoheel lang geleden begonnen als keurige Rotterdamsemiddenstandswijken. En al evenmin laat de empirie vanwijkonderzoek veel stevige causale samenhangen zienover hoe achterstanden weg te werken: alles wat wedoen helpt hooguit kleine beetjes. Er is, kortom, niet eendominant, altijd werkend recept.Er lijkt dan ook geen reden te zijn om een te simplistischbeeld te koesteren van: als we nu maar tien jaar lang de30, 40 of 56 meest problematische wijken weten aan tepakken, dan is er een problematiek blijvend opgelost.Daarvoor is de problematiek van sociaal-economischeachterstand, en de (ongelijke) ruimtelijke neerslag ervan,te complex en zijn er ook altijd waterbedeffecten'.Om nauwkeurig(er) vast te stellen waar de rijksoverheid,en in het bijzonder de minister van WWI, een rol moetspelen, is het van belang om vast te stellen welke wijk-problematieken we op het netvlies te hebben. Tweehoofdfactoren spelen daarbij een rol:1) de schaal, omvang, gecompliceerdheid en cumulatievan problemen die men op wijk- (buurt-, dorps-)niveau aantreft;2) de oorzaken van wijkproblematieken. Immers, wienaar 'wijkproblematiek' en 'wijkbeleid' kijkt, heeftdaarmee gekozen voor een ruimtelijke aansnedevoor het in beeld brengen van bepaalde maatschap-pelijke problemen die spelen in de verzorgingsstaat,maar daarmee is 'de wijk' of 'de buurt' niet per se deenige of eerste veroorzaker van die problemen.Onder wijkproblematiek worden soms problemengeschoven die wezenlijk van een andere schaal zijn.In de eerste plaats kunnen er benedenwijkse proble-men zijn: bijvoorbeeld Individuen of groepen dieovedast in een buurt of wijk veroorzaken en daareen storing in het woongenot teweeg brengen, maarwaar eigenlijk geen buurt- of wijkoorzaak aan tengrondslag ligt. Zo hebben binnensteden soms lastvan brommerjeugd uit buitenwijken die zich onttrek-ken aan de ogen van hun opvoeders. Ook hetomgekeerde speelt maar al te vaak, namelijk dat erbovenwijkse problematieken aan bepaalde wijkenworden toegeschreven omdat die er meer mee tekampen hebben dan andere. Soms is er door pro-bleemaccumulatie inderdaad een zelfstandig 'wijkef-fect' ontstaan, maar ook dan blijven sociaal-econo-mische factoren van belangrijke invloed. Dat zijn fac-toren waar de overheid wel enige invloed op heeft,maar waar vaak andere departementen dan VROMhoofdrollen spelen.Wanneer we naar de praktijk kijken, zien we een breedpalet aan wijk- en buurtinitiatieven. Aan de ene kant zijner veel initiatieven die kleinschalig en fijnmazig van aardzijn. Zeker in de (verreweg meeste) wijken waarin hetsociaal weefsel intact is, is de civil society onverminderdaanwezig en werkzaam. Aan de andere kant van hetpalet zijn er ook grootschalige en integrale projecten,zoals de herstructurering van de naoodogse Rotterdamsewijk Hoogvliet, waar de uitvoering van het geheel zichEMPOWERMENTover meer dan vijftien jaar voltrekt en alle inwoners, soci-ale spelers en meerdere overheidslagen bij betrokkenzijn. Wat met name de kleinschalige projecten betreft, zieje vaak dat hun al dan niet succesvolheid door min ofmeer toevallige factoren wordt bepaald: weet men deweg te vinden?; komt er goede samenwerking tussenmensen en partijen tot stand?; ontstaan er combi's vanbijvoorbeeld een wethouder, geinteresseerde ambtena-ren, actieve wijkbewoners die er hard voor gaan lopen,elkaar geen vliegen afvangen, maar successen gunnen?Bij het succes van deze en dergelijke projecten is de toe-valiigheidsfactor dus groot.IngezoomdWe moeten er natuurlijk we! proberen lessen uit te trek-ken, maar tegelijkertijd oppassen om te snel en te veel teveralgemeniseren. De zaken waar we het hier immersover hebben, zijn vaak subtiel en kleinschalig van aard,zodat overai toepasbare 'instrumenten' al snel als opge-legd en not invented here zullen worden beleefd. Dewaarde van kleinschalig buurt- en wijkbeleid zit hemvoor een belangrijk deel ook in de processen van metelkaar omgaan: mensen onderling, de omgang tussenniet- en wel ambtsdragende burgers; het begrip lerenkrijgen voor elkaars anders-zijn en elkaars posities.Onvermijdelijk impliceert dit dat het op afstand lijkt alsofhet wiel vaak opnieuw wordt uitgevonden, maar meeringezoomd raak je daarentegen wel een belangrijk ele-ment van empoweren in buurten en wijken: mensendoen ook leerervaringen op in een context met anderen- anderen waar je rekening mee te houden hebt.Instrumenten en aangrijpingspunten hoe te empowerenin wijken en buurten zijn er natuurlijk wel, maar zebevinden zich met name op lagere bestuursniveaus diehet specifieke van situaties en constellaties overzien, enBehoorlijke huisvesting kan een basisvoorwaarde zijn voor ver-heffing, maar hoe plausibel dat ook lijkt, de gevonden empirischecausaliteit is niet heel sterk: betere huisvesting leidt niet 'automa-tisch' tot betere resultaten op het gebied van scholing enarbeidsmarkt(Foto: Rob Niemantsverdriet)waar mensen mensen kennen. De deelgemeente, degemeente, de corporatie spelen hier rollen; het rijk is op(grote) afstand en kan weinig in directe zin doen.Naarmate aan te pakken problematieken grootschaligerzijn, meerdere facetten kennen, er meer en omvattenderdoelen in het geding worden gebracht, en er meer finan-ciele middelen nodig zijn om die te realiseren, is er meeraanleiding voor rijksbeleid. Het rijk heeft ook dan primairde rol van facilitator en prioriteitensteller (weike dertig ofveertig wijken?, edg.); het is de gemeentelijke overheiddie er dicht op zit, en op moet zitten, en die de uitvoe-ring van wijkbeleid moet trekken. Verder zijn de inzet enmiddelen bij de wooncorporaties van groot belangomdat in het Nededandse bestuursbestel bij hen belang-rijke middelen zijn ondergebracht om sociaal volkshuis-vestingsbeleid te realiseren.Met name de grote steden worden gekenmerkt door eenhoge mate van woonsegregatie. Dat impliceert dat wan-neer er wat meer middelen en verantwoordelijkhedenaan wijken en buurten worden toegedeeld, dat door dehoge mate van segregatie niet 'automatisch' zai leidentot meer interetnisch contact - en met name die vormvan verbinding komt vaak moeizaam tot stand. Op ditvlak is het nodige uitgeprobeerd afgelopen decennia. Hetis een hardnekkig probleem, waar in de kern van de zaakwel lets, maar niet heel veel aan te doen is. Een van dedingen die is uitgeprobeerd (bijvoorbeeld in Rotterdam-Pendrecht), is om in achterstandswijken een klein com-partiment relatief dure koopwoningen te bouwen. Datexperiment heeft niet de gewenste uitwerking gehad. Demensen die er gaan wonen, komen 'van buiten' enbemoeien zich niet met de buurt. Bovendien raken ditsoort woningen moeizaam verkocht en halen ze hunwaarde niet.Zinniger is om pogingen te doen om een deel van de'stijgers' in een wijk zien vast te houden door ervoor tezorgen dat in wijken die voornamelijk bestaan uit woon-corporatiebezit er ook nieuwe koopwoningen wordengebouwd die redelijk betaalbaar zijn voor deze stijgers;koopwoningen die qua waarde en prijs een stukje bovenhet gemiddelde van de wijk uitstijgen, maar niet teextreem daarboven. Het moet in wezen gaan om heteerste echelon koopwoningen dat aansiuit op de huur-woningen. Dat introduceert op woongebied een aspira-tieniveau in wijken: kijk, je kan ook binnen onze eigenwijk wooncarriere maken![15]aaso>?aHi EMPOWERMENT1613ContingentWoonsegregatie werkt onderwijssegregatie in de hand.Dit is een steeds nijpender maatscliappelijl< probleem.Het is een funeste ontwiloIEMPOWERMENT ?[22101esotie of juist een extreme mix van inkomens of leefstijlen)worden vrij algemeen afgewezen. Vermoedelijk zit er we!lets in de gedachte van homogene complexen (buurten)binnen gevarieerde buurten (wijken). En daaraan kanmet de instrumenten van Inet woonbeleid wordengesleuteld.De gemeente die haar inw/oners wil laten stijgen op desociale ladder zai in de eerste plaats investeren in werk-gelegenheid en opleidingsmogelijkheden. Het woonbe-leid komt pas op de zoveelste plaats en probeert vooralvariatie in het woonaanbod te bevorderen, zodat er eenwooncarriere kan worden doorlopen. Inderdaad: deWQonladder van de VROM-raad. De opgave zit vooralaan de on
Reacties