Volu Ste'Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Yolkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwMaart 1946 27e Jaargang no. wn.y.A,iMSTERDAMSCHEISALLAST MAATSCHAPPIJPrins Hendrikkade 133 -- 134Amsterdam-CTelefoon :Interlocaal 47309Locaal . . 46212319N.V.MOLYN^COROTTERDAM /,.,i.philips' bouwbedrijfwedaropbouw-adresveisenJan kostelijklaan 30tel. 4484spruitenboschstraat 1 7Ul. 16902HaarlemVERVENENLAKKENVOOR DEWEDEROPBOIWMlTIMMER- EN AANNEMERSBEDRIJFLvAN DERVUETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghstraat 1 26AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971b beton-bouw en watorboawknndig^e werkenMOINTERNATIONAL FEDERATION FORHOUSING AND TOWN PLANNING(Provisional Committee)13, Suffolk Street, Haymarket, London, S.W.IPRELIMINARY NOTICEINTERNATIONAL CONGRESSAND EXHIBITIONto be held atHASTINGSSUSSEX - ENGLANDfromOCTOBER 7th to OCTOBER 12th1946SUBJECTS :-Standards, Sizes and Types for Housing.Redevelopment of the Centres of Town.Decentralisation.TOURS :-It is fioped to arrange during the subsequent v/eekOctober 14th to October 19th visits to Housing and TownPlanning developments in other parts of the United Kingdom.Further details and a Registration Form will be available shortlyand can be had on application to:Congress Officer, 13, Suffolk Street, London, S.W.IW.P.LTD. F439Maart 194627e Jaargang -- No. 3MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRcdactie; H. P. J. Bloemers, J. Bommer, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut,Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeMcdewcrker voor den Wedcropbouwj Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarissenvoor den WederopbouwAdrcs voor Redactie en Abonnementcn! Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenNederlandsch InstituutVerzending TijdschriftTot onze spijt is een aantal exemplaren van het vorige num-mer niet aan de juiste adressen toegezonden, doordat de tijdigdoor ons verzonden opgave van een reeks adressenverande-ring bhjkbaar niet in handen van de drukkerij is gekomen.Door toezending achteraf hebben wij getracht dit verzuimeenigszins te herstellen.Het bouwplan 1946De pubhcatie van het ,.Bouwplan 1946" is een gebeurtenisvan bizondere beteekenis.Zij legt opnieuw met grooten nadruk vast, hoe diep de Over-heid, door de omstandigheden genoopt, moet ingrijpen in debouwbedrijvigheid.Door een doelmatige aanwending van arbeidskrachten, bouw-materialen en kapitaal, moet de nood daar het eerste verhol-pen worden, waar zulks het dringendst geboden is.Meer dan ooit is thans een verantwoorde leiding en beheer-sching der bouwbedrijvigheid noodzakelijk.Wij staan immers aan het begin van de uitvoering van eenontzaglijk groot, vele jaren omspannend, bouwprogram, datvoorzien wil in het ontstellend woning-tekort; een programdat vernieuwen en herstellen moet, wat in den oorlog ver-nietigd en gehavend werd; een program dat ons de uitvoe-ring en voltooiing moet brengen van vele groote werken.En deze taak moet volbracht worden met een minimum aanmaterialen, met efficient gebruik van de beschikbare arbeids-krachten en met zoo weinig mogelijk verspilling van kapitaal.Dit bouwprogram zal zich moeten uitstrekken over eenperiode van minstens 10 jaren en de bouwbedrijvigheid zalin die jaren grooter moeten zijn, dan zij ooit geweest is.Voor het jaar 1946 is het bouwplan thans gereed. Snel enrationeel bouwen met een doelmatige aanwending van debeschikbare arbeidskrachten, materialen en gelden. Dat is hethoofdmotief voor het Bouwplan 1946; zooals het het hoofd-motief zal moeten zijn voor het Bouwplan der volgende jaren.Een opmerking moge mij daarbij van het hart. Er zal voorgezorgd moeten worden, dat snelheid en efficiency niet wor-den opgevoerd ten koste van het woonpeil en ten koste vande soliditeit der uitgevoerde werken.;Nederland heeft op dit gebied een goeden naam verworvenen dientengevolge ook een goeden naam te verliezen.Het Bouwplan 1946 is de vrucht van studie en overleg. Hetis tot stand gekomen door moeizame overpeinzing en nauw-gezette bestudeering der mogelijkheden -- het dankt zijn tot-standkoming aan een harmonieuze samenwerking tusschenoverheid en bedrijfsleven.Het plan ligt voor U. Het mag niet slechts het voorwerpzijn van de belangstelling van een klein deel van ons volk.Wij gaan immers een nieuw huis bouwen, dat door heel onsvolk bewoond moet worden en voor den bouw waarvan wijde hulp van heel ons volk noodig hebben.De uitvoering van het plan vraagt van velen offers. In vcr-schillende der zwaarst getroffen gebieden zullen arbeidersuit de overige, minder of zelfs in het geheel niet getroffengebieden, te werk worden gesteld. Dwang ligt niet op onzenweg. De arbeiders, evenals trouwens de ingenieurs, aanne-mers en technici zullen dus vrijwillig de taak op zich moetennemen, dikwijls gehuisvest in kampen, vaak ver van huis engezin, te gaan werken.Dit is het offer dat de gemeenschap van hen vraagt en datzij voor een belangrijk deel zelfs reeds gebracht hebben.Duizenden hunner werken reeds in de Betuwe en op Wal-cheren, in (Zeeuwsch Vlaanderen en in Limburg, in al de ge-teisterde gebieden.Ik besef ten voile, dat het gelukken van het Bouwplan 1946niet in de laatste plaats afhankelijk is van de vraag of demedewerking van de arbeiders kan worden verkregen. Ik doeeen dringend beroep op hen, die medewerking van ganscherharte te verleenen.Ik wil geen beloften doen, want ik weet niet, of ik ze zoukunnen nakomen, maar wel wil ik trachten al het mogelijkete doen, om den arbeiders het verblijf ,,in den vreemde" zoodraaglijk mogelijk te maken.De vraag of het gelukken zal het Bouwplan 1946 te verwer-kelijken is dus in sterke mate afhankelijk van de medewerkingvan de arbeiders.Maar het is eveneens afhankelijk van andere omstandigheden,waarop wij vaak slechts weinig invloed kunnen uitqefenen.Zoo is het de vraag, of wij over voldoende deviezen de be-schikking zullen hebben om d^ noodige bouwmaterialen inhet buitenland te koopen; en zelfs als dat het geval zou zijn,of wij dan over die materialen de beschikking kunnen krijgendie wij dringend noodig hebben.Er zijn dus een aantal onzekere factoren die moeilijkhedenbij de uitvoering van het Bouwplan kunnen veroorzaken.Maar de afgeloopen maanden hebben reeds bewezen, hoe-zeer wij in staat zijn geweest, ondanks overstelpende moei-lijkheden, scheppend werk van grooten omvang te verrich-ten. Wij putten daaruit de zekerheid, dat ook het Bouwplan1946 tot uitvoering zal worden gebracht.Het moet lukken en het zal lukken 1 29Artikelen30De uitvoering van het Bouwplan 1946 is inmiddels bcgonncn.Mogen wij er in gemeenschappelijken, harden arbeid in sla-gen, dit plan volledig tot werkelijkheid te maken.-^De Minister van Openbare Wcrken en Wcderopbouw,Dr. Ir. J. A. RingersWij ontvingen ter publicatie een uittreksel uit dit bouwplan. Hierondervolgt een samenvatting, welke bepaald is door de beteekenis voor denwoningbouw.Grondbeffinselen van het plan1. Inschakeling van alle beschikbare bouwvakarbeiders.2. In eenige der zwaarst getroffen gebieden worden arbeiders uit deoverige minder getroffen gebieden te werk gesteld. Voor zoover dezearbeiders in de plaats van tewerkstelling worden gehuisvest is hun aantalop circa 25% gesteld van het aantal arbeiders in de gebieden waar zijvandaan komen. Evenzoo is er rekening mede gehouden,, dat eenzelfdeaantal arbeiders buiten het gebied van het bouwbureau, waarin zij wonen,te werk gesteld worden, welke arbeiders dagelijks tusscheu huis en werkheen en weer reizen.3. De op deze wijze in elk bouwbureau beschikhaar komende of blij-vende arbeiders verrichten in de eerste plaats het daar nog resteerendeherstel der hchte schade.Vervolgens het herstel van zware schade tot ten hoogste 50% van hetaantal gevallen en in de 3e plaats den herbouw c.q. den noodzakelijkennieuwbouw.4. Het totaal bedrag van den op die basis berekenden herbouw c.q.nieuwbouw wordt in groote lijn als volgt verdeeld :25% woningbouw,55% industriebouw, boerderijen en overige bedrijfsgebouwen,20% overige gebouwen.5. Het openbare-werkenprogram (bestratingen, havens, grondwerken e.d.)wordt nog slechts in ruwe trekken bepaald. Dit program is door de be-langrijke rol, welke de grondwerken e.d. daarin spelen tamelijk elastisch.Een verdeeling van het beschikbare bedrag over den Rijkswaterstaat,den Provincialen Waterstaat, Waterschappen, Gemeenten, OpenbareNutsbedrijven en Spoorwegen geschiedt Ban de hand van de door dezediensten vroeger verwerkte bedragen.6. Op grond van het bovenstaande worden de materiaalbehoeften be-paald. Daarbij is reeds uitgegaan van de vervanging van een aanzien-lijke hoeveelheid bout door ander materiaal.Komt een der benoodigde primaire materialen niet in voldoende matebeschikbaar, dan zal het totale bouwprogram een evenredige verkleiningondergaan.In beperkte mate zal dan de mogelijkheid bestaan om over te gaan totuitvoering van werkzaamheden waarbij het schaarsche materiaal mindernoodig is.Als mogelijke uitgangspunten worden genoemd de werkvolgorde (eersthet herstel van lichte, dan van zware schade, daarna herbouw en ten-slotte nieuwbouw) en de gebiedsvolgorde (naar de mate, waarin degebieden geteisterd zijn). Aan beide methodes kleven bezwaren. De werk-volgorde zou voorloopig alien herbouw en nieuwbouw onmogelijk hebbengemaakt. De gebiedsvolgorde zou een volstrekte mobiliteit van het ar-beiderscorps veronderstellen en deze is uit een oogpunt van huisvestingen uit sociale en gezinsoverwegingen onaanvaardbaar.Als maatstaf voor het met de beschikbare arbeidskrachten maximaal teverwezenlijken bouwprogramma is een relatieve maatstaf ingevoerd, hetschade-niveau, dat voor elk bouwbureau wordt uitgedrukt door het cijfervan de totale schade per inwoner. Van de op dit cijfer aan te brengencOrrecties is voor 1946 afgezien, met het oog op het daarvoor noodigeonderzoek. De arbeiasmogelijkheid is als maatstaf voor het programmagenoraen. Het Bouwplan 1946 gaat uit van een voUedige arbeidsbezettingbij een zekere maximale mobiliteit en dientengevolge van een over hetgeheele land verdeelde bouwbedrijvigheid, waarbij als leidraad voor deverdeeling der toegestane kwanta de reductie van de schade per inwonerwerd g.ekozen en wel in dier voege, dat bij het hoogste vastgesteldeschadeniveau ook relatief de grootste reductie van de schade per inwonerraoest worden bereikt. Hoofdbestanddeelen van het programma zijn eengebouwenprogramma (woningbouw, bedrijfsbouw, openbare gebouwen)en een openbare werken-programma, terwijl aan een aanvuUend, weinigmateriaal-intensief openbare werken-programma van niet-urgente werkenis gedacht, dienende als buffer voor vrijkomende arbeidsmogelijkheid bijstagnaties in de afwerking van het materiaal-programma voor de normaleherstel- en herbouwwerken.Er is een schatting gemaakt van het aantal beschikbare bouwvakarbeidersen van het aantal benoodigde arbeiders per millioen uitgevoerd werk.Voor de bouwmaterialen wias een dergelijke schatting niet mogelijk.Bij de voorstudies voor het gebouwenplan bleek dat de nauwste ,,door-gang" bepaald werd door het aantal stucadoors. In overleg met deskun-digen werd besloten het bouwplan niet te koppelen aan dit aantal, maarmaatregelen te nemen om het stucadoorswerk zooveel mogelijk te ver-vangen en voor de stucadoors overwerk te bepleiten. Vervolgens ishet aantal timmerlieden en metselaars beslissend.Aangezien voor de metselaars de opgegeven aantallen eerder een spelingten gunste zuUen blijken te hebben dan voor de timmerlieden en hetscholen en herscholen voor de metselaars veel minder tijd vraagt danvoor de timmerlieden, terwijl verder het vervangen van bijv.' fundee-ringmetselwerken door beton het aantal arbeiders, benoodigd voor demetselwerken, nog kan doen beperken, werd, na ampele overwegingen,hetj' aantal timmerlieden maatgevend geiacht voor het bepalen van hetmogelijke bouwvolume. Op basis van het aantal beschikbare timmerliedenwerd dan ook het plan berekend.Uitgaande van een vrijwillige verplaatsing van arbeidskrachten, welkezoodanig zal moeten zijn, dat zooveel mogelijk arbeiders des avonds naarhuis kunnen terugkeeren, of anders toch niet te ver van hun woonplaatsverblijven, komt men tot de noodzaak, dat 25% der arbeiders, wonendebuiten de zwaarsf getroffen gebieden, in deze gebieden zuUen moetenworden tewerkgesteld en aldaar moeten worden ondergebcacht. VoortszuUen nog 25% der buiten de betreffende gebieden wonende bouwarbei-ders in deze gebieden moeten worden tewerkgesteld en dagelijks heenen weer moeten reizen. Tot elk der beide categorieen behooren 14,000arbeiders.Wat de gebieden betreft waar de larbeiders moeten worden gehuisvestnoemen wij :West Zeeuwsch-Vlaanderen 2600 arbeidersVenray 1340Gennep 1000Walcheren 2550Deventer 640Nijmegen 1030Veluwezoom Oost 1030Land van Maas en Waal 690Venlo 525Land van Heusden en Altena 260Veluwezoom West 185Zeeland Noord 430Roermond 620 ,,Meyel 250N.O. Brabant 620Goeree en Overflakkee 155Weert 70Nadere indeeling der plannen, naar de onderscheiden soorten van bouw-werken, is noodig, niet alleen om een juistere schatting van de materialen-behoefte te maken, maar vooral ook als grondslag voor het te voerenbeleid.Het plan komt dan, zooals gezegd, tot den volgenden opzet:25% voor woningbouw,55% voor industriebouw, boerderijenbouw en overige bedrijfsgebouwen;20% voor overige bouwwerken.1. 25% woningbouw beteekent ongeveer 26.000.000 gld. (geldswaarde1939), overeenkomende met 10.000 woningen.De in 1946 te bouwen woningen worden als volgt over de provinciesverdeeld.ProvincieGroningenFrieslandDrentheOverijsselGelderlandUtrechtNoord-HoUandZuid-HollandZeelandNoord-BrabantLimburgAantal aan te vangen woningen in 19461)2)3)4)400250250700100015017504550600150013501)2)3)4)Totaal 12.500w.o. 100 voor den Noordoostpolderw.o. 500 voor Amsterdamw.o. 1000 voor 's Gravenhage en 2500 voor Rotterdamw.o. 600 voor Eindhoven.Verondersteld wordt, dat van de 12.500 woningen in 1946 aan te vangen,er eind 1946 10.000 voltooid zijn.DeviezenDe deviezenbehoefte voor 1946 wordt voor het bouwplan voorloopigglobaal bepaald op rond f 234.000.000.Consequenties van de planningVoor de planning voor volgende jaren zal een scherpere benaderingvan de aantallen vaklieden in de verschillende beroepen noodig zijn.Aangedrongen moet worden op een duidelijke registratie van de be-roepen.Voor de stucadoors zal overwerk-arbeid bevorderd moeten worden.Verdere richtlijnen voor de constructieve samenstelling zijn noodig. Eenigduidelijker inzicht in de materiaalmogelijkheden, speciaal ten aanzienvan bout en ijzer, is daarvoor noodig.De opleiding van vaklieden, speciaal timmerlieden, metselaars, stucardoors en betonijzervlechters moet op groote schaal ter hand genoraenworden. Voorloopig kan dit zonder beperking geschieden. De vraag ofBij den PROVINCIALEN STEDEBOUWKUNDIGENDIENST in ZUID-HO'LLAND wordt gevraagd eenBOUWKUNDIGof CIVIEL INGENIEURbekend met de stedebouwkundige praktijk van de Woning-wet, zooals de behandeling van uitbreidingsplannen, enz.Schriftelijke sollicitaties in te zenden aan den Directeurvan bovengenoemden dienst, Aimaliastraat 13, 's-Gravenhage.Bij den STEDEBOUWKUNDIGEN DIENST in ZUID-HOLLAND wordt gevraagd eenUURISTin den rang van commies of hoofdcommies, bekend met depraktijk van de Woningwet; eenige kennis van waterstaats-recht zal tot aanbeveling kunnen strekken. Schriftelijkesollicitaties te richten tot den Directeur van den Stede-bouwkundigen Dienst, Amaliastraat 13, 's-Gravenhage.ycentraalBureau i/oordeStatistiek^Door het C.B.S. wordt gevraagd eenLEIDER VAN DERIJKSWONINGTELLINGin den rang van hoofdcommies/referendarls.Salarisgrenzen: gehuwd f 4038--f 6397, ongehuwd1 3804--f 5661.Vereischten: Ingenieursdlploma of doctoraal exa-men in de economische of sociale wetenschap-pen. Bekend'heid met de volkshulsvest'n?spro-bleme-n, zoomede statistische en organisatoriseheervaring strekken tot aanbeveling.SoUicitatlebrieven binnen 7 dagen na het ver-schijnen van dezen oproep te richten tot denDirecteur van het Centraal Bureau voor deStatistlek te 's-Gravenhage.Burgemeester en "Wethouders van OOSTERHOUT roe-pen sollicitanten op naar de betrekking vanDIRECTEUR VAN DENDIENST VAN OPENBARE WERKENtevens commandant der brandweer. Vaste jaarwedde: alsdirecteur minimum / 3824,-- met 5 een-jaarlijksche ver-hoogingen tot maximum / 4917,-- en als commandant derbrandweer f 383,--, verhoogd met een tijdelijke toelage,een overbruggingstoelage en eventueel een kindertoelage.Vercischt wordt: ervaring op het gebied van den dienstOpenbare Werken en bezit van het diploma M.T.S. Aan-stelling boven het minimum niet uitgesloten. Sollicitatiesbinnen 10 dagen na verschijning van dit blad aan denBurgemeester. Bezoeken uitsluitend na oproeping.Voor den Wederopbouw van WALCHEREN wordt ge-vraagd eenBOUWKUNDIG TEEKENAARbekend met Stedebouwkundig werk. Brieven met staat vandienst en opgave van leeftijd, verlangd salaris, enz. te adres-seeren aan den Directeur der Stichting Herbouw Walcheren,Abdijplein, te Middelburg.ycenuaaiBureau i/oordeStatistiek^Door het C.B.S. wordt gevraagd eenPLV. LEIDER VAN DERIJKSWONINGTELLINGin den rang van commies, met uitzicht op denrang van hoofdcommies.Salarisgrenzen: gehuwd f 3020--13934, ongehuwdf 2709--f 3446.Vereischten: Elnddiploma H.B S.-B 5 ]. c. ofgymnasium of een hlermede gelijk te stellenontwikkeling; organisatorlsche ervaring en Instaat om leMing te geven aan 60--80 psrsonen.SoUicitatiebrieven binnen 7 dagen na het ver-schijnen van dezen oproep te richten tot denDirecteur van het Centraal Bureau voor deStatistlek te 's-Gravenhage.KOL'STEGELHANDELKI.Houtweg 13-Tel. 16572HAARLEMLeverl U uit voorraad vrijGRES VLOERTEGELS EN PUISTROKENCEMENTTEGELSOp machtiging :WAND EN D. H. GEB.VLOERTEGELSVraagt prijs gezei aan den wandAbraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN^V* Haarlcmsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEM2MHANDEL INBOUWMATERIALEN F. * HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg 212 Telef. 14264Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13S32Telefoon Huis 25820TEGELS276Nv.GLASHANDELDORENS&Co ^M, A ly^^ A r-KEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404 ALLE SOORTEN V LA l\ C^ LA ^VOOR DEN BOUW- & GLASNUVERHEIDAMSTERDAMVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIE^KWAGENAKERSBREDA275GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndasMeele en HandelsmaatschappiJ ,,T ERR AN OVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52A -- Telefoon No. 7381OPBOUWBOUWMATERIALENSPUYBROEK&ZOONOVERSCHIEZESTIENHOVENSCHEKADE 344-515 - TELEF. 46610-49022IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIHIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIINIIIIIII^N.V. AANNEMERSBEDRIJFVOORHEENH.DE BAATSloterdijkermeerweg 68-70 - Tel. 80371AMSTERDAM c.Opgericht 1 Mei 1913HEI- EN GRONDWERKEN - ZANDLEVERANTIESVERVOER VANBOUW- EN BESTRATINGSMATERIALEN300IIIINIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIINer animo zal 2ijn, hangt echter niet alleen af van de directe mogelijk-heden, maar ook van de toekomstperspectieven.Noodig is dus een globale uitstippeling van het toekomstige woning-bcleid. Wil men gedurende een zekere periode {b.v. 10 jaar) boven denormale toeren werken en dan teragvallen, dan kan uiteraard geenscholingsprogramma uitvoerbaar worden geacht, dat op de topjaren isberekend.Wil men na de inloopperiode ook verder gaan met op groote schaaloude woonwijken te saneeren en dus de volkshuisvesting meer dan totnog toe zien als een voortdurend vernieuwingsproces, dan behoeft vaneen in sterke mate terugvallen van de bouwbedrijvigheid geen spmkete zijn. In dat geval wordt de scholing dus gericht op een blijvendebouwbedrijvigheid van grooter orde dan de ,,normale" voor-oorlogsche'Een dergelijk verstrekkend woningbeleid vraagt echter reeds nu maat-regelen om de groote saneeringen na afloop van de herstel- en weder-opbouw-periode en na voltooiing van den ,,normalen" achterstand, ookoconomisch mogelijk te maken.Uiteraard zullen, ook bij het richten van de schoUngspohtiek op eenblijvend grooter bouwvolume, verschuivingen optreden in de verhoudingvan de aantallen voor de verschillende beroepen. Invoering van verder-gaande voorbereidingen buiten de bouwplaats, prefabrication van onder-deelen etc. kunnen zich dan echter als geleidelijke veranderingen in debouwmethode voltrekken en; in het over jaren doorloopende scholings-programma worden opgevangen. Deze methode lijkt voor een organischeontwikkeling van het bouwen gezonder dan een bouwontwikkeling, wiaarbijde eene helft van de bouwobjecten volgens ,,traditioneele" bouwme-thoden, de andere helft langs den weg van zuiver industrieele prefabri-cation tot stand zou komen. Te denken valt daarbij^ behalve aan detechnische, 66k aan de sociale en cultureele aspecten van het bouwen.Is stedebouwkunde een yak?dcx>r Ir. W. F. SchutHet kan geen beoefenaar van de planologie verbazen, datde vraag van den titel van dit artikel gesteld wordt. Immers,bij alle ontwikkeling welke te dezen sedert het einde vande vorige eeuw te constateeren is geweest, staan wij aliennog voor bovenstaande vraag zonder antwoord. Met CamilloSitte, kan men zeggen, kreeg de stedebouw een nieuwe sti-mulans. Dit reveil richtte zich vooral op de aesthetische zijdevan de zaak : de stedebouwkunst vertoonde nog veel over-eenkomst met het coulissenvak. En dertig jaren later, in 1912,blijkt uit het belangwekkende boek van Dr. Fockema Andreas,dat nog steeds aan dit schoonheidsaspect de grootste nadrukte beurt valt. Met de vlucht, welke de volkshuisvesting danreeds een tiental jaren heeft genomen, wordt in het stede-bouwkundig kader in die dagen nog weinig verband gelegd.Wei treedt van lieverlee de factor ,,verkeer" naar voren.De ontwikkeling van de stedebouwkunde der laatste driedecennien vindt een vrij getrouwe weerspiegeling in de ge-schiedenis der Woningwet en jurisprudentie. In een razendtempo breidt zich het vak uit. Niet alleen valt langzamerhandgeen vierkante meter grond meer buiten zijn belangstellingen wordt steeds minder genoegen genomen met de beharti-ging van enkele facetten der ruimtelijke ordening, doch ookgroeit het inzicht, dat het beste oordeel over veel problemenop den grootsten afstand kan worden geveld, en vindt metalgemeene instemming de streekplan-gedachte verwezenlijking,dra gevolgd door het nationale plan. Men kan veilig vast-stellen, dat de praktijk op bijna alle punten met de zuivcrerechtsregelen gelijken tred houdt, indien niet van een stap-vooruit zou kunnen worden gesproken. Geheel anders staathet met de bezinning over wezen en grenzen van dit feno-menaal snel gegroeide vak. Onze nationale litteratuur is on-rustbarend achterlijk. Met klimmende onrust moet iederoprecht stedebouwkundige vervult zijn, die kennis neemt vanwat er op dit gebied tot dusverre te onzent is verschenen.Het boek van De Casseres, reeds twintig jaren oud, wijdtaan de eigenaardigheden van het vak enkele rake opmer-kingen, waarin vooral de waarde van de sociologie tot uitingkomt. Pet zoekt het essentieele vooral in het juridisch bezigzijn, terwijl de Heeren Bakker Schut een onderscheid makentusschen ruimtelijke ordening (de maatschappelijke activiteit,welke de planologie toepast), en de planologie, waaronderde normatieve wetenschap wordt verstaan, welke de gunstig-ste voorwaarden in sociaal, economisch en cultured opzicht ArtikeUnvoor een doeltreffende ontwikkeling van de gemeenschapbinnen een territoir tracht op te sporen. Voegen we hierbij,dat vele architecten-stedebouwkundigen in de stedebouwkundeniet veel meer zien dan architectuur-op-grooter-schaal, danlijkt de stelling niet te gewaagd, dat over een juiste plaats-bepaling van dit vak het laatste woord nog allerminst gezegdis, en dat serieuze discussie geen luxe kan worden genoemd.En dit te minder, nu links en rechts de symptomen zichtbaarworden van den bovengeschetsten zwevenden toestand. Eenviertal mogen hier genoemd worden.1. Tot op den huidigen dag is er geen behoorlijke opleidingin de stedebouwkunde- Bij de eerste poging van najaar 1942waren slechts de exacte colleges ten voile geslaagd te noemcn.Het is inderdaad tegenwoordig vrijwel onmogelijk, de praktijkin te stappen, zonder eenige kennis van methoden van survey,of routine in ontwerpwerk. Doch deze onderwerpen warenniet ingebed in een groote lijn. Weliswaar maakte een collegesociologie deel uit van den leergang, maar begrijpelijkerwijzebood deze stof evenmin een antwoord op de vraag naar we-zen en grenzen van den stedebouw.2. De onderbrenging van den Rijksdicnst voor het NationalePlan onder het Ministerie van Openbare Werken en Weder-opbouw wijst op een bedenkelijke visie bij de Overheid vanvandaag. '3. Een overschatting van den stedebouw kan men daaren-tegen licht vinden in de uitlating van Ir. P. Bakker Schut indit Tijdschrift, nr. 1/2 van Jaargang 26, waar hij op pag. 6 zegt:,,De leiding van de aesthetische verzorging van den opbouwzal men bij voorkeur toevertrouwen aan den ontwerper vanhet ontwikkelingsplan, wien bij het ontwerpen het beeld vanhet herbouwde stadsdeel voor oogen heeft gestaan". enz.Toch kan men dit eveneens opvatten als een exponent vande richting, welke een identitcit tusschen den architect enden stedebouwkundigen schijnt te proclameeren.4. Deze laatste opvatting moet stellig de leiding van het pasverschenen blad Bouw toegedaan zijn, waar zij de behan-dehng van architectonische en stedebouwkundige vraagstuk-ken toevertrouwt aan de architectonische redactiecommissie,waarvan slechts twee der acht leden als deskundigen op hetgebied van de stedebouwkunde kunnen gelden- Wordt hierniet de figuur bedenkelijk gelijk aan die van den bijwagender architectuur ?In dezen onduidelijken toestand dient klaarheid te komen.De hoofdvraag, diei beantwoord moet worden, is dunkt mijdeze : Bestaat er een apart, volwaardig vak stedebouwkunde(planologie) ? "Zoo neen, doen wij dan niet beter, eerlijk tebekennen, dat wij gespecialiseerde architecten, civiel-inge-nieurs, sociaal-economen of juristen zijn ? Zoo ja, dienen wedan niet alien aan den slag te gaan, opdat uitsluitsel verkre-gcn worde over ons arbeidsveld, over de kern van ons werk,over de opleiding e.d. ?Een zorgvuldige verkenning van de hedendaagsche stede-bouwkunde zal aan de beantwoording van bovenstaandehoofdvraag vooraf moeten gaan. Wij zullen dan de typischeeigenaardigheden van ons vak ontmoeten. Enkele mogen hierten besluite van deze beknopte beschouwing genoemd worden.1. De stedebouw is zelden persoonlijk. Het vak leent zichniet voor het optreden van ,,richtingen". Wei manifesteerthet zich verschillend in territorialen zin : bijv. nationaal, regio-naal of locaal.2. Hiermede hangt nauw samen, dat experimenten vrijwelsteeds contrabande zijn. Stijl-verschillen vonden vroeger hunoorsprong in varieerende eischen van samenleving of in poli-tieke structuurdifferentiatie.3. Zoowel vaste plannen, welke op korten termijn wordenuitgevoerd, als flexibele plannen voor de lange baan, behoo-ren tot de opgaven- Normaal is de tweede vorm.4. De planologie heeft onmiskenbaar een stimuleerende functie.5. De stedebouw heeft een positie als de hals van een zand-looper : draden van bodemkunde, techniek, volkshuisvesting,architectuur, statistiek, recreatie, land- en tuinbouw, handel O iVerslagileden-vergaderingInstituuten industrie, sociologie en administratie, financien en economie komen er samen en gaan er vandaan. Het vak bezit even-eens een bemiddelende functic.6. Betere beoefening bracht en brengt steeds meer met zich :voortschrijdende coordineering en detailleering.Geen eigen conceptie tracht ik hier te bieden, allerminst.Daarvoor is het materiaal te overstelpend, de kennis van derandvakken te gering ; daarvoor ontbreekt met name de greepvan dengene, die de zaken overziet. Doch, om over de vraagvan de plaats van ons vak de gedachten en pennen der totoordeelen meer bevoegden in beweging te brengen, werdendeze regels geschreven.Londen als ideaalstadEen nieuw boekje uit Zwitserland, Max Bill, Wiederaufbau(1945), bevat een plan voor Londen in den trant van deideaalsteden, uitgewerkt door de Engelsche sectie van de C.I.A.M. Wij geven hierbij een reproductie van dit plan. Menziet op het plan 16 in twee groepen evenwijdig aan elkaargeprojecteerde woonstrooken, elk met 600.000 inwoners, on-derling gescheiden door groene gordels. In de breede centralezone bevinden zich in het midden dg regeeringswijk en dezakenwijk, in het Oosten een groote cultuurzone met parken,theaters, musea, de Zoo enz., en in het Westen de industrie-zone. Aan het einde van. elk woondistrict ziet men de aan-sluiting aan de ringbaan. Terrein in de omgeving van dezekopstations is gereserveerd voor plaatselijke industrie, terwijleveneens in de nabijheid van den kop van ieder woondistricteen satellietstad ontworpen is.Er loopt een verkeersader dwars door de stad, langs de cen-trale wijken.EIke eenheid van 600.000 inwoners denkt men zich opge-bouwd uit 12 gemeenten met eigen bestuur, elk dus van50.000 inwoners, gelegen in twee groepen van zes aan weers-zijden van de secundaire spoorlijn, die elke eenheid van600.000 inwoners als lengte-as doorsnijdt.De gemeenten van 50.000 inwoners hebben een station alsaansluiting op deze spoorlijn samen met een andere gemeente,verder een centrum, stadhuis, bibliotheek, bioscoop, openlucht-theater, middelbare school voor jongens en een voor meisjes,ziekenhuis, sportterreinen en zwembad.Over de wijze van bebouwing geeft het genoemde geschriftgeen verdere bizonderheden, dan alleen een voorbeeld vaneen woongebouw in woonlagen. Vermoedelijk is dit als hetnormale geval bedoeld.H. v.d. W.32\V'VIM j>-?-, /f h\/^i^ ^. ^KXS.-^ ^L? ra Jc ^ > I i^ce ? ^^W r^bfit^fc \^h fA^W- ^f 11w1^ --__ \m(^;i54r fh'1 A"'] ^y Vk i| ^ .'lip, uA ^^ V>?^4*.^^-?^g^a^ fkm'// w%!i-/A'~t-uff tF ^W^jm^ *^^1 --.V^ ,i/ J/ 1-^O^IVsT^''*p> M f\ M /^w ^*# V^,.- LM ^^t-#' 3.i v,tjKr^r fiT 3}\ \fL^ J4* t-.%> 1^"j"n \i>>^%A'K "^ TJcSh" f.^- i^ \ i-^T"-\^ m \J-^ i /- "^^ \Verslagvan de vergadering van het Nederlandsch Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw, op Zaterdag 16 Februari1946, ter behandeling van de'inleidingen van de Heeren J.Bommer, Drs. J. van Hessen en C. G. Matser over het onder-werp: ,,Ervaringen bij de herverdeeling van woonruimte eneventueel daaruit voortvloeiende wenschen ten aanzien vande wettelijke regeling van deze materie".IDe Voovzitter stelt aan de orde het onderwerp ,,Ervaringen bij de her-verdeeling van woonruimte en eventueel daaruit voortvloeiende wenschenten aanzien van de wettelijke regeling van deze materie". Alvorens hetwoord te geven aan den eersten inleider, den Heer J. Bommer, wethoudervan Amsterdam, heet de voorzitter welkom den Heer Dr. J. van derPutten, chef van de Afdeeling Hulpverleening aan Oorlogsslachtoffers vanhet Departement van Binnenlandsche Zaken, vertegenwoordiger van denMinister van Binnenlandsche Zaken, den Heer Dr. Ir. Z. Y. van derMeer, lid van het College van Algemeene Commissarissen voor denWederopbouw, vertegenwoordiger van den Minister van Openbare Wer-ken en Wederopbouw, den Heer Mr. P. A. van der Drift, Raad-adviseuraan het Departement van Openbare Werken en Wederopbouw, en denHeer Ir. H. van der Kaa, Inspecteur-Generaal voor de Volkshuisvesting.De Heer Bommer, vervolgens het woord verkrijgende, merkt op dat Bande inleiders een tweeledige taak gesteld is, immers het onderwerp omvateenerzijds de ervaringen bij de herverdeeling van woonruimte, anderer-zijds eventueele wenschen voor de wettelijke regeling van dit onder-werp. Spreker heeft deze wenschen neergelegd in eenige stellingen, diebij het begin van de vergadering zijn uitgereikt.Voor een goed begrip van de wijze van werken te Amsterdam moet mende situatie op de woningmarkt ter plaatse eenigszins kennen. Het woning-tekort is er niet zoo groot als in sommige andere gemeenten. Factoren,die de woningmarkt verlichten, zijn de geringe schade door bombarde-menten, waardoor slechts 400 woningen, verloren zijn gegaan op eentotaal van ruim 200.000, en het feit dat het Joodsche deel van de bevol-king op groote schaal door de Duitschers is weggesleept. Men spreektin dit verband van 80.000 inwoners, die niet zijn teruggekeerd. Daar-tegenover is ook in Amsterdam gedurende 5 jaar stilstand in de woning-productie geweest, hebben duizenden evacue's uit andere gemeenten hierhun intrek genomen en zijn gedurende den laatsten hongerwinter meerdan 4000 woningen door de bevolking gesloopt. Er is nu als gevolg vaneen en ander een absoluut tekort van ruim 13.000 woningen, of als menrekening houdt met een bescheiden reserve van 2% van den voorraad,een tekort van 17.000 woningen. De omvang van den wonignood mogeminder nijpend zijn dan elders vaak het geval is. hij stelt het gemeente-bestuur toch in de praktijk van den dag voor tal van problemen.Toen op 8 Mei 1945 het nieuwe gemeentebestuur optrad, zag het eener-zijds duizenden oorlogsslachtoffers van onderduikadressen, uit kampen enz.terugkeeren, die oorspronkelijk in Amsterdam hadden gewoond, maarandererzijds kwamen ook woningen vrij van gevluchte en gearresteerdeN.S.B.ers. Het gemeentebestuur heeft in deze situatie pijnlijk gemist eenwettelijke regeling, die het in staat zou hebben gesteld regelend op tetreden. Een zoodanige regeling zou hebben moeten bevatten een verbodom een woning in gebruik te nemen zonder een door het gemeentebestuuruitgereikte gebruiksvergunning, de bevoegdheid tot parate executie tegen-over overtreders van dit verbod en het recht voor het gemeentebestuurom de beschikbare woningen toe te" wijzen aan de gezinnen, die naarzijn inzicht daarvoor in aanmerking komen. Het eenige beschikbare wet-telijke hulpmiddel was het Vorderingsbeslult Woonruimte (E 103) datwel waardevol is, maar in de geschetste behoeften onvoldoende voorzag.Het gemeentebestuur heeft toen zelf een verordening gemaakt, weikeinhoudt:a) het verbod een woning te verhuren of te betrekken, zonder vergun-ning van B. en W. ;b) de verplichting voor de eigenaren (c.q. de verhuurders) om zoodraeen woning vrij komt, daarvan binnen een korten termijn aangifte te doenbij den Woningdienst;c) de bevoegdheid om daarbij een candldaat-huurder voor te dragen;d) de bevoegdheid voor hell gemeentebestuur om de woningen toe tewijzen naar eigen inzicht;e) de instelling, ter voorlichtingi van het gemeentebestuur bij deze toe- -wijzing, van een commissie van advies, waarin vertegenwoordigd zijnde huiseigenaren, de woningbouwvereenigingen en de oorlogsslachtoffers,die men gemeend heeft te bereiken via Volksherstel.Deze verordening bracht het gemeentebestuur onmiddellijk midden in dejuridische problemen, waarvan het voornaamste dit is, of het gemeentebe-stuur bevoegd is de contractsvrijheid van den eigenaar aldus te beperken.Het college is tenslotte voor zichzelf tot een bevestigend antwoord gekomenen heeft het erop gewaagd, in de verwachting dat geen hooger collegein deze nijpende omstandigheden geneigd zou zijn zijn arbeid onmogelijkte maken. Het plaatselijk Militair Gezag heeft zich hier achter gesteld,zoodat de verordening op 23 Mei van kracht kon worden. Achteraf heefthet Centrale Militair Gezag bedenkingen geuit en pogingen gedaan omde verordening ongedaan te maken, omdat men de inbreuk te sterk achtte,maar dit is tenslotte niet doorgegaan. Later, toen de bevoegdheden vanhet Militair Gezag teneinde liepen, is de verordening omgezet in eengewone gemeentelijke strafverordening. Gedeputeerde Staten hebben hier-tegen geen bezwaar gemaakt en de Kantonrechter heeft de verordeningin onderscheidene gevallen verbindend verklaard, zoodat zij ook nunog werkt. Dit neemt niet weg dat men in Amsterdam nog altijd sterkbehoefte gevoelt aan een wettelijke regeling, die het gemeentebestuur zouvoorzien van verschillende in de stellingen van spreker opgesomde be-voegdheden, waarvan de voornaamste is de bevoegdheid van den burge-meester om tot ontruiming van een wederrechtelijk bewoonde woningover te gaan.Hoe is de praktijk vian de Amsterdamsche verordening geweest ? Teenmen met dit wcrk begon was men zich bewusf dat het onderwerp eenwespennest is, Het aanta! gegadigden was veel grooter dan het aantalwoningen en dit moet leiden tot tallooze klachten. Deze verwachting iswel bevestiqd, maar toch is het erg meegevallen. Nu een aantal maandenmet het gekozen systeem is gewerkt, is de conclusie dat het inderdaadeen juist systeem is en dat er geen behoefte besfiaat om tot een anderewerkwijze over te gaan.Bij de toewijzing wordt aan bepaalde categorieen voornang verleenden Wel:1. aan de oorlogsslachtoffers, waarondei* worden verstaan degenen, dietengevolge van den oorlog te .Amsterdam een woning hebben verloren.Men hceft gemeend, dat dezen gezinnen een extra-claim op een woningter plaatse toekomt.2. In de praktijk worden hiermee gelijk gesteld degenen, met een z.g.medische indicatie, waarbij niet wordt afgegaan op de verklaring vanden huisarts, maar op die van den gemeentelijken geneeskundigen dienst.3. De gezinnen met een sociale indicatie en 4, de groote groep van hen,die elders een woning bezitten, maar die om redenen, welke bevorderlijkzijn aan een Amsterdamsch belang, ter plaatse een woning zoeken, inhet bizonder omdat zij werk hebben in Amsterdam. De jonggehuwdenkomen derhalve practisch nog niet in aanmerking.Aanvankelijk beschikte de gemeente zelf over een aantal woningen, zon-der dat daarvoor candidaat-huurders waren aangemeld, maar langzamer-hand vcranderde dit, doordat deze woningen waren uitgedeeld.De praktijk is nu langzamerhand geworden dat alle goede woningendoor de eigenaars worden aangemeld met een candidaat-huurder. Behoortdeze tot een der bovengenoemde gfoepen, dan wordt hij als regel qeaccep-teerd. Het voordeel van het gevolgde systeem is dat het publiek zelf erop afgaat. De naleving van een verordening als de onderhavige moet streng wor-den gecontroleerd, wil men ontduiking voorkomen, miaar een klein amb-telijk apparaat is daartoe niet in staat. Het publiek treedt hier nu zelfop door a.h.w. de geheele stad af te schuimen. Het ontdekt dikwijlsnog eer dan de eigenaar dat een woning leeg komt en zorgt voor aan-melding. Spreker heeft dan ook de overtuiging dat het overgroote deelvan de woningen inderdaad aangemeld wordt.Een tweede voordeel van het stelsel is dat de gegadigde zelf een keuzemaakt. Kiest de gemeente, dan krijgt men met allerlei eischen en be-zwaren te doen, die nu worden vermeden.Als derde voordeel moet worden genoemd dat men zeker is dat deeigenaar accoord gaat met den candidaat-huurder, Anders zou men gevaarloopen dat de gemeente aansprakelijk werd gesteld voor schade. Inandere gemeenten komt dit voor. Met de woningexploitianten heeft mengeen ernstige moeilijkheden gehad en er zijn ook geen klachten overde medewerking van hun kant.Sedert de inwerkingtreding van de verordening op 23 Mei 1945 zijn ruim15.000 woningen aangemeld, waarvan 7800 zijn toegewezeri aan voor-ranghouders. Dit zijn in het algeraeen goede woningen geweest. Verderis toegestaan dat 7300 woningen aan anderen zijn verhuurd.Dit warenzoodanig inferieure woningen, dat degenen, die voorrang hadden, daarvoorgeen belangstelling toonden. In totaal hebben zich in hetzelfde tijdvak8600 gegadigden aangemeld, die voorrang hebben gekregen en daarvoorzijn dus niet minder dan 7800 geholpen en slechts 800 nog niet.Spreker hoopt dat deze verhouding zoo zal blijven. Ter voorkomingvan misverstand moet erop worden gewezen dat het genoemde cijferniet betrekking heeft op de onbevredigde woningbehoefte. Deze is nietgeregistreerd en het is ook beter om dit niet te doen, zoo lang men indeze behoefte niet kan voorzien.Erkend moet worden dat het systeem ook nadeelen vertoont.In de eerste plaats dit nadeel, dat het publiek wordt aangemoedigd zichmet de huiseigenaren in verbinding td stellen. Voor alles wat bij dezeonderhandelingen voorvalt, zou spr. niet graag de verantwoordelijkheidop zich nemen. Er zal stellig in een aantal gevallen met sleutelgeld wordengewerkt.Een tweede nadeel is dat niet voldoende rekening kan worden gehoudenmet de dringendheid van de behoefte. Men kan zich een stelsel denkenmet zorgvuldige selectie, waarbij het aantal kinderen en lallerlei andereomstandigheden de volgorde bepalen. Dit is bij het gevolgde systeemniet toe te passen. Men stelt slechts vast of de opgegeven candidaat aldan niet tot een categoric met voorrang behoort.Tenslotte moet als nadeel worden genoemd dat de actieven het vlugstworden geholpen. De niet-actieven bemerken dan dat later gekomenenvlugger in het bezit van een woning zijn geraakt en komen dan metklachten.Spreker meent echter dat de voordeelen toch overwegen. Het is mogelijkte volstaan met een klein ambtenarenapparaat, wat in dezen tijd vanbureaucratie een groot voordeel is. Het geheel is ondergebracht bij denWoningdienst en wordt met ruim 40 man personeel in gang gehouden,daaronder begrepen de ambtenaren/ van den buitendienst.Het is van het grootste belang dat dit apparaat klein blijft. Bij maatre-Verslagleden-vergadcringInstituutgelen ah deze moet men steeds een juiste verhouding in acht nementusschen de regeling en het apparaat, dat belast is met de uitvoeringen men zal tenslotte van op zichzelf voortreffelijke maatregelen moetenafzien, als het apparaat, dat de uitvoering kan verzekeren, niet aan-wezig is.In het voorbijgaan wil spr. melding maken van de moeilijkheden vanterugkeerende oorlogsslachtoffers, die van hun meubilair beroofd waren.In de eerste weken na de bevrijding kwamen ook vele woningen metmeubilair ten gevolge van de raassale arrestaties beschikbaar. Aanvanke-lijk was dit een chaos, maar later zijn door het Militair Gezag te dezenaanzien regelen uitgevaardigd. Er is een gemeentelijk bureau met dezezaak belast. De bedoeling was eerst dat alles zou worden getaxeerd,genummerd, geinventariseerd en opgeslagen, totdat de tribunalen . uit-spraak zouden hebben gedaan. Het gemeentebestuur heeft deze mede-werking geweigerd, omdat de noodige pakhuisruimte ontbrak. Er is toengoed gevonden dat de meubelen in de woningen zouden blijven. Vangemeentewege is de voorwiaarde gesteld dat geen woning zou wordenovergenomen, voordat de inboedel geinventariseerd is door iemand vande zijde der gemeente met een taxateur en iemand van de B.S. Vanhet met dit werk belaste bureau is veel gevergd. De resultaten over-ziende is spreker niet ontevreden. De beschikbare gemeubileerde wo-ningen werden doorgegeven aan het bureau, dat met de distributie vanwoonruimte belast is en dat zorgt voor de toewijzing van de woningen.De huurder teekent een bewaarovereenkomst met inventarislijst. Alduszijn rond 1000 gezinnen geholpen aan een gemeubileerde woning. Enkeleweken geleden is deze bemoeiing overgedragen aan het Beheersinstituut,De Amsterdamsche praktijk is nu richtsnoer geworden voor de landelijkeregeling van dit onderwerp.Spreker wil thans eenige van zijn stellingen nader toelichten.De derde stelling betreft de wenschelijke uniformiteit in de beoordeelingvan aanvrageii om vestigingsvergunning. Zooals gezegd wordt te Amster-dam voorrang verleend aan hen, wier vestiging voor het maatschappelijkleven ter plaatse van belang is. In de praktijk staat men voor de vraaghoe te handelen ten aanzien van gezinnen, die aan dezen eisch nietvoldoen, maar die elders hun onderdak verloren hebben. In het algemeenwijst men te Amsterdam deze aanvragen af, met deze uitzondering datin het kader van de actie ,,Amsterdam helpt Arnhem" voor Arnhemschegezinnen wel woonruimte beschikbaar wordt gesteld. Dergelijke gezinnenworden overigens een speelbal tusschen de verschillende gemeenten. Ze.moeten met hun aanvrage van de eene gemeente naar de andere enworden overal afgewezen. Het onderwerp wordt nog meer actueel, nude repatrieerenden uit Indie aan onderdak moeten worden geholpen.Spreker dringt erop aan dat door onderling overleg van de gemeentebe-sturen onder leiding van het Departement hiervoor een uitweg wordtgezocht. Het gaat om de redelijke verdeeling van een nationalen last.De vierde stelling raakt de toepassing van het Vorderingsbesluit Woon-ruimte. Van het Vorderingsbesluit is te Amsterdam niet onmiddellijkgebruik gemaakt, omdat de eigen verordening het mogelijk maakte tebeschikken over de vrijkomende woningen; alleen voor bewoonde wo-ningen bestond dus behoefte aan vordering. De situatie, waarbij tegen-over elkaar stonden het feif] dat vele terugkeerende oorlogsslachtoffersgeen woning hadden en het feit dat vele gezinnen van N.S.B.ers encollaborateurs wel over een woning beschikten, leidde tot sterken aan-drang op het gemeentebestuur om deze laatste groepen in haar geheeluit haar woningen te zetten, maar later zijn de waarschuwingenluider geworden, die er op wezen dat dit in een rechtstaat niet geoor-loofd is, voordat de procedure tegen deze lieden ten einde is. Te Am-sterdam is een middenweg gevolgd. Men heeft niet, na 5 jaar onderDuitsch bewind te hebben geleefd, de Duitsche methodes willen voort-zetten, maar evenmin willen berusten in de onrechtviaardige situatie datallerlei lieden, die vaak uit achterbuurten zijn gekomen en dank zijde bezetting een behoorlijke woning hebben gekregen, deze zouden kunnenbehouden. Elk geval moet echter afzonderlijk worden bekeken. Het ge-meentebestuur heeft een lijst toegestuurd aan de P.O.D., met de gedachtedat deze zou adviseeren of de bewoners al dan niet mede aansprakelijkkonden worden geacht voor de catastrophe. De P.O.D. is hiertoe echternooit gekomen. De terugkeer vian Joden, die soms N.S.B.ers in de doorhen verlaten woningen vonden, verergerde den toestand. Het gemeente- ,bestuur heeft toen besloten de zaak zelf ter hand te nemen. Er zijn driecommissies gevormd waarin o.a. zitting hebben menschen van Rechtsherstel,en P.O.D. De ervaring is geweest dat de commissies in vrij veel gevallenuitzetting ontraden. Van 242 gevallen is tot vordering geadviseerd 124maal, tot het tegendeel 118 maal.Eerst is hier incidenteel te werk gegaan, maar nu worden groepen vangezinnen, waarvtan het hoofd gearresteerd is, gelijk aangeschreven, waarbijhun de gelegenheid wordt geopend samenwoning te zoeken met een gezin,dat in dezelfde omstandigheden verkeert en geschiedt dit niet binnen zeke-ren termijn, dan volgt, na onderzoek, vordering van de woning. De gevolgdegedachtengang is, dat naarmate de woningnood toeneemt -- en dat zalin het eerst nog onvermijdelijk zijn -- de bevolking meer zal moeteninschikken en dan is het billijk dat degenen, die mede verantwoordelijkzijn voor de catastrophe, voorgaan. Soms zijn de omstandigheden, waarindeze gezinnen wonen, zoo dat toch geen verbetering zou worden bereikt.De ervaring is dat van deze werkwijze een krachtige preventieve wer-king uitgaat. Velen nemen vrijwillig anderen in huis. De terugkeerendegedetineerden worden naar gelijkgezinden verwezen en nemen daarook hun intrek. Er zal moeten worden gewaakt dat geen sociaal ontoe- o -ilaatbare toestanden ontstaan, ook niet onder de N.S.B.-gezinnen. ?J?JVerslagJcden-vergaderingInstituut34Hoewel de vordering dus in het algemeen alleen dienst doet als stok achterde deur, zou spr. het betreuren als de mogelijkheid tot vordering ookvoor deze gevallen niet aanwezig zou worden geacht.Den laatsten tijd zijn eenige moeilijkheden ontstaan met de rechterlijkemacht. Er begint zich een nieuwe advocatenpraktijk op dit terrein tevormen. De gemeente is in processen gedagvaard en de rechter toont deneiging zich tegen vordering te verzetten, indien de bewoner een huur-contract heeft en geen verbodsbepaling overtreedt.Spreker is dankbaar voor het wetsontwerp tot? wijziging van het Vor-deringsbesluit, in zooverre dit het beleid van den burgemeester onttrektaan de beoordeeling van den burgerlijken rechter en kan er zich ookmee vereenigen dat dan nadere richtlijnen voori de toepassing wordengegeven, maar dringt erop aan dat voonaf overleg wordt gepleegd metde gemeentebesturen, die immers over uiteenloopende ervaringen beschik-ken. In het bizonder hoopt spr., dat de nieuwe richtlijnen niet aan depnaktijk te Amsterdam in den weg zuUen staan.Het wetsontwerp beoogt ook een bevoegdheid tot vordering toe te ken-nen aan een Rijksinstantie, t.w. aan de Provinciale Bureaus VerzorgingOorlogsslachtoffers. Dit kan tot moeilijkheden leiden, omdat aldus tweeinstanties in een gemeente woningpolitiek kunnen gaan beoefenen. Waareen goed geoutilleerde gemeentedienst aan het werk is, late men dehanteering van het besluit aan dezen dienst over. Te Amsterdam heeftspr. van het Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers tot nu toe weiniggemerkt. Alleen heeft het bureau medewerking verzocht ter verkrijgingvan woningen voor het personeel.Dan de hergroepeering van huishoudens. Te Amsterdam is getracht, dealleenwonenden te animeeren tot samenwoning, maar het resultaat isniet groot geweest. Men ontmoet bij deze actie ook tragische gevallen,bijv. een vrouw, wier man gefusileerd is eri die zich beklaagt dat menhaar nu ook nog haar woning wil ontnemen. Als subsidiaire mogelijk-heid wordt het afstaan van kamers genoemd. Voorloopig zal met deactie tegen N.S.B.ers enz. worden doorgegaan, maar straks zullen dras-tischer maatregelen tot hergroepeering van huishoudens onvermijdelijk zijn,waarbij het vrijmaken van woningen op den voorgrond moet staan. Menzal hierbij voor oogen moeten houden dat zich de tendens voordoettot kleiner wonen. De nivelleering van inkomens en het gemis aanhuishoudelijke hulp werkt dit in de hand. Tal van bestaande woningenvoldoen hieraan niet. Er zal dus een proces tot splitsing optreden, datde overheid beter in de hand kan houden. Ook de materialenschaarschteis hierbij in het spel, aangezien de splitsing van bestaande woningen hetmogelijk maakt den woningvoorraad met geringe offers aan miaterialen tevergrooten. Zoo noodig zal hier tot vordering overgegaan moetenworden.De premieregeling voor woningverbetering zou hieraan dienstbaar moetenworden gemaakt. Het voordeel hiervan is dat de overheid dan voorwaar-den kan opleggen; zij kan er voor zorgen dat de eigenaar geen hoogerrendement verkrijgt en dat de woning bewoond wordt door een bij degrootte passend gezin.Opzettelijk heeft spr. niet gerept over de kamers. Een distributie vankamers zou spr. zoolang als dit maar eenigszins mogelijk is willen uitstellen.In dit opzicht iets dwingend voorschrijven is hachelijk, omdat de over-heid daarmee de verantwoordelijkheid op zich laadt voor de consequen-ties. Spr. hoopt dat een tijdige aanbouwl het mogelijk zal maken vaneen ter hand nemen van dit onderwerp af te zien.Hiermee heeft spr. eenige ervaringen uit de hoofdstad: medegedeeld eneenige wenschen geuit inzake de wettelijke regeling. Hij zal met grootebelangstelling luisteren naar wat in andere gemeenten is geschied entwijfelt er niet aan of deze uitwlsseling vian ervaringen zal vruchtbaarzijn voor het vinden van de juiste lijn.Vervolgens is het woord aan den Heer C. G. Mafser. waarnemend bur-gemeester van Arnhem. Deze wijst erop dat de omstandigheden in zijngemeente geheel anders zijn geweest dan in Amsterdam. Gedurende 8a 9 maanden is de geheele bevolking van Arnhem geevacueerd geweesten daarna kon zij geleidelijk terug keeren. Het was aanvankelijk nietmogelijk, alleen al om hygienische redenen, de stad zonder meer vrij tegeven, maar thans is de herbevolking vrijwel volledig voltrokken. Vande bevolking, die voor de evacuatie waarschijnlijk 97.000 tot 100.000beliep, is nu 95% in Arnhem weer woonachtig.Tijdens de evacuatie-periode heeft het gemeentebestuur voorbereidendebesprekingen gevoerd, o.m. inzake het noodherstel van de beschadigdepanden, waarvan de beteekenis hieruit kan blijken, dat slechts 200 pan-den zonder noodherstel bewoonbaar waren. Rond 3500 woonperceelenwaren totaal vernield op een totJaal van 27.000. Het gemeentebestuurheeft zich beraden over de methode van herbevolking. Er ontstond uiter-aard direct aandrang tot terugkeer, waaraan aanvankelijk geen gevolgis gegeven. In overleg met het Militair Gezag is een verordening totstand gebracht, waarbij het verboden werd ter plaatse te wonen, daar-onder ook begrepen aldaar nachtverblTjf te hebben, tenzij men een op-roeping had ontvangen of in het bezit was van een woonvergunning.De toelating is in het begin beperkt tot de gevallen, die dringend noodigwaren voor den wederopbouw. De gezinnen van de toegelatenen zijneerst ook buiten Arnhem gehouden, zoodat er een mannengemeenschapwoonde, waarvan de verzorging door de U.V.V. ter hand is genomen.Dit heeft gunstige resultaten opgeleverd. Intusschen kwam een toene-mend aantal personen de noodzakelijkheid van hun aanwezigheid terplaatse bepleiten. De politie-maatregelen waren onvoldoende om denterugkeer van al deze personen te beletten en waren ook niet voldoendete maken. Bovendien werden vele evacue's teruggestuurd uit de gemeente.die hen tijdelijk geherbergd had, Aanvankelijk was slechts het deel vande gemeente boven da spoorbaan vrijgegeven, omdat het overige deelnog voor militaire doeleinden gereserveerd was. De ambtenaren, die aandeze gezinnen onderdak moesten verschaffen, stonden derhalve voor eenbizonder zware taak, die nog bemoeilijkt werd, doordat de levensmid-delenkaarten, die de terugkeerenden meebrachten, ter plaatse ongeldigwaren. Aan de woonvergunningen is toen verbonden een automatischeuitreiking van distributie- en andere bescheiden. AUerlei bedrijven eninstellingen toonden een wedijver om voor hun personeel zooveel mogelijkwoonvergunningen te bemachtigen, wat de situatie wederom moeilijkerraaakte.Het gemeentebestuur heeft toen er naar gestreefd de bevolking zoo snelmogelijk te laten terugkeeren, nadat eenmaal het bestuursapparaat, inhet bizonder de diensten van gemeentewerken en bouwtoezicht, wederwaren opgebouwd. De wethouder voor Sociale Zaken heeft zich per-soonlijk belast met het in toepassing brengeri van een systeem, dat hetmogelijk heeft gemaakt per dag 1000 bewoners te laten terugkeeren.Terwille van dit tempo heeft het gemeentebestuur met de formeele zijdede hand moeten lichten. Ten einde de gezinnen, wier woning verwoestwas aan een andere woning te helpen, kon men uiteraard beschikkenover de vrijgekomen woningen van N.S.B.ers e.d. Getracht is zooveelmogelijk vooraf overleg te plegen met de eigenaren, maar de vereischtesnelheid maakte dit veelal onmogelijk. Van de zijde der huiseigenarenis groote medewerking verleend. Slechts een enkele maal is een boozeeigenaar zich komen beklagen. Met de woningbouwvereenigingen en hetbestuur van de organisatie der huiseigenaren is overleg gepleegd. Debonding van alle partijen werd sterk beinvloed, doordat ieder dezelfdeellende had doorgemaakt.Een moeilijkheid was dat het gemeentelijk bureau, dat de leiding in han-den had, moest worden bezet met menschen die met woningaangelegen-heden niet vertrouwd waren. Eerst langzamerhand konden alle ambte-naren terug komen. Getracht is het ambtelijk apparaat klein te houdenen de menschen zooveel mogelijk zichzelf te laten helpen. De ondervindingheeft geleerd dat aan de burgerij zelf, mits onder behoorlijke leiding,ook wel iets kan worden overgelaten.Naast de moeilijkheid dat rond 34 van de woonruimte aanvankelijk nietbeschikbaar was (ruim 2500 woningen vernield, 1000 onherstelbaaren ruim 2000 zwaar beschadigd, maar herstelbaar) stond de moeilijkheidvian het onderbrengen van groote instellingen, die vroeger in Arnhemgevestigd waren geweest. De gebouwen van de rechterlijke macht, de pro-vinciale griffie enz., lagen juist in het gebied van de vernielingen. Het zoueen beleidsfout zijn geweest als het gemeentebestuur niet had medegewerktom deze instellingen te doen terugkeeren. In het niet-verwoeste gebied zijndan ook woningen voor dit doel beschikbaar gesteld, wat mogelijk is ge-weest zonder dat een woning is gevorderd en zonder onaangenaamheden.Nu kan gezegd worden dat Arnhem inderdaad weer als van ouds be-stuurscentrum is.Bij het uitgeven van woonvergunningen is laanvankelijk de eisch gestelddat de woning aan redelijke eischen van bewoonbaarheid voldeed, waarbijtegen een lichte beschadiging geen bezwaar werd gemaakt. De grootemoeilijkheden hebben tengevolge gehad dat deze gedachte is prijs gegevenen dat men genoegen neemt met de bewoonbaarheid van enkele ver-trekken.Ook in Arnhem huldigt men de opvatting, dat de Arnhemsche gezinnenmoeten voorgaan. Veelal is dit slechts mogelijk langs den weg der samen-woning. Men heeft aan de/ daarvoor in aanmerking komende gezinneneen circulaire gestuurd, waarin aangeraden wordt vrijwillig tot het op-nemen van anderen over te gaan, en gewaarschuwd dat anders dwangzal volgen. Heeft dit geen* gevolg, dan gaat een tweede aanschrijvinguit, waarin drie of vier gezinnen met name worden genoemd, waaruit debewoner een keuze mag doen. Men kan niet zeggen dat dit stelsel geheelgeslaagd is. Een speciale afdeeling van den dienst van Bouwtoezicht enWoningvoorziening spoort de gevallen op, die voor samenwoning in determen vallen. De ervaring leert dat men dikwijls in het eerst geen be-zwiaar maakt, maar dat daarna de moeilijkheden komen. Bij het intredenvan den winter bleek, dat vele toestanden ontoelaatbaar waren. Eenenquete heeft geleerd dat 1000 a 1200 samenwoningen niet zonder meerden winter konden ingaan. Het herstel is veelal zeer primitief geweesten kon ook niet anders zijn bij gebrek aan materialen.Is een perceel of perceelsgedeelte betrokken zonder vergunning, dan wordtop grond van de gemeentelijke verordening eerst een aanschrijving ge-richt tot den overtreder, daarna nog eens een Waarschuwing, waarindag en uur zijn vermeld, waarop van gemeentewege tot ontruiming zalworden overgegaan, indien de overtreder volhardt. Zoo noodig wordtdan door gemeentewerken met medewerking van de politic tot ontruimingover gegaan.Spreker vertrouwt dat het zal gelukken aan de geevacueerden aldus onder-dak te bezorgen en de ontoelaatbare samenwoningen op te heffen. Deaanbouw van 280 noodwoningen kan ook eenige verlichting brengen.Bij het herstel is de beeindiging van het regiewerk een remmende om-standigheid geweest. De medewerking van de eigenaren aan het herstelis niet groot. Er zijn nog groote perceelen, die geschikt zijn te makenvoor samenwoning. De geringe geneigdheid van de eigenaren om in ditopzicht mee te werken is deels een gevolg van financieele onmacht, deelsvan vrees dat geen vergoeding zal worden toegekend. Overleg terzakeheeft weinig resultaat gehad. De circulaire van den wederopbouw van25 Januari 1.1. is in dit verband zeer verheugend.Hoe is thans de situatie ? Er zijn 483 aanvragen, omvattende 1887 per-sonen, om toelating. Hierbij zijn buiten beschouwing gelaten degenen,die onderdak zijn in cnkele massa-verblijven. Alan verzoeken van niet-Arnhemmers, die ook inkomen, kan uit den aard der zaak niet wordenvoldaan, dan alleen als zij een ambtelijke functie ter plaatse bekleedenof een andere dringende reden hebben. De commissie ter beoordeelingvan deze aanvragen komt regelmatig bijeen. Een groote moeilijkheid leve-ren de jonggehuwden op, wier aantal buitengewoon groot blijkt te zijn.Een geheele woning is voor' deze dategorie niet beschikbaar, zij moetenzich dus vergenoegen met kamers en etages.Ook de oiiden van dagen vormen een vraagstuk. Juist voor hen is betzeer pijnlijk, als zij nog steeds buiten de gemeente moeten blijven, door'dat verscheidene van de groote gestichten in Arnhem verwoest zijn. Naarschatting verblijven nog 1000 a 1200 bejaarden buiten de stad. Gelukkigzijn thans een paar gebouwen voor dit doel beschikbaar gekomen, zoodat400 a 500 ouden van dagen toegelaten kunnen worden.Spreker giaat vervolgens over tot een toelichting van de wenschen, diehij in zijn stellingen heeft neergelegd.1. Arnhem stelt zich op het standpunt dat ieder, die in het bevolkings-register was ingeschreven, mag terugkeeren, dus ook de geevacueerdenuit het Westen (den Haag o.a.) die voor de evacuatie van Arnhemdaar ter plaatse onderdak hadden gevonden. Spreker acht het echtergewenscht dat de centrale overheid een onderzoek instelle naar de moge-lijkheid van huisvesting Van deze categorie.2. De samenwoning zou veel aannemelijker kunnen worden gemaakt,door wijzigingen in de woning-inrichting, in het bizonder door het inrichtenvan een geimproviseerde keuken. De woninghuur zou dan zoodanigmoeten worden gesteld, dat de kosten van verbouwing gedekt kunnenworden. Het huurprijzenbureau dient de huur dienovereenkomstig vastte stellen. Aan den burgemeester worde de bevoegdheid verleend derge-lijke verbouwingen dwingend voor te schrijven.3. Bij de toepassing van het vorderingsrecht moet men indachtig blijvendat dit zeer ingrijpt ; andererzijds mogen de klemmende 'aansprakenop onderdak vtan de dakloozen niet uit het cog worden verloren. Sprekersluit zich aan bij de opraerking van den vorigen spreker over een advo-catenpraktijk, die bezig is zich te vormen.Aan de vordering gia vooraf het advies van een ambtelijke commissie,waarin het burgerelement vertegenwoordigd is.Men kan zich voorstellen dat hooger beroep tegen vordering wordt open-gelaten of dat de hanteering van deze bevoegdheid lafhankelijk wordtgesteld van voorafgaande goedkeuring door hooger gezag, maar beideraethodes hebben bezwaren. Het eerste leidt tot ondermijning van hetgezag, het tweede is tijdroovend. Een commissie waarin huiseigenarenen bouwvereenigingen vertegenwoordigd zijn, is verkieselijk. Een moei-lijkheid blijft wie als representatief voor een bepaalde groep moet wordenbeschouwd. Spreker legt er den nadruk op dat de commissie bedoeld isals adviescommissie en dat de beslissing bij den burgemeester dient teblijven.4. De Minister van Binnenlandsche Zaken heeft een circulaire doenuitgaan, waarin hij bezwaar maakt tegen toepassing van het vorderings-recht ten behoeve van gezinnen, welke de woning krachtens rechterlijkvonnis moeten ontruimen. In Arnhem leidt dit tot moeilijkheden, omdat opgroote schaal gewerkt is met de woonvergunningen om tijd te winnenen omdat aanvankelijk de eigenaren en bewoners niet bereikbaar Waren.Het is nu moeilijk aan den wensch van den Minister te voldoen; als hetpubliek hiervan de lucht zou krijgen kan er een massale verzetspolitiekontstaan, die bedenkelijk zou worden.5. De schadevergoeding levert praktisch geen last op. Het prijzenbureaukan als beroepsinstantie fungeeren.6. De landelijke overheid zorge voor een inventarisatie van den woning-voorraad en voor de invoering van een wet op de woningdistributie inden zin van de Amsterdamsche en Utrechtsche verordeningen.7. Handhaving van het vorderingsrecht is wenschelijk. Ook als men debevolking eenigszins bevredigend onder gebracht heeft, moet men instaat zijn aanpassing) tot stand te brengen bij de veelvuldig optredendewijzigingen. De ervaring leert dat de samensteUing der gezinnen opmerkelijkveel mutaties ondergaat.8. Het voorstel van het wetsontwerp tot wijziging van het Vorderings-besluit Woonruimte, in zooverre het naast den burgemeester het BureauVerzorging Oorlogsslachtoffers bevoegd wil verklarem tot vordering, isverwerpelijk. Spreker sluit zich aan bij de opmerking van den Heer Bom-mer over het gevaar dat twee insfianties in een gemeente woningpolitiekgaan beoefenen. Overigens is de samenwerking met het genoemde Bureaute Arnhem zeer goed te noemen.9. Ten aanzien van het opleggen van woningherstel heeft spreker reedseen opmerking gemaakt. De circulaire van 25 Januari kan hier gunstigwerken.10. In een gemeente als Arnhem, waar bedrijven of belangrijke instel-lingen wederom aan ruimte geholpen moeten worden, mist men de be-voegdheid om ook voor deze doeleinden ruimte te vorderen. Hier zalsteeds een afweging van belangen moeten plaats vinden, waarvoor menregelen zou kunnen stellen.Spreker uit tenslotte de hoop dat het medegedeelde aanleiding zal geventot een uitwisseling van gedachten.(Wordt vervolgd)(Voor de stellingen zie het vorige nummer)Adressen enz. uitgaande van het InstituutVoor-ontwerp van wet op de bedrijfschappenDoor het Instituut is d.d. 4 Maart 1946 onderstaand schrijven gezondenaan den Minister van Handel en Nijverheid.Excellentieffet dagelijksch bestuur van het in hoofde dezes genoemde Instituut maaktgaarne gebruik van de door Uwe Excellentie geopende gelegenheid omnaai^ aanleiding van het voor-ontwerp van wet op de bedrijfschappeneenige opmerkingen te maken. Het acht zich hiertoe verplicht, omdat ditontwerp, zoo het wet mocht worden, belangrijke consequenties zou kunnenhebben voor de volkshuisvesting. De gedachte ligt voor de hand dataan de regeling van het wetsontwerp ook toepassing zal worden gegevendoor de instelling van een bedrijfschap voor den woningbouw of inruimeren zin voor de woningvoorziening, waarin dus wellicht vertegen-woordigd zullen zijn hypotheekbanken en andere financierende lichamen,misschien exploitanten van bouwterrein, producenten van en handelarenin bouwmaterialen, bouwondernemers, aannemers, bouwvakarbeiders, wo-ningexploitanten van verschillend type (particuliere exploitanten, woning-bouwvereenigingen, gemeenten), terwijl de verordenende bevoegdheidingevolge art. 20, eerste lid; in dit geval zou meebrengen, dat het be-drijfschap een beslissenden invloed ^ zij het ook onder overheidstoe-zicht -- zou oefenen op den omvang van de productie van woningen,op de huren der woningen, op het technisch en economisch peil van hetbouwbedrijf en op de normalisa
Reacties