TIJDSCHRIFT VOOR DE j Uli 2002 4.-^^ *^a j-*;--rNEDERLANDS INSTITUUT VOOR RUIMTELIJKE ORDENING EN Vo L K S H U I S V E S T I N G (NIROV)-z*gi?Sinds 19^PP9iniseert het Nederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)Internationale studlerelzen. De meeste reizen wordengeorganiseerd rond een speclfiek thema dat aanslult opactuele vraagstukken en opgaven in de Nederlandseruimtelijke ordening. In 2002 staan de volgende thema'scentraal:stedelijke vernleuwinglight rail en mobiliteitmeervoudig en intensief ruimtegebruikgroene ruimte en waterHet actuele programma voor de NIROV-studiereizen is te vinden op dewebsite www.nirov.nl. Onlangs is ook een brochure over de studiereizenverschenen. Deze kunt u kosteloos aanvragen door een email te sturennaar: studiereizen@nirov.nl.NIROVwww.nirov.nlBrug van Calatrava, Bilbao (Spanje) ^^^^Promenade Plantee, Parijs (Frankrijk) 16%o14%Aandeel slechte woningen in de woningvoorraadDe relatieve herstelkosten per woning zijn meer dan 20%De jaren '90: de Nota VolkshuisvestingDe omvangrijke stadsvernieuwingsoperatie die zich vanafhet begin van de jaren '80 heeft voltrokken, is begin jaren'90 geevalueerd onder de naam van 'Belstato' (Belaidvoor stadsvernieuwing in de Toekomst). Deze evaluatiewas een van de belangrijke toezeggingen van Heerma inde Nota 'Volkshuisvesting in de jaren '90. Uit deze evalu-atie kwam naar voren dat de kwaliteit van de voorraad inbestaand stedelijk gebied, zoals afgeleid uit de KWR1990, beter was dan gedacht, maar dat de kwaliteit vanvooroorlogse (particuliere) huurwoningen achterbleef bijde behoefteramingen.Stadsvernieuwing kon volgens het kabinet worden opge-vat als een succesvolle, maar ook eindige operatie. Dedeadline werd in eerste instantie in 2010 gelegd; later is ditbijgesteld tot 2005. Het als eindig definieren van de stads-vernieuwing betekende geenszins dat de aandacht voor dekwaliteitsontwikkeling van de woningvoorraad verslapte.Uiteraard moest de bouwtechnische kwaliteit onderinvloed van de aflopende stadsvernieuwingsoperatie blij-vend worden gemonitord, maar ook andere nieuwe the-ma's gingen de agenda van de volkshuisvesting bepalen.Zo was de nieuwe ordening van de verhoudingen tussenrijk, gemeenten en corporaties een centraal thema in deNota Volkshuisvesting. Als uitwerking van deze nieuweordeningsgedachte is de bruteringsoperatie doorgevoerd.de afkoop van alle subsidieverplichtingen van het rijk aande sociale verhuurders. Als voorbereiding op deze opera-tie maar ook daarna zijn periodiek prognoses opgesteldvan de toekomstige ontwikkeling van de financiele positievan de sociale sector. De KWR heeft daarbij gegevensgeleverd om de onderhoudsbehoefte van de sociale huur-woningvoorraad te ramen. Dit onderhoudsmodel is ookgebruikt om, ten behoeve van de milieuplannen in hetkader van duurzaam materiaalgebruik, berekeningen temaken van de afvalstromen in de woningbouw.De KWR 1990 is onder invloed van bovengenoemdebeleidsontwikkelingen aan het begin van de jaren '90aanzienlijk verbreed. De inspectielijsten van de KWR 1990werden aangevuld met checklisten waarin het materiaal-gebruik in de bestaande voorraad uitgebreid werd gein-ventariseerd. Ook zijn de plattegronden van ruim 15.000M/oningen, gebouwd voor 1968, in kaart gebracht.In figuur 3 is een voorbeeld te zien hoe met de KWR1990 de materiaalstromen werden geprognosticeerd alsgevolg van het uitvoeren van noodzakelijk geachteonderhoudswerkzaamheden aan woningen in de voor-raad. Conclusie toen was dat het totale materiaalgebruikdoor onderhoud zou toenemen van ruim 230.000 m' in1990 tot ruim 1,3 miljoen m^ in 2014. Daarvan is debelangrijkste stroom steenachtig materiaal met een aan-deel van ruim 60%. Per 1990 is in eengezinswoningenongeveer tweemaal zoveel materiaal aanwezig dan inmeergezinswoningen; 116 m' versus 64 m' gemiddeld perwoning.'De KWR levert gegevens voorde toegankelijkheid van debestaande woningvoorraadDe KWR heeft ook een bijdrage geleverd aan het beleiddat vanaf de jaren '90 voor ouderenhuisvesting werdgeformuleerd. In het begin van de jaren '80'? waren alde eerste stappen gezet om de huisvesting van ouderenOntwikkeling voorzieningen in de woningvoorraad100%90%80%70%60%50%40%30%20%10%0%1994-1996 1999-2001centrale verwarming H bad of douche |^ toilet met waterspoelingvan de traditionele 'bejaardenhuizen' te verplaatsen naarmeer zelfstandige huisvestingsvormen. Serviceflats, aan-leun- en inleunwoningen en nog later de woonzorgcom-plexen doen hun intrede. In de Beleidsbrief'Modernisering Ouderenzorg' uit 1995 werd in aanvul-ling op dit zogenaamde substitutiebeleid echter gecon-stateerd dat alleen nieuwbouw van dergelijke woon-voorzieningen lang niet genoeg zou zijn om in de groei-ende vraag van ouderenhuisvesting te kunnen voorzien.Opiossingen moesten meer een meer worden gezocht inde bestaande voorraad. De vraag was echter in hoeverrede bestaande voorraad fysiek toegankelijk was voorouderen. Met name de KWR van 1995 heeft op dit puntbelangrijke ondersteunende informatie aangeleverd. Devragenlijst werd uitgebreid met vragen die specifiekingingen op de toegankelijkheid voor ouderen engehandicapte mensen. Zo werden de maten van binnen-deuren opgemeten, werd de onderlinge ligging vanwoon- en slaapkamers onderzocht en werd geinventari-seerd in hoeverre aanvullende voorzieningen zoals liftenen trapliften konden worden aangebracht.Figuur 2Basisvoorzieningen in dewoningvoorraad. Periode1975-2000.01s1,400.0001 200.0001 000,000800,000600,000400.000200 000III! Ill IIllilllllinFiguur 3Totale materiaalstromen1990-2015 als gevolg vanbouwkundig onderhoudin m^ geprognosticeerd inKWR 1990.3J3I steenachtig matehaalToegankelijkheid voorgehandicapten: eenbelangrijk aandachtspuntin de KWRvan 1995.(foto: Rob 't Hart,Rotterdam)10]sJ3Figuur 4Ontwikkelingtoegankelijkheid1995-2000.1 200 0001,000.000800.000600.000400 000200.0000-200.000-400.000Het samenvattende centrale begrip bij de toegankelijk-heidsvraag is de zogenaamde 'nultredewoning'. Dat iseen woning die zonder trap bereikbaar is en waarbij debelangrijkste vertrekken gelijkvloers zijn. De KWR van1995 maakte inzichtelijk dat er halverwege de jaren '90650.000 nultrede-woningen waren, die al bewoondwerden door 55-i- huishoudens, terwiji er nog een tekortwas van ruim 170.000 woningen. Uit de KWR 2000" isvervolgens gebleken dat het aantal door 55-plussersbewoonde nultredewoningen in de loop van vijf jaar istoegenomen tot 880.000 woningen, maar dat er vol-gens schatting" toch nog 140.000 nultrede woningenbij moeten komen in de periode tot 2005.^.^.^H^M ^HiWtM,^Ji ^B^1 ^H^Bpr^ ^Hmm J199", -.lUIHI 2000 ""I aantal nultredewoningen H aantal 55+ huishoudens met behoefte aannultredewoning ii overigDe millenniumwisseling: stedelijkevernieuwing en energiebesparingWe zijn in onze chronologische beschrijving van hetbeleidsgebruik rond de KWR inmiddels aangekomen bijde millenniumwisseling. De regelingen van de als eindiggedefinieerde stadsvernieuwing zijn op dit momentinmiddels overgegaan in de regelingen van het ISV(Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing). Voor hetbeleidsveld van volkshuisvesting is de Nota MensenWensen Wonen verschenen. Op het terrein van energie-besparing hebben de afspraken in Kyoto extra beleids-gewicht gekregen.Bij stedelijke vernieuwing gaat het om het verbeteren vande kwaliteit van de woonomgeving door fysieke ingrepen.In vergelijking met de stadsvernieuwing gaat het om eenduidelijk bredere aanpak die verder gaat dan alleen desturing aan de bouw- en woontechnische kwaliteiten vanwoningen. Het gaat nadrukkelijk ook om zaken als hetvoorzieningenniveau in de wijk, het inrichtingsniveau vande openbare ruimte, om sociale veiligheid, verkeersveilig-heid en ook ruimtelijke kwaliteit. De inhoud van de KWR2000 is hierdoor aanmerkelijk verbreed" In de KWR iservoor gekozen om de uiteenlopende aspecten ten aan-zien van het beleidsveld stedelijke vernieuwing zo objec-tief mogelijk te registreren. Objectief meten is noodzake-lijk om een inzicht te krijgen in de fysieke effecten van deinvesteringen die in veel naoorlogse wljl
Reacties