Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,Algemeenen Bond van WoningbouwvereenigingenFebruari 1939 20e Jaargang no. Xvan PIETER SCHOEN & ZOON N.V..ZAANDAM, geven een voornaam aan-zien, gepaard aan groote duurzaamheid.Deze producten bezorgen den schildereen tevreden clientele IVrMgl Mn?l?uvr? lri?ur*nl(aartCollteU* t93S, 12 llaui3 kl?ui6 kleui3 kUi3 kliur1 kl?j>StsndgroMiAntlakwilStandbfuinStandroodStandblauwStandzwarlPIETER SCHOEN & ZOON N.V.VERF- EN VERNISFABRIKANTEN - ZAANDAMVraagt onskleurcnboelij*KOUDWATERVERFis een eenvoudige en dus een goed-koope opiossing voor muren met drogen,vasten ondergrond.E^n laag dekt meestat votdoende. Met1 Kg. Hydroline kunt U ongeveer 10M'^nmaal beschilderen.Gaten en oneffen-heden kunnen bijwijze van plamuur metdeegvormige Hydroline gestoptworden.PIETER SCHOEN & ZOON N.V.VERF- EN VERNISFABRIKANTEN - ZAANDAMGEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. Indu*tri?ele en Handelmaatschappi]?TERRANOVA?Noordenveg 52A - Telefoon 8581 HILVERSUMFabrikante van ,,TERMORCO"BUIZEN - KOKERS - Spedale SCHOORSTEENKANALEN(ook DUBBELWANDIGE) - WASEMKAPPEN en KANALENVENTILATIE-LEIDINGEN ONTLUCHTINGSKOKERS.BOUWBEDRIJFH.VANSAANEOverioom 268-270 AMSTERDAM . W.WONINGBOUWRV. ,,ETERNIT**v.h. EERSTE NEDERLANDSCHE FABRIEK VANASBEST-CEMENTPLATEN ,,MARTINIT'*Kantoor: NIEUWE DOELENSTRAAT No. 20-22AMSTERDAM-CTEL. 49644. 49744. 49844RECHTHOEKIGE EN VIERKANTE KOKERSMEERVOUDIGE KOKERSNAADLOOZE PIJPENLUCHTKANALENW A S E M KAPPENSCHOORSTEENENHULPSTUKKENKABELKOKERSBAKKENWij belasten ons met hct compleet levercn en montcerenvan LUCHTKANALEN en maken hiervoor gaarnegeheel vrijblijvend offerte.Vraagt Brochure en Prijscourzmt.N.V. ,,ETERNir - AMSTERDAMTijdschriftvoor Volkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw enden Nationalen Woningraad, Algemeenen Bond van WoningbouwvereenigingenRedactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M.J.I, de Jonge van EUemeel, Ir. L. S. P. Scheffer,, ' ..s^ .- ,,. .. : Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Ir. J. M. A. Zoetmulder... Adres voor Redactie en Abonnemcnten : Kloveniersburgwal 70, Amsterdam C, Telefoon 40588Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Febr. 193920e JaargangNo. 2MaandbladOfficieele mededeelingenNederlandsch InstituutUitreiking van de Hudig-medailleIn een bijeenkomst van de leden van het Instituut opZaterdag 4 Februari 1.1. te Amsterdam heeft het bestuurvan de Mr. D. Hudig-stichting voor de eerste maal deHudig-medaille voor verdienstelijken arbeid op het ge-bied van de volkshuisvesting en den stedebouw uitge-reikt aan den Heer Mr. J. Kruseman. Een verslag vande bi] die gelegenheid door den Voorzitter van de Stich-ting, den Heer H. P. }. Bloemers, en door den Heer Kru-seman gehouden redevoeringen, is in dit nummer opge-nomen.Lezing van den Heer J. M. de CasseresNa afloop van bovenbedoelde bijeenkomst heeft de HeerJ. M. de Casseres een lezing met lichtbeelden gehoudenover ,,Amerikaansche vorderingen op het gebied derruimtelijke ordening", het werk van de National Re-sources Committee en van de Tennessee Valley Autho-rity. De spreker heeft den leden, die in behoorlijk aan-tal opgekomen waren, veel wetenswaardigs van zijnAmerikaansche reisindrukken medegedeeld. In dit num-mer is een artikel van den Heer de Casseres opgenomen,dat ten deele aan den inhoud van diens lezing beant-woordt.Lezing over luchtbeschermingHet ligt in de bedoeling op 11 Maart een bijeenkomst tebeleggen te Rotterdam, waarin de Heer Ir. W. Valder-poort. Chef van de Afd. Bouwpolitie van den Gem.Technischen Dienst aldaar, een lezing zal houden over,,Bouwtechnische luchtbescherming, in het bizonder bijden bouw van arbeiderswoningen."Een convocatie voor deze lezing is inmiddels aan deleden toegezonden.Amerikaansche reiservaringen op stedebouw-kundig gebieddoor J. M. de CasseresI. De groengordel ora Minneapolis-St? PaulDe gordel van parken en parkwegen, die de tweeling-steden Minneapolis-Saint Paul omgeeft, is zoowel inopzet als verwerkelijking een prachtig voorbeeld van eenrecreatiesysteem, zooals overal gepropageerd, maar zel-den tot stand gebracht wordt. Groote en kleine meren,omgeven door groenstrooken en verbonden door breedeparkwegen vormen tezamen de kostbare verlossing uitde monotonie van het Amerikaansche stratenstelsel.Het moet een trotsche gedachte zijn voor TheodoreWirth, den landschapsarchitect van Minneapolis, ditprachtige en nuttige geheel in zijn voile schoonheid nogte mogen aanschouwen in den avond van zijn leven.Wirth is het voorbeeld van hetgeen doorzettingsvermo-gen ten bate van het algemeen belang vermag.Voor wij over den groengordel zelf spreken, enkelebizonderheden over de tweelingsteden, die ter weers-zijden van den Mississippi gelegen, ruimtelijk gesprokentoch niet heelemaal dat geheel vormen, dat een blik opde kaart zou doen vermoeden. De Mississippi is eenbreede rivier ter plaatse; zijn oevers zijn betrekkelijksteil en ter weerszijden liggen breede parkstrooken. Ditalles tezamen maakt, dat Minneapolis en St. Paul nogwel afzonderlijke steden zijn gebleven. Merkwaardig isbovendien, dat in Minneapolis de langste zijden van debouwblokken, waaruit de stad is opgebouwd, pal noord-west gericht zijn, terwijl in St. Paul de bouwblokkenprecies omgekeerd georienteerd zijn. Beide steden zijntypische voorbeelden van dien enormen groei, welke deAmerikaansche steden zoo beroemd -- of berucht --gemaakt heeft.St. Paul was in 1849, dus minder den negentig jarengeleden nog een dorpje van 32 (zegge twee en dertig)huizen met ongeveer twee honderd bewoners. In 1920telde de stad 235.000 zielen, waarvan 22% ,,foreignborn" waren. In 1928 waren er 313.000 en nu ongeveer350.000 inwoners.Minneapolis vertoont een gelijke ontwikkeling. De grondwaarop het gebouwd is, werd eerst in het begin dervorige eeuw door de Vereenigde Staten gekocht.In 1855 beliep het aantal inwoners.... twee honderd. In 41ArtikeleMAP OF MINNEAPOLIS PARK SYSTEM - 1930.BOARD OF PARK COMMISSIONERSMINNEAPOLIS ?? MINNESOTA "LEGENDPark Landi \JrT'Proposed Perk. Acp-u t^iPaved ParkuiayjUnpavtd ParkwaysPropaxd Parkwaij txtenMOni City Street Li'kitouting Golf CourxiGolf Covrst lobe Consfnicted42Overzicht parksysteem Minneapolis1880 was de bevolking gegroeid tot 47.000. In 1900 washet zielental 203.000 en in 1920 455.000. Nu wordt debevolking op een half millioen geschat.De tweelingsteden met hun voorsteden omvatten eenconglomeraat van ongeveer een millioen inwoners,waarvan 850.000 binnen de administratieve grenzen derhoofdplaatsen.Het gebied, waarop beide steden gebouwd zijn, is invele deelen zeer geaccidenteerd, zoodat in werkelijkheidhet starre rechthoek-systeem der Amerikaansche straat-indeeling niet zoo monotoon werkt, als de plattegrond(zonder hoogtelijnen) zou doen vermoeden. Het nadeelvan de niet-aanpassing aan het terrein is natuurlijk dedikwijls te groote stijging der straten. Vooral in de bui-tenwijken, die direct aansluiten aan den groengordel,hebben beide steden iets on-Amerikaansch, waarschijn-lijk ook wel, omdat de bekwame Hirsch zijn oude vader-landsche steden, Ziirich en Luzern, niet vergeten hadbij het ont-werpen der ,,residential quarters".Helaas geven de bij dit artikel gevoegde foto's een zeeronbevredigend beeld van het parksysteem. Het warende eenige afbeeldingen, die momenteel verkrijgbaarwaren. Ter toelichting diene het volgende. Hoofdmo-ment van het parksysteem zijn de meren en meertjes,die aan de periferie der steden gelegen zijn. In Minnea-polis tellen wij zes groote meren, waarvan ,,Lake Cal-houn" een lengte van 1500 en een breedte van 1300 mheeft. Verder worden genoemd ,,Lake Harriet", datbijna denzelfden vorm en afmetingen heeft en het buiten-gewoon mooie ,,Lake of the Isles". De trits wordt waar-dig afgesloten in het zuiden door ,,Lake Nokomis" en,,Lake Hiawatha." Even ten westen van laatstgenoemdmeer bevindt zich de door het gedicht van Longfellowberoemd geworden Minnehaha-waterval. De merenworden omgeven door bekoorlijke parken.Wirth is er in geslaagd de betrekkelijk geringe ruimtenom de meren op dusdanige wijze landschappelijk tebehandelen, dat zij veel en veel breeder werken, dande plattegrond zou doen vermoeden. Dit geldt eveneensvoor de parkstrooken, die de meer-parken met elkaarverbinden. Op sommige punten zijn deze veel minderdan 200 m breed en toch ,,werken" zij als breede groen-banen, die ook bij het doorrijden volkomen den indrukvan een gesloten parksysteem geven. Het zou buiten hetkader van dit artikel vallen, erop in te gaan, hoe Wirthdit effect heeft weten te bereiken. Over de daarvoornoodige detailteekeningen beschikken wij trouwens niet.Maar wel bewijst het groensysteem van Minneapolis,dat de bekwame landschapsarchitect ook met beschei-den ruimtelijke middelen een voortreffelijk geheel totstand kan brengen. De eigenlijke groengordel wordtaangevuld door een groot aantal ,,neighbourhood" par-ken, die bedoeld zijn om de verschillende deelen der stadvan ,,dagelijksche" en ,,directe" recreatie te voorzien.Tezamen hebben de parken van Minneapolis een opper-vlak van bijna 2000 ha. Zij omvatten, behalve de grootemeer-parken -- niet verboden om te betreden -- 4 goif-terreinen, 36 athletiekvelden, 135 tennisvelden, 32 ijs-banen, terwijl de totale lengte der parkwegen ongeveernegentig kilometer bedraagt.Het parksysteem van Minneapolis vindt zijn voortzet-ting in dat van St. Paul, dat er met een oppervlak van1000 ha ,,groen" ook mag zijn. Evenals in de zusterstadzijn ook hier de buurtparken goed verdeeld en is even-zeer op voortreffelijke wijze gezorgd voor ruime gele-qenheid tot beoefening der verschillende sporten.De meren hebben tezamen 12 badinrichtingen, die nietvoorzien van de in ons land gebruikelijke muren enschuttingen, het water- en parkbeeld niet schaden,Schrijver bezocht den groengordel op een Zondagmid-dag, toen tienduizenden in de meren aan het badenwaren en gebruik maakten van de ruime stranden enhet is hem een behoefte vast te stellen, hoe door en doorkeurig de houding en de gedragingen dezer toch grootemenigte was. Ook hier heeft Wirth iets weten te berei-ken, waar hij trotsch op mag zijn.Ten slotte zij nog vermeld, dat zonder schoonheidscom-missie en welstandsbepaling de qualiteit der bebouwingin de ,.residential" deelen der steden, die langs dengroengordel gelegen is, een opmerkelijk hoog peil heeften nergens de indruk van het groensysteem door deomringende bebouw^ing ernstig wordt geschaad. Debouwmeesters hebben hier een opmerkelijke reserve inacht genomen, terwijl door gelijke materiaalkeuze enkleuren ook architectonisch een voortreffelijk en aanhet parksysteem mooi aansluitend geheel verkregen is.II. Drie Amerikaansche tuinstedenIn 1938 bezocht schrijver dezes de drie gloednieuwe,,Greenbelt Towns ' welke door de regeering der Ver-Philipslaniin besparenmeer op Uw stroomrekening>',dan hunaanschaffingsprijs bedraagt!PHILIPS,,Bi-Arlita''lampeiiN.V. MOLYNsiCOROTTERDAMFa. EMILE SANDERSAlex. Boersstraat 21 Amsterdam-Z Telef. 23428SPECIALITEIT:200 X 200 X 45 m/m.PRISMATISCHETegels en Bouwsteenenin blank of gekleurdHALF-KRISTALNEDERLANDSCH fabrikaatRuim 24.000 van deze HALF-KRISTALTegels warden in de onder- en schakel-stations der thans geelectrificeerdelijnen der Ned. Spoorwegen toegepastNvL.ZELANDERAMSTERDAM Singel No. 142/144ROTTERDAM Ged.Glashaven 23/25GRONINGEN Oude Ebbingestraat 28VERZUIMT NIET onzen STAND No.op de JAARBEURS te bezoeken, waar de 5?WICKSTEED? ' n" /1Ci-:(-E*iSAl? ^ J.n^JSlN.-'-,.. -,.. 4748Ligging van Greenhills bij Cincinnatihet rijwiel. De wegen zijn alle van het gesloten weg-dektype.De plaats is volledig gerioleerd. Een nieuwe watertorenwerd gebouwd met een capaciteit van 2 millioen gallons.Al deze ,.utilities" werden ontworpen en gebouwd, reke-ning houdende met een mogelijken groei der stad enzijn in staat 3000 huizen te bedienen, dus bijna 4 maalhet tegenwoordige aantal.Bizondere aandacht werd geschonken aan het stads-centrum, dat met bizondere zorg ontworpen werd.Schrijver was buitengewoon opgetogen bij zijn bezoekter plaatse over de wijze, waarop men het vraagstukvoor den aanleg van dit centrum heeft opgelost. Geenstar gesloten plein. maar een luchtig. onopzettelijk arran-gement, dat juist daardoor de hand van den meester, ofin dit geval van de meesters verraadt. Het knappe ishier, dat men zich niet heeft laten verleiden tot op hetpapier schoonlijkende oplossingen. doch door een voor-treffelijk gebruik van het terrein en een even goede ver-werking der zakelijke opgaven een allerplezierigst ge-heel heeft doen ontstaan, dat in beginsel een voorbeeldter navolging moet geacht worden. Al zijn de gelegen-heden voor soortgelijke oplossingen helaas schaars ge-zaaid!Hier bevinden zich de in Amerika gebruikelijke winkels,waarvan een aanduiding zonder omschrijving niet mo-gelijk is. De ..drugstore" bijvoorbeeld is veel en veelmeer dan onze drogisterij.Laat ik niet probeeren U te vertellen wat U in de,,drugstore" wel koopen kan. want dan zou er geenplaats meer voor iets anders in dit artikel overschieten.Verder bevindt zich hier een levensmiddelenwinkel, zoomooi en efficient als ik nog nooit zag, een ,,general mer-chandise" winkel, een restaurant, een kapperszaak. metde voor Amerikaansche vrouAven zoo belangrijke ,,beau-ty parlor", een reparatiewerkplaats voor auto's, eenbusstation met service-station, een ,,agency" van eenwasscherij, een bioscoop, een postkantoor, kantorenvoor artsen, tandartsen en andere beroepen en de bu-reaux van de Greenbelt-administratie.De voorzieningsbehoeften op gebied van winkels enkantoren werden zorgvuldig berekend. Het schijnt, datmen aan cooperatief beheer der winkels de voorkeurzal geven, en hier een ,,consumer distribution corpora-tion" in het leven wordt geroepen, geheel door en voorde bewoners van Greenbelt werkende.LandbouwgrondenIn den groengordel zijn flinke stukken gereserveerd voorde menschen, die zelf hun groenten en fruit willen telen.De resteerende landbouwgrond wordt voor het gewoneboerenbedrijf gebruikt. Ik vond den grond niet van zeergoede kwaliteit en men beaamde, dat er veel kunstmestaan te pas kwam, om een behoorlijke productie uit denbodem te verkrijgen.Wij zullen den lezer niet vermoeien met een opsommingvan den financieelen opzet van het project, Dit zou nietzonder gedetailleerde l3eschouwingen gaan en zich beterleenen voor een apart artikel.Vermelden wij ten aanzien van de gebouivde huizendat ze er in werkelijkheid veel aantrekkelijker uitziendan de illustraties van dit artikel doen vermoeden. het-geen een compliment voor de ontwerpers inhoudt. Zijzijn zonder uitzondering voortreffelijk ingesteld op deAmerikaansche woonbehoeften.Het trof mij. dat de centrale verwarmingsinstallatie veelgrooter was en minder efficient dan de soortgelijke in-richtingen in ons land voor kleine huizen. De keuken-inrichting is daarentegen moderner dan in ons landgebruikelijk is. De keuken zelf is volkomen kaal opgele-verd door de bouwers. Alles wat er in is. wordt nagereedkomen van den bouw erin gezet. Het geheel zieter practisch en prettig uit. De bewoonsters waren eropgetogen over.Bij den bouw der huizen is gebruik gemaakt van terplaatse gemaakte bouwmaterialen, zooals lichte blokkenvan beton. terwijl ook asbestplaten geprobeerd zijn. (Ziede afbb. op biz. 46.)Aanpassing aan terreinDe tuinstad is -- om met den kleermaker te spreken --naar het ,,lijf" gesneden. Het ontwerp is resultaat vanuitzetting en probeeren op het terrein, waarvoor model-len op groote schaal gemaakt werden. Speciale aandachtwerd gewijd aan het benutten van aantrekkelijke land-schapsgezichten, zoodat zeer vele huizen een prachtiguitzicht hebben. Ik geloof dan ook, dat hier wel hetideaal der ,,landschappelijke stad", zooals de heerCleyndert die geschetst heeft in zijn uitstekende studie,zoo ver mogelijk benaderd werd.Greenhills en GreendaleDe twee andere tuinsteden berusten op dezelfde hoofd-beginselen als het hierboven beschreven Greenbelt.Onze beschrijving lean dus kort zijn.Greenhills ligt 8 km ten noorden van Cincinnati. 676woningen waren voltooid of althans zeer ver gevorderdtijdens mijn bezoek. Er is hier veel variatie in platte-gronden en verschijningsvorm, hoewel de eenheid tochgoed bewaard werd. Invloed vooral van den Frankfurt-woningbouw is in sommige -- niet de best geslaagdeblokken -- te herkennen.Evenals bij Greenbelt dicteerde de terreinsgesteldheidden opzet van het plan. Het is zeer ruim opgezet, deomringende natuur en de nederzetting vormen een ge-heel; het terug naar de gesloten stad, een leus, diein ons land vernomen werd, heeft hier gelukkig nietgeklonken. Het totale stadsgebied is 2400 ha groot,waarvan slechts een klein deel voor de eigenlijke neder-zetting gebruikt wordt en de overige gronden voorlandbouwdoeleinden en natuurschoon bewaard blijven.Er zijn hier al dertig boerderijen gevestigd met een ge-middelde grootte van 50 ha.Greendale bij Milwaukee onderscheidt zich in stede-bouwkundigen opzet wezenlijk van de beide andere tuin-steden, doordat het terrein hier niet zulk een bepalendeninvloed had op de planopstelling als dit bij Greenbelten Greenhills het geval was. Maar ook hier geeft deplanteekening een gebrekkig beeld van den aanleg, hoe-wel ik niet mag verhelen, dat --- dit is slechts een per-soonlijke indruk -- Greendale, qua plan, de zwakste derbreeders is. Wanneer men geen terreinbelemmeringenheeft, is toch een straffer hand bij het ontwerpen ge-rechtvaardigd. De zinvolle beplanting zorgt er voor hetgeheel toch niet ,,hard" te maken.Greendale omvat een kleine 600 woningen, waarvan 65,,farm units".Overeenkomstig ce behoeften zijn 90% der woningenvoorzien van garages. Sommige bij de huizen gebouwd,andere groepsgewijs.De voorzieningen ten behoeve van recreatie, scholen enwinkels zijn dezelfde als in de andere Greenbelttowns.De experimenten op hetgebied van bouwmate-rialen, hier toegepast,waren interessant, dochhelaas in practisch re-sultaat nog niet bevredi-gend. Sommige platte-gronden, typisch Ame-rikaansch, vond schrij-ver zeer aantrekkelijken practisch. i)Krot-opruiming Artikelendoor Mr. J. KrusemanHet was een goede gedachte van den Nationalen Wo-ningraad de landelijke bijeenkomst over dit onderwerpte beleggen, en dit vraagstuk te behandelen op de doel-matige en tactische wijze, waarop hij dit deed, evenalsdit lichaam in 1918 het Woningnood-congres organi-seerde, dat mede den stoot heeft gegeven tot de krach-tige werkzaamheid der Regeering en der gemeentebe-sturen om tot opheffing van den toenmaligen woning-nood te geraken. Bij die gelegenheid is toen ook hetNed. Instituut opgericht, dat zeer onlangs het onderwerpder volkshuisvesting ten plattelande heeft behandeld, datmet de algemeene vraag der krotopruiming in nauwverband staat. Dat thans de Nationale Woningraad ditonderwerp heeft aangevat is te begrijpen, omdat krot-opruiming geen zin heeft zonder krot-vervanging dooraanbouw van nieuwe woningen, waarbij de werkzaam-heid van toegelaten woningbouwvereenigingen onmis-baar is.Op deze landelijke bijeenkomst kon terecht aan gedach-tenwisseling geen plaats worden ingeruimd. Het zij mijthans vergund in het Tijdschrift eenige opmerkingen temaken, welke ten deele van juridischen aard zijn, eenzijde van het vraagstuk, welke ik tot dusverre nog nietbelicht heb gezien.Volgens artikel 54 Woningwet kan een gemeentebe-stuur een bedrag beschikbaar stellen voor de uitvoeringvan een onteigeningsplan ten behoeve der volkshuisves-ting, en ter tegemoetkoming in de kosten van voorzie-ning in de huisvesting der bewoners van na onbewoon-baarverkladng ontruimde gebouwen. Volgens artikel 56kunnen aan de gemeenten, ter betaling van rente en af-lossing van gelden, voor deze doeleinden bijdragen wor-den verzekerd uit 's Rijks kas, evenals dit geschiedenkan voor de andere doeleinden in de paragraaf overgeldelijken steun van gemeentewege vermeld.In 1926 is de eerste circulaire verschenen, waaruit bleekdat voortaan uitsluitend bijdragen zouden worden ver-leend voor krotopruiming. Hierop is voortgebouwd inartikel 18 (thans 25) van het Woningbesluit-1931, be-treffende bijdragen in de ongedekte jaarlijksche kosten,veroorzaakt door de opruiming van krotten of in eenVogelvluchtperspectief Greenhills bij Cincinnati^) Voor het gedeelte van delezing van den Heer de Cas-seres over de Tennessee Val-ley Authority, zie het gelijk-namige artikel in het Maart-nummer van het Tijdschriftvoor Economische Geogra-phie.Artikelenonvermijdelijk jaarlijksch tekort op de exploitatie vanwoningen ter vervanging van krotten. Deze bepalingwerd aangevuld door de circulaire van 1932, volgenswelke de krotten, in welker plaats evenveel woningenmoeten worden gebouwd, onbewoonbaar moeten wor-den verklaard, wat een logisch gevolg van het Woning-besluit is.Los van deze geheele wettelijke regeling staat de circu-laire van 1927 over de krot-opruiming ten plattelande;deze betreft bijdragen ineens om eigen woningen te ver-schaffen aan de eigenaars-bewoners van krotten tenplattelande, welke dus premies zijn, niet bijdragen injaarlijksche kosten zooals de Woningwet bedoelt.Kosten voor krot-opruiming ontstaan alleen bij onteige-ning en saneering van een wijk, of bij aankoop van eengroep krotwoningen, wat een enkele keer voorkomt,want de onbewoonbaarverklaring en ontruiming vanwoningen veroorzaken geen kosten. Eerst tengevolgevan deze maatregelen ontstaan er kosten bij de krot-vervanging door middel van aanbouw van nieuwe wo-ningen, het tweede onderwerp van artikel 25 Woning-besluit.Opvallend is nu het verschil in terminologie tusschende Woningwet en het Woningbesluit. De wet spreektvan onbewoonbaarverklaarde woningen, het besluit vankrotten, zij het ook dat deze onbewoonbaar moeten wor-den verklaard. leder krot moet dus, wat in den aard derzaak ligt, onbewoonbaar worden verklaard, maar nietiedere onbewoonbaarverklaarde woning is per se eenkrot. De vraag is derhalve wat onder een krot moetworden verstaan. Deze vraag werd onder de oogen ge-zien bij de eerste gemeentelijke woningtelling te Amster-dam in 1909, maar in 1916 werd deze destijds door hetgemeentebestuur gestelde vraag niet herhaald, omdat deantwoorden der tellers bij een technische controle te zeeruiteenloopend waren gebleken. Men vraagt wellichtwaarom men dan niet aan de tellers een omschrijvingvan het begrip ,,krot" had medegegeven. Dit geschieddeomdat het Bouw- en Woning-toezicht en de Woning-dienst, die in 1909 nog gecombineerd waren onder denDirecteur Tellegen, zich niet in staat achtten een derge-lijke omschrijving te geven, daar een subjectief oordeelhierin een te groote rol speelde. Moesten alle criteriavoor onbewoonbaarverklaring, welke de leden der Ge-zondheidscommissie gebruikten bij hun onderzoek sa-menvallen: gebrekkige voorziening van licht en lucht,onvoldoende toegangen, oude en verwaarloosde toe-stand, te geringe verdiepingshoogte, gedeeltelijke liggingonder den beganen grond, brandgevaarlijkheid, enz.? Ofwaren enkele criteria voldoende om de woning tot eenkrot te stempelen en, zoo ja, welke? leder, die wel eensheeft deelgenomen aan woningonderzoek, zal moetenerkennen dat een theoretische omschrijving van het be-grip ,,krot" niet mogelijk is, zoodat alles afhangt vanden indruk van het geval, wat natuurlijk hoogst subjec-tief is. Vermoedclijk heeft men echter in het Woning-besluit dezen onzekeren term gebezigd, teneinde de be-perking aan te brengen dat niet alle gevallen van onbe-woonbaarverklaring aanleiding zouden kunnen geventot verleening van bijdragen voor hen, die geen hoogerehuur kunnen betalen dan die van de ontruimde woning.maar dat alleen de allerergste gevallen in aanmerkingzouden komen. Hierbij is men nu afhankelijk van het50 subjectieve inzicht van gemeentebestuur en Inspecteur.Wcliswaar spcelt ook bij onbewoonbaarverklaring hetsubjectieve inzicht van de onderzoekers een rol, maarhierbij worden toch in de praktijk eenige criteria ge-steld, en is er een rechtsgang voorgeschreven bij ge-meenteraad en Gedeputeerde Staten, terwijl er sederteenige jaren nog het Koninklijk vernietigingsrecht tus-schen is geschoven, zoodat eenige eenvormigheid is ont-staan, waaraan onder de nieuwe regeling van de Wo-ningwet na 1934 de Inspecteurs zich waarschijnlijk hou-den. Van dit alles is bij de toepassing van het begrip,,krot" geen sprake. Gaat men dus den omvang van hetkrotten-verschijnsel in alle gemeenten onderzoeken, danzal men afstuiten op groote onzekerheid en bovendienop gemis aan gegevens. Hier wreekt zich de ondoor-dachte opheffing der Gezondheidscommissies zonder eraanstonds Woningcommissies voor in de plaats te stel-len. De kosten, aan de instelling dezer commissies ver-bonden, kunnen evenwel niet hoog zijn, daar de leden,evenals voorheen, hun werkzaamheden belangeloos zul-len verrichten. Ik vestig er tevens de aandacht op dat erreden kan zijn aan bepaalde gemeenten vrijstelling vande verplichting te verleenen om een Woningcommissiein te stellen. Zoo is b.v. te Amsterdam, waar de Inspec-teur over een hulpkracht beschikt, blijkens de cijfers deronbewoonbaarverklaringen de instelling van een Wo-ningcommissie veel minder noodig dan in vele kleinegemeenten, welker besturen dikwijls of onkundig zijnvan de toestanden, of ongeneigd zijn om er iets aan tedoen, terwijl de Inspecteurs, zooals vaststaat, geen tijdbeschikbaar kunnen stellen om alle slechte woningtoe-standen in hun ressort op te sporen.Volgens de regeling van het Woningbesluit heeft mendus gekregen een incidenteel ingrijpen in enkele geval-len, welke toevallig ter plaatse de aandacht trokken.Alleen worden volgens art. 24, 5e lid, van het Woning-besluit woonwagens en woonschepen, een steeds toene-mend euvel, met krotten gelijkgesteld. Een stelsel ver-krijgt men op deze manier nooit.Deze indruk wordt bevestigd door de cijfers in de ver-slagen van den Hoofdinspecteur, in afgeronde bedragenover de jaren: bijdragen:1931; opschrift krot-opruiming (waaronderonteigening f 29.000.--) .... f 47.000.--1932; zelfde opschrift (benevens voor sa-neering f 5.000.-- ) f 6.000.--1933; opschrift vervalt, want nu eenig doel,(benevens voor saneering f 4.500.^--) f 16.000.^--1934 f 7.700.--1935 f 5.700.--1936 f 15.800.--1937 f 10.400.--Het zijn dus geringe bedragen, waarmede de op deStaatsbegrooting uitgetrokken post bij lange na nietwerd bereikt. Hiernevens staan dan nog enkele sommenvoor krot-opruirriing ten plattelande, benevens voor ver-betering van woningen, terwijl er in dit jaar nog eenbedrag zal bijkomen voor de huisvesting van groote ge-zinnen.Zoowel volgens deze gegevens als uit een oogpunt vanwerkverschaffing bezien maakt het geheel ten onzenteen zeer onbevredigenden indruk, vergeleken bij de zeeromvangrijke ,,slum-clearance" in Engeland, niettegen-staande dit land ook te kampen heeft met een uitgebreidewerkloosheid en reusachtige uitgaven voor defensie.Het begrip ,,slum" is trouwens in de praktijk veel meeromvattend dan het begrip ,,krot" ten onzent. Voor ditlaatste woord vindt men in een Engelsch woordenboek,,cot" of ,,hovel". Slum is een gebruikswoord, waar-onder verstaan wordt een dichtbevolkte, onvoldoende enongezonde grocp woningen. Ik heb destijds in Londenslums gezien, welke op het punt stonden onteigend enafgebroken te worden, eengezinshuisjes aan een smallestraat, welke onze Gezondheidscommissie hoogstwaar-schijnlijk niet voor onbewoonbaarverklaring zou hebbendurven voordragen. Onder het huidige conservatievebewind in Engeland is een zeer groot nationaal plan totuitvoering gekomen, ter vervanging van slums en over-bevolkte woningen door goede nieuwe woningen. Overdit beginsel bestaat in de Engelsche partij-politiek geenverschil van meening, maar alleen over het tempo en demate van finantieele hulp. Zoowel uit een oogpunt vanvolkshuisvesting als uit dat van werkverschaffing wordtdeze grootsche onderneming in Engeland beschouwd alseen nationale zaak.Het ware te wenschen dat dit inzicht zich ook in onsland baan zal breken. Het schijnt evenwel dat ontgin-ning van woeste gronden een groot deel van het werk-verschaffing-programma zal uitmaken. Dit beteekentonvermijdelijk vernietiging van natuurschoon op grooteschaal, terwijl dit toch reeds in ons land van alle zijdenbedreigd wordt, daar deze schoonheid juist bestaat inhet bezit van ongerepte natuur. Hierbij vergeleken iswoningbouw ter vervanging van onbewoonbaar ver-klaarde woningen verre te verkiezen. Natuurlijk zaldeze onderneming den Staat gedurende vele jaren geldkosten in bijdragen in de exploitatiekosten der nieuwewoningen, welker bewoners de voile huur niet kunnenbetalen, terwijl alleen tegen de aanbouwkosten steun-bedragen wegvallen. In de verplichting der gemeentende helft der bijdrage te verschaffen ligt overigens eenrem tegen te kostbare toepassing van het stelsel. Daar-entegen bevat het Woningbesluit in artikel 25, 2e lid,de juiste bepaling dat ten aanzien van gemeenten, wierfinantieele toestand niet toelaat de helft der ongedektejaarlijksche tekorten bij te dragen, een bijzondere rege-ling kan worden getroffen.De belangwekkende berekeningen van den Heer An-driessen ter vergadering waren niet aanstonds te volgenen te beoordeelen, doch de poging om een grondslag vanberekening te verschaffen verdient waardeering, niethet minst het uitzicht op een mogelijke overeenkomstover de loonen der werklooze bouwvakarbeiders, die bijdit werk zullen kunnen worden gebezigd. Dat men vandie zijde rekening wil houden met den benarden toestandder Rijks- en Gemeente-financien geeft blijk van eenjuist sociaal besef.Wil de Regeering inderdaad overgaan tot een stelsel-matige opruiming en vervanging van onbewoonbaar-verklaarde woningen, welker bewoners niet in staat zijnde voile huur der nieuwe woningen te betalen, -- mendenke aan de lage loonen der landarbeiders -- dan zaler nog vrij veel voorbereiding noodig zijn. Het schijntmij echter niet noodig, in afwachting hiervan, voort tegaan op den tegenwoordigen weg van zeer beperktewerkzaamheid. Ook onder de bestaande reglementen enmet behulp der bestaande werkkrachten kan bij goed-willende gemeentebesturen, die een juist overzicht vanden arbeid in hun kring kunnen verschaffen en in staatzijn de helft, of althans een gedeelte, der bijdragen televeren, meer bereikt worden dan thans het geval is.Het is te hopen dat de landelijke bijeenkomst van denNationalen Woningraad den stoot zal geven tot eenkrachtige beweging, zoodat bij dezen belangrijken vormvan werkverschaffing de woorden in daden wordenomgezet. De woningtoestanden in ons land verergerenbij de onderste lagen van de bevolking van jaar tot jaaren het ware een averechtsche politick hiervoor de oogente sluiten en den geheelen last op de toekomst te schui-ven. - - . ' --,,;Uitreiking van de Hudig-medailleZooals reeds in het vorige nummer van dit Tijdschrift is aangekon-digd heeft het bestuur van de Mr. D. Hudig-stichting in een bijeen-komst van de leden van het Instituut op Zaterdag 4 Februari 1.1. inKrasnapolsky te Amsterdam voor de eerste maal de Hudig-medailleuitgereikt, en wel aan den Heer Mr. J. Kruseman.Nadat de Voorzitter van het Instituut de vergadering geopend had,gaf hi] onmiddellijk het woord aan den Voorzitter van de stichting,den Heer H. P. J. Bloemers, die zijn groote voldoening uitsprak overde aanwezigheid van Mevrouw Hudig en haar kinderen en van defamilie Kruseman en in de navolgende rede het besluit van het be-stuur der stichting toelichtte.Toen Hudig van ons was heengegaan en de groote leegte, die in denkring van ons Instituut was gekomen, ons aangreep, wisten zij, dievoortaan tezamen het bestuur zouden vormen, dat het beste watzij voor zijn nagedachtenis zouden kunnen doen, zou zijn zorg dra-gen voor het voortzetten van zijn arbeid, in zijn geest en met eenzoo groot mogelijk deel van zijn Uefde en zijn toewijding. Zij namenzich dat voor.Daarnaast gevoelden zij echter behoefte Hudig's nagedachtenis opmeer opzettelijke wijze te eeren.Niet dat het voor hen noodig was met een bizonder middel hunherinnering aan zijn persoon levend te houden. Er zal sedert zijnverscheiden wel geen vergadering zijn geweest van het Instituut ofvan den Stedebouwkundigen Raad, van het Bestuur of van hetDagelijksch Bestuur, waarin zij, die tot zijn naaste medewerkersbehoorden, niet meer dan eens zijn beeld zagen rijzen in hun geest.Maar de behoefte bestond om ook bij anderen en bij hen, die nahen zouden komen, de herinnering te doen voortleven aan Hudig'slevenswerk.Ik behoef de waarde van dat werk en voor de volkshuisvesting envoor den stedebouw in dezen kring niet te schetsen. Op beide ter-reinen is zijn arbeid voor land en volk van uitzonderlijke beteekenisgeweest en nog in lang zullen alle vruchten ervan niet zijn geoogst.Op zichtbare wijze, meenden zijn vrienden, zou waardeering vanzijn arbeid blijvend tot uiting gebracht kunnen worden door hetinstellen van een penning, waaraan Hudig's naam verbonden zouzijn, en welke, zelden, zou worden uitgereikt als onderscheidingvoor belangrijken arbeid op het gebied van de volkshuisvesting ofvan den stedebouw of van beide.Zoo werd de Hudig-stichting in het leven geroepen, die zich ten doelstelt de belangen van de volkshuisvesting en den stedebouw te die-nen door het periodiek (eenmaal om de vijf jaren) verleenen vaneen Hudig-medaille, uit te reiken aan dengene, die zich in Nederlandop het gebied van de volkshuisvesting of den stedebouw op bizon- :dere wijze verdienstelijk heeft gemaakt.Een commissie, bestaande uit de heeren Prof. Mr. Josephus Jitta,Ir. van Lohuizen en Mr. Vink, heeft het bestuur der stichting vanadvies gediend over de vraag aan wie de Hudig-medaille voor deeerste maal ware toe te kennen.Het verheugt mij bier te mogen uitspreken, dat de commissie geadvi-seerd heeft en het bestuur der Stichting eenparig het besluit heeftgenomen voor de eerste maal met de Hudig-medaille te onderschei-den den heer Mr. Jan Kruseman, oud-president van het Gerechtshofte Amsterdam en lid van het bestuur van ons Instituut.Hooggeachte Heer Kruseman !Verheug ik mij er hartelijk over, dat de medaille, welke den naam r idraagt van hem, die niet alleen de stichter, maar gedurende zooveel OiArtikelenUitreikingHudig-medailleUitreikingHudig-medaille52jaren de ziel was van ons Instituut en wiens levenswerk het terreinbestreek, dat ook zoozeer Uw liefde had en heeft, voor de eerstemaal aan U is toegekend, ik stel het op zeer hoogen prijs, dat ik Udeze medaille zal mogen overhandigen en dat ik dit zal mogen doenin tegenwoordigheid van Mevrouw Kruseman en van Uw kinderen.Uw werkzaamheid ten dienste van de volkshuisvesting omvat eentijdperk van bijna een halve eeuw, dat terugreikt tot de jaren, waarindoor onderzoek en gedachtenwisseling, door de uitvoering van phi-lanthropische saneerings- en bouwplannen en door gestadige propa-ganda de weg werd geeffend voor de invoering van een wettelijkstelsel van overheidsbemoeiing. Terwijl slechts weinigen in onsmidden persoonlijke herinneringen hebben aan de beweging derwoninghervormers in die jaren, hebt Gij, bijna van den aanvang af,den strijd meegestreden in het voorste gelid.Reeds in 1892 treffen wij U aan als secretaris van de Vereenigingten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam, de oudste wo-ningbouwvereeniging van ons land, die destijds al een bestaan van40 jaar achter den rug had. En vrijwel gelijktijdig zien wij U werk-zaam deelnemen aan een onderzoek naar den toestand der arbeiders-woningen in de oude wijken van Amsterdam, dat vanwege de plaat-selijks afdeeling van den Volksbond werd ingesteld. Aan een over-zicht van de bedroevende ervaringen, die dit onderzoek opleverde,verbond het mede door U samengestelde rapport een uiteenzettingvan de maatregelen, die tot verbetering zouden kunnen leiden.Weldra kwam voor U de gelegenheid om het woningvraagstuk ineen ruimer kader te bestudeeren, toen Gij door de Maatschappij totnut van 't algemeen werd aangezocht met Drucker en Greven eensamenvattend geschrift samen te stellen over den toenmaligen standvan dat vraagstuk en in het bizonder over de middelen tot verbe-tering van woningtoestanden. Het resultaat hiervan was het zeerbekende rapport van 1896, dat door U als rapporteur is geschreven.Nog altijd is dit rapport een hoofdmoment in de geschiedenis vanonze volkshuisvesting. Het vat de feitelijke gegevens samen, die doorplaatselijke en gewestelijke enquetes waren bijeengebracht; het geeftdaarna een overzicht van hetgeen personen en vereenigingen totverbetering van het woningpeil hadden ondernomen en behandeltten slotte uitvoerig welke maatregelen op den weg van de overheidUggen. De meest opmerkelijke conclusie van het rapport is stelligdie van de noodzakelijkheid van een Woningwet voor Nederland.Over het voor en tegen van dit denkbeeld en over de verdere uit-werking ervan wordt in de eerstvolgende jaren in verscheidene be-langriike vergaderingen van gedachten gewisseld; in de Vereenigingvoor de Staathuishoudkunde en Statistiek in 1898, op het Congresvoor Openbare Gezondheidsregeling in eenige achtereenvolgendejaren; en meer dan eens treffen wij Uw naam op de lijst der sprekersaan. Met name in de eerstbedoelde vergadering hooren wij U denstrijd aanbinden met den staatsman Mr. S. van Houten en den hoog-leeraar Mr. H. Krabbe, vooral waar de eerste zich afkeerig toondevan wettelijke bepaUngen en overheidsbemoeiing.Door al deze en dergelijke voorbereidende werkzaamheden was detijd rijp geworden voor de aanvaarding van een wettelijke regeling,die dan ook in 1899 door de Regeering aanhangig werd gemaakt.Maar het lag niet in den aard van de woninghervormers van dientijd rustig den steun van die regeling af te wachten. De ernstigetekortkomingen in de huisvesting der arbeiders, waarop zij bij hunonderzoekingen stuitten, drongen hen tot daadwerkelijk handelen.Een poging in dezen geest was de oprichting van de N.V. Bouw-onderneming ,,Jordaan" in 1896, waarbij Gij samenwerktet o.a. metHelene Mercier en met de Heeren P. W. Janssen en Mr. A. Kerdijk.Kort geleden hebt Gij in een opstel in het Gedenkboek Beter Wonenvan den Nationalen Woningraad uiteengezet, hoe het plan van dezephilantropische vennootschap, die zich voorstelde een samenhangendgeheel van krotwoningen aan te koopen en door goede etage-woningen te vervangen, in allerlei opzichten belangwekkende expe-rimenten inhield.De Woningwet van 1901 brengt dan de verwezenlijking, althansin beginsel, van vele wenschen, die de strijders voor verbeteringvan de volkshuisvesting hadden vervuld, maar andererzijds leidt zijhun streven meerendeels in de banen van een wettelijk systeem.De wet zelve is van den aanvang af voor U een voorwerp geweestvan nauwgezette bestudeering. Wei beschouwd is die bestudeeringbegonnen voor de wet als ontwerp in het Hcht van de openbaarheidkwam, want Minister Goeman Borgesius stelde reeds het voor-ontwerp om advies in Uw handen. Deze werkzaamheid was als hetware een voorbereiding voor de taak, welke Gij onmiddellijk daarnaop U naamt, namelijk die van commentator van de wet. In 1901verscheen de eerste druk van Uw boek ,,De Woningwet". Zeervelen heeft deze coramentaar den weg gewezen naar een juist begripvan de bepalingen van de wet, die vooral na de herhaalde partieelewijzigingen niet gemakkelijker begrijpelijk werden. Meer dan eenshebt Gij trouwens den commentaar bij die wijzigingen moeten aan-passen; na de herziening van 1921 door de bewerking van een nieu-wen druk, na die van 1931 door het schrijven van een lijvig supple-ment, dat de voornaamste onderwerpen, die toen een nieuwe rege-ling vonden, als aaneengeschakeld geheel behandelt. Door ziin we-tenschappelijk karakter en door de scherpzinnige, maar steeds op-bouwende kritiek, waaraan Gij de wet en haar officieelen uitlegonderwerpt, heeft Uw commentaar een geheel eigen plaats behou-den. Uw critiek kon steeds opbouwend zijn, doordat Gij doordrongenzijt van de leidende gedachten, die in de wet belichaamd zijn. Ditbracht U tot scherp verzet, wanneer bij een voorgenomen herzie-ning van de wet regelingen aanhangig werden gemaakt, die naarUw oordeel met die leidende gedachten onvereenigbaar waren.Tot bizondere waardeering stemt de groote volharding, waarmeeGij den strijd hebt gevoerd tegen de wijzigingsvoorstellen, die inden loop van 1933 werden ingediend. In tal van artikelen en ineen door U uitgegeven rede voor de Amsterdamsche Gezondheids-commissie hebt Gij het eenvoudige en beproefde stelsel van de finan-cieele paragrafen der wet in verdediging genomen tegen den cen-traliseerenden geest, dien Gij in het ontwerp bespeurdet. Ook bijdeze actie hebt Gij het verstaan opbouwende critiek te leveren enmet scherpzinnigheid compromis-voorstellen te ontwerpen, die deRegeering een eind weegs tegemoet kwamen. Het is voor U envoor alien, die aan LIw zijde stonden, een groote voldoening ge-weest, dat het ontwerp in zijn eersten vorm geen meerderheid in deTweede Karaer heeft gevonden en dat de wet, zooals zij ten slotteis komen te luiden, op verscheidene punten verwantschap met Uwtusschenvoorstellen verraadt.Ook de toepassing van de wet hebt Gij steeds met een waakzaamcog gevolgd en wanneer de Regeering zich daarbij naar Uw over-tuiging op een verkeerd spoor begaf, hebt Gij Uw waarschuwendestem doen hooren. Een nog niet vergeten voorbeeld hiervan vormtUw strijd tegen de vernietiging door de Kroon van besluiten totonbewocnbaarverklaring op grond van een hernieuwde waardee-ring der feiten.Zoo zijt Gij sinds jaren de jurist bij uitnemendheid onder de woning-hervormers, maar omgekeerd waart en zijt Gij in de rechtskundigewereld de deskundige bij uitstek met betrekking tot de volkshuis-vesting en den stedebouw. Meer dan eens hebt Gij de vergaderingenvan de Nederlandsche Juristenvereeniging over deze onderwerpenvoorgelicht; met name in 1913 in Uw praeadvies over eenige vraag-stukken, de onteigening betreffende.Het is begrijpelijk, dat ook bij de toepassing van de Woningwetop allerlei wijzen beslag gelegd is op Uw voorlichting en medewer-king. Sedert jaren heeft de Regeering van Uw adviezen kunnenprofiteeren in Uw hoedanigheid van Hd, eerst van den Rijkswoning-raad, daarna van den Gezondheidsraad en van voorzitter van deCommissie voor de Volkshuisvesting uit laatstgenoemd College.Zeer veelzijdig was Uw arbeid in het belang van de volkshuisvestingte Amsterdam. Ik vermeld terloops Uw lidmaatschap gedurendeeenige jaren van den Amsterdamschen gemeenteraad. In deze kwa-liteit hebt Gij de gemeente en de zaak der volkshuisvesting eengrooten dienst bewezen door voor het nieuwe ambt van Directeurvan het Bouw- en Woningtoezicht den Heer Ir. J. W. C. Tellegenaan te bevelen.Van zeer langen duur is Uw werk in de Amsterdamsche Gezond-heidscommissie geweest, waarvan Gij van 1902 tot de opheffingvan de commissie in begin 1934 vrijwel zonder onderbreking deelhebt uitgemaakt. Van 1910 tot 1922 hebt Gij op uitnemende wijzehet Voorzitterschap bekleed. In de hoofdstad, waar in deze jarenmeer dan in eenige andere gemeente omging op de terreinen vanvolksgezondheid en volkshuisvesting, was de wettelijke taak vande Gezondheidscommissie een uiterst zware. AUeen al het advisee-ren over de onbewoonbaarverklaringen, waarvan het aantal -- afge-zien nog van de door hoogere instantie vernietigde -- in Amsterdamin de jaren tot eind 1933 8042 bedragen heeft, vormde voor decommissie een taak van groote verantwoordelijkheid.Maar onze waardeering voor den arbeid, dien U in de Commissieen dien de Commissie onder Uw leiding heeft verricht, is te grooter,omdat zij allerlei vraagstukken van ruimer strekking eigener bewe-ging in onderzoek genomen heeft en daarover adviezen heeft uitge-bracht. Ik denk aan de berekening van het woning-tekort en devoorziening daarin, aan een vergelijking van de bouwkosten vanparticuheren bouw en overheidsbouw en zooveel andere problemen.Door haar arbeid onder Uw voorzitterschap heeft de AmsterdamscheGezondheidscommissie op een wijze, welke herhaaldelijk bewonde-ring afdwong, getoond, dat een onafhankelijk College van deskun-digen en belangstellenden, ook in een gemeente, waar de technischediensten voUedig geoutilleerd zijn, een eigen belangrijke taak metbetrekking tot de openbare gezondheidszorg en de volkshuisvestingkan vervuUen.Ook aan de Amsterdamsche woningbouwvereenigingen hebt Gij tijden moeite gegeven. Ik wees reeds op Uw bestuursfunctie in deVereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse en op Uw aandeel inde oprichting van de Bouwonderneming Jordaan. Als belangrijkebouwvereenigingen, waarin Gij eveneens gedurende vele jaren deelhebt uitgemaakt van de Commissie van Toezicht of van het bestuur,noem ik nog de Vereeniging Bouwmaatschappij tot verkrijging vaneigen woningen en het Amsterdamsche Bonwfonds. Beide organisa- ties hebben in ruime mate bijgedragen tot de verheffing van hetwoningpeil in Amsterdam; de eerste met ruim 3000 buiten de Wo-ningwet gebouwde en bijna 800 door een dochter-instelling op denvoet van deze wet gebouwde woningen, de laatste vooral ook, door-dat zij een groot tehuis voor arbeiders en een volkslogement exploi-teert.De vele ingewikkelde vraagstukken van woningpolitiek in de ruimstebeteekenis. waarmee Gij in talrijke functies in aanraking kwaamt.hebben U dikwijls de pen doen opnemen om in artikelen Uw denk-beelden uiteen te zetten. De gelegenheid ontbreekt om van dezenarbeid een overzicht te geven. Dat die vraagstukken U ook totgeregeld contact en overleg met andere deskundigen en belangstel-lenden hebben gebracht, was een gelukkig gevolg ervan. In dehoofdstad was gedurende langen tijd -- van 1902 tot 1920 -- deAmsterdamsche Woningraad de band, die deze personen vereenigde.Ook in deze organisatie hebt Gij als Voorzitter en als rapporteurover onderscheidene onderwerpen belangrijk werk verricht. Opmer-king verdient, dat daarbij ook herhaaldelijk stedebouwkundige kwes-ties zijn aangesneden, hetgeen overigens in dien tijd zelden ge-beurde.Evenzoo steundet Gij het Congres voor Openbare Gezondheids-regeling, als bestuurslid en als praeadviseur.Het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouwheeft van zijn oprichting af in Uw warme belangstelling gedeeld.Als bestuurslid en als trouw bezoeker v
Reacties