Orgaan van het Nederlands Instituut voor Vollcshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwNovember 1947 28e Jaargang no. 11ZONWAND BEHANGSELbezorgde ons uifstekende referenties van talrijke woningbouwverenigingen en gemeentelijke instellingen door de voorireffelijke kwaliieiiUit onze uitgebreide collecties leveren wij aan i i ij i ?Vraa J ons aWd aan woningbouwverenigingen tegen tpeciale lage prijzen. door de modernS beSchaafde dsSSinSH. ROTHMEYER BEHANGSELPAPIERHANDEL N.V., ROTTERDAM, MEENT 100, TEL 21926VLOEREN en DAKEN vanNEDERLANDSE HOLLE BOUWSTEENNehoho-ldeaalMODELN?d Octrool A.D. no. 130446 IJZER VERBRUIK"""^'herminste* SPECIE VERBRUIK EIGEN GEWiCHTVerkoopkantoor van Nederlandse holle bouwsteenN.V.NEHOBOWassenaarseweg 15, Den Haag, Telefoon 777345Abraham van Stolk & Zonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400444HOUTHANDELVoor de AFDELING STEDEBOUW van de Dienst vanEconomische Zaken te Utrecht wordt voor onmiddellijkeindiensttreding gevraagd een longBOUWKUNDIGOFCIViELINGENIEUREnige stedebouwkundige ervaring atrekt tot aanbeveling.Salarit nader overeen te koinen in verband met opgedanepractijk.Eigenhandig i^eschreven solticitaties me) ultvoerige inlich*tin?en te richten aan de. 2e Afdeling van de AlgemeneUienst der N.V. Nederlandscbe Spoorwegen U Utrecht.Voor den wederopbouwYoerden wij reeds vele grooie op-drachlen uit. Met de daardoor ver-waryen ervaring siaan wij gaarne ioiUw dienst voor hei verzorgen vanal Uw schilderwerklSchildersbedrijfW. BLOK * ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 70802Tijdschrift voorVolkshuisvesting enNovember 194728e Jaargang - No. 11MaandbladStedebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedacties Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. ]. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,IT. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Rcdactic en Aboonementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertcntics! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officiele mededelingenNederlandsch InstituutAdressering TijdschriftEr bereiken ons nu en dan klachten over de adressering vanhet Tijdschrift, welke bij onderzoek soms afkomstig bhjken tezijn van organisaties of personen, die het Tijdschrift ontvangenvanwege de Nationale Woningraad. Wij kunnen dergehjkeklachten slechts aan de Woningraad doorgeven, aangezien deadressering van het Tijdschrift ten behoeve van de leden vandie organisatie op het bureau van de Woningraad wordt ver-zorgd en vandaar rechtstreeks aan de drukker wordt opgege-ven.Ter voorkoming van vertraging in de behandeling van klach-ten leggen wij er de nadruk op dat degenen, die het Tijdschriftontvangen op grond van hun lidmaatschap van de Woning-raad, eventuele klachten rechtstreeks tot het bureau van dieRaad, Wouwermanstraat 27, Amsterdam-Zuid dienen terichten.Verslag praeadviezenvergaderingHet verslag van de op 18 September 1.1. gehouden praeadvie-zenvergadering over de uitvoering van het woningbouwpro-gramma zal als afzonderlijke publicatie verschijnen. Het is terperse.Adres herziening WoningwetHet dagelijks bestuur heeft zich, na overleg te hebben gepleegdmet een commissie van voorbereiding uit het bestuur, bijadres tot de Tweede Kamer gewend over het op 8 October1.1. ingediende wetsontwerp tot wijziging v^n de Woningwet.De tekst van dit adres is in dit nummer in de desbetreffenderubriek vollcdig opgenomen.Rijksdienst voor het Nationale PlanEnquete recreatie-terreinDoor de Rijksdienst voor het Nationale Plan werd op 11Maart 1947 bij de besturen van de stedelijke gemeenten boven20.000 inwoners een enquete gehouden naar de omvang vande terreinen voor openluchtrecreatie.Een afschrift van de vraagstelhng met toelichting wordthiernaast afgedrukt. Het resultaat van de enquete is opbiz. 146--147 in een staat weergegeven.Voor een studie over de gewenschte voorzieningen ten behoeve van deopenluchtrecreatie in de woonplaats, zou ik graag beschikken over gege-vens omtrent den huidigen toestand in de belangrijkste stedelijke gemeenten.Ik verzoek U mij daartoe behulpzaam te willen zijn door mij -- zoo eenigs-zins mogelijk voor 15 April a.s. -- op te geven de in Uw Gemeente aan-wezige oppervlakken aan:'a. schoolspeelterreinen ^b. afzonderlijke speelterreinenc. sportterreinend. schooltuinen en kinderwerktuinene. volkstuinenf. buurtparken (geen afzonderlijke plantsoenstrooken).Ter toelichting diene:ad a bedoeld zijn de speelterreinen bestemd voor het schoolspel onderleiding, en gelegen bij de schoolgebouwen;ad b bedoeld zijn de afzonderlijk van de scholen gelegen speelterreinen(op zichzelf of annex aan een buurtpark) bestemd voor het vrijespel buiten schoolverband.ad c onder sportterreinen zijn terreinen te verstaan, die bestemd zijnvoor openluchtsport als voetbal, hockey, korfbal, handbal, tennis,athletiek, cricket enz. De aan golfterreinen en ijsbanen en open-luchtbaden aanwezige oppervlakken worden onder c medegerekend,doch zou ik gaarne tevens afzonderlijk opgegeven zien. De opper-vlakken te nemen met inbegrip van kleed- en clublokalen, tribunesen omplanting.ad d daar de school- en kinderwerktuinen meestal gecombineerd wordenis het gezamenlijk oppervlak gevraagd. Indien het mogelijk is deoppervlakken van schooltuinen en kinderwerktuinen afzonderlijk opte geven, zal ik zulks op prijs stellen. Het oppervlak van bijbe-hoorende gebouwtjes en kassen mede te rekenen.ad e het oppervlak van eventueel om de volkstuinen liggende afschermingmet singels enz. mede te rekenen.ad f onder buurtpark wordt verstaan de parkaanleg bestemd voor ver-poozing van de bewoners der buurt, waarvan het park deel uit-maakt en welke in verband hiermede meestal door aanwezigheidvan banken is gekenmerkt. Plantsoenstrooken, uitsluitend dienendtot verfraaiing van het straatbeeld moeten niet medegerekend wor-den. Wei moeten medegerekend worden die breede verkeersstrookenmet parkaanleg, die mede dienen voor wandeling en verpoozing derburgers. Als voorbeeld hiervan diene: de Heemraadssingel te Rotter-dam, de Lange Vijverberg en het Lange Voorhout te 's Graven-hage en de strooken langs sommige gedeelten van het NoorderAmstelkanaal te Amsterdam. Groote parken aan den rand der stede-lijke bebouwing {bijvoorbeeld: Boschplan te Amsterdam; Kraling-sche Bosch en Plas te Rotterdam; Haagsche Bosch, ScheveningscheBoschjes en Zuiderpark te 's Gravenhage) worden uiteraard niettot de buurtparken gerekend. Tot park herschapen stadswallen(bijvoorbeeld die in Middelburg en Maastricht) zijn wel onder debuurtparken te rekenen.Indien speelterreinen bedoeld onder b gelegen zijn in of grenzenaan buurtparken, deze speelterreinen afzonderlijk te nemen en nietonder het oppervlak van f te rekenen. In geval van twijfel is overlegmet mijn dienst aan te bevelen.De Directeur van het Bureau van denRijksdienst voor het Nationale Plan 145Nationale Plan146GemeemenAantalinwonersop 1 Jan.1946Schoolspeel-terreinenAfzonderlijkespeelterreinenSportterreinentotaalSportterreinenzonder die vankol. 6 t.m. 8 Golf-terreinenIJsbanenOpluchtlopp. m^m^ p.inw. opp. m^m^ p.inw. opp. m-m^ p.inw. opp. m^m^ p.inw.1 2 2a 3 3a 4 4a 5 5a 6 7 8500.000 en meer inwoners'Amsterdam 1 769.144 3.250 0.00 117.743 0.15 2.551.700 3.32 2.500.000 3.25 -- 43.000 8.Rotterdam 2 616.065 20.753 0.03 91.985 0.15 1.724.730 2.80 1.446.730 2.35 140.000 40.000 98200.000 ^ 500.000 inwonerss Gravenhage ?3 476.308 104.294 0.22 550.000 1.15 1.720.000 3.61 1.520.000 3.19 -- 200.000100.000 -- 200.000 inwoners ^Eindhoven 4 129.598 85.000 0.66 25.000 0.19 970.000 7.49 880.000 6.79 -- 48.000 42.Groningen 5 128.828 44.446 0.35 38.527 0.30 272.000 2.11 222.000 1.72 -- 50.000Haarlem 6 150.464 31.500 0.21 43.714 0.29 352.305 2.34 297.125 1.97 -- 48.000 7.Nijmegen 7 103.609 101.102 0.97 136.901 1.32 676.903 6.53 676.175 6.53 -- --Tilburg 8 110.773 143.850 1.30 180.952 1.63 311.279 2.81 297.679 2.69 ^ .-- 13.Utrecht 9 175.840 92.124 0.52 51.475 0.29 803.960 4.57 706.500 4.02 -- 86.000 11.50.000 -- 100.000 inwonersAmersfoort 10 52.510 27.900 0.53 14.750 0.28 318.900 6.07 214.300 4.08 _ 64.600 40.Apeldoorn 11 79.394 135.000 1.70 18.000 0.23 500.000 6.30 356.000 4.48 .-- 37.000 107.Arnhem 12 91.924 12.000 0.13 72.000 0.78 265.365 2.89 226.800 2.47 ~ 25.000 13.Breda 13 82.191 30.880 0.38 , 15.000 0.18 586.500 7.14 586.500 7.14 -- --Delft ? 14 59.680 20.000 0.34 40.000 0.67 275.000 4.61 240.000 4.02 ^ 30.000 5.Dordrecht 15 65.936 14.000 0.21 64.000 0.97 485.000 7.36 435.000 6.60 ^ 30.000 20.Enschede 16 75.039 76.000 1.01 23.000 0.31 445.000 5.93 445.000 5.93 .-- .--Heerlen 17 56.290 59.934 1.06 23.030 0.41 196.176 3.49 124.226 2.21 -- 54.626 17.'s Hertogenbosch 18 52.413 ^^ ,-- ^ 261.100 4.98 251.100 4.79 -- ^ 10.Hilversum 19 80.242 64.000 0.80 31.000 0.39 1.170.000 14.58 495.000 6.17 200.000 ^ 25.Leeuwarden 20 74.438 10.000 0.13 13.000 0.17 214.800 2.89 166.900 2.24 -- 47.900Leiden 21 83.952 36.100 0.43 28.650 0.34 259.300 3.09 231.900 2.76 -- 22.400 5.Maastricht 22 73.181 50.000 0.68 30.000 0.41 380.000 5.19 260.000 3.55 -- 120.000Schiedam 23 66.805 -- -- 20.440 0.31 152.110 2.28 137.710 2.06 -- -- 14,20.000 ^ 50.000 inwonersAlmelo 24 38.920 50.860 IJl 12.160 0.31 221.450 5.69 191.050 4.91 -- 25.000 5.Alphen a.d. Rijn 25 20.715 14.195 0.69 4.000 0.19 81.700 3.94 63.500 3.07 -- 17.500Assen 26 21.810 12.310 0.56 2.435 0.11 185.300 8.50 127.800 5.86 -- 37.500 20.Bergen op Zoom 27 27.811 15.000 0.54 , . ,-- 192.100 6.91 165.100 5.94 . - ~ 15.000 12.Beverwijk 28 25.293 11.267 0.45 8.850 0.35 90.240 3.57 75.240 2.97 -- 10.000 5.Bussum 29 31.570 3.070 0.10 23.600 0.75 1,-^7.500 4.36 122.500 3.88 -- 15.000Deventer 30 43.100 49.100 1.14 19.550 0.45 183.340 4.25 124.340 2.88 -- 40.000 . 19.Gouda 31 36.315 16.097 0.44 4.752 0.13 117.600 3.24 117.600 3.24 -- -^Heemstede 32 22.128 30.300 1.37 21.900 0.99 194.350 8.78 168.750 7.63 ~ 17.600 8.Den Helder 33 27.552 7.945 0.29 9.305 0.34 77.250 2.80 77.25C 2.80 -- _Helmond 34 32.311 33.700 1.04 39.000 1.21 118.000 3.65 110.800 3.43 -- _ 7.Hengelo O. 35 45.030 32.600 0.72 17.800 0.40 487.600 10.83 233.900 5.19 180.000 24.000 49.Kampen 36 22.177 , . , . 25.000 1.13 128.790 5.81 30.522 1.38 ~ 80.000 18.Kerkrade 37 41.007 56.518 1.38 ' 4.000 0.10 102.785 2.51 102.785 2.51 -- ,,Middelburg ' 38 20.573 5.000 0.24 .-- ^ 40.000 1.94 40.000 1.94 -- --Oss 39 20.336 20.700 1.02 , . .--102.800 5.06 74.400 3.66 --20.000 8.Roermond 40 20.468 17.859 0.87 12.000 0.59 49.606 2.42 49.606 2.42 . -- .--Roosendaal 41 28.933 29,008 1.00 10.270 0.35 362.790 12.54 221.718 7.66 --12.500 128.Velsen 42 36.366 15.200 0.42 14.900 0.41 212.000 5.83 176.500 4.85 -- 8.900 26.Venlo 43 40.547 40.000 0.99 45.000 1.11 173.000 4.27 140.000 3.45 -- 8.000 25.Vlaardingen 44 41.546 17.500 0.42 47.800 1.15 117.500 2.83 117.500 2.83 -- .--Voorburg 45 34.824 8.850 0.25 14.900 0.43 151.255 4.34 116.740 3.35 -- 26.215 8.Weert 46 20.004 39.284 1.96 ,-- . . 107.136 5.36 107.136 5.36 ,-- .--.Winterswijk 47 21.160 24.210 1.14 .-- .-- 471.310 22.27 383.310 18.11 -- 40.000 48.Zaandam 48 40.529 , . , . 11.584 0.29 182.390 4.50 168.390 4.15 -- 14.000Zeist 49 37.941 59.452 1.57 29.300 0.77 271.130 7.15 207.230 5.46 10.800 27.000 26.Zuilen 50 21.581 3.240 0.15 12.000 0.56 57.000 2.64 57.000 2.64 -- .--Zutphen 51 21.236 9.900 0.47 12.100 0.57 135.100 6.36 95.300 4.49 -- 35.300 ^ 4.Zwolle 52 45.840 36.000 0.79 20.000 0.44 270.000 5.89 171.380 3.74 -- 85.000 13.Rijswijk Z.H. 53 22.283 8.680 0.39 1.050 0.05 143.600 6.44 143.600 6.44 -- - ^10.000 -- 20.000 inwonersBoxtel 54 12.881 10.275 0.80 1.500 0.12 78.800 6.12 68.000 5.28 -- -- 10.Culemborg 55 10.259 2.270 0.22 .-- -- 42.600 4.15 42.600 4.15 -- ~DelfzijI 56 10.390 6.225 0.60 50.000 4.81 88.000 8.47 88.000 8.47 -- 50.000Doetinchem 57 19.284 35.755 1.85 -- -- 105.090 5.45 96.690 5.01 -- -- 8.Enkhuizen 58 10.191 3.665 0.36 12.100 1.19 38.000 3.73- 38.000 3.73 ^- .--Goes 59 13.134 4.277 0.33 _ ^ 46.540 3.54 46.540 3.54 -- ^Gorinchem 60 14.830 3.219 0.22 11.656 0.79 76.800 5.18 52.800 3.56 -- 24.000Harderwijk 61 10.813 20.525 1.90 5.293 0.49 28.550 2.64 28.550 2.64 -- ^Harlingen 62 10.431 ? 7.020 0.67 .-- -- 77.050 7.39 54.250 5.20 -- ?22.800Hoorn 63 13.494 . 5.892 0.44 900 0.07 70.425 5.22 70.425 5.22 ^- .--Katwijk 64 18.200 12.000 0.66 .-- _ 75.000 4.12 75.000 4.12 -- ^Meppel 65 14.594 21.716 1.49 5.220 0.36 33.780 2.31 29.680 2.03 -- -- 4.Naarden 66 10.786 3.843 0.36 15.600 1.45 64.284 5.96 53.284 4.94 -- ^ 11.Oldenzaal 67 11.760 33.850 2.88 ^- _- 51.529 4.38 30.529 2.60 ^ 21.000Sittard 68 18.881 40.300 2.13 28500 1.51 126.000 6.67 118.000 6.25 -- ^ 8.Sliedrecht 69 14.855 5.900 0.40 .-- .-- 42.400 2.85 37.900 2.55 ^ 4.500Sneek 70 18.248 14.000 0.77 1.600 0.09 188.700 10.34 158.700 8.70 .-- 25.000 5.Terneuzen 71 12.640 9.300 0.74 ^ ^ 20.000 1.58' 20.000 1.58 .-- --Tie! 72 13.392 9.524 0.71 ^- -- 72.718 5.43 72.718 5.43 .-- -- -\.'Vlissingen 73 16.154 5.356 0.33 7.752 0.48 10.000 0.62 10.000 0.62 -- --Wageningen 74 16.684 10.780 0.65 _ -- 48.900 2.93 48.900 2.93 -- --Winschoten 75 15.612 4.335 0.28 7.000 0.45 143.790 9.21 105.930 6.79 -- 16.610 21.Bevolkingscijfers ontleend aan C.B.S. Mededeling no. 1801 (voorlopige cijfers).CinderiA'erk- T 1 Totaal terreinen ^: ?;,,..,, . . :tuiner1 en 1 Volkstuinen j Buurtparken van openlucht->chooItuinen recreatieOPMERKINGENm'^ p. m'^ p. m^ p. om2 p.. m2 inw. opp. m^ inw. opp. m^ inw. opp. m-' inw.9 9a 10 10a 11 11a 12 12a5.200 0.09 4.032.170 5.24 2.232.758 2.90 9.003.821 11.71 1?.750 0.10 2.887.537 4.69 2.604.500 4.23 7.389.255 11.99 25.000 0.60 570.000 1.20 7.020.000 14.74 10.249.294 21.52 3 -630.000 4.86 161.000 1.24 1.871.000 14.44 41.613 o.n 28.330 0.22 347.048 2.69 744.964 5.78 55.250 0.17 245.750 1.63 242.440 1.61 941.959 6.26 61.380 0.01 50.000 0.48 1.268.704 12.25 2.234.990 21.57 7 ?^^ 42.800 0.39 678.881 6.13 85.000 0.10 200.000 1.14 577.200 3.28 1.742.759 .9.91 9295.400 5.63 656.950 12.51 10 In het cijfer van kolora 4 is begrepen 5600 m^ openluchttheater.^ ^-- ^-v 435.000 5.48 1.088.000 13.70 111.000 0.01 60.000 0.65 75.700 0.82 486.065 5.29 12 /72.300 0.88 197.900 2.41 902.580 10.98 135.000 0.42 420.000 7.04 140.000 2.35 920.000 15.42 14 .3.900 0.06. 47.000 0.71 75.000 1.14 688.900 10.45 15270.000 3.60 814.000 10.85 16 De cijfers geven alleen het stedelijk deel der gemeente.470 0.01 106.479 1.89 61.680 1.10 447.769 7.95 17 IJsbanen en openluchtbad gedeeltelijk gecombineerd.44.000 0.84 356.400 6.S0 661.500 12.62 185.800 0.07 300 000 3.74 150.000 1.87 1.720.800 21.44 19 In kolom 4 is 1.2 ha sporthaven + 45 ha sportvliegveld + 5.4 ha500 0.01 92.000 1.24 86.500 1.16 416.800 5.60 20 renbaan begrepen. In kolom 5 is sportvliegveld weggelaten., . 350.000 4.17 60.500 0.72 734.550 8.75 21 ^^ . , . 100.000 1.37 150.000 2.05 710.000 9.70 222.500 0.19 350.000 5.24 47.100 0.71 582.150 8.71 23 \80.000 2.06 364.470 9.36 24^ , /-- _. ^ , , 35.000 1.69 134.895 6.51 25 ,1.000 0.05 30.000 1.38 . . .-- 231.045 10.59 26, ^ , , , . 61.600 2.22 268.700 9.66 27_ , , , 15.000 0.59 10.000 0.40 135.357 5.35 -280.000 0.32 , . 96.700 3.06 270.870 8.58 291.900 0.28 900.000 20.88 . . , . 1.163.890 27.00 30, . , . 35.000 0.96 21.970 0.60 195.419 5.38 315.600 0.25 37.100 1.68 ,--. 289.250 13.07 323.900 0.14 24,000 0.87 62.300 2.26 184.700 6.70 33 9. . , . 30.000 0.93 40.000 1.24 260.700 8.07 343.000 0.07 _ , , 12.300 0.27 553.300 12.29 35 ^0.000 1.35 142.144 6.41 464.870 20.97 790.804 35.66 36, . , , 22.000 0.54 27.530 0.67 212.833 5.19 371.000 005 31.600 1.54 75.000 3.65 152.600 7.42 381.650 0.08 . . 12.250 0.60 137.400 6.76 39. . . 27.000 1.32 ^ 106.465 . 5.20 40, , , , 57.043 1.97 145.780 5.04 604.891 20.91 41 , . 63.250 1.74 436.800 12.01 742.150 20.41 42, . , , 30.000 0.74 35.000 0.86 323.000 7.97 43 IJshaan 0.8 ha is 's zomers zwembad.1.600 0.04 380.000 9.15 90.000 2.17 654.400 . 15.75 442.130 0.06 18.500 0.53 161.490 4.64 357.125 10.26 45 \. -, , , , . . . 146.420 7.32 466.40O 0.30 45.000 2.13 . . .--. 546.920 25.85 471.950 0.29 150.110 3.70 8.684 0.21 364.718 9.00 48^,, _. , , . 59.300 1.56 419.182 11.05 49500 0.02 75.000 3.48 86.000 3.98 233.740 10.83 500.000 0.47 130 000 6.12 54.365 2.56 351.465 16.55 514.000 0.09 37.500 0.82 14.000 0.31 381.500 8.32 525.000 0.22 30.000 1.35 33.500 1.50 221.830 9.96 53\, . _ _ ,, 90.575 7.03 54 -^ , 23.500 2.29 47.350 4.62 115.720 11.28 55, . , , 11.000 1.06 16.650 1.60 171.875 16.54 56 50.000 m^. ijsbaan dient 's zomers voor speelterrein., , , , . - 11.450 0.59 152.295 7.90 57_ ,. . , . 91.500 8.98 145.265 14.25 58 , , . 15.120 1.15 65.937 5.02 59^ . , , , 20.000 1.35 111.676 7.53 60_- ,, _ , , 48.950 4.53 103.318 9.55 61 14.570 afi sportterrein voor militairen bi) alle berekeningen verwaarloosd, 8.250 0.79 16.386 1.57 108.706 10.42 62, , 13.600 1.01 11.900 0.88 102.717 7.61 63^ , , 25.000 1.37 112.000 6.15 64650 0.04 21.070 1.44 3.100 0.21 84.886 5.82 65 12.560 m- industrieterrein meegeteld als tijdelijk sportterrein.2.100 0.19 20.145 1.87 105.972 9.83 66 Als volkstuinen 21.070 m^ toekomstige bouw- en industrieterreinen, , . . , . . . 85.379 7.26 67400 0.02 10.000 Q.53 65.000 3.44 270.700 14.31 68 t . . . . . 43.00C 2.89 , _- 91.300 6.15 69, , 67.800 3.72 105.600 5.79 377.700 20.70 70^ ._w . . , 29.300 2.32 71' _ ,. . _^, y--'. . . 82.252 6.14 72^ ? j - --\ . , . . . 23.108 1.43 73900 0.05 _? ,,. , . 15.835 0.95 76.415 4.58 742.750 0.18 ^ -- 28.885 1.85 186.760 11.96 75 21.250 m^ openluchtbad wordt 's winters als ijsbaan gebruikt.NatiOBale Plangemene opmerkingen '. ^, *In tal van gevallen doen de zeer hoge of zeer lage cijfers de vraag rijzen of dc verstrekte gegevens wel gehee! overeenkomstig de bedoeling van devraagstelling bebandeld zijn,In verband met dc soms willekeurige gemeentegrenzen zal men in verschill ende gevallen goed doen de cijfers van de voorsteden bij die van de kernstadop tc tellen.147ArtikelenHet type landelijke arbeiderswoning derNederlandsche Spoorwegendoor Ir. S. van. RavcstcijnToen na de bevrijding een aanzienlijk dcel van de uiteraardlangs de spoorlijn gebouwde dienstwoningen vernield werdaangetroffen, dwongen de omstandigheden (materiaalgebrek,snelheid van ontwerp en uitvoering) tot lets, wat tot dusvernog bij de Nederlandsche Spoorwegen te weinig was nage-streefd: tot het bouwen van een eenheidstype landelijkearbeiderswoning.Zij moest permanent, zuinig, degelijk zijn, zowel geschikt voorkleine als grote gezinnen en naar een ontwerp kunnen wordengebouwd, zowel als enkele woning als saamgevoegd tot meer-voudige woning.Zij kon, daar bijna steeds voldoende bouwterrein aanwczigis, als woning zonder verdieping worden ontworpen, hetgeendoor de zuinigheid aan bouwmaterialen werd geboden (geentrap, geen lood aan bovendorpels) en ook het gemak vanbewoning zeer zou bevorderen. Aldus werd verkregen eenlage, permanente woning, die zich goed aan het landschapaanpast; het zorgenkind van de plattegrond, de trap, werdvermeden, waardoor ook het op zolder slapen verviel, dat's zomers warm, 's winters koud is.Vooral dit laatste moet niet onderschat worden, met het oogop de waarschijnlijk talrijke komende jaren van brandstoffen-nood, waarop bij dit ontwerp werd gerekend.Er werd n.l. van uitgegaan, dat des winters het gezin zichslechts een warmtebron zal kunnen veroorloven, zowel dusvoor koken als voor verwarming dienend en daarom werd --als centrum van het gezinsleven -- de woonkeuken aanvaarden geprojecteerd in het midden van de woning, ruim vanafmetingen, 4 x 4,20 m, voorzien van een grote raampartij' diede situering ten opzichte van de zon bepaalt, met stookgelegen-heid, voorzien van wasemkap aan de wand, die doorloopt inhet met de woonkeuken in open verbinding staande spoelkeu-kentje van 1.45 x 2.45 m, waarin zich aanrecht en keukenkastbevinden.De open verbinding vergemakkelijkt het contact, geeft geenhinder door een openstaande deur, terwijl in de aftimmeringwerd gerekend met het gemakkelijk aanbrengen van een gor-dijn, waartoe vrijwel alle bewoners aanstonds overgingen.Waar op gas of electrisch wordt gekookt, wordt het comfoorop het aanrecht van de spoelkeuken geplaatst. Aldus is ,,wer-ken" als men in de woonkeuken met de rug naar het raamstaat ter ene zijde, ,,wonen" aan de tegenovergestelde zijde.De ,,looplijnen" zijn aldus gunstig.Dienstwoning Ned. Spoorwegen nabi] Zutphen148N.V. H. GADELLA430 OUDEGRACHT 312 - UTRECHTlevert Waterpasinstrumenten en Jalonsif Stuuri onsUw aanvrageThans leverbaar aanRijksgebouwen, Openbare Gebouwen,Instellingen etc.OR/G/NELERUBBERVLOERENop rol en in iedere gewensie kleurTIDA KIRA LEEUWARDEN TEL 6500OPKORTENT E R MIJ NlEVERBAARM ',*T?ii*K'^-f-m%pwmtfiitimmP A R K E TBRUYNZEELZAANDAMVERVENLAKKENVOORDEWEDEROPBOIWVUURVASTE enW ZUURBESTENDIGECEMENTEN^^^H in aiverse samenstellingen^Sm^Si^m ^^^ voorraaa leverbaar'^H^pl'^ Fabrikaat J. H. Sankey & Son, Londonv..Alieen-ImportenrsP.PROOSTf-rZOONBOUWM ATERlALENAnisterdatn-C.Rusland 24-26TeUfoon 48094Uii voorraad leverbaar:Rustige artistieke BEHANGSELPAPIEREN in elk genrevoor het behangen Uwer woningen en voor nieuwbouw.N. V. Behangsetpapiergroothandel v. h.FIRMA A. GOUDSMITHeerebinnensingel 1, Groningen, Tel. 20121Opgericht 1890 Geen FilialenEHANGSELSDE POLSSLAG VAN DEZEN TUD"ElGEMEENTE ASSENBurgemeester en Wethouders der gemeente Assen roepenop soUicitanten naar de betrekking van:Adjunct-Directeur van GemeentewerkenSalarisgrenzen, behoudens goedkeuring, 1 4500.-- totf. 5700.-- (2-iaarlijkse verhogingen). Aanstelling boven helminimum niet uitgesloten. Onder de dienst van gemeente-werken ressorteren mede reinigingsdienst en bouw- enwoningtoezicht. -- Vereist wordt diploma civiel ingenieur.Ervaring elders in soortgelijke functie opgedaan strekt to1aanbeveling. Leeftijd niet boven 40 jaar. -- Sollicitaties opzegel met uitvoerige dienststaat te richten tot B. en W,doch in te zenden aan de Directeur der gemeentewerken.Noordersingel 29, Assen, voor 1 Januari 1948. -- Geenbezoek dan na oproeping.GRATIS!Ontwerpen en prijsopgaven voor glas inlood worden U zonder kosten of enige ver-binding verstrekt.' (Deze ontwerpen blijvenechter ons eigendom).Indien U overweegt glas in lood te bestel-len, vraagt dan het juist verschenen albummet modellen en foto's van uitgevoerd werkeens ter inzage.N.V.DORDTSCHE GLASHANDELKulpershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 5520HANDEL INBOUWMATERIALENF. Filippo HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weo 212 Telef. 14264.Bijkontoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 2S820BEVERWIJK- Scheybeeklaan 16 - Tel. 3879432TEGELSN.V.GLASHANDEL DORENS&CoKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404AMSTERDAMALLE SOORTEN VLAKGLASVOOR DE BOUW- & GLASNIJVERHEID381CternitGOLF-PLATENged. handelsmerkBUIZENVLAKKE PLATENKOMEN WEER IN BEPERKTE HOEVEELHEIDN.V, ETERNIT ? AMSTERDAMNIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 TEL, 49644-49744-49844148?ALPHA? MineraalVerff (poeder en (ixatieO en?ALPHA? Pasta Muurvervenvoor iedere ondergrond -- zowel voor binnen- als buiien-werk -- worden reeds tneer dan 30 jaren gefabriceerd.Vraagt inlichtingen bij de fabrikante:VERFFABRIEK V/H Fa.Gebr. KLAVERWEIDENCHEMISCHE FABRIEK ?ALPHA?ALPHEN a/d RUN Telefoon 92337Stelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouw ver-vaardigen:BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTENEN,,OSTALON" KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage verstrekken wij gaarne inlichtingen.ALPHEN a. d. RUNTEL. 28338Trek- en krimpvrij.en product van Zweedse vindingin Nederland vervaardigd.De beuken- of eikenhouten slijtlaag ende naaldhouten onderlaag worden, nakunstmatige droging, onder hoge drukmet kunsthars watervast verlijmd totvloerdelen van ca. 4 m. lengte en 15 cm.breedte.Bij bet leggen worden de delen onzicht-baar gespijkerd en bet resultaat is eenfraaie, trek- en krimpvrije, hygieniscbevloer.Jf' Vraagt inlichtingen of bezoek.DRIEHOEKVerkoopkanioorOoslerhaven II. 13 - Tel. 24515 (K 5900) GroningenEen modern verfproduct dat nimmermeer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde stcrkste lakvcrf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN.V* Haarlcmsche StoomverffabriekTelefoon 11884376HAARLEMN.V. SCHOKINDUSTRIEZWIJNDRECHTPOSTBUS 26394KEERMUURSTUKKENOpgemerkt wordt, dat de woning, al naar de situatie dit eist,in spiegelbeeld kan worden gebouwd; slechts voor de afhang-zijde der deuren en voor aanrecht en keukenkast maakt ditverschil.Ter weerszijden van de woonkeuken liggen de vier slaapka-mers, een ervan gescheiden door het portaal, waardoor deze bijgelijke breedte (2,05 m) wat korter (2,64 m) is dan de drieandere (4.00 m), welke laatste vanuit de woonkeuken toe-gankelijk zijn.Des winters, tegen bedtijd, zet men hun deuren open en dewarmte van het centrum van de woning komt ook hun tengoede. Hiervoor bleken de bewoners -- na de strenge winter'46--'47 bizonder erkentelijk, terwijl bevroren leidingen (openverbinding spoelkeuken-woonkeuken) niet voorkwamen. Ikacht dit een voordeel tegenover de verdieping-woning.In de slaapkamers van 2,05 x 4,00 m kunnen zo nodig twee twee-persoonsbedden worden opgesteld; met plaatsing van deur enraam is hiermede rekening gehouden, eveneens met plaatsingvan een wastafel onder het raam, dat daartoe een hoge borst-wering kreeg.Een der drie slaspkamers is bestemd voor de ouders; daarinkan worden gestookt, is plaats voor de wieg en bevindt zich een^wandkast.In de kleine slaapkamer kan slechts een tweepersoonsbed wor-den opgesteld. Desgewenst kan de woning dus bevatten zestweepersoonsbedden en wieg, zodat zij een gezin van 13 per-sonen kan huisvesten.Bij een klein gezin kan de slaapkamer van de ouders wordenvergroot met de aanliggende kleine slaapkamer door weglatingvan de tussenmuur, wier fundering echter wel wordt gemaakt,opdat later op eenvoudige wijze de scheidingsmuur kan wordenopgetrokken.De woning is afgedekt met een kap onder 30?, de aanzetvan het dakbeschot van binnen is 2.70 m boven de vloer, opdatde woning aan de bouwverordening voldoet. Het plafond isafgeschoten met board met een horizontaal middenstuk op ?3 m boven de vloer, met schuine zijvlakken, die de kap volgen;behalve dat een ruime hoogte verkregen is, is het ruimtelijkeffect van deze gebroken zoldering der woonkeuken zeer aan-trekkelijk.De spoelkeuken staat in verbinding met een bergplaats, waarinde W.C. In de vloer er van bevindt zich een luik, dat toeganggeeft tot een -- met het oog op de kosten -- slechts 0.92 mdiepe bergkelder. De bergplaats heeft een eenvoudige stook-gelegenheid voor de was; zij heeft een deur naar buiten, alsachteruitgang-deur van de woning.De opzet was een woning zonderverdieping, waardoor zij laag werd. .Bijgevolg kon -- om niet halfslach-tig en dus oneconomisch te worden'-- de kap niet doorschieten over despoelkeuken-bergplaats-uitbouw, diedaarom onder flauwe helling metmastiek werd afgedekt. Aesthetischis dit natuurlijk de achilleshiel vandeze op2et; door een gepaste wind-veer kon hier toch een redelijke op-lossing worden verkregen. Gelukkigaccepteerden de schoonheidscom-missies deze noodzaak. Want zoumen, om dit te voorkomen, de kapomhoogbrengen, zodat zij wel overde uitbouw kon doorschieten, danzou men hoogte verkrijgen om eenverdiepingwoning te bouwen, het-geen strijdig was met de opzet eneen geheel andere plattegrond zouvergen.De eindgevels worden verlevendigddoor een los van de muur aange-brachte windveer, (de eindpannenArtlkelenSpoelkeukenWoonkamer149ArtikdenAMMPAtiNEn Btt>EKKiii? w&wionDtetSPHALTPAPIEtt 2 oo*QK.Te.a 0201 ,BK. VL-P= pOk TB.8 OA^'i0.?0-iMet de bouw van de eerste serie werd inJanuari 1946 aangevangen. Tot dusver zijner ? 45 woningen gebouwd.De bewoners zijn zonder uitzondering uitersttevreden (behalve de zeer enkele slordigegezinnen); de woonkeuken wordt niet slechtsals woonkamer gebruikt, doch ook als woon-kamer gemeubeld, met onveranderlijk hetdressoir tegenover de stookgelegenheid dieuit een gewone kachel bestaat, indien debewoners op gas of electrisch in het spoel-keukentje koken.Elke woning krijgt, in overeenstemming metde behoeften van het platteland, een afzon-derlijk, met pannen gedekt schuurtje.E?5J (/!'-DwarsdoorsnedePlattegrond van een woning vooreen groot gezinPlattegrond van een woning voor een klein gezin150eindigen op de eindmuur), die de enige versiering van hetbouwwerk vormt. - , , ;Tot slot enkele cijfers. ? ,, 'Het kubiek bedraagt 210 mS.Houtverbruik (de vloeren zijn van Perforasteen) 6 m^. Dekosten ongeveer f 10.630.'-- indien als enkele woning gebouwd,ongeveer f 10.450.-- indien als meervoudige woning gebouwd,zonder de kosten van inrichten en omheining van het terrein.In aanmerking moet worden genomen, dat zij als eenling,althans in zeer klein aantal, in de eenzaamheid langs de lijnmoeten worden gebouwd, zonder vergoeding van reis- enverblijfkosten der arbeiders, zoals bij Wederopbouw gebrui-kelijk is.De nieuwe Engelse Stedebouwwetdoor Drs. H. van der WeijdeEngeland heeft nu zijn nieuwe stedebouwwet, de Town andCountry Planning Act 1947. Het wetsontwerp, dat bij deEngelse stedebouwers zoyeel onverdeelde instemming gevon-den heeft als een dergelijk ontwerp wel zelden of nooit tebeurt is gevallen, is ongeschonden uit de behandeling doorbeide huizen van het parlement te voorschijn gekomen. Dit wilniet zeggen dat er niet grondig over beraadslaagd is. Vooralhet Hogerhuis heeft het voorstel aan een zorgvuldig onderzoekonderworpen, waaraan het huis in het openbaar 35 uur be-steed heeft, maar het systeem van het ontwerp is door devele amendementen (310) nergens aangetast.Hoewel de samenvatting van het ontwerp, die indertijd in ditTijdschrift is opgenomen, dus ook de inhoud van de wet glo-baal weergeeft, mogen wij de totstandkoming daarvan niet meteen enkel bericht laten passeren. ,,So momentous an occasionin the history of British planning calls for some general com-ment", schrijft G. L. P(epler) te recht in het Town PlanningInstitute Journal. Waarom is de wet zulk een gewichtige ge-beurtenis? Men kan het antwoord uiteraard zoeken in eenlange opsomming van de vele grote en kleinere verbeteringen,die een dergelijke wet, steunend op de ondervindinq met deoude wetten pleegt te brengen, maar het zwaartepunt hgt indit geval in de fundamenteel nieuwe oplossing voor het vraag-stuk van de verhouding tot de eigenaren. Zij neemt, zoalsPepler het uitdrukt, de last van de schadevergoeding groten-deels af van de schouders van de besturen, die voor de plannenverantwoordelijk zijn. Een nieuw wettelijk systeem voor dewaarde van de onroerende goederen is ingevoerd en dat nietals op zichzelf staande maatregel, maar in innig verband metde stedebouwkundige regeling, die de wet brengt.Die regeling zelf is in menig opzicht nieuw en aantrekkelijk.Zij zet om te beginnen de bevoegdheid tot vaststelling vanplannen bm in een verphchting, geldend voor alle plaatselijkebesturen, met een termijn van drie jaar en concentreert dezetaak tegelijkertijd iij de handen van de grotere bestuurseenhe-den, de county councils en county borough councils. Dezeovergang is een van de weinige onderdelen, waarop het wets-ontwerp critiek uit vakkringen heeft pntmoet. Terwijl de Re-gering aanvoerde dat de plannen van> de kleine eenheden (dedistrict en non county borough councils), die tot dusverbevoegd waren, te veel beheerst waren door plaatselijkeoverwegingen, met verwaarlozing van het grote verband,wees de critiek crop dat de verschuiving van de bevoegdhe- 'den afbreuk doet aan het aanzien van de besturen der kleineeenheden en dat het nauwe contact rriet de locale omstandighe-den verloren dreigt te gaan. Het antwoord van de voorstan-ders hierop is o.m. dat delegatie van de bevoegdheid aan dekleine eenheden mogelijk blijft, dat een dwingend voorschrifteist dat 2ij tijdens de voorbereiding worden geraadpleegd, datzij hun vertegenwoordigers zullen hebben in de subcommissiesvoor de stedebouw en dat zij het voornaamste gezag zullenblijven inzake de daadwerkelijke uitvoering van de plannen.Merkwaardig voor Nederlandse lezers is dat de volkomenunificatie van stedebouwkundige maatregelen, die de Engelsewetgeving totnutoe kenmerkte, behouden is, met dit verschildat het plan niet langer als planning scheme, maar als deve-lopment plan wordt aangeduid.De schakering naar de grootte van het gebied -- uitbreidings-plan - streekplan - nationaal plan --, die naar de aard vanhet gebied -- uitbreidingsgebied - bebouwde kom '-- en dienaar het karakter van de maatregel, verschillen, die zich inonze wetgeving in terminologie en procedures weerspiegelen,zelfs nog ten dele in het toch sterk naar eenheid strevendeontwerp van de commissie-Frederiks, vindt men hier niet te-rug. Alles wordt gevangen onder de passe-partout ,,develop-ment plan". Is de administratieve gebiedsindeling minder pas-send, dan kan de vorming van gemeenschappelijke commissies,,,joint planning boards", uitkomst brengen. Hierop kan ookhet streekplanwefk, voorzover dit de grenzen van een countyte buiten gaat, gebaseerd worden.Een ander novum is dat de survey als grondslag voor het planverplicht wordt gesteld, waardoor de stedebouwers in de toe-komst ontheven zijn van het aantonen van de noodzakelijkheidvan dit onderzoek tegenover hun opdrachtgevers. Deze surveyzal als uitgangspunt voor de vijfjaarlijkse herziem'ng van deplannen, die de wet voorschrijft, met gelijke interval herhaaldmoeten worden.De opzet van de wet is dus dat binnen enkele jaren over geheelEngeland aansluitende plannen van kracht zijn, gegrond opeen voorafgaand onderzoek, waarin in hoofdzaken het toe-komstige gebruik van de grond is vastgesteld. Geleidelijke de-taillering van de plannen als de verwezenlijking nabij komt,wordt niet uitdrukkelijk genoemd, maar schijnt wel in de bedoe-ling te liggen. De plannen zijn onderworpen aan de goedkeu-ring van de minister. Daarna kunnen belanghebbenden het planechter nog bij de Rechterlijke Macht bestrijden op grond vanstrijd met de wet.Wat zal de rechtskracht van deze plannen zijn? Hiervoor isbeslissend het begrip ,,development", ontwikkeling, waaronderde wet verstaat: de uitvoering van bouwwerken, technische,mijnbouwkundige of andere werken in, op, boven of onderde grond of het uitvoeren van enige wezenlijke veranderingin het gebruik van enig gebouw of terrein. Al deze werkenzullen voortaan aan een vergunningsrecht onderworpen zijn.De algemene omschrijving wordt verder tot in bizonderhedengepreciseerd. om te beginnen negatief, doordat een zestal ge-vallen worden opgesomd, welke niet a1s ontwikkeling zullengelden (de uitvoering van onderhoudswerk of veranderingen,voorzover het plan of het uiterlijk voorkomen van het gebouwer niet wezenlijk door verandert; werken, uitgevoerd door hetbevoegd gezag voor het onderhoud of de verbetering van we-gen, mits uitgevoerd binnen de grenzen van de weg; werken,uitgevoerd door plaatselijk bestuur of concessie-'houder in ver-band met leidingen e.d.; het gebruik van gebouwen of grondbinnen het erf van een woonhuis voor enig doel behorendetot het gebruik van het woonhuis als zodanig; het gebruik vanenig gebouw of grond voor doeleinden van land- of bosbouw;gebruik van gebouwen of grond van enige soort, nader aan-gegeven in een ministeriele beschikking, voor enig ander doei-einde van dezelfde soort).Vervolgens wordt uitdrukkelijk bepaald dat het gebruik vaneen woonhuis als twee of meer woningen steeds onder hetbegrip ontwikkeling valt en het storten van afval of vuilnisin bepaalde gevallen eveneens. Hetzelfde geldt met inacht-neming van nadere voorschriften voor reclame op enig uit-wendig deel van een gebouw, dat normaal niet voor dit doelgebruikt wordt. Tegenover dit alles staan dan weer drie ge-vallen, waarvoor geen vergunning vereist zal zijn: de hervat-ting van tijdelijk onderbroken normaal gebruik van een terrein, Anikeienhet gebruik van grond die soms voor andere doeleinden wordtgebruikt dan de normale, voorzover die andere doeleindenbetreft en ten aanzien van ongebruikt land het gebruik,dat er laatstelijk van gemaakt is. Ik vermeld deze geheleingewikkelde constructie hier uitvoerig, zij het ook nog sterksamengevat, eensdeels om een indruk te geven van de angst-vallig gedetailleerde regeling, andersdeels, omdat ook voorNederland de vraag welke werken naast de bebouwing hetvoorwerp van stedebouwkundige beheersing dienen te zijn,practische betekenis heeft.Voor Nederland zou dit alles niet anders zijn dan een ver-ruiming, zij het ook een zeer wenselijke, van het geldendestelsel van de bouwvergunning; voor Engeland is dit vergun-ningsrecht een yeel groter overgang, a'angez'en het tot dusveralleen gold gedurende de voorbereiding van een plan, deperiode van interim development, daarna echter niet. Het wasaan het belcid van belanghebbenden zelf overgelaten, te zor-gen dat hun bouwwerken niet strijdig waren met een vast-gesteld plan, waarbij de wetenschap dat zij zich bij afwijkin-gen blootstelden aan ingrijpen van de autoriteiten, waartoede oude wetten de bevoegdheid inhielden, de noodzakelijkesamenhang tussen plan en uitvoering moest helpen bewaren.Een andere merkwaardigheid van dit gedeelte van de wetis het naar onze gedachten losse verband tussen plan en ver-gunning. Het voorschrift zegt dat bij de beoordeling van eenaanvrage om vergunning moet worden gelet Op het plan enop andere ,,material considerations". Hierin schuilt dus naartwee zijden verschil met onze regeling, in zoverre het plan ?geen volkomen bindende norm is en in zoverre ook in het planzelf niet verwerkte motieven tot afwijzing van een aanvragekunnen leiden.De rcchtspositie van de eigenaren wordt hierdoor veel meerwankel dan in ons stelsel. Zij kunnen zelf niet door de raad-pleging van verordening en uitbreidingsplan met zekerheidvaststellen wat zij van hun bezittingen kunnen maken, immersde overheid kan hen plotseling met een discretionnair besluitin de wielen rijden. Aan belanghebbenden is dan ook een be-,roepsrecht op de Minister toegekend, die trouwens in sommigegevallen de beoordeling van aanvragen onmiddellijk aan zichkan trekken.Als laatste middel kan de eigenaar aanvocren dat zijn terreingeen redelijk voordelig gebruik meer toelaat in de bestaandetoestand en op die grond aankoop van de zijde van de plaat-selijke overheid eisen. De Minister kan de zaak dan opnieuwin overweging nemen, alvorens het besluit tot aankoop te be-krachtigen en desgewenst enige vorm van voordelige ontwik-keling toestaan.Een bizondere bepaling is van toepassing als een aanvrage in-komt voor de stichting van een industrieel gebouw. Dan isnamelijk een verklaring vereist van de Board of Trade (Mi-nisterie van Economische Zaken) dat de stichting van dit ge-bouw verenigbaar is met een juiste verdeling van de industrie.Alleen als de vloeroppervlakte minder is dan 5000 vierkantevoet of voorzover regelingen van het bedoelde ministerie iiit-zonderingen hebben gemaakt, is deze verklaring niet nodig.Norman Abbey, de commentator van de wet in het TownPlanning Institute Journal, noemt deze bepaling ,,a realattempt towards the ultimate aim of a national plan."De bevoegdheden van de overheid, om gebruik van gronden instrijd met het plan te beeindigen of gebouwen en werkente veranderen of zelfs weg te nemen, gaan Ver. Een besluitvan deze Strekking behoeft de goedkeuring van de Ministeren opent -- in overeenstemming met de grondgedachte vande wet dat het bestaand gebruik geeerbiedigd dient te worden-- wel de mogelijkheid tot schadevergoeding.Bizondere maatregelen, die bij ons gewoonlijk een zelfstandigkarakter hebben, zoals die tot behoud van houtopstanden, demonumentenbescherming, de wering van ontsierende recla-mes, zijn in dit deel van de wet opgenomen.Wat de bescherming van geboomte en monumenten betreft isde gang van zaken analoog aan de zo even geschetste werk- lolArtikelen152wijze Inzakc het optreden tegen een met hct plan strijdig ge-bruik. De plaatselijke overheid neemt een besluit terzake, dataan goedkeuring van de Minister onderworpen is en dat ookin sommige gevallen tot schadeloosstelling aanleiding kangeven. Bij de monumenten kan de overheid aanwijzing vindenin door de Minister opgemaakte monumentenlijsten, terwijlde uitvoering van werken aan daarop geclasseerde gebouwentwee maanden te voren moet worden medegedeeld.De regeling van de reclames is opgedragen aan de Ministerzelf, waarbij gelegenheid tot schadevergoeding slechts open-gelaten is als aanwezige reclames worden verwijderd.De gedeelten van de wet, waarin de bevoegdheden tot aan-koop of onteigening worden omschreven, zijn voor Neder-landse lezers, die gcwoon zijn aan zeer veel omvattende be-voegdheden in dit opzicht, van minder belang.De kern van de wet ligt dus in de wijze waarop de financieleconsequenties van de nu algemeen aanvaarde stedebouwkun-dige beheersing.worden opgelost. Dit beginsel brengt onze-kerheid voor hen, die totnutoe vrij waren hun grond voorbebouwing of andere werken te gebruiken. Doordat de wetnu de hogere waarde, die dergelijk gebruik oplevert, tot hetvoorwerp van een belasting maakt, worden de eigenaren, dieop dit punt inderdaad gegronde verwachtingen hadden,altijd benadeeld; of het plan zal hun het winstgevende gebruikbeletten, of de belasting zal hun het profijt, althans groteri-deels, ontnemen. De behandeling van een en ander is opge-dragen aan een nieuw lichaam, de Central Land Board, dieaanstonds beschikt over een in de wet gefixeerd fonds tergrootte van ? 300 millioen om het hoofd te kunnen biedenaan de aanspraken van hen, die waardedaling ondervinden.Behalve het feit dat op deze wijze aan de aanspraken eengrens is gesteld, is hierin merkwaardig dat de overwegingvan deze aanspraken losgemaakt wordt van de plannen entot een proces is verenigd, dat in de opdeling van het bedoeldefonds resulteert. Het eerste ontleent zijn betekenis hieraan,dat overal de verwachtingen van eigenaren de werkelijke ont-'wikkeling vooruitijlen, terwijl de overheid, voor de vraagstaande in hoeverre zij deze verwachtingen, als ze door haarmaatregelen in rook opgaan, heeft te honoreren, vaak in hetduister tast. De opdeling van het vaste fonds kan hierin nuhulp geven, al kan men bij de grootte van dit fonds zelf,waarover weinig opheldcring is verstrekt, gemakkelijk eenvraagteken stellen.Dat de afrekening met belanghebbenden nu, behoudens uit-zonderingen van beperkte strekking, eens en vooral zalgeschieden, is voor de plannen zelf een ontzaglijke outlasting,waarvan de waarde niet hoog genoeg kan worden aangesla-gen. De financiele consequenties, die in elke fase van elk planzo zwaar meetelden, zijn nu grotendeels bij voorbaat wegge-nomen. Om uit te maken of een bepaald eigenaar aanspraakop een bedrag uit het fonds kan doen gelden moeten tweewaardebedragen ten aanzien van zijn bezit worden vergele-ken, de onbeperkte waarde op nader te bepalen datum (dez.g. appointed day), d.w.z. de waarde, die het zou hebben,als de wet niet bestond, en de beperkte waarde, op dezelfdedag, d.w.z. die onder de veronderstelling dat geen vergunningwordt verstrekt voor ontwikkeling, anders dan enige in eenbijlage bij de wet opgesomde gevallen van weinig ingrijpendkarakter (herbouw van bestaande gebouwen, gebruik vanwoningen in gedeelten, uitbreiding, verbetering of andere wij-ziging van bestaande gebouwen met geringe vergroting vande inhoud, stichting van gebouwen voor land- of bosbouwop daarvoor gebruikt terrein; de winning en verwerking vanmineralen op agrarisch terrein, voorzover voor dit gebruikvereist is; voorts het gebruik van door de Minister nader aante wijzen gebouwen en terreinen van bepaalde soort voorgebruik van dezelfde soort; gebruik van een gebouw of terreindat op de ,,appointed day" slechts ten dele voor een bepaalddoel in gebruik was voor hetzelfde doel, binnen'zekere beper-king; het werpen van afval of vuil, in verband met mineralewerken, op een terrein dat voor dit doel al in gebruik was,inzover dit redelijk vereist is in verband met dit bedrijf).Beide waarden zullen berekend worden naar de gebruikelijkeprijzen, onmiddellijk voor 7 Januari 1947. Uitgeschakeld wor-den de eigenaren van terrein, waarvan de ontwikkelingswaar-de minder beloopt dan 20 ? per acre of minder dan i/io hogeris dan de beperkte waarde.Hoe de verdeling van het fonds zal geschieden, wordt in dewet niet vermeld. Alleen is bepaald dat vooraf een opdelingzal plaats vinden tussen Schotland, Engeland en Wales endat de uitkering zal geschieden in obligaties.Deze schadeloosstelling ineens heeft haar uitwerking op deonteigeningswaarde. Deze waarde zal namelijk worden be-rekend, aannemende dat geen vergunning voor enige ontwik-keling zou worden verleend dan alleen voor de weinig ingrij-pende gevallen, die wij boven kort omschreven. Dit betekentdus de aanvaarding van de huidige gebruikswaarde als normvoor de schadevergoeding bij onteigening. De auteur in deJournal of the Town Planning Institute, Norman Abbey, wijster te recht op dat de wet niet bepaalt dat alle transactiesin grond naar de gebruikswaarde moeten worden voltrokken,maar tegen het gevaar van afwijking is een remedie in de wetopgcnomen, namelijk dat de Central Land Board te alientijde gronden tegen de gebruikswaarde kan opkopen en voor,,development" kan uitgeven tegen een prijs, waarin de be-lasting op de ontwikkeling is opgenomen.Wij komen nu tot de tegenhanger van de schadevergoeding,deze ontwikkelingsbelasting. Zij is verschuldigd voor alle han-delingen of gebruik van de grond waarvoor vergunning vol-gens de wet vereist is, met uitzondering van de zoeven opge-somde handelingen, die bij de berekening van de ,,beperktewaarde" als geoorloofd worden beschouwd en van nader uitte zonderen werken. De omvang van de belasting is niet vast-gesteld, maar wordt aan de Central Land Board overgelaten.Wei wordt de vingerwijzing gegeven dat de Board moet lettenop het verschil in waarde tussen de grond met de verleendevergunning en die zonder vergunning.De betaling kan op verschillende wijzen worden opgelegd,ineens of bij gedeelten of in een gecombineerde vorm.De uitvoering van aan belasting onderhevige werken wordtvan een schriftelijke verklaring van de Central Land Boardafhankelijk gesteld, dat de belasting voldaan is. Belangheb-bfenden kunnen te alien tijde verzoekcn het op enig terreinverschuldigde bedrag van de belasting vast te stellen, maar inbepaalde gevallen kan de Board deze bepaling uitstellen, tot-dat meer zekerheid bestaat over de perspectieven van hetbezit.Wij willen ten slotte nog vermelden dat de nieuwe wet eencodificatie van de meeste geldende wetten inhoudt.Voor Nederlandse lezers gaat zij rijkelijk ver in bizonderhe-den. Een ingewikkelde casui'stiek, die bij ons stellig aan uit-voerende bestuursmaatregelen zou worden overgelaten, zo nietaan de praktijk, is hier in de wet zelf belichaamd, waardoorde overzichtelijkheid niet gewonnen heeft. Dit is echter eeneigenaardigheid, die ook aan de vorige Engelse wetten eigenwas.Des te meer trekt het de aandacht dat vitale vraagpunten,zoals dat van de verdeling van de schadeloosstelling en hetbedrag van de ontwikkelingsbelasting in, de wet niet zijnvastgelegd, maar eerst later zullen worden beslist. Als eenvolledig stelsel kan men de Engelse regeling dan ook voors-hands niet zien. Wat zij reeds nu bevat is echter stoutmoedig,oorspronkelijk, vernuftig en verstrekkend.De Staatscommissie, die bezig is een algemene herziening vanonze Woningwet voor te bereiden, zal zich stellig in dit En-gelse voorbeeld verdiepen. Of zij het zal dienen te volgen,willen wij hier niet beslissen. De consequenties van de wetzijn ook in Engeland zelf nog nauwelijks ten voile doordacht.Maar hoe Ook de practijk van de wet zal uitvallen, zuivergezien als poging, bevestigt zij de verdienste van dit land alspioniersland van de stedebouw. Tot nu toe lagen de pioniers-eigenschappen van de Engelse stedebouw meer in de gedach-ten en in de rapporten dan in de plannen en meer in de plan-nen dan in de uitvoering. Zal de nieuwe wet de feitelijke stede-bouwkundige ontwikkeling van het land op het hogc pei)brengen van de theorie?De kansen schijnen gunstig.Maatschappelijke ,,planning"door Ir. P. K. van MeursOver het congres, dat onder leiding van het Instituut voorSociaal Onderzoek van het Nederlandse Volk op 11 Octoberj.l. te Amsterdam over dit onderwerp gehouden is, enwaarvoor E. van Cleeff, Mr. Dr. A. A. van Rhijn en Dr. Ir.F. Bakker Schut resp. met betrekking tot het economisch, so-ciaal en ruimtelijk planmatig handelen inleidingen schreven,kan een nabetrachting voor belangstellenden in de gebiedenvan volkshuisvesting en stedebouw wellicht nog enige zin heb-ben. Niet alleen ter lering, maar ook ter bemoediging van hen,die belang stellen in de ruimtelijke ordening, welke in dit gezel-schap in de meer ingrijpende vorm van ruimtelijke planmatig-heid werd verstaan. Het bleek n.l. zeer duidelijk, dat de ge-dachte van algemeen planmatig handelen op ruimtelijk gebiedgemakkelijker wordt aanvaard dan die van dergelijk han-delen op economisch en sociaal gebied. Men mag vaststellcn,dat het nut en de noodzaak van een doelbewuste en blijvenderuimtelijke ordening, ook op nationale schaal, algemeen wer-den erkend. Ten aanzien van hetzelfde op economisch gebiedbleken, zoals ook niet anders kon worden verwacht, ernstigeverschilpunten te bestaan omtrent duur en omvang van stel-selmatige leiding en ingrijpen. Dit ingrijpen bleek, voorzoveral onvermijdelijk, toch niet onverdeeld als blijvend nuttig teworden beschouwd. Over de stelselmatige opbouw in de socialesfeer werden minder bedenkingen gemaakt, maar men magaannemen dat dit verband houdt met de omstandigheid, datdeze opbouw zich nog niet over de gehele sociale sfeer uit-strekt. Ten aanzien van planmatigheid in de culturele sfeer-- waarvan men mag betreuren dat deze ten conqresse nietplanmatig is behandeld -- zou vermoedelijk hetzelfde in nogsterkere mate gelden: men kan zich hier nog slechts een stel-selmatigheid denken op enkele detailgebieden, zoals weten-schappelijk werk, voorlichting, publicatie, doch zal zich vaneen grote mate van binding b.v. op de gebieden van religieen kunst wel verre houden.De ruimtelijke planmatigheid blijkt het best geworteld, vanonderaf gegroeid, uit de gemeentelijke, via de regionale, naarde nationale sfeer, en vanwege haar territorial gebondenheidleent zij zich bij uitstek voor territoriale decentralisatie. Deeconomische blijkt van onderaf maar in zeer beperkte mate tegroeien, de meeste groeikracht komt van boven, het subsidia-riteitsbeginsel moet angstvallig in het oog worden gehouden.Voor de sociale g.eldt hetzelfde, met dien verstande dat delevenskracht van het in kleine kring gegroeide wel grotervoorkomt. In de culturele sfeer zal men voorshands tiog welhet ontluiken uit de bodem moeten afwachten.De ruimtelijke planmatigheid doet zich sterk als een samen-hangend geheel van werkzaamheden en maatregelen gevoe-len. Voor de economische is dit zeker minder het geval, zo iser op een duidelijk onderscheid tussen structured en con-junctureel handelen gewezen. Niettemin is een aanmerkelijkverband tussen productie, consumptie, verkeer en geldwezenwel aanwijsbaar. In de sociale sector is dit in mindere matehet geval, zo is b.v. de sociale planmatigheid ter zake vande volkshuisvesting, die zich uit in minimumeisen voor wo-ningbouw en bewoning, en haar neerslag moet vinden in dewoningdistributie, de budgettering en de huurpolitiek, op hetcongres niet vermeld. De volkshuisvesting bleek dus nog zeerlos te staan van de sociale en economische ordening op anderepunten. Dit is een gemak, maar ook een gevaar. In de cul-turele sector kan van een samenhangend plan niet wordengesproken.In de geschiedenis vinden wij de lotgevallen der planmatig- ArtikeUnheid dan ook met uiteenlopende verschillen afgetekend. Destedebouw heeft een oude geschiedenis, tijden van eb en vloedwisselden, maar er bleef steeds een bepaald peil. Grotereverschillen kende de economische ordening, zij is wellichtouder, maar vaak was zij te verwaarlozen. Voor de socialegeldt dit in nog sterker mate. Hetzelfde valt op te merken om-trent de mate van planmatigheid in verschillende delen derwcreld in die drie sectoren.Opmerkelijk is dan ook, dat van de ruimtelijke ordening doorde inleider een definitie werd gegeven, welke voor de econo-mische en sociale ordening niet werd vernomen.Voorts mag er de aandacht nog op worden gevestigd, dat depositie van de planmatigheid op ruimtelijk gebied ook daar-door sterker is, dat zij deels op aanmerkelijk langer duurdoorwerkt. Gebouwen en kunstwerken hebben een aanneme-lijke levensduur van nagenoeg een eeuw of langer, het pro-ductieapparaat wordt in de rcgel op veel kor^er termijn af-geschreven, sociale veranderingen treden veelal sneller open sociale maatregelen en hun gevolgen kunnen vaak zeerspoedig worden te niet gedaan.Opvallcnd is, dat een scheiding tussen de ruimtelijke planma-tigheid en die op de andere gebieden veel duidelijker te leg-gen valt, dan die tussen die gebieden onderling. Met loon-politiek en belastingpolitiek b.v. begeeft men zich onvermij-delijk steeds op economisch en op sociaal terrein. Het is on-miskenbaar, dat het verband tussen ruimtelijke en econom'-sche planmatigheid sterker is dan dat tussen ruimtelijke ensociale. Zo zal b.v. sociale verzekering niet direct grote in-vloed op de ruimtelijke ordening hebben, ook al is die indirectwel aanwijsbaar.Niettemin ligt de grote waarde van het congres in de aan-dacht, die het onderlinge verband der planmatigheid op dedrie behandelde gebieden had. De vraagstukken der in-dustrialisatie en industrievestiging, met de daaraan verbondenbevolkingsverdeling en beroepsindeling, die van de volkshuis-vesting, die van het samengaan of uiteenhouden van agrari-sche en industriele arbeid, die der verkcerscoordinatie en vande vrije tijd en zijn besteding, liggen kennelijk en van de aan-vang af op alle drie dier gebieden. Forensendom en wijkinde-ling hebben zeer duidelijke sociale en ruimtelijke aspecten,het eerste ook economische. De indeling der arbeidskrachtenin primair en secundair bedrijf, in stuwende en verzorgendeproductie, heeft naast ruimtelijke ook sociale zijden. Mendenke b.v. aan de gevolgen van ontsluiting van nieuwe mijn-gebieden.Het ruimtelijke planmatig handelen geschiedt meer en meerop grond van zorgvuldige prognoses. Maar het doel van dithandelen kan slechts worden bereikt, wanneer op economischen sociaal gebied ook maatregelen worden genomen, om die ,prognoses zoveel mogelijk in vervulling te doen qaan. Wan-neer de erkenning van het grote nut der ruimtelijke ordeninginderdaad aanwezig blijft en toeneemt -- en laten wij hopenen vertrouwen dat dit het geval zal zijn ook wanneer werk eninvloed van de Rijksdienst voor het Nationale Plan zich ver-der doen gevoelen ^ dan zal het blijken dat van die erken-ning een krachtige drang. uit de ervar'ing voortspruitende,zal uitgaan naar gelijk en daarmede samengaand planmatighandelen op de beide andere gebieden en zelfs op culturedgebied. Hetzelfde geldt trouwens voor de invloed van socialeplanmatigheid op de economische. Het is niet onjuist, om,zolang men een scheidiiig tussen de verschillende gebieden inhet oog blijft houden, het zo te zien dat de economische orde-ning tussen de sociale en de ruimtelijke ligt ingekndd en daar-door wordt meegesleept. Zij is dan meer middel dan doel.De drievoudige ordening kan slechts slagen, en er is op hetcongres duidelijk op gewezen, bij een. zeer zorgvuldige coor-dinatie van vele der werkzaamheden op de drie behandelde,samenhangende gebieden, een coordinatie die -- ook al is deorganisatie van minder belang dan de samenwerking zelf,slechts gevonden kan worden in een toporgaan dat thans de - _ministerraad naar zijn indeling in departementen en de volks- iooArtikelenvertegenwoordiging niet kunnen geven. Men vindt deze ge-dachte -- afgezien van de daaraan erbij gegeven uitwer-king ^ ook duidelijk in het in 1946 verschenen boek van Ir.P. J. Wemelsfelder: ,,P]an voor een redelijke Nederlandse, Samenleving". Een begin van een zorgvuldige coordinatievindt men soms reeds op provinciaal plan tussen planologi-sche diensten en economisch-technologische instituten, waardoor gemeenschappelijke personeelsbezetting en huisvesting,.regelingen omtrent vooroverleg over uit te brengen adviezenen over werkzaamheden en wederzijdse deelneming in orga-nen reeds meer is bereikt, dan op het landelijke plan.Voor de stedebouwkundigen geeft het congres geen duidelijkantwoord op de vfaag, hoever de ruimtelijke ordening maggaan, welke mate van soepelheid of nauwkeurigheid voor-^schriften mogen hebben, welke marges van afwijking moe-ten worden aangehouden, hoever de uitvoerende macht bij hethanteren van de haar door de wetgever verleende allesomvat-tende volmacht en opdracht op dit gebied (ook hierin ziet mende voorsprong die ruimtelijke planmatigheid op die in deandere sectoren heeft!) zal mogen en kunnen gaan. De indrukis, dat de op het congres aanwezigen er geen principiele be-zwaren tegen hebben geopperd indien dit vrij ver zou gaan.Het gehouden congres kan slechts het besef hebben versterkt,.dat planmatig handelen een zeer moeilijk werk is. Het isslechts ten voordele van dit werk, dit te erkennen, Voor deruimtelijke planmatigheid in zijn voile omvang is het duidelijk,dat het altijd beter is in dit besef.gebrekkig te handelen en teregelen, dan niet te handelen. Dit beginsel zal ook op de an-dere gebieden doorwerken.154IngezondenRuimtelijke ordeningIn het December-nummer 1946 van dit Tijdschrift heeft Prof. G. A. vanPoelje mijn brochure ,,Ruimtelijke Ordening" besproken. De aanloop vanschrijvers philippica is zo onheus, dat de Redactie mij niet ten kwadezal duiden, dat ik op die aanhef niet reageer.De geachte opponent verwijt mij, dat ik de term ,,planologie" afkeur,doch haar niettemin gebruik. Hierop kan ik alleen antwoorden, dat meneen term in taalkundige zin kan afkeuren, doch niettemin verstandig doetzo'n term te gebruiken, indien men tot een publiek spreekt, hetwelk dieterm bizonder goed verstaat. Het is er mede als met de term ..ruimtelijkeordening", voor welke de geachte opponent zeer weinig gevoelt; welkgevoelen ik onderschrijf. Doch in, wat men kan noemen, wetgeving, enliteratuur is die term schering en inslag. En men heeft aan? dpze laatsteterm toch nog_ meer houvast dan aan de term stedebouw. Ongetwijfeldis ,,stedebouw" een zuiver Nederlands woord (evenals ,Prof. van Poeljeheb ik mij verscheidene jaren rekenschap gegeven van de wezenlijkebetekenis van ieder der ,,leden van deze samenstelling"), en ik hebimmer" een gevoel van onwil te overwinnen voor een term welke debezetter er hier ingeheid heeft; een en ander neemt echter niet weg, datik -- objectief willende bhjven --? geloof dat in het algemeen verkeer,,ruimtelijke ordening" meer zegt dan stedebouw. In zoverre ben ik echterinconsequent, dat ik, immers voornamelijk sprekende tot technisch geinte-resseerden, mij evengoed had kunnen houden aan een term (stedebouw)die zij verstaan. Ik ben van plan mijn leven te beteren.Met betrekking tot par. 2 van mijn brochure: ,,Een wet of twee wetten"vergenoegt de geachte opponent zich met uitsluitend het volgende: ,,Zoudenwij nu niet eenvoudig zeggen, dat dit geen zaak is van beginsel, maareenvoudig van doelmatigheid? Hoe krijgen wij het vlugst de meest bevre-digende regeling? Voor een belangrijk deel is dit zelfs eenvoudig eenvraag van departementale organisatie." Prof, van Poelje houde mij tengoede: z6 drievoudig eenvoudig is deze zaak niet. Het is wel degelijkeen zaak van beginsel of, zoals ik stelde, de volkshuisvesting en destedebouw een zijn of niet. Indien mijn visie juist is dat ze een zijn, n.l.,,volksvestiging", dan is het logisch dat ik ook voorstander ben'vaneen wet; dan is het ook logisch. dat ik van mening ben d^t ee^ departementdie wet uitvoert, en dan is het evenzeer begrijpelijk, dat ik in verbandd3armede, gelijk in par. 3 van mijn brochure, de vraag onder de ogenzie aan welk departement (aan welke minister) de zorg voor deze volks-vestiging het best kan worden toevertrouwd. Mijn antwoord op dievraag was: Binnenlandse Zaken. Doch niet nil, gelijk men kan lezen.Want het feit is daar, dat de volkshuisvesting en de stedebouw onderWederopbouw en Volkshuisvesting ressorteren. Zij moeten daar juist we-gens de taak van dat departement, en wegens hun innig verband,blijven; in ieder geval totdat de woningnood is opgelost, hetgeen jaren.wellicht volgens de pessimisten zelfs enige. decennia zal duren. Om die'reden bevreemdt mij de^pmerking van de geachte recensent: ,,Niemandneemt het de heer van der Drift kwalijk, dat hij liefst weer naar Binnen-landse Zaken terug wil." Een suggestie in de richting van: ,,hij heeftpersoonlijk belang bij zijn geschrijf." Het is mij een troost, dat eenandere opponent precies andersom suggereert, n.l. dat ik z6 verknochtben aan -- verstrikt ben in ^ Wederopbouw en Volkshuisvesting. Metbetrekking tot Prof, van Poelje bepaal ik mij tot dit wederwoord. dat 'ikna ommekomst van de woningnood, indien nog in leven, reeds lang deleeftijd der sterken zal hebben bereikt, en dat Binnenlandse Zaken althansweinig prijs zal stellen op het in functie stellen of laten van zo'n ,,sterke."Met betrekking tot een uitspraak van Dr. Bakker Schut, een uitspraakwelke ik onderschreef, en waarin wordt gewaagd van een hinkende trias,vraagt de, geachte opponent: ,,Mag ik zeggen, dat ik van deze trias geentittel of jota begrijp?" Ik zou zeggen: ,,ja, doch het is jammer; ik had van Uanders verwacht.", Men duide het-mij niet ten kwade, dat ik -- in dedoor hem veroorzaakte sfeer -- de geachte opponent naar Dr. BakkerSchut verwijs.De geachte opponent heeft gelijk, waar hij mij ervan beticht, dat ik hetwoord decentralisatie in een andere dan de staatsrechtelijke betekenisgebruik. Wellicht was ,,deconcentratie" beter geweest. Doch dat mijnpleidooi voor gedeconcentreerde Rijksdiensten in de provincien, in stedevan de bestaande provinciale planologische diensten, in feite zou zijn een,,voorstel tot op de spits gedreven centralisatie", ziet de geachte opponentverkeerd. Zulks zou alleen het geval zijn indien ik dergelijke Rijks-diensten zou willen vergunnen op de stoel der bestuursorganen te zitten.Mij dunkt dat ik in mijn brochure duidelijk genoeg te kennen heb gegeven,dat ik niet gevoel voor een Rijksdienst, waarvan taak en bevoegdheidverder gaan dan adviseren tot coordinatie. Zou ik ^- bij deze nadruk-kelijk uitgesproken visie -- de in de provincie gevestigde Rijksdiensten dangrotere bevoegdheden willen geven? Hebben de gewestelijke besturen ooitgeklaagd, dat de adviserende Rijksinspecteur voor de Volkshuisvesting ophun stoel zat? Iramers neen! Zij, met hun dienst, zijn o.a. :adviseur vanGedeputeerde Staten. Welnu, dat zou in mijn systeem de in de provinciewerkende Rijksstedebouwdienst evenzeer zijn; na studie en onderzoekingen,en gesecondeerd door een commissie van zuiver provinciale inslag, ism.i. hun taak : adviseren' tot streekplannen etc., waarin de diversebelangen gecoordineerd worden. Niet meer en niet minder. Diensten zijnen blijven bij mij altijd diensten; ook in de provincien. En men miskentde bestuurlijke taak van Gedeputeerde Staten en hun Griffie-chefs indienmen ze ledepop acht van technische diensten.De geachte opponent komt op tegen mijn oordeel, dat de provincien metbetrekking tot de stedebouw nagenoeg geen rol behoren te spelen, endat, waar ik geen (specifiek) provinciaal belang erken, het ook nietnodig acht, dat zij in de kosten bijdragen. Over de vraag, provincialetaak (belang) of niet valt te twisten. Er is een, m.i. te ver gaand streven,om steeds meer de provincien in te schakelen. Dat zou dan een correctiezijn op een grondwettelijke font van 1815. Misschien heb ik ongelijk, enis het z6, dat in ons uitgestrekt, moeilijk te bereizen vaderland provincialedecentralisatie hard nodig is. In zijn ijveren voor de provincie en haareigen provinciale dienst -- en contra een taaktoewijzihg aan de Inspecteur(Hoofdingenieur-Directeur) voor de volkshuisvesting, -- hanteert degeachte opponent een argument, hetwelk dodend vergif is voor eenongerept en vrij bestaan van de stedebouwdiensten, niet het minst ookvoor de Rijksdienst. Prof, van Poelje meent, dat de provinciale stede-bouwdienst het beste kan worden aangehaakt (ik cursiveer) aan de direc-ties van de provinciale Waterstaat. Ik moet hier even bij stilstaan, omdatde geachte opponent -- in weerwil van het feit dat hij -- zoals hij zegt ^in 1924 prae-adviseur voor streekplannen was -- hiermede toch nietvoldoende blijk geeft van op de hoogte te zijn van wat zich in de laatstejaren rondom de organisatie van de stedebouw afspeelt. Ik wil nog eensherhalen, dat de voornaamste en moeilijkste taak van de Rijksdienst dezeis, dat zij een verzoening bevordert tussen de verschillende contrasterendebelangen, welke bij de stedebouw (ruimtelijke ordening) betrokken zijn;zulks na voorafgaande studien en onderzoekingen. En nu gelove degeachte opponent van mij -- toch waarlijk geen outsider ^ dat de ver-tegenwoordigers van die diverse belangen ieder ^ en uiteraard -- vooreigen parochie preken. Het is immer de strijdvraag welk belang moetpraevaleren, industrie, natuurschoon, verkeer, waterstaat, landbouw etc.etc. Naar mijn mening moet, in het algemeen, niets praevaleren, en moet --meer kan ik er, juist omdat ik insider ben, niet van zeggen -- angstvalligworden vermeden, dat de ruimtelijke ordening aangehaakt wordt aan eendepartement. dienst of instantie, welke een bizonder belang heeft te ver-dedigen; zelfs al is zo'n dienst bizonder geoutilleerd. En ook moet m.i.worden vermeden, dat men de stedebouw tot lets hogers, iets bove
Reacties