Ste'Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeeiingen van den Rijlcs-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwFebruari 1946 27e Jaargang no. ^N.V. MOLYN^COROTTERDAMphilips' bouwbedrijfwederopbouw-adresveisenJan kostelijiclaan 30tel. 4484sprultenboschstraat 17lei. 16902laarlenndat kost geld!Proefnemingen in Amerika hebben b?wezen dat een te lage temperatuui iaeen werkplaats of fabriek de arbeidsca-paciteit op ongekende wijie vermindert.Het is voor elken fabrieksdiiecteur du?van het allergrootste belang, zijn geheel*bedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuui te verwannen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze yer-warmd en geventileerd wenscht te zien,? viaag onzen deskundige dan eens omeen advies.VOLKEREINDHOVEN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialitell In het aanleggen van labrielctapparaten voor verwarmingbevccMiging - onlneveling droging en Icoeling.M3TIMMER-ENAANNEMERSBEDRIJFL.VAN DERVLIETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghstraat 126AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971b beton-boaw en waterbonwkundige werkenyaBESTELKAARTAan deN.V. Maatschappij tot Exploitatievan het Limburgsch DagbladNobelstraat 21HEERLEN1946Ondergeteekende wenscht te ontvangen:ex. band Tijdschrift Volkshuisvesting en Stedebouw1944/45 a f 2.-- per exemplaar.Het verschuldigde bedrag is gcstort op de postrekening van de N.V.Dagblad te Heerlen.Maatschappij tot Exploitatie van het LimburgschNo. 35100.OnderteekeningNaam en adres (bloklettcrs) :Tijdschrift voorVolkshuisvesting enFebruaril94627e Jaargang -- No. 2MaandbladStedebouvTOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin op^enomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut.Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeMedewcrker voor den Wederopbouwi Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarissenvoor den WederopbouwAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. s Gravenhage, Telefoon 115720Advertcntics! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenNederlandsch InstituutSamenstelling bestuur en dagelijksch bestuurIn de op 16 Februari te Utrecht gehouden ledenvergaderingzijn de Heeren Mr. H. W. Bloemers, burgemeester van Rodenen Ir. H. M. Buskens, directeur van het bureau van den pro-vincialen planologischen dienst in Noord Brabant, tot Hd vanhet bestuur benoemd. Ingevolge besluit van het bestuur zijnde beide nieuwbenoemde bestuursleden tevens aangewezen alshd van het dagehjksch bestuur, zulks ter vervanging van deHeeren H. P. J. Bloemers en Ir. P. Bakker Schut, die denwensch te kennen hadden gegeven als lid van het dagelijkschbestuur af te treden.De voorzitter heeft aan de beide aftredenden dank gebrachtvoor hun raedewerking gedurende zoo vele jaren ter behar-tiging van de belangen van het Instituut.De samenstelling van het dagelijksch bestuur is thans alsvolgt ; Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, voorzitter, Mr.H. W. Bloemers, Ir. H. M. Buskens, Ir. L. S. P. Scheffer,Mr. J. Vink, Drs. H. van der Weyde, Secretaris-Directeur.Het dagelijksch bestuur heeft laatstgenoemde tevens met hetpenningmeesterschap belastJLedenvergaderingOp 16 Februari 1.1. heeft de aangekondigde vergadering plaatsgehad ter behandeling van het onderwerp ,,Ervaringen bijde herverdeeling van woonruimte en eventueel daaruit voort-vloeiende wenschen ten aanzien van de wettelijke regelingvan deze materie". Het is de bedoeling een verslag van dezevergadering op te nemen in het volgend nummer. De doorde inleiders verdedigde stellingen, welke aan de bezoekersvan de vergadering zijn uitgereikt, zijn elders in dit nummerafgedrukt.PraeadviezenvergaderingHet dagelijksch bestuur heeft besloten een praeadviezenver-gadering te beleggen over de taak van een bedrijfschap bijde woningvoorziening.ContributieHet dagelijksch bestuur heeft gemeend voor 1946 nog geenvoorstel te moeten doen tot verhooging van de contributie,hoewel de stijging van sommige uitgaafposten daar aanlei-ding toe zou kunnen geven.Band TijdschriftDe drukkerij is bereid een half linnen band beschikbaar te stel-len voor het binden van de beide onvolled'ge jaargangen 1944en 1945 gezamenlijk. De prijs van dezen band bedraagt met dekosten van verzending f 2.--. Ook banden voor oudere jaar-gangen kunnen nog worden geleverd. Bestellingen dienenrechtstreeks te worden ingezonden, door middel van de bij ditnummer ingesloten briefkaart, bij de N.V. Maatschappij totExploitatie van het Limburgsch Dagblad te Heerlen. De kos-ten moeten eveneens aan de drukkerij worden voldaan.Buitenlandsche litcratuurBij de rondvraag in de vergadering van 9 November 1.1. is dooreen der leden de vraag gesteld of het Instituut werkzaamzou kunnen zijn om te bevorderen dat degenen, die dringendbehoefte hebben aan buitenlandsche vakliteratuur op ons ge-bied, in staat worden gesteld zich deze aan te schaffen. Hetdagelijksch bestuur heeft hieraan gevolg gegeven. Onder-tusschen zijn zijn bemoeiingen achterhaald door het feit datde boekhandel thans kan beschikken over deviezen -- zij hetuiteraard niet tot een onbeperkt bedrag -- voor den aankoopvan buitenlandsche boekwerken, met name van wetenschappe-lijke werken.Aangezien dit nog niet algemeen bekend is, meenen wij goedte doen, hiervan melding te maken.Moderne ontwerpen van industriewijkendoor Ir. L. H. J. AngenotIn aansluiting op onze beschouwingen over het ontwerpen vanindustriewijken, opgenomen in het nummer van Maart 1944,zullen wij enkele voorbeelden bespreken van industriewijkenin den laatsten tijd in Nederland geprojecteerd.AmsterdamIn het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam (afb. 1) isgetracht het projecteeren van industriewijken te vatten in eensysteem, dat waarborgt dat de industrieele ontwikkeling opplanologisch verantwoorde plaatsen tot stand kan komen. Ver-wacht wordt, dat eenige honderden hectaren industrie-terreinnoodig zullen zijn, wanneer Amsterdam zijn groei voortzettot ongeveer 1 millioen inwoners. De industriewijken vormendus een belangrijk element.Bij den aanleg van deze terreinen wil men voorkomen, datde bezwaren, die in het verleden voor den dag waren ge- 17Artikelen ! r.r.r^Afb. 1treden bij de toen -- minder systematisch -- gevolgde werk-wijze, zich weer zouden voordoen. Een van deze bezwarenis, dat de terreinen van de grcKDt-industrie zonder verbandmet de havens zijn gebleven. Hierdoor zijn de voordeelenvan de functie van havenstad niet voldoende benut. Een andcrbezwaar is, dat gelegenheid tot industrievestlging slechtsvoornamelijk benoorden het IJ kan worden gegeven, eenplaats, die gebrekkige verbindingen bezit met de overige dee-len van de stad.Teneinde de noodige economische achtergrond te gcvenaan omvangrijke plannen, die aan de bovengenoemde bezwa-ren tegemoet komen, is gesteund op een advies van de Ge-meentelijke Industrie-Commissie waarin de conclusie is neer-gelegd dat Amsterdam met zijn groote en groeiende arbeiders-Afb. 218 INDUSTRiETERRElN LANDLUST TE AMSTERDAMbevolking in de gelukkige omstandigheid verkeert een bijuitstek geschikte vestigingsplaats voor Industrie te zijn.In het algemeen uitbreidingsplan zijn een aantal industrie-wijken voorzien, naar aard gedifferentieerd, waardoor aanverschillende vormen van industrieele activiteit een passendterrein kan worden gegeven.In het plan is daarom in de eerste plaats gezorgd voor indu-strieterreinen in het havencomplex, dat ten westen van Am-sterdam tusschen spoorlijn en Noordzeekanaal is ontworpen.Dit voor de vestiging van bedrijven, die om verschillenderedenen aan dfe aanwezigheid van zeehavens zijn gebonden.Voor de kleinere industrieen, die niet op de zeehavens zijngeorienteerd, zijn eenige complexen aan de periferie ont-worpen.Het belangrijkste is Duivendrecht. Deze wijk is ontworpentusschen de spoorlijn naar Utrecht en de geprojecteerdeRijksweg. Het is verbonden door een stamkanaal met deAmstel. Wat de wegverbindingen betreft, is het met de stadnog verbonden met een weg uitgaande van het Weesperpleinen met een van de ringwegen. Raccordementen met het spoor-wegnet zijn voorzien, De wijk is bovendien gesitueerd aande ringspoorbaan, die volgens de bedoeling van het algemeenuitbreidingsplan voor het personenvervoer zal dienen, zoodatdit vervoer er heen gemakkelijk plaats kan vinden. Van deAmstel en de zuidelijke woonwijken is het gescheiden dooreen breede open ruimte van 7 tot 800 meter. In deze wijkzal een oppervlak van 104 ha netto industrieterrein aanwezigzijn. De uitwerking van dit plan in details is nog niet voltooid.In dezelfde sector, maar aan de oostzijde van de spoorlijnnaar Utrecht, is eveneens een wijk ontworpen, aansluitendeaan de Weesperuaart. Van deze takt een basiskanaal af meteen reeks geprojecteerde darsen. Van deze wijk is het ge-deelte op het gemeentegebied van Amsterdam gedetailleerd.In het westelijk deel van dei stad zijn twee complexen ont-worpen :Landlust, een kleine wijk grenzend aan het centrale markt-terrein; het is 7 ha groot.Schinkel, gelegen op de plaats waar Rijksweg 4 de stadbinnen komt, nabij de ringspoorbaan en een groote ringweg.De grootte is 8 ha.Geen van beide laatstgenoemde wijken zullen een spoorrac-cordement verkrijgen maar beide zijn toegankelijk voor bin-nenschepen.Het algemeen uitbreidingsplan voorziet nog een wijk bijSloten, die evenwel niet nader is uitgewerkt.Het spreekt vanzelf dat de bestemming van deze grondenvoor industrie gebaseerd is geweest op een uitvoerige voor-studie betreffende de behoefte aan industrieterrein in Am-sterdam. Men kan de noodige gegevens vinden in het rapportvan de Amsterdamsche Industrie-Commissie en in de bijla-gen van het rapport over het Algemeen Uitbreidingsplan.Deze geven de verschillende grootheden :de toekomst'ge bevolking,de beroepsbevolking,de industriebevolking,het percentage personen, dat op industrieterrein werkt.Opvallend is dat het laatste cijfer betrekkelijk laag is n.l.20 % tot 25 %. Het grootste deel van de industriebevolkingin Amsterdam oefent dus haar beroep uit buiten de e-genlijkeindustriewijken; een groot deel werkt in het stadscentrumen in andere gemengde wijken. Hoe zich deze verhoudingin de toekomst zal ontwikkelen is in het rapport uitvoeriggeanalyseerd. Rekening is gehouden met de verwachting datde industrie zich meer en meer zal vestigen op de stedebouw-kundig daarvoor bestemde terreinen. Eenerzijds door dwang,andererzijds uit eigen belang. Als maximum wordt 1/3 aan-gehouden. Uiteraard gelden deze cijfers voor specifiek Am-sterdamsche toestanden.Van meer algemeene beteekenis en daarom bizonder belang-wekkend is de analyse van het aantal vierkante meters terrein,dat per arbeider noodig is in de verschillende bedrijven. OpBurgemeester en Wethouders van AALSMEER roepengegadigden op voor de betrekking vanDirecteur van GemeentewerkenSalarisgrenzen / 4333,-- -- / 4675,-- p. j., inbegrepcnde toelagen, bedoeld in het K. B. van 18 April 1945.De functie omvat o.m. de leiding van het bedrijfgemeentewerken, het bouw- en woningtoezicht en debrandweer. Sollicitaties, op zegel van f 0,30, met uit-voerige toelichting, inzenden aan den burgemeester bin-nen 10 dagen na het verschijnen van dit blad. Persoon-lijk bezoek alleen na oproeping.GEMEENTE VENLOBij den Dienst der Gemeentewerken te Venlo, AfdeelingBouwtoezicht en Stadsontwikkeling, kan worden ge-plaatst eenStedebouwkundig Teekenaarmet ruime ervaring.Salaris nader overeen te komen. Sollicitaties op zegelmet opgave van opleiding, genoten praktijk en referen-ties binnen 10 dagen na het verschijnen van dit bladte richten aan den Burgemeester. Persoonlijk bezoekalleen na oproeping.Venlo, 9 Februari 1946.Burgemeester en Wethouders van Venlo,De Burgemeester: Mr. B. BERGER.De Secretaris: M. THIELEN.Bij ,,Openbare Werken" te DELFT kunnen geplaatstworden :66n of meerOPZICHTER-TEEKENAARSBouwkundige, waterbouwkundige, of stedebouwkundigeervaring, of ervaring op het gebied van Bouw- enWoningtoezicht strekt tot aanbeveling. Sollicitaties, ge-richt aan Burgemeester en Wethouders van Delft moetenuiterlijk 8 dagen na de verschijning van dit blad bezorgdof geadresseerd worden aan den Directeur van Open-bare werken te Delft, Oude Delft 51. Vermeld moetenworden leeftijd, opleiding, diploma's, praktijk, referen-ties, verlangd salaris enz.PROVINCIE UTRECHTBij het Bureau van den Prov. Planologischen Dienstder provincie Utrecht is te vervullen de betrekking vanDIRECTEURVereischten : Einddiploma Technische HoogeschoolDelft en enkele jaren ervaring op het gebied der Stede-bouwkunde. Indiensttreding zoo spoedig mogelijk. Inzen-ding van verzoekschriften op gezegeld papier bij denComm'ssaris der Koningin in de Provincie Utrecht voor15 Maart '46. Persoonlijk bezoek alleen na oproeping..,.^^it^^Y ^' \> ^,,,,^..^?'"^'"'-'""'"^^TM'TM"-'^i-v.^!^oorioqsscliade ? bouv^dfim.tbrei^ing5plannen ?'wacht clan niet. . . nbel of schnjlu \^^m^f_J_l^ f.>^^'-'*^rplanctsche betrntfuw mij. n.v.Jelft ^pdorsingel 64 tel. 1846258ewapen ? Bg^Qn^diuHj^ggnTriBURGin versChillende hoogten en zwaarten steedsvoorradig bij deFIRMA GEBR. v.d. MEYDENBETON- EN BIMSWARENFABRIEKEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-4, vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN*V? Haarlemsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEM214HANDEL IN60UWMATERIALEN F. Filippo ? HaarlemHoofdkantoor: Soaarnd. weg 212 Telef. 14264-Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 25820TEGELS276Nv.GLASHANDELDORENS&Co \#l Aixr^l ACKEIZERSGRACHT 12-16 _ TELEFOON 42735-47404 ALLE SOORTEN V LAKV^LA^VOOR DEN BOUW.&GLASNIJVERHEIDAMSTERDAMVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIE^wWA6ENAKEMBREDA275GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndasMeele en Handelsmaafschappij ,,TERRANOVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52A -- Telefoon No. 7381R,,VOOR WEDEROPBOUW"287Vlist-Uioodzand-v.d. fflist-UtruijkAannemers van alle voorkomendeBOUW-, BETON- ENGRONDWERKENTelefoon 30739-33589Boschpolderplein 27A ROTTERDAMDORDTSCHEGLASHANDELGtASmoUSTRIE VOOR DE BOUWBEDRIJVEN, SCHEEPS60UW EN INDUSTRIEKUIPERSHAVEN 28 29.30 DORDRECHT lElEFOON 5520N.V. AANNEMERSBEDRIJFVOORHEENH.DEBAATSloterdijkermeerweg 68-70 - Tel. 80371AMSTERDAM c.Opgericht 1 Mei 1913HEI- EN GRONDWERKEN - ZANDLEVERANTIESVERVOER VANBOUW- EN BESTRATINGSMATERIALENbiz. 31-42 van de bijlagen van het Algemeen Uitbreidingsplanvindt men deze gegevens en tevens buitenlandsche cijfers.De verdeeling van de industrieterreinen met een oppervlakvan 723 ha netto is volgens bijlagc II staat XIV als volgt :gelegen aan diep water en spoorbinnenwater en spoorspoorde houthavenbinnenwaterHavens WestHavens WestDuivendrechtHavens WestLandlustSchinkelSloten242 ha.274 ,,125 ,,44 ,,5 ,,7 ,,9 ,,18 ,,Van deze terreincomplexen bestaan drie gedetailleerde ont-werpen, die ook geheel of gedeeltelijk uitgevoerd zijn : Land-lust, Schinkel en het gedeelte van Duivendrecht, gelegen aande Weespertrekvaart.LandlustDit is een project, dat een jaar of 15 oud is (afb. 2). Het sluitzich aan bij het centrale marktterrein. Het is een kleine eenhe'dvan ? 20 ha. De ontwerper is kennelijk uitgegaan van eenvoorziening van lichte industrie, met betrekkelijk kleine be-drijven. (Lichte industrie en klein-industrie is niet synoniem).Het een en het ander volgt uit de situatie in het stadsplanen uit de verkaveling, die zich goed leent voor kleine per-ceelen.De verbindingen zijn zeer goed. De darsen monden uit inhet Marktkanaal, terwijl in de toekomst een verbinding is teverwachten via het Marktkanaal met de Entrepothaven.De breedte van de havens, die door kaden zijn begrensd is30 en 25 m. De terreinen liggen direct aan het water. Hetlandverkeer wordt bediend door een weg of straat middentusschen twee havens.De verbindingen over de weg met de hoofdweg van hetstedelijk wegennet zijn gemakkelijk. Immers de Haarlemmer-weg loopt er langs, die voorzien is van een trambaan.Spooraansluiting is hier niet en zou ook kwalijk passen bijhet soort industrie, dat men hier bedoelt te vestigen.Arbeiderswoonwijken zijn zeer nabij, zoodat het verkeer vanmannelijke en vrouwelijke werkkrachten geen probleem op-levert. Door het nauw contact met de aangrenzende woon-wijk eischt de afscheiding ofl overgang een bizondere zorg,die hier dan ook is gegeven.Vermelding verdient het streven door boombeplanting hetaspect van de straten te veraangenamen. Een boomenrij richtsterk de aandacht. Dit is een welkom tegenwicht tegen hetonharmonische dat een industriestraat zoo spoedig heeft. Ookwanneer industriestraten om economische redenen smal moes-ten zijn, is het profiel zoodanig ingedeeld, dat een boomenrijmogelijk is.ArtikelenAfb. 3Behalve met de bestaande bedrijven, moest rekening wordengehouden met een ontwateringskanaal en met een in hetalgemeen uitbreidingsplan geprojecteerd stamkanaal ten be-hoeve van de ten zuiden van de gemeentegrens ontworpenindustrieterreinen. Het begin van dit stamkanaal dient tevensals haven. De breedte van dit kanaal is 35 meter tusschende kaden, zoodat dit voldoende breed is om twee ligplaatsenen twee vaarstrooken te bevatten; de westelijke oever daar-van is bestemd voor openbare kade. Oostelijk is een breedehav'enmond geprojecteerd met twee korte darsen, die 25 meterbreed zijn. Er is dus hier slechts een vaarstrook wat, geziende kortheid van de darsen, voldoende is.Hier is aan de oostelijke oever een openbare kade, diebizonder aantrekkelijk is gecombineerd met de ontwaterings-singel. Er ontstaat hier een aardige gelegenheid om eenstraatje om te loopen langs het water.In het westelijk gedeelte liggen de terreinen direct aan hetvaarwater; deze hebben een breedte van 50 a 60 meter.Twee blokken liggen niet aan vaarwater. De nabijheid vaneen openbare kade geeft evenwel gelegenheid ook voor dedaar gevestigde bedrijven scheepszendingen te ontvangen.Afb. 4WeespertrekvaartChronologisch volgt het ontwerp voor de industriewijk aande Weespertrekvaart (afb. 3) op dat van Landlust.Het is gelegen in de oostelijke sector bij Duivendrecht, tenoosten van de spoorlijn.Eenige industrieele vestingen waren aanwezig toen het pro-ject tot stand moest komen. Uiteraard diende hiermee reke-ning te worden gehouden.De wijk heeft een duidelijke begrenzing door de Weesper-trekvaart en de geprojecteerde weg langs de gemeentegrens,die beide de hoofdtoegangen vormen respectievelijk voor hetwaterverkeer en het landverkeer. De Weespertrekvaart isbevaarbaar voor schepen van 500 ton. De spoorlijn ligt hoogen geeft daardoor geen gelegenheid tot een raccordement.Het bruto oppervlak is 45 ha, dus betrekkelijk groot. Hierkunnen zwaardere industrieen gevestigd worden dan in Land-lust, daar de afscheiding van de woonwijken scherper enruimer is.O19ArtikelenAfb. 5Een 20 meter breede plantsoenstrook langs de spoordijk ver-hoogt de aantrekkelijkheid, terwijl de open koppen van dedarsen sterk bijdragen tot de overzichtelijkheid. Karakteris-tiek is ook h-'er het streven zooveel mogelijk boombeplantingtoe te passen ook in betrekkelijk smalle straatprofielen. Eenvoorbeeld van zulk een straat geeft profiel A, waarin eenruime stopstrook van 3,5 m met een smal trottoir door eenboomeinrij is afgescheiden.SchinkelDezc wijk (afb. 4) is 10 ha groot en is begrensd door de Schin-kel en hoofdverkeerswegen, die zoowel de verbindingen als descheidingen vormen. De industrieterreinen liggen niet directaan de Schinkel, maar zijn daarvan gescheiden door een plant-soenstrook met een jaagpad. Het contact met de Schinkelwordt gevormd door een haven met eenl, zijkanaal. Dit zij-kanaal is 35 m breed, een afmeting die in het complex Wees-pertrekvaart ook wordt teruggevonden. Slechts twee terreinenHggen direct aan vaarwater; er is daarentegen betrekkelijkveel openbare loskade.Afb. 720De aan vaarwater gelegen terreinen zijn 50 m breed. De nietaan vaarwater gelegen blokken zijn 50 of 55 m breed metuitzondering van een zeer breed b!ok dat 110 m breed is,zoodat groote en kleine perceelen kunnen worden gevormd.Van de profielen kan worden opgemerkt, dat zij, evenalsdie van de andere wijken, zijn voorzien van boombeplanting.Evenals in de eerder besproken wijken vindt men hier hetsysteem van de parallelstrook met smal trottoir en boomstrook.De parallelstrook is hier 3 m, 3,5 m of 4,5 m. Bizondereaandacht behoeven de hoeken, zooals op de detailteekening isaangegeven, als gevolg van het smalle trottoir.Den HaagDen Haag heeft, zooals vanzelf sprcekt, behoefte aan ter-reinen om de Industrie onder te brengen, die een groote stadnoodig heeft, ook al is die stad geen eigenlijke industriestad(afb. 5).Toch bezit den Haag een aantal industrieen, die een ruimergebied verzorgen dan de stad zelf. Dit zoowel door de groeivan bedrijven, die aanvankelijk alleen in de plaatselijke be-hoeften voorzagen, als door opzettelijke keus als vestigings-plaats, waarbij het feit, dat den Haag zelf een ruim afzet-gebied is, gewicht in de schaal legt. Ook de omstand'gheid,dat den Haag een aantrekkelijke woonstad is, zal wel eenseen factor zijn geweest, die de doorslag ten gunste van denHaag heeft gegeven bij de keus van een vestigingsplaats.Als plaats voor de industriewijken is een afgescheiden stads-deel gekozen, dat door scheepvaart en spoorwegen gemak-kelijk bereikt kan worden. Dit stadsdeel is gelegen ten Zu-'d-Oosten van het emp'acement van de H.Y.S.M., ter plaatsewaar de spoorlijnen Rotterdam--den Haag--Amsterdam enden Haag--^Utrecht elkaar kruisen, en waar den Haag viade Trekvliet verbonden is met de Hollandsche waterwegen.Ongeveer 30 jaar geleden is hier de Laakhaven geprojec-teerd in het centrum van een industriewijk. De wijk om deLaakhaven is nu vrijwel voltooid, zoodat behoefte werd ge-voeld aan een nieuwe wijk. H'ervoor is de nabij gelegenBinckhorstwijk bestemd, die thans in aanleg is.De LaakhavenHet hoofdelement is de Laakhaven die de naam aan de wijkheeft gegeven (afb. 6). Deze is eenerzijds verbonden met deTrekvliet, die zelf weer in verbinding staat met de Sch'e enandererzijds met het Laakkanaal naar het Westland. Voortsis er contact met het spoor. De wegverbinding met stad eninterlocale wegen wordt hoofdzakelijk gevormd door de Rijs-wijksche weg.Onder de spoorlijn zijn drie doorgangen, die het contact inWestelijke richting verzekeren met de andere stadsgedeelten.Als basisweg kan men de Waldorpstraat beschouwen mettwee loodrecht daarop gerichte straten met bruggen over deLaakhaven.Het oppervlak is groot 40 ha netto.Afb. 6U/M tMf *ri ,,i li JiV*?^ ,\ iitm'i jg?*?.De haven, die door kademuren wordt begrensd, heeft eenbreedte van tenminste 40 m. Op sommige plaatsen is dit44 m, 47,5 m en 50 m, terwijl op verschillende plaatsengelegenheid is voor het zwaaicn van schepen. De dagwijdtevan de bruggen is 8,5 m en de diepte is 2,8 m. De schepen,die h'er kunnen komen zijn ongeveer 700 ton groot. Voordeze schepen, die ongeveer 65 m Iengte? 7,5 m breedte en2,3 m diepgang hebben is de haven royaal gedimensioneerd.De sporen zijn opgenomen in de rijstraat met vrij veel bifur-caties, die nogal wat ruimte vorderen.Deze wijk, die nu voltooid is, kan als goed voorbeeld dienenvoor een industriewijk aan de periferie van een stad, zooalsdie behoort te zijn. Het bewijst dat bij ordehjke planolo-gisch verantwoorde aanleg een industriewijk -- ondanksheterogeniteit van bedrijven -- niet het rommehg aanzien enaanstotehjk aspect behoeft te hebben, d'e ongeordende indu-strieele nederzettingen zoo dikwijls te zien geven.Slechts een gedeelte van de terreinen ligt direct aan hetwater; deze terreinen hebben een diepte van 40 tot 50 m en70 m. De terreinen, die niet aan vaarwater zijn gelegen,hebben een blokdiepte van 20 m, 40 m en 50 m.De straatprofielen zijn gekenmerkt door breede trottoirs van3,5, 4 en 4,5 m breedte.De BinckhorstDeze wijk (afb. 7) is begrensd door de Trekvhet, twee spoor-lijnen en de gemeentegrens. Het oppervlak is 80 ha bruto.Het Zuid-Oostelijk gedeelte bevat de Binckhorsthaven, diemet de Trekvliet is verbonden. De wijk wordt doorkruistdoor twee 30 m breede hoofdwegen, waarvan de eene deBinckhorstlaan, een radiaalweg en de andere, de Laakweg,een ringweg is. Zij vormen de hoofdtoegangen voor het ge-wone verkeer. Uit de Oostelijke hoek komt het raccordementmet de spoorwegen.Het ontwerp dateert uit omstreeks 1930, maar is nadien ge-deeltelijk herzien. Twee moeilijk te verwerken elementen, diereeds aanwezig waren, moesten gespaard blijven: het kasteelBinckhorst en een begraafplaats.Men kan drie groepen terreinen onderscheidcn :1. kleine terreinen om de begraafplaats gesitueerd,2. terreinen langs de Trekvliet,3. terreinen aan de Binckhorsthaven, voorzien van spooraan-sluiting.De eerste twee groepen geven geen aanleiding tot bizondereopmerkingen. Het normale straatprofiel is hier 15 m, terwijldie in de Laakhavenwijk 16 m is. De blokdiepten zijn 50 en60 m, derhalve 10 m meer dan in de Laakhavenwijk.In het havengedeelte zijn op een diep blok na alle terreinenaan de haven gelegen. De darsen zijn 40 m breed tusschende kaden en hebben geen zwaaikom aan het eind. De dieptevan de havens is 3,25 m. Gerekend is op schepen van 1000ton waarvan de afmetingen zijn 67 m X 8,2 m X 2,5 m. Debrug heeft een dagwijdte van 10,5 m, die overeenkomt metdie van de nieuwe bruggen over de Schie. De aangrenzendeterreinen zijn op peil 0,9 m + D.P. opgehoogd, waarbij hetDelflandsch Peil ongeveer overeenkomt met de waterspiegel.Op een paar openbare kaden na liggert de terreinen directaan het vaarwater. Zij hebben diepten van 50, 60 en 100 m.Evenals in de Laakhavenwijk zijn de sporen opgenomen inde rijstraat. De profielen B en D zijn die van eenzijdigeindustriestraten; tusschen de laadsporen en de fabriek be-vindt zich een trottoir van 2 m breedte.In het profiel C voor tweezijdige industr'estraten zijn de laad-sporen in het midden van de straat. De bedoeling is, datzij als openbare los- en laadsporen gebruikt kunnen worden,zonder dat de naastliggende bedrijven gehinderd worden. Hetprofiel is 3 m + 2,5 m-l-3m + 8m + 3m + 2,5m + 3m.De openbare loskaden zijn ruim ontworpen en evenals dehoofdwegen voorzien van boombeplanting.Het ontwerp is eenvoudig en overzichtelijk. De aanleg is groo-tendeels gereed.ArtlVeUnUTRECHTAfb. 8.UtrechtDe behoefte aan industrieterrein, die zich in de gemeenteUtrecht deed gevoelen, heeft geleid tot aanleg van een in-dustriewijk met haven en spoorraccordement in het westelijkdeel van de gemeente aan het Merwedekanaal (afb. 8).Dewijkwordt verder begrensd door de spoorlijnen Utrecht--Goudaen Utrecht--Amsterdam, waardoor het van de aangrenzendewijken is afgescheiden. Deze situatie levert de mogelijkheidvan een verdere industrieele bestemming volgens een sectorof strook langs de laatst genoemde spoorlijn over het Mer-wede-kanaal heen.Het mcest westelijk gelegen gedeelte van de driehoekigewijk is opslagterrein van de Nederlandsche Spoorwegen; hetoverige gedeelte groot ? 50 ha bruto is industrieterrein,waarvan thans een gedeelte in explo'tatie is. Het voornaamstehier gevestigde bedrijf is de P.E.G.U.S., die de provincieAfb. 9* AINDUSTREHAVENVH MERWEDEKANAAL TE UTRECHTpjQ ;>.> _,-^ 3oa -',, -49021ArtikelenQVERZiCHTSKAART UITBRBDINGSPLANNEN VAN HAARLEMBLOEMCNDAALAEODENHOUTOPEN&APE \A/?RKEN HAAB-EM/ERKLARING? GEMEENTEGOENS 't SPOOOwEGcNI &ESTAANDE aesouwiNGi ONTVDOPCN 6E60UWING(PLAM IN ONOCnOEELENjV T, (PLAN (N ttOOFDZMK)^ ONTWDRPEN iNDUSTqtETEPDEINl^^i-il apooTTEOpeiN|W-''r'r''r| SCHOOL-EN VOLKSTUINENlT4ttl KERKMOFi IMRIChTINGEn VOOQ V^TERSPORT] LAND-EN ruiNBQUU^eaEDB2J27Afb. 10Utrecht van electriciteit voorziet. Het belangrijkste elementis een 500 m lange en 40 m breede haven van kademurenvoorzien -(afb. 9). De diepte is 3,30 m. zoodat ook kustvaar-ders, die het Merwedekanaal bevaren, deze haven kunnenaandoen.Over een lengte van 120 m is de haven tot 31,50 m versmaldvoor den aanleg van een 12,5 m breede openbare loskadeAfb. 1122met spoor, ten einde directe overslag van schip op spoor-wagon mogelijk te maken.Ook het spoorraccordement van het aan de noordzijde gelegenindustrieterrein ligt langs de kade, ingevolge het verzoek vande belanghebbenden. Overigens is een dubbele spoorstrookvan 9 m geprojecteerd langs den ontsluitingsweg.De kade, aanvankelijk geprojecteerd op 1,50 m boven dewaterspiegel, is op verzoek van een belangrijke gegadigde voorde terreinen hooger aangelegd op 1,95 m hoogte. Deze hoogteheeft niet voldaan; een lager peil verdient voor binnenschepende voorkeur.Bij de aanleg van de haven is de weg| langs de Merwedeinstand gehouden door de bouw van een beweegbare brug.Deze plaats, dicht bij de havenmond, heeft wel eens aanleidinggegeven tot aanvaringen, die de brug hebben beschadigd.De industrieweg is met boombeplanting geprojecteerd meteen trottoir of berm van 2 en 2,5 m. De rijstraat is 7 m breed.HaarlemEvenals andere industrieele gemeenten heeft Haarlem be-hoefte aan een industriewijk van vrij groote omvang, zoo-wel ter vestiging van nieuwe industrieen, als cm de mogelijk-heid te openen enkele belangrijke bedrijven uit de binnenstadop een meer passende plaats over te brengen (afb. 10). Erwas hiervoor te meer aanleiding omdat -- zooals de studie,,De sociaal-economische structuur van Haarlem en omgeving",verricht door het bedrijf van Openbare Werken, aantoont --Haarlem deel uitmaakt van het industriegebied van het Noord-zeekanaal en mede profiteert van de aanwezigheid van deaan dat kanaal gelegen zeehavens.Het lag dus in de rede een nieuwe industriewijk te scheppenin verbinding met de hoofdwaterweg, het Spaarne, en op eenplaats waar spoorraccordementen aangelegd kunnen worden.De hiervoor planologisch aangewezen plaats is de Waarder-polder (afb. 11) in de Noord-Oostelijke sector begrensd doorhet Spaarne en de spoorlijn Haarlem--Amsterdam. Van hetemplacement gelegen langs deze laatste lijn kan een raccor-dement worden afgetakt.Enkele groote wegen, waarmee de industriewijk in contact is,vormen de verbindingen met het intercommunale wegennet,terwijl verbindingen met het stadscentrum en de woonwijkenvoldoen aan de eischen, die hieraan gesteld moeten worden.Het oppervlak van de wijk is ? 140 ha bruto; er bestaatmogelijkheid tot verdere uitbreiding.Een hoofdelement vormt de haven, bestaande uit een basis-kanaal met een ruime uitmonding op het Spaarne en eentweetal darsen met trechtervormige uitmonding ten behoevevan de gemakkelijke invaart van groote sleepschepen van2000 ton. Daarnaast is een kanaalverbinding met het Spaarnein de richting van Haarlem ten behoeve van de kleine scheep-vaart naar het centrum van de stad. Het basiskanaal kan zoonood'g worden verlengd bij uitbreiding van een industriewijken worden voorzien van een derde dars.De darsen zijn 1000 m lang en 50 m breed. De waterdiepte is3,5 m, derhalve geschikt voor alle kustvaarders. Het projectvoorziet kademuren 0,85 m hoog boven de waterspiegel.Daar gerekend wordt op de vestiging van vrij groote be-drijven zijn de terreinen, die direct aan het vaarwater zijngeprojecteerd, 80 tot 90 m diep. Op sommige plaatsen zijner terreinen van 50 m diepte. In het zuidelijke en noordelijkegedeelte zijn niet aan water gelegen terreinen ontworpen.Terwijl het scheepvaartverkeer uit het noorden wordt ver-wacht, is er op te rekenen, dat het voornaamste wegverkeeruit het zuiden, van het stadscentrum en den rijksweg zalkomen. Het project is hier logischj op geconstrueerd.De industriestraten langs de haventerreinen zijn 28 m breed.De rijweg ter breedte van 11 m geeft ruimte voor twee rij-strooken ert twee stopstrooken. Voor de spoorwegen is eenruimte van 10 m voor twee sporen voorzien. De trottoirszijn 3,5 m breed; dat langs het spoor bevat een boomenrij.Het ontwerp kenmerkt zich door een duidclijke eenvoudigestructuur. 'Nu we de verschillende plannen de revue hebben laten pas-seeren, is het dienstig na te gaan wat we eruit kunnen leeren.Dit doen we het beste door de overeenkomsten en de ver-schillen te analyseeren.In een belangrijk opzicht komen de plannen overeen; alleindustriewijken zijn toegankelijk voor schepen. Een gedeeltevan de industrieterreinen hgt direct aan vaarwater. Ten be-hoeve van de industrieen, die niet direct aan vaarwater liggenzijn openbare loskaden geprojecteerd.De p^aats is verder gekozen daar waar een spoorlijn hetscheepvaartkanaal kruist of nadert. Het spoor en het kanaalgeven tevens de afscheiding. Alleen bij Duivendrecht voorziethet algemeen uitbreidingsplan een opzettehjke open ruimte.Van het aanwezige spoor wordt gebruik gemaakt om eenraccordement af te takken. Het spoor is steeds geprojecteerdaan de andere zijde van het terrein t.o.v. het vaarwater.De terrein-afmetingen loopen niet veel uiteen. Alleen Land-lust heeft terreinbreedten van 30 m. Anders vindt men ge-woonlijk 50 of 60 m en soms 80 tot 100 m.De wegprof'e'en vertoonen uiteraard verschillen. In Rotter-dam, Haarlem en Utrecht is een afzonderlijke spoorstrookgeprojecteerd. In den Haag is het spoor in het gewone ver-keer opgenomen. Amsterdam heeft geen spoorwegprofielenontworpen.Amsterdam heeft de opmerkelijke profielen met een boomenrijten koste van het breede trottoir. In den Haag en Haarlemwordt het breede trottoir juist op prijs gesteld en zijn deboomen alleen in de hoofdstraten opgenomen.Tet slot zij nog vermeld, dat in al de genoemde projectenkaden zijn ontworpen waar* de industrieterreinen waterfrontbezitten.Wij zien dat naast de overeenkomsten, die overwegend zijn,er zich in enkele onderdeelen verschillen voordoen: de boom-beplanting in Amsterdam, de sporen in de rijstraat in denHaag.Behalve in den Haag, waar men in het Laakhavenkwartierervaring heeft, zal de praktijk moeten leeren wat voor voor-en nadeelen de gekozen ontwerpen bezitten.Uit het bovenstaande volgt, dat op enkele n'et-essentieeleelementen na, de ontwerpen volgens dezelfde beginselen zijngemaakt. Uit de praktijk zal moeten blijken of in de toekomstdeze beginselen herziening behoeven. Uiteraard kan de toe-passing van nieuwe uitvindingen of het invoeren van socialemaatregelen, behoeften in een industriewijk doen ontstaan, diewij heden nog niet kennen, maar dat de invloed daarvanverder zou gaan dan de details, lijkt ons niet waarschijnlijk.(Het artikel is door den schrijver in vereenvoudigde spelling toegezonden).Het bedrijfschap en de volkshuisvestingHet voorontwerp van wet op de bedrijfschappen heeft ookin de kringen van het Instituut de aandacht getrokken. Eldersis de beroering grooter, vooral waar de verhouding van werk-gever en werknemer, de regeling van het loon en de anderearbeidsvoorwaarden en alles wat daarmee samenhangt, be-hartigd wordt en dat is begrijpelijk. Het ontwerp kan voordeze materie van beslissende beteekenis worden en het bevatbizondere voorzieningen, die moeten waarborgen dat de rege-lingcn van het bedrijfschap in dit opzicht aan sociale eischenvoldoen. Over de volkshuisvesting wordt noch in het wets-ontwerp noch in de toelichting met een woord gerept. Menkan alleen met meer of minder zekerheid verwachten dat,als de regeling wet mocht worden, een vitaal bedrijf als datvan den woningbouw en de daarmee organisch samen-hangende bedrijven tot de eersten zullen behooren, die in aan-merking komen voor samenvatting in een bedrijfschap.Dat wil zeggen dat een nieuw publiekrechtelijk lichaam, het Anikeiebedrijfschap, zou gaan optreden met een bestuur, ten deelebenoemd door de organisaties van ondernemers, aannemers,woning-exploitanten, financieringsinstellingen enz., ten deeledoor organisaties van werknemers en -- facultatief -- doorandere organisaties en door den Minister. Tenminste twee-derde van de bestuursleden zouden moeten worden benoemddoor werkgevers en werknemers, ten hoogste een-vierde zoudoor den Minister kunnen worden aangewezen. Het bedrijf-schap zou bekleed worden met de bevoegdheid besluiten tenemen over o.m. de voortbrenging en verdeeling van goede-ren, de prijzen, de mededinging, de vestiging, uitbreiding, stil-legging van bedrijven, de mechanisatie en rationalisatie vanbedrijven, de normalisatie, de financiering en winstuitkec-ringen, de administratie van ondernemingen. Dit alles wordtbeperkt door de bevoegdheid van den aan elk bedrijfschaptoegevoegden commissaris om besluiten tot schorsing ofvernietiging voor te dragen.Ook voor de volkshuisvesting kan het ontwerp aldus beteeke-nis krijgen en vooral in dit opzicht zullen de regelingen van hetbedrijfschap aan sociale eischeri moeten voldoen. Beslissendkunnen wij die beteekenis voorloopig niet noemen, omdatin het ontwerp zelf niet besloten ligt dat Rijk en gemeentehun veelomvattende taak bij de volkshuisvesting zullen op-geven ten gunste van het bedrijfschap.Er ontstaat in elk geval een samenloop van bevoegdheden.Beteekent het bovenopgesomde, zoo moet men zich afvragen,dat de huren der woningen, de prijzen van bouwterrein, ende verkoopprijzen der huizen onttrokken worden aan hetregime van prijsbeheersching, waaraan zij nu onderworpenzijn ? Dit zou een wending in een onderdeel van de woning-politiek beteekenen, waarvan de uitwerking niet dadelijk iste overzien. En beteekent de regeling van vestiging, uitbrei-ding en stilleggingi van bedrijven, dat hier in beginsel eenoplossing is gevonden voor de z.g. ordening van de woning-productie, het bekende thema uit de jaren van overvloed opde stedelijke woningmarkt ? Men herinnert zich uit de ge-dachtenwisseling uit die jaren, dat er destijds verschil vaninzicht bestond over de taak, die bij deze ordening aan devertegenwoordiging van het bedrijfsleven kon worden toe-gekend, decisief of alleen adviseerend. Het ontwerp tot her-ziening van de Woningwet van de Staatscommissie-Frederikswilde de regeling aan een speciale met wetgevende bevoegd-heid bekleede commissie opdragen (art. 103), maar met ditverschil ten opzichte van de nu voor ons liggende regel'ng,dat omtrent de samenstelling van deze commissies niets voor-geschreven was, zoodat deze met volledige vrijheid kon wor-den bepaald.En een ander punt, de normalisatie, doet wederom vragenvan verre strckking opkomen. Wordt hier misschien een weggebaand om ook het woningtype van de arbeiderswoning,totnutoe het onderwerp van de woningpolitiek met behulpvan bebouwingsvoorschfiften en financieele steunregelingen,te beheerschen ?Wij kunnen op geen van deze vragen dadelijk een antwoordverwachten, omdat het ontwerp alleen een algemeen schemageeft, passend voor alle bedrijven. Men zal zich nu bedrijfvoor bedrijf, en dus ook voor de woningvoorziening, moetengaan afvragen, wat de consequenties zijn van dit schema.Daarbij is de competentiekwestie, die onwillekeurig het eersteopkomt, niet het belangrijkste. Ze houdt slechts in dat ereen nadere afbakening moet komen tusschen de bevoegdhedenvan de van ouds op dit terrein werkzame publiekrechtelijkelichamen en die van het bedrijfschap.Van meer gewicht is de principieele vraag of de instell'ngvan een bedrijfschap in den z.g. verticalen zin, waarin hetvoor-ontwerp dit begrip hanteert, voor de woningvoorzieningwenschelijk is en deze andere, daaraan onafscheidelijk ver-bonden vraag, hoe de samenstelling van een dergelijk be-drijfschap zal moeten zijn. Die vragen zijn niet te scheiden,omdat de samenstelling de waarde van het werk van het be- 23Artikelen drijfschap bepaalt, en dus ook beslissend is voor de taak,die daaraan met vertrouwen kan worden opgedragen. Hierbijdoet zich een tegenstelling gelden tusschen het belang vanden consument, of, wil men, het sociale belang van de woning-voorziening en het verticale beginsel. Zoo lang een bedrijfs-organisatie zich bezig houdt met bedrijfsbelangen, welke bui-tenstaanders niet rechtstreeks raken, kunnen er kwahjk be-zwaren rijzen, maar juist het verticale beginsel houdt in datmen regelingen op het oog heeft, die de totstandkoming vaneen product, in dH geval de woning, van de eerste bewerkingaf tot de overdracht aan den verbruiker omspannen. En indit bedrijf doen zich nu eenmaal van ouds tegenstellingentusschen bedrijfsbelangen en socia'e belangen gelden, meerdan in vele andere bedrijven. Maar, zal men mij tegen-werpen, zijn er geen duidelijke teekenen dat die tegenstel-lingen terugwijken, dat bouwers en woning-exploitanten meerdan vroeger begrip hebben voor sociale eischen en ook ge-makkelijker met oude tegenstanders tot overeenstemmingkomen ? Die teekenen zijn er, maar zij beheerschen het beeldnog niet en daarom kan men het bedrijfschap voorloopig nietz'en als het nieuwe wetgevende lichaam, waaraan wij rustigeen belangrijk deel van onze woningpolitiek kunnen opdragen.Veel hangt overigens af van de houding van die partijen bijde woningvoorziening, die meer dan de andere zich met hetsociale belang vereenzelvigen. iZullen bijv. de architecten eenplaats moeten innemen in het bestuur, zullen de woningbouw-vereentgingen, de gemeentebesturen als exploiteerende enfinancierende lichamen, zich moeten doen vertegenwoordigen?Ik wil deze vragen voorloopig alleen maar stellen, niet be-antwoorden, omdat er nog genoeg gelegenheid zal zijn totoverleg en gedachtenwissel'ng hierover. Immers het vooront-werp, ook al werd het ongeveer ongewijzigd totstand gebracht,prejudicieert op deze aangelegenheden niet, mits het slechtsruimte laat -- wat nu twijfelachtig is -- om aan een bedrijf-schap ook zoo noodig een engere taak op te dragen dan dievan het uniforme schema van art. 20.In dezen gedachtengang heeft het dagelijksch bestuur vanhet Instituut zich tot den Minister van Handel en Nijverheidgewend met het voorstel het ontwerpi aldus te amendeeren.En wat de overige vragen betreft, zooals ik die opwierp,daarover zal binnen het Instituut gelegenheid zijn zich tenvoile u't te spreken in een ledenvergadering, waar de behan-deling zal worden voorbereid door schriftelijk uitgebrachtepraeadviezen.H. v.d. W.WoningdistributieIn de op 16 Februari 1.1. te Utrecht gehouden ledenver-gadering van het Inst'tuut over het onderwerp ,,Ervaringenbij de herverdeeling van woonruimte en eventueel daaruitvoortvloeiende wenschen ten aanzien van de wettelijke rege-ling van deze materie" hebben de drie inleiders een aantalstellingen toegelicht en verdedigd, welke ter vergadering zijnuitgereikt. Wij laten deze stellingen hieronder volgen. Eenverslag van de vergadering zal in het volgend nummer eenplaats vinden.Stellingen van den Heer J. Bommer1. De gemeentebesturen dienen een rechtvaardige en doeltreffende ver-deeling der beschikbare woonruimte te bevorderen, waartoe de volgendemiddelen kunnen worden aangewend : distributie van woningen (resp.woonruimten), vordering met toepassing van het ,,VorderingsbesluitWoonruimte", hergroepeering van huishoudens, woningsplitsing, inkwar-tiering.2. Wettelijke regeling der distributie vtan woningen (resp. woonruimten)is noodzakelijk. In de wet behoort o.a. te worden opgenomen :n A a. verbod om een woning in gebruik te nemen of te geven zonder ver-^' gunning van Burgemeester en Wethouders ;b. verplichting tot aangifte van beschikbaar komende woningen bij Bur-gemeester en Wethouders ;c. bevoegdheid van den Burgemeester om woningen, die zonder vergun-ning in gebruik zijn genomen of gegeven, te doen ontruimen.De werkingssfeer der wet blijve beperkt tot nader aan te wijzen gemeenten.Aan de gemeentebesturen worde de bevoegdheid gegeven tot het stellenvani nadere regelen.3. Van rijkswege worde door het geven van nadere richtlijnen meeruniformiteit gebracht in de beoordeeling van aanvragen om vestigings-vergunning.4. Het ,,Vorderingsbesluit Woonruimte" vereischt nadere toelichting.Buiten twijfel worde gesteld, dat het besluit mede' kan worden gehan-teerd om woningen, in gebruik bij personen, die tijdens de bezetting eenonvaderlandslievende houding hebben aangenomen, te doen ontruimenten behoeve van gezinnen, die door maatregelen van den bezetter hunwoning verloren.5. Het verdient overweging alleenlevende personen, die een woning zelf-standig bewonen, te animeeren met anderen, in dezelfde situatie verkee-rende, te gaan siamenwonen, teneinde daardoor woningen voor normalegezinnen vrij te maken.6. Splitsing van, voor de tijdsomstandigheden te groote woonhuizen, wordebevorderd door het beschikbaar stellen van premies op den voet van deministerieele circulaire van 23 Juni 1938.Stellingen van den Heer Drs. J. van Hessen(De conclusies en ervaringen in deze stellingen neergelegd, beperken zichtot die van gemeenten tusschen 40- en 100.000 inwoners)1. a. Door de steeds verslechterende woningsituatie wordt de volkskrachtreeds merkbaar ondermijnd.b. De huidige woningnood mag onder geen beding de door den oorlogtoch reeds zoo geschokte volkskracht meer schaden dan strikt nood-zakelijk is.c. De regeering moet daartoe niet schromen over te gaan tot het ver-leenen van vergaande bevoegdheden.d. De aard der moeilijkheden op het gebied der volkshuisvesting is bijnazuiver plaatselijk.e. De dagelijksche confrontatie met den grooten woningnood en de moge-lijkheid hierin althans ten deele te kunnen voorzien indien de gemeente-besturen over groote bevoegdheid beschikten, nopen tot de overtuigingdat een wettelijke regeling die de gemeentebesturen deze bevoegdheidverleent dringend noodzakelijk is.2. De strekking van deze regeling zal de volgende dienen te zijn :a. de vrijheid zelfstandig over andere woonruimte te beschikken dan diewelke men op het oogenblik van de inwerkingtreding heeft dient te wor-den opgeheven voor den duur van den woningnood.b. Elke verandering van bewoning, voor zoover deze voor het doel derregeling, biji te driagen tot de bestrijding van den woningnood en haargevolgen, van eenigerlei belang kan worden geacht dient te wordengeregistreerd.Toestemming over een bepaalde woonruimte te beschikken kan slechtsworden verleend door een daartoe aangewezen instantie.Deze instantie dient alle wettelijke bevoegdheden te hebben haar beslissingte doen verwezenlijken.c. Voor zoover nog niet doelmatig gebruikte woonruimte aanwezig isdient hieraan een door genoemde instantie nader te bepalen bestemmingte worden gegeven.d. wanneer een doelmiatiger gebruik van woonruimte door middel vanverhuizing kan worden verkregen dient ook deze wettelijk mogelijk ge-maakt te worden. \3. De verplichting tot uitvoering van deze regeling beruste bij het Collegevan B. en W.4. Ontheffing van het onder 2 a genoemde verbod van beschikkings-vrijheid kan van regeeringswege voor een bepaalde gemeente wordenverleend op verzoek van den gemeenteraad.5. De uitvoering zal afhankelijk van plaatselijke omstandigheden en naincidenteele beoordeeling moeten geschieden. Het is niet mogelijk dit sche-matisch geheel door de wet geregeld te laten bepalen, daarvoor loopende gevallen stuk voor stuk te zeer uiteen. De praktijk heeft wel geleerddat geen twee gevallen aan elkaar gelijk zijn. Aard der huizen, familie-verhoudingen, milieu, beroep, leeftijd, plannen, kortom een bont scala vanindividueele en sociale factoren leveren een zeer groote variatie vanomstandigheden waarmee bij ieder geval rekening dient te worden ge-houden.6. Waarom zou men in deze niet minstens evenveel vertrouwen hebbenin den goeden burgerzin ails in een nimmer aan de situatie adequateformeele juristerij ?Toezicht, bepaling van de groote lijnen en de beoordeeling van allegevallen kunnen het best berusten bij een niet al te kleine commissiewier samenstelling aan de volgende eischen moet voldoen :a. de leden dienen gezamenlijk over een uitgebreide plaatselijke kennistc beschikken;b. zij moet zooveel mogelijk, aangepast aan de plaatselijke verhoudingen,het vertrouwen van de burgerij genieten om in deze delicate materieregelcnd te kunnen optreden.7. a. Voor de uitvoering is noodzakelijk eefl goed georganiseerd op depraktijk ingesteld bureau.b. Het is wenschelijk dat voorschriften worden gegeven welke er toeleiden dat deze diensten niet het odium op zich laden van bureaucraticen ambtenarij of onnoodig tot groote diensten uitdijen.c. Het is mogelijk een efficiente uitvoering te verkrijgen wanneer menook hieraan aandacht schenkt door een organisatorische vergelijking vande reeds bcstaande plaatselijke bureaus.d. Een gedetailleerd overzicht van den -woningvoorraad is noodzakelijk.e. Een goede personeelkeuze met behoorlijke salarieering bevordert eenjuiste arbeidsfeer welke op dit gebied een eerste vereischte is.8. De practische middelen welke kunnen bijdragen tot vermindering vanden woningnood zijn:1. inkwartiering2. vordering3. woningsplitsing4. saraenwoning.ad 2 : de vordering dient niet te worden beperkS tot woonruimte maarhet moet evengoed mogelijk zijn een geheele woning te vorderen.ad 3 : splitsing door premies te bevorderen is niet afdoende en bovendienonrechtvaardig, bewoners van eigen huizen kunnen zich zelf er van vri]houden, terwijl dit in mogelijk kleinere huurhuizen door den verhuurderwel wordt gedaan. Beter ware ook hier een verplichting tot splitsing,waarvan de kosten, plus die van de herstelling in den ouden toestand,minstens geheel in de nieuw vast te stellen huur kunnen worden verdis-conteerd.ad 4 : alleenwonenden, zeer kleine gezinnen of deelen van gezinnen,waar geen gezinsuitbreiding meer te verwachten is, zou men, wanneer ani-meering niet helpt, moeten kunnen verplichten tot samenwoning bij elkaarof anderen (bijv. bij hun kinderen) wanneer dit redelijkerwijs mogelijkis. Samenwoning van of met groote gezinnen, of met gezinnen met kleinekinderen dienen zooveel mogelijk td worden vermeden.9. Interlocaal, gewestelijk en landelijk contact in verband met vestiging,verhuizing en woningruil is gewenscht. Tevens zou een van deze contact-organen dienst kunnen doen als instantie voor appel. De beoordeeling enuitspraak inzake gevallen die tot groote moeilijkheden aanleiding geven,behooren in geen geval tot de competentie van de Rechtbank, die slechtsop formeel juridische gronden kan afgaan, maar tot die van een orgaandat over veel ervaring en begrip voor de huidige situatie beschikt.10. a. De strafmaat zal aanzienlijk hooger moeten komen dan de onbe-teekenende maxima der gemeentelijke verordeningen.b. Een voordeel van een algemeen wettelijke regeling behalve die vanzijn eigen doelstelling is nog dat zij de publieke opinie dusdanig met denwoningnood confronteert. dat een preventieve gunstige invloed ten aan-zien van de medewerking der bevolking kan worden verwacht.c. Een nadeel is dat deze regeling voor de overheid financieele ver-plichtingen met zich kan brengen. Hiervoor dienen middelen ter beschikkingte worden gesteld. Overigens dienen deze verplichtingen en door dewettelijke regeling en door de praktijk der uitvoering tot een minimumte worden beperkt, hetgeen inderdaad mogelijk is.Stellingen van den Heer C. G. Matser1. Onderzoek van regeeringswege naar huisvestingsmogelijkheid van nietin de noodgemeenten thuisbehoorende evacue's.2. Bevoegdheid burgemeester om dwingend verandering van woningindee-ling te kunnen voorschrijvert (woningsplitsing).3. Vordering na advies ambtelijke commissie, waarin burgerelement.4. Bezwaren tegen voldoening verzoek Minister Binnenlandsche Zakeninzake vordering na door rechter gewezen ontruimingsvonnis.5. Beroep op vaststelling schadevergoeding door burgemeester zij slechtsmogelijk op Prijzenbureau.6. Landelijk dient geregeld te worden woninginventarisatie vanwege cen-trale overheid ; voorts worde wet distributie woonruimte ingevoerd.7. Vorderingsbevoegdheid burgemeester ingevolge vorderingsbesluit blijvegehandhaafd.8. Vorderingsbevoegdheid blijve uitsluitend bij burgemeester in tegen-stelling met wetsontwerp, waarin ook provinciale Bureaus voor Oorlogs-slachtoffers genoemd worden.9. Regeling voor dwingend opleggen van woningherstel indien eigenarennalatig zijn.10. Bevoegdheid voor Burgemeester voor vordering van ruimte ten be-hoeve van bedrijven en instellingen ten algemeene nutte.Adressen enz. uitgaande van het InstituutDe Bouwspaarkassen ^)Door het Instituut is d.d. 5 Januari 1946 onderstaand schrijven gezondenaan den Minister van Financien.ExcellentieBij ons schrijven d.d. 23 September 1943 veroorloofden wij ons aan hetDepartement van Uwe Excellentie een exemplaar toe te zenden van eenrapport betreffende de bouwspaarkassen. uitgebracht door een Com-missie uit ons Instituut. Daarin wordt de nadruk gelegd op tal vanbezwaren, welke kleven aan het bouwspaarkaswezen in zijn tegenwoor-digen vorm, maar tevens wordt daarin gewezen op de groote beteekenis,welke goed georganiseerde en aan in het algemeen belang te stellen eischenbeantwoordende bouwspaarkassen kunnen hebben voor de volkshuis-vesting. Aan een wettelijke regeling, waardoor de uitwassen van eenwilde ontwikkeling van het bouwspaarkaswezen worden voorkomen, enandererzijds een gezonde" groei van het instituut wordt bevorderd, bestaatnaar de overtuiging van de Commissie drinaend behoefte.Sedertdien werd door het toenmalig bewind alle actie der bouwspaar-kassen tot werving van spaarders stopgezet. Na de bevrijding schijntechter aan nieuw oogerichte bouwspaarkassen bewegingsvrijheid gelatente zijn; in de dagb'aden treft men herhaaldeli'k advertenties aan vantot dusver onbekende kassen en thans is bliikbaar ook door ouderebouwspaarkassen de propaganda hervat, hoewel -- zijn wij goed inge-licht -- de bepalingen, die aan een hernieuwde werving van spaardersin den weg staan, nog altijd van kracht zijn gebleven.Het lijkt ons hoogst ongewenscht, dat de oude bouwspaarkassen, diealthans langzamerhand eenig financieel weerstandsvermogen hebben ver-kregen en waaronder er, naar wij meenen te mogen aannemen, eenigezijn, die goed worden beheerd, haar bedrijf naar de letter van de voor-schriften niet zouden kunnen uitbreiden, terwijl nieuw opgerichte instel-lingen, zonder eenige ervaring, zonder waarborgen ten aanzien van dewijze van beheer van de spaargelden, die zij tot zich trekken, zich vriielijkmogen ontplooien. Dit is te bedenkeliiker, omdat juist deze instellingenhet stelsel der zoogenaamde rentelooze hypotheken propaneeren met adver-tenties, welke het piibliek op een dwaalspoor brengen. Er bestaat grootekans, dat dientengevolge vele kleine spaarders de dupe zulleni worden.Wij veroorlooven ons verband te leggen tusschen deze situaHe en dedoor Uwe Excellentie met nadruk genoemde noodzakeliikheid om tesparen. Het z.g. doel-sparen, zooals dat door de bij een bouwspaarkasaangesloten spaarders geschiedt, en met name het sparen voor eeneigen huis, is stellig een van de meest doeltreffende middelen om denspaarzin van ons vo'k te bevorderen. Bovendien -- en dit is voor onsaanleiding ons tot Uwe Excellentie te wenden -- k^n het sparen indezen vorm rechtstreeks ten goede komen aan de volkshuisvesting, dietengevolge van de oorlogsgebeurtenissen zoo zeer in het gedrang isaekomen.De kans is echter groot, dat de huidige ontwikkeling van het bouw-spaarkaswezen aan beide doeleinden -- het sparen en de bevorderingder volkshuisvesting .-- afbreuk zal doen, doordat vele spaarders ernstigin hun verwachtingen zullen worden teleurgesteld.Wij veroorloven ons daarom Uwer Excellentie met nadruk aan te be-velen de tofstandkoming van een wettelijke regeling, zooals boven bedoeld.zooveel als mogelijk is te bespoedigen en, mocht de voorbereiding daar-van onverhoopt nog eenigen tijd kosten, een noodregeling te willen treffen,welke de werkzaamhe:d Van nieuwe, na zekeren datum opgerichte bouw-spaarkassen voorloopig opschort, en die der oude toelaat, mits zij zichonderwerpen aan eenige door Uwe Exellentie te stellen regelen, welkebeoogen de belangen der spaarders te beveiligen.Met verschuldigde hoogachting(w.g.) M. J. I. de Jonge van EUemeet,Voorzitter(w.g.) H. V. d. Weyde,Secretaris-Directeur1) Uit een tijdens het afdrukken ontvangen bericht blijkt dat deze aan-gelegenheid ten voile de aandacht van den Minister heeft.BinnenlandDe wederopbouw in de Tweede KamerBij de bespreking van de z.g. beleidsnota heeft de Heer Donker het Kon.Besluit van 7 Mei 1.1. F 76 genoemd als een voorbeeld van onwenschelijkecentralisatie. Hij wees op de motie, welke de gemeenteraad van Rotterdamop dit punt heeft aangenomen -- zie ons vorige nummer -- en op denbrief terzake van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten en voerdein het bizonder ook aan dat de groote gemeenten even goed geoutilleerdzijn als het Rijk. De Minister van Binnenlandsche Zaken merkte op dathij en zijn ambtgenoot van Openbare Werken en Wederopbouw eropbedacht zijn de gemeentebesturen zooveel mogelijk in te schakelen, maardat de buitengewone omstandigheden, de materialenschaarschte bijv., toteen grootere mate van centralisatie dwingen dan anders.ArtikelenAdressen. enz.Binnenland25linnenland26Vordering van landarbeiderswoningenEen circulaire van den Minister van Binnenlandsche Zaken aan de burge-meesters, gedagteekend 10 Jianuari 1.1., -wijst erop dat in sommige streken,met name in Drenthe, landarbeiderswoningen, welke de boer op zijn erfheeft voor zijn vaste personeel, gevorderd zijn ten behoeve van gemeen-teambtenaren, evacue's e.d., toen deze woningen wegens vertrek van delandarbeiders, die ze bewoonden, tijdelijk leeg stonden. Het gevolg isdat het voor den boer onmogelijk was van buiten een vervanger voorden landarbeider te vinden, omdat de woning ontbrak. De Minister, diehierop door zijn ambtgenoot van Landbouw, Visscherij en Voedselvoor-ziening opmerkzaam was gemaakt, verbindt hieraan de mededeeling, datlaatstgenoemde Minister het wenschelijk acht dat van de bevoegdheidtot vordering ten aanzien van dit soort woningen bij voorkeur geen gebruikwordt gemaakt, indien de personeelsvoorziening op de omschreven wijzein gevaar zou komenjVorderingsbesluit WoonruimteEen vonnis van den President van de Arrondissementsrechtbank te Rot-terdam betreft de toepassing van dit besluit in de gemeente Ouderkerk Banden Yssel. Een belanghebbende had tegengeworpen dat de burgemeester,die een geheele woning had gevorderd, in strijd handelde met het besluit,dat slechts vordering van ruimte in een woning zou toelaten. De be-langhebbende had zich blijkbaar beroepen op de bewoordingen van art. 1onder la van het besluit, waar sprake is vian vordering van woonruimte,terwijl onder lb gesproken wordt van vordering van gebouwen of ge-deelten van gebouwen, die niet als woning worden gebezigd.De President verwierp dit beroep. Verder beriep eischer zich op de con-siderans van het besluit, waar gezegd wordt dat de bedoeling is ,,opeenvoudige wijze" woonruimte te verkrijgen, terwijl de noodgedwongenverhuizing van de oorspronkelijke bewoners verre van eenvoudig is. DePresident heeft ook dit beroep afgewezen, omdat de aangehaalde woordenz.i. bedoeld zijn ter onderscheiding van een voorziening door middel vanwoning- of barakkenbouwj Het beleid van den burgemeester heeft degenoemde President niet aan zijn beoordeeling onderworpen geacht.Woonvergunning ArnhemDe Arnhemsche verordening inzake vestiging en verhuizing, waarvan inons vorige nummer sprake was naar aanleiding van een uitspraak inkort geding van den president der Arnhemsche rechtbank, heeft opnieuwmoeilijkheden doen ontstaan, waarover dezelfde president in kort gedingte beslissen heeft gehad. Voor een bepaald perceel was eenj woonver-gunning afgegeven aan iemand, die met den eigenaar een overeenkomstvan huur had gesloten, echter met bepaling dat de vergunning zou ver-vallen als de woning niet binnen een maand zou zijn betrokken. Ditwerd echter feitelijk onmogelijk gemaakt, doordat het perceel door eenander werd bewoond, zonder een overeenkomst van huur, maar, zooalsdeze den president kon aantoonen, met een vestigingsvergunning, waarinhet perceel met name werd genoemd. De eigenaar vorderde ontruimingvan het perceel. De president overwoog dat zoolang de burgemeesterniet tot vordering is overgegaan de eigenaar heeft te beslissen, wien hijals huurder wenscht toe te laten. De gedaagde had nog aangevoerd datde burgemeester tot vordering zou overgaan in zijn belang, wat de pre-sident echter betwijfelde, nu een meer recente vergunning voor hetzelfdeperceel aan een ander was afgegeven. Overigens drong de presidenter op aan, dat ,,bij de afgifte van woon- en vestigingsvergunningen metgroote omzichtigheid te werk zai worden gegaan, daar het meermalenvoorkomt dat dergelijke vergunningen voor een zelfde perceel aan ver-schillende personen worden afgegeven, waardoor groote onzekerheid ont-staat, terwijl eerst tot vordering wordt overgegaan, nadat de betreffendepersonen buiten hun schuld in conflicten worden betrokken, die bij eenvoorzichtig beleid gemakkelijk hadden kunnen worden voorkomen."Het vonnis strekte tot ontruiming van het perceel.De wederopbouw van RotterdamDe nota van B. en W. die wij in het vorige nummer samenvatten, overde taakverdeeling tusschen Rijk en gemeente bij den wederopbouw van destad, heeft in den Raad een gedachtenwisseling teweeg gebracht, diealgemeen de aandacht verdient, omdat er een onvrede met de terugdrin-ging van het gemeentebestuur bij den wederopbouw uit sprak, die ookin andere gemeenten blijkt te leven. In algemeen verband heeft de Ver-eeniging van Nederlandsche Gemeenten zich tot tolk van deze stemminggemaakt in een brief aan den Minister van Openbare Werken en Weder-opbouw -- zie het Weekblad voor Gemeentebelangen van 14 December1.1. -- een brief, die ook bij het Raadsdebat werd aangehaald.De raadsleden, die aan het woord kwamen, richtten zich algemeen tegenhet Kon. Besluit F 67 van 7 Mei 1.1., waarbij de centrahsatie, die in hetbegin van den oorlog voor den wederopbouw is ingevoerd, aangehouden is.De herleving van den gemeenteraad als hoofd van de gemeente. het be-ginsel der autonomie, de gezonde democnatische gedachte werden tegende strekking van het bewuste besluit aangevoerd, dat stamt uit eensfccr van staatsnoodrecht en voortzet wat in den bezettingstijd noodeals een centralistische regeling is aanvaard, die tenslotte deze goede zijdehad, dat de zeggenschap daardoor kwam bij de politick betrouwbarehoofdfiguren van den Wederopbouw en niet bij het onnationale gemeen-tebestuur.De juiste beteekenis van de bepalingen van het meergenoemde Kon. Besluitkwam ook meer in bizonderheden in het geding. Er werd bijv. gevraagdnaar de bevoegdheid van het gemeentebestuur om ook nu nog de bebou-wing door publiekrechtelijke bebouwingsvoorschriften te regelen, er werdgewezen op de vergaande centrahsatie, sprekende uit art. 4 van hetBesluit, dat aan alle overheidsdiensten de verplichting oplegt om aan hetCollege van Commissarissen alle medewe'rking te verleenen.De organisatorisch ongerijmde toestand werd gewraakt, dat de directeurvan den geraeentelijken dienst van Stadsontwikkeling tevens directeur isvan het Asro en dus van twee kanteni instructies te ontvangen heeft.Ook de financieele onzekerheid werd genoemd. Wie zal de kosten vandit alles betalen ? Er werd overigens op gewezen, dat de financieele aan-sprakelijkheid van het Rijk -- getuige het voorbeeld van den Woning-wetbouw .-- geenszins behoeft te beteekenen dat het Rijk alle macht aanzich moet trekken.Het pleit werd gevoerd voor nieuwe organen, voor een discussie-centrum,waarin alle groepen van belangen, die bij den wederopbouw gemoeidzijn, haar vertegenwoordiging behooren te vinden. Er werd gesprokenover een ,,verbindingsofficier", een Rijksambtenaar, die in alle gemeen-telijke bureaus, die dan het werk zouden moeten doen, recht van toegangzou hebben.De rede, waarmee de wethouder de sprekers beantwoordde, ademde den-zelfden geest. Bij alle waardeering voor de wijze, waarop van Rijkswegebij den wederopbouw wordt gewerkt en in het bizonder voor het aandeeldaarin van den Algemeen Gemachtigde, thans den Minister, werd tochsterk geklaagd over het gemis aan regelingen, financieele en organi-satorische.Zonder hoofdelijke stemming nam de Raad ten slotte een motie aan, waarinhet oordeel wordt uitgesproken dat het Kon. Besluit F 67 te zeer opcentrahsatie is gericht, dat het noodig is reeds aanstonds aan de ge-meente toe te vertrouwen wat volgens deze regeling aan haar kan wordenovergelaten en vervolgens een wettelijke regeling tot stand te brengenbetreffende den wederopbouw, waarbij met behoud van de samenwerkingtusschen Rijk en gemeenten, meer ruimte aan de zelfwerkzaamheid vande gemeente wordt gelaten.B. en W. worden uitgenoodigd dit oordeel van den Raad ter kennis vande Regeeringi en de Staten-Generaal te brengen.Wederopbouwplan RotterdamDit plan, verreweg het meest omvattende en belangrijkste onder onzewederopbouwp'annen, zou volgens een mededeeling van den wethouderIr. Kraayvanger in den Rotterdamschen Raad, begin Februari in drukverschijnen.De stedebouwkundigen bij den wederopbouw ?Aansluitend bij ons overzicht in het vorig; nummer vermelden wij dathet wederopbouwplan van Velsen door het gemeentebestuur is opgedragenaan Ir. W. van Tyen, H. A. Maaskant en W. M. Dudok.Contact-commissie voor onroerende zakenDeze commissie is onlangs tot stand gekomen met medewerking van de Vak-groep onroerende zaken, de Ondervakgroep woningbouw voor de markt, deVakgroep tusschenpersonen in onroerende Goederen, de Vakgroep Hy-potheekbanken, de bedrijfsgroep Levensverzekering, de bedrijfsgroep Han-delsbanken, de Particuliere Pensioenfondsen, de Nederlandsche Spaar-bankbond, - Vakgroep algemeene Spaarbanken, de Nederlandsche Bondvan Huis- en Grondeigenaren, de Broederschap van Notarissen in Neder-land, de bedrijfsgroep Landbouwcredietbanken, de Vakgroep Bouwkassen.De Commissie bouwt vcort op het werk, dat voor den oorlog in beperkterverband op dit gebied is verricht en dat ook gedurende de bezettingondershands werd voortgezet en uitgebreid.Het dagelijksch bestuur werd als volgt samengesteld : Prof. Dr. P. A.Diepenhorst, Voorzitter ; Mr. W. Cnoop Koopmans, Onder-voorzitter ;Prof. Dr. M. van Haaften, Mr. N. J. C. M. Kappeyne van de Coppello,A. van Kesteren, Mr. C. A.- Kingma en S. ]. Mook. Het correspondentie-ad
Reacties