Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwOctober 1945 26e Jaargang no. Jdat kost geldiProefnemingen in Amerika hebben be>wezen dat een te lage temperatuui ineen werkplaats of fabriek de arbeidsca-paciteit op ongekende wijze vennindert.Het is voor elken fabrieksdiiecteur duavan het allergrootste bdang, zijn geheelebedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuur te verwarmen. Als ge Uw be-drijf op de doeltieffendste vriize vei-wannd en geventileerd wenscht te zien,- vraag onzen deskundige dan eens omeen advies.EiNDHo"tN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteit in het aanlegg?n van fabrieksapparaten voor verwarmingbevochtiging ? ontneveling - droging en koeling.N.V. MOLYNJICOROTTERDAMBRANDVRIJE VLOEREN EN DAKEN?^SYSTEEM VAN PER LAND??I Nedeflandsch octrool No. 52982 |VOOR WEDEROPBOUWHET AANGEWEZEN MATERIAALROZENBURGLAAN 84 - ROTTERDAM - TELEF. 22005b beton-bonw en watorbonwknndi&re werken340October 194526e Jaargang - No. 3VlaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouvrOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den Wederopbouw.Redactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut,Mr. J. Vink, Drs. H. van der Weijde.Medcwerker voor den Wederopbouwt Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarissenvoor den WederopbouwAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenBestuurDe gemeentebesturen van Amsterdam en Utrecht hebbennieuwe vertegenwoordigers in het bestuur van het Instituutaangewezen. Voor Amsterdam heeft thans zitting de wethou-der, de Heer Mr. W. F. Schokking, voor Utrecht de wethou-der, de Heer H. A. Bekker.PubUcatiesDezer dagen is als publicatie van de Vereeniging van Neder-landsche Gemeenten en het Instituut gemeenschappelijk ver-schenen een geschrift van den Heer Ir. P. Bakker Schut,getiteld ,,De regeling der bebouwing in de bebouwde kom".Exemplaren zijn in den boekhandel verkrijgbaar voor f 2,50.Binnenkort kan de verschijning worden tegemoet gezien vaneen publicatie over agrarische bestemmingsplannen, bevat-tende den tekst van twe-e inleidingen over dit onderwerp,welke indertijd voor den Stedebouwkundigen Raad zijn ge-houden.LezingenDe Heer Ir. A. H. van Rood, Majoor, chef van de subsectieVolkshuisvesting en bouwmaterialen van het Militair Gezag,heeft zich bereid verklaard voor onze leden een causerie tehouden over de fabricatie in den woningbouw in Engelanden Amerika.Ix Heer Dr. Ir. W. B. Kloos heeft zich bereid verklaardeen causerie te houden over de wenschelijkheid van deinstelling van een planologischen dienst voor Java.Beide causerieen zullen plaats hebben op Vrijdag 9 Novemberte lYi uur in het Gebouw de Vereeniging, Kazernestraat hoekWillemstraat, den Haag.AdressenWij brengen nog in herinnering, dat het dagelijksch bestuurvan het Instituut zich gezamenlijk met het dagelijksch bestuurvan den Nationalen Woningraad en met de architecten-studiegroep voor woningarchitectuur tot den Ministerraadheeft gewend met een adres over de woningvoorziening naden oorlog. Voor den tekst van dit adres verwijzen wij naarhet vorige nummer.Het dagelijksch bestuur heeft aan den Minister van Over-zeesche Gebiedsdeelen een schrijven gericht, waarbij het eennota heeft overgelegd van ons lid, den Heer Dr. Ir. W. B.Kloos, inzake de wenschelijkheid zoo spoedig mogelijk tekomen tot de vorming van een centralen planologischendienst voor de dichtst bevolkte eilanden van Indonesie, Javaen Madoera.TijdschriftTer voorkoming van verwarring wijzen wij erop dat het Juli/Augustus-nummer het laatst verschenen nummer van het Tijd-schrift in 1944 is en dat de publicatie hervat is met hetAugustus/September-nummer van den jaargang 1945.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluit voorbereiding streekplan BommelerwaardDe Commissaris der Koningin in de Provincie Gelderland,Gelet op het besluit van Gedeputeerde Staten van 4 September 1945,nr. 129, en het daaraan ten grondslag liggend rapport van den Hoofd-ingenieur van den Provincialen Waterstaat van 30 Augustus 1945, nr. 176Pd/132, betreffende een streekplan voor de Bommelerwaard;Heeft besloten:I. Te bepalen, dat voor de Bommelerwaard, zijnde het gebied der gemeen-ten Ammerzoden, Brakel, Gameren, Hedel, Heerewaarden, HurwenenKerkwijk, Maasdriel, Nederhemert, Poederoijen, Rossum, Zaltbommel enZuilichem een streekplan wordt voorbereid.IIDe Commissaris der Koningin voornoemd,(w.g.) S. V. HeemstraArnhem, 21 September 1945Noodwoningendoor Ir. H. MeijerinkHet bouwen van noodwoningen is een noodzakelijk kwaad.Noodzakelijk, omdat de daklooze gezinnen zoo spoedig moge-lijk geholpen moeten worden en tijd, materiaal en arbeids-kracht ontbreekt om normale, goed samengestelde woningente bouwen. Wie de omstandigheden kent, waarin de doorNoodwoning' Serie H. I.Type A IAfb. 1Noodwoning Serie H. I.Type A "1(1 10I 25ArtikeAfb. 2Begane grondAls noodwoningVerdieping Begane grond VerdiepingLatere woningAfb. 3Begane grondAls noodwoningAfb. 4Als noodwoningBegane grondVerdieping Begane grondVerdieping Begane grond26oorlogsgeweld van huis en haard verdrevenen leven, zal dezenoodzaak inzien en elke voorziening, hoe primitief ook, toe^juichen. Het blijft daarbij een kwaad. De ervaring met dein en na den oorlog 1914-'18 gebouwde noodwoningen opge-daan, is een droevige geweest. Tientallen jaren hebben dezewoningen, in strijd met hun opzet, gediend tot huisvestingvan gezinnen; in de eerste jaren bewoond door goede, zijnze langzamerhand geworden tot onderdak voor a-sociale. Degebrekkige constructie, het onverzorgde uiterlijk, de dikwijlsachterafgelegen bouwplaats hebben meegewerkt aan het ont-staan van achterbuurtjes met noodwoningen. De hygiene,zedehjkheid, gezondheid en schoonheid hebben hier schadegeleden. Dus een noodzakehjk kwaad.De eenvoudigste noodwoning (afb. 1) bestaat uit een woon-kamer met aan weerszijden slaapkamertjes en een bergruimtemet privaat, zooals bijgaande schets aangeeft; eenige kasten,waaronder een verdiepte voor berging vanvlugbedervende levensmiddelen, completeerenhet geheel.Dergelijke huisjes kunnen in kort tijdsbestekworden opgericht en vragen betrekkehjk weinigmateriaal. Het uiterlijk is niet fraai, in het bi-zonder niet indien ze als rijenhuis worden opge-richt; gezien de korte levensduur en het doelmoet dit worden aanvaard.De groote breedte van deze woningen (8 a 9meter) eischt veel materiaal voor straataanleg,rioleering en verdere leidingen. Dit bezwaardoet zich voornamelijk gelden in de steden. Inde dorpen is meestal wel een stukje grond tevinden aan een weg voor een of twee woningen.Door verschillende firma's zijn noodwoningenontworpen. Een van deze, de trilbetonfabriekH. van Heusden te Utrecht, brachtde gedachte naar voren, de keukenvan een arbeiderswoning te gebrui-ken als woonkeuken en de woon-kamer in te deelen in slaapkamers;voorloopig zouden de buitenwandenals halfsteenswerk worden uitge-voerd, de buitenspouwmuur en ver-dieping zouden later worden aange-bracht. De voorgestelde constructieachtte ik minder goed, het principeechter het overwegen waard.Na eenige besprekingen met colle-ga's en aannemers ben ik tot de vol-gende gedachte gekomen.Een goede arbeiderswoning zoo tebouwen, dat ze tijdelijk als beneden-en bovenwoning gebruikt kan wor-den zonder dat de gezinnen elkaarhinderen. Na opheffing van denwoningnood moet op eenvoudigewijze, door het wegnemen van eenigewanden, een goede woning ontstaan.Het woningtype, hetwelk voor ditdoel gekozen is (afb. 2), omvat: in-gangsportaal met trap naar boven,ruime woonkamer, flinke keuken (13a 14 m2), kelderkast onder de trap,portaal met W.C. en deur naar denachter de woning gelegen tuin en bo-ven groote slaapkamer met douche-ruimte, balkon, twee kleinere slaap-kamers en op den zolder een in dekap aangebrachte bergruimte. Bij hettijdelijk gebruik als noodwoningwordt het huis gesplitst in boven- enbenedenwoning. De benedenwoningvindt haar toegangsdeur en portaalaan de achterzijde; de keuken wordttijdelijk gebruikt als woonkeuken en de huiskamer gedeeld intwee slaapkamers. De bovenwoning is toegankelijk door dedeur aan de straatzijde; de groote slaapkamer wordt als woon-keuken ingericht en de doucheruimte als W.C; de berg-ruimte op den zolder kan, indien noodig, gebruikt worden alsslaapkamer. Voor niet te groote gezinnen geeft dit een m.i.aanvaardbare oplossing.De voordeelen van deze bouwwijze t.o.v. de gebruikelijke zijn:per gezin slechts ? 3,25 m frontbreedte, zoodat aanmer-kelijk gespaard wordt op straat- en leidingaanleg;direct op daarvoor in het uitbreidingsplan bestemde ter-reinen kan worden gebouwd (achterbuurtjes zullen nietontstaan);het uiterlijk behoeft niets te wenschen over te laten;kapitaal- en materiaalbesparing, daar geen noodwoningover een gering aantal jaren moet worden afgebroken.VerdiepingAls permanente woningAls permanente woningVerdiepinga.b.c.d.BEHANG-PLASTIKAONZE PRACHTIGE VLOEIBARE BEHANG-VERF IN WIT EN LICHTCREMEVRAAGT ONS PRIJS EN MONSTERSRELIEFVERFPLASTIKAIN POEDERVORM ( -MET WATER AAN TE MENGENLEVERBAAR ZONDER TOEWIJZINGDUURZAAM 1 WATERVAST IVRAAGT INLICHTINGEN EN PROSPECTUSVAN DEN DOEL & FRAY DEN HAAGStelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen;BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN?OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage verstrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a. d. RUNTEL. 28338DE NEDERLANDSCHE FABRIEK VOORdeur- en meubelslotenkruk- en pompespagnolettenraamknippen en raannscharenvoordeurknoppen en -schuivenN.V.NEMEF-APELDOORNPOSTBUS13316Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSJBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELOPBOUW321BOUWMATERIALENSPUYBROEK&ZOONOVERSCHIEZESTIENHOVENSCHEKADE 344-515 - TELEF. 46610-49022Speciaal adres voorHoutwolbouwplatenDik: 1'/2-2'/2-3'/2-5-7V2 en 10cm.A. C. VAN DEN HOEK & ZONEN, Amsterdam-Z. Van Woustraat 69, Tel. 23241-90604NvGLASHANDELDORENSScCo yg, A ix^ i A r*KEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404 J^]_]_? SOORTEN LA l\ V^ LA WVOOR DEN BOUW.&GLASNUVERHEIDAMSTERDAMN.V. AANNEMERSBEDRIJFVOORHEENH.DEBAATSloterdijkermeerweg 68-70 - Tel. 80371AMSTERDAM c.HEI- EN GRONDWERKEN - ZANDLEVERANTIESVERVOER VANBOUW- EN BESTRATINGSMATERIALEN300Een modern vcrfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenen^^?BB ^BB Wettig gedeponeerdN,V? Haarlcmsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEM2HJO HA & C0. NYAMSTERDAM - TELEFOON 60438Beschermt Uw gebouwen,door goed onderhoudlNeemt daarvoor onze WIJCOTEX-PRODUCTEN,geschikt voor het water- en sneeuwdicht maken vanoude en nieuwe daken en wanden, het repareeren vangebroken ruiten, het bewaren van ijzer, beton, metalenenz. tegen aantasting en 1000 andere doeleinden.Vcaagf gegevens aan:VAN WIJNGAARDEN 6 CO N.V.ROTTERDAM-W-Pclgrimsstraat 60Ook te AMSTERDAM en DEN HAAGGLAS IN METAALkunnen wij ook nu nog voorU maken, Vraag even nadere ^inlichtingen bij de sN.V.DORDTSCHEGLASHANDELKUIPERSHAVEN 28-29-30DORDRECHT -- TEL. 5025N.V. BOUWMATERIALENHANDEL v/hLVAN DRUNEN & ZONENTelefoon: Kantoor 4974 's-HERTOGENBOSCHMagazijn en Opslagplaalsen 5885 STATIONSWEG 35ETERNITTRIPLEXBOARDSMUUR- EN VLOERTEGELSALLE BOUWMATERIALEN224278?;k.r ?i'-"f:jf^^ ./If/-^tf illlVOIiltllAfb. 5. SituatieHet materiaalgebruik is voor beide systemen ongeveer gelijk.De woningen kunnen in blokken van een even aantal wordenopgericht. Om de twee woningen dient een tusschengangaanwezig te zijn, welke desgewenscht overbouwd kanworden.De tuinen waren voorloopig in tweeen te splitsen, zoodat ookde bovenbewoners daarvan kunnen profiteeren. Voor elkgezin behoort eenige schuurruimte, voor berging van rijwie-len, enz., beschikbaar te worden gesteld.Met het oog op de schaarschte aan materialen, en in hetbizonder die van hout, is overwogen de vloeren te makenvan gewapend beton of holle baksteen en de kozijnen vanschokbeton; tijdelijk worden in deze kozijnen houten ramenaangebracht, welke later vervangen kunnen worden door Anikeieostalen.Mocht het blijken, dat geen pannen kunnen worden verstrekt,dan kunnen de kap en zolder tijdelijk vervallen en de zolder-vloer worden gedekt met teerpapier en mastiek.Dat in deze woningen geen groote gezinnen opgenomenkunnen worden, acht ik geen bezwaar, daar in een stad deongewenschte samenwoning goed bestreden kan wordendoor de kleinere gezinnen uit de overbevolkte woningen tehalen en de grootere gezinnen in de normale woningen te,laten.De bovenwoningen, welke de tusschengangen overbruggen,zijn geschikt voor grootere gezinnen; de woonkeuken is daareen 20 m^, terwijl de afmetingen van de kamers dezegeschikt maken als slaapplaats voor ouders met een vijftalkinderen.Zoodra de dubbele bewoning kan worden opgeheven, wordende dan overtollige scheidingswanden in de woonkamer weg-gebroken, een deur gemaakt van voorportaal naar woon-kamer, de boven woonkeuken ingericht tot slaapkamer (hetaanrecht vervangen door vaste waschtafel) en de bovenW.C. omgevormd tot doucheruimte. Deze verandering kansnel en met weinig kosten tot stand komen.Voor de bestrijding van den woningnood zou deze gedachteverder vruchtbaar kunnen blijken. Steeds vinden toch in eenwoning twee gezinnen plaats, zoodat in korten tijd een grootaantal een behoorlijk onderdak kunnen krijgen. Na een vijftaljaren kan dan geleidelijk de dubbele bewoning worden op-geheven. Het beschreven type is geliefd in bepaalde strekenvan ons land, b.v. in Twenthe, waar de bakker, kruidenier enslager nog steeds aan de achterdeur komen. De gedachte kanook toepassing vinden bij een type met twee kamers en eenkleine keuken op den beganen grond; de kleinste kamer moetdan zoo groot zijn dat ze als woonkamer dienst kan doen(afbb. 3 en 4).Ter verduidelijking is een situaticteekening (afb. 5) bijge-voegd van een complex van deze woningen te Enschede, zoo-als dit is gedacht door den dienst van Gemeentewerken engeteekend door den architect Sluymer,In het begin noemde ik de noodwoning een noodzakelijkkwaad. In de door mij voorgestane oplossing zijn de ge-noemde schaduwzijden bijna geheel vermeden, zoodat bij hetvolgen ervan slechts de noodzaak blijft krachtig aan te pak-ken. Dat de omstandigheden dit spoedig mogen toelaten ende woningnood in den kortst mogelijken tijd worde over-wonnen.Zwolle, Augustus 1945'M..,^Cr:a^^il^^^fci^Afb. 6. Profiel woonstraatAfb. 7. Profiel verkeersstrtaatRijkswoningstatistiekdoor A. J. A. Rikkert,,Er is een bouwprogram opgesteld beoogende den bouw van70.000 woningen per jaar gedurende tien jaren." Aldus eenradiobericht.Wat zullen dat voor woningen moeten zijn? Waar zullen dezewoningen moeten worden gebouwd?Vooropgesteld wordt, dat aan elke woning, die gebouwdwordt gedurende de eerstvolgende twee of drie jaren, of dezenu bestaat uit drie, vier of vijf vertrekken, groote behoeftebestaat. Hetzelfde geldt voor de plaats waar deze woning ookin den lande zal worden gebouwd, al staat het vast dat in dedoor oorlogsgeweld geteisterde gebieden in de eerste plaatszooveel mogelijk dient te worden voorzien in de behoefte.Wat er dus ook wordt gebouwd, en waar zulks ook geschiedt:niets zal in de eerstvolgende twee of drie jaren leiden totoverproductie van woningen.Maar eens komt het tijdstip, waarop de overheid komt te staanvoor de vraag of in een bepaalde gemeente of groep van ge-meenten (streek) in de behoefte aan woningen in totaal of 27Art'li'" in een bepaald type (grootte) al of niet door den bouw ofdoor de in voorbereiding zijnden bouw is of zal worden voor-zien. Los van de onvermijdelijke inmenging van het centralegezag in verband met de distributie van bouwmaterialen enmet de verdeeling van de aanwezige arbeidskrachten zal hetvoortaan niet meer uitsluitend aan de plaatselijke autoriteitenkunnen worden overgelaten te beoordeelen of maatregelendienen te worden genomen tot het stimuleeren of wel remmenvan den woningbouw. Hiervoor zijn verschillende beweeg-redenen aanwezig. Het tijdperk van het, door vele locale auto-riteiten en -teitjes uit gemakzucht en door enkele bewustbe'eden, laisser-aller is voorbij. De ,,winstvoorziening" isveranderd in ,,behoeftevoorziening". Het zoo hooggeroemdevrije spel der maatschappelijke krachten heeft afgedaan. Deomwenteling geldt in haar algemeenheid vrijwel voor hetgeheele economisch leven. Ten aanzien van de woningvoorzie-ning staat het vast, dat het thans niet meer bij schoone woor-den, rapporten en beloften kan blijven, zooals voor 1940 maaral te vaak voorkwam. De overheid is het onbestreden aan-gewezen orgaan om te voorzien -- onmiddellijk dan welmiddellijk -- in de behoefte aan nieuwe woningen welke isontstaan door de vernietiging van vele duizenden woningendoor oorlogsgeweld en door het achterwege blijven van dennormalen aanbouw van woningen. Daarnaast zal de daadwer-kelijke zorg voor de huisvesting dei^ bevolking, meer dan inde tien jaren, voorafgaande aan het uitbreken van den twee-den wereldoorlog, tot de taak van de overheid behooren. Nietslechts het, bij wijze van noodvoorziening, bewoonbaar makenvan de overblijfselen van woningen, en niet nog eens, zooalsvoor den oorlog, het opknappen van de z.g. ongewilde wo-ningen, zal haar taak zijn. Het centrale gezag zal thansregelend moeten optreden ten aanzien van de woningvoorzie-ning in haar vollen omvang en vooral ook in verband met densocialen kant daarvan. De antecedenten van onze tegenwoor-dige bewindsmannen zijn er borg voor, dat de woningvoor-ziening niet op den achtergrond zal worden gedrongen.Zonder evenwel te kunnen beschikken over gedetailleerdegegevens omtrent de behoefte aan woningen en omtrent denwoningvoorraad (ik vermijd opzettelijk te spreken van wo-ningvraag en -aanbod) zal een weloverwogen beleid nietmogelijk zijn. Mijn eerste leermeester op het terrein der ver-betering van de volkshuisvesting, Ir. J. W. C. Tellegen, eerstdirecteur van het Bouw- en Woningtoezicht en later Burge-meester van Amsterdam, had tot lijfspreuk: ,,Kent gij defeiten?". Dit wil dus zeggen: beschikt gij over gegevens om-trent den toestand? Niets van het vele dat onder zijn leidingtot stand gekomen is, was niet gebaseerd op de kennis vangedetailleerde gegevens.Zoo behoort het ook thans nog, of liever: thans weer, tegeschieden. De noodzakelijkheid te kunnen beschikken overgedetailleerde gegevens is onafwijsbaar. Het tijdstip is geko-men waarop een begin moet worden gemaakt met het verza-melen van vele en velerlei gegevens omtrent den woningvoor-raad en omtrent de behoefte aan woningen. Enkele gemeentenin den lande hebben dit werk reeds ter hand genomen; diebeschikken vaak over een schat van gegevens betreffendelange jaren. Andere gemeenten hebben nog nimmer iets opdit gebied gedaan. Hier wordt de arbeid op het gebied derwoningstatistiek thans, onder het schijnmotief van gebrek aanarbeidskrachten, vernield; elders worden op voorbeeld vandie gemeenten welke in het verleden een goede woningsta-tistiek hadden opgebouwd, maatregelen genomen woningsta-tistische gegevens te verzamelen en te bewerken. Maar voorhet centrale gezag hebben deze gegevens voor de regelingten aanzien van de woningvoorziening in het geheele landslechts betrekkelijke waarde.Het centra'e gezag staat dus voor de taak maatregelen tenemen, dat meer op het terrein der woningstatistiek wordtgedaan dan tot nu toe is geschied. Het baseeren van plannenop de gegevens, welke de gemeentebesturen, al dan niet metmedewerking van de Inspecteurs voor de Volkshuisvesting,Zo produceeren, is in vele gevallen een ontoelaatbare speculatie.Ik meen hierop thans niet dieper behoeven in te gaan.De groote lijnen van den omvang van de toekomstige jaar-lijksche woningproductie zijn eenigermate vastgesteld. Onge-twijfeld berust deze vaststelling op de gegevens, welkebeschikbaar waren, geheel of ten deele al dan niet ,,geschaafd"naar het onvermijdelijk subjectieve inzicht van den bewerker.Nemen we aan dat de aanwezige gegevens voor het uitstip-pelen der groote lijnen bruikbaar zijn. Binnen dit raam dergroote lijnen zullen evenwel weldra details moeten wordenvastgesteld. Details welke betrekking hebben op meer dan1000 gemeenten en in iedere gemeente afzonderlijk weernaar grootte-groepen (n.l. in verband met het aantal vertrek-ken) en naar welstands-groepen (n.l. de te vorderen huur).Wat en waar ook in de eerstvolgende twee of drie jarenzal worden gebouwd, zal, in verband met den grooten achter-stand die alom bestaat, nimmer leiden tot overproductie. Erzal evenwel moeten worden voortgebouwd. Eerst om hen, dieeen zelfstandige woning missen, te helpen. Dan om de slechtewoningen te vervangen door goede. Quantitatief zoowel alsqualitatief zijn er dus problemen, waarvan wel het bestaanbekend is, maar waaromtrent de gedetailleerde gegevens teneenenmale ontbreken. Door middel van een bevolkingsprog-nose zijn wel gegevens beschikbaar gekomen omtrent de ver-meende behoefte aan woningen. Voorts zijn, soms met grootevrijmoedigheid, berekeningen gemaakt aan de hand van nietsteeds objectieve gegevens. Maar deze gegevens hebben steedsbetrekking op het geheele land of wel op provincien. Wan-neer, laat ons hopen binnen niet te veel jaren, de woningpro-ductie op vollen gang zal kunnen worden gebracht, zal menmoeten kunnen beschikken over voldoende gedetailleerde ge-gevens om zoodanige plannen tot uitvoerin gte brengen, datniet de eene plaats (of in een grootte- of welstandsgroep)overproductie heeft gehad terwijl op een andere plaats (ofin een grootte- en welstandsgroep) nog een tekort bestaat.Vele en velerlei aspecten zullen zich voordoen.Eindelijk is men er thans van doordrongen, dat de tijd reedsdwong om door het treffen van doelmatige regelingen hetgebruik van den grond te beheerschen. Daaruit vloeit voort,dat beslist moet worden of b.v. een verwoeste Industrie indezelfde gemeente weer moet worden opgebouwd of welnaar een andere gemeente of streek moet worden overgebracht.De woningvoorziening is hieraan ten nauwste verbonden.Waar en in welken omvang zullen recreatiegebieden moetenworden gespaard? Dit is een tweetal punten -- als voorbeel-den bedoeld -- waaruit de noodzakelijkheid blijkt, dat deproductieregeling, wil zij doeltreffend zijn, niet slechts moetplaats vinden voor elke gemeente afzonderlijk, maar dat zijzich vaak zal moeten uitstrekken over een grooter gebied daneen gemeente ten einde in onderling verband te kunnenworden beoordeeld. Het houdt tevens in, dat deze regelingniet meer tot de taak van de afzonderlijke gemeenten belioort,maar dat het centrale gezag de leiding in handen raoct hou-den. Meer dan tot nu toe zal het centrale gezag belangstellinghebben voor de vaststelling van uitbreidingsplannen en vooralook de daarbij behoorende-bebouwingsvoorschriften alsmedevoor de beschikbare bouwrijpe terreinen.Uit het vorenstaande volgt, dat de dringende noodzakelijk-heid bestaat, de Rijkswoningstatistiek eindelijk afdoende terhand te nemen.Welke details zal deze rijkswoningstatistiek moeten bevatten?De onmisbare gegevens zullen betrekking moeten hebben op:A. den woningvoorraad;B. de behoefte aan woningen.De gegevens, bedoeld onder A. (woningvoorraad), zullenbekend moeten zijn voor iedere gemeente afzonderlijk en voorsommige gemeenten (n.l. de groote steden) nog gesplitst naarwijken en naar woonkernen voor de gemeenten, welke bestaanuit meer dan een dorp. Verder zullen de gegevens moetenworden gesplitst naar verschillende kenmerken en wel inhoofdzaak ten aanzien:1. van het aantal en de soort der vertrekken (vertrekken metraam, alkoven, keuken, zolderkamers, enz.);2. van de sanitaire inrichtingen (privaten, gootsteenen, wa- terleiding, eventueel gas en electrische stroom, badgelegen-heid, enz.);3. van eventueele winkel- of bedrijfsruimten, die met de wo-ning een geheel vormen (inclusief boerderijen, tuinderijen,kweekerijen);4. van de vraag of het betreft woningen bewoond door deneigenaat, huurwoningen of dienstwoningen;5. van de vraag of het betreft particuliere, vereenigings- danwel gemeentewoningen (p. m. de Rijks- en provincialewoningen en de z.g. Spoorwoningen);6. van de huur of van de huurwaarde (arbeiderswoningen,middenstandswoningen of woningen voor welgestelden).De gegevens, bedoeld onder B. (de behoefte aan woningen)zullen eveneens bekend moeten zijn voor iedere gemeenteafzonderlijk.Hierbij zij opgemerkt, dat niet kan worden volstaan met dereeds bestaande gegevens der z.g. gezinsstatistiek, welke inhoofdzaak wordt samengesteld uit de gegevens, verzameld bijde volkstellingen. Object van deze statistiek is n.l. in hoofd-zaak het biologisch gezin. Hoewel maar al te vaak wordtaangenomen dat deze gegevens voor het vaststellen van dewoningbehoefte bruikbaar zijn, moet worden opgemerkt, datdeze statistiek slechts een zeer onvolledig beeld omtrent detotale behoefte aan afzonderhjke woningen kan geven. Nietalle biologische gezinnen vertegenwoordigen de behoefte aaneen afzonderhjke woning. Daarnaast vertegenwoordigen velepersonen in weduwen- en gescheiden staat een woningbe-hoefte en ook vele ongehuwden. Hiermede wil ik geenszinszeggen, zooals mij bij een vroegere gelegenheid in de schoenenis geschoven, dat voor elken persoon (al dan niet met kinde-ren) behoorende tot een der drie laatstgenoemde categorieen,die den wensch te kennen geven een zelfstandige woning tewillen betrekken, door de overheid een woning zal moetenworden gebouwd. Maar er zal rekening mede moeten wordengehouden, dat ook thans nog vele, zeer vele woningen doorvcrtegenwoordigers van deze groepen worden bewoond eneenmaal zullen de thans in vele gemeenten bestaande, -- inverband met den grooten nood inderdaad onontbeerlijke --beperkende bepahngen worden ingetrokken, zoodat het eenieder weer vrij staat een afzonderhjke woning naar zijn keuzete betrekken. Het zou struisvogelpoUtiek zijn geen rekening tehouden met dit feit. Ik zal hierop thans niet dieper ingaan.Slechts wil ik hier nog opmerken, dat de bevoegdheid om tebeoordeelen, of men al of niet een behoefte aan een afzon-derhjke woning vertegenwoordigt, in een vrij Nederland enonder normale verhoudingen, alleen toekomt aan den betrok-kene zelf. De tijd zal weerkeeren ^ moge het spoedig zijn --waarin het een iederen verhuurder vrij staat te verhi;ren aanwien hem goeddunkt en waarin het een ieder vrij staat eenwoning te huren en te betrekken, welke het meest met zijnwenschen in overeenstemming is.Deze gegevens zullen eveneens moeten worden gesphtst naarverschillende kenmerken en wel in hoofdzaak ten aanzienvan:1. den burgerlijken staat van de partij, die een woningbehoeftevertegenwoordigt (echtpaar, een persoon in weduwen- ofgescheiden staat of wel ongehuwd);2. het aantal aanwezige kinderen, gesphtst naar geslacht enleeftijd;3. het al of niet voornemens zijn een zelfstandige woning tebetrekken;4. de gemeente of, indien meer dan een woonkern in de ge-meente aanwezig is -- dat deel van de gemeente, waarmen woont of wil wonen;5. de huur of huurwaarde van de woning, welke men be-woont of wil betrekken;6. de reden waarom men niet in een zelfstandige woningwoont en in de gevallen, waarin men geen zelfstandigewoning wil betrekken, de reden van dit laatste.Op welke wijze kunnen deze gegevens worden verkregen? Opdeze vraag is slechts een antwoord mogelijk en wel: door hethouden van een woning- en gezinstelling i). Deze telhng zal A't^e'-"op een tijdstip moeten worden gehouden dat voor het geheeleland hetzelfde is. Door sommigen wordt de opvatting gehul-digd, dat deze telhng gelijk met een volkstelling dient te wor-den gehouden. Zulks moet evenwel ten zeerste worden afge-raden. Het zou mij in dit verband te ver voeren dit nader temotiveeren. Elders heb ik daarover reeds mijn meening gege-ven (zie o.a. Gemeentebestuur van December 1941). Hetdaar gepubhceerde sluit geheel aan bij het rapport van eencommissie van deskundigen, reeds voor den oorlog ingestelddoor ons Instituut in samenwerking met het Centraal Bureauvoor de Statistiek, welks directeur voorzitter was van dezecommissie. Het rapport der commissie is reeds in 1941 aanhet Departement van Binnenlandsche Zaken aangeboden en inhanden gesteld van de Centrale Commissie voor de Statistiek.Een subcommissie uit de Centrale Commissie heeft eenige .bijeenkomsten aan het rapport gewijd, met als voorloopigresultaat dat -- zij het ondershands -- het uitwerken van derichtlijnen van het bedoelde rapport ter hand werd genomen.Natuurlijk rijst de vraag of de omstandigheden, waaronderwij thans verkeeren, het houden van een telling niet belem-meren of zelfs onmogelijk maken. Ik geef toe, dat zich thanstal van moeilijkheden zullen voordoen. Maar deze moeilijk-heden zijn niet van zoodanigen aard, dat daardoor de nood-zakelijk geachte gegevens niet zouden kunnen worden ver-zameld. Een moeilijkheid is het, dat thans nog zoo vele gezin-nen gedwongen .elders dan in hun oorspronkelijke woonplaatsverblijven. Soms is dit een gevolg van gedwongen evacuatieen soms is het een gevolg van vrijwillige verhuizing naareen andere gemeente, deels uit angst en deels in de hoop datelders de voedselvoorziening minder slecht zou zijn dan inde oorspronkelijke woonplaats. Terugkeer naar de oorspron-kelijke woonplaats is niet mogelijk omdat daar de woongele-genheid vaak sterk is verminderd.Maar juist deze moeilijkheid is een der aanleidingen dat eentelling zal moeten worden gehouden. Een voorbeeld uit velemoge dit verduidelijken. De aanhoudende bombardementenvan den Helder waren oorzaak dat vele gezinnen deze ge-meente verlieten. Hierbij waren niet alleen vele gezinnen vanwerkenden, maar ook vele gezinnen van gepensionneerden.De werkenden zullen vermoedelijk weer naar den Helderterug willen. Anders kan dit zijn met de gepensionneerden.De ervaring te Amsterdam heeft n.l. geleerd, dat vele vandeze gezinnen zich zoodanig thuis zijn gaan gevoelen teAmsterdam, dat zij niet weer naar hun oorspronkelijke woon-plaats terug willen. Hoeveel van de oorspronkelijke Helder-sche gezinnen zullen naar den Helder terug willen? De kennishiervan is onontbeerlijk bij het maken van plannen tot her-bouw van de verwoeste woningen. Doordat den Helder --naar loopende geruchten willen -- niet weer als Marinehavenzal terugkeeren, nemen de moeilijkheden ten opzichte van detoekomstige woningbehoefte natuurlijk toe. Maar deze nieuwemoeilijkheden zijn van anderen aard dan de eerstgenoemden.De Diensten van den Wederopbouw en van het NationalePlan zullen moeten helpen bij het opheffen hiervan.Welke gevolgen zullen de vernielingen te IJmuiden (gemeenteVelsen) hebben in verband met den terugkeer van ge-evacueerden? Hoeveel gezinnen zullen naar deze gemeenteterug moeten gaan in verband met het wederopvatten van hetverlaten werk (hoogovenbedrijf, walswerk, visschershaven)?Wat moet er gaan gebeuren met VHssingen en Middelburg?In tegenstelling met de Heldersche bevolking, die voor hetovergroote deel niet te den Helder geboren en getogen is, zalde wensch tot terugkeer bij de Zeeuwen naar hun Zeelandveel grooter zijn, ook bij de gepensionneerden.Hoeveel vluchtelingen willen terug naar de zoo zeer geteis-terde gemeenten langs de groote rivieren en in Noord-Limburg?1) Het woord ,,gezinstelling" drukt niet op geheel juiste wijze uit watdaarmede bedoeld wordt. Aan de hand van het voorafgaande is zulks rjgevenwel duidelijk. ^-^Af.ikeJcnEen weloverwogen beleid bij de woningvoorziening is slechtsmogelijk, indien kan worden beschikt over de noodige gege-vens. En die ontbreken thans volledig.Met het houden van een woning- en gezinstelling kan nietworden volstaan. Wanneer deze telling eenmaal gehouden is,zoodat de basis verkregen is voor een bruikbare woningsta-tistiek, zullen de verzamelde gegevens actueel moeten wordengehouden door het verzamelen van gegevens omtrent de mu-taties, welke p!aats hebben bij den woningvoorraad en bij dewoningbehoefte. Hiertoe zullen belangrijk meer en meergedetailleerde gegevens moeten worden verzameld dan thansdoor het Centraal Bureau voor de Statistiek geschiedt. Eenspeciale afdeeling zal, in nauwe samenwerking met het Cen-traal Bureau, belast moeten worden met het bewerken van deop het tijdstip der telling en later te verzameleji gegevens,waarbij nauwlettend aandacht zal moeten worden geschonkenaan het vraagstuk der huren. Hoe zullen n.l. de kosten vanhet levensonderhoud verloopen en hoe de loonen?De aan te leggen woningstatistiek zal niet alleen dienstig moe-ten zijn voor den wederopbouw maar ook en vooral voor detoekomst. Een herhaling van hetgeen in Nederland is gebeurdsedert den aanvang van deze eeuw zal niet mogen plaatsvinden.Het op 26 April 1940 verschenen ontwerp tot wijziging vande Woningwet, samengesteld door de Staatscommissie terzake, bevat op verschillende plaatsen de aanwijzing dat overmeer gegevens dan thans beschikbaar zijn, zal moeten kunnenworden beschikt. In de eerste plaats het hoofdstuk ,,Regelingvan den woningvoorraad" (artt. 101 -- 103). In de tweedeplaats artikel 190 (art. 55 der thans vigeerende Woningwet)n.l. de mogelijkheid dat de Kroon maatregelen voorschrijft bijgebleken tekort in de voorziening in de volkshuisvesting.Aan het einde van haar verslag zegt de bovengenoemdecommissie o.a. het volgende:,,Als voordeelen van een regeling van de woningproductie(die alleen kan worden uitgevoerd, indien voldoende gegevensbeschikbaar zijn. R.) ziet de meerderheid der commissie:1. Een betere behoefte-bevrediging in de verschillende soortenvan woningen.2. Voorkoming van economische kapitaalverliezen.3. Meer stabiliteit in de huurprijzen.4. Continuiteit in de productie, met als gevolg minder werk-loosheid.5. Vergrooting van de industrialisatie-mogelijkheid voor denwoningbouw.6. Meer gelijkmatigheid bij den aanleg van straten.7. Minder samenwoningen, doordat bij overproductie van tegroote woningen deze in gedeelten worden verhuurd."De punten 1--5 geven financieel voordeel. Punt 7 geeft eennimmer in geld uit te drukken winst op het terrein der geeste-lijke en lichamelijke gezondheid. Dit voordeel en deze winstrechtvaardigen volkomen het voteeren van gelden voor denoodzakelijke woning- en gezinstelling en voor het actueelhouden der verzamelde gegevens in de latere jaren.,,Er zijn genoeg woorden gewisseld,Laat mij ook eindelijk daden zien." (Goethe)Amsterdam, October 1945Nieuws uit EngelandIIdoor Drs. H. van der WeydeHet inzicht dat bizondere categorieen van de bevolking haarbizondere eischen aan de woning stellen blijkt ook in Enge-_,, land actueel te zijn. Dat geldt om te beginnen voor de arbei-oU ders ten plattelande.Ik wees er al op dat een afzonderlijke commissie over demoeilijkheden van de huisvesting ten plattelande gerappor-teerd heeft. De lange reeks voorstellen van dit rapport kanhier moeilijk worden samengevat. Laat ik slechts het volgendevermelden. Er zullen in alle graafschappen commissies moetenkomen, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente-besturen, van den graafschapsraad en van anderc lichamen,die zich met de volkshuisvesting inlaten. Deze commissieszouden de bevoegdheden van de verantwoordelijke lichamenniet moeten overnemen, maar alleen middelen hebben te bera-men, die kunnen bijdragen tot verbetering van de woning-toestanden in haar ressort, o.a. bij het systematisch woning-onderzoek ten plattelande, dat de Commissie zeer aanbeveelt.Van het ontnemen van hun bevoegdheden aan de plaatselijkeautoriteiten, van centralisatie in nationaal of gewestelijk ver-band, is de Commissie afkeerig. Zij heeft haar hoop gevestigdop dc vrijwillige medewerking, op de uitwerking van goedevoorbeelden en aansporingen.De groote hinderpaal voor krachtigen aanbouw op het landis, juist als hier, de lage stand van de agrarische loonen. Hetrapport deelt echter mede dat sedert 1936 het minimum-loonin den landbouw ongeveer verdubbeld is, tot ongeveer 65 sper week.Volgens de Commissie zou de landarbeider, die dit loon ge-niet, 73^ tot 8 shilhng per week aan huur kunnen betalen. Zijverwacht dat ondanks deze belangrijke verbetering, zelfs alshet gelukt de bouwkosten, die nu het dubbele van 1939 be-dragen, neer te drukken tot het peil van de kosten van levens-onderhoud, d.w.z. 30% boven het vooroorlogsche niveau, degeldende bijdragen niet toereikend zullen zijn om een dek-kende exploitatie vafi de nieuwe woningen mogelijk te maken.Ook voor den oorlog werden namelijk voor woningbouw tenplattelande in Engeland bijdragen verstrekt en wel tot maxi-maal 12 pond per woning gedurende 40 jaar. De overweging,die de toekenning van deze bijdragen beheerschte, was vooraldeze, dat de lage loonstand in den landbouw dit noodigmaakte. Nu is het verschil in agrarische en industrieele loonenveel minder markant. Toch acht de Commissie een extra-bijdrage voor agrarische gebieden ook nu nog noodig. Er isimmers nog altijd eenig verschil in het vermogen om huur tebetalen tusschen stad en platteland. Verder is het algemeenehuurpeil op het land lager, wat van invloed is op de huur,die voor de nieuwe woningen kan worden bedongen. En deachterstand is op het land het grootst. Er zijn vele woningen,die bij den huidigen standaard achterblijven. En er zijn heelweinig gemeente-woningen, die tegen lage huur worden aan-geboden. Een krachtige aanvulhng van deze categoric isoveral geboden.Woningen voor bejaarden in hofjesvorm (Manchester Corporation)7 "'f& ' H*i j.'T 'Hi -tWK650 BTHELtnLRI60B273(DIDD Bl120HVoorbeeld van een woning voor be-jaarden, zonder verdieping, voor 3personen.Totale oppervlakte 534 vierkantevoet. Gevelbreedte 23 voet 10)^-| duim. Diepte 22 voet 4J^ duimVoorbeeld van eenetagewoning in eenwoongebouw met lif-ten. Voor gezin van4 personen. Totaleoppervlakte 700 vier-kante voet. Diepte21 voet 9 duimOok het Dudley-rapport en het Housing Manual wijden be-schouwingen aan de plattelandswoningen. Uitgangspunt vanhet rapport is dat deze woningen wel anders moeten zijn danin de steden, maar geen lager woonpeil mogen vertegenwoor-digen.Dan de bejaarden. De beschouwingen over dit onderwerploopcn veelal parallel aan wat te onzent in dit verband gang-baar is. Het aantal bejaarden necmt ook in Engeland sterktoe. Het bedroeg (d.w.z. de groep boven 65 jaar) in 19001% millioen, in 1941 is het geschat op 4 millioen en voor1951 wordt verwacht 53/2 millioen. De huisvesting zal hiermeegelijken tred moeten houden. De Dudley-Commissie beveelthiervoor drie vormen aan: afzonderlijke woningen, verspreidte midden van de normale; bijeengelegen woningen, met eenigegemeenschappelijke voorzieningen (leeskamer, waschhuis entuin en toezichthoudster) en tehuizen. De ervaringen metdergelijke tehuizen, o.a. in het kader van de evacuatie-maat-regelen in gebruik genomen, zijn bemoedigend. Zij kunnen inbestaande groote woonhuizen worden ingericht; de meesteconomische grootte is voor 20 tot 30 personen, met afzon-derlijke slaapkamers en gemeenschappelijke woonkamer.De handleiding geeft de volgende maten voor de vertrekkenin woningen voor oude echtparen:woonkamer: 140 vierkante voet (13.02 m-)slaapkamer: 120 vierkante voet (11.16 m^)Een soortgelijke .groep vormen de afzonderlijk levenden vanjongeren leeftijd. Twee woonvormen komen voor hen aan deorde, t.w. het blok van zelfstandige woningen van een oftwee vertrekken, al dan niet met enkele gemeenschappelijkevoorzieningen, en het tehuie op den voet van een hotel.Zijn de beschouwingen in Engeland uit den aard der zaakvooral gericht op het eengezinshuis, over den verdiepingbouwworden door Commissie en Leidraad. afzonderlijke opmerkin-gen gemaakt. De Commissie wijdt o.a. haar aandacht aan devoor Engeland belangrijke tegenstelling tusschen den toegangvia trappenhuizen en dien via galerijen. Aan het laatstesysteem worden voordeelen toegeschreven uit een oogpunt vaneconomie en brandgevaar. De Commissie komt niet tot eenscherpe uitspraak. Een tusschenvorm tusschen eengezinshuisen etagewoning is de ,,maisonette", d.w.z. een etagewoningover twee verdiepingen. De Commissie wijst erop dat ditsysteem gecombineerd met galerijen, het groote nadeel vanden galerijbouw, de ongunstige lichttoetreding, wegneemt, --de afstand van de galerijen wordt immers dubbel zoo groot --en dat de slaapkamers dan veel rustiger worden, omdat zeniet aan een galerij gelegen zijn.De bizondere voorzieningen, die de bouw in verdiepingennoodig maakt, zijn door de Commissie -- door den Leidraadminder -- aan een beschouwing onderworpen. De lift acht zijonmisbaar, overeenstemmend met de hier te lande gangbareopvatting, waar in meer dan vier woonlagen gebouwd wordt. Zij beschrijft een systeem van liften, dat zij in een woning-complex in Leeds in bedrijf zag, waarvan de kosten neerkwa-men op 7 d per woning per week. Het cijfer lijkt zeer laag.Een commissie uit het Nederlandsch Instituut voor Lifttech-niek kwam in 1937 in het allergunstigste geval op 41 cent perwoning per week. Hetzelfde complex was voorzien van vuil-niskokers met waterspoeling, een stelsel, dat eveneens debizondere waardeering van de Commissie geniet. De kostendaarvan behepen 1,7 d. per woning per week.Verder beveelt zij warm aan de gemeenschappelijke wasch-inrichtingen, maar met afzonderlijke cellen voor iedere huis-vrouw, een ruime voorziening met sociale en recreatie-centraen het aanbrengen van een doodenkamer in de blokken, voorhet opbaren van overledenen.De Leidraad is in deze opzichten veel soberder en minderpositief.Tegenover de hoogere kosten, die uit allerlei aanbevolen ver-beteringen noodzakelijkerwijs zullen voortvloeien laat deLeidraad niet na op de mogelijkheid tot besparing door eenmeer efficiente methode van bouwen te wijzen. Het Ministerievan Openbare Werken heeft de bouwkosten van proefwonin-gen geregistreerd en zal deze ter vergelijking openbaar maken.Verder verwacht men veel van massa-productie en standaar-diseering. Wat opoemerkt wordt over nieuwe bouwwijzen,heeft kennelijk nog een zeer voorloopig karakter. Hooge ver-wachtingen worden gekoesterd van een soort beton, dat ge-fabriceerd wordt van hoogovenslakken. Het kan wordengezaagd en spijkers en schroeven kunnen er zonder bizondereraaatregelen in gedreven worden. Voor den oorlog werd nietminder dan 2 millioen ton per jaar van dit materiaal alswaardeloos afval behandeld. De ijzer- en staalindustrieenmaken op verzoek van den Minister van Openbare Werkenplannen voor de productie op groote schaal. Voor 30.000woningen per jaar zou voldoende materiaal geleverd kunnenworden. De kosten zouden, althans binnen een radius van 40tot 50 mijlen van de ijzerindustrieen, niet buiten het kadervan de normale baksteenprijzen vallen.Het bovenstaande geeft niet meer dan eenige losse grepenuit den inhoud van het Housing Manual 1944 en van enkeleder rapporten, waarop deze leidraad steunt. Het geheel is eennauwgezette bestudeering door de Nederlandsche deskundi-gen waard. Vooral ook de voortgezette proefnemingen en deverdere ervaringen wanneer de bouwbedrijvigheid in Enge-land op gang komt, zullen stellig ook voor ons aanwijzingenkunnen opleveren.(Wordt vervolgd)BinnenlandHoofdinspectie VolkshuisvestingOp 1 September 1.1. heeft de Hoofdinspectie voor de Volkshuisvestinghet feit kunnen herdenken dat zij 25 jaar geleden werd ingesteld. Deherziene Gezondheidswet van 27 November 1919 had de figuur van denvroegeren territorialen hoofdinspecteur, die de volksgezondheid in haargeheel binnen zijn ressort onder zijn toezicht had, vervangen door defiguur van den vak-hoofdinspecteur, die het geheele land tot zijn dienst-kring heeft. Deze regeling is op 1 September 1920 in werking getreden. 31Bin!ne32Departementale indeelingBij Kon. Besluit van 6 September 1945, F 167, zijn de zaken betreffendede volkshuisvesting en het Natiomale Plan overgegaan van het Departe-ment van Binnenlandsche Zaken naar dat van Openbare Werken enWederopbouw.Vorderingsbesluit WoonruimteTijdens de Londensche periode van wetgeving heeft onze Regeering eenVorderingsbesluit Woonruimte vastgesteld, gedagteekend 11 September1944, Staatsblad no. E 103.Het besluit kent aan de burgemeesters ruime bevoegdheden toe, namelijktot vordering van woonruimte, van gebouwen en gedeelten van gebouwen,om als woonruimte te dienen, en van inkwartiering in woningen. De vor-dering geschiedt door het afgeven van een schriftelijken last door ofnamens den burgemeester, of, als dit niet kan, door aanplakking aanhet gebouw, waarop de vordering betrekking heeft.De feitelijke ingebruikneming met behulp van den sterken arm is mogelijkin geval van weigering..De terbeschikkingstelling of inkwartiering leidt tot een vergoeding, waar-van de burgemeester het bedrag bepaalt, behoudens de mogelijkheid vanberoep op een door den Minister van Algemeene Zaken ingestelde com-missie. Hiernaast staat de schadeloossteUing van gemeentewege aan dengerechtigde, die tengevolge van het gevorderde gebruik schade heeft gele-den, welke niet of niet volledig door den gebruiker is vergoed.NoodvolkshuisvestingsbesluitDe tekst van dit besluit is in het vorige nummer onder Wetten, Kon.Besluiten, enz. afgedrukt. Wij kunnen dus afzien van een samenvattingvan den inhoud en volstaan met enkele kantteekeningen.Het besluit omvat niet alle noodwoningen. Het beperkt zich tot die, waarhet Rijk bemoeienis mee heeft, hetzij doordat het opdracht heeft gegeventot den bouw, hetzij doordat het materiaal beschikbaar heeft gesteld, hetzijeindelijk doordat het financieele medewerking heeft verleend. Deze nood-woningen worden onttrokken aan de werking van het Ketenbesluit 1924.Het is bekend, dat dit besluit een aantal materieele voorschriften bevat,die dus bij den bouw van andere noodwoningen dan de bier bedoeldewel in acht moeten worden genomen. Wat treedt hiervoor bij de ,,offi-cieele" noodwoningen in de plaats? Het besluit geeft hierover geen op-heldering. B. en W. kunnen in overeenstemming met den Inspecteur l)afwijken van de bouwverordening, maar het bftluit geeft bun daarbijgeen richtlijnen. Het is begrijpelijk dat het, gegeven de onzekerheid overde orastandigheden waaronder de noodwoningen zouden worden gebouwd,raoeilijk was omtrent de constriictie en de inrichting in bizonderheden tetreden. Andererzijds maakt het een eigenaardigen indruk, dat ten aanzienvan de buiten artikel 1 van het besluit vallende noodwoningen, d.w.z.de zonder medewerking van het Rijk gebouwde, de verblijven dus die doorparticuheren met de primitiefste middelen op eigen terrein worden gesticht,wel materieele aanwijzingen, namelijk die van het Ketenbesluit, van krachtzijn, terwijl voor de ,,officieele" noodwoningen aan het gemeentebestuurcarte blanche wordt gegeven.Een eigenaardige zinsnede in artikel 1, eerste lid, is die, waarin naast hetgemeentebestuur de Inspecteur als zelfstandige figuur verschijnt, die recht-streeks bevoegd is af te wijken van de bepalingen der bouwverordening.Het is onduidelijk op welke casuspositie dit optreden van den Inspecteurslaat.In hetzelfde lid is sprake van voorschotten oi bijdragen bedoeld in art. 4.Kennelijk is hier bedoeld art. 3.Opmerkelijk is, dat aan de vriistehing van de bepalingen der bouw-verordening de voorwaarde wordt verbonden, dat de noodwoning slechtsten hoogste tien jaren voor bewoning mag worden gebruikt. Dit is eenandere' constructie en een betere dan die van art. 8 der Woningwet --het Weekblad voor Gemeentebelangen wees hier terecht op. De figuurvan een bouwvergunning met een termijn, waarvan art. 8 der Woning-wet spreekt, lijdt immers aan een innerlijke tegenstrijdigheid. De bouw-vergunning verliest als zoodanig haar werking als de bouw voltooid is.Naast de mogelijkheid tot afwijking van de bouwverordening staat dietot afwijking van de geldende stedebouwkundige regehngen. Het gevaar"dat het gemeentebestuur, van deze bevoegdheid gebruik makende, boven-gemeentelijke belangen zou kunnen doorkruisen, heeft men blijkbaar willenafsnijden door als voorwaarde te stellen de schriftelijke mededeeling vanden Inspecteur dat hij geen bezwaar heeft. Waarom in deze bepaling eenschriftelijke mededeeling wordt geeischt, in die regelende de afwijkingvan de bouwverordening niet, is onduidelijk. Zelfs met de zeggenschapvan den Inspecteur zau men zich kunnen afvragen of de bovengemeente-lijke belangen onder alle omstandigheden veihg zijn. De Inspecteur is inde eerste plaats nog altijd de ambtenaar die belast is met de zorg voorde volkshuisvesting. Is het hem kwalijk te nemeri, als hij den bouw vannoodwoningen te midden van een woningnood in den hoogsten graad laatprevaleeren boven andere belangen van stedebouwkundigen aard? De vraagmag worden gesteld of voor die belangen geen krachtiger beveiliging moetworden geschapen, vooropstellende dat afwijking van het uitbreidingsplanenz. voor dit doel zeker mogelijk moet zijn.De kern van het besluit is de bepaling, die voorschotten en bijdragen^) Is dit niet een term uit de Duitsche wetgeving?voor den bouw van noodwoningen in het vooruitzicht stelt. Deze bepaling(art. 3) beperkt den bouw van noodwoningen in geen enkel opzicht.Particuliet-e exploitatie vian deze verblijven, met Rijkssteun, zelfs zonderdat voor de wijze van beheer eenigerlei waarborg geldt, schijnt dusmogelijk te zijn.Voor de volkshuisvesting houdt dit voorschrift een ernstige bedreiging in.D(j noodwoning, die beneden den normalen woonstandaard blijft, is uitdit oogpunt een kwaad. Ze. is alleen te aanvaarden als ze de minste isvan twee kwaden, waartusschen men kiezen moet. Maar dan zal ookhet beheer het kwaad binnen de perken moeten houden. De keuze derbewoners moet met groote zorgvuldigheid geschieden. Het onderhoud zalverdubbelde oplettendheid vereischen. De wijze van bewoning zal toezichtverlangen. Vooral als de woningen ouder worden, als het een punt vantwijfel wordt of het leven van de noodwoning moet worden gerekt, ofdat tot opruiming moet worden overgegaan, zal een krachtig sociaal ver-antwoordelijkheidsbesef den doorslag moeten geven. Bij particuliere exploi-tatie is van dat alles weinig te verwachten. Dit beteekent geen verwijt.Het beteekent ook geen aanslag op de vrijheid van den particulier totexploitatie van woningen. Maar de noodwoning is geen object voor dezeexploitatie. Onze Woningnoodwet 1918, de Duitsche regeling uit dencorlogstijd, d.w.z. uit den tijd voordat de massale vernieling het onrao-gelijk had gemaakt redelijk te overleggen, de geldende Engelsche regeling,afkomstig van een conservatieve Regeering, zijn in dit opzicht eenstemmig.De noodwoning blijft in al deze regelingen voorbehouden aan gemeenten,c.q. toegelaten vereenigingen. Hce anders was de geest ook, die sprakuit het besluit van 25 Juli 1918, S. 485, tot uitvoering van de artikelen4, 5 en 7 van de Woningnoodwet 1918. Daarin was bijv. sprake vaneen verantwoordelijk beheerder, die ten hoogste over 100 noodwoningende zorg mocht hebben. Nu is het begrijpelijk, dat de samenstellers vanhet besluit zich hebben laten leiden door het geval waarvan boven sprtakewas, dat van den particulier, die zelf den opbouw van een noodverblijfop eigen grond, misschien met eigen afbraakmateriaal, wil ter hand nemen.Eigen bezit en beheer vari de noodwoning is hier stellig toe te laten.Maar men beperke dit geval dan ook strict en zette hiervoor den regelvan overheidsexploitatie niet overboord. Het besluit zooals het thansluidt, laat de deur open voor het verhuren van de voor eigen gebruikgereed gekomen noodwoning, zelfs voor bouw onmiddellijk om te verhuren.Het voorschrift, dat de toelating van vereenigingen, tot nu toe een zaakvan de Krobn, aan den Minister van Binnenlandsche Zaken opdraagt,zou voedsel kunnen geven aan de meening, dat toch vooral gedacht is aanexploitatie door gemeenten en vereenigingen. Maar de tekst van het be-sluit zwijgt hierover. In elk geval is het onbegrijpelijk waarom de toelatingvan alle vereenigingen, ook van die, welke met noodwoningen niets temaken hebben, van de Kroon naar den Minister (c.q. diens ambtenaar)moet worden overgebracht. Formed is dit vreemd, omdat deze aangele-genheid ver buiten de sfeer van het besluit valt, en materieel is het vreemd,omdat een versnelling van de procedure van toelating hiervan nauwelijkshet gevolg kan zijn.Bij een beoordeeling van het besluit mag niet uit het oog worden ver-loren dat het de vrucht is van een tijdvak van wetgeving, dat de ken-merken dragen moet van besluitvaardigheid in moeilijke situaties, vanimprovisatie, van gemis aan contact met de ambtelijke organen, die hetonderwerp beheerschen. Het automatisch vervallen van het besluit naeen half jaar ingevolge artikel 6 opent gelukkig de gelegenheid toteen correctie van de gebreken.H. V. d. W.Besluit betreffende den WederopbouwVoor den tekst van dit besluit, dat den wettelijken grondslag vormt vande werkzaamheden van het College van Algemeene Commissarissen voorden Wederopbouw, verwijzen wij naar de rubriek Wetten, Kon. Besluiten,enz. De inhoud van het besluit is voor een aanmerkelijk deel een samen-vatting van de oude Besluiten Wederopbouw I en II en van het Besluitbetreffende de Bouwnijverheid. Het doet tal van vragen rijzen, niet hetrainst waar de nieuwei regeling raakt aan de geldende regeUng van deWoningwet. Waarschijnlijk zal de verdere wetgevende arbeid ter zake,die naar verluidt ter hand genomen is, over deze vragen opheldering ver-schaffen.Verordening distributie woonruimte AmsterdamIn Amsterdam is een verordening op de distributie van woonruimte vast-gesteld. De aangifteplicht is hier beperkt tot de leegstaande of leegkomendewoningen en de woningen, ten aanzien waarvan B. en W. hebben doenblijken dat naar hun meening niet op ernstige wijze in de bewoning isvoorzien.Een zeer belangrijke bepaling houdt in, dat door of namens B. en W.aan den verhuurder medegedeeld wordt aan wien hij verplicht is dewoning te verhuren. Deze mededeeling geschiedt na advies van een com-missie van drie leden, niet-ambtenaren. Omtrent de aanwijzing van dehuurders bevat de verordening geen ander voorschrift dan dat deze aan- .wijzing beperkt is tot degenen, die een schriftelijke vergunning hebbentot vestiging in of verhuizing binnen de gemeente.Verordening aangifte woonruimte UtrechtEen zoodanige verordening was in Utrecht reeds op 27 Januari 19..43 totstand gekomen en telkens verlengd. De verordening was bedoeld ten be-hoeve van het Bureau Afvoer Regeeringsapparaat (B.A.R.A.) voor dehuisvesting van Rijksambtenaren, maaf ook voor gezinnen van anderen,die dringend onderdak noodig badden, is er gebruik van gemaakt.Thans is de geldigheid opnieuw verlengd voor een jaar, waarbij wat hetgemeentebe^tuur zelf betreft, het belang heeft voorgezeten van een zoogoed mogelijke verdeeling van den aanwezigen woningvoorraad. Hiernaaststaat uit den aard der zaak ook thans nog de voorziening in de behoeftevan degenen, die door oorlog of bezetting in hun huisvesting getroffen zijn.Tegelijkertijd is de verordening verscherpt. De aangiftepHcht, die totnutoealleen gold voor woningen, welke zijn of worden verlaten, is uitgebreidtot woningen, welke niet, niet doorloopend of niet geheel worden bewoond,en voorts tot woningen, welke meer ter bewoning geschikte vertrekken be-vatten dan volgens een bepaalde formule toekomt aan het aantal personendat daarin huisvesting vindt. Deze limiet is aldus gekozen, dat tweemaalhet aantal in het bevolkingsregister ingeschreven personen (behalve kin-deren beneden 18 jaar en huispersoneel) wordt vermeerderd met eenmaalhet aantal kinderen beneden 18 jaar en de leden Van het huispersoneel.Als het aantal ter bewoning geschikte vertrekken grooter is dan deze som,valt de woning dus onder den aangifteplicht. Verder is de aangifteplichtopgelegd aan hen, die over meer dan een woning de beschikking hebben.Eindelijk is de verbodsbepaling, die totnutoe alleen sloeg op het ingebruik-geven van een woning, uitgebreid tot het ingebruikneraen, ten einde ont-duikingen te voorkomen.Stedebouwkundige adviescommissie den HaagB. en W. van den Haag zijn overgegaan tot de instelling van eenCommissie van advies inzake de stedebouwkundige ontwikkeling van hungemeente. Deze commissie is bedoeld als raadgevend lichaam ten aanzienvan de vraagstukken, die zullen rijzen in het kader van het algemeeneopbouwplan voor den Haag, waarvan het ontwerpen is opgedragen aanden Heer W. M. Dudok. De samenstelling van de commissie is ten deeleambtelijk ^ burgemeester, wethouder, directeuren van gemeentediensten,vertegenwoordigers van wederopbouw en Rijksgebouwendienst ^, tendeele niet ambtelijk -- particulier architect, vertegenwoordigers Van In-dustrie, middenstand en Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer.Een tweede sub-commissie heeft beraadslaagd over ..planning" in hetalgemeen.De derde sub-commissie heeft de volkshuisvesting tot onderwerp gekozen,waarbij de tijdelijke huisvesting op (Jen voorgrond heeft gestaan. Zij heefteen voorloopig rapport uitgebracht over de normen voor huisvesting inkampen.De vierde sub-commissie, ingesteld na de invasie. heeft zich bezig gehoudenmet de herstelproblemen.De intergeallieerde commissie is nu ontbonden.Internationale tentoonstelling inzake volkshuisvestingOp 27 Juli 1.1. is te Gloucester in Engeland een tentoonstelling geopend.waar de Vereenigde Staten, Belgie. Tsjecho-Slowakije. Frankrijk. Neder-land, Polen, Zweden, Rusland en Zwitserland vertegenwoordigd waren.RuslandFabriekmatige productie van woningenUit Rusland worden mededeelingen gedaan over de vervaardiging van wo-ningen langs dezen weg. Tusschen 1925 en 1935 zou hiermee begonnen zijn.Deze woningen zijn voornamelijk gebouwd van wianden met houtplaten,waartusschen isoleerende vuUingen van gebrande gips of turf met hout-zaagsel. Deze constructie voldeed niet in de koude Russische winters. Inden oorlog heeft de gedachte van de fabriekmatige productie van woningenzich snel ontwikkeld, vooral in den Oeral, waar al het miateriaal beschik-baar is. Na de overwinning op de Duitschers in Stalingrad werd eengroep architecten, die zich hiermee in den Oeral bezig gehouden had,belast met den wederopbouw ter plaatse. Na vijf of zes maanden warenzij er in geslaagd o.a. een voUedige nederzetting met een vloeroppervlaktevan 30.000 vierkante yards tot stand te brengen.BinnenlandBuitenlandOverzicht vaatijdschriftcaVereenigde StatenCommissies voor den Wederopbouw van Gelderland Fabriekmatige productie van woningenGedeputeerde Staten van Gelderland hebben in beginsel besloten tot deinstelling van een Algemeene Commissie, welke de besturen van de ge-troffen gemeenten in hun gewest hulp en voorlichting kan verschaffen bijde voorbereiding van den wederopbouw. De bedoeling is dat daarnaastbizondere commissies werkzaam zullen zijn, bestaande uit een of meerleden van de Algemeene Commissie, den burgemeester of de burgemeestersvan de gemeente(n) en een of meer personen, die in staat kunnen wordengeacht de moeilijkheden, welke zich in een bepaalde streek voordoen, tebeoordeelen en zoo goed mogelijk op te lossen.Buitenland ') ^InternationaalInternationale FederatieTijdens den oorlog werd het bureau van deze Federatie, dat te Brusselgevestigd was, overgeplaatst naar Stuttgart. De leiding was geheel inDuitsche handen, vooral sedert het contact met de niet-Duitsche bestuurs-leden voortdurend moeilijker of geheel onmogelijk werd. Ondertusschenblijkt nu in Engeland een voorloopig comite te zijn opgericht, gevestigd13 Suffolk Street, Londen S.W. 1, dat de zaken van de Federatie opgang wil brengen. Het Secretariaiat berust bij Miss Elizabeth Halton. Ditcomite is begonnen met het uitgeven van een gestencild blaadje, getiteldNews Sheet. Opgave voor het lidmaatschap wordt gaarne aan het ge-noemde adres ingewacht.Intergeallieerde commissie voor ruimtelijke ordening en we-deropbouwTijdens den oorlog is in Engeland een internatipnale studie-groep gevormd,die onder leiding van den Engelschen stedebouwer Mr. G. L. Peplerwerk van beteekenis heeft gedaan. Vertegenwoordigers van Nederlandworden genoemd onder de actieve deelnemers aan dit werk. Er is eencoordinatie-commissie gevormd, bestaande uit door de regeeringen aange-wezen vertegenwoordigers en vier meer technische sub-commissies.Een van deze heeft zich bezig gehouden met de vervaardiging van voorde ruimtelijke ordening belangrijke kaarten. Als zoodanig wordt met namegenoemd een kaart van het bodemgebruik in Nederland.Op 30 April 1.1. is de eerste zending van 300 woningen voor Engelanduit de Vereenigde Staten scheep gegaan. Het monteeren van een dergelijkewoning kost acht man-uren. De woning met vier vertrekken meet uit-wendig 24 bij 24 voet en bevat een zitkamer, een groote en een kleineslaapkamer en een keuken. Het uitwendige is vervaardigd van homasoteboard, een bouwmateriaal dat, volgens het bericht, sinds vele jaren in deVereenigde Staten in gebruik is. De inwendige wianden zijn gemaakt vangeisoleerde platen (plywood board). Elke woning is voorzien van inge-bouwd bad. De verwarming geschiedt dooi' een ketel in de zitkamer; deandere kamers worden vandaar door luchtcirculatie verwarmd.WoningbouwIn het verleden zijn particuliere woningen van behoorlijke kwaliteit niettot stand gebracht voor huren ver beneden 35 dollars per maand. Thanswordt verwacht, dat van de 12.600.000 nieuwe woningen, die de NationalHousing Authority noodig acht voor de eerste tien vredesjaren, 26% eenhuur van minder dan 30 dollar en 22% van minder dan 20 dollar zalmoeten doen.Overzicht van tijdschriftenNederland1) De hieronder volgende berichten zijn geput uit het News Sheet van deInternationale Federatie, waarvan het ontstaan in het bericht over dezeFederatie nader vermeld is. Deze berichtgeving is dus. in afwijking vanonze gewoonte, uit de tweede hand.De Bouwerswereld, Maandblad voor de Bouwbedtijven inNederland. Bevrijdingsnummer ]uni 1945Het nummer bevat enkele orienteerende artikelen.Wij vermelden afzonderlijk een korte bijdrage over de financiering vanden woningbouw, waarin critiek wordt geoefend op een voorstel inziakeden financieelen steun van overheidswege voor woningbouw door parti-culieren en instellingen. Bezwaar wordt gemaakt tegen het in dit voorstelverwerkte denkbeeld dat de credietverstrekking vrijwel geheel aan departiculiere bankinstellingen zal worden overgelaten. De auteur van hetartikel vreest een herhaling van de groote wisselvalligheid in het kapitaal-aanbod in het verleden. De overheid zou zich volgens het gewraaktevoorstel moeten verbinden gedurende een aantal jaren bijdragen te ver-leenen ter delging van het exploitatie-tekort. Schr. verwerpt dit. Als deoverheid risico draagt, zal zij z.i. ook in de revenuen moeten deelen enzij kan dat alleen als zij mede-financiert. Hij denkt hier aan de raede-werking van door de overheid in samenwerking met de bedrijfsorganisatiesin te stellen organen, op dezelfde gunstige voorwaarden als voor dewoningbouwvereenigingen tot dusver gegolden hebben. 33Overzicht vantij'dschriftenNieuweaanwinstenbibliotheek34Economisch-Statistische Berichten, Orienteeringsnummer II,18 Juni 1945Woningbouwproblemen na de bevrijding, door Dr. Ir. H. G. van Beuse-kom. De wederopbouw en het herstel van woningen is belangrijk voor detewerkstelling van de beschikbaar komende arbeidskrachten. Een Rijks-regeling ter stimuleering van het herstel der vele beschadigde of vervallenwoningen is reeds tijdens de laatste bezettingsmaanden gereed gemaakt.Verder is als uitvloeisel van overleg tusschen Algemeen Gemachtigde enHoofdinspecteur een urgentie-programma voor den woningbouw ter handgenomen, dat 30.000 a 40.000 woningen omvat. Toen de oorlog langerduurde dan gehoopt was, ontstond de gelegenheid de plannen strenger tebeoordeelen. De beoordeeling geschiedde in eersten aanleg door den In-specteur, vervolgens door het Hoofd van het Bureau Goedkeuring Wer-ken en door de Hoofdinspectie met het oog op de eischen van volkshuis-vesting en architectuur. De bizondere moeilijkheden van den oorlogstijdwaren oorzaak dat niet alle gemeenten meededen. Toch is een behoorlijkaantal plannen totstand gekomen, meerendeels schetsplannen, waarvoorslechts 10 % van het volledige honorarium verschuldigd is. Naast diturgentie-programma is een bouwprogram voor de komende jaren noodig.Schr. geeft dan de bekende cijfers voor den achterstand in de woning-productie -- zie ons vorige nummer. Thans kunnen wij voor dit pro-gramma nog slechts voorbereidend werk doen: beschikbaarstelling vanbouwrijpen grond, vaststelliug van het jaarlijks te voltooien bouwvolumein verband met de productie-capaciteit van het bouwbedrijf, zorg voor dewoningen uit een oogpunt van volkshuisvesting in ruimen zin (bestudee-ring woningtypye, hoog- en laagbouw, thermische en accoustische isolatie,bouw-, woning- en welstandstoezicht)., No. 1479, 12 September 1945Frissche lucht, door Prof. Dr. N. J. Polak. De behoefte aan recreatie,voor den oorlog al groot, is nog toegenomen, nu de steden haar eigengroen missen, en ontspanning in het buitenliand onmogelijk is. Onze eigenrecreatie-oorden hebben aan capaciteit ingeboet. Hierin is te voorziendoor het in Duitschland bestaande apparaat te onzer beschikking te stel-len; hotels, natuurmonumenten, enz. dienen in bepaalde enclaves Duitschnatuurgebied gedurende een zeker tijdvak aan den Nederlandschen staatte komen, die ze verpacht, bij voorkeur aan Nederlandsche exploitanten.Schrijver zou dit willen uitbreiden tot winkels, reparatie-bedrijven, ver-zorgende boerderijen, enz. Voor de ontspanning in de nabijheid moetworden gezorgd. ^ De verwoestingen in de bebouwde kommen makenhet mogelijk in het hart van de steden groen aan te brengen. Voor Rotter-dam suggereert schr. een park, begrensd door Oostplein, Goudsche Singel,Meent
Reacties