TIJDSCHRIFT VOOR DE december 2001 8YOLKSHUISVESTING/9 AMThemanummerDiscussiedagen Bouwen en Wonen?KLUWER / NEDERLANDS INSTITUUT VOOR RUIMTELIIKE ORDENING EN VO L K S H U I S V E S T I N GOKIPROGRESS..UNISYSDe Egyptenaren wisten het al:vele losse bouwstenen op eensolide, brede basis vormensamen een sterk geheel. Hunpiramides hebben zich doorde eeuwen been bewezen alswonderen van bouwkundigvernuft en vormen het rots-vaste bewijs van 'kwaliteitdoor de eeuwen been'.SC\automatisering heeft op vergelijkbare wijze het vastgoed-beheersysteem SGltobJas ontwikkeld: ook dit systeem ismodulair opgebouwd, vanuit een solide basis. Flexibel enopen in gebruik en tegelijlcertijd een ijzersterlc geheel. Datdit een succesvolle combinatie is, blijkt v\?el uit de grote groepenthousiaste gebruikers. Ook u kunt daarop bouwen, nu enin de toekomst. Een uitdaging voor iedere vastgoedbeheerder.Benieuwd? Wij vertellen u graag meer. (0591) 630 111.SGI automatisering hvKwaliteit door de eeuwen heen.SGi automatisering is het enige zelfstandige software- en systeemhuis dat is gespecialiseerd in de automatisering van vastgoedbeheer.'t:~ *; .-^^ .^isr^.. j^t^-:.C. Houtmanstr. 36, 7825 VG Emmen, Postbus2036, 7801 CA Emmen, tel. (0591) 630 111, fax (0591) 632 368, e-tnatl: sg@sg.nl, website: www.sg.nlTijdschrift voor de Volkshuisvesting7e jaargang, december 2001, nummer 8Onafhankelijk Tijdschrift voor de VolkshuisvestingBedoeld voor iedereen die actief is in en rond devolkshuisvesting in Nederland. Het tijdschriftverschijnt eike zes weken.5 RedactioneelElke smaak telt!Yvon de RuijterHet Tijdschrift voor de Volkshuisvesting komt totstand onder auspicien van het Nederlands Instituutvoor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting(NIROV) en onderzoekschool Nethur.6 Hoogtepunten van de NIROV discussiedagen Bouwen en WonenOver smaak valt te discussierenHarm Crunhagen, Hugo Priemus en Wouter RohdeRedactie-adresNiROV, Postbus 30833, 2500 GV Den HaagTelefoon 070 - 302 84 47, fax 070 - 361 74 22E-mail: smit@nirov.nlBezoekadres: Mauritskade 23, Den HaagHoofdredacteur Jan van der MoolenEindredactie Michiel Smit10 Een wijk is geen autoAndre Ouwehand16 Het cultureel-geografisch perspectiefBeleving van de woonomgevingTobia PottersRedactie Edo Arnoldussen, Johan Conijn, IngeDrontmann, Jan Franke, Leo Gerrlchhauzen, VincentSmit, Magdeleen Sturm, Theo StauttenerGastredactie Yvon de Ruijter, Wouter RohdeRedactie Onderzoeksdossiers Johan Conijn,Kees van der Flier, Sako Musterd, Co Poulus,Jan van WeesepRedactieraad Tineke Bool, Frans DIeleman,Peter Dordregter, Jaap Modder, Len de Klerk,Peter Kuenzli, Carel de Reus, Martin van Rijn2 1 Over smaak en twistenDe betrekkelijke maakbaarheid van het woonmilleuJeanet Kullberg2 5 Het effect van dienstverlening op de tevredenheid van huurdersStrategisch huurders paaienPatrick Dogge30 Woningcorporaties en marktwerkingArjen WaltersSecretariaatRenate GoedhartAbonnementen De abonnemenstprijs bedraagt/ 219,- per jaar. Voor studerenden / 104,- per jaar.Voor NIROV-leden / 157,- per jaarInformatie: Kluvner bv.3 5 Stijlvol marketing- en portefeuillebeleidPeter van Os40 Smaak geven aan een confectieproductFans Catau en Ineke BuursinkOpzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 december vanhet lopende abonnementsjaar Bij niet-tijdigeopzegging wordt het abonnement automatischmet een jaar verlengd.AbonnementsadministratieKluwer bv, Postbus 4, 2400 MA Alphen aan denRijn, telefoon 0172 -466 822AdvertentlesKluwer bvSylvia de Jong, telefoon 0172 - 466 672Vormgeving en opmaakDupuis Communicatie, RotterdamDrukDen Haag Offset, Rijsw/ijk45 ONDERZOEKSDOSSIER - Smaak in twee dimensiesDe smaak van het WBOElleke de Wijs-Mulkens en Wim Ostendorf51 Het verleden biedt geen garantie voor de toekomstMichiel van Leuvensteijn, Harry ter Rele en Cuido van Steen52 Signalementen54 Netwerk Bouwen en Wonen57 Agenda Bouwen en Wonenooae3J3Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door:Deloitte&loucheVB Deloitte & ToucheNederlamls , ,uiigeversverbondGroep uitgevers voorvak en wetenschapISSN 1382-4112? Kluwer bvBij de omslag:penthouse op de bovenste verdieping van Het Byzantium, bij deingang van het Vondelpark in Amsterdam. Het mag gelden als eenkrachtige uiting van smaak.(foto: Johannes Abeling, Amsterdam)o?duoo>?oH"M*-: '"V-NIROVwww.nirov.nl'^'i''''^-J'''J?^rU'^'-^^postbus 308332500 GV Den Haagtelefoon 070 302 84 84Het NIROV is de grootste vereniging van professionals, bestuur-ders, marktpartijen en andere betrokkenen bij de ruimtelijke orde-ning en volkshuisvesting en telt monienteel circa 4000 leden. Hetis een toonaangevend instituut in het vakdebat en liet verhogenvan professionele standaarden. Op het Haagse bureau werken 35mensen. Het NIROV-aanbod is breed en omvat onder meer: tijd-schriften, publicaties, congressen, cursussen, expertmeetings, stu-diereizen en een kennis- en informatiecentrum.PROJECTMEDEWERKER BOUWEN EN WONEN 32 of 36 UURFunctieinhoudHet Netwerk Bouwen en Wonen (een van de vierclusters binnen het NIROV bureau) brengt marktpar-tijen, overheid, consumenten en intermediaire instel-lingen uit de sector bouwen en wonen, maar ook bij-voorbeeld uit de zorg- en welzijnssector en de finan-ciele wereld bij elkaar om door onderlinge discussiede kwaliteit van de professionele praktijk van bou-wen en wonen te bevorderen. Hiertoe worden con-gressen, debatten, cursussen, excursies en expert-meetings georganiseerd. Als projectmedewerker benje inzetbaar bij de inhoudelijke en organisatorischevormgeving van deze activiteiten. Je onderhoudtzelfstandig contacten met voorbereidingscommis-sies, sprekers en informanten, je werkt thema's uit enschrijft programmatoelichtingen, je selecteert spre-kers en voorziet hen van informatie, je bepaalt loca-ties en aankleding van activiteiten. Je functioneertbinnen een team van 5 a 6 mensen, onder verant-woordelijkheid van een programmamanager.Wij vragenEen relevante opieiding volkshuisvesting, socialegeografie, planologie of aanverwant vakgebied. Jehebt kennis van actuele beleidszaken, bijvoorbeeldstedelijke vernieuwing. Communicatieve vaardighe-den en eigen initiatief zijn essentieel voor dezefunctie. Je bent gemotiveerd om je in een organisa-tie met veel jonge, enthousiaste medewerkers verderte ontwikkelen.Wij biedenEen stimulerende werkomgeving met veel mogelijk-heden tot verdieping van kennis, ontwikkeling vanvaardigheden en verbreding van je persoonlijke net-werk door contacten met deskundigen en partijen 'inhet veld'.Er is veel ruimte voor samenwerking en eigen initia-tief. Er is binnen de organisatie veel aandacht voorde persoonlijke ontwikkeling van medewerkers.Aanstelling voor 32 of 36 uur per week. Het salaris isafhankelijk van persoonlijke kwaliteiten en ervaring,minimaal / 4.143,- en maximaal / 7.125,- bruto permaand bij een voltijdsaanstelling.SolliciterenStuur voor 8 januari 2002 een c.v. met korte begelei-dende brief naar het NIROV, t.a.v. Irene Martina,postbus 30833, 2500 GV Den Haag.InformatieYvon de Ruijter, programmamanager Bouwen enWonen, 070 302 84 24 (maandag, woensdag, don-derdag), ruijter@nirov.nl.Z/e voor informatie over het NIROV en de NIROV activiteiten: www.nirov.nlREDACTIONEELElke smaak telt!Op 27 en 28 September vonden in Nunspeetde elfde Discussiedagen Bouwen en Wonenplaats. De (toen nog) Volkshuisvestingsdis-cussiedagen werden voor het eerst in 1991 geliouden,en de jaren van Heerma, Tommel en Remkes zijn nietongemerkt aan de thematiek van deze dagen voorbijgegaan. Wilden de papers en discussies in de eerstejaren nog wel eens gedomineerd worden door heftigedebatten over woonlastenontwikkeling, woningtoewij-zingssystemen en de finesses van de bruteringsoperatie;gaandeweg nam de verzelfstandiging en de ordenings-discussie deze rol over en begon er ietsje meer ruimte tekomen voor de consument als partij in volkshuis-vestlngsland.De diverse voorbereidingscommissies die de Discussie-dagen samen met het NIROV van vorm en inhoud heb-ben voorzien, streven er vooral de laatste jaren naar omde woonconsument een centrale plaats te geven tijdensde dagen. Deze missie slaagt ieder jaar beter Het themavoor dit jaar, 'De Smaak van Wonen', stelt nadrukkelijkde consument centraal. Auteurs werden opgeroepen ompapers te schrijven die aansluiten bij de recente ontwik-kelingen op Inet gebied van het bouwen en wonen, metname de zo langzamerhand vanzelfsprekende zoektochtnaar kwaliteit. De 'woner' is als woningzoekende maarook als zittende bewoner immers een volwaardigemarktpartij aan het worden, op zoek naar zeggenschapover de aard van de woning, de woonomgeving enbinnen de regelgeving. Voor een brede groep 'woners'komt de expressie van eigen woonwensen binnenbereik: er komt ruimte voor een eigen smaak.Uit de 26 ingediende papers is traditiegetrouw eenselectie gemaakt voor dit Themanummer vanuit de drieinvalshoeken die ook leidraad vormden bij de discussiestijdens de Dagen.De artikelen van Patrick Dogge en Peter van Os zijnbewerkingen van papers besproken onder de noemer'Smaak in de Aanbieding'. Beide papers geven uitste-kende voorbeelden van de wijze waarop aanbieders zichrekenschap kunnen geven van de specifieke wensen vanbewoners alsmede de wijze waarop zij deze 'smaak'kunnen integreren in hun aanbod. Met name de rol vaneen extra dienstenpakket komt aan de orde.De artikelen van Tobia Potters en Elleke de Wijs-Mulkens en Wim Ostendorf stellen het onderzoek naarde wensen van bewoners en met name hun woonbele-ving centraal. Hoe kan de bewoner 'gekend' worden?Weike kenmerken zijn relevant voor woonwensen enwoonbeleving? Ook hierover is tijdens de Discussie-dagen volop gediscussieerd. Deze discussie deed boven-dien het meeste recht aan de centrale invalshoek van deDiscussiedagen: het centraal stellen van de wensen vanbewoners en hun zoektocht naar kwaliteit.Vervolgens vindt u een aantal artikelen waarin de pro-cessen die vraag en aanbod in de 21 e eeuw bij elkaarmoeten brengen centraal staan. Onder meer de uit-gangspunten voor keuzevrijheid en de mogelijkhedenvraag en aanbod gespecialiseerd op elkaar af te stem-men worden aan de orde gesteld. Deze artikelen zijngeschreven door Fons Catau en Ineke Buursink, JeanetKullberg, Andre Ouwehand en Arjan Wolters.Al met al geven deze artikelen een goede indruk van dethema's die spelen onder de deelnemers. Het artikel vanHarm GriJnhagen, Hugo Priemus en Wouter Rohde inte-greert de discussie tijdens de dagen in een coherent ver-haal waarin ook de bijdragen van verschillende genodegasten zijn verwerkt.Wij hopen u met dit themanummer een inspirerende blikte bieden in de discussies die in het besloten gezelschapvan de deelnemers aan de Discussiedagen gevoerd zijn.Duidelijk mag zijn dat de plaats die de smaak vanwonen in het woonbeleid inneemt nog steeds beperktis. De meest vergaande voorstellen voor het centraalstellen van deze smaak blijken ook tijdens deDiscussiedagen regelmatig weer tot oude reflexen te lei-den. Maar aan goede wil ontbreekt het zeker niet!De complete paperbundel is te bestellen bij tiet NIROV. Ookstaan de papers op de website van het NIROV (www.nirov.nl).In maart 2002 is de Call for Papers voor de Discussiedagen2002 beschikbaar, met daarin opnieuw een creatief verwoordeoproep aan volkshuisvesters, sociologen, economen, marketeers,consumentenorganisaties en wat dies meer zij om papers aan televeren die de discussie in bouwen-en-wonen-land een stapjeverder kunnen brengen...Yvon de RuijterNIROV, Den HaagS>?owoo>Hoogtepunten van de NIROV discussiedagen Bouwen en WonenOver smaak valt teDe woningmarkt is omgeslagen van een aanbod-markt naar een vraagmarkt, maar nog niet iedereenheeft dit in de gaten. Met deze constatering stakmarketeer Wouter Knapper aan het begin van deelfde NIROV-discussiedagen Bouwen en Wonen eenvuurtje aan dat twee dagen lang bleef doorsmeulen.Levendige discussies legden wil en weerstand blootom de smaak van de klant echt serieus te nemen.Harm GrunhagenNIROV, Den HaagHugo PriemusOnderzoeksinstituut OTB, TU DelftWouter RohdeRIGO research en advies, Amsterdamaa9J3^g^^M e burger staat in de woningbouw centraal.^K ^M Niet omdat staatssecretaris Remkes dit^^^^H zegt, maar omdat de burger dat zelfopeist. Jaren van economische groei worden verzilverdmet als gevolg dat de burger bereid is meer voor hetwonen uit te geven. Maar dan wil hij wel waar voor zijngeld en meer zeggenschap.CultuuromslagHet centraal stellen van de burger vraagt om een cul-tuuromslag bij overheid en woningaanbieders. Door deinstitutionele traditie die 100 jaar Woningwet heeft voort-gebracht, is de eigen verantwoordelijkheid van burgersbij de bouw en het beheer van woningen tot marginaleproperties beperkt gebleven. Op papier lijkt de overheidklaar voor deze omslag. De nota Mensen-wensen-wonen zet immers nadrukkelijk in op meer zeggenschapvan burgers. Hugo Priemus (OTB) heeft echter zijn twij-fels. Volgens hem staan ook in het woonbeleid vanRemkes de bewoners buiten spel in de beheer- en ont-wikkelingsprocessen. Instituties moeten hun beleidinrichten op vraagsturing en daartoe moet het rijk voorburgers en instituties een helder ordeningskader aanbie-den. Als een staatssecretaris in zijn nota zelf gaat sturenop plafondhoogte, perceelbreedte, particulier opdracht-geverschap, vrije kavels en verkoop van corporatiewo-ningen dreigt al gauw een nieuw paternalisme.De cultuuromslag die woningaanbieders moeten makenis minstens zo groot. Jarenlang zijn zij gewend geweestiedere vrijkomende woning moeiteloos aan de eerste opde wachtlijst te slijten. Nu moeten zij zich werkelijk in'de smaak' van hun klanten verdiepen. Voor woningcor-poraties is dit geen vrijblijvende keuze maar een absolu-te noodzaak om te kunnen concurreren, stelde PatrickDogge (TU Eindhoven). Klanten verwachten een goedewoning die goad wordt onderhouden, dus daar valt nietmee te scoren. Om overeind te blijven is meer nodig.Alleen met extra steundiensten, zoals het bieden vanveiligheid, gemak en zekerheid, kunnen corporaties hunconcurrentiepositie versterken en klanten aan zich bin-den. Omdat verschillende klantsegmenten die extradienstverlening verschillend blijken te waarderen, is seg-mentatie aan de vraagkant en differentiatie aan de aan-bodkant onvermijdelijk, aldus Dogge.Triple-A-ratingVoordat er aan de vraagkant kan worden gesegmenteerd,moeten producenten eerst weten wie hun klanten zijn enwat zij willen. Wie het idee had dat de woningbouwsec-tor hierin al een aardig eind op weg was, kreeg van mar-keteer Wouter Knapper de kous op de kop. Knapperslaagde er uitstekend in het vuurtje op te stoken door eenvernietigend oordeel uit te spreken over de manier waar-op woningbouwers met hun klanten omgaan. De 'triple-A-rating' die hij hen toekende liet aan duidelijkheid nietste wensen over Met een Armoedig aanbod, eenArrogante houding en een veronderstelde Apathie van deconsument lijken zij zich er volgens Knapper nog steedsniet van bewust dat zij niet meer in een aanbod- maar ineen vraagmarkt opereren. Omdat het woningaanbod zoarmoedig is, is het referentiekader van de consument datook. De verantwoordelijkheid voor vernieuwing ligt daar-om bij de producent. Dit wil niet zeggen dat de consu-ment apathisch afwacht. Aanbieders van woningen moe-ten vernieuwing op gang brengen door te investeren inde dialoog met de consument. Luister, anticipeer encreeer, luidde het advies van KnapperdiscussierenOp zoek naar de klantAan goede bedoelingen om van die hatelijke 'triple-A-rating' af te komen was bij de deelnemers van de dis-cussiedagen geen gebrek. Veel papers hadden de zoek-tocht naar de smaak van de klant als thema. Over demanier waarop die smaak het beste kan worden onder-zocht liepen de meningen behoorlijk uiteen.Ook in de woningbouwsector winnen marketingbureausals The SmartAgent" Company en AAotivaction de laatstejaren snel terrein. Zo heeft Woningcorporatie MitrosWonen uit Utrecht Motivaction ingeschakeld voor hetmaken van een indeling van haar klantenbestand. Ditleverde zeven woonbelevingsgroepen op, uiteenlopendvan volkse familiedan tot gesettelde idealisten. Mensenuit een woonbelevingsgroep hebben dezelfde leefstijl,delen dezelfde w^aarden en normen en hebben daardoorook dezelfde voorkeur voor een woningen woonomge-ving. Met deze kennis wil Mitros woonmilieus creeren dieaansluiten bij de voorkeuren van deze groepen.Traditionele gegevens als inkomen, leeftijd en huishou-denssamenstelling bepalen vervolgens het woningtype ende prijsklasse waarmee de woonmilieus worden ingevuld.Met enige argwaan en misschien ook wel jaloezie wer-den de activiteiten van deze nieuwkomers op dewoningmarkt gevolgd. De meest gehoorde kritiek wasdat een indeling op leefstijl voor de woningmarkt te sta-tisch is. Andre Ouwehand (OTB) kwam in zijn paper totde conclusie dat zo'n indeling niet meer is dan eenmomentopname omdat leefstijlen nu eenmaal verande-ren. Als voorbeeld noemde hij de HAT-jes. Deze kleinewoningen voor jongeren waren in een recent verledenniet aan te slepen, maar hebben de wisseling in leefstij-len niet kunnen doorstaan. Onder het motto 'wijken zijngeen auto's' pleitte hij daarom voor een zekere robuust-heid en duurzaamheid bij het zoeken naar woonmilieusen woonvormen die beter aansluiten bij de wensen vande bewoners.Ook Hugo Priemus noemde het indelen van mensen inhokjes een gevaarlijke methode. Het gaat voorbij aan dedynamiek van de samenleving en het levert bovendiengeen bruikbare informatie op. Volgens hem is het onder-zoeken van de vraag naar woningen veel interessanterOok door anderen werd getwijfeld aan het nut van eenindeling in leefstijlen. Zo'n indeling zegt misschien letsover woonwensen, maar zegt het ook lets over verhuis-gedrag? Zijn daarvoor niet de 'harde' gegevens inko-men, leeftijd en huishoudenssamenstelling allesbepa-lend? En hoe betrouwbaar is het indelen in leefstijlgroe-pen eigenlijk? Zijn er binnen een groep niet grote ver-schillen in woongedrag mogelijk?Sociale en culturele dimensieEr was ook waardering voor het indelen in leefstijlen.Het voegt een culturele en een sociale dimensie toe aande informatie over de klant en als je daar niet al tezware conclusies aan verbindt dan is dat winst. Dat nietalleen marketingbureaus aandacht schenken aan leefstij-len, bleek uit de papers van Elleke de Wijs-Mulkens enWim Ostendorf (Universiteit Amsterdam), Tobia Potters(Universite de Paris-Sorbonne) en Rianne Verhoef (PRCBouwcentrum).De Wijs-Mulkens constateert dat de overheid weliswaarveel geld pompt in het grootschalige vierjaarlijkseWoning Behoefte Onderzoek (WBO), maar dat dit nietresulteert in het gewenste inzicht in marktsegmenten.The SmartAgent? Company en Motivaction verschaffendat inzicht wel, maar de onderzoeken die zij hiervoordoen zijn te klein. Ze krijgen daardoor geen vat op hetverschil in woonmaatstaven die vergelijkbare huishou-dens in verschillende regio's hebben. De Wijs-Mulkenspleit daarom voor het beste van twee werelden: een uit-breiding van het grootschalige WBO met de culturele eneen sociale dimensie uit de kleinschalige marktonderzoe-ken.Ook Potters stelt vast dat de sociale en culturele dimen-sie van woonbeleving nog slechts beperkt in beeld isgebracht. Cruciaal voor het verklaren van woonvoorkeu-ren is de 'mentale binding' die mensen met hun wijkhebben. The SmartAgent" Company en Motivactionproberen dit in kaart te brengen met gesloten vragenover smaak, activiteiten en waarden en normen. VolgensPotters zijn dergelijke statistische onderzoeksmethodenuitermate geschikt om leefwijze in kaart te brengen,maar kunnen zij niet de relatie tussen leefstijl en woon-beleving inzichtelijk maken. Bij de beleving van dewoonomgeving gaat het om de emotionele binding vanindividuele mensen en dat vraagt om empatische onder-zoeksmethoden. Mental maps zijn een voorbeeld van[7]aB181aaadzo'n methode. Respondenten krijgen een kaart van hunwoonwijk voor zich waarop zij de antwoorden op openvragen over hun leefwijze en hun emotionele bindingmet de buurt intekenen. De kaarten van alle responden-ten zijn op elkaar te projecteren, waardoor de losse ver-halen met elkaar een verhaal over de wijk vertellen.Rianne Verhoef pleitte net als Tobia Potters voor eenonderscheid in leefwijze of gedrag en leefstijl gebaseerdop normen en waarden. Omdat het gedrag van mensenveel grilliger is dan hun waarden en normen, heeftonderzoek naar leefstijlen een langere houdbaarheidsda-tum. Het afleiden van woonwensen uit leefstijlengebeurt nog maar zelden. Stedebouwers, voikshuis-vesters en projectontwikkelaars moeten volgens Verhoefleren hun producten te ontwikkelen en te vermarkten opbasis van de emoties die verbonden zijn aan de leefstij-len van bewoners. Nu wordt nog vaak over het hoofdgezien dat consumenten hun woning of woonmilieu nietalleen kiezen op rationele gronden, maar ook omdat zeer lets bij 'voelen'.Het profileren van woonmilieus naar specifieke leefstijlkan ook als sturingsinstrument worden ingezet bij dewoonruimteverdeling. De gedachte hierachter is datbewoners kiezen voor een woning in een woonmilieudat bij hen past, waardoor er homogene buurten ont-staan die het harmonieus samenleven bevorderen.Volgens Jeanet Kullberg (OTB) hebben echter alleenbewoners die in de positie verkeren om andere dan lou-ter functionele eisen aan het wonen te stellen deze keu-zemogelijkheid. In de sociale-huursector en met name inde minst stabiele buurten die veel ovedastproblemenkennen, hebben de bewoners niet de mogelijkheid omvoor hun eigen woonmilieu te kiezen. Wanneer zij hunnieuwe buren zelf mogen uitkiezen, wordt deze groephierin tenminste ook een keuzemogelijkheid geboden.BewonersparticipatieEen alternatief voor ingewikkelde marktonderzoekennaar woonwensen en leefstijlen is een rechtstreekse par-ticipatie van (aspirant) bewoners in het beheer-, ontwik-kelings- of herstructureringsproces. De meest vergaandevorm van rechtstreekse participatie is het particulieropdrachtgeverschap. Nederland kent hierin nauwelijkseen traditie, maar als het aan Remkes ligt, gaan dekomende jaren duizenden Nededanders met hun eigenwoning aan de slag. In Apeldoorn is de afgelopen jarenal ervaring opgedaan met particulier opdrachtgever-schap en directeur Corne Paris van de Dienst RuimtelijkeOrdening en Wonen kon melden dat de bewoners uiter-mate tevreden waren. Dat de kansarme groepen vanJeanet Kullberg daar niet bij zaten, behoeft geenbetoog. Een ander nadeel van particulier opdrachtgever-schap is dat het bouwtempo nog verder omiaag zaigaan, omdat het een bewerkelijke methode is.Om de bewonersparticipatie bij nieuwbouw meer testroomlijnen, kunnen alternatieve woningtypen wordenontwikkeld, waarover meningen van bewoners wordengevraagd. Daarbij kunnen modellen op ware grootte en'virtual reality' als hulpmiddel fungeren. Een mooi voor-beeld van zo'n aanpak is het project Gewild Wonen inAlmere. De architect biedt daar alleen de kern van dewoning aan waarna bewoners zelf kunnen in-, op- enaanbouwen voor zover hun portemonnee dit toelaat.Uit de discussies die hierop volgden werd duidelijk dathet articuleren van bewonersvoorkeuren, het aanbiedenvan alternatieven en het verlenen van zeggenschap aanbewoners veel inventiviteit, een goede procesarchitectuuren de nodige hulpmiddelen in de sfeer van kosteninfor-matie, visualiserings- en informatietechnieken vergen.Als er voldoendeconfectiepakken aan het rekhangen, komt de klant tochaan zijn trekkenProductvernieuwingHet paper van Anne van Grinsven (RIGO) riep de dis-cussie op over de mate waarin consumenten, dan welproducenten de impuls voor productvernieuwing moe-ten geven. Zij gaf aan dat woonconsumenten geholpenkunnen zijn door het onderscheid tussen woningmarkt-onderzoek en productontwikkeling los te laten en dezeactiviteiten als een te zien. Hiervoor heeft het RIGO hetinstrument Multivisie ontwikkeld, waarbij de voorkeurenvan de consument in een interactief en cyclisch procesworden vertaald in het ontwerp van woonmilieus.Ook woningcorporatie De Woonplaats uit Twente worsteltmet de vraag wie er verantwoordelijk is voor productver-nieuwing. De prikkelende stelling van directeur RonsCatau luidde dat als je de consument werkelijk zeggen-schap wil geven, je moet accepteren dat die consumentwerkelijk het laatste woord heeft, ook als dit leidt tot eenuitkomst die de corporatie eigenlijk niet wenst.Om ongewenste uitkomsten te voorkomen moeten erduidelijke randvoorwaarden aan bewonersparticipatieworden gesteld, zo bleek uit de discussie. De wijze les vanKnapper was blijven hangen. Wanneer opdrachtgevershun verantwoordelijkheid afschuiven op bewoners, leidtdit tot een armoedig eindproduct omdat het referentie-kader van bewoners de armoedige eengezinswoning is.De vraag is of bewoners echt zo tevreden zijn over dieeengezinswoning of dat ze niet beter weten.Experimenten aan de aanbodkant kunnen aantonen datandere bouwvormen een volwaardig alternatief zijn. Zozijn in Haarlem onder gelijke omstandigheden en tegendezelfde kosten in een project eengezinswoningen engestapelde bouw door dezelfde architect gerealiseerd.Smaakloos of smakeloos?(foto: Shira Koopman,Amsterdam)Evaluatieonderzoek wees uit dat, tegen de verwachtin-gen van opdrachtgever en gemeente in, de bewonersvan de gestapelde bouw meer tevreden over hunwoning zijn dan de bevi/oners in de eengezinswoningen.Hat voorbeeid geeft aan dat er kansen liggen voorwonlngaanbieders die hun verantwoordelijkheid voor pro-ductvernieuwing serieus nemen. Het referentiekader vande consument kan worden verbreed door goede aiterna-tieven voor de doorsnee eengezinswoning te bieden. Dithoeft niet te leiden tot tijdrovend maatwerk. Met namede corporatiewoning blijft een confectiepak en zai nooiteen maatkostuum worden. Maar als de producent er voorzorgt dat er voldoende verschillende confectiepakken aanhet rek hangen dan komt de klant toch aan zijn trekken.De discussie over opiossingen aan de aanbodkant kreegeen verrassende wending toen het over bouwen voorallochtonen ging. Nadat bijna twee dagen lang uitvoerigwas gediscussieerd over hoe met een gedifferentieerdaanbod beter kan worden ingespeeld op de uiteenlo-pende woonwensen van de klant, bleek nu plotselingdat het veel eenvoudiger kan. Reserveer bij het ontwerpvan woningen en wljken wat extra ruimte voor verande-ringen en er ontstaan vanzelf woonmilieus die vooriedereen geschikt zijn en nog langer mee gaan ook. DusOne size fits all, in plaats van het maatkostuum of deverschillende confectiepakken aan het rek.DromenTussen alle discussies over de mogelijkheden en beper-kingen om met het woningaanbod beter aan te sluitenbij de smaak van de klant was er ook nog tijd om tedromen. Zou het niet heerlijk zijn om de verantwoorde-lijkheid voor kwaliteit van de woning en de woonomge-ving te kunnen overlaten aan een groot architect alsBerlage? Berlage had nog nooit van vraagsturing, markt-onderzoek of participatie gehoord, maar zijn Plan Zuidvoor Amsterdam uit 1917 is nog altijd buitengewoon intrek. Jos Jansen (Amvest) adviseerde daarom de ideeenvan Berlage als voorbeeid te nemen voor de stedelijkevernieuwing van de 21? eeuw.Wie Never inspiratie uit de toekomst haalt, kwam aanzijn trekken bij Sandor Naus en Anthony Kleinepier vanCrashComfort. Zij hebben de Bouwfondsprijsvraag 2000voor de Woonwijk van de toekomst gewonnen met eenwoonconcept voor mensen die zonder vaste verblijf-plaats overal op de wereld voor korte of langere tijdkunnen wonen en werken. Zonder marktonderzoekmaar met een fijn gevoel voor trends ontwikkeltCrashComfort toekomstconcepten voor het wonen.Omdat de horizon, van Naus en Kleinepier verder ligt,hebben zij geen last van de praktische bezwaren waar-mee de auteurs van de papers regelmatig werdengeconfronteerd. Voor we uitzwermen over de wereld zaIer daarom nog veel worden gediscussieerd.aesEen wijk isgeen autoDe termen leefstijl en woonbeleving worden veelvuldig gebruiktmet daarbij de pretentie dat daarmee de bewoner beter bediendkan worden, ook in het geval van herstructurering. Maar zijn dienieuwe methoden een echte verandering? Wordt er echt rekeninggehouden met wat bewoners beleven en wat hen beweegt? Watkopen we voor de leefstijlbenadering bij herstructurering?:io]a3ooitoo>Andre OuwehandOnderzoeksinstituut OTB, TU Delft^^^^B et accommoderen van verschillende leef-H H stijien in de gebouwde omgeving heeft in^^H ^^Hde afgelopen jaren aan aandacht gewon-nen, met overigens wisselende achtergronden en wisse-lende conclusies.Het groeiend aantal Inuishoudens die belioren tot deetnische minderheden leidt eind jaren '80 bijvoorbeeld inde grotere gemeenten al tot initiatieven om in te spelenop de veronderstelde specifieke behoeften van hen. Hetidee om van de Oleanderbuurt in Rotterdam 'demooiste Turkse wijk' van Europa te maken, Inaalt hetechter niet. Onderzoek wijst uit dat een zo sterke profi-lering ook door de betreffende groepen niet gewenstwordt.' Ook het RIGO komt in 1993 tot de conclusiedat multicultureel bouwen slechts zeer beperkt wenselijkis, omdat het zou kunnen indruisen tegen het integratie-beleid.^Tegenwoordig wordt daar anders over gedacht, getuigede adviesaanvrage van de Tweede Kamer aan deVROM-raad over multicultureel bouwen. Ook op lokaalniveau wordt bijvoorbeeld de muiticulturele samenstel-ling van de bevolking als positief te gebruiken elementgezien in de ontwikkeling en identiteit van de wijk, zoblijkt uit onderzoek dat het Onderzoeksinstituut OTB nuuitvoert.^Om grip te krijgen op de toekomstige vraag, zien in detweede helft van de jaren '90 diverse onderzoeken enpublicaties het licht die zich richten op verschillen inleefstijlen en de daar aan gerelateerde woonwensen.Rotterdam doet dat met het project 'Wonen in de 21eeeuw', waarbij het eerste deel bestaat uit een boek metessays, gevolgd door een studie naar duurzame buurtenen een prijsvraag voor nieuwe woningbouwprojecten.Reijndorp komt daarin tot de conclusie dat het niet zin-vol of wenselijk is om tot een ver doorgevoerde koppe-ling te komen van diverse leefstijlen en specifieke woon-milieus en ontwerpoplossingen. 'Leefstijl en type woon-milieu verhouden zich niet een op een tot elkaar. Uit deopstellen blijkt juist een grote waardering voor woonmi-lieus die een zekere diversiteit vertonen in leefstijlen'.''De werkelijkheid is naar zijn idee veel dynamischer. Hijpleit voor woonmilieus die zich van elkaar onderschei-den en die in wisselende mate antwoorden geven op dediversiteit aan wensen.Ook in de Woonverkenningen^ wordt uitgebreid stilge-staan bij sociaal-culturele trends en de invloed daarvanop woonwensen. De woningvragers worden onderver-deeld in een aantal dominante groepen. EIke groep kanweer verder uitgespitst worden naar diverse huishou-densamenstellingen. Daarnaast wordt een vijftal woon-milieus onderscheiden. Op basis van gegevens uit dewoonmilieu-databank en het WBO (WoningbehoefteOnderzoek) is de relatie tussen het fysieke woonmilieuen de sociale typoiogie geanalyseerd. Geconcludeerdwordt in de nota dat een verdere divergentie van leef-stijlen en woonbehoeften te verwachten is en met namehet woonmilieu 'buiten centrum' onder druk zai komente staan.Beleidsstrategieen en beleidsvisiesIn de nota Mensen, Wensen, Wonen' speelt het begrip'woonmilieu' een grote rol in het bepalen van debeleidsopgave. Op basis van een indeling van wijkennaar woonmilieus en een inventarisatie van de proble-men en perspectieven op wijkniveau wordt, met behulpvan een woningmarktsimulatiemodel, de transformatie-opgave vastgesteld. De VROAA-raad formuleert in haaradvies nogal uitgebreide kritiek op de aanpak/ Naastmeer methodologische kritiek stelt de raad dat te veelwoonmilieus op een hoop zijn geveegd, ze zijn te weiniggedifferentieerd. De Raad wijst erop dat de beleving vande bewoners ten aanzien van de ruimtelijke schaal welsterk kan afwijken van de aannamen in de berekeningenen dat te veel betekenis wordt gehecht aan de vraag uithet WBO op weike afstand van het centrum men wilwonen. De sociaal-ruimtelijke dimensie is onvoldoendein de typologie opgenomen. De Raad uit twijfels bij hetwoningmarktsimulatiemodel omdat leefstijlen daarin oponvoldoende wijze tot uiting komen.Voor het formuleren van de beleidsstrategie van de nota'Mensen, wensen, wonen' worden leefstijlen en woon-beleving nauwelijks meegenomen, terwiji in de tekst dedivergentie van leefstijlen en de betekenis daarvan voorde woonbehoeften nadrukkelijk aan de orde wordtgesteld. Keuzevrijheid staat centraal, culturele verschillenin woonwensen moeten in de keuzes tot uiting kunnenkomen, zo is nu het idee. De woonbeleving, de per-soonsgebonden interpretatie van de gebouwde omge-ving, wordt steeds belangrijker gevonden. Die individue-le beelden gebruikt het ministerie ook om de beleids-campagne rond de nota vorm te geven, zie de prachtigekalender waarop steeds personen en woningen voorko-men die doen vermoeden dat iedereen in Nederlandnaar zijn zin woont. De woonbeleving en diversiteitworden gekoppeld aan het buurtniveau, in navolgingvan het VROM-raad advies 'Stad en wijk: verschillenmaken kwaliteit'.'' De verschuiving in de richting vanidentiteit en subjectieve beleving van buurten leidt totnieuwe initiatieven in het beleid op lokaal niveau. Waarvoorheen dikwijis de spreiding van verschillende groepenbewoners over de stad impliciet en expliciet beleid was,krijgt nu de profilering van buurten meer aanhang.'De identiteit van de wijkwordt voor een belangrijkdeel ingevuld en bepaalddoor de bewoners. (foto;Johannes Abeling,Amsterdam) [111as?aH121s>B9J3dDeze profilering op buurt, of zelfs straatniveau, zouertoe kunnen leiden dat de buurten meer aansluiten bijde beleving van mensen en zodoende bepaalde bevol-kingsgroepen meer aantrekken.De profilering van buurtenkrijgt nu meer aanhangNieuwe onderzoeksmethodenIn verschillende gemeenten en door verschillende partij-en wordt op dit moment werk gemaakt van het hante-ren van leefstijlen en woonmilieus bij het opstellen vanwijkvisies en de aanpak van herstructurering. De metho-de van 'motivational profiling' die door The SmartAgent? Company is ontwikkeld, doet op dit momentopgeld naast die van Motivaction.'"Het onderzoek 'Woonbeleving 2000', waarvan Hagenenkele resultaten toelicht in zijn artikel, wordt door hemgeplaatst tegen de achtergrond van toenemende con-currentie op de woningmarkt, hetzij door ontspanning,hetzij door toenemende mogelijkheden voor de consu-ment. De vragen die hij formuleert zijn primair marke-tingvragen: wie is de consument? Wat beweegthem/haar eigenlijk? Op weike wijze kan ik datgene aan-bieden waar de consument om vraagt? In het onder-zoek wordt gebruik gemaakt van begrippen die terug-grijpen op het normen- en waardenpatroon omdat dateen steeds grotere rol gaat spelen bij het gedrag van dieconsument op de woningmarkt. Voor de positioneringvan de consument wordt gebruik gemaakt van eentweetal dimensies: de sociologische dimensie (ego-ohen-tatie versus groepsorientatie) en de cultuurdimensie (a-normatief gedrag versus normatief gedrag). Er wordenzes groepen onderscheiden, onder anderen de 'terugtre-ders', de 'dynamisch individualisten' en 'stille luxe'. Degewenste woonmilieus op basis van consumentenvoor-keuren worden ook gepositioneerd in een assenkruiswaarbij de horizontale as wordt gevormd door hoog-bouw, hoge dichtheid versus laagbouw, lage dichtheiden de verticale as wordt gevormd door standaard,gewoon versus bijzonder, luxe. Ook hier wordt eenonderverdeling in zes groepen gehanteerd, met onderandere het 'voorzieningenmilieu' en de 'modale gezins-wijk'. De modale gezinswijk kent in deze typologie eenmenging van hoog- en laagbouw en heeft een stan-daard architectuur. Het blijken vrij grofmazige definitieste zijn. Op basis van een landelijk representatief onder-zoek en voor de drie grote steden apart, worden vervol-gens uitspraken gedaan over welk deel van de bewonersis te karakteriseren als 'ongebonden', enzovoort. Ookwordt aangegeven welk deel van de totale bevolkingwenst te wonen in een modale gezinswijk.Op basis van deze twee indelingen kunnen de meestvoorkomende product-marktcombinaties samengesteldworden, kunnen trends aangegeven worden en kunnenontwikkelingsrichtingen worden vastgesteld. Van dezeuitkomsten en dit begrippenkader wordt ook gebruikgemaakt bij het opstellen van wijkvisies. Sluit dezemanier van werken aan bij de wijze waarop bewonershun buurt beleven?Woonbelevingsonderzoek in OmmoordRecent is een studie afgerond naar de ontwikkeling vanhet woonklimaat in drie Rotterdamse wijken: Vreewijk,Zuidwijk en Ommoord.'' Deze studie richt zich metname op de ambities waarmee deze zeer verschillendewijken zijn gebouwd en de wijze waarop deze wijken detand des tijds hebben doorstaan en de waardering vandie wijken door bewoners. Daarbij is gekozen voor eenbenadering waarin de beleving van de bewoners cen-traal staat en wordt onderscheid gemaakt naar de func-tionele, de sociale en de expressieve kwaliteiten van dewijken. Er is gebruik gemaakt van diverse bronnen entheoretische studies, gedocumenteerde getuigenissen uithet verleden en een beperkt aantal interviews per wijk.Het onderzoek heeft dan ook zeker niet de pretentie omeen volledig beeld te geven van de woonbeleving in dedrie wijken. Ik kies er in het kader van dit artikel voorom kort in te gaan op wat bevindingen in Ommoord.De woningbouw is gedifferentieerd, alle typen komenvoor maar wel in onderscheiden delen: een hoogbouw-deel in het centrum en daaromheen de laagbouw. Dewoningdichtheid in de wijk is 28 woningen per hectare.In de typologie van Smart Agent"' Company wordt dezewijk aangeduid als modale gezinswijk.Functioneel, sociaal en expressiefDe tegenstelling tussen de hoogbouw en de laagbouwspeelt bij de woonbeleving vanzelfsprekend een rol. Delaagbouw geldt voor velen in Nederland nog steeds alsde beste omgeving voor een gezin met kinderen. Debewoners van de laagbouw die ondervraagd werden,bevestigen dit beeld: 'Ik wilde alleen een eengezinswo-ning. Een flat was geen optie'. Maar dit dominante ide-aal wordt niet door iedereen gedeeld. De respondentendie kinderen hadden opgevoed in een flat, zagen datniet als een probleem. De flat had voordelen voor hendie opwogen tegen de nadelen.Ommoord kent een sterke scheiding tussen wonen, wer-ken, recreatie en verkeer. Voor velen is het een 'slaap-wijk', voor activiteiten als werk en vrije tijd gaat men dewijk uit. Ommoord ligt dicht bij de randweg en heeft eenprima verbinding met de stad. 'Wij voelen ons behaaglijkin onze omgeving. Ik zou niet naar de stad terug willen.Naar danslokalen gaan wij toch niet, winkels zeggen mijweinig. Ik heb de stad minder nodig. (....) Het hoeft hierhelemaal niet vol te stromen met alles. Ik ben me bewustdat ik voor sommige activiteiten hier nooit terecht zaikunnen. Nou dan gaje ergens anders naar toe.'Het imago van de gebouwde omgeving speelt mee inde perceptie van de woonomgeving. De flats hebbeneen meer anoniem imago, maar de respondenten gaveneen ander beeld van de sociale contacten. Die ontstaanvolgens hen wel degelijk. In de laagbouw werden nietveel meer contacten met buren gemeld. De eerstebewoners maal
Reacties