TIJDSCHRIFTVOORVOLKSHUISVESTINGEN STEDEBOUWORGAAN VAN HET NEDERLANDSCH"INSTITUUT VOOR VOLKSHUIS:VESTING EN STEDEBOUW EN VANDEN NATIONALEN WONINGRAADALGEMEENEN BOND VAN WONINGBOUWVEREENIGINGEN1931 NS 6 12" JAARGANG JUNIGELUIDDEMPENDI SPIJKERVASTGIPSXWANDBRANDVRIJEen Directeur van Gemeente-werken : ,, de opgedane or-varing is wel van dien aand,STERKdat rk ze nneer in de gemeente-bestekken van scheidingswandenzai voopschrijven ...,..,...,.."N. V. DE METEOOR TELEFOON sioi D E S T E E GM.V. VAN MUNSTER'S UITGEVERS MAATSCHAPPIJ - HAARLEMMERWEG B 378 - AMSTERDAM (W4DIAMETANHET GEVAARLOOZE VERGASSINGSMIDDEL TERVERDELGiNG VAN WANOLUIZEN --GEMAKKELIJK TOE TE PASSEN, ABSOLUUTAFDOENDE --GEEN SPECIALE APPARATEN BENOODIGDVERKRIJGBAAR BIJ APOTHEKERS EN DROGISTENINLICHTINGENI.V. HANDELMAATSCHAPPIJ" NEDIGEPHA"NIEUWE KEIZERSGRACHT 58, A'DAM (C.)TELEFOOIM 52521 en 52621ADVERTEERTIN DIT BLADW ANDGEDIERIEHiermede berichten wij U, dat dooronswoningen,gebouwen enschepen gezuiverd worden van wandgedierte, kakkerlakken, enz.Door onze methode van zuiveren wordt aan de woningenniets beschadigd. Verf en behangsel hebben niets te lijden enwij behoeven geen plinten of andere voorwerpen los te maken.Ook behoeven de bewoners tijdens het zuiveren de woningniet te verlatcn of hun inboedel te verplaatscn. Onze methodeis EENVOUDIG, GEMAKKELIJK en DOELTREFFEND.In de navolgende plaatsen hebben wij reeds gewerkt: Coevor-dcn. Delft, Dodewaard, Ede, Enschedc, Franeker, Gorinchem,Gouda, Sappemeer, Kethel, Lonneker, Maassluis, Maastricht,Bussum, Naaldwijk, Noordwijkerhout, Nunspeet, Roermond,Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Tilburg, Vlijmcn, Vlissingen,den Helder, Zandvoort, Zwolle, enz.Vraagt prijsopgave en inlichtingen:Fa. LIEVE & Co. (M. WAPENAAR)KORTEDIJK 16 - VLAARDINGEN - TELEF. 108NAAML. VENN.BOUWBEDRMFH.VANSAANE ALGEHEELEVOORBEREIDING, FINANCIERING,VOORLICHTING BIJ EXPLOITATIEEN PRACTISCHE UITVOERING VANWONINGBOUWPLANNENVOOR 8TICHTINGEN, VEREENI-GINGEN, KLEINERE GEMEENTEN ENGROOTE INDUSTRIEELEBEDRIJVENOVERTOOM 266AMSTERDAMTEL 81610P.J.VANSCHAIK H-JIII(WEIII(ElleieJPECIIillLBIIWIDIIieEII,SIIIITIIIIIEIIIMIITIEINASSAUKADE 312 - TEL. 23485 - A'DAM^SOLT^-BOUWHET BE8TE EN GOEDKOOPSTE SYSTEEM VOORHET BOUWEN VAN COMPLEXEN VOLK8- ENMIDDEN8TANDSWONINGEN. SELF8UPPORTINGN.V. INTERN. GEWAPENDBETONBOUW BREDAWettig Gedeponeerd Huideis-MerkUITGEVOERD O.A. PLM. 370 WONINGEN VOOR DEQEMEENTE 's HERTOGENBOSCH - NOG IN UITVOERINGOA. 400 WONINGEN VOOR DE GEMEENTE ROTTERDAMKONING & BIENFAIT - Da Costakade 104AMSTERDAMOnderzoek van alle mat&rialen voor den VOLKSWONINGBOUWMAANDBLAD 12= JAAROANQ No. 6 JUNI 1931TIJDSCHRIFT VOOR VOLKSHUISVESTINQiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiIIIHIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII EN STEDEBOUW IlllllllllllllllllllllllltllllllllllllllllllllllllllllllllU'iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiirORGAAN VAN HET NEDERLANDSCH INSTITUUT VOOR VOLKSHUIS-VESTINQ EN STEDEBOUW EN DEN NATIONALEN WONINGRAADALGEM?ENEN BOND VAN WONINGBOUWVEREENIOINGENREDACTIE: H. P. J. BLOEMERS, J. BOM-MER, J. DouwES JR., MR. D. HUDIG, JHR.M. J. I. DE JONGE VAN ELLEMEET, IR. P.BARKER SCHUT, IR. J. M. A. ZOETMULDER.VASTE MEDEWERKERS : J. W. BOSSENBROEK,G. A. M. DE BRUYN, IR. A. ICEPPLER, MR.J. KRUSEMAN, IR. A. M. KUYSTEN, JHR.A. H. OP TEN NOORT, JAN STUYT,M. VRIJENHOEK, L. VAN DER WAL, D.E. WENTINKADRES DER REDACTIE ENADMINISTRATEKLOVENIERSBURGWAL70 - AMSTERDAMPOSTREKENING NO. 29080REDACTIE VAN DE RUBRIEK,,UIT DEN KRING DER BOUW-VEREENIGINGEN",,HET NIEUWE HUIS" (KAMER 171)ROELOF HARTPLEIN 4 - AMSTERDAM-- ADVERTENTIES --V. MUNSTER'S UITGEVERSMAATSCHAPPIJHAARLEMMERWEG B 378 - A'DAM (W.)ABONNEMENTSPRIJS. fiDE LEDEN VAN HET NEDERLANDSCH INSTITUUTVOOR VOLKSHUISVESTING EN STEDEBOUW(LIDMAATSCHAP VOOR PHYSIEKE LEDEN f 7.50)EN DE LEDEN VAN DEN NATIONALENWONINGRAAD ONTVANGEN HET BLADKOSTELOOSLOSSE NUMMERS f i.-INHOUD: Officieele Mededeelingen - Het in eigendom verkrijgen van een woning door Ir. H. van der Kaa -Bouw met steun der gemeente in den vorm van bouwcrediet en gewaarborgde hypothecaire leeningen doorcorporaties. die persoonlijk en individueel eigendom der woningen beoogen te Zwolle door J. H. Schaad -Bestek en Voorwaarden voor Aanbestedingen door v. d. W. - Binnenland - Uit den Kring der Bouw-vereenigingen - Overzicht van tijdschriften - Wetten, Kon. Besluiten, enz. - Kantteekeningen.OFFICIEELE MEDEDEELINGENNATIONALE WONINGRAADNIEUWE LEDENSedert de vorige opgave zijn als lid toegetredende Stichting ,,Centraal Woningbeheer" te Haarlem,de Volksbondbouwvereeniging ,,Hilversum" teHilversum en de Woningbouwvereeniging ,,HtnnanBoerhaave" te Voorhout. De Woningraad teltthans 343 leden met 77.936 woningen.JAARVERGADERINGDe jaarvergadering van den Woningraad wordtop Vrijdag en Zaterdag, 26 en 27 Juni a.s., inhet Volkspark te Enschede gehouden. AanvangVrijdagsmiddags twee uur. De volledige agendais onzen leden toegezonden.Tijdens de vergadering zullen o.a. inleidingenworden gehouden door den Heer L. v. d. Walover ,,De Voorbereiding en Uitvoering van Bouw-plannen" en den Heer H, C. Nijkamp over ,,DeOntwikkeHng der Volkshuisvesting te Enschede".Aan de vergadering is o.m. verbonden een officieeleontvangst der afgevaardigden door het gemeente-bestuur van Enschede en een excursie naar ver-schillende woningcomplexen.TOELATING INGEVOLGE DE WONINGWETIn verband met de bezwaren, die door deRegeering naar voren zijn gebracht tegen toelatingingevolge de Woningwet van de Coop. AlgemeeneJoodsche Woningbouwvereeniging te Amsterdam,heeft het bestuur van den Woningraad een adresgericht tot den Minister van Arbeid, Handel enNijverheid, waarvan de inhoud elders in ditnummer is weergegeven.HET IN EIGENDOMVAN EEN WONINGVERKRIJGENTn het jaarverslag van mijn dienst over 1929 zijnde resultaten vermeld van een onderzoek, hetwelkik in verband met verschillende ver2;oeken ominlichtingen had ingesteld naar het aantal gemeen-ten, welke een regeling hebben vastgesteld voorhet verstrekken van voorschotten ten behoeve vanden bouw van woningen voor eigen bewoning,zoomede naar het aantal woningen, krachtens zoo-danige regelingen gebouwd.Op verzoek van den Secretaris-Directeur van.het Instituut heb ik eenige beschouwingen aan ditonderwerp gewijd, welke hier mogen volgen.De Woningwet beoogt niet in de eerste plaatsde bevordering van overheidswege van den bouwvan woningen. Voorop staan de aan woningen testellen eischen en de maatregelen tot verbeteringen tot opruiming van slechte woningen; eerst126ARTIBELENdaarna komen de zoogenaamde financieele para-grafen.Toch is het van groot belang, dat deze paragrafenin de wet zijn opgenomen. Zouden zij ontbreken,dan zou er groot gevaar kunnen bestaan, dat devrees voor een onvoldoenden woningvoorraad deuitvoering van de primaire bepalingen in den wegzou staan. Het is dus de groote verdienste van deontwerpers der wet, dat zij zich er niet toe bepaaldhebben, aan de gemeenten eenerzijds de verplich-ting op te leggen voorschriften vast te stellen, waar-aan nieuwe en bestaande woningen moeten voldoenen andererzijds bevoegdheden te verleenen cmslechte woningen te doen verbeteren of op teruimen, maar dat zij ook gedacht hebben aan be-palingen, die de mogelijkheid openen tot het treffenvan maatregelen daar, waar tengevolge van hetingrijpen van de overheid of door andere oorzakende voorziening in de behoefte aan wotiingen on-voldoende is geworden. Door de financieele para-grafen wordt een behoorlijke uitvoering van dedaaraan voorafgaande paragrafen van de Woning-wet verzekerd.Krachtens de financieele paragrafen der Woning-wet kunnen voorschotten en bijdragen wordenverleend ter tegemoetkoming in ten behoeve vande volkshuisvesting aan te wenden kosten, ondermeer voor den bouw van woningen door toege-laten vereenigingen of door gemeenten. Over dewijze van exploitatie van zoodanige woningen laatde wet zich niet uit. Dat slechts aan verhuring isgedacht, blijkt evenwel uit den langen aflossings-termijn van de voorschotten; tot 1915 was dezeten hoogste 50 jaar, thans ten hoogste 75 jaar. Aaneen aflossing op korter termijn, welke noodzakelijkis, indien het de bedoeHng is, dat woningen in hetbezit van de bewoners zuUen overgaan, is blijkbaarniet gedacht.Eigendomsverkrijging van woningen is in deeerste plaats van belang voor het platteland, waarvan ouds tot onder de armste groepen der bevol-king eigen woningen voorkomen. Doch ook in desteden, waar overigens het verhuren van de wonin-gen wel regel zal moeten blijven, kan het verkrijgenvan eigen woningen niet a priori ongewenschtworden geacht. Dat de financieele paragrafen derWoningwet hiermede geen rekening houden, iseen bewijs, dat het stelsel der Woningwet zichniet voldoende aansluit bij de zeden en gewoontender bevolking.Hierop is reeds lang geleden gewezen. Mr.H. Goeman Borgesius en Mr. N. G. Pierson,aan wie de totstandkoming van de Woningwetvoor een belangrijk deel is te danken, he bben beidenna hun aftreden als minister hierop de aandachtgevestigd, nog voordat de financieele paragrafeneenige practische toepassing hadden kunnen vinden.Mr. Goeman Borgesius zeide in de vergaderingder Tweede Kamer van 14 December 1905 o.m.het volgende:,,In elk geval is verzuimd geworden in de wetook bepalingen op te nemen, waardoor het moge-lijk wordt ook verbetering te brengen in de volks-huisvesting van duizenden plattelanders, die ineen eigen huisje wonen op eigen grond. Wordendienaangaande in de wet geen voorzieningen ge-maakt, dan zal de wet voor een groot deel van hetplatteland niet tot haar recht komen."En Mr. Pierson zeide in dezelfde vergadering:,,Trots alle voorafgaande onderzoekingen istoch lets belangrijks over het hoofd gezien, teweten dat er bepaaldelijk op de zandgronden, inFriesland bijvoorbeeld, maar ook op andere zand-gronden, vele personen wonen in eigen woningen,dikwijls eigen gebouwde woningen, welke vaakallergebrekkigst zijn. De slechte toestanden vindtmen vaak juist daar; dus zal een middel moetengevonden worden om die menschen te helpen.Zij zijn niet te helpen met de bepalingen derWoningwet."Nog een ander lid van de Tweede Kamer, Mr.G. Jannink, afgevaardigde van een plattelands-district, heeft in dezelfde vergadering de hoopuitgesproken, ,,dat aan vereenigingen, die zichconstitueeren op het platteland om daar woningente bouwen ter verbetering van de volkshuisvesting,en zich, zooals op het platteland dan veelal hetgeval zal moeten zijn, daarbij ten doel stellen tebevorderen het bouwen van eigen woningen, enhet denkbeeld van huurwoningen loslaten, ook hetvoorschot zal kunnen worden verleend, dat volgensart. 30 der wet van Rijkswege voor vereenigingenin uitzicht wordt gesteld."Deze afgevaardigde achtte het risico aan denbouw van eigen woningen verbonden, veel geringerdan dat, hetwelk aan den bouw van huurwoningenis verbonden, omdat men in de streken, waar mennog weinig aan huurbetaling gewoon is, de aflos-sing -- met de zekerheid dat men na een bepaaldaantal jaren onbezwaard eigenaar zal zijn -- regel-matiger zal betalen dan de huur van een vereeni-gingswoning. De bevordering van het bouwenvan woningen op het platteland -- aldus Mr.Jannink - heeft groote economische voordeelen;de bevolking wordt dan minder gedreven naar desteden, maar blijft op het platteland, waar zij zoohoog noodig is.Na 1905 zijn in Nederland circa 550.000 wonin-gen gebouwd, waarvan ruim 135.000 door woning-bouwvereenigingen en ruim 50.000 door gemeente-besturen, totaal ruim 185.000 vereenigings- engemeentewoningen. Deze woningen zijn nagenoegalle huurwoningen. Welk deel van de bewonersdezer woningen vroeger eigenaar van een, zij hetdan misschien een slechte, woning waren, is nietbekend. Evenmin, hoevelen, indien zij op anderewijze zouden zijn geholpen, eigenaar van eennieuwe woning zouden zijn geworden. Doch hetstaat vast dat de Woningwet huurders heeft ge-kweekt op een grooter schaal dan het geval zou zijnARTIKELEJf 127geweest, indien van den aanvang af de Woningwet00k op eigendomsverkrijging ware gericht geweest.Ook kan worden geconstateerd dat de verbeteringvan de volkshuisvesting ten plattelande vaak is be-lemmerd, doordat de van overheidswege genomenmaatregelen ter bevordering van de verbeteringder volkshuisvesting -- in de eerste plaats de finan-cieele paragrafen van de Woningwet -- te veel op destedelijke verhoudingen waren ingesteld.De wenschelijkheid van de eigen woning blijvehier onbesproken. Evenzoo de vraag, voor welkecategorieen der bevolking een zoodanige mate vanverplaatsingsvrijheid noodig is, dat zij niet vooreen eigen woning is aanmerking komen. Vastgesteldworde slechts, dat bij een belangrijk deel der Neder-landsche bevolking nog het verlangen bestaat naareen eigen woning ^). Dit verlangen spreekt hetsterkst op het platteland, doch komt ook tot uitingin de middelbare en zelfs in de groote steden.Wijl van particuliere zijde over het algemeenniet wordt voorzien in de behoefte aan eigenwoningen van een bescheiden type op gemakkelijkeaflossingsvoorwaarden, -- en zelfs al ware dit hetgeval, dan acht ik huurkoopsystemen, van particu-liere zijde gestimuleerd, uit den booze -- is reedslang de behoefte gebleken aan een regeling, diehet mogelijk maakt, van overheidswege in dezebehoefte te voorzien.De eerste regeling van deze strekking is de Land-arbeiderswet. Deze heeft de mogelijkheid geopend,aan arbeiders werkzaam bij landbouw, veeteelt,tuinbouw, veenderij of boschbouw, de middelente verschaffen voor het in eigendom verkrijgen vaneen plaatsje, d.i. een arbeiderswoning, geschiktvoor het uitoefenen van een klein boerenbedrijf,met een stukje grond. De arbeider moet zelf over10% van het benoodigde bedrag beschikken; hetrestant wordt als voorschot verstrekt tegen eenrente van 4% met aflossing in 30 gelijke annui-teiten.Krachtens de Landarbeiderswet waren van hetbegin van de uitgifte (midden 1919) tot i April 1931in totaal 3578 plaatsjes uitgegeven,De werking van de Landarbeiderswet is alsvanzelfsprekend beperkt tot de eigenlijke land-arbeiders. De steeds grooter wordende groepenvan arbeiders op het platteland, die werkzaam zijnin de ter plaatse gevestigde industrieen -- in Gro-ningen de aardappelmeel- en stroocartonfabrieken,in Gelderland de steenbakkerijen, in Noord Brabantde suikerfabrieken, om maar enkele typische voor-beelden te noemen -- kunnen door deze wet nietworden geholpen.Ten einde ook dezen groepen behulpzaam te zijnom eigen woningen te verkrijgen, hebben ver-schillende gemeentebesturen zelf maatregelen be-^) Bij de Woningtelling van 1919, welke niet gehoudenwerd in 426 kleine gemeenten, was het aantal door deeigenaren bewoonde woningen 30 'Wraamd om door gemeentelijke hypotheken dezenwoningbouw te bevorderen.In een groot aantal gemeenten is bij verordeningeen gemeentelijke hypotheekregeling vastgesteldonder goedkeuring van Ged. Staten, terwijl inenkele andere een dergelijke regeling slechts offi-cieus bestaat en van tijd tot tijd hypotheken wordenverleend bij afzonderlijk besluit, op die regelinggebazeerd. Bij een in 1929 ingesteld onderzoekbleek dat in ruim 70 gemeenten voorschottenwaren verleend voor in totaal circa 2500 woningen.De bestaande regelingen loopen in hoofdzaakparallel aan die van de Landarbeiderswet.De rentevoet is niet als bij de Landarbeiderswetconstant, doch in den regel gelijk aan de rente,welke de gemeente zelf voor haar leeningen moetbetalen. In de meeste gemeenten wordt, aangezienzich niet vooruit laat bepalen hoeveel gegadigdenzich in een bepaald jaar zuUen aanmelden, voorieder geval een afzonderlijke leening gesloten.De daarvoor te betalen rente geldt ook voor de teverstrekken hypotheek.Het maximum bedrag der stichtingskosten metinbegrip van den grond is als regel / 4000.-, eenenkele maal /3500.- of /4500.-. Alleen in diegemeenten, waar het noodig blijkt ook den bouwvan eigen woningen voor middenstanders te be-vorderen, is een hooger maximum vastgesteld,b.v. /6000.- of zelfs /7000.-.Het bedrag aan eigen geld, dat door den aan-vrager moet worden ingebracht, is zeer verschillend.Het percentage van de Landarbeiderswet, 10%,komt slechts zelden voor; in den regel is het i2\%of vaker nog 15%, een enkele maal 172% of zelfs20%, terwijl voor middenstandswoningen 20 tot30% wordt geeischt.Met betrekking tot de wijze van aflossing wordtmeestal getracht een stelsel te vinden, dat zich aan-past aan de eenvoudige denkwijze der plattelands-bevolking. Vele gemeentebesturen achten eenaflossing in annuiteiten minder geschikt, omdat ditstelsel te ingewikkeld is om algemeen te wordenbegrepen. In den regel wordt daarom een aflossingvan ten minste 2% per jaar gevorderd. Een belang-hebbende, die een voorschot van / 3500.- heeftontvangen, weet dan dat hij bij iedere halfjaarlijk-sche aflossing / 35.- is vooruitgegaan. Dit spreekttot de bevolking en spoort aan tot spaarzaamheid.Deze wijze van aflossing zou voor het verkrijgenvan een onbezwaard bezit een termijn van 50 jaareischen, al kan misschien, nadat enkele jaren is afge-lost en de rentelast dus minder is geworden, hetpercentage der aflossing wat worden verhoogden de termijn met enkele jaren worden verkort.Een zoo lange aflossingstermijn is evenwel vooreigen woningen niet bruikbaar. Bij een aflossingvan 2% per jaar is de looptijd van het voorschotals regel niet langer dan 30 jaar, terwijl ook decombinatie 25% en 20 jaar wel voorkomt. Dit wilevenwel zeggen dat bij het einde van den looptijdt28 ARTIKELENvan het voorschot -- indien belanghebbenden nietmeer dan het verplichte percentage hebben afge-lost -- nog 40% of zelfs 50% onafgelost is. Ditbedrag moet dan ineens worden afgelost metbehulp van een particuliere hypotheek. Zulksis natuurlijk zonder bezwaar mogelijk; het betee-kent echter dat geen onbezwaard be?it wordtverkregen.Het voordeel van een aflossing in annuiteiten is,dat wel een onbezwaard eigendom wordt verwor-ven, zonder dat de kosten belangrijk hooger zijn.Immers bij een voorschot van /3500,- tegen eenrente van 4|-% per jaar en 2% aflossing, moet heteerste jaar worden betaald /157.50 aflossing en/70.- rente, totaal / 227.50. Dit bedrag neemtieder jaar met / 3.15 af; het dertigste jaar is het nog/136.15. Op de woning rust dan evenwel nog eenschuld van /1400.-.Bij een aflossing in 30 gelijke annuiteiten is hetjaarlijks te betalen bedrag bij een rentevoet van42% /215.-. Na 30 jaar is de woning dan evenwelonbezwaard eigendom.Het zal geen betoog behoeven dat cm dezereden een aflossing in annuiteiten de voorkeurverdient. Zooals reeds gezegd, hebben evenwelde meeste gemeentebesturen ter wille van eenpractisch bezwaar, gelegen in de onvoldoende ont-wikkeling der gegadigden, aan een in dit opzichtminder wenschelijke regeling de voorkeur gegevenen een vaste aflossing aanvaard, met het daaraanverbonden bezwaar, dat de gegadigden nooit eenonbezwaard bezit verkrijgen. Indien in deze rich-ting eenig opvoedend werk ware verricht, zouzeker in dit opzicht lets kunnen zijn bereikt.Een enkele gemeente heeft bepaald dat de teverleenen voorschotten moeten worden afgelostin 30 gelijke annuiteiten, doch dat door den toe-komstigen eigenaar iedere week een vast bedragmoet worden betaald, hetwelk op een spaarbank-boekje wordt bijgeschreven. Aan het einde vanhet jaar wordt hieruit de annuiteit, de premie voorde brandverzekeiing en de storting in het onder-houdsfonds voldaan.Zoowel de Landarbeiderswet als de gemeente-lijke hypotheekregelingen hebben slechts een be-perkte strekking, de eerste doordat zij tot bepaalde-lijk omschreven categorieen der arbeidersbevolkingis beperkt, de andere doordat de totstandkomingvan een dergelijke regeling geheel afhangt van hetinitiatief en de activiteit der gemeentebesturen.Het groote sociale belang, aan het verkrijgenvan eigen woningen voor nog velen verbonden.deed de behoefte ontstaan aan een regeling vanuitgebreider strekking. Zoo ontstond de regeling,vervat in de circulaire van den Minister van Arbeid,Handel en Nijverheid, no. 2901 M/P Circ. Afd. V.van 5 Mei 1930, welke voorwaarden bevat, waar-onder nieuwgebouwde of reeds bestaande woning-wetwoningen aan de bewoners in eigendom kunnenworden overgedragen. Deze regeling mag ik alsbekend veronderstellen. Hiermede is de mogelijk-heid van een gemakkelijke eigendomsverkrijgingvoor het geheele land geopend.Toch hangt 00k thans nog het welslagen van hetstreven naar eigen woningen voor een belangrijkdeel af van de medewerking van het gemeente-bestuur. Wanneer dit het streven niet gunstiggezind is, zal er waarschijnlijk van het bouwen vaneigen woningen weinig komen, terwijl de gemeente-besturen, die er sympathiek tegenover staan, veelZuUen kunnen doen om door het bevorderen vanden bouw van eigen woningen het peil van de volks-huisvesting ter plaatse te verhoogen.Enkele gemeenten hebben thans reeds zelfstandigregelingen vastgesteld ter nadere uitvoering van deRijksregeling. Hiervan mogen een paar voorbeeldenworden vermeld.De gemeenteraad van Hoeven, een plattelands-gemeente in Noord Brabant, waar de groote ar-moede der bevolking het vraagstuk van de verbete-ring der volkshuisvesting zeer moeilijk maakt,stelde in 1930 een ,,bouwvoorschotsverordening"vast, welke beoogt van gemeentewege voorschottente verstrekken voor het bouwen, aankoopen ofverbeteren van eigen woningen. Voor ieder af-zonderlijk geval wordt een voorschot uit 's Rijkskas gevraagd krachtens de bovengenoemde circu-laire.Deze regeling onderscheidt de volgende ge-vallen:a. het aankoopen van een nog goede woning;b. het bouwen van een nieuwe woning;c. het aankoopen en het verbouwen of verbeterenvan een bestaande woning;d. het verbouwen of verbeteren van een bestaande,onvoldoende of te kleine woning en eventueelhet aflossen van een daarop rustende hypo-theek;e. het herbouwen of verbouwen van een onbe-woonbaar verklaarde woning en eventueel hetaflossen van een daarop rustende hypotheek;f. het aflossen van een op een eigen woning rus-tende hypotheek.Het voorschot bedraagt in de gevallen a, b en cniet meer dan 90% van de werkelijke kosten, in deoverige gevallen niet meer dan de werkelijke kostenen in geen geval meer dan / 3000.-. Het eigen bezitmoet steeds ten minste 10% van het totaal benoo-digde bedrag uitmaken.Ten aanzien van de betaling van rente en aflos-sing gelden de van Rijkswege vastgestelde bepa-lingen (aflossing in 30 annuiteiten), terwijl ookoverigens de voorwaarden van de circulaire alsvanzelfsprekend van toepassing zijn.Ten einde den spaarzin aan te moedigen is degelegenheid geopend van vervroegde aflossing inbedragen van tenminste 10 gulden. Deze bedragenworden beheerd door het gemeentebestuur, datdaarvoor een rente van 4% vergoedt. Zoodra hetARTIKELEN129Woningen, gebouwd in de gemeente Druten, met gemeentelijke hypotheekregelingaldus bespaarde bedrag gelijk is aan het schuld-restant, zal daaruit de contante waarde der nog aanhet Rijk verschuldigde annuiteiten worden voldaan.Deze regeling stemt vrijwel overeen met deRijksregeling; zij beoogt evenwel de daarin neerge-legde gedachten meer tot de eenvoudige bevolkingder gemeente te doen spreken en daardoor de toe-passing te bevorderen. Om deze reden heeft deRegeering er dan ook in bewilligd, dat bij wijzevan proef eenige woningen op den voet van dezeregeling zullen worden gebouwd.Een andere regeling, die vermelding verdient,omdat zij de toepassing der Rijksregeling zal bevor-deren, is die, welke bestaat in de gemeente Krom-menie. De vereeniging ,,de Volkswoning" aldaar,die in 1950 een gemeentelijk voorschot ontvingvoor den bouw van 40 huurkoopwoningen, heeftook een regeling ontworpen om van de ouderecomplexen, 19 woningen gebouwd in 1909, 40 wo-ningen gebouwd in 1912 en 53 woningen gebouwdin 1920, desgewenscht enkele aan de bewoners teverkoopen.De^e regeling komt in het kort op het volgendeneer.De gegadigde voor een eigen woning stort eenbedrag van /200.-, waarvoor hem een obHgatiewordt verstrekt, waaraan het kooprecht verbondenis.Indien de koopsom niet contant wordt betaald,2;al de overdracht van de woning plaats hebben.zoodra de boekwaarde van de woning 1/3 lager isdan de kostende prijs. Tot 2;oolang wordt de woningop de gewone wij^e verhuurd.Vermindering van de boekwaarde vindt plaatsdoor:a. de eerste storting van / 200.-;b. de jaarlijksche aflossing, begrepen in de tebetalen annuiteiten;c. tusschentijdsche aflossing, vermeerderd metdaarvoor te vergoeden rente.Voor de nieuw te bouwen woningen beteekentdit, dat, zoodra het nog niet afgeloste deel van hetvoorschot (het schuldrestant), verminderd met deonder a. en c. genoemde bedragen, tot 2/3 van denkostenden prijs der woning is gedaald, de woningaan den bewoner in eigendom wordt overgedragen,terwijl het nog verschuldigde gedeelte van denkoopprijs als eerste hypotheek op de woning blijftgevestigd, totdat het aan het einde van den annui-teitstermijn (30 jaar) geheel is afgelost.Voor de oudere woningen is de regeling lets meerIJOARTIKELENWoning, gebouwd in de gemeente Druten, met gemeen-telijke hypotheekregelingingewikkeld, doordat de verkoopprijs van de in1909 en 1912 gebouwde woningen hooger en dievan de in 1920 gebouwde woningen belangrijklager is dan de kostende prijs. Deze verkoopprijzenzijn onder goedkeuring van het gemeentebestuurdoor taxatie bepaald.In het bovenstaande is een en ander aangestiptover verschillende regelingen inzake eigendoms-verkrijging van woningen.De Nationale Woningraad heeft een Commissieingesteld, welke zonder twijfel deze materie vanalle zijden zal bezien.Ik spreek de hoop uit dat de arbeid van dezeCommissie - gelet op het verlangen, dat nog bijeen goed deel der bevolking leeft om een eigenwoning te bezitten - ertoe zal bijdragen om debevrediging van dit verlangen in juiste banen teleiden.H. VAN DER KAANASCHRIFTAls voorbeeld van hetgeen met een gemeentehjkehypotheekregeling kan worden bereikt zijn enkeleafbeeldingen opgenomen van de woningen, ge-bouwd in de gemeente Druten. Deze gemeenteverstrekt voorschotten voor eigen woningen toteen maximum van 85 % van de stichtingskostenmet een aflossing van 2 % per jaar. In totaal zijnthans 25 woningen gebouwd.Woning, gebouwd in de gemeente Druten, met gemeen-telijke hypotheekregelingDe grond is door de gemeente aangekocht enverkaveld en daarna aan gegadigden verkocht tegen50 cent per M^. De bouwkosten zonder den grondbedragen ongeveer / 2700. ledere woning heeft700 a 800 M^. grond.BOUW MET STEUN DER GEMEENTEIN DEN VORM VAN BOUWCREDIETEN GEWAARBORGDE HYPOTHECAI-RELEENINGENDOORCORPORATIES,DIE PERSOONLIJK EN INDIVIDUEELEIGENDOM DER WONINGEN BE-OOGEN TE ZWOLLEHerhaaldelijk worden mij vragen gedaan overbovenstaand onderwerp.Ik wil dus gaarne gevolg geven aan een wenk,om in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting enStedebouw een en ander daarover mede te deelen.Ik acht mij niet geroepen om het voor en tegenvan het bezit voor arbeiders en beambten endaarmede gelijk te stellen personen van een eigenwoning uit te spinnen en zou zelfs niet gaarne inhet algemeen het wenschelijke ervan verdedigen.Er zijn echter een aantal personen, wier positievoldoende zeker is en die vrij vast aan hun woon-plaats zijn gebonden, aan wie een eigen woningAKTIKELEN131niet de minste belemmering in hun strijd om hetbestaan in den weg legt.Allereerst dan over het ontstaan van het stelsel,als men dit 200 noemen mag.Het is er verre van dat dit systeem 2;oo eenste voren bedacht is en toen de verwezenlijkingnagestreefd.Voor en tijdens de eerste jaren na de totstand-koming der Woningwet is hier ter stede veel ge-bouwd door vereenigingen van belanghebbenden,die een normale eerste hypotheek op hun onderpandsloten en de verder benoodigde gelden trachttente verkrijgen door het plaatsen van obhgaties bijmeer welgestelde en welwillende inge^etenen.Wanneer deze obligaties zijn afgelost, kan devereeniging worden ontbonden en gaan de woningenover in individueelen eigendom.Het juiste aantal van de aldus gebouwde woningenkan ik niet opgeven. Ik tel echter bij nazien dergemeenteplannen, op mijn bureau aanwezig,326 woningen, gebouwd door 26 vereenigingen,Het ?ijn derhalve kleine vereenigingen, wat aan-bevehng verdient voor een gemakkelijk beheer vanhet collectieve bezit.Langzamerhand was door de gewij^igde maat-schappehjke verhoudingen het plaatsen dier obh-gaties moeihjk, zoo niet onmogehjk geworden.Na het uitbreken van den wereldoorlog hield dezevorm van financiering van particulieren woning-bouw geheel op.In het laatste stadium van de premieregeHngmet in uitzicht gestelde hypothecaire leeningen uitRijksgelden, kwamen er wel wat laat vereenigingennaar voren, die langs dezen weg woningen, bestemdom in handen van de bewoners over te gaan,wilden stichten.Hun bouwplannen waren voor uitvoering on-geveer rijp, toen het verleenen van Rijkswege vanleeningen onder hypothecair verband eindigde,doch het verleenen van premies gehandhaafd bleef.Het bleek onmogelijk den voortgang van denaanbouw van de ontworpen woningen te ver-zekeren.Het particulier crediet was te duur en de hypo-thecaire leeningen waren slechts tegen een laagpercentage van de getaxeerde verkoopswaarde teverkrijgen.Daarom werd besloten van gemeentewege dielacune aan te vullen.Dit kon te gereeder geschieden, daar de ge-meente in haar juist opgerichten Stortingsdienstover de noodige middelen niet alleen beschikte,maar bovendien, door %z voor dit doel beschikbaarte stellen, daarvoor een emplooi vond, waarbij degelden der gemeenschap aan de belangen diergemeenschap werden dienstbaar gemaakt.Alzoo zijn eenige woninggroepen tot stand ge-komen, uitsluitend van gewone cooperatles, ge-goten in den vorm eener stichting.Toen ook het verleenen van bouwpremies werdgestaakt, kwam uit de kringen der belanghebbendenhet verzoek met het verleenen van bouwcrediet,c.q. waarborgen van hypothecaire leeningen, voortte gaan. Had, toen de premie was gedaald tot/ 300.-, de eisch gegolden, dat de belanghebbendenook tenminste een gelijk bedrag zelf moestenfourneeren, logisch was het dit ook daarna te blijveneischen. Wel meende men later hiervan te moetenafzien, toen uit minder goed bezoldigde kringenwerd verzocht ook daar te helpen, waar de lustbestond een semi-eigen woning te bewonen,bonder dat m;n direct over de / 300.- kon be-schikken.Hierbij is bovendien bedacht dat, al is de af-lossing aanvankelijk gering, de lasten toch iederjaar minder worden en de huren dus in de toekomstniet, zooals bij Woningwetbouw, met annuiteits-leeningen op het thans nog te bedingen peil ge-handhaafd moeten worden. Voor deze groepwerden gebouwd woningen met een woonvertrek;van de overige woningen bezaten alle twee woon-vertrekken.Naast deze groepen is uitgesproken middenstands-bouw niet van steun uitgesloten gebleven; daarvoorwerd hetzelfde beginsel toegepast, echter metveel hooger percentage eigen geld van de be-woners.Evenals bij ,,voorschotbouw" moeten de be-stekken, gunning van het werk, etc., door degemeente worden goedgekeurd. Ook de balansenen verlies- en winstrekeningen zijn aan goed-keuring van het gemeentebestuur onderworpen.De verzoeken tot uitbetaling van een gedeeltevan het hypothecair crediet worden door dendienst van het Bouw- en Woningtoezicht geveri-fieerd.In de huur der woningen is begrepen rente,aflossing, belastingen, waterlevering en het buiten-onderhoud.Het inwendig onderhoud is voor rekening vande huurders.Ook hierop wordt toegezien.AUes wat een huurder voorts aan een woningin den goeden zin verandert of laat veranderen,wordt voor hem tegoed geschreven en bij even-tueelen gedwongen verkoop niet als winst aan-gemerkt.De goedkoopste vorm van organisatie voor ditdoel is de bij notarieele acte opgerichte ,,stichting".Over het geheel verdienen kleine groepjes devoorkeur.Stichtingsakte en huurreglement moeten doorhet gemeentebestuur worden goedgekeurd. Devoornaamste bepalingen uit een model hiervoorzijn als bijlage tot dit artikel opgenomen.Hierin komt de bepaling voor dat geldschietersen de gemeente als borg een commissarisaanwijzen.Voor het bouwcrediet en de hypotheek moetende gebruikelijke notarieele acten worden opge-maakt.152ARTIKELEN?>AUCOI^J^ I I I I mmmau5o X 2,70 ,,id. ,, 3,50 X 2,60 ,,id. ,/ 3,10 X 2,10 ,,bergplaatsje, W.C. en turn.Niettegenstaande dit is in 2;oodanig tempoaangebouwd^ dat op het einde van 1928 de nood-woningen waren afgebroken, de samenwoningenpraktisch opgeheven en het percentage der leeg-staande woningen 1.36 bedroeg.In 1928 en 1929 kon dan ook weer aan onbewoon-baarverklaring worden gedacht.Niet minder dan 174 woningen ondergingen ditlot. Nog 13 stuks zijn daarvan bewoond.Volledigheidshalve en ter vergelijking met cijfersvan andere gemeenten laat ik volgen, dat Zwollethans telt 40.500 inwoners en 9.873 woningenbezit, waaronder 1.121 gebouwd met voorschotteningevolge de Woningwet.In totaal zijn met deze credietverstrekking totstand gekomen 856 woningen, waarvan 403, tenbehoeve waarvan bouwpremie werd verleend.In uitvoering zijn er thans nog 71 en in voor-bereiding ? 100.Tusschen den tekst zijn gevoegd de plattegrondenen beschrijving der woonruimten van de drie meestvoorkomende typen.Tenslotte volge als voorbeeld van de financieelepositie eener stichting het volgende over^icht, ont-leend aan de balans per 31 December 1930.Stichting ,,Eigen Woning":Aantal woningen: 19;Jaar van stichting: 1925;Bouwkosten per woning: / 3,500.-;Kosten van den grond: ca. / 735.-;Genoten premie: / 300.-;Eigen storting: / 475.-;Rente der leening: 5J%;Aflossing tot heden: / 4.000.-;Aflossingsreserve (afkomstig uit winst bij verkoopvan obHgaties): / 844.87;Reservefonds (afkomstig uit winst op de exploi-tatie): / 1.583.45;Onderhoudsfonds: / 1.135.35.J. H. SCHAADDirecteur van het Bouw- en Woningtoe2;ichtZwolle, April 1931STICHTINGSAKTEArtikel 7De stichting geeft uit rentelooze obligation van ................ gulden.Aan ieder die aan de stichting op obligatie een som vangulden renteloos ter leen verstrekt, doorde stichting terug te betalen niet eerder dan bij hare ont-binding, wordt door de stichting het recht toegekend eenharer daarvoor bestemde woningen met toebehooren enbijbehoorenden grond, door de stichting aan te wijzen onderde voorwaarden, bedoeld in artikel zes, voor zich te huren,Welk recht, hierna genoerad ,,huurrecht", overgaat op erf-genamen en rechtverkrijgenden en voor overdracht vatbaaris, een en ander echter onafscheidenlijk van de obligatie,waaraan dit recht is verbonden.Het aantal dezer obligaties mag niet grooter zijn dan hetaantal woonhuizen, hetwelk de stichting heeft.De stichting erkent voor iedere obligatie slechts eeneigenaar, getiaamd ,,obligatiehouder"; indien ef ten gevolgevan overlijden of anderszins meer dan een rechthebbendeop een obligatie is, moet binnen zes maanden, nadat meer-deren eigenaar van een obligatie zijn geWordeh, een hunnerdoor hen gezamenlijk vvorden aangewezen als degene, dietegenover de stichting als eenig eigenaar zal gelden en vandeze aanwijzing aan het Bestuur der stichting kennis Wordengegeven; zoolang een dergelijke aanwijzing of kennisgevingniet heeft plaats gehad, zullen de rechten, aan een obligatieverbonden, niet kunnen Worden uitgeoefend.Van deze obligatien Wordt een register aangehouden,waarin de namen der eigenaren en de eigendoms-overgangenworden aangeteekend.Obligatiehouders zijn verplicht van eigendoms-over-gangen mededeeling te doen en desgevraagd bewijzendaarvan over te leggen.Ten opzichte der stichting kunnen de rechten, aan eenobligatie verbonden, slechts Worden uitgeoefend doordegene, die in bedoeld register als eigenaar voorkomt, be-houdens het hierna bepaalde.De eigendorasovergangen worden ook aangeteekend opde obligatien zelve, mits deze daartoe aan het Bestuur derstichting worden vertoond.Artikel 8Een obligatiehouder is bevoegd het hem toekomendehuurrecht te doen uitoefenen door een ander, behoudensgoedkeuring van het Bestuur, aan welke goedkeuring voor-waarden kunnen worden verbonden.Het huurrecht aan een obligatie verbonden, kan door hetBestuur voor vervallen Worden verklaard:a. indien een obligatiehouder binnen zes weken nadathij in de gelegenheid is gesteld een woning der stichtingonder de voorwaarden, bedoeld in artikel zes, te huren,daartoe niet is overgegaan of een Woning verlaat, zonderdat binnen zes weken daarna het huurrecht geldig dooreen ander wordt uitgeoefend;6. indien hij de verschuldigde huurpenningen nietregelmatig voldoet, of andere verplichtingen voorgeschrevenbij het huishoudelijk reglement of uit de huurovereenkomstvoortvloeiende, niet nakomt;c. indien de aanwijzing of kennisgeving, bedoeld inartikel zeven, derde lid, binnen den bepaalden tijd achter-wege blijft.134 AKTIKELENDe stichting is te alien tijde bevoegd een obligatie,waarvan het huurrecht is vervallen verklaard, over te nemen,of deze obligatie af te lessen tegen betaling van een bedrag,door het Bestuur onder goedkeuring met algemeene stenimenVan Commissarissen voor elk bijzonder geval vast te stellen;indien de stichting tot overname of aflossing overgaat,heeft de eigendomsovergang of aflossing plaats door eeneenvoudige aanteekening in het register bedoeld in artikelzeven, nadat de vastgestelde som den betrokken obligatie-houder is betaald of aan hem gerechtelijk is aangeboden.HUISHOUDELIJK REGLEMENTHOOFDSTUK III VAN DE HUURDERSArtikel 13De door de Stichting geexploiteerde woningen wordenaan den huurder in huurkoop gegeven.Onder huurder wordt in dit reglement verstaan deobligatiehouder bedoeld in Artikel 7 der Stichtingsacte.Artikel 14ledere huurder is verplicht de hem toegewezen woningzelf te bewonen en inwendig te onderhouden.Het Bestuur is bevoegd om bij vertrek of anderszinsonder de voorwaarden, door het Bestuur vast te stellen,aan den huurder vergunning te verleenen, de door hembetrokken woning weder aan een ander te verhuren.Indien dit verlof is verleend, moeten de huurpenningendoor den nieuwen huurder aan de stichting worden afge-dragen, behoudens zoo noodig nadere verrekening met denobligatiehouder, De obligatiehouder blijft echter aanspra-kelijk voor de huurpenningen.De huur mag niet meer bedragen dan een door hetBestuur goed te keuren bedrag.Artikel 15leder obligatiehouder kan zijn rechten en verplichtingenoverdragen zooals in art. 7 en 8 der Stichtingsacte vermeld.De kosten komen ten laste van den obligatiehouder.Artikel 16De obligatiehouders hebben het recht de woningenonderling te ruilen. Dit behoeft de goedkeuring van hetBestuur.Artikel 17De huurpenningen moeten elken Maandag betaaldWorden op een door het Bestuur te bepalen plaats en wijze.In de huurpenningen is geen contributie begrepen; even-tueele heffing van contributie wordt nader vastgesteld.Bij nalatigheid der betaling zonder geldige reden op diendag kan de huurder, zonder dat er ingebrekestelling noodigis, een boete van 5 cent per week Worden opgelegd.Wanneer een huurder 5 weken huur schuldig is, zal hijdoor de Stichting tot betaling worden vervolgd en komende kosten ten laste van den nalatigen huurder.Artikel 18Van iedere Woning wordt, voor zij in huurkoop gegevenwordt, de waarde bepaald en deze waarde afzonderlijkgeboekt.De overdracht der woningen heeft niet eerder plaats, danwanneer de schulden op de onroerende goederen zoo grootzijn, dat deze door een geWone le hypotheek kunnenworden afgelost.De obligatiehouder verbindt zich de door hem aanvaardewoning, bij ontbinding der Stichting, tegen deze boekwaardeover te nemen. Het bedrag der door hem reeds gedanestortingen strekt in mindering van de koopsom.Artikel 19De huur wordt voor den aanvang van ieder boekjaardoor het Bestuur vastgesteld.Artikel 20Bij het overdoen van een obligatie komt 5 pet. van hetmeerdere dan het reeds afbetaalde of een zoodanig gedeelteals eventueel met den hypothecairen geldschieter of borgvoor een geldleening zal worden overeen gekomen, tenbate der Stichting, dit te betalen door den nieuwen obligatie-houder. Dit meerdere dan het reeds afbetaalde wordttelken jare op de Algemeene Vergadering vastgesteld.Artikel 21De kosten van onderhoud binnen de woning is voorrekening van den huurder, de overige kosten van onder-houd, alsmede de polderlasten, de premie voor verzekeringtegen brandschade en de kosten van abonnement op dewaterleiding is voor rekening der Stichting. Bij moed-willige vernieling wordt de betrokken obligatiehouderaansprakelijk gesteld.Artikel 22Het ledigen van de beerputten wordt door de Stichtingbetaald, die de kosten op den betrokken huurder verhaalt,indien mogelijk worden deze kosten uit de contributiebestreden.Artikel 23Huurders mogen niets aan de voorgevels aanbrengenzonder toestemming van het Bestuur.Artikel 24Alle veranderingen, zoowel uit- als inwendig, door dehuurders aan te brengen, evenals het plaatsen van opstallenenz. in tuinen behoeven de goedkeuring van het Bestuur,dat daartoe bepaalde voorwaarden verbinden kan. Klachtenomtrent bewoning kunnen bij het Bestuur worden inge-diend, die deze zal onderzoeken en maatregelen treft.Artikel 25Behoudens goedkeuring van het Bestuur mogen in depanden geen bedrijven worden uitgeoefend.Artikel 26De aflossing gaat in, zoodra alle woningen betrokken ende hypotheken afgesloten zijn.SLOTBEPALINGENArtikel 27De huurder verbindt zich niet in rechten op te tredentegen de Stichting wegens geschillen, voortvloeiende uitde Stichtingsacte, het huurkoopcontract, dit reglementof uit de besluiten door het Bestuur of Commissarissente nemen.Alle geschillen worden door de Algemeene Vergaderingvan obligatiehouders beslist, met goedkeuring van Com-missarissen, die evenwel bevoegd zijn een afwijkendebeslissing te nemen.AKTE VAN VERWAARBORGING EENER HYPO-THECAIRE LEENINGPartij te eener zijde zal de gemeente verbinden als borgvoor de terugbetaling van hoofdsom, de voldoening vanrente en aflossing van een door de stichting met dete sluiten geldleening groot / ..........onder eerste hypothecair verband, alsmede voor de na-koming van alle bepalingen der hypotheekakte en zulksonder afstand van de rechten van uitwinning en schuld-splitsing en van alle overige voorrechten door de wet aanborgen toegekend.Partij te anderer zijde verbindt zich hiertegenover denavolgende bepalingen stipt te zullen naleven:1. Zonder toestemming van Burgemeester en Wet-houders der gemeente mag de stichting geen onroerendezaken verkrijgen, geen geldleening sluiten, geen wijzigingof aanvulling in haar statuten aanbrengen, geen dadingentreffen, geen rechtsgedingen voeren, niet berusten in eentegen haar ingestelde rechtsvordering, geen scheidsrechter-lijke uitspraak aanvragen, geen lid van een scheidsgerechtbenoemen of ter benoeming voordragen.2. De gemeente-ontvanger is kassier der stichting;de gelden der stichting Worden beheerd overeenkornstigde regeling voor het beheer van de gelden van bouw-vereenigingen, vastgesteld door den gemeenteraad bijbesluit van ....,..,...., No. ...... of zooals dezeregeling nader mocht Worden bepaald.ARTIKELEN1353. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, omtelkens Wanneer hun dit noodig voorkomt, een onderzoekin te stellen, of door een door hen aan te wijzen ambtenaarte doen instellen, naar den toestand van onderhoud derWoningen bij welk onderzoek,' wanneer burgemeester enWethouders zulks verlangen, een of meer bestuursledenof een gemachtigde van het bestuur aanWezig zal moetenZijn;het Bestuur is verplicht de door Burgemeester en Wet-houders noodig geoordeelde herstellingswerken en onder-houdswerken aan de woningen te doen uitvoeren; indienhet Bestuur, na tot het aanbrengen daarvan door hen tezijn aangeschreven, nalatig is aan de aanschrijving binnenden door hen daarbij gestelden termijn te voldoen, zijnBurgemeester en Wethouders bevoegd, op kosten derStichting, de door hen noodig geoordeelde herstelHngs- enonderhoudswerken aan de woningen te doen uitvoeren.4. De controle over de handelingen der Stichting ge-schiedt door Burgemeester en Wethouders of door eenvanwege dit College daartoe aan te wijzen gemachtigde;5. Het Bestuur zal jaarlijks voor i Mei aan Burgemeesteren Wethouders inzenden een beredeneerd verslag overden toestand der Stichting en haar verrichtingen gedurendehet afgeloopen kalenderjaar, vermeldende onder meer deuitgevoerde onderhoudswerken en de kosten daarvan,vergezeld van de winst- en verliesrekening en de balans;besluiten Burgemeester en Wethouders deze stukken nietgoed te keuren, dan zullen binnen een bij dat besluit tebepalen termijn, nieuwe stukken worden ingediend, waarinaan de gemaakte bedenkingen wordt tegemoet gekomen.6. Het Bestuur zal jaarlijks, een maand voor den aan-vang van een nieuw boekjaar, aan Burgemeester en Wet-houders een raming van inkomsten en uitgaven voor hetvolgend boekjaar ter goedkeuring inzenden.7. De verkooper van een aandeel der Stichting wordtverplicht 50 % van de netto-winst, welke door hem bijden verkoop wordt gemaakt, in de kas der Stichting testorten.Als netto-winst wordt beschouwd de bruto opbrengstvan het aandeel, verminderd met hetgeen door den ver-kooper voor het aandeel is betaald, de door hem gedanestortingen en betaalde aflossingen en de kosten van dedoor hem aan de woning aangebrachte verbeteringen,welke naar het oordeel van de Commissarissen de waardeder Woning hebben verhoogd, deze laatste verminderdmet zooveel tiende gedeelten als er jaren na het makendier kosten zijn verloopen.BESTEK EN VCORWAARDEN VOORAAN BESTED INGENZeer dikwijls komt het voor dat onze bouw-vereenigingen, indien zij het bouwen van woningen,na aanbesteding, aan een aannemer hebben opge-dragen -- de meest gebruikehjke vorm voor uit-voering van den bouw -- moeilijkheden krijgenbij de eindafrekening.Dan komt de aannemer met een respectabelehjst voor bijwerk, waarvoor hij -- terecht of tenonrechte -- betaHng vordert. Het bestuur van debouwvereeniging, in vele gevallen niet voldoendeterzake kundig, weet niet hoe het daarmede moethandelen en ondervindt zelden voldoende mede-werking van den architect, omdat deze zelf vaakde oorzaak is van deze bijvsferk-rekening.Het behoeft geen betoog, dat hierdoor voor debetrokken besturen moeilijke situaties ontstaan.Hoe toch is het gewone verloop van de zaak?Een bouwvereeniging wil een aantal woningenbouwen, wendt zich tot een architect, en dezemaakt een voorloopig plan met een voorloopigebegrooting. Op deze plannen en begrooting wordtde medewerking van gemeente en Regeeringgevraagd en wordt ten slotte het voorschot toe-gestaan. Op deze begrooting wordt ook een voor-loopige exploitatie-begrooting vastgesteld en wordende huren bepaald.Het is natuurlijk van belang deze begrooting --al is zij voorloopig -- zoo nauwkeurig mogelijkvast te stellen. Wordt een te hoog bedrag gevraagd,dan wordt misschien medewerking van gemeenteen Rijk geweigerd. Bij een te lage raming krijgtmen moeilijkheden bij de besteding, omdat danblijkt dat voor het toegestane voorschot de wonin-gen niet kunnen worden gebouwd.Blijkt bij de besteding dat het gevraagde voor-schot voldoende is, om te kunnen bouwen, danwordt de bouw opgedragen.Het betrokken bestuur denkt dan dat de zaakvrijwel in orde is. Totdat het bij de eindafrekeningonaangenaam wordt verrast met een bijrekening,die zijn geheele berekeningen ondersteboven gooit,die het moeilijk maakt de noodige fondsen voorde betaling te vinden en die of leidt tot aanvragevoor een verhoogd voorschot, of de vereenigingnoodzaakt, uit eigen middelen deze gelden op tebrengen.De eerste gedachte van de betrokken besturenis dan ook in de meeste gevallen: ,,Die bijrekeningbetalen wij niet". Maar.... daarmede neemt deaannemer geen genoegen. Hij meent -- terecht often onrechte -- aanspraak op de door hem gedecla-reerde bedragen te hebben en dreigt, bij nietbetaling, met arbitrage. Het slot van de geschiedenisis dan dat de bouwvereeniging moet betalen enbovendien nog de kosten mag dragen.Tenzij de vereeniging zeer sterk staat, haarvertrouwensman, de architect, volkomen voor zijntaak berekend bleek te zijn, en niets had gedaanof nagelaten, dat tot extra werk of bijwerk konleiden.Wat het laatste betreft, meenen wij, dat dit nietaltijd het geval is. 0ns zijn gevallen onder deoogen gekomen, waarbij wij ons niet kondenonttrekken aan de gedachte, dat de betrokkenarchitect, op zijn minst genomen, zeer eigenaardigwas opgetreden, en o.i. blijk gaf dat hij niet steedsde belangen van zijn opdrachtgever voldoendehad gediend.Hoe kunnen de bouwvereenigingen zich nuhoeden voor de bovengeschetste onaangenaam-heden?Geheel voorkomen is dikwijls bijna onmogelijk,doch alles kan worden gedaan om ze dan tot eenminimum te beperken.In de eerste plaats is het noodig dat men vooropdrachten van eenige beteekenis zich wendt136 ARTIKELENtot bekwame architecten. In de tweede plaats ishet wenschelijk dat in het bestuur van een woning-bouwvereeniging menschen 2;itten, die ter zakekundig mogen worden geacht. Menschen, dieplannen kunnen beoordeelen, en kennis hebbenvan den inhoud van bestekken. Is aan deze tweevoorwaarden voldaan, dan is de kans aanwezig,dat men bij de eindoplevering van den bouw nietvoor onaangename verrassingen wordt geplaatst.Is er tusschen architect en bestuur overeen-stemming omtrent het aantal te bouwen woningen,de grootte en indeeUng en de kosten, dan wordende plannen door den architect uitgewerkt, debestekteekeningen gemaakt en -- indien mogeHjk-- voor de besteding 00k de voornaamste werk-teekeningen. De bestekken worden 200 uitvoerigmogehjk gemaakt, en alles, wat den bouw betreft,wordt er minutieus in omschreven. Want juisteen slordig opgemaakt of een onvolledig bestekleidt tot de grootste moeihjkheden. Sommigearchitecten hebben te dezen opzichte een zeereigenaardige opvatting.0ns kwam onlangs een bestek in handen, waarinde volgende zinsnede onder Algemeene BepaHngenvoorkwam:,,Indien er onder de uitvoering van het werkmocht bhjken, dat er in dit bestek iets vergetenmocht zijn te noemen, dat rechtstreeks tot hetomschrevene geacht moet worden te behooren,of dat naar aanleiding van de regelen der kunstof volgens de teekeningen behoort te wordengedaan, zal de aannemer dit moeten uitvoerenalsof hetzelfde woordeHjk ware omschreven,zonder daarvoor eenige betahng te kunnenvorderen.AUe opgegeven lengtematen moet de aannemerbeschouwen als te zijne gemakke opgegeven,doch zal hij de levering moeten doen zooalsde eisch van het werk dit vordert.Wellicht ingeslopen abuizen geven den aan-nemer geen recht van reclame, doch moet allesovereenkomstig den aard van het werk in ordeworden gemaakt."De vervaardiger(s) van dit bestek zullen gedachthebben, dat hiermede alles in orde was, en deaannemers overal aansprakelijk voor konden wordengesteld. In de praktijk zal het evenwel anders zijngeloopen. Elk abuis of ieder verzuim in het bestekzal wel een schadepost voor de betrokken ver-eeniging zijn geworden.Als er door dit bestek moeihjkheden zouden zijnontstaan, en de zaak was voor een arbitrage-com-missie gekomen, dan zou alleen op grond vanbovengenoemde bepaling die commissie de bouw-vereeniging niet in het gelijk hebben gesteld. Diecommissie zal zich wel op het standpunt stellen,dat men zich heeft te houden aan wat in het bestekstaat, en niet aan wat er in behoorde te staan,Daarom is het van het grootste belang, dat debestekken precies en nauwkeurig alles bevatten,wat door den aannemer moet worden gedaan.De titel zegt dit trouwens al duidelijk genoeg:,,Bestek en Voorwaarden, waarnaar zal wordenaanbesteed enz."Verwacht mag dus worden dat de uitvoeringdient te geschieden aan de hand van hetgeen indit bestek is omschreven. Wat er in had moetenstaan -- doch verzuimd is op te nemen --, daarmedekan men moeilijk rekening houden. De serieuseaannemer, die het wel zou. willen doen, heeft dantevens de groote zekerheid dat hij niet tot delaagste inschrijvers zal behooren.0ns is een geval bekend, dat er in een bestekeen grove blunder was gemaakt, die bij goeddoorlezen direct moest opvallen. Alle inschrijvershadden er rekening mede gehouden, behalve een,die dan 00k de laagste was en aan wien het werkwerd opgedragen. Toen hij bezig was en het preciesvolgens het bestek zou uitvoeren, wees de architecterop dat dit toch niet opging. De aannemererkende dit doch.... wees op het bestek. Dearchitect verweerde zich door erop te wijzendat de aannemer toch kon weten dat dit een fout,een vergissing, een tekortkoming, of hoe men hetwilde noemen, in het bestek was, en de aannemerdus verplicht was het werk behoorlijk -- dat wildein dit geval zeggen anders dan in het bestek om-schreven -- uit te voeren. Ten slotte gelastte hijden aannemer, het anders te doen. Deze deed het,diende een bijwerk-rekening in, welke de directieweigerde te voldoen. De zaak werd voor eenarbitrage-commissie gebracht en deze stelde denaannemer volkomen in het gelijk en wees degeheele vordering toe.Uit dit feit blijkt hoe precies de omschrijvingin de bestekken moet worden gegeven, omdat bijeventueele geschillen de arbitrage-commissie dittot uitgangspunt neemt voor haar te nemen be-slissing.In het bestek behooren dus te wordenomschreven:In de eerste plaats de aard der uit te voerenwerken, aantal woningen, types enz., pijl- en hoofd-afmetingen, welke moeten kloppen met de bestek-teekeningen.Preciese omschrijving van grondwerken en aan-vuUingen en een juiste omschrijving, waar noodig,van de fundeeringswerken, die eveneens moetenkloppen met de werkteekeningen van de fundeering.Dan de metselwerken met soort en vorm van desteenen en de samenstelling van de specie. Wen-schelijk is het, het metselwerk in verschillenderubrieken te omschrijven, zooals fundamentmuren,trasraam, gevelwerk (voor- en achtergevel), bouw-en binnenmuren, schoorsteenen, tegelwerk, lucht-of ventilatiekokers, enz.Wordt beton gebruikt, dan moet aard ensamenstelling hiervan precies worden aange-AETIKELEN 137geven en 00k deuitvoeringnauwkeurigomschreven.Ook het timmerwerk moet in details in hetbestek worden aangegeven. Van de balklagen,plafondhangers (waar noodig) en vloerleggers,lengten en zwaarten en de soort (vuren of dennen).Buitendeuren en lichtkozijnen, dakkapellen, goten,boeideelen, enz;., enz. Van de kozijnen een staatin het bestek op te nemen van aantal, -- merk --(kloppende met de werkteekeningen) en eenomschrijving (welk soort kozijn met vaste ofdraaiende ramen enz.) breedte, hoogte, zwaartevan stijlen en dorpels.Dan de buitentimmerwerken als schuurtjesterrein-afscheidingen, kolenkisten^ bergplaatsjes ofdergelijken. Ook dit moet alles nauwkeurig om-schreven worden, opdat bij de uitvoering geenmoeilijkheden ontstaan.Wij zouden door kunnen gaan, maar uit dezeenkele voorbeelden blijkt reeds dat wij -- als heteenigszins mogelijk is -- en dit is het in de meestegevallen -- alle werkzaamheden, welke moetenworden verricht, zoodanig in het bestek omschrevenwillen zien, dat er bij de uitvoering over denaard van deze werkzaamheden geen moeilijkhedenkunnen ontstaan.Natuurlijk moet voldoende zorg worden besteedaan de omschrijving van de aan- en afvoeringenvan waterleiding, closets, keukeninrichtingen, enz.Aan de afdekking met pannen, asfalt, of zink.Aan de verschillende omkokeringen, betimmeringenen dergelijken. Aan lood- en zinkwerken, gas- of (en)electrische licht- en (of) schelleidingen. Aan verf-en glaswerk, stucadoor- en behangwerk.Uit deze -- nog lang niet voUedige -- opsommingblijkt wel dat het maken van een bestek een zeernauwkeurig werk is, dat alleen door een beyoegddeskundige op behoorlijke wijze kan geschieden.Controle door het bestuur is alleen dan mogelijk,wanneer in het bestuur menschen zitting hebben,die bevoegd zijn tot oordeelen.Sommige zaken dienen m.i. niet in het bestekte worden omschreven, maar daarvoor dient eenstelpost te worden genomen. Dit kan geschiedenbijv. voor schoorsteenmantels, hang- en sluitwerk,behangselpapier enz. In deze branches kan menvoor alle mogelijke prijzen terecht. Worden dezewerkzaamheden zonder meer in het bestek opge-nomen en in den aanbestedingsprijs begrepen, dankunnen daardoor moeilijkheden ontstaan. De aan-nemer zal voor den minst mogelijken prijs trachtente leveren en de gevolgen zijn dan later voor debouwvereeniging in den' vorm van veel onder-houdswerk. Heeft men daarvoor een stelpost opge-nomen, dan worden deze artikelen door de directie(in overleg met het bestuur) zelve gekocht. Deaannemer heeft er geen belang bij goedkoop --en daardoor dikwijls inferieur -- materiaal televeren. Wordt vooral bij dezen post -- hang- ensluitwerk, sanitair, electrische leidingen -- meerop goede kwaliteit dan uiterst goedkoope prijzengelet, dan vindt men dit later bij het onderhouds-werk dubbel en dwars terug. leder bestuurdervan een bouwvereeniging weet bij ondervinding,welk een bedrag aan onderhoud deze posten --als geen goede levering en uitvoering is gegaran-deerd -- verbruiken. Beter is het dan ook, bij denbouw lets meer te besteden, met de vaste weten-schap, dat dit op den duur den goedkoopsten wegzal blijken te zijn.Waarop tevens de voile aandacht moet wordengevestigd, is de omschrijving van het schilderwerk.Reeds vroeger is in dit tijdschrift uitvoerig gewezenop de wenschelijkheid, neen de noodzakelijkheid,om meer aandacht te schenken aan het schilder-werk, dan in de meeste gevallen geschiedt.Het mag in eerste instantie de aanbestedings-cijfers lets verhoogen, voor den duur en de soliditeitvan den bouw is het van groote waarde.Zijn zoo de voorwaarden voor den bouw goed,nauwkeurig en uitvoerig omschreven, dan moetook aan de ,,Algemeene Bepalingen" de noodigeaandacht worden geschonken. Ook daar moet deuiterste nauwkeurigheid en volledigheid wordenbetracht, opdat in de eerste plaats blijke onderwelke voorwaarden, besteding en uitvoering plaatsvinden, maar ook hoe de betalingen zijn geregeld,de keuring van de materialen zal geschieden enz.In deze bepalingen wordt een omschrijvingopgenomen, welke gemeentelijke bepalingen opden bouw van toepassing zijn, de verwijzingennaar artikelen uit de ,,Algemeene Voorschriften"enz.Daarnaast bepalingen voor de veiligheid en dehygiene van de arbeiders -- schaftlokalen, privaten,voorziening van drinkwater, goede werkloodsen enz.Ook voorwaarden voor minimum-loon en maxi-mum-arbeidsduur, aanpassende aan de ter plaatsegeldende collectieve arbeidsovereenkomsten, ver-zekering van de gereedschappen der werkliedentegen brandschade, enz.Verder bepalingen omtrent verzekering van meeren minder werk, betalingstermijnen, voorkomingvan teveel cedeering van termijnen en tevens eenduidelijke omschrijving omtrent oplevering enonderhoudstermijnen, en ten slotte regelingen tervoorziening ten opzichte van de belendingen. Hetverplichtend stellen voor den aannemer al diemaatregelen te nemen, welke noodzakelijk zijnom schade te voorkomen en, mocht er schadeontstaan, dat deze ten koste van den aannemerkomt.Deze opsomming is misschien niet geheel vol-ledig, maar er blijkt voldoende uit dat vorm eninhoud van het bestek van de allergrootste betee-kenis zijn bij den bouw. De betrokken besturenhebben dan ook den plicht, al het mogelijke tedoen, dat deze zaken nauwkeurig worden geregeld,opdat schade en moeilijkheden voor de vereenigingworden voorkomen.Of dit met het best geredigeerde bestek mogelijk138 ARTIKELEN - BINNENLANDis ? Zelfs de^e vraag louden wij niet gaarne volledigtoestemmend willen beantwoorden. Dit toch hangtmede af van de uitvoering, het houden van toe-zicht, enz.In een volgend artikel hopen wij nog op dezezijde van het vraagstuk terug te komen.v. D. W.BINNENLANDTOELATING INGEVOLGE|DE WONINGWETZooals Wij reeds hebben gemeld, heeft de Regeeringbezwaar gemaakt tegen inwilliging van een verzoek derCooperatieve Algemeene Joodsche Woningbouwvereenigingte Amsterdam om te Worden toegelaten als vereeniging,uitsluitend werkzaam ter verbetering van de volkshuis-vesting. Een uiteenzetting van de bezwaren Wordt gegevenin het antWoord van den Minister van Arbeid, Handel enNijverheid op de vragen van den Heer van den Bergh(zie ons vorig nummer). Naar aanleiding van deze uiteen-zetting heeft het bestuur van den Nationalen Woningraadeen adres tot den Minister gericht, Waaraan Wij het volgendeontleenen.,,In de eerste plaats wordt naar de meening van onsbestuur in bedoelde uiteenzetting te zeer uit het oog ver-loren het onderscheid, hetwelk bestaat tusschen de bevoegd-heid der Regeering met betrekking tot het verleenen vanvoorschotten en bijdragen en tot het toelaten van corporaties.Tervsfijl de Regeering, op grond van den inhoud van artikel38 der WoningWet, te alien tijde volledig bevoegd is omverzoeken om voorschotten en bijdragen te weigeren,bezit zij die bevoegdheid ten opzichte van verzoeken omtoelating slechts in de gevallen, die in artikel 5 van hetWoningbesluit nadrukkelijk zijn omschreven.Daarnaast heeft ons Bestuur bevreemd de opmerkingdat de Regeering ten opzichte van de toelating van bouw-vereenigingen steeds eenzelfde beleid moet volgen als metbetrekking tot de uitvoering van par. 8 der WoningWetgeschiedt. In de praktijk is dit stellig niet steeds het gevalgeWeest, getuige het feit, dat er in ons land tal van midden-standsbouwvereenigingen Werkzaam zijn, die Wei zijntoegelaten ingevolge de Woningwet, maar nimmer rijks-voorschot ingevolge deze Wet hebben kunnen verkrijgen.Het bezwaar tegen toelating der Cooperatieve AlgemeeneJoodsche Woningbouwvereeniging blijkt te berusten op deoverweging, dat, volgens mededeelingen van den architectder vereeniging zij niet in de eerste plaats ten doel zou heb-ben arbeiderswoningen te bouWen. Op grond daarvanWordt zij niet beschouwd uitsluitend Werkzaam te zijn terverbetering van de volkshuisvesting.Erkend kan Worden, dat de Woningen, Welke de vereeni-ging zich momenteel voorstelt te bouWen, niet behoorentot de eenvoudige arbeiderswoningen, maar tot de beterearbeiderswoningen of, zoo men Wil, tot de kleine midden-standswoningen. Dat de vereeniging hiermede echter hetterrein van de volkshuisvesting verlaten zou hebben,moet ons Bestuur ten stelligste ontkennen. Noch de wetzelf, noch de praktijk geeft in dit opzicht ook maar eenigeaanleiding tot een dergelijke beperkte opvatting van hetbegrip ,,volkshuisvesting".In dit verband mogen wij UWe Excellentie er op Wijzen,dat regelmatig, zooWel in vroegere jaren als tegenwoordig,door ingevolge de Woningwet toegelaten corporatiesWoningen zijn gebouwd voor beter gesitueerde arbeidersen kleine middenstanders, zonder dat hiertegen ooit eenigwettelijk bezwaar is gemaakt. Wij mogen Uwe Excellentievoorts herinneren aan het feit, dat nog betrekkelijk kortgeleden (n.l. bij schrijven van 29 Augustus j.l. aan degezaraenlijke vereenigingen van huis- en grond-eigenaren)van Regeeringswege nadrukkelijk is vastgesteld, dat artikel34 van de Woningwet (Waarin gesproken wordt van voor-schotten aan corporaties, welke uitsluitend in het belangvan verbetering der volkshuisvesting Werkzaam en als zoo-danig toegelaten zijn) garantiebesluiten voor WoningbouWook voor beter gesitueerden dan arbeiders toelaat.Na het bovenstaande zal UWe Excellentie de bevreemdingvan ons Bestuur, Waartoe de meded
Reacties