tniiiRvesTingeoouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwDecember 1946 27eJaargang no. 12dot kost geld!Proefnemingen in Amerika hebben b?-wezen dat een te lage temperatuui iaeen werkplaats of fabriek de aibeidsca-paciteit op ongekende wijze vennindeitHet is vooi elken fabrieksdirecteui dusvan hct allergrootste belang, zijn geheslebedriif (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuui te verwaimen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze ver-warmd en geventileeid wenscht te zien,- viaag onzen deskundige dan eens omeen advies.VOLKEREmDHovtN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteil in het aanleggen van fabrieksapparaten voor verwarmlngbevochtiging ? ontncveling - droging en keeling.HOLLAND TRIPLEX IMPORTROTTERDAM - Schiedamschesingel 50 - Tel. 28303Abraham van Stolk&Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELphilips' bouwbedrijfwed?repbouw-adresveisenJan kosteliiklaan 30tel. 4484sprultenbosehstraat 1 7tel. 16902HaarlemVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWAGENAKEMBREDAb beton-bouw en waterbonwknndig^e werkenNov.-Dec.19466e Jaargang - No. 5/6DeWoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adres Toor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Beter toegerust(III)Wat zal nu de taak zijn van de nieuwe Nationale Woning-raad, die wij willen stichten? In het door ons ingedicndevoorstel tot wijziging van de Woningwet staat, dat het zijntaak zal zijn een doeltreffende uitvoering van de financieleparagrafen dezer wet te bevorderen. Blijkens de nadere uit-werking van deze bepaling, zowel in het gemaakte wets-ontwerp als in de daarbij overgelegde ontwerp-statuten, isvooral gedacht aan een meer efficiente organisatie der wo-ningbouwverenigingen, aan een verbetering van het tech-nisch woningbeheer, aan het bevorderen van een meer des-kundig beleid, aan het aansturen op decentralisatie doorvergroting der plaatselijke verantwoordelijkheid. Wij willenenkele werkzaamheden opnoemen, die de nieuwe NationaleWoningraad daartoe onmiddellijk ter hand zou kunnennemen.De woningnood doet overal initiatieven ontstaan om totwoningbouw te komen en evenals na de vorige oorlog is ereen drang om meer woningbouwverenigingen te stichten.Destijds is dat verkeerd gegaan, doordat verschillende poh-tieke en godsdienstige groeperingen critiekloos overal haareigen verenigingen oprichtten. In 1919 moesten niet minderdan 261 nieuwe woningbouwverenigingen worden toegela-ten, in 1920 waren het er zelfs 376! Ook al erkent men inbeginsel het recht om zich ook op het terrein van de volks-huisvesting naar levensbeginsel te organiseren, dan moetmen erkennen, dat men hierbij op ons gebied te ver is ge-gaan. Het heeft geleid tot een versplintering op ons terreinen tot een onoordeelkundige spreiding der verenigingen overons land, die de zaak van de volkshuisvesting veel schadeheeft gedaan.Dit willen wij deze keer voorkomen en hier moet denieuwe Nationale Woningraad voor zorgen. Er moet voorgezorgd worden, dat de woningbouwverenigingen daar ko-men, waar ze nodig zijn en dat er ook niet meer komen daner nodig zijn. Volgens welke beginselen dit beoordeeld zalworden, is op ons jongste congres uiteengezet. Voorts moeteen einde worden gemaakt aan de te ver gaande bestaandeversnippering, welke op verschillende plaatsen te constate-ren valt. Met voldoening hebben wij gezien, dat er onderde bestuurders onzer verenigingen een toenemend verlan-gen bestaat om aan de excessen, die het verleden in dit op-zicht hebben gekenmerkt, een einde te maken. Bij het secre-tariaat van onze organisatie zijn al verscheidene aanvrageningekomen voor medewerking tot fusiepogingen. De nieuweNationale Woningraad, die doordat hij zelfstandig beslistover de toelatingen ingevolge de Woningwet, over de nodigebevoegdheden beschikt, kan in dit opzicht belangrijk werkdoen.Voorts is daar de kwestie van de onzelfstandigheid, waar-over reeds zo dikwijls is gesproken, zonder dat het enigeverbetering heeft gegeven. Wij weten allemaal waarom hetgaat. De besturen der bouwverenigingen zitten geregen ineen keurslijf van voorschriften, die hun elke bewegingsvrij-heid ontneemt. Geen enkele beslissing kan worden genomen.zonder dat eerst ambtelijke instanties hun fiat hebben ge-geven. Voor eigen initiatief is geen plaats, voor eigen ver-antwoordelijkheid evenmin, daar alles van bovenaf geregeldwordt. De Nationale Woningraad zal de voorschriften zo-danig moeten maken, dat de verenigingen langzamerhandle"en op eigen bencn te staan. Evenals geldt voor de kwestieder gemeentelijke zelfstandigheid zal men hiertoe in de eer-ste plaats moeten zoeken naar een bevredigende regelingvan de financiele verhouding. De onzelfstandigheid tochwaarover wij het hebben, vloeit voor een belangrijk deelvoort uit het stelsel van bijdragen in de exploitatie-verliezen,die elk jaar opnieuw worden vastgesteld. Zolang dit ge-handhaafd blijft, zal er van zelfstandigheid geen sprake zijn.Zo de bijdragen niet op korte termijn kunnen verdwijnen,door ze te vervangen door een afschrijving van het verlies,zullen ze toch in ieder geval van karakter moeten veranderen.Dit kan, wanneer men ze voortaan onveranderlijk maakt,wanneer men ze fixeert. Aldus weet iedere vereniging vantevoren waarop ze kan rekenen en met welk bedrag ze uitmoet komen, onverschillig hoe de jaarlijkse uitkomsten zijn.Vallen deze mee dan houdt men over en kan men enigereserve kweken. Vallen ze tegen dan zit men met een tekort,dat men zelf moet dekken. Aldus wordt de verantwoorde-lijkheid voor dit financieel beleid weer gebracht waar zethuis hoort, bij de instantie, die exploiteert en deze krijgt zode nodige zelfstandigheid.Nu zijn financiele verantwoordelijkheid en zelfstandigheidkostelijke begrippen, maar ze blijven zinledig als de instantie,die er over beschikt, geen financiele middelen heeft. M.a.w.wat baat het een woningbouwvereniging verantwoordelijk testellen voor haar eigen verliezen, wanneer ze geen centbezit? Dan blijft die financiele verantwoordelijkheid eenslag in de lucht. De woningbouwverenigingen moeten daar-om over eigen middelen beschikken. De aangewezen oplos-sing is: opvoering van het eigen kapitaal door stortingenvan leden en huurders. Evenals bij iedere vakvereniging,sportclub, enz. het geval is, zullen ook de leden en huurdersder bouwverenigingen eraan moeten wennen wekelijks eenbehoorlijke financiele bijdrage te offeren. Wij zullen overdeze kwestie thans niet verder uitweiden. Naar wij hopen,zullen er spoedig concrete voorstellen in deze richting wor-den gedaan.Naast deze aangelegenheden zijn er tal van andere, die deaandacht van de nieuwe Nationale Woningraad zullen op-eisen. Wij denken aan de stichting van provinciale bureaux,van waaruit aan de plaatselijke instellingen alle mogelijkedeskundige hulp en voorlichting kunnen worden verstrekt.Hulp en voorlichting, die er op gericht zullen zijn de plaat-selijke krachten zodanig te scholen, dat ze zelf in staat zijn hetnodige werk goed te verrichten. Wij denken ook aan onzeplannen om een deel van de benodigde bouwkapitalen zelf-standig bijeen te brengen en de taak van de Staat in ditopzicht te verlichten. Wij denken nog aan zoveel anderewerkzaamheden, die gedaan moeten worden.Moge de nieuwe organisatie spoedig haar beslag krijgen.Het zal de sociale woningvoorziening, zoals deze in de wo-ningbouwverenigingen en in de gemeentelijke woningexploi-tatie belichaamd is, ten goede komen. J. Bommer. ^ODe wijkgedachteIn de besprekingen over de woningbouw is sinds de oorlogeen nieuw woord naar voren gekomen.De wijkgedachte.Wat wordt hieronder verstaan en wat kan dit bcgrip voorde volkshuisvesting betekenen?De kern van de wijkgedachte is wel dit, dat ieder, die zichmet het vraagstuk der volkshuisvesting bezig houdt, steedsduidehjker beseft, dat het vraagstuk van het wonen niet kanworden opgelost binnen de begrenzing van huis en tuin. Destraat, het blok, de buurt, de wijk, de school, de kerk, desport, het park behoren onafscheidelijk bij het goede wonen.In het verleden is dit vaak te weinig zo gezien.Alle aandacht concentreerde zich op de indehng en bouwvan de woning. De samenhang tussen woning en gezin en degrotere wereld daarbuiten bleef dikwijls nagenoeg buiten be-schouwing. Hierdoor kregen veel van de oudere en nieuwereuitbreidingen zowel van onze kleinere als van onze grotereplaatsen en steden een zekere onbepaaldheid van karakter.Zi] werden over het algemeen weinig systematisch voorzienvan groen, scholen, sportvelden, winkels, kerken, etc. De uit-breidingen, straten en blokken rijen zich meestal min of meertoevallig en zonder duidelijke onderlinge begrenzing aaneen.Vooral in de grotere steden voelt een bewoner zich daardoordikwijls maar weinig met zijn directe omgeving verbonden;zijn buurt en zijn wijk zeggen hem betrekkelijk weinig, terwijlzijn stad als geheel weer zo groot en ingewikkeld is, dat hijmoeilijk kan overzien, wat daarin zoal gebeurt en hij er daar-door betrekkelijk weinig interesse voor heeft.De wijkgedachte streeft naar een duidelijke geleding vanonze grote plaatsen in buurten en wijken en door het syste-matisch voorzien van deze onderdelen met wat daarbinnennodig is aan groen en speelgelegenheid, aan levensmiddelen-winkels en bedrijfjes voor onderhoud en reparatie, aan cafe'sen vergaderzalen, aan scholen en kerken.Door deze overzichtelijke geleding en goede voorziening deronderdelen verwacht men, dat de begrippen buurt en wijksterker voor de bewoners zullen gaan leven, dat zij zich meerthuis zullen gaan voelen in hun directe omgeving, dat zijdaarin beter zullen vinden, wat zij voor het leven van henzelfen hun gezin nodig hebben en dat de meest actieven van henook een sociale taak binnen de grenzen van buurt- en wijk-leven zullen weten te vinden.Het is merkwaardig, dat deze wijkgedachte niet alleen opallerlei plaatsen in ons land, meestal los van elkaar, spontaanis gegroeid, maar ook overal in het buitenland, zowel in En-geland en Amerika als in Frankrijk en de Scandinavischelanden. Overal worden de nieuwe bebouwingsplannen doorde wijkgedachte beheerst. Ook in Rusland gaat men bij denieuwe stedebouw door indeling van de woonwijken in goedtoegeruste ,,kwartieren" van ongeveer dezelfde gedachte uit.Hoe ver de wijkgedachte in het buitenland algemeen goed isgeworden, valt sterk op bij een bezoek aan Engeland, waaralle nieuwe woongebieden stelselmatig worden ingedeeld in,.neighbourhoods" van ? 10.000 inwoners, elk met de nodigewoningen zowel voor kleine als voor middelgrote en grotegezinnen, voor bejaarden en alleenwonenden, met kleuter- enlagere school, met speeltuinen en sportvelden en met centraaleen ,,community centre"; een gebouw met zaal voor opvoe-ringen, meestal bad- en wasgelegenheid, een consultatie-bureau voor ouders en opvoeders, bibliotheek, enz. enz.Elk dezer neighbourhoods is dan door groenstroken van denaburige gescheiden en de wegen voor druk verkeer lopen erbuiten om been (zie plan nieuwe tuinstad ,,Stevengage" bijLonden). i).26 Opgenomen op pag. 29.De invloed van de wijkgedachte beperkt zich echter niet totde nieuwe wijken. Ook en juist de bestaande stadsgedeeltenhebben duidelijke indelingen en goede voorzieningen brood-nodig.Stelselmatig worden deze gebieden dan ook in wijken inge-deeld, nagegaan wordt, wat er aan de voorzieningen ont-breekt en programma's voor de geleidelijke aanvulling daar-van worden opgesteld. De Engelsman van vandaag wil zijnwoning in orde hebben, maar weet, dat de omgeving daarbijbehoort.Ook in Nederland heeft de wijkgedachte de voile aandacht,zij het dat zij officieel nog niet zo ver heeft doorgewerkt alsin landen, die niet bezet zijn geweest.Gedurende de oorlogsjaren vormden particulieren in Rotter-dam een organisatie ,,De Rotterdamsche Gemeenschap", diede wijkgedachte als een van haar voornaamste doelstellingenziet.Los daarvan ging een studiegroep, bestaande uit deskundigenvan allerlei slag onder leiding van Ir. Bos, den directeurvan de Gem. Dienst voor Volkshuisvesting, aldaar, de zaakvan de theoretische zijde na.Het resultaat van deze uitvoerige studie is neergelegd in eenboekwerk ,,de Stad der Toekomst, de Toekomst der Stad".In dit boek vindt men de gehele wijkgedachte belicht. Menvindt er beschreven, wat buurt, wijk en stad voor de bewo-ners betekenen en kunnen gaan betekenen. Men vindt erbeschrijvingen van de onderdelen van het wijkleven; hetwonen, de winkels, het groen, het onderwijs, de sport, hetverenigingsleven, het kerkelijk leven.Men vindt er een systematische opsomming van alle behoef-ten van buurt en wijk en voorbeelden van bestaande en ont-worpen woonwijken.Ook van gemeentewege heeft in Rotterdam de wijkgedachtede voile aandacht. De burgemeester noemde haar bij meer-dere gelegenheden een der voornaamste uitgangspunten voorde nieuwe stadsopbouw. De nieuwe uitbreidingsplannen wor-den stelselmatig in wijken gedeeld en sommige daarvan totin details uitgewerkt (zie afb. 1).Ook in allerlei andere gemeenten leeft deze gedachte. In hetnieuwe plan voor Den Haag vindt men er veel van terug. Intal van middelgrote plaatsen (Arnhem, Amersfoort, Nijme-gen e.a.) gaat men van wijkgeleding uit.De belangstelling komt niet alleen van stedebouwkundigezijde.In allerlei plaatsen is een actieve belangstelling van de be-woners in hun wijkbelangen merkbaar (Rotterdam, Gronin-gen, Eindhoven).De kerkelijke overheden hebben er veel belangstelling voor,zowel de Katholieken met hun vanouds bestaande parochie-stelsel als de Hervormden, die door binding van den voor-ganger aan een bepaalde kerk deze weer nader tot de bewo-ners van deze buurt willen brengen (zie de nota van Ds.Zeydner te Rotterdam).De medici wensen decentralisatie van de poliklinische ver-zorging en het verstrekken van adviezen op wijkbasis. Ooktal van overheidsdiensten -- politic, brandweer, distributie --hebben wijkgewijze decentralisatie van node.Dit alles geldt, evenals in Engeland, evenzeer voor de be-staande als voor de nieuwe stad en de komende jaren zullendan ook stellig in alle grotere plaatsen een intensief onder-zoek te zien geven naar de mate, waarin de wijkbehoeftenvervuld zijn (waarbij veel zal blijken te ontbreken).Stelt men het zich echter in de komende decennia als opgaveniet alleen om de werkelijk goede volkswoning te scheppen,maar ook om deze in een omgeving te plaatsen, waarin elkebewoner zich behoorlijk verzorgd voelt, waarin hij zich licha-melijk en geestelijk behoorlijk kan ontwikkelen en waarin hijzich deel voelt van een voor hem overzichtelijk groter geheel,dan zal na die jaren de woningbouw een veel rijker beeldAfb. 1. Plan van een geprojecteerde nieuwe wijk in Rotterdam-Zuid.kunnen gaan vertonen en niet alleen het gezinsleven binneneigen muren veilig zijn, maar daarbuiten ook al die stoffelijkeen sociale aanknopingspunten vinden, die het voor een ge-zonde ontwikkeling nodig heeft.ir. W. van TijenWat te doen bij oorlogsschade aan woningwet-woningenGedurende de oorlog zijn vele woningwetwoningen ten-gevolge van oorlogshandelingen beschadigd en in sommigegevallen geheel verwoest. Aangezien een groot aantal ge-vallen nog niet is geregeld, volgt onderstaand een uiteen-zetting van de verschillende administratieve maatregelen,welke genomen dienen te worden om de financiele gevol-gen van bovengenoemde schade te regelen. In hun circulairevan Juli 1943 betreffende verzekeringen van woningwet-woningen tegen molestrisico hebben de toenmalige Inspec-teurs van de Volksgezondheid (Volkshuisvesting) reedsrichtlijnen gegeven. In de praktijk blijken deze richtlijnenniet voldoende bekend te zijn. Men gaat er toe over deherstelkosten uit het onderhoudsfonds te financieren, of menplaatst deze kosten als een vordering op de balans. Somsmeent men deze kosten over een aantal jaren ten laste vande exploitatie te moeten afschrijven.Een scherp onderscheid dient te worden gemaakt tussen definanciering van het herstel, c.q. de herbouw en de afwik-keling van de schadeuitkering. Evenzo tussen herstel enherbouw.Financiering herstelBij herstel van beschadigingen kunnen alle kosten, voortvloei-ende uit noodherstel en het definitieve herstel van de gele-den oorlogsschade, gedekt worden uit een rijksvoorschot,verleend krachtens de Woningwet. Ter verkrijging van eenherstelvoorschot dient het gemeentebestuur door tussenkomstvan de Provinciale Directie van de Volkshuisvesting bij hetMinisterie van Openbare Werken en Wederopbouw eenaanvrage in, onder overlegging van het Raadsbesluit, waarinhet betreffende voorschot wordt aangevraagd en aanvaard.Uitbetaling der kosten geschiedt na overlegging van de des-betreffende kwijtingen. In de annuiteit van dit voorschotwordt een bijdrage uit 's Rijks kas verstrekt van 90 %. DeGemeente neemt 10 % voor haar rekening. Voor de schor-sing van het besluit 18/1941 was het verkrijgen van dezevoorschotten uitsluitend mogelijk nadat de schade was aan-gemeld bij de Rijkscommissie van advies inzake bijdragenWederopbouw Publiekrechtelijke lichamen.Afwikkeling SchadeuitkeringKrachtens vorengenoemd besluit moest bij beschadiging vanWoningwetwoningen door oorlogsgeweld, indien het wonin-gen van een woningbouwvereniging betrof, aan de desbe-treffende vereniging kwijtschelding worden verleend van deterugbetaling van het schuldrestant, of van het evenredigegedeelte daarvan, hetwelk op de verwoeste c.q. beschadigdewoningen drukte. Een bedrag gelijk aan het bedrag derkwijtschelding, diende door de gemeente in 's Rijks kas teworden gestort als extra aflossing op het voor de bouw derdesbetreffende woningen destijds verleende voorschot. In-dien het gemeentewoningen betrof, moest door de gemeenteeveneens het bedrag van het schuldrestant, of het evenredige 27gedeelte daarvan extra op het Rijksvoorschot worden afge-lost. De uitgaven uit dezen hoofde moesten worden gerekendte behoren tot de oorlogsgeweldschade der Gemeente, welkete haren laste blijft, voor zover het bedrag daarvan 5 %van haar inkomsten-capaciteit niet te boven ging. In ver-band met de terugstorting op de bouwvoorschotten zijn deannui'teiten herzien.Aangezien de annui'teiten lager zijn geworden, daalde hetexploitatie-tekort. De maximum-bijdrage van Rijk en gemeen-te wordt thans bij de vaststelling van de jaarhjkse bijdragein het exploitatie-tekort dientengevolge verlaagd met het ver-schil der annuiteit, indien de terugstorting uitsluitend ver-band hield met beschadiging. Bij complexen met een crisis-bijdrage wordt het verschil over de minimumhuur en debijdrage verdeeld overeenkomstig de bij de stichting der wo-ningen vastgestelde percentages. De annuiteit van het her-stelvoorschot kan in verband met het afwijkende percentagevan het Rijksaandeel in het tekort niet op exploitatierekeningworden opgenomen. De vaststelling van de bijdrage in laatst-genoemde annuiteit heeft bij afzonderlijke beschikking plaats.Geschiedt de terugstorting tengevolge van verwoesting derwoningen, dan wordt de bijdrage (bij een crisisbijdrage ookde minimumhuur) naar evenredigheid van het aantal ver-woeste woningen verlaagd. Aangezien bij herbouw degrondannuiteit ten laste van de exploitatie der resterendewoningen blijft, wordt de bijdrage van Rijk en gemeentemet deze annuit verhoogd. Bij algehele verwoesting vaneen complex zal bij herbouw een nieuw grondvoorschotter beschikking worden gesteld, gelijk aan de geschattewaarde. Met dit voorschot wordt het schuldrestant van hetoorspronkelijke grondvoorschot afgelost. Het overblijvendegedeelte wordt gebruikt voor terugstorting van bijdragenc.q. voor storting in het Gemeenschappelijk fonds. Het ex-ploitatie-tekort van de herbouwde woningen komt voor 90%ten laste van het Rijk.A[wijkende bepalingen bij het vaststellen van hetExploitatie-tekortGedurende het tijdvak, dat de woningen onbewoonbaar zijngeweest tengevolge van oorlogsschade mag geen storting inhet onderhoudsfonds plaats vinden. Bij woningen, welke ten-gevolge van oorlogshandelingen onbewoonbaar zijn gewor-den, geschieden zoveel vernieuwingen, dat het onderhoud inde eerste jaren zeer weinig zal betekenen. Voor administra-tiekosten mag in verband niet de extra werkzaamheden ge-durende het lopende exploitatiejaar met het oorspronkelijkeaantal woningen rekening worden gehouden. Met de kostenvan huurderving, voortvloeiende uit het niet bewoonbaarzijn der woningen, wordt zo nodig de bijdrage van het Rijken de gemeente verhoogd. Voor complexen met een crisis-bijdrage wordt deze huurderving in mindering gebracht vande minimum-huur. Nu bestaat de mogelijkheid, dat het ge-troffen complex een complex is zonder bijdrage in het ex-ploitatie-tekort. De ongedekte kosten van huurderving moe-ten, indien een gemeenschappelijk fonds aanwezig is, hieruitworden bestreden. Is dit fonds niet aanwezig, dan kan degemeente verzoeken deze kosten in het herstelvoorschot opte nemen. Bij verwoesting zal zo lang met huurderving reke-ning worden gehouden, tot terugstorting op het oorspronke-lijke bouwvoorschot heeft plaatsgevonden, echter niet meteen groter bedrag dan verschuldigd is om de annui'teitenmet de op de verwoeste woningen drukkende lasten te dek-ken. Heeft terugstorting in verband met de kwijtscheldingplaatsgevonden, dan zullen ook de kosten van huurverlagingvan de verwoeste woningen vanzelfsprekend niet meer tenlaste van het huurverlagingsfonds worden gebracht.D. J. LieshoutOnderhoudskostenOp de jaarvergadering hebben verscheidene afgevaardigdenmet feiten aangetoond dat de prijzen van verschillende onder-houdswerken enorm zijn gestegen. Uit de aard werden slechtsprijzen genoemd van enkele werken, waaruit bleek dat zijongeveer 2 tot 3 maal -- en in enkele gevallen zelfs 4 maal --hoger waren dan voor de oorlog.Natuurlijk geven deze mededelingen slechts een onvolledigbeeld. Daarom zullen wij trachten een enigszins volledigerinzicht te geven in de prijsverhoging van het onderhouds-werk van onze woningen. Dat lijkt te meer gewenst omdater ook schattingen gemaakt worden die veel te laag zijn.Het is niet onze bedoeling gegevens te verzamelen om spoe-dig tot huurverhoging te komen, maar slechts te pogen zoobjectief mogelijk de werkelijke hogere onderhoudskosten tebenaderen. Gemakkelijk is dat niet. Er zijn niet veel vergelijk-bare objecten, waarmee men voor precies hetzelfde werk prij-zen kan vergelijken van 1938 en begin 1939 en thans. Omenige oorzaken te noemen: het gebrek aan materiaal dwingtthans het werk op andere wijze uit te voeren; de lonen ensociale lasten waren voor de oorlog zeer verschillend en zijnthans nog lang niet overal gelijk, waardoor er veel verschilis in het bedrag waarmede deze posten zijn verhoogd; hetverschil in verhoging van lonen in grote steden en op hetplatte land is groot. Er is ook een groot onderscheid vanprijzen van onderhoudswerken uitgevoerd in eigen beheeren die uitgevoerd door een werkgever. Voorzover wij hebbenkunnen vaststellen is het werk in eigen beheer thans veelgoedkoper. Maar het prijsverschil tussen 1939 en thans kun-nen wij alleen vrij nauwkeurig beoordelen voor werken ineigen beheer. Daarom behandelen wij hier het werk in eigenbeheer apart.Eigen beheerDe belangrijkste uitgave voor woningbouwverenigingen diewerk in eigen beheer uitvoeren zijn: lonen, leiding en con-trole, sociale lasten, materialen en gereedschappen c.s.LonenIn ,,Bouw" van 7 December 1946 worden belangrijke cijfersverstrekt over lonen en prijzen, van materiaal in 1938-'39en op 1 October 1946. Van de meeste vakken van het bouw-vak zijn de lonen vermeld van Den Haag, Rotterdam en deWieringermeer. Van deze gegevens hebben wij hier over-genomen de vakken die het meest voorkomen bij het onder-houdswerk van onze woningen.BeroepMetselaarTimmermanStucadoorLoodgieterSchilderBehangerElectricienGemiddelde van deze beroepenmmimum ge-.middeld loonin 1938-39 teRotterdamen 's Gra-venhage65 cent65 ,,67 ,,651/2 ,.62 ,,61 ,,681/2 ,,65 ,,loon op1 Oct. '46 teRotterdamen 's Gra-venhage90 cent9096989090989328De verhoging van loon bedraagt voor Rotterdam en denHaag gemiddeld 43,6 '%. Voor Wieringermeer zijn de lonenop dezelfde wijze vermeld. De verhoging bedraagt hier zelfs641/2 %.Het komt ons voor dat deze cijfers voor de grote stedenover het geheel een vrij juist beeld geven van de verhogingder lonen. Of de cijfers van Wieringermeer eveneens eenjuist beeld geven van de kleine plaatsen is ons niet voldoen-PLAN IN H00FD2AAK VOOR STEVENAGE NEW TOWN2930de bckend. Aangenomen mag echter worden dat het verschilmet soortgelijke streken nict zo groot zal zijn.Opgemerkt zou nog kunnen worden, dat de lonen van 1938en 1939 minimum lonen zijn, waarvan naar boven werd afge-weken. Hier staat tegenover dat dan in de regel extra arbeidwerd gepresteerd.MaterialenEveneens in ,,Bouw" van 7 December 1946 worden prijzengepubliceerd van de belangrijkste bouwstoffen in 1938-1939en op 1 October 1946 voor diverse bouwwerken.Voor verf en plamuur waren de prijzen per ton in 1938-1939f 320.-- en op 1 October 1946 f 1420.--. Een grote bouw-vereniging te Amsterdam betaalde voor de verf, stopverf enplamuur in de 2e helft van 1946 160 % meer dan in hetbegin van 1939 (In de 2e helft van 1939 liepen de prijzenal op).De gemiddelde prijs per eenheid was in 1939 f 0,358, in1946 f 0.93. Volgens ,,Bouw" was de prijs voor geschaafden geploegd plankhout inc. zaagverlies in 1938-1939 f 42.50per m3, in 1946 f 196.--.De prijzen van behang zijn voorzover wij konden nagaan,nog minstens 21/2 a 3 maal de prijzen van 1939.Stociale lastenDe sociale lasten liepen in 1939 en lopen 00k thans nog zeersterk uiteen bij de bouwverenigingen als gevolg van het ver-schil van de vrijwillige sociale lasten als: pensioenen, lan-ge-e vacanties met toeslag enz. Daarom hebben wij hierslechts gerekend de verplichte van Overheidswege en vol-gens collectieve overeenkomst voor het bouwbedrijf opge-legde sociale lasten. Bij een grote bouwvereniging te Amster-dam bedroegen deze in 1939 bij een loon van f 36.-- perweek 8.8 % en thans 22.35 % van het loon.GereedschappenDe prijs van gereedschappen kan moeilijk worden vastge-steld en vergeleken. Naar onze schatting zal deze prijs min-stens 3 a 4 maal hoger zijn dan voor de oorlog.ArbeidsprestatieHoe het met de arbeidsprestatie staat, is eveneens moeilijkvast te stellen, omdat de werkwijze door gebrek aan materi-alen in vele gevallen geheel is veranderd. Maar wij gelovenwel te moeten aannemen dat, indien gewerkt wordt in dag-geld -- zoals de collectieve arbeidsovereenkomst dat thansvoorschrijft -- de arbeidsprestatie in het algemeen niet ho-ger mag worden geschat dan 80 % van de voor-oorlogseprestatie. Deze mening wordt 00k gedeeld door bestuurdersvan verschillende andere verenigingen, die dit met kennisvan zaken kunnen beoordelen. Wij vernamen trouwens 00kherhaaldelijk, en het is 00k vrij algemeen bekend, dat werk-gevers, die prijs moeten opgeven of naar een werk inschrij-ven, terdege met de mindere prestatie rekening houden. Wijhebben zelf geconstateerd, dat er gunstige uitzonderingenzijn. Onder ons toezicht zijn in het voorjaar van 1946 devoorgevels van 130 woningen geheel op ouderwetse manieren in tarief geschilderd. Dit tarief bestond reeds lang voorde oorlog en werd steeds in dezelfde verhouding verhoogdof verlaagd als de lonen der schilders bij collectieve over-eenkomst werden gewijzigd.De schilders verdienden met dit tarief gemiddeld 40 % bovenhet daggeldloon. Volgens de bestaande collectieve arbeids-overeenkomst mag nu niet meer dan 10 % boven het vast-gestelde loon worden verdiend. Niettegenstaande deze voorde schilders en de vereniging hinderlijke bepaling, maaktende schilders in vaste dienst het genoemde werk voor hettarief en bereikten de toegestane 10 % boven het loon, zodatde vereniging aan deze woningen voor 100 % werk gedaankreeg, hoewel de schilders 30 % minder inkomsten haddendan voor de oorlog. De losse schilders, die voorheen gaarnebij dezelfde vereniging wilden werken, liepen zonder uitzon-dering na enige weken weg, omdat ze bij particuliere werk-gevers veel meer konden verdienen. Er zullen ongetwijfeldnog wel andere gunstige en vermoedelijk 00k wel ongunstigeuitzonderingen voorkomen, maar het zullen uitzonderingenblijven, die de regel bevestigen.Verhouding der totale onderhoudskostenOp grond van onze ervaring en rekening houdende met deb.s. gegevens komen wij tot de volgende schatting van deonderhoudskosten van onze woningen in de grotere stedenin 1939 en thans. De kosten van 1939 zijn gesteld op 100LonenLeiding en controleSociale lastenMaterialenGereedschappen enz.Totaal1939 194667 1207 106 2716 484 12100 217De post lonen (67) is verhoogd met 43,6% en daarna ver-hoogd met 25 % omdat slechts op 80 % arbeidsprestatie isgerekend. De post sociale lasten is voor 1946 berekend op22,38 % van de lonen. De post materialen is berekend opde prijs van lichte verfkleuren. Donkere kleuren zijn belang-rijk duurder. De gegevens zijn ontleend aan de kosten vanschilderwerk, timmerwerk en behangwerk, waarvan de kos-ten voor dezelfde werkzaamheden vergeleken konden wor-den. Volgens het rapport van de ,,Onderhoudscommissie"van de Nationale Woningraad uitgebracht in 1937 en vol-gens de jaarverslagen van een grote bouwvereniging te Am-sterdam vergen deze werkzaamheden gemiddeld ongeveer75 % van de totale onderhoudskosten. De kosten van deoverige werkzaamheden zijn geschat.Werk verricht door werkgeversWij hebben aangenomen, dat de bouwverenigingen in soort-gelijke streken als de Wieringermeer en in het algemeenin de kleinere steden en dorpen geen werk in eigen beheeruitvoeren. Het spreekt vanzelf dat, indien de lonen zoveelverhoogd zijn als in de Wieringermeer, de kosten van hetonderhoudswerk evenredig meer gestegen zijn dan in degrotere steden, 00k al zou het werk in eigen beheer wordenuitgevoerd. Het is ons bekend, dat prijzen voor belangrijkeobjecten schilderwerk in de grotere steden soms 3 a 4 maalzo hoog waren als de vooroorlogse prijzen. De vakgroepschilders heeft enige tijd geleden voor het schildersbedrijfeen prijslijst vastgesteld, die, voor zover wij weten, niet doorde prijsbeheersing is goedgekeurd, maar die toch geldt alsleidraad voor de leden bij het berekenen van prijzen. Voorbuiten-schilderwerk in eerste klasse Gemeenten waarvan deuitvoering is: gronden, stoppen en plamuren, overgronden enafschilderen w^ordt f 3.-- per m^ gerekend.In verscheidene gevallen hebben wij geconstateerd dat werk-gevers met hun calculatie deze prijs belangrijk overschreden.Indien men rekening houdt met een redelijke risico- en winst-post voor den werkgever kan men aan de hand van b.s.gegevens en de plaatselijk verhoogde lonen vrij nauwkeurigbeoordelen of de gevraagde of berekende prijzen redelijk zijn.Vooral blijkt uit deze gegevens dat, zoals de kosten van hetonderhoudswerk thans zijn, verdubbeling der onderhoudsnor-men beslist noodzakelijk is om de woningen op slechts zeereenvoudige wijze te onderhouden en dat het zelfs dan nogzeer twijfelachtig is o[ de geweldige achterstand. welke sedert1940 ontstaan is kan worden ingehaald.J. SpekDecember 1946Opname tijdens het congres van de Nationale Woningraad op Vrijdag 4 en Zaterdag 5 October 1946.Niet zoDe buitengewone stijging der onderhoudskosten en daarmeegepaarde onmacht der besturen, om de inwendige reparatiesder woningen van verenigingswege ter hand te nemen, heb-ben enkele besturen ertoe verleid, om deze werkzaamhedendoor de bewoners te doen verrichten.Dit voorbeeld verdient naar ons oordeel geen navolging, daarwij voorzien dat de Ingeslagen weg niet tot de resultatenvoert, welke men verwacht. Wij zijn bevreesd, dat over eenruimer tijdsverloop de financiele voordelen, die men ermedebeoogt, denkbeeldig zullen blijken te zijn.Bovendien plaatst men den ,,minder handigen" bewoner hier-mede wel in een zeer onvoordelige positie ten opzichte vanzijn op dit punt meer bevoorrechten medebewoner.De door de Nationale Woningraad ingestelde commissie in-zake het onderhoud van verenigings- en gemeentewoningenspreekt zich in haar in 1937 verschenen rapport (pag. 62)dan ook reeds in min 6i meer sceptische zin over deze vormvan onderhoudsbeheer uit.Andere besturen zijn deze bezwaren ontgaan door de werk-zaamheden van verenigingswege te doen uitvoeren, doch dekosten hetzij geheel. maar veelal gedeeltelijk, op de bewo-ners te verhalen.Voor restauratie der woning komt dan alleen de bewonerin aanmerking, die bereid is de kosten geheel of gedeeltelijkvoor zijn rekening te nemen. Een dergelijk systeem achtenwij verwerpelijk en tegen zijn inburgering menen wij stellingte moeten gaan nemen.Wij hebben de stellige ovcrtuiging dat slechts een klein deelder bewoners in staat is, om de kosten, aan deze restauratiesverbonden, te dragen.Met dit systeem wordt in onze woningbouwverenigingen eengroepje bevoorrechten geschapen, dat zich ook op dit terreindes levens voorrechten kan verschaffen, waarvan de minderbedeelde buren verstoken blijven.Nu zijn wij niet zo ,,Weltfremd", dat ons niet bekend zouzijn, dat dit op vrijwel ieder terrein des levens en bij devervuUing van vrijwel iedere levensbehoefte het geval is.In de woningbouwvereniging hebben wij echter steeds hetvoorbeeld van een samenleving gezien, waar de leden tenopzichte van hun woning gelijke rechten hebben en we zou-den het betreuren als met het door ons gewraakte systeemook in de woningbouwverenigingen een bevoorrechte klassehaar intrede zou doen.Men heeft tegen onze bezwaren aangevoerd, dat dergelijke.financieel krachtiger bewoners zich de voorrechten toch kun-nen verschaffen, door voor eigen rekening de woning te doenrestaureren. We geven dit toe en we begrijpen dat de hier-voor vereiste toestemming bezwaarlijk door enig bestuur kanworden geweigerd.In ieder geval is deze bevoorrechte positie dan echter nietdoor, of met medewerking van het bestuur tot stand gebrachten dit is in psychologisch opzicht van evident belang.Wij zijn overtuigd, dat de woningen ook inwendig dringendvoorziening behoeven en we weten evenzeer dat het met deonevenredig hoge materiaalprijzen gepaard met de heersendemateriaalschaarste thans niet mogelijk is deze werkzaam-heden uit de verenigingskas te -financieren.Een oplossing te zoeken, door de bewoners daadwerkelijkof financieel bij het onderhoud der woning in te schakelen,achten wij op de aangevoerde gronden evenwel onjuist.Het onderhoud der woning behoort van verenigingswege tegeschieden en de kosten hiervoor dienen in de huur te zijnverdisconteerd.Zolang materiaalprijzen en onderhoudsnormen de vereni-gingsbesturen nog in de volledige uitoefening van hun on-derhoudstaak belemmeren, lijkt het ons beter, dat de bewo-ners zich gezamenlijk met de oude plunje, hoe gerafeld wel-licht, behelpen, dan dat met medewerking van het bestuurenkele financieel bevoorrechten aan een nieuw kleed wor-den geholpen.S. van der GalienSecretaris van de AlgemeneWoningbouwvereniging te Amsterdam oiBeheer van gemeentewoningen door ecn woning-bouwvereniging/ In de laatste ledenvergadering van de Nationale Woning-raad heeft een der afgevaardigden zich er over beklaagd, datin zijn gemeente het gemeentebestuur niet veel neiging ge-voelt de woningbouwverenigingen in te schakelen bij het uit-voeren van bouwplannen.Het zal daarom bij de leden der vereniging wel belangstellin^wekken kennis te nemen van de gang van zaken in Zand-voort, waar de practijk in tegengestelde richting gaat.De gemeente Zandvoort bezit 146 woningen, waarvan er 108met rijksvoorschot ingevolge de Woningwet zijn gebouwd,welke waren ingebracht in een gemeentelijk woningbedrijf.De exploitatie van dit bezit stemde het gemeentebestuur niettot tevredenheid. Het woningbedrijf werkte met verlies, hoe-wel de rijks- en gemeentehjke bijdragen in het exploitatiete-kort van de woningwetwoningen aan het bedrijf werden uit-gekeerd en op de overige woningen weinig of geen schuld. rustte. Een andere factor -- voor het gemeentebestuur vannog meer betekenis -- was de verwijdering, welke moestworden geconstateerd tussen de bewoners en de gemeenteals eigenaresse van de woningen en welke tot uiting kwarain ontevredenheid over het door de gemeente verrichteonderhoud, moeilijkheden bij de huurinning, enz.Dit gevoel van onvoldaanheid werd nog versterkt door eenvergelijking met de Woningbouwvereniging ,,Eendrachtmaakt Macht", welke met door de gemeente verstrekt kapi-taal 68 woningen zonder verlies exploiteert en waarbij eennauwe band bestaat tussen het verenigingsbestuur en de be-woners, die tevens lid van de vereniging zijn.Het gemeentebestuur trad in overleg met het bestuur vande woningbouwvereniging. Het resultaat was, dat, met in-standhouding van het gemeentelijk woningbedrijf, aan devereniging het beheer van de gemeentewoningen werd over-gedragen. Onder beheer te verstaan het innen van de huren,de zorg voor het onderhoud, het voeren van de dagelijkseadministratie en het doen van voorstellen omtrent verhuring.De hoofdboekhouding wordt nu door den administrateur vanhet woningbedrijf gevoerd aan de hand van de gegevens,welke de vereniging verstrekt.De met de vereniging gesloten overeenkomst bevat de vol-gende bepalingen:1. Aan de vereniging wordt voor rekening der gemeente op-gcdragen het beheer en de administratie der woningen,welke eigendom van de gemeente zijn, op de wijze in devolgende bepalingen omschreven.2. De huren van de woningen worden door de zorg van devereniging regelmatig opgehaald.Na afloop van elke maand dient de vereniging bij degemeente in een gespecificeerde staat in tweevoud, ver-m_eldende de huurachterstand van de maand- en week-woningen op de laatste dag van die maand.3. De vereniging beslist of tot het uitvoeren van onderhouds-werken zal worden overgegaan en aan welken aannemerdie zullen worden opgedragen.Als regel draagt zij die werken op aan te Zandvoort ge-vestigde aannemers. Belangrijke onderhoudswerken draagtzij niet op dan nadat omtrent het te verrichten werk ende wijze van uitvoering en besteding overleg is gepleegdmet de dienst van publieke werken.4. De vereniging houdt van de krachtens deze overeenkomstverrichte kashandelingen nauwkeurig boek. Na afloopvan elk kwartaal dient zij bij de gemeente in een gespeci-ficeerde opgave van ontvangsten en uitgaven, vergezeldvan de bescheiden welke de verschillende posten kunnenstaven. Het saldo wordt onmiddellijk verrekend.5. De administrateur van het woningbedrijf, een door de ge-meente aan te wijzen ambtenaar of andere deskundigehebben de bevoegdheid, te alien tijde inzage te nemen vanboeken en kas der vereniging en de verantwoording derOw huren bij de huurders te controleren.6. De woningen worden verhuurd door de gemeente opvoorstel van de vereniging. De leden der vereniging heb-ben daarbij de voorkeur.Van een desbetreffend voorstel wordt niet afgeweken danna overleg met het bestuur.7. De vereniging ontvangt voor haar bemoeiingen een ver-goeding, berekend naar f 7.50 voor elke woning, gebouwdmet voorschotten ingevolge de Woningwet en naar f 10.--voor elke andere woning. Deze vergoeding wordt perkwartaal uitbetaald.8. Deze overeenkomst wordt geacht te zijn ingegaan op 1 Ja-nuari 1946. Zij wordt aangegaan voor de tijd van een jaaren stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar, tenzij een derpartijen voor 1 October verklaart, dat zij de overeenkomstwil beeindigen.Nu de overeenkomst bijna een jaar heeft gewerkt, kan ge-constateerd worden, dat zij aan de gestelde verwachtingenbeantwoordt. Bij wijze van overgangsmaatregel werd be-paald dat degenen, die een gemeentewoning bewoonden, nietverplicht zouden zijn lid van de vereniging te worden. Niet-temin traden reeds vijftig bewoners als lid toe.Uit de bewoners der verschillende complexen gemeentewo-ningen werden zogenaamde onderhoudscommissarissen be-noemd tot wie de huurders zich moeten wenden als zij eenonderhoudswerk uitgevoerd willen hebben.De onderhoudscommissarissen gaan na of het gevraagdenoodzakelijk is en niet voor rekening van den huurder moetkomen. Eerst daarna geeft hij de aanvraag, zo nodig, dooraan het bestuur. Klachten over het onderhoud of andere za-ken het beheer betreffende, behoeven de huurders niet meerte richten tot een ambtelijke instantie, zij kunnen zich als lidder vereniging daarover beklagen op de ledenvergadering.Ook de vereniging is over het tot dusver verkregen resul-taat tevreden. Zij kan haar zorg nu uitstrekken over ruimtweehonderd woningen. De stichting en exploitatie van denieuw te bouwen woningen is uiteraard ook aan haar opge-dragen. Tengevolge van het verplichte lidmaatschap meldenzich de gegadigden voor een bestaande of nieuw te bouwenwoning als lid aan. Het aantal leden is dan ook aanmerkelijktoegenomen. Door deze factoren kan zij zich nog meer danvoo-heen wijden aan de behartiging van de belangen dervolkshuisvesting.W. M. B. BosmanVerslagvan de acht en twintiqste jaarlijkse ledenvergade-rinq van de Nationale Woningraad, A.B.v.W., opVrijdag 4 October en Zaterdag 5 October 1946,in Hotel ,,Krasnapolsky" te Amsterdam.11Op voorstel van den voorz'tter wordt besloten de punten 9, 9a en 9bvan de agenda, we'ke betrpkking hebben op het voorstel inzake reorga-nisatie van de Nationale Woningraad,- op de tweede dag van het con-gres te behandelen. Alvorens met het volgende punt van de agendate beqinnen, geeft de voorzitter het woord aan het bestuurslid, den HeerA. Bruintjes uit Coevorden en aan den Heer S. van der Cjalien uitAmsterdam.Da Heer Bruintjes zegt te spreken namens de besturen van alle provin-ciate afdelingen. De Heer Bomraer, aldus spreker, is reeds in 1945 afge-treden als secretaris van de Nationale Woningraad, teneinde de functievan wethoi'der van Amsterdam te aanvaarden. Door dit besluit was deNationale Woningraad ernsfig getroffen, daar de Heer Bommer niet ge-makkelijk is te vervangen. Er is, zegt spreker, in de wereld een tekortaan grote mannen. Ook de Nationa'e Woningraad heeft behoefte laangrcte figuren. Hoewel de Heer Bommer niet op pluimages gesteld is, wilspreker hier toch zeggen, dat de Heer Bommer een van deze grote figurenis. Bij het aftreden van den Heer Bommer is hem door het bestuur eengedenkschaal van de Nationale Woningraad overhandigd. De afdelings-besfuren--Willen het hier ecliter niet bi] laten en zij bieden hem .als blijkvan erkentelijkheid en dank een inschrijving aan op de nieuwe encyclo-pedie van Winkler-Prins.De Heer Van der Galien dankt den Heer Bommer namens de Amster-damse woningbouwverenigingen voor hetgeen hij gedaan heeft voor dezeinstellingen. De Amsterdamse woningbouwverenigingen, zegt spreker,wensen maar cen ding en dat is, dat de Heer Bommer als stuwendekracht voor de Nationale Woningraad behouden mag blijven.De Heer Bommer zegt, dat hij zeer getroffen is door de woorden, welketot hem werden gesproken. Spreker zegt, dat hij het ambt van secretaristhans ruim een jaar geleden heeft neergelegd. De jaren, waarin ik alssecretaris van de Nationale Woningraad werkzaam was, zegt hij, warende beste van mijn leven. Het was een aantrekkelijke en veelzijdige werk-kring. Vaak heeft spreker in de laatste tijd het verlangen gevoeld naardeze oude werkkring terug te keren. Ik voel daarom de behoefte mijndankbaarheid en aanhankelijkheid aan de Nationale Woningraad uit tespreken. In de jaren, welke ik als secretaris werkzaam was, ben ik metvele mensen uit het gehele land in aanraking gekomen en altijd trofhet mij, mensen te vinden, met gezond inzicht, met groot verantwoorde-lijkheidsgevoel en met warm enthousiasme voor alles wat in verbandstaat met de gemeenschap. Zulke mensen heb ik in grote getale ont-moct en wat mij steeds met trots vervulde, waren de kwaliteiten van hetNederlandse volk. Ik ben er van overtuigd, aldus de Heer Bommer, dateen dergelijk volk rijk genoemd mag worden. Nogmaals spreek ik mijndank uit, vooral jegens de afdelingsbesturen, voor de buitengewone at-tentie en ik hoop, dat wij nog vele jaren mogen samenwerken.10. Voorstel van het bestuur om de volgende wijziging in de statutenaan te brengen:Artikel 10. In dit artikel wordt als derde alinea de volgende nieuwebepaling opgenoraen:,,In gemeenten, waar dit naar het oordeel van het bestuur nodig is, kun-nen plaatselijke afdelingen worden opgericht ter behartiging van de plaat-selijke belannen der leden. De leden der plaatselijke afdelingen blijvenaangesloten bij de provinciale afdeling".De voorzitter deelt mede, dat aangezien de vereiste helft der leden indeze vergadering niet aanwezig is, omtrent het aanbrengen van een wijzi-ging in de statuten geen beslissing kan worden genomen. Het voorstelzal in een tweede vergadering opnieuw aan de orde komen. Deze tweedevergadering vindt plaats morgen direct na afloop van dit congres, waar-voor een uitnodiging aan alle leden is verzonden.De voorzitter stelt aan de orde behandeling van de punten II, 12, 13en 14 van de agenda, welke punten alle betrekking hebben op het onder-houd van woningen.11. Voorstel van de Coop. W.b.v. ,,Volkshuisvesting" te Delft.,,De Nationale Woningraad dringe bij de Regering met kracht aan opverhoging van het bedrag voor jaarlijks onderhoud."12. Voorstel van de Woningstichting in Wymbritseradeel:,,Het bestuur van de Nationale Woningraad dringe er bij de Regeringop aan, dat de geldende onderhoudsnormen, welke thans in een zeernadelige verhouding staan tot de algemene conjunctuur, hiermede voort-durend in de juiste verhouding worden gebracht."13. Voorstel van de Coop. W.b.v. ,,Volkshuisvesting" te Haarlem:,,De vergadering drage het bestuur op, zich tot den Minister te wenden,teneinde:A. verhoging van de thans geldende onderhoudsnormen te verkrijgen;B. zo nodig een extra-bijdrage wordt verstrekt bij het uitvoeren vangrote onderhoudswerken (buitenschilderwerk), we!k bedrag het verschilmoet zijn tussen de thans geldende prijzen en die van voor de oorlog."14. Voorstel van de Alg. Woningbouwver. voor Breda en Omstreken:..De Nationale Woningraad dringe er bij de Regering op aan, dat dethans geldende normen voor onderhoud worden verhoogd, daar het thansgeldende bedrag niet toereikend is voor behoorlijk onderhoud der wo-ningen en voor het inhalen van de achterstand der oorlogsjaren."COOP. W.B.V. ,,VOLKSHUISVESTING", HAARLEMDe Heer Van Ees deelt mede, dat zijn vereniging zeer te kampenheeft met het onderhoud van de woningen. Spreker is van mening, datde onderhoudsnormen moeten worden verhoogd, daar deze thans vol-komen onvoldoende zijn. In het vooruitzicht is thans gesteld verhogingvan de normen, welke voor de grote steden f 46,-- per woning bedragen.Dit bedrag acht spreker te laag. Schilderwerk alleen is, 5 a 6 maal zoduur als voor de oorlog. Om te voorkomen, dat het woningbezit wordtverwaarloosd, zal het bednag voor jaarlijks onderhoud belangrijk moetenworden verhoogd.VER. TOT VERBETERING DER VOLKSHUISVESTING TEIJSELMONDBDe Heer De Jong deelt mede, dat zijn vereniging een bedrag van f 2.500.--beschikbaar heeft voor het schilderen van 62 woningen, terwijl hiervoorminstens een bedrag van f 10.000.-- nodig is. Spreker acht het onjuist.dat een randgemeente van Rotterdam enige klassen lager is ingedeeld danRotterdam zelf en derhalve f 11.-- minder per woning per jaar maguittrekkeii voor onderhoudskosten. Spreker hoopt, dat bij herziening vande onderhoudsnormen de randgemeenten in dezelfde klasse als de be-treffende steden zullen worden ingedeeld.WONINGVERENIGING ,,ARBEIDERSBELANG", HOORNDe Heer J. Polman is van mening, dat een regeling getroffen dient teworden, waarbij woningbouwverenigingen zullen kunnen tonen, dat zijzich zelf kunnen behelpen en dus niet altijd bij het Rijk behoeven aante kloppen voor hulp.ARBEIDERSBOUWVERENIGING ,,DE GOEDE WONING,DOETINCHEMDe Heer J. Besselink deelt mede, dat de woningen van zijn verenigingsedert 25 jaar niet zijn geschilderd. De woningen zijn daardoor totaalverwaarloosd. Wanneer de normen voor onderhoud niet worden ver-hoogd, zullen de woningen ook in de volgende jaren niet kunnen wordengeschilderd.ALGEMENE WONINGBOUWVERENIGING ,,ARNHEM",ARNHEMDe Heer J. Camminga zegt, dat de woningbouwverenigingen te Arnhemvele woningen hebben, die zwaar en licht beschadigd zijn. Bovendienhebben deze woningen ongeveer negen maanden zonder bewoners gestaan.Vclgens voorschriften van Wederopbouw mogen deze woningen vanbuiten worden bijgeschilderd en mag van iedere woning een kamer wor-den behangen. De bewoners laten in vele gevallen zelf lets aan de woningopknappen en komen dan met de rekening bij de verenigingen. De wo-ningbouwverenigingen komen echter zelf al niet uit met de onderhouds-kosten. Het is van groot belang, dat hierin verbetering wordt gebracht.De Heer J. Spek, lid van de Onderhoudscommissie, deelt mede, dat deonderhoudsnormen minstens 2 a 23^ maal zo hoog moeten worden alsthans het geval is, wil men het noodzak;lijke onderhoudswerk naar be-horen doen of laten uitvoeren. Aan de hand van een aantal gegevenstoont spreker aan, dat uitvoering van onderhoudswerk in eigen beheerhet voordeligst is. B.v. schilderwerk in eigen beheer uitgevoerd, wordt2 a 23^ maal zo duur als voor de oorlog, terwijl bij aanbesteding opminstens vijf maal de prijs van voor de oorlog moet worden gerekend.Bovendien is het werk, dat in eigen beheer wordt uitgevoerd ook meestalbeter van kwaliteit.De voorzitter zegt, dat herziening van de onderhoudsnormen in voor-bereiding is. Door het bestuur zal alles in het werk worden gesteld, datde verhoging in overeenstemming is met de gestegen bouwprijzen en degestegen sociale lasten.15. Voorstel van de Alg. Woningbouwvereniging voor Breda en Om-streken:,,De Nationale Woningraad dringe er bij de Regering op Ban, dat dewoningbouwverenigingen worden ingeschakeld in de woningproductie;ook in die gemeenten, waar het gemeentebestuur meent, dat deze taakuitsluitend aan de gemeente zelf toekomt."ALG. W.B.V. voor BREDA EN OMSTREKENBij de toelichting op het voorstel wordt door de vereniging naar vorengebracht, dat het van groot belang is, dat de woningbouwverenigingenin de woningproductie worden ingeschakeld, ook in die gemeenten, waarde gemeente zelf meent te moeten bouwen, ondanks het feit, dat activiteitvan woningbouwverenigingen aanwezig is. De vereniging is van mening,dat bier een taak ligt voor de provinciale afdelingen.De voorzitter zegt, dat de woningbouwverenigingen in het algemeen inhet bouwprogramma voor 1946 belangrijk zijn ingeschakeld. Wanneeromstandigheden, als door Breda naar voren gebracht, zich ergens voor-doen, dan is het in de eerste plaats de taak van de plaatselijke federatiesen van de provinciale afdelingen stappen te ondernemen, hetzij bij debetreffende gemeenten, hetzij bij Gedeputeerde Staten.ALG. ARBEIDERSBOUWVER. ,,BUSSUM", BUSSUMDe Heer J. v. d. Berg deelt mede, dat ook in Bussum steeds moeilijk-heden zijn geweest met het gemeentebestuur. De gemeente was van planzelf woningen te bouwen en de verenigingen uit te schakelen. Sprekerheeft onlangs een onderhoud gehad met den wethouder, waardoor veelmoeilijkheden uit de weg zijn geruimd.WONINBOUWVERENIGING ,,SPINOZA", RIJNSBURGDe Heer Zandbergen zegt, niet namens zijn eigen vereniging te spreken,maar hij heeft het woord gevraagd om de aandacht te vestigen op Katwijk,waar een vereniging sinds 1938 bezig is om toelating ingevolge de Wo-ningwet te verkrijgen. Daar ter plaatse is alleen een stichting gevestigd,waar dus de huurders geen medezeggenschap hebben.De voorzitter zegt, dat te Katwijk een vereniging van belangstellendenbestaat, welke een groot aantal woningen in exploitatie heeft. De vraagis nu of naast deze vereniging nog een andere gewenst is in een gemeentevan de grootte van Katwijk. Spreker acht het beter, dat de huurders van Q Ode bestaande vereniging als lid worden toegelaten. OO3416. Voorstel van de Afdeling Drenthe:,,De Nationale Woningraad onderzoeke de wenselijkheid en de moge-lijkheid van de verschaffing van eigen woningen op het platteland."De Heer Wiersema zegt gaarne enige toelichting op het voorstel vande afdeling Drenthe te willen geven. In de dorpen is de activiteit voorde verbetering van de volkshuisvesting nog niet zo groot. Speciaal ophet gebied van de arbeiderswoningbouw is er een grote achterstand.De belangrijkste oorzaak hiervan is, dat de arbeider op het plattelandliever in een eigen woning woont, dan in een huurwoning. Wanneer ergebouwd wordt, wenden de betrokkenen zich tct een aannemer-t'mmer-raan. Voor wat betreft de aard van het bouwwerk zijn zij dan volkomenaan dezen timmerman overgeleverd. Deze timmerman kan in het alge-meen de gang van zaken moeilijk beoordelen. Bovendien heeft hij eenzware taak, omdat de financien meestal heel gering zijn. Het gevolg is,dat er klein, goedkoop en slecht wordt gebouwd. Hierin moet verbeteringworden gebnacht. Er zijn verschillende oplossingen. In de eerste plaatsmoeten goede architecten worden ingeschakeld en moet de mogelijkheidworden geopend, dat woningbouwverenigingen ten behoeve van haarleden eigen woningen bouwen. Daar de wens op het platteland naar eeneigen woning nog altijd sterk aanwezig is.Dit strevtu kan natuurlijk tegengegaan worden door deze mensen, alshuurders in woningbouwverenigingen onder te brengen. Maar sprekervraagt zich af, of wij deze verantwoordelijkheid wel op ons mogen ne-men. Wanneer deze mensen bereid zijn de verantwoordelijkheid van eeneigen woning te dragen en wanneer daaraan op het platteland sterk debehoefte wordt gevoeld, moeten wij dit dan niet aanvaarden? Sprekermeent dat het onze taak is de volkshuisvesting op het platteland ingoede banen te leiden.Spreker vraagt de vergadering hierover haar oordeel uit te spreken.De Heer Bommer deelt namens het bestuur mede, dat het bestuur hetvolkomen eens is met den vorigen spreker en hij zegt, dat wij ten aan-zien van de verbetering der volkshuisvesting op het platteland tekort zijngeschoten. Momenteel is op het platteland nog geen andere oplossinggevonden dan het bouwen van eigen woningen. De voordelen van eenwoningbouwvereniging zijn nog niet tot de bevolking van het plattelanddoorgedrongen en wij zijn overtuigd, dat hierin nog veel veranderd kanworden. Het bouwen van eigen woningen te bevorderen zonder meer,lijkt spreker ongeschikt, omdat daarbij een r^eks van moeilijkheden voorde betrokken personen onder het oog moeten worden gezien.WONINGBOUWVERENIGING ,,VOLKSBELANG", VALBURGDe Heer Schaars zegt, te spreken namens een vereniging uit het hartjevan de Betuwe. Spreker vraagt zich af, of de Woningwet wel de juisteoplossing biedt voor het platteland. De plattelandsarbeider wenst eeneigen woning met een eigen stukje grond, waarvan hij een deel vianzijn inkomen kan halen, teneinde een menswaardig bestaan te hebben.Met het bebouwen van de grond is hij in staat een deel van de schuldvan de woning te betalen. De Landarbeiderswet opent de mogelijkheid,dat landarbeiders, die zelf over enige middelen beschikken, een eigenwoning bouwen. Spreker meent dat de grenzen van de Landarbeiderswetruimer dienen te worden gesteld en dat ook niet-landarbeiders op hetplatteland van deze wet gebruik kunnen maken.De Heer Bommer deelt mede, dat het bestuur deze materie nader zalonderzoeken.17. Voorstel van de ,,Patrimonium's Woningstichting" te Rotterdam:,,Het congres spreekt als zijn oordeel uit, dat het dringend gewenst is,dat het bestuur van de Nationale Woningraad zich tot de Regeringwendt met het verzoek, het daarheen te leiden, diat in de kortst mogelijketijd zodanig wettelijke bepalingen tot stand komen, dat kan wordenovergegaan tot distributie van alle bruikbare woonruimte.,,PATRIMONIUM'S WONINGSTICHTING", ROTTERDAMDe Heer F. de Bruin zegt in de toelichting op het voorstel, dat van over-heidswege pogingen worden gedaan cm alle beschikbare woonruimtezo rationed mogelijk te verdelen. Helaas blijkt niet, dat op deze wijzeveel wordt bereikt. Er is in ons land nog veel woonruimte, welke nietof niet voldoende wordt benut. Vele woningen zijn onvoldoende bezeten vele woningen worden gebruikt voor andere doeleinden, terwijl tal-lozen niet of niet voldoende zijn gehuisvest. Spreker dringt er op aan,dat maatregelen worden getroffen, waardoor een betere verdeling vanwoonruimte plaats vindt.De Heer Bommer zegt namens het Bestuur, dat de mogelijkheid vandistributie van woonruimte aanwezig is. Hoe ze wordt toegepast hangtaf van de plaatselijke instanties. Spreker is het eens, dat de overheid ingebreke is gebleven bij het opstellen van een wettelijke nationale rege-ling. Hier op te wijzen ligt echter op de weg van het Nederlands Insti-tuut voor Volkshuisvesting en Stedebouv/ en niet op de weg van deNationale Woningraad.18. Voorstel van de Vereniging tot Verbetering der Volkshuisvesting,,Patrimonium's Woningen te Vlaardingen:,,Het bestuur benoeme een commissie om te onderzoeken in hoeverre hetwenselijk is, dat artikel 29 c.a. van het Woningbesluit worde gewifzigd."Toelichting:,,Het wil onze vereniging voorkoraen, dat het billijk is, de batige saldiaan te wenden tot dekking van tekorten van andere complexen, welkebij dezelfde vereniging in exploitatie zijn.Batige saldi, welke er zijn, nadat het hiervocr bepaalde toepassing heeftgevonden, te storten in een fonds tot verbetering der volkshuisvesting,beheerd wordende door dezelfde vereniging. Indien een vereniging in ge-breke zou blijven een bestemming te geven aan deze middelen, van rijks-wege de verplichting op te leggcn, deze geldcn geheel of gedeeltelijk testorten in een gemeenschappelijk fondsArtikel 29a aan te passen.",,PATRIMONIUM'S WONINGEN", VLAARDINGEN.De Heer J. Huitema zegt, dat in artikel 29 sub d van het Woningbesluitstaat, dat 80% van de batige saldi gestort moet worden in het ,,gemeen-schappelijk fonds". Dit is geen mooie sociale gcste, het is onrecht. Onzevereniging is in 1910 opgericht door sociaal voelende mensen, maar ookvakmensen. Wij weten alien dat door gebrek aan technisch vermogenveel onheilen kunnen voortkomen. o.a. door keuze van een architect.Een tekening maken en een complex huizen bouwen zijn twee heelaparte dingen. Ook ontstaan vele moeilijkheden bij het dagelijks onder-houd, het vernieuwen van behang, vloeren enz. Maar wanneer dit moetgebeuren door middel van een sterkere vereniging, die de kleinere ver-enigingen moet bijspringen, dan is dit onrecht. Den Haag wil de tekortendie zijn ontstaan hier en elders, oplossen door: Gemeenschappeliik Fonds!De rest moeten wij dan zelf maar uitzoeken. Mijnheer de Voorzitter,d't is geen opbouwen, dit is een onverantwoordelijk werken.Toen wij in 1910 gingen bouwen, met een goeden architect, met het geldvan de gemeenschap, hebben wij eenvoudige, solide woningen gebouwd,soHde onder en boven de grond. En in deze woningen woonden goedehuurders. Maar 1950 is geen 1910. Tegenwoordig hebben de mensennieuwe wensen en nieuwe ver'angens. In 1910 dachten de pionicrs, wan-neer alle annuite'ten zijn verrekend, en wanneer de huizen dus vrij zijn,dan kunnen de huizen gemoderniseerd worden, met gerieflijkh.?den, dieaangepast zijn aan de nieuwe tijd. Maar Den Haag denkt er anders over.80% van de batige saldi moeten worden gestort in het Gemeenschappe-liik Fonds ! Van 10 dubbeltjes mogen wij er twee houden. Alle plannenzijn weggevaagd. Plannen voor woningen van ouden van daaen en voorgrote gezinnen. Alles is de bodem ingeslagen. In 1910 werkten Regeringen de woningbouwverenigingen eendrachtelijk naar de voorschriftensamen. Na 1930 is dit alles anders geworden en kunnen wij geen ver-trouwen meer in de overheid stellen.COOP. BOUWVERENIGING ,,ROCHDALE", AMSTERDAM.De Heer Linschoten zegt dat het van belang is. dat we weten op welkewijze de batige saldi zijn ontstaan. Hij vindt het vanzelfsprekend, datbatige saldi van complexen, gebouwd in goedkope tijden, worden ge-bruikt voor dekking van verliezen van complexen gebouwd in duurderetijden, ook al zijn die in exploitatie bij andere verenigingen. Spreker vindthet echter onjuist, dat batige saldi van verenigingen, met een zuinigeexploitatie worden aangewend voor dekking van verliezen van vereni-gingen met een oneconomisch beleid.De Heer Bommer deelt mede, dat hij het Woningbesluit niet bij de handheeft, zodat hij uit het hoofd moet citeren. De regeling is zodanig, datverenigingen batige saldi in de eerste plaats kunnen aanwenden voorbestrijding van verliezen van andere complexen bij dezelfde verenigingin exploitatie, wanneer deze met steun van het Rijk zijn gebouwd. Eerstdaarna wordt 80% gestort in het gemeenschappelijk volkshuisvestings-fonds, dat ook kan worden gebruikt voor dekking van verliezen van wo-ningwetcomplexen, welke bij andere verenigingen in exploitatie zijn.Spreker vindt het heel begrijpelijk, dat ,,Patrimonium's Woningen" teVlaardingen het geld zelf wil reserveren, maar hij acht dit in het alge-meen toch onjuist. De batige saldi zijn in hoofdzaak ontstaan tengevolgevan de huurverhoging na de vorige oorlog. Herziening van het Woning-besluit, zoals door Vlaardingen wordt voorgesteld, zou reeds direct voorhet Rijk hogere bijdragen betekenen in bepaalde gevallen, hetgeen in dezetijd, nu het Rijk opnieuw voor kolossale uitgaven staat, niet kan wordengeeist.WONINGBOUWVERENIGING ,,VOLKSBELANG", HELMOND.De Heer Jos. van Wel is van mening, dat de eindconclusie moeilijk isvast te stellen. De winsten van de bouwverenigingen zijn ontstaan uitde hoge huren, maar de verliezen, ontstaan door te lage huren. Sprekerneigt naar het standpunt van Vlaardingen. Wij krijgen, zegt spreker,allemaal onze toeslag van het Rijk, zodat wij de kosten kunnen dekken. Derijksbijdragen blijven, dit dient te worden gehandhaafd en het is onjuist,dat verliezen van woningbouwverenigingen worden gedekt uit batige saldivan andere woningbouwverenigingen. Deze zijde van het vraagstuk dientdoor het bestuur te worden bekeken.,,ZAANDAMS VOLKSHUISVESTING", ZAANDAM.De Heer Kingma merkt op, dat enkele punten over het hoofd wordengezien. Er zijn, zegt hij, ook complexen woningen gebouwd, waarvoorgeen voorschotten van het Rijk werden verkregen, z.g. garantiebouw. Bijde aanvang van de exploitatie was deze dikwijls selfsupporting, maar dooronvoorziene omstandigheden worden thans verliezen geleden. Nu kunnenverHezen van deze complexen niet worden bestreden uit batige saldi uitwoningwetbouw van dezelfde vereniging of uit het gemeenschappelijkfonds. Hct verlies uit deze complexen komt voor 100% voor rekeningvan de betreffende gemeente.De Heer Bommer onderstreept, dat de verliezen, waar de Heer Kingmaop doelt, verliezen zijn op woningen, welke zonder rijkssteun zijn ge-bouwd. Daarvoor mag inderdaad niet uit het gemeenschappelijk fondsworden geput. Daar staat echter tegenover, dat complexen, welke zonderrijkssteun tot stand zijn gekomen, ook van de batige saldi niets behoevenaf te dragen aan het gemeenschappelijk fonds. Pogingen, destijds aange-wend om het voorschrift uit te breiden ook tot deze complexen, zijn ge-strand. Er is geen aanleiding deze poging thans opnieuw te ondernemen.Met vrijwel algemene stemmen wordt het voorstel hierop verworpen.19. Voorstel van de Woningbouwvereniging ,,Go3d Wonen" te Elst.,,De ledenvcrgadering besluite, dat het bestuur van de Nationale Woning-raad bij de betrokken instanties er op zal aandringen, dat in nieuw tebouwen woningen, vooral op het platteland, de kelderkast wordt ver-vangen door een kelder en dat in de plaats van cementen vloeren, hou-ten vloeren zullen worden aangebracht."De voorzitter zcgt, dat men thans, nu de materialenpositie zo ontzettendmoeilijk is, met een dergelijk voorstel niet bij het Rijk kan aankomen. Inincidentele gevallen kan de medewerking van de provinciale afdeling ofvan het secretariaat worden gevraagd.Het voorstel wordt met algemene stemmen verworpen.20. Plaats, waar de volgende vergadering zal worden gehouden.De voorzitter deelt mcde, dat het voor de oorlog de gewoonte was, hetcongres jaarlijks in een andere plaats te houden. Naast de zakelijke kantvan de vergadering werd dan ook meestal enige tijd aan ontspanning be-steed. In 1938 was besloten het congres in 1939 te Leeuwarden te houden.Tengevolge van de mobilisatie moest dit congres echter op het laatstemoment worden uitgesteld en het vond enige maanden later te Amsterdamplaats. Spreker zou h?t op prijs stellen, indien de volgende algemeneledenvcrgadering opnieuw in Leeuwarden wordt vastgesteld.Met algemene stemmen wordt dit voorstel door de vergadering goedge-keurd.(slot volgt)Mededelingen van de Nationale WoningraadNieuwe ledenSedert de vorige opgave zijn als leden toegetreden:Bergambacht. Bouwvereniging ,,Het Volksbelang";Maarssen. Woningstichting ,,Maarssen";Voorburg. Woningbouwvereniging ,,De Goede Woning";IJsselmuiden. Woningstichting ,,Beter Wonen".De Woningraad telt thans 623 aangesloten instellingen.BerichtenFusie van woningbouwverenigingenOp 29 November hebben de vier woningbouwverenigingen:Coop. W.b.v. ,,Luctor et Emerge", W.b.v. tot Verbeteringder Volkshuisvesting "Onze Hulp is in den Naam des Hee-ren", W.b.v. ,,De Goede Woning" (Scheveningen) en deW.b.v. ,,De Goede Woning" (Loosduinen) te 's-Graven-hage in een gecombineerde ledenvergadering tot fusie beslo-ten. Genoemde verenigingen zijn gezamenlijk overgegaan totoprichting van de Protestants Christelijke W.b.v. ,,De GoedeWoning", waarin de bezittingen van de vier verenigingenzullen worden opgenomen. Zodra de Koninklijke goedkeuringop de statuten van de nieuwe vereniging zal zijn verkregen,zal tot opheffing van de oude verenigingen worden overge-gaan.Woningbouw door particulierenDoor het lid van de Eerste Kamer, de Heer Kraayvanger,zijn de volgende vragen gesteld betreffende bestrijding vanhet woningtekort, speciaal in de door het oorlogsgeweld ge-troffen gebieden. (Inge-zonden 17 September 1946):1. Zijn de Ministers niet van oordeel, dat het woningtekort,zeer speciaal in door het oorlogsgeweld getroffen gebieden,onvoldoende wordt bestreden door de huidige aanbouw vann
Reacties