Vol nuisvenSti IOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwDecember 1945 26e laargang no. 5OPBOUW321BOUWMATERIALENSPUYBROEK&ZOONOVERSCHIEZESTIENHOVENSCHEKADE 344-515 - TELEF. 46610-49022N.V.MOLYN?COROTTERDAM288BRANDVRIJE VLOEREN EN DAKEN?SYSTEEM VAN DER LAND?I N?deflandsch octrool No. 52982 |VOOR WEDEROPBOUWHET AANGEWEZEN MATERIAALROZENBURGLAAN 84 - ROTTERDAM - TELEF. 22005dat kost geld!Proetnemingen in Amerika hebben be-wezen dat een te lage temperatuur ineen werkplaats of fabriek de arbeidsca-paciteit op ongekende wijze vermindert.Het is voor elken fabrieksdirecteur dusvan het allergrootste belang, zijn geheelebedrijf (nauwkeuiig) tot de juiste tem-peratuur te verwannen. Als ge Uw be-drijf op de doeltieffendste wijze ver-warmd en geventileerd wenscht te zien,- vraag onzen deskundige dan eens omeen advies.EII^HOVIN CENTRALE VERWARMING N.V,Specialiteil in hel aanleggen van (abrieksapparalcn voor verwarmingbevochtiging - ontneveiing ? droging en Icoeling.243TIMMER-ENAANNEMERSBEDRIJFL.VAN DERVLIETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghstraat 126AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971b beton-bouw en waterbonwkundig^e i^erken340December 194526e Jaargan^MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedacties H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut,Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeMcdcwerker voor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarisssnvoor den WederopbouwAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertentiesi Keizersgracht 18S, Amsterdam C, Telefoon 49128-- No. 5Officieele mededeelingenCommissie-werkIn het Jaarverslag over 1943 is voor de laatste maal een over-zicht gegeven van het commissie-werk, dat het Instituut onderhanden heeft. Het bestuur heeft besloten de behandeling vande Jaarstukken over 1944, dat praktisch slechts een gedeel-telijk jaar is geweest, tot het volgend jaar uit te stellen. Wijwillen daarom graag hier een korte samenvatting laten volgenvan den stand van zaken bij de verschillende studie-commis-sies uit het Instituut, die aan het werk zijn.De Commissie inzake richthjnen voor een nieuwe woning-pohtiek heeft haar arbeid beeindigd. Haar rapport is ter perse.De werkgroep inzake woningindeehng en constructie-vraag-stukkenl heeft reeds vrij veel werk gedaan, maar heeft sterkgeleden onder moeilijkheden van den laatsten oorlogstijd. Desub-commissie uit deze werkgroep, die zich bezig gehoudenheeft met het stedelijke eengezinshuis, heeft haar taak vol-bracht, die, welke het landelijke eengezinshuis behandelde,heeft belangrijke resultaten bereikt, terwijl een derde sub-commissie, inzake de etage-woning, nog slechts ten deele isgevorderd. Het dagelijksch bestuur is met de leiding van dezewerkgroep in overleg over een gedeeltelijke publicatie opkorten termijn van haar resultaten.De z.g. Zonne-commissie, belast met de bestudeering van debeteekenis van het zonl'cht in den woningbouw en den stede-bouw, is tot de onderbreking van het werk in September 1944voortgegaan met het neerleggen van de bereikte resultatenin een rapport. De kleine redactie-commissie, die hiermeebelast is, heeft na de bevrijding haar werk hervat.De Commissie inzake de bebouwingsdichtheid heeft haar werkvoorloopig gestaakt, omdat zij zou moeten komen tot eenkleine enquete. Het leek echter voorloopig moeilijk de gemeen-telijke technische diensten met dergelijke aangelegenhedenlastig te vallen.Na de bevrijding zijn nogi niet tot vergaderingen gekomende commissie inzake stedebouwkundige ruilverkaveling endie inzake de normalisatie van stedebouwkundige kaarten. Eenspoedige hervatting-van het werk van beide ligt echter in debedoeling.In het vorige jaar nog is overgegaan tot de vorming van eencommissie, belast met het uitbrengen van rapport over dewenschelijkheid van instelling van regionale adviesbureausinzake woningbouw en woningbeheer. Deze commissie heeftintusschen haar laatste vergadering gehouden. Haar rapportis vrijwel gereed.Een nieuwe commissie is ingesteld, in samenwerking metden Nederlandschen Spaarbankbond en de Vakgroep Land-bouwcredietbanken, om het denkbeeld van een publiekebouwspaarkas met sociale doelstelling, zooals in het rapportover de bouwspaarkassen is ontwikkeld, verder uit te werken.In samenwerking met den B.N.A. is overgegaan tot de instel-ling van een kleine commissie, met de tweeledige opdrachtrapport uit te brengen over de wenschelijkheid van een docu-mentatie inzake de Nederlandsche stedebouwkundigen en overde wijze waarop daarvan gebruik zou kunnen worden gemaaktbij het adviseeren omtrent de keuze van een stedebouwkundigontwerper.Ten slotte moet worden vermeld een kleine stedebouwkundigewerkgroep, die zich in de eerste plaats tot taak heeft gesteldhet stedebouwkundige kader van het z.g. architecten-pro-gramma voor woningbouw te bestudeeren. Deze werkgroepvormt een begin van een nieuwe organisatie binnen hetInstituut, waaraan het bestuur onlangs zijn goedkeuring ge-hecht heeft. Binnenkort volgen hierovcr nadere mcdedeelingen.De exploitatie van noodwoningendoor Mej. P. H. HubregtseGingen er tijdens de bezetting nog stemmen op, die waar-schuwden tegen het bouwen van noodwoningen na den oorlog,nu worden ze noodgedwongen door den omvang der verwoes-tingen en het tekort aan materialen wel algemeen aanvaard.Zeker, noodwoningen hebben groote bezwaren : ze drukkenhet woningpeil, en dat is bedenkelijk ; maar veel zwaarderdient te wegen de physieke, psychische en moreele schade,die ons volk lijdt door den woningnood, met zijn onvermijde-lijk daaraan verbonden krotbewoning, overbevolking, samen-woning en verspreiding der gezinsleden. Voor het herstel vanhet door den oorlog ontwrichtd gezinsleven is voor alles debeslotenheid van een eigen woning noodig, en dat zoo spoedigmogelijk. Er kan niet gewacht worden op het klaarkomen vangoede permanente woningen, waarmee in het gunstigste gevaleenige jaren zijn gemoeid. Men zal van twee kwaden hetbeste moeten kiezen, en noodwoningen dienen te bouwen,niet alleen in de getroffen gebieden, maar ook in de grootesteden.Ook de vorige wereldoorlog heeft zijn noodwoningen gekend.Wat zijn de ervaringen, toen met de exploitatie ervan opge-daan, en wat leeren ze ons ?Noodwoningen zijn uiteraard beknopt, ze zijn licht gebouwd,en liggen meestal een eind buiten de bebouwde kom. Ge-meten naar den maatstaf van normale tijden, zouden ze danook hoogstens geschikt zijn voor keurige, kleine gezinnen.Maar daarvoor zijn ze niet gebouwd. Willen ze aan haar doelbeantwoorden, dan dienen ze zoo bevolkt te worden, dat de 49ArUkelca ergstc m'sstanden op woninggebied worden weggenomen.In de ecrste plaats zullen kinderrijke gezinnen gcholpen moC'ten worden. Daarom behoort het meerendeel van de te bouwennoodwoningen tenminste drie slaapkamers te hebben. Nu lukthet bij de eerste verhuring, als de nood het hoogste is, nogwel de woningen aan behoorlijke gezinnen te verhuren, maarnaarmate de woningmarkt ruimer wordt, en de goede gezinneneen plaats vinden in een norma^e woning, blijven de mindergoede huurders achter en daalt het peil der nieuw geplaatstegezinnen, totdat de woningen eindelijk een verzamelplaatszijn geworden van d^ laagste elementen der bevolking, metalle gevolgen daarvan : wanbetaling, verwaarloozing der wo-ning, vervuihng, onzedelijkheid, dronkenschap, vechtpartijenen psychische besmetting : wat nog eenigszins goed is, wordtnaar beneden gehaald. Menige gemeente heeft ondervonden,dat, als het eenmaal zoover gekomen is, het uiterst moeilijken alleen door het nemen van bizondere maatregelen mogelijkis, de woningen definitief te ontruimen.De ervaring heeft geleerd, dat noodwoningen door haar con-structie, ligging en bestemming, gemakTcelijk verkrotten entot misstanden aanleiding geven. Daarom zijn oordeelkun-digc verhuring en nauwlettend toezicht op de bewoninggeboden.Bij de verhuring zal men moeten kiezen uit de gegadigden,die het het meest noodig hebben, maar dat wil niet zeggen,dat alles, wat in nood zit, direct geplaatst dient te worden.Door grootere gehoorigheid en kwetsbaarheid zijn noodwo-ningen ongeschikt voor zeer ruwe, onbeheerschte en agressie-ve elementen. Deze dienen geweerd te worden in het belangder andere bewoners. Nu verkeert men in dit opzicht in gun-stiger positie dan na den vorigen wereldoorlog. Thans vindtmen door het oorlogsgewe'd onder alle groepen der bevolkinggezinnen zonder woning, terwijl omstreeks 1918 het vooral delagere bevolkingslagen waren, die tengevolge van den woning-nood dakloos werden. Bovendien zijn we nu vertrouwdermet het vraagstuk der a-socialen. Het trekt allerwegen deaandacht en dreigt zelfs in de mode te komen. In welke rich-ting de oplossing van de huisvesting dezer gezinnen ookgezocht moet worden, in noodwoningen hooren ze niet.Plaatst men ze, dan worden de woningen tot krotten, enmaakt men de omgeving ongeschikt voor betere gezinnen.De beperkte woon- en bergruimte vergen veel overleg vande huisvrouw. Voorzoover noodig dient zij geholpen te wor-den, opdat de beschikbare ruimte zoo doeltreffend mogelijkwordt benut. Geen kamertje vrijhouden voor het opslaan vankoopwaar, voor liefhebberijen van den man, of de waschtob-ben van de vrouw, indien dit ten koste van de slaapplaatsender kinderen gaat. Geen kolen in. een hoek van de slaap-kamer, geen W.C. die tevens als provisie- of kleerenkastwordt gebruikt, geen vuilnisbak naast het kinderbed.Waar geen schuurtje is, zal de waschbehandeling in dezekleine woningen wel altijd een bezwaar en een probleemblijven, vooral bij slecht weer; door het tijdelijk karakter vande woningen zijn waschgelegenheden, evenals trouwens ande-re centrale voorzieningen, hoe gewenscht ook, uitgesloten.Wel dient bij afgelegen complexen gezorgd te worden vooreenige goede winkels en pakhuisjes, wil men het houden vanwinkeltjes en het opslaan van koopwaar in de woningen metsucces tegengaan.Het onderhoud dient goed en zorgvuldig te geschieden, zoo-dat de woningen er in- en uitwendig verzorgd uitzien. Doorden lichten bouw en het intensieve gebruik zullen de kostendaarvan hooger zijn dan van normale woningen, maar hethoudt de woning instand, en bevordert de netheid, zoowelbinnen- als buitenshuis. Na den vorigen oorlog waren velenoodwoningen totaal verwanst. Hoewel de kans daarop nugeringer schijnt door de ontluizingsinrichtingen aan de grens,is het toch noodzakelijk nauwlettend voor de zuiverheid derwoningen te waken en besmetting door voorafgaand onder-zoek van het meubilair der nieuwe huurders en geregeldeOU controle zooveel mogelijk te voorkomen.Het verontreinigen van straten en het werpen van afval opde omliggende terreinen moet van het begin af worden bestre-den. Ongegeneerd straatleven, dat in afgelegen wijken bijsommige categorieen van de bevolking zoo makkelijk ontstaaten veld wint, dient te worden tegengegaan. Goede straat-verlichting kan hierbij he'pen.Een exploitatie, als hierboven is aangegeven -- met een zorg-vuldige selectie van de huurders, waarbij de woningen inder-daad ten goede komen aan de gezinnen, die ze het meestnoodig hebben, en a-sociale elementen worden geweerd;met toezicht op het doeltreffend gebruik der woning en op dewijze van bewoning, voorzoover noodig met leiding aan dehuisvrouw; met goed onderhoud, zoowel in het belang derbewoners, als ter voorkoming van het spoedige verval derwoningen; met het tegengaan van misstanden in de woningen er om been -- vraagt geschoolde, ervaren sociale krach-ten. Woninginspectrices zullen hier goed werk kunnen doen.Een dergelijk beheer -- en dit geldt ook voor den bouw,maar dat valt buiten het kader van dit artikel -- dient doorde overheid te geschieden. Noodwoningen zijn geen objectvoor particuliere exploitatie, daarvoor is het gevaar voor ver-krotting te groot. Het is dan ook te hopen, dat het Nood-volkshuisvestingsbesluit alleen zijn toepassing vindt dooroverheidsbouw en -exploitatie.Het bodemgebruik bij open of gesloten, lage ofhooge bebouwingElders in dit nummer is mededeeling gedaan van de vorming binnen hetInstituut van een stedebouwkundige studie-groep, welke zich in de eersteplaats tot taak heeft gesteld het stedebouwkundige kader van het z.g.architecten-programma voor woningbouw in overweging te nemen. Alseerste resultaat van den arbeid van deze groep volgt hieronder een be-schouwing, welke in ontwerp en in eind-redactie is' opgesteld door hetlid van de groep Ir. P. K. van Meurs.De vraag, of en in welke mate de bevolking van Nederlandin de toekomst in eengezinshuizen of in meergezinshuizen zalkunnen of moeten wonen ?-- d.w.z. in vrijstaande of aaneen-gebouwde vrije huizen, in boven- en benedenwoningen of inetagewoningen -- heeft een stedebouwkundigen kant en een,die meer alleen naar de zijde van de volkshuisvesting is toege-keerd. Zij kan althans van die beide gezichtspunten elkvoor zich uit worden benaderd: van de nederzetting uit envan de woning uit.Bij die benadering zal men op beide gebieden rekening moetenhouden met vele uiteenloopende factoren: cultureele, sociale,aesthetische en economische. Op stedebouwkundig gebied o.a.die van groepsvorming en gemeenschapsstructuur, van licht-inval, van stadsbeeld, van bodemgebruik en van de kostenvan stadsaanleg en van verkeer; op het gebied der volkshuis-vesting o.a. die van gezinssamenstelling, van behoefte aanzelfstandigheid en verbondenheid aan den grond in den vormvan verlangen naar een eigen tuin of de wensch tot opgaanin de massa, voorts die van bouwkosten en van onderhouds-kosten van woningen. Scherp te scheiden zijn al die factorennauwelijks.Bij de beantwoording van de vraag, of nieuwe woningbouwin open of gesloten, lagen dan wel hoogen bouw plaats zalhebben,, zullen al die factoren invloed (moeten) uitoefenen.Welke factor is de belangrijkste, of weJke factoren zijn debelangrijkste? Hoever gaat het belang van elk ervan? Dewaardeering hiervan is niet gemakkelijk, omdat zij zoo onge-lijksoortig zijn. Toch is het noodig, het belang van elkenfactor zooveel mogelijk te benaderen.Het is de bedoeling hieronder op slechts een der factorenin te gaan, en wel op het eene stedebouwkundige aspect vanhet bodemgebruik. Dit is een kwestie van sociaal-economischenaard. Zij kan aldus worden gesteld : laat de beschikbareruimte in Nederland -- of in bepaalde gedeelten van Neder-land -- open en lage bebouwing met woningen toe en zoo ja,BEHANG-PLASTIKAONZE PRACHTIGE VLOEIBARE BEHANG-VERF IN WIT EN UCHTCREMEVRAAGT ONS PRIJS EN MONSTERSRELIEFVERF302PLASTIKAIN POEDERVORMMET WATER AAN TE MENGENLEVERBAAR ZONDER TOEWIJZINGDUURZAAM ! WATERVAST!VRAAGT INLICHTINGEN EN PROSPECTUSVAN DEN DOEL & FRAY * DEN HAAGStelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen:BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN..OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage verstrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a. d. RUNTEL. 28338NATIONALE WONINGRAAD. Alg. Bond van Woningbouw-vereenigingen, vraagt voor zoo spoedig mogelijke indiensttredingSECRETARISSollicitanfen, bij voorkeur Juristen, dienen ruime kennis en ervaringte hebben van sociale vraagstukken. Voorwaarden nader overeente komen. Sollicitaties inzenden aan het Secretariaat, Wouwer-manstraat 27, Amsterdam.LevenspositieInsiilutioneele belegger zoekt all round krachtvoor dc verzorging en de uitbrciding van dc hypofhekenportefeuilleen het bezit aan onroerende goederen.Voor de vervulling dezer functie, die een groote mate van zelf-standigheid medebrengt, zijn technische bekwaamheid alsmede eencommercieel^ inslag, onontbeerlijk.Leeftijd bij voorkeur niet beneden 35 jaar. Academische vormingstrekt tot aanbeveling. Gegadigden gelieven hunne sollicitaties, diezeer vertrouwelijk zuUen worden behandeld, in te zenden onderno. 12-1945 bureau van dit blad.Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN.V. Haarlemsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEM2MHANDEL INBOUWMATERIALEN F. Filippo ? HaarlemHoofdkantoor: Soaarnd. weg 212 Telef. 14-264Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 25820TEGELS276Nv.GLASHANDELDORENS&Co .M, AIV^A^I A r?KEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404 ALLE SOORTEN V LA l\ \^ LA WVOOR DEN BOUW.&GLASNUVERHEIDAMSTERDAMVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWAGENAKERSBREDA275GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndusMeele en Handelsmaatschappij ,,TERRANOVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52A -- Telefoon No. 7381?JOHA & C 0. N.V.AMSTERDAM ? TELEFOON 604 38N.V. BOUWMATERIALENHANDEL v/hLVAN DRUNEN & ZONENTeMoon: Kantoor 4974 's-HERTOGENBOSCHMagazijn en Opslagplaatsen 5885 STATIONSWEG 35ETERNITTRIPLEXBOARDSMUUR. EN VLOERTEGELSALLE BOUWMATERIALENN.V.DORDTSCHEGLASHANDELGLASINDUSTRIE VOOR DE BOUWBEDRIJVEN. SCHEEPSBOUW EN INDUSTBIiKUIPERSHAVEN 28-29-30 DORDRECHT TELEFOON 5520N.V. AANNEMERSBEDRIJFVOORHEENH.DEBAATSloterdijkermeerweg 68-70 - Tel. 80371AMSTERDAM c.HEI- EN GRONDWERKEN - ZANDLEVERANTIESVERVOER VANBOUW- EN BESTRATINGSMATERIALEN^ 300IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIINi^^J%^.,..M.,.....J \Artikcles? .4 i_:-^1 i r.J L!q.-iC.NBebouwingswijze : I II III IV VSchematische voorstelling van verkaveling van woonwijken met verschillende bebouwingsdichthedenin welke mate? Is er wel ruimte genoeg in ons dicht bevolkteland om alle woningen naast elkaar inplaats van ten deeleboven elkaar te bouwen ? Zou een dergelijke bebouwing vooralle woningen, of voor het overgroote deel ervan, niet al teveel grond aan andere, noodzakelijke behoeften onttrekken ?In welke mate althans zou dit het geval zijn ? Deze vragenlaten den stedebouwkundige niet met rust. Ook al zal dezeom andere redenen -- in verband met andere factoren, bijv.cultureele of hygienische, lage bebouwing willen bevorderen,dan nog zal hij moeten aantoonen dat dit mogelijk is zonderaanmerkelijke schade aan andere belangen te lijden. Althanszal hij moeten kunnen laten zien, wat de gevolgen van zijnkeuze op het gebied van het bodemgebruik zijn.Het bodemgebruik is hierbij niet gezien als een zuiver econo-mische, in geld uit te drukken factor. Dit is weer een anderaspect, dat nader kan worden beschouwd wanneer men o.m.de grootte der benoodigde oppervlakken kent, maar waarophier niet nader wordt ingegaan. Ook aan de verkeersbezwa-ren, die een ruimere bebouwing met zich mede brengt in denvorm van tijdverlies, inspanning en kosten, om het contacttusschen de bewoners onderling, en tusschen de bewoners enhun werk- en ontspanningsterreinen te bewerkstelligen, ishier geen nadere aandacht besteed. Ook deze factor zal weerte benaderen zijn, wanneer eenmaal bekend is welke opper-vlakken ongeveer met respectievelijk open en gesloten, lageen hooge bebouwing, gemoeid zijn. De zaak wordt dus voors-hands alleen van een kant bekeken.Voor de beantwoording van de aldus beperkte vraag is aan-vankelijk van vijf verschillende bebouwingswijzen uitge-gaan, die in ons land gebruikelijk zijn, in het bizonder inde omgeving, waarin het vraagstuk van lage of hooge be-bouwing speelt. Die omgeving is tweeerlei: de keuze van openof gesloten lage bebouwing speelt in een half-stedelijke, half-landelijke omgeving, de keuze tusschen gesloten hooge oflage bebouwing speelt in de stedelijke omgeving. Te denkenvalt aan bebouwing in of nabij een groote provinciestad ofeen stad in het Westen van ons land. De keuze is gevallenop typen van bebouwing, die daarvoor in de aan den oorlogvoorafgaande jaren als normen konden worden beschouwd.Voor open bebouwing komt massaal dan slechts die metdubbele woningen in aanmerking. Aan een bebouwing metmeer dan vier woonlagen is voorbij gegaan, omdat deze nietin belangrijke mate placht voor te komen. De genoemde nor-men kunnen dan beschouwd worden aan de ervaring te zijngetoetst; zij zijn aanvaard en geijkt. Aan datgene, wat menin komende jaren in die bebouwingswijze als verbetering zouwillen aanbrengen (verruiming of hoogere efficiency) is geenaandacht besteed; dit is weer een volgend vraagstuk, al hangthet met het onderhavige nauw samen.Voor de genoemde vijf bebouwingswijzen is een normaal teachten verkaveling hierbij in teekening gebracht, waarvan deeigenschappen nader zijn becijferd in tabel 1.Daarbij is uitgegaan van een schema van verkaveling vaneen zuivere woonwijk, dat voor elke bouwwijze kan wordentoegepast. Uitgegaan is van een wijk, bestaande uit recht-hoekige, gemakshalve symmetrisch gedachte bouwblokken,omgeven door woonstraten, waarvan die langs de korte zij-den der blokken 2/3 van de breedte van die langs de langezijden der blokken hebben. De wijk is gedacht, samengestelduit twee hoofdelementen : bebouwde terreinen en openbareterreinen, de eerste ingedeeld in woningbouwterreinen en bi-zondere bouwterreinen (zooals scholen), de tweede in woon-straten en terreinen voor andere openbare doeleinden (zooalspleinen, beplante oppervlakten binnen de woonwijk, hoofd-straten). De woonstraatbreedte is zoodanig, dat daarin nogruimte voor beplantingsstrooken kan worden gevonden.Aangenomen is dat de bizondere bouwterreinen een deelder Ijouwblokken in zullen nemen, terwijl de verdere ruimteder bouwblokken zal worden ingenomen door woningen, ge-bouwd langs de lange zijde dier blokken. De ruimte voorandere openbare doeleinden is in een strook voor de bouw-blokken samengetrokken. Voor alle woningen is gerekend opvoortuinen.Aangenomen zijn als bebouwingswijzen : open bebouwing met 51Artlkelen dubbe'e woningen en gesloten bebouwing in resp. 1, 2, 3 en 4woonlagen.Voorts zijn voor elke bebouwingswijze aangenomen:c. hct aantal woningen per ha woonwijk (de bebouwings-dichtheid)d. de bebouwingscoefficientf. de gcmiddelde perceelbreedtei. de opperv'akte bizonder bouwterrein per ha woonwijkn. de voortuind'epteo. de bebouwingsdiepter. de breedte der woonstratent. de goothoogte.Uit deze als gegevens aangehouden waarden zijn de overigeberekend, die den vorm en indeeh'ng van het bouwblok ende woonwijk veider bepalen, zooals perceeldiepte, de dieptevan het achterterrein, de onderlinge afstanden van voorgevelsen van achtergevels, de bouwb'okdiepte en de oppervlaktevoor elk der vier bestemmingen bij elke bebouwingswijze.De berekening is zoowel per ha woonwijk als per bouwblokuitgevoerd. Daarbij is aangenomen, dat alle bouwblokken eenlengte van 165 m hebben. De becijfering per bouwblok ver-oorlooft een goede vergelijking en beoordeeling van de af-metingen der voor bizondere bebouwing en andere openbaredoe'einden beschikbare terreinen.Aan de hand der afgeleide waarden en der schematische tee-kening op schaal voor elke bebouwingswijze kan de aanne-melijkheid van elke bebouwingswijzei worden beoordeeld. Deonderlinge afstanden, de terreindiepten, de verhouding vanhoogte en breedte van straten en binnenterremen zijn uit detabel af te lezen. Bij de beoordeeling van de grootte en af-metingen der bizondere bouwterreinen valt tc overwegen, datdie in de werkelijke woonwijk niet over aPe blokken zullenworden verdeeld, en dat zij bij intensiever bebouwing metwoningen ook intensiever zullen worden bebouwd. Bij debeoordeeling van de grootte en afmetingen van de ruimtevoor andere openbare doeleinden valt te overwegen, dat dezeveelal in verschillende elementen in uiteenloopende dee'envan een woonwijk zal uiteenvallen, resp. worden samengevat.Uit de cijfers en de teekening blijkt, dat verkaveling volgenshet aangenomen schema en de aangenomen waarden, mogelijken aannemelijk is. Zij is het meest gunstig voor de bebou-wingswijzen I en III, besche'den doch goed voor de bebou-wingswijze II en het meest beperkt, doch niet onaannemelijk,voor de bebouwingswijze V.De lichtinvalshoek boven de raamdorpels der benedenwoon-vertrekken bij de laatste bebouwingswijze, d.i. de hoek metden horizon, onder welken de laagst invallende lichtstraal bo-ven de goothoogte aan de overzijde van straat en binnenterreininvalt, is geringer dan 30?. De onderlinge afstanden van resp.voor- en achtergevels zijn dezelfde nl. 26 m, de goothoogteboven den raamonderdorpel bedraagt -- ook indien een onder-verdieping wordt gebouwd -- 13 m.Opgemerkt moet worden, dat gunstiger verkavelingen metniet om elk bouwblok rondloopende woonstraten, en met debizondere bebouwing ingevoegd in de ruimte voor andereopenbare doeleinden, mogelijk zijn, ook zonder dat men totbebouwing aan voetstraten behoeft over te gaan. Bij aanmer-kelijke afwijking van den rechthoekigen vorm van bouw-blokken en bij aanmerkelijk geerende straatruimten zal uiter-" aard de aangenomen bebouwingsd'chtheid niet meer aange-houden kunnen worden.' De aangegeven bebouwingswijzenzijn echter als aannemelijk en bereikbaar, zij het ook alsmaxima te beschouwen.Zou men de besproken bebouwingswijzen, in de tabel opge-nomen, in een cijfer willen trachten te waardeeren op eenzakelijke wijze, dan zou men een becijfering kunnen makenvan de nutt'ge vloeroppervlakte, die elk hunner per hawoonwijk oplevert. Deze is ge'ijk aan het aantal woningenper ha, vermenigvuldigd met de breedte per woning, de diepteder woningen en het aantal verdiepingen. Dit geeft een brutooZ (buitenwerksche) vloermaat, die voor vergelijking even bruik-baar is te achten als de netto vloeroppervlakte binnenshuis.Neemt men nog aan, dat de breedte der dubbele woningenin bouwwijze I per perceel ook 5.50 m bedraagt, dat heelehuizen twee voile verdiepingsvloeren tellen, boven- en bene-denhuizen drie voile verdiepingsvloeren, 3 woningen bovenelkaar vier verdiepingen (evenals de voorgaande een in dekap) en 4 woningen boven elkaar vijf verdiepingen (kap ofonderhuis), dan zijri de nuttige vloeroppervlakken per hawoonwijk voor de bebouwingstypen I, II, III, IV en V res-pectievelijk 2640, 3960, 5940, 6600 en 7425 m2. Zij verhou-den zich a's 4 : 6 : 9 : 10 : ruim 11. Zou men geen kapver-dieping of onderhuis bouwen bij de etagewoningen, dan zoude vloeroppervlakte voor bebouwingswijzen IV en V terug-loopen tot resp. 4950 m2 en 5940 m^, en dus hoogstens deefficiency van boven- en benedenhuizen bereiken ! En datterwijl de verkaveling sterker het maximaal-toelaatbare nadert.Bouwt men etagewoningen inplaats van boven- en beneden-huizen, dan is dat zeker niet om de gezinnen ruimer te huisves-ten, maar s'echts om ze dichter opeen te bergen ten koste vaneen kleinere -- zij het wellicht comfortabeler -- ruimte. Dewaarde van het aldus berekende cijfer moge niet worden over-schat, niettemin werpt de berekening ervan een nieuw lichtop de vraag omtrent de voordeelen van etagewoningen.Maar dit terzijde. Voor de beoordeehng van de zaak, waaromhet in dit opstel gaat, kan men het beste de uitersten tegen-over elkaar stellen : lage open bebouwing, lage gesloten be-bouwing en hooge gesloten bebouwing in vier woonlagen :de bebouwingswijzen I, II en V met resp. 30, 45 en 90 wo-ningen per ha, op de bescheiden wijze zooals die hierbovenzijn opgezet.Bij de beoordeeling van gevo'geri van toepassing van elk dertwee het eerst genoemde bebouwingswijzen voor het geheeleland is uitgegaan van den normalen omvang van het woning-bouwprogramma voor den oorlog, ter grootte van ca 40.000woningen per jaar. Weliswaar zal, als gevolg van den huidi-gen achterstand, dat programma in de eerstvolgende tienjaren belangrijk grooter zijn, maar daarna zal het weer opdit normale programma kunnen terugval'en en na verloopvan tijd zelfs verminderen. Aangez'en de onderhavige be-schouwing niet voor een tiental jaren, maar voor een ruimertijdvak van beteekenis moet zijn -- men make een artikelmet een levensduur van een kleine eeuw niet afhankelijkvan tijdelijke omstandigheden ! -- is het normale programmaaangehouden, en zijn de gevolgen daarvan vergeleken metandere vcrschijnselen in normale, d.w.z. vooroor'ogsche jaren.Het terreingebruik in de wijk kan worden vergeleken, maardan moet ook in acht genomen worden, dat bouwwijzen IIen V hoogere c'schen aan terreingebruik buiten de wijk stel-len voor ontspanningsruimte, geringere aan verkeersruimte.Berekend wordt, welke oppervlakte per woning voor cultuur-doeleinden bij elk der bebouwingswijzen niet meer beschikbaaris. In aanmerking is genomen, dat bij lagen bouw een deelder achtertuinen nog als cultuurgrond is te beschouwen, enals zoodanig dus niet verloren gaat. Sommige daarvan zullenwelisw^aar nauw^elijks productief zijn, maar andere zijn dit nogin hooge mate.Bebouwingswijze IDe bebouwingsfactor is 3/4, dus is er 2500 m^ straat en7500 m2 bouwgrond, waarvan ca 6800 m^ woningbouwgrond.6800Per woning is dit = 227 m^, waarvan huis, plaats,30schuur en voortuin 107 m2 innemen en 120 m^ als achtertuinin gebruik komt. Stelt men, dat 'A hiervan niet als cultuur-grond verloren is, dan is dit dus 60 m^. Per woning beslaat10.000de wijk = 333 m2, waarvan dus 333 - 60 = 273 m^30niet meer als cultuurgrond beschikbaar is. Buiten de wijk zijnin dit geval per inwoner noodig 4 m2 voor sport en 2 m^voor park. Dit is dus per inwoner 4 + 2 = 6 m2 en per woningvoor 4 personen (de gemiddelde woningbezetting in het rijkbedroeg ult. 1939 8.833.977 inwoners op 2.199.121 woningen,bewoond en onbewoond, d.i. 4,02) 24 m2. In verband met demeerdere benoodigde ruimte aan doorgaande wegen buitende wijk, aanvanke'ijk weinig, later meer, zal gemiddeld naarschatting hoogstens 720 m^ meer noodig zijn dan bij hoogenbouw, d.i. per woning 24 m2. Totaal dus 273 + 24 + 24 = 321 m2per woning, die niet voor bodemcultuur meer beschikbaar is.Bebouwingswijze IIDa bebouwingsfactor is 2/3 dus is er 6700 m2 bouwgrond,waarvarij ca 6000 m2 woningbouwgrond. Per woning is dit60001 = 133 m2, waarvan huis, plaats, schuur en voortuin4567 m2 innemen en 60 m2 als achtertuin in gebruik komt. Steltmen, dat 1/3 hiervan niet als cultuurgrond verloren is, dan10.000is dit dus 20m2. Per woning beslaat de wijk = 222m2,45waarvan dus 222--20 = 202 m2 niet meer als cultuurgrondbeschikbaar is. Buiten de wijk zijn in dit geval per inwonernoodig 5 m2 voor sport, 2 m2 voor park en 4 m2 voor volks-tuin ; van de laatste opperv'akte moet slechts de helft alsverl'es aan cultuurgrond worden beschouwd. Dit is dus perinwoner 5 + 2 + 2 = 9 m21 en per woning voor vier personen36 m2. In verband met de meerdere benoodigde ruimte aandoorgaande wegen buiten de wijk, aanvankelijk weinig, latermeer, zal gemiddeld naar schatting hoogstens 850 m2 meernoodig zijn dan bij hoogen bouw, d.i. per woning 18 m2.Totaal dus 202 + 36+18 = 256 m2 per woning, die niet voorbodemcultuur meer beschikbaar is.Bebouwingswijze V .^j,De geheele wijk is voor cultuurdoeleinden niet meer beschik-baar d.i. per woning dus10.000111 m2. Buiten de wijk90is nog noodig : per inwoner 5 m2 voor sport, 4 m2 voor park,6 m2 voor volkstu-'n. Van de laatste oppervlakte moet slechtsde helft, d.i. 3 m2 per inwoner als verlies aan cultuurgrondbeschouwd worden. Bij een woningbezetting van 4 personenis het verlies buiten de wijk dus 4X (5+4 + 3) = 48 m2.Per woning is dit samen 111+48 = 159 m2.De verhoudingen zijn dus : I : II : V als 321 : 256 : 159 m2.De verschillen zijn dus per woning : tusschen hooge en lagebebouwing 256-- 159 = 97 m2 ; tusschen dichte en ruimelage bebouwing 321 --256 = 65 m2.Wat beteekent dit voor het bodemgebru'k in het geheele land ?Alleen voor de bevolking van de groote steden, naar ruweaanname alleen voor die met bijna of meer dan 100.000 in-woners, kan de vraag, of lage of hooge bebouwing toegepastzal worden, worden gesteld. Uit de bijlage bij het architecten-programma voor woningbouw blijkt, dat het grondgebru'k perwoning in die steden in 1937 ongeveer overeenkwam met datvan bebouwingswijze V, dat van de steden tusschen 100.000en 10.000 inwoners met dat van bebouwingswijze II, dat vande plaatsen met minder dan 10.000 inwoners met dat vanbebouwingswijze I. De toeneming van de bevolking in desteden met meer dan 100.000 inwoners was blijkens bijgaandetabel 2 in een recent tijdvak van 10 jaar 17,50% of 19,66%van de totale toename van den woningvoorraad. De betrok-ken gemeenten zijn die, welke voor de keuze tusschen hoogeen )age bebouwing in aanmerking komen. Wil men voorzich-tigheidshalve het aantal dier gemeenten nog uitbreiden, danblijkt, indien men dezelfde becijfering voor een twaalfjarigeperiode en voor de elf grootste gemeenten opzet, volgens tabel3, dat de bevolkingstoename aldaar 25,15% van die van het Artike;^rijk bedraagt.In die steden zal altijd een deel der woningen nog als ecn-gezinshuis worden gebouwd; de vraag: hooge of lage bebou-wing, kan hoogstens 1/5 van den aanbouw betreffen, ind'enmen aanneemt, dat de toename van den woningvoorraad perjaar, groot ca 40.000 woningen, ongeveer gelijken tred houdtmet de verdeeling der bevolkingstoename. Dit is 1/5 X 40.000d.i. ca 8000 woningen per jaar. Het verschil in grondgebruikzou dus 8000 X 97 m2 d.i. bijna 80 ha per jaar bedragen.De vraag over meer of minder open bebouwing kan slechtsgelden voor de plaatsen grooter dan 10.000 inwoners, voorwelke blijkens tabel 2 de bevolkingstoename 66,97% of72,38 % van die des rijks bedroeg. De toename van het aan-tal woningen was dus rond 2/3 of % van de toename van denwoningvoorraad in het geheele land, waarvan naar schattingeen vijfde deel toch ruim gebouwd zal worden. Het verschildient dus hoogstens over % X 40.000 d.i. 30.000 woningenberekend te worden; het bedraagt dan 30.000 X 65 m2 =bijna 200 ha per jaar.In totaal werd voor de toename van den woningvoorraad inde laatste jarcn voor den oorlog per jaar rond 1000 ha terreinin beslag genomen; volgens de bouwwijze II had dit 40.000X 256 m2 d.i. een ongeveer even groot bedrag aan verlies vancultuurgrond moeten Ijeduiden. Wij zien dus, dat bij een ver-80 hagrooting van de opoffering van grond met == 8 %^ 1000 haalle nieuwe bouw lage bouw kan zijn, bij een verdere vergroo-200 hating met = 20 % alle bebouwing zeer ruim in plaats1000 havan stedelijk dicht.De oppervlakte cultuurgrond in ons land bedroeg in 19372.358.798 ha, de oppervlakte bebouwde terreinen en erven73.797 ha- De oppervlakte cultuurgrond neemt in ons land per4.000jaar met gemiddeld ca 4000 ha toe, d.i. met =2.358.7980,17%, de productie per ha met ca 1H%: gecombineerd be-duidt dit een toenemende productie van 1,015 X 1,0017- 1 =1,67 % per jaar. De oppervlakte bebouwde terreinen en erven100.000nam per jaar met = 1,34 % toe, dit zou voor alge-73,797108.000heelen lagen bouw tot = 1,46%, voor algeheele73.797128.000ruime bebouwing tot -- = 1.73% moeten worden op-73.797gevoerd.De vergrooting van de oppervlakte cultuurgrond en de pro-ductiviteit daarvan zal een grens hebben; deze ligt nog zeerver; de mogelijkheden tot landwinst door ruilverkavehng enherontginning zijn nog zeer groot.De toeneming der bevolking zal, voor zoover beoordeeld kanworden, een grens hebben; deze ligt niet zoo" ver (de demo-grafische veranderingen door den oorlog komen voorshandsvoor tijdelijke afwijkingen te zijn)., De behoefte aan nieuwe,goed geplaatste woningen kan echter nog zeer lang blijvenbestaan, n.l. tot de geheele woningvoorraad aan nieuwe eischenvoldoet.Als conclusie kan gelden, dat lage bebouwing voor de vol-ledige jaarlijksche woningbehoefte uit een oogpunt van bo-demgebruik binnen de landsgrenzen voorshands geen onover-komelijke bezwaren ontmoet, althans de huidige procentsge-wijs grootere toename van de opbrengst van cultuurgronden 5oArtikelen TABEL 1Cijfergegevens betreffende verschillende bebouwingswijzen en bebouwingsdichtheden. Maten in meters afgeronda bebouwingswijze ??........b - aantal woonlagenc aantal woningen per ha woonwijkd bebouwingscoefficiente verhouding van openbare tot bebouwde oppervlakte .f gemiddelde perceelbreedteg gemiddelde gevelbreedte per woning . . .h oppervlakte bouwterrein per ha woonwijk ....i oppervlakte bizonder bouwterrein per ha woonwijk .j oppervlakte voor openbare doeleinden per ha woonwijk .k oppervlakte woningbouwterrein per ha woonwijk1 gemiddelde oppervlakte bouwterrein per woning100-ddfb.100 d10.000-hh-ikI130751 :38.008.00750070025006800m perceeldiepte . . . .n voortuindiepte ....o bebouwingsdieptediepte achterterrein per pandonderlinge afstand achtergevelsbreedte woonstraatonderlinge afstand voorgevelsgoothoogteu bouwblokdiepteV halve omtrek bouwblokw oppervlakte woonstraat per bouwblok .X oppervlakte bouwblok . . . . .y oppervlakte woonstraat per ha woonwijkz oppervlakte voor andere openbare doeleinden per hawoonwijkA oppervlakte voor andere openbare doeleinden perbouwblok . . . . . ...B oppervlakte bizonder bouwterrein per bouwblokC oppervlakte woningbouwterrein per bouwblokD breedte terreinstrook voorandere openbare doeleindenE breedte bizonder bouwterreinF aantal woningen per bouwblok .c1g*m-n-o2pr+2n2 mu+165vr+r2165 uhwzxhkxhAu+rBuCw2272858153010204562212310924018756257708628378121537II145661 :25.505.506600700340059001332412241220548213270079202250115013808407080231854III2606311 :96.603.30630090037005400902741013261422854219326289102285141520011273763729IV V3 475 9060 502:3 1 : 16.60 6.602.20 1.656000 50001000 11004000 50005000 3900663023373685 12543265 310 1015 1330 2616 2026 2611 - 1460 52225 2173856 47409900 858027621663 ! 22382744 38401650 18888250 I 66925324 28 3615654 aangenomen waardenTABEL 2Bevolking Rijk6 gemeentenmet meer dan100.000 inw.ult. 19307 gemeentenmet meer dan100.000 inw.ult. 1940131 gemeentenmet meer dan10.000 inw.ult. 1930152 gemeentenmet meer dan10.000 inw.ult. 1940ult. 1940ult. 19308.923.2457.935.5652.341.3362.168.4842.457.6442.263.4325.729.8455.068.4346.019.2495.304.341toename; in 10 jaar absoluut . . .toename in 10 jaar in procenten vande totale toename987.680100%172.85217,50%194.21219,66%661.41166,97%714.90872,38%ArtikcicaTABEL 3Bevolking Rijk11 gemeenten met meer dan100.000 inwoners of bijna100.000 inwoners ult. 1942ult. 1942ult. 1930 ....'.,9.076.2507.935.5652.871.1392.584.237toename in 12 jaar absoluut . . . ...toename in 12 jaar in procenten van de totale toename .1.140.685100%286.90225,15%6 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners ult. 1930:7 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners ult. 1940 :11 gemeenten met meer dan of bijna 100.000 inw. ult. 1942 :Amsterdam, Rotterdam, den Haag, Utrecht, Groningen,Haarlem.Amsterdam, Rotterdam, den Haag, Utrecht, Groningen,Haarlem, Eindhoven.Amsterdam, Rotterdam, den Haag, Utrecht, Groningen,Haarlem, Eindhoven, Tilburg, Arnhem, Enschede,Nijmegen.TABEL 4Woningvoorraadult. 1939 ....ult. 1930 ....toename in 9 jaar absoluuttoename per jaar absoluuttoename in procenten van de totaletoename ....*) met AalsmeerProvincieNoordHolland459.772388.47471.2987.922100%2 gemeentenmet meer dan100.000 inw.263.091230.60632.4853.60945,58 %9 gemeentenmet meer dan10.000 enminder dan100.000 inw.ult. 1930TABEL 5Bevolkingult. 1939ult. 1930toename in 9 jaar absoluut .toename in procenten van de totaletoename*) met OverschieProvincieZuidHolland2.173.9261.957.578216.348100%2 gemeentenmet meer dan100.000 inw.1.103.5521.031.37072.18233,36 %100.32776.86223.4652.60732,90%22 gemeentenmet meer dan10.000 enminder dan100.000 inw.ult. 193010 gem. *)met meer dan10.000 enminder dan100.000 inw.ult. 1939112 gem.*)met minderdan 10.000inw.ult. 1930102.92778.83724.0902.67733,77 %572.229482.35889.87141,54%23 gem. *)met meer dan10.000 enminder dan100.000 inw.ult. 193996.35481.00615.3481.705"21,52%gem. *)met minderdan 10.000inw.ult. 1930111 gem.met minderdan 10.000inw.ult. 193993.75479.03114.7231.63620,65 %gemeentenmet minderdan 10.000inw.ult. 1939583.509489.79093.71943,32 %498.145443.85054.29525,10%486.865436.41850.44723,32 %55Artike^en niet te niet zal doen; met de toepassing van mime, lage be-bouwing moet uit dit oogpunt eenige beperk'ng worden be-tracht, omdat deze die gunstige verhouding in haar tegendeeldreigt te doen verkeeren.Thans kan de vraag gesteld worden, of binnen bepaaldekleinere gebieden het bodemgebruik aan de bebouwingswijzestrengere eischen stelt. Als zoodanig zijn h-eronder bereke-ningen opgezet voor twee concentratiegebieden, waar hoogeen d'chte bebouwingen het meest voor de hand liggen, n.l. deprovincies Noordholland en Zuidholland. Er zijn daarvooreenge andere, deels meer nauwkeurige gegevens benut.Uit tabel 4 bhjkt dat de toename van het aantal woningen ineen recente negenjarige periode in de provincie Noordhollandvoor de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners 45,58%,en voor de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners dochminder dan 100.000 inwoners 32,90% of 33,77% van detota^e toename aan woningen in de provincie betrof. Absoluutbedroegen die toenamen per jaar resp. 3609 woningen en2607 of 2677 woningen tegen 7922 voor de geheele provincie.Bij een bodemgebruik als voor de bebouwingswijzen I, II enV becijferd, zou totaal aan cultuurgrond 7922 X 256 m^ =ca 203 ha per jaar noodig zijn. Indien ''/s van de in de grootestcden benoodigde woningen in lage instede van hooge be-bouwing werd opgericht, zou hiervoor 4/5 X 3609 X 97 m^d.i. 28,0 ha meer noodig zijn. Indien 4/5 van de in de plaatsenmet meer dan 10.000 inwoners benoodigde woningen als rui-me in plaats van dichte bebouwing werd uitgevoerd, zou ditnog eens (4/5 X 3609 + 4/^ X 2677) X 65 m2 d.i. 32,7 hacultuurgrond meer vergen. Procentueel zou dit verhooging vandit verbruik met 13,8% en met extra 16,1 % beteekenen 'n-stede van resp. 8 % en 20 % voor het rijk. De bebouwdeeigendommen, kommen, erven en tuinen besloegen volgens debodemstatistiek over 1941 in de provincie 30.167 ha.203Voor normaal bouwen zou dit jaarlijks met = 0,67%30.167203 + 28,030,167203+28,0+32,70,77%, voor algeheele ruime bebouwing met30.167= 0,87%. Dit blijft bescheiden in verhouding tot de toene-ming van de productie van cu'tuurgronden.Uit tabel 5 volgt, dat de bevolkingstoename in een recenteperiode van ne^en jaar in de provincie Zuidholland in degemeenten met meer dan 100.000 inwoners 33,36 % en in d"gemeenten met meer dan 10.000 inwoners, doch minder dan100.000 inwoners 41,54 % of 43,32 % van de totale toenamebedroeg. Neemt men aan dat de toename van den woning-voorraad in die gemeentegroepen met de bevolkingstoenameevenredig is, en houdt men voor het bodemgebruik dezelfdecijfers aan als boven, dan zou per 100 woningen normaalworden onttrokken 100 X 256 m^ = 2,56 ha, bij algeheelelage bebouwing 4/5 X 33,36 X 97 m2 = 0,259 ha meer, bijvoMedige ruime bebouwing bovendien nog (4/5 X 33,36 +4/5 X 43,32) X 65 m2 = 0,399 ha meer. Deze verhoogingen0,259 0,399luiden procentueel resp. = 10,1 '% en = 15,6%2,56 2,56instede van resp. 8 % en 20 % voor het rijk.Uit deze uitkomsten blijkt dat uit een oogpunt van bodem-gebruik in de concentratiegebieden met lager en ruimer bou-wen meer omzichtigheid moet worden betracht dan voor hetrijk, hetgeen in het bizonder geldt voor lage in plaats vanhooge bebouwing in de provincie Noordholland. Echter zijndeze geb'eden minder op zelfvoorziening met bodemproductieaangewezen dan het geheeV Rijk, zoodat het argument vanbodemverbruik minder klemmend is.56 Voor nog kleinere eenheden, bijv. bepaalde steden, zullentoenemen, voor algeheelen lagen bouw metandere factoren, bv. grondprijzen, een groote rol in het vraag-stuk gaan spelen.De becijferingen zijn, als gevolg van het ontbreken van be-paalde statistische gegevens, en voorts van de noodwendigeaannamen en schattingen, ruw. Maar zij geven een orde vangrootte aan. Men kan nu eenigszins nagaan, wat het be-teekent, wanneer men -- op grond van andere overwegingenvan stedebouwkundigen aard, of op belangen der volkshuis-vesting in den ruimsten zin gebaseerd -- meer lage en meeropen bebouwing wil bepleiten.De huisvesting van groote gezinnen te LeidenDe Leidsche Armenraad heeft een rapport in druk doen ver-schijnen, dat gewijd is aan de huisvesting van groote gezinnenmet geringe financieele draagkracht ter plaatse. Een kleinecom'missie, door het bestuur van den genoemden raad inge-steld, heeft in den oorlogstijd de leiding gehad over eenonderzoek terzake. Er bleek aan de huisvesting van dezegroep der bevolking heel wat te haperen.Het rapport noemt een aantal normen voor de woningen vangroote gezinnen, zooals een woonkamer van ten minste 18 m^(voor zeer groote gezinnen 20 m^), een tweede woonvertrek(van 8 m2), gescheiden slaapgelegenheid voor jongens enmeisjes, een keuken van ten minste 6 m^ (voor het zeer grootegezin 8 m2) e.d.m. Deze normen worden opgesomd met hetoog op den aanbouw van nieuwe woningen; bij het onderzoekis met geringer eischen genoegen genomen.Het onderzoek strekte zich uit over 695 gezinnen, die met deinwonenden 6428 personen telden, d.i. 9,2 gemiddeld per wo-ning. Van deze woningen werd ruim 62 % als goed, ruim26 % als matig, 8 % als slecht en 2,6% als zeer slecht ge-kwalificeerd. Bij deze beoordeeling is geen aandacht geschon-ken aan de geschiktheid voor het bewonende gezin. Wanneermen den maatstaf van de grootte combineert m?t dien van dehoedanigheid van de woning op zichzelf, vallen de cijfersongunstiger uit. Zoo waren van de 437 woningen, die goedwerden genoemd, slechts 340 ten voile groot genoeg voorhet gezin, dat erin woont. Dat de woningen, die bij deze be-schouwing gunstig worden beoordceld, nog geenszins aan denormen voor nieuwe woningen behoeven te voldoen, kanhieruit blijken, dat er onder de beste woningen voorkomen,waarvan de bewoners van den dokter het advies hebbengekregen naar een gezondere woning te verhuizen, of waar-van de woonkamer onvoldoende licht ontvangt, of waarvande woonkamer slechts 10 of 11 m^ groot is, of die geen gele-genheid bieden om jongens en meisjes boven de 10 jaar ge-scheiden te laten slapen.De Woningwetwoningen, die speciaal voor groote gezinnenwerden gebouwd, op het oogenblik 99 in getal, zijn afzon-derlijk in onderzoek genomen. Slechts 59 daarvan werdenfeitelijk door een groot gezin bewoond. De huren van dezewoningen varieeren van f 5,15 tot f 6,65. Ook deze met over-heidssteun gebouwde woningen voldoen niet aan bescheideneischen. De woonkamer van ten hoogste 16 m^ is onvoldoen-de; aan de bijruimten is te weinig aandacht besteed.Aan het slot wordt een antwoord gezocht op de vraag, hoehet komt dat bijna 30 % van de onderzochte gezinnen onvol-doende gehuisvest is. Tekort aan woningen in het algemeenkan niet de eenige oorzaak zijn, aangezien sommige gezinnenliever in kleine of slechte woningen ibleven zitten, terwijl spe-ciale woningen voor groote gezinnen leeg stonden. De meestevan de onvoldoende gehuisveste gezinnen hadden een geringinkomen. Hier ligt dus een tweede oorzaak. 41 van dezegezinnen moesten bovendien beslist als a-sociaal worden aan-gemerkt. Dit wijst erop, dat ter bestrijding van de geconsta-teerde ongunstige toestanden afbraak van slechte woningenen aanbouw van goede nieuwe woningen gepaard zal moetengaan met financieele maatregelen en opvoeding van sociaalzwakken tot behoorlijke bewoning.H. V. d. W.De kosten van den bouwgrond voor arbeiders-woningenEen geschrift, uitgegeven door de Hoofdinspectie voor deVolkshuisvesting (publicatie 1945 No. 1), als overdruk uitde Verslagen en Mededeelingen betreffende de Volksgezond-heid, geeft de uitkomsten weer van een onderzoek naar dezekosten. Het onderwerp, onder alle omstandigheden van grootbelang voor de volkshuisvesting, heeft nu nog aan beteekenisgewonnen, immers in de eerstvolgende jaren zal een oneven-redig groot aantal woningen tot stand moeten komen endaarbij zal in ongewonen omvang overheidssteun noodig zijn.Inzicht in de grondkosten onder invloed van allerlei facto-ren -- het rapport noemt inzonderheid de perceelsbreedte --beteekent dus inzicht in een bestanddeel van de overheids-uitgaven, of anders gezegd, in een van de elementen, die heteffect voor de volkshuisvesting bepalen van de middelen, diede overheid voor dit belang ter beschikking kan stellen.Het onderzoe'k is begonnen met het vaststellen van de be-standdeelen van den prijs van den bouwgrond. Er zijn ver-volgens een aantal berekeningen uitgevoerd, die ten doelhebben na te gaan welke kwantitatieve beteekenis elkbestanddeel heeft. Een serie tabellen laat ons zien tot welkresultaat dit rekenwerk heeft gevoerd. Wij vinden hierinbijv. opgegeven op welke kosten per m perceelbreedte aller-lei ruwe grondprijzen neerkomen, bij varieerende blokdiepte,straatbreedte en bloklengte, hetzelfde voor de kosten vanophooging van straatgrond en perceelgrond, van rioolaanleg,van straataanleg, inclusief kleine plantsoenen, enz. Voor dekosten van technische werken is uitgegaan van loonen enmateriaalprijzen voor den oorlog, ontleend aan gegevens,welke uit een aantal gemeenten zijn verzameld.Op dezen grondslag wordt meer in het bizonder onder oogengezien de mogelijkheid tot verkleining van de diepte van eengrondperceel bij verbreeding daarvan om de daarvoor noo-dige vergrooting van de perceel-oppervla'kte te reduceeren.Het is niet mogelijk alle gevallen, die in dit verband wordenonderscheiden, hier samen te vatten. Letten wij slechts opde eindconclusies. Twee wegen worden genoemd, waarlangsde woningexploitanten hebben getracht een ruim rendementvan hun kapitaal te bereiken, t.w. vermindering van de per-ceelbreedte en beperking van de blokdiepte. De geriefelijk-heid van de woning heeft hieronder geleden; er zijn slechtewoningtypes uit voortgekomen met smalle vertrekken, diepeen te breede uitbouwen, gebrekkige toetreding van Ucht enlucht en overlast van vocht.Het streven naar breedere perceelen is thans algemeen. Bijde voorbereiding van een serie woningtypes door de Hoofd-inspectie is gebleken dat beneden een breedte van 4,75 mgeen behoorlijke woningen kunnen worden ontworpen. Deeengezinsrijenhuizen -- inmiddels gepubliceerd -- hebbeneen breedte van 4,75 tot 7,10 m. Het thans verschenen rap-port wijst erop dat eerstgenoemde breedte aan den lagen kantis; het noemt een minimum van 5 m stellig gewenscht. Tegen-over het streven naar een grootere perceelbreedte staat deeisch van een economische verantwoording. Deze zou ertoekunnen leiden dat t.a.v. de grondkosten maxima wordenvastgesteld, welke voorwaarde zouden zijn voor medewer-king van de overheid. De vaststelling van zoodanige maximais moeilijk. Ruwe-grondprijzen en ophoogingskosten loopenimmers uiteen en wel op een wijze, die niet parallel loopt aan 'de grootte der gemeenten; ook binnen een gemeente komenverschillen voor en er zijn bovendien prijsschommelingen.Het rapport geeft een suggestie voor een indeeling der ge-meenten voor dit doel in zeven groepen.Ten slotte worden voor enkele gemiddelde gevallen voor dedoor de Hoofdinspectie gepubliceerde serie types de kosten .van het bouwterrein per woning opgegeven. Daaruit blijktdat, indien aan den prijs per bouwperceel een maximum vanf 600 wordt gesteld, in gemeenten met lage ruwe-grondprijzen(tot f 10 per m perceelbreedte) en lage ophoogingskosten(tot f 20 per m perceelbreedte) alle types van de serie toteen breedte van 7,10 m kunnen worden uitgevoerd, indienmen genoegen necmt met het minimale achtererf van 8 mdiepte. Wenscht men een achtertuin, die 5 m dieper is, danbedragen de kosten f 1(X) meer. Wil men den prijs tochhandhaven op f 600, dan kan men met de perceelbreedte nietverder gaan dan ongeveer 6 m.Verder zijn enkele types vergeleken, die alle een bebouwdoppervlak hebben van rond 43 m^ en een breedte, variee-rend van 4,75 tot 6,25 m en vervolgens enkele types, meteen iets grooter bebouwd oppervlak (44 tot 45 m^) en eenbreedte varieerend van 5 m tot 7,10 m. In het eerste gevalziet men de kosten van het bouwterrein klimmen met onge-veer f 6 per 10 cm meer breedte en bij 5 m extra-achtertuinmet ongeveer f 7 tot f 7,50 per 10 cm meer breedte; in hettweede geval eveneens met ongeveer f 6 per 10 cm meerbreedte (bij de allergrootste breedte slechts met f 4,50) enbij 5 m extra-achtertuin met f 7 per 10 cm meer breedte (bijde allergrootste breedte f 6). In al deze gevallen moet dusworden gerekend op een toeneming van de huur met 6 a 7cent per wee'k voor elke 10 cm, die aan de breedte van dewoning wordt toegevoegd. De kosten van het bouwterreinnemen in beide gevallen wel toe met de breedte van de wo-ning, wanneer een grootere breedte gecompenseerd wordtdoor een geringere diepte, maar lang niet evenredig met detoeneming van de breedte. ,,Voor betrekkelijk weinig meerkosten blijkt een woning een aanmerkelijk grootere breedte tekunnen verkrijgen, waardoor een betere woningindeelingmogelijk wordt en dus de volkshuisvesting wordt gebaat."H. V. d. W.BinnenlandDe Troonrede en de volkshuisvesting:De Troonrede bevatte de volgende passagd inzake de volkshuisvesting.In het jaar 1946 zulfen de 300.000 Ucht beschadigde en de 40.000 zwaarbeschadigde woningen definitief worden hersteld. Daarnaast zullen10.000 nieuwe woningen worden gebouwd, terwijl het drievoudige vanhet hiervoor benoodigde materiaal voor den wederopbouw van de Industrieen het herstel van het verkeerswezen zal worden) gebruikt. De plannenvoor volledige bevrediging van de behoeften van volkshuisvesting enIndustrie worden krachtig ter hand genomen.Wettelijke maatregelen zijn in voorbereiding tot verzekering van dedoeltreffende uitvoering van dit bouwprogramma.Vorderingsbesluit dienst- en woonruimte 's Graven-hage en omgevingBij Kon. Besluit van 13 October 1.1. is een afzonderlijke regeling getroffenvoor de vordering van dienst- en woonruimte in de Haagsche agglorae-ratie. De regeling omvat, behalve de centrale gemeente 's Gravenhage,ook Leidschendam, Rijswijk, Voorburg en Wassenaar. Er is een speciaalbureau voor de huisvesting 's Grav*enhage en omgeving ingesteld, ondereen commissie van beheer, waiarin vertegenwoordigers van eenige departe-menten van algemeen bestuur zitting hebben, naast leden, aangewezendoor het Militair Gezag, en de burgemeesters der gemeenten in het ressortvan het bureau. In dit gebied worden de bevoegdheden tot vorderingvan woonruimte en' inkwartiering uitsluitend uitgeoefend door den direc-teur van het bureau. Blijkens artikel 1 van het besluit heeft in de eersteplaats de voorziening voorgezeten in de huisvesting van publieke diensten,ambtenaren van deze diensten en onderdeelen van leger en vloot, tenin de tweede plaats de huisvesting van de burgerbevolking.ArtikcleoBianeaUndWoningruilcentrale UtrechtIn Utrecht is overgegaan tot de instelling van een woningruilcen-trale, ondergebracht bij den bouw- en woningdienst. Zij zal bemiddelingverleenen voor ruilingen, waarbij een of beide woningen in de gemeenteUtrecht zijn gelegen. De centrale zal zich niet begeven op het terreinvan de particuliere woningbureaus; zij beperkt er zich toe de gegadigdtenmet elkaar in contact te brengen. De verdere regelingen tusschen de ge-gadigden onderling en met de huiseigenaren moeten op de tot dusvergebruikelijke wijze, dus eventueel door bemiddeling van een woning-bureau, tot standkomen. Ook dienen de gegadigden zelf te zorgen voorhet verkrijgen van de noodige vestigings- of verhuisvergunningen.De diensten van de dentrale zullen kosteloos worden verleend. 57BinnenilanidBuitenlandOvcrzichc vantijdschriftenVerkoopprijzen van huizenVerschillende dagbladen vermelden dat de Directeur-Generaal van deprijzen zich bij circulaire tot de hoofden van de Prijzenbureaus vooronroerende goederen en tot andere ambtelijke en niet-ambtelijke orgianenheeft gewend, die bemoeienis hebben met het onroerend goed. In, dezecirculaire wordt hun meening gevraagd over buitenwerkingstelling vanhet Vervreemdingsbesluit, dat zooals bekend, een beperking van de ver-koopprijzen van huizen en grond inhoudt.wezigheid van kinderen, de vervulling van militairen dienst of van dienstbij de burgerwacht en voor gezondheidsredenen. De redactie wijst eropdat geen algemeen schema geheel billijk kan zijn. De verantwoordelijkeambtenaar zal voor buitengewone gevallen vrijheid van handelen moetenhebben.Overzicht van tijdschriften58Besluit cx>rlogs- of vredesgedenkteekensBij Kon. Besluit van 15 October 1.1. is bepaald, dat voor het oprichten,plaatsen of aanbrengen van oorlogs- of vredesgedenkteekens op openbareof van den openbaren weg af zichtbare plaatsen, de goedkeuring vereischtis van den Minister, onverminderd de bevoegdheid der plaatselijke orga-nen. Over dergelijke aanvragfen wordt het advies ingewonnen van eenCentrale commissie voor de oorlogs- of vredesgedenkteekens, bestaandeuit vijf leden, waarondei^ een beeldhouwer en een architect, benoemddoor den Minister, voorzoover het gaat om gedenkteekens van alge-meene nationale beteekenis. Ten aanzien van gedenkteekens van minderbelang wordt eerst het oordeel ingewonnen van een provinciale commissie,bestaande uit zes leden, waaronder tenminste drie architecten of beeldendekunstenaars, benoemd uit een voordracht van den Commissaris der pro-vincie, en vervolgens dat van de Centrale commissie.BuitenlandEngelandHerverdeeling van woonruimteUit de tot ons komende Engelsche literatuur spreken het sterkst tot deverbeelding de groote plannen tot bouw van blijvende woningen, de af-metingen en de indeeling van de woningen, de aanleg van de woonwijken,Ook in Engeland zal aan den nieuwbouw echter een tijdvak moetenvoorafgaan. waarin gewoekerd moet worden met de aanwezigel ruimte,in bescheiden mate Bangevuld met noodwoningien. Het Juli-nummer vanhet Bulletin van het Housing Centre bevat hieromtrent enkele gegevens.Een circulaire van dit jaar heeft den gemeentelijken autoriteiten de bevoegd-heid verleend tot het vorderen van leegstaande woningen zonder vooraf-gaande goedkeuring van den Minister van Volksgezondheid. De vorderinggeschiedt door aanplakking aan de woning en door kennisgeving laan deneigenaar, als deze bekend is. Deze heeft dan nog 14 dagen gelegenheidhet perceel zelf te betrekkfen, waardoor de vordering vervalt. De redactievan het genoemde blad wijst op de moeilijkheid, dat terugkeerendemilitairen of personen, die vrij komen uit andere -werkzaamheden in hetbelang van de oorlogvoering, hun woningen op deze wijze in beslaggenomen zien, terwijl ze juist door hun werk in het kader van de oorlog-voering buiten staat waren de vordering te stuiten door zelf in de woningte trekken. Zij telt deze moeilijkheid echter lichter dan het verzet datontstaat, als voor het oog van het publiek woningen leeg staan. Hetoptreden van de z.g. Vigilantes, die dergelijke woningen langs illegalenweg in beslag namen, is hiePaan toe te schrijven.Een ander punt, dat hetzelfde artikel aan de orde stelt, is dat vanhet gebruik op ruime schaal van woningen voor kantoren, terwijl dezeruimten veelal weinig geschikt zijn voor dit gebruik. Een uitweg kan insommige gevallen zijn, dat de bedrijven, die behoefte hebben aan kantoor-ruimte de beschikking krijgen over loodsen, die vrij komen uit militciirebestemmingen. In buitenwijken of kleine steden zouden deze geplaatst kun-nen worden op voor de bedrijven gunstig gelegfen terreinen. Toepassing vandit stelsel zou de consequlentie moeten hebben. dat de gemeentebesturentoegerust worden met de bevoegheid in kantoren getransformeerde wo-ningen te vorderen na beschikbaarstelling van vervangende kantoor-ruimte. Het vraagstuk is moeilijker in Londen, waar groote blokken etage-woningen en hotels door Regeeringsdepartementen in beslag zijn genomen.Hieraan wordt blijkbaar lets gedaian door bij voorkeur groote huizen,die slechts weinig gezinnen kunnen herbergen, voor deze doeleinden tegebruiken len de blokken etage-woningen weet^ vrij te geven voor be-woning.Er is een regeling getroffen, die aan gemobiliseerde mannen de gelegen-heid biedt zich aan te melden voor woonruimte, zoodat zij door hunafwezigheid niet in het nadeel komen. Een moeilijkheid blijkt ook inEngeland de rangorde van de woningzoekenden te zijn. Den gemeente-besturen wordt aanbevolen de behoefte als maatstaf te nemen, zoodatgezinnen, die in de ongunstigste omstandigheden wonen, voorgaan. Bijvestiging van buitenaf als gevolg van verandering van werk dienen degemeentebesturen de aanvragers op gelijken voet als inwoners van degemeente zelf td behandelenSommige gemeentebesturen werken^ met een puntenstelsel, waarin aller-lei redenen van voorkeuf tot uitdrukking komen. Zoo worden puntentoegekend voor het sluiten van een huwelijk tijdens den oorlog, de aan-NederlandBouwbedrijl en Openbare Werken. No. 1, 4 October 1945Woningbouw na de bevrijding, door Dr. Ir. H. G. van Beusekom.Enkele vraagpunten uit de veelomvattende materie worden aangeroerd,met name de regeling van de bevoegdheid van den architect en de plaatsvan dezen in den z.g. speculatiebouw., No. 2, 18 October 1945Montage-huizen en woningbouw, door Ir. C. J. van Mansum. Mede-deelingen over de vorderingen in Engeland en Amerika. Schr. stelt zichop het standpunt dat in den allereersten nood dient te worden voorziendoor den bouW van noodwoningen, waardoor de bouw van de perma-nente woningen beter kan worden voorbereid. Hij wijst op de technischevernieuwingen in de genoemde landen, in navolging van scheepsbouwen vliegtuigfabricage, gebruik makend van gereede onderdeelen, zooalsop raaat gesneden en van schroefdraad e. d. voorziene leidingpijpen.Handelaren in bouwmaterialen en aannemers hebben zich in Amerika tegeneen dergelijke vernieuwing verzet. Met afbb.Woningbouw na den oorlog, door I. W. F. M. Keulemans, VII Inter-mezzo. Schr. zet zijn serie uit 1944 voort., No. 3, 1 November 1945Het moderne bedrijfsbeheer bij het woningbouwbedrijf, door Ir. F. J.Hulshof Pol. Begin van een serie artikelen over de rationalisatie van hetbedrijfsbeheer in den woningbouw. Het belang van een tijdschema wordtbehandeld.Normalisatie en Wederopbouw, door Prof. Ir. H. T. Zwiers. Tekst vaneen lezing. Schr. verstaat onder normalisatie het in de menschelijke voort-brenging wegnemen van ongemotiveerde verscheidenheid. Als tegenhangernoemt hij het begrip nivelleering. Wordt vervolgd., No. 4, 15 November 1945Warrate-technische problemen bij d'en noodwoningbouw, door A. H. M.Basart. Schr. gaat na welke bizondere moeilijkheden de bouw van nood-woningen uit warmte-technisch oogpunt aian de orde stelt en geeft aanwat dit beteekent ten aanzien van de samenstelling der buitenwandenen de vloer- en dakconstructie, de ramen en deuren, de verwarming enventilatie. Met afbb.Normalisatie en Wederopbouw, door Prof. Ir. H. T. Zwiers. Als eerstevoor normalisatie in aanmerking komende gebieden wijst schr. aan datvan den rentestandaard, den loonstandaard en de materiaalprijzen. Verderde stedebouwkundige maatregelen en de bouwverordeningen, een en anderuiteraard alleen tot wegneming van ongemotiveerde verschillen. Dan debekwaamheid len bevoegdheid der bouwende werkers. Bij de bouwpro-ductie in engeren zin is maatschappelijk gezien een zoo ver mogelijkgaande gelijkheid en gelijkmatigheid een vereischte, voorzoover betreftde niet ,,zelfstandige producten". Als uiterste kunnen hiertegenover wor-den gesteld beeldhouwwerken, schilderijen en andere menschelijke voort-brengselen of verrichtingen van in| hoofdzaak cultureelen of geestelijkenaard. Slot volgt.Wederopbouw-perikelen, door I. W. F. M. Keulemans. Klacht, met enkelevoorbeelden gestaafd, over roekeloosheid bij het herstel van oorlogsschade., No. 5, 29 November 1945De Rotterdamsche wederopbouw. Kritieken en beschouwingen, door H. J.de Haas. Schr. herinnert aan de nieuwe normen voor den volkswoning-bouw te Rotterdam, waarover in ons Tijdschrift vroeger mededeelingenzijn gedaan. De critiek, die tot deze nieuwe normen heeft geleid, wordtbesproken. Schr. ontwikkelt e'en variant op een der verworpen types. Metplattegronden.Het ,,Duplex"-huis, door I. W. F. M. Keulemans. Reproductie van eenwoningtype uit het rapport ,,Planning our new homes" van een com-missie uit Schotland (in de bibliotheek van het Instituut aanwezig. Red.),waarbij het mogelijk is twee woningen van elk drie vertrekken mettertijdte verbouwen tot een eengezinshuis met vijf vertrekken.Cobouw. No. 6, 2 November 1945De redactie heeft een prijsvraag uitgeschreven voor een goede Neder-landsche vertaling van den term ,,pre-fabricated houses". De oplossingblijkt te zijn ,,montage-woningen".> No. 9, 23 November 1945Noodwoningen. Afbeeldingen van enkele types van noodwoningen metkorte toelichting.ADVIEZEN - BEREKENINGEN - TEEKENINGEN Techn. Bur. v. d. MadenVoor Beton-en overige Bouwtechnische Comimdies Langdunge ewaring. Ceintuurbaan 121 Tel. 22381 AmsterdamHOUT is schaarsch!Geeft Uw liout een langen levensduur!HET doeltreffende middel tegen hout-verrotting is:WOLMANZOUTVraagt inlichtingen:ANTORN.V NUMEGENTel. 25007 - Oude Heesschelaan 178294r~^ t^ f=^ r^-1 LUJQRmOliDBOUW-,BET0NB0UWen /fXONDERHOUDSWERKENBIJKANTOREN DEN HAAG - ROTTERDAM - BLOKZUL - CURAQAOMASONITEis een der beste zoo niet de besie van deZWEEDSCHE HOUTVEZELPLATENMonsters en inlichtingen verstrekt gaarneTRIMAN.V. ZAANDAMProvincialeweg - Werf PontKENPER313lllllllPROEFSTATION VOOR BOUW-MATERIALEN EN BUREAU voorC H E M I S C H ONDERZOEK AMSTERDAM Da Costakade 104 Telef. 83047Koning&Bienfaii292NOORDER GLASHANDELJ.VAN OOITENDORPROTrCRDAM - Vijverhofstraat 64-80 - Telef. 45515 (3 lijnen) - Fiiiaal DORDRECHT - Vest 1 - Telef. 3683llllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllilllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllilllllllllllllllllNMENNENS&CO'SHANDELMAATSCHAPPIJ N.V.ROTTERDAM Tel. 25105(2 lijnen) - GRONINGEN Tel. 24021TERWENAKKER 8-10 LAGE DER AAlle Aannemersbenoodigdhedendirect uit vocrraad J15GEBR.WILLEMSE* DELFTHandelin alle soorien260BouwmaterialenLTel. 1 191 Vlugge levering. Per auio, per schuiiVERVEH LAKKENENVERNISSENOLIEVRIJ en
Reacties