Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Vollcshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwSept.-Oct. 1943 24eJaargangno.9/10BOUW-ENAANNE MINGSMAATSCHAPPyJAVASTDAAT88^-DEN HAAGTEL111580'^^^DRU^TEL. 54952-50452AANNEMERS VAN GROND-,HEI- EN WATERWERKEN,BETON- EN UTILITEITSBOUW?W ? i AN?VERF. & LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM TEL. 87880-87893Schilderwerk zoowel voor oude alsnieuwe muren, voor binnen enbuiten, behoeft niet te stagneeren.WODAN MUURVERFRAMSES MUURVERFZIJN OLIEVRIJE PRODUCTENVRAAGT NADERB INLICHTINGENf n.v. aannemersbedrijf v.h.:' ^v^Ie1C & van eesterendelistraat 33 tel. 554932 ? den haagb beton-bouw en w^aterbonwkundig^e iverkenTijdschrift voorVolkshuisvesting enSept.-Oct. 194324e Jaargang No. 9/10MaandbladStedebouTTOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. ]. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut,Mr. J. Vink, Drs. H. van der Weijde, Ir. J. M. A. ZoetmulderMcdewerker voor den Wederopbouwt Dr. Ir. Z. Y. van der Mefir, Algemeen Secretaris van den Algemeen Gemachtigdevoor de~n Wederopbouw en de Bouwnijverheid ?Adres voor Redactie en Abonnemcnten! Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertentics: Keizersgracht 188, Amsterdaoi C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenNederlandsch InstituutJaarvergaderingDe datum voor de jaarvergadering is vastgesteld op 22 Octo-ber a.s.Omvang TijdschriftIn verband met nieuwe beperkende bepalingen ten aanzien vanden omvang van wetenschappelijke tijdschriften ziet de redac-tie zich genoodzaakt met een gecombineerd September-October-nummer uit te komen.Rijksdienst voor het Nationale PlanProvinciale planologische dienst in GroningenBij besluit van den Commissaris der Provincie Groningen van12 Juli 1943 is ingesteld een provinciale planologische dienst.De Raad van Bijstand en de Vaste Commissie van dezendienst zijn 26 Augustus 1.1. te Groningen gei'nstalleerd. Wijlaten hier de samenstelling van beide commissies volgen.Het bureau van den dienst is gevestigd in het Provinciehuiste Groningen, Directeur is de Heer Ir. J. Dieperink.Raad van BijstandVoorzitterC. F. Staargaard, Commissaris der Provincie Groningen, teGroningen.Plaatsvervangend VoorzitterG. Griever, bestuursraad, te Appingedam.Secretaris-lidIr. J. Dieperink, Directeur van het Bureau van den Provin-cialen Planologischen Dienst, te Groningen. -? .^LedenIr. A. Kloppert, Hoofdingenieur-Directeur van den Rijkswa-terstaat in de directie Groningen en Friesland, te Groningen.Ir. J. G. Schilthuis, Hoofdingenieur van den ProvincialenWaterstaat, te Groningen.Dr. S. J. Fockema Andrew, Griffier der provincie, te Gro-ningen.Dr. Ir. D. R. Mansholt, Cultuurconsulent, te Groningen.Dr. E. W. Hofstee, Vertegenwoordiger van de N.E.T.O., teGroningen.Th. Niemeyer, Voorzitter van de Kamer van Koophandel enFabrieken voor Groningen, te Groningen.De Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer.Ir. J. B. Baron van Asbeck, Adjunct-referendaris bij de afdee-ling Stedebouw van den Commercieelen Dienst, als vertegen-woordiger van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, teUtrecht.G. E. Schuiringa, Vertegenwoordiger van den GroningerWaterschapsbond, te Zuidhorn.Ir. H. van Halewijn, Inspecteur van de Volksgezondheid(Volkshuisvesting) voor Groningen en N. Drenthe, te Haren.P. F. Tammens, Burgemeester der Gemeente Groningen.Mr. A. }. Drenth, Burgemeester der Gemeente Winschoten.J. de Vries, Burgemeester der Gemeente Appingedam.J. Ebels, Inspecteur voor de Volksgezondheid inzake de hy-giene van Bodem, Water en Lucht.J. Vroom, Tuinarchitect, te Glimmen.Ir. A. Zandstra, te Winschoten.Prof. Dr. O. de Vries, Hoofddirecteur Rijkslandbouw-Proef-station, te Groningen.Ir. L. H. de Langen, Directeur van de N.E.T.O., te Groningen.Prof. Dr. D. van Os, Hoogleeraar aan de Universiteit, te Gro-ningen.Chr. H. Roelfsema, Vertegenwoordiger der NederlandscheMaatschappij voor Nijverheid en Handel, departement Gro-ningen, te Groningen.Ir. H. van Mourik Broekman, Vertegenwoordiger der Neder-landsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel, departe-ment Veendam--Wildervank, te Veendam.A. G. M. Boost, Vertegenwoordiger van den Ned. Toeristen-bond, A.N.W.B. tijdelijk vervangen door den Heer V. West-hoff, 's Gravenhage.J. J. Leeninga, Vertegenwoordiger van de Provinciale Gro-ninger Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, te Groningen.N. G. Addens, Vertegenwoordiger van de Provinciale Gro-ningsche Archaeologische Commissie, te Bellingwolde.P. Sneeuw, Rijkslandbouwconsulent, te Groningen.Ir. P. G. Meyers, Rijkslandbouwconsulent, te Veendam.J. P. Sybesma, Rijksveeteeltconsulent, te Groningen.Ir. J. Heemstra, Rijkstuinbouwconsulent, te Groningen.Ir. J. Vlieger, Houtvester van het Staatsboschbeheer, teLeeuwarden.Ir. J. L. W. Bokhuis, Houtvester van het Staatsboschbeheer,te Emmen.H. J. Zijlma, Boerenleider van den Landstand in de ProvincieGroningen, te Niekerk, Ulrum.B. L. Bontkes, Vertegenwoordiger van den NederlandschenLandstand voor Akkerbouw, te Finsterwolde.F. Buiter, Vertegenwoordiger van den Nederlandschen Land-stand voor Veeteelt, te Euvelgunne.B. }. van Ham, Vertegenwoordiger van den NederlandschenLandstand voor Tuinbouw, te Hoogezand. 109Nationale PlanWederopbouwArtikelenIr. H. L. B, Denis, Vertegenwoordiger van den AlgemeenGemachtigde voor den Wederopbouw en de Bouwnijverheid,te Groningen.Vaste CommissieVooTzittet ' " C. F. Staargaard, Commissaris der Provincie Groningen, teGroningen.Plaatsvervangend VoorzitterG. Griever, bestuursraad, te Appingedam.SecretavisAidIr. J. Dieperink, Directeur van het Bureau van den Provin-cialen Planologischen Dienst, te Groningen.LedenIr. A. Kloppert, Hoofdingenieur-Directeur van den Rijkswa-terstaat in de directie Groningen en Friesland, te Groningen.Ir. J. G. Schilthuis, Hoofdingenieur van den ProvincialenWaterstaat, te Groningen.Dr. S. J. Fockema Andreae, Griffier der provincie, te Gro-ningen.Dr. Ir. D. R. Mansholt, Cultuurconsulent, te Groningen.Dr. E. W. Hofstee, Vertegenwoordiger van de N.E.T.O., teGroningen.Th. Niemeyer, Voorzitter van de Kamer van Koophandel enFabrieken voor Groningen, te Groningen.H. J. Zijlma, Boerenleider van den Landstand in de ProvincieGroningen, te Niekerk, Ulrum.Ir. H. van Halewijn, Inspecteur van de Volksgezondheid(Volkshuisvesting) voor Groningen en N. Drenthe, te Haren.De wederopbouw van stad en landIn de maanden Mei, Juni en Juli werden opnieuw in eenigegemeenten stappen gedaan in verband met de onteigening vanperceelen en wel in Axel, Bellingwolde, Brielle, Ambt-Delden,den Helder, Hulsberg, Maassluis, Middelburg, Nieuw- enSt. Joosland, Numansdorp, Nijmegen, Putte, Rhenen, Rotter-dam, Sas van Gent, Terneuzen, Vlissingen, Westdorpe, We-meldinge.Uit Rotterdam wordt voortzetting gemeld van het opruimenvan fundeeringen en van den afvoer van puin. Tot eind Juliwerd afgevoerd ca 92.000 m^ puin en werden ca 7 millioensteenen gesorteerd en opgetast.De Stichting Herbouw Middelburg en het Bouwbureau Wal-cheren namen op 1 Juh 1.1. de werkzaamheden van den Her-steldienst Vlissingen over.Het werk aan den abdijtoren, de beide kerken en het stadhuiste Middelburg werd in een onveranderd tempo voortgezet.De definitieve bestratingen werden verd'er aangelegd. Ookaan de rioleering ter plaatse werd voortgewerkt.Uit Maassluis wordt medegedeeld dat de architect G. Wes-terhout te den Haag als supervisor is aangezocht en dat dezede uitnoodiging heeft aanvaard. Voor Wagenstraat en omge-ving werd een verkavelingsplan vastgesteld en voor de ver-schillende bouwblokken een architectenkeuze gemaakt.In Eindhoven werden de reeds vroeger gemelde noodwinkelsin den loop van Mei geopend. Deze winkels bleken een grootsucces te zijn. Ook zijn vijf door particulieren op gemeente-grond gebouwde noodwinkels gereed gekomen en geopend.Tot supervisor is benoemd de Heer van der Laan uit Leiden.Zijn bemoeiingen hebben zich ook uitgestrekt tot het stads-plan. Op het programma staan verder vooreerst de onteige-ningen ten behoeve van dit plan en het maken van verkave-lingen. De besprekingen met belanghebbenden daarover en hetmaken van een werkprogramma zullen uiteraard geruimen tijdvorderen.Over de vrije hoogte van vertrekkendoor Ir. D. TuinstraIn navolging van het bepaalde in art. 38 van den ,,LeidraadBouwverordening" i) komt in artikel 30 der ,,model-bouw-verordening" en in het overgroote deel der gemeentelijkebouwverordeningen de bepaling voor, dat de vrije hoogte inzoldervertrekken onder een schuin dakvlak ten minste 2.20 mmoet bedragen, welke hoogte over niet minder dan de helftvan het totale vloeroppervlak en in ieder geval ten minste overeen oppervlak van 4 m2 aanwezig moet zijn. Voorts moeten debedoelde zoldervertrekken zijn omsloten door verticale wandenter hoogte van ten minste 1 m uit den vloer. Voor alle anderevertrekken, uitgezonderd het hoofdwoonvertrek, moet de vrijehoogte over het vereischte minimum vloeroppervlak ten minste2.40 m bedragen. Er wordt hier dus onderscheid gemaakt tus-schen vertrekken onder een schuin dakvlak en ,,andere" ver-trekken. In het in Januari 1943 vastgestelde (doch nog nietbindend verklaarde) Normaalblad N 894, komen de hierbo-ven genoemde eischen eveneens voor.Een criterium ten aanzien van het verschil tusschen beide soor-ten vertrekken ontbreekt; ook de toelichting in den Leidraadgeeft hieromtrent geenerlei aanwijzing.De interpretatie van het begrip ,,vertrek onder een schuindakvlak" is dus geheel overgelaten aan de daartoe door hetgemeentebestuur aangewezen instantie, t.w. het hoofd van hetgemeentelijk bouw- en woningtoezicht. Over het geheel geno-men bestaat er wel een zekere eenstemmigheid omtrent denuitleg, welke aan bedoeld voorschrift moet worden gegeven. Degangbare interpretatie vertoont echter, naar het mij wil voor-komen, verschillende inconsequenties, hetgeen hieronder nadcrzal worden aangetoond.Gemeenlijk wordt het voorschrift zoo uitgelegd, dat een,,behoorlijk" gedeelte van het schuine dakvlak in het vertrekzichtbaar moet zijn. Het is alleszins denkbaar, dat over denuitleg van de passage ,,cen behoorlijk gedeelte", strijd zalkunnen worden gevoerd.Reduceert men het in afb. 1 aangegeven schuine dakvlak tothet in afb. 2 voorgestelde stuk ter lengte van ongeveer 0.20 m,dan zal zooals de ervaring leert, het bouwtoezicht veelal be-zwaar maken en de voor de slaapvertrekken in het algemeengestelde hoogte van 2.40 m eischen.De geldigheid van dit bezwaar nu moet naar mijn meeningworden betwist. Immers, zooals afb. 2 demonstreert, wordtletterlijk en figuurlijk aan het gestelde voldaan, terwijl zelfsafb. 3 in extremis letterlijk aan het voorschrift voldoet. In hetbedoelde voorschrift wordt wel een minimum, doch geen maxi-mum maat voor de hoogte der borstwering gegeven.Het bezwaar van het bouwtoezicht komt dus in feite hieropneer, dat men de borstwering te hoog maakt. Een dergelijkebedoeling kan bij de redactie van het voorschrift in geen gevalhebben voorgezeten.Vergeleken bij den door afb. 1 voorgestelden toestand is dein afb. 2 afgebeelde ,,zolderkamer" verre te verkiezen. In veler-lei opzicht wordt gewonnen. Immers het volume van het ver-trek wordt aanzienlijk vergroot, terwijl de bewegingsvrijheideveneens toeneemt.Het lijkt mij dan ook in hooge mate onredelijk en zeker nietin het belang der volkshuisvesting, dat de voorgestelde ver-beterde ,,zolderkamer" bij de archaische oplossing ten achterwordt gesteld en de uitvoering hiervan wordt belet.De door het bouwtoezicht veelal geeischte hoogte van 2.40 mbewerkstelhgt wehswaar evenzeer een volumevergrooting,doch deze methode moet minder verkieslijk worden geacht,tenzij de dakvoet wordt verhoogd, hetgeen een grooterebouwmassa en dus verhooging der bouwkosten met zich medezou brengen. Bij het niet verhoogen van den dakvoet zal eendoelmatige ventilatie moeilijker zijn te verwezenlijken dan in110 ^) Mr. L. Lietaert Peerbolte en Ir. H. v. d. Kaa, Leidraad bij het samen-stellen of herzien van Bouwverordeningen, N. Samsom, Alphen a/d Rijn.C.V. ROTTERDAMSCHHEI- EN HEIPALENBEDRIJF voorheenJ. NEDERVEENROTTERDAMHEEMRAADSSINGEL 106TELEFOON No. 31631Na6uur47019en73289Aannemers vanBouw-,Beton-,Waterbouw-eHeiwerkenHandel intleipalenbruynzeelIIwij leveren uit voorraad:stolpdeurenzijiichten enenkele deuren35 en 40 mm dikI""131a deiirviitabi-ieHzaa ndametde" wi/ 30 /^^^'f Z;/ een fe/e/'n of groof karweifVELUVINE behoort erbijiEEN PRODUCT VAN DE VELUVINE VERFFABRIEK - NUNSPEETriJnlandscWb^toloirirmTj. n.v.delft jTM?aprsingel 64 tel. 1846paorsingel 64VAN KALLEVEEN'SBOUWBEDRUFKEIZERSG^ACHT 226AMSTERDAM . TELEFOON 46623ALLE BOUW- EN BETONWERKENNEDERLAMD GAAT WEER BOUWEH!En de dag is hopelijk dichter bij dan menwel denkt!Zijn Uw plannen klaar ? Als ze tot uitvoering komen,wendt U dan voor Uw sanilair en installatie-materiaaltot ons. ELZED heeft materialenkennis en een grooteervaring.N. V. L. Z^LANDER'SELECTROTECHNISCHE EN TECHN. HANDELSVENNOOTSCHAPAMSTERDAM ROTTERDAM GRONINGENiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii^DORDRECHT - KUIPERSHAVEN 28-29-30 - TEL. 5520Glas in metaal kan in diverse uitvoeringen en voor diverse doeleindenook thans nog geleverd worden. Wij maken het U graag zo gemakkelijkmogelijk. U.kunt ons aliijd vrijblijvend om nadere inlichtingen vragen.TIMMER ENAANNEMERSBEDRIJFLvAN DERVLIETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghsiraat 126AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971fBOUWBEDRUFlSYMBOLEIV...Bedenk wanneer u ecn aannemer zoekt vooruwe na-cx)rlogsche bouwplannen: Bouwbc-drijf Lavaleije maakte die gereedschap ? water-pas en schietlood - tot symbolen....! Totsymb6lcn van trouw aan vakmanschap engoedcn stijl. Nog meer dan voorheen ligtni den oorlog uw belang in onze zinspreuk:EEV COEDE ARCHITECT... EN BOVWEN METLAVALEUElN.V. SCHOKINDUSTRIEZWIJNDRECHT -- POSTBUS 26CHOKBETON OPLANGERtAfb. 1 Afb. 2het eerstgenoemdegeval. De zgn. vuilelucht (afb. 4) zal inhet vertrek blijvenhangen, tenzij menspeciale voorzienin-gen treft, hetgeeneveneens meer kostenmet zich mede zalbrengen. In het doorafb. 2 voorgesteldegeval daarentegen zaldoor het aanbrengen van een eenvoudig klep- of draairaampjein den bovenkant van het raam, dat nu dicht bij het plafond isgelegen, op afdoende wijze in de ventilatie worden voorzien.Vanzelfsprekend zou men het raam door den dakvoet heenkunnen voeren, hetgeen evenwel eveneens hoogere uitvoerings-en onderhoudskosten zal geven. Tenslotte zal verhooging vanhet geheele bouwlichaam tot den door afb. 3 voorgesteldentoestand in nog hoogere mate de bouwkosten verhoogen.Uit het bovenstaande moge d'uidelijk blijken, dat de gangbareinterpretatie van ,,vertrekken onder een schuin dakvlak" totonaanvaardbare consequenties leidt.Volgens een andere opvatting zouden in de onderwerpelijkevoorschriften slechts zolderkamertjes van ondergeschikte be-teekenis zijn bedoeld. Ook dit is echter moeilijk aan te nemen.De Woningwet toch, op grond waarvan de bouwverordeningenin het leven zijn geroepen, beoogde waarborgen te geven, dataan iederen inwoner van het land een behoorlijke woning, incasu slaapplaats zou worden geboden. Indien dus de zolder-kamer, met inachtneming van de in de bouwverordening ge-stelde eischen, als slaapvertrek toelaatbaar wordt geacht, moe-ten deze zelfde eischen voor de slaapvertrekken der volks-woning in het algemeen als voldoende worden beschouwd,Indien men dus, zooals in het bedoelde geval, aan de gesteldeeischen voldoet, mag niet daarenboven een nog verder gaandeeisch, in casu een vrije hoogte van 2.40 m worden gesteld.De bovenbedoelde opvattingen bieden dus geen bruikbaarcriterium om uit te maken, of men al dan niet met ,,vertrekkenonder een schuin dakvlak" te maken heeft. Tot een zoodanigcriterium komt men echter wel, indien men aanneemt, dat deonderwerpelijke gedifferentieerde voorschriften zijn ingevoerdom het schuine dak in bescherming te nemen tegen het, aanhet einde der vorige en in het begin dezer eeuw, in zwang ge-komen platte dak. Deze veronderstelling lijkt mij gerechtvaar-digd in verband met hetgeen door Wentink over dit onder-werp wordt opgemerkt in zijn ,,De bouwverordening en hetwoningvraagstuk" i). Aan het eind van zijn beschouwingenover de hoogte der vertrekken komt Wentink tot de conclusie.dat voor zoldervertrekken, gelegen onder een schuin dak, vol-staan kan worden met te eischen, dat deze over het halveoppervlak een hoogte van ten minste 2.25 m hebben, terwijlhij voor vertrekken gelegen onder een plat dak, of voor zoovergelegen onder een plat dak, een grootere hoogte noodzakelijkacht.Ten tijde van de opkomst van het platte dak, waarbij door dentoenmaligen eigenbouwer, den voornaamsten leverancier vanden woningvoorraad, het zgn. hout-cementdak en daarmedegelijk te stellen constructies met vrijmoedigheid werden ge-introduceerd, waren geenerlei waarborgen aanwezig, dat dezeconstructies aan eenige thermische qualiteit zouden voldoen.Echter leverde de toepassing van het platte dak aanzienlijkebesparing in de bouwkosten op. Immers werd door het leggeneener balklaag op de opgehaalde borstwering een geheele kap-constructie uitgespaard. Bij de vrije hoogte van 2.20 m, bij eenkapconstructie zeker toelaatbaar, bleek evenwel spoedig, datdeze constructies een onvoldoende bescherming boden tegentemperatuurswisselingen. Om deze redenen nu werd de eischvan een vrije hoogte van 2.40 m gesteld, teneinde althanseenigszins den gevoelden hinder te bestrijden. De huidigeArtikelenjsmnMmsmmmAfb. 3 Afb. 4bouwtechniek kan evenwel de bedoelde thermische bezwaren,afgezien van de hoogere kosten, ongetwijfeld overwinnen.Zelfs voor slaapvertrekken onder een plat dak zou dan ookeen verdiepinghoogte van 2.20 m toelaatbaar gesteld kunnenworden, mits althans een zekere warmtedoorgangscoefficientk, die b.v. op maximaal 1.4 zou kunnen worden gesteld, ge-gewaarborgd werd. i)Een en ander voert mij tot de conclusie, dat voor slaapvertrek-ken in het algemeen een minimum toelaatbare vrije hoogte van2.20 m alleszins toelaatbaar is te achten. Echter wil mij omarchitectonische redenen een hoogte van 2.25 m meer ge-wenscht voorkomen.Daar voor een slaapvertrek binnen zekere grenzen, en metinachtneming van goede ventilatiemogelijkheden, naar hetgrootst mogelijke volume dient te worden gestreefd, zou wel-licht bij een vrije hoogte van 2.20 m het plafond tusschen debalken kunnen worden aangebracht. 2)In dezelfde, hierboven reeds aangehaalde artikelen van Leid-raad en Modelbouwverordening, alsmede in het NormaalbladN 894, wordt de minimum-hoogte van het hoofdwoonvertrekgesteld op 2.70 m. Ook hier kan m.i, met een geringere hoogtegenoegen worden genomen. Te dezen aanzien ben ik blijkensde toehchting op den Leidraad in goed gezelschap. Hier tochwordt er op gewezen, dat met name ten plattelande in velegevallen met 2.50 m zal kunnen worden volstaan.Indien licht en lucht in voldoende mate kunnen toetreden,hetgeen ten plattelande gemeenlijk wel het geval is, kunnenhiertegen dan ook geen bezwaren worden ingebracht.Ook enkele steden laten, en terecht, een geringere vrije hoogtedan de gestelde 2.70 m toe, mits het vertrek met de lange zijdelangs een gevel is gelegen, zoodat een goede lichtinval is ge-waarborgd.Evenals ten aanzien van de slaapkamers werd voorgesteld,dient voor het hoofdwoonvertrek in de eerste plaats een mini-mum volumemaat te worden gesteld. Bij een hoogte van 2.50 mis een vloeroppervlak van 16 m^ voor een plattelandsarbei-derswoning niet overdreven groot te achten. Deze afmetingenzouden dus een volume van 40 m^ opleveren, hetwelk als mi-nimum volume als alleszins voldoende mag worden beschouwd.Indien ook hier het plafond tusschen de balken zou wordenaangebradht, zou het volume wederom worden opgevoerd. Heteenigszins laag aandoende vertrek zal m.i. een prettigen, ruim-telijken indruk maken en een grooter vloeroppervlak sugge-reeren, dan bij de geeischte hoogte van 2.70 m en een vloer-oppervlak van 15 m2 het geval is.Door de bewoners, die voor het meerendeel gedurende dengeheelen dag buitenshuis verkeeren, zal een verblijf in een' dergelijke ruimte, zooals de ervaring leert, zeer worden ge-waardeerd.Bovendien wordt, blijkens mededeelingen van bewoners, eenlagere vertrekhoogte met het oog op het brandstofverbruikzeer op prijs gesteld. Immers een vertrek met lagere verdie-pinghoogte zal spoediger en met minder brandstof zijn te1) Utrecht. A. Oosthoek 1915, pag. 167--170.^) Uiteraard zullen de daartoe noodige voorzieningen eenige verhoogingder bouwkosten veroorzaken. Hierbij zij echter aangeteekend dat even-eens, hoewel dit tot nog toe nifet of zelden geschiedde, bij de slaapkameronder het schuine dak eenige thermische voorzieningen behooren te wor-den getroffen.^) Er zij echter opgemerkt dat het normale stucplafond te dezen een ge-makkelijke afwierkingswijze beteekent. IllArtikelen verwarmen dan een vertrek met hooger gelegen plafond. Methet oog op het intermitteerend gebruik van het vertrek moetdit een woontechnische eisch geacht worden, waaraan zekeraandacht dient te worden geschonken.Worden nu, als voorgesteld, de hoogteafmetingen van slaap-en woonvertrekken gereduceerd tot respectievelijk 2.50 m en2.25 m, dan zal dientengevolge het geheele bouwlichaam vande vrijstaande enkele of dubbele woning lager worden en zichbeter in het landschap voegen dan gewoonlijk met de, tenge-volge van de geeischte hoogten, te hoog geworden bouwselshet geval is. Veelal is de hoogte van het bouwlichaam in wan-verhouding tot de overige afmetingen.Eveneens is het, met het oog op de aandacht, die tegenwoordigaan een betere onderlingc geluidsisolatie der vertrekken wordtbesteed, aan te bevelen, de gestelde vrije hoogte van 2.70 mte herzien. Immers, de geluidsisolatie van boven elkaar gele-gen vertrekken vereischt doorgaans een grootere constructie-hoogte der balklagen dan bij de tot nu toe gangbare construe-ties het geval was. Indien dus niet door beperking der verdie-pinghoogte hieraan tegemoet zal kunnen worden gekomen,zal bij de uiteraard toch reeds duurdere constructie nog eenvermeerdering der bouwkosten tengevolge van het verhoogenvan het bouwlichaam komen, waardoor de beoogde voorzie-ningen wel niet meer te verwezenlijken zullen zijn, hetgeenbetreurd zou moeten worden.In het algemeen kan de stelling worden aanvaard, dat binnenzekere grenzen, waarbinnen de gemiddelde arbeiderswoningvan ongeveer 250 m^ is gelegen, de bouwkosten recht even-redig met het bouwvolume stijgen. Een geringere hoogte vande bouwmassa zou dus bij gelijkblijvend oppervlak in pecu-niair opzicht voordeel opleveren. Echter, indien door vermin-dering van de bouwhoogte bij constant blijvend bouwvolume,naast opheffing van de hierboven gesignaleerde inconsequen-ties t.a.v. de bouwvoorschriften, een grooter grondoppervlakzou kunnen worden verkregen, zou dit van veel grooter impor-tantie voor de volkshuisvesting geacht moeten worden. Immerseen bekrompen woonruimte heeft blijkens de ervaring eennadeeligen invloed op den zin voor orde, netheid en zindelijk-heid der bewoners. Voorts wordt er van medische zijde opgewezen, dat een geringe bewegingsvrijheid nadeelig werktop het zenuwstelsel der bewoners, waardoor op zijn beurt hetphysiek welzijn wederom nadeelig wordt bei'nvloed.Het gaat er dus om, de woning zoodanig te bouwen en in terichten, dat den bewoners zooveel bewegingsmogelijkheid alsmaar eenigszins doenlijk is, wordt geboden. Naar mijn mee-ning kan hiertoe in de eerste plaats verlaging der verdieping-hoogten, zij het dan ook in bescheiden mate, bijdragen.,,HSB"Een interessante Zweedsche Bouworganisatiedoor Nic. H. FaberMet de letters ,,HSB" wordt de lange naam afgekort vanHyresgasternas Sparkasse- & Byggnads[dreningarnes Riksfor-bund te Stockholm, in het Nederlandsch overgebracht: hetVerbond van Huurders-Spaarkassen en Bouwvereenigingen,m.a.w. een verbond van bouwcooperaties. i)HSB kon onlangs (Februari 1943) terugblikken op een20-jarige werkzaamheid en het zal ook voor het Nederlandschepubliek interessant zijn een indruk te verkrijgen van de vor-ming en de ontwikkeling van dezen thans grootsten Zweed-schen producent van woonhuizen.HSB werd uit particulier initiatief geboren ten einde den wo-ningnood en den daarmede optredenden huurwoeker te be-strijden. Reeds sinds 1917 zochten de huurders hun belangen112^) Schrijver ontleende de gegevens voor dit artikel aan publicaties van dedoor hem beschreven organisatie.te beschermen tegen de gevolgen van den steeds nijpenderwordenden woningnood. Zoowel in Stockholm als in Gothen-burg stichtten zij een vereeniging om paal en perk te stellenaan de willekeur der huiseigenaars en om te trachten denwoningbouw weer aan den gang te krijgen. In 1922 sloten dehuurdersvereenigingen van geheel Zweden zich tezamen toteen verbond, nog juist op tijd om de moeilijkheden te kunnenaanpakken, die ontstonden toen de huuropdrijvingswet in 1923plotseling werd opgeheven, met als gevolg massale opzeg-gingen, speciaal van de minder bemiddelden. Het verbond ver-leende hulp aan deze rechteloozen, maar vooral de teleurstel-ling van enkele mislukte pogingen om uit algemeen menschelijkoogpunt noodzakelijke maatregelen doorgevoerd te verkrijgen,spoorde er toe aan te trachten een eigen bouworganisatie totstand te brengen, teneinde op actieve wijze de behoefte aan,,gezonde, goede en goedkoope" woningen te kunnen dienen.Ook wenschte men duidelijk te doen uitkomen, dat men zichniet tevreden stelde met uitsluitend het critiseeren van mis-standen, maar dat men ook bereid was een werkzaam aandeelte nemen om in positieven zin de moeilijkheden te overwinnen.Als een voorlooper daarvan kan een in de twintiger jarenopgerichte bouwvereeniging worden beschouwd, welke metgeldelijke bijdragen der leden en een gemeentelijke subsidiein 1923 een flatgebouw stichtte. Toen dit flatgebouw voltooidwas en de leden hun flats hadden betrokken, werden dewerkzaamheden beeindigd, omdat het als besloten eenheidgestelde doel was bereikt.Het principieel nieuwe der HSB-cooperatie was dat de bouw-werkzaamheid blijvend kon worden voortgezet door een zgn.moederorganisatie, waardoor het voordeel verkregen werd, datindeeling en inrichting der woningen verbeterd konden wor-den, door de ervaringen bij ieder in gebruik genomen blokopgedaan. De nieuwe flatgebouwen werden na gereedkomingovergedragen aan zgn. dochtervereenigingen, gevormd doorhaar leden (aandeelhouders feitelijk) als eigenaars, resp. eenigrechthebbende bewoners der flats in deze nieuwgebouwdehuizen.Uit dit beginsel heeft zich de HSB ontwikkeld tot een organi-satie met een geadministreerd huizenbezit van 30.000 wonin-gen, met een eigen architectenbureau, eigen timmerfabriekenen eigen fabrieken voor houten standaardhuizen, alsmedevelerlei inrichtingen in het belang van de sociale welvaart derleden.HSB kan worden gekarakteriseerd als een breed opgezetteeconomische organisatie, wier taak het is eensdeels om de doel-matigste woningproductie te verkrijgen, andersdeels om als deconjunctuur gunstig is door aankoop van oude woningcom-plexen ook daarvan cooperatieve ondernemingen te maken,vrij van de speculatie der huizcnmarkt.Dat HSB binnen betrekkelijk korten tijd is kunnen uitgroeientot een zoo veelomvattende organisatie, bewijst dat het heeftkunnen voorzien in een nijpende behoefte. Bovendien heeftmen het geluk gehad in den architect Sven Wallander aan-stonds een uiterst bekwaam en energiek man als directeur tevinden, aan wiens initiatief talrijke verbeteringen in bouw eninrichting der woningen zijn te danken.De richtlijnen der HSB organisatie kunnen in het kort alsvolgt worden samengevat.De organisatie is uitsluitend sociaal gericht. Zij staat dus vooriedereen open. Politieke of maatschappelijke vooroordeelenzijn er niet. Het eenige doel van organisatie en werkzaamheidis door technische en hygienische maatregelen bij te dragentot verhooging van den woningstandaard en bevordering dervolksgezondheid, dus het algemeen belang te dienen en bij tedragen tot een doelmatige oplossing van het woningvraagstukder minder draagkrachtige bevolkingsgroepen.HSB tracht hiertoe de economische krachten van haar ledenbijeen te brengen.HSB tracht initiatief te nemen en voorlichting te geven ophet gebied van woninginrichting en woningindeeling. Ookheeft het zich tot taak gesteld het werk der huisvrouw te ver-HANDEL INBOUWMATERIALEN F. Filippo HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg H12 Telef. 14-264Bijkantoor; Tuinlaantje 6-1H Telef. 13532Teiefoon Huis 25820TEGELSAANNEMINGSBEDRIJ Fl^,KLUUT?|VERBEEKUITVOERING VANWERKEN VOOR DENWEDEROPBOUWRAML^HWEG19TELEF. 43912ROTTERDAMMASONITEis een der beste zoo niet de beste van deZWEEDSCHE HOUTVEZELPLATENMonsters en inlichtingen verstrekt gaarneTRIMAN.V. ZAANDAMiAK- EN VERFINDUSTRIEr/h P. WERRE & COFlllaal ROTTERDAM2a Middellandstraat 1 3 bTalat. 36024's-GRAVENHAGEVEENKADE 49 TEL. 331875AannemingsbedrijfLGebr. V. d.UITGAARDENVirulyplein 15 Tel. 39242RotterdamVoor uitvoering van alleBOUW- enBETONWERKENFIRMA VERHAAR & VAN 7 VEER"bELFT Oosteinde 139-Tel. 1550Kantoot en OpslagplaatsEzelveldlaan - Tel. 2015ouwmaterialenhandelbBRANDVRIJE VLOEREN EN DAKEN?SYSTEEM VAN DER LAND?>I Nederlandsch octrool No. 52982 I . . , ^I voor woningbouw, kanloren,scholen, (abrielcsbouw enz.GemeenteleverancierGering materiaalverbruikGroote solidijeitROZENBURGLAAN 84 - ROTTERDAM - TELEF. 22005n.v. BrandstoiHen-en BouwmalerialenhandelVAN DE VEN&CO]YoorheenEINDHOVENTeiefoon no. 2721 (2 tl|jnen) en no. 3573ALLE BOUWMATERIALENZuiVERHEIDS RiSICO VERZEKERINGWONINGINSPECTIEDIENST - ZUIVERWERKENLorentzkade 18 -- LEiDEN -- Teiefoon 21078Wij nemen het risico van onzuivere woningengeheel van U overewapende Q . r i.-Detonschuttingenin verschillende hoogten en zwaarten steedsvcorradig bij deTel 7432 piRMA GEBR. V. d. MEYDENI ILBURG BETON- EN BIMSWARENFABRIEKOUEVRIJE BLANKERAAMKITNIET TE ONDERSCHEIDEN VAN DEGEWONE LIJNOLIE STOPVERFVOLKOMEN WATERYAST!VRAAGT MONSTERREUEFVERFPLASTIKAIN POEDERVORMMET WATER AAN TE MENGENLEVERBAAR ZONDER TOEWIJZING, DUURZAAM I WATERVAST ! ?VRAAGT INCICHTINGEN EN PROSPECTUSVAN DEN DOEL & FRAY * DEN HAAGHOLLAND TRIPLEX IMPORTROTTERDAM - Schiedamscheslngel 50 - Tel. 28303VERVENENROTTERDAM LAKKENVOOR DE(I VUUK UbWEDEROPBOllWlllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllilllllllllllll^CUle .^DUINKER 5 VERRUUT N.V.BEIQNFABRIEK ALPHEN A.D.RUNn Lek DAK of een lekke GOOT?Neem danTencofix, het ideale dichtingsmiddelN.V. TEERPRODUCTEri INDUSTRIE TOUWEN.& Co.Vierwindenstraat 17 - Amsterdam - Tel. 46275-45393C. DE RADEROTTERDAMTELEFOON 72261AANNEMERWEGENBOUWuw bezitveilig,,!Laat storm noch regen Uwhuis kunnen deren! Kuij-pers zorgt daarvoor... nu,evengoed als vroeger. Belons eens voor prijsopgave.I^IIMDCD^ SCHILDERSPLASTIC ? RECLAME ? LICHTRECLAMES^WMAHPTSTRAAT 65*-|,?fiQTTilipAK5N. ^JEtEJ-OON 4265*ArtikelenStockholm-Kungsklippan. Dit blok bestaat uit twaalf flatgebouwen met in totaal 1000 woningen HSB's architectenbureau. Foto Andreas Feiningergemakkelijken, o.a. door practische keukeninrichtingen in tevoeren, moderne lokalen voor de wasch (voorzien van wasch-machines, etc., welke op overeengekomen tijden ter beschikkingder flatbewoners staan), bad- of althans douchekamers ook inde kleinste woningen aan te brengen, enz. In het algemeendus het nemen vap al dusdanige maatregelen, welke behalvehet dagelijksch werk te vergemakkehjken, ook de bewoningveraangenamen.Op het gebied van sociale welvaart tracht HSB haar ledenop velerlei wijze behulpzaam te zijn en te beschermen. Zoozijn in sommige plaatsen gemeenschappehjke speellokalen in-gericht, waar de kinderen der leden verzorging ontvangen enonder toezicht werkzaam kunnen zijn. Soms ook wordt hulpbij het maken van huiswerk gegeven. Bij Stockholm en Go-thenburg zijn zeebaden ingericht. De afdeehng Stockholmheeft een eigen jeugdorganisatie. HSB heeft een cooperatievemeubelzaak opgericht, teneinde in een goede, practische ensmaakvolle meubileering der kleine woning te kunnen voor-zien.En, zal men vragen, hoe wordt dit alles nu gefinancierd? Decooperatieve gedachte maakt ook hier de stelling waar, datvele kleintjes een groote maken. De HSB-organisatie verzameltde spaargelden van de belanghebbenden, sluit te hunnen be-hoeve geldleeningen en benut deze middelen voor de productievan moderne woningen voor henzelf en andere bij HSB aan-geslotenen. De spaarders ontvangen over het door hen be-taalde geld een rente, die 1 a 2 % hooger is dan handels- enspaarbanken gewoonlijk vergoeden, sedert 1935 onveranderd3/^ %? De leden kunnen op tweeerlei wijze sparen: in despaarkas en met pandbrieven.De spaarmiddelen worden gebruikt voor een ononderbrokenvoortduren der bouwwerkzaamheid van HSB, als leeningengedurende den aanbouw van nieuwe huizenblokken; en wan-neer deze gereed zijn en de benoodigde hypotheken zijn opge-nomen, worden de spaargelden vrij gemaakt om weer opnieuwte worden geinvesteerd in nieuwen aanbouw. Als zekerheidvoor deze spaargelden staan hypotheken op de in aanbouwzijnde huizen, alsmede de borgstelling der moedervereeniging.De tweede vorm van sparen in de HSB-organisatie bestaat inhet nemen van pandbrieven ter grootte van 50, 100, 500 en1000 Kronen, die niet opzegbaar zijn gedurende 10 jaar enmet 4}/^ % rente loopen. Ze worden door jaarlijksche uitlotingin 10 jaar afgelost. De met de pandbrieven opgenomen spaar-gelden worden op hypotheek uitgezet in HSB-huizen.Juridisch en economisch vormen de moeder- en dochterveree-nigingen altijd afzonderlijke eenheden, zoodat de eventuahteitdat een ervan haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen,voor de overige partijen geen catastrophale consequenties metzich medebrengt. Voor de leden dus een zeer geruststellendevorm.Volgens de statuten van een HSB-moedervereeniging kaniedere ter plaatse of in de omgeving gevestigde persoon oforganisatie als hd toetreden. De aanvrage tot lidmaatschapwordt door het bestuur onderzocht en beslist. Vereischte voorhet lidmaatschap is deelneming in de Vereeniging met min-stens een aandeel, alsmede hdmaatschap in een huurdersver-eeniging (dochtervereeniging). leder aandeel is 50 ZweedscheKronen groot en ieder lid mag voor een onbepaald aantal aan-deelen teekenen, resp. gedurende het bestaan der vereenigingdit aandeelenbezit uitbreiden. Bij opname in de vereenigingbetaalt ieder lid 5 Kronen entreegeld. De betaalde aandeelenworden geregistreerd in het lidmaatschaps- en spaarbank-boekje van den betreffende en de rentebetaling gaat in op deeerste kalendermaand na storting. Bij uittreding uit de ver-eeniging worden de aandeelen terugbetaald volgens bij de wetvastgestelde normen.Naar gelang de activa der vereeniging en de voor het doel teleenen middelen dit toelaten, wordt door haar tot den bouwvan een flatgebouw besloten, nadat teekeningen en begrootingdaartoe zijn goedgekeurd, alsmede de goedkeuring van hetHSB-verbond is verkregen. De door het HSB-verbond tijdensden bouw uit te oefenen administratieve controle wordt vol-gens tarief gehonoreerd. Het hiervoor verschuldigde wordt bijde bouwkosten gerekend. 113ArtikelenStockholm-Kungsklippan HSB's architectenbureauFoto Andreas Feininger114De hypotheken, die met 50 a 75 % der waarde op de gebou-wen van aangesloten dochtervereenigingen zijn ondergebracht,moeten, wanneer ze van den oorspronkelijken hypotheekgeverzijn vrijgemaakt, aan het HSB-verbond worden overgedragenom als zekerheid te dienen voor middelen, die door het ver-bond worden uitgeleend om beleening mogelijk te maken vanvereenigingsflats, wanneer die door hun eigenaars wordenverkocht.Jaarlijks moet na amortisatie en afschrijvingen minstens 10 %van het saldo in een reservefonds worden gestort.De verhouding van moedermaatschappij tot dochtermaat-schappij wordt contractueel vastgelegd, waarbij de eerste alsbouwheer voor het te bouwen object optreedt. De dochterver-eeniging betaalt het voor haar rekening opgerichte flatgebouwbehalve in contanten door overname van de betalingsverplich-tingen voor op te nemen leeningen tegen hypothecaire zeker-heid in het gebouw na gereedkoming. De moedervereenigingharerzijds dient de dochtermaatschappij een volledig beta-lingsschema voor te leggen ter betaling van het gebouw,waarbij de er op drukkende leeningen met hun voorwaardenvermeld dienen te zijn. Het totaal van leeningen en contantemiddelen dient hetzelfde bedrag te vormen als de eigen kostenvan het gebouw.Indien de vereischte leeningen niet voldoende kunnen wordenverkregen, wordt volgens overeenkomst tusschen het HSB-verbond en de moedervereeniging vanwege het verbond voor-zien in de absoluut noodzakelijke aanvullende leeningen, waar-tegenover het verbond het recht verkrijgt om bij het plaatsender leeningen eventueel overschietend kapitaal van de doch-tervereeniging op te nemen tegen afgifte van ^Yl % pand-brieven als bovenvermeld.Het eigendomsrecht op het gebouw gaat eerst op de dochter-vereeniging over na door de moedervereeniging te zijn opge-leverd en nadat het geheel is betaald volgens bovengenoemdbetahngsschema.De kosten voor tuinaanleg komen voor rekening van de moe-dervereeniging en zijn in de bouwkosten begrepen. In debouwkosten berekent de moedervereeniging al haar admini-stratieve kosten, die 2]/i % bedragen van de berekende totalewaarde (van terrein plus bouwkosten). Het niet direct be-noodigde deel van dat bedrag mag door de dochtervereenigingworden voldaan in pandbrieven van het HSB-verbond.Ter behartiging van de voor de moedervereeniging benoo-digde kapitaalvorming is de dochtervereeniging verplicht ge-durende twintig jaar jaarlijks % % van de berekende totalewaarde van het gebouw te betalen. Dit kapitaal blijft eigen-dom der moedervereeniging. De dochtervereeniging verbindtzich hierdoor toe te treden tot het door de moedervereeniginggevormde terugkoopfonds en daaraan jaarlijks bij te dragenvolgens de statuten.Als zekerheid voor het nakomen der contractsbepahngentegenover de moedervereeniging wordt haar door de dochter-vereeniging hypotheek verstrekt tot een vastgesteld bedrag,dat in het betalingsschema wordt oggenomen.De moedervereeniging heeft het recht tegen zelfkosten doorhaar boekhouder de financien van de dochtervereeniging tedoen beheeren volgens door haar te verstrekken aanwijzingen.In de moedervereeniging hebben de leden dus steun en hulptijdens den bouw en voor de toekomst behooren ze tot dezeorganisatie.In de dochtervereenigingen hebben ze hun tehuis, dat ze be-zitten met alle eigenaarsrechten volgens de nieuwe Zweedschewet aangaande woningrechtvereenigingen, welke wet opinitiatief van HSB tot stand is gekomen. De bewoners behee-ren dus zelf hun huizen en op hun zin voor orde en betrouw-baarheid is de gezonde economic van het huis gevestigd.Het bouwprogramma voor stadshuizen in Stockholm omvatdrie categorieen: A, B en C.De A-categorie bestaat uit flatgebouwen met moderne flatster grootte van een kamer met kookhoek tot aan vijf kamers enkeuken. De meest gevraagde en dus meest gebouwde flatszijn die van twee en drie kamers en kookhoek, waarbij dezelaatste hetzij direct of indirect buitenlicht ontvangt. De leden-bijdrage (investeering) bedraagt hierbij 10 % der totale waar-de van de flat.De B-categorie bestaat uit goedkoopere huizen, die in eenvou-diger stadsgedeelten worden gebouwd met flats, varieerendvan een kamer en kookhoek tot drie kamers en kookhoek. Debijdrage (investeering) der leden bedraagt hier 5% der totaleEnkele van HSB's gebruikelijke woontypesRuimte en kasten, zie de tabel met voorbeeldenKAMER KAMER'VTKAMER KAMERrEwaarde van de flat. De inrichting is iets eenvoudiger dan bijde A-categorie en de jaarlijksche kosten zijn lager.De C-categorie tenslotte bestaat uit dergelijke huizenblokken,die door particuliere ondernemers zijn geboywd op hetzelfdesoort bouwterrein als de B-categorie. Voor deze huizen wordtvervolgens het beheer door HSB overgenomen met speciaaldaartoe gevormde stichtingen. De flats in deze gebouwen zijnvrij van bijdrage en de huurders worden door de gemeenteuitgekozen.In Stockholm heeft HSB bovendien in overleg met de gemeen-te een aantal flatgebouwen opgericht voor kinderrijke gezin-nen.In de hierna opgenomen tabel zijn enkele voorbeelden opge-nomen der kosten van HSB-flats in Midden-Zweden volgenshiervoren staanden plattegrond.Er is een klein percentage onder de HSB-leden, dat zijn bijaankoop der woning aangegane verplichtingen niet kan nako-men. Werkloosheid, ziekte en dood brengen soms ook diege-nen in nood, die zijn begonnen met de beste vooruitzichtenom de verplichtingen voor de gekochte woning te kunnenArfikelcnVoorbeelden der kosten van HSB~flats in Midden-ZwedenFlat nr. ] 2 3Grootte 3 kamers, keuken, 1 kamer, keuken, 2 kamers, keuken.portaal, Dadkamer portaal, badkamer portaal, badkamerNetto oppervlak 66 m2 34 m2 44,5 m2Jaarlijksche bijdragen:vaste bijdrage . . . . ' 1.230.-- 695.- 845.-fondsen 64.- 36.- 44.--warmte, warm water 205.-- 105.- 138.--Totaal Zweedsche Kronen 1.499.- 836.- 1.027.-Investeering 2.140.-- 1.210.- 1.470.--Aandeelwaarde:Bouwkosten . . . . : ; ; . . . . ' . 19.854.- 11.219.- 13.640.-Terreinprijs . . . .- > . h532.- 866.- 1.053.--21.386.- 12.085.- 14.693.-Specificatie der vaste bijdrage:Amortisatie 849.- 480.- ^ 584.--112.- 63.- 77.--salaris ,,huisbaas" 13.-- 7.-- 9.-boekhoudingshonorarium 13.-- 7.-- 9.-water 43.-- 24.-- 30.--straat- en binnenplaatsreiniging 6.- 3.- 4.--19.- 11.-- 13.-- ,uitwendige reparaties 40.-- 22.-- 27.-verzekering 16.-- 9.-- 11.--bijdrage terugkoopfonds 6.-- 3.-- 4.--schoorsteenveger 7.-- 4.-- 5.--diverse uitgaven 79.- 47.-- 54.--354.-27.-''no 043Kapitaalsbijdrage moedervereeniging ..... 15.- 18.-Vaste bijdrage 1.230.-- 695.-- 845.-Verdeeling der fondsen:Inwendig reparatiefonds . . 53.-- 30.-- 37.^Reservefonds 11.-- 6.-- 7.--64.- ^fi 44Specificatie der verwarmingskosten: i)Cokes a Kr. 2.20/hl 138.- 71.-- 93.-Electrische stroom voor pompen 13.-- 7.- 9.-Salaris concierge en stoker 54.-- 27.- 36.--205.- lO'i n8\Jaarlijksche bijdrage als boven . . ..... 1.499.- 836.- 1.027.-Idem per m- netto oppervlak 22.71 24.59 23.08Gebaseerd op den brandstofprijs voor den oorlog 1939 en volledige brandstoftoewijzing. 115ArtikelenVJ 11 pj116HSB's ,,eigen huisje", type nr. 8nakomen. Ten behoeve van deze leden heeft HSB de zgn.terugkoopfondsen gesticht, met de bedoeling om te trachtendoor terugkoop, woningruil, leeningen en andere maatregelen,die woningbezitters te helpen, die door verschillende oorzakenin economischen nood zijn geraakt, alsmede om behulpzaam tezijn bij aan- en verkoop en ruiling van woningen in bestaandeHSB-huizen. In Stockholm bestaat het terugkoopfonds sinds1935 en het jaar daarop werden dergelijke fondsen in nietminder dan 13 andere steden gesticht.De risico's en winsten van den speculatiebouw, die uiteindelijkin de huren dienen te worden verrekend, komen in den HSB-bouw direct ten goede aan de huurders-eigenaars, die dien-tengevolge goedkooper komen te wonen, terwijl het eigenbe-lang waakt voor een solide, moderne, gezonde en practischebouwwijze.Bouw van ,,eigen huisjes"In het voorafgaande is reeds vermeld, dat HSB eigen timmer-fabrieken exploiteert. Daaraan is verbonden een afdeelingvoor kleine houten huizen in gestandaardiseerde eenheden,gereed voor montage, welke industrie in 'Zweden vooral ge-durende het laatste decennium een groote vlucht heeft geno-men.Dergehjke huizen worden in een bepaald aantal types com-plect geleverd volgens afbeelding en beschrijving. Een vandeze ,,eigen huisjes" is hier afgebeeld. HSB verleent haar me-dewerking ter verkrijging van geschikte bouwterreinen, voorde financiering met bouwvoorschotten, hypotheken, etc. Eenen ander in denzelfden geest als voor de flatgebouwen be-schreven.Voor de eigenaars dezer ,,eigen huisjes" geldt het verplichtelidmaatschap der plaatselijke HSB en de daaronder ressor-teerende ,,eigen huisjes"-vereeniging (zooals dat bij de flat-bewoners evenzoo het geval was met de betreffende moeder-en dochtervereenigingen).In vele gevallen heeft het HSB-verbond met gemeentebesturencontracten aangegaan ter overname van alle werkzaamheden,die verbonden zijn aan de organisatie en het beheer der,,eigen huis"-actie. Dit gebeurt dan natuurlijk onder toezichtder betreffende gemeentelijke autoriteiten, zooals dit ooksteeds het geval is wanneer staats- of gemeentelijke subsidiesworden verleend.Na de noodige voorbereiding wordt de exploitatie in kaart ge-bracht van een terrein, dat voor den bouw van kleinere villa'sgeschikt is, en een kostenberekening uitgewerkt, die tengrondslag ligt aan een gedetailleerde begrooting voor elkvillatype. Deze begrooting is geen vaste aanbieding, daar debouw niet door het HSB-verbond als zoodanig plaats vindt,doch wel een betrouwbare leidraad.De kosten worden in groepen onderverdeeld: terrein, materiaalaan hout (te leveren door HSB's eigen fabrieken), overigmateriaal, installaties (verwarming, sanitair, electriciteit, lood-gieterswerk, mastiekvloeren, beglazing), diverse kosten(bouwvergunning, opmeting, hypotheekprovisies, rente gedu-rende den tijd van aanbouw), grondwerken en afwerkings-kosten (graafwerk, betongieten, metselwerk, schilderwerk endergelijke).Van deze laatste groep wordt dikwijls een groot gedeelte vanhet betreffende werk door den eigenaar zelf verricht. In debegrooting van HSB wordt het echter medegerekend, daar dewaarde van het huis er niet door vermindert, dus evenmin detaxatiewaarde voor te verstrekken hypotheken.ledere bouwer van een eigen huisje is zijn eigen bouwheer,doch door HSB wordt een ,,verantwoordelijk bouwkundige"aangesteld, zooals door de autoriteiten wordt vereischt. Ge-woonlijk is dit een instructeur van HSB.Aan de hand van HSB's voorloopige begrooting der jaarlijk-sche kosten kan iedere bouwer de totale jaarlijksche uitgavenuitrekenen en dit wordt dan de ,,huur", waarmede hij reke-ning meet houden. In deze huur is amortisatie begrepen. Bijvergelijking met de huur, die voldaan moet worden voor eenhuurhuis blijkt zonder uitzondering hoe voordeelig het ookuit economisch oogpunt is om op deze wijze zijn eigen huis tebouwen.De bouwprijzen dezer ,,eigen huisjes" varieeren uiteraard naarde omstandigheden. Voorbeelden van prijzen zijn daarom hierniet opgenomen.Instructieve plantsoenendoor Dr. Jac. P. ThijsseHet is nu achttien jaar geleden, dat Thijsse's Hof gestichtwerd op een open plek naast het Bloemendaalsche Bosch: tweehectaren, gedeeltelijk begroeid met verwaarloosd eikenhakhouten voor de rest verlaten aardappelveld. Onder de dunne teelt-laag kwam men gelukkig gauw op het duinzand. Thans is datplekje geworden tot een plantsoen, dat een zekere vermaard-heid geniet. Misschien verwachten sommigen, die het alleen bijgeruchte kennen, er wel te veel van, maar dat kan ik niet hel-pen. De overwegingen, die geleid hebben tot de stichting vandit geval zijn vele: een asyl te scheppen voor de bedreigdehoofdfiguren uit de planten- en dierenwereld der duinen, eengemakkelijk te bereiken uitbeelding te geven van het leven inhet duin in den loop van het jaar; een gelegenheid te ver-schaffen aan de scholen, om te ontkomen aan het doodendverbalisme van het verouderd onderwijs in de plant- en dier-kunde; in het drukke leven een uurtje rustig natuurgenot tekunnen smaken in een fraaie en rijke omgeving, met vogel-zang en bloemenpracht en insectenbezigheid al naar den tijdvan het jaar en zelfs gelegenheid te vinden voor systematischeen ernstige bestudeering van sommige biologische verschijn-selen.Wanneer wij bedenken, dat in onze duinen meer dan drie-kwart van de in Nederland in het wild levende planten endieren voorkomen, dan mag zoo'n plantsoen zich wel ontwik-kelen tot een ware schatkamer.De hoofdzaak is, dat het een plantsoen moet blijven met eenduidelijk sprekend landschappelijk karakter en nu komt hetwonderwel te pas, dat het waarlijk goede duinlandschap nietanders is dan het prachtigste park, dat men zich kan denken:een open boschgroei met duinplas en welig begroeide oever.Het bosch vertoont alle overgangen van zuiver duindoornstru-weel tot rijk eiken-berkenbosch of zelfs eiken-haagbeukbosch.Leonard Springer heeft dat geval met het schrale eikenhakhouten het verlaten aardappelveld bekeken en met geniale greepde hoofdlijnen getrokken, waarlangs wij nu onverdroten voort-werken. Als hoofdfiguur koos hij den duinplas, onzen mooienvijver, die voor de ,,openheid" zorgt, tegelijk met eenige openvelden voor de duingrassen en andere lage duinplanten. Daar-omheen parkgewijs heestergroepen en boschpartijen. De be-grenzing ook wordt gevormd door een dichte boschstrook,vrijwel ondoordringbaar. Doch daaromheen ook nog een flinkijzeren hek met prikkeldraad.Willen wij met zoo'n instructief plantsoen iets goeds bereiken,dan moet het veilig zijn en ongestoord, toegankelijk alleen opbepaalde uren van den dag en streng langs gebaande paden.Daarom zijn die paden zoo getrokken en op sommige plaatsenook verbreed, dat de bezoekers de planten toch allemaal vannabij kunnen bekijken.Laat ik nog even herhalen, dat de Hof slechts twee hectarengroot is. Er bestaat dus geen gelegenheid voor massa-betoo-gingen. De hoofdzaak moet zijn, dat ieder voor zich er werktof geniet. Dit sluit niet uit, dat schoolklassen onder bekwameleiding er wel ontzaglijk veel kunnen profiteeren. De ervaringheeft geleerd, dat dit nog heel goed kan met vijftien, zelfstwintig leerlingen per leider. Zijn er meer leerlingen, dan moe-ten er ook meer leiders zijn. Scholen, die er geregeld komen,kunnen het ook stellen met een leider voor veertig leerlingen,want die kunnen het bezoek grondig hebben voorbereid. Jon-gelui boven de 14 jaar hebben vanzelf al vrijen toegang, dusklassen van H.B.S. en Gymnasium kunnen er naar het inzichtvan hun leeraren onbelemmerd werken, mits zich houdend aande algemeene regels voor het bezoek aan den Hof. Soms komter eens een aanvraag van een ,,reisvereeniging", die den Hofwillen behandelen als een ,,bezienswaardigheid" en dan ,,ko-men met zestig leden, waarschijnlijk meer". Wel dan zit ikeventjes verlegen en schrijf den leider, dat hij zijn gezelschapmoet verdeelen in zes partijen ieder met een sub-leider en ofhij dan met die sub-leiders een paar dagen eerder wil komen,om te overleggen, hoe wij het zullen inpikken, om elkaar niette hinderen. Soms pakt dat nog goed uit.Over de techniek van het bezoek zou nog veel te zeggen zijn.Doch laat ons nog even stilstaan bij wat er te zien en tehooren is.Voor zoo'n instructief plantsoen komt eikenhakhout uitmun-tend te pas, niet alleen in onze duinstreek, maar vrijwel doorheel Nederland. We kappen het trouw om de acht jaar of zooen laten enkele mooie telgen staan, die moeten opgroeien totboomen, ter vervanging van de boomen die er reeds zijn, maardie we niet ouder laten worden dan dertig of veertig jaar, eenheel enkele uitgezonderd. Het instructief plantsoen moet jongblijven, de sombere statigheid van het eeuwenoud bosch laatgeen bloemen en vogels in rijke verscheidenheid toe en daaris het ons om te doen. Daarom hopen we ook dat in dit hak-hout ,,vanzelf" Meidoorn, Kardinaalsmuts, Geldersche roos,Hondsroos, Eglantier, Liguster, Lijsterbes etc. etc. opslaan endat bramen en brandnetels ook niet ontbreken. En we makennog wat open plaatsen en randen, waar het heele jaar doorovervloedig de boschbloemen te zien zijn: sneeuwklokjes, lente-klokjes, anemonen, sleutelbloemen, helmbloem, aaronskelk,gouwe, lookraket, kortom de heele parade, het heele jaar door.De grond is dan ook begroeid, het heele jaar door; geen enkeleboom of struik staat met bloote beenen, zooals we dat zoodikwijls zien in park of tuin.Vanzelf komen nu ook de vogels opdagen, in den winter aan-gemoedigd door ,,wintervoer", in het voorjaar begunstigddoor nestkastjes, die wel noodig zijn, omdat we geen oudeboomen toelaten. De vogels die op den grond of in de struikenbroeden, vinden gelegenheid genoeg, ook al omdat we eenignaaldhout hebben aangeplant. Zoo khnkt er dan vogelzanghet heele jaar door. Nachtegaal, vink, zanglijster, merel, rood-borstje, winterkoning, heggemusch, fitis, grasmusch, braam-sluiper, tuinfluiter, zwartkopje, roodstaartje, koolmees, pimpel-mees, glanskop, vliegenvanger broeden er in volkomen veihg-heid, doordat niemand buiten de paden gaat en de hof van's avonds half negen (eerder zelfs) tot 's morgens negen uuris gesloten. Zoo ietswordt in gewone parkenniet bereikt. En zoo ishet dus mogelijk, dat hee-le schoolklassen kunnenluisteren naar den nachte-gaal, die volmaakt zicht-baar zit te zingen in zoo'nvijfentwintig jarig eikje ofnaar de fitis in de bloeien-de berken, de roodborstin den sleedoorn.In najaar, winter en voor-jaar komen de trekvogels,aangelokt door het over-vloedig voedsel, gebodendoor de boomen en strui--ken en door de kruidenvol rijpe vruchten. Danworden de afgestorvenStengels van toorts enteunisbloem, van hoorn-papaver en hennepnetellevend door de scharenvan sijsjes en vinken ende groene specht delftden heelen tijd naar demieren in het grasveld.Naast het bosch hebbenwe als andere hoofdfigu-ren de duinroosjeshellingen den vijver. Die duin-roosjes zijn weer verge-zeld door al de planten,die er bij behooren:scheentjes, wondklaver,stalkruid, viooltjes, thijm,etc. De heele helling, ophet zuiden, trekt tal vaninsecten en de hagedissenleiden er een goed leven.De vijver met zijn water-planten en oeverplantenis het heele jaar door eenlust voor de oogen enprobeert de herinneringte wekken aan Mui ofZwanewater. Een deelvan den oever prijkt metde hooge volgelingen vanhet riet: het riet zelf,de lischdodden, liesgras,lisschen, wilgenroosje,wederik, moerasspiraea,moerasandoorn, moeras-lathyrus, allemaal mans-hooge planten. gemakke-lijk in bizonderheden tebezien. Een ander stukis behandeld als vochtiggrasland en daar groeiende handekenskruiden ennog een ander stuk wordtvrijgehouden voor Par-nassia en Pyrola, de Moe-ras-wespenorchis, Hermi-nium, Teer Guichelheilen wat daarbij behoort.Door den heelen tuinheen zijn discrete naam-latjes aangebracht. Voor-deehg is het al weer, datArtikelenOevervegetatie aan den vijverHet laatste ijs na den strengen winterOvervloedige groei van witte toortsenWitte toorts117ArtlkelenEen groep abeelenLenteklokje in MaartZeepkruid. AugustusavondDe lischdodden langs den vijver118langs die oevers spontaanelzen, berken, wilgen op-slaan en we moeten alweer kappen om een vrijdoorzicht te behouden.Nog even vermeld ik eenaanplant van naaldhout:grove den, zwarte den,silka-spar en daarbij eenfraai stuk met adelaars-varens en bezembrem.Ik moet hier wel eventjeswat uitvoerig zijn om eendenkbeeld te geven vanwat er allemaal op zoo'ntwee hectaren te belevenvalt en dan heb ik nog dehelft overgeslagen. En hetaardige is, dat bij al dezenr rijkdom toch in het geheelgeen indruk gewekt wordtvan verbijsterende over-lading als in een planten-tuin. Dat komt doordatwij hier zorgen voor hetverkrijgen en handhavenvan natuurlijke planten-gezelschappen. Maar wehebben er wel veel moeitemee, om er\loor te zorgendat niet de een of andereplantensoort onbetamelijkveel ruimte voor zich al-leen gaat vergen. Wijhebben dan ook veel meerte wieden dan te plantenof te zaaien.De ervaring heeft geleerd,dat een flinke, vlijtige,intelligente en toegewijdetuinman de zaak kan bij-houden, enkele dagen vanhet jaar bijgestaan dooreen extra-hulp.Ik geloof, dat dergelijkeinstructieve plantsoenengroote beteekenis kunnenhebben, niet alleen voorhet onderwijs, maar voorde levensvreugd van elk-een. Maar ze moetengoed doelbewust wordengeplaatst, aangelegd enonderhouden. Van Ijelangis het, dat ze goed gele-gen zijn ten opzichte vanscholen, dus te bereikenbinnen het kwartier.Wanneer de leerlingen erwat aan zullen hebbendan moeten ze van Fe-bruari tot November min-stens eens in de maand,,hun" plantsoen zien.Daarmee wil ik evenwelDecember en Januari nogniet uitschakelen, al naaromstandigheden.Wanneer we een nieuwestad of stadsdeel. ont-werpen, dan moeten wedus op elke drie kilometerzoo'n plantsoen plaatsen, wat heelemaal niet overdreven is.Voor plaatsen zooals Rotterdam, den Haag, Amsterdam zou-den tien of twaalf van dergelijke plantsoenen noodig zijn. Na-tuurlijk kunnen ze gemaakt worden in aansluiting aan be-staande of nieuw aan te leggen parken, maar dan zeer zekeronder reserve van strenge afsluiting en goede inrichting. Dedirecteur van parken en plantsoenen zal zich even moetenbezinnen, maar ik wed, dat hij er groote aardigheid aan bele-ven zal, vooral wanneer hij zich de medewerking verzekertvan een goed echt bioloog, gediplomeerd of niet.Ofschoon de eiken eigenlijk overal geoorloofd kunnen zijnvoor hoofdbeplanting, komen daarnaast voor het polderlandook elzen, esschen, wilgen en pop.ulieren in aanmerking. Altijdis het wenschelijk, dat deze soort van plantsoenen in openverbinding staan met de vrije natuur. Trouwens dit geldt evengoed voor al de gewone stadsparken. Jammer, dat op zooveelplaatsen het hartje van de stad het contact met buiten geheelen al heeft verloren.Hebben deze instructieve plantsoenen een groote en ernstigewaarde voor de groote steden, van niet minder belang zijn zevoor kleinere plaatsen en voor dorpen. Ook daar moeten wijze inrichten op de eigen omgeving, doch tegelijk de bezettingwat intensiveeren, ook alweer naar plaatselijke omstandig-heden.Een heel bizonder geval hebben wij met de groote ontginnin-gen en met de Zuiderzeepolders. Elk nieuw dorp moet zijnpark hebben en dat liefst al dadelijk op het beginsel van deplantengemeenschappen, de natuurlijke begroeiing. Dat parkkrijgt in zijn beschutting de sportterreinen met den zwemvijver,groot genoeg voor schaatsenbaan. Er komen volgens Neder-landsche toestanden al spoedig minstens drie scholen en diegeven we voor gemeenschappelijken schooltuin een instructiefplantsoen, nu eens allereerst voor de kinderen, maar ook opde bepaalde uren toegankelijk voor iedereen. De ervaringenmet houtaanplant opgedaan in de Wieringermeer wettigen deverwachting, dat binnen tien jaar zoo'n Ontginningsdorp ofZuiderzeedorp al een heel behoorlijke woonplaats kan wor-den.Deze instructieve plantsoenen kunnen leven, wanneer zij deactieve belangsteUing genieten, niet alleen van de Overheid,maar ook van de onderwijzers en de natuurwetenschappelijkeorganisaties en eveneens van de locale en algemeene pers, zoo-dra die weer meer papier ter beschikking krijgt.De bij dit artikel behoorende afbeeldingen zijn door den schrijver ter be-schikking gesteld.Het honorarium voor uitbreidingsplannen voormeerdere getneentenAan de ,,Honorariumcommissie voor StedebouwkundigWerk" werd onlangs een uitspraak gevraagd in een geval;van het advies van 15 Juli 1943 volgt hieronder een uittreksel.,,Door ingenieur X en architect Y is aan de Honorarium-commissie advies gevraagd over het volgende geval. Eengroep gemeenten heeft aan beide bureaux prijsopgave ge-vraagd voor het ontwerpen van een plan in hoofdzaak en eenplan in onderdeelen met bebouwingsvoorschriften. De gelijk-tijdige opdracht maakt dat het werk als een geheel kan wor-den uitgevoerd, hoewel met elke gemeente afzonderlijk be-, sprekingen gevoerd en voor elk barer afzonderlijke plannengemaakt moeten worden.De twee bureaux hebben elk een verschillende methode ge-volgd voor de berekening van het honorarium. Ingenieur Xheeft het aantal inwoners van alle gemeenten tezamen getelden aan de hand van het aldus gevonden totaal aantal inwo-ners, alsof het plannen voor een gemeente gold, het honorariumberekend. Architect Y heeft als honorarium gevraagd het ge-middelde van het bedrag, dat men zou krijgen als voor allegemeenten afzonderhjk plannen gemaakt werden en het be-drag dat berekend zou moeten worden wanneer de gemeentenals een gemeente werden beschouwd. Beiden hebben te kennengegeven dat volgens hen het onderhavige geval niet is voor-zien in de Regelen betreffende de honoreering van den stede-bouwkundige; bovendien bleken beiden van meening te zijn,,dat het tegenover de gemeenten billijk is cm in ieder geval eenlager bedrag aan honorarium in rekening te brengen dan hetbedrag hetwelk zou zijn gevonden wanneer het honorariumvoor iedere gemeente afzonderlijk zou worden bepaald". Hetbedrag, waartoe men kwam op grond van de aangeduide me-thode van berekening, is:le. Voor Ingenieur X f 3025,^-- (op grond van de laatsteofficieele gegevens over het aantal inwoners van elk dergemeenten zou dit bedrag moeten zijn f 3150,^--).2e. Voor Architect Y f 4633,-- (op grond van de laatsteofficieele gegevens over het aantal inwoners zou dit be-drag moeten zijn het gemiddelde van f 3150,^-- enf 6268,-- is f 4709,-- ).De commissie is van meening dat aan haar is voorgelegd eenverzoek om het uitbrengen van een advies, gelijk haar in art.17, 4e lid en art. 36, laatste lid, sub 1, der Regelen is opge-dragen.Zij deelt de meening dat het onderhavige geval, waarin eengroep gemeenten opdracht geeft tot het maken van een aantalaaneensluitende uitbreidingsplannen, niet in de Regelen isvoorzien. Men zal hier dus moeten zoeken naar een billijkeoplossing.Hiertoe zal moeten worden onderzocht welk karakter de op-gedragen arbeid heeft. Staat het maken van deze combinatievan uitbreidingsplannen gelijk met het maken van een planvoor het geheele gebied van de gezamenlijke gemeenten ofmoet het veeleer worden beschouwd als het maken van evenzoovele plannen als er gemeenten zijn? De commissie is vanmeening dat noch het een noch het ander het geval is, dochdat sommige onderdeelen van den te verrichten arbeid gelijkstaan met het eerste, andere met het laatste. Wanneer mende door den stedebouwkundige te verrichten werkzaamhedenwil verdeelen in een aantal onderdeelen kan men dit het bestedoen aan de hand van art. 13 van de Regelen (waarin som-mige onderdeelen, in art. 7 genoemd, zijn samengevat). Art. 13onderscheidt:1. voorstudie en schetsontwerp;2. definitief ontwerp;3. detailteekeningen, gegevens voor bebouwingsvoorschriften,besprekingen en toelichting;4. behandeling tot en met vaststelling door den gemeenteraad;5. behandeling door de Gedeputeerde Staten en eventueeldoor de Kroon (thans het provinciaal gezag en het centraalgezag).Van deze werkzaamheden zijn die sub 1 en 2 genoemd vandien aard dat zij, bij een opdracht van een groep gemeenten,zeer weinig afwijken van die, welke verricht worden wanneerhet een opdracht van een gemeente geldt. De werkzaamhedensub 4 en 5 genoemd hebben daarentegen veeleer betrekkingop elk der gemeenten afzonderlijk. Het ligt daarom voor dehand de eerste te beschouwen als te worden verricht voor eengemeente, de laatste als te worden verricht voor even zoovelegemeenten als een opdracht hebben gegeven. Ten aanzien vande sub 3 genoemde werkzaamheden kan men dubieeren bijwelke categorie zij ingedeeld moeten worden: zij zullen ge-deeltelijk voor het geheel van de groep gemeenten verrichtkunnen worden en gedeeltelijk voor elk der gemeenten afzon-derlijk moeten geschieden. Deze verhouding zal in elk bizon-der geval bovendien anders zijn. Gezien de feitelijke omstan-digheden van dit geval en gezien bovendien het feit dat doorde indeeling van de werkzaamheden sub 1 en 2 bij de eerstecategorie het daarin gelegen element van afzondierlijk werkveronachtzaamd wordt, komt de commissie tot de conclusie dat Artikeknde sub 3 genoemde werkzaamheden geheel moeten worden in-gedeeld bij de tweede categorie, dus beschouwd als werkzaam-heden welke worden verricht voor elk der gemeenten afzon-derlijk.Artikel 13 van de Regelen geeft de volgende ondervcrdeelingvan het honorarium: voor de werkzaamheden sub 1, 20%;sub 2, 50 %; sub 3, 15 %; sub 4, 10 %; sub 5, 5% van hetgeheele honorarium. Op grond van de bovenstaande redenee-ring komt de commissie derhalve tot de conclusie, dat in hetonderhavige geval 20 plus 50 is 70 % van het honorariumberekend moet wt)rden op den grondslag van het totaal aantalinwoners van alle betrokken gemeenten en 15 plus 10 plus 5is 30 % van het honorarium berekend moet worden voor elkder gemeenten afzonderlijk.Men komt op deze wijze tot de volgende berekening. Aantalinwoners der gemeenten totaal 9523.Aan de hand van tabel II van art. 10 komt men voor een planin hoofdzaak plus een plan in onderdeelen voor een gemeentevan 9523 inwoners tot een bedrag van f 3150,^--; 70% hier-van is f 2205,^.Voor een plan in hoofdzaak plus een plan in onderdeelen voorelk der gemeenten afzonderlijk komt men tot een bedrag van
Reacties