Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst vaor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwAug.-Sept. 1946 27e Jaargang no. 8/9ni"rf!-fV.rdat kost geldIProafnnnlngen in AmerUca habben b?wezen dat een te lag* tctnparatuui iaeen weikplaats of fabriek d* arbeidsct-paciteit op ongekendc wiJEs vennindeitHet is vooi elken fabrietedirecteur dmvan het alleigrootite belang, zijn geheelsbedrijf (nauwkeurig) tot de juista tam^peratuui te verwarmen. Als ga tJw b?-drijf op da doaltreffendite Yrijze ver-vrarmd en geventilaaid wenscht ta zien,- vraag onzen dattamdiga dan aans omeen adviaiEINDHOVEN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteit in het aanleggen van fabrieksapparalen voor verwarmlngbtvochtiging * ontn?veling - dreging en koiling.N.V. MOLYN^COROrrERDAMphilips' bouwbedrijfwederopbouw-adresveisenJan kostelljklaan 30tel. 4484spruitenboschstraat 1 7tel. 16902Haarlem.VOOR WEDEROPBOUW"287R Vlist-Uioodzand-v.d. fflist-UtruijkAannemers van alle voorkomendeBOUW-,BETON-ENGRONDWERKENTelefoon 30739-33589Boschpolderplein 27 A ROTTERDAMEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-' vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormenddc sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wtttig gedeponeerdN?V* Haarlcmschc StoomverffabrickTelefoon 11884 HAARLEMZMIb?nyrran.v. aannemersbedrijf v.h:fif & van ees tereiIdelistraat 33 tel. 554932 * den haagbeton-bonw en watorboawkundig^e werken1Tijdschrift voorVolkshuisvesting enAug.-Sept. 194627e Jaargang - No. 8/9MaandbladStedebouT^Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den Wederopbouw. Redactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. ]. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officieele mededeelingenNederlandsch InstituutOpbouwconferentie RotterdamZooals een deel van onze leden bemerkt zullen hebben, heeftop 26 en 27 Jidi 1.1. te Rotterdam een opbouwconferentieplaats gevonden. waarop een drietal Engelsche stedebouw-kundigen lezingen hebben gehouden. Deze conferentie stondmede onder auspicien van het Instituut. Ter vermijding vanmisverstand wijzen wij erop dat wij onze leden voor deze bij-eenkomst niet hebben kunnen convoceeren, omdat daartoe,toen definitief vaststond dat de conferentie voortgang konhebben, de tijd ontbrak. Ook voor het opnemen van een be-richt in het tijdschrift bestond geen gelegenheid meer.Bezoek Engelsche stedebouwkundigenIn de week van 12 tot 19 September bezocht een gezelschapEngelsche stedebouwkundigen, afgevaardigd door het TownPlanning Institute, ons' land, zulks op uitnoodiging van hetInstituut, in nauwe samenwerking met het Ministerie vanOpenbare Werken en Wederopbouw.LedenvergaderingZooals den leden bij convocatie is bericht, heeft op 18 Sep-tember te 2 uur in een ledenvergadering, welke bij PulchriStudio, Lange Voorhout 15 te den Haag werd gehouden,de ontvangst van de bovenbedoelde groep Engelsche stede-bouwers plaats gehad, waarbij de gasten hun indrukken vanhetgeen zij gezien hebben in vergelijking met den stand vanzaken in Engeland hebben weergegeven.Brochure Prijsvorming en Prijsbeheersching bouwgrondZooals aan de leden bij circulaire is bericht, is als publicatieno. 51 van het Instituut onlangs verschenen ^een brochurevan den Heer Prof. Dr. G. Th. J. Delfgaauw, getiteld ,,Prijs-vorming en prijsbeheersching van den ruwen bouwgrond".Deze brochure is voor onze leden, die daartoe door middelvan de aan de circulaire gehechte briefkaart, aan de N.V.Samsom den wensch te kennen gaven, tegen verminderdcnprijs beschikbaar gesteld.Zij is overigens in den boekhandel verkrijgbaar a f 1.20.Rapport inzake regionale adviesbureaus voor woningbouwen woningbeheerDe door het Instituut ingestelde commissie voor dit onder-werp heeft haar rapport voltooid. Het zal in samenwerkingmet de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten wordengepubliceerd in de serie korte commentaren van deze Veree-niging. Het rapport is reeds ter perse. Het zal in den boek-handel verkrijgbaar zijn.Tijdschrift Natuur en LandschapDe Contact-Commissie voor Natuur- en Landschapsbescher-ming, waarbij het Instituut is aangesloten, is begonnen eentijdschrift uit te geven, onder den titel Natuur en Landschap.De abonnementsprijs bedraagt f 3.50 per jaar, maar leden vanhet Instituut kunnen zich abonneeren tegen den gereduceerdenprijs van / 2.50. Bij de administratie van Natuur en Land-schap, Rokin 92, Amsterdam C, kan men zich opgeven.Rijksdienst voor het Nationale PlanVaste Commissie van den Provincialen Stedebouw-kundigen dienst in Zuid HollandDe Commissaris der Koningin in de provincie Zuid HollandBesluit:I. In te stellen als onderdeel van den Provincialen. StedebouwkundigenDienst in Zuid Holland een Vaste Commissie onder zijn Voorzit-terschap;II. Te benoemen tot leden dier Vaste Commissie:a. Mr. J. J. R. Schmal, lid van het College van Gedeputeerde Statendezer provincie, met bepaling, dat deze zal optreden als plaats-vervanger van den Voorzitter;b. Mr. E. J. M. H. Boilsius, lid van het College van GedeputeerdeStaten dezer provincie;c. Jhr. Ir. A. G. Beelaerts van Blokland, Hoofdingenieur-Directeurvan den Rijkswaterstaat in de directie Zuid Holland;d. G. F. E. Kiers, Inspecteur voor de Volkshuisvesting;e. Ir. L. T. van der Wial, Hoofdingenieur van den ProvincialenWaterstaat in deze provincie, tevens Directeur van het Bureauvan den Provincialen Stedebouwkundigen Dienst;f. Ir. P. Verhagen Lzn., architect te Rotterdam;g. B. van Heijningen. architect te 's-Gravenhage;h. Ir. J. M. Riemens, Rijkstuinbouwconsulent voor het Zuid Holland-sche Glasdistrict;i. Dr. A. Schierbeek, leeraar Stedelijk Gymnasium te 's Gravenhage;j. Dr. C. Visser, Secretaris van de Afdeeling Industrie en Hoofdvan den Economisch Technologischen Dienst der Kamer vanKoopbandel en Fabrieken voor Zuid Holland;III. Te bepalen, dat als secretaris dezer Vaste Commissie zal optreden:Ir. G. C. Lange van het Bureau vani den Provincialen Stedebouw-kundigen Dienst.IV's Gravenhage, 27/29 Maart 1946De Commissaris voornoemd,w.g. L. A. Kesper93rNationale PLArtikeien "" Besluit voorbereiding Streekplan Betuwe-OostDe Commissaris der Koningin in de provincie GelderlandNader voorgenomen een rapport van den Hoofdingenieur van den Pro-vincialen Waterstaat d.d. 14 November 1945, nr. 482 Pd/131/Sp.. be-treffende het vaststellen van een besluit, tot voorbereiding van eenstreekplan voor de Betuwe;Gelezen het bericht van de Vaste Commissie van den Rijksdienst voorhet Nationale Plan d.d. 15 Februari 1946, nr. 10;Gelet op de Derde Uitvoeringsbeschikking van den Secretaris-Generaalvan het Departement van Binnenlandsche Zaken met betrekking tot hetbesluit van 15 Mei 1941, houdende voorschriften betreffende het NationalePlan en Streekplannen;Heeft besloten:I. Te bepalen, dat voor het oostelijk deel van de Betuwe, zijnde hetgebied der gemeenten Huissen, Gendt, Bemmel, Elst, Valburg, Heteren,Kesteren, Hemmen, Dodewaard en Echteld een streekplan wordt voor-bereid.11Arnhem, 17 April 1946De Commissaris der Koningin voornoemd,w.g. QuarlesBesluit voorbereiding Streekplan Veluwezoom-ZuidDe Commissaris der Koningin in de provincie GelderlandNader voorgenomen een rapport van den Hoofdingenieur van den Pro-vincialen Waterstaat dd. 9 Januari 1946 nr. 20 Pd/139/Sp., betreffendehet vaststellen van een besluit tot voorbereiding van een streekplan voorhet zuidelijk deel van den Veluwezoom;Gelezen het bericht van de Vaste Commissie van den Rijksdienst voorhet Nationale Plan dd. 4 Maart 1946, nr. 22rGelet op de Derde Uitvoeringsbeschikking van den Secretaris-Generaalvan het Departement van' Binnenlandsche Zaken met betrekking tot hetbesluit van 15 Mei 1941, houdende voorschriften betreffende het NationalePlan en Streekplannen;Heeft besloten :I. Te bepalen, dat voor het zuidelijk deel van den Veluwezoom, zijndehet gebied der gemeenten Rheden, Rozendaal, Arnhem, Renkum, Wa-geningen en Ede, de laatste voor zooveel gelegen ten zuiden van despoorlijn Arnhem-Utrecht, een streekplan wordt voorbereid.IIArnhem, 17 April 1946De Commissaris der Koningin voornoemd,w.g. QuarlesSociale en cultureele aspecten van de wijkge-^ ?> ^^ 1^ 4- ^-k.door Dr. S. Hofstra94dachte1. InleidingGedurende en na den afgeloopen oorlog is de belangstellingvoor alle vraagstukken, die met den bouw en inrichting vansteden samenhangen, aanzienlijk toegenomen. De daarbij aande orde gestelde vraagstukken zijn niet slechts van technisch-stedebouwkundigen aard, hoe belangrijk deze op zichzelf reedszijn; zij betreffen niet slechts mogeHjkheden en richtingen vanarchitectuur, doch de mensch met zijn behoeften aan socialeen persoonlijke verwerkelijking is daarbij, meer dan vroegermede in het middelpunt komen te staan. Deze verschuivingof misschien beter aanvulling van probleemstelling is ken-merkend voor een belangrijk deel van het hedendaagsche den-ken over stedebouw en wonen. Terwijl reeds vele decenniaaandacht is besteed aan het woningprobleem en aan volks-huisvesting, terwijl er, inzonderheid tusschen de beide wereld-'"corlogen, op velerlei wijze is geexperimenteerd in architectuur,is het stellen van het probleem van de stad als geheel vanveel jongeren datum. Vanzelfsprekend hebben de door denoorlog veroorzaakte verwoestingen een belangrijken stimulansgegeven tot nieuwe gedachten en plannen. Ook andere fac-toren droegen echter, zooals wij nog nader zullen zien, hiertoebij. Dit maakt de beweging tot verbetering der steden tot eeningewikkeld samenstel van economische, technische, aestheti-sche, sociale en ethische factoren. Deze ingewikkeldheidbtengt mee, dat de voorstellen en pogingen tot verbeteringverschillende richtingen uitgaan en op verschillende aspectenden nadruk leggen.Onder de vernieuwingstendenties neemt de wijkgedachte eenbelangrijke plaats in. Wij omschrijven de wijkgedachte hiervoorloopig als een streven om door middel van een regionaleindeeling der stad in wijken, die inzake beperkte doeleindenvan bestuur, inzake lager onderwijs, recreatie, velerlei cul-tureele en geestelijke activiteit een min of meer zelfstandig,van andere wijken afgegrensd geheel vormen, het leven vanden mensch op een hooger sociaal en cultureel plan te brengen,hem meer hefde voor de omgeving waarin hij woont te gevendan in de stad, die een groot agglomeraat vomt, mogelijk is.Hoewel de wijkgedachte niet het geheele terrein der stede-bouwkundige vernieuwingen beslaat, vormt zij, den nadrukleggend op de belangen van den mensch, daarvan een belang-rijk onderdeel. Het is de bedoeling van dit artikel om debeteekenis der wijkgedachte in den samenhang van stedebouw-kundige en verwante, wijdere problemen te belichten.2. Het probleema. Overbevolkte en slecht gebouwde steden. De verwoestingvan groote woongebieden, het ontstane tekort aan woningen,de opeenhooping en verplaatsing van menschen, die door aller-lei maatregelen in vele landen heeft plaats gevonden, hebbenhet vraagstuk van het wonen en van den opbouw van woon-gebieden acuut gemaakt. Al deze factoren hebben het nood-zakelijk gemaakt te handelen, tot een oplossing of tot ver-beteringen te komen, voorzoover althans moeilijkheden metmateriaalvoorziening, arbeidskrachten, financien niet al tebelemmerend optreden. Het voorbereidende denken echter,hoezeer ook geactiveerd door de omstandigheden der afge-loopen jaren, was reeds betrekkelijk lang voor den oorlog aanden gang, zij het -- we komen daar nog dadelijk op terug --in verschillende mate van radicaliteit en in richting vanaanpak.Ons denken, voorzoover het niet overwegend scheppend isen, ook dan nog ten deele, wordt in beweging gebracht dooromstandigheden, het vormt een reactie daarop; aan de geza-menlijke werkelijkheid van denken en omstandigheden voegthet op zijn beurt nieuwe elementen toe, aldus mede de omstan-digheden veranderend. Deze wisselwerking tusschen omstan-digheden en onze denkende reactie daarop vormt een interes-sant hoofdstuk in de geschiedenis van den stedebouw. Wijkunnen er hier slechts die punten uit aangeven, die tot inzichtin ons onderwerp wenschelijk lijken.Ook vroeger eeuwen hebben meermalen een bezinning op debeste wijze van wonen of -- zooals bijv. in perioden derRomeinsche geschiedenis of in de Renaissance ^-- een wis-selende waardeering van stad en land gekend. De problemenechter waarvoor wij thans staan, vinden wanneer wij afzienvan de verheviging die zij door den oorlog hebben ondergaan,hun oorsprong in het begin der 19de eeuw. Men behoeftvoorafgaande eeuwen niet te romanticeeren -- al is er veelreden tot heimwee naar de cultuur der 18de eeuw -- om teerkennen dat de industrieele revolutie en de geheele econo-mische ontwikkeling der 19de eeuw niet slechts een overmatigevergrooting van vele steden, doch vooral een ongezonde, on-aesthetische en rommelige wijze van bouwen en van inrichtingvan een groot deel der steden ten gevolge heeft gehad. Hetgebrek aan idealen, dat verschillende aspecten der 19de en20ste eeuw kenmerkt, de haast waarmee een beschaving vanuiterlijke welvaart werd opgebouwd, wreken zich hier sterk.De gevolgen zijn bekend in den vorm van eindelooze, talloozeen vreugdelooze straten en blokken van veelal slecht gebouwdehuizen, een verknoeien van de oorspronkelijke schoonheid dersteden, een steeds sterkere en trieste opeenhooping van veelmenschen op een klein oppervlak, een dooreenmenging vanindustrie en woongedeelten, een wanordelijk zich uitbreidender steden in het omringende platteland, de groote afstandendie afgelegd moeten worden tusschen woonhuis en werk, metals gevolg verlies aan energie en tijd, de groote toename vanverkeer en lawaai. Deze debetlijst van de moderne groote stadzou gemakkelijk aangevuld kunnen worden.b. De verhouding tot den medemensch. Het is niet onzebedoeling hier in een herhaling te vervallen van de reedsbijna tot gemeenplaats geworden constateeringen en klachtenomtrent den modernen massamensch. Waar het ons hier omte doen is, is het feit dat de groote stad de vermeerderingvan den massamensch, de versterking van zijn karaktertrekkenmogehjk heeft gemaakt en in de hand werkt. De massamensch-- ik gebruik dit begrip met alle reserves die noodig zijn --zoekt de aansluiting bij zijn medemenschen in gezelhgheid,partijtjes, allerlei vormen van oppervlakkige vermaken. Hijbloeit in cafe's en restaurants, in dancings, in het veelvuldigsamenzijn in meetings en vergaderingen. Hij heeft een afkeervan alleen-zijn, van stilte ook. Vandaar dat hij graag is op-genomen in een niet-ophoudenden stroom van oppervlakkigegesprekken. Of hij laat de radio, dit speeltuig van grootemenschen, de gevreesde stilte verdrijven met geluiden waar-naar hij nauwelijks luistert. Deze massamensch komt voor inalle standen en klassen. Zelfs intellectueele vorming biedttegen zijn optreden allerminst voldoenden waarborg. Zijneigenschappen, die in ons alien aanwezig zijn, kunnen slechtsop een hooger plan gebracht worden door critisch denken,door innerlijkheid, door verdieping van het contact met denmedemensch en, naar het uiterlijk aspect, door betere omstan-digheden, waartoe niet in de laatste plaats behoort een goedewoonomgeving.De groote stad, zooals die; thans is, geeft een oneindige moge-lijkheid aan vluchtige contacten, doch zij mist de beslotenheid,de vertrouwde sfeer, waarin de mensch zich voortdurend thuisvoelt. En daarom gaat voor zeer velen het opgaan in devluchtige contacten juist gepaard met innerlijke eenzaamheid,met een zich meer of minder los geslagen en ontworteld ge-voelen. Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat alle of zelfs demeerderheid der stadsbewoners massamenschen zijn. Daarvoorzijn de verschillen tusschen menschen en toestanden te groot.Daarvoor ook biedt juist de groote stad teveel gelegenheidtot diepere contacten tusschen verwante geesten en tot cul-tureele verrijking. En daarvoor, tenslotte, is er te weinigreden om het vaak bekrompen en stilstaande leven in kleinesteden te idealiseeren. Het gaat echter in het bestek van onsonderwerp slechts om de vaststelling, dat de groote stad eenverheviging beteekent in het proces van het massale en hetrichtinglooze en tegelijkertijd van het vereenzaamde en ge-isoleerde leven.c. Het contact met de natuur. Behalve tot de hier kort aan-geduide vervluchtiging van menschelijke contacten, heeft deenorme uitbreiding der steden" geleid tot een vermindering,vaak zelfs tot een verschrompeling van onze betrekkingen metde natuur. De feiten zijn in groote lijnen bekend. i) Detroostelooze afwezigheid van groen, de afgeslotenheid vanfrissche lucht en zonlicht, die zoo vele woonwijken der 19deeeuw kenmerkt, de aanwezigheid van stof en rook, het zijnverschijnselen, die thans wel iedereen als kortzichtigheden engebreken van ons vroegere bouwen en van onze vroegere op-vattingen zal beschouwen. Ook zijn de nadeelen voor gezond-heid van lichaam en ziel, die uit het verhes van contact vanden stedeling met de natuur voortvloeien, meer en meer onder-kend. Tot het lange zondenregister der stadsuitbreiding (ender industrialisatie) behoort nog, dat het gebied der natuurzeer is ingekrompen, dat uit gebrek aan inzicht en dieperegevoelens ontzaglijk veel natuurschoon is geschonden en dater iri vele opzichten een wanverhouding tusschen stad en landis ontstaan. Ook wanneer in de laatste decennia een deel derbevolking meer en meer heeft kunnen profiteeren van ver-beterde woonomgevingen, omringd door meer openheid enmeer groen dan voorheen het geval was, dan is toch nog inde meeste gevallen het vlugge contact met de wijdere natuurversperd of belemmerd door steeds aangroeiende complexenvoorsteden en door lintbebouwing.d. Andere aspccten. Zonder bij deze korte opsomming vande debetzijden van het grootstadsleven ook maar eenigermatenaar volledigheid te streven, moeten wij nog het belangrijkefeit van de correlatie tusschen stad en klein gezin in her-innering brengen. De verschillende oorzaken, die daarvoorbestaan, kunnen wij hier in het midden laten. De groote stad,vooral de wereldstad, is geworden tot de plaats, die demenschen, vooral de besten, tot zich trekt en hen verbruikt.Het inzicht van een dichter als Rilke 2) en de conclusies vanverschillende wetenschappelijk bevoegden stemmen overeen indit oordeel over de wereldstad. ^) De inwerking van de grootestad op ons gansche psychische leven, op ons zenuwleven, opdesintegratie der persoonlijkheid, de inwerking van lawaai,van klimaat en lucht der stad, zijn gebieden die nog nauwe-lijks zijn onderzocht, doch die, al zijn zij van subtielen aard,zeer belangrijk zijn.3. Gezochte oplossingena. Algemeen karakter der oplossingen. In de critiek op onzewijze van wonen, op den aard en inrichting der steden, inde oplossingen die voorgesteld en geprobeerd zijn, doen zichaanzienlijke verschillen voor. Deze verschillen hangen tendeele samen met radicaliteit van gezichtspunt, ten deele methet verschijnsel waarmee de oplossingen zich in het bizonderbezig houden, ten deele ook met veranderende omstandig-heden. Men zou gedeeltelijke en synthetische oplossingenkunnen onderscheiden. Gedeeltelijke oplossingen, zich rich-tend op het afzonderlijke verschijnsel, zijn reeds lang aan deorde en, meer of minder geslaagd, verwerkelijkt. Zij hebbensynthetische oplossingen omtrent verbetering van de stad alsalgeheel woon- en werkgebied, oplossingen waarvoor thansde tijd rijp schijnt te worden, voorbereid. Want men moethet zich niet zoo voorstellen, alsof reacties op het ongunstigeen pogingen tot verbeteringen een betrekkelijk plotseling, eenrecent verschijnsel zijn. Inzicht wordt bijna steeds slechts uitfragmenten, geleidelijk of door schokken verkregen, op-gebouwd.Alle pogingen tot verbetering hebben betrekking op sanitaire,op ruimtelijke of op sociale aspecten van woon- en werk-gelegenheid. Het is echter moeilijk hier scherpe ondetschei-dingen aan te brengen. Bijna alle problemen vertoonen meerdan een dezer aspecten. Wel kan men zeggen, dat de zoo-?even genoemde volgorde van aspecten opklimt in belangrijk-heid en in omvattendheid van gezichtspunten.b. Gedeeltelijke oplossingen. De massabouw van hygienischuiterst onvoldoende huizen, die tijdens het begin der indus-trieele ontwikkeling ontstond, wekte reeds in de eerste helftArtikelenJ) Vyl. voor _.,de natuur, 1945.dit onderwerp mijn: De houding van den mensch tegenover)45. - .^) ,,Die Stadte aber wollen nur das Ihreund reissen alles mit in ihren Lauf.Wie hohles Holz zerbrechen sie die Tiereund brauchen viele Volker brennend auf".(Das Stundenbuch)^) ,,Les villes, a I'origine lieu de protection, de developpement, sontdevenues des cimetieres, de simples lieux de passage, de consommation.Elles ne s'accroissent que par une immigration intensive: la banlieue,la region, la nation, I'etranger leur ont fourni, jusqu'ici, la chair humainenecessaire tout corame leur vlande da boucherie" (Gaston Bardet, Pro-blemes d'Urbanisme, 1941, biz. 294). En: ,,En effet, les grandes villesne pourront plus longtemps vampiriser les campagnes, dont elles ontbesoin comme garde-manger et comme haras. Elles ne pourraient sub-sister, maintenir le chiffre de leur masses agglutinees qu'en su?ant jusqu' aI'agonie les villes secondaires en lesquelles s'equilibrent precisementles ^vantages de la ville et de la campagne et ou se conservent lesvertues de la race. La mort de ces dernieres amenerait, a I'interieurdes regions, un desequilibre fonctionnel et social tel qu'il entraine-nait la destruction definitive de la campagne. Le probleme qui sepose d'une fa?on pressante est done double: Refaire la structure ruralepour eviter la debacle urbaine. Refaire la structure urbaine pour que lavie humaine y devienne possible" (biz. 295). 95Artikelen96der 19de eeuw reacties op. De slcchte woningtoestanden ver-oorzaken besmettelijke ziekten en deze noodzaken tot voor-zieningen inzake de verstrekking van water en rioleering. Inde decennia die dan volgen, gaat het vraagstuk van de ver-betering van woningen en van de hygiene der stad de open-bare meening en de maatregelen van autoriteiten in groei-ende mate bezig houden. Aanvankelijk staan bescheideneischen van hygiene voorop; eischen van schoonheid -- an-ders dan bijv. in de 18de eeuw --, van groenvoorziening, vanlicht en lucht, die later naar voren komen, spelen in het be-gin nog slechts een bescheiden rol. Het is interessant op ditgebied den geleidehjken groei van idealen en inzicht en vande wisselwerking tusschen idealen en noodzakelijkheden waarte nemen. Het proces van verbetering van woningtypen, vanhet stellen van hooger eischen aan den bouw van woningen,dat in 1914 reeds een eind gevorderd was, heeft zich tus-schen de beide wereldoorlogen sterk voortgezet, hoewel ernog zeer veel te wenschen overblijft met betrekking tot af-metingen, inrichting, gehoorigheid, kwaliteit der materialen.En doordat de architectuur, vooral in deze laatste periode,meer gelegenheid kreeg tot experiment, niet slechts met hetafzonderlijke huis, doch ook met woningblokken, met stra-ten, konden ook gedachten omtrent' vernieuwd stedeschoonhier en daar, zij het nog in beperkte mate, tot verwezenlij-king komen.Herinnerd kan hier verder worden aan de velerlei wijzen,waarop getracht is het contact met de natuur in eenigerleivorm te herstellen: door het wonen in voorsteden of in hetalgemeen aan den rand der stad, door aanleg van parken enplantsoenen, door meer zorg te besteden aan groenvoorzieningbij den aanleg van nieuwe woonwijken, door volkstuintjes,door den aanleg van tuintjes bij nieuwgebouwde huizen. Ditalles ligt geheel in de lijn van een toegenomen verlangen naarzon en frissche lucht, van een grooter waardeering van natuuren natuurlijkheid. De krachtige bewegingen tot beschermingvan het landschap, die in de afgeloopen halve eeuw in velelanden zijn ontstaan, de stemmen, die telkens weer opgaanom tegenover een zich uitbreidende industrialisatie het belangvan een krachtigen landbouw hoog te houden, moeten cven-eens in dit verband genoemd worden. Helaas bestaat de keer-zijde van den drang om aan den buitenkant der steden tewonen in de vermeerdering van zeer veel leelijke woningenen straten. Zooals de drang om geriefelijk te wonen den bouwvan groote woongebouwen heeft bevorderd, die in hun mono-tonie de triestheid van het verknoeide stadsbeeld versterken.,Bij de pogingen tot verbetering van de verhouding van menschtot mensch, tot vermindering ook van de vereenzaming, waarinvooral de moderne stadsmensch vaak verkeert, hebben wemet een dooreenmenging van een algemeen en van een opde stad in het bizonder gericht streven te doen. Het alge-meene is het ontwaken van het sociale gevoel in de laatsteeeuw, zich uitend in allerlei bewegingen, stroomingen endaden. Het op de stad en zijn bewoners gerichte gevoel vindtzijn aanknoopingspunt bij het bijna in elke stad bij een deelder bevolking bestaande gevoel van verbondenheid met destad waar men woont, vooral wanneer men er lang woont,van een gehecht zijn aan en trotsch zijn op zijn stad (nogafgescheiden van speciale buurtgevoelens). Tusschen dit alge-meene sociale gevoel en het bizondere saamhoorigheidsgevoelmet een bepaalde stad in liggen de vele strevingen, gedeel-telijk reeds lang bestaande, gedeeltelijk van jongeren datum,om de massa der stedelingen op de een of andere wijze ingroepsverband te binden. In het bizonder kerken en politiekegroepeeringen streven in deze richting. De waarde, die ditvoor iemands persoonlijkheid heeft, is een vraagstuk op zichzelf. Sociologisch is het voor ons hier belangrijk, dat de menschin vereenigingsverband althans iets meer is dan enkel deeleener massa. In dit verband kan ook nog genoemd wordenhet vele, zij het van zeer verschillende waarde zijnde, watvoor ontwikkeling, ontspanning en kunstgenot van den stede-ling gedaan wordt. En voorts de velerlei vormen van sociaalwerk.c. Synthetische oplossingen. Ik wees er op, dat het eenkenmerk van nagenoeg alle menschelijk streven is, dat hetslechts in stadia en langs een weg van probeeren, van falenen verbeteren een eenigermate bevredigend eindpunt kanbereiken. De constateering dat het ideaal groeit met de wer-kelijkheid, behoeft niet in algeheele tegenstelling te staan tothet feit, dat in andere gevallen de visie, de projectie van eenideaal aan het begin staat. Beide kanten van deze verhoudingtusschen idee en omstandigheden doen zich bij het vraagstukvan wonen en stedebouw voor. Voor de aan het begin staandevisie behoeven wij hier slechts aan de utopieen van Plato ofvan Thomas More te herinneren of aan Robert Owen, diezijn vooruitstrevende denkbeelden zelfs tot werkelijkheid wistte maken in den bouw van dorpen. Overwegend echter heeftde geschiedenis der laatste anderhalve eeuw, die ons voor onsonderwerp interesseert, den vooruitgang te zien gegeven vangedeeltelijke oplossingen. *)Over eischen inzake hygienisch ingerichte woningen zal weinigverschil van meening meer bestaan, slechts over mate entempo van verbeteringen in dit opzicht. De eischen zijn groo-tendeels in officieele regehngen opgenomen. Dit betreft dehygiene in engeren zin. Zij is niet noodzakelijkerwijze iden-tiek met woongeschiktheid in ruimeren zin. Het feit bijv. dattal van moderne woningen, hoewel uitgerust met allerlei voor-zieningen als centrale verwarming en Bruynzeel-keukens, ophet gebied van gehoorigheid en beknoptheid weer zeer onvol-doende zijn, toont dat het begrip hygiene hier noodzakelijkeen verlengstuk behoeft. De twee andere gebieden die ik zoo-even noemde, de verhouding tot natuur en medemensch, zijnsubtieler van aard. De behoeften en idealen der menschenzijn hier, ondanks zekere algemeene tendenties in elk tijdvak,zeer verschillend. Dat er in de steden meer groen moet komen,dat huizen zoo mogelijk een tuin moeten bezitten, dat demenschen vrijer toegang vanuit de stad tot de natuur moetenkunnen hebben en dat de planlooze uitbreiding van voor-steden en van lintbebouwing ongewenscht zijn, wordt inbreedc kringen ingezien en in allerlei plannen en regelingenwordt er reeds rekening mee gehouden. Nog moeilijker te om-schrijven en regelend te bereiken is de vorming van meersociaal gevoel in de groote groep der stadsbewoners als eengeheel genomen.De synthetische pogingen die wij hier op het oog hebben, zijnin de eerste plaats van ruimtelijken aard. Het is het zoeken,niet slechts om een verbeterd type huis of stratenblok te ver-krijgen, doch om een zinvol geordende woon- en werkstad tescheppen. En daarnaast om tot een iets meer harmonischeverhouding te komen tot de omringende niet-stedelijke ruimtc,tot het land rondom de stad gelegen. Daaraan verbinden zichde problemen van architectuur, van gemeenschap, de econo-mische problemen ook van de verdeehng tusschen woon- enindustrie- en handelsgedeelten. Naar een zeker evenwichtwordt gestrcefd tusschen allerlei behoeften, tusschen factorenals onderwijs, recreatie, ontspanning, ontwikkeling, het wonen,industrie, winkels, verkeer. Naar een evenwicht ook tusscheneischen van uitgestrektheid en intimiteit, van openheid enconcentratie, van afwisseling in hoogte tusschen gebouwen enwoonhuizen.Hoezeer de synthetische pogingen onderling ook mogen ver-schillen, zij hebben dit gemeen, dat zij trachten den menscheen omgeving te verschaffen die aan hooger eischen van ge-zondheid en schoonheid voldoet dan thans meestal het gevalis en waarin hij zich, mede door een meer dan oppervlakkigcontact met zijn medestedelingen, thuis kan voelen. Algemeenwordt het als een bezwaar gevoeld, dat er door de groote af-standen, die er tusschen woon- en werkgelegenheid ontstaanzijn, zeer veel tijd en energie verloren gaan aan heen- enweerreizen.4) "The national consciousness of the importance of town and countryplanning is about a generation behind the national sense of responsibilityfor the good housing of the people" (Sir Ernest Simony Rebuilding Bri-tain - a twenty year plan, 1945, biz. 163).1Gevraagd voor onze AfdeelingStedebouw van den Dienst vanEconomische ZakenEEN JONG BOUWKUNDIG-ofCIVIEL INGENIEURMET STEDEBOUWKUNDIGEN AANLEGSalaris nader te bepalen in ver-band met ervaring en opieiding.Eigenhandig geschreven sollici-taties met uitvoerige opgave vanopgedane praktijk, leeftijd enz.te richten aan de 2e Afdeelingvan den Algemeenen Dienst derNederlandsche Spoorwegen teUtrecht.Bezoek slechts na oproep.282Beton-Emailleis GOED indienMWederopbouwUROPLASTDiverse uitvoeringen. Vraagt inlichtingen aan bijhet doetMUROPLAST T
Reacties