VolStE IDrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-resting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,Igemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen>eptember 1939 20e Jaargang no. 9van PIETER SCHOEN & ZOOM N.V.,ZAANDAM, geven een voornaatn aan-zien, gepaard aan groote duurzaamheid.Deze producten bezorgen den schildereen tevreden clientele Iw Collectia 1938, 12 kUuran Standgroen3 kl?ur?n AntlekwitVr?agt onza 6 kleur?n Standbruinni?uwa kUur?nk??rt 3 kUurcn Standrood3 kleuren SlandbUuw1 kl?ur StandzwartPIETER SCHOEN & ZOOM N.V.VERF- EN VERNISFABRIKANTEN - ZAANDAMVraagt oniUeurenboekjaKOUDWATERVERFis een eenvoudige en dus een goed-koope opiossing voor muren met drogen,vasten ondergrond.E?n laag dekt meestal voldoende. Met1 Kg. Hydrollne kunt U ongeveer 10M'4enmaal beschllderen.Gaten en oneHen-heden kunnen bijwijze van plamuur metdeegvormige Hydroline gestoptworden,PIETER SCHOEN & ZOON N.V.VERF- EN VERNISFABRIKANTEN - ZAANDAMGEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndustriSele en HandelmaattchapplJ?TERRANOVA?Noorderweg 52 A -- Telefoon 8581Fabrikante van ,,TERMORCO"BUIZEN - KOKERS - Spedale SCHOORSTEENKANALEN(ook DUBBELWANDIGE) ^ WASEMKAPPEN en KANALENVENTILATIE-LEIDINGEN ONTLUCHTINGSKOKERS.HILVERSUMEENDOORSTROOMAPPARAATIN UW KEUKEN MET ZIJLEIDINGNAAR EEN DOUCHECEL KANNIET MEER WORDEN GEMIST.LET U SLECHTS BIJ AANKOOP OPONDERSTAAND MERKZUTPHENzHOLLANDN.V. INDUSTRIEELE MAATSCHAPPIJ ?ZUTPHEN?FABRIEK VOOR SPECIAALAPPARATEN EN MASSA-ARTIKELENRV. ,,ETERNIT**v.h. EERSTE NEDERLANDSCHE FABRIEK VANASBEST'CEMENTPLATEN ,,MARTINIT**Kantoor: NIEUWE DOELENSTRAAT No. 20-22AMSTERDAM-CTEL. 49644. 49744. 49844RECHTHOEKIGE EN VIERKANTE KOKERSMEERVOUDIGE KOKERSNAADLOOZE PIJPENLUCHTKANALENW A SEM KAPPENSCHOORSTEENENHULPSTUKKENKABELKOKERSBAKKENWij belasten ons met het compleet leveren en monteerenvan LUCHTKANALEN en maken hiervoor gaarnegeheel vrijblijvcnd offcrte.Vraagt Brochure en Prijscottrant.N.V. ..ETERNIT" - AMSTERDAMTekening Dummyiiiiiii^ + T ^Vc T E K E N I N G ^JJ Jd cuworkTijdschriftvoor Volkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw enden Nationalen Woningraad, Algemeenen Bond van WoningbouwvereenigingenRedactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Ir. J. M. A. ZoetmulderAdres voor Redactie en Abonnementen : Kloveniersburgwal 70, Amsterdam C, Telefoon 40588Advertencies: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Sept. 193920e Jaargang No. 9MaandbladIn Memoriam J. L. B. Keurschott 7 September 1939Het was niet onder gemakkelijke omstandigheden, datJohannes, Lubertus, Boland Keurschot, op 4 Januari 1879te Didam geboren, reeds op jeugdigen leeftijd met depractijk van het bouwvak kennismaakte.Na eenige jaren het timmervak te hebben beoefend, rijp-te bij hem de behoefte aan theoretisch onderwijs.De gelegenheid tot zelfstudie was niet zoo gunstig alstegenwoordig en de moeilijkheden, welke daarbij doorhem moesten worden overwonnen, verklaren zijn laterebelangstelling voor het vakonderwijs.De practijk van het bouwvak trok hem minder aan, dande sociale kant van het woningvraagstuk. Na eenigen tijdbij de Bouwpohtie te Utrecht te hebben gewerkt, had hijin 1908 het geluk, op voordracht van Ir. W. F. C.Schaap, den toenmaligen Directeur van Gemeentewer-ken te Arnhem, tot Inspecteur van de afdeeling Bouw-politie aldaar te worden benoemd en allereerst met eenuitvoerig systematisch woningonderzoek te worden be-last.Het voortdurend contact met Ir. Schaap en met denarchitect G. Versteeg, geruimen tijd adjunct-Directeurvan Gemeentewerken, heeft veel tot zijn vorming bijge-dragen en een stempel op zijn ambities gedrukt, waar-bij hem meermalen de uitwerking van gemeenschappe-lijke denkbeelden werd opgedragen.Groot was voor hem de voldoening, toen in 1921 dezelfstandige dienst van het Bouwtoezicht en de Woning-voorziening werd ingesteld en hij tot Directeur werdbenoemd.De gelegenheid tot voile ontplooiing kwam voor hemevenwel, na het verlaten van de practijk, toen hij in 1923tot lid van het College van Gedeputeerde Staten vanGelderland werd benoemd.Vanzelfsprekend hadden de zaken, de toepassing van deWoningwet betreffende, zijn groote belangstelling.Daarnaast interesseerden hem in het bizonder de ge-neeskundige verzorging ten plattelande, de tuberculose-bestrijding en later de watervoorziening, waarvoor hijzijn uiterste krachten inspande.Is hij erin geslaagd, om voor de misdeelden in de maat-schappij veel nuttig werk te verrichten, zelf is hij eengroot deel van zijn leven onder ernstig leed gebukt ge-gaan. Zijn vele, goede vrienden hadden hem zoo gaarneverscheidene jaren van rust gegund, wanneer voor hemde tijd van aftreden zou zijn aangebroken. Tragisch iszijn verscheiden, zoo korten tijd nadat voor hem de zonvan een gelukkig familieleven was opgegaan.A. M. KuystenOnze taakWat reeds lang dreigde, is nu werkelijkheid geworden.Vier groote Europeesche staten zijn met elkaar in oorlog.Te midden daarvan ligt Nederland, vast besloten zijnvolksbestaan en zijn neutrahteit te handhaven en daar-door ,,in staat van oorlog", zooals de wettelijke termluidt, die zoo juist uitdrukt, wat wij dagelijks beleven:alle aandacht en energie zijn gericht op wat de oorlogs-toestand vergt aan militaire verdediging, beschermingvan de burgerbevolking, economische voorzieningen inden meest uitgebreiden zin. En dan komt wel even devraag op, of er in dezen tijd van verwarring nog eentaak is voor ons Instituut, dat naar zijn aard zoo zeer isingesteld op werken des vredes.Het is vooreerst gewenscht, de geestelijke verwarringniet grooter te doen worden dan nu eenmaal onvermij-delijk is. En dan volgt daaruit, dat ook het Instituuttrachten moet, den arbeid voorloopig op den gewonenvoet voort te zetten. Dit tijdschrift zal, zoo lang hetmogelijk blijft, in zijn tegenwoordigen vorm blijven ver-schijnen. Zooals reeds vroeger werd aangekondigd, zijnpraeadviezen in bewerking over de vraag, hoe het vervalvan woningen kan worden voorkomen en tegengegaan.Had het bestuur den huidigen toestand van ons wereld-deel destijds kunnen voorzien, dan zou de keus niet opdit onderwerp zijn gevallen, maar nu hopen wij toch, diepraeadviezen in ons volgend nummer te kunnen afdruk-ken en eenigen tijd later te kunnen behandelen. Ook hetandere werk van het Instituut wordt voortgezet. Mochtdit conflict van korten duur zijn, wat alien hopen ensommigen verwachten, dan zal het Instituut paraat ge-bleven zijn, om het werk normaal te hervatten.Er is nog een andere mogelijkheid, namelijk dat Neder-land alsnog in den oorlog zal worden betrokken. Wat 165Artikelcn166het Instituut dan zal moeten doen, laat zich nog nietvoorzien.Er is echter nog een derde mogelijkheid en wel dezc,dat wij eenigszins zullen beleven wat een kwarteeuwgeleden geschiedde: een oorlog van langen duur, waarinons land met groote krachtsinspanning zijn neutraliteithandhaaft, maar inmiddels een hardnekkigen strijd moetvoeren tegen een ontwrichting op economisch en maat-schappelijk gebied, niet in de laatste plaats op het gebiedder volkshuisvesting. Uit dezen strijd werd destijds hetInstituut geboren, omdat men allerwege de noodzakehjk-heid voelde van een instelhng, waarin overheidsorganen,corporaties en personen van de meest uiteenloopendepohtieke en maatschappehjke instelhng zouden kunnensamenwerken in het belang van de volkshuisvesting totbehoud van onze volkskracht.Voor wie zich dit herinnert, is het geen vraag meer, welketaak het Instituut dan te vervullen zal krijgen. Staan wijinderdaad in het aanvangsstadium van een langdurigenoorlog, dan staan ons weer ernstige moeilijkheden ookop woninggebied te wachten, moeilijkheden met vermoe-delijk weer heel andere aspecten dan 25 jaar geleden.Dan zal opnieuw samenwerking van alien worden ver-eischt, om zooveel mogelijk te behouden, wat wij hebbenverkregen en weer op te bouwen, wat schade leed.Naar zich voorloopig laat aanzien, staat Nederland thansin bijna elk opzicht meer paraat voor den strijd tegen deontwrichting dan in 1914. Ook in dit opzicht, dat toeneerst na 3]/^ jaar oorlog ons Instituut tot stand kwamen dat het nu reeds bij den aanvang levenskrachtig be-staat. Het bestuur is zich volkomen bewust, welke eischenmisschien weer binnenkort aan het Instituut zullen wor-den gesteld en het staat gereed, om niet alleen het nor-male werk voorloopig voort te zetten, maar van hedenaf dadelijk op te treden, zoodra uit de buitengewoneomstandigheden vraagstukken naar voren komen, die ophet terrein van het Instituut liggen.Onze taak is dus duidelijk. Werkt alien mede, om mo-gelijk te maken, dat het Instituut die taak ook behoorlijkvervult!M. J. I. de Jonge van Ellemeet,VoorzitterArnhem, 16 September 1939De bouwspaarkassen en de volkshuisvestingdoor Dr. Ir. H. G. van BeusekomMeer dan vroeger begint ook in ons land de bouwspaar-kassenbeweging een beroep te doen op de openbarebelangstelling. Scheen het nog voor enkele jaren, alsofdeze beweging, die in Engeland en in Duitschland, hoe-wel langs verschillende lijnen, tot zulk een krachtigeontwikkeling is gekomen en zich van daar uit in tal vanandere landen heeft vertakt, in Nederland geen voe-dingsbodem kon vinden, de laatste jaren is daarin eenduidelijke verandering gekomen.In enkele jaren tijd zijn tientallen bouwspaarkassen,bouwkassen, hypotheekfondsen of hoe deze instellingenverder mogen heeten, in het leven geroepen. De grootemeerderheid heeft den strijd om het bestaan spoedignjoeten opgeven; bij velen trouwens was de opzet zui-ver speculatief en ontbrak iedere solide basis. Uit degroote debacle, waarin ook de justitie herhaaldelijkheeft moeten ingrijpen, zijn slechts een paar kassenovergebleven, die als bonafide kunnen worden be-schouwd en die thans met meer of minder succes trach-ten, het bouAvsparen in ons land ingang te doen vinden.Deze kassen, die door hun voortdurende reclame in depers in toenemende mate de aandacht van ons volkvragen, dwingen ons, aan deze materie onze aandachtte schenken.De bouwspaarkassenbeweging ontleent haar beteekenisvoor de volkshuisvesting hieraan, dat zij zich ten doelstelt het verschaffen van eigen woningen. ,,Ieder spa-rend gezin een eigen woning" is het devies, dat sederthet 5e Internationale Congres te Salzburg in 1935 doorde geheele beschaafde wereld wordt gepropageerd.Dit is een devies, waarvan de waarde niet mag wordenonderschat. Het sparen is ook in ons land van ouds ineere geweest. In onzen tijd wordt het sparen echterbemoeilijkt door de onzekerheden en spanningen, die heteconomisch leven allerwegen beheerschen. Rendabeleen tegelijk veilige beleggingen van spaargelden zijn te-genwoordig schaarsch. Het kan niet anders of dit moetop den spaarzin een ongunstige uitwerking hebben.Het sparen kan worden bevorderd, wanneer het eentastbaar doel heeft. Zulk een doel nu is een eigen wo-ning.De voordeelen van de eigen woning zijn reeds in tal vanpublicaties opgesomd en geformuleerd. Het schijnt over-bodig, dit hier opnieuw te doen. Deze voordeelen zijnin ons land niet altijd voldoende in het oog gehouden.Met name is onder de werking van de Woningwet deeigen woning tot op zekere hoogte in het gedrang ge-raakt. Velen, die door de toepassing van de financieeleparagrafen uit een krot zijn overgebracht naar eengoede woning, zijn huurder geworden, hoewel hun ver-leden en hun maatschappehjke positie hen had voorbe-stemd om eigenaar van een nieuwe woning te worden.Wijs beleid moet hier den juisten weg doen vinden.Natuurlijk moet niet over het hoofd worden gezien, datde veranderde maatschappelijke verhoudingen en hetontbreken van voldoende bestaansmiddelen op plaatsen,waar eeuwenlang de gevestigde bevolking een, zij hetsober, bestaan vond, vele gezinnen dwingen om huurderte blijven, omdat alleen dan de noodige bewegingsvrij-heid gewaarborgd is. Dit alles neemt echter niet weg,dat de eigen woning in ons land te veel naar den achter-grond is gedrukt en dat in vele gemeenten woningbe-hoevenden aanwezig zijn, die gaarne in het bezit vaneen eigen woning zouden komen, mits slechts een mid-del beschikbaar was om deze onder gemakkelijke beta-lingsvoorwaarden te verkrijgen.Voor de minder draagkrachtige bevolkingsgroepenheeft de regeering verschillende regelingen vastgesteld,welke ten doel hebben, door het verleenen van voor-schotten uit de openbare kassen, gegadigden in het be-zit te stellen van een eigen woning. Deze regelingengelden intusschen slechts voor bepaalde groepen derbevolking. Mede daardoor hebben zij slechts een be-perkte werking gehad.De eerste regeling van dezen aard, de Landarbeiders-wet, beoogt een welomschreven deel der plattelands-bevolking, n.l. hen, die van het in loondienst verrichtenvan landarbeid hun hoofdberoep maken, door het ver-PHILITE"i;DEURKRUKKENSierlijk en niei duur!Vraagt inlichtingen bij de VOORNAAMSTE IJZERHANDELARENof bij de N.V. PHILIPS' GLOEILAMPENFABRIEKEN.Aid. Aanverw. Bedr. ,,Philite" te EINDHOVEN.rHEX IS OM GEKTE WORDEN #Alweer een plafond aan het bladderen !LIJMVERF moest verboden worden !Hoe vaak heeft de schilder hierdoor al last energer gehad! ?Dikwijls heeft men niet alleen zijnwinst, maar ook zijn klant verloren.WAS DAT NODIG ? ?Als menN E E N !ALKASIT^CELLULOSE^LIJMhad verwerkt, was het --afbladderen niet voorgekomen!N.V. ,,DE ATLAS"- DELFTAfd. KleefstoffenWESTVEST 51-53 ^ TELEFOON 1077bruynzeel s balkon- en tuindeurenzijn bestand tegen het zware gebruikwaaraan buitendeuren altijd bloot staanleveren stolpdeurenzijiichtenenkele deurenOO en40 mm dik'? -^MJO/O-'bruynzeel's deurenfabriek n.v. zaandamumAUTOMATISCHEVERKEERS-SIGNALENVOORREGELING EN BEVEILIQINGVAN HET VERKEERN.V. TECHNISCHE HANDELMIJ EN INGENIEURSBUREAU,.]^^j|in.">.v?.^-.ii.*gi4H REGENTESSELAAN 26 DEN HAAC ^ TELEFOON 336597ffN.V, KLEIWARENFABRIEKNIEUW WERKLUST^^HAZERSWOUDE bij Leiden. Telef. Leiden 2201Alle soorten DAKPANNENin rood, blauw en verglaasd.Specialiteit op het gebied vanDRAINEERBUIZEN.-^Wij leverden onze pannen in den loop der tijden aan de verschil-lende Woningbouwvereenigingen en waren ook de leveranciers vande mooie Romaansche pannen voor het pas afgeleverde Woning-bouwcomplex der Woningbouwvereeniging ,,Spinoza" te Rijnsburg,Architect A. v. d. HEYDEN te Leiden.i1(x^^^arr-V V\ ?Rijwielstanders1J. KUIPERSLEEUWARDEN;, " --t-^Postbus 79 Tel. 3052GARANTIEGARANTIEGARANTIEGARANTIEGARANTIESTANDGROENSTANDBRUINSTANDROODSTANDZWARTSTANDBLAUWSpeciaal product voor Buitenwerk.HOUDT HET IJZER.ROESTVRIJEN BESCHERMT HET HOUT.Wordt 5 JAAR GEGARANDEERDWED. BOONSTOPPEL & ZN.LAK- EN VERNISFABRIEK 'WADDINXVEEN Tdcfoon 50Laat UwA GEMEENSCHAPPELIJKE^ BINNENTUINENontwerpen en aanleggen doorW. BEUNDERBLOEMENDAALTELEFOON 22338L. GREATTI - AMSTERDAMKALFJESLAAN 56 - TELEFOON 24181TERRAZZO - MOZAIEK - AANRECHT-BLADENESTRICH-VLOERBN - HOUTGRANIETGRANITINE VOOR TRAPPEN EN MUURBEKLEEDINGBy tal van WONINGBOUWVEREENIGINGEN toegepast.strekken van een woning met een stuk grond in eigen-dom, een zoogenaamd ,,plaatsje", in economisch opzichtmeer weerbaar te maken. Deze wet, die niet rechtstreeksde belangen der volkshuisvesting bedoelt te dienen,doch in de eerste plaats een economische strekkingheeft, is ook voor de verbetering der volkshuisvestingten plattelande van groote beteekenis geweest. Tochis haar werking beperkt gebleven. Een aantal van on-geveer 5450 uitgegeven plaatsjes in 20 jaar of gemid-deld 270 per jaar, is zeker van belang, doch niet over-weldigend groot.Voorts is sedert 1927 de gelegenheid geopend cm krot-ten te vervangen door eigen woningen, waarbij eenbijdrage ineens van f 600.-- (voor groote gezinnenf 900.-- ) en een voorschot, af te lossen in 30 gelijkeannui'teiten, kan worden verstrekt. Deze regehng, dierechtstreeksche vervanging van krotten beoogt en zichten doel stelt, krotbewoners in het bezit te stellen vaneen eenvoudige woning, die bij geregelde afbetahng in30 jaar onbezwaard eigendom wordt, heeft slechts zeerweinig toepassing gevonden. Slechts 231 woningen zijnvan 1927 tot en met 1938 volgens deze regeling ge-bouwd of gemiddeld ruim 20 per jaar.Vervolgens moeten nog worden genoemd de gemeente-lijke regelingen voor het verstrekken van hypothekenvoor eigen woningen, welke wel in bepaalde deelen deslands groote verbreiding hebben gevonden, doch uiter-aard beperkt blijven tot het gebied van die gemeenten,die het initiatief tot het vaststellen van een regelinghebben genomeri.Eindelijk is er de mogelijkheid om met rijksvoorschotingevolge de Woningwet v/oningen te bouwen, welkein eigendom aan de bewoners overgaan (circulaire van5 Mei 1930). Deze regeling heeft practisch nooit toe-passing gevonden.Al deze regelingen komen hierin overeen, dat zij aangegadigden het kapitaal voor den bouw van een eigenwoning verschaffen tegen gemakkelijke betalingsvoor-waarden.Algemeen gebruikelijk is een aflossing in 30 gelijke an-nui'teiten. Bij een rentevoet van 3}/^% bedraagt de an-nuiteit 5,437%, zoodat de jaarlijksche aflossing ietsbeneden 2% blijft, terwijl toch de termijn, binnen wel-ken de bewoner onbezwaard eigenaar wordt, niet onaf-zienbaar lang wordt.Heeft dus de regeering zich de laatste jaren niet onbe-tuigd gelaten in het scheppen van gelegenheden voor hetverkrijgen van eigen woningen, ontkend kan niet wor-den, dat deze slechts practische beteekenis hebben gehadvoor twee categorieen der bevolking: de eigenlijke land-arbeiders en de plattelanders-krotbewoners. Voor alleoverige groepen zijn geen regelingen aanwezig, althanszijn deze niet zoo dicht bij de betrokkenen gebracht, datzij tot daadwerkelijke toepassing zijn gekomen.Er is dus voor de overheid zeker nog een taak aanwe-zig om de mogelijkheid tot het verkrijgen van een eigenwoning te openen voor andere minder-draagkrachtigegroepen der bevolking. Maar ook hiermede zou nog nietin alle behoeften zijn voorzien. Ook groepen van beter-gesitueerden blijken soms niet die huisvesting te kunnenvinden, welke zij zouden wenschen. Met name voor watbetreft de eigen woning is de voorziening niet, wat zijzou kunnen zijn.De groep van gegadigden, die een zeker kapitaaltjeheeft weten te besparen, kan zich wel met behulp van Anikeieneen hypotheek van particuliere zijde in het bezit stellenvan een eigen woning. Zij, die nog met sparen moetenbeginnen of daarmede reeds lang hadden moeten be-ginnen, blijken daartoe tengevolge van het ontbrekenvan een concreet doel niet te komen. Dezulken zoudenaan den gang kunnen worden gebracht door een rege-ling, die hen dwingt regelmatig te sparen, maar hen inruil daarvoor een onopzegbaar voorschot verstrekt, datgeleidelijk, als het ware ongemerkt, wordt afgelost.Het ligt niet op den weg van de overheid om een der-gelijke regeling te maken. Het vrije bedrijfsleven blijktin deze behoefte te kunnen voorzien. En een van demiddelen daartoe vormen de bouwspaarkassen.Om deze reden is het toe te juichen, dat het bouwspa-ren ook in ons land zijn intrede heeft gedaan. Het kan,mits goed geleid, voor de volkshuisvesting zeker nuttigwerk doen. De minst-draagkrachtigen, die zelfs door deoverheid zoo moeilijk te helpen zijn, zullen ook dooreen bouwspaarkas niet ineens aan een goede woningkunnen worden geholpen. Maar wel kan het bouwspa-ren medewerken om de welvaart en de bestaanszeker-heid van andere bevolkingsgroepen te vergrooten,waardoor het zelfstandigheidsbesef dier groepen wordtbevorderd en de grondslagen van ons volksbestaanworden verstevigd.Het bouwsparen heeft zich, zooals reeds gezegd, heteerst en het krachtigst ontwikkeld in twee landen vangeheel tegenovergestelde geaardheid, Engeland enDuitschland. Uit laatstgenoemd land heeft het zijn loopover Nederland genomen en zooals aanstonds zal blij-ken, moet deze gang van zaken worden betreurd. Had-den de Engelsche Building-Societies hun weg naar onsland gevonden en niet de Duitsche Bausparkassen, danzou de ontwikkeling een andere zijn geweest.Tusschen de Building-Societies en de ContinentaleBouwspaarkassen bestaat zulk een principieel onder-scheid, dat het welhaast verwonderlijk mag heeten, datbeide groepen in een international organisatie zijnvereenigd. De eenheid is trouwens niet veel meer daneen organisatorische. Op de driejaarlijksche congressenloopen de discussies in de Engelsch sprekende en deDuitsch sprekende secties vrijwel geheel langs elkaarheen.Het onderscheid tusschen beide groepen ligt in dengrond hierin, dat bij het continentale stelsel de spaar-ders en zij, die een voorschot voor een eigen woningverkrijgen, dezelfde personen zijn. Bij de Building-Societies kan iedereen sparen en kan ook iedereen eenvoorschot krijgen. Het practische gevolg hiervan is, datde Building-Societies voorschotten kunnen verstrekkenaan personen, die nog niet hebben gespaard en tochdirect een woning noodig hebben, terwijl de bouwspaar-kassen slechts spaarders aannemen, die ermede tevre-den zijn, dat zij eerst nadat zij enkele jaren hebben ge-spaard, na een wachttijd dus, in het genot van eenvoorschot zullen worden gesteld.Het zal niet noodig zijn, de voorgeschiedenis van deDuitsche bouwspaarkassen in den breede uiteen te zet-ten. In 1924 richtten de zoogenaamde pioniers vanWiistenrot de eerste collectieve bouwspaarkas op. Hunbeweegreden was de nijpende woningnood, gepaard meteen groote onzekerheid op de kapitaalmarkt. De inflatie 167Artikcien maalctc eenerzijds alle kapitaalbezit onzeker en hadandererzijds tengevolge, dat gelden voor den bouw vanwoningen slechts onder zeer bezwarende voorwaardenwaren te verkrijgen.De pioniers van Wiistenrot, aanvankelijk een kring vanvrienden en kennissen, sloten zich aaneen tot een col-lectieve spaarkas, die zich opzettelijk isoleerde van dekapitaalmarkt. De spaargelden van alle deelnemerswerden samengevoegd en dadelijk vastgelegd in eenwoning voor een van hen -- na een maand immers kon-den zij door de voortgezette inflatie waardeloos zijngeworden -- en zoo werd van jaar tot jaar voortgegaan.Enkele van de deelnemers, aanvankelijk door lotingaangewezen, verkregen spoedig een voorschot en geno-ten dus een opmerkelijk voordeel; aan het berekenenvan rente toch werd bij deze onderlinge hulp niet ge-dacht. De anderen kwamen eerst later aan de beurt,Zij moesten dus het voordeel van de eersten betalen.Dit was intusschen minder nadeelig dan wanneer zij in-dividueel zouden hebben gespaard. Immers zouden zijdan door de voortdurende waardevermindering van hetruilmiddel hun spaargelden hebben zien wegsmelten endus nooit aan het bouwen van een eigen huis zijn toe-gekomen.Gezicn in het licht van de financieele toestanden in hetna-oorlogsche Duitschland is het ontstaan van een col-lectieve bouwspaarkas tot onderlinge hulpverleening oprentelooze basis en derhalve geheel afgesloten van devrije kapitaalmarkt alleszins begrijpelijk. In een normalemaatschappij is zulk een kas echter een ,,Fremdk6rper".Zij behoort daarin niet thuis en kan zich slechts metbehulp van allerlei aanpassingsmiddelen handhaven.Geheel anders is het met het Angelsaksische systeem.Een Building-Society is feitelijk een bizonder soort hy-potheekbank, die hypotheken verstrekt aan individueelepersonen. De gelden daarvoor verkrijgt de bank vanderden: door aandeelen, door obligaties en den laatstentijd door deposito's. Dit laatste geschiedt veelal in denvorm van een spaarbankbedrijf, waar ook de kleinstebedragen kunnen worden ingelegd.De Building-Societies beschikken veelal over voldoendegeldmiddelen om de aangevraagde voorschotten, dieaannemelijk zijn, dadelijk te verleenen. Deze voorschot-ten worden verleend onder dezelfde voorwaarden alsgewone hypotheken. Het verschil ligt in het hoogerepercentage, dat normaal 75% bedraagt en bij woningenvoor eigen bewoning tot 90% kan worden opgevoerd,in de onopzegbaarheid van het voorschot en in de ver-plichte aflossing, die in den regel per maand wordt vol-daan.In Engeland en de Vereenigde Staten nemen de Buil-ding-Societies een belangrijke plaats in naast de ge-wone hypotheekbanken en toonen zij hun groote betee-kenis voor de bevordering van het verkrijgen van eigenwoningen.De Building-Societies staan geheel op commercieelebasis. Zij staan open voor de gewone geldmarkt enloopen geen bizondere risico's. De kosten van het be-drijf worden gedekt door de marge tusschen de rentevan de verstrekte voorschotten en van de opgenomengelden. Spaarders en voorschotnemers worden zakelijkbehandeld. Geen van hen lijdt bizondere nadeelen, om-dat ook niemand speciale voordeelen geniet.iOo Het is duidelijk, dat dergelijke lichamen bij een norma-len voortgang van de conjunctuur behoorlijk sterkstaan. Zij passen in het gewone bedrijfsleven en missenieder dubieus karakter.Het is te betreuren, dat de bouwspaarkassen, die inNederland tot ontwikkeling zijn gekomen, zich niet naardit voorbeeld hebben gericht, maar het Duitsche modelhebben gekozen, dat ook bij den best bedoelden opzeten onder onkreukbare leiding twijfelachtige kantenblijft vertoonen, doordat het een belangrijk speculatiefelement bevat. Dit is gelegen in de onzekerheid van denVvachttijd.Het beginsel van een collectieve, rentelooze bouwspaar-kas is, dat de stortingen van de toegetreden spaardersworden samengevoegd tot een fonds en dat daaruit pe-riodiek, voor zoover de middelen strekken, aan eenaantal spaarders een voorschot tot het door hen ge-wenschte bedrag wordt verleend. De spaarders, die zichnog geen voorschot hebben toegewezen gezien, ontvan-gen voor hun stortingen geen rente vergoed; omge-keerd behoeft voor de toegekende hypotheken geenrente te worden betaald; de maandelijksche stortingenstrekken dan tot aflossing van het voorschot.De groote vraag voor iederen deelnemer is nu, of hijvroeg of laat aan de beurt komt voor een voorschot.Is hij vroeg, dan geniet hij rentewinst; is hij laat, danlijdt hij .-- hieraan is niet te ontkomen -- renteverlies.Alles hangt dus slechts af van den duur van den wacht-tijd.In den aanvang zijn er in verschillende landen kassengeweest, die door een geforceerde toetreding vanspaarders -- een zoogenaamd sneeuwbalsysteem --- denwachttijd voor de eerste spaarders zeer kort wisten tehouden. Dit moest op teleurstelling uitloopen. Een pro-gressieve groei als van een sneeuwbal moet onvermij-delijk eenmaal tot stilstand komen. Is dat het geval, danwordt de wachttijd langer en worden de vooruitzichtenvoor de spaarders ongunstiger. Dit zal zijn invloed doengelden op de toetreding van nieuwe spaarders en zookomt de kas in een vicieusen cirkel, die met versneldebeweging naar de debacle voert.Vele spaarkassen hebben zich intusschen voor dit ge-vaar weten te behoeden -- ook met de bonafide kassenin ons land is dit het geval -- en streven naar een rusti-gen, gelijkmatigen groei. Ook dan echter bevat het stel-sel nog gevaren, die niet mogen worden voorbijgezien.Denkt men zich een collectieve rentelooze bouwspaar-kas met een productie van 100 spaarcontracten per jaar,dan komt bij de gebruikelijke spaarstorting van 2 O/QQper maand gedurende het eerste jaar reeds 2,4 maal debouwsom van een woning binnen, zoodat in twee jaarvan de 200 toegetreden spaarders vijf aan een voorschotkunnen worden geholpen.Voor deze is de wachttijd dus zeer kort. Gaat de toe-treding regelmatig door, dan heeft de kas na 10 jaar1000 spaarders, waarvan de eerste 10 of 15 reeds naeen zeer korten wachttijd een voorschot hebben verkre-gen. Deze genieten dus een aanmerkelijk rentevoordeel.Het kan niet anders of dit moet door later toetredendespaarders worden betaald.Houdt men rekening met een gelijkblijvende productievan 100 spaarcontracten per jaar, en neemt men aan,dat alle spaarders op tijd hun maandelijksche stortingenvoldoen en niet meer dan dat, dan leert een berekening,dat na 28 jaar een stabiele toestand ontstaat, waarbijevenveel spaarders, die hun voorschot hebben afgelost,uittreden als er nieuwe spaarders toetreden. De wacht-tijd bedraagt dan echter niet minder dan 16 jaar.Dit is niet, zooals sommigen -- zelfs bestuurders vanbouwspaarkassen -- ten onrechte meenen, de maximalewachttijd, maar de theoretische, die ontstaat bij eenevenwichtstoestand met een constante toetreding vannieuwe spaarders. Blijkt deze toetreding, b.v. door eengevreesde verlenging van den v/achttijd, af te nemen,dan stijgt de duur van den wachttijd onmiddellijk bovenden theoretischen.Omgekeerd echter zijn er verschillende omstandigheden,die tot verkorting van den wachttijd leiden en die tengevolge hebben, dat in de praktijk de wachttijd zichbhjkt te handhaven op een aanmerkehjk korteren duurdan de theoretische.Het meest werkzame middel daartoe wordt gevondenin de extra-stortingen. Bhjkens de pubhcaties van debelangrijkste bouwspaarkas hier te lande, de Rohyp,komen deze vrijwilhge extra-stortingen veelvuldig voor,terwijl verlaging van loopende contracten een deel vande gedane stortingen omzet in extra-stortingen. Depraktijk van de laatste jaren leert, dat hierdoor de toe-kenning van voorschotten dubbel zoo groot is als theo-retisch zou moeten worden aangenomen, zoodat ookweer dubbel zooveel geld aan aflossingen binnenkomt.Voorts wordt de wachttijd nog verkort door het tus-schentijds uittreden van spaarders -- deze krijgen hungeld eerst terug op den datum, waarop zij bij voortgezetsparen in aanmerking zouden zijn gekomen voor toe-kenning van een voorschot -- en door het reservefonds,dat gevormd wordt door verplichte bijdragen van diedeelnemers, die binnen 5 jaar een voorschot hebben ver-kregen. Ook dit fonds wordt geheel ter beschikking vande spaarders gesteld.Door al deze omstandigheden is het bij de Rohyp mo-gelijk gebleken den wachttijd tot nu toe tot 5 a 6 jaar tebeperken. Blijkens de propagandageschriften acht deDirectie geen enkel motief aanwezig, dat in de naastetoekomst tot een beduidende verlenging zou moetenleiden.Toekenning van voorschotten na een wachttijd, die kor-ter is dan de theoretische, kan voor de betrokkenen eenbelangrijk rentevoordeel beteekenen. Dit voordeel moetdoor later komende spaarders worden betaald. Bij eenonderlinge kas toch gaat een voordeel voor den eenonvermijdelijk samen met een nadeel voor den ander.Blijft de wachttijd constant, dan wordt dit nadeel voort-durend weggeschoven naar de toekomst. Het is echtereen ijdele hoop, dat dit altijd zal kunnen gebeuren. Hetverlies zal eenmaal moeten worden gerealiseerd. Ditmoment, dat zich zal aankondigen door het langer wor-den van den wachttijd, gepaard met een verminderdetoetreding van spaarders, zal voor de rentelooze spaar-kassen het critieke punt zijn.Het is intusschen ook mogelijk, dat de toekenning vaneen voorschot binnen den theoretischen wachttijd hetgevolg is van groote extra-stortingen van den spaarderzelf. Men vindt zelfs melding gemaakt van extra-stor-tingen van 150% van de verplichte. Dit beteekent, datbij een aangevraagd voorschot van b.v. f 5000.-- nietf 10.^-- per maand, doch f 25.^-- per maand wordt ge-s^'ort. De gegadigde heeft dan zijn voordeel zelf be-taald. Immers heeft hij dan bij de toekenning van hetvoorschot wellicht reeds meer dan 40% gestort. Hetvoordeel van het rentelooze stelsel is dan wel zeer twij-felachtig geworden.In Zwitserland komt het tegenwoordig wel voor, datmen 75% gespaard moet hebben, voordat men voor eenvoorschot in aanmerking komt. Het rentelooze stelselwordt dan voor de betrokkenen wel buitengewoon on-voordeelig. Het rapport, waaraan dit gegeven is ontleend,zegt dan ook, dat rentelooze leeningen voor de crediet-nemers aantrekkelijk zijn, renteloos sparen is zulks reedsminder, maar schijnbaar rentelooze voorschotten zijn infeite bedrog tegenover al degenen, die in goed geloof opde beloofde korte wachttijden zoogenaamde renteloozecontracten teekenen. Een zuiveren toestand heeft menin Zwitserland eerst verkregen, toen men de kassenheeft verplicht, haar kosten voornamelijk te dekken dooreen rentemarge tusschen de debet- en creditrente. Alleandere stelsels bleken te leiden tot voordeel voor deeerste en tot nadeel voor de later toetredende spaar-ders.Deze opmerkingen, gebaseerd op Zwitsersche toestan-den, mogen niet zonder meer op Nederland worden toe-gepast. Reeds hierom niet, omdat Nederland niet dienfantastischen groei gekend heeft, die de eerste bedrijfs-jaren in Zwitserland heeft gekenmerkt. In de jaren 1931tot en met 1934 bedroeg het totaal der afgesloten con-tracten daar achtereenvolgens 10, 30, 80 en 200 millioenfranken. Na de instelling van het Staatstoezicht viel ditbedrag terug tot 37 millioen in 1935, 8 millioen in 1936en 3 millioen in 1937.De wettelijke regeling heeft de ontwikkeling in gezondebanen geleid en een rustigen groei mogelijk gemaakt,zonder dat echter schade voor de slachtoffers van deongezonde ontwikkeling kon worden voorkomen.In Zwitserland is het rentelooze stelsel thans verboden.Over de gedane stortingen moet ten minste 2% rentev/orden vergoed, welk percentage 5 jaar nadat despaarder 20% van zijn aangevraagd voorschot heeftgespaard, tot 3% moet worden verhoogd.Hierdoor v/orden de kassen gedwongen, ook voor deverstrekte voorschotten rente in rekening te brengen,terwijl zij tevens worden opgenomen in het normale ka-pitaalverkeer, zoodat zij ook gelden van derden kunnenopnemen.In dit laatste toch is, naar algemeen wordt aangenomen,het middel te vinden om een stabielen groei te verze-keren, waardoor ten aanzien van den wachttijd regelendkan worden opgetreden en ongewenschte invloeden opde toetreding van spaarders kunnen worden voorko-men.De ,,Gemeinschaft der Freunde" te Salzburg heeft reedsin 1931 een systeem ontworpen om ,,Fremdgeld", ofzooals men daar pleegt te zeggen ,,Freundgeld" in dekas op te nemen. Men stelde zich zelfs ten doel, even-veel gewone spaarders als bouwspaarders te verwerven,zoodat iedere bouwspaarder een vriend of helper naastzich heeft.Het opnemen in de kas van gelden van derden, hetgcenzonder kunstmiddelen alleen bij een rentedragende kasmogelijk is, kan een middel zijn om den wachttijd bin-nen redelijke grenzen te houden. Zoo werkt b.v. eender jongste bouwspaarkassen in Nederland, de ,,Cobo",met een constanten wachttijd van 8 jaar.Van dit stelsel is het nog maar een stap naar de bouw-Artikclen169Artikclen170spaarkas zonder wachttijd. Dan is men bij de EngelscheBuilding-Society aangekomen.In ons land meenen wij een tendenz in deze richting tekunnen constateeren. Naar de meening van buitenland-sche deskundigen, die over een rijkere ervaring beschik-ken dan die welke wij bezitten -- zoowel van officieeleals van wetenschappelijke zijde, is ten onzent aan debouwspaarkassen nog weinig aandacht geschonken ^zou zulks aan een gezonde ontwikkeling van het bedrijfin hooge mate ten goede komen.Zoover zijn wij intusschen nog niet. Het rentelooze stel-sel heeft in ons land nog de overhand. Dit wordt intus-schen met groote voorzichtigheid toegepast, terwijl allemaatregelen worden genomen om schade voor despaarders te voorkomen. Wij noemen slechts het stor-ten van de spaargelden op een geblokkeerde bankreke-ning, waaraan slechts gelden kunnen worden onttrok-ken bij de toewijzing van voorschotten, waarbij ookmedewerking van een controlecommissie uit de spaar-ders noodig is.Deze maatregel, de ervaring in het buitenland heeftzulks geleerd, is echter geen waarborg tegen teleurstel-lingen voor de spaarders tengevolge van fouten vaneen systeem. Immers bij het langer worden van denwachttijd hebben de eerste spaarders hun voorschotbinnen, terwijl de laatst-toegetredenen voor de verlie-zen komen te staan.Het is hier niet de plaats om een gefundeerd oordeelover de positie van de Nederlandsche bouwspaarkassenuit te spreken. Daarvoor zou een meer diepgaand onder-zoek, gepaard met boekhoudkundige en wiskundige con-trole van overheidswege noodig zijn.Als algemeene indruk kan slechts dit worden gezegd,dat men bij de in ons land werkende rentelooze bouw-spaarkassen te doen heeft met een uiterst precair stelsel,dat in het buitenland tot ernstige teleurstellingen heeftgeleid. Dit stelsel wordt echter hier te lande toegepastdoor bonafide personen, die door de ervaringen vanhet buitenland hebben geleerd en daardoor met grootevoorzichtigheid te werk gaan. Zij blijken te streven naareen rustige ontwikkeling, waardoor zij tot nu toe degesignaleerde bezwaren hebben ontgaan. Zij vertrouwen,dat zulks ook in de toekomst mogelijk zal zijn.In hoeverre de in verschillende publicaties uitgesprokenverwachting, dat het rentelooze stelsel door het ontbre-ken van een commercieele basis op den duur tot teleur-stelling moe^ leiden, gegrond moet worden geacht, kandezerzijds niet worden beoordeeld. Deze kwestie ligttrouwens op geheel ander gebied dan dat der volks-huisvesting.In het bovenstaande is getracht, een en ander over dehuidige ontwikkeling van de bouwspaarkassen in Ne-derland naar voren te brengen. Zoowel voor de over-heid, van welke verwacht wordt, dat zij door controleharerzijds maatregelen zal nemen om eenvoudige spaar-ders te beschermen tegen gevaren, welke deze zelf nietkunnen overzien, als voor de wetenschap, ligt hier nogeen belangrijke taak. Het is een volksbelang, dat hetbouwspaarkaswezen, dat zich in ons land een plaatsheeft verworven, zich krachtig en gezond ontwikkelt.Zulks is niet alleen van belang voor hen, die reeds hunspaarpenningen hebben gewaagd. Het is ook een zaakvan algemeen belang, dat de gelegenheid voor het ver-krijgen van eigen woningen door bepaalde bevolkings-groepen krachtig worde bevorderd.De eerste bouwspaarders van Wiistenrot, die als de pio-niers op het vasteland van Europa zijn te beschouwen,waren gegrepen door het verlangen naar een eigenwoning met een eigen stukje grond. De ontwikkelingvan de Duitsche steden, die jarenlang in de richting isgegaan van de huurkazerne, de massale huisvesting vanbreede volksgroepen, heeft het verlangen naar een eigenwoning niet kunnen dooden.De bouwspaarkas is een van de middelen geweest, dieaan dit verlangen gelegenheid heeft gegeven om zich teontwikkelen. De duizenden eigen woningen, die alsvrucht van gemeenschappelijk sparen zijn gebouwd, be-teekenen een volksbezit, welks waarde ver uitgaat bovendie van het daarvoor gespaarde kapitaal.Ditzelfde geldt ook voor Nederland. Bij ons is de bouw-spaarkas nog iets nieuws, een voortbrengsel van vreem-den bodem. De ontwikkeling van de laatste jaren heeftechter wel geleerd, dat deze plant ook in ons land ge-dijen wil, omdat ook hier in breede kringen het verlan-gen leeft naar een eigen woning, een verlangen dat totnu toe niet voor alle volksgroepen gelijkelijk kon wor-den bevredigd.De bouwspaarkassen kunnen ook voor ons land vangroote beteekenis zijn, omdat zij voor verschillende be-volkingsgroepen den weg openen voor het verkrijgenvan een eigen woning in onbezwaard bezit, hetgeen eengoed van groote cultureele waarde is.Zal echter de heilzame werking van dit stelsel verze-kerd zijn, dan is het noodzakelijk, dat het op zoo goedmogelijke basis worde gesteld. Gelet op de verschillendemeeningen, welke thans nog tot uiting komen, is ditzeker nog niet het geval. Men leeft nog in de sfeer derexperimenten. De bouwspaarkassen in Nederland die-nen daaruit ten spoedigste te worden uitgeheven.Experimenten zijn nuttig en onmisbaar; zij kunnen ech-ter ook gevaarlijk zijn. Aangezien men met bouwspaar-kassen slechts kan experimenteeren, wanneer deze wer-kelijk functionneeren en dus spaarders hun gelden be-schikbaar stellen, moet er naar worden gestreefd, dat decommercieele basis binnen den kortst mogelijken tijdwordt gevonden.Wij zijn overtuigd, dat daaraan hard wordt gewerkt.Wanneer wij echter nog op twee dingen zouden mogenaandringen, dan zouden het deze zijn: ten eerste wette-lijke regeling en controle van het bouwspaarkaswezen,en ten tweede grondige studie van alles wat met hetbouwsparen samenhangt.De groote belangen voor de volkshuisvesting, die meteen goed functionneerend bouwspaarkaswezen zijn ge-diend, eischen dat dit systeem, dat in ons land in kortentijd een zoo willigen voedingsbodem vond, zoo goedmogelijk wordt opgebouwd.Het uitbreidingsplan-Slotermeerdoor Ir. L. S. P. SchefferDe gemeenteraad van Amsterdam stelde bij besluit van12 Juli 1939, No. 475, een uitbreidingsplan in onderdee-len vast voor een deel der in het algemeen uitbreidings-plan in hoofdzaak ten Westen van de ringspoorbaanontworpen woonwijken, n.l. voor het gebied, dat gelegenis tusschen den Haarlemmerweg en den Sloterdijker-meerpolderDe vaststelling van dit uitbreidingsplan in onderdeelenis een zeer belangrijke daad in de reeks van voorzienin-gen, v/elke noodig zijn om te geraken tot het in het plan-in-hoofdzaak gestelde doel: Amsterdam in de toekomstbeter dan thans geschikt te maken als woonstad voor allecategorieen der bevolking. Daartoe is voor de buiten deringspoorbaan ontworpen stadsdeelen een geheel anderevorm van uitbreiding gedacht dan den tot nu toe gebrui-kelijken. Het bouvv^en van eengezinshuizen op grooteschaal, een open bouwwijze en een ruime groenvoorzie-ning in de wijken als voortzetting van de grootere ont-spanningsgebieden daarbuiten, zullen deze nieuwe woon-gebieden in hooge mate aantrekkelijk maken, omdat zijde bewoners vrijwel alle voordeelen bieden, die geiso-leerde tuinsteden hebben, zonder de daaraan verbondennadeelen: dure verbindingswegen, groote afstanden,moeilijke exploitatie van vervoermiddelen, enz.Het plan-Slotermeer nu is het eerste plan, waarin denieuwe vorm van stedelijke uitbreiding tot uiting zalkomen. Aangezien in verband met de in de Amsterdam-sche veengebieden vereischte ophooging, naast lageaankoopprijzen van den ruwen grond, uitvoering in hetgroot een noodzakelijke voorwaarde is voor het bereikenvan een voldoend lagen grondprijs, werd de omvang vanhet plan ruim genomen. In de richting Noord--Zuidreikt het van den Haarlemmerweg tot aan den Zuide-lijken oever van de, weder tot water te maken, Sloter-dijkermeer. Deze ontworpen plas is n.l. met een gedeeltevan het daaromheen ontworpen park, in het plan opge-nomen, wegens den nauwen samenhang van het alduste verkrijgen recreatiegebied met de Noordelijk daarvanontworpen woonwijk (zie afb. 1).Naar het Westen werd een goede begrenzing gevondenin een der in het plan-in-hoofdzaak ontworpen grootereparkstrooken (ongeveer ter plaatse van de tegenwoor-dige Ookmeer). De totale oppervlakte van de aldus ont-worpen woonwijk (zonder het meer met zijn parkomge-ving) bedraagt ongeveer 260 ha en is bijna zoo grootals die van de bestaande stadsdeelen, begrensd doorAmstelveenscheweg -- Vondelpark -- Boerenwetering --Zuid en Amstelkanaal of wel door BoerenweteringStadhouderskade--Amstel--Rivierenlaan.In de Nota van Toelichting tot het plan-in-hoofdzaakis reeds uiteengezet, dat het economisch niet mogelijk is,de wijken buiten de ringbaan uitsluitend voor den bouwvan eengezinshuizen te bestemmen, zonder de dichtheidbelangrijk hooger op te voeren dan met het karakter vaneen tuindorp overeenkomt. Zij zijn dan ook getypeerdals ,,gemengde wijken", die dus zullen bestaan uit eenmenging van eengezinshuizen en bebouwing in meerverdiepingen. Al naar de te verwachten mate van wel-stand der toekomstige bevolking is de bebouwingsdicht-heid gekozen. Voor het Westelijk uitbreidingsgebied, dat Artikeienin hoofdzaak voor de huisvesting van een arbeidersbe-volking zal dienen, werd de dichtheid der gemengdewijken gesteld op gemiddeld 70 woningen per ha doorhoofdwegen omsloten gebied (op het plan-in-hoofdzaakin roode kleur met witte ruitarceering aangegeven). Inhet plan-Slotermeer is deze dichtheid aangehouden.Het bleek geen gemakkelijke opgave, het zoo eenvoudigschijnend programma: een gemengde woonwijk, in hoofd-zaak voor arbeiders bestemd, te ontwerpen met een dicht-heid van 70 woningen per ha, te verwerken tot een plan,dat den grondslag moet vormen voor een levende werke-lijkheid. Stadswijken van deze soort zijn er nog niet, aande ervaring van anderen konden wij ons dus niet spie-gelen. Slechts kenden wij het verlanglijstje van de bur-gerij, dat begon met de idealen: zooveel mogelijk een-gezinshuizen en zooveel mogelijk ,,groen", onmiddellijkgevolgd door het niet minder practisch verlangen naarzoo laag mogelijke huren.Uit verschillende proefverkavelingen moest dus eerstworden afgeleid, hoe groot het percentage hooge bebou-wing ongeveer zou moeten zijn om een rendabele exploi-tatie te kunnen verkrijgen. Het bleek, dat 55 tot 60 %der woningen in vier of meer verdiepingen zou moetenworden ontworpen, waarmede de, uit economisch oog-punt gewenschte, onderlinge verhouding tusschen hoogeen lage bebouwing dus binnen tamelijk enge grenzen wasvastgelegd.Ook verschillende andere elementen van het plan kondennader worden omlijnd, eensdeels omdat daaromtrent inhet plan-in-hoofdzaak reeds richtlijnen waren gegeven-- men denke aan het stelsel van hoofdverkeerswegenen het ontworpen meer met omringend park --, enoverigens omdat uit de ligging van de nieuwe wijk inde toekomstige stad bizondere eischen omtrent inrichtingen structuur van de wijk voortvloeien.Indien dit stadsgedeelte, waarvan het uitbreidingsplanslechts ongeveer twee derden omvat, te zijner tijd geheelvoltooid zal zijn, zal de uiterste punt ervan op rond 7 kmafstand van den Dam verwijderd zijn, of wel ongeveertwee maal zoo ver als de uiterste deelen van de thansbestaande stad van het centrum af liggen.Deze verwijderde hgging buiten de hoog gelegen ring-spoorbaan zal den bewoners reeds den indruk geven vanAfb. 1. Situatie van het plan-Slotermeer in het Algemeen UitbreidingsplanArtikelen een zekere mate van zelfstandigheid ten opzichte van debestaande stad. Deze indruk zal nog worden versterktdoor de omstandigheid, dat de wijk rondom door re-creatiegebieden van meerdere of mindere breedte om-ringd zal zijn, zoodat zij zich ook ruimtelijk niet zalvoordoen als een onderdeel van een normaal doorloo-pende stadsuitbreiding, doch veel meer als een afzon-derlijk gelegen eenheid, vooral nu ook de wijze van be-bouwing, en daarmede het stadsbeeld, zoozeer zullenafwijken van die der bestaande nieuwe wijken.Zoo zullen dus deze, als afzonderlijke eenheden ontwor-pen, ,,tmnsteden" een bizonder karakter verkrijgen, dathaar een geheel eigen, min of meer zelfstandig, leven zalverleenen. Haar bewoners zullen, veel meer dan in debestaande buitenwijken, voor de vervulling van hunlevensbehoeften op de wijk zelve zijn aangewezen.Deze overweging leidt ertoe, een wijkcentrum te ont-werpen, dat als typisch element dankbaar werd aan-vaard.Voorts heeft de situatie van de wijk nog dit bizondere,dat zij aan het Noordelijk einde van den ontworpen plasligt, die slechts Vv'einig langer, doch aanmerkelijk breederzal worden dan het Nieuwe Meer en die geschikt zal zijnvoor zeilen, roeien, schaatsenrijden, maar bovenal voorzwemmen, zoodat niet alleen inrichtingen voor water-sport, maar ook een strandbad met luchtbad langs deoevers zijn ontworpen.Het spreekt vanzelf, dat deze plas met zijn boorden nietalleen een zeer karakteristiek element in het plan zouvormen, doch dat zijn aanwezigheid ook van invloedm.oest zijn op de inrichting van het stadsdeel. Het stelselvan wegen en ,,groene banen" moet immers berekendzijn op een trek uit alle deelen van de wijk naar de oeversvan de uitgestrekte watervlakte.Deze programmapunten van algemeenen aard, benevensdie, welke uit de behoeften van diensten en bedrijvenvoortvloeien, hebben den grondslag gevormd, waaropten slotte het plan is ontstaan, dat op de in dit nummeringelegde kaart is weergegeven.VerkeersstelselHet schema van verkeerswegen in dit plan past in hethoofdverkeerswegenstelsel, zooals dat in het plan-in-hoofdzaak is neergelegd.In Oostelijke richting vormen drie verkeersaders de ver-binding met de bestaande stad, terwijl de voornaamstedaarvan, n.l. de doorgetrokken Jan van Galenstraat,tevens de hoofdverbinding met de toekomstige Weste-lijke voortzetting van de thans ontworpen wijk zal moe-ten vormen, alwaar hij dan uit zal monden op den in hetplan-in-hoofdzaak geprojecteerden buitensten ringweg,die in Noordelijke richting het Westelijk haven- enindustriegebied zal binnenvoeren.^) ,,De doorgetrokken Jan van Galenstraat zal de bijzondere functiehebben, op de vlugste wijze verafgelegen woon- en werkgebiedenmet de stad te verbinden, zoodat zij in het plan als snelweg ont-^) De in kleine letter gedrukte gedeelten zijn aanhalingen uit deNota van Toelichting tot het Plan-Slotermeer, afgedrukt in de Raads-1 '7Q voordracht No. 475 van 7 JuU 1939 - Gemeenteblad afd. 1, ver-J /Z krijgbaar bij de Stadsdrukkerij. Prijs met gekleurde plankaart f 1.50.worpen is. Daartoe is gedacht aan de mogelijkheid van aanleg vaneen tram op eigen baan, met daarnaast ter weerszijden een rijwegen een fietspad. De wegindeeHng is zoodanig gekozen, dat, wan-neer in plaats van een tram op dezen weg raillooze tractie zal ont-staan, het profiel op eenvoudige wijze daarvoor zal kunnen wordeningericht. Slechts op drie plaatsen, op onderlinge afstanden van 440m en 580 m, kruist de snelweg dwarswegen a niveau, nabij welkekruispunten de halten van het openbaar vervoermiddel zullen kun-nen komen. Over de overige Noord^Zuid loopende wegen wordtde snelweg heen gevoerd, waardoor de veiligheid van het door-gaande verkeer en van het locale verkeer tusschen de ter weers-zijden ervan gelegen wijken wordt bevorderd.De bebouwing, welke langs den snelweg is geprojecteerd, zal haartoegang niet onmiddellijk van dien weg verkrijgen, doch bereikt kun-nen worden door middel van een wegenstelsel, dat op de bovenge-noemde drie kruispunten op de hoofdverkeersader aansluit."Het Noordelijk gedeelte van de nieuwe wijk zal door dedoorgetrokken Bosch en Lommerweg, welke er de hoofd-ader in zal vormen, met het groote verkeersplein in hetplan Bosch en Lommer worden verbonden.Langs deze verkeersader, die Westwaarts op den Haar-lemmerweg uitmondt, zijn winkels geprojecteerd, zoodatzij tevens als winkelstraat zal fungeeren.,,Het passende profiel voor een weg met deze dubbele functie is eenrijweg met tram in het midden en met ventwegen aan de zijden.Aan de Noordzijde van den weg is zulk een ventweg langs de hierontworpen lage bebouwing gevoerd. Aan de Zuidzijde, waar lagewinkelgebouwen zullen kunnen ontstaan tusschen de koppen vanvier-hoogbouwstrooken, is de nevenweg achter deze lage kopbebou-wing ontworpen, waarbij hij telkens onder den hoogbouw wordtdoorgevoerd, op de wijze, als in Landlust op kleinere schaal langsde Willem de Zwijgerlaan, tusschen de De Zeven Provincienstraaten de Juliana van Stolbergstraat, reeds is toegepast. De aan dezennevenweg grenzende winkels en magazijnen zullen hierlangs hungoederen kunnen aanvoeren en verzenden.Aan het Westelijke einde buigt de verlengde Bosch en Lommerwegzich naar het Noorden en hij zal later, na kruising van den Haar-lemmerweg, toegang geven tot de in het Algemeen Uitbreidingsplangeprojecteerde sportterreinen en volkstuinen, en voor fietsers tevensnaar de ontworpen haven- en industrieterreinen."Aan de Zuidzijde van het plan is nog een verkeerswegontworpen, n.l, in het verlengde van de Jan Evertsen-straat. Deze weg zal de kortste verbinding van de be-staande stad met het ontspanningsgebied vormen. Zijheeft daarom in het plan het karakter van een parkwegverkregen, waarover de stedelingen langs de parkstrookmet ,,wandelpromenade" aan den Noord-Oostelijkenmeeroever en de ter wille van het mooie uitzicht aldaarontworpen twaalf verdiepingen hooge flatgebouwen hetnieuwe stadsdeel zullen kunnen bereiken.Het nieuwe stadsdeel wordt door de ongeveer in hetmidden ervan ontworpen parkstrook met gracht in eenNoordelijke en een Zuidelijke buurt verdeeld, welke terplaatse van het ontworpen wijkcentrum met elkaar innauw contact zijn gebracht, doch overigens onderlinggescheiden blijven door de parkstrooken. De Noordelijkebuurt is gegroepeerd om den doorgetrokken Bosch enLommerweg, de Zuidelijke om de doorgetrokken JanEvertsenstraat.Uit de Noordelijke buurt voert een Zuidwaarts gerichtehoofdverkeersweg van het wijkcentrum midden door deZuidelijke buurt naar het recreatiegebied om het Sloter-meer. Ter hoogte van dit meer buigt hij zich naar hetZuid-Westen en leidt door het ontworpen park naar deArtikeie: PLANTSOEN^- 10.??RMIUIEU=?5^a,!?S;l?% 3.?o-5iiRMUJEQ% 5.00....RHUJEQ10.?--3^.??PROFIEL A. VERLENQDE JAN VAN 6ALENSTRAATR.41UIELJP.jk-PLANTCOEN10.??^yv4^RyUJEQ VpFTPTUIN* 6.??- ifa.^-Z.'*'XTUINKVOETft RMUJEQ VCETPTUIM10? }( (B?" xg^50)^|5aka?^-PROREL B. VERLENQDE BO^CH EM LOMMERWEQ.RyWEGKJO"RHUJIELR VOETPADiRWUJEQ?>:if?^5??(ivocRn;iN \CErp RIJUIK5 ivcerp. NOoi^ruiK%-A7^ x\}?ic.-A??- ky;%--^7^- X-i 17?? XPROR EL C. PROFI ELDSTRAATTi/PEN VCX)R ARBEIDERS-EENQEZlNSWONINQEN\OoRr,\OErPRifUK!v:BP -n)iNia.3o .^._ ^ ZUI0
Reacties