>l;as@s!f??f?a?ts?f-__Vol? wnif1iMSt ""'i^^^^ff^ Mi: '^^'"uuuOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vestSng en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwJuili-Juli 1946 27e Jaargang no. 6/7dot kost geld!Proefnemingen in Amerika hebb?i b?-wezen dat een te lage temperatuui ineen wcrkplaats of fabriek de aibeidsca-paciteit op ongekend* wijie rermindertHet it voor elken fabrieksdirecteur dusvan het allergrootstabelang, zijn gehselebedrijf (nauwkeurig) tot d? juiate tem-peratuui le verwannan. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wyze ?ar-warmd en gevantilesrd wenscht te lien.? vraag onzen deskundige dv> eens omeen adviai.E.NDHo3tN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteit in het aanleggen '?^ti labrlsksapparalen voor verwarmingbevochtiging ? ontnevellng - droging en koeling.N.V. MOLYN^COROTTERDAMphilips' bouwbedrijfwederopbouw-adresvelsenJan kostelijklaan 30tel.'4484spruitenboschstraat 1 7tel. 16902HaarlemWEDEROPBOIW143TIMMER-ENAANNEMERSBEDRIJFL.VAN DERVLIETKantoor en Werkpl.: Gilles van Ledenberghstraat 126AMSTERDAMTELEFOON 83684-32638 NA 6 UUR: 84971b beton-boaifr en iraterbonwknndige werkenModerne ontwerpen van IndustriewijkenBij het artikel onder dezen titel van den Heer Ir. L. H. J.Angenct in het Februari-nummer waren eenige afbeeldingenopgenomen. Enkele daarvan bleken na het afdrukken onvol-doende leesbaar te zijn. Zooals wij in een volgend nummerhebben aangekondigd, zijn onmiddeHijk pogingen in het werkgcsteld om deze afbeeldingen door betere te vervangen. Wijzijn er thans in geslaagd dit voornemen tot uitvoering tebrengen. De nieuwe afbeeldingen zijn op dit vel afgedrukt.Wij verzoeken den belangstellenden dit vel bij het artikel inhet Februari-nummer te willen voegen.INDUSTRIEGEBIED WEESPERTREKVAART AMSTERDAMo So loo Zoo 3oo Aoe 9oo 700 loooUlTBPEIDINGSPLAH BJMCI^tiOPST:5CHAAL ',WON INC BOUu(?fi??SM)BESTAANDE BEBOUWING^POOCV/ECi DOE LEINDENPCOPICLVc~LOSWAU.___RUWSC-.12 ___TE_3..IMiOFIEL H "^yLO&WAL ttwweo r.: ., :h''EOFIEL A 1f PEOFIEL ATE BU,P I UyWEG.li_l_li?_.[ 8WiJre BywECMET SPOKENEUUEG1re i, i-3-,Ifc^ ^-TB.-3..BWWEC MET SW19>,,., iiV:ewBC T?oTJ LINDUSTRIEGEBIED VD SCHINKEL TE AMSTERDAM'^'^1 ^j,W....:....M*-"i\h -j.U-ii-* -7L--D-iw^ii- ^''"'fr~''^v"^^U ^^_ STRAATHOEKEN^.iWmnnonr^^JJ^ "HPOOFIEL AE?0- - 700 ?JB-PROFIEL Br?tn9.00L 1A00-^--UITCEGEVEN TEBBEINEN ES3 PLANT50ENBEBOUWING cm WATEt;TESPEINEN VOOC GEM DOELEINDENPBOFIEL C U^-j ftj IB j yTijdschrift voorVolkshuisvestinjJuni-Juli 194627e Jaargang -- No. 6/7Maandbladen StedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloeraers, J. Bomraer, Ir. H. M. Buskens, ]hr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeMedewerker voor den Wederopbouw: Dr. Ir. Z. Y. van der Meer, Lid van het College van Algemeene Commissarissenvoor den WederopbouwAdres voor Redactie en Abonnementenj Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties; Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128In Memoriam Ir. Herman Thomas Karsten22 April 1884--eind April 1945Onder de velen, die Indie tijdens de Japansche bezetting ont-vielen, neemt, voor ons stedebouwkundigen, Thomas Karsteneen bizondere plaats in.Niet alleen was hij de Nestor, die gedurende de geheele pe-riode van zijn verblijf in Indie (vanaf 1914) zich voornamelijkop stedebouwkundig gebied bewoog, maar hij was tevens deman, die de richtlijnen duidelijk en nauwkeurig uitstippeldc,op welke wijze de stedebouw zich hier moest ontwikkelen vanincidenteele uitbreidingsplannen tot doorgewerkte organischeen functioneele stadsplannen met hun detailplannen en wette-lijke bases, als resultaat van diepgaand sociaal, sociologisch,economisch onderzoek.Het was Karsten, die zijn stempel drukte op deze ontwikke-ling; men zou kunnen zeggen, dat hij den Indischen stedebouwals eenling gedurende al die jaren persoonlijk heeft geleid.Karsten wist de problemen voortreffelijk juist te analyseerenom daarna door synthese tot de oplossing te komen. Hij koner moeilijk toe komen om op onvoldoende gegevens een beslis-sing te nemen, een eigenschap, die velen (in commissoriaalwerk bijvoorbeeld) zagen als een onnoodige vertraging, dochdie in werkelijkheid de garantie gaf, dat het door Karstengeproduceerde werk zoo grondig mogelijk doordacht was, zoo-dat het dikwijls grensde aan perfectionisme.Als mensch was Karsten allerminst een normale figuur. Voorvelen was hij daardoor dikwijls niet geheel begrijpelijk, maarvoor hen, die met hem werkten, strevend naar dezelfde doel-stelling, was hij niet alleen de leider, maar tevens een char-mante vriend, waarop men steeds ten voile kon bouwen.Karsten zag het maatschappelijk ideaal in het collectivisme. Indezen gedachtengang waren zijn plannen dan ook steeds dui-delijk gebaseerd op het belang van het algemeen in den ruim-sten zin des woords. Bevoorrechting van de eene bevolkings-groep boven een economisch zwakkere werd door hem angst-vallig vermeden.Door deze eigenschappen, die gepaard gingen aan een onver-flauwde werkkracht, fijn esthetisch en sociaal gevoel, zijninteresse voor de specifiek-Indische zijde van de problemen envolledige concentratie, maakte hem in de achter ons liggendeontwikkelingsperiode van Indie tot de leidende figuur op zijngebied.Hij werd door de vertegenwoordigers van alle gezindten,klassen en rassen, beschouwd als een volkomen betrouwbaar,onbevooroordeeld, eerlijk en tevens deskundig mensch, endoor zijn autoriteit was hij dikwijls in staat de verschillendegezichtspunten in onderling begrijpen samen te brengen, waar-door conflicten werden vermeden. Ware hij thans nog inleven, zijn persoonlijkheid zou ongetwijfeld na de capitulatievan invloed zijn geweest om de van elkaar vervreemde groe-pen weer nader tot elkaar te brengen.Aanvankelijk in Indie deel uitmakend van een architecten-bureau in samenwerking met collega's (Maclaine Pont, Lut-jens en Toussaint, Schouten, Schijfsma) en na 1933 zelfstan-dig, zien wij hem steeds meer de eigenlijke achitectuur latenschieten ten bate van den stedebouw. Zijn specialiseering opdit gebied, doet hem dan in groeiende mate optreden alsstedebouwkundig-adviseur voor diverse steden, waarvan tenoemen zijn: Semarang, Buitenzorg, Malang, Magelang,Poerwokerto, Batavia, Mr. Cornells, Cheribon, Bandoeng,Djocja, Palembang, Padang, Medan en Bandjermasin.Het contact met deze objecten van de Decentralisatie leiddeer toe, dat hij een vooraanstaande figuur innam in de Veree-niging voor Locale Belangen, o.a. als bestuurslid, voorzittervan de Sociaal Technische Commissie, lid van de SociaalEconomische Commissie en bestuurslid van de PlanologischeStudiegroep. In verband met deze vereeniging is te wijzenop de vele publicaties van zijn hand en zijn geest; o.a. deperiodiek ,,Locale Techniek", hetboekje: ,,Het Indische Stads-beeld Voorheen en Thans", ,,Indische StedebouwkundigeRichtlijnen", ,,De Financiering van de Stadsvorming", ,,Indi-sche Stedebouw" (1920 en nog in hoofdzaak actueel), ,,KorteHandleiding voor de practische rooilijnpolitiek in Gemeentenen Regentschappen", ,,Gesloten Bebouwing voor Woning-bouw" en ,,De beteekenis van hun landelijke periferie voor deIndische steden".De quintessence van zijn stedebouwkundig inzicht verwerkteKarsten, in samenwerking met Prof. Logemann en Mr. Hensin het concept voor de ,,Stadsvormingsordonnantie" met uit-gebreide toelichting (1939), dat we als handboek voor denIndischen stedebouw kunnen beschouwen.In het bizonder interesseerde Karsten zich ook voor hetstedebouwkundig onderwijs, waarin hij het middel zag omde stedebouwkundige behandeling meer ten voile tot haarrecht te doen komen. Als zoodanig was het dan ook toe tejuichen, dat hem de gelegenheid werd gegeven, zij het danook zeker in te beperkten omvang, om het vak Planologie tedoceeren aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng.Ziekte en daarna de inval van Japan maakten, dat hij ditslechts gedurende een half jaar heeft kunnen volhouden.Tijdens zijn Indische periode ging Karsten slechts een enkelemaal met buitenlandsch verlof. Van echt verlof kon men nietspreken, het werd steeds een studiereis.Zoo zieh we hem in 1930--1931 voor het laatst in Europaen Amerika. Zijn liefde en interesse voor Indie stempelenhem tot een ,,blijv.er". 69In MemoriaraOfficieeleraededeelingenDe zeer drukke werkkring, dien Karsten zichzelf had gescha-pen, stelde zulke hooge eischen, dat zelfs deze bizonderkrachtige man gedurende de laatste jaren v66r den oorlogenkele malen zwaar overwerkt was. Had hij dit als een waar-schuwing opgevat, dan zou Indie vermoedelijk na den oorlogook nog van zijn groote kunde en werkkracht hebben kunnenprofiteeren. Hij kon zich niet menageeren; was hiervoor teconsciencieus. Zelfs tijdens de interneeringsjaren gaf hij teveel van zijn energie aan de bestudeering van onderwerpen,die nauw met den stedebouw samenhingen of daarvan eenonderdeel vormden. Zijn verzwakte lichaam bleek tegen deomstandigheden in het kamp Bares te Tjimahi niet bestanden hij overleed aldaar, juist 61 jaren oud, in eind April 1945.Wat Indie en vooral de Indische stedebouw in dezen bizon-deren man heeft verloren, wordt zeker het meest beseft doorhen, die het voorrecht hadden om met hem samen te werken,Zijn aandenken zal voor deze groep een prikkel vormen ommet toewijding door te gaan op de wegen, die hij bereid heeft.Zonder den betrouwbaren gids zal het voortgaan zeker nietlicht vallen.Voor zijn vrouw en nog jeugdige kinderen moge de gedachte,dat de hun ontvallene onschatbaar veel goeds heeft gedaanvoor de Indische samenleving een troost en een voorbeeldzijn. Hij was een groote figuur.Jac. P. ThijsseOfficieele mededeelingenNederlandsch InstituutJaarvergaderingOp 12 Juli 1.1. had te Utrecht de Jaarvergadering plaats.De Jaarstukken over 1944 werden goedgekeurd. Evenzoo deachter deze stukken afgedrukte ontwerp-begrooting voor1946.Op voorstel van de commissie, die de rekening over 1944had gecontroleerd, werd besloten aan den penningmeestervan zijn beheer over dat jaar decharge te verleenen.De beide aftredende bestuursleden, de Heeren B. Merkelbachen Mr. H. Westermann werden bij acclamatie herbenoemd.Overigens was de vergadering; gewijd aan een besprekingvan het rapport ,,Richtlijnen voor een nieuwe woningpolitiek,dat door een van de leden van de commissie, den Heer Ir.L. H. J. Angenot, werd ingeleid.Een verslag van deze beraadslagingen hopen wij in. een dervolgende nummers te? kunnen afdrukken.Stedebouwkundige voorbereiding der ZuiderzeepoldersOver dit onderwerp heeft het dagelijksch bestuur nog tijdensden oorlog overleg gepleegd met eenige leden van het Insti-tuut, die terzake deskundig zijn. Het resultaat van dit overleg,samengevat in een rapport, is thans aan den Minister vanOpenbare Werken en Wederopbouw ter overweging aange-boden.Het rapport is te omvangrijk voor plaatsing in het Tijdschrift.Getracht zal worden het afzonderlijk gedrukt te krijgen.Wetgeving en organisatie inzake Volkshuisvesting en Stede-bouwHet dagelijksch bestuur heeft als uitvloeisel van een bespre-king van deze onderwerpen in een bestuursvergadering. eenadres tot de Ministers van Binnenlandsche Zaken en vanOpenbare Werken en Wederopbouw gericht. Dit adres is indit nummer afgedrukt onder Adressen.Voorloopige Raad voor de VolkshuisvestingOp verzoek van den Minister van Openbare Werken ei;/U Wederopbouw heeft het dagelijksch bestuur een vertegen-woordiger voorgedragen ter benoeming als lid van dezenRaad. De Secretaris-Directeur is als zoodanig aangewezen.Congres te HastingsWij berichtten al vroeger, dat de International Federation forHousing and Town Planning voornemens is een congres t.:beleggen te Hastings van 5 tot 12 October a.s. Een voorloo-pige kennisgeving is trouwens indertijd in alle exemplaren vanhet Tijdschrift ingelegd.Over de vier onderwerpen, die op het programma staan, zijnvoor Nederland rapporten bewerkt en wel over het onderwerpHousing Construction door de Heeren Dr. Ir. J. P. Mazureen Ir. W. van Tyen gezamenlijk, over Housing Economicsdoor de Heeren Dr. Ir. H. G. van Beusekom en Drs. H. vander Weyde gezamenlijk, over Decentralisation door den HeerDr. Ir. F. Bakker Schut en over Implementing the plans doorden Heer Mr. H. N. Dutilh.De aanwijzing van de rapporteurs is geschied door de beideNederlandsche leden van de Commissie van voorbereidingvan het Congres, de Heeren van der Kaa en van der Weyde,in overleg met het dagelijksch bestuur van het Instituut.Aan het Congres zal een.tentoonstelling worden verbonden,waarvan de voorbereiding, voorzoover Nederland betreft, inhanden is van de Afdeeling Voorlichting van het Ministerievan Openbare Werken en Wederopbouw.Van vele zijden bereiken ons vragen betreffende de mogelijk-heid voor Nederlanders om aan het Congres deel te nemen.Wij hadden hieromtrent reeds schriftelijk overleg gepleegdmet het Ministerie. De uitkomst hiervan is dat het Ministeriebereid is voor 19 deelnemers ^ buiten eenige departementalehoofdambtenaren -- een z.g. ordre de mission af te geven,wat beteekent dat men over dev'ezen, zij het tot een beperktbedrag, kan beschik!ken en dat men een visum kan verkrijgen.Het Ministerie verzoekt aan het dagelijksch bestuur van hetInstituut degenen, die z.i. voor deelneming in aanmerkingkomen, te willen aanwijzen.Het dagelijksch bestuur heeft besloten deze taak op zich tenemen, al is het zich volkomen bewust van de moeilijkheidom bij een zoo beperkt aantal plaatsen een in elk opzichtjuiste keuze te doen. Hefi vertrouwt echter dat het aan denanderen kant voor deze moeilijkheid eveneens begrip zal ont-moeten bij de gegadigden. Voorts zal men, naar het dagelijkschbestuur vertrouwt, kunnen begrijpen dat over de motiveeringvan de eenmaal gedane keuze niet in briefwisseling kan wordengetreden.Wij noodigen hierbij degenen, die aan het Congres alleen, ofaan het Congres met de daarbij aansluitende excursies willendeelnemen uit, zich uiterlijk 10 Augustus bij ons op te geven.Wii leggen er alien nadruk op, dat alleen degenen, die doorhun werkzaamheden daar ernstig aanspraak op hebben voorbijwoning van het Congres in aanmerking kunnen komen endat een deel van de plaatsen beschikbaar moet blijven voorNederlandsche bestuursleden van de Federation en voor derapporteurs. Wij moeten er dus op aandringen dat men hetaantal aanmeldingen niet noodeloos vergroot en in het bizon-der dat men zich alleen aanmeldt, als men het vaste voor-nemen heeft aan het Congres deel te nemen. Trekt men zichlater terug, dan zou dit kunnen beteekenen, dat een uitgeslo-tene wellicht geen gelegenheid meer kan vinden zich nogvoor het Congres vrij te maken.Verder wijzen wij op de hooge kosten, die stellig op f 30.^--per dag moeten worden gesteld.Wij zouden het tenslotte op prijs stellen, als ook degenen,die in staat zijn z'elf in hun behoefte aan deviezen te voor-zien, zich bij ons ,aan zouden willen melden, opdat wij onsvan de Nederlandsche deelneming aan het Congres een volle-dg overzicht kunnen vormen.\/acantie bureauHet bureau van het Instituut zal van 12 tot 19 Augustus we-gens vacantie gesloten zijn.Rijksdienst voor het Nationale PlanAfgraving duinterrein -- WassenaarDe Minister van Openbare Werken en Wederopbouw,Gezien het, onder dagteekening van 15 December 1942 ingc-stelde, beroep van de N.V. Bouwgrond Maatschappij ,,Duyn-rell", te 's Gravenhage, tegen het besluit van den Presidentvan den Rijskdienst voor het Nationale Plan d.d. 18 Novem-ber t.v., waarbij deze bezwaar heeft gemaakt tegen hetafgraven van duinterrein onder Wassenaar;Gelet op het advies van den Raad van State, Afdeeling voorde Geschillen van Bestuur, d.d. 3 Mei 1944, No. 32, en ophet. daarbij voorgedragen, ontwerp-besluit, hetwelk luidt alsvolgt:,,Die Secretaris-Generaal van het Departement van Binnen-landsche Zaken,Gezien het beroep, ingesteld door de Naamlooze Vennoot-schap Bouv/grond Maatschappij ,,DuynreH" te 's Gravenhagetegen het besluit van den President van den Rijksdienst voorhet Nationale Plan van 18 November 1942, B.Z. No. 2 N. 91,tot het maken van bezwaar tegen afgraving van duinterreinonder Wassenaar;Den Raad van State, Afdeeling voor de Geschillen van Be-stuur, gehoord, (advies van 3 Mei 1944, No. 32);Overwegende dat de President van den Rijksdienst voor hetNationale Plan bij besluit van 18 November 1942, B.Z. No. 2N.91, op grond van artikel 5, lid 3 van het Besluit van deSecretarissen-Generaal van de Departementen van Binnen-landsche Zaken, van Financien, van Opvoeding, Weten-schap en Kultuurbescherming, van Waterstaat, van Han-del, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Vis-scherij van 13 Mei 1941 betreffende de instelling van eenRijksdienst voor het Nationale Plan bezwaar heeft gemaakttegen afgraving van de perceelen kadastraal bekend ge-meente Wassenaar, sectie F, No. 7020 en sectie G Nos. 636en 3002, voorzoover de genoemde perceelen zijn gelegen tenwesten van de op bij het onderhavige besluit behoorendekaart met zwart aangegeven lijncn;dat daarbij is overwogen, dat verdere afgraving van hetduinterrein, dat deel uitmaakt van, respectievelijk gelegen isnabij het landgoed Duynrell in de gemeente Wassenaar, methet oog op de belangen van waterwinning, natuurbescher-ming, recreatie en boschcultuur ongewenscht moet wordengeacht; dat, daargelaten de vraag of afgraving van terreinenter plaatse in strijd is te achten met het in voorbereiding zijn-de ontwerp van het Nationale Plan, deze afgraving in elkgeval in strijd is met het bestaande uitbreidingsplan voor degemeente Wassenaar, waarbij de onderhavige terreinen zijnbestemd voor recreatie- of waterwinningsdoeleinden;dat van dit besluit van den President van den Rijksdienstvoor het Nationale Plan de Naamlooze Vennootschap Bouw-grond Maatschappij ,,Duynrell", gevestigd te 's Gravenhage,in beroep is gekomen, in hoofdzaak aanvoerende, dat zij inhet bezit is van een vergunning van Dijkgraaf en Hoog-heemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland omzand te mogen afgraven op het onderhavige duinterrein; datzij dus daartoe het recht heeft; dat in de Algemeene Politie-verordening van Wassenaar wel artikel 165bis is ingevoegd,krachtens hetwelk het zonder vergunning van den raad ver-boden is een of meer duinen geheel of gedeeltelijk af tegraven, doch dat haar door den gemeenteraad van Wasse-naar bij besluit van 19 Januari 1927 de vereischte vergunningvoor het afgraven der duinen is verleend; dat in dat raads-besluit is vastgelegd, dat zij het recht had tot het afgravender duinen van de in dat besluit aangegeven perceelen, endaarin bovendien wordt vastgesteld, dat toepassing van hetbedoelde verordeningsartikel niet slechts zou zijn een be-moeilijking van de exploitatie der Naamlooze Vennootschapdoch een algeheele vernietiging daarvan; dat zij dan ook tenzeerste was geschokt, toen zij kennis nam van het onderha-vige besluit van den President van den Rijksdienst voor hetNationale Plan; dat hier van een ,,voorgenomen werk", aisbedoeld in artikel 5, derde lid van het besluit van 15 Mei1941 geen sprake is, daar zij reeds bijna twintig jaren hetbedrijf van afzanden uitoefent en dat regelmatig voortzet;dat nergens het recht gegeven is, een vergunning tot afgra-ving van zand op haar gronden, als welke in haar bezit is,in te trekken en ongedaan te maken; dat door den HoogenRaad uitdrukkelijk is vastgesteld, dat men een onrechtmatigedaad begaat, wanneer gedragingen plaats hebben in strijdmet de zorgvuldigheid, in het maatschappelijk verikeer beta-mend ten opzichte van eens anders persoon of goed; dat doorde onderhavige beshssing het zandafgraven en afvoerenonmogelijk wordt gemaakt en haar een verlies van enormenomvang wordt toegebracht; dat ook uit economisch oogpuntde zandafgraving van beteekenis is te achten; dat zij ver-zoekt, het bestreden besluit te vernietigen;Overwegende dat krachtens artikel 5, derde lid van het even-genoemd Besluit van 15 Mei 1941 de President van denRijksdienst voor het Nationale Plan tegen voorgenomen wer-ken bezwaar kan maken o.a. in het geval, dat het werk instrijd zou zijn met een uitbreidingsplan;dat de bestemming der onderhavige perceelen, welke voorafgraving in aanmerking zouden komen, in het uitbreidings-plan van Wassenaar is aangegeven als volgt:,,Overig duinterrein; recreatiegebied met uitsluiting van be-bouwing";dat weliswaar eenerzijds bij algeheele afgraving van deperceelen niet kan gezegd worden, dat zij het karakter vanduinterrein in den eigenlijken zin des woords behouden, dochdat anderzijds door de afgraving niet wordt teikort gedaanaan de mogelijkheid, dit gebied. voor recreat'edoeleinden tebezigen, terwijl voorts vaststaat, dat het gemeentebestuur vanWassenaar met die bestemming geenszins heeft bedoeld zichuit te spreken tegen afgraving van de onderhavige,perceelen,waartoe de appellante nog steeds een gemeentelijke vergun-ning .bezit;dat, een en ander in aanmerking genomen, de vorenvermeldein het uitbreidingsplan aangegeven bestemming der percee-len niet kan geacht worden op ondubbelzinnige wijze dezandafgraving uit te sluiten;dat dan ook moet worden geoordeeld, dat aan artikel 5, der-de lid van het meergenoemd Besluit van 15 Mei 1941 nietde bevoegdheid kon worden ontleend, wegens strijd met hetuitbreidingsplan van Wassenaar tegen de afgraving bezwaarte maken;dat de vraag, of krachtens de bedoelde bepaling tegen deafgraving bezwaar kan worden gemaakt uit anderen hoofdedan is geschied, in dit geschil niet kan worden onderzocht;dat derhalve het bestreden besluit niet kan worden gehand-haafd;Gezien het genoemde Besluit van 15 Mei 1941;Heeft op grond van paragraaf 1 der Verordening no. 23/1940van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandschegebied betreffende de bevoegdheden van de Secretarissen-Generaal van de Nederlandsche Departementen van Alge-meen Bestuur besloten:met gegrondverklaring van het beroep het bestreden besluitte vernietigen."Overwegende, dat de (toenmalige) Secretaris-Generaal vanhet Departement van Binnenlandsche Zaken zich met ditontwerp-besluit niet kon vereenigen, met name ook niet voor-zoover daarbij aan den President de bevoegdheid tot hetmaken van bezwaar in het onderwerpelijk geval wordt ont-zegd; dat met genoemde Afdeeling gepleegd overleg nietheeft geleid tot verandering van haar advies, behoudens dandat de vorm van het ontwerp-besluit aan de gewijzigde om-standigheden is aangepast;Overwegende, dat niet kan worden gedeeld in de meening,volgens welke de zandafgraving, waartegen het bezwaar vanNationale Plen71Artikde^f^''"' ^^"^ President is gericht, niet een ,,voorgenomen" werk, inden zin der onderwerpelijke verordening, zou zijn;dat toch die afgraving, waartoe reeds uitgevoerde afgraving.naar moet worden aangenomen, niet noopt, moeilijk als eendeel van een, in uitvoering zijnd, werk kan worden aange-merkt, zoodat hier inderdaad van een voorgenomen werkgesproken moet worden;dat vorenbedoelde afgraving, blijkens het door appellanteingediende beroepschrift, ten doel heeft den verkoop en hetafvoeren van zand en het voor landbouw gereed maken enexploiteeren van de daardoor verkregen vlakke terreinen, endaarom te meer in strijd komt met het, goedgekeurde, uitbrei-dingsplan van Wassenaar, hetwelk het onderwerpehjke duin-terrein voor recreatiegebied, met uitsluiting van bebouwing,bestemt;dat uit een en ander volgt, dat de bevoegdheid van den Pre-sident, tot het maken vian bezwaar, niet op goede grondenbetwist kan worden;dat het ingestelde onderzoek heeft bevestigd, dat (de afgra-ving, Red.) nationale belangen als in het bestreden besluit vanden President omschreven -- te weten die van waterwinning,natuurbescherming, recreatie en boschcultuur -- in die matezou schaden, dat het belang der N.V. voor die belangen moetwijken;dat de omstandigheid, dat lagere organen, met het oog ophun aangaande belangen, voor de afgraving vergunning heb-ben verleend, den President niet ontheft van den phcht, deverordening toe te passen overeenkomstig haar inhoud enstrekking;dat derhalve terecht tegen de afgraving bezwaar is gemaakt;heeft besloten:met handhaving van vorenbedoeld besluit van den Presidentvan den Rijksdienst voor het Nationale Plan het, daartegeningestelde, beroep ongegrond te verklaren.'s Gravenhage, 11 Juni 1946De Minister van Openbare Wei^kenen Wederopbouw,w.g. }. A. RingersControle op de prijzen van het onroerend goeddoor Drs. M. H. van WijkHet behoeft allerminst verwondering te wekken, dat de over-heid, door het groote tekort aan goederen genoopt prijs-regelend op te treden, het onroerend goed niet ongemoeidgelaten heeft.Bestond er reeds in en na den eersten wereldoorlog een vanoverheidswege geleide prijszetting ten aanzien van de huren,hoeveel reden te meer is er in dc huidige periode, nu de wo-ningnood zooveel grooter is, een vergaande bemoeiing van deoverheid met de prijsvorming in den sector van het onroerendgoed te verwachten.De voorstander van de geleide economic wordt in zijn ver-wachtingen niet teleurgesteld: niet alleen de huren, doch ookde vervreemdingsprijzen zijn thans aan controle onderworpen,Doch ook bij hen, die allerminst tot de voorstanders van degeleide economie gerekend willen worden, leeft de overtui-ging, dat het overheidsingrijpen op dit gebied, met name tenaanzien van de huren, een bittere noodzaak is, en dat, zoo-lang de woningnood zoo nijpend is als thans, een vrije prijs-vorming in dezen sector tot desastreuse gevolgen voor de be-volking zou leiden.De discussie op dit gebied beweegt zich dan ook niet zoozeerom de vraag, of de bestaande maatregelen gehandhaafd die-nen te blijven, doch in het middelpunt van de belangstellingstaat thans de kwestie, of van het aan deze maatregelen ten72grondslag liggende beginsel nl. handhaving van het prijspeilper 9 Mei 1940 niet afgeweken dient te worden, nu men invele andere sectoren van het economisch leven in min ofmeer belangrijke mate boven dit peil leeft. Alvorens op dezevraag in te gaan, moge ik in het kort de maatregelen op-sommen, welke thans op dit gebied gelden, te beginnen metde huren.In de eerste plaats geldt hier het Huurprijsbesluit 1940.Krachtens dit besluit is de hoogst toelaatbare huurprijs vooreen onroerende zaak die, waarvoor het huurobject op 9 Mei1940 verhuurd was. Was het object op 9 Mei 1940, dochtusschen 1 Januari 1935 en 9 Mei 1940 wel verhuurd, dan isde huurprijs waarvoor het laatstelijk in dat tijdvak verhuurdis geweest de hoogst toelaatbare. In de overige gevallen is dehoogst toelaatbare huurprijs die, welke voor soortgelijke huur-objecten op 9 Mei 1940 gebruikelijk en redelijk was. Ditlaatste geldt echter niet voor nieuwbouw, welke na het inwerking treden van het besluit (27 December 1940) tot standgekomen is. Hiervoor bestaat een afzonderlijke regeling.Op dit grondbeginsel, de huurstop per 9 Mei 1940, kent hetbesluit zelf een tweetal uitzonderingen en wel in de eersteplaats wanneer de huurprijs als gevolg van een persoonlijkeverhouding tusschen huurder en verhuurder op 9 Mei 1940lager was dan de voor gelijksoortige huurobjecten op diendag gebruikelijke. In dat geval is deze gebruikelijke huurprijsde hoogst toelaatbare. De tweede uitzondering vormt het ge-val, dat de verhuurder na 9 Mei 1940 verbeteringen aan hetgehuurde heeft aangebracht, waardoor de huurwaarde is ge-stegen, in welk geval de hoogst toelaatbare huurprijs ver-hoogd wordt met een bedrag van 10% per jaar van dekosten der verbetering, voor zoover deze kosten het redelijkeen gebruikelijke niet overschrijden.Het Huurprijsbesluit 1940 beteekende een bevriezing van deop 9 Mei 1940 bestaande huren, hetgeen, gelet op de bi-zondere huurprijsverhoudingen welke na de periode van lagebouwkosten rond de jaren 1934 tot 1936 op de woningmarktwaren ontstaan, tot onbillijkheden moest leiden. Na de tot-standkoming van het besluit werd dan ook behoefte gevoeldaan een meer in details uitgewerkte regeling en bovendienaan een instantie, welke het pubhek zou kunnen voorlichtenomtrent de hoogst toelaatbare huurprijzen. De interpretatievan het Huurprijsbesluit was immers aan belanghebbendenovergelaten, hetgeen een gevaar voor de rechtszekerheiddreigde op te leveren. Het Huurprijsuitvoeringsbesluit van23 Augustus 1941, gegrond op art. 8 van het Huurprijs-besluit, voorzag in deze behoeften.Aan dit uitvoeringsbesluit danken de Prijzenbureaux voorOnroerende Zaken hun bestaan. Als Prijzenbureaux werdenaangewezen de Hoofden van dienst, belast met het bouw-en woningtoezicht in een 60-tal gemeenten.De bevoegdheid, om een van het Huurprijsbesluit afwijkendehuur vast te stellen, ontleenen de Prijzenbureaux aan art. 1 vanhet Huurprijsuitvoeringsbesluit, waarin bepaald is, dat op eenverzoek om de huur van een onroerende zaak vast te stellenin afwijking van den krachtens het Huurprijsbesluit hoogsttoelaatbaren huurprijs, het Prijzenbureau beslist. In hettweede lid van art. 1 wordt dit bureau ambthalve bevoegdverklaard voor individueele gevallen den juisten huurprijsvast te stellen.In art. 6 wordt dan nog bepaald, dat de Secretaris-Generaalvan het Departement van Binnenlandsche Zaken, in overlegmet den Gemachtigde voor de Prijzen de richtlijnen voor debepaling van de huurprijzen vaststelt en dat hij te alientijde de beslissing van de Prijzenbureaux kan wijzigen.Uit deze omschrijving blijkt, dat van een hooger beroep ineigenlijken zin geen sprake is. De taak aan genoemdefunctionarissen opgedragen, wordt inmiddels vervuld doorden Minister van Openbare Werken en Wederopbouw enden Directeur-Generaal van de Prijzen.Met het Huurprijsuitvoeringsbesluit en daarmede met de in-stelling van de Prijzenbureaux koos men voor een ambte-Burgemeester en Wethouders van AMERSFOORTroepen sollicitanten op voor de betrekking vanDIRECTEURDER STICHTING CENTRALE WONINGZORG.De te benoemen functionaris zal worden belast met dedagelijksche leiding der werkzaamheden verbonden aanhet beheeren en exploiteeren, waaronder te verstaan hetonderhoud, de verhuring, de administratie enz. van eenbelangrij'k aantal woningen.Vermoedelijk salaris f 4920,00--/ 5575,20 (inbegrepenalle toeslagen).Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen binnen 14 dagenna het verschijnen van dit blad in te zenden aan denburgemeester.282Beton-Emailleis GOED indienMWederopbouwUROPLASTDiverse uitvoeringen. Vraagt inlichtingen aan bijhet doetMUROPLAST TEL. 2710(K 1820) GOUDAAbraham vanStolk&Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400HOUTHANDELu KUNT BOUWENHolle betonvloerenMuurelementenTegelsPalenPlaten - enz. enz.fwarden vioi geleverd doorCementwarenfabriek SCHUURINKHaven - ENSCHEDETelef. 3009b.g.g. 4810275GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.v. TndusMeele en Handelsmaatschappij ,,TERRANOVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52 A -- Telefoon No. 7381GEDEPUTEERDE STATEN van OVERIJSSELroepen sollicitanten op voor de betrekking vanDIRECTEURvan den Provincialen Planologischen Dienstvan die provincie, op een nader overeen te komensalarieering.Sollicitaties, op zegel, te richten tot den Commissarisder Koningin in Overijssel.Persoonlijk bezoek alleen na oproeping.ZWOLLE, 12 Juni 1946.N.V. Timmerfabriek en HouthandelAmsterdamBellamystraat 23Telefoon 81333Asterweg 43Telefoon 60835SPECIAAL inOnze SPECIAAL-productenMURENvoorWODAN-PLASTICWODAN-EMULSIEVERFRAMSES-SPECIAALMINERAALVERF (pasta en fixatief)kunnen ZONDER TOEWIJZINGgeleverd worden.Fraai aanzienDuurzaamWatervastVraagi nadere inlichiingen bij?WODAN? VERF- EN LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM-WDonker Curtiusstraat 9-11 Telefoon 87880-87893HANDEL INBOUWMATERIALENF. Filippo ? HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg 21S Telef. 14264Bijkantoor: Tuinlaantje 6-1H Telef. 13S32Telefoon Huis 2S820BEVERWIJK - Scheybeeklaan 16 - Tel. 3879TEGELSH6Nv.GLASHANDELDORENS&Co w. A i/^^ i ACKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404 ALLE SOORTEN L/\ l\ ^^ L/\ JAMSTERDAMVOOR DEN BOUW.&GLASNIJVERHEIDVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWAGENAKERSBREDAGEBR.WILLEMSE* DELFTHandelin alle soorien260BouwmaterialenTel. 1191 Vlugge levering. Per auio, per schuH.288BRANDVRUE VLOEREN EN DAKEN?SYSTEEM VAN DER LAND?I Nederlandsch octfooi No. 52982 |VOOR WEDEROPBOUWHET AANGEWEZEN MATERIAALROZENBURGLAAN 84 - ROTTERDAM - TELEF. 22005Vloeba geeft met af,bladdert niet en is duurzaamlN.V. LAKFABRIEK KIEWIET DE JONGEGRONINGENlijk apparaat als prijsvormend orgaan, in tegenstelling metde vorige oorlogsperiode, toen de huurcommissies met eengemengde bezetting van belanghebbenden met de prijsvor-ming belast waren. Het is mijns inziens nog te vroeg om degeschiedenis van de prijsvorming op het gebied van het on-roerend goed te boek te stellen, noch past het mij, als zijndete zeer betrokken bij de huidige organisatie, te getuigen vande wijze, waarop de Prijzenbureaux de hun plotseling op deschouders gelegde taak hebben vervuld en nog voortdurendvervullen. Ik volsta dus met te constateeren, dat het geschapenapparaat voor zijn taak berekend is geweest.Er dreigen thans moeihjkheden met de personeelsvoorzie-ning, nu de bemoeiingen van het bouwtoezicht hand overhand toenemen, doch het zou naar ik meen zeer te betreurenzijn, indien deze moeihjkheden er toe zouden moeten leiden,dat de personeele unie tusschen den gemeenteHjken dienstvan het bouwtoezicht en het Prijzenbureau verbroken zou moe-ten worden. Het is hier echter niet de plaats verder op ditpunt in te gaan, hoewel deze kleine uitweiding, naar ik meen,in dit vaktijdschrift niet mocht ontbreken.Men deed met het Huurprijsuitvoeringsbesluit nog een anderebelangrijke keus en wel voor het stelsel der richthjnen. De indetails te regelen materie was volgens hen, die voor de tot-standkoming van het Huurprijsuitvoeringsbesluit verant-woordelijk waren, zoo bezwaarlijk in een besluit onder tebrengen, dat men wel genoopt was zijn toevlucht te nementot een instructie voor de Prijzenbureaux. Op grond van art.2 van het Huurprijsuitvoeringsbesluit zijn Richtlijnen voor dePrijzenbureaux vastgesteld, welke naast een aantal beschou-wingen van voorlichtend karakter aanwijzingen voor dezebureaux bevatten, in welke gevallen afwijking van het Huur-prijsbesluit geoorloofd is. De algemeene richtlijn is, dat inden op 9 Mei 1940 geldenden huurprijs geen wijziginggebracht mag worden, tenzij de prestaties van de zijde vanden verhuurder zijn verhoogd en dit tot verhooging van hetgenot van den huurder leidt, of tenzij het op 9 Mei 1940geldende huurbedrag kennelijk beneden het op dien datumalgemeen geldende huurpeil lag en uit economisch en sociaaloogpunt tegen verhooging geen bezwaar bestaat. Tot dezeomstandigheden kunnen o.m. gerekend worden woning-verbetering, woningsplitsing, wijziging van bestemming,onderhuur, huurnivelleering, huurherstel na huurreductie.Naast deze algemeene richtlijnen bestaan er uiteraard talvan circulaires van den Gemachtigde voor de Prijzen en thansvan den Directeur-Generaal van dei Prijzen, welke een aan-vulling van deze richtlijnen beteekenen.Behalve het Huurprijsuitvoeringsbesluit is ook het Huurprijs-besluit Nieuwbouw op het Huurprijsbesluit gebaseerd. DitHuurprijsbesluit Nieuwbouw, dateerende van 15 Januari1944, beheerscht de prijzen van den nieuwbouw, gereedge-komen na 27 December 1940- Volgens dit besluit wordt dehoogst toelaatbare huurprijs van deze objecten vastgestelddoor het bevoegde Prijzenbureau voor Onroerende Zaken enwel in dier voege, dat, uitgaande van de krachtens de prijs-voorschriften toegelaten stichtingskosten, een redelijke rentevan het geinvesteerde kapitaal wordt verkregen.Tenslotte blijft nog te vermelden het Huurbeschermings-besluit, dat weliswaar niet van prijsvormenden aard is, dochdat in deze opsomming van maatregelen uit den oorlogstijdten aanzien van het onroerend goed niet mag ontbreken,Na de huren, de vervreemdingsprijzen. Krachtens het Ver-vreemdingsbesluit niet-landbouwgronden 1942, dateerendevan 22 April 1942, is bij een overeenkomst tot overdrachtvan een onroerende zaak de hoogst toelaatbare tegenprestatie,die bedongen en aanvaard mag wordena. ten aanzien van ongebouwde eigendommen de tegenpres-tatie, die op 9 Mei 1940 daarvoor gebruikelijk en redelijkwas enb. ten aanzien van gebouwde eigendommen de op den grond-slag van een redelijke rente gekapitaliseerde netto-opbrengst op het tijdstip van overdracht, met inachtne-ming van den staat van onderhoud der gebouwen.Voor ongebouwde eigendommen dus een prijsstop zondermeer. Voor de gebouwde eigendommen ligt de zaak anders.Een marktprijs op een bepaalden datum of in een bepaaldeperiode is er voor het onroerend goed niet. De marktwaardeplacht te worden bepaald door het rendement en dit rendementwas op zijn beurt weer afhankelijk van verschillende factoren,zooals de rente op de kapitaalmarkt, de vaste lasten, enz.Voor de gebouwde eigendommen kon daarom niet wordenu^tgegaan van den prijs per 9 Mei 1940, doch werd de netto-opbrengst-waarde aangehouden. De berekening van dezewaarde vindt plaats op basis van een rentevoet van 4 %,welk rentepercentage lager is dan de rentabiliteitsnormen,welke voor 9 Mei 1940 plachten te gelden. Hierdoor komthet, dat de opbrengstwaarde, berekend naar den thans toe-laatbaar geachten rentevoet, als regel niet onbelangrijk hoo-ger zal liggen dan de verkeerswaarde op 9 Mei 1940. In depraktijk is gebleken, dat deze stijging ongeveer 25 % be-draagt.Oorspronkelijk viel ,,land" in den zin van het Besluit No.219/1940, houdende regelen met betrekking tot het vervreem-den van landbouwgronden, niet onder het Vervreemdings-besluit. Bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (E 93) echter,waarin het Besluit 219/1940 op de lijst B voorkomt (debuiten werking gestelde bezettingsregelingen), wordt hetVervreemdingsbesluit niet-landbouwgronden voortaan ookvan toepassing verklaard op de landbouwgronden en wordtde titel van het besluit gewijzigd in ,,VervreemdingsbesluitOnroerende Zaken".Op grond van art. 7 van het Vervreemdingsbesluit is op7 Mei 1942 tot stand gekomen het eerste uitvoeringsvoorschrift(op 30 December 1942 vervangen door een tweede) en eenstel Richtlijnen voor de Prijzenbureaux.Tot zoover in het kort de wettelijke voorschriften, welkethans geldend zijn.Er behoeft geen twijfel te bestaan, of men heeft met de prijs-beheersching in dezen sector het gestelde doel goeddeels be-reikt. De huren kunnen geacht worden te zijn gehandhaafd ophet peil van 9 Mei 1940. Voor de onderhuren, welke zichmoeilijker laten controleeren, ligt de zaak wellicht evenanders, doch het bestaande apparaat doet wat het kan. Hetheeft daarbij echter de volledige medewerking van het pu-bliek noodig en hieraan ontbreekt het nog wel eens. Wat devervreemdingsprijzen betreft, de sanctie van art. 8 van hetVervreemdingsbesluit (overeenkomsten, klaarblijkelijk geslo-ten om de werking van dit besluit te ontgaan, zijn nietig) be-teekende over het algemeen een behoorlijke rem op de tot-standkoming van hoogere prijzen dan de krachtens het Be-sluit toegestane. Ik maak het voorbehoud ,,over het alge-meen" om ruimte open te laten voor de minder oirbare prak-tijken, welke men pleegt aan te duiden met ,,onder de tafeldoorbetalen". Omtrent den omvang van dit euvel bestaanuiteraard slechts gissingen. De indruk is echter verkregen,dat het verschijnsel thans goeddeels tot het verleden behoort.De vraag dient thans beantwoord te worden, welke de toe-komstige aspecten van dit deel van de Overheidsbemoeiingzijn.Wat de huren betreft, staat thans de brandende kwest'e vaneen algemeene huurverhooging in het middelpunt der belang-stelling. De argumenten, welke van de zijde der verhuurdersnaar voren worden gebracht, zijn te bekend dan dat zij opdeze plaats uitvoerig behoeven te worden herhaald.Het voornaamste argument is dat der gestegen onderhouds-kosten. Deze stijging is een onomstootelijk feit en het magdan ook een eisch van billijkheid heeten, dat de huiseigenarenin een huurverhooging een compensatie voor deze gestegenkosten vdnden.Bij de bepaling van het percentage van deze huurverhoogingrijst de vraag, of maatgevend behooren te zijn de huidigeArtikelen73Artikelen onderhoudskosten, of dat gerekend mag worden met een da-ling van deze kosten ten tijde dat het onderhoud weer volop zalkunnen geschieden, terwijl men zich voorts zou kunnen afvra-gen, of het onderhoud op den zelfden voet dient plaats te vin-den als dit voor den oorlog geschiedde, of dat hier ook aanlei-ding is tot versobering over te gaan. Doch los van deze vragenmoet worden erkend, dat een huurverhooging op grond vangestegen onderhoudskosten, en mits geheel ten goede komendeaan het onderhoud, een redelijke eisch is.Voor de Overheid, en- wel in het bizonder dat deel van deOverheid, dat zich bezig houdt met de financiering van denwoningbouw, bezit een algeheele huurverhooging uiteraardaantrekkehjke kanten.Immers niet alleen gaat met een huurverhooging gepaard eenmindere uitgave aan subsidie voor met Rijksbijdragen gefinan-cierde Woningwetwoningen, doch bovendien, en dit is veelbelangrijker, zal elke huurverhooging de kloof tusschen hethuidige huurpeil en de kostprijshuur van den komendennieuwbouw verkleinen. Dit beteekent, dat het voor de finan-ciering van deze kloof benoodigde bedrag, om het even, ofdeze met een rentelooze leening, een premie a fonds perdu,of een jaarlijksche bijdrage in het exploitatie-tekort zal ge-schieden, geringer wordt, of, hetgeen op hetzelfde neerkcmt,dat voor eenzelfde bedrag meer woningen gesubsidieei'd kun-nen worden. Nog aantrekkelijker moet voor de Overheid hetplan zijn om van een algemeen toegestane huurverhoogingeen gedeelte af te roomen tot vorming van een soort huur-egalisatiefonds, waaruit de nieuwbouw gesubsidieerd zoukunnen worden.Maar de Overheid is tegenwoordig een veelkoppig wezenmet oogenschijnlijk niet steeds parallel gerichte belangen.Naast haar zooeven genoemde functie van financier is zijbelast met prijsvorming van den productiefactor arbeid. Dehuur, een der voornaamste bestanddeelen van het budget, istot nu toe het standvastige element in de loonpolitiek ge-weest. De loonverhoudingen zijn in het afgeloopen ^ jaarmet veel overleg op elkaar afgestemd, er zijn loonvloerengelegd en loonplafonds gebouwd. Er is dan ook weinig ver-beeldingskracht voor noodig om zich voor te stellen, dat debouwers aan dit loongebouw zich bezorgd zullen afvragenhoe hun bouwsel er uit zal zien, wanneer er nu ook nog be-weging komt in dit, tot heden standvastige element van hetbudget.Echter, regeeren is in wezen het gelijkrichten van schijnbaartegengestelde belangen. Het probleem huurverhooging is eenbeleidskwestie van de eerste orde, een beleidskwestie met zeerbelangrijke economische en sociale aspecten, welke binnenafzienbaren tijd zijn oplossing zal moeten hebben gekrcgen.Bij een beschouwing omtrent de vooruitzichten van het Ver-vreemdingsbesluit Onroerende Zaken mag niet uit het oogverloren worden, dat de schaarschte, welke de bestaansgrondvan al deze prijsvoorschriften is, voor zoover het de ongebouw-de eigendommen betreft, niet alleen veroorzaakt wordt doorde oorlogsomstandigheden. Het Vervreemdingsbesluit heeft,met name voor den grond, een wijdere strekking dan alleeneen crisismaatregel te zijn.Ik wil bij het volgende de landbouwgronden uitschakelen.Wel geldt hiervoor in wezen hetzelfde, doch de specifiekevraagstukken, die hierbij optreden, vereischen afzonderlijkebehandeling.. Ik acht het niet ondenkbaar, dat, indien uit het prijsverloopvan het onroerend goed (bijvoorbeeld bij publieke veilingen)zou blijken, dat het publiek genezen is van zijn vlucht in degoederen, en dat het, met andere woorden, weer gaat lettenop rendement, men er toe zou kunnen overgaan het Ver-vreemdingsbesluit in te trekken, voor zoover het gebouwdeeigendommen betreft. Men zou dan echter, zoolang de wo-ningnood duurt, steeds vrees moeten blijven koesteren voorde prijsvorming van voor eigen bewoning bestemde panden.Ten aanzien van de ongebouwde eigendommen, niet-land-bouwgronden zijnde, ligt de zaak echter geheel anders. Hier74 viel immers reeds sinds den grooten groei van onze stede-lijke gemeenten aan het eind van de vorige eeuw een voort-durcnde tendenz tot prijsstijging waar te nemen, welke uitsociaal economisch oogpunt niet toelaatbaar mocht heeten.Voor den kring van lezers van dit tijdschrift is het overbodigte herinneren aan de vele strijdvragen, waartoe het vraagstukvan de prijsvorming van bouwgrond in den loop der laatste40 jaren aanleiding heeft gegeven. Onopvallend is echterthans datgene bereikt, waarnaar figuren als van Mangoldten Mr. van Houten hebben gestreefd, nl. fixatie van debouwterreinwaarde op een bepaalden datum, waardoor elkespeculatieve prijsstijging kan worden belet.Ik acht het niet aannemelijk, dat men in de periode van ge-bonden economie, welke wij thans tegemoet gaan, dit voor-deel weer zal prijs geven. Integendeel, juist op het gebiedvan den wederopbouw zal een ieder, die daarbij betrokkenis, moeten streven naar herbouw met zoo gering mogelijkeoffers. Meer dan ooit zullen alle factoren, welke den prijsvan den nieuwbouw bei'nvloeden, critisch worden getoetst.Stuitten maatregelen om te komen tot prijsfixatie van bouw-terrein vroeger vaak af op de onmogelijkheid om de aldus ver-kregen besparing in de huren tot uitdrukking te brengen,straks zal, omdat de overheid streeft naar beheersching vanalle elementen, welke den kostprijs bepalen, dit argument niethoeven te gelden.In het Vervreemdingsbesluit Onroerende Zaken is thans degrondslag gelegd. Aan den wetgever van dezen tijd is thansde beurt om het beginsel van de prijsfixatie tot een blijvendelement van ons onteigeningsrecht te maken.In een volgend artikel zij het mij vergund nog eenige andereaspecten van de prijscontrole op het onroerend goed te be-lichten.Wederopbouw Katwijk/Zeedoor Ir. L. Roos, Oud-Hoofd van het StreekbureauRijnmond van den Wederopbouw te KatwijkDe Gemeente Katwijk heeft, als zoovele kustplaatsen haaroffer moeten brengen.Nadat de Duitschers de duinen benoorden en bezuiden Kat-wijk tot een betonnen vesting hadden gemaakt, werd in deduinreep, langs den boulevard een versperring gemaakt vanzware betonblokken met z.g. asperges (zware ijzeren balken)en een tweede versperring op den boulevard, bestaande uiteen tankmuur van beton, hoog 3 meter en dik ongeveer 21/2meter, doch dit was blijkbaar nog niet voldoende; achter denzwaren muur moest een schootsveld worden gemaakt. Zonderpardon werd daarom besloten de geheele bebouwing langsden boulevard tot een diepte van 100 tot 200.meter af tebreken. Dit kostte Katwijk ongeveer 600 woonhuizen enandere gebouwen. De rand van het afbraakgebied is laterontruimd^ en uitgebrokeli, zoodat het er op neer zal komen,dat 900 a 1000 panden zullen moeten worden herbouwd. Hetafbraakgebied is op de situatie (afbeelding 1) blank ge-laten.Het mooie witte kerkje (behoudens den toren) en de oudevuurtoren (men zegt de oudste vuurtoren van ons land),mochten blijven staan. Deze monumenten (zie de afbeeldin-gen 2 en 3) zijn gelukkig gespaard gebleven en hebben bijhet maken van het nieuwe plan een belangrijke rol gespeeld.Het spreekt vanzelf, dat Katwijk zeer terneergeslagen was enverbitterd bovendien, doch ons volkje is taai en blijft nietlang bij de pakken neerzitten. Nog voordat de afbraak vol-tooid was, stond er reeds een nieuw plan op stapel.De opzet voor dit plan was niet zoo eenvoudig. Katwijk iseen bizondere plaats, zoowel naar den aard als naar denvorm. Naar den aard is Katwijk/Zee een eenvoudig dorpvan ruim 16.000 inwoners, half Ijad- half visschersplaats. Debevolking is in het algemeen streng godsdienstig en is sterkArtikclenK;III?>^a>L_'?ofes3 M O VTREE k'BUEEMJ , BLIMMOND" k'ATWJk;Afb. 1. Situatie van Katwijk in Mei 1945. De afgebroken blokken langs den boulevard zijn blank gelatengekant tegen elken wereldschen invloed, welke de plaatsdreigt aan te tasten.Groote hotels, dancings, bars of andere centra van vermaakbezat Katwijk niet. Toch werd de badplaats bezocht doorongeveer 20.000 badgasten jaarlijks, afgezien van de dagbe-zoekers. Deze badgasten, voor het meerendeel menschen, diezich niet de luxe van dure hotels kunnen veroorloven, vondenvoor een groot deel plaats bij particuheren. Deze verhuurdenin het badseizoen hun huis en gingen zelf kampeeren in hunspeciaal daarvoor ingerichte schuurtjes of zomerhuisjes. Hetpeil van deze woonhuizen kon daardoor worden opgevoerd,want de badgasten betaalden een groot gedeelte van de huur.Een klein gedeelte der gasten vond plaats in de enkele hotelsen beroepspensions.Thans zijn de logeergelegenheden voor een groot gedeelteverdwenen, doch wie dacht, dat Katwijk nu eens geheelanders zou worden opgezet, vergist zich. Katwijk wenscht teblijven wat het vroeger was. Geen groote hotels, geen nieu-wigheden, geen vreemde indringers.Aan dezen wensch van de bevolking heeft de stedebouwkun-dige moeten voldoen. Desondanks zal het nieuwe Katwijk ergeheel anders uitzien dan vroeger en ongetwijfeld zal er winstte boeken zijn. Winst wat betreft de huisvesting en winstwat betreft de schoonheid. Zeker, er waren mooie plekjes inKatwijk. (Zie afbeeldingen 4 en 5.)Verschillende kunstschilders hebben er gewerkt en dezeschoonheid vereeuwigd, doch er waren ook gedeelten, waar-van men kan zeggen, dat het een zegen is dat ze verdwenenzijn, althans wat de schoonheid betreft (o.a. de boulevard).En wat de huisvesting betreft ^ ik durf het in dit blad nau-welijks zoo openlijk te zeggen ^ waren er treurige toestan-den. Of de verantwoordelijke ambtenaren moeten er nooit ge-weest zijn, of zij moeten geaarzeld hebben deze schilderachtigebouwvallen onbewoonbaar te verklaren, hetgeen ik mij kan in-denken.Intusschen ligt er in Katwijk nog een dankbare taak voorhen, want er zijn nog tallooze leelijke krotten, die op hun be-zoek wachten. Voor oude visschers zijn deze toestanden nietzoo erg, de krotjes herinneren aan hefi vooronder van hunvisschersschuit en zij zijn daarmede meer tevreden, dan meteen moderne ruime woning, doch jong getrouwde menschendenken er anders over, dat weet ik na verschillende bezoekenter plaatse, bij ondervinding.De eig.enaardige vorm van Katwijk/Zee is ontstaan, doordathet aan de Noordzijde begrensd is door het uitwaterings-kanaal van Rijnland, (het roemlooze einde van den grootenRijn) en aan de Zuidzijde door het duingebied, dat in handenvan Defensie is. Daardoor is een soort deltavorm ontstaan.Verschillende verkeersaderen loopen van den ouden zeewegaf straalsgewijs naar de kust. In het oude plan ontbraken inhoofdzaak behoorlijke verbindingen, loodrecht op die stralen.Ook ontbrak in het oude plan een behoorlijke verbindingvan den Noordelijken sector van het dorp met den oudenzeeweg. Deze sector lag vrij geisoleerd en van de rest vanhet dorp afgesneden door de visschershaven, welke destijdszonder organisch verband met den typischen vorm van Kat-wijk is gegraven.Katwijk/Zee was langs twee richtingen te bereiken voor hetgroote verkeer, n.l. langs den ouden zeeweg, die Katwijk/Rijn met Katwijk/Zee verbindt en vanuit het Noorden langs 75Artikelen^teSJ''/Afb. 2. Oude kerk langs den boulevard. Gezicht op den thans begraven tankmuurAfb. 3. Oude vuurtorenden binnenweg Katwijk^--Noordwijk. Deze binnenwegloopt over de binnensluizenvan Rijnland in de richtingvan de kust. Voor voetgan-gers en wielrijders kan Kat-wijk/Zee ook uit Zuidelijkeen Noordelijke richting wor-den bereikt door de duinen.Afbeelding 6 toont het nieuweplan Katwijk, dat zich niet be-paalt tot het weggebrokengedeelte, doch dat zich ont-wikkeld heeft tot een combi-natie van wederopbouw- ensaneeringsplan.De ontwerpers van het plan,de Heeren H. v.d. Kloot Mey-burg en Ir. L. H. H. v. d.Kloot Meyburg, hebben bij deuitwerking daarvan een ruimstandpunt ingenomen. Vcr-schillende adviseurs hebbenhun meening naar voren mo-gen brengen, o.a. Ir. J. vander Laan te Leiden (die hetplan voor de Directie van denWederopbouw heeft beoor-deeld, toen Ir. Verhagen nog niet als algemeen adviseur wasaangesteld), de Stedebouwkundige Dienst van de Provincie,het Gemeentebestuur, het Wederopbouwbureau enz.In prettige samenwerking en na vruchtbaar overleg is tenslotte een plan gerijpt, dat nagenoeg aan aller wenschenvoldoet.Over het nieuwe plan is het volgende op te merken.76Verkeerswegen en straten1. De nieuwe boulevard is wat ruimer opgezet dan vroeger,met behoorlijk breede rijbaan en voetpaden en een afzonder-lijk rijwielpad en voetpad in den zeereep.2. De boulevard, welke vroeger Noordwaarts zijn voortzet-ting vond over de buitensluis van Rijnland, zou na de uit-voering van Rijnlands nieuwe plannen voor de uitwateringvan Rijnland op het kanaal doodloopen. Het hgt n.l. in debedoeling de bestaande buitensluis t.z.t. af te breken. Daaromis de boulevard langs het kanaal doorgetrokken, niet alleentot de binnensluis van Rijnland, doch nog verder, n.l. meteen brug over den kop van de visschershaven naar den oudenzeeweg. Hierdoor is meteen de geisoleerde Noordelijke sec-tor van het dorp met den zeeweg verbonden.3. De Voorstraat, het verlengde van den Zeeweg, is momen-teel een der voornaamste toegangswegen naar zee. Het is eengezellige, doch vrij smalle straat, welke niet in staat is hettoekomstige verkeer op te nemcn. Daarom is besloten hetdoorgaande verkeer om te leiden langs en over de trambaanvan de blauwe tram (door de Tramstraat). Hiervoor is eenvrij belangrijke doorbraak noodig.4. In het nieuwe plan is gezorgd voor een behoorlijk aantalwegen Noord--Zuid, welke een logisch verband brengen inden plattegrond. Het Gemeentebestuur had reeds als eischgesteld, dat er een ruime verkeersweg zou komen achter denboulevard. De ontwerpers zijn echter veel verder gegaan enhebben nog twee belangrijke Noord--Zuid-verbindingen ge-projecteerd tusschen de Tramstraat en de Parklaan.5. De weg over de binnensluis van Rijnland, komende vanNoordwijk, Hep vroeger door de Sluisstraat, een onaanzien-lijke straat. In de toekomst zal de binnenweg van Noordwijknaar Katwijk langs de visschershaven worden gevoerd,welke haven een aardig beeld geeft van het Katwijkscheleven.AitikelenAfb. 4. Schilderachtige huisjes te Katwijk aan Zee Afb. 5. Schilderachtige huisjes te Katwijk aan ZeeStedeboutvkundige opzet6. De Noordclijke sector, van de Tramstraat tot het Uitwate-ringskanaal, was in hoofdzaak een vrij stille woonwijk, inhet algemeen zonder eenige aantrekkelijkheid. Deze wijk zallangs de zeezijde en langs de kanaalzijde een geheel nieuwebebouwing krijgen van woonhuizen.7. Tusschen de Tramstraat en de oude kerk is een centrumvan badleven en vertier gedacht. De weg van Noordwijk,de Tramstraat, de Voorstraat en twee Noord^--^Zuid-wegenkomen in dit gedeelte samen. De ontwerpers hebben tus-schen Tramstraat en Voorstraat een entree van Katwijk ge-dacht, waar tram- en buspassagiers aankomen en vertrekken.Een binnenplein, van den boulevard afgesloten door eengroot gebouw of gebouwencomplex, biedt voor het verkeerde noodige ruimte. De boulevard is hier verlevendigd dooreen zeeplein.Van het binnenplein naar de oude kerk is de nevenboulevarduitgegroeid tot een zeer breeden en verhoogd gelegen wan-delweg (waarop verschillende paviljoentjes en seizoenwin-kels kunnen komen) en een verkeersweg, welke zijn uitmon-ding vindt op het dorpsplein bij de oude ikerk.Op het binnenplein is een gemeentelijk gebouw gedacht voorvergaderingen, tentoonstellingen, concerten enz. De Voor-straat zal voor rijverkeer geen directen toegang meer gevcntot den boulevard.8. Rondom de oude kerk is wederom het oude visschersdorpontworpen. Verschillende oude straatjes worden -- wat hunloop betreft -- gehandhaafd, zoodat het vroegere karakterzooveel mogelijk gewaarborgd wordt en de oude Katwijkerniet het gevoel krijgt in een nieuwe voorstadsbebouwing tc-recht te zijn gekomen. De kerk heeft hier een groote rolgespeeld. Door den breeden nevenboulevard dreigde het oudekerkje van het dorp te worden afgesneden, zoodat het meereen boulevard-monument zou worden voor de vreemdelingen,dan een middelpunt voor het dorpsleven. Na veel wikken enwegen is de op de afbeelding aangegeven oplossing ontstaan,waarbij het dorpsplein de kerk aan het dorpje verbindt, ter-wijl naast de kerk een hofje wordt gevormd voor kerkelijkegebouwen.9. Van de oudq kerk tot het Zeehospitium is een tweedebadcentrum gedacht. Aan het eind van de Varkevisserstraatwas ook vroeger reeds een levendig bad- en strandleven. Eenlage boulevard geeft in de toekomst gelegenheid tenten enpaviljoens te bouwen, zonder dat de bewoners van den hoo-gen boulevard het uitzicht op zee verliezen.De bebouwing om den vuurtoren is een punt van zeer veeldiscussie geweest. De gemeentenaren willen liever geenbouwruimte verliezen langs den boulevard, terwijl de stede-bouwkundigen voor een deel een zeer luchtige bebouwingprefereerden, zoodat de openheid van het duinlandschap omhet Zeehospitium geleidelijk zou overgaan naar de normalebebouwing.De eindoplossing is nog niet vastgesteld, doch zal wel op dengulden middenweg liggen.10. Doordat de nieuw ontworpen bebouwing veel ruimer isopgezet dan de oude, zal een deel der langs den boulevard-strook wonende bevolking niet geborgen kunnen worden inhet nieuwe plan; deze zullen plaats vinden in een nieuwe wijk,genaamd ,,Hiet witte hek", Noordoostelijk van de bestaandc 77ArtikelenAfb. 6. Situatie van Katwijk met wederopbouw-, uitbreidings- en saneeringsplanAfb. 8. Vogelvlucht-perspectief van den nevenboulevard van Katwijkmet gezicht op het binnenplein, het zeeplein, den breeden wandelweg metseizoenswinkels, het dorpsplein en de omgeving van de oude kerk.78 SJtii,Ji*U-Mi'i>~,,ii'iiMSM^*bebouwing gelegen. tusschen het kanaal en den ouden zee-weg. Oorspronkelijk was de bebouwing tot aan den zeewegontworpen, waardoor deze karakteristieke weg een deel vanzijn schoonheid zou verliezen.Daarom is besloten een open strook te houden tusschen denzeeweg en deze nieuwe wijk. Het gedeelte langs het kanaalis voor industrie bestemd.Architectonische opzet11. Voor den architectonischen opzet van de boulevard-omgeving en van het plan ,,Het witte hek", zijn een tientaiarchitecten uitgenoodigd, die ieder een gedeelte van den bou-levard of van ,,Het witte hek" voor hun rekening hebbengenomen. Al zoekende en tastende zijn deze heeren tot eenbevredigend resultaat gekomen. Zij hebben hier wat gegc-ven, daar wat genomen, zoolang, tot een harmonisch geheelwerd verkregen. Deze samenwerking is buitengewoon aardiggeweest en heeft niet alleen groot nut gehad voor Katwijk,doch ook voor de goede verstandhouding van de architectenonderling.Het ligt in de bedoeling, dat deze architecten later als Hoofd-architeot voor hun gedeelte zullen optreden en dat zij meteen groep jongere architecten deze meest in het gezichtkomende gedeelten van de badplaats zullen bouwen.De afbeeldingen 7, 8 en 9 geven eenigen indruk van denarchitectonischen opzet.Hiermede is een globale beschrijving gegeven van het Kat-wijksche plan.^,-)fe.J?>V
Reacties