nmOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks-dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwJanuari 1947 28e Jaargang no. 1dat kost geld!???Proefnemingen in Amerika hebben be-wezen dat een te lage temperatuui ineen werkpUats of fabriek de aibeidsca-paciteit op ongekende wijze vermindertHet is voor elken fabrieksdiiecteur dusvan het allergrootste belang, ajn geheelebedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuui te verwannen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze ver-warmd en geventileerd wenscht te zien,- vraag onzen deskundige dan eens omeen advies.VOLKERE.NDVO"EN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteil in li?l aanleggen van labrieksapparaten voor varwarmlngbevochtiging - onlneveling droging an koellng.HOLLAND TRIPLEX IMPORTROTTERDAM - Schiedamschesingel 50 - Tel. 28303Abraham van Stolk&Zoonen n.v.ROTTERDAMPOS BUS 1100ELEFOON 35400HOUTHANDEphilips' bouwbedrijfwcderopbouw-adresveisenJan Icostelijklaan 30tel. 4484spruitenboschstraat 17tel. 16902^aaneiTiVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWACENAKERSBREDAb?j^anbeton-bonw en waterbonwknndig^e werkenBESTELKAARTAan deN.V. Maatschappij tot Exploitatievan het Limburgsch DagbladNobelstraat 21HEERLEN, 1947Ondergeteekende wenscht te ontvangen:ex. band Tijdschrift Volkshuisvcsting enStedebouw 1946 a f 3.--ex. band Tijdschrift Volkshuisvesting enStedebouw met De Woningbouwvereeniging1946 a f 3.25 per exemplaarHet verschuldigde bedrag is gestort op dc postreke-ning No. 35100 van de N.V. Maatschappij tot ExpLvan het Limburgsch Dagblad te Heerlen.OnderteekeningNaam en adres (blokletters):Tijdschrift voorVolkshuisvesting enJanuari 194728e Jaargang - No. 1MaandbladStedebouAvOr^aan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertcnties! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128In Memoriam Aart Lodder]7 December 1946 overleed onverwachts te s GravenhageAart Lodder, Bouwkundig Ingenieur, Adjunct-Direoteur bijden Dienst der Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting al-daar,Lodder was vanaf de oprichting secretaris van den ,,Tech-nisch Stedebouwkundigen Kring" van het Instituut. Zondereenige overdrijving en zonder iemand lets te kort te doen,mag ik hier wel schrijven dat de activitcit, welke dezen Kringkenmerkte, grootendeels aan zijn bemoeiingen te danken isgeweest.Toen, ter bevrediging van de groote behoefte aan onderlingcontact, tijdens de bezetting in het Instituut een werkgroepvan stedebouwkundige ontwerpers werd gevormd, was hetweer Lodder die tot secretaris werd gekozen.Dat reeds tijdens den oorlog in deze werkgroep de herop-richting van een Bond van Nederlandsche Stedebouwkundi-gen in een nieuwe gedaante kon worden voorbereid, is medete danken aan de niet nalatende werkzaamheid van Lodder.Een, achteraf beschouwd, eerste verontrustend teeken vanphysieke uitputting was zijn mededeeling, dat het secretariaatvan den B.N.S., zoo hij eventueel tot bestuurslid zou wordengekozen, hem te zwaar zou vallen. In onderling overleg werdin de oprichtingsvergadering voorgesteld hem door een twee-den secretaris te doen assisteeren. Kort nadat de B.N.S. weerbegon te functionneeren, stierf Lodder.Zijn dood is een groot verhes zoowel voor het Instituut alsvoor den B.N.S.Lodder was een van die stille werkers, die men eerst leertkennen en waardeeren wanneer men in persoonlijk contactmet hen treedt.Lodder leeren kennen had tot gevolg, dat men vertrouwenkreeg in zijn rechtschapenheid en respect voor zijn onbaat-zuchtige liefde voor ons vak, terwijl men langzaam maar ze-ker gevoelens van vriendschap voor den mensch Loddervoelde ontstaan.Anderen, hiertoe meer bevoegd dan ik, hebben op ,,Wester-veld", waar zijn stoffelijk overschot werd gecremeerd, zijnwerk als stedebouwkundige te 's Gravenhage herdacht.Lodder behoorde niet tot de collega's, die opvallen doorschittering en vertoon.Desniettemin waren, hoewel zijn plotseling overlijden slechts inkleinen kring bekend geworden was, op den ijskouden De-cemberdag velen opgekomen om in gedachten afscheid vanhem te nemen en om blijk te geven van de plaats, welke zijnnagedachtenis in hunne harten inneemt.C. van EesterenOfficieele mededeelingenNederlandsch InstituutBezoek tentoonstelling ,,Den Haag bouwt op"Op 17 Januari 1.1. waren onze leden in de gclegenheid dezetentoonstelling in het Haagsche gemeente-museum te bezoe-ken, waarbij de Heeren Dr. W. Moll en W. M. Dudok resp.in het historische gedeelte en bij de expositie van de weder-opbouwplannen deskundige voorlichting hebben verstrekt.Contributie 1947Door een aantal leden van het Instituut is de contributie voor1947 voldaan. Ter vermijding van portikosten wordt den le-den verzocht het stortingsbewijs als kwitantie te willen be-schouwen.De minimum-contributie voor leden-natuurlijke personen be-draagt thans f 10.--, voor corporaties f 15.^-- en voor ge-meenten beneden 5000 inwoners eveneens f 15..-- (zie hetbericht in het December-nummer 1946).Band TijdschriftVoor jaargang 1946 van het Tijdschrift kan door de druk-kerij een half linnen band beschikbaar gesteld worden tegenden prijs van f 3.-- (iverzendkosten inbegrepen).Indien men een band wenscht, waarin ook de in 1946 ver-schenen nummers van ,,De Woningbouwvereeniging" mee-gebonden kunnen worden, bedraagt de prijs f 3.25.Bestellingen van een band voor het Tijdschrift of voor hetTijdschrift met de Woningbouwvereeniging dienen recht-streeks te worden ingezonden, door middel van de bij ditnummer ingesloten briefkaart, bij de N.V. Maatschappij totExploitatie van het Limburgsch Dagblad te Heerlen. Dekosten moeten eveneens aan de drukkerij worden voldaan.Een bericht betreffende een band voor de nummers van,,De Woningbouwvereeniging" is bij het inliggende nummervan De Woningbouwvereeniging gevoegd.De inhoudsopgave 1946 van de Woningbouwvereenigingwordt in het Februari-nummer ingelegd.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluit inzake kippenfokkerij Berg en TerblijtDe President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan; .Gezien een mededeeling van den Provincialen Planologischen Dienst inLimburg, dat A. van Straaten te Berg en Terblijt het voornemen heeft,een kippenfokkerij aan te leggen op de perceelen, kadastraal bekend ge-meente Berg en Terblijt, Sectie A, nos. 2018 (gedeeltelijk), 720 (ged.),721 (ged.), 1190 (ged.) en 1191;OfficieelemedcdeclingenNationale PlaArtikclenOverwegende, dat genoemde perceelen deel uitmaken van object no. 36^ van de lijst van natuurgebieden, behoorende bij zijn beschikking van 23October j.I. no. 4P;Overwegende, dat blijkens de beschikking van zijn ambtsvoorganger d.d.27 Augustus 1942 B.Z. no. 4V een Nationaal Plan in voorbereiding is,en dat bij deze voorbereiding aan vorenbedoeld object, de bestemming istoegedacht van natuurgebied, zulks uit hoofde van zijn landschappelijkewaarde van nationaal belang, alsmede van zijn natuurwetenschappelijkewaarde in geologisch en botanisch opzicht;Overwegende, dat bet behoud der onderhavige terreinen in ongereptenstaat met bet oog op de voormelde waarden van groote beteekenis moetworden geacht;Overwegende, dat de aanleg van een kippenfokkerij aldaar afbreuk zal doenaan de voormelde wa'arden, aangezien voor bet landschapsschoon schademoet worden geducht van de op te richten hokken, terwijl voorts ver-wacht mag worden, dat de bodembegroeiing door de aanwezigheid vaneen groot aantal kippen ernstig zal worden aangetast;Overwegende derhalve, dat de bedoelde aanleg geacht moet worden instrijd te zijn met bet in voorbereiding zijnde ontwerp voor een NationaalPlan;Overwegende voorts, dat blijkens de beschikking van den toenmaligenCommissaris der provincie Limburg d.d. 12 Januari 1943, le afd. La B2E, voor Zuid-Limburg een streekplan in voorbereiding is, bij welkevoorbereiding de begrenzing reeds is ontworpen van de gebieden, welkeuit een oogpunt van waterwinning ten behoeve van de drinkwatervoorzie-ning bijzondere bescherming behoeven;Overwegende, dat blijkens mededeeling van Ged. Staten van Limburg dein aanhef dezer genoemde perceelen zijn begrepen in een zoodanig gebied"en dat het ten aanzien daarvan in de bedoeling ligt, elke bebouwing teweren;Overwegende, dat het oprichten van een aantal kippenhokken niet metdeze bedoeling strookt, zoodat de aanleg van een kippenfokkerij ter plaatsemede geacht moet worden in strijd te zijn met het in voorbereiding zijndeontwerp voor een streekplan voor Zuid-Limburg;Gelet op art. 5, derde lid, van het Besluit van 15 Mei 1941 (no. 91/1941)betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;Gezien het djiartoe strekkende voorstel van de Vaste Commissie van denRijksdienst voornoerad;Besluit:bezwaar te maken tegen het voorgenoraen werk van den aanleg eenerkippenfokkerij, vorenbedoeld, zulks wegens strijd met de in voorbereidingzijnde ontwerpen voor een Nationaal Plan en voor een streekplan voorZuid-Limburg.Afschrift dezer beschikking zal worden gezonden aan den Minister vanOpenbare Werken en Wederopbouw, aan den Raad van State, afdeelingvoor de Geschillen van Bestuur, aan Gedeputeerde St!aten van Limburg,aan het gemeentebestuur van Berg en Terblijt en aan belanghebbende.De President,(w.g.) H. v. d. Kaa's-Gravenhage, 17 December 1946 : 'Besluit inzake theehuis Oirschot -De President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan; _Gezien een mededeeling van den Burgemeester der geraeente Oirschot,dat H. van Overbeek en P. van Breemen te Oirschot voornemens zijn,op het perceel kadastraal bekend gemeente Oirschot, Sectie E no. 659,een theehuis annex recreatieoord voor vacantiegangers te stichten ;Overwegende, dat genoemd perceel deel uitmaakt van de ,,OirschotscheHeide", welke met de aanduiding L.P. 669 is opgenomen in de lijst vannatuurmonumenten, behoorende bij de beschikking van zijn ambtsvoorgan-ger d.d. 20/21 Juli 1942, no. 5627 M/M.N.P.:Overwegende, dat de Oirschotsche Heide, waartoe genoemd perceel be-hoort, blijkens mededeeling van Gedeputeerde Staten van Noord-Brab'ant,opgenomen is in het in voorbereiding zijnde streekplan ,,Eindhoven enomgeving", onderdeel van het streekplan ,,Oost-Noord-Brabant", hetwelkbij besluit van den Commissaris der provincie Noord-Brabant d.d. 21 Juli1943, Prov. blad no. 56, is verklaard in voorbereiding te zijn;Overwegende, dat in bedoeld streekplan aan de Oirschotsche Heide debestemming is toegedacht van natuurreservaat, alwaar elke bebouwingzal worden geweerd, zoodat de uitvoering van het onderhavige werk instrijd moet worden geacht met het in voorbereiding zijnd ontwerp vooreen streekplan;Gelet op art. 5, derde lid van het Besluit van 15 Mei 1941 (no. 91/1941)betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;Gezien het daartoe strekkende voorstel van de Vaste Commissie van denRijksdienst voornoemd;Besluit:bezwaar te maken tegen het voorgenomen werk, zijnde de stichting van eentheehuis annex recreatieoord voor vacantiegangers op het perceel ka-dastraal bekend gemeente Oirschot, Sectie E no. 659; zulks wegens strijdmet het in voorbereiding zijnd ontwerp voor het streekplan Oost-Noord-Brabant, onderdeel Eindhoven en omgeving.Afschrift dezer beschikking zal worden gezonden aan den Minister vanOpenbare Werken en Wederopbouw, aan den Raad van State, afdeelingvoor de Geschillen van Bestuur, aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, a'an het gemeentebestuur van Oirschot en aan belanghebbende.De President,(w.g.) H. V. d. Kaa's-Gravenhage, 17 December 1946De Wederopbouwplannen voor 's Gravenhage 'Nu de beide thans openbaar geworden wederopbouwplannenvoor den Haag reeds in afbeeldingen en toelichting omstan-dig zijn gepubliceerd -- zie de gemeentelijke uitgave ,,Tweeherbouwplannen voor s Gravenhage" -- terwijl onze ledengelegenheid hebben gehad ze op de tentoonstelling onderpersoonlijke leiding van den ontwerper te bezichtigen, meenenwij met het oog op de ruimte te moeten volstaan met enkelefoto's en een korte uiteenzetting, welke wij aan de genoemdepublicatie ontleenen.ToelichtingDe opdracht aan den Heer Dudok omvatte niet slechts dewederopbouwplannen voor de beide getroffen gebieden --het Bezuidenhoutkwartier en het gebied Sportlaan-Scheve-ningscheboschjes, .-- maar ook. een algemeen uitbreidingsplanen een verbeteringsplan voor de bestaande stad. Een en an-der zal dus een groot samenhangend geheel kunnen worden.D^ ontwerper noemt enkele beginselen voor het algemeeneplan. De toekomstige stad met haar geschat maximum van850.000 inwoners, zal vasten vorm moeten krijgen en weleen rechthoekigen. Het in hoofdzaak rechthoekige wegen-stramien zal worden gevolgd, met een ringnet rondom destad. De wijkgedachte zal bij de uitbreiding het leidende mo-tief zijn; de wijken zullen door groenstrooken worden geschei-den, terwijl naar decentralisatie van kantoorgebouwen, dieweinig publiek trekken, zal worden gestreefd.Met de beide thans gepubliceerde plannen wordt uit over-wegingen van urgentie vooruitgeloopen op het uitgewerktealgemeene plan.Het eerste plan raakt ten nauwste aan het spoorwegvraag-stuk. De directie van de Nederlandsche Spoorwegen heeftsamen met den Heer Dudok een rapport uitgebracht, waarinde vestiging van een centraal station met een ondergrondschespooraansluiting van de belangrijkste woongebieden wordtaanbevolen. Op een punt blijkt nog geen overeenstemmingte bestaan, namelijk de plaats van het station, hetzij zooals inhet ontwerp is verwerkt, aan een ruim voorplein, hetzij dich-ter bij den Bezuidenhoutscheweg.De ondergrondsche spoorweg maakte het mogelijk het Bezui-denhoutkwartier uit zijn betrekkelijk isolement te verlossen,door een nieuwen verkeersweg 300 m ten zuidoosten en even-wijdig aan den Bezuidenhoutscheweg, waardoor dus eentweede 35 resp. 45 m breeden verbindingsweg met de stadontstaat, leidende naar een ruim plein (ca 90 bij 220 m),waarop de beide belangrijkste in dezelfde richting loopendestraten, de Theresiastraat en de Juliana van Stolberglaan, uit-monden en aan den anderen kant een vloeiende verbindingmet de Voorburgsche woongebieden. Hierdoor is voor het teherbouwen gebied een wegennet bepaald, meer in overeen-stemming met het rechthoekige stramien, dat typeerend isvoor den Haag.Verder is het profiel van den Bezuidenhoutscheweg herzien.terwijl de huizenrij aan het Oostelijk einde is ingekort terwille van het visueel contact met het Haagsche bosch.Aan de andere zijde van het spoorwegstation omvat het plande saneering van de wijk tusschen Stationsplein en Spui, waarhet nieuwe. regeeringscentrum is gedacht, aan een plein (het,,Plein 1945") (ca. 110 bij 165 m). De ligging direct bij hetstation en bijde bestaande ministeries is gekozen met het oogop de vele bezoekers van elders.Voor Utrecht en omgeving met Uwlichtdrulcken en fotocopieen "^^^ NV.H.GADELLAOUDEGRACHT 31 2 - UTRECHT - TELEF. 11 585TEEKENAR7IKELENBij de Directie van de Wieringermeer (Noordooatpolderwerken)Menno van Coehoornsingel 16 te Zwolle kunnen geplaatst worden:1. Een ervarcn Calculatorfin den rang van bouwkundig ambtenaar).2. Een bekwaam Bouwkundig Teekenaar(in den rang van bouwkundig ambtenaar).3. Een geroutineerde Kaartteekenaar(in den rang van teekenaar le klasae).Uitvoerige sollicitaties in te dienen binnen een week na plaatsingdezer advertentie bij de afd. Personeel.Bij den dienst van OPENBARE WERKEN te DELFTkunnen worden geplaatst:1. bij de stedebouwkundige afdeeling:eenige TECHNISCHE AMBTENARENmet einddiploma M.T.S. waterbouwkunde en/ofbouwkunde, bij voorkeur met praktische ervaringop stedebouwkundig gebied en/of welstandstoezichten/of bekend met cartografische of kadastralewerkzaamheden. Salads nader te bepalen tusschende grenzen f 2300.-- en f 3950.-- per jaar, ver-meerderd met overbruggingstoelage en kindertce-slag volgens de geldende gemeentelijke regeling;2. bij de afdeeling Bouw- en Woningtoezicht:EEN TECHNISCH AMBTENAARmet einddiploma M.T.S. bouwkunde met praktischeervaring, bij voorkeur op het gebied van bouw- enwoningtoezicht. Salaris nader te bepalen tusschende grenzen f 2300.-- en f 3250.-- per jaar, ver-meerderd met overbruggingstoelage en kindertoe-slag volgens de geldende gemeentelijke regeling.Sollicitaties te richten aan den Directeur van OpenbareWerken te Delft, Oude Delft 51. -- Persoonlijk bezoekuitsluitend na oproeping.Bij den Gemeentelljkcn Woningdicnsf te .Amsterdam, afdeeling Ver-eenigingsbouw, wordt gevraagd eenadjunct architect/architectofadjunct ingenieur/ingenieurBekwame kracht met algemeene ontwikkeling en gedegen bouw-kundige en architectonische kennis. Goede omgangsvormen.Aanstelling in tijdelijken dienst op een jaarwedde van tenminstef. 3600. -- , verhoogd met pim. f. 400.-- tijdelijke toelagen en even-tueel kindertoeslag. Ongehuwdenaftrek SVo.Toekenning van een of meer periodieke verhoogingen, afhankelijkvan ervaring is mogelijk. T.z.t. mogelijkheid van aanstelling invasten dienst hoogeren rang. Spoedige indiensttreding noodzake-lijk.Sollicitaties op zegel onder no. 7 W.D. te richten tot de Gem.Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92, Amsterdam fC).Bij de Provinciate Streekplandienst in Friesland bestaat gelegen-heid tot plaatsing van eenwetenschappelijk medewerkerin den rang van Planoloog le ol 2e klastaop een nader te bepalen salaris, gelegen tusschen f 3000.-- enf 5000.--, exclusief de gebruikelijke verhoogingen.In aanmerking komen o.a. sociografen, econoom geografen,landbouwkundig-, civiel- en bouwkundig ingenieurs, civiel-land-meters e.d.Planologische en administratieve ervaring, kennis der Woningwetenz. strekt tot aanbeveling.Gezegelde sollicitaties, met uitvoerige inlichtingen en onder op-gave van referenties, te richten aan den directeur van voornoem-den dienst, binnen 3 weken na annonceering in dit blad.Geen persoonlijk bezoek dan na oproeping.Het Gemeentebestmir van VELSEN roeptsollicitanten op naar de betrekking van:tijdelijk DIRECTEURvan Openbare WerkenJaarwedde: / 5200-- /6200 (in 8 jaren)min. 5 %, daarna verhoogd volgen.s rijks-regeling. Spoedige indiensttreding nood-Vereisohten: zakelijk.civiel en/of bouwkundig ingenieur;uitstekend inzicht in de problemen, welkezic'h voordoen bij den berbouw van eenzeer zwaar door den oorlog geteisterdeindustriegemeente, welke voor de uitge-breide evacuatie-maatregelen en afbraakvan woningen een bevolking telde van ?49.000 inwoners.Ervaring op stedebouwkundig gebied strekttot aanbeveling.Gezegelde sollicitaties te ricbten aan den Raad der gemeenteVelsen, binnen 10 dagen na verschijning van dit tijdschrift,inte zenden aan den Burgemeester van Velsen, afdeelingPersoneelszaken.De Gelmeentelijke Woningdicnst te Amsterdam vraagt voor de af-deeling Vereenigingsbouwtwee InspecteursVereischt worden diploma M.T.S., grondige kennis van en hetkunnen controleeren van bestekken, teekeningen en begrootingen,ruime ervaring in de uitvoering van bouwkundige werken. Kennisvan technische administratie en hypothecaire bemoeiingen vanbouwplannen gewenscht. Leeftijd niet beneden 35 jaar. Aanstellingaanvankelijk in tijdelijken dienst met uitzicht op vaste aanstelhng.Jaarwedde tenminste f. 3000.-- verhoogd met plm. f. 350.-- tijde-lijke toelagen en eventueel kindertoeslag. Ongehuwdenaftrek 3?/o.Toekenning van een of meer periodieke verhoogingen, afhankelijkvan ervaring is mogelijk. Spoedige indiensttreding noodzakelijk.Sollicitaties op zegel onder no. 8 W.D. in te zenden bij de Gem.Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92, Amsterdam (C).HANDEL INBOUWMATERIALENF. ? HaarlemHoofdkontoor: Spaarnd. weo 212 Telef. 14264Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 2S820BEVERWiJK- Scheybeeklaan 16 - Tel. 3879TEGELSN.V.GLASHANDEL DORENS&CoKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404AMSTERDAMALLE SOORTEN VLAKGLASVOOR DEN BOUW.&GLASNIJVERHEID?temitged. handelsmerkGOLF-PLATENBUIZENVLAKKE PLATENKOMEN WEER IN BEPERKTE HOEVEELHEIDN.V. ETERNIT ? AMSTERDAMNIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 TEL. 49644-49744-49844GEBR.WILLEMSE? DELFTHandelin alle soorien260BouwmaterialenTel. 1191 Vlugge levering. Per auio, per schuitStelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen:BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN..OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage versfrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a.d. RUNTEL. 28338VERVEN[AKKENVOORDEWEDEROPBOllWEcn modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschcnenLotina Wettig gedeponeerdN*V? Haarlemsche StoomverffabriekTelefoon 11884 HAARLEMN.V.SCHOKINDUSTRIEZWIJNDRECHT - POSTBUS 26Schokbetbn OpiangersArtikejenFoto maquette Bezuidenhout en SpuipUmHet derde groote plein in dezen opzet is het Stationsplein,met een belangrijke verkeersfunctie en een esthetische functieals voorhof tot de zich naar den Bezuidenhoutscheweg ope-nende stad.Wat het bebouwingskarakter betreft, heeft de ontwerperzich nader rekenschap gegeven van het Regeeringscentrum,waarvoor de Directie van den Rijksgebouwendienst rond100.000 m^ kantoorruimte als eisch gesteld heeft voor 5 mi-nisteries en de semi-regeeringsgebouwen in de nabijheid. Degeheele wijk zal een gemengd woon- en werkgebied worden.Een deel van de bewoners zal zich elders moeten vestigen;gelijktijdig met dit plan zijn dan ook partieele uitbreidings-plannen gereed gemaakt (Waldeck-Zuiderpark).Het aantal inwoners, waarvoor in dit nieuwe stadsdeel plaatszal zijn, bedraagt ca 33.750 tegen vroeger ca 36.400.Ook in het gebied Sportlaan-Stadhoudersplein-Schevening-sche boschjes heeft de ontwerper getracht in deze ,,saaie" stadnieuw architecturaal leven te wekken, door het herscheppenvan de eenmaal ontstane open ruimte in fraaie plantsoen-strooken met waterpartijcn; plantsoenen, omzoomd met hoogeflatgebouwen, hooger dan de omgeving. Het Roode Kruis-ziekenhuis treedt uit den bebouwingsrand naar voren enverkrijgt in den parkaanleg een bizonder fraaie positie. Be-staande groenpartijen -- Meer en Bosch, Boschjes van Pexmet ijsbaan en sportvelden, het groote plein bij het nieuweLyceumgebouw --- zijn in de groenstrook opgenomen. Tenaanzien van de aansluiting aan Zorgvlied en de Schevening-sche boschjes is een doorsnijding met den nieuwen verkeers-weg vermeden. De kruising blijft beperkt tot het oude kruis-punt bij de Promenade. De nieuwe verkeersweg gaat met eenFoto maquette Stadhoudersplein - Zorgvliet3ArtikeUn PLEIN 1945 . REGEERINGSCENTRUM ? WEDEPOPBOUWPLAW.'S-CPAVENHAGf ?grandiose bocht van de Witte Brug via dit kruispunt langsde westgrens van' Zorgvlied, waarvan slechts een onbedui-dend gedeelte wordt opgeofferd. Aan de noordzijde van denweg is een nieuw vijvercomplex ontworpen, aan den voet vaneen ca 30 m hoogen heuvel, dat de ontwerper zich gesierddenkt met een nationaal monument.De waarde van dit element zal worden verhoogd door hetscheppen van een cultureel centrum in aansluiting aan hetgemeente-museum. Voor de toekomst van de stad als inter-nationaal centrum is een reeks van cultureele gebouwen on-misbaar. Een drietal gebouwen is hier gedacht, een concert-gebouw, een congresgebouw en een schouwburg, verbondendoor een reeks zalen, die ze tot een geheel maken. Als over-wegingen, die ten gunste van deze ligging van het cultureelecentrum pleiten, noemt de voorafgaande uiteenzetting van B.en W. de fraaie omgeving, de aansluiting bij het museum, deligging halverwege de stad en Scheveningen, de mogelijk-heden van het geraseerde terrein, in tegenstelling met die inde oude stad, waar kostbare onteigening noodig zou zijn.De ontwerper voegt hieraan toe de ontlasting van het ver-keersapparaat in de city en noemt enkele voorbeelden vaneen excentrische ligging van soortgelijke gebouwen, o.a. hetConcertgebouw te Amsterdam bij zijn stichting.Het aantal bewoners, dat de nieuwe wijk huisvesting zoukunnen geven, wordt geraamd op ca 10.000 tegenover 11.600in de oude. H. v. d. W.Inleiding tot gedachtenwisselingNa Rotterdam en Amsterdam is nu ook onze derde grootestad. Den Haag, met haar stedebouwkundige wederopbouw-plannen voor den dag gekomen. De wijze, waarop dit ge-beurt, in een aantrekkelijke pubhcatie vanwege het gemeente-bestuur en door een tentoonstelling in het Haagsche Gemeen-temuseum, is een verheugend voorbeeld van de bereidheidvan autoriteiten en ontwerper om de burgerij in hun plannente doen deelen en deze ter discussie te stellen. Het is te ver-wachten, -- de eerste uitingen in woord en geschrift wijzenerop --- dat deze discussie in ruime mate zal ontstaan. Reedsnu teekenen zich eenige vragen af van algemeene strekking,die afgescheiden van tal van kwesties, welke de detail-oplos-singen van het plan zelf raken, tot brandpunten van dezediscussie zullen worden.CULTUREEL CBNTPUMWEDEROPBOUWPLAN S?GB^VENHAGEArtikelenDe Redactie heeft getracht deze vragen te formuleeren eneenige personen uitgenoodigd hun standpunt te dien aanzienkort uiteen te zetten.De vragen luiden als volgt.1. In hceverre is het aannemelijk dat voor twee kleine fraj-menten van het stadslichaam plannen worden opgesteld,vooruitloopende op het plan voor de stad als gcheel? Is ditte verd'^digen, omdat deze stadsdeelen tamelijk los staan vanhet geheel of ter wille van de urgentie van den opbouw?2. Plannen en toelichting geven blijk van een verschuivingvan het accent van de survey naar de scheppende visie vanden ontwerper. Is in dit opzicht de juiste verhouding getrof-fcn? Is deze verschuiving te vereenigen met een redelijkeverantwoording, zooals bij elke daad van overheidsbeleid enzeker bii een wederopbouwplan eisch is?3. De plannen verraden een concentratie van de aandachtvan den ontwerper op die deelen van het geheel, die archi-tectonische hoogtepunten zijn en een minder gedetailleerdeconceptie ten aanzien van de woonwijken. Is deze houdingte vereenigen met de sociale beteekenis van deze laatste(wijkgedachte)?4. De plannen bewijzen dat de ontwerper zich in sterke materekenschap heeft gegeven van de architectuur van de gebou-wen, die de hoogtepunten van den opbouw zullen zijn. Kandit leiden tot een juiste taakverdeeling tusschen stedebouweren architect?Ait.keitn Beantwoording door den Heer Dr. J. P. Fockema AndreaeGaarne wil ik op de vier mij gestelde vragen een beknoptantwoord pogen te geven. De lezer moge bedenken, dat hiergeen deskundige bouwmeester aan hct woord is, doch eenoud-burgemeester, die de problemen met een magistraats-oogbeziet.1. Het schijnt mij volkomen verantwoord, dat men de plan-nen voor den wederopbouw der twee zwaar geteisterde stads-deelen voorop heeft laten gaan. Psychologisch is het zekerjuist gezien, alles te doen om dien wederopbouw zoo spoedigals het maar kan voor te bereiden en dus niet te wachten tot-dat de plannen voor de geheele stad gereed zijn. Ernstigegevaren kunnen m.i. uit de thans gevolgde werkwijze nietvoortvloeien, omdat de heer Dudok -- de begaafde ontwer-per van de plannen, die zooveel schoons bevatten -- inmid-dels aan wijdere plannen arbeidt en hij wel zal zorgen, dattijdig alle maatregelen genomen kunnen worden, welke voorhet bewaren (of leggen) van het noodige verband metandere stadsgedeelten vereischt mochten zijn. Wel zou menzich kunnen afvragen, of het niet geraden ware geweest, metdeze beide plannen althans een plan te verbinden, waarbij devolkshuisvesting op den voorgrond stond. De thans openbaargemaakte ontwerpen bieden door de ruime plaats, welkedaarin voor openbare gebouwen en ,,groengebieden" is inge-ruimd, aan de residentie iets bijzonder aantrekkelijks en kos-telijks, dat bij haar wezen en bestemming past en tot haarluister zal bijdragen, maar het gevolg van dezen opzet isgeweest, dat de twee ontwerpen aan minder personen huis-vesting zullen kunnen verschaffen dan te voren in dezekwartieren woonden; het eerste plan zal volgens den ont-werper 33.750 bewoners kunnen bevatten, terwijl er voorheen36.400 konden worden geherbergd; voor het tweede plan zijndie cijfers geraamd op 10.000 en 11.600. Ook in de Residen-tie heerscht er woningnood; het zal een geruststellende ge-dachte zijn, als spoedig blijkt, dat de ontwerper ook daaraanzijn bijzondere aandacht wijdt.2. Als bij deze plannen het accent eenigermate van de surveynaar de scheppende visie van den ontwerper is verlegd, achtik dat een voordeel. Te ver in die richting is men, dunkt mij,niet gegaan; uit de toelichting blijkt van veel onderzoekingenen vooroverleg en den ontwerper kon in deze een meer dangewone vrijheid worden gegund, omdat het immers, gelijk hetin het eerste vraagpunt luidt, skchts ,,twee kleine fragmentenvan het stadslichaam" betreft en de uitkomsten van de na-tuurlijk inmiddels voortgezette survey (,,planstudie" zalhet naar de voorstellen van de Centrale Taalcommissie voorde Techniek heeten) zullen in de verdere plannen voorhet nieuwe 's Gravenhage ongetwijfeld tot haar voile rechtkunnen worden gebracht. Wij moeten ons er over verheugen,dat de loop van zaken er toe heeft geleid, dat de op zichzelfvoortreffelijke en thans gelukkig niet langer verwaarloosdesurvey ditmaal niet -- zooals dat wel eens dreigt te geschie-den '-- den kunstenaar-stedebouwer zwaar heeft behoevente belasten en drukken, en deze zich tamelijk vrij heeft kun-nen ,,uitleven"; dit kon aan de gestalte van de belangrijkedeelen der stad, welke in deze twee ontwerpen zijn vervat,slechts ten goede komen. Voor de toekomst is zulks van veelbeteekenis, want de visie, de inspiratie van den stedebouwerkan beter dan iets anders de schoonheid van wat er tot standzal komen bevorderen en het is immers die schoonheid, welkeaan een stad haar edel karakter, haar bijzondere beteekenissoms voor vele eeuwen geeft, mede haar trots vormt, het voorde inwoners tot een dagelijksch genot maakt, in haar te ver-blijven en op den vreemdeling een ongemeene aantrekkings-kracht uitoefent. Voor een residentie spreekt dat alles v/elzeer duidelijk. Om al deze redenen schijnt mij de gevolgdegang van zaken ook uit een oogpunt van overheidsbeleid vol-komen te verdedigen.3. De aard dezer plannen heeft er m.i. van zelf toe geleid,0 dat aan de architectonische hoogtepunten een bijzondere aan-dacht is gewijd. Bovendien nemen dergelijke ,.hoogtepunten"door hun wezen (hun afmetingen, hun ligging) zulk eenvoorname plaats in het stadsbeeld in (zij bepalen in niet ge-ringe mate het silhouet van de stad en vervullen een gewich-tige rol bij doorzichten, hoeken, pleinen, straatafsluitingen enwat al niet meer), dat zij van den aanvang af een extraopmerkzaamheid van den stedebouwer moeten vragen. Min-der dan bij de conceptie van woonwijken kan hij hier de uit-werking aan anderen overlaten. De wijkgedachte -- waaraande ontwerper trouwens, blijkens zijn toelichting, de noodigewaarde allerminst ontzegt -- komt door deze houding, voor-zoover ik kan nagaan, niet in het gedrang.4. Dat de ontwerper zich in sterke mate rekenschap heeftgegeven van de architectuur der gebouwen, welke de hoogte-punten van den opbouw zullen vormen, schijnt mij alleszinsgerechtvaardigd, zelfs toe te juichen. In' de decennien, dieachter ons liggen, hebben zeer vele architecten in doorsneehun aandacht sterk toegespitst op de gebouwen, die zij zou-den doen verrijzen en minder dan in het belang was van eenharmonischen stedebouw rekening gehouden met de omgevingen met de plaats, welke hun scheppingen in het stadsbeeldzouden innemen. Eerst langzamerhand komen zij van datindividualistisch, eenzijdig standpunt terug en krijgen zij oogvoor de gemeenschapsgedachte, welke bij den stedebouwzulk een belangrijke rol speelt. Daarom kan de leidende handvan den stedebouwer, zoo ooit, dan toch zeker thans nietworden gemist. Die leiding behoeft intusschen niet zoo strafte zijn, dat den begaafden, tot samenwerking geneigdenarchitecten niet een ruimte mate van zelfstandigheid kanworden gelaten; zij zullen die zeker ook in dit geval genieten.Trouwens -- zoo schrijft de heer Dudok in zijn toelichting.en met de aanhaling van deze behartigenswaardige opmerkingwil ik mijn korte beschouwing besluiten -- ,,gebondenheidaan velerlei eisch heeft den waren bouwmeester nooit gehin-derd; die gebondenheid prikkelt veeleer de fantasie."Bilthoven, 13 Januari 1947Beantwoording door den Heer Ir. P. K. van Meurs1. Voor twee nieuwe fragmenten uit het stadslichaam vanhet levende en groeiende den Haag zijn plannen publiek ge-maakt, vooruitloopende op de publicatie van het plan voorhet geheel. Dit laatste is, uiteraard, in voorbereiding: vele ende voornaamste gegevens en inzichten zijn voorhanden, deopstelling van dat plan -- overigens geen werk voor eenmaal maar een dat voortdurende herschepping vereischt --zal meer tijd en aandacht vorderen, dan voor de onderhavigefragmenten noodig en beschikbaar is. De verwezenlijking derwederopbouwplannen zal goeddeels binnen eenige jarenmoeten plaats hebben, die van het algemeene plan niet. Prac-tische eischen vorderen voor de plannen Bezuidenhout c.a.en Sportlaan c.a. achtereenvolgend spoedige opruiming, ge-deeltelijken aanleg, toewijzing, detailleering, uitvoering, be-bouwing. Practische nevenoverwegingen maken het niet raad-zaam, een onvoldragen algemeen plan publiek bekend te ma-ken. Voor de plannen voor de onderdeelen behoeft men nietzoover vooruit te zien als voor het algemeene plan; hun con-touren staan goeddeels vast, die van het geheel vereischenjuist vaststelling. Ook uitbreidingsplannen, streekplannen ennationaal plan worden opgesteld in een volgorde, tegenge-steld aan de rangorde. Dit is geen gewenschte werkwijze,maar een noodzakelijke door urgentie. Het argument derurgentie wettigt de publicatie der wederopbouwplannen.Juist andersom is het met het argument, dat deze deelen ta-melijk los zouden staan van het geheel. Bij een stad staat heelzelden een deel tamelijk los van het geheel, de wisselwerkingis groot en moet groot zijn, wil de stad een geheel zijn. Vooreen groote, homogene stad kan soms een buitenwijk in vrijhooge mate, niet zelfstandigy maar in zichzelf afgerond enbesloten zijn. Voor den Haag is die homogeniteit niet aanwe-zig, de hier bedoelde deelen staan allerminst los. De invloedvan wat hier gemaakt wordt op geheel en andere deelen zalgroot zijn. Dit vormt dus een tegenargument tegen het voor-gaande, belangrijk, niet doorslaggevend zooals de praktijk.Al is het algemeene plan voor den Haag, dat na den oorloguiteraard grondige revisie behoefde, niet gepubliceerd, klaar-heid over het programma daarvan en de richtlijnen daaruitis wel noodig. Met de publicatie der wederopbouwplannen ishet laatste woord daarover niet gezegd, wel het eerste in deopenbaarheid. Voordat men veel verder gaat, zal een eerste,maar minder concrete mededeeling over het algemeene plannoodig zijn.2. Onderzoekingen voor plannen, die binnen eenige jarengoeddeels tot uitvoering zullen komen, en die voor plannen,welke voor verre toekomst structuur en vorm van de stadzullen beheerschen, zijn grondig verschillend. Voor de eerstekunnen opneming, navraag, bekendheid met de plaatselijkeomstandigheden en inzicht in de behoeften van onzen tijd veelbijdragen. Voor de tweede zijn analyse en deductie, ramingen feeling voor de behoeften der toekomst de noodzakelijke,gebrekkige hulpmiddelen. IJdel is het zelfs, geheele fragmen-ten uit het lichaam van een stad zoo te willen inrichten, datzij voor meer dan een eeuw geheel zouden kunnen bevredi-gen. Voldoende is het, wanncer in die fragmenten dingenliggen, die langer dan een eeuw bevredigen zullen.Documentatie bij de uitwerking der voorliggende plannen ismeer noodig, dan documentatie van hun opzet. Zoo goed alshet Louvre ons bevredigt, zonder dat aan den aanleg daar-van een juiste prognose van onze huidige behoeften tengrondslag lag, zoo goed zal een Haagsch cultuurcentrumwaardevol kunnen blijven zonder dat nu is becijferd, welkgebruik daarvan precies gemaakt zal worden. Scheppendevisie gaat ver boven documentatie, op de eerste moet ,,hetaccent" liggen. Onze tijd overschat het meetbare en vooralbet utilitaire, miskent het onmeetbare, psychologische, zelfshet ondefinieerbare. De juiste verhouding in rangorde tus-schen scheppen en adstrueeren is kennelijk in het oog gehou-den in deze plannen. Zij leggen verantwoording af, voor-zoover zij een duide'ijk antwoord geven op de behoefte aaneen visie, een ideaal, een idee. Veel later komt het antwoordop die vragen, die men daarnaast gerust detailquaesties kannoemen. Dit antwoord ontbreekt nog. De verhouding tus-schen den inhoud van de plannen en het onderzoek is danook ongunstig.Beschouwt men ze als ,,basis"plannen, zooals het gemeente-bestuur ze voordraagt, als ideeenplannen liever, dan behoeftdie verhouding niet te verontrusten. Hoogte en plaats vanwoonbebouwing, werkruimte, grootte en indeeling, zelfs vormvan verkeerselementen en ontspanningsruimten verdragen vrijveel verandering, zonder dat de plannen op andere basiszullen komen te staan. Het is noodig, duidelijk tot uitdrukkingte brengen dat alleen die basis ter beoordeeling is gesteld.3. Concentratie van aandacht op architectonische hoogte-punten valt in deze plannen samen met concentratie van aan-dacht op de voor de stad belangrijkste elementen uit dieplannen.De sociale beteekenis van woonwijken daaruit, hoe grootook, is niet het belangrijkste. De samenhang van de hiernoodige bijzondere elementen met de structuur der plannenis grooter, dan dat voor de woonwijken bet geval is. Voordie bijzondere elementen zijn het functie, plaats en omvangdie de aandacht opeischen, voor de woonwijken stellen vooralplaats en omvang minder dwingende eischen. Gedetailleerdeconceptie van de eerste is meer bevruchtend, dan van delaatste, die bij de nadere bestudeering en uitwerking eengrootere mate van vrijheid laten.4. De architectonische verzorging van gebouwen, die deelvan de voordracht der plannen uitmaakt, zal men alleenmogen zien als van illustratieve en propagandistische waardevoor het plan zelf. Een der vele mogelijkheden, die dezeplannen ook zonder eenige verdere wijziging bieden, is hier-mede voor het publiek geillustreerd, een systeem van archi-tectonische verzorging, niet een opvatting van architectoni- Aitiktitnsche vormgeving mag hierbij gepropageerd worden. Aan eenleekenpubliek mag en moet een plan van dezen aard aldusworden voorgedragen, voor architecten is het plan zelf vol-doende sprekend, zij dienen over deze wijze van voordragenbeen te zien. Onjuist is het, in dit verband te zeggen, dat ,,dearchitecturale vorm aan het geheele stedebouwkundige werkde waarde moet geven". Er zijn mooie stadsbeelden, be-staande uit onaanzienlijke gebouwen, ook stadsbeelden, dieleelijk zijn alleen door een teveel aan op zichzelf niet onaan-nemelijke architectonische elementen. Wanneer een van beidevormen van kunst, stedebouwkunst of bouwkunst, de anderedient, dan is dit de bouwkunst, al is het alleen maarvanwege de grootte van het object : de bouwkunst ver-zorgt het deel, de stedebouw het geheel. De stedebouwer, diewerkt op de schaal van plannen als de onderhavige, en inhet stadium waarin deze nog verkeeren, mag nog niet meergeven dan een vruchtbaren bodem voor architectonische op-bouw en verzorging, een compositie van bestemde massa's enruimten, en daarbij hoogstens eenige suggesties. Eerst in eenlater stadium, dat van de verwezenlijking, ontmoeten stede-bouwkundige en architect elkaar op een gemeenschappelijktusschengebied. Alleen wanneer men de wijze van voordra-gen der plannen aldus mag opvatten, kan een goede taak-verdeeling tusschen beide voorhanden zijn.Overveen, 15 Januari 1947Verplaatsing van het dorp EmpelIn een vergeten hoekje van Noord-Brabant, even ten Oostenvan de spoorlijn 's-Hertogenbosch^--Utrecht, ligt aan de Maaseen vergeten dorpje. Het is geen welvarend dorp. De huizen-- bijeengehurkt op den dijk ^ zien er vervallen uit en deerven zijn klein en onooglijk. Het groote verkeer gaat er aanvoorbij en het leven heeft er zijn gezapigcn gang.De oorlog heeft echter ook dit vergeten dorp weten te vindenen er zijn diepe sporen achtergelaten. In den barren oorlogs-winter van 1945 toen aan beide oevers van de Maas de ka-nonnen dreunden en nachtelijke patrouilles hun strooptochtenin niemandsland ondernamen, werd een groot deel van hetdorp verwoest.Bij de plannen voor den wederopbouw zag men zich voor devraag gesteld of herbouw op de oude plaats gewenscht enverantwoord was te achten. Voor een goed begrip van denachtergrond van dit probleem is het echter noodig vooraf eenen ander te vermelden over de bizondere situatie waarin hetMaaskantgebied verkeert.Wie met den trein van 's-Hertogenbosch naar Nijmegen reist,zal meermalen verbaasd zijn blikken hebben laten gaan overhet eenzame landschap dat zich aan de noordzijde van despoorbaan uitstrekt. Geen huis en geen boom zoover het oogreikt; slechts aan den horizon hier en daar de wazige contourvan een dijknederzetting. De reiziger bevindt zich hier in hetgebied van de voormalige Beersche Maas. Voor de Maas-kanalisatie gereed was, vormden deze 20.000 hectaren de uit-laatklep, die de geweldige watermassa's, welke de Maas bijhooge waterstanden opleverde, moest verwerken. Door eenverlaging in den dijk bij Beers, ten zuiden van Grave,stroomde het Maaswater de traverse binnen om ver ten Wes-ten van Den Bosch weer in zijn bedding te vloeien. Van be-woning kon derhalve geen sprake zijn. Het gebied werd danook geexploiteerd vanuit de omringende dorpen, welke aande Noordzijde op den Maasdijk, aan de Zuidzijde op de hoo-ge zandgronden zijn gelegen.Daar de herhaalde overstroomingen exploitatie van dengrond als akkerland niet toelieten, was de geheele traverseslechts in gebruik als wei- en hooiland. Gemest werd er niet,daar de opvatting bestond dat het Maasslib een voldoend 7Artikelen'j ^rM&^/^^oscASj^m.8Verplaatsing kom Empelgunstigen invloed uitoefende op de kwaliteit van den bodem.In feite werd echter roofbouw gepleegd. De afwatering vande gronden was bovendien slecht. Het is dan ook niet te ver-wonderen dat hier allesbehalve welvaart heerschte. Door ar-moede gedreven zagen vele boeren zich genoodzaakt hunland te verkoopen, waardoor groote stukken in handen vanvreemden kwamen. Het overige werd door erfdeeling sterkversnipperd en slecht verkaveld.Eerst met de sluiting van de Beersche overlaat in 1930, waar-mede de algeheele vrijmaking een feit werd, openden zichbetere perspectieven. Een intensiever gebruik van den bodemwerd mogelijk; in de toekomst zou de boer zich op zijn grondkunnen vestigen. Om deze ontwikkeling in goede banen tekunnen leiden werden ruilverkavelingsplannen opgezet, waar-bij de structuur van het geheele Maaskantgebied aan zijnnieuwe functie zal worden aangepast. Een betere afwateringen een goede ontsluiting door een uitgebreid wegennet wor-den hierdoor mogelijk. De uitvoering van deze plannen zalaan dit gebied een geheel ander aanzien verleenen.In verband met de waarschijnlijkheid dat vele boeren uit deomliggende dorpen van de gelegenheid tot vestiging op hetbedrijf zouden gebruik maken, was reeds eerder de gedachtenaar voren gekomen of het voor de bediening van deze boe-ren niet wenschelijk zou zijn in dit nieuwe land een of meerkernen te stichten. Zij kwam in een geheel nieuw stadiumdoor de verwoestingen welke door den oorlog werden aange-richt in -de dorpen aan de Noordzijde van de voormaligeBeersche Maas. Zoo werd o.a. het dorp Empel zeer zwaargeteisterd. Geen wonder dat de gedachte zich opdrong dezegelegenheid aan te grijpen om herbouw niet op de oude plaatsdoch in den polder te doen geschieden. Een en ander werdin de hand gewerkt door de omstandigheid dat zoowel uitstedebouwkundige overwegingen als om redenen van water-Wederopbouwplan Empelstaatkundigen aard bebouwing op en langs dijken onge-wenscht werd geacht.Voor Empel gold bovendien dat dit dorp uit verkeersoogpuntzeer ongunstig was gelegen en dat een groot deel van dewoningen aldaar van een dergelijke inferieure kwaliteit wasdat vervanging op korten termijn toch noodig zou zijn ge-weest.Een nauwgezet woningonderzoek door het Bouw-, Woning-en Welstandstoezicht Noord-Brabant in 1943 -- dus voor deverwoestingen -- ingesteld, bracht n.l. aan het licht dat vande 81 toen in Empel aanwezige woningen 30% voor bewo-ning ongeschikt was.Alvorens een beslissing werd genomen over het al of nietvcrplaatsen van het dorp moesten echter twee belangrijkevraagpunten worden opgehelderd.In de eerste plaats dreigde het gevaar dat de gemeente Em-pel, welke uit twee kernen bestaat -- Empel en Gewande --voor langeren tijd uit drie kernen zou bestaan, zoolang niethet restant van de gespaarde bebouwing op korten termijnzou kunnen worden geliquideerd.In de tweede plaats diende te worden onderzocht of de ver-plaatsing niet op ernstige moeilijkheden zou stuiten van dezijde van het verzorgende deel der bevolking, c.q. of hetmogelijk zou zijn deze groep reeds van den aanvang af naarde nieuwe kern mede te krijgen.Wat het eerste vraagpunt betreft bleek dat van de aanwezigewoningen ruim 60% voor directe vervanging in aanmerkingkwam. Van de resteerende 40% was meer dan de helft zoozwaar beschadigd, dat zij naar schatting binnen vijf jaren zou-den moeten worden afgeschreven. In dat geval zouden navijf jaren nog slechts 10 a 15 woningen in de oorspronkelijkekom van Empel staan. Daar bovendien de kerk en de schooltotaal verwoest en raadhuis en pastorie zwaar beschadigdzijn, moeten ook deze gebouwen worden vervangen.De conclusie luidde dan ook dat de aanwezigheid van driekernen slechts van voorbijgaanden aard zou zijn, temeerdaar van de resteerende woningen het meerendeel tot decategorie dijkwoningen behcort en op grond daarvan op denduur toch zal moeten verdwijnen.Het tweede vraagpunt kon eveneens in gunstigen zin wor-den beantwoord. De verzorging en bediening van het dorpis slecht. Wei zijn er enkele winkeltjes, doch deze kunnenslechts voorzien in de hoogst noodzakelijke levensbchoeften.Alles wat daar maar even boven uitgaat moet in Den Boschworden aangeschaft. De winkeltjes zijn doorgaans ontstaanom een achtergebleven weduwe eenige inkomsten te yerschaf-fen. De clientele bestaat dan ook gewoonlijk slechts uit familieen vrienden van de neringdoende. Bij de enquete van 1943waren er acht van deze winkeltjes. Vier daarvan werden ver-nield, een zecr zwaar en twee zwaar beschadigd. Verdertelde het dorp drie cafe's, waarvan er een vernield en eenzwaar beschadigd werd.Een smid is er niet. Zelfs ontbreekt een schoenlapper en voorhet knippen van het haar moet men naar Den Bosch.Het zal na dit korte overzicht duidelijk zijn dat ook in ditopzicht geen ernstige bezwaren tegen verplaatsing bestonden.Men zou zich tenslotte nog kunnen afvragen of het psycho-logisch en aesthetisch verantwoord is een ,,dorp aan de ri-vier" om te zetten in een ,,dorp in den polder". Om dit tekunnen beantwoorden moet men het oude Empel gekendhebben. De relatie met de rivier is practisch nihil. Er is geenaanlegsteiger, laad- en loskade of iets van dien aard. Eenroeiboot onderhoudt de eenige verbinding met den anderenoever. De vischvangst is er verdwenen. Bovendien is de ri-vier -- voor zoover hier en daar tusschen de huizen zicht-baar --- ter plaatse ook al niet bijster interessant, zoodat vaneen verlies aan schoonheid evenmin sprake kan zijn.Voor de plaats van het nieuwe dorp ging reeds van denaanvang af de gedachte uit naar Het Slot, een zandopduikingtemidden van de kleigronden waar in oude tijden een Bene-dictijner klooster moet hebben gestaan. De plaats ligt aan-zienlijk hooger dan het omringende land en er staan enkeleboerderijen, welke in verband met de vroegere overstroomin-gen op een terp zijn gebouwd. Zij biedt verschillende voor-deelen, waaronder zijn te noemen de gunstige ligging zoowelten opzichte van Den Bosch als van de buurtschap Gewande.Door den in het ruilverkavelingsplan opgenomen weg DenBosch--Het Wild--Maren en Kessel wordt de nieuwe neder-zetting aangehaakt aan den weg, welke alle Maaskantdorpenaaneenrijgt; een tweede in het plan opgenomen weg zal eenrechtstreeksche verbinding met Rosmalen tot stand brengen.Vervolgens zal het in verband met de toekomstige vervan-ging van weiland door akkerland en de daarmede gepaardgaande vestiging van landbouwbedrijven in den polder vanveel belang zijn dat het verzorgingscentrum centraal is gele-gen, aan welken eisch de gekozen plaats eveneens goed vol-doet.Voorts bieden de hoogere gronden van Het Slot meer gele-genheid tot het aanleggen van moestuinen en boomgaarden,een mogelijkheid welke in het oude Empel bijna geheel ont-brak. Naast de economische voordeelen voor de inwonerszal zulks het aspect van het nieuwe dorp verlevendigen ende stoffeering van het landschap ten goede komen.Tenslotte is ook het drinkwater ter plaatse van goede kwa-liteit, dit in tegenstelling tot het oude Empel, waar het waterzeer slecht is.Het plan zelf behoeft weinig commentaar. Er is zooveel moge-lijk gebruik gemaakt van de bestaande structuur in het terrein,welke structuur goede aanknoopingspunten opleverde. Hethoofdmoment werd bepaald door de samenkomst van de inhet ruilverkavelingsplan opgenomen weg Den Bosch^--^HetWild--Maren en Kessel en den weg Het Slot^--^Rosmalen.De samenkomst wordt geaccentueerd door een brink waar-aan de voornaamste gebouwen -- kerk en raadhuis -- komente liggen.Het plan biedt ruimte voor ongeveer 150 woningen, een be-graafplaats, school, sportterrein en parochiehuis, alsmede dereeds genoemde kerk en het raadhuis.De kerk met pastorie, een school en een 100-tal woningenzullen in de naaste toekomst moeten worden gebouwd, waar-nai dus nog een uitbreidingsmogelijkheid bestaat voor een50-tal woningen.Bovendien kunnen aan den rand van de kern boerderijenworden gesticht.In den nieuwen vorm en op de nieuwe plaats zal het her-bouwde Empel zoodoende een aantrekkelijk element kunnenvormen in en menschelijke schaal geven aan het weidscheopen landschap van den Maaskant.H. M. B.ArtikclcnVeralagIcden-vergaderingInstituutVerslagvan de vergadering van het Nederlandsch Instituutvoor Volkshuisvesting en Stedebouw op 28 Novem-ber 1946 te Rotterdam, ter behandeling van hetcnderwerp ,,de wijkgedachte"De Voorzitter steit aan de orde het onderwerp ,,De Wijkgedachte" engeeft uiting aan zijn voldoening dat dit onderwerp hier behandeld kanworden. Spreker herinne'rt aan het bezoek eenigen tijd geleden, op uitnoo-diging van het Instituut, van een groep stedebouwers uit Engeland, waarde wijkgedachte ook een groote rol speelt en geeft vervolgens het woordaan den Heer Mr. P. J. Oud, burgemeester van Rotterdam, die zich be-reid verklaard heeft een kort inleidend woord te spreken.De Heer Oud merkt op, dat een dergelijk optreden van een burgemeesterdikwijls slechts een uiting van beleefdheid is. In dit geval is het echtermeer. Spr. had al voor den oorlog de beteekenis van de vraag beseft,waar wij heen gaan met onze gestadig groeiende steden, hoe de positievan den individueelen burger daar wordt. Voelen zij zich nog burgers ?Wat komt er van het zoo belangrijke burgerschap in de plaatselijke ge-meenschap te recht? Toen spreker tijdens den oorlog ambteloos burger wasgeworden had hij gelegenheid over deze vragen verder na te denken. Hijis toen door tusschenkomst van den Heer Luhrs in contact gekomen metde studiegroep, die thans hier zal optreden. Een bespreking tijdens denhongerwinter met de groep heeft bij spr. diepe herinneringen achtergelaten.De door haar ontwikkelde denkbeelden kunnen helpen op de gesteldevragen een antwoord te geven. Zij kunnen ertoe leiden dat de stad weereen organisch geheel wordt. Het verheugt spr., dat het boek ,,De stad dertoekomst, de toekomst der stad" over de wijkgedachte, die overal blijktte leven, in Rotterdam tot stand gekomen is.Spreker hoopt dat van dit boek en van de gedachtenwisseling in deze ver-gadering een krachtige invloed zal uitgaan op de ontwikkeling in gezon-den zin van de stad.De Heer Ir. A. Bos wijst erop, dat de ondernoraen studie niet individiieelen niet arabtelijk is geweest, maar een voorbeeld van team-work. De bur-gemeester heeft het probleem al gekarakteriseerd. De bedoeling is dat -de drie volgende sprekers resp. de sociaal-cultureele zijde, den stedebouw-kundig technischen- en den survey-kant zullen toehchten.Ook na den vorigen wereldoorlog heeft de stedebouw een critischen tijddoorgemaakt, toen uitbreidingsplannen en woningbouw in versneld temponoodig waren. Vooral in de richting van de aesthetische zijde van devolkshuisvesting is toen vooruitgang te bespeuren geweest, maar het on-derwerp werd nog niet gezien in maatschappelijk verband. Er moet eennauw verband worden gelegd tusschen de maatschappij en den stedebouw.De stedebouwer belichaamt in zijn plannen bepaalde toekomstverwach-tingen.De groep is bij haar studie de groote stad blijven zien als een brandpuntvan beschaving, waarbij zij zich beperkt heeft tot de Nederlandsche ver-houdingen. Over de negatieve zijde van deze ontwikkeling zullen de vol-gende sprekers in bizonderheden tredcn. De groep is tot de conclusie ge-komen, dat de mensch wel kan leven in de groote stad, mits men er weereen schaal in brengt, een geleding, waardoor de eenzaamheid, het gevoelvan verloren gaan in de roassa, beter dan door iets anders kan wordenbestreden. Het probleem is echter niet alleen hoe de mensch zich kanhandhaven in de groote stad, maar ook hoe hij er scheppend werk kandoen zonder verloren te gaan in het massale. Er is wel tegengeworpendat de wijkgedachte iets provinciaals in de stad brengt. Ten onrechte.Het is een kwestie van polariteit. De elementen, die de groep zich inwijkverband aanwezig denkt, vinden hun aanvuUing in het stadsgeheel,in het centrum.Bij het stedebouwkundig ontwerp is de moeilijkheid dat men moet uitgaanvan zekere verwachtingen. De stedebouwer heeft volgens spr. het rechten den plicht uit te gaan van de maatschappelijke perspectieven, die hijwaarneemt en ook zekere verwachtingen in zijn plannen op te nemen,al is het juist dat deze projectie van een verwachte toekomstige maat-schappelijke ontwikkeling een moeilijk vraagstuk doet rijzen. Er zal eensynthese moeten worden gevonden tusschen vrijheid en onafhankelijkheideenerzijds en het maatschappelijk verband andererzijds.Een moeilijkheid voor Nederland is, dat de volkseenheid hier uiteenvalt indrie groepen, die spr. kenschetst als de Katholieke, de Christelijke en dehumanistische. Het is noodig dat daaraan ten voile recht wedervaart, maaraan den anderen kant moet het onderlinge contact van deze groepen be- Qvorderd worden als grondslag van een nationale cultuur. yVerslagleden-vergaderingInstituut10De denkbeelden van de groep zijn voor een belangrijk deel neergelegd inde wijkstudie van Ir. van Tijen, welke hier ook is tentoongesteld.De Heer Dr. K. F. Proost wijst erop, dat een kwartier zeer kort is omhet hem toegewezen ondervirerp te behandelen. Als uitgangspunt zou spr.willen kiezen de passiviteit van den mensch en de activiteit. De grootestad dwingt tot passiviteit. De jacht en het geroezemoes van de groote stadleiden tot een gevoel van eenzaamheid. Oogenschijnlijk is het een tegen-stelling dat de mensch zich juist in de menigte eenzaam voelt, een ziehgeeenzaamheid die geen uitweg te vinden weet. In de massale intocht enuittocht, zooals wij die 's morgens en 's avonds in onze groote stedenzien, is het moeihjk de individualiteit te handhaven. Vereenzaming en hetontbreken van menschelijke persoonUjkheid zijn de teekenende verschijn-selen.De mensch wordt in de groote stad overal geholpen als een nummer. Hijkan niet meer in vrijheid zoeken, ten hoogste in vereenigingsverband enook daarin wordt hij weer een nummer.In de wijk nu zijn we in een wereld met kleinere afstanden, wtaar demensch zich thuis kan voelen. De mensch zoekt graag de beveiUging inden kleinen kring, het gezin, de buurt, de wijk. Hier zijn levensmogehjk-heden te vinden. Zooals het hooggebergte voor vele Nederlanders eenjchaal heeft, die zij moeilijk kunnen verwerken, is het ook met de verhou-ding tot de groote stad.2en praktische vraag is hoeveel de mensch in dit verband kan overzien.Zoo is de groep tot een ruwe norm van 20.000 inwoners gekomen. Hierjehoeft de mensch niet langer een nummer te zijn. Het cultureele leven kanin dit verband eigen vormen aannemen. De mensch kan hier in eenvoudigevormen de kunst beoefenen. Hier moet men niet verwachten de toppresta-iies, niet het perfectionnisme, maar de eigen activiteit van den liefhebber.In de overzichtelijke wereld van de wijk kan de activiteit van den menschweer een grootere rol spelen.Men moet zich hoeden voor een goedkoope tegensteUing tusschen degroote stad en de kleine wereld van de wijk. De groep bedoelt volstrektniet een uitvallen van de stad in dorpsachtige eenheden, zij bedoelt ookniet de wijken te maken tot doode plaatsen, zooals de forensenplaatsenna het uittrekken van de werkende bevolking in den morgen een doodschkarakter hebben. In de wijken behoort iets van het industrieele en ambach-telijke leven aanwezig te zijn. Het is van beteekenis dat dit zijn geluidkan doen hooren in de wijken.Ook zonder een cultureel centrum laten de wijken zich niet denken. Er isveeleer een nauwe verbondenheid tusschen het leven van den actievenmensch in de wijk en het cultureele centrum in de stad. De sprong naarhet centrum, dat tevens verbindingsschakel is met de groote wereld buitende stad, zal door de activiteit in wijkverband vergemakkelijkti worden.Een groote stad laat zich niet denken zonder dat centrum, evenmin alsmen zich een stad als Rotterdam zou kunnen voorstellen zonder de havenen de schepen.Tenslotte maak spr. een tegensteUing tusschen de sfeer van het bekendeen die van het onbekende, die beide in de stad haar plaats hebben, deeene in het kleine verband van de wijk, de andere in het centrum.De Heer Ir. W. van Tijen wijst op den geest, waarin men in Engelandonderwerpen als dit behandelt. Deze is concreter, nuchterder dan de geesthier te lande. Een typische uiting daarvan is, dat men in de Engelscheliteratuur vergeefs zoekt naar een woord voor wijkgedachte. Men richtzich meer op het eenvoudige en op de praktische verwezenlijking. Dezewijze van werken heeft haar voordeelen, maar ook haar bezwaren.De studie-grcep heeft gewerkt met een hienarchische opeenvolging vaneenheden. De mensch zoekt kringen ter beveiliging. Het beeld van degroote stad, zooals zich dat vertoont aan den bezoeker van Parijs, die destad van den heuvel van Montmartre overziet, bergt een te groote span-ning in zich. Die kringen zijn in volgorde van grootte, het gezin, de buurt,de wijk en het stadsdeel. De Engelsche wijze van behandeling van hetonderwerp vertoont een tekort aan systematiek. Weliswaar gaat elke sys-tematiek mank, maar zij is toch van waarde.Spreker demonstreert vervolgens een schema, dat met het oog op het En-gelsche bezoek in September geteekend is, waarin de beteekenis voor elkvan de opeenvolgende eenheden in allerlei verband is vastgelegd.Spr. stipt daaruit aan als voorbeelden de kunstbeoefening en het groen.Beide hebben in de onderscheidene eenheden bun vertegenwoordiging. Zoois het groen in het gezinsverband vertegenwoordigd door een eigen tuintje,in de buurt door het kleine buurtplantsoen, in de wijk door het grooterewijkpark, in het stadsdeel of de stad door het park, van groote afmeting.De groep heeft alleen over de groote stad gesproken, maar ook in desteden van middelbare grootte vertoont zich hetzelfde amorfe karakter,Het zou jammer zijn als daar ook niet een soortgelijke geleding tot standkwam. Er is een algeraeene behoefte aan geleding en structuur.Mevr. Dr. L. M. Mispelblom Beyer-van den Bergh van Eysinga bespreekthet wetenschappelijk onderzoek ten behoev? van den stedebouw. De ver-vuUing van de taak van den stedebouw, het hervorraen van bestaande wijkenen het bouwen van nieuwe, vooronderstelt beantwoording van de vraagvoor wie wij bouwen, d.w.z. wij moeten den mensch in het middelpuntplaatsen, als levend lid van een levende gemeenschap. Dit stemt overeenmet de denkbeelden van Mumford in zijn Condition of Man. Wat wetenwij van den mensch als bewoner van onze nederzettingen? In al!erlei sta-tistieken is hij geteld als administreerbare eenheid, maar zij geven geenbeeld van den levenden mensch. Leven is wisselwerking, tusschen men-schen onderling en tusschen mensch en omgeving. Het onderzoek van aldeze contacten is de taak van de sociale wetenschappen, waarmee onsland nog achter is. Uitgangspunt van de survey ten behoeve van denstedebouw is: hoe leeft de mensch? Dan komt de vraag: leeft hij mensch-waardig, en het vaststellen van wat er ontbreekt. Het onderwerp vraagteen synthetische methode, al is een zekere mate van analytisch onderzoeknoodig voor een eersten globalen indruk. Het boek van de studiegroepis een eerste begin in de richting van de synthetische methode. De men-schen in de stad moeten zelf meedoen aan het onderzoek, bijv. bij hetopinie-onderzoek. Dit heeft ook een sociaal-paedagogische zijde; de bewo-ners krijgen belangstelling voor buurt, wijk en stad, en nemen actief deelaan de voorbereiding der plannen. Middlesbrough, Cleveland, Hamilton inCanada en blijkbaar ook de herbouw van Berlijn leveren voorbeelden hier-van.De geestelijke en sociale actie-radius is voor ieder mensch verschillend.De gelede stad biedt mogelijkheden voor verschiUende typen van menschenen voor verschiUende ontwikkelingsstadia van individu en gezin. Het on-derzoek is voorloopig gericht op de wijk als een goed gemiddelde in dereeks van opklimraende grootte. Bij de voorloopige survey van Rotterdamzijn de voorzieningen op allerlei gebied per wijk verzameld. Voor het boekzijn twee wijken onderzocht en alle voorzieningen op een kaart ingetee-kend, om de kernvorming na te gaan. Van belang is de actie-radius vanallerlei instellingen te onderzoeken. Voor dergelijk onderzoek is samen-werking van verschiUende deskundigen noodig in teamverband zooals inMiddlesbrough en Knutsford. De leider van het team moet voldoendekennis hebben om alle afzonderlijke gebieden te beoordeelen en een ruimevisie. Zijn zware taak wordt echter juist verlicht door de samenwerkingvan deskundigen. Zoo behoort ook de sociale deskundige zijn aandeel inhet onderzoek ten behoeve van den stedebouw te leveren. Uit de resultatenzijn verschiUende problemen duidelijk geworden, maar dan moet de menschook in het middelpunt staan. Daaraan heeft Nederland een eigen plaats,al zijn de sociale wetenschappen hier ook nog niet ten voile erkend.Spreekster brengt ten slotte dank aan het Instituut voor de gelegenheidvoor het Rotterdamsche team om voor deze vergadering op te treden.Na heropening van de vergadering verwelkomt de Voorzitter den HeerDr. Ir. F. Bakker Schut, Directeur van het bureau van den Rijksdienstvoor het Nationale Plan en geeft vervolgens gelegenheid tot gedachten-wisseling.De Heer Prof. Dr. G. A. van Poelje spreekt zijn voldoening uit overzijn terugkeer in den kring van het Instituut en uit den wensch dat hetInstituut in dezen tijd een even belangrijke rol zal kunnen spelen als inzijn beste dagen onder de leiding van Mr. Hudig.De wijkgedachte, zoo merkt spr. op, is in wezen niet nieuw. In de oudeAm^erikaansche plannen met bun civic center, in de Amsterdamsche tuin-dorpen en het Tuinstadrapport, in de Haagsche plannen van voor denoorlog met hun complex van speel- en sportterreinen, scholen, badhuis,leeszaal enz., kwam dezelfde gedachte reeds aan den dag. De oorlogsom-standigheden, met name de moeilijkheden bij het verkeer, hebben aan hetwijkverband een verhoogde beteekenis verleend. De vraag is of deze be-teekenis, nu het verker weer functionneert, nog aanwezig is.Spr. trekt een parallel met de decentralisatie in het staatsbestuur, welkezich territoriaal of naar de functies kan voltrekken. Aanvankelijk is deeerste gevolgd en nu komt de functioneele op den voorgrond. In de grootestad is het omgekeerd gegaan. Eerst thans begint men zich daar op deterritoriale decentralisatie te bezinnen.Spr. werpt echter de vraag op ot het niet psychologisch gemakkelijker isde menschen ertoe te brengen ook bij hetgeen zij vrijwillig doen, zich aante sluiten bij hun dagtaak in plaats van deze vrijwillige activiteit in nieuweverbanden te brengen. In het eene geval activeert men de aanwezige be-reidheid, in het andere geval moet men de bereidheid nog aankweeken.Dit schijnt spr. een groote moeilijkheid toe bij het toepassen van de wijk-gedachte.Spr. wijst op de bekoring van het Rotterdamsche boek, van zijn probleem'stelHng en beminnelijke geestdrift. Een en ander zal stellig van grooteninvloed zijn. De beteekenis is vooral dat voor een oud probleem eennieuwe naam is gevonden, die inslaat.Deze beteekenis mag er echter allerminst toe leiden de bestaande uitbrei-dingsplannen los te laten. Spr. is geschrokken van het aan de wijkgedachtegewijde Tijdschriftnummer, dat den indruk wekt dat sommige ontwerpers,zooals zij vroeger ideale stadsplannen ontwierpen, thans aan de teeken-tafel ideale wijkplannen ontwerpen.De praktische verwezenlijking hangt af van het tempo van aanbouw.Willen wij over 30 jaar in de meeste gemeenten hieraan toe zijn, dan zalde aanbouw ten minste het dubbele moeten bedragen van het door denHeer van Beusekom berekende. Niet alleen aan de periferie zal naar dewijkgedachte gebouwd moeten worden, maar er zal saneering op grooteschaal moeten plaats hebben, waardoor buurten als de Haagsche Zeehel-denbuurt en Schildersbuurt vernieuwd worden. De primaire vraag is, hoevoor het geheele volk een hooger peil van huisvesting kan worden be-reikt. Deze mag door de wijkgedachte niet naa
Reacties