1MBbOUWOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijlcs-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwJuni 1942 23e Jaargang no. Oin woningen:geen irappenhuis of vestibulein fabrieken:geen moderne kleed-of schafilokalenin boerderijen:geen moderne sialZONDERMOSA-TEGELSALS WANDBEKLEEDINGHOLLANDMuurtegelfabriek?MOSA?MAASTRICHTLEVERBAAR DOOR DEN HANDEL,,WODAN"VERF- & LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM TEL. 87880-87893Schilderwerk zoowei voor oude alsnieuwe muren, voor binnen enbuiten, behoeft niet te stagneeren.WODAN MUURVERFRAMSES MUURVERFZIJN OLIEVRIJE PRODUCTENVRAAGT NADERE INLICHTINGENb?nyjanbeton-bouw en watorbonwkundige werkenTijdschriftvoor Volkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw enden Nationalen Woningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan,en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie ; H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M.J.I, de Jonge van EUcRieel, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Ir. J. M. A. ZoetmulderMedewerker voor den Wederopbouw^: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Algemeen Secretaris van denAlgemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid.Adres Toor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's-Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties : Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Juni 194223e Jaargang - No. 6MaandbUdOfficieele mededeelingenNederlandsch InstituutVacantie bureauHet dagelijksch bestuur heeft besloten het bureau vanhet Instituut van 3 tot 15 Augustus te sluiten wegensvacantie van het personeel. De bibhotheek zal gedurendedien tijd wel geopend bhjven, voorzoover de lezing enuitleening van geschriften betreft. Voorhchting over dehteratuur kan dan echter in het algemeen niet wordenverstrekt.JaarvergaderingHet bestuur is voornemens de Jaarvergadering te hou-den in September in het Stedelijk Museum te Amster-dam, ter gelegenheid van de Zomertentoonstelhng ,,Staden Land", welke aldaar zal plaats vinden. De Voorzittervan den Raad van Advies van deze tentoonstelhng, deHeer Dr. J. P. Fockema Andreae, heeft zich bercid ver-klaard voor onze leden een inleiding te houden over hetdoel van de expositie en over het tentoongestelde. Daar-na zal een rondgang worden gehouden.Rijksdienst voor het Nationale PlanDe President van den Rijksdienst voor het NationalePlan,Gelet op artikel 1, lid 4, van het Besluit van de Secre-tarissen-Generaal van de Departementen van Binnen-landsche Zaken, van Financien, van Opvoeding, Weten-schap en Kultuurbescherming, van Waterstaat, van Han-del, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw enVisscherij dd. 15 Mei 1941 (No. 91/1941), betreffendede instelling van een Rijksdienst voor het Nationale 'Plan;Heeft besloten:I. te benoemen tot leden van den Raad van Bijstandvan den Rijksdienst voor het Nationale Plan;le. de leden van de Vaste Commissie van den onder-havigen Rijksdienst, voorzooveel deze niet uit an-deren hoofde in den Raad van Bijstand zitting heb-ben.2e. De Commissarissen der provincien.De Burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam en's Gravenhage.Het Hoofd van de Afdeeling Volkshuisvesting van hetDepartement van Binnenlandsche Zaken.Het Hoofd van de Afdeeling Binnenlandsch Bestuurvan het Departement van Binnenlandsche Zaken.Den algemeen Directeur van den Dienst voor de Werk-verruiming.Den Directeur-Generaal van de Volksgezondheid.Den Directeur-Generaal van den Arbeid.Den Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau.Den Directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwater-voorziening.Den Directeur van het Rijksinstituut voor Zuivering vanAfvalwater.Het Hoofd van de Afdeeling Kultuurbescherming enWetenschap van het Departement van Opvoeding, We-tenschap en Kultuurbescherming.Het Hoofd van de afdeeling Hooger Onderwijs van hetDepartement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuur-bescherming,Den Raadadviseur voor Volksopvoeding en Volkscul-tuur bij het Departement van Opvoeding, Wetenschapen Kultuurbescherming.Den Directeur-Generaal van Handel en Nijverheid.Den Directeur van het Centraal Bureau voor de Statis-tiek. 85Nationale Plan86Den Directeur van het Centraal Instituut voor Industria-lisatie.Een vertegenwoordiger van de Hoofdgroep Industrie.Een vertegenwoordiger van de Hoofdgroep Handel.Een vertegenwoordiger van de Hoofdgroep Verkeer.Den Voorzitter van de Nijverheidsorganisatie voor Toe-gepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (T.N.O.).Den Directeur-Generaal van den Landbouw.Den Directeur van het Staatsboschbeheer.Den Directeur van den Kultuurtechnischen Dienst.Den Boerenleider van den Nederlandschen Landstand.Den Voorzitter van den Raad voor de Visscherij.Den Directeur van het Bodemkundig Instituut.Het Hoofd van de afdeehng Algemeene Zaken van deGenerale Thesaurie van het Departement van Finan-cien.Het Hoofd van de afdeehng begrootingszaken van deGenerale Thesaurie van het Departement van Finan-cien.Het Hoofd van de afdeeliiig Domeinen van het Departe-ment van Financien.Het Hoofd van de afdeeling Algemeene Zaken van hetDepartement voor Bijzondere Economische Aangele-genheden.Den Directeur-Generaal van den Rijkswaterstaat.Den Directeur-Generaal van de Electriciteitsvoorzie-ning.Den Voorzitter van den Mijnraad.Een vertegenwoordiger van de Nederlandsche Spoorwe-gen.Den Directeur van den Luchtvaartdienst.Den Chef van de afdeeling Vervoerwezen van het De-partement van Waterstaat.Het Hoofd van den Centralen Dienst voor de Wegen enBruggen.Het Hoofd van den Dienst der Waterhuishouding.Het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken.Den Commandant van den Nederlandschen Arbeids-dienst.Het Hoofd van de afdeeling Bouwkunst, BeeldendeKunsten en Kunstnijverheid van het Departement vanVolksvoorlichting en Kunsten.Het Hoofd van de afdeeling Actieve Propaganda vanhet Departement van Volksvoorlichting en Kunsten.Een door den Commissaris voor de belangen van devoormalige Nederlandsche Weermacht aan te wijzenhoofdofficier.Een vertegenwoordiger van den Algemeen Gemachtigdevoor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid.3e. den Directeur van het Bureau van meergenoemdenRijksdienst, die tevens zal optreden als Secretaris vanhet College.II. den Voorzitter van de Vaste Commissie aan te wij-zen als Ondervoorzitter van den Raad van Bijstand.'s-Gravenhage, 15 Mei 1942De President van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan,(get.) FrederiksTweede Uitvoeringsbeschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Za-ken met betrekking tot het besluit van 15 Mei 1941 (No.91/1941) houdende voorschriften betreffende de organi-satie van den Rijksdienst voor het Nationale PlanTer uitvoering van artikel 1, zesde lid van het besluitbetreffende de instelling van een Rijksdienst voor hetNationale Plan van 15 Mei 1941 (No. 91/1941), wordtbepaald:Artikel 1De President van den Rijksdienst voor het NationalePlan heeft de algemeene leiding van de werkzaamhedenvan den Raad van Bijstand, van de Vaste Commissie envan het Bureau. Hij kan commissien, als bedoeld in arti-kel 1, derde hd onder 3 van het besluit van 15 Mei 1941No. 91/1941 benoemen ter bestudeering van bijzonderevraagstukken. Indien hij aanwezig is in de vergaderingder Vaste Commissie presideert hij de vergadering.Artikel 2De Raad van Bijstand komt tenminste eenmaal per jaarbijeen. Telken jare voor 1 Mei wordt aan den Raadverslag uitgebracht over de werkzaamheden van denDienst over het voorafgaande kalenderjaar.Artikel 3De Vaste Commissie heeft tot taak:a. het ontwerpen van richtlijnen voor het verzamelen,rangschikken, bestudeeren en verwerken van de ge-gevens, welke voor het planologisch werk in Neder-land van algemeene beteekenis zijn en voor het bren-gen van eenheid in het verwerken van deze gegevens;b. het ontwerpen van richtlijnen voor het streekplan-werk en voor de coordinatie daarvan;c. het uitbrengen van adviezen en het doen van voor-stellen betreffende streekplannen, uitbreidingsplan-nen en planologische aangelegenheden van algemee-nen aard;d. de voorbereiding van het Nationale Plan en van eenherziening daarvan.Artikel 4De commissien, als bedoeld in artikel 1, derde lid onder 3,van het besluit van 15 Mei 1941, No. 91/1941, hebbentot taak het uitbrengen van adviezen omtrent de bijzon-dere vraagstukken, waarvoor zij zijn ingesteld. Tenzij dePresident verzoekt hem rechtstreeks voor te lichten,worden hare adviezen uitgebracht aan de Vaste Com-missie, die het toezicht uitoefent op de werkzaamhedender commissien.Artikel 5Het Bureau heeft tot taak:a. de voorbereiding van de werkzaamheden van denRaad van Bijstand, van de Vaste Commissie en vande andere commissien;b. het verschaffen van voorlichting aan den President,aan den Raad van Bijstand, aan de Vaste Commissieen aan de andere commissien:De aanbcstedingsbus toont U de feitcn:Bouwbedrijf LAVALEIJE is steeds dclaagste of bijna de laagste inschrijvcr!I I4--T--^^^~^ jj lets? Zoo--Zegt deze g"""'^'!-^"'t het bevestigen.".f^"is*>i>?LAROTTERDAM, TELEFOON 31269. ZEELAND: W. SOUBURG, TELEFOON 203bruynzeelmm denrenrzi czi cz]zzi cm d][m Lzn C351 flir [5[=1 CD n ' I [] [^wm\ [iil [li--I " SBonverwoestbare drevelconstruclieonvervormbare, opgezaagde stijlenmultiplex paneelen 6 mm dikdirect ait voorraad leverbaardeiiroiifabriekzaa ndamOIT IS HETHUlS TEN BOSCH IN DEN HAAGDeze mooie gevel wordtal tientallen jaren geschil-derd met Veluvine Verf!illi>|f^LUVINEVERF^JJ^^I^^TNOTVELUVINEFABRIEKEN TE NUNSPEETI(A5>07"^En U kunt eike morgen flinkwattijd besparen door FASTOvoor het hete water te iotenzorgen. (Ook gemakkelijkvoor mevrouw, bij de schoon-maok)FASTOIGEYSERS EN DRUKAUTOA*ATENNederlands fabrikaat, goedge-keurd door de Gasstichting. Ookte leveren voor Primagaz. Eenproduct vanR. S. STOKVIS EN ZONENMTlTlTlT^go^ltcxfcm= doonsnede a-bVOORAL IN DEZEN TIJD VAN GROOTE HOUTSCHAARSCHTEen schaarschte aan andere bouwmaterialen,is Steengaas HET aangewezen materiaalvoor verschillende onderdeelen in den bouw. Wij vragen uw aandacht voor onderstaandeSteengaas-gootconstructie en Steengaas-kapbekleeding. - Voor meerdere gegevens wendemen zich tot ons rechtstreeks of tot de met ons samenwerkende stelorganisaties:J. H. Busschbach N.V., Amsterdam en Rotterdam; Firma J. A. ten Thijc, Nijmegen, metfilialen te Breda, Tilburg en Den Bosch; L. J. Brugman, Enschede; J. van Buiten, Groningen.Alvorena de muarplaa( wordt gelegd, worden aan de onderzijde van deze plaat de noodige gootklossen opnormalen afstand bevestigd, nadat lij naar het profiel der gool zijn uitgezaagd, indien zij van hout, en gebogen,indien deze Hggers van U of T ijzer worden vervaardigd.Nadat de muurplaat is gelegd, worden de liggers onderling met enkele staafjes betonijzer verbonden, voor debevestiging van het steengaas.De afwerking van het steengaas zal eerst geschieden, wanneer alle Vferkzaamheden in de goot zijn verricht.De aldus verkregen goot zal een sierlijke bekroning van het gebouw worden, terwijl geen houtwerk voor boei-deelen, lijsten enz. noodig is. Bovendien is lij sterker dan een zinken goot, en, mits met de juiste maferialenafgewerkt, absoluut waterdicht en ook praktisch niet aan lekkage onderhevig.Ongeacht welke kapvorm is ontworpen, kan deze kap een voldoende afsluiting aan het gebouw geven, wan-neer op oud-HoUandsche wijze de spanribben op de gordingen worden bevestigd, het binnenboeibord op of tegende muurplaat sluitende wordt aangebracht en de panlatten daama op de spanribben bevestigd.De kap wordt belegd met dakpannen met solide sluiting, zoodat reeds een goede dichtheid verkregen is.Aan de onderzijde der spanribben wordt nu het steengaas aangebracht en afgewerkt als de plafonds.Op deze wijze is een solide en voordeelige bekleeding der kap verkregen en het dakbeschot gespaard, terwijlaan den eisch vam bewoonbaarheid ten voile is voldaan.N.V. ARO - HEESWIJK (bij Montfoort)Fabrieken voor vervaardiging van Steengaas en andere Bouwmaterialen.Ste?ngaas Goot-constructie en dito Kapbekleeding, afdoend, eenvoudig, goedkoop.esterman&,StormVERF-FABRIKANTENAMSTERDAM-CGROOTE WITTENBURGERSTRAATI64TELEFOON: FABRIEK 51745 (2 LIJNEN)NA 6 UUR: 27214-21374? ?^ FIRMA ^WIERSM4BADHOEVEDORPN.V.v.hCLAESSEN&Co.SINGEL 162 - AMSTERDAMFilialen: DOETINCHEM ^ ZWOLLEELECTROTECHNISCHE GROOTHANDELSKODA Electro MotorenPOPE en SPLENDOR LICHTLAMPENNa Regen Komt Zonneschijnoorlog komtNa oorlog komt vrede. -- Zoo komt ook de tijd terugdat .^aBkJIBkk wear zal leveren de bekendeFaktor Verf en Faktor PlamuurStaalstopverf PremierAlkalit MuurverfAlzurit Chloorrubberverfen al die andere verven waarmede(Gedep. merh) ^^j^ g^^^j^ bouwwerken in Neder-land behandeld werden. - fVas het maar weer zoover.c.v. Lak- en Verffabriek ,,Premier'v/h Gebr. Verhey Loosduinen (Den Haag)c. het verzamelen, rangschikken, bestudeeren en ver-werken van de gegevens, welke voor het planologischwerk in Nederland van algemeene beteekenis zijn enhet brengen van eenheid in het verwerken van dezegegevens;d. het na machtiging van den President uitbrengen vanmededeelingen omtrent de werkzaamheden en de re-sultaten van de onderzoekingen van den Rijksdienst;e. het verstrekken van feitehjke gegevens aan daarvoorin aanmerking komende instanties.Artikel 6De Directeur van het Bureau is hd-secretaris van denRaad van Bijstand en van de Vaste Commissie. Hijpleegt geregeld overleg met den Voorzitter van de Vas-te Commissie.'s-Gravenhage, 5/6 Juni 1942De Secretaris-Generaal van het De-partement van Binnenlandsche Zaken,(w.g.) FrederiksDe wederopbouw van stad en landDe vorderingen in den loop van April lagen vooreerstwederom op het terrein van de onteigening. De loopen-de procedures werden verder afgewikkeld, met name inAxel, St. Oedenrode, Rhenen, Rotterdam en VHssingen.De onteigeningen ten behoeve van den woningbouwvoor Heldersche vluchtelingen in Anna Paulovi^na. HeerHugowaard, Broek op Langendijk en Winkel vondenevenzeer voortgang.In Rotterdam werd het bouwrijp maken van terreinenen het puinvrij maken van de strooken voor den wegen-bouw regelmatig vervolgd. Het aantal tewerkgesteldensteeg hier tot meer dan 5000 man.Uit Middelburg valt melding te maken van het verderbouwrijp maken van perceelen, bestemd voor den her-bouw van panden, waarbij eind April rond 160 arbei-ders waren te werk gesteld. Enkele bestratingswerk-zaamheden benevens de aanleg van eenige bijkomendegedeelten rioleering werden in uitvoering genomen. Metden aanleg van de nieuwe water- en gasleiding en elec-trische kabels werd voortgegaan. De aanleg van hetcentraal rioolstelsel ten behoeve van het in aanbouwzijnde woningcomplex op 't Zand kwam gereed overhet grootste deel van de ontworpen lengte. Ook eendeel van de hiervoor noodige bestratingswerkzaamhedenkwam tot voltooiing, terwijl met het aanbrengen van deonderscheidene leidingen werd voortgegaan.Het ontwerp arbeiderswoning ')door Jac. C. van den HoutDe Hollanders staan er om bekend dat zij veel van hunhuis houden. Ons gevoel voor het huiselijke leven frap-peert menig buitenlander. Dit wil echter nog niet zeg-gen, dat het streven naar een voor alles praktischewoning onder ons Hollanders algemeen is; verre daar-van. Het gevoel voor huiselijkheid is heel dikwijls inlijnrechte strijd met het gevoel voor een goed ingerichteen gemeubelde woning. Men hangt aan een bepaald typeen aan een ,,gangbare" inrichting. Men hangt aan eengewoonte en vindt het vreemd als het van ,,de ge-woonte" afwijkt. Hieruit blijkt dat het wonen in eenpraktisch huis nog moet worden geleerd. Voorlichtingen nog eens voorlichting kan alleen -- en dan vanzelfnog maar heel langzaam -- de massa optrekken uit desleur en traagheid.Wanneer men zich nu zet ter beoordeling van een wo-ningtype staan er twee mogelijkheden open. Men kanzich afvragen: ,,Wat is het meest ,,gangbaar'*, wat wordthet meest begeerd, welk type was tot nu toe het meestnormaal?" dan wel: ,,Welke eisen behoren heden aaneen woning te worden gesteld; hoe is het leven vanhet gezin tegenwoordig en welke zijn de middelendie mij thans ten dienste staan?"Worden de eerste vragen richtinggevend dan zal t.z.t.nogmaals en zeer 'terecht de klacht kunnen worden ge-uit : ,,Nog altijd komen complexen verenigingsbouwtot stand, die practisch heel weinig verschillen van water tien of vijftien jaar geleden werd gebouwd; bestuuren architect schijnen voor de ontwikkelingsgang blindte zijn geweest."Worden de laatste vragen het belangrijkste geacht, danzullen de te stellen eisen nauwkeurig worden geformu-leerd en verwerkt.Voor verenigingsbouw zal men als rcgel rekening moe-ten houden met een gemiddelde gezinsgrootte. Er kanworden uitgestippeld welke uren van de dag in dewoning worden doorgebracht, door wie en waar. Ikmoge hier verwijzen naar de dagindeling zoals die in,,Goedkoope arbeiderswoningen" gegeven wordt doorden architekt Mart Stam. Uit een dergelijke dagindelingblijkt, dat een verbinding woonkamer-keuken door mid-del van twee deuren niet die bezwaren zal hebben alsdoor den Heer Enno van Gelder aangenomen wordt.In werkelijkheid loopt de huisvrouw geen honderdenmalen per dag van de keuken naar de woonkamer endat moet ook worden voorkomen; dat kan worden voor-komen mits men afziet van het ,,voordeurtype" en be-antwoordt aan gezonde werkprincipes als orde, eenvouden vanzelfsprekendheid; als men rekening houdt met dezelfwerkzaamheid van de huisvrouw en haar toenemen-de afkeer om haar leven in slaafs en nutteloos gejakkerbij het onderhoud van de woning te verslijten. Al dezefaktoren dienen tot ons te spreken, zij bepalen voor eengroot deel het karakter van de woning.In afb. 1 is schematisch een woningtype weergegevendat hier ter plaatse veel gebouwd is. Gelukkig begint hetpubliek echter een grondige afkeer van dit soort wonin-Nationale PlanWederopbouwArtikclen1) Door den schrijver ingezonden in vereenvoudigde spelling. 87Artikclen gen te krijgen en dat zij thans allezijn verhuurd is enerzijds te dankeH__^ 1^ aan de betrekkelijk lage huur voorde oudere woningen en anderzijdsaan het feit, dat er een groot tekortaan woningen is waardoor ook dek'''- nieuwe van hetzelfde type grif bezetworden.Bezien we dit type woning aan dehand van de ,,dagindeling", dan is hetheel goed te begrijpen, dat de ,,voor-deur" ongebruikt blijft; dat het helegezin de voor de woningen hggendeAfb. 1 straat negeert en zonder er veel bijna te denken heel gewoon het 35meter diepe bouwterrein oversteekt(meestal nog in schuine richting), waar dan nog dediep-te van eigen tuin bij komt, om de woning te bereiken ofte verlaten. Doch niet alleen de gezinsleden, neen, ookde bakker en de slager, de schoenmaker en de kruide-nier, zij moeten zich de moeite getroosten zelfs met huntransportfiets het vrij lastige terrein te nemen inplaatsvan de straat --- en dit geschiedde op dagen en bij weers-'gesteldheden waarbij de Zeeuwse klei zich het onaan-genaamst gedroeg. De mensen werden genoodzaakt,want de huisvrouw kon zich eenvoudig niet akkoordverklaren met dit type. Haar w^erk is in de keuken ofhet washuis juist als de leveranciers haar komen storen.De oorlog, waardoor het bouwterrein in volkstuintjes isverdeeld, heeft een einde gemaakt aan een gegroeidetoestand; de huisvrouwen klagen; ,,Je weet het niet warmte houden, alsmaar de deuren tegen elkaar open; je looptwat af op een dag en alles wordt vuil gelopen." Vraaghun naar het gebruik van het kleine voorkamertje en zezullen U zeggen: ,,Er is zo heel weinig zon in; het iszo klein; in de zomer zou je 'r nog eens kunnen zitten,als men dan juist niet verkoos buiten te zitten als er tijdvoor zitten is; in de winter zou het verwarming vragen;we hebben aan dat kamertje niet veel, om niet te zeggenSituatie. Afb. 2niets. We zetten er maar een paar fietsen in die weinigworden gebruikt en die staan hier veiliger dan in hettoch al te kleine schuurtje."Opgedane ervaringen gaven mij in 1940, toen daarruimschoots tijd voor was, aanleiding een plan uit tewerken dat naar mijn mening niet alleen in een be-hoefte zou kunnen voorzien maar tegelijk, althans terplaatse, een radikaal breken met een slechte gewoontezou betekenen. Het plan is afgedrukt in afb. 3. De wo-ningen zijn gedacht aan woonstraten te hggen welkeloodrecht op de verkeersstraten liggen. Natuurlijk zouom dergelijke plannen te kunnen verwezenlijken de me-dewerking van de overheid ter plaatse vereist zijn, im-mers zijn de huidige uitbreidingsplannen daar niet opontworpen.^k88Afb. 3. Type Qi^erdi^PJ'epinaType C2. Afb. 4beoa neq. \/e/'i//ep/no,]j3->?i-'W-^3?^3^''^='-3^;;^*=i^'Afb. 5. Type D Type B. Afb. 6verd/eb/n cArtikelenHet toeval diende, dat mij, op hetzelfde ogenblik datdit plan gereed was om er enige afdrukken van te latenmaken, door de Woningbouwvereniging ,,Ons Streven"alhier, opdracht werd gegeven tot het maken van voor-lopige plannen.Niets was meer voor de hand Hggend dan het ter sprakebrengen en beoordelen van dit plan. Het resultaat hier-van was, dat het aan overtuiging en medewerking vande zijde van het woningbouwverenigingsbcstuur nietontbrak. Er werd echter van die zijde wel gevreesd voorbezwaren van hogerhand en omdat er geen -tijd verlorenmocht gaan in verband met de steeds slechter wordendematerialenpositie, werd de uitdrukkelijke wens te kennengegeven naast dit plan een ander ontwerp gereed temaken dat in de aanwezige straten gebouwd zou kunnenworden, echter met behoud van de woningindeling dochoverigens beantwoordend aan : ,,De hoofdtoegangs-deur van een woning moet van den weg af zichtbaar enbehoorlijk bereikbaar zijn." Hiermede werd het principewaarvan was uitgegaan uitgeschakeld en bleef nogslechts een indeling over, die in waarde achteruitging.Afbb. 4 en 5 stellen de nieuwe plattegronden voor. Afb.6 geeft een type voor grotere gezinnen. De keuken moestgeschikt zijn om er te eten. Geen dezer typen zijn ge-bouwd. 1)De overheid zal in dit verband moeten voorgaan. Bijde wederopbouw zien we, dat de buitenzijde, de gevel-architektuur, het belangrijkste wordt geoordeeld. Hierblijkt de overheid dus wel in staat verloren terrein telaten heroveren. Men bedenke evenwel, dat het woning-^) Dc woningen die thans in aanbouw zijn zullen t.z.t. wordengepubliceerd,probleem geheel herzien behoort te worden en dat ditgeen kwestie is van gevelarchitektuur, van uitwendigevormbepaling. Het belangrijkste dient ook het belang-rijkste te blijven, n.l. goede en gezonde woningen waarlicht en lucht rijkelijk toegang hebben. De nieuwe tech-nische middelen staan ons ten dienste om volkomen tebeantwoorden aan radikaal gewijzigde inzichten op hy-gienisch en ekonomisch gebied.Belangrijk en overwegenswaardig vind ik hetgeen Jhr.de Jonge van Ellemeet en Ir. A. Keppler in ,,Beter wo-nen" als hun oordeel te kennen geven.Zolang echter een dekoratief ingedeelde gevcl, een forspannendak en voorts ,,goedkoop", ja vooral goedkoop,de voornaamste programmapunten zijn en blijven, zolangblijft men voortsukkelen met gebrekkige, om maar niet tezeggen slechte, woningtypen. Niet een vooraf bepaaldearchitektonische kompositie, maar het rechtstreeks vol-doen aan de te stellen eisen van vandaag zal nodig zijnom te komen tot beter woningen.Goes, April 1942De bij dit artikel behoorende afbeeldingen zijn door den schrijverter beschikking gesteld.NaschriftDe Redactie moet hiermede de gedachtenwisseling overhet ontwerp-arbeiderswoning voorloopig besluiten. Zijhoopt dat de denkbeelden, die in den loop van de ge-dachtenwisseling naar voren zijn gebracht, bij een meerstelselmatige bestudeering van het onderwerp, waarvoorde tijd zeker gekomen is, vruchtbaar zullen blijken tezijn. 89Artikelen90De brand van Rome en moderne herbouw-politiekdoor Mr. L. J. A. van der HarstDe brand van Rome in het jaar 64 n. Chr. onder de re-geering van Keizer Nero, waarvoor de Christenen (tenonrechte) aansprakelijk werden gesteld, is overbekend,niet het minst uit de schilderachtige beschrijving vanTacitus in het 15e boek van diens Annalen, hoofdstuk38 vgl, en voorts door min of meer geslaagde beschrij-vingen in historische romans als b.v. het nu weinig meergelezen (doch des te meer uit de film bekende) werk vanden Pool Sienkiewicz.Intusschen verdient alle aandacht de minutieuze uiteen-zetting bij Tacitus (in het 43e hoofdstuk van diens reedsgeciteerde boek der Annalen) van de oplossing derbouwproblemen, waarvoor de regeering na deze calami-teit zich zag geplaatst, ten einde eensdeels een herhalingdaarvan zoo mogelijk te voorkomen, anderdeels maat-regelen te treffen, om, nu zich daartoe een welkome ge-legenheid aanbood, meer orde in den nieuwen aanleg derverwoeste wijken te scheppen.We zien dan in kiem voor ons, wat we thans zoudenbetitelen als ..rooilijnen", ,,uitbreidingsplannen", ,,bouw-premies", en dergelijke, Woningwet-technische begrip-pen, uiteraard vreemd aan een tijd, die bijkans 19 eeuwenachter ons ligt, maar waarvan de toepassing blijkbaartoen reeds als noodzaak werd aangevoeld.Daarnaast vermeldt Tacitus dan nog politioneele voor-schriften ter bestrijding van brandgevaar, die m:sschienminder origineel zijn, maar toch zeker eveneens aandachtverdienen, ofschoon de vraag, in hoever deze voorschrif-ten in acht zijn genomen, dan wel spoedig in het vergeet-boek zullen zijn geraakt, onbesproken blijft.Curiositeitshalve moge hieronder volgen een ter wille derduidelijkheid eenigszins vrije vertaling van het bedoeldehoofdstuk.,,Doch dat deel der stad Rome, hetwelk behalve het pa-leis van keizer Nero nog over was gebleven, werd niet(zooals na de branden als gevolg van vroegere invallender Galliers) zoo maar raakweg en zonder op de plaat-sing te letten opnieuw opgebouwd, maar de wijken kre-gen bepaalde afmetingen en er werd een breede ruimtegelaten voor de straten, terwijl al te hooge huizen wer-den verboden en in die huizen binnenplaatsen werdenopengelaten, om voldoende licht en lucht te laten toe-treden; aan de huurkazernes toegevoegde zuilengangenzorgden voor bescherming van het front daarvan. Nerobeloofde deze zuilengangen op zijn eigen kosten te latenaanleggen en na de binnenplaatsen van het puin te heb-ben laten bevrijden, deze aan de eigenaren terug tegeven. De keizer voegde daaraan nog toe premies naargelang van ieders stand en vermogen en bepaalde eentermijn, binnen welken de paleizen of huurkazernesmoesten zijn voltooid, om daarvan den eigendom te kun-nen verkrijgen. Voorts bepaalde hij, dat de gebouwenzelf tot op een zekere hoogte zouden zijn ontbloot vanhouten balken, doch verstevigd door tufsteen uit de Ga-binische of Albaansche bergen, daar deze steen niet doorhet vuur wordt aangetast. En ten slotte schreef hij voor,dat de waterleidingen, thans onderschept als gevolg vande misbruiken der particulieren, zouden worden bewaakt,opdat de toevloeiing van het water in ruimer en veelvul-nrshopIHearthJ AfriumElFaucesIT|-p-g|l |T|il[Stairs ULightCourtCisternrissi -- -- -aPlattegrond van een Romeinsch woonhuis (ontleend aan Bemis enBurchard, The Evolving Home, I, Cambridge, 1933)diger mate aan het algemeen ten goede zou komen envoorts, dat iedereen brandbluschmiddelen in de vestibulevan zijn woning aanwezig zou hebben. Ook mochten dehuizen niet in het bezit zijn van gemeene muren, dochieder huis moest zijn eigen brandmuren hebben. Dit allesvond uit een oogpunt van algemeen nut ingang en maak-te de nieuwe stad ook sierlijker. Het ontbrak evenwelniet aan lieden, die van oordeel waren, dat uit een oog-punt van volksgezondheid de oude vorm meer voorkeurverdiende, aangezien nauwe straten en hooge huizenniet in die mate van den zonnegloed te lijden hadden,terwijl men nu door den breeden aanleg der straten, zon-der eenige beschutting van schaduw, des te meer aan deschadelijke hitte was blootgesteld."Het bovenstaande, dat cultuurhistorisch van groote be-teekenis is, doch waaraan ook uit een oogpunt van mo-derne herbouwpolitiek actualiteit niet ontbreekt, behoeftwaarlijk geen nader commentaar.Middelburg, April 1942De netto-vermeerdering van het aantal ge-zinnen en de methode van Halledoor Dr. }. B. D. DerksenIn de Maart-aflevering van dit Tijdschrift heeft de Heer A. J. A.Rikkert enkele opmerkingen gemaakt over een artikel, dat in hetMaandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, afl.Aug./Sept. 1941, is verschenen onder den titel ,,Berekeningen overhet aantal gezinnen en de gemiddelde gezinsgrootte in Nederland,1930--1939". De critiek van den schrijver is voornamelijk gerichttegen de laatste alinea van dit artikel, waar over de methode vanHalle enkele opmerkingen worden gemaakt. Voorts stelt de HeerR. enkele vragen van statistischen aard, die uiteraard niet onbe-antwoord kunnen blijven.Het bedoelde MaandSchrift-artikel had, zooals in den titel voldoen-de tot uitdrukking komt, in de eerste plaats ten doel enkele be-langrijke demografische gegevens bijeen te brengen, waaraan inverband met het uitstel van de Volkstelling in bizondere mate be-hoefte bestaat. De laatste alinea van het artikel was dan ookgeenszins essentieel voor het betoog, doch had slechts ten doel deberekende cijfers te illustreeren aan een toepassing op het terreinvan de berekening van de veranderingen in de woningbehoefte,waarbij een vergelijking werd gemaakt met de berekening volgensde methode van Halle. Het zou evenzeer mogelijk geweest zi]n eenvoorbeeld te kiezen uit een ander gebied van de statistiek (inko-mensstatistiek, budgetstatistiek, enz.). De methode van Halle werdgekozen, omdat nog betrekkelijk weinig cijfers voorhanden zijn, diein staat stellen de onderstelhngen, waarop die methode berust, aande werkelijkheid te toetsen. De diverse plaatselijke woningtellingen,die men voor dit doel pleegt aan te halen, zijn niet binnen iedersbereik en vereischen bovendien een nader onderzoek in verbandmet verschillen in omschrijvingen e.d. Voor het geheele land waren,voordat het genoemde artikel verscheen, geen vergelijkbare cijfersbeschikbaar, omdat het grondmateriaal van de laatste volkstellingdaarvoor eerst nog diverse bewerkingen diende te ondergaan. Hoe-wel men de methode van Halle niet spoedig op het land als geheelzal toepassen, hebben de cijfers als illustratiemateriaal o.i. weleenige waarde, omdat daarbij plaatselijke toevalligheden wordenuitgeschakeld. Het bekende ,,Rapport over de Methode-Halle voorde bepaling van de woningbehoefte", door het Nederlandsch Insti'tuut voor Volkshuisvesting en Stedebouw in 1929 gepubliceerd,heeft ongetwijfeld het bezwaar, dat daarin te weinig cijfers zijnafgedrukt, die als toelichting zouden kunnen dienen bij de grondigebeschouwingen in dit geschrift over de methode van Halle.Een der voornaamste opmerkingen van den Heer Rikkert komthierop neer, dat in het Maandschrift als gevolg van het overnemenvan de gezinsomschrijving van de Volkstelling, met de woningbe-hoefte der ,,alleenwonenden" onvoldoende rekening zou zijn ge-hotiden. Daar de definitie van de Volkstelling echter in extenso inhet Maandschrift-artikel wordt overgenomen, is, naar het mij voor-komt, misverstand bij den lezer uitgesloten. i) De opmerkingen inde laatste alinea van het Maandschrift-artikel hebben in de eersteplaats betrekking op de ,,gezinnen" in den zin van de volkstellings-definitie. Over de woningbehoefte van de alleenwonenden viel inhet verband van het artikel niet veel op te merken. Een bezwaar Artikelentegen de beschouwingen van den Heer Rikkert is nu echter, dat hajin het verdere gedeelte van zijn artikel de woningbehoefte der al-leenwonenden niet meer noemt. De lezer, die in deze gecompliceerdestatistische materie niet volkomen thuis is, zal vermoedelijk nietspoedig doorzien, dat enkele verschillen, die de Heer R. aanwijsttusschen door hem geciteerde cijfers en die uit het Maandschriftaan de woningbehoefte der alleenwonenden kunnen worden toege-schreven (afgezien van detailkwesties die hier buiten beschouwingkunnen blijven). Dit geldt vooreerst voor het bovenaan biz. 42geconstateerde verschil tusschen het aantal bewoonde woningen in1930 en het aantal gezinnen volgens de volkstellingsdefinitie. Be-langrijker is het volgende punt. De Heer Rikkert geeft in een af-zonderlijk gedeelte van zijn artikel, waarboven als titel is geplaatst,,Gezinnen zonder echtpaar", een tabel met cijfers ontleend aan dewoningtellingen in een viertal steden benevens cijfers uit het ge-noemde Maandschrift-artikel. De verschillen tusschen laatstbedoeldecijfers en die voor de vier gemeenten zijn zeer aanzienlijk. Ten be-hoeve van de lezers, wien de oorzaak van deze verschillen nietaanstonds duidelijk is, merken we op, dat de Heer R. onder de,,Gezinnen zonder echtpaar" hier tevens de alleenwonenden meteen zelfstandige woning begrijpt, terwijl in de uit het Maandschriftovergenomen cijfers deze alleenwonenden niet begrepen zijn. Hetis echter mogelijk om aan het Maandschrift-artikel cijfers te ontlee-nen, die deze alleenwonenden wel omvatten. De overeenstemmingwordt dan veel beter, zooals blijkt uit onderstaande cijfers.Burqel. staat van het hoofd van Nederland(C.B.S.)1Amsterdam Haarlem19274Leiden19265ZwoUe19276het gezin (kol. 1) en van denhoofdbewoner (kolom 2 t/m 6)1925219363Gehuwde manGehuwde vrouwWeduwnaarWeduweGescheiden manGcscheiden vrouw16406677577136.052.953,270,535,853,134,066,651,170,930,465,857,057.766,471,957,869,846,666,566,676,150,067,833,350,062,271,845,069,8Toelichting. Bovenstaande cijfers geven aan welk percentage van de categorieen, die in de eerste kolom omschreven zijn, gezinshoofd zijnvan een ,,gezin zonder echtpaar". Daarbij zjn alleenwonenden met een zelfstandige woningbehoefte als ,,gezin" opgevat. Wat de ge-huwde mannen en vrouwen betreft, hebben de percentages dus betrekking op gehuwde personen, die gezinshoofd zijn, zonder dat samen-woning met de(n) echtgenoot(e) plaats heeft. De aantallen dezer gezinshoofden zijn daarbij uitgedrukt in pCt. van het totale aantal dergehuwde personen, die niet met hun echtgenoot(e) samenwonen.Wellicht zijn de in deze tabel weergegeven cijfers niet geheel zon-der belang, omdat daaruit blijkt in hoeverre de toestand in de af-zonderlijke gemeenten afwijkt van de gemiddelden voor het geheeleland. Volledigheidshalve zij hierbij nog aangeteekend, dat de voorNederland opgegeven cijfers niet volkomen nauwkeurig zijn. HetC.B.S. beschikt n.l. over cijfers betreffende de indeehng der alleen-wonenden naar den burgerlijken staat, maar bezit deze gegevensniet afzonderlijk voor de groep der alleenwonenden met behoefteaan een zelfstandige woning. Als ik de begripsomschrijving die deHeer Rikkert hiervan geeft, goed begrepen heb, dan volgt uit decijfers, dat circa J4 van de alleenwonenden behoort tot de cate-goric met behoefte aan een zelfstandige woning. De voor Neder-land opgegeven percentages kunnen dan niet heel ver van dewerkelijkheid verwijderd zijn (zij zuUen over het geheel lets te hoogzijn).Tenslotte wil ik gaarne toegeven, dat de formuleering in de bedoel-de passage in het Maandschrift wel voor eenige verbetering vat-baar is, ook wat betreft de woningbehoefte der alleenwonenden.De wijze, waarop de Heer R. het artikel citeert, wekt echter denindruk, dat daarin gesproken zou zijn van een ,,fout" in de me-thode van Halle. Dit is niet het geval, hetgeen ook weinig zingehad zou hebben, omdat na de uitvoerige beschouwingen in hetbovengenoemde Rapport van 1929 de gebreken van de methodebekend konden worden ondersteld. De Heer R. heeft verder nog^) Het gezinsbegrip van de Volkstelling verdient bovendien bijtal van toepassingen (verbruiksstatistiek, inkomensverdeeling) devoorkeur boven de definitie, die men bij het onderzoek van dewoningbehoefte noodig heeft. ,den vinger gelegd op een redactioneele onnauwkeurigheid. Aan heteinde van het artikel wordt gezegd, dat er op 31 December 1930waren 366.000 weduwnaars en weduwen. Onder dit cijfer zijnabusievelljk ook de gescheidenen begrepen, zooals men bij verge-lijking met tabel 5 in het artikel gemakkelijk verifieert. Het aantalweduwen en weduwnaars bedroeg dan ook 335.000, waarvan er179.000 gezinshoofd waren en 63.000 alleenwonend, terwijl 93.000elders inwoonden. Van de gescheiden vrouwen, inclusief de ge-scheidenen van tafel en bed, in totaal op 31 December 1930 rond24.000, waren er slechts 11.000 gezinshoofd. Deze redactioneelecorrecties hebben uiteraard geen invloed op de conclusies.Onder schriftAllereerst de opmerking van den Heer Derksen, dat ik den indrukgewekt zou hebben, dat in het artikel in het Maandschrift zou zijngesproken van een ,,fout" in de Methode van Halle. Inderdaad hebik gesproken van een ,,fout" (tusschen aanhalingsteekens!). Maarik heb niet geschreven van een ,,fout" in de Methode van Halle.Ik heb de suggestie willen wekken, dat in het artikel in het Maand-schrift bedoeld werd, dat de Methode van Halle fout is. Dit is eengroot verschil. Ik meen tot het wekken van de suggestie volkomengerechtigd te zijn, omdat, nadat een aantal theoretische opmerkingenwerden gegeven, geconstateerd werd, dat de ,,netto-vermeerderingvan het aantal gezinnen ongeveer 5 pCt. hooger blijkt te zijndan volgens de berekeningen, die in het voorgaande zijn uiteenge-zet". Een verschil van 5 pCt. is voor de onderhavige materie vanzooveel belang, dat dit, indien het inderdaad zou bestaan, op eenfout ^-- zelfs een fout van beslissende beteekenis voor de Methodevan Halle -- zou wijzen.Ik kom thans tot de materie zelf. De Heer Derksen zegt, dat de,,Methode van Halle werd gekozen, omdat nog betrekkelijk weinig 91ArtlkelenBinnenland92cijfers voorhanden zijn, die in staat stellen de onderstellingen waar-op die methode berust, aan de werkelijkheid te toetsen". Dat nogslechts weinig toetsings-cijfers voorhanden zijn, is juist. Maar datmag nog geen reden zijn, om dan maar aan de hand van volkomenaan de behoefte aan zelfstandige woningen vreemde gegevens teconstateeren, dat een verschil van 5 pCt. bestaat.Dat de door den Heer Derksen gebruikte gegevens volkomen vreemdzijn aan de gegevens omtrent de behoefte aan zelfstandige woningenmeen ik wel te mogen zeggen, omdat geen enkel cijfer -- ook nieteventueel niet gepubliceerde cijfers ^ betrekking heeft op het al ofniet woningbehoevend zijn van een ,,gezin" (ik noemde dit in mijnartikel ,,partij"). Immers: als bewoners van ,,woningen" zijn nietalleen geteld zij, die wonen in zelfstandige woningen, maar ookzij, die zelfstandig wonen in deelen van woningen. Hier blijven tweevragen ten aanzien van de behoefte aan zelfstandige woningen open,n.l.: 1. in een zelfstandige woning kunnen twee ,,partijen" wonen,elk met behoefte aan zelfstandige woningen; 2. in deelen van wo-ningen kunen ,,partijen" wonen, die in het geheel geen behoeftehebben aan zelfstandige woningen. Alleen op grond hiervan zijn debestaande gegevens, verzameld bij de Volkstelling, niet bruikbaarvoor de vaststelling van de behoefte aan zelfstandige woningen envooral niet, indien het gaat om een relatief klein ^ maar nietteminbelangrijk ~ deel van de behoefte aan woningen. Ik ga op ditonderdeel thans niet dieper in, omdat dan ook onvermijdelijk tersprake zou moeten komen het verschil tusschen de vaststelling vande woningbehoefte op een bepaald moment en de vaststelling vande verandering in die behoefte.De opmerking, dat de uitkomsten van plaatselijke woningtellingendie ik aanhaalde, verschillen in de omschrijving zouden geven en datdeze niet binnen ieders bereik zouden zijn en dat daartegenoverhet rapport der z.g. ,,Halle Commissie" wel bekend zou iijn. ga ikstilzwijgend voorbij.Dit laatste geldt ook ten aanzien van hetgeen de Heer DerksenVervolgens opmerkt omtrent de behoefte aan zelfstandige woningenvan ,,alleenlevenden". Het verschil tusschen het aantal ,,gezinnen"van den Heer Derksen en het aantal bewoonde woningen, n.l.145.500, wordt daardoor niet opgehelderd.Hetgeen de Heer Derksen opmerkt omtrent de door mij in kolom 1van de tabel (zie bladz. 42 van dezen jaargang) gegeven percen-tages in verband met de percentages, welke hij geeft in zijn tabel,is mij niet duidelijk. Ik zie n.l. geen kans om de door den HeerDerksen gegeven percentages te reconstrueeren. Ik wil gaarne aan-nemen, dat zulks het gevolg is van mijn statistische onbedrevenheid.Slechts wil ik opmerken, dat in het artikel in het Maandschrift geenenkel cijfer voorkomt omtrent de gehuwde mannen, die geen deeluitmaken van een echtpaar, en toch produceert de Heer Derksen inzijn tabel een percentage ten aanzien van de gehuwde mannen.Wel staat in het Maandschrift; ,,Ten slotte zijn er gezinnen zonderechtpaar, doch met een gehuwd persoon als gezinshoofd. Uit decijfers blijkt, dat hieronder practisch alleen gehuwde vrouwen voor-komen". Ik meende uit een en ander te mogen concludeeren, datin het artikel van het Maandschrift geen rekening is gehouden metde gehuwde mannen.Ook is mij niet duidelijk, hoe de Heer Derksen er toe kan komente hebben begrepen, dat circa % van de alleenwonenden (w.o. zijdie in deelen van woningen wonen -- dus kamerbewoners) behoorttot de categorie met behoefte aan een zelfstandige woning. Helaasheeft de Heer Derksen mij dan niet goed begrepen. Nergens in mijnartikel komt een opmerkin^ of een cijfer voor, welke deze suggestiezouden kunnen wekken. Zonder dieper op dit onderdeel in te gaanmerk ik op, dat van zulk een groot deel geen sprake is of kan zijn.Van het slot van het artikel van den Heer Derksen nam ik goedenota. Ik ben het met hem eens, dat de door hem gegeven correctiesgeen invloed hebben op de conclusies. De ,,redactioneele onnauw-keurigheid" ontdekte ik bij mijn mislukte pogingen om de beweerdebezwaren -- om het woord ,,fout" thans te vermijden ^ te recon-strueeren.Ik wil het bovenstaande besluiten met de volgende opmerking vanden Heer Derksen over te nemen; ,,Het C.B.S. beschikt over cijfersbetreffende de indeeling der alleenwonenden naar den burgerlijkenstaat, maar bezit deze gegevens niet afzonderlijk voor de groepder alleenwonenden met behoefte aan een zelfstandige woning".Hetgeen in het Maandschrift tegen de Methode van Halle is opge-merkt, is derhalve gebaseerd op theoretische beschouwingen enniet op concrete gegevens. Ditzelfde is het geval met het rapportder z.g. Halle-Commissie. Zoolang niet aan de hand van concreteen onaanvechtbare cijfers is aangetoond, dat de toepassing van deMethode van Halle, voor het doel waarvoor zij is ontworpen, totverkeerde uitkomsten leidt, zoolang zal zij in mij een verdedigervinden. Mijn hoop, tot uitdrukking gebracht aan het slot van hetrapport van de Halle-Commissie, dat te Amsterdam opnieuw eentelling zal worden gehouden, aan de hand waarvan de juistheidvan de uitkomsten van de toepassing van de methode van Hallezouden kunnen worden getoetst, is in 1936 in vervuUing gegaan.De resultaten heb ik in mijn vorig artikel vermeld.Ten slotte nog het volgende. In een noot zegt de Heer Derksen ietsomtrent het gezinsbegrip. Daarmede ben ik het volkomen eens.Maar de woningstatistiek is nu eenmaal iets anders dan verbruik-statistiek (levensmiddelen, kleeding, schoeisel) en inkomensverdee-ling. Ik moge in dit verband nog eens wijzen op het slot van mijnvorig artikel.A. J. A. RikkertBinnenlandBouwverordeningenOnze lezers herinneren zich het Besluit betreffende de Bouwnijver-heid van 23 December 1940, waarvan art. 4 de gelegenheid opendeom de bepalingen der gemeentelijke bouwverordeningen, afgeschei-den van het toezicht van hooger gezag, dat in de Woningwet isgeregeld, van een centraal punt uit te doen wijzigen. De bevoegd-heid daartoe is in handen gesteld van den Secretaris-Generaal vanhet Departement van Binnenlandsche Zaken op voorstel van en inoverleg met den Algemeen Gemachtigde voor de Bouwnijverheid.Thans is van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door de vaststel-ling van het in dit nummer afgedrukte besluit van den Secretaris-Generaal van 21 Mei 1.1. Het besluit noemt niet met name de ver-anderingen, die de bouwverordeningen zuUen moeten ondergaan,maar omschrijft deze in algemeenen zin. De verordeningen moetenaldus luiden, dat zij het gebruik van materialen en de toepassingvan constructies, welke door den Algemeen Gemachtigde zijn goed-gekeurd of voorgeschreven, zonder beperking en onvoorwaardelijktoelaten. De materieele inhoud van de aan te brengen wijzigingenhangt dus geheel af van hetgeen de Algemeen Gemachtigde Tiaderzal beslissen omtrent bouwmaterialen en bouwconstructies.Terwijl het besluit de wijziging der verordeningen voorschrijft,wordt in het begeleidende schrijven -- eveneens in dit nummer af-gedrukt ^ opgemerkt dat van formeele herziening voorloopig kanworden afgezien, omdat de nog niet ingetrokken bepalingen, die aande toepassing van door den Algemeen Gemachtigde gesanction-neerde materialen en constructies in den weg zouden staan, buitentoepassing blijven. Aangenomen mag worden dat over de juridischezijde van deze instructie nog wel eenige opheldering zal volgen.Vordering van woningruimteDe burgemeesters der gemeenten hebben een belangrijke bevoegd-heid gekregen ingevolge het in dit nummer opgenomen besluit vanden Secretaris-Generaal van het Departement van BinnenlandscheZaken betreffende de vordering van woningruimte. Zij kunnenthans gedurende een tijdvak van een jaar woongelegenheid, onder-komens of gedeelten daarvan vorderen ten behoeve van de huisves-ting van oorlogsslachtoffers en van anderen, die tengevolge vanandere zeer bizondere omstandigheden binnen hun woonplaats huis-vesting behoeven. Het besluit bevat derhalve de mogelijkheid, waarde woningnood zeer dringend mocht worden, daarin door een dwin-genden vorm van inkwartiering te voorzien.Onteigening van cultuur- en natuurmonumentenEen besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementenvan Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming, van Land-bouw en Visscherij en van Justitie heeft een gewichtige aanvullingtot stand gebracht in de Onteigeningswet. De aanvulling geldt denachtsten titel der Onteigeningswet, die daaraan toegevoegd is inge-volge de Boschwet 1922. Deze titel maakte de onteigening van on-roerend goed, alsmede van op onroerend goed gevestigde erfdienst-baarheden en andere zakelijke rechten mogelijk uit kracht van eenwet, dus zonder voorafgaande nutswet, ter bewaring van natuur-schoon, gevormd door bosschen en andere houtopstanden. De ont-eigening kan geschieden ten name van het Rijk, van een gemeenteVLAMOVENDAKPANNENOOSTHOEKALPHEN aid RUNBoUWBEDRIJFG.W.KRA'MERTELEF. 97827Na 5V2 ""' n.m.:26905 en 93589AMSTERDAM-CSTADHOUDERSKADE 1527 PUNTENwaarom U RUBIET kunt gebruiken!1 Hct is cen zusje van Rubbol A-Z . . dus geschikt voor 1001objecten.2 De duurzaamheid is even groot als van ecn normale Japanlakvoor binnen.3 Kan goed en gemakkelijk met de kwast worden verwcrkt.4 Vloeit en hecht uitstekend.5 Wordl niet door zeep-, sodawater o? andcre reinigingsmiddelenaangetast.6 Kan over iedere gocdc olievrijc grond vforden aangebracht. Bijeventueel ovcrschildercn later . . . gccn moeilijkheden.7 Zondcr inschuren kan Rubiet na bijwerkcn en bijplamuren directover oudc beschadigde laklagen, die overigens nog in goedcnstaat zijn, worden aangebracht.SIKKENS' LAKFABRIEKEN N.V. SASS E N H E I MOPGERICHT TE GRONINGEN ANNO 1792WAGEHAKERS^ BREDA.VOOR WEDEROPBOUW"R Vlist-Uioodzand- V. d. fflist-UtruijkAannemers van alle voorkomendeBOUW-,BETON-ENGRONDWERKENTelefoon 30739-33589Boschpolderplein 27 A ROTTERDAMWED. R A. VITALI & ZOONSchoorsteenvegers en MetselbedrijfAANNEMERS Opgericht 1844AMSTERDAM-C - Nieuwe Kerkstraat 50Telefoon 50236 (na 5 uur 29306)C.V. Cementijzer ,,WittenburgISAMSTERDAMS I N G E L 168TELEFOON41740Ul.TVOERINGVAN A L L EVOORKOMENDEW E R K E NBETONVLOEREN MET STRALINGSWARMTEoi,^ KO//;:UTRECHT^^SCHBI^^Licht- en krachtinstallatiesELECTRO-TECHNISCH BUREAU?BRECO?C.AUG. SEHRAMSTERDAM-C - ZEEBURGERPAD 11-12 - TEL. 51 809-51810Een modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN?V? Haarlemschc StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEMHET MERK VOOR MOOIER BEHANGRATH 8. DOODEHEEFVER30 "lo BRANDSTOF-BESPARINGLaat Uw woning TOCHTVRIJ makenmet onzeMONOPOL TOCHTSTRIPVraagt vrijblijvend prijsopgave.Firma BESSELINK EN NABBEMarnixstraat 240 -- AmsterdamTelefoon 34806 (na 6 uur Tel. 86402)of een rechtspersoonlijkheid hebbende vereeniging of een stichting,uitsluitend in het belang van het natuurschoon werkzaam, mits alszoodanig door de Kroon toegelaten. Deze regeling won nog aanbeteekenis, doordat de Minister bevoegd was bij het bestaan vaneen voornemen tot onteigening het vellen, dunnen en snoeien vanbosschen en andere houtopstanden te verbieden.Het nieuwe besluit brengt nu vooreerst een belangrijke verruimingin de doelstelling van de onteigening, waarop zij van toepassing is.Thans wordt gesproken van onteigening in het belang van monu-mentenzorg of van natuurbescherming. De goederen, waarop deonteigening betrekking kan hebben, worden thans omschreven als,,onroerende monumenten, natuurmonumenten en andere onroerendegoederen, welke grenzen aan of gelegen zijn in de nabijheid vanonroerende monumenten of natuurmonumenten, alsmede van dedaarop gevestigde erfdienstbaarheden en andere zakelijke rechten."Het begrip monumenten wordt nader gepreciseerd als: 1. zaken of gedeelten van zaken, welke voor ten minste dertig jaarzijn vervaardigd, indien het behouden daarvan voor Nederland vanalgemeen belang is wegens haar schoonheid, haar wetenschappelijkebeteekenis, de aan haar verbonden geschiedkundige herinneringenof wel in verband met de schoonheid of het karakter van een stads-of dorpsbeeld of van een landschap;2. terreinen, waarin zich oudheidkundige overblijfselen bevinden,indien het behouden daarvan uit overwegingen van wetenschappe-lijken aard van algemeen belang is.Onder' natuurmonumenten worden hier verstaan deelen van hetgrondgebied van Nederland, hetzij land of water, welker behoudvan algemeen belang is met het oog op bun beteekenis voor hetnatuur- of landschapsschoon of voor de wetenschap.In overeenstemming met deze verruiming is ook het kapverbod,waarvan boven sprake was, aanmerkelijk uitgebreid. Het komtthans neer op een bevoegdheid van den Secretaris-Generaal van hetDeparteraent van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbeschermingom de onroerende goederen, waarop een voornemen tot onteigeningbetrekking heeft, voor wijzigingen te vrijwaren door het verbiedenof het doen verbieden van handelingen, welke den toestand vanden bodem en de zich daarop bevindende getimmerten, planten,bosschen en houtopstanden, waaronder begrepen de enkele boomenveranderen, dan wel door te bepalen of te doen bepalen dat dezehandelingen niet mogen geschieden dan met schriftelijke vergunning,waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden.De Geldersche NatuurbeschermingsverordeningVoor het eerst is door den Secretaris-Generaal van het Departe-ment van Binnenlandsche Zaken in beroep beslist over de toepas-sing van de Geldersche natuurbeschermingsverordening. In onzerubriek Rechtspraak is dit besluit, wat de hoofdzaak betreft, afge-drukt. Het beroep is ongegrond verklaard.Vestiging binnen de gemeente UtrechtDe burgeraeester van Utrecht heeft een verordening vastgesteld,welke met het oog op de beperkte woonruimte de vrijheid om zichvan elders komende in die gemeente te vestigen of z;'in hoofdver-blijf te gaan houden, beperkt. De verbodsbepalingen richten zichzoowel tegen degenen, die te Utrecht bun woonplaats gaan vesti-gen of aldaar hoofdverblijf houden, als tegen hen, die aan dergelijkepersonen woningen geheel of ten deele ter bewoning afstaan. Eendoor of namens den burgemeester afgegeven schriftelijke vergun-ning kan de desbetreffende personen aan de toepassing van de ver-bodsbepalingen onttrekken.Exploitatievoorschriften RotterdamDe annexatie van enkele naburige gemeenten en deelen van ge-meenten bij Rotterdam op 1 Augustus 1941 heeft aanleiding gege-ven om op een aantal punten een einde te maken aan de verschil-len in sommige verordeningen in de centrale gemeente eenerzijdsen de thans daaraan toegevoegde randgebieden andererzijds. Ditgeldt ook voor de exploitatievoorschriften. In de toelichting terzakewordt er op gewezen hoe de Rotterdamsche verordening belangrijkafwijkt van de overeenkomstige verordeningen in de gemeentenHillegersberg, Overschie, Schiebroek, IJsselmonde en Capelle a.d.IJssel. Gelijk bekend huldigt de Rotterdamsche exploitatie-verorde-ning het nivelleeringssysteem, waardoor de verschillen, die uit hetliitbreidingsplan voortvloeien, zooveel mogelijk worden vereffend.In de geannexeerde gebiedfen daarentegen wordt uitgegaan van den Binncnlandvasten eisch dat belanghebbenden op ^/s van hun grond mogenbouwen. Deze eisch is blijkbaar ontleend aan de bekende bepalingvan art. 35 der Woningwet. Belet het uitbreidingsplan de bebou-wing van het genoemde deel van den grond van een eigenaar, danontvangt deze een vergoeding, doch is er een verschil ten voor-deele van den eigenaar, dan behoeft deze niet bij te betalen.Een ander verschil is dat de straataanleg te Rotterdam geschiedtdoor de gemeente voor rekening van den exploitant, in de rand-gebieden in het algemeen door den exploitant zelf, zij het naar aan-wijzing van de gemeente.De Rotterdamsche regeling is thans voor het geheele gebied toe-passelijk verklaard, uiteraard alleen voor de toekomst, daar deplannen, die in uitvoering zijn, krachtens overeenkomst door deoude regelen worden beheerscht.Volkstuinverordening RotterdamDe burgemeester van Rotterdam heeft een verordening op de volks-tuinen vastgesteld. Reeds lang had men ter plaatse behoefte ge-voeld aan eenige publiekrechtelijke regeling, die het mogelijk zoumaken op te treden tegen al te ontsierende bouwsels, mestverza-melingen e.d. op de volkstuinen. In het bizonder bestond deze be-hoefte voor zoover betreft de volkstuinen, welke ingericht zijn opparticuliere terreinen. De nieuwe verordening bepaalt dat voor hetbeschikbaar stellen van grond voor meer dan vier samenhangendevolkstuinen een vergunning van den burgemeester noodig is, telkenste verleenen voor ten hoogste vijf jaar. Voor bestaande complexenwordt de vergunning geacht te zijn verleend tot 31 December 1942.In de vergunning kunnen voorwaarden worden opgelegd met be-trekking tot verkaveling van den grond, paden, slooten en grep-pels, afscheidingen, bruggen, opstallen, drinkwater, mest en andereeischen nopens de openbare orde, zedelijkheid en gezondheid. Hetligt in de bedoeling de bouwverordening zoodanig te wijzigen, datvoor de bedoelde opstallen (schuurtjes, loodsjes, berghokken e.d.)geen bouwvergunning meer zal zijn vereischt.Verordening inzake het stadsschoon Middel-burgIn Middelburg is een verordening tot bevordering van het stads-schoon vastgesteld, welke ook elders aandacht verdient. De onder-werpen, die deze verordening bestrijkt, zijn drieerlei: de ontsierendereclames in den ruimsten zin, verwaarloosde terreinen en opslag-plaatsen.Wat betreft de reclames heeft zich langzamerhand een zekersysteem ontwikkeld, doordat in alle provincies provinciale veror-deningen zijn totstandgekomen, die het landelijk gebied bestrijkenen die uitgaan van het z.g. preventieve beginsel, d.w.z. dat in hetalgemeen eike reclame verboden is, behoudens door GedeputeerdeStaten te verleenen vergunningen, en behoudens uitzonderingenvoor reclames, waaraan een sterk sprekend economisch belang ver-bonden is. Voor het niet-landelijk deel van de provincies laten dezeverordeningen dus ruimte voor gemeentelijke verordeningen, dieuit den aard der zaak lang niet overal tot stand kwamen. Hier lageen oorzaak voor een minder bevredigende ontwikkeling, vooralwaar de van provinciewege opgeruimde reclameborden zich straffe-loos achter de grenzen van het landelijk gebied konden terugtrek-ken. Een tweede moeilijkheid ontstond doordat de op grond vaneconomische overwegingen vrijgestelde reclames niet zelden tot ont-duiking van de verordening leidden. Zoo werden wel reclames vanverzekeringsmaatschappijen beschermd door den bewoner van hetperceel, waarop zij waren aangebracht, voor den vorm aan te stel-len tot agent van de reclame-makende onderneming, met het gevolgdat hi] gedekt was door de bepaling, welke reclames vrijstelde, diebetrekking hebben op een ter plaatse uitgeoefend bedrijf. In dederde plaats ontstonden herhaaldelijk moeilijkheden van juridischenaard bij de vervolging van overtredingen van de verordeningen.Op al deze punten heeft de provinciale wetgever althans in som-mige provincies, getracht verbeteringen aan te brengen. In Gelder-land is bijv. langzamerhand een groot deel van de provincie onderde werking van de provinciale verordening gebracht, doordat eenaantal gemeenten in haar geheel landelijk zijn verklaard. Er blijvenintusschen vele gemeenten over, die een meer stedelijk karakterhebben, waar de reclame dus een sterker economisch motief heeften ook een vast element in het stadsbeeld is geworden, en waarmen dus ^ zoo was tot nu toe algemeen de opvatting ^ aan de 93BinnenlandOvcrzicht van tijd-schliftenwettelijke regeling ter zake een ander beginsel ten grondslag moetleggen, namelijk het z.g. repressieve beginsel. Dat beginsel houdtin dat reclame in het algemeen toegelaten is, doch dat het gemeente-bestuur achteraf opruiming kan eischen, als het stadsschoon ge-schaad wordt.Deze onderscheiding tusschen de regeling voor meer landelijke enmeer stedelijke gebieden is met name ook aanbevolen door eencommissie uit het Instituut, die in 1928 een rapport met een tweetalmodelverordeningen terzake heeft uitgebracht (afgedrukt in Ge-meentebestuur 1928).De nieuwe Middelburgsche verordening wijkt nu van dezen ge-dachtengang af, inzooverre zij uitgaat van het preventieve beginsel,hoewel de bebouwde kom van deze gemeente toch een uitgespro-ken stedelijk karakter heeft. De verklaring hiervan moet zeker wor-den gezocht in de historisch-architectonische waarde van een grootdeel van deze binnenstad, die men nu met veel kosten en zorg gaatopbouwen, en die dan ook geen gevaar mag loopen door leelijkereclames te worden ontsierd. De verordening stelt dus een verbodvan reclames voorop en breidt dit verbod zelfs uit tot opschiften,aankondigingen, uitbeeldingen of afbeeldingen in welken vorm ook.Van dit verbod zijn dan, geheel overeenkomstig den gebruike-lijken opzet van de op het preventieve beginsel gebaseerde veror-deningen, een aantal gevallen uitgezonderd, bijv. aankondigingenvan te huur of te koopstelling, tijdelijke aankondigingen enz., waar-bij opmerkelijk is dat de verordening bij deze uitzonderingen telkenseen maximale grootte van de toegelaten aankondigingen enz. aan-geeft. Hiernaast staat de bevoegdheid van den burgemeester omontheffing te verleenen. Voor bestaande reclames, aankondigingenenz. wordt een overgangstermijn van twee jaar toegelaten, binnenwelken een vergunning moet zijn verkregen. De verordening voor-ziet in de instelling van een commissie van advies,. welke de bur-gemeester voor zijn beslissingen zal raadplegen. Deze Commissietot bevordering van het Stadsschoon wordt door den burgemeesterbenoemd uit deskundigen op het gebied van handel en nijverheiden van architectuur en eventueel uit andere personen. De Directeurvan Gemeentewerken is ambtshalve lid. De Commissie stelt alge-meene richtlijnen vast, aangevende in welke gevallen in beginselvergunning wordt verleend.Aan den burgemeester is ook een repressief toezicht opgedragen,in dier voege dat hij bevoegd is aanschrijvingen te doen uitgaantot het verwijderen of veranderen van reclames enz., die het on-roerend goed, waarop zij zijn aangebracht, of de omgeving ontsie-ren, of die gevaar of hinder kunnen veroorzaken.De beide andere onderwerpen, die in dezelfde verordening regelinghebben gevonden, worden bestreken door twee verbodsbepalingen.De eerste verbiedt een onbebouwd onroerend goed zoodanig teverwaarloozen, in onvoldoenden staat van onderhoud te hebben ofte gebruiken of niet voldoende van onkruid of vuilnis te reinigen,dat daardoor naar het oordeel van den Burgemeester het goed ofde omgeving ontsierd wordt. De tweede richt zich tegen het heb-ben, bergen of geborgen houden van oud ijzer, glas, afbraak, afval,lompen alsmede onbruikbare of aan hun bestemming onttrokkenauto's, motorwagens of andere rij- of voertuigen of onderdeelendaarvan, indien daardoor het goed of de omgeving op ontoelaat-bare wijze worden ontsierd. Ten aanzien van deze opslagplaatsenwordt derhalve volstaan met een repressief toezicht.Bouw van grasdrogerijen94Aan de Mededeelingen van de Contact-commissie voor Natuur- enLandschapsbescherming ontleenen wij het bericht dat deze commis-sie aan den Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij ver-zocht heeft aan de toekenning van subsidies voor den bouw vangrasdrogerijen de voorwaarde te verbinden dat het bouwplan dooreen schoonheidscommissie wordt goedgekeurd. De aanleiding totdit verzoek schuilt in de ontsiering, die in de laatste jaren is ont-staan door den bouw van een groot aantal grasdrogerijen, die watplaats en uiterlijk betreft, niet aan redelijke welstandseischen vol-doen. In het bizonder in het vlakke polderlandschap is deze ontsie-ring sprekend. Bij onderzoek is gebleken dat deze grasdrogerijen,waarvan de bouw door het Rijk gesubsidieerd wordt, in vele ge-vallen niet vooraf aan het oordeel van een schoonheidscommissiezijn onderworpen.MonumentendagHet rapport ,,Bebouwing en Behoud van Natuurruimte", dat is sa-mengesteld door een commissie uit de Commissie voor den Monu-mentendag en het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting enStedebouw, zal naar wij vernemen in een op Vrijdag 10 Juli a.s.te houden Monumentendag te Amsterdam worden besproken. Hetrapport zal worden ingeleid door den Heer H. P. J. Bloemers,voorzitter van de commissie, die het rapport heeft uitgebracht.Verder treden als sprekers op de Heeren Ir. P. Bakker Schut en Ir.W. G. van der Kloot, die het rapport zullen beschouwen uit eenoogpunt van stedebouw en van natuur- en landschapsbescherming.De vergadering, die te 11 uur aanvangt, vindt plaats in een derzalen van het Stedelijk Museum. Na afloop bestaat gelegenheid toteen bezoek aan de tentoonstelling ,,Stad en Land".De vergadering zal voor leden van het Instituut toegankelijk zijn,mits in het bezit van een toegangsbewijs, dat op het bureau van hetInstituut verkrijgbaar is.Overzicht van tijdschriftenNederlandBouwbedrijf en Openbare Werken, Nos. 8 en 9, 10 en24 April 1942De nieuwe schouwburg aan het Lucasbolwerk te Utrecht, architectW. M. Dudok, door Prof. Ir. J. G. Wattjes. Schrijver geeft eenuitvoerige beschouwing over de nieuwe schouwburg en over demoeilijkheden, die bij het kiezen van de plaats en bij den bouw teoverwinnen waren. (Met afbb.)-, No. 10, 8 Mei 1942Arbeiderswoningbouw, door Dr. Ir. H. G. van Beusekom. Schrijverdeelt mede dat hoewel de woningvoorraad bij het uitbreken van denoorlog niet onvoldoende was, er op dat tijdstip toch reeds een te-kort was aan goedkoope arbeiderswoningen; vooral was dit in degroote steden het geval. Het zal volgens schrijver ook na den oorlogeen groote moeilijkheid blijken om in de behoefte aan goedkoopegoede arbeiderswoningen te voorzien. Hij meent dat in verdererationahsatie en industrialisatie de oplossing gezocht moet worden,om de bouwkosten te doen dalen.Economisch-Statistische Berichten, No. 1374, 20 Mei1942Differentiatie van woningtypen, door Dr. Ir. H. G. van Beusekom.Niet alleen een verdeeling van de woningbehoefte over het geheeleland, maar ook een juiste verdeeling van de onderscheidene soortenen grootten van de na den oorlog te bouwen woningen, verdientpnze aandacht. Aan de hand van de volkstelling van 1930 toontschrijver aan, hoe deze behoefte berekend kan worden.De Maastunnel. No. 1, Januari 1942Groot Rotterdam en enkele van zijn problemen. Door de annexatievan 1941 is de toestand van het Rotterdamsch havengebied voorden bestuurder aanzienlijk verbeterd: in plaats van tien gemeenten,die vroeger dit gebied vormden en er elk op eigen wijze gezagyoerden, regelden en ordenden, zijn er nu slechts drie, hetgeen totsnelle beslissingen kan leiden, hetgeen in de toekomst van belangkan zijn. Door de annexatie is thans voldoende ruimte verkregenom de huisvesting. te verzorgen van hen, die bij het bombardementvan Mei 1940 hun woning verloren en om gelijken tred te houdenmet de uitbreiding der bevolking. Ook voor de kleine Industrie is erthans meer levensruimte, doordat terreinen gereserveerd zijn aanscheepvaartwegen, welke een directe verbinding met het haven-complex hebben. De Gemeentelijke Technische Dienst heeft eenverantwoordelijke taak en moet nu met krachtige hand de ontwik-keling van de geannexeerde gebieden ter hand nemen, wil dezewerkelijk tot het beoogde doel voeren.DuitschlandMonatshefte fiir Baukunst und Stadtebau, No. 5, Mei1942.Die Sonderschau ,,Erprobungstypen" in Hamburg. Ein neuer Weg,door Walter Franzius. Het doel van deze tentoonstelling was uit-drukkelijk critiek op de geexposeerde woningtypen van den kantder bezoekers te verkrijgen, waaraan door velen gehoor is gege-ven, Schr. wijst erop hoe vele plattegronden binnen het raam vande in het besluit van den Fiihrer voorgeschreven maten mogelijkzijn en hoe goed het begrip ,,landschaftgebundenes Bauen" wordtopgevat; een valsche boerenromantiek wordt bewust vermeden.Daarentegen klaagt hij erover dat de eenheid van huis en tuinslecht tot haar recht komt. Met afbb.Der soziale Wohnungsbau in Deutschland, No. 7,1 April 1942.Der soziale Wohnungsbau und die bodenpohtische Frage unterbesonderer Beriicksichtigung des westfalischen Industriegebietes,door Aalrich Schulte. De snelle en ordelooze ontwikkeling in ditgebied gaf aanleiding tot grondspeculatie, met als gevolg een stij-ging van de grondprijzen, die eerst bij het begin van den wereld-oorlog tot stilstand kwam. In 1933 is al een begin gemaakt methet terzijde stellen van dit euvel. Schr. somt de wetten op, diehierop van invloed zijn. Een tekortkoming is, dat ook nu nog bijde bepaling van de waarde wordt uitgegaan van een toekomstigebestemming en dat zelfs nog wel rekening wordt
Reacties