Vol huisvestinSteOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van den Nationalen Woningraad,waarin opgenomen de mededeelingen van den Rijks^dienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aanden WederopbouwMaart 1947 28e Jaargang no.dat kost geld!Proefnemingen in Amerika hebben b?-wezen dat een te lage temperatuur ineen werkplaats of fabriek de arbeidaca-paciteit op ongekende wijze vermindertHet is voor elken fabrieksdirecteur dusvan het allergrootste belang, ajn geheelsbedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuur te verwaimen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze ver-warmd en geventileerd wenscht te zien,- vraag onzen deskundige dan eens omeen advies.280VOLKERE.NDHovtN CENTRALE VERWARMING N.V.Specialiteit in h?t aanleggen van fabrieltsapparaten voor verwarmingbevochtiging - ontnevtling - droging en koeting.HOLLAND TRIPLEX IMPORTROTTERDAM - Schiedamscheslngel 50 - Tel. 28303293Abraham vanStolk&Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400??HOUTHANDELphilips' bouwbedrijfwedsropbeuw-adresvelsenIan kostelijklaan 30tel. 4484385spruitenboschstraat 17tel. 16902"HaarlemVERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWAGENAKERSBREDAyoor den wederopbouwvoerden wij reeds vele grooie op-drachien uii. Met de daardoor ver-worven ervaring siaan wij gaarne (ofUw diensi voor het verzorgen vanal Uw schilderwerklSchildersbedrijiW. BLOK ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 70802Aan de lezers van,,De ^oningoouwvereenigingDe Maart- en Aprilnummers worden inde eerstvolgende uitgave samengevat.De redactie van,,De Woningbouwvereeniging"Tijdschrift voorVolkshuisvesting enMaart 194728e Jaargang - No. 3MaandbladStedebou\\^Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en den NationalenWoningraad, Algemeenen Bond van Woningbouwvereenigingen, waarin opgenomen de mede-deelingen van den Riji^sdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan den WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, Ir. L. S. P. Scheffer,Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19. 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128OfHcieele mededeelingenNederlandsch InstituutOverlijden M. VrijenhoekKort voor het ter perse gaan van dit nummer ontvangen wijde tijding van het overhjden van ons bestuurshd, den HeerM. Vrijenhoek, die langen tijd het gemeentebestuur van DenHaag in het bestuur vertegenwoordigd heeft.Het dagehjksch bestuur heeft van dit bericht met groot leed-wezen kennis genomen.BestuurDe Ned. Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst heeftals zijn vertegenwoordiger in ons bestuur aangewezen denHeer J. Leopold Siemens.Rijksdienst voor het Nationale PlanSlechting van de Schans, AmersfoortDe Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, beschikkende op hetberoep, ingesteld door P. C. L. Engel te Amersfoort tegen het besluit vanden President van den Rijksdienst voor het Nationale Plan van 9 Maart1944, Letter M/M N.P. No. 1600, tot het maken van bezwaar tegen hetuitvoeren van werken op ,,De Schans" onder Amersfoort;Den Raad van State, Afdeeling voor de Geschillen van Bestuur, gehoord,advies van 6 November 1946, No. 16 (1945) ;Overwegende dat de President van den Rijksdienst voor het NationalePlan op grond van artikel 5, Hd 3 van het Besluit van de SecretarissenGeneraal van de Departementen van Binnenlandsche Zaken, van Finan-cien, van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherraing, van Waterstaat,van Handel, Nijverheid en Scheepvaiart en van Landbouw en Visscherijvan 15 Mei 1941 (Verordeningenblad 91 van 1941) betreffende de instellingvan een Rijksdienst voor het Nationale Plan, bezwaar heeft gemaakt tegenhet uitvoeren van andere dan onderhoudswerkzaamheden op de perceelen,kadastraal bekend gemeente Amersfoort onder Sectie F, Nos. 5717, 5716 en5715 en gemeente Hoogland onder Sectie F, Nos. 1763, 858 en 782,daarbij overwegende, dat bij schrijven van het Hoofd van den Provincia-len PlanoIogi.schen Dienst te Utrecht van 28 Januari 1944 is verzochtbezwaar te maken tegen de voorgenomen slechting van de restanten vande op den oostelijken Eemoever onder Amersfoort gelegen Schans ; datde bedoelde Schans met de daarbij behoorende gracht van historischewaarde is en door haar hoogteligging en begroeiing uit een oogpunt vannatuurschoon een aantrekkelijk middelpunt vormt van het omringendelandschap, zoodat het ongerept behoud van het onderhavige terrein ge-wenscht moet worden geacht ; dat voorts de voorgenomen egalisatie vande Schans en de voortgezette demping van de gracht in strijd zijn met hetnaar luid van het besluit van den Comraissaris der provincie Utrecht d.d.30 October 1943 in voorbereiding zijnd ontwerp van een streekplan, volgenshetwelk het onderhavige terrein zal worden bestemd tot natuurschoon-gebied ;dat van dit besluit P. C. L. Engel te Amersfoort in beroep is gekomen,aanvoerende, dat het bestreden besluit de uitvoering verhindert van deontworpen plannen, samengesteld in overleg met de Afdeeling Defensie-schade, om tot een uiteindelijke oplossing te komen van de sinds 26Augustus 1939 hangende schadeloosstelling, voortvloeiende uit de door devoormalige Defensie aangebrachte verdedigingswerken op ,,de Schans";dat hij in deze verwijst naar het schrijven en het deskundig rapport,door hem gericht aan den Secretaris-Generaal van het Departement vianOpvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming, waarvan afschriftenworden overgelegd; dat op 19 November 1943 de tevoren begonnenbesprekingen tot de thans gemaakte plannen leidden om tot algeheeleegalisatie van ,,de Schans" over te gaan, waartoe o.a. het Hoofd van deAfdeeling Defensieschade, Mr. van Buuren en de Schadecommissaris vanhet District Amersfoort met hem op dien dag ,,de Schans" bezochten ; datde zeer groote hoeveelheden zand, welke door Defensie indertijd voor debenoodigde verdedigingswerken op ,,de Schans" waren aangevoerd, insamenwerking met het Bureau Ontruiming zouden worden verwijderd enworden aangwend tot verdere demping der grachten ; diat uit de boven-omschreven en bijgevoegde stukken voldoende moge blijken, dat de ge-opperde bezwaren van den President van den Rijksdienst voor het Nationa-le Plan ongegrond zijn en het niet tot uitvoering laten komen van demet de Afdeeling Defensieschade ontworpen plannen hem, appellant, we-derom enorme schade zal toebrengen ;Overwegende dat blijkens de ingewonnen ambtsberichten het gebied vande bovengenoemde Schans bij het blijkens besluit van den Commissaris derprovincie Utrecht d.d. 30 October 1943 in voorbereiding zijnd ontwerp-streekplan is bestemd tot natuurschoongebied, waarbij het verboden zalzijn aldaar te bouwen, grondwerken uit te voeren anders dan onder-houdswerken, of hout te kappen ;dat de President vian den Rijksdienst voor het Nationale Plan mitsdienterecht, met toepassing van artikel 5, 3de lid van het besluit van 15 Mei1941 {no. 91/1941), bij artikel 18 van het Besluit bezettingsmaatregelen(voorloopig) gehandhaafd tegen het uitvoeren van andere dan onder-houdswerkzaamheden op de bovenvermelde perceelen bezwaiar heeft ge-maakt ;dat in de openbare vergadering der Afdeeling van den Raad van State,voor de Geschillen van Bestuur, waarin over deze zaak verslag is uitge-bnacht, weliswaar door den appellant is medegedeeld, dat de omstandig-heden met betrekking tot de in de stukken bedoelde Schans geheel zoudenzijn veranderd, dat van natuurschoon hier geen sprake meer zou zijnen dat van overheidswege op behoud ervan geen prijs meer zou wordengesteld, doch dat blijkens een nader op verzoek van de evengenoemdeAfdeeling van den Raad van State ingewonnen ambtsbericht deze mede-deeling met de werkelijkheid in strijd is ;dat immers, al is door de oorlogshandelingen aan het ter plaatse nogaanwezige natuurschoon ernstig afbreuk gedaan, zulks, ook naar het oor-deel van Gedeputeerde Staten van Utrecht en van het gemeentebestuurvan Amersfoort, niet de gevolgtrekking wettigt, dat het behoud vande Schans, in het bijzonder als historisch monument, zou moeten wordenprijsgegeven ;dat voor het overige de appellant niet voor ernstige schade beducht be-hoeft te zijn, aangezien, daargelaten nog dat de bouwverordening dergemeente Amersfoort de bestemming, die de appellant aan zijn perceelenwenscht te geven, te weten die van bouwterrein, niet toelaat, de door denappellant met de Afdeeling Defensieschade te treffen regeling, voorzooverdeze zou inhouden dat de meerbedoelde Schans wordt teruggebracht inden staat, waarin zij voor Augustus 1939 verkeerde, welke werkzaamhedenals onderhoudswerken kunnen worden aangemerkt, op grond van het be-streden besluit niet onmogelijk zal worden gemaakt;dat bovendien, volgens verstrekte inlichtingen, het gemeentebestuur vanAmersfoort bereid zou zijn de Schans voor een redelijken prijs van den 29Nationaie PlanArtikeltnappellant te koopen, zoodat ook in dit opzicht van door den appellantte lijden schade geen sprake behoeft te zijn ;Gezien het besluit bezettingsmaatregelen en het daarbij voorloopig ge-handhaafde besluit van de Secretarissen-Generaial van de Departementenvan Binnenlandsche Zaken, van Financien, van Opvoeding, Wetenschapen Kultuurbescherraing, van Waterstaat, van Handel, Nijverheid enScheepviaart en van Landbouw en Visscherii van 15 Mei 1941 (No.91/1941);Heeft besloten .het beroep ongegrond te verklaren.'s Gravenhage, 18 Maart 1947De Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting,(w.g.) L. Neher30Provinciale streekplandienst FrieslandDe Gedeputeerde Staten der provincie Friesland ;Gelezen het bericht van de Vaste Commissie van den Rijksdienst voor hetNationaie Plan van 4 December 1946, no. 116;Gelet op artikel 5 van de Derde Uitvoeringsbeschikking enz.,Besluiten :I. Als onderdeel van den Provincialen Streekplandienst in Friesland (pro-vinciale planologische dienst) behalve het reeds bestaande bureau, waar-van directeur is Ir. D. Tuinstra, in te stellen een Vaste Commissie;II. Te bepialen, dat de Vaste Commissie zal worden samengesteld alsvolgt :Voorzitter: Mr. H. P. Linthorst Homan, Commissaris der Koningin inde provincie Friesland ;Vice-voorzitter: Mr. J. Algera, lid van Gedeputeerde Staten ;Leden : Ir. G. J. A. Bouma, Rijkslandbouwconsulent in algemeenen dienst,Bontebok bij Heerenveen ;H. H. Buisman, bestuurslid Prov. Friesche Vereeniging voor Natuur-bescherming ,,It Fryske Gea", Voorzitter ,,Icobe" (Initiatief-comite voorhet Friesche bedrijfsleven) ;Mr. E. Foppes, Directeur van het Economisch Technologisch Instituutvoor Friesland (E.T.I.F.) ;Ir. C. de Groot, Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat in het larron-dissement Leeuwarden ;J. L. Hoogland, lid van Gedeputeerde Staten;Dr. R. Kuperus, Vice-voorzitter van de Kamer van Koophandel en Pa-brieken voor Friesland ;Ir. A. H. Liebert, Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Volks-huisvesting in Friesland ;Ir. J. Vlieger, Houtvester bij het Staatsboschbeheer in de houtvesterij,,Leeuwarden";Ir. A. Vondellng, Directeur Coop. Centrale Landbouwboekhouding, oud-ingenieur bij de ,.Commissie voor den Noordoostpolder";J. W. Verdenius, planologisch deskundige, Hattem ;Ir. D. S. Visser. Hoofd van het Provinciaal Bureau voor den Weder-opbouw in Friesland ;Ir. G. L. Walther, Hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat ;D. Witteveen, wethouder van Openbare Werken der gemeenteLeeuwarden ;Lid-Secretiaris : Ir. D. Tuinstra, Directeur van het Bureau van den Pro-vincialen Streekplandienst;Adj.-secretaris : J. W. Blom, Commies der le afdeeling van de ProvincialeGriffie.III. Te bepalen dat de Vaste Commissie hare werkzaamheden zal aan-vangen met ingang van den dag barer installatie.De Gedeputeerde Staten van Friesland,Leeuwarden, 17/26 Februari 1947Stedebouw in den Wederopbouwdoor Ir. P. Verhagen Lzn.Het wordt tijd, -- meent de redactie -- dat wij eens eenbalans opmaken voor het bedrijf van den Stedebouw, zooalsdit zich sinds de bevrijding aan het voltrekken is. Tegelijker-tijd vraagt men mij van Engelsche zijde naar de winsten,die wij in den Stedebouw mochten boeken in de jaren sinds1940, wat op hetzelfde neerkomt omdat hier in de oorlogsjarenweinig en steeds minder contact mogelijk was (in tegenstel-ling met Engelsche toestanden) en dus weinig kon wordenvoorbereid, trouwens ook omdat onze verwoestingen pas van1944 en vooral van 1945 dateeren.Rotterdam hier nog evenuitgezonderd, zijn of werden Scher-penzeel, Rhenen, Middelburg en Wageningen herbouwd alslosse gevallen op zich zelf en leveren zij zeker geen algemeenuitgangspunt, leerstelling of ervaring. Of het moest deze zijn,dat het mogelijk is gebleken, op korten termijn stedebouw-kundige plannen te maken en uit te voeren, zonder ingewik-kelde procedures en vragen naar bevoegdheden en zonderstukken te maken tegenover de getroffenen, noch ook tegen-over de Gemeentebesturen.De bevrijding handhaafde (voorloopig) de summiere be-voegdheden van den Algemeen gemachtigde in het ,,vielbe-wundert, vielgescholten" K. B. F. 67, zoodat de ervaring indezen nog aanzienlijk zou zijn verrijkt, als niet het gebrek aanbouwmaterialen een streep door alle rekeningen had gehaald.Nu keert het getij en verlangt men meerdere en andere ze-kerheden. Voor alle ingewijden staat echter wel vast, datle. het vaststellen van een stedebouwkundig plan een zoomogelijk snellere en simpeler procedure verlangt;2e. dit plan zelf aanzienlijk minder stram en stroef zal moe-ten zijn, dat dit speling zal laten voor een nadere uit-werking naar de behoeften bij de practische realiseering,en3e. de onteigening zoowel in procedure als in waarde-bepa-ling van de gronden voor de stedebouwkundige uitvoe-ringen vlotter en socialer moet worden geregeld.Dit echter in het voorbijgaan. Ik kan bezwaarlijk aannemen,dat de redactie mij zou hebben verzocht, over dergelijke juri-dische grondslagen mijn licht te doen schijnen, al zijn deze ookvoor de mogelijkheden in de vormgeving niet zonder belang(bijv. 2e.).Ik ga maar al te graag naar mijn eigenlijke opgave terug, omop te zoeken wat wij in de Stedebouwplannen gewonnen heb-ben. Die winsten zijn tweeledig :le. de opstuwing, de activeering van hangende of slapendevraagstukken en 2e, de nieuw opgedokene (als er tenminsteiets nieuws kan zijn onder de stedebouwkundige zon). Tus-schen deze beide rubrieken zijn allerlei overgangen, zoodateen strikte scheiding niet goed mogelijk is. Ik zal dan ook vol-staan met wat mij inderdaad nieuw lijkt, als zoodanig tesignaleeren.Beginnen wij bij het begin : hoe zijn we ook weer begonnen ?Door op te roepen en beslag te leggen op alle stedebouwers.Er waren er meer dan wij dachten : we hadden gelukkig be-halve hen, die zich stedebouwer wisten ook nog hen, die hetwaren, maar het niet wisten, ja soms nauwelijks wilden weten.En we hadden de jongeren. Deze alien troffen het bijzondergunstig, dat de procedure van de door hen op te makenplannen eenvoudig was, vergeleken bij de Woningwet-proce-dure, die een groote routine verlangt bij den ontw^erper.Met de Woningwet-procedure en de beschikbare krachtentegenover den grooten omvang der verwoestingen, warenwe nooit klaargekomen, zelfs niet als ik in aanmerking neemhet trage afkomen der bouwmaterialen, wat ons gerenom-meerde tempo achteraf in een belachelijk licht schijnt teplaatsen.Dit leger van stedebouwers, van diverse pluimage, maar vrij-wel steeds architecten, werkte met groote animo en leverdegoed werk. Ik durf zeggen, dat ondanks alle nieuwelingenhet peil van onzen stedebouw niet terugliep ; en dat integen-deel dit peil wel hier en daar naar boven sprong. Toch zie ikmisschien wel de grootste winst op de rekening van de archi-tectuuc komen : er is voor een architect, om vele redenen, zeerveel te halen uit een kleine maar felle stedebouwkundigepraktijk.Merkwaardig is ook, dat hoewel practisch alle stedebouw-ont-werpers architecten zijn, van huis uit of nog steeds, de scher-pe en soms zeer hinderlijkc controvcrse in de architectuur --traditioneel of functioneel om ze maar met een naam gebrek-kig aan te duiden -- niet in den stedebouw doordrong. Ikbedoel nu niet zoo zeer, dat de opdrachten naar behooren inbeide groepen belandden, maar veelmeer, dat de ontwerperszich zoo weinig sprekend onderscheidden.Want bijv. wat is tuindorpscher dan het plan-Kloos voorNijverdal vraagt men -- en heeft niet Hengelo's Gemeente-bestuur het plan-Komter afgewezen als te Hengeloosch? Ditis niet railleerend bedoeld; die vragers en dat Gemcentebe-stuur hadden alle aanleiding tot hun vragen en bezwaar. Maaral is de oppervlakkige vormgeving verwant, de diepere onder-grond is toch wel zeer verschillend. Dit verschil brengt onstot wat ik hoopte te mogen noteeren als een der grootstewinsten in onze jaren, n.l. tot den nieuweren omgang metde ruimte. Wij zijn gewend aan ruimte, besloten met wandenof wat daarvoor dienen kan; in onze pleinen, straten, bouw-blokken, ja in vele onzer liefste landschappen.Er zijn nu stroomingen, die deze traditie, die ons zoo ver-trouwd, min of meer heilig was, willen doorbreken; die min-der ruimte binnen wand, maar meer massa in ruimte willenscheppen. Ik maak er voor een artikel als dit geen aanspraakop, dit uiterst moeilijk te vangen begrip duidelijk te makenvoor ieder. Het verkeert nog in een begin van ontwikkelingen bedient zich nog bescheiden van oude vormen, omdat hetzich sterk weet in zijn aard en wezen. Maar ik zie het opdui-ken en om den hoek kijken in allerlei plannen, ook bij die dertraditioneele school; en het heeft al zijn goed recht bewezendoor moeilijke gevallen te bezweren; met andere woorden hetblijkt zeer vruchtbaar.Verder mag ik er in dit bestek niet op ingaan; het is nog tezwevend; en het is meer vertoond, dat lets, dat als nieuwwordt aangeprezen en met vreugde aanvaard, blijkt er altijdal geweest te zijn.Tegenover dit verheugende staat een algemeen tekort aanvooronderzoek uit tijdnood. Er is gebruik gemaakt van water was, ook al was dit onvoldoende. In belangrijke gevallenis dit aangevuld en daarna desnoods zonder de volledigeverantwoording de veiligste koers bepaald, onder toezichtvan Ir. van Lohuizen, die met zijn heele ervaring en kennisons te hulp is gekomen. Voor het opsporen van nieuwe in-zichten was dit nu juist geen gelukkige werkwijze.Met dit voor oogen, valt de oogst mee. Uit den aard derverwoesting volgt, dat juist de binnenstad, de city, de groot-ste aandacht kreeg. Al dadelijk rees de vraag naar den aarden den omvang van de city ten opzichte van de tegenwoor-dige en de te verwachten grootte van de stad; dan de winkels:hoeveel, hoe groot, waar; welke service verlangen deze?(expeditiestraten of hoven aan de achterzijde).Voorts de scheiding in passende en niet passende werkplaat-sen en fabrieken in de binnenstad. Van belang was het ook,de daar thuishoorende openbare gebouwen en gebouwenvoor openbare diensten na te gaan, ook in de verdere toe-komst; de behoefte aan dergelijke gebouwen neemt meer toedan recht eyenredig met de bevolkingsaanwas. Plaats engrootte van parkeerpleinen, bodecentra, markten en derge-lijke ruimt-en worden nagegaan.Vaak leiden deze conclusies tot het in het plan opnemen vanniet verwoeste maar wel afgestorven stadsgedeelten, die zeerkrachtig om saneering vragen en die op eenigerlei wijze doorde hervorming der stadskern worden gebaat.Een groote nieuwe gedachte werd ons voorgelegd: het stich-ten van een geheel nieuwe model-stad voor industrieele uit-breiding ergens op goedkoopen grond en nabij een schoonlandschap of natuurgebied. In een dergelijke stad zoudenworden ondergebracht alle noodige industrieele uitbreidingen,die onze bestaande steden zouden hinderen. Helaas bleek ditvraagstuk samen te hangen met zooveel andere, als bevol-kingsspreiding, industrieele schema's en meer dergelijke, dathet Nationale Plan de afdoening der vraag meende te moetenopschorten tot na bestudeering (natuurlijk op korten termijn)der reeds aanhangige vragen, die ermee verband houden. ArtikeienOok al kan de Wederopbouw dus vermoedelijk niet tot deverwezenlijking bijdragen door den eersten stoot met de uit-voering te geven (want dat halen we niet, gezien het tempovan de studiecommissies), onze troost blijft, dat de conclu-sies van dat ingewikkeld onderzoek zijn versneld, misschien.Intusschen zullen we het wel beleven, dat in verband meteenige in gang zijnde ruilverkavelingen kommen van buur-ten en kleine dorpen verschoven worden. Het dorp Empel(N.Br.) wordt bijv. zelfs over 1,5 km verplaatst en als nieuwdorp heropgericht. Ook Petten (N.H.) wordt geheel her-nieuwd en opgeschoven naar gunstiger ligging.Twee andere stedebouwkundige euvelen bestrijdt de Weder-opbouw met minder voorstudie en meer succes: de overbren-ging van in de binnenstad gevestigde en daar niet thuishoo-rende industrieen naar meer geeigende (Industrie-) terreinenen de opheffing van de lintbebouiving, beide voor zoover hetde getroffen en weder op te bouwen gevallen aangaat.Krachtig steunt de Wederopbouw ook de wijkgedachte.Deze nu wel algemeen bekende voorstellen en voorstellingenzijn niet in den boezem van den Wederopbouw ontstaan,maar begrijpelijkerwijze in het verwoeste Rotterdam en alvoor 1945. Op zichzelf van directe beteekenis voor de stede-bouwkundige vormgeving der woonwijken zijn zij voor detotaliteit van de stad van nog meer belang. De concentratie,de leus van vroeger voor de onbeperkte geheele stad, is nuteruggebracht-tot overzichtelijker wijk- of buurt-concentratie.Concentratie en stad hooren bij elkaar; maar we behoevennog niet te letterlijk vast te houden aan ringsgewijze uitbrei-dingen, waartoe ons voorgeslacht wel verplicht was. Con-centratie in wijken, buurten, voorsteden, satellietsteden levertdikwijls een beter en rijker woonpeil op, dan het leven ineen dunne of dikke schil rondom de stad, temidden vanlosse buren.Dit alles zegt vooral niet, dat de wijkgedachte dus alleenvruchtbaar is voor grooterc of kleinere steden, ook in dedorpen past zij, maar is daar eigenlijk van haar nieuwigheidontdaan. Hier zou bijv. de wijkgedachte leiden o.m. tot vra-gen als: hoe bevordert men, dat de notabele burgers ook opde notabele plaatsen in het dorp wonen (en niet als vluchte-lingen ergens buiten de kleine gemeenschap).Naarmate de wijkgedachte meer gemeengoed gaat worden,verwacht ik ook voor de vormgeving winsten aan vrijheid,en ook aan peil; omdat deze gedachte niet alleen en niet inde eerste plaats financieele en economische, maar vooral ooksociale en cultureele behoeften verwerkt.Tot het duidelijker samenbinden tot een gemeenschap behoortzeker ook het juist kiezen van de plaats der openbare gebou-wen; in de eerste plaats raadhuis en kerk. Dit begrip, ditverlangen mag ik het nu wel noemen, dringt steeds meerdoor.Een andere wijziging in de plannen, die ik eigenlijk niet ineen adem mag noemen met de wijkgedachte, maar die ervoor de vormgeving eenige verwantschap mee heeft, wordtons opgelegd door de te verwachten bouw van woningen vol-gens vaste norm, in constructie en/of materiaal, grootte en/ofindeeling. Gaat de woningvoorziening inderdaad overwegenddien kant uit, dan mogen de stedebouwers de hierdoor naarvorenkomende problemen niet loochenen, zelfs niet al zoudenzij meenen, dat dit een voorbijgaand tijdperk zal zijn. Alleendoor met voile toewijding en zonder voorbehoud zich denieuwe problemen voor den geest te stellen, kan men tot eenwaardige en schoone opiossing geraken. Ook hierin zie ikeen nieuwe aantasting, een nieuwe verzwakking van onsoude trouwe bouwblok, dat zich wel niet zal kunnen hand-haven. Ik geef toe, dat deze opmerking met den eigenlijkenwederopbouw in,, ietwat los verband staat; maar voor denstedebouw van thans heeft zij groote beteekenis. Ik moetzelfs zeggen, dat de levendigste en aantrekkelijkste plannen,die mij den laatsten tijd onder de oogen kwamen, juist plan- O LArtikeitn ngn waren, waarin naar deze nieuwe mogelijkheden een gooiwas gcdaan.Wij zijn nu beland in den stcdebouwkundigen factor ,,het wo-nen". Hoe staat het met de andere factoren: werken, recre-atie en verkeer?Bij ,,werken" wijs ik naar het reeds genoemde verplaatsenvan industdeen uit de stadskern naar buiten. Over de indu-strieele verspreiding, naar grootte en aard van bedrijven enhun vereenigbaarheid met bestaande of te ontwerpen be-volkings-agglomeraties, valt nog niets te zeggen, dan dat hetonderzoek in vollen gang is, maar voor den wederopbouwwel te laat klaar zal komen.In elk geval komen de conclusies te laat voor eenige acuteopbouwgevallen, die voor de ontwikkehng der bctrokken ge-meenten van vitale beteekenis waren en waar de klem deromstandigheden in twee gevallen tot een niet geheel bevre-digenden uitslag dwong. Ik denk aan de fatale situatie inOosterbeek van de Heveafabrieken, die gehandhaafd moestworden en aan de van Melle-Fabriek, die van de verwoes-ting gebruik maakt om Breskens te verlaten.Belangwekkende bizonderheden zijn naar voren gekomen bijhet onderzoek naar de behoeften der moderne winkels. Spe-ciaal in Rotterdam waar winkels zoo sterk meespreken bijden Wederopbouw komt men tot de noodzaak, leiding tegeven bij het bepalen der bedrijfstechnische en economischebehoeften. Men denkt bij de kleinere winkels aan scheidingvan den eigenlijken winkelbouw van de daarboven gelegenverdiepingen met woning of kantoren; een scheiding, hetzijdoor invoering van den horizontalen eigendom, of wel inden bouw zelve door afzonderlijke, lagere winkels met eenof weinig verdiepingen en afzonderlijke hooge panden voorwoning of kantoor met talrijke verdiepingen.Op laatst aangeduide wijze beweegt zich de winkelier ookmet zijn investeering nagenoeg geheel binnen zijn eigendirecte belangen en kan de intensiteit der bebouwing, in debinnenstad of city steeds nagestreefd (buiten hem om) tochworden bereikt. In de andere verwoeste steden hebben zichdeze winkelbehoeften nog niet zoo toegespitst.Voor de recreatie in beperkten zin heeft de wederopbouwweinig of geen nut afgeworpen: dergelijke gevallen zijn zekerniet typisch voor wederopbouw. Neemt men het begrip ietsruimer dan wordt dit anders. De groenvoorziening is nu eenerkende factor in het ontwerp, gelijkgerechtigd met de an-dere. Een plan als Den Haag-West gaat er van uit: in dewijkgedachte staat het groen letterlijk en figuurlijk op denvoorgrond. Het is voor den ontwerper een der eerste com-ponenten, op voet van gelijkheid zich voegende bij en naarandere elementen. Dit is op kleiner schaal al evenzoo bijde genormaliseerde woningbouw-complexen en zoo gaat dushet groen een belangrijk nieuw motief vormen. Vooral ookbij de nieuwe ruimtelijke opvatting is het groen vaakdominant.Neemt men het recreatie-begrip nog ruimer, dan valt er ookonder het ,,cultureele centrum" of centrale gebouw^encomplexvoor bijeenkomsten van de meest uiteenloopende soort, datin de plannen van sommige der grootere steden sterk naarvoren komt; op kleiner schaal ook breeder opgezette veree-nigingsgebouwen, tot zelfs een dorpshuis toe. Ik zou niet dur-ven uitmaken, in hoeverre dit een doorbrekende behoefte is,dan wel een psychische reactie op de doorstane en vooralook op de nog niet doorstane rampen. Hoe dan ook, deplannen maken er dankbaarj gebruik van.Tot de recreatie kunnen wij ook rekenen de plannen voor debadplaatsen. Een begin van een algemeen vooronderzoekstrekta als grondslag; voor Zandvoort ook een meer uitge-breide nota van diverse deskundigen onder aanvoering vanProf. Boerman.De plannen loopen zeer uiteen, meer, veel meer dunkt mij,dan het verschil in ligging en bestemming verlangt. Het blijktniet eenvoudig, de wankele gegevens in een passend verband32 van vormen te verwerken en dan toch nog daarin voldoendespeling te laten voor de lichtcre en wlsselender kanten, diehet badleven medebrengt. Moeilijk maakt het ook, dat deeconomische kracht van de badplaats geheel niet samenvaltmet haar sociale beteekenis.Vatten we onder ons recreatie-begrip ook het landschap, danbetreedt de Wederopbouw het gebied van Landbouw-herstel,waarmede inderdaad, onder leiding van de laatste, een pret-tige samcnwerking is tot stand gekomen. Alle landschappe-lijke beplantingsplannen, ook die van dorpen en hun uit-breidingen, passeeren een Commissie, de C.O.L., waarin o.a.naast de genoemde organen ook het Ministerie van Binnen-landsche Zaken, de Waterstaat (Prov. en Rijks), het Staats-boschbeheer, de Cultuurtechnische Dienst, de Contact-commis-sie voor Natuur- en Landschapsbescherming, de A-N.W.B.e.d. zijn vertegenwoordigd. De Commissie steunt op eenigezeer deskundige gedelegeerden, die op hun beurt zorg dra-gen, dat alle belangrijke herbeplantingen (en zoo mogelijkook nieuwe beplantingen) worden uitgevoerd volgens plan-nen, opgemaakt door behoorlijke deskundigen in overleg methen gekozen, of door hen aangewezen en in behoorlijk ver-band met het landschap in zijn geheel.Inniger en verdergaand is de samenwerking in sommige ge-inundeerde gebieden. Een volkomen bevredigend verloophad het plan Walcheren. Op verzoek van den Wederopbouwnam de Commissaris der Koningin het initiatief tot het in hetleven roepen van de Snelcommissie Walcheren, waarin allebelanghebbende organen zijn vertegenwoordigd en die binneneen jaar tot volledige overeenstemming kwamen over eenplan in hoofdzaak, een basisplan, voor het eiland Walche-ren, met de groote lijnen voor de ruilverkaveling dus inbe-grepen. Er is daar hard gewerkt en in de beste stemming.Een aardig voorbeeld van een dergelijke vruchtbare samen-werking?In Gelderland, Betuwe en Bommelerwaard, wordt een derge-lijk plan gemist. Het is waar, dat dit geen inundatiegebied is,maar essentieel maakt dit minder uit dan men zou aannemen;ook in een verzout inundatiegebied gaat het om het plan alsbasis -- want de groote werken mogen in de eerste vijfjaar daar niet worden uitgevoerd. In de Wieringermeerwordt aan de oude verkaveling, die maar weinig heeft gele-den, vastgehouden; hier is dus meer van herbeplantingsprake. Andere inundatiegevallen hggen tusschen de beidegrenzen van nieuw Walcheren en Wieringermeer. Ook tank-grachtherstellingen leverden wel een landschapsplan (West-land), waarbij tegelijk de economische bruikbaarheid als wa-terweg werd onderzocht.De vierde factor in den stedebouw is het verkeer. Er wordthard aan gewerkt uit den Wederopbouw alles te halen wathet verkeer, nu of later, kan dienen. Dit levert nogal eensde gebruikelijke conflicten met den ontwerper, die de vorm-geving in gevaar ziet. Op onze balans behoeft dit niet extrate verschijnen: het was altijd zoo en zal wel zoo blijven; toe-nemen misschien, als het verkeer zich ontwikkelt zooals velendit zich denken. Maar zelfs dat is niet iets nieuws, het con-flict tusschen verkeer en bebouwing is alleen verscherpt. Hetblijft wonderlijk: het verkeer vindt zijn oorsprong en zijndoel in de behoefte aan samenhang tusschen de vele afzon-derlijke levens der menschen; de stad is van dien samenhangde ruimtelijke exponent. Toch schijnt de botsing tusschenverkeerseischen en stedelijken samenhang onvermijdelijk; ende verzoening onvindbaar. Want het afleiden van het ver-keer op twee of meer niveaux bij kruisingen is maar nauwe-lijks een uitkomst, en voor de ruimtelijke samenhang in onzesteden zeker niet gauw bevredigend.Van den anderen kant, het verwaarlopzen van deze ernstigebelangen op gronden van bepaalde vormgeving zou tochook onverantwoordelijk zijn en zou trouwens al ons overigescheppend werk bedreigen.Wij zijn als ontwerper ook niet altijd rechtvaardig tegenoverhet verkeer. Hoe graag aanvaarden wij het als geraamte,als gangmaker voor de plannen en hoe gebelgd hooren wiiN.V. H. GADELLA levert weer430 OUDEGRACHT 312 - UTRECHTWaterpasinstrumenten en Jalons5t Siuuri onsUw aanvragaTWEEDE OPROEPBij het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting is vacantde betrekking vanHoofdingenieur-Directeurbelast met de leiding van de Bouwnijverheid, den Wederopbouw ende Volkshuisvesting in de provincie Limburg.Minimum vereischten: Delftsch c.i. of b.i. of gelijkwaardig diploma,alsmede technische en organisatorische ervaring; leeftijd niet beneden40 j'aar. Schriftelijke soUicitaties op zege! met uitvoerige inlich-tingen worden binnen 14 dagen na plaatsing dezer advertentieingewacht bij het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuis-vesting, afdeeling Personeel, van Alkemadelaan 350, 's-Gravenhage.u KUNT BOUWENHolle betonvloerenMuurelementenTegelsPalenPlaten - enz. enz.fwarden vioi geleverd doorCementwarenfabriek SCHUURINKENSCHEDE - HavenTelef. 3009b.g.g. 4810 Burg. Stroinkstraat 116HETVOORJAARstaatvoor de deur!^-Nu wordt alles mooi en zonnig. Nu wordt erlustig gevloebeerd cm kamers, plafonds engangen nieuwe kleur en fleur te geven. Lentetijdis VIoeba-tijd! Een goed seizoen voor schilders,die met Vloeba werken!VLOEBAcIs moderne wand- en plafondbedekkingN.V. LAKFABRIEK KIEWIET DE JONGE-GRONINGENBtzock onzm Stand0^deVoor-^{nr^in46,Cro!sdaat.Ui"'^'_AannemersbedrijfDIRK VERSTOEPGroot Hertoginnelaan 39's-Gravenhage Telefoon 392887Uitvoering vanBouw- enWaterbouwkundige Werken 460GLAS in loodLevering zonder bonnen in elke gewenschteuitvoering, glassoort en kleur.Indien U overweegt glas in lood te bestellen,vraagt dan het juist verschenen album metmodellen en foto's van uitgevoerd werk eenster inzage.N.V.DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 5520HANDEL INBOUWMATERIALEN F. Filippo HaarlemHoofdkantoor: Spoarnd. wea H'H Telef. 14264Bijkantoor: Tuinlaantjo 6-12 Telef. 13532Telefoon Huis 25820BEVERWUK- Schaybeeklsan 16 - Tel. 3879432TEGELSN.V.GLASHANDEL DORENS&CoKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404AMSTERDAMALLE SOORTEN VLAKGLASVOOR DEN BOUW.&GLASNIJVERHEID3815eriiitged handelsmetkGOLF-PLATENBUIZENVLAKKE PLATENKOMEN WEER IN BEPERKTE HOEVEELHEIDN.V. ETERNIT ? AMSTERDAMNIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 TEL. 49644-49744-49844H8388GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndusMSele en Handelsmaatschappij ,,TERRANOVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52A -- Telefoon No. 7381Stelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen:BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN.>OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage verstrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a. d. RUNTEL. 28338GEBR.WILLEMSE* DELFTHandelin alle soorien260BouwmaterialenTel. 1191 Vlugge levering. Per auio, per schuii.VERVENENROT T E R D A M :) LAMVcIlVOOR DEWEDEROPDOIW56Een modern verfproduct dat nimmermcer verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis; vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN,V? Haarlcmschc StoomverffabriekTelefoon 11884376HAARLEMN.V. SCHOKINDUSTRIEZWIJNDRECHTPOSTBUS 26394SCHOKBETONHEIPALENVierkante uitvoering^0Vkdaarna de hooggestemde eischen van dit verkeer aan. Eenplan als Rotterdam is zeker geen verkeersplan zonder meer,maar de hoofdstructuur is toch wel zeer afhankelijk van hetverkeer, al is dit op zijn beurt uiteraard mede afhankelijkvan de verschillende bestemmingen, al bepaalt het verkeerin een plan niets tot het einde toe.Vermeld maq als winst voorloopig alleen worden geboekt,dat bij den Rijkswaterstaat, die zich het verkeersbelang inhet algemeen aantrekt, nu een adviseur is aangewezen, uit-sluitend tot overleg over de stedebouwkundige verkeers-eischen voor het geheele land en voor alle verkeersproble-men (uitgezonderd die der spoorwegen en luchtvaart). Ditbelooft de afwikkeling belangrijk vlotter te doen verloopen.Voorloopig betreft dit nog slechts den Wederopbouw enzijn plannen.Met den dienst der Nederlandsche Spoorwegen is bij veleplannen contact; het is begrijpelijk, dat het opmaken en af-geven van groote plannen bij een zoo omvangrijke verwoes-ting als die der Spoorwegen niet ecnvoudig is; gewoonlijkverloopt dit wonderlijk snel.Het vernielen van zoo vele stations heeft het in vele gevallenmogelijk gemaakt beter dan tot dusver rekening te houdenmet de nieuwere opvattingen van de Ned. Spoorwegen overhun diensten aan het publiek. De ontworpen ,.underground"baan in Den Haag, is daarvan wel het mecst sprekendevocbeeld, maar ook elders komt dit naar voren. Vooral ookbij den aanleg der nieuwe stationspleinen ontstaat mede doorhet drukkere bus- (en tram-) verkeer een nieuw beeld, datgrootendeels wordt beheerscht door de vele daar dooreen-kruisende verkeerseischen en -verlangens. Het reeds bestaan-de stedebouwkundig contact met den dienst der Spoorwegenwerkt hierbij uitermate nuttig.Met de Luchtvaart hebben de wederopbouwplannen in hetalgemeen weinig of geen aanraking. Schiphol is een gevalop zich zelf geworden. Bij enkele plannen (Vlissingen) waardit wel en zelfs in vrij sterke mate het geval was, verliep ditcontact redelijk en bevredigend.Ook met de Scheepvaart moet in sommige plannen wordengerekend (Westland-Deventer-Zutphen-Enschede). Ditheeft de snelle opmaking der plannen niet aanmerkelijk ver-traagd.Ik meen, dat ik rond ben. Er zijn nog eenige belangrijkeplannen, waar vooralsnog niets van te zeggen valt, dan datde problemen van een zeer groote, nationale schaal zijn. Hetkan zijn, dat hier klaarheid in komt; dan zou dit een grootestedebouwkundige stap vooruit zijn. Zoo niet, dan is hiereen verlies. Zoover zijn we nog niet.Ik mag zeggen, dat in de wederopbouwperiode de stedebouwzich duidelijk in sterke ontwikkeling bevindt; soms zou menaan een herboren worden denken; wat samenhangt met despanningen, die wederopbouwvraagstukken eigen plegen tezijn. Zoo goed als de stedebouw de meest natuurlijke vergoe-ding aanbiedt voor de geleden schade en rampspoeden, zoogoed profiteert hij zelf van dc grootere vrijheid en de hevigeractiveering, die hem hiertoe in staat moeten stellen.Wie het heeft over winst en verlies in de(n) stedebouw(kunst) spreekt een voorkeur uit; misschien een vooroordeel.Ik heb mij zooveel mogelijk overtuigd, dat ik in mijn uitspra-ken gesteund word door verschillende collega's; ik zeg dit nietom de verantwoording van mij af te schuiven, maar om denindruk weg te nemen, dat ik U mijn persoonlijke meeningtracht op te dringen.Iki heb het daarom maar bij aanduidingen gelaten; ik hoopin de opsomming der winsten voldoende objectief de hoofd-zaken te hebben aangehaald. De onwillekeurige accenten,die daarop zijn gevallen, zal ik misschien voor mijn persoon-lijke rekening moeten nemen, wat mij ook niet in het minstbezwaart.'s Gravenhage, 27 Januari 1947De betekenis van de bodemkartering van Neder- A^'"''''"land voor stedebouwkundige doeleinden ')door Prof. Dr. C. H. Edelman, Hoogleraar aande Landbouwhogeschool te Wageningen, Directeurvan de Stichting voor Bodemkartering, WageningenOnder bodemkartering verstaat men het vervaardigen vankaarten, waarop de verschillen in grondgesteldheid, die inhet te karteren gebied voorkomen, staan aangegeven. Daarbijgaat men niet uit van grondverschillen, die door de jaar-lijkse bemesting sterk worden beinvloed, maar van de ken-merken van een meer blijvend karakter, die men waarneemtaan het bodemprofiel. De gronden worden dus ingedeeld naarde opbouw van de bodemprofielen. Daarmede vervolgt debodemkartering de weg, die in ons land door wijlen dr. W.A. J. Costing (11942) voor het eerst is betreden.Men kan kaarten vervaardigen met verschillende schalen eneen min of meer ver doorgevoerde onderverdeling van debodemprofielen nastreven. Aangezien wij de betrekkingentussen de schaal van de kaarten, de indeling van de grondenen de dichtheid van de waarnemingen uitvoerig hebben be-sproken in een publicatie in het Jaarboek ,,Cultivator", willenwij deze meer specifiek bodemkundige zaken thans latenrusten.De grote variatie in de bodemgesteldheid uit zich allerwegein een zeer varierende ontwikkeling van de gewassen, waar-aan het bodemgebruik vaak reeds sinds eeuwen is aangepast.Wel zijn vele oude landbouwtoestanden door nieuwe tech-nische mogelijkheden, zoals ontwatering en de toepassing vankunstmest blijvend veranderd, maar toch is het verband tus-sen grondgesteldheid en rationeel bodemgebruik allerwegezichtbaar.In dit verband ligt een der twee belangrijke toepassingen vande bodemkartering in de stedebouwkunde: n.l. de invloedvan de bodemgesteldheid op de in economisch opzicht meestgewenste bestemming van de gronden. Men zou dit de econo-mische toepassing kunnen noemen. De andere toepassing heeftbetrekking op de zeer uiteenlopende geschiktheid van degronden om te dienen als drager van aan te leggen kunstwer-ken, zoals wegen, stadswijken, grote gebouwen, rioleringen,enz. Wij zullen deze zijde van de kwestie aanduiden met determ technische toepassing.De economische toepassing van de bodemkartering in destedebouwkunde betreft voor alles de bestemming van degronden.Bi| alle streekplannen en bij vele uitbreidingsplannen komtde beoordeling van de geschiktheid van het land voor allerleidoeleinden ter sprake. Gesteld, dat de wenselijkheid van eenbetere ontsluiting van een bepaald gebied wordt overwogen,zo wil men een indruk hebben van de landbouwkundigemogelijkheden van de te ontsluiten gronden. Is het land ge-schikt voor intensieve teelten, dan zal een dicht ontsluitings-net eerder lonen, dan wanneer het land alleen als grasland zalworden gebruikt. Ook is van belang de vraag of in een weinigbewoond gebied kans bestaat op een toekomstige verspreidebewoning. Ook dit hangt ten nauwste met de bodemgesteld-heid samen. Immers, vindt een landbouwer in een thans een-zaam gebied geen bestaan, dan behoeft men bij het ontwer-pen van het wegenplan ook niet met de mogelijkheid vaneen toekomstige verspreide bebouwing te rekenen. Is degrondgesteldheid echter gunstig, dan mag men aannemen,dat na ruilverkaveling en daarmede samenhangend betereontsluiting een verspreide bewoning vanzelf zal ontstaan.Waar de stedebouwkundige als het ware richting en leidinggeeft aan de toekomstige ontwikkeling van ons platteland.moet het voor dezen stedebouwkundige van belang zijn, in-') Naar aanleiding van een voordracht gehouden voor de Stedebouwkun-dige Kring te Utrecht, 7 Maart 1946. 33Artikeien zicht of kcnnis te hebben van wat de gronden aan toekomst-mogelijkheden herbergen.Daartoe behoort ook het antwoord op de vraag, welke gebie-.den technisch verbeterd kunnen worden en wat de gevolgenvan een dergelijke verbetering zullen zijn. Van een bodem-kaart met de daarbij behorende tekst mag men het antwoordop deze vraag verwachten.Zeer belangrijk is de bodemkaart in die gevallen, waarbij hetgaat om gronden, die zeer bijzondere kwahteiten hebben enwaarop een bedrijf wordt uitgeoefend, dat elders geheel ofnagenoeg onmogehjk is. Het meest bekende voorbeeld hiervanvindt men in het bloembollengebied. Het volledige bloembol-lenbedrijf vindt men alleen op kalkrijke, nagenoeg zuivere,zee- en duinzandgronden met een gunstige grondwaterstand,terwijl de grond bovendien tot op grote diepte uit hetzelfdegunstige zand moet bestaan, teneinde het periodiek ve.rdelvenvan de gronden mogelijk te maken. Onder verdelven verstaatmen het naar boven halen van verse grond en het naar bene-den werken van de oude bovengrond, die in het bloembollen-gebied na verloop van tijd tcveel met ziektekiemen besmetraakt. Het geheel van de hier opgesomde eisen is zo uitzon-derlijk, dat ze slechts zelden verwezenlijkt worden. De bloem-bollenteelt is voor de Nederlandse volksgemeenschap zobelangrijk, dat het bestaande eerste-rangs bloembollenlandverdient voor deze teelt gereserveerd te blijven en voor iederander doel, ook voor de dorpsuitbreiding te worden verbo-den. Men bedenke, dat iedere burgerwoning, die op dezegronden wordt gebouwd, het productieve areaal verkleint endaarmede de economische grondslag van de bloembollendor-pen verzwakt.Evenmin als men aan een steenkolenmijn zou willen voor-schrijven, zich te vestigen op een plaats, waar de aardkorstgeen of weinig steenkolen bevat, mag men de bloembollen-telers uit hun kerngebied verdrijven en hen daardoor dwin-gen hun bedrijf voort te zetten op een plaats, waar zij geenbestaan kunnen vinden.Een tweede belangrijke teelt, waarmede de stedebouwkundigerekening moet houden, is de tuinbouw onder glas. Dank zijde bodemkartering van het Westland, welke onder leidingstaat van onzen medewerker Ir. W. J. van Liere, zijn thanszeer duidelijke gegevens verkregen over de waarde vanallerlei bodemtypen voor de glasteelt.In het Westland komen een aantal gronden voor, waarophet hoogste product wordt verkregen, hetwelk onder Neder-landse omstandigheden denkbaar is. Deze gronden vormenals het ware de welvaartskern van het Westland. In hetalgemeen is de bodemgesteldheid van het oude Westlandgoed tot zeer goed. De grote uitbreiding van de glasteelt nade eerste wereldoorlog echter is nogal willekeurig geweest,zodat men onder deze nieuwere bedrijven zowel zeer goedeals middelmatige en zeer slechte vindt. Bodemkundig gespro-ken is men met de uitbreiding te ver gegaan. Te lang heeftmen gemeend, dat de cultuur ten aanzien van de grond wei-nig gevoelig was en dat men met prima cultuurzorgen op talvan plaatsen met de glasteelt goede resultaten zou kunnenkrijgen. Het nauwkeurige onderzoek van alle bedrijven, datmet de bodemkartering samengaat, heeft wel zeer duidelijkaangetoond, dat de teelt in de hoogste mate met de grond-gesteldheid samenhangt.In de omgeving van het glasdistrict ligt nog zeer veel landin gras, zodat men zou kunnen menen, dat verplaatsing vanoude, resp. stichting van nieuwe bedrijven niet op grotemoeilijkheden zal behoeven te stuiten. De bodemkarteringheeft echter duidelijk aangetoond, dat de reserves aan primagrond in dit gebied zo bescheiden zijn, dat er geen sprakevan is, dat men voor ieder der thans bestaande bedrijven opminder goede gronden een behoorlijke plaats zou kunnen vin-den. Ook de tuinders, die in en na 1943 door de aanleg vande tankgrachten van hun vaak zeer goede bedrijven verdre-ven zijn, hebben lang niet alien een redelijke nieuwe plaatso4 verkregen. sisi^"-De grote steden, die het Westland omringen, in het bijzonderDen Haag, hebben herhaaldelijk grote oppervlakten kostelijketuingrond opgeslokt en daarmede de tuinderijen naar veelalzeer veel minder goed land vefdreven. De economische weer-baarheid van het Westland is daardoor ernstig benadeeld,welk verzwakkingsproces nog dreigt door te gaan. De stede-bouwkundigen, die over de bestemming van de Westlandsegronden uiteindelijk te oordelen krijgen, zullen de argumen-ten, die de bodemkartering oplevert, zorgvuldig moeten over-wegen.Er zijn nog andere tuinbouwgebieden, waar bepaalde vormenvan glasteelt bijzonder op hun plaats zijn en waarvan degronden moeilijk vervangbaar zijn, doch wij willen het bij hetWestland laten. *Een derde groep van tuinbouwgronden zijn de [ruitgronden.Intensieve fruitteeltbedrijven op prima gronden kunnen zeerlucratief zijn en formidabele opbrengsten leveren. Nauwkeu-rige gegevens dienaangaande worden thans bijeengebrachtdoor den heer Ir. G. de Bakker, rijkstuinbouwconsulent teGoes en vrijwillig medewerker van de Stichting voor Bodem-kartering. Wij zullen op zijn interessante onderzoekingen nietvooruitlopen. Men moet echter wel beseffen, dat gronden,die zeer geschikt zijn voor de fruitteelt ook uit planologischoogpunt alle aandacht verdienen. Zij kunnen een aanzienlijkebijdrage tot de landelijke welvaart leveren. Men bestemmedergelijke terreinen niet voor de bouw van burger- of arbci-derswoningen of voor fabrieksterreinen. Daartoe zal men inhet algemeen andere terreinen in overvloed kunnen vinden.Men kan het betreuren, dat de bodemkartering, waarop dekennis van deze dingen moet berusten, eerst thans tot ont-wikkeling komt. In zekere zin komt de bodemkartering telaat. Men zou nu over de kaarten moeten kunnen beschikken.Echter was de tijd niet eerder rijp voor dit soort werk en hetverleden laat zich nu eenmaal niet in enkele jaren ongedaanmaken.Toch kail in betrekkelijk korte tijd wel het een en ander totstand worden gebracht. Zelfs zien wij geen overwegendebezwaren in een bodemkartering van geheel Nederland opeen schaal 1 : 25.000, en menen wij een dergelijke kaart bin-nen 10 jaar met de reeds gevormde wetenschappelijke kernte kunnen voltooien. Een opdracht daartoe is echter nog nietverstrekt.Terugkerend tot onze beschouwing over de gronden, die spe-ciale kwaliteiten bezitten, willen wij de aandacht vestigenop het feit, dat wij het steeds over tuinbouwgronden hadden.Dit is niet toevallig. De tuinbouw heeft slechts ongeveer 7%van de oppervlakte cultuurgrond van Nederland in gebruik.Daarbij gaat het echter om terreinen, waarin aanzienlijkekapitalen belegd zijn en die vaak een bizondere functie in devolkshuishouding vervullen. In de landbouw is dat veelalniet het geval. Wel zijn de landbouwgronden onderling zeerverschillend in waarde. Op de ene plaats vindt men welva-rende bedrijven, die zeer tot de volksvoeding en tot het volks-inkomen bijdragen, elders echter zijn de boeren arm en vor-men zij een bron van voortdurende zorg en offers voor degemeenschap. Wij kennen geen enkel voorbeeld van eenbewust gebruik van deze tegenstelling bij stedebouwkundigeoverwegingen en willen bij dezen de welvarende landbouwevenzeer in de belangstelling van de stedebouwkundigen aan-bevelen als wij dat met de specifieke tuinbouwgronden deden.In vele uitbreidings- en streekplannen worden gronden aan-gewezen voor mogelijke vestiging van tuinbouwbedrijven.Veelal geschiedt dit zonder veel kennis van zaken. Zo goedals wij in het bovenstaande gepleit hebben voor het reserverenvan prima gronden voor tuinbouw en zelfs voor landbouw,zo willen wij verzet aantekcnen tegen vestiging van tuin-bouwbedrijven op terreinen, die daartoe niet ten voile ge-schikt zijn. Niemand is met een dergelijke vestiging gebaat.De tuinders zeker niet, want het genoegen om noodlijdend tezijn is uiterst beperkt. De volksgemeenschap, die de kostenmag dragen evenmin. En welke voordelen heeft een gemeen-te van inwonenden, die geen redelijk bestaan kunnen ver-werven?Vanzelf komen wij thans tot het tuinbouwbestemmingsplanvan Nederland, dat in wording is en waaraan wij mede-werken, voorzover het bodemkundige aangelegenheden be-treft. Dit plan zal moeten berusten op een samenstel vanbodemkundige, klimatologische, tuinbouwtechnische, econo-mische en sociale factoren. Het is geenszins onze bedoelingdoor dit artikel de indruk te vestigen, dat de bodemkundigezijde van dit planwerk alleen zaligmakend zou zijn. Integen-deel, het gaat allereerst om economische vraagstukken. Maarde bodemkunde speelt in deze economische kwestie toch weleen rol, in zoverre dat de beoordehng van de potentiele mo-gelijkheden van een bepaald gebied op een goede bodemkun-dige basis moet berusten. Eerst moet men weten, wat er opeen bepaalde plaats kan worden voortgebracht. Daarnaaststaat de vraag of men van deze verborgen mogehjkheid eeneconomisch gebruik kan maken en daarbij doen zich tal vanniet-bodemkundige gezichtspunten voor.Wij menen thans de economische zijde van de stedebouwkun-dige toepassing van de bodemkartering voldoende te hebbentoegehcht om de conclusie te rechtvaardigen, dat het regionaleplanwerk veel voordeel van bodemkaarten kan hebben en datde bodemkartering omgekeerd van de zijde van de stedebouw-kunde aanmoediging en steun mag verwachten.Thans willen wij overgaan tot de bespreking van de techni-sche toepassing van de kartering in de stedebouwkunde. Wijbedoelen daarmede de vraag naar de geschiktheid van be-paalde terreinen voor stadsuitbreiding en andere burgerlijkedoeleinden. In wezen draagt deze vraag een grondmechanischkarakter. Het is de grondmechanica, die zal moeten uitmaken,welke de hoedanigheden van een grond als bouwgrond zijn,evengoed als de land- en tuinbouwkundige het laatste woordheeft over land- en tuinbouwkundige aangelegenheden. Maartoch kan dit grondmechanisch onderzoek veel voordeel vaneen gedetailleerde bodemkaart hebben, hetgeen we willen toe-lichten aan de hand van ervaringen, opgcdaan met karterin-gen binnen het gebied van de gemeenten Schiedam en Rot-terdam.De kartering van een terrein vai) 700 ha, dat de gemeenteSchiedam interesseerde, werd door den heer W. J. van Liereverricht in de winter 1943--44. Het gebied staat bekend alsjonge zeeklei. Deze klei ligt niet in een eenvoudige laag ophet veen, maar is afgezet vanuit getijgeulen, waaruit het veengeheel is weggespoeld en die later zijn dichtgeslibd. Kleineregetijgeulen takken van de grotere af, doch zijn minder diepuitgesleten, zodat daar nog veen onder de klei wordt aan-getroffen. Door de ontginning van het gebied in de middel-eeuwen en de steeds verbeterde ontwatering is het gehelegebied volgens de regels van de grondmechanica gaan in-klinken en wel op een zeer ongelijkmatige wijze. Daarbij zijnde voormalige grote geulen met hun opvulling van zavel enklei als hoge ruggen blijven staan, de ondiepere kleineregeulen, waaronder nog veen was overgebleven, als lagereruggen. Het geheel is dus een heuvelachtig landschap ge-worden met hoogteverschillen van meer dan 1.50 m, waarbijmen moet bedenken, dat de zakking nog doorgaat met eensnelheid van circa 1 cm per jaar, zodat het gebied over eeneeuw hoogteverschillen van enige meters zal vertonen. Opeen dergelijk gebied zal nu een stadswijk moeten wordenaangelegd. De bodemkaart levert in dit geval een zeer pre-ciese informatie over de grondsoorten, die aanwezig zijn ende diepte, waarop het veen zit, m.a.w. het is mogelijk gewor-den het uitbreidingsplan zodanig te ontwerpen, dat van dezo grote verschillen in bodemgesteldheid het beste profijt isgetrokken. In dit geval is de natuur reeds eeuwen bezig ge-weest, te laten zien, hoe zuiver de inklinking reageert op debodemgesteldheid. Het gebied mag in dit opzicht als klassiekworden beschouwd.De grondmechanica is de wetenschap, die deze verschijnselenbestudeert en voorspelt en niet de bodemkartering. Maar debodemkundige verstaat de kunst van het maken van kaarten,waarop alle in de natuur zichtbare verschijnselen nauwkeurigen systematisch worden verwerkt. In het Schiedamse voor-beeld waren de oppervlakte-indicaties, dank zij de zakking,zo duidelijk, dat een kaart kon worden afgeleverd, die optalrijke waarnemingen per ha berustte, een topografischenauwkeurigheid, die door de grondmechanica in het alge-meen niet beoogd wordt, maar die in dit geval toch alleszinsnut heeft gehad.Ideaal zou zijn, wanneer de bodemkartering in dergelijke ge-vallen gevolgd kon worden door het grondmechanisch onder-zoek, waarbij de waarnemingspunten van de grondmechanicauitgezet zouden worden op die plaatsen, die blijkens de bo-demkaart het meest karakteristiek zijn. Anders gezegd: degrondmechanica moet de feitelijke gegevens leveren, de bo-demkartering de vaak subtiele topografische detaillering.Bij de beoordeling van de wenselijkheid van de bodemkarte-ring in verband met uitbreidingsplannen en andere burgerlijkedoeleinden moet men tevens in aanmerking nemen, dat eendergelijk gedetailleerd onderzoek op een bedrag van f 7.50--f 10.-- per ha komt te staan, welk bedrag geheel in het nietzinkt tegenover andere kosten, die men maakt. Men zal dusniet het ene onderzoek in concurrentie tot het andere behoe-ven te zien, maar zonder veel bezwaar het ene kunnen doen,zonder het andere te laten.De vraag is wel gesteld of op te spuiten terreinen nog welvoor kartering in aanmerking komen. Deze terreinen bezak-ken als regel zeer onregelmatig en het moet toch van belangzijn, daaromtrent tevoren ingelicht te zijn.Samenvattend menen wij ten aanzien van de technische toe-passing van de bodemkartering in de stedebouwkunde temogen concluderen, dat vele burgerlijke en technische instan-ties, voor wie de onregelmatigheid van de bodem van belangis, met voordeel van bodemkaarten gebruik zuUen maken.Tenslotte willen wij enkele zakelijke gegevens over de bo-demkartering mededelen.Stichting voor Bodemkartering, Hinkeloordscheweg 3, Postbus 37, Wa-ArtlkelcBgeningenBestuur (15 April 1946)Ir. A. W. van de Plassche,Ir. F. P. Mesu,Dr. Ir. M. I. Boerendonk,Ir. H. T. Tjallema,Ir. S. Smeding,Ir. J. W. Hudig,Prof. Dr. O. de Vries,Dr. Ir. F. Bakker Schut,Ir. C. Staf.Dr. Ir. Th. Reinhold,Dr. Ir. Joh. van Veen,Directeur van de Tuinbouw, VoorzitterDirecteur van de Cultuurtechnische Dienst,ondervoorzitterHoofd van de Afdeling voor pacht- en grond-zaken, secretaris-penningmeester.Directeur van de Akker- en WeidebouwDirecteur van de Wieringermeer- en N.Oost-polderwerkenDirecteur van de Rijksdienst voor Landbouw-herstelVoorzitter van de Landbouworganisatie T.N.O.Directeur van de Rijksdienst voor het Natio-nal PlanPresident-Directeur van de Ned. Heide-MijDirecteur-Generaal voor Grondgebruik enLandbouwherstelDirecteur van de Geologische Stichting van deafd. Geol. KaartHoofdingenieur bij de Rijkswaterstaat, DirectleBenedenrivierenMedewerkers (15 April 1946)Prof. Dr. C. H. Edelman,Ir. P. Buringh,Dr. R. D. Crommelin,Mej. Dr. A. W. Vlam,Ir. H. Egberts,Ir. F. W. G. Pijls,Ir. W. I. van Liere,Ir. G. de Bakker i)Ir. K. van der Meer,Ir. J. Bennema,Ir. S. F. Kuipers,K. J. Hoeksema,Ir. D. van Diepen,Ir. J. Schijen 1)Ir. C. P. Scheepers i)DirecteurSecretaris van den DirecteurGeoloogGeograafDiverse adviezenDidam, OverbetuweWestlandZuid-Beveland en WalcherenWalcherenWalcherenTholen, Schouwen-DuivelandBommelerwaardMaaskantHeusden, AltenaDroogmakerijen Zuid-Holland1) Vrijwillige medewerkers.De Stichting werkt voornamelijk voor overheidsinstellingen, maar kan te-vens opdrachten van particulieren aanvaarden. 35Ariikeicn LiteratuurEdelman, C. H.Oosting, W. A. J.Edelman. C. H.Edelman, C. H.Edelman, C. H.Vlam, A. W.Dr. Ir. W. A. J. Oosting, l.i. (t 5 Sept. 1942).Landbouwk. Tijdschr. 54, 1942, 605--611, metlijst van geschriftenBodemkunde, Bodemkaarten en Streekplannen.Tijdschrift Volkshuisv. en Stedeb. 23, 1942,166-171De bodemkartering in Nederland..Cultivator", Jaarboek Oud-leerl. Middelb.Landb. Onderwijs 1945. Ook verschenen alspubl. No. 3 van en verkrijgbaar bij de CentraleComm. van de Verenigde Vergadering, Rijks-straatweg la, Wageningen, door storting van/ 0.50 op postgiro 473249 ten name van Mej.D. de Boer te Wageningen.De tuinbouw heeft de beste gronden nodig.Meded. van den Directeur van de Landbouw,1945Bodemkartering, een moderne wijze van bodem-onderzoek, Radiorede 1 April 1946; o.a. voile-dig verschenen in: Groenten en Fruit, 1 (41)van 18 April 1946Geulenkaart van het WestlandGedenkboek Dr. Ir. P. Tesch m.i.. Den Haag,1945, 525-530Het artikel is in vereenvoudigde spelling ingezonden.36Een bodemkarteering ten behoeve van de stede-bouwdoor Prof. Dr. Ir. J. T. P. BijhouwerToen in 1942 de stedebouwkundige afdeeling van de Dienstvan Gemeentewerken te Schiedam onder leiding van Ir. A.Siebers het plan in hoofdzaken aan het voorbereiden was,ontstond het verlangen naar een tuindorp op eenigen afstandvan de stad, achter de voorgenomen ontspanningsgebieden.De aangewezen plaats hiervoor leek het gebied ten Noordenvan de verbindingsweg tusschen de twee aanwezige kerntjes;^fl3 J , Kethel en NoordJCethel (zie afb. 1).Bij het laatste ge-hucht lag immers eenoude spoorhalte, dievermoedelijk weer inbedrijf zou kunnenkomen, terwijl langsKethel de provincialeweg Delft-Schiedamwas geprojecteerd engedeeltelijk reeds alsaarden baan wasaangebracht. Een ne-derzetting daar zouzeer gunstig liggenten opzichte van hetwerkgebied Spangen-sche Polder, waarzoowel Rotterdam alsSchiedam Industrie-terreinen hadden ge-projecteerd en tenopzichte van de be-staande, levenskrach-tige industrieen langsde SchiedamscheSchie. Bovendien isKethel een Protes-tantsche gemeen-schap, Noord Ketheleen Kathoheke en inKethel zijn vrij be-hoorlijke verzorgen-de bcdrijfjes aanwezig, zoodat een tusschen die twee kerntjesopgehangen nieuwe nederzetting van de eerste aanleg af vanalle moderne gemakken zou zijn voorzien.Bij het ontwerpen was ik als adviseur betrokken, zoodat methet uitbreidingsplan een bestemmings- en hoofdindeehngsplanvoor het bijna 300 ha groote groenzone zou ontstaan.Toen de eerste gemeenschappelijke terreinverkenningen wer-den verricht bij Kethel en bij de Vijfsluizenvaart, bleek hetgebied dat om zijn ligging was uitgezocht voor het tuindorp,wel het minst geschikte door zijn grondgesteldheid. Wij von-den daar een veenig, drassig weidecomplex dat over grooteuitgestrektheid nauwelijks boven het water in de slootjes uit-stak. Nabij Noord Kethel, Kethel en in de hoek tusschen despoorbaan naar Delft en de Vijfsluizenvaart was het beeldgeheel anders; daar wisselden lage drasse plekken af methooggelegen weidestrooken, waar de slooten diepe insnijdin-gen in maakten. Het was echter voor ons zoo onoverzichtelijk,een dusdanige warwinkel van hooge grond en moerasland,dat besloten werd. Prof. Dr. Ir. C. Edelman te verzoeken metzijn staf een bodemkarteering te verrichten, die als basis kondienen voor het uitbreidings- en parkplan. Het grondonder-zoek in de Bommelerwaard naderde op dat oogenblik zijneinde, zoodat enkele ervaren karteerders beschikbaar waren,en voor Prof. Edelman was een opgave in dit nieuwe, nogweinig bekende gebied welkom.Het resultaat was verrassend. Niet alleen kwamen gegevensbeschikbaar waar een groepeering van bebouwing, wegen,sportterreinen en volkstuinen, wandelpark, waterpartijen enwcidegebied logisch uit voortvloeide, doch tevens werdenoude, verdwenen nederzettingen ontdekt, een terp, waar eenkasteel of klooster moet hebben gestaan, het trace van oudewatergangen en kreken kwam voor den dag, benevens eenaantal punten waar bij het ontsluiten de OudheidkundigeDienst behoort te worden ingeschakeld.Afb. 2 geeft een eenigszins vereenvoudigd beeld vande grondgesteldheid in het onderzochte gedeelte van de WestAbtspolder, del Hargpolder en de Noord Kethelpolder. Destructuur is het best te verstaan uit de wordingsgeschiedenis.In het groote veencomplex dat Delft en Schiedam omgeeft, zijnop een of ander oogenblik breede geulen ontstaan, die hetverdeelden in een serie schollen, eilanden en schiereilanden.In de weeke veenmassa bezaten deze kreken uiterst grilligetrace's, grilliger nog dan de kreeken in een kwelder. Een vande geulen liep tusschen Vlaardingen en Schiedam door, volg-de het verloop van de huidige Oude Harg, verbreedde zichop de plaats waar nu Kethel ligt en bezat daar een aftakkingin noordelijke richting, waar later de Harreweg op werd ge-legd. De hoofdtak liep evenwijdig aan de huidige weg tus-schen Kethel en Noord Kethel, vormde nabij het laatste eenlus en vervolgde zijn weg in noordelijke richting. Naar hetzuiden toe vormde een smal geultje een verbinding met dearmen van een kreken-systeem dat uit het oosten of zuid-oosten kwam, door het oostelijk deel van de West Abts- enSpangensche polders. Uit deze geulen vandaan zette zich opde veenschollen een kleidek af, dik nabij de geul en verderaf steeds dunner, tot midden op de grootere veeneilandennauwelijks meetbare kleidekken zijn aan te wijzen, somsslechts een bijmenging van klei in de bovenlaag.Later, misschien in de tijd toen op Goeree en Schouwen enin het Westland de duinen zich landinwaarts verplaatsten ende zeegaten ten zuiden van de Hoek zich verbreedden, spoel-den deze kreken dicht. De breedere verzandden, sommigesmalle zijtakken verder naar het Noorden werden met klei ge-vuld. Toen tengevolge van het verzanden de stroomsnelhedenverminderden, zette zich ook in de breede geulen een boven-laag van klei af.Daarmede was de bodem gevormd, doch nog niet de huidigetoestand. Toen, na het jaar 1000, de rivierdijken voldoendewaterkeerend werden aangelegd, met uitlaatsluisjes bij demonding van de oude kreken, begon de mensch meester tevv.y V ? ^ ? V V t'-" * ** * Iy V V I' Vi'vl;:;-,''''' "'.??.worden van de waterstand. De veenmassa begon in te klin-ken, terwijl de zandstrooken van de geulen op hetzelfde ni-veau bleven. Weldra lagen de kreken dus hooger dan devroegere eilanden, en de afwateringsgeulen werden of steedsdieper uitgegraven of vervangendoor nieuwe. Zoo werden nleuwgemaakt : op het einde van de13e eeuw de Vijfsluizenvaart,midden He eeuw RotterdamscheSchie en 1398 de DelftshavenscheSchie. Tengevolge van klink enbodemdaling ligt de waterspiegelvan deze kanalen thans een meterof drie boven het maaiveld, waarzij zeshonderd jaar geleden inwerden uitgegraven ! De afwate-ring werd steeds verbeterd, deklink van het veen nam toe, enop deze wijze ontstond de omkee-ring van het rehef, die thans devoormahge vloedgeulen 1 a 1 l/^meter doet oprijzen tusschen deveeneilanden die zij doorsneden.Het uitbreidingsplan (afb. 3) enparkplan is zoo nauw mogehjkaangepast bij deze structuur vanhet land. De tuindorp-wijkjes heb-ben een plaats gevonden op devastere bodem. Meerendeels hg-gen de straatjes en bouwblokjeszelfs op de breede deelen van deoude kreken, waar de vaste zand-en zavelgrond het verzakken vanbestratingen en riolen zai voorko-men en waar normale eengezins-woningen zelfs op staal kunnenworden gebouwd. Eenige blokkenmoesten worden ontworpen opzware kleidekken boven het veen;daar zal dus paalfundeering noo-dig zijn. Op ongezochte wijze ont-stonden zoo charmante buurtjes.In Noord Kethel omringt de be-bouwing een plantsoen met vijver,op het punt waar de kreek een lusbeschrijft rondom een veeneiland-je van ? 1 ha.Ook enkele toegangswegen vol-gen de vaste grond ; de bocht vande toegangsweg tot Kethel, bij debrug over de Vijfsluizenvaart isverklaarbaar bij vergelijking metde bodemkaart, evenals het tracevan de hoofdweg door het park-gebied tusschen Vijfsluizenvaarten spoorbaan.De sportterreinen en het volks-tuincomplexje zijn geprojecteerdin gedeelten, waar wel veen aan-wezig is, maar waar het kleidekbij voorkeur meer dan 60 centi-meter dikte bezit. De grond is danvoldoende draagkrachtig, en deafwatering is zeer behoorlijk.In het parkgebied is wandel-park verder ontworpen oo dedunnere kleilagen, terwijl eendeel van de slappc veenmassain het midden bestemd is om teworden vergraven tot grootewei- en kanovijvers. Aan de noordelijke hoek van dit vijver-stelsel is een restaurant gedacht, met tennisbanen e
Reacties