Vol huisvestinSteyeboOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-diensl voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwOctober 1942 23eJaargang no. lUHET MERK VOOR MOOIER BEHANGRATH & DOODEHEEFVER\HVUBPlDULSlTEROTTERDAMKMOHDCKHO^BETOnKANTOOR:UNGER-PLEINBOUWMU.TELEF:W ? i AN?VERF- & LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM TEL. 87880-87893Schilderwerk zoowei voor oude alsnieuwe muren, voor binnen enbuiten, behoeft niet te stagneeren.WODAN MUURVERFRAMSES MUURVERFZIJN OLIEVRIJE PRODUCTENVRAAGT NADERE INilCHTINGENIn.v. aannemersbecinjf v.h.^1 ^EQe u & van Cub terendelisfraat 33 tel. 554932 ? den haagbenyjanbeton-bouw en ir?torbonwkundig:e werkenTijdschriftvoor Volkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw enden Nationalen Woningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan,en tevens gewijd aan den WederopbouwRedaotie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeel, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der Weijde, Ir. J. M. A. ZoetmulderMedewerker yoor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Algemeen Secretaris van denAlgemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid.Adrei Toor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's-Gravenhage, Telefoon 115720AdTertcntiei: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128October 194223e Jaargang No. 10MaaiidbladOfficieele mededeelingenNederlandsch InstituutPapiergebruik TijdschriftDe schaarschte van papier legt aan de Redactie de ver-plichting op om met de haar toegemeten hoeveelheid zoozuinig mogelijk om te gaan. Vandaar dat verschillendemogelijkheden in overweging zijn genbmen om tot eenmeer economische indeeling van het Tijdschrift te ge-raken. Als eerste uitkomst hiervan is te beginnen metdit nummer overgegaan tot een vergrooting van den zet-Spiegel, terwijl verder tot het uiterste zal worden ge-streefd naar het vermijden van elke blanco-ruimte, ookwaar die weUicht uit esthetisch oogpunt wenschehjk zouzijn. De Redactie koestert het vertrouwen dat de lezerszullen begrijpen dat groote spaarzaamheid met het pa-pier onder de tegenwoordige omstandigheden gebodenis en dat andere overwegingen hierbij achter gesteldmoeten worden.Rijksdienst voor het Nationale PlanCommissie voor agrarische vraagstukkenDe President van den Rijksdienst voor het NationalePlan,Gezien het daartoe strekkend voorstel van de VasteCommissie van den Rijksdienst voor het Nationale Plan,Gelet op artikel 1 van het Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van BinnenlandscheZaken, van Financien, van Opvoeding, Wetenschap enKultuurbescherming, van Waterstaat, van Handel, Nij-verheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherijvan 15 Mei 1941 (No. 91/1941), betreffende de instel-ling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;Heeft besloten:I. in te stellen een Commissie voor agrarische vraag-stukken.II. te benoemen tot leden van die Commissie:le Ir. G. Veenstra (Voorzitter)2e E. Z. Oldenbanning (Vice-Voorzitter)3e Dr. E. W. Hofstee4e Ir. F. P. Mesu5e Prof. Dr. G. Minderhoud6e Ir. A. W. van der Plassche7e Ir. C. P. G. J. Smit8e Dr. J. A. van Steijn9e den Directeur van het Bureau van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan.III. als Secretaris aan de Commissie toe te voegen Drs.G. H. L. Zeegers.'s-Gravenhage, 12/13 October 1942De President van den Rijksdienstvoor het Nationale Plan(w.g.) FrederiksDe wederopbouw van stad en landGedurende de maanden Juli en Augustus kon uit de vol-gende gemeenten vooruitgang worden gemeld ten aan-zien van de voorbereiding van onteigeningen en de toe-wijzing Van gronden aan de onteigenden: Almkerk,Assen, Franeker, Haarlem, Hoogland, Mill en St. Hu-bert, Nijmegen, Renswoude, Rhenen, Rotterdam, Vlis-singen.In Rotterdam kon de voorbereiding of de verdere uit-voering van verschillende werken voortgang vinden. Zoowerd opdracht verstrekt tot het baggeren van grond uitde Delfshavensche Schie en het oppersen van deze spe-cie op een deel van het met zand opgespoten terrein inden Spaanschepolder. Andere opdrachten hadden be-trekking op den wegenbouw, het verwijderen van puinen het bouwrijp maken van de bouwblokken.De Algemeen Gemachtigde voor den Wederopbouwheeft voor de beoordeeling van plannen inzake de elec-triciteitsvoorziening in het verwoeste gebied van Rotter-dam ten behoeve van gebouwen, straatverlichting,gemeentetram, enz. de medewerking ingeroepen enverkregen van den Directeur-Generaal der afdeelingElectriciteits Voorziening van het Departement vanWaterstaat, Ir. G. J. Th. Bakker. Voorts heeft ten aan-zien van genoemd gebied Prof. Dr. F. K. Th. van Itersonte Heerlen zich bereid verklaard hem van advies te die-nen inzake de gasvoorziening, terwijl de Directeur vanhet Rijksinstituut voor drinkwatervoorziening, de HeerW. F. J. M. Krul, zijn medewerking toezegde voor debeoordeeling van de plannen inzake de drinkwatervoor-ziening.Te Middelburg werd doorgewerkt aan het bouwrijp ma-ken van perceelen en den aanleg van verschillendeleidingen, evenals aan de bestrating van 't Zand. Dewaterleidingen voor dit complex zijn gereed. De aanlegvan de gasleidingen wordt nog voortgezet. 137Altikelen -PLATTCqaONDEN-Schaal 1: 100Nog eens een ontwerp-arbeiderswoningNa het beeindigen van de discussie over het ontwerp-arbeiderswoning van den Heer G. Feenstra ontving deRedactie van den Heer Feenstra een ander ontwerpter publicatie, waarbij de inzender van een geheel anderegedachte is uitgegaan. Een reproductie van dit ontwerpgaat hierbij.De ontwerper merkt op dat uitbouwen zijn vermeden;alleen een los schuurtje wordt geplaatst. Een keuken isontworpen, die ook als woongelegenheid is te gebruiken,terwijl op de verdieping een grootere slaapkamer is ge-maakt. De schuine wanden op de verdieping zijn zoogeteekend om een matras op goede wijze boven te kun-nen krijgen. Verder is alles tot in bizonderheden uitge-dacht. Ten slotte wijst de inzender erop dat deze publi-catie niet beteekent dat hij zijn vroeger ontwerp nietmeer van beteekenis acht.Over het werk van de schoonheidscommis-sies, naar aanleiding van de tentoonstelling,,Stad en Land" ')door B. T. BoeyingaCaleidoscopisch gaan hier op deze tentoonstelling aanons oog voorbij vele aanduidingen van de schoonheidvan ons ,,stad en land" en daarnaast de 1001 invloeden,waaronder de Stad en het Land zich ontwikkelden, inhoofdzaak in den loop der laatste eeuw. Het is als eenschoon prentenboek, als een boeiende film.We mogen respect hebben voor de samenstellers vandit werk. Men heeft het heele gebied doorvorscht, aanalles aandacht geschonken en vrijwel alles op een voor-treffelijke wijze duidelijk gemaakt.Onze dikwijls zeer beperkte visie op al deze gebiedenwordt hier verruimd. Wij worden hier gedwongen, om,inplaats van bij een enkel detail stil te blijven staan,1381) Tekst van een causerie, door den Heer Boeyinga gehouden ineen ledenvergadering van de Federatie van organisaties werkzaamin het belang van de schoonheid van Stad en Land.I waartoe wij veelal geneigd' zijn, een overzicht te ne-men van alle factoren, diehun invloed doen geldenbij de ontwikkeling van? alles, wat tot onze stoffe-lijke omgeving behoort, aldat zichtbare waarin wijleven en moeten leven:,,Ons land en onze stad".Op deze tentoonstelhngworden ons hoofdzakelijkgetoond de uiterlijke in-vloeden, die dat beeld van,,Stad en Land" in hungreep hebben, en veel vande schoonheid daarvanvernietigen.Daarnaast zien we hier endaar de innerlijke invloe-den, die de vernietigingvan al dat schoone trach-ten tegen te gaan en nieu-we schoonheidswaardenaan de oude willen toevoe-gen.Het geheel vertoont zichaan ons geestesoog als het-- beeld van een oppermach-tig leger dat optrekt, reeds vele decennia lang, om^ alleschoonheid in de stad en op het land geheel te vernie-tigen, waartegen slechts zwakke krachten staan om dievernietiging tegen te gaan.Het is de Moloch van Techniek en Verkeer, die reedsjaren lang, altijd en overal offers verlangt, en daarvooropeischt alles wat aan schoonheid door Natuur en Cul-tuur aan ons geschonken werd.Zeer karakteristiek wordt door Werumeus Buning, inhet voorwoord van den catalogus dezer tentoonstelling,de monsterachtigheid die al dat schoone bedreigt geper-sonifieerd in het monster Jansen met het onverschilhgeoog, die optreedt als garagehouder, gemeenteraadshd,groentehandelaar, ja zelfs als bouwer en aannemer. Ver-der spreekt hij dan van de familie Jansen, geholpen doorde familie Probleem Jzn, waarmede geworsteld wordtvoor het streven naar beter. Wij vaklieden weten hoedeze dichter hiermede den feitelijken toestand bizondergoed karakteriseert.Doch hoe men die verkeerd gerichte invloeden ook on-derscheidt naar hun uiterlijke verschijningsvormen, allete zamen behooren zij bij, en zijn de weerspiegeling vanons cultuurloos tijdsbeeld. Zij zijn het gevolg van ge-brek aan cultuur. En -- wij mogen ons dit wel zeergoed voor oogen houden -- slechts de wijziging vandat cultuurbeeld, de komst van de lang verbeide ,,nieuwecultuur" kan alleen die verkeerd gerichte invloeden teniet doen. Al onze bestrijdingsmiddelen tegen het kwaadzullen niet baten, al ons organisatorisch en commis-sioraal werk zal niet helpen, als er voor dat betere toe-komstbeeld geen verwachtingen kunnen zijn.Te dien opzichte kennen we Spengler's pessimisme. OokProf. Huizinga opent in zijn boek ,,'In de schaduwenvan morgen" geen wijde perspectieven. Toch erkentdez^ enkele hoopvolle teekenen. Is het niet juist dat ge-bied van de cultuur waarvoor wij hier te zamen zijn,waarin wij gelukkig kunnen wijzen op een ontwikkelingen groeiing van ideeen, die ons verwachtingen mogengeven. Juist op dit gebied spreken die teekenen wellichteen duidelijker taal, dan op welk ander gebied van hetcultureele leven ook. Laten wij dit even nader bezien.Door gebrek aan inzicht en onverschilligheid, begon inVne page dcsChroniqutt dt Franct (149)^In dc hoogiorcn ier middelee.muen,tocn de machtsuerschuivingen enbotsmgcn der ferachten eindeltjfetot rust tuaren gcfecmien, blocidede feathcdraalbouiu machttg of enbcrctfete de. profane houwkunst eenongcfeendc hoogtc. De bouvunijver-heid staat thans wederom aanden vooravond van een grooteopleving; ook nu houden de'A LA houwhedrijven-gelijkde.^ouwhut-ten"van weleer-zich gereed om.voUgens de plannen van onze vele he-hwamearchttecten,letterlijktegaanophouwen! Bouwhedrijf Lavaleijezal cnder de beste van deze een be-langrtjfee plaats inncmcn. Met ztj'nstaf van zeer deskundige medewer-kers, bcrctdt Bouwhedrijf Lava-leije zich vocfr op een grootc taak.& ioMt*ROTTERDAM, TELEFOON 31269. ZEELAND: W. SOUBURG, TELEFOON 205bruynzeelmin deurena^ij aa^z a^zc/eie tzeteMie^2.1 11 11 11 11 11 11 1L 11 11 11 11 11 1IMi 11 11 1?1 1[ZZICZ]CZIonverwoestbare drevelconstruclieonvervormbare, opgezaagde stijienmultiplex paneeFen 6 mm dikdirect nit voorraad leverbaartleiireiifabriekzaa ndamGemeenfearchifecfJ. 2>Kima te A. zegt:,,lk ben in m'nnopjes!"Ik ben in m'n nopies, over die moderne muurverf die ikontdekt heb, over Velucement.VelucemenI wordt niet aangetast door de alkalische onder-grond van beton en asbestcement.Velucement is vochtwerend en bladdert niet.Velucement !s bijzonder sterk en houdt het bulten (en ookbinnen) joren uit zonder of te geven.Velucement is zelfs bestand tegen afv/assching met zeep enverdunde ammoniak.Velucement is een pracht muurverf, meneer, en zij verwerktgemakkelijk. Door moet U mijn schilders eens over hooren,die zijn enthousiast over Velucement en gelijk hebben ze.V da's je ware!EEN PRODUCT VAN DE VELUVINEFABRIEKEN TE NUNSPEETzeyem^fi^'Een warm bad is in een wipgereed en het kost zo weinig,dank zij het lage gasverbruikvanFASTOIGEYSERS EN DRUKAUTOMATENNederlands fabrikaaf, goedge-keurd door de Gasstichtlng. Ookte leveren voor Primagaz. Eenproduct vanR. S. STOKVIS EN ZONENVOORAL IN DEZEN Tip VAN GROOTE HOUTSCHAARSCHTEen schaarschte aan andere bouwmaterialen,is Steengaas HEX aangewezen materiaalvoor verschillende onderdeelen in den bouw. Wij vragen uw aandacht voor onderstaanakSteengaas-gootconstructie en Steengaas-kapbekleeding. - Voor meerdere gegevens. wendemen zich tot ons rechtstreeks of tot de met ons samenwerkende stelorganisaties:J? H. Busschbach N.V., Amsterdam en Rotterdam; Firma J, A. ttn Thije, Nijmegen, metfilialen te Breda, Tilburg en Den Bosch; L. J. Brugman, Enschede; J. van Buiten, Gromngen*Alvorens de muurplaat wordt gelegd, worden aan de onderzijde van deze plaat de noodige gootklossen opnormalen afstand bevestigd, nadat zij naar het profiel der goot zijn uitgezaagd* indien z^ van houtr en gebogeUfindien dezc liggers van II of T jjzer worden vervaardigd.Nadat dc muurplaat is gelegd? worden de liggers onderling met enkele staafjes betonijzer verbonden, voor debevestiging van het steengaas.Dc afwerking van het steengaas zal ecrst geschieden, wanneer alle werkzaamheden in de goot zijn verricht.De aldns verkregen goot zai een sierl^ke bekroning van het gebouw worden, terwijl geen boutwerk voor boei-deelen* lijsten enz. noodig is. Bovendien is zi^ sterker dan een zinken goot, en, mits met de juiste materialenafgewerktr absolnut watcrdicht eo ook praktisch niet aan lekkage onderhevig.Ongeacht welke kapvorm is ontworpen, kan deze kap een voldoende afsluiting aan het gebouw geven, wan-neer op oud'HoUandsche w^ze de spanribben op de gordingen worden bevestigd? het binnenboeibord op of tegeade muurplaat sluitende wordt aangebracht en de panlatten daama op de spanribben bevestigd.De kap wordt belegd met dakpannen met solide sluiting, zoodat reeds een goede dichtheid verkregen is.Aan de onderzijde der spanribben wordt nn het steengaas aangebracht en afgewerkt als de plafonds.Op deze w^'ze is een solide en voordeelige bekleeding der kap verkregen en het dakbeschot gespaard, terwijlaan den eisch van bewoonbaarheid ten voile is voldaan.N.V. ARO - HEESWIJK (bij Montfoort)Fabrieken voor vervaardiging van Steengaas en andere Bouwmaterialen.Ste?ngaa* Goot-constructie en dito Kapbekleeding, afdoend, eenvoudig, goedkoop.estermanStormKuypers isaltyd paraatlWij bewijzen, dat er nogvele mogelijkheden zijnvoor buiten- en voor bin-nenwerk.Ook nu is Kuijpers paraatlKlyUPFRS SCHILDERSBEDRIJFWjf %0 I ll I B^^ PLASTIC ? RECLAME ? LICHTRECIAMSREMBRANDTSTR 65A-B. R>DAM.N.-TEL. 42656KAREL HOOG5TRAATENVERF-FABRIKANTENAMSTERDAM-CGROOTE WITTENBURGERSTRAAT 164TELEFOON: FABRIEK 51745 (2 LIJNEN)NA 6 UUR: 27214-21374C.V. Cementijzer ,,Wittenburg"AMSTERDAMSIN G E L 16 8TELEFOON 41740UITVOERING ^VAN ALLEVOORKOMENDEW E R K E NBETONVLOEREN MET STRALINGSWARMTERust RoestIJzer ook! Maar niet zoo gauw als het beschermdis met IJzermenie SE van ..Premier".Met deze menie is het op het oogen-blik ook al ,,mondjesmaat", maar water toch nog is, dat is goed.C.V. LAK- EN VERFFABRIEK^PREMIER** v/h GEBR. VERHEYLOOSDUINEN (DEN HAAG)het laatst der vorige eeuw de stelsellooze uitbreidingonzer steden. Dit was niet onmiddellijk het gevolg vanhet gebrek aan bekwame krachten. Deze werden er nietvoor gezocht. Het was de famihe Jansen (om metWerumeus Buning te spreken) die meende het wel teweten en die in de omstandigheden van toen, ongestoordhaar gang kon gaan.Als we nu dat beeld van een 40 tot 60 jaren geledenvergehjken met hetgeen wij daarvoor heden in de plaatszien, dan geeft ons dat zeker wel reden tot eenig op-timisme. Waar onverschilHgheid verdwijnt en inzichtrijpt, mogen zeker verwachtingen worden gesteld.In verband hiermede mogen wij groote beteekenis hechtenaan den jarenlangen arbeid van vele vereenigingen. In dezalen 25 en 26 zagen wij daar een en ander van. De Hjstin den catalogus van deze tentoonstelUng is in dit opzichtgeenszins volledig. O.m. worden wij hierin niet genoemd,doch alleen de provinciale commissies, die een klinken-den naam dragen. De oudste, die van Noordholland,wordt naast vele andere verzwegen. En dan de veleplaatselijke schoonheidscommissies. Het is inderdaadzoo, dat er geen onderdeel meer is op het gebied vanlandschaps- en stedeschoon, waarvoor in organisatorischverband geen stappen werden ondernomen, om verdereschending tegen te gaan. Steeds meer wordt dit organi-satorisch werk door de Overheid erkend en gesteund.Al dit particulier initiatief heeft langzamerhand geleidtot ontwikkeling van het werk der Overheid zelve op ditgebied. Na het ontstaan van de Woningwet werd destedebouw langzamerhand met meer zorg behandeld.Hierop volgde de instelling van Streekplannendienstenen ten slotte kwam onlangs tot stand de Rijksdienst voorhet Nationale Plan, die alle werk op dit gebied zal moe-ten coordineeren en overkoepelen.Een geweldige ontwikkeling in ruim 40 jaren tijds. Enhet merkwaardige is juist, dat zich dit van-onder-af ont-wikkeld heeft. Van de woning tot de stad, van de stadtot de streek en van de streek tot het ,,geheele land".Zulk een door ontwikkeling organisch gegroeid verbandis veel sterker dan ordening uitsluitend van bovenaf enwettigt de hoop, dat wij daarvan in niet al te verre toe-komst vruchten zullen zien.In dit alles is het zoeken naar betere toestanden op allegebieden, die de schoonheid van stad en land beheer-schen, wel zeer duidelijk merkbaar. De onverschilligheidwijkt; over de geheele linie zien wij teekenen van meer-dere zorg. Bij die zorg wordt men nog wel lang nietaltijd geleid door goed inzicht, door bekwaamheid en "goede gerichtheid. Maar die meerdere zorg is toch reedsals een voedingsbodem, waarop verdere groeiing en ont-wikkeling mogelijk is.Wij kunnen hierin iets zien van het vertrouwen dat Prof.Huizinga, niettegenstaande zijn pessimistische beschou-wingen, toch uitspreekt in zijn ,,In de schaduwen vanmorgen", als hij zegt:,,Tegenover alles wat ondergang schijnt te voorspellen,,,stelt de hedendaagsche menschheid, op weinige fatalis-,,ten na ditmaal eensgezind, de energische verklaring: wij',,willen niet ondergaan. Deze wereld is, met al haar,,ellende, te schoon om haar te laten verzinken in een,,nacht van menschelijke ontaarding en blindheid van,,den geest. Wij rekenen niet meer met een spoedig einde,,van alien tijd. Dit erfgoed der eeuwen, dat westersche,,cultuur heet, is ons toevertrouwd, om het uit onze ster-,,felijke handen over te leveren aan de komende geslach-,,ten, gespaard, behoed, als het kan vermeerderd en ver-,,beterd, als het moet geslonken, maar tot elken prijs zoo,,zuiver, als ons beste kunnen het vermag."En iets verder:,,Het is niet onmogelijk, teekenen te bespeuren, die er,,op wijzen, dat de onbekende factor ten goede zal wer-,,ken. Er zijn tal van strekkingen, die ten spijt van alle,,destructieve krachten zich onverzwakt voortzetten in ArukeUn,,de richting van hernieuwde en bevestigde cultuur. Wie,,zal niet erkennen, hoe op alle gebied, dat niet direct,,geraakt wordt door de euvelen van den tijd, en zelfs,,onder den druk van deze, op tallooze wijzen, met steeds,,voortreffelijker middelen, met toewijding zonder voor-,,behoud, aan het heil der menschheid gewerkt wordt?,,Door bouwen en maken, en denken en dichten, en,,leiden en dienen, en zorgen en hoeden."En nog iets verder:,,Over de geheele wereld is een gemeente verspreid, be-,,reid om het nieuwe, als het goed is, te aanvaarden, niet,,om al het oude en beproefde prijs te geven. 'Zij zijn niet,,verb'onden door leuzen en teekens, hun gemeenschap,,is er een van den geest."Hiermede benader ik nu ook een zeer te waardeeren kantvan deze tentoonstelling. Wij vinden hier niet in de eersteplaats allerlei methodes voor ons arbeidsveld, geen recep-ten voor ons werk, geen aanwijzingen hoe de vernieti-ging van het schoone moet worden bestreden of nieuweschoonheid kan worden verkregen. Nog minder hoe deideale organisatievorm zou zijn, waarmee dit alles be-reikt zou kunnen worden. Maar we voelen, na een rond-gang door deze zalen, een sterken geest, waarvan be-zielende kracht uitgaat.Er wordt hier niet zoo uitsluitend gewezen op al het-slechte, wat ons cultuurbeeld vertoont, waardoor ver-twijfeling en levensmoeheid zou kunnen ontstaan. Enook niet een oppervlakkig samengesteld menu van hetnieuwe, dat bekoort, en ons de werkelijkheid zou doenvergeten. Maar wij zien hier die werkelijkheid met alzijn facetten, getoond met een gevoel van levendige be-langstelling voor alle ontwikkeling, en aanvaarding vanhet nieuwe als onafwijsbaar, doch met een gees-telijken achtergrond waarin met wilskracht en overtui-ging de gedachte wordt gevoerd naar betere toekomst-mogelijkheden.Daarom verdiende deze tentoonstelling groote belangstel-ling. Allereerst van het groote publiek. Er gaat opvoe-dende kracht van uit. Maar ook van ons, die het vaandelvolgen ,,van het leger dat opkomt voor het behoud vande schoonheid van stad en land". Deze tentoonstellingheeft voor ons instructieve waarde. We kunnen er doortot bezinning komen, wat altijd goed is en voor ons werkook zeer noodig kan worden geacht. Wij moeten vooroogcn houden, dat al ons commissoriaal werk slechtseen noodzakelijk kwaad is, dat zich niet vast moet wor-telen in onze samenleving. Dat ons richtsnoer moet blij-ven, zooals deze tentoonstelHng dat ook suggereert, hetverkeerde beletten om daardoor de betere, de bekwamekrachten aan den arbeid te zetten. Dit is de duidelijkuitgesproken bedoeling geweest bij de oprichting dereerste schoonheidscommisies. Wij hebben nu zoo lang-zamerhand in ons land gekregen een zeer groot legervan architecten, meer en minder bekwame, die als ledenvan schoonheidscommissies fungeeren, waarmede weslechts in stand houden een ander en nog grooter legervan onbekwame en half bekwame krachten, wier werkdoor correcties precies tot aan de grens van het toelaat-bare wordt gebracht. Een geijkte toestand, die overaldoor het geheele land is waar te nemen, enkele grootesteden uitgezonderd. Maar ook in die groote steden isde toestand niet rooskleurig. De arbeid der commissiesdrukt op het architectonisch werk een bepaald stempel,dat er slechts een negatieve waarde aan geeft. Dit isnatuurlijk mede het gevolg van de niet voldoende be-kwaamheid van den architect in het algemeen. Het werkvan enkele prominente figuren bewijst dit. Maar devraag mag toch gesteld worden, of ook hier de werkwijzeder commmissies een betere ontwikkehng niet in denweg staat.Al met al is de toestand zoo, dat die niet dan met 139Artikelen140schade langen tijd gehandhaafd kan blijven. Natuurlijkmoeten wij het einde van den oorlogstoestand afwach-ten, eer wij weer met nieuwen arbeid aan kunnen van-gen. Maar het is toch goed, dat wij nu reeds onze ge-dachten daarvoor richten.Een hoogere trap van ontwikkeling kan alleen wordenbereikt, als alle scheppende arbeid verricht wordt doordaartoe opgeleide bekwame vaklieden. Hierin ligt hetzwaartepunt bij alle bevordering der schoonheid. Dit isniet onmiddellijk te bereiken, doch daarop moeten wehet oog gericht houden. En de opleiding van die vak-lieden, bouwmeesters en landschapsarchitecten, is deallereerste zorg. Over het geheele land zijn die noodig.Die kan niet van een enkele onderwijs-inrichting komen.Zooals ik dat al eerder in het Bouwkundig WeekbladArchitectura heb betoogd, deze opleiding zal over hetgeheele land in het vak en door het vak moeten ge-schieden. Een ontwikkeling, ook van onder af, waarbijaan de meest bekwame krachten de hoofdleiding wordtgegeven. De arbeid der verschillende commissies, die wijnu hebben, zal zich dan langzamerhand kunnen oplossenin deze ontwikkehngs-organisatie.Hierbij wordt dan verondersteld dat een wettelijkeregeling, waarbij het tot stand brengen van bouwwerkenalleen door bevoegden mag geschieden, niet lang op zichzal laten wachten. Na een bepaalden overgangstijd, zoueen geheel nieuwe toestand zijn ontstaan, die voor debouwkunst, het voornaamste element van de schoonheidvan stad en land, van groote beteekenis zou worden enwaarbij zich geleidelijk ook de ontwikkeling van alleandere elementen, die tot het behoud en de ontwilckelingvan land- en stedeschoon behooren, zou aansluiten.Dit behoeft toch geen utopie te zijn. Slechts de wil omer mee te beginnen is in onzen tijd voldoende, om zekerte slagen. De initiatiefnemers zullen hiervoor zeker wor-den gevonden. De algemeene belangstelhng die voor dezevraagstukken langzamerhand is ontstaan, en die ook weerdoor deze tentoonstelling gestimuleerd wordt, is hier-voor reeds in voldoende mate aanwezig.De zorg voor het behoud van de schoonheid van Stad enLand heeft natuurlijk nog vele andere aspecten. En detentoonstelling zou nog wel aanleiding kunnen geven tothet aanroeren van nog vele andere vraagstukken. Eenzeer voornaam onderwerp is daafbij hoever in die zorgrechtstreeksche steun van de Overheid moet worden ver-langd en wat daarnaast van de Overheid zelf verwachtmag worden. Daarover zijn we, niettegenstaande velebeschouwingen, rapporten en praeadviezen die bijna allezijn uitgegaan van het Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw, nog nooit uitgepraat. Het zou wel vangroot belang zijn, als uit den kring van onze Federatie,die zoo nauw betrokken is bij alle practische vraagstuk-ken op dit gebied, over het geheele land, daarvoor nogeens een breed opgezette studie zou verschijnen. Deontwikkeling die ik hiervoor in korte trekken heb ge-schetst, brengt als vanzelf ook weer nieuwe problemen.Ook zullen de toestanden, die wij straks zullen krijgen(als het wapengeweld weer is beteugeld) waarin velewijzigingen in het maatschappelijk en staatsbestel zichzullen opdringen, aanleiding geven tot het zoeken vanprincipieele richtlijnen op dit gebied. Hoewel er veel isdat wij nu nog niet kunnen overzien, de principieelegrondslagen blijven onder alle omstandigheden dezelfde.De denkbeelden van den dag die een werking eischena la minute, zooals Huizinga dit karakteriseert, kunnenwe hierbij rustig aan ons voorbij laten gaan. De grooteideeen dringen in deze wereld altijd slechts langzaamdoor.Mag ik daarom een opzet van deze studie aan het Be-stuur aanbevelen?In wil deze toespraak niet eindigen zonder nog een enkelwoord te zeggen over onzen wederopbouw. Groote ge-deelten van steden en dorpen, door oorlogsgeweld ver-nietigd, moesten worden herbouwd. De problemen diezich daarbij voordeden, heeft de Gemachtigde voor denWederopbouw in een kort tijdsbestek tot oplossing moe-ten brengen. Behoudens Rotterdam is overal de herbouwin vollen gang en groote gedeelten zijn al gereed. Zondernog eens oordeel uit te spreken over hetgeen hier reedsvan is te zien, mogen wij toch vaststellen dat de HeerRingers zijn verantwoordelijke taak zeer breed heeft op-gevat. Met volkomen begrip van de eischen, die bij zulkebelangrijke vernieuwingen moeten worden gesteld, heefthij al dit werk in bevoegde handen gegeven. Voorzich-tig, maar met vaste hand, heeft hij daar aan ieder deplaats gegeven, die hem naar zijn bekwaamheid toekomt.Dit werk van hem brengt ons een stuk nader bij onzeidealen. Als straks ook onze taak weer begint, zullen wijin dat werk steunpunten vinden.De Stedelijke Ruilverkaveling in Nederlanddoor Mr. J. H. JonasNu het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw een Commissie heeft ingesteld ter bestu-deering van de vraag of en op welke wijze het beginselder ruilverkaveling dienstbaar kan worden gemaakt aaneen doelmatiger verwezenlijking van stedebouwkundigemaatregelen en/of aan een verbetering der onteigenings-wetgeving, kan het wellicht zijn nut hebben eenige ge-dachten te uiten als vrucht van een studie over verschil-lende publicaties waarin o.m. het ruilverkavelingsdenk-beeld wordt behandeld.Nadat het artikel over Stedelijke Ruilverkaveling in hetTijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde (1941, biz.3 vlgg.) was geschreven en de conclusie getrokken, datgezien de groote moeilijkheden en de weinige belangstel-ling terzake in de kringen ten nauwste bij den stede-bouw betrokken, het niet noodzakelijk werd geacht omvoor het instituut nieuwe propaganda te maken, is tochhet denkbeeld mij blijven volgen.Andere htteratuur dan opgesomd in het bedoelde artikelkwam in mijn handen en was aanleiding tot hernieuwdebestudeering van het vraagstuk.Hiermede valt nu samen het instellen der Commissiedoor het Instituut, waarmede wordt gelogenstraft destelling, die op biz. 21 van het meerbedoelde artikel werdneergeschreven: ,,Als we dus afwijzen een vraag omregelingen als de Lex Adickes ook voor Nederland in tevoeren zijn we o.i. volkomen in overeenstemming met dedenkbeelden van hen, die als autoriteiten in den stede-bouw kunnen gelden."Echter er moet worden onderscheiden.Het moge dan waar zijn dat, anders dan ik me vroegervoorstelde ook in de betrokken kringen wel belangstel-hng heeft bestaan, men vergete niet, dat daarvoor terug-gegaan moet worden naar het einde van de vorige eeuw,d.w.z. voor het inwerkingtreden van de Woningwet1901.Naar de periode dus toen de stedelijke overheid aan allezijden werd geremd bij haar pogingen om werkelijkeninvloed ten goede te krijgen op de stedebouwkundigeontwikkeling. Toen de eene verordening na de anderewerd vernietigd door de Kroon, dan wel onverbindendverklaard door den rechter, toen zone-onteigening werdafgewezen, kortom toen de Rijkswetgever op de een ofandere wijze maatregelen moest nemen om de gemeen-ten ter hulp te komen ter wille van een behoorlijke volks-huisvesting en stedebouw.Uit dien tijd kan o.m. worden gewezen op ,,De omleg-De / punten ten bewijze datBitumineuzeStopverf ?Tijdo?de gewone stopverf met succes vervangt1 TIJDO-siopverfblijU kneedbaar en zachi in de bus2 TIJDO-siopverfblijfi niei aan de vingers kleven3 TIJDO-siopverfwordi dus op de gewone wijze verwerki4 TIJDO-siopverfzakt niei weg uii de sponningen5 TIJDO-siopverfis licbi op gewichi en dus voordeelig6 TIJDO-siopverfis geschiJd a/s sioppasia voor sialen ramen7 TIJDO-siopverfis ook geschiki als siopkit iusschen sialenramen en de muurFABRIKANTEN:VAN DEN DOEL&FRAYDEN HAAGN.V. SCHILDER- EN GLASBEDRIJFv.h. M. E. HARTMANAlle voorkoTTiende schilderwerkenvan \ AMSTERDAMiritvoerde?*j" \ p. Aerlszstr. 119, Tel. 22615^^h?der>verKe? V ^ DEN HAAGvoor y^Q^xy^ \ Columbusslr. 183, Tel. 332687rreentna-li VIANENPr. Julianaslraal 16, Tel. 221Commanditaire Vennootschap ter Voortzetting vande Zaken van de BOUWSTOFFENHANDELDIRKZWAGER & CO. N.V.OOSTZEEDIJK 26a - ROTTERDAMALLE BOUWMATERIALENVOOR DEN WEDEROPBOUWconcurreerende prijzenTelefoon 20430 en 22630 KantoorTelefoon 198 (Leidschendam) W. DAHMEN, beh.Venn.Telefoon 44551 v. LEEUWAARDEN, vertegenw.N.V.v.h CLAESSEN&Co.SINGEL 162 - AMSTERDAMFilialen: DOETINCHEM ^ ZWOLLEELECTROTECHNISCHE OROOTHANDELSKODA Electro MotorenPOPE en SPLENDOR LICHTLAMPENN*V* tot Uitvoeringvan Schilderwerkenvoorheen Wed. M. POSAMSTERDAMKr. Mijdrechtstraat 63TELEFOON No. 97924Dir. R. & D. R. GraatsmaN.V. NEMEF - APELDOORNDe aangewezen fabriek van Franschevoordeur-, kamerdeur-, loop-, kast-,grendelsloten enz.,zoowel voor nieuw-bouw als voor reparatie-doeleinden.Levering uitsluitend via denUzeriiandelging van bouwterreinen" van Prof. Mr. J. H. Valcke-nier Kips in 1894 in De Gids en 1896 in RechtsgeleerdMagazijn, terwijl dezelfde auteur in 1908 een Prae-advies schreef voor de Vereeniging voor Staathuishoud-kunde en Statistiek, waarin hetzelfde onderwerp in ver-band met stedebouwkundige maatregelen weer ter spra-ke kwam.Evenzoo de praeadviseur Mr. H. J. Nieboer, terwijl dederde schrijver Ir. J. W. C. Tellegen ook de ruilverka-veling noemt als maatregel, naast de onteigening, om totbetere toestanden te komen op het gebied der volkshuis-vesting.Een proefschrift uit 1900 van Mr. H. F. H. WilbrinkHoitsema over ,,Uitbreiding en verbetering van steden"bevat eveneens een hoofdstuk over ,,Omlegging van ter-reinen".Later (1914) betrekt ook Ir. H. J. Kiewiet de Jonge destedelijke ruilverkaveling bij zijn uitvoerige studies totbetere regeling van de volkshuisvesting in zijn boek overBouwschappen.Ruilverkaveling vindt men nergens gedefinieerd in eenwetsartikel. Groote verscheidenheid van opvatting om-trent het specifiek juridische wezen van het instituutbemerkt men overal in de litteratuur.Men verstaat eronder het samenvoegen van een complexaaneengelegen gronden van verschillende eigenaren toteen massa, met wettelijken dwang voor onwilligen, enhet daarna opnieuw verdeelen van de massa onder dedeelnemers op een andere wijze, zoodat of de grondenbeter geschikt zijn voor het uitoefenen van het landbouw-bedrijf (agrarische ruilverkaveling) dan wel voor stede-bouwkundige exploitatie (stedelijke ruilverkaveling).De Ruilverkavelingswet van 1938 beoogt bevorderingvan het landbouwbelang, het stedebouwkundige doelwordt in Nederland nog niet door een wettelijke rege-ling bestreken. Elders worden dergelijke regelingen welgevonden, met name in Duitschland (o.a. Lex Adickes)en Zwitserland (zie voor een opsomming Tijdschriftvoor Kadaster en Landmeetkunde 1941, biz. 37 vlgg.).In het kort komen de voorschriften hierop neer, datmeestal door ingrijpen van de overheid een aantal eige-naren de gronden gelegen in een bepaald gebied (blok)samenvoegen tot een massa. Deze massa wordt daarnadoor een deskundig orgaan verdeeld in verband met het-geen werd ingebracht en zoodanig, dat de verkregenterreinen wat vorm en ligging betreft geschikt zijn voorbebouwing.Dit brengt mede dat voor de verdeeling een ,,uitbrei-dingsplan" zal moeten vaststaan. Daardoor zal bij eeneventueele regeling in Nederland verband met de Wo-ningwet niet kunnen ontbreken.Het is bekend dat de Staatscommissie tot herzieningvan de Woningwet het onderwerp bestudeerde, maar inhaar rapport, bevattende een geheel nieuwe woningwetin ontwerp, geenerlei bepalingen over stedelijke ruilver-kaveling opnam. In het verslag wordt dit weglaten daar-mede gemotiveerd, dat een regehng zeer ingewikkeldbleek te zijn en om goed te kunnen werken, zeer grootezorgvuldinheid in acht moet worden genomen. Waar-door vanzelf te verwachten zou zijn een langdurige pro-cedure, weshalve het der commissie voorkwam, dat hetonteigeningsinstituut beter en vlugger de overheid aande gronden zou helpen, benoodigd om een goede stede-bouwkundige verzorging van de stadsuitbreiding en devolkshuisvesting te bereiken.Het is niet te ontkennen, dat stedelijke ruilverkaveling,wil zij billijk werken, meer nog dan agrarische ruilver-kaveling met groote omzichtigheid en zorgvuldigheidmoet worden toegepast en uitgevoerd.De grootste moeilijkheid schuilt in het beginsel, dat bijde herverdeeling ten grondslag wordt gelegd.Moet dit n.l. gebeuren in evenredigheid van de ,,waar- Anikeiende" van hetgeen een bepaalde eigenaar heeft ingebracht,dan wel naar de oppervlakte van den ingebrachtengrond?Hiermede hangt ten nauwste samen de moeilijke vraagvan de begrenzing van het ,,blok".Past men stedelijke ruilverkavehng toe op kleine blok-ken, dan kan men verwachten dat de onderlinge waarde-verschillen zoo gering zijn, dat men mag verdeelen naarde oppervlakte der ingebrachte perceelen. De procedureheeft dan tot gevolg dat de eigenaren ongeveer dezelfdeperceelen terugkrijgen, echter nu in voor bebouwingbruikbare vormen en onder aftrek van den grond noodigvoor straataanleg.Neemt men daarentegen groote blokken, waarin dus zul-len kunnen worden gebouwd zoowel groote als kleinelandhuizen, eengezinshuizen in rijen, arbeiderswoningen,complexen flatwoningen enz. en waarin wellicht ooknog industrieterreinen vallen, dan zal men niet kunnenontkomen aan een waardebepaling bij den aanvang derprocedure en een tweede schatting der verkavelde ter-reinen om tot een billijke toedeeling te kunnen geraken.Waarbij imponderabilia een buitengewone rol gaanspelen.Men denke alleen aan de vraag of een geprojecteerdestraat inderdaad, zooals de bedoehng is, spoedig zalworden bebouwd en in trek zal komen voor de eraangedachte groote winkels, dan wel, dat er slechts weinigbelangstelling voor blijkt te bestaan, aarzelend wordtgebouwd, renteverlies voor de grondeigenaren optreedten wellicht het plan na jaren ter plaatse moet wordenomgewerkt om een andere meer begeerde bebouwingmogelijk te maken.De eenige billijke oplossing is een verdeeling naar denobjectieven maatstaf van de oppervlakte, zooals die ookbij de agrarische ruilverkaveling mogelijk is, omdat dewaarde als landbouwgrond voor en na de verkavelingdezelfde is. En dus zal men bij de stedelijke ruilverka-veling de blokken klein moeten houden.Toch heeft men in Keulen een groot complex aangevaten met een dubbele waardebepahng gewerkt. Zie hier-over: Ketter in Allgemeine Vermessungsnachrichten1932 (689 en 705 vlgg.). Einiges von der groszen KolnerBauland-Umlegung, en 1934 (113, 147, 166, 185, 200vlgg.) Grundstuckswerte und Entschadigungen in derUmlegung II zu Koln.Als men deze artikelen leest en overdenkt, dan kan hetgeen verwondering wekken, dat de StaatscommissieWoningwet in haa'r ontwerp de stedelijke ruilverkave-hng niet opnam.Desondanks ware het denkbaar, dat het instituut dusda-nige voordeelen voor de volkshuisvesting zou kunnenbrengen, die langs anderen weg niet zijn te bereiken,dat toch gestreefd moest worden naar de mogelijkheidvan toepassing in Nederland.Bij bestudeering van de genoemde litteratuur dripgt zichde gevolgtrekking op, dat een voornaam doel om aan-dacht te schenken aan de stedelijke ruilverkavehng is,dat men verwacht met behulp van dit instituut de waar-de der uiteindelijke bouwterreinen op een lager niveaute houden en de speculatie in deze gronden te breidelen,waardoor ze tegen redelijke prijzen beschikbaar zoudenkomen en dus lagere huurprijzen mogelijk maken.Bij Kiewiet de Jonge vindt men op biz. 72 met instem-ming een aanhaling uit een Denkschrift des FrankfurterStadtbauambtes over de voordeelen van omlegging: ,,derMarkt an baufertigen Grundstucken wird vermehrt undeiner schadhchen Speculation entgegengewirkt."In denzelfden geest de andere hier genoemde auteurs.Wat nu daarvan te zeggen?Mogen we Kiewiet de Jonge gelooven, dan wordt deprijs der bouwterreinen beheerscht door het feit, dat de 141Artikeleneigenaar een monopolie heeft. (Monopoliewinst derbouwgrond-maatschappijen.) Om dit monopolie te door-breken en om verder geregelden toevoer van goedebouwterreinen te verzekeren zoekt hij de oplossing in debouwschappen, die ook het instituut der ruilverkavelingmoeten kunnen hanteeren.E. Meyn in: ,,Stadterweiterungen in rechtlicher Be-ziehung" (1893) merkt reeds op, dat tegengaan vangrondspeculatie en prijsopdrijving door stedelijke ruil-verkaveling niet mogelijk is, omdat nu eenmaal goedebouwterreinen een beteren prijs zullen opbrengen danslecht verkavelde.Weer een andere opvatting terzake van ,,Prijs en Waar-de van Stedelijken Bouwgrond" wordt verdedigd in hetproefschrift van denzelfden naam door Ir. J. C. L. B. Pet(1940), die echter niet spreekt over den mogelijken in-vloed van stedelijke ruilverkaveling.Men zal den auteur van dit geschrift moeten toegeven,dat de waarde der bouwterreinen wordt bepaald doorde door de overheid toegelaten intensiteit der bebouwing(horizontaal, verticaal en kwalitatief) op dezen grond.Tellegen beschrijft aan het slot van zijn praeadvies (biz.271/272) een geval in Berlijn waar men voor een be-paald gebied, door een wijziging in de bouwverordeningde gelegenheid kreeg om den grond dichter en hoogerte bebouwen, waarvan het gevolg was, dat van eenigebouwmaatschappijen de aandeelenwaarde met 9 millioenvermeerderde in de week van het bekend worden derwijziging.Waar dus de waarde van stedelijken bouwgrond wordtbepaald door de toegelaten bebouwingsintensiteit, waar-bij nog komt de invloed van de ligging (situatie) is hetmoeilijk in te zien hoe stedelijke ruilverkaveling dezewaarde zal kunnen drukken en speculatie tegengaan.Deze beide factoren worden door deze procedure opgeenerlei wijze beinvloed.Stedelijke ruilverkaveling levert perceelen met gunstigenvorm voor bebouwing, maar zal nimmer bereiken, datterreinen, die bebouwd kunnen worden met reeksen aan-eengesloten huizen van 3 a 4 verdiepingen, eenzelfdenprijs opbrengen als gronden bestemd voor het bouwenvan landhuizen met groote tuinen.De verschillende auteurs, die stedelijke ruilverkavehngin hun beschouwingen betrekken zien het instituut alsoverbodig makende een deel van de functie der bouw-maatschappij. De redeneering wordt dan toegepast, datde ,,nuttige" functie van die maatschappij bestaat in hetbij elkaar koopen van groote aaneengesloten complexengrond, zoodat plannen kunnen worden uitgevoerd zon-der hinder te ondervinden van schots en scheef door hetterrein loopende eigendomsgrenzen.Valckenier Kips zegt in het praeadvies biz. 186 b.v.:,,Enkel en alleen om bebouwbaar terrein te verkrijgen,zonder dat aan dat terrein zelf ter plaatse iets is gedaan!heeft dus deze opzameling van het terrein in handen derbouwmaatschappij den prijs van den grond reeds aan-merkelijk verhoogd, waarvan de bewoners den last zul-len hebben te dragen."In ,,Bouwschappen" vindt men deze ,,gevolgtrekking"van Kiewiet de Jonge (biz. 82):,,Ruilverkaveling biedt de mogelijkheid om aan percee-len, wier grondvorm hen niet voor bebouwing geschiktmaakt, een practischen, rechthoekigen vorm te geven.Daardoor wordt een der meest-beteekenende werkzaam-heden der terreinmaatschappijen voorkomen, terwijl bij-na geen improductieve uitgaven geschieden".Bezien we de zaak echter eens in het hcht der ervaringvan ettelijke uitgevoerde ruilverkavelingen (zij het danagrarische) hier te lande en wel wat het kostenvraag-stuk betreft. Er is geen reden om aan te nemen, dat destedelijke ruilverkavelingsprocedure tot minder kosten]^42 aanleiding geeft dan de agrarische, wellicht is de tegen-overgestelde conclusie zclfs juister. Aangenomen echterdat de kosten dezelfde zijn, deze zullen op de verkaveldeterreinen gelegd moeten worden. Bij agrarische ruilver-kaveling neemt de Staat een belangrijk deel der kostenvoor zijn rekening, uitgaande van de juist geblekenpraemisse, dat het voortbrengend vermogen der grondendusdanig wordt verbeterd, dat naast het voordeel vanden eigenaar een zeer belangrijke bate voor de gemeen-schap wordt bereikt.Kan die ratio ook dienst doen, om bij stedelijke ruilver-kaveling een deel der kosten voor rekening van denStaat te nemen? Ik meen deze vraag ontkennend te moe-ten beantwoorden, omdat hier gestreefd wordt naar hetzoodanig vervormen en verschuiven der grillig gevorm-de perceelen, dat zij passen in het vastgestelde plan vanbebouwing. Een enkele eigenaar die mee ruilverkaveldezal welhcht zelf gaan bouwen om op het perceel te blij-ven wonen, de meeste terreinen zullen worden verkochtaan derden. Betaalde dus de Staat een deel der kosten,hij zou den eigenaar een schenking doen, waartegen-over geen bate voor de gemeenschap staat. Immers debouwterreinen zullen uiteindelijk niet goedkooper wor-den aangeboden op de grondmarkt (welhcht in een dertusschenstadia). Als er wordt gebouwd is de prijs ge-naderd tot de waarde, die bepaald is door de bebou-wingsintensiteit en de situatie.De voile ruilverkavelingskosten zullen dus op de per-ceelen komen te rusten. Deze kosten zijn niet eenvoudigte schatten maar eenige honderden guldens per ha zullenze zeker bedragen.De vraag doet zich nu dus voor in deze gedaante, of debesparing, verkregen door het uitschakelen van het,,nut-tige" werk der bouwmaatschappij opweegt tegen dekosten, die door de stedelijke ruilverkaveling op de per-ceelen zijn gaan drukken. Verder mag nog worden ge-wezen op het feit, dat de schommelingen in den prijsvan den ,,ruwen" grond slechts voor een gedeelte invloedhebben op dien yan den ,,bouwrijpen" grond. (Zie for-mule bij Pet op biz. 93).Zou dus al stedelijke ruilverkaveling de waarde van denruwen grond kunnen drukken, dan zou dit van geringeninvloed zijn op den prijs van den bouwrijpen grond.Ook hierom dus moet de conclusie luiden, dat ruilver-kaveling niet het middel kan zijn om de volkshuisvestingte baten door het bevorderen van lagere prijzen derbouwterreinen, of door het tegengaan der speculatie.De vraag moet nu worden gesteld of het instituut derstedelijke ruilverkaveling een nuttige functie kan ver-richten bij het omvangrijke proces van het bouwrijp ma-ken van den maagdelijken grond.Natuurlijk moet deze vraag toestemmend worden be-antwoord, omdat vrijwel steeds de ruwe grond zoodanigis verkaveld, dat het in geen enkel plan past en funestegevolgen intreden als men bij het ontwerpen van hetplan aan die verkaveling invloed zou toekennen. Destedelijke ruilverkavehng past het terrein aan de plan-nen aan, die dus vrij kunnen worden ontworpen om tevoldoen aan allc eischen van stedebouwkundigen aard.Te onderzoeken valt of dit ongetwijfeld zeer groote nutder ruilverkaveling, waarvoor echter een omvangrijkeen kostbare procedure moet worden uitgevoerd, niet teduur is gekocht met die zorgen, moeiten en uitgaven.Wat geschiedt in dit omzettingsproces?Een bepaalde oppervlakte gronds moet in handen van deoverheid komen voor openbare doeleinden als verkeers-wegen, pleinen, grachten, plantsoenen, parken e.d.m.En daarnaast moet volgens ,,regelen", die voor elke ge-meente verschillen, door de eigenaren der overschieten-de bouwterreinen, de aanleg en het toekomstig onder-houd van die verkeerswegen enz. worden gefinancierd,nadat de grond reeds gratis is afgestaan.Om bij stedelijke ruilverkaveling de grootst mogelijkebillijkheid te bctrachten moet de toedeeling geschiedenvolgens het objectieve oppervlaktebeginsel. Dit brengtmede, dat de ,,blokken" niet te grooten omvang mogenhebben om geen te ver uiteenloopende waarden in hetblok te krijgen.Het is nu denkbaar, dat dan wat noodig is voor open-baar nut in een bepaald ,,blok" objectief kan wordenbepaald.Hoe zou dit echter mogelijk zijn als men denkt aan dezoogenaamde ,,ruimere stadsuitbreiding", het aanleggenvan groote gebieden voor recreatie, die beteekenis voorde geheele of belangrijke deelen der gemeente hebben?Hiervoor kan men nu eenmaal niet met streng zakehjkeberekeningen werken. Hemelsbreed verschil van inzichtis mogelijk op welke gronden zal worden verhaald degrondafstand en de kosten van aanleg van een park metsportterreinen, dat men in het uitbreidingsplan projec-teerde. Zelfs aangenomen, dat men naar objectievemaatstaven zou kunnen bepalen de buitengrens der gron-den, die moeten bijdragen om het park tot stand te bren-gen, dan zouden toch de gronden even buiten die grensgelegen meegenieten van de voordeelen en een hoogerewaarde kunnen krijgen door de aanwezigheid van hetpark, waartoe ze geen bijdrage behoefden te leveren.Hoe zal de stedelijke ruilverkaveling deze moeilijkheidkunnen oplossen?Alleen als men alien grond in het uitbreidingsplan alseen blok probeerde te verkavelen. Waartegen zich ech-ter de ervaring verzet, omdat men dan bij de toedeelinghet waardebeginsel moet gaan toepassen, vi^aardoor demoeilijkheid enkel wordt verplaatst maar even onoplos-baar blijft, als men tenminste prijs stelt op het betrach-ten van een zoo groot mogelijke billijkheid.De conclusie kan dus worden getrokken, dat het insti-tuut voor gedeelten van het uitbreidingsplan, waar meneengezinswoningen op terreinen van 150 a 200 m^ heeftgeprojecteerd of boven- en benedenhuizen op zulke ter-reinen, dan wel in die gemeenten waar vrijwel uitslui-tend die bebouwing wordt verwacht, een nuttige functiekan verrichten, alleen door aan de gemeente den benoo-digden grond voor straataanleg gratis te verschaffen endaarnaast in de bouwblokken gunstige perceelsvormente doen ontstaan.De ruilverkavelingskosten zullen nu toch al op de per-ceelen drukken, terwijl dan het moeilijkste gedeelte vanhet verder bouwrijp maken der gronden nog op te lossenblijft.Men denke verder nog aan de bezwaren die blijven, ookna de ruilverkaveling op deze beperkte schaal.Immers niet alle eigenaren zullen willen bouwen of nietzoo aanstonds. Sommigen zullen agrarische bedrijvenexploiteeren en dit zoolang mogelijk willen voortzetten,op terreinen die welHcht reeds teveel worden gedruktdoor de ruilverkavehngskosten.Het verschil met de agrarische ruilverkavehng komt hierscherp naar voren.Bij de laatste hebben alle deelnemers eenzelfde ,,belang",hun gronden voor landbouwdoeleinden zoo intensiefmogelijk te exploiteeren, wat bij stedelijke ruilverkave-ling niet het geval is. Hierop wees reeds Steppes (Zeit-schrift fiir Vermessungswesen, 1892), waarom dezeschrijver bij stedelijke ruilverkaveling dwang tot mede-werken nog eerder noodig oordeelde dan bij de agra-rische. Terwijl bij deze laatste het meest aantrekkelijkeelement is, dat de deelnemers het bedrijf, dat soms reedseeuwen lang door dezelfde familie wordt uitgeoefend,kunnen blijven voortzetten op ongeveer dezelfde plaatsop voor het doel beter geschikte terreinen. Waartegen-over de stedelijke ruilverkaveling krachtens haar instel-ling er op gericht is, dat na toepassing de verkregenterreinen zoo spoedig mogelijk uit handen der eigenarengeraken (afgezien van hen, die zelf willen bouwen) Arukcienom na bebouwing te dienen voor huisvesting van men-schen, die van heinde en ver zijn komen opdagen.Waar nu toch de terreinen voor de bebouwing grooten-deels door de oorspronkelijke eigenaren worden ver-kocht, komt het mij voor, dat de ingewikkelde procedureder stedelijke ruilverkaveling dan betrekkelijk weinig nutkan stichten.Dit geldt zeker voor de groote steden, waar in den regelin groote complexen wordt gebouwd, terwijl naar hetmij wil toeschijnen de tendens der stedebouwkundige op-lossingen deze is om dat zooveel mogelijk te bevorderen.Waardoor dus vanzelf de drang ontstaat voor de ge-meente (dan wel een bouwmaatschappij) om groote aan-eensluitende oppervlakten in handen te krijgen om zulkeprojecten uit te voeren.Ik denk hierbij aan plannen als zijn gepubliceerd in ditTijdschrift (1939, biz. 171 vlgg.) voor een gedeelte vanAmsterdam (Uitbreidingsplan Slotermeer).Hoe zal een dergelijk plan kunnen worden verwezen-lijkt als de grond na stedelijke ruilverkaveling nog inhanden van particuliere eigenaren is, die in de bouw-blokken perceelen van allerlei uiteenloopende groottenbezitten, al hggen de grenzen nu behoorlijk ten opzichtevan de rooilijnen? In de bouwblokken zullen eerst weergroote oppervlakten moeten worden .samengekocht" omde geprojecteerde complexen te doen verrijzen. Kan danniet de gemeente beter terstond met onteigenen begin-nen om alien grond in handen te krijgen, waarbij natuur-lijk de moeilijkheid van het bepalen der schadeloosstel-ling het groote struikelblok blijft vormen, maar waar-door ze is verzekerd van het verder ongehinderd kun-nen uitvoeren van haar plannen.Dit voert vanzelf naar het onteigeningsvraagstuk en derol, die wellicht de stedelijke ruilverkaveling hierbij zoukunnen spelen.De in den aanvang genoemde Commissie heeft in haaropdracht ook het vraagpunt of stedelijke ruilverkavelingdienstbaar kan worden gemaakt aan de verbetering deronteigeningswetgeving.In zijn ,,praeadvies" voorvoelde Tellegen een verbandtusschen deze beide instituten, echter in dien zin, dat deonteigening als dreigement achter de stedelijke ruilver-kaveling zou moeten staan. Hij was van meening dat degemeente de ruilverkaveling zou kunnen aanvatten endat deze de onteigening als ultimum remedium, als wa-pen achter de hand moest hebben om onwillige eigena-ren te dwingen.Op biz. 266 schrijft hij: ,,Onteigening door de gemeentevan alien grond, waarop de stad zich zal uitbreiden,blijft dan ook altijd nog het beste middel, om een goedresultaat te verkrijgen."Daarmee te kennen gevend, dat het vertrouwen in deresultaten van de ruilverkavehng niet al te groot was.Sinds het bekende Koninklijk Besluit van 1908, waarbijde practijk werd ingeluid, dat alle grond in een uitbrei-dingsplan kon worden onteigend krachtens de toenma-lige redactie van art. 11 der Onteigeningswet en de wij-zigingen en aanvullingen van dit artikel sindsdien in ?1921 en 1931, kan de gemeente inderdaad daardoor debeschikking krijgen over alle oppervlakten, die zij be-geert.En dat op de bekende eenvoudige wijze, ingeluid doorhet Koninklijk goedgekeurde Raadsbesluit.De moeilijkheden komen echter bij de vaststelling vande schadeloosstelling aan de voormahge eigenaren.Het is niet te verwachten, dat de formahteiten dezcronteigening omvangrijker en ingewikkelder zouden zijndan een nog te scheppen procedure voor stedelijke ruil-verkaveling.Wellicht ware vcreeiivoudiging te bereiken bij het bepa- 143Artikelen144len der schadeloosstelling als men in plaats van metgeld in grond kon betalen.Deze gedachte, reeds door mij geopperd in het Tijd-schrift voor Kadaster en Landmeetkunde (1040/129),nu neergelegd in art. 6 van het Besluit d.d. 10 October1941, no. 168 (Wederopbouw II) is o.a. besproken doorDr. J. Valkhoff in Nederlandsch Juristenblad 1941 (afl.15 en 16). Hij zegt, dat door deze mogelijkheid de ont-eigening als het ware een soort ruilverkaveling wordt.Maar, zooals hij uitvoerig betoogt in een artikel over dejongste wijziging van de Ruilverkavelingswet 1938(Nederlandsch Juristenblad 1941, afl. 44 en 45), de in-stituten van onteigening en ruilverkaveling zijn elkaarwel genaderd door de mogelijkheid om bij onteigening tebetalen met grond of bij ruilverkaveling uitsluitend geldtoe te deelen, toch blijven het geheel verschillenderechtsfiguren.Immers onteigening is principeel gericht op ontnemingvan den eigendom tegen schadeloosstelling en overbren-ging van den eigendom bij een ander. Al kan nu deschadeloosstelling ook in grond worden betaald, bij ruil-verkaveling schept men een onverdeelde massa waarinde eigenaren voor een evenredig gedeelte gerechtigd zijnen blijven, al wordt in een uitzonderingsgeval wel eensgeld inplaats van grond toebedeeld.Afgezien nu van de vraag of men hier nog van ruilver-kaveling zou mogen spreken, wil het mij toch voorko-men, dat het betalen met grond inplaats van met geld,aangenomen al dat het eerste op eenvoudiger manierware uit te voeren, de gemeente niet geeft wat zij zichvoorstelde te bereiken, het beschikken over alien grondin het uitbreidingsplan om dit uit te voeren zooals zijwenscht.Tenzij zij zou kunnen betalen met gronden buiten destadsuitbreiding gelegen en dat zal wel nimmer mogelijkzijn.Terwijl niet moet worden vergeten, dat men om ditdenkbeeld uit te voeren toch weer moet gaan bepalen dewaarde der afgestane en toegewezen grondstukken endus de moeilijkheid van het vaststellen eener juiste enbillijke schadeloosstelling alleen zou zijn verplaatst.Geheel anders hgt het geval in onze verwoeste steden,waarvoor de bovenbedoelde bepaling is geschreven, om-dat men daar rekening moet houden met de verkregenrechten der slachtoffers van het oorlogsgeweld.Naar mijn gevoelen zal dan ook het beginsel der ruil-verkavehng geen uitkomst kunnen brengen bij het op-lossen der moeilijkheden der onteigening voor den stede-bouw.Zoo moet dan de slotsom luiden, dat het instituut derstedelijke ruilverkaveling weinig nut kan stichten op hetgebied van de volkshuisvesting en den stedebouw.Alleen voor die gemeenten en die gevallen waar menbeoogt het stichten van eengezinswoningen op kleineperceelen, wel eens genoemd het Nederlandsche ideaalen voor dorpsgemeenten, heeft het instituut een kans.Men denke echter niet te gering over de moeilijkheden,die moeten worden overwonnen en die, naar ik vermeen,geenszins van geringer orde zullen zijn dan bij onteige-ning moeten worden opgelost.Voor een uiteenzetting van de bedoelde moeilijkhedenmoge ik verwijzen naar het meergenoemde artikel in hetTijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde van 1941,waarin de meeste worden besproken met verwijzing naareen omvangrijke meest Duitsche litteratuur.Voor een doelmatige verwezenlijking van stedebouw-kundige maatregelen zal men het instituut der onteige-ning moeten blijven hanteeren en zijn kracht moetenaanwenden om het juist en billijk bepalen der schade-loosstelling een betere oplossing te geven.Zutphen, Augustus 1942Provinciale maatregelen tegen de ontsieringdoor Drs. H. van der WeydeHet laatste Jaarverslag (over 1941) van de ProvincialeZeeuwsche schoonheidscommissie bevat enkele mede-deelingen over een vanwege deze commissie ingesteldonderzoek naar de meest aanbevelenswaardige redactievan een provinciale verordening inzakc de reclames. Hetopmerkelijke van de ontwerp-verordening, waartoe decommissie komt, is vooral dat daarin ook enkele andereonderwerpen, die de schoonheid van de provincie raken,regeling hebben gevonden. Daar het een onderwerp be-treft, dat een algemeen karakter heeft en niet beheerschtwordt door bizondere, van gewest tot gewest verschil-lende omstandigheden, was het wellicht beter geweestals de vraag of een uitbreiding van de provinciale re-clameverordeningen in dezen geest doelmatig is, tot hetonderwerp van een onderzoek in landelijk verband wasgemaakt.Ook overweging achteraf van de denkbeelden van decommissie kan evenwel nut hebben. Trouwens, zij heefthaar standpunt reeds in zooverre elders aanbevolen, datzij advies heeft uitgebracht over een departementale ont-werp-reclameverordening, die de strekking heeft meeruniformiteit in de regeling van deze materie te brengen.Afgescheiden van haar ruimen opzet onderscheidt denieuwe ontwerp-verordening van de Zeeuwsche com-missie zich doordat het begrip reclame zorgvuldig uit debepalingen is geweerd. De verbodsbepaling, die tot dus-ver in alle verordeningen het woord ,,reclame" bevatte,spreekt in het ontwerp van ,,opschriften, aankondigingenof afbeeldingen in welken vorm ook, welke van buitenhet onroerend goed zichtbaar zijn", terwijl o.a. naambor-den e.d. door een der uitzonderingsbepahngen aan ditverbod onttrokken zijn. De reden van deze veranderingligt in de moeilijkheden, die zich bij vervolging van over-tredingen hebben voorgedaan, doordat met den Kanton-rechter verschil van meening ontstond over het begrip,,reclame". Dit is inderdaad een subjectief begrip, omdatzijn inhoud bepaald wordt door de bedoelingen van den-gene, die de aankondigingen enz. aanbrengt, terwijl diebedoelingen zeer onzeker en gecompliceerd kunnen zijn,bijv. ten deele op het kenbaar maken van den naam,maar daarnaast ook op het trekken van de aandacht ge-richt kunnen zijn. De nieuwe omschrijving vermijdt allesubjectiviteit en verdient om die reden aanbeveling. Hetmoge minder gelukkig zijn dat de verbodsbepaling opdeze wijze een zeer ruime strekking krijgt, nu de doel-treffendheid van de verordeningen in gevaar komt moetdeze verruiming worden aanvaard.Het hoofdverschil met de oude redactie is echter, gelijkgezegd, dat het ontwerp naast de reclame nog enkeleandere onderwerpen regelt, t.w. de antennes en andereuitsteeksels (bijv. de z.g. winddynamo's), de kleuren vanbouwwerken, de ver\^aarloozing van ongebouwd onroe-rend goed en de autokerkhoven e.d. Dat wettelijke be-palingen ter regeling van een en ander haar nut hebben,lijdt geen twijfel. En het is te begrijpen dat, nu de pro-vinciale wetgever zich eenmaal uit een oogpunt vanschoonheidszorg met de materie der reclames heeft in-gelaten, men deze zorg tot andere onderwerpen wil gaanuitbreiden. Hier is een orgaan, dat waakzaamheid toontvoor de schoonheid van stads- en dorpsbeeld en van hetlandschap, terwijl andere overheidshchamen, zooals debesturen van sommige gemeenten, vaak in gebreke blij-ven bij de afweging van belangen aan die schoonheideen passend gewicht te hechten. Ligt het niet voor dehand dat men dan telkens als zich een nieuwe vorm vanaantasting van het uiterlijk voorkomen van ons landvoordoet, zich tot de provinciale besturen wendt in dehoop dat die hun zorgen tot de nieuw bedreigde puntenzullen gaan uitstrekken?VLAMOVENDAKPANNENOOSTHOEKALPHEN aid RUNBOUW^ EN AANNEMINGSBEDRIJFADR. VAN MAREN ROTTERDAMV. OLDENBARNEVELTSTRAAT 154 TELEFOON 37444Nieuwbouw Verbouw OnderbouwBOUWBEDRIJFG.W.KRWMERTELEF. 97827Na 5V2 uur n.m.:26905 en 93589AMSTERDAM-CSTADHOUDERSKADE 152BREDA150 JAARKWALITEITIn 1792 p'imitief te Groningen begonnen --thans in 1942 een lakfabriek van modernsconstructie en inrichting te Sassenheim.Sikkens is sterk gegroeidi -- Sikkens' kwaliteiten service zijn 1 50 jaar dezelfde, waardoor dezegroei mogelijk was.SIKKENS' LAKFABRIEKEN N.V.SASSEN HEIMOpgericht te Groningen anno 1792MUYS & ARONIUS'HANDELMAATSCHAPPIJ N.V. - TELEF. 37340ROTTERDAMDUNANTSTRAAT H-16VERLENGDE COOLHAVENTEGELSBETONEMAILLE,,VOOR WEDEROPBOUW"R Vlist-Uioodzand-v.d. fflist-UtruijkAannemers van alle voorkomendeBOUW-, BETON- ENGRONDWERKENTelefoon 30739-33589Boschpolderplein 27 A ROTTERDAM^4"if^ FIRMA ^WIERSMAI [Een modern verfproduct dat nimmcrmeet verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN^V* Haarlemsche StoomvcrffabriekTelefoon 11884 HAARLEMo^^ KOVUTRECHT^^CHB^^^Wij staan geheel achterUW PROBLEMENlij staan geheel achter Uw problemen,dat is ons eigen belang. Wanneer Uw bedrijfkan draaien, rooken onze schoorsteenen!De vraag was: meer verl te maken dan onze olievoorraadtoeliet en toch de goede eigenschappen van verfop oliebasis te handhaven.Ons laboratorium vond de opiossing. Door de olie te ver-werken tot kunsthars, maken wij daarvan nu meer dan dedubbele hoeveelheid verf op kunstharsbasis en ... . verfvan goede kwaliteit, in menig opzicht nog beter dan vroeger.Kortom, de kunstharsbasis zal dezen tijd :ek>r overleven.PIETER SCHOEN & ZOOM N.V.ZAANDAM . OPGERICHT 1722BOUW- EN AANNEMINGSBEDRIJFAUG. A. KULBERGROTTERDAMLeede 47 -- Telefoon 71156yn HETSCHILDERWERKU A - MAASTUNNELWERD UITGEVOERD DOOR N.V.SCHILDERSBEDRUF H. A. J. BROUWERKANTOOR: GOUDSBLOEMLAAN 198TELEFOON 338118 EN 333316 DEN HAAGFIRMAE.H.POST&Zn. STUCADOORSTrompenburgsiraai 87 Amsierdam Z. Telef. 22163Werkt reeds jaren voor Woningbouwvereenigingen, o.a. Woningbouwver. ,,Amsterdam-Zuid"AANNEMERS VAN ALLE VOORKOMENDESTUCADOOR- EN WITWERKENToch zijn er overwegingen van doelmatigheid, die zichtegen die veruiming verzetten. De antennes en andereuitsteeksels staan onmiddellijk in verband -- in de meestletterlijke beteekenis --- met het uiterlijk van de bebou-wing, een onderwerp, dat geheel aan de gemeentebestu-ren ter regeling is toevertrouwd. De bouwvergunning,waarbij de welstandsbepaling kan worden gehanteerd, ishet middel, dat de gemeentebesturen kunnen aanwen-den om de bouwlustigen te du^ingen zich aan esthetischeeischen te conformeeren. Nu wordt plotseling een on-derdeel van deze materie daaruit gehcht en aan het pro-vinciaal toezicht opgedragen.Verdeehng van de zorg voor het aspect van de bebou-wing over twee organen zal ertoe leiden dat niemandzich meer verantwoordehjk gevoelt voor het geheel. Erkunnen trouwens ook conOicten ontstaan over deeischen, die in een bepaalde omgeving moeten wordenin acht genomen, met name bij het vaag omschreven ob-ject ,,uitsteeksels". Men vergete verder niet dat het ge-meentelijk bouwtoezicht, dat langzamerhand op hoogerpeil komt, veel beter in staat is het toezicht terzake doel-treffend uit te oefenen dan de provinciale ambtenarenen arbeiders, wier werkzaamheden hen in het bizonderbinden aan de provinciale wegen en die ambtshalve ove-rigens met esthetische belangen niet in aanraking komen.Het provinciaal bestuur moge op dit terrein van goedenwille zijn, het mist het orgaan om zijn wil tot in alleuithoeken van het gewest te handhaven.Dezelfde overwegingen gelden wellicht in nog sterkermate inzake kleuren van bouwwerken. Trouwens beideonderwerpen vinden reeds een opzettelijke regeling insommige bouwverordeningen, bijv. in de Amsterdamsche.Ook de provinciale regeling van de verwaarloozing vanonroerend goed maakt inbreuk op een specifiek gemeen-telijke bemoeiing, waarbij behalve de welstand ook hy-gienische belangen op het spel staan. Dit laatste belangversterkt het gemeentelijk karakter van het onderwerpen ook de omstandigheid dat niemand beter dan bouw-toezicht en politic het toezicht kunnen uitoefenen, leidttot de gevolgtrekking dat de gemeentelijke wetgever hiermoet optreden.Bij de autokerkhoven ligt het geval eenigszins anders.Juist zooals bij de reclames pleit hier het naUwe verbandmet de doorgaande verkeerswegen voor een regeling vanprovinciewege. Daartegenover staat dat bij de overwe-ging van de plaats, die voor autokerkhoven en soortge-lijke opslagplaatsen kan worden vrijgegeven een stede-bouwkundig gezichtspunt tot zijn recht behoort te komen.Die plaats moet worden bepaald in het geheel van be-stemmingen van het gemeentelijk grondgebied, zooals diein het uitbreidingsplan haar regeling vinden. Het kaneen kwestie van doelmatigheid zijn of men de autokerk-hoven wil regelen bij het uitbreidingsplan zelf of bij af-zonderlijke verordening, maar het verband met het uit-breidingsplan mag in geen geval ontbreken, en bij eencentrale regeling voor de geheele provincie is dat ver-band niet onmiddellijk aanwezig, al zal het bij de toe-nemende zorg van de provincie voor den stedebouw nietafwezig zijn. Hoe dit ook zij, het is niet in te zien waar-om van vele onderwerpen, die een stedebouwkundigenkant hebben, juist dit aan de gemeentebesturen onttrok-ken moet worden.Het bovenstaande voert tot de overtuiging dat uitbrei-ding van de provinciale zorg voor de schoonheid geens-zins onverdeeld aanbeveling verdient. De meeste onder-werpen, die daarbij aangeroerd worden, zijn door over-wegingen van traditie en doelmatigheid onafscheidelijkverbonden aan specifiek-gemeentelijke aangelegenhedenen kunnen dan ook beter aan de gemeentebesturen toe-vertrouwd blijven. Het moge waar zijn dat de provin-ciale besturen in het algemeen meer toegankelijk zijnvoor de wenschelijkheid van regeling en toezicht ter-zake en dat dus langs dezen weg het doel gemakkelijkerwordt benaderd, aan den anderen kant leert de onder-vinding dat een gestadige propaganda nieuwe belangenbij de gemeentebesturen ingang doet vinden en hen totmedewerking kan bewegen, terwijl een gecentraliseerderegeling en controle zonder die medewerking veel vanhaar waarde verhest.Nieuwe commissies bij den Rijksdienst voorhet Nationale Plandoor Drs. H. van der WeijdeDe werkzaamheid van den Rijksdienst voor het Natio-nale Plan blijft voorlo
Reacties