Ste1ii i 1 iOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwMaart 1948 29eJaargang no.ZONWAND BEHANGSELbezorgde ons uitstekende referenties van talrijke woningbouwverenigingen en gemeentelijke instellingen door de voorireffelijke kwaliieitUit onze uitgebreide collecties leveren wij aanVraaai on? ali'ld aan woningbouwverenigingen tegen speciale lage prijren. OOOF OB VnOQ&mG bBSCnaatOB QGSSinSH. ROTHMEYER BEHANGSELPAPIERHANDEL N.V.. ROTTERDAM. MEENT 100, TEL 21926VLOEREN en DAKEN vanNEDERLANDSE HOLLE BOUWSTEENNehoho-IdeaalMODELNad. Oetreol A.D. n?. 130446De steen methet minste UZER VERBRUIK^SPECIE VERBRUIK EIGEN GEWICHTVerkoopkantoor van Nederlandse holle bouwsteenN.V. NEHQBQWassenaarseweg 15, Den Haag, Telefoon 777345VOOR BOUWVAKKEN EN INDUSTRIETEOFLAT EMULSIEVERFin 19 kleurenvoor gangen, muren en plafondsEenvoudig te verwerkenSneldrogend-AfwasbaarWAOENAKERSBREDAAbraham van Stolk & Zonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 354004?HOUTHANDELHEDI-ZUIGKAPvoor woningbouwin zware zinkuitvoering met grotezuigkracht. Geschikt voor afvoer-en uitluchtingsleidingen.Leverbaar van 6 cm tot 30 cmdoorsnee. Octrooi aangevraagd.Vraagt vrijblijvend bemonsterdeofferte. Alleenverkoop:Fa* FRANS JELTESHofstraat 10 -- Telefoon 28118GRONINGENVoor den wederopbouwvoerden wij reeds vele grooie op-drachien uit. Met de daardoor ver-worven ervaring staan wii gaarne ioiUw diensi voor het verzorgen vana/ Uw schilderwerkiSchildersbedrijfW. BLOK ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 708021848 1948100 jaar VerfNiV: YEJRNIS EN VEJRFW21RENFAJBRIEK.6i.GEMAKERS&^ZONEN^eeiiTERE" ^ST. 18*^TELEGRAM-ADRES: TEOLINCODES: RUDOLF MOSSEA.B.C. 5th & 6th EDITIONTELEFOON 7246 (3 tHNEN)BANK: DETWENTSCHE BANK N.V.HENGELO(0.)POSTeiR0 5948Die. 002TYP vLDEPART. BinnenlandBREDA.datum postraerk.(HOLLAND)L.S.Het is U ongetwijfeld bij beachouvving van onze advertentie inUw vakblad opgevallen, dat WAGEMAKERS - BREDA drie van haar be-kendste merken naar voren brengt. De producten, die onder dezedrie merken, - TEOLIN, TEOPLUX en TEOPLAT - in de handel wordengebracht, zijn tezamen in staat schier elk vraagstuk op verf- envernisgebied afdoend op te lessen.Het bekende ronde TEOLIN-merk is de waarborg voor een primaJapanlak en voor ouderwets degelijk Standgroen.Het niet minder bekende TEO?LUX-raerk is een garantie voor ?ensynthetische auto- en metaallak, die in korte tijd de metaalverwer-kende industrie veroverde.Niet zonder trots plaatste WAGEMAKERS het ronde TEOFLAT-merktussen deze beide kwaliteitsmerken in. Want het feit, dat TEOPLATeenvoudig en vlug verwerkbaar is, desinfecterend, lichtecht en naenige tijd afwasbaar, maakt het bij uitstek geschikt voor het vervenvan plafonds, gepleisterde muren, behang, hout, steen, enz..Plafonds en muurwerk in scholen, kantoorlokalen, ziekenhuizen,moderae woningen en theaters worden dan ook tot grote tevredenheidmet TEOPLAT behandeld.TEOPLAT-Emulsieverf wordt in pastavorm I*zonder vergunning" en"onbeperkt leverbaar" in wit en 18 mooie pasteltinten in de handelgebracht.Houdt dus bij Uw volgende verfbestelling refcening met dit pro-duct. Gaame zenden wij U op aanvraag een monster, kleurenkaart engebruiksaanwijzing toe.Met TEOPLAT zult U eer inleggen want:TEOPLAT is een WAGEMAKERS' Product enSteeds gaame tot Uw dienst,AMSTERDAMSPUISTRAAT244TEL. 33087DEN HAAGSCHENKWEG2TEL. 720646BRUSSEL.RUEST. BERNARD 172TEL. 374208WINSCHOTENTORENSTRAAT 27TEL.146d6t zegt alles!hoogachtend,RFWARENf^BRIEKKfPVsyzONENBERGEN OP ZOOMBOSSTRAAT 25TEL. 703M.Wij verzoeken U ons vrijblijvend te zenden:TEOPLAT kleurenkaartTEOFLAT monsterons offerte te maken voor de leveringvan Kg. TEOPLAT.**(Doorhalen wat niet gewenst is).Hoogachtend,1349-l-"48BRIEFKAARTAANN.V. VERNIS- EN VERFWARENFABRIEK v.nJ.WAGEMAKERS&ZONENBREDATijdschrift voorVolkshuisvesting enMaart 194829e Jaargang - No. 3MaandbladStedebouAvOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRcdactiej Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonracmentcns Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertentiest Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128OfHciele mededelingenNederlandsch InstituutAdressenDoor het Instituut is een drietal adressen verzonden. Heteerste, aan de Minister van Wederopbouw en Volkshuis-vesting, was de uitkomst van overleg met enige andere or-ganisaties, over het woningpeil en de wijze van gebruik vande nieuwe woningen.Het tweede. eveneens aan de Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting, heeft betrekking op het onttrekken vanwoonruimte aan haar bestemming (afschrift van dit adres isgezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken).Het derde adres, gericht aan de Tweede Kamer, betreft hetonlangs ingediende wetsontwerp tot regeling van de weder-opbouw.De tekst van deze adressen is in dit nummer opgenomen.Rijksdienst voor het Nationale PlanAftrcden en benoeming lid van de Vaste CommissieDe Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, a.i.Gelet op het schrijven van de Minister van Economische Zaken d.d.12 Januari 1948 no. 92144 afd. HN/DK;Gelet op artikel 1, 4e lid van het Besluit van de Secretarissen-Generaalvan de Departementen van Binnenlandse Zaken, van Financien, vanOpvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming, van Waterstaat, vanHandel, Nijverheid en Scheepwaart en van Landbouw en Visserij van de15e Mei 1941, Staatsblad no. S 303;Gelet op het Besluit Bezettingsmaatregelen, artikel 6 en artikel 18; Staats-blad no. E 93;Overwegende, dat het gewenst is, Drs. H. P. Jongsma van het Ministerievan Economische Zaken tot lid van de Vlaste Commissie van de Rijks-dienst voor het Nationale Plan te benoemen;Besluit:1. Drs. S. Korteweg ontslag te verlenen als lid van de Vaste Commissievan de Rijksdienst voor het Nationale Plan.2. Drs. H P. Jongsma, Hoofd Algemene Zaketn en Secretariaat van hetDirectoraat van Handels- en Industrieel Beleld van het Ministerie vanEconomische Zaken, te benoemen tot lid van de Vaste Commissievoornoemd.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, a.i.Voor de MinisterDe Secretaris-Generaal(w.g.) H. Mouton's Gravenhage. 31 Januari 1948Over de verdeling van het bouwvolume voorwoningbouvr over de provincies en de gemeen-ten, met als achtergrond enige aantekeningenover de woningnooddoor Ir. H. MeijerinkHet behoeft op deze plaats geen betoog, dat de woningnoodeen vraagstuk met vele facetten en de bepaling van zijn aarden grootte niet eenvoudig is.Om te komen tot een aanvaardbare methode voor de ver-deling van een aantal in een bepaald jaar te bouwen wonin-gen is het noodzakelijk zich rekenschap te geven van deaard en omvang van de woningnood.De grootte van de woningnood op een bepaald ogenblik envoor een afgerond gebied kan aangegeven worden in eengetal, n.l. het verschil tussen het aantal woningbehoevendegezinnen op dat ogenblik en in dat gebied en het aantal terplaatse aanwezige voor die gezinnen geeigende woningen.Het woord gezin zou ook vervangen kunnen worden door,,huishoudingen", zoals dit begrip in de laatste volkstellingtoegepast is. Onder gezinnen zijn mede te rekenen de alleen-wonenden, die hun maaltijden zelf bereiden of apart nuttigen,terwijl in de woningvoorraad opgenomen moeten worden devoor deze bevolkingsgroep geschikte woningen. (De zeerkleine woning en de flat voor alleenwonenden.)De beide factoren, waarvan het verschil moet worden bepaaldom de woningnood te meten, zijn respeotievelijk evenredigmet de groei van de bevolking en van de woningvoorraaden zijn zo een functie van de tijd, maar zij zijn mede afhan-kelijk van de omstandigheden (in het bizonder economische)en het wisselend inzicht van de bevolking (het woord modeis zelfs op zijn plaats). Een voorbeeld kan dit verduidelijken.In vroegere tijden was het gebruikelijk, dat het jonge boeren-gezin bij het oude introuwde. In latere jaren betrok hetoude gezin, indien de welstand zulks toeliet, een afgescheidengedeelte in de boerderij. De fraaie aanbouwen aan Twentseboerderijen zijn te danken aan de wens van het oude en jongegezin om zo veel mogelijk afzonderlijk te wonen. In de kleineboerderijen en bij geringer welstand bleven de gezinnensamenwonen. In de jaren tussen de wereldoorlogen kon meneen verdere ontwikkeling waarnemen. De welvarende boerbouwde zich toen veelal een woning voor de oude dag.De samenwoning binnen deze bevolkingsgroep was dus af-hankelijk van de economische omstandigheden, doch tevensvan wisselend inzicht. Ook in vroegere tijden toch had dewelvarende oudere boer zich een afzonderlijke woning kunnenbouwen, doch men bleef toen samenwonen. In conservatievestreken hield men aan het oude gebruik vast, in meer voor- 33Artikeicn uitstrcvende ontstond de nieuwe vorm, welke helaas deschoonheid van ons land niet ten goede is gekomen. (De,,burgerlijke" huisjes met grote spiegelruiten en erkers te-midden van de boerderijen tonen dit!)De samenwoning en dus het aantal woningbehoevende ge-zinnen is ook bij ruime woningvoorraad niet constant, dochwisselt met de economische omstandigheden en ,,mode"; ditgeldt voor alle bevolkingsgroepen. Gedurende de economi-sche crisis voor de oorlog werd het grote aantal leegstaandewoningen veroorzaakt door de te grote aanbouw, doch tevensdoor uitbreiding van de samenwoning. Het aantal woning-behoevende gezinnen is dus niet slechts afhankelijk van degroeiende bevolking, maar eveneens van economische fac-toren en zich wijzigend inzicht.De woningvoorraad, hoe onwaarschijnlijk dit op het eerstegeluid ook moge klinken, is dit eveneens.Te kleine of minder goede woningen toch worden al of nietbij de woningvoorraad medegeteld, afhankelijk van deomstandigheden en het sociaal inzicht; in benarde tijden achtmen een bepaalde woning nog aanvaardbaar voor huis-vesting van een gezin, terwijl men dat in betere tijden nietdoet; de verdieping van het inzicht op sociaal gebied heefthogere eisen t.a.v. de woning (arbeiderswoning) met zichgebracht.Bij dit onderwerp ben ik even blijven staan om te wijzenop de bizondere factoren, welke de begrippen woningbehoe-vend gezin en woningvoorraad afhankelijk doen zijn van detijd, naast de factoren groeiende bevolking en toename vande woningvoorraad,Een ogenblik wil ik aannemen, dat de door mij genoemdebizondere factoren zich niet voordoen.Tussen de loop van de bevolking en het aantal woningbe-hoevende gezinnen bestaat dan een relatie, welke voor be-rekening vatbaar is. Voor de oorlog viel een regelmatigegroei van de bevolking te constateren. Zeer geleidelijk daaldehet geboortecijfer, evenals het sterftecijfer. Gezinsverdunm'ngwas het gevolg van de daling van deze cijfers en dus vaneen grotere toename van het aantal woningbehoevende ge-zinnen dan een afnemende groei van de bevolking aangaf.Op verschillende wijzen werd toen een bevolkingsprognoseopgesteld. waarbij een maximum- en een minimum-ramingplaats vond. De heren van Lohuizen, Delfgaauw en Angenotbewogen zich op dit terrein.Door de Rijksdienst van het Nationale Plan is het beloopvan de bevolking berekend volgens de methode-Angenotvoor het Rijk, de provincies, bepaalde streken en enige ge-meenten. Uitgegaan werd van de basisperioden 1921--'30en 1931--'40.De eerste periode kenmerkte zich door bloei van verkeer enhandcl en de grootste bevolkingstoename in het Westen vanons land. In de periode 1931--'40 hebben de overige lands-delen hun bevolkingsoverschot meer vastgehouden. ,,Indiende regering als leiddraad voor het beleid zou nemen eenstreven om in de toekomst het geboorteoverschot zoveel alsredelijkerwijs mogelijk is in de eigen landstreken vast tehouden of althans de voortgaande groei van de z,g.n. rand-stad Holland zo min mogelijk te stimuleren, zou bij welslagende toekomstige bevolkingsverdeling meer de raming van hettijdperk 1931--'40 benaderen, dan die op grond van hetvoorafgaande tijdvak", schrijft de steller van het rapportvan genoemde Rijksdienst.Het komt mij voor, dat het aannemen van de basisperiode1931^--1940 als uitgangspunt voor de woningverdeling voor-lopig aanvaardbaar is. Mocht blijken, dat de ontwikkelingvan ons land meer in overeenstemming met de periode1921^--^'30 zou zijn, dan zal wijziging in de verdeling moetenplaats vinden.Maximum- en minimumbevolkingscijfers zijn berekend voorde jaren 1950, 1960 en 1970. Het werkelijk verloop van debevolking wijst crop, dat waarschijnlijk de maxima bereikt_ . zullen worden. Het bevolkingsverloop vertoont gedurendeo4 en na de oorlog grote schommelingen. In de oorlog valt eenbeperking van het aantal geboorten en een hogere sterftewaar te nemen, terwijl na de oorlog het geboortecijfer abnor-maal stijgt en, ondanks de minder gunstige omstandighedenop voedingsgebied, het sterftecijfer terugloopt tot het voor-oorlogse niveau.In de grafiek van de bevolking van ons land (zie biz. 36) is deprognose op basis 1931--'40 volgens de maximale raming ge-tekend. Het verloop van de bevolkingslijn maakt het aanne-melijk, dat de maximumraming het meest met de werkelijkheidzal overeenstemmen. Het is alsof de bevolking van ons landonbewust streeft naar spoedig herstel van de geleden verlie-zen. Bij de minimumraming behoort een belangrijke gezinsver-dunning, bij de maximumraming echter een geringe. Erwordt derhalve slechts een kleine fout gemaakt, wanneerde gezinsgrootte constant wordt gedacht bij een bevolkings-verloop volgens de maximumraming gedurende de eerste 10jaren. De pasgeboren kinderen vergroten de woningbehoefteslechts in geringe mate. Over een 20-tal jaren zullen zij eersthet aantal woningbehoevende gezinnen vergroten.De door het hoge geboorteoverschot veroorzaakte stijgingvan de gemiddelde gezinsgrootte wordt gecompenseerd doorde nog voortgaande gezinsverdunning ten gevolge van hetouder worden der bevolking en de gezinsbeperking in voor-afgaande jaren.Verschillende malen is mij de vraag gesteld, waarom ik alsuitgangspunt van de woningverdeling de theoretische bevol-kingslijn aanneem en niet de werkelijke feiten; de feiten vande dag zijn toch maatgevend voor het bepalen van de woning-nood in elke gemeente. Deze vragen komen meestal van hetplatteland. Dit is te begrijpen, daar het werkelijke woning-tekort daar groter is dan het berekende. Voor de oorlog wasde bevolkingstoename op het platteland gering. In de oorlogvalt een belangrijke toename te constateren, daar de natuur-lijke afvloeiing naar stad en Industrie achterwege bleef enveeleer een trek naar het dorp viel op te merken in verbandmet de noodzaak zich te verbergen voor de vijand, zichvoedsel te verschaffen en met de evacuatie. Het plattelandkan deze bevolkingstoename geen werk verschaffen, zodatherstel van de vooroorlogse verhoudingen tussen dorp enstad noodzakelijk is. Het naoorlogse bevolkingsverloop heeftdeze tendens.De door velen voorgestane industrialisering van het platte-land zal, indien zij tot stand komt (wat tot heden nauwelijksmerkbaar is) de trek naar de stad lets verminderen. Tebedenken is echter, dat de industrialisatie van het plattelandniet wil zeggen, dat in elke plattelandsgemeente industriegewenst en toelaatbaar zou zijn. Slechts de kernen van hetplatteland, meestal kleine steden, zullen deze industrialisatieop moeten vangen.Het is duidelijk, dat de woningvoorziening moet plaats vin-den op basis van de prognose van de bevolking, daar andersde nu nog scheve verhoudingen bevroren worden. Een juisteverdeling van het te bouwen aantal woningen is van hetgrootste belang, daar hiermede de ontwikkehng van stad enplatteland voor een gedeelte bepaald wordt.Het is verder noodzakelijk met bizondere factoren rekeningte houden; bij bespreking van de woningen voor de industriekom ik hierop terug.Mocht een industrie zich vestigen in een kern van het platte-land, dan zal vanzelfsprekend deze factor in aanmerkingworden genomen.Wil een bevolkingsraming niet te ver van de werkelijkheidkomen te liggen, dan moet het gebied, waarvoor de prognosewordt opgesteld, niet te klein zijn. Bij de berekening van hetbevolkingsverloop van de gemeenten moet bedacht worden,dat de eenheid in vele gevallen wel zeer klein is. Bizonderefactoren kunnen voor de kleine gemeenten van grote invloedzijn. Het is dan ook noodzakelijk het werkelijk verloop nauw-lettend te volgen en op mogelijke afwijkingen bedacht te zijn.Voor het bepalen van het aantal woningbehoevende gezin-nen in een bepaald gebied kan als uitgangspunt gekozenworden de maximumraming van de bevolking, gedeeld doorde gezinsgrootte, welke als voorlopig constant blijvend kanworden beschouwd, doch welke wij niet kennen.Om het verloop van de woningnood te bepalen moet hetverloop van het aantal woningbehoevende gezinnen verge-leken worden met dat van het aantal woningen.Na de volkstelling van 1930 is het aantal woningen per ge-meente bijgehouden. De afbraak of vernietiging van wonin-gen gedurende de oorlog kennen wij verder, zodat dewoningvoorraad vanaf 1930 tot heden in beeld kan wordengebracht.Wij hebben dus een gezinslijn, welke evenwijdig loopt metde bevolkingslijn, doch waarvan de juiste ligging niet be-paald is en de lijn van de woningvoorraad.Het is nu de moeilijkheid twee punten te bepalen op een zelfdetijdstip, weergevende het aantal gezinnen en de woning-voorraad.Kennen wij deze punten dan kunnen de lijnen getekendworden en is het verloop van de woningnood bepaald.Voor de hand ligt voor dat tijdstip te kiezen de datum vande laatste volkstelhng, daar, behalve de bevolking op diedatum, het aantal woningen geteld is. Ik meen echter, dat eendergelijke aanname minder juist is, daar gedurende en na deoorlog de door mij genoemde bizondere factoren sterk ge-wijzigd zijn. Vele gezinnen toch wonen samen, hebben eenkeuken en eten gemeenscha'ppelijk, welke naar vooroorlogsemaatstaf dit niet gedaan zouden hebben, terwijl de plaatsgehad hebbende kleine verbouwingen of maatregelen om eenwoningsplitsing meer of minder geslaagd tot stand te bren-gen, de woningvoorraad bei'nvloed hebben.Ik geef dan ook de voorkeur aan een vooroorlogs tijdstip.Hiervoor zou ik willen aannemen 31 December 1939. Eenkleine hoeveelheid leegstaande woningen was toen aanwezigen geen door de bewoners ongewenst geachte samenwoninghad toen plaats. (Een gering percentage werd door de over-heid ongewenst geacht.)Een gemiddelde woningbezetting kan worden bepaald voordit tijdstip. De gemiddelde woningbezetting en gemiddeldegezinsgrootte kunnen voor de meeste gemeenten gelijk wor-den gesteld, daar de leegstand op 31 December 1939 en hetaantal ongewenste samenwoningen gering waren (zij heffenelkaar verder op) en de gestichts-, woonwagen- en woon-schipbevolking slechts in enkele gemeenten een belangrijkerol speelt. Voor de gemeenten, waar deze laatste bevolkings-groepen een belangrijk deel van de bevolking vormen, moetvanzelfsprekend met deze terdege rekening worden gehouden.Als uitgangspunt voor de verdeling van het aantal te bouwenwoningen kan gesteld worden:het voor alte gemeenten op een gelijk tijdstip meer bereikenvan dezelfde gemiddelde woningbezetting als op 31 Decem-ber 1939.Dit zou waarschijnlijk voor dit tijdstip opheffing van dewoningnood betekenen, daar, zoals uit bovenstaande blijkt,waarschijnlijk geen grote font wordt gemaakt, indien dc ge-middelde gezinsgrootte voor de eerste jaren constant wordtaangenomen en wel gelijk aan die van juist voor de oorlog.Na enige jaren moet een correctie worden aangebracht, in-dien blijkt, dat het geboorte- of sterftecijfer, en dus de be-volking, afwijkt van de hier gedane aanname. Zodra dedefinitieve cijfers van de laatste volkstelling bekend zijn, kanzo nodig eveneens correctie plaats vinden, waarbij het nodigzal zijn de woningvoorraad en -telling critisch te beschouwen.De eerste grafiek geeft een beeld van de bevolking inNederland, van de woningnood en van de woningbouw,de lijn van de woningvoorraad en derhalve van de woning-bouw is een aanname. Het beloop van deze lijn is afhankelijkvan het regeringsbeleid en van de mogelijkheden, die hetbuitenland (lees Amerika) ons biedt.Ik neem nu aan, dat voldoende materialen kunnen wordeningevoerd en voldoende middelen aanwezig zijn om hetbouwprogramma te verwezenlijken. Dan is de factor arbeidbepalend voor het totale bouwvolume. De arbeidsproductivi-teit zal geleidelijk stijgen en, naar gehoopt wordt, het voor-oorlogse peil spoedig bereiken. Verder zal door het scheppen Artikeienvan behoorlijke arbeidsvoorwaarden en opleiding het aantalarbeiders opgevoerd worden. Bij een aldus op voile toerenwerkend bouwvak zal de regering moeten bepalen welk ge-deelte van het totale bouwvolume aan de woningbouw tendeel zal vallen. Bij de door mij getekende lijn in de grafiekvan Nederland is aangenomen, dat dit percentage zeer be-langrijk zal zijn (fabrieks- en woningbouw moeten als de tweebelangrijksbe sectoren van het bouwprogramma wordenaangemerkt), en dat naast woningbouw volgens oude pro-ductiemethoden de bouw van fabriekmatig vervaardigdewoningen zich sterk zal ontwikkelen. In de eerste jaren zaleen gedeelte van het voor woningbouw bestemde volumegegeven moeten worden aan verder herstel van oorlogs-schade en aan woningsplitsing, terwijl in latere jaren gere-kend moet worden op belangrijke woningvernieuwing.Daarnaast zal, nadat de ergste woningnood overwonnen zalzijn, de achterstand in de bouw van scholen en openbaregebouwen ingehaald moeten worden, waardoor het aantalper jaar te bouwen woningen m.i. de 55000 niet te bovenzal gaan.De door mij getekende kromme voor de woningvoorraad kanm.i. slechts bereikt worden, wanneer alle krachten wordeningespannen en geen factoren tegenwerken.Het aantal per jaar te bouwen woningen loopt geleidelijk optot 55000 en blijft dan constant. Het is verleidelijk dieperop het beloop van deze kromme in te gaan, daar de woning-poHtiek hierin uitgebeeld is; de capaciteit van het bouw-bedrijf, de verdeling van het volume over de verschillende sec-toren, de geleidelijk stijgende woninggrootte, de vernieuwingvan de woningvoorraad, de kapitaalinvestering, zijn allefactoren, die mede het beloop van deze kromme bepalen. Ditzou te ver voeren.De woningnood is in hoofdzaak veroorzaakt door tweecomponenten, n.l. de aanwas van de bevolking en dus van dewoningbehoevende gezinnen en de vermindering van dewoningvoorraad door de oorlogshandehngen. Speciale facto-ren veroorzaken verder een extra plaatselijke woningbehoefte.Zo kan het noodzakelijk zijn voor bepaalde bedrijven ofinstellingen (b.v. voor deviezen-opleverende industrie) wo-ningen te bouwen, zodat werknemers van elders zich terplaatse kunnen vestigen.Door mij te baseren op de prognose en niet op de werkelijkebevolkingstoename wordt gedeeltelijk voldaan aan de ver-langens van de industrie, daar in verhouding een groter aan-tal woningen gebouwd wordt in de centra van industrie enhandel. Het is de taak van de gemeentebesturen bij detoewijzing van woningen rekening te houden met deze bi-zondere vraag. Een aanvulling is in bepaalde gemeentenechter wenselijk. Zo zal het gemeentebestuur van b.v. Velsenbij de woningtoewijzing, naast de belangen van geevacueer-den, oorlogsgetroffenen en a'anwezige bevolking, rekeninghouden met de industrie. Bij het toewijzen van een belangrijkaantal woningen uit de aanbouw aan zich vestigende werk-nemers zal de bevolking zich tekort gedaan gevoelen. Eenspeciale toewijzing voor de industrie zal daarom zeer welkomzijn.Men kan zich afvragen of bij de verdeling van het bouw-volume voor woningbouw over de provincies en gemeentenrekening moet worden gehouden met de aard en de groottevan de woningnood in deze gebieden en of in het laatstegeval een hoger percentage moet worden toegewezen, bijstijging van de grootte, dan overeenkomt met een rechtlijnigevenredige verdeling. Voor het eerst gestelde (de aard)meen ik, dat dit wenselijk is, voor het tweede niet. Herstelvan oorlogsschade moet m.i. de voorrang hebben boven devoorziening in de woningnood als gevolg van de bevolkings-aanwas. De oorlogsslachtoffers hebben toch zo veel doormoeten maken, dat ze de voorrang moeten hebben, waarbijik nog de eerste plaats zou willen inruimen aan de getrof-fenen door Duits geweld in verband met verzetswerk. OOArtikclcn-1^11-1:1IIIt-^>IIII1II:l"^V----?^.?\\^^^"\N5;^>^?>s^^^fe^^-s\^SNStN\"s^s\V',S^N\^^.^s^N^^5t^^N\^s'"^?b'N\^?"^^^s\S1^^^^N\s\^t!t\V^^Ns?S:s\\^J-->?^^':;J^^'^j?'^v^g^~1?*^5?tj"-vV-?i^^\^.^?!i?i--A\V\_s\\is
Reacties