huisvesTinoSte IOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwFebruari 1942 23e Jaargang no. Xesterman&,StormVERF-FABRIKANTENAMSTERDAM-CGROOTE WITTENBURGERSTRAATI64TELEFOON: FABRIEK 51745 (2 LIJNEN)NA 6 UUR: 27214-2137430?|o BRANDSTOF-BESPARINGLaat Uw woning TOCHTVRIJ makenmet onzeMONOPOL TOCHTSTRIPVraagt vrijblijvend prijsopgave.Firma BESSELINK EN NABBEMarnixstraat 240 -- AmsterdamTelefoon 34806 (na 6 uur Tel. 86402),,WODAN"VERF- & LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM - TEL. 27127-92628Schllderwerk zoowel voor oude alsnieuwe muren, voor binnen enbuiten, behoeft niet te stagneeren.WODAN MUURVERFRAMSES MUURVERFZIJN OLIEVRIJE PRODUCTENWRAAGl HADERE INLICHTINGENVLAMOVENDAKPANNENOOSTHOEKALPHEN aid RUNBOUWBEDRIJFG.W.KRWMERTELEFOON32544-26905-93589AMSTERDAM-CKEIZERSGRACHT 752Tijdschriftvoor Volkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw enden Nationalen Woningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen,waarin opgenomen de niededeelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan,en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M.J.I, de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Ir. J. M. A. ZoetmulderMedewerker Toor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Algemeen Secretaris van denAlgemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid.Adret Toor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's-Gravenbage,Telefoon 115720, 115721 en 115722AdTertentiea: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Februari 194223e JaargangMaandbladNo. 2In Memoriam G. BoelensOp 29 Januari j.l. overleed in het ziekenhuis te Groninr-gen, in den ouderdom van bijna 56 jaar, de Heer G.Boelens te Drachten, lid van Gedeputeerde Staten vanFriesland.Sedert tal van jaren bekleedde de overledene een voor-aanstaande plaats in het openbaar leven, niet alleen inde plaats zijner inwoning, maar ook in ruimeren kringin de Gemeente als in de Provincie.In het bizonder heeft hij, daarbij gedreven door zijnwarmvoelend hart, geijverd voor een betere huisvestingvan de arbeidersbevolking. De woningtoestanden voordit deel der bevolking lieten, vooral in zijn omgeving, denZuid-Oosthoek van Friesland, veel te wenschen over.Spoedig na het in werking treden van de Landarbeiders-wet is mede door zijn initiatief de Stichting ter ver-krijging van onroerend goed door landarbeiders ,,Eigenerf" voor den kring Smallingerland opgericht, van welkestichting hij meer dan 20 jaar het voorzitterschap heeftbekleed. Hij heeft daarbij getoond de rechte man op derechte plaats te zijn, vooral in de jaren, toen tengevolgevan de groote werkloosheid op het platteland, veleeigenaren der plaatsjes niet in staat waren aan hunfinancieele verplichtingen tegenover de stichting te vol-doen. Hij heeft toen verlichting der lasten weten te be-vorderen, waardoor executie kon worden voorkomen.Gedurende zijn lidmaatschap van Gedeputeerde Statenhad ook de volkshuisvesting zijn warme belangstelling.Toen de financieele draagkracht der plattelandsbevol-king zoo zeer was gedaald, dat het niet meer mogelijkbleek, dat de belanghebbenden de huren voor een slui-tende exploitatie voor Woningwetwoningen konden op-brengen, zoodat de bouw van arbeiderswoningen tenplattelande stil stond en de gevolgen van den daaruit ont-staanden woningnood -- ontoelaatbare samenwoning vangezinnen, uitbreiding van het aantal woonwagens enwoonschepen, in gebruik blijven van onbewoonbaarver-klaarde woningen -- niet uitbleven, was zijn grootstezorg, dat de door de Woning\yet verkregen verbeteringvan de volkshuisvesting ten plattelande weder verlorenzou gaan. Hij heeft dan ook steeds geijverd middelente vinden, waardoor deze achteruitgang kon wordenvoorkomen.Het bestuur van het Instituut vond hem dan ook ter-stond bereid, als voorzitter van de door het Instituutingestelde Commissie inzake de volkshuisvesting tenplattelande op te treden. Door zijn stuwende kracht en dewijze, waarop hij in deze Commissie, waarin personen uitverschillende kringen en streken van het land zittinghebben, de leiding voerde, zijn door haar binnen kortentijd meerdere rapporten uitgebracht omtrent de mogelijk-heid tot verbetering der volkshuisvesting ten plattelande.Helaas zijn deze rapporten door de groote veranderingen,die de oorlogstoestand over ons vaderland heeft ge-bracht, op verschillende punten door de omstandighedenachterhaald; om vele andere punten hebben zij hunwaarde behouden. In deze functie bleek steeds zijnwarme sympathie voor de zaak, waaraan ook het Insti-tuut zijn krachten wijdt, de verbetering der volkshuis-vesting.Ook de overige paragrafen van de Woningwet genotenzijn voile aandacht en grondig bereidde hij als lid vanhet College zijn voorstellen voor. Het bijwonen van eenvergadering, geleid door dezen eenvoudigen man, diemet gezag en welsprekendheid zijn standpunt verdedigde,was dan ook steeds een ware verkwikking.Een prettig mensch in den omgang, wiens verscheiden,in de voile kracht van zijn leven, voor zijn gezin en voorde gemeenschap een groote leegte achterlaat.Zijn nagedachtenis zal in eere blijven. 'T. van WijlandA. H. Liebert.17Officieele medcdeelingenNationale PlanArtikelen18Officieele mededeelingenNederlandsch InstituutOverlijden J. J. van Aken "Onmiddellijk nadat aan de Commissie inzake de volks-huisvesting ten plattelande haar Voorzitter, de HeerG. Boelens, was ontvallen, leed zij opnieuw een verliesdoor het overlijden van den Heer J. J. van Aken, bur-gemeester van Zevenbergen, die eveneens van den aan-vang af deel van deze Commissie heeft uitgemaakt. Hetis ons bekend dat de Commissie ook aan de medewer-king van den Heer van Aken de beste herinneringenbewaart. Het bestuur herdenkt dankbaar het werk, datde overledene belangeloos ten bate van de volkshuis-vesting en van het Instituut heeft verricht.BureautijdenTer besparing van brandstoffen zal het bureau van hetInstituut voortaan Zaterdags gesloten zijn.Rijksdienst voor het Nationale PlanEerste Uitvoeringsbeschikking van den Secretaris-Gene-raal van het Departement van Binnenlandsche Zakenhoudende vaststelhng van regelen als bedoeld in artikel5, vierde hd van het besluit van 15 Mei 1941 (no. 91/1941) betreffende de instelling van een Rijksdienst voorhet Nationale PlanTer uitvoering van artikel 5, vierde lid van het besluitvan de Secretarissen-Generaal van de Departementenvan Binnenlandsche Zaken, Financien, Opvoeding, We-tenschap en Cultuurbescherming, Waterstaat, Handel,Nijverheid en Scheepvaart en Landbouw en Visscherij,van 15 Mei 1941 (no. 91/1941) betreffende de instellingvan een Rijksdienst voor het Nationale Plan en in over-eenstemming van de ?? 2 en 3 der Verordening no. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Neder-landsche gebied wordt bepaald :Artikel 1Binnen een maand na de dagteekening van het besluitvan den President van den Rijksdienst voor het Na-tionale Plan, waarbij tegen een voorgenomen grondaan-koop of tegen het uitvoeren van een voorgenomen werkbezwaar is gemaakt, kan de belanghebbende door indie-ning van een gemotiveerd beroepschrift daartegen bijden Secretaris-Generaal van het Departement van Bin-nenlandsche Zaken in beroep komen.Artikel 2De Secretaris-Generaal van het Departement van Bin-nenlandsche Zaken geeft van zijn beslissing onverwijldkennis aan dengene, die het beroep heeft ingesteld, aanden President van den Rijksdienst voor het NationalePlan en aan den Raad van State, afdeeling voor de ge-schillen van bestuur alsmede aan den Commissaris derprovincie en aan den Burgemeester der gemeente, waar-in de grond is gelegen of het voorgenomen werk zouworden uitgevoerd.Artikel 3Deze beschikking wordt in de Nederlandsche Staats-courant bekend gemaakt en treedt in werking met ingangvan den dag volgende op dien, waarop de bekendmakingis geschied.'s-Gravenhage, 22 Januari 1942De Secretaris-Generaal van hetDepartement van Binnenlandsche Zaken,(get.) FrederiksDenkbeeld voor een weinig terrein opeischendeengezins-arbeiders-rijenhuisdoor Ir. G. BolsiusTegen het eengezinshuis, op welks uiterst voorname so-ciale beteekenis van verschillende zijden reeds herhaal-delijk werd gewezen, wordt wel aangevoerd dat het zoo-veel meer grond onttrekt aan den reeds dichtbebouwdenvaderlandschen bodem, dan het meergezinshuis. Wil mendus de kansen van het eengezinshuis, in het bizonder inde dichtstbebouwde gedeelten van ons land, althans zoogroot mogelijk houden, zoo zal het zaak zijn om eenge-zinshuizen te stichten, welke niet meer ruimte innemendan strikt noodig is, en om, zooals vanzelf spreekt, ookbij de samenstelling van daarvoor in aanmerking komen-de uitbreidingsplannen met een en ander terdege reke-ning te houden.Naast de toepassing van een bescheiden gevelbreedte envan compacte plattegronden, zijn er drie middelen omdit doel te bereiken. Het eerste middel is het bezigenvoor de betreffende woonstraten van weinig grond vra-gende dwarsprofielen, hetgeen o.m. insluit, het onder-drukken van de heerschende voortuinmanie, welke bo-vendien slechts zelden tot een volledig bevredigendstraatbeeld blijkt te leiden. Als tweede middel valt tenoemen het weglaten van zoogenaamde tusschengangenof van achterpaden, welke overigens slechts tot buren-ruzies en misbruiken van allerlei aard aanleiding plegente geven, getuige het feit, dat men er zelfs toe overging,om politie-agenten tegen verminderde huur te laten wo-nen in die woningen, welke het dichtst bij de toegangender achterpaden zijn gelegen. Het derde middel bestaatin het zooveel mogelijk boven elkander plaatsen van deverschillende benoodigde ruimten, waarbij o.m. wordt ge-dacht aan het vermijden van uitgebouwde keukens envan bergplaatsen in de achtertuinen, welke bouwsels bo-vendien het uitzicht op die achtertuinen en den toevoervan hcht en lucht tot het voornaamste gedeelte van dewoning belemmeren, waarbij komt, dat zij daar meestalniet gunstig gelegen zijn ten opzichte van de overigeruimten en hun gebruik tijdens hevige winterkou, resp.zomerwarmte veelal ernstige bezwaren met zich mede-brengt.Toepassing van een sous-terrain schept de mogelijkheidom de bovengenoemde drie middelen gelijktijdig tot gel-ding te brengen en de achtereenvolgens daarbij opge-somde feilen te elimineeren zonder overwegende bezwa-ren van denzelfden of van weer anderen aard op te roe-pen. In zoo'n sous-terrain toch kunnen bergplaatsen e.d.worden ondergebracht, terwijl de voortuin kan vervallen.VfciA^rDIT IS DE GASHOUDERTE HAARLEMNa 10 jaar, in weer enwind, behoefde hij nogniet overgeschilderd tewordeni-XIUVINEVERF>^^^^^/EEN PRODUCT VAN DE VELUVINEFABRJEKEN TE NUNSPEETlN.V. FERROCALDOESBURGTELEFOON 305KANALENVOORLUCHTVERWARMINGKOKERSSCHOORSTEENKANALENVENTILATIEKAPPENETC.Zeer korte levertijdDaar knapt U van opi Hetkost weinig, dank zij het lagegasverbruik vanFASTOGEYSERS EN DRUKAUTOMATENNederlands fabrikaat, goedge-keurd door de Gasstichting. Ookte leveren voor Primagoz. Eenproduct vanR. S. STOKVIS EN ZONENVOORAL IN DEZEN TIJD VAN GROOTE HOUTSCHAARSCHTEen schaarschte aan andere bouwmaterialea,is Stccngaas HET aangcwezen materiaalvoor verschillende onderdeelen in den bouw. Wij vragen uw aandacht voor onderstaandeSteengaas-gootconstructie en Steengaas-kapbekleeding. - Voor meerdere gegevens wendemen zich tot ons rechtstreeks of tot de met ons samenwerkende stelorganisaties:J. H, Busschbach N*V., Amsterdam en Rotterdam; Firma J. A. ten Thijct Nijmcgen, metfilialen te Breda, Tilburg en Den Bosch; L. J. Brugman, Enschcdc; J. van Buitcn, Groningen.Alvorcns dc muurplaaf wordt gelegd? worden aan de onderzijde van dezc plaaf de noodige gootklossen opnormalen afstand bevestigd, nadaf zij naar het profiel der goot zijn uitgezaagd, indien zij van hout, en gebogen,indien dezc liggers van U of T jjzer worden vervaardigd. ^Nadat de muurplaat is gelegd, worden de liggers onderling met enkele staafjes betonijzer verbonden, voor debevestiging van het steengaas.De afwerking van het steengaas zaZUTPHEN?FABRIEK VOOR SPECIAALAPPARATEN EN MASSA-ARTIKELENL. GREATTI^ AMSTERDAMKALFJESLAAN 56 - TELEFOON 24181TERRAZZO - MOZAIEK - AANRECHT-BLADENES'IRICH-VLOEREN - HGUTGRANIETGRANITINE VOOR TRAPPEN EN MUURBEKLEEDINGBij tal van WONINGBOUW.VEREENIGINGEN toegepast.dREHI^ Op de a.s. voorjaarsbeurs inUirechi kuni U ons weer vindenop de bekende plaais, n.l. in deStands(Gedep. merk)225 en 227C.V. Lak- en Verffabriek ,,PREMIER"v/h GEBR. VERHEYTE LOOSDUINEN (DEN HAAG)Artikelcn^'oo fs 4 A /^z/c? r. AC/i'TEB'^^ ^Z/C/T'r-77?.5 /V.U?:PP/?P"^ ?l-Er/iq?.Jbasreafi/i//^- .z? o o /? J rv ? G ?. A. 3-Afb. 1omdat men bij aanwezigheid eener op de bel-etage gele-gen voorkamer geen behoefte zal hebben aan een vrijestrook gronds, welke de voorbijgangers op een afstandhoudt. Tenslotte kunnen fietsen, kinderwagens, brand-stoffen e.d. onmiddellijk van de straat naar de in hetsous-terrain gelegen bergplaats worden overgebrachtzonder andere ruimteri te passeeren.Nu is het echter bij een gevelbreedte van ? 5 m, welkemen langzamerhand voor het doorsnee stedehjke eenge-zins-arbeiders-rijenhuis als normaal is gaan beschouwen,niet goed mogehjk om de woonkamer en de keuken naastelkander te leggen, vandaar, dat men dan, ter vermijdingvan een uitbouw, wel zijn toevlucht neemt tot het woon-keukentype. Deze oplossing wordt echter lang niet alge-meen gewaardeerd, en zoo kwam het denkbeeld op omtot toepassing van een kooknis over te gaan, welke dooreen breede, na afloop der keukenbezigheden desge-wenscht door schuifdeuren af te sluiten, opening in zeerinnig contact staat met de woonkamer. Om dezelfde re-den werd zulk een kooknis ook geintroduceerd in het inafb. 1 voorgestelde, eveneens 5 m breede sous-terrain-type, hetgeen bovendien het voordeel oplevert, dat dekookgelegenheid in rechtstreeksche verbinding met hettrappenhuis zal staan.Na hetgeen hiervoor reeds werd opgemerkt, zal het typein kwestie, welks hoofdindeeling voor het overige in over-eenstemming werd gehouden met die der gebruikelijkearbeiderswoning, geen uitvoerige toelichting meer vra-gen. Daarom wordt volstaan met erop te wijzen dat detrap, welke de bel-etage van het voordeur-portaal scheidt,slechts 8 a- 9 treden zal behoeven te tellen en dat meno.m. met het oog op het vervoer van fietsen en kinder-wagens, van dat portaal via een helling naar de berg-plaats zal kunnen komen. De oppervlakte zoowel van deprovisie-kelder, als van de bergplaats, welke laatste te-vens voor de behandeling van de wasch en tijdens slechtweer als speelgelegenheid voor de kinderen zal kunnendienen, zal aan alle dienaangaande te stellen eischen be-antwoorden.Ter bevordering van het contact tusschen de bel-etageeenerzijds en den achtertuin resp. de straat andererzijdswerden de onderdorpels van woon- en voorkamerramenvrij dicht bij den vloer aangebracht gedacht. Het trappen-huis zal juist ter hoogte van de bel-etage het meeste hchtontvangen.Het privaat werd zoo dicht mogelijk bij den voet van detrap gelegd ; het zal via de, met het oog op stofont-wikkeling opzettelijk buiten de bergplaats gehouden,brandstoffenbewaarplaats en de daaraan grenzende por-tiek in rechtstreeksche verbinding met de buitenluchtstaan. Zou de afstand tusschen de slaapkamerverdie-ping en dit privaat echter nog te groot worden geacht. 19ArtikeleniiliMriiiiiiniiiiiiiillJ 1Afb. 2\awAfi^ p/?or/El o\/s(? woomTjSAA?.:20zoo zal er gelegenheid zijn om een tweede W.C. onderte brengen in de op die verdieping gelegen douche-ruim-te. Uit diezelfde douche-ruimte zal de trap opgaan naarde vliering.In aanmerking genomen de reeds beschreven winsten ende belangrijke, tot nu toe nog niet genoemde voordeelenvan hygienischen aard, welke aan de verhoogde liggingvan de hoofd-etage verbonden zijn, zooals ideale bodem-afsluiting, verminderde hinder van stof en'nevels, door-luchtingsmogelijkheid gedurende den nacht, zullen dekosten van dit woning-type niet hoog zijn.De eigen-stoep, welke de woning passend zal scheidenvan het trottoir en dus te beschouwen valt als een re-miniscentie van den voortuin zal goede diensten kunnenbewijzen voor het tijdelijk parkeeren van fietsen, voorhet wachten bij de voordeur, voor het rustig onderhan-delen met leveranciers e.d. Een straatbreedte van 12 men een gevelhoogte van ? 6.50 m zullen tezamen eendwarsprofiel opleveren (afb. 2), dat practisch en aesthe-.tisch zeker zoo goed zal voldoen als de voor dergelijkestraten veelal gevolgde profielen.Teneinde het karakter van eengezinshuis duidelijkerte laten spreken, het geheel rijziger te doen schijnen eneen bepaald rhythme, alsmede eenige plasticiteit in denstraatwand te brengen, werd de plaats der bouwmurengemarkeerd door lisenen. Dat het uiterlijk der woningaldus tevens een zekere statigheid zal verkrijgen, zal hetgevoel van eigenwaarde der bewoners slechts ten goedekunnen komen.Tenslotte werd nog aandacht geschonken aan het in-troduceeren van het noodige groen in de woonstraat.Zooals b.v. menige weldadig aandoende dorpsstraat uit-wijst, is het geenszins noodzakelijk om tot dit doeleindede straat over haar geheele lengte met boomen te beplan-ten, doch kan worden volstaan met een paar forscheboomkruinen voor den straatwand te laten uitsteken ende gevels van enkele woningen met khmop of dergelijkete laten begroeien.De berekening van het aantal gezinnen ende methode van HalleOver de z.g. methode van Halle ter bepaling van dewoningbehoefte is de laatste jaren weinig meer in hetmidden gebracht. Tot zekere hoogte is dit gelukkig tenoemen, want de disputen over de waarde van deze me-thode hadden langzamerhand een omvang aangenomen,die door het belang van de kwestie geenszins gerecht-vaardigd kon worden. Nu is plotseling het stilzwijgenverbroken door het Centraal Bureau voor de Statistiek,in een publicatie, getiteld ,,Berekeningen over het aantalgezinnen en de gcmiddelde gezinsgrootte in Nederland,1930-1939" en opgenomen in de Augustus-September-aflevering van den vorigen jaargang van het Maand-schrift van dit Bureau.Het onderwerp van deze pubhcatie is ook op zichzelfeen korte uiteenzetting in dit Tijdschrift waard, daar degemiddelde gezinsgrootte of anders gezegd het aantalgezinnen bij een bepaald bevolkingscijfer een gegevenvormt, dat zoowel bij de voorbereiding van stedebouw-kundige maatregelen als bij het berekenen van de wo-ningbehoefte een nuttig hulpmiddel kan zijn. De aanlei-ding voor het Centraal Bureau om te trachten dit ge-geven te benaderen ligt in de omstandigheid dat deVolkstelling van 1940, die het bedoelde cijfer onmiddel-lijk zou hebben opgeleverd, is uitgesteld, terwijl de uit-komsten van de voorafgaande Volkstelling ook op ditpunt geheel achterhaald zijn.Hoe heeft het Centraal Bureau zijn berekening opgezet?Het is begonnen met de gezinnen naar hun samenstel-ling in verschillende categorieen te onderscheiden, waar-bij als uitgangspunt heeft gediend de omschrijving vanhet begrip gezin, die bij de laatste Volkstelling is voor-opgesteld. Als criterium heeft hierbij toepassing gevon-den het huiselijk verkeer, dat de samenwonende perso-nen met elkaar hebben.Eerst is nu nagegaan de toeneming van het aantal ge-zinnen met een echtpaar, door bij het bekende cijfer op31 December 1930 de uitkomst te tellen van de sedert-dien gesloten huwelijken en van de huwelijksontbindin-gen door overlijden en echtscheiding. Deze berekeningkan geen nauwkeurig resultaat opleveren, aangezien som-mige echtparen geen gezin vormen, terwijl verder decijfers van immigratie en emigratie niet onderscheidenzijn naar den burgerlijken staat. De eerstbedoelde afwij-king is gesteld op rond 23/^%, omdat bij de Volkstellingvan 1930 gebleken is dat 23/2% ^^n de gehuwde perso-rien geen dee! uitmaakten van een aan het hoofd van eengezin geplaatst echtpaar. Wat de tweede fout betreft,is aangenomen dat de verdeeHng van de geimmigreerdeen geemigreerde personen naar den burgerlijken staathetzelfde is als voor de geheele bevolking. De berekeningvan het aantal gezinnen zonder echtpaar was ingewikkel-der, omdat dit een heterogene groep is. Verondersteld isdat de ongehuwde gezinshoofden steeds eenzelfde per-centage van het aantal ongehuwden vormen als het uiter-aard bekende cijfer op het tijdstip der Volkstelling-1930. Voor de weduwnaars en weduwen is hetzelfde ver-ondersteld, evenals voor de gescheiden gezinshoofden.Een moeilijkheid leverden nog de gezinnen zonder echt-paar op, met een gehuwd persoon als gezinshoofd, bijv.gezinnen, waarvan de mannelijke echtgenoot in Indie ofop zee is. Ook ten aanzien van deze groep is gebruikgemaakt van een voor 1930 uit de cijfers van de Volks-telling af te leiden verhoudingsgetal en aangenomen datdit getal stationnair is gebleven. Nu moesten nog de al-leenwonenden en de bevolking der gestichten becijferdworden, die immers van het bevolkingscijfer moeten wor-den afgetrokken, wil men weten hoeveel personen in ge-zinsverband leven. Wat de alleenwonenden aangaat, iswederom verondersteld dat het percentage, dat dezegroep vormt binnen de categorieen van ongehuwden, ge-huwden, weduwnaars, enz. constant is gebleven sinds1930. De gestichtsbevolking is benaderd uit de gegevensomtrent de bevolking van gevangenissen, krankzinnigen-gestichten enz.Het eindresultaat is dat de gemiddelde gezinsgrootte, diein 1930 4,37 bedroeg, daarna geleidelijk is teruggeloopentot 4,16 in 1939. Wordt het inwonend dienstpersoneelniet meegerekend, dan worden de cijfers ca. 2% lager.Tenslotte zijn de uitkomsten vergeleken met die van demethode van Halle. Een berekening van het aantal ge-zinnen volgens deze methode blijkt ongeveer 5% hoogeruit te komen. De samensteller van de berekening merktop dat tegen deze methode dan ook enkele bezwaren kun-nen worden aangevoerd. Zoo neemt zij niet geheel terechtaan dat alle huwelijken van ongehuwden tot de vormingvan afzonderlijke gezinnen leiden. Immers ongeveer21/2% van alle echtparen zijn elders inwonend. Verderhoudt de methode van Halle in het geheel geen rekeningmet de gezinnen met een ongehuwd persoon als gezins-hoofd en ook haar veronderstelling dat alle weduwnaarsen weduwen een gezin blijven vormen is onjuist. Op 31December waren van de 366.000 weduwnaars en wedu-wen er slechts 198.000 gezinshoofd en 63.000 alleen-wonend, terwijl 105.000 elders inwoonden. Van de ge-scheiden vrouwen, in totaal 19.000, waren er slechts11.000 gezinshoofd. De publicatie besluit met de opmer-king dat de methode van berekening van het aantal ge-zinnen, welke daarin gevolgd werd en waarbij gestreefd Artikcieis naar een zoo nauwkeurig mogelijke aansluiting aande gegevens van de laatste volkstelling, uitkomsten geeft,die ongetwijfeld beter in overeenstemming zijn met dewerkelijkheid.H.v. d. W.Stedebouwkundige maatregelen voor kleinereagrarische gemeentendoor Mr. W. M. KolffWanneer door de redactie wordt gevraagd om een ar-tikel over het uitbreidingsplan van de gemeente Deil,kan het voor den lezerskring van dit blad slechts vangeringe beteekenis zijn, wanneer uitvoerige beschou-wingen worden gewijd aan het uitbreidingsplan vanDeil als zoodanig, aan het wegennet, aan de afrondingvan de bestaande dorpskommen van Deil, Enspijk,Rumpt en Gellicum of aan de bij het plan behoorendebebouwingsvoorschriften. Daarvoor zijn deze stede-bouwkundige ordeningen teveel gericht geweest op debestaande, plaatselijke situatie, zoodat ze alleen voorDeil van beteekenis kunnen worden geacht; bovendienis het reeds eenige jaren geleden, dat het uitbreidings-plan tot in hoogste instantie werd goedgekeurd, zoodatvolgens de nieuwe opvattingen en door de gewijzigdejurisprudentie vele details van dit plan, althans formeel,heden anders zouden worden opgelost.Van meer beteekenis, ook voor andere kleinere gemeen-ten, kan het evenwel zijn, wanneer kort wordt stilge-staan bij de hoofdgedachten, welke aan het uitbreidings-plan van Deil ten grondslag liggen, omdat zich hiervraagstukken voordoen, welke in het algemeen op hetplatteland om een oplossing vragen, vraagstukken,waarmede waarschijnlijk de dienst van het NationalePlan zich nog meer systematisch zal bezig houden.Deil behoort met zoovele andere gemeenten in ons landtot die boerendorpen, waar een eeuwenoud isolementdoor den aanleg van groote verkeerswegen is door-broken. Moeilijk bereikbaar tusschen de groote rivieren,gelegen aan den kronkeligen Lingedijk tusschen Gel-dermalsen en Leerdam is tot voor korten tijd de lande-lijke rust van Deil met de bijbehoorende kernen Enspijk,Rumpt en Gellicum niet verstoord door de overmachtvan handel, nijverheid en verkeer.Na de totstandkoming echter van den Rijksweg Rot-terdam--Nijmegen, zal Deil, nu het gemeentelijke ter-ritoir in Noord-Zuid-richting al doorsneden wordtdoor den Rijksweg Utrecht--'Den Bosch, het kruispuntvormen van twee primaire verkeerswegen. Hiermedeis de mogelijkheid geopend van een totale structuur-verandering en een volkomen wijziging van het land-schapskarakter.De geslotenheid van de dorpskernen dreigt te wordendoorbroken. Bouwde men vroeger, met het oog op hetoverstroomingsgevaar in de onmiddellijke nabijheid vanden Lingedijk, een traditie, die, ook toen dit gevaarminder werd, is blijven voortleven, nu zal men zicheerder orienteeren op de verkeerswegen, temeer daar,door den aanleg van deze verkeersaders, allerlei per- ZiArtikelen ceeltjes zijn ontstaan, welke door hun geringe afmetin-gen voor den landbouw van mindere beteekenis zijnen die, doordat ze aan bestaande zijwegen zijn gelegen,een directe bebouwingsmogelijkheid bieden. Ook oefe-nen de groote verkeerswegen een bizondere aantrek-kingskracht uit op de z.g. verzorgende bedrijven. Degrootste structuurverandering dreigt echter van de zijdevan de industrie, welke een kruispunt van belangrijkeverkeerswegen gaarne als vestigingsterrein zal uit-kiezen.Voor het gemeentebestuur van Deil rees nu de vraag,of deze nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden met gejuichmoesten worden begroet.Het is een bekend verschijnsel dat de landbouw slechtseen beperkt aantal arbeidskrachten kan opnemen, bo-vendien heeft de steeds verdergaande verdeeling vanden bodem een ongunstigen invloed gehad op het wel-vaartspeil van de boerenbevolking. Toch heeft het ge-meentebestuur van Deil in het voile bewustzijn, dat delandbouw alleen niet in staat zou zijn om op den duurhet bevolkingsoverschot een redelijk bestaan te ver-schaffen, de opdracht gegeven tot het vervaardigenvan een uitbreidingsplan -- het eenige doeltreffendemiddel om de toekomstige ontwikkeling van de ge-meente in goede banen tc leiden '-- met als werk-program:,,Wij willen een landbouwende gemeente blijven".Hoewel deze beslissing oogenschijnlijk getuigt van eenconservatisme, dat de nieuwe ontwikkelingsmogelijk-heden niet aandurft, kan dit standpunt om vele redenenniet genoeg worden gewaardeerd.In de eerste plaats rijst de vraag, of de verantwoorde-lijkheid van de gemeentebesturen voor hun bevolkingzich wel zoover uitstrekt, dat overal gestreefd moetworden om aan ieder, binnen de grenzen van de ge-meente, een redelijk bestaan te verschaffen. Dit zoubeteekenen, dat in iedere gemeente op den duur devestiging van industrie moet worden bevorderd, het-geen planologisch volstrekt ontoelaatbaar moet wordengeacht.Juist in grooter verband gezien, getuigt deze nu jarengeleden genomen beslissing van het gemeentebestuurvan Deil van een vooruitzienden bhk. Vooruitloopendop het streekplan voor de Neder-Betuwe, dat richt-lijnen zou moeten geven voor een gezonde functioneeleontwikkeling van deze streek, is hier reeds bepaald, datde primaire bestaansbron de eenig juiste en de meestvoor de hand liggende functie is, die een zuiver agrari-sche gemeente, ondanks de aanwezigheid van grooteverkeerswegen, in de toekomst zal hebben te vervullen.Ook vooruitloopend op de richtlijnen, welke het Na-tionale Plan zal moeten geven voor de vestiging vanindustrie, kan men wellicht nu reeds zeggen, dat hetbehoud van het landbouwende karakter van on^e zui-ver agrarische gemeenten een noodzakelijke voorwaar-de is om den verbroken samenhang van en het ver-stoorde evenwicht tusschen nijverheid, handel en land-bouw weer te kunnen herstellen.Bovendien schuilen er in den industrieelen expansie-drang van verschillende kleine plattelandsgemeentenernstige gevaren voor het landschapsbeeld. Toen ernog een harmonische samenwerking bestond tusschen22 handel, industrie en landbouw, kon het prachtige cul-tuurlandschap van de Becmster ontstaan. Na de eersteverstoring van het evenwicht vormde zich het mindergeslaagde landschapsbeeld van den Haarlemmermeer-polder. Waar de overmacht van handel en industrieabsoluut is, spreekt er geestelijke armoede uit deoccupatievormen.De door het gemeentebestuur van Deil ten aanzien vanhet behoud van het landschapskarakter gestelde eischbeteekent het afzien van welhcht enkele materieelevoordeelen, terwille van het behoud van hoogerewaarden.Het hoofddoel van het uitbreidingsplan van Deil wasdus de bescherming van het landschapsbeeld.Nu staat in het algemeen de natuur- en landschapsbe-scherming bij onze boerenbevolking in een kwaad dag-licht. Hoofdzakelijk komt dit doordat vele goedwillendeleeken zich op de natuurbescherming hebben geworpen,dilettanten, die het landschap bezien door den bril vanden ,,natuurgenietenden" stedeling. En de boer, voorwien de natuur bestaansvoorwaarde is, bedankt er voorom schouwtooneel te zijn voor ontwortelde stedelingen.Maar er zijn meer en zakelijke bezwaren tegen hetdilettantisme, dat in de natuurbescherming is gekomen,waar dit niet uitsluitend het werkgebied was van stede-bouwkundige ingenieurs, landschapsarchitecten en cul-tuur-technici. Mede onder invloed van de propaganda-actie van verschillende vereenigingen tot bevorderingvan het vreemdelingenverkeer is er de neiging ontstaanom het landschap ,,en detail" te bekijken door het op-sporen van allerlei schilderachtige plekjes. Het gevolgis een dikwijls zeer onzakelijk en sentimenteel aandoendwillen sparen van afzonderiijke onderdeelen, een starrebehoudzucht, welke vreemd is aan het voile leven.Waar de landschapsbescherming niet uitsluitend in han-den was van de bovengenoemde vakmenschen, zijn erdikwijls in naam van het behoud van natuurschoonelementen ingevoerd, welke niet getuigen van een be-hoorlijke studie en analyse van de verschillende in onsland voorkomende landschapsvormen. Menigmaal wer-den de verschillende formaties van natuur- en cultuur-gebieden door elkaar gemengd. Park-elementen ontston-den in cultuurgebieden en wat naar zijn wezen park be-hoorde te zijn, werd behandeld als ongerepte natuur-ruimte. Economisch verantwoorde en in het landschappassende beplanting langs de wegen moest reeds tedikwijls plaats maken voor de modegrillen van aesthe-tiseerende stedelingen.Landschapsbescherming, waartoe ook het geheel be-houden in den huidigen vorm moet worden gerekend,beteekent een ingrijpen in de verschijningsvormen vanonzen vaderlandschen bodem, waarbij men verantwoor-ding schuldig is aan het geheele volk en voor meerderegeslachten. Alleen met dit verantwoordelijkheidsbesefmag dit bij uitstek belangrijke werk door de deskundigenter hand worden genomen.Om aan de bovenomschreven gevaren het hoofd te kun-nen bieden en om een redelijken grondslag te hebbenvoor de bescherming van het landschap, was bij hetontwerpen van het uitbreidingsplan voor Deil eenanalyse van het bestaande landschapsbeeld een eerstevereischte.Twee duidelijk verschillende vormen treden hier aann=>>r>ozmzip-o>z
Reacties