yasciinnOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwMei 1947 28e Jaargang no.dat kost geld!Proefnemingen in Amerika hebben be-wezen dat eon te lage temperatuur ineen werkplaats of fabriek de arbeidsca-paciteit op ongekende wijze vennindertHet is voor elken fabrieksdirecteur dusvan het allergrootste belang, zijn geheelobedrijf (nauwkeurig) tot de juiste tem-peratuur te verwarmen. Als ge Uw be-drijf op de doeltreffendste wijze ver-warmd en geventileerd wenscht te zien,- vraag onzen deskundige dan eens cmeen advies.280EIN^HOVIN CENTRALE VERWARMIING N.V.Specialiteit in het aanleggen van labrieUsapparaten voor vervi/armingbevochtiging ? ontneveling - droging en koeling.HOLLAND TRIPLEX IIMPORTROTTERDAM - Schiedamschesingel 50 - Tel. 28303293Abraham van Stolk&Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEFOON 35400?4HOUTHANDELphilips' bouwbedrijfwed?ropbouw-adreiveisen]an kostelijiclaan 30tel. 4484spruitenboschslraat 17tel. 16902Haarlem385VERFvoorBOUWVAKKEN ENINDUSTRIEWAGENAKERSBREDA4'ilyooT den wederopbouwvoerden wij reeds vele grooie op-drachten uH. Mei de daardoor ver-worven ervaring siaan wij gaarne ioiUw diensi voor hei verzorgen vanal Uw schilderwerklSchildersbedrijfW. BLOK * ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 70802Mei 194728e Jaargang No. 5MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abormemcnten: Lange Voorhout 19, s Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Oflficiele mededelingenNederlands InstituutSpelling TijdschriftTe beginnen met dit nummer zal het Tijdschrift de nieuwespelling gaan volgen, met weglating van de naamvals-n. Wijverzoeken degenen, die copie inzenden, met deze veranderingrekening te willen houden.PraeadviezenvergaderingDe datum van de praeadviezen-vergadering over de uitvoe-ring van het vifoningbouwprogramma is op het moment,waarop dit nummer ter perse gaat, nog niet vastgesteld.Het Plan Oost VlissingenMet het oog op de behoefte aan bouwterreinen voor woningenvan gestandaardiseerd en prefabricated type, die in Vlissingeneen plaats zouden moeten vinden en waarvoor in de bestaandeplannen in onderdelen feitelijk geen direct daarvoor bestemdeplaats was, werd in de Commissie Vlissingen van de Stich-ting Herbouw Walcheren besloteni het plan Oost van hetplan in hoofdzaak verder uit te werken.Voor dit plan werd in eerste instantie door mij als stede-bouwkundige van de stad Vlissingen een schets gemaakt, diedit plan als een nieuw wijkje aan de stad aansloot. In dezeschets waren op de bekende wijze de terreinen door de hoofd-aders omsloten, door zijstraten verdeeld en de bebouwingdezer straten aangegeven (afb. 1).Bij de besprekingen van dit plan in de Commissie Vlissingenis de vraag naar voren gekomen of men gesfanaaaraiseerde enprefabricated woningen wel in deze gegeven zijstraten zoukunnen bouwen zoals het behoorde of dat men juist voordeze woningen een grotere vrijheid aan de ontwerpers vandeze woningen moest laten, omdat juist door deze vrijheidvan situeren de architecten door de juiste groepering derblokken en het onderbreken en inkleden ervan met plantsoenen groen in staat zouden zijn deze woningen het karaktervan eenvormigheid en verveling te ontnemen en deze wijkeninteressant te maken.Door het stellen van deze vraag is het hier gepubliceerdeplan tot stand gekomen, dat door de Heer Klarenbeek en deStichting tot deze gedaante is gekomen. De hoofdwegen vandit plan zijn nauwkeurig bepaald, de gedaante van de volu-men van hogere bouw daarin vastgelegd en deze kern isomgeven door niet nader gedetailleerde blokken, die danvoor de verschillende systeembouwen zijn bestemd. De De-doeling is, dat de indeling van deze blokken door de archi-tecten der systeembouwen zal worden ontworpen en aande Commissie zal worden voorgelegd (afb. 2).De bedoeling van dit plan, dat men een basisplan zou willennoemen, is, dat daarmede voorkomen wordt, dat deze soortwoningen, die in type zo verschillend zijn van de tot nu toegebruikelijke, niet te hooi en te gras tussen andere bouwenzullen verschijnen, maar als totale eenheden om een kernvan het plan tot uitdrukking zullen komen.De samenwerking van de Commissie Vlissingen, waarin o.a.zitting hebben de Heren Ir. P. Verhagen als adviseur vanWederopbouw, C. Ouwehand, directeur van Gemeentewer-ken Vlissingen, B. Abspoel en H. Klarenbeek, resp. directeuren ingenieur van de Stichting Herbouw Walcheren, en onder-getekende als stedebouwkundig adviseur van Vlissingen,heeft er toe geleid een nieuw denkbeeld voor deze zo moeilijkte hanteren stof te geven. R.Afb. 1, Vlissingen - Plan Oost157Artikelen*k ,-,^^\*lSJ,nJ?-->,0?If . J^. SWTCV*PL4N flOSTU[\MUL\Hsnt,S358 ' T I ^ I. I t B i 6 ', I i \ 1 i 8 ,i 1.. Afb. 2.Aan de korte toelichting van het plan Vlissingen-Oost doorde ontwerper mogen nog enkele opmerkingen worden toege-voegd. Ontwerper en gemeentebestuur stonden, zoals gezegd,voor de vraag hoe de noodzakelijkheid van de beschikkingover een uitbreidingsplan zich verdraagt met de onzekerheidten aanzien van type en uiterlijk van de geprefabriceerdewoningen, die waarschijnlijk in het gebied van het plan zullenverrijzen. De gevonden oplossing is stellig in de hand ge-werkt, doordat het plan ook zonder differentiatie van dewoonbuurtjes, die nu als amorfe klompen bebouwing doorhet plan gestrooid liggen, voldoende markante elementenbevat, welke vastgelegd konden worden: de hoge woongebou-wen in het midden van het plan, het beloop van de wegen,het groen. Hieruit kon een geheel worden gecomponeerd, dathet karakter van de toekomstige woonwijk duidelijk vastlegten dat, als de bebouwing tot uitvoering gaat komen en duszekerheid ontstaat over het type van de geprefabriceerdewoningen, tot detaillering zal moeten worden gebracht.Het belang van deze oplossing ligt hierin, dat ook anderegemeenten voor dezclfde moeilijkheid zullen staan.H. V. d. W.Onderstaande verklaring behoort bij afb. 2^,,. Vcrwijsiny naar een dwarsprofiel (blad 572);*.v^ Kadastrale ondergrondBcstaand:CZJ Blijvende bebouwing|;^' Bebouwing welke moet vervalleng,^ Barakkenkamp'^^ Middclburgsche watergang? WegenTerreinenNieuw:Openbare wegen^3 Opcnbaar groen^1 Openbare en bizonderc gebouwent3 ' BoombeplantingMB Bouwblokken van nader te bepalen indelini?TM| Flatgebouwen van tenminste 4 woonlagen^^ Vrij in het groen staande woningenReeds in voorbereiding of in uitvoering zijnde woningbouwWetsontwerp bevordering van doelmatlgeverdeling van woongelegenheiddoor A. J. A. RikkertBij Koninklijke boodschap van 19 Maart 1947 is eindelijkhet reeds lang geleden aangekondigde ontwerp van wet ver-schenen tot bevordering van doelmatige verdeling van woon-gelegenheid,De materie, welke -- na het verschijnen in het Staatsblad --door deze wet zal worden geregeld werd tot nu toe eniger-mate beinvloed door het Vestigingsbesluit en Vorderingsbe-sluit woonruimte en voorts door gemeentelijke verordeningenwelke door de raden van een relatief klein aantal gemeentenzijn vastgesteld. De beide eerstgenoemde maatregelen zullenworden ingetrokken.De Memorie van toelichting op het wetsontwerp zegt ,,Inverband met de heersende woningnood in een groot aantalgemeenten in ons land i) is een krachtig ingrijpen noodzake-lijk om chaotische toestanden op het gebied van de volkshuis-vesting te voorkomen, waarvan vooral de economisch zwak-keren het slachtoffer zouden worden."Hiermede wordt erkend, dat het tot nu toe bestaande com-plex van maatregelen niet voldoende is om de gevolgen vande woningnood zo gering mogelijk te doen zijn. Of de nieuwewet voldoende zal zijn om alle thans bestaande tekortkomin-gen in de wettelijke maatregelen te ondervangen meen ik in1) Zouden er nog gemeenten zijn waar geen woningnood bestaat' (R.)twijfel te mogen trekken. Ik kom hierop in het volgende terug.Het wetsontwerp omvat de volgende hoofdstukken:I. In gebruik nemen en geven van woongelegenheid.II. Vordering van woonruimte.III. Strafbepalingen en bepalingen, daarmede verband hou-dende.IV. Slot- en overgangsbepalingen.De beide eerste hoofdstukken omvatten de meest belangrijkebepalingen.Hoofdstuk I heeft tot doel in de plaats te treden van hetVestigingsbesluit. Ter bevordering van het doel, hetwelknagestreefd zal worden, n.l. de meest doelmatige verdelingvan de aanwezige woongelegenheid, is het in gebruik nemenen geven daarvan primair. De herkomst der bewoners moetin dit verband als secondair worden beschouwd.In de algemene gedachtengang van hoofdstuk I van hetonderhavige wetsontwerp bestaan twee hoofdpunten, n.l.:1. Vestiging, verhuizing en verdeling van woonruimte wor-den tezamen als een onderwerp geregeld, n.l. als in gebruik-neming van woongelegenheid.2. Toewijzing van woonruimte en vergunning tot verhuizingworden primair aan de gemeente toevertrouwd.Het eerste punt wordt in hoofdzaak geregeld in het eerstelid van artikel I van het wetsontwerp. Dit lid luidt:,,Het is verboden een woongelegenheid in gebruik of mede-gebruik te nemen of te geven, tenzij door den burgemeestervoor het in gebruik nemen een schriftelijke vergunning isverleend aan dengene, die de woongelegenheid wenscht tebetrekken."Onder woongelegenheid wordt in dit verband verstaan elkbesloten lokaal, dat al of niet tezamen met andere beslotenlokalen of met een besloten woonerf bestemd is dan welfeitelijk kan worden gebruikt tot bewoning, alsmede woon-wagens en -schepen.Ter uitvoering van het tweede punt wordt in artikel 4bepaald, dat de gemeenteraad regelen vaststelt omtrent detoepassing van artikel 1 en voorts is in artikel 31 (hoofdstukIV) bepaald, dat de gemeenteraad bevoegd is verordeningente maken krachtens welke leegstaande en vrijkomende wo-ningen of gedeelten daarvan aan de van gemeentewege aan-gewezen gegadigde moeten worden verhuurd en dat bestaan-de verordeningen van deze strekking hun geldigheid nietverliezen. Zowel de nieuwe als de bestaande -- van krachtblijvende ?-- verordeningen zullen moeten voldoen aan deresp. door de Minister van Binnenlandse Zaken en door deKroon te stellen voorwaarden.Dit zijn de hoofdpunten van hoofdstuk I.Hoewel de wijze van regelen der materie meer bevredigendis dan deze tot nu toe mogelijk was, bestaat weinig enthou-siasme daaromtrent. Niet het in gebruik nemen of geven vanwoongelegenheid moet de hoofdzaak zijn der wet maar hetter beschikking zijn of komen van woongelegenheid. Demogelijkheid is n.l. niet uitgesloten dat aanwezige woonruimte,welke ongebruikt is of komt, ook ongebruikt blijft. Indienn.l. woonruimte bij het in werking treden der wet ongebruiktis of nadien komt, terwijl de overheid daarvan geen kennisdraagt o? krijgt, dan gebeurt er niets. Komt een en ander welter kennis van de overheid, dan zou hiertegen opgetredenkunnen worden door toepassing van de maatregelen alsbedoeld in hoofdstuk II van de wet (Vordering). Maar dezeweg is vrij omslachtig en tijdrovend. In enkele gemeenten,waar de raad een verordening dienaangaande heeft vastge-steld, bestaat de verplichting, vrijkomende woningen te mel-den, waardoor de overheid kennis krijgt van alle beschikbarewoningen. M.i. had deze gedachte overgenomen moeten zijnin de wet. Volgens het thans naar voren gebrachte stelselzal de meldingsplicht slechts bestaan in die gemeenten, waarde raad, onder goedkeuring van de Kroon, een verordeniigdienaangaande heeft vastgesteld. De regeling is dus facul-tatief. Dwingende bepalingen voor het gehele land moetenworden verlangd.Artikelen59Artikeien M.i. had, bchalve de aanmeldingsplicht, ook in de wet moetenzijn opgenomen de bepaling, dat de toeivijzing van woonge-legenheid in handen der overheid wordt gelegd. Thansbepaalt -- behoudens in enkele gemeenten --' in eersteinstantie de verhuurder aan wie de woningen zullen wordenverhuurd. Hierdoor bestaat generlei waarborg, dat de ver-deling d,er woongelegenheid inderdaad ook doelmatig zalzijn. Men beschouwe dit niet als een verwijt aan het adresvan de verhuurders. Deze zijn -- het spreekt vanzelf -- inde eerste plaats bedacht op de behartiging van hun particu-here belangen. In de Memorie van toehchting wordt op ditpunt gedoeld. Er staat n.l.: ,,Uiteraard kan na: de totstand-koming van de wet een praktijk, waarbij van gemeentewegeaan den eigenaar-verhuurder wordt in overweging gegeveneen woning aan een bepaalde persoon te verhuren, zulksonder mededeehng dat anders zal worden gevorderd, desge-wenscht bestendigd blijven." Afgescheiden van de vraag ofzo'n praktijk inderdaad bestaat, moet toch worden opgemerkt,dat hier een suggestie wordt gegeven die verre van elegant is.Indien het recht van toewijzing in handen van de gemeentewordt gelegd, zou, al naar de plaatselijke omstandighedendit mogelijk maken, door de plaatselijke overheid kunnenworden beoordeeld in welke mate met de wensen van deverhuurders rekening kan worden gehouden. Een commissievan advies, zoals wordt bedoeld in het hoofdstuk betreffendede vordering, zou hierbij goede diensten kunnen bewijzen.In zo'n commissie zouden, naast vertegenwoordigers deroverheid, huurders en verhuurders zitting dienen te hebben.Ten aanzien van hoofdstuk I zou ik er nog op willen wijzen,dat het m.i. onjuist is, dat een gebruiksvergunning nietvereist wordt bij het in gebruik nemen of geven van woningenmet winkels of bedrijf zoals het eerste lid van artikel Ibepaalt. Hierdoor worden niet minder dan rond 15 % vanalle woningen aan de werkingssfeer der wet onttrokken. Deweg voor allerlei chicane wordt hier opengesteld.Hoofdstuk II behandelt de vordering van woonruimte. Dithoofdstuk zal treden in de plaats van het Vorderingsbesluitwoonruimte. Enkele bezwaren tegen het thans vigerendebesluit zijn in het wetsontwerp opgeheven.Het wetsontwerp kent:a. woonruimtevordering;b. gebouwenvordering;c. inkwartieringsvordering.Woonruimtevordering (a) betekent, dat gevorderd kunnenworden al of niet bewoonde woningen met inbegrip van inde gemeente aanwezige woonwagens en -schepen en voortsgedeelten van woningen, om te dienen als woonruimte, aldan niet met de zich daarin bevindende voor het gebruikder gevorderde woonruimte noodzakelijke meubilering enstoffering.Gebouwenvordering (b) betekent dat gevorderd kunnenworden gebouwen of gedeelten van gebouwen, die niet alswoning worden gebezigd, om als woonruimte te dienen.Inkwartieringsvordering (c) betekent dat inkwartiering inwoningen kan worden gevorderd ten behoeve van personen,die niet tot het krijgsvolk behoren, althans niet als zodanigworden ingekwartierd.Een belangrijk punt in dit opzicht is dat de wet thans zalvoorschrijven, dat de gemeenteraad een commissie van adviesmoet benoemen, welke in elk geval van voorgenomen vor-dering moet worden gehoord. Het advies der commissie isevenwel niet bindend. In het wetsontwerp wordt de moge-lijkheid opengelaten dat de Minister van Binnenlandse Zakenvrijstelling kan geven van de verplichting tot het benoemenvan een commissie van advies en wel in de gevallen waarinzo'n commissie niet kan worden samengesteld. Ik kan mijniet voorstellen welke de gemeente is, waar zo'n commissieniet zou kunnen worden benoemd. Voorts is het niet duidelijkwie zal bepalen dat het onmogelijk is een adviescommissiete benoemen. Zal dit de burgemeester zijn of het college van60 Burgemeester en Wethouders, of de Raad of de Minister?Een andere belangrijke zaak is de opening van de mogelijk-heid van het aantekenen van verzet bij de Minister van Bin-nenlandse Zaken door degene, tot wie een vordering isgericht. Deze mogelijkheid wordt evenwel zeer sterk beperktdoor de bepaling dat verzet slechts kan worden aangetekendin de gevallen waarin de vordering is geschied in afwijkingvan de hierboven reeds bedoelde adviescommissie. Bovendienrijst de vraag of de Minister wel de meest aangewezen auto-riteit is een nadere beslissing te nemen. M.i. staat deze tever van de plaatselijke omstandigheden af. Inschakeling vanGedeputeerde Staten ware m.i. beter.De bepalingen in dit hoofdstuk zijn thans zo geredigeerd, datde kans van het ingrijpen van de rechter zoveel mogelijkwordt verkleind; er kan althans worden aangenomen, dat dithet streven is geweest. In hoever de wetgever daarin is ge-slaagd, zal t.z.t. moeten blijken. Een zelfde streven heeft bijde wijzigingen van het vorderingsbesluit woonruimte ookvoorgezeten. De resultaten zijn evenwel niet gelijk aan deverwachtingen geweest.In dit hoofdstuk wordt een belangrijke zaak gemist. Ik bedoeln.l. een regeling van de vordering van grote woningen methet oogmerk deze te splitsen ten behoeve van de huisvestingvan meer gezinnen, alsmede een regeling van de financielegevolgen van de splitsing. Wel bevat artikel 18 van hetwetsontwerp een regeling omtrent de bevoegdheid tot hetaanbrengen van voorzieningen en het verhaal der kostendaarvan. Ten aanzien van de splitsing van grote woningenen de gevolgen daarvan zullen andere maatregelen noodza-kelijk zijn dan thans in genoemd artikel zijn opgenomen. Hetvraagstuk van het splitsen van grote woningen is m.i. zo be-langrijk dat daaraan in het onderhavige wetsontwerp meeraandacht had behoren te worden besteed. Zo dient er eenregeling te komen ten aanzien van de financiele gevolgen,verbonden aan de splitsing. Het zal n.l. veelvuldig voorkomendat deze zo hoog zijn, dat de huur voor de delen van de oor-spronkelijke woningen zo hoog zou moeten worden, dat dezevoor het overgrote deel der woningzoekenden onbetaalbaarzou worden. Hoe zullen de splitsingskosten worden gefinan-cieerd en op welke wijze zullen de delen der woningen, voorzover de huur betreft, onder het bereik van de woningzoe-kenden kunnen worden gebracht?Een andere zaak is het ontbreken van een regeling van devordering en alles wat daarmede verband houdt, van wonin-gen, w^elke vooral sedert het uitbreken van de oorlog zogebrekkig zijn geworden, dat ze onbewoonbaar zijn of ditbinnenkort dreigen te worden, zonder dat het oorlogsschade-gevallen zijn. In tal van deze gevallen zal de eigenaar niettot herstel willen of kunnen overgaan. Niettemin is het vanhet grootste belang, dat deze woningen, voorlopig althans,voor de woningvoorraad behouden blijven of er weer aanworden toegevoegd. In deze gevallen zou vordering de aan-gewezen weg zijn, waarna de woningen weer in bruikbarestaat zullen moeten worden gebracht.Dan wordt ongeregeld gelaten het probleem van de kosten,welke de vordering van een deel van een woning onvermij-delijk medebrengt in de gevallen waarin niet ook de meubi-lering en de stoffering wordt gevorderd. Vele der oorspron-kelijke bewoners zullen extra kosten moeten maken voor hetverwijderen van de meubels enz. en voor het opslaan daar-van. Ik geef onmiddellijk toe, dat dit een zaak is welke totvele moeilijkheden aanleiding kan geven. Maar zulks moetjuist aanleiding zijn daarvoor een regeling in de wet op tenemen.Van gelijke orde is het probleem, dat bedoeld wordt in art.12 van het wetsontwerp. Daarin wordt de zaak eigenlijkomgedraaid. Bepaald wordt n.l. dat de burgemeester bevoegdis het gevorderde in gebruik te nemen indien hij, van wiegevorderd werd, het gevorderde niet beschikbaar stelt terwijlde eventuele kosten daaraan verbonden, op de nalatige ver-haald kunnen worden. Dit wil dus zeggen, dat, indien iemandvan wie een woning gevorderd is, terwijl hij niet in staat isN.V. H. GADELLA430 OUDEGRACHT 312 - UTRECHTlevert weer Waterpasinstrumenten en Jalons)r Siuuri onsUw aanvragevmis^TEGEN ZWAARSTE BELASUNG BESTANDONVERSLUTBAAR EN GELUIDDEMPENDVONKVRU. MINDER BRANDGEVAARWARM AAN DE VOETEN.BRUYNZEEL VLOERENFABRIEK N.V.ZAANDAMGEMEENTE VOORBURGBij de dienst van Gemeentewerken te Voorburg wordt gevraagdeen ervarenBOUWKUNDIGEin de rang van technisch hoofdambtenaar le klas.Salarisgrenzen met inbegrip van toelagen / 4.530,-- - / 5.180,^--per jaar (ongehuwden f 120,-- minder). Kindertoelage volgensgemeentelijke regeling.Vereist U'ordt kennis van stedebouwkundige aangelegenheden, als-mede bezit van het diploma bouwkunde ener M.T.S. of gelijkwaar-dige instelling.Afhankelijk van ervaring en geschiktheid, bestaat uitzicht opbevordering in de rang van Architect.Sollicitaties op zegel, met volledige opgave van werkkring, ervaring,diploma's, referenties en event, verdere inlichtingen binnen 14dagen na verschijning van dit bl'ad te richten aan de Burgemeester.u KUNT BOUWENHolle betonvloerenMuurelementenTegelsPalenPlaten - enz. enz.fwarden vioi geleverd doorCementwarenfabriek SCHUURINKTelef. 3009b.g.g. 4810ENSCHEDEBurg. Strolnkstraat 116HavenGEMEENTE DELFTBij de dienst van Openbare Werken te Delft kan geplaatst wordenEEN TECHNISCH AMBTENAARin een van de onderstaande rangen t. w.tekenaar 2e klasse. Salarisgrenzen f 2548,50'-/ 2933,25.tekenaar le klasse )opzichter 2e klasse) Salarisgrenzen / 3149,75^/ 3487,--.opzichter-tekenaar )opzichter le klasse. Salarisgrenzen f 3698,-- - / 4192, -- .(voor ongehuwden / 120,^- minder)met einddiploma M.T.S. Waterbouw -- en/of bouwkunde, bijvoorkeur met practische ervaring op stedebouwkundig gebied en/ofbekend met cartografische of kadastrale werkzaamheden.Kinderbijslag volgens gemeentelijke regeling. SoUicitaties, op gezegeld papier, te richten aan Burgemeester en Wet-houders van Delft, uiterlijk 10 dagen na verschijning van dit blad.Persoonlijk bezoek alleen na oproeping.GLAS in looden reparaties aan glas in loodUw opdrachten worden weer op de solidevooroorlogsche wijze door ons verzorgd.Indien U overweegt glas in lood te bestel-len, vraagt dan het juist verschenen albummet modellen en foto's van uitgevoerd werkeens ter inzage. ,N.V.DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 5520HANDEL INBOUWMATERIALENF. Filippo HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg 21H Telef. 14264Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13S32Telefoon Huis 2S820BEVERWIJK- Scheybeeklaan 16 - Tel. 3879TEGELSN.V.GLASHANDEL DORENS&CoKEIZERSGRACHT 12-16 - TELEFOON 42735-47404AMSTERDAM381ALLE SOORTEN VLAKGLASVOOR DEN BOUW.&GLASNIJVERHEIDdcrnitGOLF-PLATENBUIZENged, handelsmerkVLAKKE PLATENAKOMEN WEER IN BEPERKTE HOEVEELHEION.V. ETERNIT . AMSTERDAMNIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 TEL, 49644-49744-49844H8388GEWAPEND ASBEST-CEMENT?TERMORCO?N.V. IndusMeele en Handelsmaatschappij ,,T ERR AN OVA"HILVERSUM -- Noorderweg 52A -- Telefoon No. 7381Stelt U reeds nu op de hoogtevan de materialen die wij voorde moderne woningbouwver-vaardigen:BIMSBETONVLOEREN EN-DAKENGEWAPEND BETONT-BALKVLOERENVLOEREN VAN HOLLEBAKSTEENEN?OSTALON? KUNSTSTEENTERRA-COTTA BOUW-PLATENVLAMOVENDAKPANNENOp aanvrage verstrekken wij gaarne inlichtingenALPHEN a. d. RUNTEL. 28338Atelier voor:Metalen Model- en MaquettebouwBewegende MaquettesReclame-lnstallaties voorDemonstraties en TentoonstellingenH. G. JANSEN Wal 17a - Telefoon 5702 - EindhovenVERVENLAKKEN(^^ma^^^^mmam VOOR DEWEDEROPBOIWEen modern verfproduct dat nimmermecr verdrongen zal worden, ver-vaardigd op Phtalaat- en Lood-titanaat-basis r vormendde sterkste lakverf ooit verschenenLotina Wettig gedeponeerdN,V? Haarlemsche StoomverffabriekTelefoon 11884376HAARLEMN.V. SCHOKINOUSTRIEZWIJNDRECHTPOSTBUS 26OPLANGERS394de verhuiskosten of de kosten van het opslaan van zijninboedel te betalen, zal zien gebeuren dat zijn inboedel uitde woning wordt verwijderd terwijl de kosten daarvan ophem kunnen worden verhaald. Dus nogmaals: omtrent dekosten van opslag is niets geregeld.Het Hoofdstuk III, houdende de strafbepalingen, kan onbe-sproken blijven.Hoofdstuk IV, n.I. de Slot- en Overgangsbepalingen, bevatin artikel 29 een aantal bepalingen welke uiterlijk 1 Januari1949 buiten werking treden. Zij houden verband met het ingebruik nemen van woongelegenheid door repatrierenden ofre-evacuerenden en waarmede de directeuren van de provin-ciale bureau's voor de verzorging van oorlogsslachtoffers(P.B.V.O.) bemoeiingen hebben. Aan deze directeurenwordt, met inachtneming van bepaalde voorschriften, naastde burgemeester vorderingsbevoegdheid verleend. Hiermedewordt dus teruggekomen op de beslissing van de TweedeKamer der Staten-Generaal, die zich bij de behandeling vanhet wetsontwerp tot aanvulling van het Vorderingsbesluitwoonruimte ruim een jaar geleden tegen deze verlening vande vorderingsbevoegdheid -- welke toen veel uitgebreiderzou zijn -- verzette. Hoewel de thans te verlenen bevoegd-heid aan de directeur van het P.B.V.O. inderdaad veel be-perkter is, lijken er toch nog wel enige bezwaren te bestaan.Bij de bespreking van Hoofdstuk I is er reeds op gedoeld,dat reeds bestaande gemeentelijke verordeningen op ditterrein hun geldigheid niet zullen verliezen door het in wer-king treden der wet. Daarnaast blijft de Gemeenteraad be-voegd nieuwe verordeningen te maken. In beide gevallenzijn de verordeningen evenwel onderworpen aan de goed-keuring van de Kroon. Hier kan een stuk gemeentelijkeautonomie in schuilen. Alles zal evenwel afhangen van deeisen, welke de Kroon zal stellen teneinde de goedkeuring teverlenen. Het is daarom niet mogelijk reeds thans een oor-deel uit te spreken omtrent de waarde van de strekking ende mogelijkheden van dit artikel.Tot zover de min of meer ,,technische " opmerkingen omtrenthet wetsontwerp. Ten aanzien van de principiele zijde vande materie zou ik de volgende opmerkingen willen maken.De verdeling van de bestaande woongelegenheid is ontegen-zeggelijk een onderdeel van de door de Regering te volgenwoningpolitiek. Het beleid van de Regering op het terrein vande woningpolitiek berust in handen van de Minister van We-deropbouw en Volkshuisvesting. Het is daarom niet duidelijkwaarom de Memorie van toelichting op het onderhavigewetsontwerp ^lleen de ondertekening van de Minister vanBinnenlandse Zaken draagt en de uitvoering der wet t.z.t.onder dit Departement zal ressorteren. M.i. behoort dezematerie geheel te worden behandeld door het Departementvan Wederopbouw en Volkshuisvesting. Ligt in de behan-deling door het verkeerde Departement wellicht de oorzaakvan het feit dat het wetsontwerp eigenlijk niet meer is daneen bundeling van de bestaande voorschriften zonder dat hetgehele probleem in zijn voile breedte en diepte is bezien,waardoor een sluitend geheel op dit onderdeel van de te vol-gen woningpolitiek tot stand had kunnen -- en ook moeten-- komen?Een ander, m.i. zeer belangrijk punt is, dat de burgemeesterin deze een veel te grote bevoegdheid wordt toegekend. Zoalshierboven reeds is gezegd, is de verdeling van de bestaandewoongelegenheid een onderdeel van de gehele woningpoli-tiek. Nog meer dan voor het centrale gezag geldt zulks voorde plaatselijke besturen. Het lijkt mij gevaarlijk een deel vanhet woningbeleid los te maken van het geheel en dit uitslui-tend op te dragen aan de burgemeester. Dat kan in de praktijktot moeilijkheden aanleiding geven. Het zal kunnen voorkomen,dat de burgemeester huizen vordert waaraan voorzieningenmoeten worden aangebracht en de gemeenteraad, die hiervoorgeld moet voteren, omtrent deze voorzieningen een anderinzicht heeft dan de burgemeester. Of omgekeerd dat degemeenteraad ten aanzien van woningsplitsing een krachtigepolitiek gevoerd wil zien en dat de burgemeester de desbe-treffende huizen niet wenst te vorderen.Maar los hiervan moet worden opgemerkt, dat in de prak-tijk verschillende gevallen zijn voorgekomen, waarin de bur-gemeester van zijn vorderingsbevoegdheid een nogal wille-keurig gebruik heeft gemaakt of ook wel op dit terrein eentekort aan activiteit betoond zonder dat men hiertegen terplaatse lets kon ondernemen. M.i. behoren en de woning-toewijzing en de vorderingsbevoegdheid, die zo nauw met degemeentelijke woningpolitiek verbonden zijn, te wordengelegd in handen van het college van burgemeester en wet-houders, die voor deze gemeentelijke politiek in de eersteplaats verantwoordelijk zijn.Met het vorenstaande zijn de beschouwingen omtrent destrekking van het wetsontwerp en de bezwaren ertegen nietuitgeput. Bedoeling is slechts geweest de hoofdzaken naderte belichten en, waar naar mijn mening nodig, bezwaren naarvoren te brengen.Tenslotte het volgende. Men hebbe niet de illusie, dat doorde voorgestelde maatregelen de woningnood bestreden wordt.Geen enkele werkelijke woning komt er door in stand. Slechtskan worden gedacht de ernstigste gevolgen van de woning-nood enigermate te verzachten. De woningnood kan slechtsworden opgeheven door bouwen en nog eens bouwen. Maardit is een geheel ander, een veel moeilijker probleem.De invloed van een ruimere volkswoning op denbouw en de exploitatie van enkele gemeentelijkeinrichtingen '^door Ir. A. R. HulshoffGedurende de oorlogsjaren, waarin bouwen op eenigszinsgroote schaal tot de onmogelijkheden behoorde, hebben velen,die werken aan de verbetcring der volkshuisvesting, vangedachten gewisseld over een betere en ruimere volkswoningen deze gedachten tot plannen verwerkt. Architecten, die ingroepsverband samenwerkten, kwamen tot de conclusie, datde grootte van een volkswoning niet langer tot maximaal200 m^ inhoud beperkt moet worden, indien de bewonings-waarde hiervan moet stijgen tot het niveau, waarop eengoede volkshuisvesting behoort te staan.Voorloopig wordt door de Overheid deze conclusie als juisterkend.De voordeelen van sociale beteekenis, welke de gevolgen zijnvan een op andere wijze en een beter wonen van het grootstegedeelte van een stadsbevolking, beteekenen daardoor ookvoordeelen voor de gemeenschap. Deze voordeelen zullen inaanmerking moeten worden genomen bij de beoordeeling vanhet al of niet verantwoord zijn van de hoogere jaarlijkschekosten, welke een ruimere woning nu eenmaal meebrengt.De belangrijkheid van een ruimere woning voor het gezin alsgeheel of voor de gezinsleden elk op zichzelf en het voordeelvoor de gemeenschap van de betere levensvoorwaarden vande tot die gemeenschap behoorende gezinsleden zijn nietnauwkeurig te bepalen en ze zijn zeker niet in geldsommenuit te drukken. Wel mag geoordeeld worden, dat de voor-deelen van sociale beteekenis zoo belangrijk zijn, dat zij aande gemeenschap een financieel offer waard moeten zijn.Aan een ruimere volkswoning zijn echter ook enkele voor-deelen voor de gemeenschap verbonden, welke wel in geld-sommen zijn te waardeeren. Dit zijn voordeelen, welke nietdirect als vanzelfsprekend de aandacht trekken, doch die bijonderzoek toch zoo belangrijk blijken, dat het de moeitewaard is na te gaan, wat de financieele gevolgen hiervanzullen zijn.Artikelen1) Dit artikel was reeds in oude spelling gezet. 61Artikeien Omdat voorloopig de aandacht gevestigd is op het doen stij-gen van den maximalen inhoud van een volkswoning van200 m^ tot 230 m3, is als een der uitgangspunten van het hierverrichte onderzoek genomen de vergelijking der huurkostenvan woningen met een inhoud van respectievelijk 200 m^ en230 m3.De bovengenoemde financieele voordeelen, welke dus bespa-ringen beteekenen, zijn de volgende:a. Een op groote schaal gebouwde ruime volkswoning maakthet mogehjK, met minder plaatsruimte in de ziekenhuizen tevolstaan, dan bij een bekrompen volkswoning het geval zouzijn geweest, want bij de beslissing of een patient al of nietin een ziekenhuis moet worden opgenomen en bij de beslissingof een patient na voldoende doch nog niet algeheel herstelhet ziekenhuis mag verlaten, speelt het gehuisvest zijn vandezen patient in een woning, welke verplegingsmogelijkhedenbiedt (een beschikbare slaapkamer van ? 8 m2), een belang-rijke rol.b. Een op groote schaal gebouwde ruime volkswoning maakthet mogelijk met minder plaatsruimte in de Verzorgingshuizenvoor Ouden van Dagen te volstaan, dan bij een bekrompenvolkswoning het geval zou zijn geweest. Want het zal aaneen in een ruime woning gehuisvest gezin (een beschikbareslaapkamer van ? 8 m^) eerder mogelijk zijn een oude vaderof moeder in dit gezin op te nemen, dan thans veelal hetgeval is.c. Een ruime volkswoning met een goed ingerichte douche-ruimte benevens een goed ingerichte ruimte voor de behan-deling van de wasch (waardoor de doucheruimte steeds voorhaar doel beschikbaar zal zijn) zal het mogelijk maken, datvoor in dergelijke woningen gehuisveste gezinnen niet op eenbad- of douchegelegenheid in openbare badhuizen behocft teworden gerekend.Ten aanzien van de vorengenoemde voordeelen zijn de vol-gende uiteenzettingen en becijfering van de daarmede ge-paard gaande besparingen te geven.Deze becijfering der besparingen zal worden berekend vooreen stadsuitbreiding met ruime en goede woningen voor100.000 inwoners.AUe kosten zijn berekend op de prijsbasis van 1939.a. ZiekenhuizenBij zeer vele patienten, die in ziekenhuizen worden verpleegd,wordt hun verblijf aldaar dikwijls nog door andere invloedenbepaald, dan die der medische noodzakelijkheid. Behalve demedische indicatie gelden hier ook sociale indicaties, welketot de opname van een patient of tot zijn langer voortgezetteverpleging kunnen doen besluiten.Van deze sociale indicaties is de woningtoestand van denpatient een belangrijke.Om den invloed te kunnen bepalen, welken de woningtoe-stand van een patient op zijn opname en zijn verpleegduurheeft gehad, zal moeten worden nagegaan, welke de gevolgenvan het opnemen en verplegen van patienten op medische ensociale indicatie zullen zijn voor het totaal aantal verpleeg-dagen in de gezamenlijke ziekenhuizen.Uit het totaal aantal verpleegdagen zijn af te leiden: het aan-tal ziekenhuisbedden, dat een stad behoeft en de jaarlijkschekosten van exploitatie van de ziekenhuizen.Met de beschikbare statistische gegevens blijkt het mogelijkeen vrij nauwkeurige scheiding te maken tusschen de ver-pleegdagen, noodig voor de patienten, verpleegd alleen opmedische indicatie en hen, verpleegd op medische en socialeindicatie. Van deze laatste verpleegdagen, waarop de socialeindicatie invloed heeft, is ongeveer te bepalen, welk gedeelteten laste moet worden gebracht van den woningtoestand vanden patient.Daarna kunnen de exploitatiekosten ten gevolge van dit ge-deelte der verpleegdagen worden opgemaakt. Het totaal dezerkosten beteekent dan de besparing op ziekenhuisexploitatieOZ bij een algemeen goeden woningtoestand.Amsterdam heeft in de jaren 1938 tot en met 1942 gemiddeld per jaar797.819 inwoners gehad.Uit de statistische gegevens, verzameld door den geneesheer-directeur vanhet Wilhelmina-Gasthuis is berekend, dat er in diezelfde jaren in de ge-zamenlijke Amsterdamsche ziekenhuizen per jaar gemiddeld 1.320.297 ver-pleegdagen zijn geweest.In die jaren waren er dus per jaar gemiddeld 1654 verpleegdagen per1000 inwoners.Uit dezelfde st;atistische gegevens blijkt, dat er van de 1.320.297 verpleeg-dagen, per jaar gemiddeld 314.286 verpleegdagen waren voor de verple-ging van particuliere patienten in particuliere ziekenhuizen. Deze vci-pleegdagen maakten dus gemiddeld 24% van het totale aantal verpleeg-dagen uit.De overige 76% der verpleegdagen waren noodig voor de verpleging vanpatienten in gemeente- of particuliere ziekenhuizen met geheelen of ge-deeltelijken financieelen steun van de Gemeente.In tegenstelling tot de particuliere patienten zullen bovenbedoelde patien-ten hier gemeente-patienten worden genoemd.Er waren dus in die jaren gemiddeld per jaar 1257 verpleegdagen voorgemeente-patienten per 1000 inwoners en 397 verpleegdagen voor parti-culiere patienten per 1000 inwoners.Het statistische materiaal van den geneesheer-directeur van het Wilhel-mina-Gasthuis bevat verder gegevens over de aantallen van de in dezelfdejaren in de Amsterdamsche ziekenhuizen opgenomen patienten.Er waren gemiddeld 58 opgenomen patienten per 1000 inwoners.Uit deze statistische gegevens is verder nog te berekenen, dat in diezelfdejaren gemiddeld 14.936 particuhere patienten per jaar werden opgenomen,hetgeen overeenkomt met 19 opnamen per 1000 inwoners. Er werden dusin die jaren 39 gemeentepatienten per 1000 inwoners opgenomen.Daar het aantal opnamen, vermenigvuldigd met den gemiddelden verpleeg-duur, gelijk is aan het aantal verpleegdagen, en zoowel voor de gemeente-patienten als voor de particuliere patienten de aantallen van opnamen enverpleegdagen bekend zijn, is hieruit de gemiddelde verpleegduur voorbeide categorieen van patienten af te leiden.Voor de gemeente-patienten was de gemiddelde verpleegduur per opname1257 : 39 = 32 dagen en voor de particuliere patienten 397 : 19 = 21dagen.En de gemiddeldei verpleegduur van alle patienten in de gezamenlijkeziekenhuizen heeft in die jaren 1654 : 58 = 28,5 dagen bedragen.Waar de sociale indicatie geen rol van beteekenis speelt, bHjken er dus21 verpleegdagen per opname van een patient noodig te zijn geweest enwaar de sociale indicatie wel van invloed was, bleken er 32 verpleegda-gen per opname noodig te zijn.De invloed der sociale indicatie is derhalve te stellen op 11 dagen peropname en op ongeveer 35% van het totale aantal verpleegdagen dergemeente-patienten.Uit de statistische gegevens van den administrateur der Afdeeling Assu-rantiezaken der Gemeente Amsterdam blijkt, dat per gemiddelde opnamevan de verplicht verzekerden, welke uitsluitend op medische indicatiemiag geschieden, op een verpleegdag per jaar per verzekerde gerekendmoet worden. Dit is dus 1000 verpleegdagen per 1000 verzekerden, terwijlhierboven werd berekend, dat voor de Amsterdamsche bevolking 1654verpleegdagen per 1000 inwoners noodig waren.Het verschil tusschen 1654 en 1000 verpleegdagen -- de invloed der socialeindicatie -- is uit deze gegevens op ruim 39% van het totaal aantal ver-pleegdagen te stellen.Uit bovenstaande berekening blijkt, dat de invloed der sociale indicatieniet te hoog gewaardeerd wordt, indien deze op 11 dagen per opname enop ongeveer 35% van het totale aantal verpleegdagen gesteld wordt.Het mede in a'anmerking nemen van sociale indicaties bij de verplegingvan gemeente-patienten heeft dus een belangrijken invloed op het totaalaantal verpleegdagen van deze patienten, Deze invloed is een gevolg vantwee. oorzaken, t.w. een meer dan normale opname en een langeren ver-pleegduur.Bij de beschikbare statistische gegevens zijn er geen, die betrekking heb-ben op het aantal meer dan normale opnamen.Bij de hiervolgende berekening wordt dit aantal x genoemd.Reeds is nagegaan, dat deze opnamen betrekking hebben op patienten, diegemiddeld 32 dagen in een ziekenhuis verblijven.Het totale aantal verpleegdagen van die patienten, die opgenomen werdenom andere redenen, dan alleen die der medische noodzakelijkheid, is dus32 X.Het totale aantal opnamen van de patienten, wier verpleegduur doorsociale indicaties beinvloed wordt, is uit de beschikbare statistische gege-vens af te leiden; het wordt echter gemakshalve bij de hiervolgende bere-kening 0 genoemd.Waar het aantal van de meer dan normale opnamen op x werd gesteld,is het aantal normale opnamen op 0 ^-- x vast te stellen.Van de groep van normaal opgenomen patienten heeft de meer dannormaal-lange verpleegtijd invloed op het totale aantal verpleegdagen.Hierboven is uiteengezet, dat de meer dan normale verpleegtijd op 11dagen per opname mag worden gesteld.Het totale aantal der meerdere verpleegdagen voor deze patienten uit dienhoofde is derhalve te stellen op (0--x) X H diagen.Het tolJaal der meerdere verpleegdagen ten gevolge van meer dan normaleopname en langeren verpleegduur der patienten, wier verpleegduur doorsociale indicaties beinvloed wordt, is dus te stellen op: 32 x -f- (0-- x)X 11 dagen = 21 x -f- 110 dagen.Het aantal meer dan normale opnamen (x) zal een meer of minder be-langrijk gedeelte zijn van het totaal aantal opnamen (0).Uit verschillende ter beschikking staande gegevens is af te leiden op welkgedeelte van 0 de grootte van x gesteld mag worden.Over 1938 en 1939 waren de gemiddelde opnaraen per jaar voor Amster-dam 57 en voor het Rijk 36 per 1000 inwoners. ^)Een vierde gedeelte van de geheele bevolking van het Rijk behoort ge-rangschikt te worden onder de bevolking der groote steden en % onderde landelijke bevolking. 2)Stel de opname per lOOO inwoners van de landelijke bevolking = a, danis 3 X a + 57 = 4 X 36 en a = 29.De meer dan normale opname x zou dan zijn 57 ^-- 29 ^ 28; 0 (57)zou dan ongeveer 2 x zijn. Op deze waarde is x echter te hoog gesteld,daar de stedelijke bevolking (industrieen) steeds een hoogere frequentiebij de ziekenhuisopnamen zal moeten hebben dan de landelijke bevolkingen hier slechts het bestaande verschil tusschen de landelijke en stedelijkebevolking tot uiting komt.Hierover geeft Dr. Ing. H. Ritter (Leipzig) in zijn boek ,,der Kranken-hausbau der Gegenwart", (November 1938) nadere gegevens. In Duitsch-land kwamen er per 10.000 inwoners 600 opnamen per jaar onder de lan-delijke bevolking voor en onder de industrieele (stedelijke) bevolking 800opnamen. Het aantal opnamen per jaar blijkt dus in Duitschland belang-rijk hooger te zijn dan in Nederland. Dit aantal echter is voor het hierverrichte onderzoek van geen belang, doch wel de verhouding tusschen deopnamen van landelijke en stedelijke bevolking, welke 3 tot 4 blijkt tezijn en waarvan mag worden aangenomen, dat bij algemeen lagere op-namecijfers, deze ongeveer dezelfde zal blijken.Waar bleek, dat in 1938 en 1939 de opnamen onder de landelijke bevol-king 29 per 1000 inwoners waren, zouden dus onder de stedelijke bevol-king in elk geval en onder normale verhoudingen de opnamen Vs X 29= bijna 39 per 1000 inwoners moeten zijn. Het opnamecijfer was echter57 per 1000 inwoners. Het meer dan normale -- de gevcJlgen van de so-ciale indicaties -- is dus hier ongeveer 18 opnamen per 1000 inwoners.Hier blijkt dus 0 = ongeveer 3 x te zijn.Op een andere wijze en wel door gebruik te maken van de bestaandegegevens omtrent het aantal ziekenhuisbedden, dat een stad behoeft, zijnook berekeningen te maken van de verhouding van het totaal der opna-men tot het meer dan normale aantal der opnamen, berekeningen, welke dejuistheid van de bepaling der waarde van 0 op ongeveer 3 x bevestigen.In Weyl's Handboek der Hygiene geeft de deskundige op het gebied vanziekenhuisbouw Dr. Ing. F. Ruppel cijfers voor de aantallen ziekenhuis-bedden in groote steden en op het platteland.De behoefte aan ziekenhuisbedden in een groote stad stelt hij op minstens6 per 1000 inwoners, waarbij nog de bedden, die noodig zijn voor deklasse-patienten, dienen te worden opgeteld. Dit cijfer komt ongeveerovereen met de behoefte van Amsterdam aan ziekenhuisbedden. Amsterdamheeft in de jaren 1918--1940 aantallen ziekenhuisbedden gehad, die va-rieerden tusschen 7,2 (1920 gereedkomen Tesselschade-Ziekenhuis) en5,8 (1936). tHet aantal is thans ? 6 per 1000 inwoners, hetgeen voor Amsterdam on-voldoende is, daar er een belangrijk tekort is aan ziekenhuisruimte. Degegevens van den geneesheer-directeur van het Wilhelmina-Gasthuis wij-zen uit, dat dit aantal dient te worden opgevoerd tot 6,5 a 7 per 1000inwoners, om voldoende plaatsruimte voor de patienten te hebben.Nauwkeuriger nog is dit aantal te bepalen door de behoefte aan zieken-huisbedden van 70% der bevolking (dit zijn zij, die gehuisvest zijn inwoningen van beneden f 400.-- huurwaarde) te stellen op 7 per 1000inwoners en die van de overige 30% der bevolking op 6 per 1000 inwo-ners. Het gemiddelde voor de stadsbevolking is dan 6,7 ziekenhuisbeddenper 1000 inwoners.De behoefte aan ziekenhuisbedden op het platteland stelt Dr. Ing. F.Ruppel op 2 bedden per 1000 inwoners. Aangenomen mag worden, datdeze bedden noodig zijn om die patienten te verplegen, die in het alge-meen slechts om medische noodzakelijkheid moeten worden opgenomen.Daar de verhouding tusschen de opnamen van de landelijke en de stede-lijke bevolking bekend is, n.l. van 3 tot 4, mag worden geconcludeerd,dat, waar het aantal ziekenhuisbedden, dat noodig is om een landelijkebevolking alleen uit medische noodzakelijkheid te verplegen, ongeveer' 2per 1000 inwoners bedraagt, dit aantal voor een stedelijke bevolking opongeveer 2,7 per 1000 inwoners moet worden gesteld.Het verschil tusschen deze 2,7 bedden en de 6,7 bedden per 1000 inwo-ners, welke Amsterdam noodig heeft, wordt veroorzaakt door de meerdan normale opname en den meer dan normaal langen verpleegtijd van debevolkingsgroep, wier verpleegduur door sociale indicaties beinvloedwordt.Dit verschil van ? 4 bedden dient derhalve voor de hiervoren afgeleide21 x -|- 11 0 verpleegdagen.11Van deze verpleegdagen zijn er voor de 11 0 verpleegdagen noo-28,5dig van het totaal aantal bedden. (Hiervoren werd n.l. berekend, dat degemiddelde verpleegduur in Amsterdam op 28,5 dagen gesteld moest wor-IIden). Dit beteekent dus X 6,7 bedden = 2,6 bedden per 100028,5Voor 21 x verpleegdagen is dus 4 -- 2,6 = 1,4 bed per 1000 inwoners Anikelennoodig.De volgende vergelijking is thans op te stellen, waardoor de waarde vanX in 0 is uit te drukken.21 X : 11 0 = 1,4 : 2,6, waaruit 0 = 3,5 x.Uit de bovenstaande berekeningen moge de conclusie worden getrokken,dat de totale opname in de ziekenhuizen van patienten, wier verpleegduurdoor sociale indicaties beinvloed wordt, drie a drie en een half maal zoogroot zal zijn als de meer dan normale opname, ten gevolge van het bij deopname mede in aanmerking nemen van sociale indicaties bij de beslissingover de medische indicatie.Voor de verdere berekening van het meer dan normale aantal verpleeg-dagen zal 0 op de wiaarde van 3J4 x mogen worden gesteld.Het meer dan normale aantal verpleegdagen werd hiervoren berekend op21 X + 11 0 verpleegdagen.Bij een waarde van 0 = 334 x, wordt dit aantal verpleegdagen derhalveaangegeven door 17,5 maal het totaal aantal opnamen.Hiervoren werd reeds vermeld, dat voor Amsterdam de opnamen per jaarover 1938 tot en met 1942 gemiddeld 58 per 1000 inwoners waren.Daar de becijferingen der besparingen zuUen worden berekend voor eenstadsuitbreiding met ruime en goede woningen voor 100.000 inwoners,moet voor deze gerekend worden op een totaal aantal van 5800 opnamenin een ziekenhuis.In deze stadsuitbreiding met volkswoningbouw (jaarhuren van benedenf 400.-- 's jaars) zullen de bewoners alle behooren tot de bevolkingsgroep,wier verpleegduur door sociale indicaties wordt beinvloed.Het aantal meer dan normale verpleegdagen voor deze bevolkingsgroepkan derhalve worden vastgesteld op 17,5 X 5800 = 101.500 verpleeg-dagen.In een goed te exploiteeren ziekenhuis kan gemiddeld ? 80% der beddenbelegd zijn; voor een dergelijk ziekenhuis moet per jaar op ? 300 ver-pleegdagen per bed worden gerekend.Dit cijfer 300, een ervaringscijfer, geeft een gemiddeld aantal verpleegda-gen aan, dat voor een bed in een ziekenhuis per jaar mag worden aange-nomen. Voor het hier verrichte onderzoek is er geen bezwaar tegen 300verpleegdagen per bed aan te houden, omdat het doel van dit onderzoekis de kostenbesparing te vinden, veroorzaakt door het niet in exploitatiebehoeven te brengen van een zeker aantal bedden. Het totaa) aantal ver-pleegdagen staat vast; wordt dit gedeeld door een hooger getal dan300, om het aantal voor deze verpleegdagen noodige bedden te vinden,dan wordt het aantal bedden lager dan bij aanhouden van 300 verpleeg-dagen. Bij het opmaken der exploitatiebegrooting, welke het eindresultaatbepaalt, moet dit lagere aantal bedden dan vermenigvuldigd worden methet hooger dan 300 zijnde getal om het totaal aantal verpleegdagen te ver-' krijgen, waarover de gemiddelde bedprijs per dag wordt gerekend. Ditaantal verpleegdagen zal even hoog zijn, als hetwelk verkregen wordtdoor het oorspronkelijk berekende aantal bedden met 300 te vermenig-vuldigen.Er blijkt dus dat er in deze stadsuitbreiding met 100.000 inwoners101.500 : 300 = 338 ziekenhuisbedden noodig zijn, om de patienten teverplegen, die wegens sociale indicaties meer dan normaal zullen wordenopgenomen en (of) een langeren dan normalen verpleegtijd in het zieken-huis zullen moeten vertoeven.Onder deze sociale indicaties speelt de woningtoestand van den patienteen zeer belangrijke rol. De thans in Amsterdam bestaande volkswoningenzijn in het algemeen ongeschikt om daarin een eenigszins ernstig ziekepatient te verplegen. Cijfermateriaal om de waarde van den invloed vanden woningtoestand ten opzichte van den geheelen invloed der socialeindicaties nauwkeurig te kunnen bepalen, bestaat niet.Wel is uit besprekingen met hen, die geregeld de belangrijkheid van dezesociale indicaties hebben te beoordeelen, gebleken, dat bij ten minste eenderde gedeelte der patienten, die om andere redenen dan alleen medischenoodzakelijkheid worden opgenomen of langer dan normaal in het zieken-huis moeten verblijven, de woningtoestand van den patient tot deze op-name of het langer verblijf doet besluiten. i)Van de hierboven berekende 338 bedden mag dus een derde gedeelte of113 bedden op rekening van den woningtoestand van de patienten wordengeschreven.In een stadsuitbreiding met 100.000 inwoners, gehuisvest in ruime en goe-de woningen zal derhalve op de ziekenhuisruimte in totaal 113 beddenbespaard kunnen worden.Deze besparing zal te berekenen zijn door de exploitatiekosten op te stel-len van een gedeelte met 113 bedden van een groot algemeen ziekenhuis.(Ter vereenvoudiging is de berekening gemaakt voor 100 bedden en desom hiervan met 13% verhoogd).Voor deze berekening zijn de volgende gegevens noodig:de kosten van den bouw van een gedeelte van een alge-meen ziekenhuis met 100 bedden, 100 X f 5.000.-- = / 500.000.--de kosten van meubileering, stoffeering, inrichting, instru-mentarium en inventaris a / 1.000.^ per bed = f 100.000.--Voor dezen bouw is een terrein noodig van 100 X 100 m^ = 1 ha.Het gemiddelde exploitatietekort van het Wilhelmina-Gasthuis en hetBinnengasthuis over de jaren 1937, 1938 en 1939, zonder berekening van^) Berekend uit de statistische gegevens, verzameld door den geneesheer-directeur van het Wilhelmina-Gasthuis.-) Berekend door Ir. Th. K. van Lohuizen.1) Vastgesteld na bespreking met den geneesheer-directeur van het Wil-helmina-Gasthuis en de leidster van de Afdeeling Maatschappelijk Werk /-Qvan dit ziekenhuis. 0?JAitikelen rente en afschrij'ving, enz., doch met berekening van pensioenlasten enandere sociale lasten en na rekening gehouden te hebben met de ont-vangsten, moet worden gesteld op 4,90 per dag en per bed. i)De exploitatiekosten zijn dan voor 100 bedden:rente, afschrijving en onderhoud van het gebouwde, 8% van/ 500.000.^ = / "40.000.--rente, afschrijving en onderhoud van meubileering, stoffee-ring, inrichting, instrumentarium en inventaris, 10% van/ 100.000.-- = ? / 10.000.--erfpacht van het terrein 10.000 m2 a / .0.80 2) = / 8.000.--exploitatietekort van 100 bedden, er rekening mede hou-dende, dat elk bed per jaar 300 verpleegdagen kan hebben100 X 300 X / 4.90 = / 147.000.--Totaal / 205.000.-De exploitatiekosten voor een ziekenhuisgedeelte met 113 bedden zullenin totaal 113 % van f 205.000.-- = / 231.650.-- bedragen.De jaarlijksche besp'aring op ziekenhuiskosten moet dus in totaalop / 231.650.-- worden gesteld.b. Verzorgingshuizen'Indien op groote schaal ruime volkswoningen worden ge-bouwd, waarin ouden van dagen in gezinsverpleging kunnenworden opgenomen, zal het mogelijk zijn voor de ouden vandagen met minder plaatsruimte in de instellingen voor alge-heele verzorging te volstaan.Om deze mindere plaatsruimte te berekenen, zal allereerstdienen te worden nagegaan, hoe groot de tegenwoordige be-hoefte aan deze plaatsruimte is in verband met den woning-toestand in de bestaande volkswoningen.Met deze gegevens kan worden berekend, hoe groot de tegen-woordige behoefte zou zijn voor een stadsuitbreiding van100.000 inwoners in volkswoningbouw, en hoeveel minderplaatsruimte in de verzorgingshuizen er noodig zou zijn, in-dien deze stadsuitbreiding tot stand kwam door het bouwenvan ruime volkswoningen, in welke gezinsverpleging vanouden van dagen mogelijk zou zijn.De exploitatiekosten van een gedeelte van een verzorgings-huis ter grootte van deze mindere plaatsruimte, verminderdmet de kosten, die de gemeenschap aan de gezinsverplegingzal moeten bijdragen, zullen de kostenbesparing uitmaken,welke in deze nota wordt nagegaan.In het rapport van de commissie tot het instellen van een onderzoek naarde oudeliedenzorg te Amsterdam (Geschriften van den Armenraad No. 13November 1942, uitgave van het Centraal Bureau voor MaatschappelijkHulpbetoon te Amsterdam) zijn verschillende gegevens opgenomen, welkeeen inzicht geven in de behoefte aan plaatsruimte in instellingen vooralgeheele verzorging in Amsterdam, met welke gegevens het mogelijk is,deze plaatsruimte te berekenen voor een stadsuitbreiding met 100.000inwoners.In dit rapport is vermeld, dat er op 1 Januari 1922, 2.582 personen van65 jaar en ouder werden verzorgd in instellingen voor algeheele verzor-ging. Van het totaal aantal personen van 65 jaar en ouder op dien datum,dat gesteld werd op 38.595, maakt dit 6,7% uit.Bekend is, dat er reeds voor 1922 plannen aanhangig waren om hetverouderde Gemeentelijke Verzorgingshuis voor Ouden van Dagen (metplaatsruimte voor maximaal 1000 personen) te vervangen door eenigebeter ingerichte gestichten.Het rapport van de Commissie van Onderzoek inzake de gemeentelijkearmenverzorging dd. 12 December 1918, komt met voorstellen betreffendeeen tehuis voor ouden van dagen met 100 afzonderlijke woninkjes voorgehuwde paren en een gebouw voor pl.m. 400 ongehuwde personen. Be-halve deze gebouwen zou er nog. een algemeen ouderliedengesticht, ver-zorgingshuis, gebouwd moeten worden voor pl.m. 1200 personen, verdeeldover paviljoens voor hoogstens 600 personen.Deze plannen konden, ook in verband met de financieele positie van Am-sterdam, niet worden gerealiseerd.Zij bewijzen echter de juistheid der bewering, dat reeds in 1922 de be-hoefte aan plaatsruimte in instellingen voor algeheele verzorging meerwas dan 6,7% van het aantal personen van 65 jaar en ouder.Omdat niet is na te gaan, hoeveel hooger dit percentage zou moeten wor-den gesteld, zal voor de hiervolgende berekeningen ervan worden ui-tge-gaan, dat deze 6,7% minstens de behoefte voorstelt aan plaatsruimte inverzorgingshuizen.Behalve de bovengenoemde 2582 plaatsen in verzorgingshuizen, welke in1922 beschikbaar waren, stonden er ook nog 1300 plaatsen ter beschik-king voor huisvesting in hofjes. Waar het doel van het hier verrichteonderzoek de besparing op de exploitatiekosten van verzorgingshuizen be-1) Berekend uit de statistische gegevens verzameld door den geneesheer-. directeur van het Wilhelmina-Gasthuis.OT' -) Vastgesteld door de afdeeling Grondbedrijf P.W. treft en waar de exploitatiekosten van de hofjes in het algemeen zullenworden bestreden uit kapitalen, welke speciaal voor dit doel zijn bestemd,zullen in de hiervolgende berekening de hofjes geheel buiten beschou-wing worden gelaten.Het rapport wijst op de groote stijging in 20 jaar tijd van het aantal per-sonen van 65 jaar en ouder. Toen in Amsterdam van December 1920 totDecember 1940 de bevolking met 17,5% toenam, was de stijging van hetaantal ouden van dagen daar 52%.De commissie stelt dan het aantal personen van 65 jaar en ouder op1 April 1942 in Amsterdam op 57.734. De behoefte aan plaatsruimte inverzorgingshuizen voor deze ouden van dagen is dus minstens te stellenop 6,7% van 57.734 = 3868 plaatsen.De bevolking van Amsterdam telde op 1 December 1940 ? 803.073 in-woners. A'an de hand van bovenstaande gegevens is de plaatsruimte inverzorgingshuizen te berekenen, welke een stadsuitbreiding van 100.000inwoners in volkswoningbouw zal behoeven.De oude lieden, die in de Amsterdamsche verzorgingshuizen worden opge-nomen, zullen in het algemeen komen uit woningen van de lagere huur-klassen.__ Met zekerheid is de hoogste huurwaarde van woningen, vanwaaruit^de oudelieden naar de verzorgingshuizen gaan, niet vast te stel-len. Uitzonderingen zullen wel eens een enkele maal voorkomen op eenalgemeenen regel, volgens welken wordt aangenomen, dat deze hoogstehuurwaarde ? / 350.-- 's jaars zal zijn.Op 1 Januari 1944 waren er in Amsterdam 225.049 woningen, waarvan114.505 met een huurwaarde van beneden / 350.-- 's jaars. i)Dit is 51% van het totaal aantial woningen.In het jaar der volkstelling 1930 was dit percentage 50.5%. ^)Aangenomen wordt, dat in een stad met een bevolkingsopbouw als Am-sterdam heeft, ongeveer de helft der inwoners zal zijn gehuisvest in wo-ningen met een huurwaarde van beneden / 350.-- 's jaars.De stadsuitbreiding inet 100.000 inwoners, welke hier wordt onderzocht,zal vrijwel geheel bestaan uit woningen met huren van beneden / 350.--'s jaars.De Directeur van den Gemeentelijken Woningdienst heeft n.l. de stich-tingskosten op de prijsbasis van 1939 van een volkswoning met een netto-inhoud van 200 m'* en een bruto-inhoud van 245 m^ berekend op / 3210.--.Als weekhuur van deze woning zal bij een annuiteitsberekening over 50jaar met een rente van 4% over 90% en i'an 3J^% over 10% van destichtingskosten / 6,46 moeten worden aangehouden.Indien de bovenbedoelde stadsuitbreiding met 100.000 inwoners een ge-deelte was van een stad, van welke de bevolking op dezelfde wijze zouzijn opgebouwd als van Amsterdam, zou deze stad ? 200.000 inwonersmoeten hebben. Immers de eerstbedoelde 100.000 inwoners zijn alle inwoningen met een huurwaarde van beneden / 350.-- 's jaars gehuisvest;deze woningen vormen ongeveer de helft van den totalen woningvoor-raad.Deze stad, welke ongeveer }4 van de bevolking van Amsterdam na 1940heeft, zal onder haar inwoners van boven 65 jaar, evenveel verpleegdenin verzorgingshuizen tellen, als waarop in een stadsuitbreiding van 100.000inwoners in volkswoningbouw gerekend zou moeten worden.De behoefte van Amsterdam op 1 April 1942 werd berekend op minstens3868 plaatsen.De behoefte aan plaatsen in verzorgingshuizen van een stadsuitbreidingvan 100.000 inwoners in volkswoningbouw is dus te stellen op minstens'A X 3868 = 967 plaatsen.In de toekomst zal deze behoefte nog grooter worden, omdat procentueelhet aantal ouden van dagen gedurende vele decennia nog zal blijvenstijgen.De Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken heeft ge-regeld te beslissen over het opnemen van verpleegden in het GemeentelijkVerzorgingshuis voor Ouden van Dagen, evenals over het verleenen aanhen van steun in geld en natura. Hier is dus het door ervaring verkregeninzicht in de motieven, welke tot gezinsverpleging of tot opnemen in eeninstelling voor algeheele verzorging moeten doen beslissen.De Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken is, na eenmet hem gehouden overleg omtrent het hier verrichte onderzoek, tot deconclusie gekomen, dat, voor de berekening van het aantal plaatsen inVerzorgingshuizen, welke. noodig zouden zijn voor de 100.000 inwonerseener stadsuitbreiding, ervan mag worden uitgegaan, dat ongeveer eenvierde gedeelte van hen, die thans ter verpleging in de. verzorgingshuizenmoeten worden opgenomen, bij betere woningtoestanden, in de dan ruimerewoningen bij gezinnen zouden kunnen worden gehuisvest, waarbij dan metsteun in geld aan deze oudelieden zou kunnen worden volstaan.Waar de behoefte op minstens 967 plaatsen was te stellen, zou dus bijhet tot stand komen van goede en ruime woningen een gedeelte van eenverzorgingshuis ter grootte van 34 X 967 = 242 plaatsen niet gebouwden derhalve niet geexploiteerd behoeven te worden.Voor de berekening van de exploitatiekosten zijn de volgende gegevensnoodig:de kosten van den bouw van een gedeelte van een verzor-gingshuis met 242 plaatsen, 242 x / 3.000.-- = / 726.000.--de kosten van meubileering, stoffeering, inrichting en inven-taris, 242 X / 500.-- = / 121.000.--voor dezen bouw is een terrein noodig van ? 100 m2 perplaats = 25.000 m2.Het hier meergenoemde rapport van November 1942, ,,de Oudeliedenzorgte Amsterdam" deelt omtrent het steunbedrag, hetwelk door den Dienst1) Berekend door Ir. Th. K. van Lohuizen.voor Sociale Zaken wekelijks wordt uitgekeerd, mede, dat dit voor alleen-staande ouden van dagen gemiddeld / 6,66 bedraagt.De Directeur van het Gemeentelijk Verzorgingshuis voor Ouden van Da-gen schat de exploitatiekosten van een nieuw verzorgingshuis, zonder dekosten van rente, afschrijving en onderhoud, op ? / 2,50 per dag enper bed.De exploitatiekosten zijn nu als volgt op te stellen:rente, afschrijving en onderhoud van het gebouwde 8% vanf 726.000.- =rente, afschrijving en onderhoud van meubileering, stoffee-ring, inrichting en inventaris 10 % van / 121.000.-- =erfpacht van het terrein 25.000 m^ a f 0.80 i) =exploitatietekort van 242 plaatsen, er rekening mede hou-dende, dat elke plaats per jaar 350 dagen bezet zal zijn.(Slechts bij een sterfgeval zal een plaats eenige dagenonbezet zijn). 242 x 350 x / 2.50 =/ 58.080.-12.100.--20.000.-/ 211.750.-Samen / 301.930.--Hiervan af te trekken de wekelijksche steunbedragen, weikezijn uit te keeren aan de ouden van dagen, die in gezinnenzuUen worden opgenomen 242 x 52 x / 6,66 = / 83.809.--Totaal / 218.121.-De jaarlijksche besparing op de kosten der verzorgingshuizen moet der-halve in totaal op / 218.121.-- worden gesteld.c. BadhuizenIn 1933 is in de Bouwverordening de bepaling opgenomen,dat elke woning een doucheruimte of een badruimte moet be-vatten.In de sindsdien tot stand gekomen volkswoningen is een een-voudige douche-inrichting opgenomen en verscheidene wo-ningen zijn verbeterd door daarin alsnog douche-inrichtingenaan .te brengen.In een woonwijk, welke hoofdzakelijk uit deze woningen be-staat, is de Gemeente daardoor van den plicht -- haar doorde zorg voor de volksgezondheid opgelegd -- ontheven, omdaar een volksbadhuis te doen bouwen.De exploitatie der Gemeentelijke volksbadhuizen, welkejaarlijks tekorten oplevert, wordt hierdoor in gunstigen zinbeinvloed.Dit beteekent een besparing op de exploitatiekosten van eengemeentelijke inrichting door de beter ingerichte volkswo-ning.Een voorbeeld dus van een der besparingen, waarop dit on-derzoek is gericht.Indien een stadsuitbreiding voor 100.000 inwoners wordt totstand gebracht door het bouwen van volkswoningen met eengoed ingerichte doucheruimte en tevens met een goede voor-ziening voor het behandelen van de wasch, waardoor verze-kerd is, dat de doucheruimte steeds voor haar doel beschik-baar blijft, zal het niet noodig zijn om hierin volksbadhuizente bouwen.De exploitatiekosten van een aantal badhuiscellen, dat indeze stadsuitbreiding noodig zou zijn, indien de woningengeen douche-inrichting zouden bevatten, geven de besparingaan op het budget der volksbadhuizen.Dit aantal badhuiscellen is op de volgende wijze te bepalen.Amsterdam heeft thans 16 volksbadhuizen in exploitatie met in totaal 379badcellen. ^)Naar de meening van den Directeur van den Dienst der GemeentelijkeWasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen heeft Amsterdamhiermede een voldoende aantal badhuiscellen ter beschikking.De meeste dezer volksbadhuizen zijn gelegen te midden van volkswo-ningbouw. Enkele echter, n.l. die in de Zocherstraat, Andreas Bonnstraat,Diamantstraat en Fronemanstraat, hebben behalve volkswoningbouw ookwoningen voor dea kleinen middenstand in hun naaste omgeving.Hieruit mag worden geconcludeerd, dat de gebruikers van deze volksbad-huizen in het algemeen zullen zijn gehuisvest in woningen van maximaal/ 350.-- huurwaarde en dat een klein gedeelte der gebruikers komt uitwoningen van maximaal / 400.-- huurwaarde 's jaars.Er waren op 1 Januari 1944 in Amsterdam 114.505 volkswoningen meteen maximum huurwaarde van / 350.^ 's jaars, waarvan 11.602 inge-richt waren met een badgelegenheid en 41.843 volkswoningen met eenmaximum huurwaarde van / 400.-- 's jaars, waarvan 9.973 ingericht Artiktlenwaren met een badgelegenheid. ^)Dit gaat dus om 156.348 woningen -- dil is ? 70 % van den toCalenwoningvoorraad ^ van welke woningen 21.575 met een badgelegenheidzijn ingericht.De bewoners van de 134.773 woningen, welke niet van een badgelegen-heid zijn voorzien, hebben dus een behoefte aan badhuiscellen van totaal379 stuks.In de stadsuitbreiding met 100.000 inwoners moet worden gerekend opeen gemiddelde woningbezetting van 3,53 personen; dit is de gemiddefdewoningbezetting van de wijken van Amsterdam, welke grootendeels uitvolkswoningbouw bestaan. 2)In deze stadsuitbreiding zullen er in totaal 100.000 : 3,53 = 28.329 wo-ningen zijn.Waar 379 badhuiscellen de behoefte beteekenen voor de bewoners van134.773 woningen, zal de behoefte voor de bewoners van deze 28.329woningen 80 badhuiscellen zijn.Voor de berekening der exploitatiekosten van deze 80 badhuiscellen zijnde volgende gegevens noodig.De bouwkosten van een badhuis per eel moeten worden gesteld op ?f 4.000.--, waarvan ? / 3.250.-- de kosten zijn van de bouwkundigewerken en ? / 750.-- de kosten van de technische installatie.,De Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zwem-inrichtingen heeft de jaarlijksche exploitatietekorten op de badhuizen overde laatste 6 jaren als volgt opgegeven:1938: / 79.773,601939: / 67.616,101940: / 69.157,231941: / 73.636,911942: / 95.202,971943: / 95.000.- (geschat).Daar op de rekeningen van 1942 en 1943 de oorlogstoestand een belang-rijken invloed kan hebben gehad, is als algemeen gemiddelde, dat van dejaren 1938, 1939, 1940 en 1941 aangehouden.Daar in 1942 het badhuis Javaplein in exploitatie werd genomen, warener in de eerstgenoerade vier jaren 359 badhuiscellen in exploitatie.Het gemiddelde jaarlijksche exploitatietekort van een badhuiscel was der-halve / 202.-.In de door den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak-, Bad-en Zweminrichtingen opgegeven bedragen zijn de rente over de waardevan den grond en de onderhoudskosten begrepen, doch hierin zijn de renteover het bouwkapitaal en de afschrijvingen niet begrepen.De exploitatiekosten zijn nu als volgt op te stell
Reacties