Ste'VOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwJanuari 1946 27e Jaargang no. 1OPBOUW321fBOUWMATERIALENSPUYBROEK&ZOONOVERSCHIEZESTIENHOVENSCHEKADE 344-515 - TELEF. 46610-49022N.V. MOLYN^COROTTERDAMphilips' bouwbedrijfwederopbouw-adresveisenfan kestelijklaan 30tel. 4484sprultenboschstraal 17tel. 16902Haarlemdot kost geld!Proefnemingen in Amerika hebben b*-wezen dat een te lage temperatuur ineen werkplaats of fabriek de arbeidact-paciteit op ongekende wijie Tennindert.Het is voor elken fabrieksdirecteur dmvan het allergrootste belang, zijn geheel*bedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuur te verwarmen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze ver-warmd en geventileerd wenscht te aen,- vraag onzen deskundige dan aens omeen advies.E.NDHo^tN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteit in het aanleggen van fabrieksapparalen voor verwarmingbevochtiging - ontneveling - droging en koeling.1HiTIMMER-ENAANNEMERSBEDRIJFLvAN DERVLIETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghstraat 126AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971b beton-bonw en iraterbonwknndig:e werkenMOTijdschrift voorVolkshuisvestimJanuari 194627e Jaargang -- No. 1Maandbladen StedebouAvOr^aan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvestin^ en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactiet H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut,Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeMedewerker voor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarissenvoor den WederopbouwAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenBestuurHet gemeentebestuur van Rotterdam heeft den wethouder,den Heer Ir. E. H. Kraayvanger, aangewezen als zijn verte-genwoordiger in het bestuur van het Instituut.LedenvergaderingHet dagelijksch bestuur heeft besloten een ledenvergaderingte houden ter behandehng van het onderwerp ,,Ervaringenbij de herverdeeling van woonruimte en eventueel daaruitvoortvloeiende wenschen ten aanzien van de wettelijke rege-ling van dit onderwerp". De Heeren J. Bommer, wethoudervan Amsterdam, Drs. J. van Hessen, wethouder van Almeloen C. G. Matser, waarnemend burgemeester van Arnhem,hebben zich bereid verklaard inleidingen te houden.De vergadering zal plaats vinden op Zaterdag 16 Februaria.s. 's morgens te 11 uur in Restaurant Esplanade, NieuweSchouwburg, Lucas Bolwerk te Utrecht. Convocatie wordt aande leden toegezonden.Adres inzake bouwspaarkassenHet dagelijksch bestuur heeft zich met een adres tot denMinister van Financien gewend, waarin maatregelen wordengevraagd tot regehng van het bouwspaarkaswezen.Commissie honorariumregeling stedebouwkundig werkAansluitend bij het overzicht van het loopende commissiewerkmoeten wij nog vermelden dat in samenwerking met de ver-eeniging van Nederlandsche Gemeenten en den B.N.A. isovergegaan tot de vorming van een nieuwe commissie inzakede honorariumregeling voor stedebouwkundig werk. Aan dczecommissie zijn drie onderwerpen voorgelegd, t.w. de honora-riumregeling van stedebouwkundige wederopbouwplannen, dehonoreering van regelingen voor de bebouwde kom en eenvoorstel tot herziening van de geldende honorariumtabel.PublicatiesWij brengen nog in herinnering dat een exemplaar van' delaatste publicatie van het Instituut, bevattende den tekst vantwee inleidingen over het onderwerp agrarische bestemmings-plannen, aan alle leden is toegestuurd.Inhoud vorige jaargangenHet is de bedoeling dat de inhoud van de beide onvolledigejaargangen 1944 en 1945 bij het Februari-nummer zal wordengevoegd.BandMededeelingen over de beschikbaarstelling van een band voordeze jaargangen volgen eveneens in het Februari-nummer.Noodwoningbouw in Nederlanddoor J. Dunnebier, Waarnemend Gemachtigdevoor den NoodwoningbouwHet komt mij voor, dat de in dit tijdschrift reeds verschenenartikelen over noodwoningbouw (October en November 1945)het onderwerp slechts ten deele belichten.Het artikel van Ir. Meyerink behandelt daarvan een zeer spe-cialen vorm, terwijl in het uittreksel uit een artikel van Ir.Tuinstra een samenvatting wordt gegeven van ten aanzienvan dit onderwerp opgestelde richtlijnen. Het schijnt ge-wenscht, dat thans eenige tot dusverre niet besproken zijdenvan den noodwoningbouw worden behandeld. De gegevenshiervoor konden worden ontleend aan de ervaringen, opge-daan op het bureau van den Gemachtigde voor den Nood-woningbouw.In het bizonder' is het de bedoehng in het volgende te be-spreken:A. Het ontstaan van het noodwoningbouwprogrammaB. De organisatieC. De wijze van uitvoering, met eenige bizonderheden, welkezich daarbij hebben voorgedaan.A. Het ontstaan van het noodwoningbouwprogrammaDe opvatting, dat noodwoningbouw kon worden vermeden,is niet houdbaar gebleken.Deze opvatting is een theoretische formule, welker verwezen-lijking dermate ongewenschte en schadelijke gevolgen heeft,dat zij met de grootste beslistheid moest worden afgewezen.Weliswaar werd soms betoogd, dat de bestaande woning-voorraad tot het uiterste moest worden benut, alvorens nood-woningbouw als het laatste middel mocht worden gebezigd,maar de consequentie van deze opvatting zou eenerzijds eenontoelaatbare ontvolking van sommige gebieden ten gevolgehebben gehad en andererzijds een overbevolking der elders nogArtlkrien Type-A/-. max. 7 tinderen, lengte 8.70m.i< Type .A4-, max. 4 Iclnderen, lenqte 7.60m.Afb. 1. Noodwoningen serie Abruikbare woningen. Dit alles tot het tijdstip, dat permanentewoningbouw hieraan door verruiming van den woningvoor-raad een einde zou hebben gemaakt.De praktijk in de getroffen gebieden heeft overigens bewezen,dat het samenwonen van twee en meer gezinnen in een woningvooral op sociaal en moreel gebied uiterst ontoelaatbare toe-standen schept. Met de bestrijding van deze ongewenschteverhoudingen kan niet worden gewacht tot de bovenbedoeldeoverbruggingsperiode is verstreken.De voorziening van noodhuisvestingen kan op de volgendewijzen geschieden:a) door het voorloopig herstellen van Hcht-beschadigde wo-ningen, zgn. noodherstel;b) door het bouwen van tijdehjke woningen, zgn. noodwo-ningenjc) door het bouwen van gedeelten van permanente woningen;d) door het bouwen van permanente woningen, welke tijdelijkvoor bewoning door meer dan een gezin per woning ge-schikt kunnen worden gemaakt, zooals aanbevolen doorIr. Meyerink in zijn artikel.De voorkeur voor het noodherstel was voor de hand liggend;met betrekkehjk weinig materiaal konden vele woningen weertijdehjk bewoonbaar worden gemaakt, zij het ten koste vande inschakehng van relatief groote aantallen vakarbeiders.Het uitsluitend op deze wijze te verkrijgen aantal woningenmoest echter geheel onvoldoende worden genoemd.De keuze uit de overige mogelijkheden ter voorziening in denijpende behoefte aan op korten termijn te verkrijgen behui-zingen kon helaas niet bepaald worden door de grootste doel-treffendheid ten aanzien van de eischen van volkshuisvesting,doch werd gedicteerd door de materiaalpositie, de transport-middelen, de arbeidsmarkt en andere factoren. Deze warenwel zeer slecht; er moest worden gewerkt met schamele resten,welke de bezetter hier had achtergelaten en rekening wor-den gehouden met de geringe capaciteit van het product.ie-apparaat van onze ontwrichte bouwwereld.Het voldoen aan de behoeften, zooals deze door onderzoekwerden aangetoond, kon derhalve alleen geschieden, indienper woning het minimum aan materiaal en arbeidsvermogenwerd besteed. Uiteraard is dit slechts het geval bij de tijde-lijke- of noodwoning. Men denke o.a. aan bezuinigingen welketen opzichte van de permanente woning mogelijk zijn aanfundeering, vloerconstructie, zwaarte van kozijn- en dakhout,e.d.Bovendien kan in dit geval met enkele woningtypen wordenvolstaan, waardoor de, eveneens tot het minimum te beperken,voorbereidingstijd zooveel mogelijk wordt gereduceerd. Per-manente of semi-permanente bouw immers vergt van geval totgeval een afzonderlijk ontwerp, dient zich te voegen binnenofficieele uitbre'dingsplannen en kon mede om deze redenenniet in aanmerking komen. Aldus aanvaard, is er naar ge-streefd den noodwoningbouw zoodanig te regelen, dat debekende gebreken zooveel mogelijk werden vermeden.Door centrale overheidsbemoeiingen kan ongewenscht langinstandhouden van de noodwoningen worden voorkomen.Afb. 2. Serie H, 4 kinderen Afb. 3. Noodwoning systeem B.B.B., Type E9.60L0.90 *\*--... ..v..,^,;..,..., .........v^....4 U--E5_ao p*..>n.--. :: ^}^ri:~i':^..^...'y.^^.^;.?,b^g- If;..?,>.? f,'.^;;i---.v-rr,-r.--- I'-t'.-iiBETOHELEMENTBEHANG-PLASTIKAONZE PRACHTIGE VLOEIBARE BEHANG-VERF IN WIT EN LICHTCREMEVRAAGT ONS PRIJS EN MONSTERSREUEFVERF302PLASTIKAIN POEDERVORMMET WATER AAN TE MENGENLEVERBAAR ZONDER TOEWIJZINGDUURZAAM 1 WATERYAST 1VRAAGT INLICHTINGEN EN PROSPECTUSVAN DEN DOEL & FRAY * DEN HAAGStelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen;BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN?OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage versfrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a. d. RUNTEL. 28338GEMEENTE NIJMEGENSollicitanten worden opgeroepen voor de betrekking vanINGENIEUR bij GemeentewerkenBezoldiging f. 4781,- -- f. 5837,-; 4 tweejaarlijkscheverhoogingen. Aanstelling boven minimumwedde nietuitgesloten. Kindertoelage 3% der jaarwedde voor iederkind boven twee beneden 18 jaar (minimum toelagef. 150,- per kind); voor de eerste twee kinderen beneden18 jaar f. 90,- toelage per kind. Diploma civiel ingenieurof daarmede gelijkgesteld diploma vereischt. Sollicitatiesmet volledige opgave van werkkring, ervaring, diploma's,referenties en eventueele verdere inlichtingen wordenbinnen een week na het verschijnen van dit blad bij denBurgemeester ingewacht. Persoonlijke kennismakingalleen na oproeping.Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina.,...N.v. Haarlemsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEM2MHANDEL INBOUWMATERIALENF. HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg 212 Telef. 14264-Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 25820TEGELS276Nv.GLASHANDELDORENS&Co *,, A ly^^ I AeKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404 /VLLE SOORTEN V LA K ^7 LA ^VOOR DEN BOUW-&GLASNIJVERHEIDAMSTERDAMVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIE^wW4GENAKERSBREDABOUWMAATSCHAPPIJ j|[.^I\|SAANNEMER van BOUW en VERBOUWVraagt prijsopgaveTelef. 40407-43174ROTTERDAMRoderijschestraat 89232R,,VOOR WEDEROPBOUW"287Vlist-Uioodzand-v.d. f list-UtruijkAannemers van alle voorkomendeBOUW-,BETON-ENGRONDWERKENTelefoon 30739-33589Boschpolderplein 27 A ROTTERDAMIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIHIIlllllllllllllHlllllllllllllillllllllllllllllllllllllllllllllllllllllNN.V. AANNEMERSBEDRIJFVOORHEENH.DE BAATSloterdijkermeerweg 68-70 - Tel. 80371AMSTERDAM c.HEI- EN GRONDWERKEN - ZANDLEVERANTIESVERVOER VANBOUW- EN BESTRATINGSMATERIALEN300iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiinJUL ?ArtikelenPdV.:U11 U(,=5=^3t If"" rp"3? 7 ; 1I V" ECnti Mtnu' Auiiinn(i-(iDiu.^-v. .\'i _:ilAfb. 4. Type P. van Daal Afb. 6. Type Calevv (Teenen viechtwerk)Bovendien kunnen voorschriften worden gegeven voor deexploitatie en de inrentabiliteit van he? voor den bouw be-noodigde geld worden opgevangen.Op grond van het bovenstaande werd door het College vanAlgemeene Commissarissen voor den Wederopbouw het bou-wen van noodwoningen onvermijdelijk geacht.B. De organisatieDe organisatie van den noodwoningbouw in Nederland isals volgt ontstaan.Op 26 Mei 1945 benoemde het College van Algemeene Com-missarissen voor den Wederopbouw te Den Haag Ir. B. H.H. Zweers tot Gemachtigde voor den Noodwoningbouw inNederland. Het lag daarbij in de bedoeling voor de uitvoe-ring de in de verschillende plaatsen van Nederland reedsaanwezige bouwbureaus in te schakelen, maar het bleek reedszeer spoedig, dat de op korten termijn noodig geachte voor-zieningen zoodanige concentratie van voorbereidenden enleidinggevenden arbeid zouden verlangen, dat de meer zelf-standig werkcnde bouwbureaus, reeds overbelast met het^ noodherstel van woningen, de hun aan te wijzen taak nietzouden kunnen vervullen. Het bureau van Ir. Zweers moestnog geheel worden gevormd, alle daar aan te stellen krachtenmoesten worden aangetrokken, terwijl de bekende reis- enverbindingsmoeilijkheden het leggen van de noodzakelijkecontacten in den eersten tijd uiterst moeilijk maakten. Op ditbureau konden twee, in den bezettingstijd gemaakte studiesvan noodwoningbouw als uitgangspunten worden overwogen.a) Een door Ir. Zweers in zijn kwaliteit van directeur vande Stichting ,,Ratiobouw" gemaakte studie, waarbij wasuitgegaan van het verwerken van uit verwoeste gebouwenvrijkomende materialen, als puin en restanten hout, totvoor noodwoningbouw geschikte bouwelementen. Dezestudie ging uit van de praemisse, dat muurelementen voornoodwoningbouw zouden kunnen worden gefabriceerd opde bouwplaatsen zelf uit het daar aanwezige puin dat. nagebroken te zijn, gebonden zou kunnen worden met kalken/of cement. De timmerwerken zouden uit simpele grond-elementen kunnen w^orden samengcvoegd. Beide werk-zaamheden zouden als eenvoudige handelingen door eenverhoudingsgewijs groot aantal ongeschoolden of ont-schoolden kunnen worden verricht.Het scheen namelijk gewenscht arbeidsintensieve construe-ties te kiezen, opdat het te verwachten groote aantalrepatrieerende arbeiders o.a. door inschakeling bij nood-woningbouw kan worden opgevangen.Deze gedachten bleken in de zuidelijke gebieden niet teverwezenlijken; in deze provincies was het puin van deverwoeste perceelen grootendeels gebruikt voor den aan-leg van wegen en vliegvelden en het hout, voor zooverniet bij de verwoesting verbrand, was verstookt. Bovendienwaren de voor deze werkmethode vereischte vakarbeiders,noch de benoodigde ongeschoolden bijeen te brengen. OpAfb. 5. Type Visker 6 van Meel (Betonelementen) Afb. 7. Type BruynzeelSlflapkamerY Woonkamer- Iflsuten51V^F-vJiCcArtike'enAfb. 8. Uitgevoerde ncxjdwoningde door Ir. Zweers ontwikkelde theorie kon dan ook nietworden voortgebouwd.b) Een op het bureau van den Algemeen Gemachtigde voorden Wederopbouw ontwikkelde studie van noodwoning-typen welke, volledig gedetailleerd uitgevk^erkt, rekeninghield met uitvoering in verschillende materialen voor dewanden, een minimum houtverbruik voor kozijnen enoverige timmerwerken en eveneens met een weinig houtvragende dakconstructie. Deze serie woningtypen (SerieA) is weergegeven in afb. 1.De eerste taak van Ir. 'Zweers was de behoefte aan nood-woningen in de verschillende getroffen gebieden te onder-zoeken.De richtlijnen, door de Noodwoningcommissie in Zuid-Ne-derland opgesteld en aanleiding gevende voor de drie zuide-lijke provincies tot een programma van 5500 noodwoningen,zijn na de bevrijding der noordelijke gebieden eveneens toe-gepast voor het bepalen der noodwoningbehoefte in de overigegetroffen gebieden, met name Gelderland.De op basis van deze richtlijnen opgezette survey, welke deelsdoor de Inspectie voor de Volkshuisvesting en deels door deInspecteurs voor de Volkshuisvesting in samenwerking metIr. Zweers werd verricht, leverde een programma van 10300noodwoningen op, waarbij als noodzakelijk werd bepaald, dateen deel hiervan voor den winter gereed zou moeten zijn voorhe() onderbrengen van de geheel daklooze of in zeer onvol-doende behuizing levende gezinnen. De later gereedkomendenoodwoningen zouden bestemd zijn voor degenen, die welis-waar in een woning waren ondergebracht, maar op een zoo-danige wijze, dat van ontoelaatbare samenwoningen kon wor-den gesproken.Afb. 9. Interieur noodwoningHet tijdens deze survey ingestelde onderzoek naar de mate-riaalpositie toonde aan, dat aanvankelijk een programma vanca 6000 noodwoningen als een realiseerbaar maximum moestworden beschouwd. Het voor de uitvoering van dit programmabenoodigde materiaal was weliswaar op dat oogenblik (Juni1945) nog lang niet aanwezig of verzekerd, maar ,,eenig"risico moest worden genomen. Hout was niet aanwezig,maai; kon uit Zweden worden verwacht, steen was in be-perkte mate voorhanden, de fabrfeken waren echter nog nietin staat te produceeren, dakbedekkingsmateriaal kon uit Enge-land worden verwacht, terwijl glas aanvankelijk in het geheelniet beschikbaar was. Na het verzamelen van de eerste ge-gevens is door het College van Algemeene Commissarissenvoor den Wederopbouw en de Hoofdinspectie voor de Volks-huisvesting bepaald, dat de Hoofdinspectie de survey en destudie van het woningtype zou verrichten, terwijl de Gemach-tigde voor den Noodwoningbouw de organisatie, de materiaal-voorziening en de uitvoering ter hand zou nemcn.C. De wijze van uitvoeringOnmiddellijk na de bevrijding werd een begin gemaakt methet geven van opdrachten aan diegenen, die, gedeeltelijk meteigen materiaal, terstond met de uitvoering konden beginnen.Het ligt voor de hand, dat deze orders, welke een totaal aantalbeliepen van ongeveer 2500 woningen, werden gebaseerd ophet plan, weergegeven in afb. 1, omdat dit geheel besteks-klaar was. De oppervlakte van dit type is 42 m2, de breedte7,60 m voor type: A4 en 8,70 m voor type A7. De cijfers4 en 7 duiden aan het aantal kinderbedden, dat in de woningkan worden geplaatst.Inmiddels had de Hoofdinspectie een ander type ontworpen,dat bij grootere oppervlakte ruimer was en geringer gevel-breedte vertoonde (afb. 2). De oppervlakte hiervan bedraagtca 53 m2, de gevelbreedte ca 6,20 m. Het type bevat voorgroote gemeenten een afzonderlijk ingangsportaaltje; boven-dien bevat het plan een kelderkastje. Volgens dit type wordenongeveer 1200 woningen gebouwd. Bij beide typen is eenschuurruimte in de woning geprojecteerd, opdat de afzonder-lijke schuren konden worden vermeden. De woningen wordengebouwd van metselwerk in baksteen met buitenmuren vantwee halve steenen, waartusschen een spouwtje. De dakcon-structie is van hout, de vloeren van stampbeton, waarovercementestrich. De baksteenen woningtypen vormen aldus hetgrootste deel van het programma.Teneinde de materiaalpositie niet eenzijdig te belasten, is ge-tracht de constructies te varieeren.Aldus zijn noodwoningen in uitvoering genomen van sintel-beton, grintbeton, vezelplaten met pleisterwerk; teenen vlecht-werk met pleisterwerk en eenige systemen voor houtbouw(afbb. 3 t/m 7).Bij deze laatste constructiewijze werd, in het bizonder doorde firma Bruynzeel, gestreefd naar een systeem van ,,prefabri-cation", dat in een ^vel zeer eenvoudige samenstelling, eengering houtverbruik mogelijk maakte.De houten woningen werden in het bizonder daar toegepast,waar, door ernstige transportmoeilijkheden, lichte bouwma-terialen voorkeur verdienden, zooals in Westkapelle en inZeeuwsch-Vlaanderen.Bovengenoemde voorstellen, deels van fabrikanten, deels ophet bureau van Ir. Zweers ontworpen, werden in onderlingoverleg vastgesteld en door het bureau besteksklaar gemaakt.De materiaalposten werden op het bureau bepaald of gecon-troleerd en centraal bij de materiaalafdeeling van het Collegeingediend, hetwelk de toewijzingen aan de aannemers ver-zond.Nadat het eerste deel van het programma (6000 stuks) inuitvoering was genomen, bleven uiteraard correcties op dein Juni en Juli inderhaast ondernomen survey niet uit. Zooweldoor de Hoofdinspectie Volkshuisvesting als door het inmid-dels door den Ministerraad ingestclde Commissariaat Nood-voorzien'ng werden voorstellen gedaan tot uitbreiding van hetaantal te bouwen noodwoningen, zoo niet op grond van vol-komen dakloosheid, dan toch voor huisvesting van in ontoe-laatbare omstandigheden wonende gezinnen.Het programma per 31 December 1945 gaf aan 7330 nood-woningen. In een klein deel hiervan kon worden voorziendoor inmiddels in Zwitserland aangekochte houten woningen(88 stuks) en door middel van door het Zwitsersche volkgeschonken 98 barakken, waarin ca 110 woningen kondenworden opgenomen.Deze zeer snel te monteeren gebouwen zijn voornamelijk voorhier en daar opduikendebizonder ernstige gevallen aangewend.Bovendien kon hiervoor de beschikking worden verkregenover 65 barakken uit Zweden, waarin deels drie en deels vierwoningen werden uitgevoerd.Een aankoop in Finland van 85 kleine barakken, elk tot tweewoningen in te deelen, verschafte aan' een drietal plaatsen(Venlo, Goes en Middelburg) op korten termijn nog 170woningen.Opgemerkt dient te worden, dat deze uit het buitenland ko-mende, constructief uitstekende barakken, pas in de laatstemaanden van 1945 aan het programma konden worden toege-voegd.De uitvoering van de eerstbeschreven noodwoningen in steen,diverse betonsoorten, enz., had aanvankelijk met alle denkbaremoeilijkheden te kampen. In hoofdzaak waren dit de zorge-lijke materiaalpositie, de desorganisatie van het transport-apparaat, de moeilijkheden bij het verkrijgen van arbeiders,sociale kwesties, het aanvankelijk naast elkaar werken vanambtelijke instanties en soms het gebrek aan medewerkingvan de zijde der gemeentebesturen.Was het materiaal geheel of zelfs maar gedeeltelijk aanwezig,dan bleek veelal het transport een struikelblok. De water-v/egeri waren aanvankelijk door verschillende oorzaken on-bruikbaar, terwijl ook vrachtauto's ontbraken. Pas na het be-schikbaar stellen hiervan door de legerautoriteiten is ditprobleem langzamerhand opgelost.Bovenomschreven moeilijkheden, hoe belangrijk ook, hebbenechter niet zoo'n storenden invloed gehad op den bouw als debezwaren door het niet beschikbaar zijn van vakheden en desociale kwesties. In alle verwoeste en in het bizonder in deveraf gelegen gebieden, waar bovendien de ter beschikkingstaande accomodaties slecht of iq het geheel niet aanwezigwaren, heeft dit bezwaar ten zeerste gegolden.Het is derhalve in deze gebieden noodzakelijk gebleken nogvoor het begin van den eigenlijken noodwoningbouw uitge-breide voorzieningen te treffen voor het onderbrengen, deverzorging en de ontspanning der arbeiders, als ook materieelevoorzieningen om het werken mogelijk en aantrekkelijk temaken, voor het verkrijgen waarvan tallooze moeilijkhedenmoesten worden overwonnen, hetgeen weer veel tijd kostte.Een gelukkige omstandigheid was, dat voor het onderbrengenvan deze arbeiders kon worden beschikt over door Zwitser-land geschonken en later over aldaar aangekochte barakken,welke tot kampen, elk geschikt voor het onderbrengen vanca 300-400 man, zijn samengevoegd. Deze barakkenkampenwerden voor dit doel geplaatst op Walcheren, in Zeeuwsch-Vlaanderen, in de Betuwe en in Noord-Limburg. Het isduidelijk, dat deze barakkenbouw veel energie vereischte,welke aan den directen noodwoningbouw moest worden ont-trokken en vertragend heeft gewerkt. Naast de sociale ver-zorging gaven in het bizonder de loonen aanleiding tot velestakingen en soms sterk verminderde arbeidsprestaties. Nadatin September alle aanleiding bestond de voorbereiding alsgcreed en geslaagd te bcschouwen, heeft de per 1 Octoberdoor de Regeering aangekondigde loonregeling van 23 Sep-tember af tot 1 November belangrijk verminderde arbeidspres-taties tengevolge gehad, terwijl sindsdien het stellen van eenlimiet voor in tarief te behalen loonen in hooge mate remmend Anikeksheeft gewerkt.?Dit alles en nog andere binnen het bestek van dit artikelniet nader te noemen omstandigheden hebben ertoe bijge-dragen, dat het reeds beperkte aantal niet voor 1 Januarigerced zal komen. Daarvan zullen op dezen datum ongeveer1500 woningen gereed zijn. Om dit te berefken is omstreekshalf November de tot dat oogenblik gevolgde ..cascade" -- ofgetrapte uitvoering verlaten en is overgegaan tot het con-centreeren van alle krachten op het afbouwen der reeds ver-gevorderdc woningen.Vele van de boven geschetste moeilijkheden zijn inmiddelsgereduceerd, zoodat, behoudens niet tc voorspellen bedrei-gingen van den arbeidsvrede, met groote mate van zekerheidde volvoering van de rest van het programma zich in eenrelatief steeds sneller tempo zal voltrekken. Zeer waarschijn-lijk zal aldus het geheele noodwoningprogramma in Maart1946 zijn afgewerkt, waarmede wederom een phase van hetalgemeen herstel zal zijn afgesloten.Amsterdam, December 1945lets over de volkshuisvesting in de Angelsaksischelanden ')door Ir. A. H. van RoodEr is op het oogenblik in Nederland een tekort aan woningenvan 400.000 a 450.000; wij hebben 9 millioen inwoners. Enge-land, Schotland en Wales hebben tezamen 45 millioeninwoners, en hebben 10 X 450.000 woningen noodig: hetwoningtekort bedraagt daar 4,5 millioen. De woningnood inEngeland is dus tweemaal zoo groot als bij ons. Dit is vangeweldig belang in het leven van elken Engelschman. Voorons is het gewenscht^ te weten wat de Engelschen voorplannen hebben gemaakt, en in hoeverre zij geslaagd zijn inhet begin van het uitvoeren dier plannen.Voor Amerika beschik ik niet over dergelijke gegevens, maarik weet dat daar de woningnood niet zoo groot is als inEngeland, maar grooter dan in Nederland. Amerika wasreeds ingesteld op massa-productie van huizen, al sedert 70jaar. Buiten de steden is het volkomen normaal dat iemand,die een huis wenscht te bezitten, dit bestelt bij een fabriek,het huis kant en klaar ontvangt en het vaak zelf opzet. Dehuizen op het land zijn daar in het algemeen van hout; pasden laatsten tijd wordfc ook ander materiaal toegepast.Engeland heeft ingezien dat het zich grondig moest voorbe-reiden op een abnormalen aanwas van woningen. Het heeftde Commissie Bossom naar Amerika gezonden, die daar vijfweken lang de zaken heeft bestudeerd, besprekingen gehou-den en haar rapport vastgesteld. Daarin is in een soort tele-gramstijl zeer beknopt vastgelegd wat belangrijk was in Ame-rika voor Engelsche onderzoekers.Nadat ik in Engeland gedurende 5 jaar de gelegenheid hebgehad de ontwikkeling in dat land mee te maken van de denk-beelden op dit gebied, nadat ik gczien had welk een geweldigeplaats dit onderwerp inneemt in het denken van bijna ieder-een, dat bijna alle bladen in elk nummer een belangrijk artikelhadden gewijd aan de volkshuisvesting, dat er bijna geenzitting van het Lagerhuis was, waarin daar niet over werdgesproken, kwam ik tot de conclusie, dat het voor Nederlandgewenscht was daarvan op de hoogte te komen. Met dit doelverzamelde ik drukwerken en knipsels en schreef er rapportenover. Ik kan er thans slechts weinig van vertellen, maar hooper later uitvoerig op terug te komen.In de laatste jaren voor den oorlog waren hier 40 a 50.000woningen per jaar te bouwen. Dit is in den oorlog niet ge-1) Verslag van een deel van de lezing, door schr. op 9 November voor rhet Instituut gehouden. ^ArtlkelenAfb. 1. Het keukengedeelte van een ,,plumbing unit" van geperstmetaalplaat, welke tevens de scheiding vormt tusschen keuken en bad-kamer. Dit gedeelte omvat gas- of electrisch kookstel in het midden,waschketel, gootsteen, kasten, pl'anken en aan het rechtereinde ruimte vcxjreen koelkast.beurd en daardoor is een tekort ontstaan dat we hebben inte halen; hierbij is op te tellen wat er vernield werd.Gedurende tenminste 10 jaar zullen wij in Nederland ge-middeld 100.000 woningen moeten bouwen met een verzwaktindustrieel apparaat en minder presteerende ambachtslieden.Als voorbeeld van het eerste noem ik de Waalsteenfabricage,waarvan de productie slechts i/e van de normale is, de schoor-steenen en ovens zijn kapot, de zeven, persen en molensweggehaald. Deze factor Ve geldt ook in andere gevallen.Wat het tweede betreft, de prestaties van de ambachtslieden,kan ik mededeelen dat deze wordt geschat op 40 tot 70 '%van de normale. Het zal dus duidehjk zijn dat wij de hoogeproductie van 100.000 woningen per jaar alleen zullen kunnenhalen, als wij zeer veel ambachtslieden opvoeden of wel als wijtot andere methodes van bouwen overgaan. Beide wegen zul-len wij moeten inslaan. Een artikel van den Heer van Rheein ,,De Ingenieur" heeft onlangs het vraagstuk van de op-voeding der ambachtslieden al aan de orde gesteld. Hiermeeis reeds een aanvang gemaakt. Met de nieuwe bouwmethodeskunnen wij nog geen begin maken, omdat wij niet over ma-teriaal beschikken, maar wij kunnen althans voorbereidendwerk doen.De nieuwe methode van pre-fabrication is niet zoo nieuw.Wij waren in deze richting al ver gevorderd. Tal van onder-deelen van onze woningen werden al aangevoerd en niet meerter plaatse op het werk vervaardigd, zooals ramen en deuren,keukenbetimmering, trap, plinten, kastplanken. Daarentegenworden nog op het werk gemaakt: fundeering, muren, vloeren,dak, enz. Wij zijn ver verwijderd van den tijd dat klei terplaatse werd gedolven, boomen gezaagd, enz. Willen wijdoorgaan in deze richting en het grootste deel van het werkin de fabriek maken, dan zullen wij moeten overgaan totandere constructiemethodes en misschien tot ander materiaal.In houtrijke landen is hout hetj aangewezen materiaal voordeze wijze van bouwen. In Zweden doet men dit al meer dan100 jaar. Het is daar normaal buiten de centra dat men zijnhuis bestelt bij de fabriek en zelf opbouwt; dit is uiteraardalleen mogelijk met hout. In Amerika geschiedt het ten deeleook zoo, maar meestal door speciale vaklieden. Haut komthier te lande slechts in bescheiden mate in aanmerking. Naden vorigen oorlog heeft eenige invoer plaats gevondenvan dergelijke houten woningen uit Zweden, Finland en Oost-Afb. 2. Het badka-mergedeelte van de-zelfde eenheid, om-vattende waschbak,hulpwaterverwarmeren badkuip.Pruisen, Technisch zijn deze woningen een succes geweest.Ik heb ze zelf in toepassing gebracht bij de Hoogovens, waarze ook nu nog goed voldoen.In groote hoeveelheden kan dit echter niet worden toegepast.Dan komen meer in aanmerking: asbest, cement, staal, beton,kurk, aluminium. Dit laatste is op groote schaal toegepastin de oorlogsindustrieen en daalt nu in prijs. Schrijver dezesheeft in Engeland huizen van aluminium gezien, die hem nietslechter voorkwamen dan andere montagewoningen. Het mate-riaal heeft voordeelen: het is zeer licht, het roest niet en menheeft goede ervaring met machinale verwerking op grooteschaal.En dan hebben we riet- en strooplaten, die uit inheemschematerialen worden vervaardigd en dus het eerste in aanmer-king komen. Een platenfabriek in Oosterhout maakt geperstriet dat met gegalvaniseerd ijzerdraad saamgenaaid wordt.Aldus ontstaan 4 cm dikke platen, die op kleine schaal ookal voor noodwoningen zijn gebruikt, met bepleistering. Eennieuwe industrie past strooplaten toe, die tot zoodanige tem-Afb. 3. Een keuken-eenheid van geperst metaalplaat, met dezelfde elemen-ten als die in afb. 1 en bovendien een waterketel (geheel rechts) en eenwarmwaterreservoir er boven.peratuur worden verhit onder persing, dat zij zelf-bindcndworden.Niets is evenwel te vergelijken met onzen bakstcen. Wat deverwerking van dit materiaal betreft staat ons land aan despits. Dit is nauwelijks door anderen te evenaren. Alle des-kundigen waren in dit opzicht eenstemmig. Andere oplossin-gen kunnen dan ook slechts worden gezien als een benaderingvan de! kwaliteiten van het baksteenhuis.Als wij over den woningnood been zijn, zal het voor eengroot deel uit zijn met de pre-fabrication. Onze baksteen-muren zijn zoo goed, onze plafonds zijn zoo goed -- mettengels, waartegen twee lagen mortel -- dat, als daarmeemoderne plafonds worden vergeleken, deze gemeenlijk leelijkafvallen en wel tengevolge van de| slecht opgeloste naden.Er zijn duizenden in Engeland bezig al hun energie te ge-bruiken voor het vinden van goede oplossingen. Zoo zoektmen naar droogbouwmethoden waarbij uitgesloten wordende metselaar en de stucadoor. Daar is voor in de plaats ge-komen het gebruik van platen, die naden hebben. En deoplossing van deze naden is in het algemeen niet gelukkig:er ontstaat een onderbreking der thermische- en geluids-isolaties! Dit is in het algemeen een zwak punt van pre-fabrication.In Engeland is men sedert SJ^ jaar bezig van hoogerhanddie studie, dat zoeken naar modernd bouwmethoden, te be-vorderen. Men heeft bij het Ministry of Works een specialeafdeeling ingesteld voor ,,Post War Building Studies". Dieafdeeling heeft 22 geschriften voorbereid, waarvan 16 zijnuitgekomen:1. House Construction.2. Standard Construction for schools.3. Plastics.4. Plumbing.5. The painting of buildings.6. Gas installations.7. Steel structures.8. Reinforced Concrete Structures.9. Mechanical installations.10. Solid fuel installations.11. Electrical installations.12. The lighting of buildings.13. Non-ferrous metals.14. Sound insulation and acoustics.15. Walls, floors and roofs.16. Business-buildings.Dan is er opgezet een Commissie Dudley voor het bestu-deeren van huizenplannen, met als secretaresse Mej. Lede-boer, bekend architecte in Engeland van Nederlandsche; af-komst, die een vooraanstaande plaats inneemt op dit gebied.Die Commissie heeft samengesteld ,,Design of Dwellings".Verder noem ik ,,Housing Manual 1944"; dit bevat nietalleer^ huisconstructie en huisindeeling, maar ook planning,financien en inrichting. ,,House construction" is verreweg hetbeste boek dat ik ooit gelezen heb over de technische zijdevan de volkshuisvesting. De commissie heeft zich afgevraagd:wat is een ,,goed huis"? Hoe kunnen wij een zekeren maatstafaanleggen bij de beoordeeling van de ontwerpen die onsworden voorgelegd?Er kwamen natuurlijk duizenden uitvinders op; velen vanwie het alleen te doen was om geld te verdienen. De vraagwas hoe de goede daaruit konden worden gezift en er iseen commissie voor dit doel benoemd. Al sedert 25 jaar werkteop dit gebied het ,.Building Research Station" te Watford,waarvan de directeur zitting kreeg in de commissie. Nietalle plannen, die werden aangeboden, konden tot uitvoeringworden gebracht. In totaal werden er meer dan 800 uitvin-dingen aangeboden, waarvan 140 vergunning van de com-missie hebben verkregen om bij wijze van proef toegepastte worden; daarvan zijn er 42 tot uitvoering gekomen.De commissie heeft ter bcoordeelingi dezer voorstellen zichrekenschap gegeven van de eischen, waaraan de constructievan een woning moet voldoen. Deze zijn 7 in getal:1. De sterkte en stabiliteit. Dit is eenvoudig te bepalen.2. Het afweren van vocht-indringing en condensatie. Ditis niet zoo gemakkelijk. Toch is het mogelijk geblekenhiervoor normen op te stellen.3. De thermische isolatie. Hiervoor is een getal aangegeven;ook bij ons is dit bekend.4. De geluidsisolatie. Hiervoor geldt hetzelfde.5. Het afweren van brandgevaar. Ook deze eigenschap leentzich goed tot het weergeven in een getal: in verband methet blootstcllen gedurende zekeren tijd aan een verhittingtot een bepaalde temperatuur.6. Onderhoud en duurzaamheid. Dit is moeilijk te bepalen,vooral bij nieuwe materialen, zooals kunsthars, waarbijde ervaring ontbreekt. En7. het afweren, van ongedierte, zooals wandluizen, spinnen,enz.Is het ondferzoek van een uitvinding in al deze opzichten be-vredigend uitgevallen, dan wordt vergunning verleend om totuitvoering over te gaan. Schrijver herinnert er aan, dat ca.15 jaar geleden door de C.I.A.M. lets in denzelfden geestondernomen is. Er werden 40 vragen gedaan met de bedoe-ling tot dergelijke normen te komen. De Engelsche commissieis langs overeenkomstigen weg ook tot resultaten gekomen i).Een merkwaardigheid van de meeste pre-fabricated houses isde z.g. plumbing unit, een metalen apparatuur, die kant enklaar wordt aangevoerd, op de fundeering ter plaatse wordtaangesloten met behulp van koppelingen en direct gereed isom te worden gebruikt. Dergelijke eenheden kunnen omvattenkoud- en warm water, de keukeninstallatie met gootsteen,stookplaats, droogrek, ijskast, waschmachine, electrische ver-lichting, afvoer, enz. Al deze installaties zijn in een beknopteruimte bijeengehouden, wat een specialen plattegrond van dewoning vooronderstelt. Behalve de ideale unit komen ookeenvoudiger kitchen-units voor, die dus alleen de keuken-uitrusting omvatten, of bath-room-units met W.C. enz. Hetwerk is veel beter dan wat onze loodgieters kunnen afleveren.Geliefd is de koperen pijp voor warmwater, welke een zeermooie uitvoering mogelijk maakt. In de fabriek zijn alle om-standigheden gunstiger dan die, waaronder de loodgieter ineen half afgebouwd huis moet werken;! ook de specialisatiewelke mogelijk is in de fabriek maakt dat een beter productwordt afgeleverd. Er is niets tegen om deze eenheden teaccepteeren voor onze huizen.Een eigenaardigheid in de Engelsche woning-inrichting ishet open vuur. De doorsnee Engelschman wil hieraan vast-Artlkelcs1) Naar wij vernemen. is er persoonlijk contact tusschen de C.I.A.M.en de Engelsche onderzoekers. Red.Afb. 4. De plaatsing van eenkeuken-eenheid in een woningmet drie slaapfcamers.Afb. 5. Hetzelfde in eenetage-woning met drieslaapkamers.Hi1 VTK L R11t /k.HT T-1LR^. HWKIAftikelen houden. Het is oneconomisch, ongezond en duur genoemd.Men erkent dit ook wel gedeeltelijk in Engeland, maar blijftwelbewust de voorkeur geven aan het open vuur en na ge-ruimen tijd met deze wijze van verwarming ervaring te hebbenopgedaan, meen ik dat de Engelschen hierin gelijk hebben.Ten eerste heeft men in Engeland de hiervoor geschiktekolen, aan de economie wordt hard gewerkt en de psychischeinvloed van het open vuur wordt te recht zeer hoog geschat.Den laatsten tijd heeft men het open vuur belangrijk verbe-terd. Er zijn systemen, die tevens een rood-koperen boileromvatten en warm water leveren, er zijn er waarbij de warmteaan de slaapkamers wordt afgegeven en er zijn er, die aande eene zijde open vuur zijn, aan den anderen kant kook-gelegenheid. Wij zullen, ons hierin nader moeten inwerken.Er zijn Engelschen, die het open vuur verwerpen, zooals ookbij ons menschen voorkomen, die de asfaltstraten liever ziendan een eikenbosch, maar zij zijn een hooge uitzondering.Wat ten slotte de beteekenis van de Engelsche proefnemingenvoor Nederland betreft, het lijkt mij gewenscht een paar hon-derd huizen van tien verschillende systemen in de hoofdstedenvan de provincies tot uitvoering te brengen, om daarmeeervaring op te doen. Dit kan leiden tot het ontwerpen vaneigen Hollandsche systemen.De wetgeving rakende de Volkshuisvesting enden Stedebouwdoor Dr. J. P. Fockema AndreasTot de hoofdeischen, waaraan elke wetgeving uit een oogpuntvan wetstechniek moet voldoen, vallen o.m. deze te rekenen,dat zij wel geordend is, een helder overzicht biedt van destof, welke zij bevat, dat men er alles wat bijeenbehoort bijelkaar vindt, en dat haar bepalingen het noodige houvastbieden en niet tot ernstigen twijfel aanleiding geven. Hoestaat het te dien aanzien met de wetgeving op het gebiedvan de volkshuisvesting en den stedebouw?Aanvankelijk lag alles besloten in de Woningwet van 1901.Deze moge, nieuwelinge als zij was, verschillende wenschenvoorloopig onvervuld hebben gelaten, overzichtelijk was zijwel, de artikelen werden over het algemeen door eenvouden duidelijkheid gekenmerkt en men vond er alle wettelijkebepalingen in vereenigd, ook die, welke een wijziging in deOnteigeningswet brachten.In die eenheid werd tijdens den vorigen oorlog een bres ge-schoten, doordat ter bestrijding van oorlogseuvelen bizonderewettelijke voorschriften noodig bleken: Huurcommissiewet,Huuropzeggingswet, Woningnoodwet, Huuraanzeggingswet...? Een legislatief bezwaar tegen deze methode bestaat m.i. niet,integendeel is er veel voor te zeggen, crisismaatregelen niette vermengen met een regeling, welke voor normale tijdenbestemd is. Naarmate de naweeen van den eersten wereld-oorlog (huuropdrijving, woningnood, hooge bouwkosten)minder voelbaar werden, konden de crisismaatregelen wordenafgeschaft; de Woningwet kwam ongeschonden uit denbaaierd te voorschijn.In de toen volgende jaren werd zij herhaaldelijk gewijzigd,gemoderniseerd, geleidelijk op een breeder en hooger plan ge-bracht. Niet alle wijzigingen waren gelukkig, doch formedpasten zij goed in het geheel en het systeem der wet werdtamelijk zuiver bewaard.Een paar weken voor den noodlottigen lOden Mei 1940 ver-scheen het rapport der Staatscommissie-Frederiks, waarin degansche regeling van de volkshuisvesting en den stedebouwaan een grondige revisie werd onderworpen en op de hoogtevan den tijd werd gebracht.O Eleven tengevolge van het uitbreken van den tweeden wereld-oorlog -- medebrengende de bezetting van ons vaderland, ge-durende vijf lange booze jareni -- de meeste van de door-wrochte weldoordachte voorstellen der commissie rusten, dematerie van de streekplannen en het Nationale Plan werdspoediger dan men had durven verwachten, t.w. in 1941,wette'ijk geregeld: op zichzelf zeker een aanwinst voor denstedebouw, al liet de uitwerking, o.m. het verband met deWoningwet, wel iets te wenschen over.Daarnaast ontstond, gelijk in den vorigen oorlog, andermaaleen stel door de omstandigheden als het ware opgelegde nood-maatregelen, ditmaal o.m. den wederopbouw rakende. Ditalles was op zichzelf weer verklaarbaar en aannemelijk.Intusschen school er in deze nieuwe reeks iets verwarrends,in zoover zij allerlei bepalingen bevatte, die zoo algemeen envaag waren geredigeerd, dat zij zeer weinig houvast boden,en andere, die afweken van de bestaande wetgeving, zonderdat dit duidelijk werd gezegd, wat als van zelf tot tal vanonzekerheden omtrent de bevoegdheden van verschillendeautoriteiten moest leiden.Tijdens de bezetting nam men dit alles niet zoo nauw. Ermoest dikwijls snel gehandeld worden, en in elk geval mendecreteerde en ieder wist, dat het hem geraden was, zichbij de gegeven voorschriften neer te leggen.Maar na de bevrijding wil elkeen deze autocratische wijzevan handelen natuurlijk zoo spoedig mogelijk zien verdwijnenen men is niet geneigd, zich langer neer te leggen bij' eenmethode van wetgeving, waarbij zeer veel aan de uitvoerendemacht wordt overgelaten, zonder dat degenen, voor wie dewettelijke voorschriften bestemd zijn, weten, waaraan zij zichte houden hebben, en waarbij de verhouding tot reeds be-staande wettelijke voorschriften niet duidelijk is afgebakend.Uit deze gezichtshoeken behoort men ook de Londensche,Bredasche en Haagsche Koninklijke Besluiten van het laatstejaar te bezien. Wat is -- om van het laatstbedoelde be-zwaar een enkel voorbeeld te noemen -- de verhouding vanhet Koninklijk besluit van 7 Mei 1945 S. No. F 67, houdendevoorzieningen betreffende den wederopbouw van het grond-gebied van het Rijk in Europa, tot de Derde Uitvoerings-beschikking van den Secretaris-Generaal van BinnenlandscheZaken met betrekking tot het besluit No. 91/1941 betreffendede instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan,voor wat aangaat de voorbereiding van streekplannen voorgebieden met een aaneenschakeling van vernielingen; kan dedienst van den wederopbouw deze voorbereiding zelfstandigter hand nemen, of is hij ^-- gelijk wij meenen -- gebondenaan wat de Derde Uitvoeringsbeschikking daaromtrent heeftbepaald?Zulke onzekerheden zijn ?-- zoo zal men zeggen -- van voor-bijgaanden aard; men zal zich wat dat betreft wel weten teredden. Inderdaad behoeft men zich, hoe weinig welkom zulkewijzigingsobjecten ook mogen zijn, daar geen ernstige zorgenover te maken, mits er maar niets door geprejudicieerd wordtten aanzien van de definitieve regeling.Het is op deze, dat hier de nadruk worde gelegd.Er wordt naar wij durven te veronderstellen, van Regeerings-wege aangestuurd op het in v/etsontwerpen belichamen vanwat in der haast in een aantal noodbesluiten werd neergelegd.Deze wetsontwerpen zullen dan -- in ruimen kring bekend ge-maakt -- door deskundigen in den lande, in en buiten deStaten-Generaal, weer aan de oude beproefde normen vaneen goede wetgeving, waarvan wij er hierboven enkele noem-den, worden getoetst.In de eerste plaats zal duidelijk moeten worden uitgemaakt,wat er van de tusschen 10 Mei 1940 en 5 Mei 1945 inNederland uitgevaardigde wettelijke regelingen verdient teblijven voortleven, en aan het gehandhaafde een passendeplaats in de wetgeving moeten worden aangewezen.Daarbij en eveneens bij de consolidatie van de noodvoor-schriften der Regeering zal deze, gelijk ten aanzien vannieuwe wettelijke regelingen, een scherpe scheiding dienente maken tusschen crisismaatregelen, welke in een of meer --doch in geen geval te veel -- afzonderlijke wetten hun be-lichaming zullen moeten vinden, en maatregelen van blijven-den aard, welke zooveel mogelijk in de Woningwet zelvedienen te worden ondergebracht.Vanzelf zal dan blijken, dat verschillende maatregelen vande laatste jaren -- ik denk aan de wetgeving betreffendehet Nationale Plan en aan het besluit van 7 Mei j.l. betref-fende den Wederopbouw -- in onvoldoende mate met deWoningwet rekening hebben gehouden en daar alsnog beteraan zullen moeten worden aangepast.Dat de hoofdbeginse'en van de wetgeving betreffende hetNationale Plan gehandhaafd dienen te blijven, opdat de wel-daden, welke gelegen zijn in het tijdig totstandbrengen vaneen Nationaal Plan en het telkens in breed verband beschou-wen van streekplannen en uitbreidingsplannen, voor ons landniet verloren gaan, en dat men niet zal mogen verzuimen deWoningwet zelve aan een revisie te onderwerpen, met ge-bruikmaking van de belangrijke bouwstoffen, in het rapportder Staatscommissie-Frederiks neergelegd, -- het schijnt mijevenmin twijfelachtig als dat bij deze gansche materie degemeentebesturen en deprovincialebesturen --medeuithoofdevan hun locale bekendheid en hun belang bij de zaak -- eenbelangrijke rol zullen moeten blijven vervullen.Dit laatste is een van de aspecten, waaronder de steeds weer-keerende vraag naar de afbakening van bevoegdheden zichvertoont, -- een vraag, bij welker beantwoording de balansalzoo niet ver in de richting van de centralisatie moge door-slaan, omdat dit m.i. op den duur niet anders dan teleurstel-ling kan brengen en zeker niet in het algemeen belang zoublijken te zijn. Voorschriften als die van art. 20 van hetKoninklijk besluit S. No. F 67, volgens welke het Collegevan Algemeene Commissarissen voor den Wederopbouw be-voegd is, ten aanzien van door hetzelve aan te wijzen bouw-werken bepaalde voorschriften in gemeentelijke bouwveror-deningen buiten werking te stellen, kunnen, dunkt mij, opden duur niet instand blijven; zulk een voorschrift doorbreekthet systeem van de vaststelling en goedkeuring van bouwver-ordeningen op te ruwe wijze, vooral omdat geen voorafgaandoverleg met de gemeentebesturen plaats behoeft te vindenen het artikel in het geheel niet aangeeft, tot welke soortenvan voorschriften de bevoegdheid zich kan uitstrekken.Het; slot van het le lid van hetzelfde artikel, inhoudende,dat het genoemd College zijn zoo juist omschreven bevoegd-heid ten aanzien van woningen slechts uitoefent in overeen-stemming met den Minister van Binnenlandsche Zaken ofzijn gemachtigden, en het voorschrift van art. 3^, dat hetCollege belangrijke bouwplannen niet vaststelt (poedkeurt)dan in overleg met d-'en Minister, plaatsen ons voor de vraag,of deze en dergelijke bepalingen gehandhaafd zullen blijvensinds bij Koninklijk besluit van 6 September 1945 S. No. F 167,de zorg voor de zaken betreffende de volkshuisvesting evenalsdie voor de zaken betreffende het Nationale Plan van Bin-nenlandsche Zaken naar Openbare Werken en Wederop-bouw zijn overgebracht. In elk geval zal men wel weten tewaarborgen, dat de dienst van den Wederopbouw dien vand& Volkshuisvesting in dezen niet voorbijloopt.Het is een van de vele kwest'es, die de wetgever zal moetenoplossen.Dit wetgevend werk vereischt -- de technici, welke zich voorden wederopbouw zoo verdienstelijk maken, zullen de eerstenzijn, het te erkennen -- de medewerking van geschooldejuridische krachten, die in ons staats- en administratief rechtgoed thuis zijn.Wetgeven is een vak, en daarnaast een kunst. Slechts hij kanop goeden uitslag hopen, die zijn wetgevenden arbeid ver-richt met een breeden blik op het te bewerken veld, met eenjuist inzicht in de positie van Rijk, provincien en gemeenten,met een scherp onderscheidingsvermogen ten opzichte van wathier, wat daar en wat elders geregeld moet worden, met eenheldere voorstelling van hetgeen voorziening vraagt, en daar-bij beschikt over een scheppende kracht bij het vormen vanartikelen, waarin niet te veel en niet te weinig staat, dieprecies uitbeelden wat men uitgebeeld wil hebben, die zoo ArtfteieBweinig mogelijk twijfel laten en toch de hoofdzaken waardat pas geeft zoo omschrijven, dat er ruimte blijft voor ver-dere ontwikkeling in de praktijk. Kortom, wie iets goeds wiltotstandbrengen moet behalve de te regelen materie ook dekunst van wetgeven meester zijn en noch haar gewicht nochhaar moeilijkheden onderschattcn.Het bovenstaande samenvattende, spreken wij den wenschuit, dat zoodra het moment daarvoor is aangebroken, naastde crisiswetgeving een aan de eischen van den tijd beant-woordende en op de toekomst ingestelde, van een vooruit-zienden blik barer makers getuigende wetgeving op de volks-huisvesting en den stedebouw -- liefst in den vorm van eenherziene Woningwet -- haar beslag krijge, welke en mate-r'eel en formeel op het hooge plan staat, dat noodig is omNederland bij den wederopbouw de goede kansen te geven,welke het voor zijn toekomst behoeft.B'lthoven, Januari 1946Gemeentelijke schadevergoedingsverorderingendoor Dr. S. O. van PoeljeDe vraag of in hoever schade, veroorzaakt door stedebouw-kundige maatregelen, aan particulieren zal worden vergoed,wordt hoofdzakelijk beantwoord aan de hand van in depraktijk door de gemeenten vrijwillig aanvaarde verplich-tingen. Een algemeene imperatieve regeling ontbreekt.De Woningwetliteratuur volstaat ermede te vermelden, dateen wettelijke regeling op het punt van de schadevergoedingnagenoeg geheel ontbreekt. i) Hierin ziet men over het alge-meen geen groot bezwaar en er zijn auteurs, die zich uitdruk-kelijk als tegenstander van een wettelijke regeling doen ken-nen. 2) De verschillende schrijvers hebben op dit punt depassiviteit van den wetgever overgenomen 3) en constateerenslechts, dat men zich in de praktijk pleegt te redden met degemeentelijke voorwaarden tot het verleenen van medewer-king aan particulieren bij het in exploitat'e brengen vanbouwterreinen en met de gemeentelijke schadevergoedings-verordeningen, d.w.z. ,,huishoudelijke" verordeningen, waar-door de gemeente geen verplichtingen aan de burgers oplegt,maar voor zichzelf een gedragslijn vaststelt, welke zal wor-den gevolgd bij het (wettelijk) onverplicht uitkeeren vanschadevergoedingen.Over het materieele schadevergoedingsrecht is op deze wijzebuiten localen kring niet vee! bekend geworden. Men kande veronderstelling uiten, dat de mecste moeilijkheden wor-den opgelost door toepassing van exploitatieregelingen endat van de procedure, die volgens schadevergoedingsveror-deningen mogelijk is, betrekkelijk weinig gebruik wordt ge-maakt. Aan den anderen kant wordt de schadevergoedings-verordening blijkbaar in verschillende gevallen beschouwd alseen noodzakelijke aanvulling van de bestaande wettelijkeregeling. De gemeenten zullen zich daarbij deels laten leidendoor rechtvaardigheidsgevoel, deels door welbegrepen eigen-belang (n.l. om de goedkeuring van hun plannen niet in ge-vaar te brengen).Aangezien in de schadevergoedingsverordeningen het pro-1) Mr. L. Lietaert Peerbolte, De Woningwet, p. 265; Mr. P. A. van derDrift, Volkshuisvesting, p. 71 e.v.; praeadvies Mr. J. Kruseman, Han-delingen Ned. Juristenvereeniging 1942, p. 45; praeadvies Mej. Mr. H. J. D.Revers, id., p. 76, 104.^) Mr. J. Krusemian, Handelingeni Ned. Juristenvereeniging 1942, p. 43.^) Een_i^idooi voor het totstandbrengen van een wettelijke schadever-goedingsregeling leveren Dr. ]. H. C. van den Berg, Toekenning vanschadevergoeding voor inbreuk op den eigendom bij de regeling der be-bouwing door de gemeente, Gemeentebestuur 1928, p. 26 e.v. en Dr. QH. F. M. Stoer, De rooilijn, p. 126 e.v. "Artikekn bleem van de schadeloosstelling voor stedebouwkundige maat-regelen uitdrukkelijk wordt gesteld, terwijl zij een tot inbizonderheden uitgewerkte regeling over de bepaling derschadevergoeding bevatten, hebben deze verordeningen waar-schijnlijk meer dan met hun practische beteekenis overeenkomtde aandacht getrokken. Voor zoover de verordeningen totstand zijn gekomen op grond van rechtvaardigheidsoverwe-gingen (de gemeente neemt onverplicht in bepaalde omstan-digheden het uitbetalen van een schadevergoeding op zich)vormen zij een bewijs voor de stelling, dat ,,wetmatige" over-heidsdaden niet zonder meer steeds ,,rechtmatige" dadenzijn. Overigens is het allerminst de bedoeling van de ge-meenten, waar een schadevergoedingsverordening van krachtis, met royale hand de zakken te vullen van particulieren,diei zich over de schrielheid van den rijkswetgever meenente mogen beklagen. In de verordeningen zijn integendeelalle voorzorgen genomen om niet strikt gerechtvaardigdeaanspraken te kunnen afwijzen. Daartoe gaat men in hetalgemeen uit van de gedachte, dat een stedebouwkundige'bestemmingsmaatregel op zichzelf niet meer is dan een plan,een kenbaar gemaakt voornemen, en dat dus voor de eige-naren, bij dien maatregel betrokken, in feite niets verandert,zoolang niet met de uitvoering van dat plan wordt begonnen.Deze gedachte is o.a. op sprekende wijze vastgelegd in deschadevergoedingsverordening der voormalige gemeente Hil-legersberg, welke door verschillende gemeenten in Zuid-Holland op aanbeveling van het Provinciaal Bestuur is nage-volgd. Volgens die bepalingen kan een eigenaar, die meentdoor een stedebouwkundigen maatregel ernstige schade tehebben geleden, zich tot het gemeentebestuur wenden metverzoek deze schade door een commissie van onpartijdigedeskundigen te doen vaststellen. De gevallen waarin het ge-meentebestuur tot inwilliging van dit verzoek kan overgaan(zonder dat het hiertoe krachtens de verordening verplichtis!) zijn limitatief opgesomd. Deze opsomming bevat b.v.: hetuitsluiten van meer dan een derde gedeelte (ook hier nogde verouderde, althans te schematische, norm!) van een terreinvan bebouwing; het ontnemen van de mogelijkheid van be-bouwing van een terrein, dat voordien wel bebouwd konworden; het beletten van de vervanging van een gebouw,dat verloren is gegaan, etc. Uit het hmitatieve karakter vande opsomming vloeit voort, dat elke.schade, welke buiten dieopsomming valt, a priori buiten beschouwing wordt gelaten,hoe ernstig zij ook is. Wanneer het verzoek om schadeloos-stelling deze eerste proef doorstaan heeft, kan het wordeningewilligd, met dien verstande, dat dan de commissie vanonpartijdige deskundigen aan het werk gaat om de schade vastte stellen. Deze commissie mag slechts rekening houden metde werkelijke schade, die ten tijde van de toepassing van denstedebouwkundigen maatregel ( en als onmiddellijk gevolgdaarvan is ontstaan. Nadat de commissie haar advies heeftuitgebracht is het gemeentebestuur nog vrij te beslissen, ofhet schadeloosstelling zal toekennen en of bij eventueele toe-kenning het door de commissie in overweging gegeven bedragzal worden aangehouden. Verder bevatten de bepalingenomtrent de uitbetaling een extra waarborg om te bereikendat geen vergoeding zal plaats vinden, voordat de bestem-mingsmaatregelen feitelijk ten uitvoer zijn gebracht. Voor elkvan de limitatief opgesomde gevallen van ernstige schadewordt afzonderlijk het tijdstip vastgesteld, waarop uitbetalingop zijn vroegst kan plaats vinden. De omschrijving van dittijdstip houdt b.v. in: wanneer de voor de openbare doel-einden bestemde gronden aan de gemeente in eigendom zijnovergegaan; wanneer de bebouwing is voltooid of is voort-geschreden tot aan de gronden, die van bebouwing zijn uit-gesloten; wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat een ern-stig voornemen tot stichting of vervanging van een gebouwgeen voortgang kan vinden, etc. Tenslotte wordt zoowel vande beslissing van het gemeentebestuur tot weigering van hetdoen onderzoeken van een schade-aanspraak door de com-missie van deskundigen als van de uiteindelijke toekenninglU of ontzegging van vergoeding na kennisneming van het ad-vies van de commissie, beroep opengesteld op het Provin-ciaal Bestuur. 1)Deze regeling voorkomt inderdaad, dat de overheid aanspra-ken van speculanten als het ware erkent en medewerkingverleent aan het ongeremd vooruitloopen op toekomstige be-stemmingen met als gevolg een ongerechtvaardigde stijgingder grondprijzen. In de praktijk is echter gebleken, dat de ge-dachte, volgens welke schade tengevolge van een stedebouw-kundigen maatregel alleen kan ontstaan door ,,toepassing" --dus verwezenlijking -- van dien maatregel, in het algemeenwel juist is, doch onder bepaalde- omstandigheden tot onbil-lijkheden kan leiden. Merkwaardigerwijze is dit tot uitdruk-king gekomen in de beide gevallen, welke het ProvinciaalBestuur van Zuid-Holland heeft beslist naar aanleiding vanberoepen ingevolge schadevergoedingsverordeningen van hetin die provincie gebruikelijk^ type. Terzijde kan er hier deaandacht op worden gevestigd, dat tot nu toe niet meer dantwee maal een dergelijk beroep op het Provinciaal Bestuuris gedaan. De verklaring van dit geringe aantal zal menniet in de eerste plaats moeten zoeken in een onbekrompenerkenning door de gemeenten van de belangen van hen, dieop de schadevergoedingsverordeningen een beroep doen.Het zeldzaam gebruik van het beroepsrecht vormt veeleereen bewijs van het hierboven uitgesproken vermoeden, datin verreweg de meeste gevallen de praktijk zich redt doorhet hanteeren van de exploitatieverordeningen of het sluitenvan bizondere overeenkomsten en dat de schadevergoedings-verordening niet meer is dan eenerzijds een veiligheidsklepvoor uiterste noodgevallen en andererzijds een middel, datvastlqopen van het goedkeuringsmechanisme moet voorkomen.Het eerste van de hierbedoelde gevallen 2) betrof het be-roep van een bouwgrondexploitatiemaatschappij tegen eenbesluit van den Raad van Schiebroek omtrent het toekennenvan schadeloosstelling. Een wijziging van het uitbreidings-plan van Schiebroek had er toe geleid, dat aan de maat-schappij toebehoorende -- en door haar als zoodanig ge-kochte -- bouwgrond werd bestemd voor plantsoen. De maat-schappij meend^ door deze bestemmingswijziging schade tehebben geleden en verzocht aan den Raad van Schiebroekdeze schade overeenkomstig de bepalingen van de schade-vergoedingsverordening te doen vaststellen en te vergoeden.Nu bepaalde de schadevergoedingsverordening van Schie-broek -- in overeenstemming met het hierboven beschrevensysteem -- dat alleen rekening mocht worden gehouden metschade, welke voor den eigenaar van het perceel, waarop hetuitbreidingsplan wordt toegepast, ten tijde van de toepas-sing en als onmiddellijk gevolg daarvan is ontstaan. Volgensde letter van deze bepaling zou het dus voor de hand hebbengelegen de maatschappij te verwijzen naar het tijdstip vanverwezenlijking van het uitbreidingsplan (van welk tijdstipvaststond, dat het pas na vele jaren zou aanbreken). Dezeconsequentie is echter niet aanvaard en reeds de Raad vanSchiebroek achtte een schadeloosstelling op haar plaats. Aan-gezien echter de maatschappij zich met het bedrag van deschadeloosstelling niet kon vereenigen, stelde zij beroep inbij het Provinciaal Bestuur. Dit heeft bij zijn beslissing voorhet standpunt van den Raad, dat de maatschappij reeds ter-stond voor vergoeding in aanrnerking kwam, de formulee-ringj gevonden, dat onder ,,toepassing van een uitbreidings-plan" moet worden verstaan: ,,het voelbaar zijn geworden1) Hier heeft men dus de figuur, dat een lager orgaan, aan een lioogerorgaan (zij het met uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van ditlaatste) in zekeren zin een opdracht tot het beslechten van geschillenverstrekt. De vraag, of een dergelijke figuur staatsrechtelijk geoorloofdis, heeft tot discussie aanleiding gegeven en is in theorie nog niet beslist.De praktijk blijkt zich echter aan dezen twijfel weinig te storen, aangeziendergelijke opdrachten in verschillende gevallen kunnen worden aange-wezen. Vgl. Mr. H; Vos, Beroep van Raadsbesluiten, Weekblad voorGemeentebelangen 1928, p. 193; Dr. A. H. Giinther, Het toezicht vanGedeputeerde Staten op intercommunale bedrijven, Gemeentebestuur 1935,p. 1 e.v.; Mr. P. J. M. Kallen, Administratie-rechtspraak. Gemeentebestuur1940, p. 79 e.v.2) Bijvoegsel van het Provinciaal Blad van Zuid-Holland No. 18 van 1941.van een plan voor den grondeigenaar, in dezer voege, datvoor dezen een klemmend motief bestaat zich feitelijk anderste gedragen dan hij zich zou hebben gedragen, indien het uit-breidingsplan niet ware tot stand gekomen". i) Voor zoo-ver door deze uitlegging van de woorden en de be-doeling van de verordening is afgeweken, was dit onderde gegeven omstandigheden gerechtvaardigd, omdat zichhier het door de verordening niet voorziene geval voor-deed van een schadepost, ontstaan uitsluitend en alleendoor de vaststelUng van het plan voordat de uitvoering vanhet plan aan de orde was. Het strookt toch immers niet metde maatschappelijke en economische verhoudingen dat eenbouwgrondmaatschappij gedurende een tiental of twintigtaljarcn den eigendom van een voor plantsoen bestemd grond-stuk zou moeten bewaren teneinde tegen het tijdstip dat deaanleg van het plantsoen aan de orde is een schadereke-ning -- waarin dan begrepen moeten zijn de onkosten voorhet gedurende jaren renteloos blijven van een vermogens-bestanddeel --- in te dienen.Deze extensieve interpretatie, die in het systeem van de ver-ordening blijkbaar niet was voorzien, moest ook haar ge-volgen hebben bij de toepassing van de bepalingen omtrenthet tijdstip van uitbetaling. Deze bevatten, gelijk hierbovenuiteengezet, speciale waarborgen om te bereiken dat geenbetaling plaats vindt, voordat er kan worden gesproken vanuitvoering van den stedebouwkundigen maatregel, die deschade heeft veroorzaakt. Nu echter in dit geval het bestaanvan schade voor het tijdstip van' uitvoering van het uitbrei-dingsplan was erkend, bracht de redelijkheid mede ook hetuitbetalen van die schade mogelijk te maken op een eerdertijdstip dan in de verordening is vastgelegd. In de hier be-handelde beslissing wordt daarom overwogen, dat de bepa-ling in de verordening, waarbij het tijdstip van uitbetalingwordt geregeld, moet worden opgevat als de aanwijzing vaneen uitersten termijn, binnen welken de betaling moet plaatsvinden en niet als de vaststelling van een tijdstip, met dienverstande dat vroegere betaling zou zijn uitgesloten. 2) Qpdeze wijze werd de in de verordening ongetwijfeld als ,,ter-minus a quo" bedoelde aanduiding getransformeerd in een,,terminus ad quern".Het tweede geval, waarover het Provinciaal Bestuur in be-roep uitspraak heeft gedaan.i betrof het vaststellen van eenrooilijn in de gemeente Leidschendam. 3) Drie eigenaren vanhuizen, welke werden getroffen door een bij het uitbreidings-plan vastgestelde rooilijn, meenden dat alleen al door devaststelling van die rooilijn schade was ontstaan; zij verzoch-ten deze schade overeenkomstig de bepalingen van de scha-devergoedingsverordening (ook een van het gebruikelijketype) door een commissie te doenj vaststellen. Het gemeen-tebestuur wees dit verzoek van de hand, omdat naar zijnmeening van toepassing van de rooilijn -- dat is volgensenge interpretatie: verwezenlijking van het doel, dat met derooilijn wordt beoogd (dus het ontstaan van een toestand,waarbij de bebouwing de rooilijn naar de wegzijde niet over-schrijdt) -- nog geen sprake was en er dus ook geen voorvergoeding in aanmerking komende schade kon zijn. Bij debehandeling bleek echter, dat een der reclamanten na hetvan kracht worden van de rooilijn zijn eigendom had ver-kocht en hierbij volgens zijn zeggen door het waardevermin-derend effect van de rooilijn schade had ondervonden. Ookhier heeft het Provinciaal Bestuur zich op het standpunt ge-steld, dat het begrip ,,toepassing" ruim moet worden gei'n-terpreteerd en beteekent ,,voelbaar worden". De omschrijvingvan het ,,voelbaar worden" werd in dit geval zelfs nog uit-gebreid, door de overweging, dat hieronder ook moet wordenverstaan het geval dat een eigenaar ,,als onmiddellijk gevolgvan de rooilijn, eventucel ook voor derzelver feitelijke ver-wezenlijking, aantoonbare werkelijke schade lijdt", i) Schade Artik?i?ivan dezen reclamant werd, hoewel de rooilijn alleen nog maarvastgesteld en niet ,,uitgevocrd" was, mogelijk geacht, zoodatte verstaan werd gegeven, dat naar deze eventueele schadedoor de in de schadevergoedingsverordening bedoelde com-missie een onderzoek moest worden ingesteld. 2)Voorzoover uit het bovenstaande een conclusie valt te trekken,is het wel deze, dat de aarzelingi tot het vastleggen van demoeilijke materie van de schadevergoeding in uitgewerkte rege-lingen alleszins gerechtvaardigd is. Het laat zich dan ookaanzien, dat het beschermen' van de belangen van particu-lieren -- en het terugbrengen van hierop gegronde aansprakentot de juiste properties --, hoe noodzakelijk dat ook is, niet inde eerste plaats moet geschieden door uitvoerige, legislatievemaatregelen, die immers in bepaalde gevallen hetzij tot on-billijkheden, hetzij tot veel uitleg vereischende interpretatiesmoeten leiden, doch beter kan blijven toevertrouwd aan dethans hiermede belaste organen, mits deze de bevoegdheidhebben de bizondere omstandigheden van elk geval volledigtot hun recht te laten komen.Ter voorkoming van de hierboven vermelde moeilijkhedenbeoogt het Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland een scha-devergoedingsverorden
Reacties