wrgcicin van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwJuni 1948 29e Jaargang no.Hctndel inZand- Grind en Wegenverharding M. C. OOMELeveri per Scheepslading door geheel Nederfand en BelgieDiverse speciale soorien leverbaar vanaf Opslagplaais BelcrumVischmarktstraat 6Tel. 9734(prive tel. 215 Raamsdonksveer)BREDAVLOEREN en DAKEN vanNEDERLANDSE HOLLE BOUWSTEENNenobo-ldeaalMODELNad. Ostrool A.D. no. 130446De steen methet minste UZER VERBRUIK' SPECIE VERBRUIK EIGEN GEWICHTVerkoopkantoor van Nederlandse holle bouwsteenN.Y. iNtnutsuWassenaarseweg 15, Den Haag, Telefoon 777345Abraham van Stolk & Zonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400?4HOUTHANDELVOOR BOUWVAKKEN EN INDUSTRIETEOLIN S. Y. LAKVERFTEOUN J, P. L. JAPANLAKTEOLIN S. G. STANDGROENTEOFLAT EMULSIEVERFWAGENAKERSBREDAHEDI-ZUIGKAPvoor woningbouwin zware zinkuitvoering met grotezuigkracht. Geschikt voor afvoer-en uitluchtingslcidingen.Leverbaar van 6 cm tot 30 cmdoorsnee. Octrooi aangevraagd.Vraagt vrijblijvend bemonsterdeofferte. AUeenverkoop:Fa, FRANS JELTESHofstraat 10 -- Telefoon 28118GRONINGENVoor den wederopbouwvoerden wij reeds vele grooie op-drachien uH. Met de daardoor ver-worven ervaring siaan wij gaarne ioiUw c/iensf voor hei verzorgen vanal Uw schilderv/erkiSchildersbedrijfW. BLOK ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 70802Tijdschrift voorVolkshuisvesting enJuni 194829e Jaargang - No. 6MaaodbladStedebouivOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vinfc, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Rediactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Officiele mededelin^enNederlandsch InstituutVergadering nieuwe bouwsystemenIn aansluiting op ons bericht in het vorige nummer over dezevergadering delen wij nog mede dat de bedoeling bestaat hetverslag van deze vergadering in een van de eerstvolgendenummers op te nemen.WoningcongresOver dit voorgenomen congres kan thans nader worden be-richt dat als data gekozen zijn 24 en 25 September. Het con-gres zal te Amsterdam worden gehouden.De volgende onderwerpen zullen achtereenvolgens aan deorde komen:I. Inleiding over de ernst van de woningnoodII. Het woekeren met de bestaande woonruimteIII. Het woningbouwprogrammaa. woningpeil en differentiatieb. verdehng van het bouwvolume; taak van Rijk, pro-vincie en gemeenteIV. Techniek en economie van de woningbouwV. Financierings- en huurpohtiek.De behandeling van elk onderwerp zal worden geopend dooreen inleider. Daarna zal een gedachtenwisseling worden ge-houden (behalve over I) en getracht zal worden vervolgensover elk onderwerp enkele conclusies te trekken.De vergaderingen zullen door een samenvattend overzichtw^orden besloten.Als inleiders zullen optreden:I. de VoorzitterII. de Heer Ir. Chr. G. van Buuren, Directeur van deBouw- en Woningdienst te DordrechtIlia. Ir. W. van Tijen, architect te RotterdamIllb. Ir. H. B. J. Witte, burgemeester van Bergen op ZoomIV. Prof. Ir. H. T. Zwiers, hoogleraar te DelftV. Mr. J. Wilkens, Directeur van de Fries-Groningse Hy-potheekbank te 's Gravenhage.Het voUedige programma met de samenvattingen van de in-leiders zal tijdig worden rondgezonden.Velsen door Prof. Dr. Ir. J. T. P. BijhouwerHet blijkt alweer tien jaar geleden te zijn, dat ik in dit Tijd-schrift het eerste goede uitbreidingsplan voor de gemeenteVelsen kon bespreken (December-nummer van 1937). Veel iser in die tien jaar in ons alien omgegaan, veel is er veranderdin de gebieden die ons zo vertrouwd waren! Velsen is daar-bij allerminst verschoond gebleven van de ,,furor teutonicus"en van bombardementen; het voorwoord, dat B. en W. schrij-ven in de brochure ,.Velsen herrijst; IJmuiden, de stad aande zee" i), de toelichting op het basisplan, vermeldt dat 27 %van de woningvoorraad totaal verloren ging en nog eens10 % zwaar werd beschadigd.Maar Velsen blijkt een enorme veerkracht te bezitten. Debevolking die uit het spergebied was verwijderd, doet steedskrampachtige pogingen om weer te keren, zelfs wanneer hetwerk een terugkeer in het geheel niet noodzakelijk maakt.Het huisvestingsbureau moet dan ook uiterst diligent zijn.Zeer sterk spreekt die vitaliteit bij de industrieen; het wals-werk-west, dat net voor het inbedrijf stellen, door debezetterswerd gestolen, is teruggekeerd uit Brunswijk en produceertal weer; de hoogovens zijn verjongd en zullen uitbreidingverkrijgen; de cokesovenbatterij wordt ongeveer verdubbeld,de Mekog groeit tot zijn dubbele omvang, bijbedrijven en ver-werking van bijproducten zullen binnen korte tijd toenemenin tal en last. De papierfabriek worstelt om nieuwe ruimteen zoekt naar groter capaciteit, het havencomplex moet wor-den uitgebreid met veel ruimer gelegenheid voor vestigingvan visverwerkende en haven en visserij dienende bedrijven.Er is of was een mogelijkheid dat de Marine een plaatsje voorzich op zou eisen in IJmuiden, terwijl bij al die mannen-bedrijvigheid ongetwijfeld ook industrieen, die aan het jongevrouwelijke deel van de bevolking emplooi bieden, in Velseneen gunstige voedingsbodem zullen vinden.Wanneer ik dit alles zie gebeuren, rijst de twijfel of, bij49.000 inwoners in 1943 de 67.000 van het thans voor ons lig-gende plan niet te krap bemeten is. Het plan 1937 kon onge-veer 75.000 bevatten. Misschien moet dus Beverwijk eengroter percentage van de ,,noordelijke" industriekrachtenhuisvesten.Maar het moet worden erkend, dat dit nieuwe plan Dudok--van Tijen^--^Maaskant^--^Schipper^--^Magnee^--^Hovens Grevestedebouwkundig weer een belangrijke stap, of zelfs verschil-lende stappen verder is dan het plan Verhoef. Het kan ookniet anders: het ijs van de ongebreidelde grondexploitatiemoest door Verhoef worden gebroken, zodat Dudok en zijnmedestanders een vrij vaarwater vonden.Op ander gebied waren zij eveneens vrijer: naast vele euvele^) Velsen herijst; IJmuiden de stad aan de zee; Toelichting op het basis-plan voor de wederopbouw en uitbreiding van de gemeente Velsen. Q CJanuari 1947, 99 biz. en 8 kaarten. oDArtikelenfca J BE5TAANDE BEBOUWCE GEDEEUEN EN OVE^fe' ? ' ? ? Afb. 1. Het oude uitbreidingsplan der gemeente Velsen. Plan in hoofdzaak. 193786daden verrichtten de bezetters een weldaad, door lintbebou-wings-staarten bij Westerveld, tussen Driehuis en Santpoort-Noord en van de pont naar Beverwijk af te breken, en door inhet vrij chaotisch gegroeide Nieuw-IJmuiden een schootsveldte raseren, dat eindelijk de zo begeerde logische verbindingenvan het visserijgebied met het achterland mogehjk maakt. Debombardementen vernietigden het westelijk deel van Oud-IJmuiden, die ,,buurt YY aan zee", zodat daar een onver-wachte saneringskans ontstaat.Ook is er in die tien jaar in de stedebouw, en in de aanvaar-ding van de stedebouw door ,,ons pubhek" wel iets veran-derd. Moest ik in 1937 nog pleiten voor ontspanningsruimtein de woonwijken voor de leeftijdsgroepen 4^7 en 7^14, envoor nauwkeuriger beschouwing van het buitenplaatsen-prO'ArtlktlnQEMEENTEHAARLEM"...---7-\M?'%/h -^ bPAAR^Afb, 2. Uitbreidingsplan der gemeente Velsen. Plan in hoofdzaak. 1947bleem, thans is het voor de gemeentebesturen vanzelf spre-kend geworden dat sport- en speelruimte als noodzakelijkesociale voorzieningen in een plan voorkomen, dat duin, bos enbuitens moeten worden beschermd en vertroeteld.Onsamenhangend zal Velsen wel altijd blijven, dat komt zo-wel voort uit de ligging in de smalle strook achter de duinenals uit de uiterst geschakeerde bevolking, forensen en vis-sers, ambtenaren en industrie-arbeiders. Het is niet toevallig,dat Charlotte Kohler voor haar nieuwe voordrachts-program-ma's deze bevolking als proefkonijn gebruikt! Als het in Vel-sen inslaat, is succes in Nederland gewaarborgd. 87ArtikelenGEMEENTC BUOEMQMDWLAfb. 3. Plan in onderdelen voor Santpoort-Zuid? VERKLARJNG.&s>88BESTAOiNOe 8ES0UWN?BeSTA^goe OPENBARE EN BMZONDEI^eeftOUireN.TE AWCVEREN BEB0aVIN6.VEGEN MET WBEHORENCt 8EFl>\NTINiS.BEKEIM,VA*KTEN EN VMVEKS.B05,fl'\RKEN,PUVnsOENeN,(5ROeNST?CKEN.Ml eeN6EZINSWONIN6EN.Kgq WINKELVOONHUIZEN.I I OPENguARE- EN BMZONDERE GeCOUWEN.t. vAiseKe. scHcx>L2 KLEUTEKSCHOOL.3. SCHOOUTUKNVELO.4-. SPEELTTJIN.5. VERENI^N(3S6EeCX;^.i. BADHUIS.7, OPENLUCHTftAO,S. SPORTVELOCN.y. WJINE ?\asDiomZANDGRINDFloresstraat 36DORDRECHTTel. 4463GEBRS. MION - BREDATel. 8168-6087Jan van Polanenkade 28-30*SpecialiieU in:Naadloze Vioeren, Asbest- enHoutgranietvloerenTerrazzowerken - KunststeenfabriekAannemersbedrijfDIRK VERSTOEPGroot Hertoginnelaan 39's-GravenhageTelefoon 392887Uitvoering vanBouw- enWaterbouwkundige Werken3 Artikelen9, SOCTVEUW^.to >^KENI0M0SeE0OU?'11 PSLineRDST'.ifi S?i3HOUDeR EM -warEKICflEM.13 SR-n5t-)SS3WnOM,14. OeSTICHT AtEEf^lCMT-7 SCHCXlcajRNVeiD. 15, HyiZE VtueTHCKtN8 SPEELnjIN. 16- INDIANENT^RKEIN.Afb. 4. P!an in onderdelen voor Santpoort-Noordslag het dichte plaatselijke verkeer tussen de woonwijken engroot-industrieen aan de noordzijde en het gemeentecentrummet woonwijken en kleinere industrieen aan de zuidkant vanhet kanaal opgelost. Slechts de verbinding met Rooswyck,dat voor de Ken. Nederlandse Hoogovens en Staalbedrijvenhet administratief- en bedrijfscentrum wordt en voor hetpersoneel het recreatie- en gezelhgheidscentrum, is nog nietovertuigend.Een grote stap vooruit is ook de erkenning, zowel door deontworpen omvang als door het projecteren van de vele ge-bouwen voor bestuur, eredienst, onderwijs, sociale en cultu-rele verzorging en het winkelcentrum, dat in dit conglomeraatvan nederzettingen Nieuw-IJmuiden, tussen het havengebieden het station IJmuiden-Oost, de hoofdstad vormt. In vorigeplannen is dit nooit sterk genoeg tot uitdrukking gekomen;misschien is ons begrip voor zulke verhoudingen wel ge-groeid tengevolge van de studies in oorlogstijd over het we-zen van de stad en haar wijken. 8990Prettig doet eveneens aan, dat in dc nieuwe detailplannenvoor de bebouwingswijze van elk der nederzettingen naareen eigen karakter is gezocht. Santpoort-Zuid als typischewelvarende ,,Streu-Siedlung", Santpoort-Noord met een een-voudiger bebouwing, ruim en open, doch doelbewust gegroe-peerd, de stad Nieuw-I|muiden doorsneden door oost-westverkeersbanen en noord-zuid-stroken van groen en openbarebestemmingen, met een vrij gesloten bebouwingswijze. Vel-sen-Noord minder door het verkeer beroerd, meer als afzijdiggelegen besloten woonwijken opgevat.En hoe goed is er gebruik gemaakt van de verwoestingenin Oud-IJmuiden! Reeds lang bestond daar een infiltratie vanbedrijven en bedrijfjes, opslagplaatsen en garage-achtighedenin de totaal verouderde woonwiik. Die volkomen iuisteArtikclen=1 f I Iiiiiiniiyipipiiiiy iiiip-a'33-acoVO.> i 91Artikeicn drang ^ het bloed kruipt waar het niet gaan lean -- is thanserkend door de westelijke helft van het eiland tussen spooren kanaal te bestemmen voor collectieve industriehuisvesting,voor kleinere Industrie en andere bedrijven, eventueel met win-kel en 20 nodig met bovenwoning. Slechts het plaatsen van hetabattoir in dit gebied kan aanvechtbaar zijn, zowel uit eenoogpunt van aanvoer van vee, als wegens de ligging op deuiterste westkant van de woonstad. Doch de lozing van hetvele afvalwater is op deze plaats geen probleem, de verkeers-bezwaren behoeven misschien niet te zwaar te worden ge-teld, en in geurigheid wordt het slachthuis toch altijd over-stemd door de vissershaven, de vishallen en hun bijbedrijven.Eindehjk is 00k een oplossing gevonden voor de badplaatsIJmuiden, met een goed achterland en fraaie toegangswegen.Maar misschien is toch de betekenis van dit strandgebiedonderschat. In de toelichting op pag. 48 wordt het in hoofd-zaak beschouwd als het strand van IJmuiden, terwiji het tochtevens een der meest geliefde stranden van Amsterdam-Westwas. Op warme Zondagmiddagen was het onmogelijk tussenvijf en acht uur het fietspad langs de weg door de IJpoldersin westelijke richting te berijden, want het werd dan in be-slag genomen door een gesloten colonne terugkerende Am-sterdammers. Mijn schatting, in verband met de lengte van decolonne was 10 a 15.000 personen. Voor deze stroom zie ikin het nieuwe plan geen overtuigende bedding. De weg langsVelserbeek--^Pontplein--Kanaaloever^--Oostrand - visserijge-bied--Strandweg is wel mogelijk, maar niet fraai noch direct.Was dit verkeer af te leiden van Velserbeek via Heerenwegnaar de spoorwegovergang bij de Rex-bioscoop en viaGroeneweg naar de zuidelijke randweg, dan was er veelgewonnen. Daarvoor is echter een kleine correctie van hettrace nodig. zowel bij de vijverpartij van het rioolgemaal bijVelserbeek, als aan de uiterste zuidpunt van Park Velserbeek.Natuurlijk zijn er in een dergelijk basisplan altijd puntenwaarover discussie mogelijk is.De uiterst westelijke sector van Nieuw-IJmuiden vertoontenige monumentaligheid in zijn opzet, waaraan de eerstge-noemde ontwerper niet vreemd zal zijn. Het is zeer de vraagof van deze bedoelingen iets terecht komt bij een wijk van700 meter breed en 600 meter lang, wanneer de elementenwaaruit zij is opgebouwd, de geringe schaal, allure en impor-tantie bezitten van de IJmuidense arbeiders- en middenstands-blokjes. En vooral na de bespiegelingen van Vriend omtrenthet begrip (of niet-begrip) cultureel centrum (in Bouw van1 Nov. 1.1.) is het mogelijk even terug te schrikken voor deconcentraties van openbare, semi-openbare en dergelijke ge-bouwen in de noord-zuidstrook door Nieuw-IJmuiden entussen het Tiberiusplein en het R.K. ziekenhuis!Den Haag en Washington tonen ons beide hoe levenloos eenbestuurswijk kan zijn, zowel op rustdagen als onder bureau-tijd. En is er naarder oord denkbaar dan juist dit Tiberius-plein, een groenstrook omgeven door een politiebureau, eenambachtsschool, een Rijks H.B.S., een gymnasium, een over-dekt zwembad, een Muloschool en een electrische spoorbaanmet station! Hier is de quintessence van bestuurlijke macht,veelzijdige geestes- en lichaamscultuur en moderne verkeers-techniek bijeen verzameld, en het is tot niets geworden, watniet alleen te danken is aan de uiterlijke verschiining. Hoebehoeden wij die grote stroken en complexen, uitsluitend be-staande uit ,,bizondere bestemmingen", voor steriliteit? Datkon wel eens een vraag zijn, die ook voor andere gemeentenurgent wordt.Tien jaar na het eerste goede heeft Velsen dus een beter plan,met meer durf, meer sociale verantwoordelijkheid, zeer veelbeter verkeersoplossingen en een moderner, zo niet moder-nistisch bebouwingsschema. Hier en daar is iets aan schoon-heidswil geofferd, wat bestrijdbaar is, maar in IJmuiden mis-schien niet overbodig.Er kan in dit plan, zoals de wijken zijn gedetailleerd, frisen modern worden gebouwd, het leent er zich toe. En dat opzichzelf is reeds een grote verdienste.92Onderhoud Woningwetwoningendoor S. P. C. TerpstraOp 24 April 1948 verscheen de circulaire van de Ministervan Wederopbouw en Volkshuisvesting inzake de financie-ring van het onderhoud van de Woningwetwoningen. Allebelanghebbenden zullen met voldoening van deze circulairekennis hebben genomen. Het is toch de eerste stap op ditterrein van de volkshuisvesting om te geraken tot de liqui-datie van de erfenis, die de oorlog ons ook hier gelaten heeftDat deze stap dringend noodzakelijk was, zal ieder ter zakekundige moeten toestemmen.Uit de circulaire van de Minister en de daarbij gevoegderichtlijnen blijkt, dat het de bedoeling is om de gelden, ver-kregen door het uitstel van de aflossing op de schuldrestan-ten gedurende twee jaar, te gebruiken om verder verval vande met Rijksvoorschotten ingevolge de Woningwet gebouw-de woningen te voorkomen. De vraag rijst, of de beschikbaremiddelen voor het gestelde doel voldoende zullen zijn. Hetis moeilijk om voor elke gemeente afzonderlijk een beeld teverkrijgen van de grootte van het te stichten fonds. Vele fac-toren oefenen hierop invloed uit, n.l. de stichtingskostenvan het complex, de levensduur, bizondere omstandigheden,welke een achterstand in het onderhoud hebben veroorz.iakt.enz. Daarnaast is het moeilijk een scherpe scheiding te makentussen het werkelijke verval van de woningen en een achter-stand in het onderhoud. die zeer zeker in de naaste toekomstingehaald zal dienen te worden, doch die nog niet als vervalis te beschouwen, Naar mijn mening zullen de beschikbaarkomende middelen in het algemeen voldoende zijn om deachterstand in het onderhoud van de romp in te halen.Indien aangenomen mag worden dat het inderdaad mogelijkis om uit het te stichten fonds het verval tegen te gaan, danzal daarnaast echter de mogelijkheid moeten worden ge-schapen om de Woningwetwoningen ook in een goede toe-stand te blijven onderhouden. Het behoeft geen betoog, datzulks niet mogelijk is uit het jaarlijkse bedrag, dat thansbeschikbaar is voor het onderhoud van de woningen. Indienin deze norm niet binnen afzienbare tijd wijziging komt, zalzelfs niet kunnen worden vermeden, dat opnieuw verval vande woningen zal optreden. Het is algemeen bekend, dat demogelijkheid van een verhoginq van de jaarlijkse storting inhet onderhoudsfonds gekoppeld is aan een verhoging van dehuren.Wanneer men de onderhoudstoestand van dit ogenblik vande Woningwetwoningen beziet, dan blijkt, dat men er ook inander opzicht met een regeling ter voorkoming van het vervalalleen niet is.Tengevolge van de oorlog zijn de woningen ook van binnenmeer dan normaal gesleten. Bovendien werd in de woningenin de laatste jaren van de oorlog, en daarna, door gebrek aanm,,aterialen practisch geen onderhoudswerk verricht, terwijiaan de andere kant tengevolge van de intensievere bewoning,die in deze woningen evenals in andere woningen plaatsvindt, de slijtage groter dan normaal is. Teneinde weer toteen normaal onderhoudspeil te geraken, zal het zeer zekernodig zijn, dat ook in de woningen de nodige onderhouds-werken worden verricht. Dat voor deze werkzaamheden nogqeen gelden beschikbaar zijn, en dat ook hiervoor de jaar-lijkse storting in het onderhoudsfonds zal dienen te wordenverhoogd, is vanzelfsprekend.Uit het bovenstaande mag echter niet worden afgeleid, datwe in eerste aanleg niet tevreden kunnen zijn met hetgeenthans is bereikt. Aan de verlangens t.a.v. het binnenwerkzal voorlopig toch niet kunnen uforden voldaan, omdat mener met het beschikbaar stellen van middelen alleen niet is.Daarnaast zal men de beschikking moeten hebben overarbeidskrachten en de benodigde materialen, teneinde tot hetuitvoeren van de werkzaamheden te kunnen overqaan. Hetwerkproqramma, dat binnen het raam van de door dezemaatregel beschikbaar komende middelen zal worden opge-zet, zal toch reeds bij zijn uitvoering enkele jaren in beslagnemen. De wensen, die hierboven ten opzichte van het bin-nenwerk naar voren zijn gebracht, zullen eerst voor verwe-zenlijking in aanmerking kunnen komen, nadat dit program-ma is volvoerd. In ieder geval kan met vreugde worden ge-constateerd, dat de Minister ten aanzien van de materiaal-voorziening ten behoeve van het onderhoud zijn standpuntheeft gewijzigd.Uit de circulaire blijkt verder, dat de vrijkomende middelenper gemeente in een fonds zullen worden gcstort, terwijl debesteding van de middelen door de gemeente en de Hoofd-ingenieur-Directeur van de Wederopbouw en de Volkshuis-vesting in overleg met de besturen van de verenigingen wordtgeregeld. Persoonlijk kan ik mij niet voorstellen, dat er eenvereniging zou zijn, die op deze regeling niet zou wensenin te gaan. De mogelijkheid bestaat wel, dat indirect midde-len van de ene vereniging naar de andere vloeien, dochuiteindelijk zal het resultaat van de in de circulaire uiteen-gezette maatregelen toch zeker zijn, dat alle deelnemers aanhet fonds hiervan profiteren. Op zichzelf komt het mij alles-zins billijk voor, waar toch het Rijk en de gemeente indirectde lasten dragen, dat door hen de eis wordt gesteld, dat ermiddelen vloeien naar die complexen, die daarvoor het meestin aanmerking komen. Daar er in het algemeen een goedeverstandhouding in de gemeenten bestaat tussen de gemeen-tebesturen en de verenigingsbesturen, mag worden verwacht,dat het overleg over de bestedinq van de verkregen midde-len zeker tot goede resultaten zal leiden.Zowel in het verenigingsbezit als in het gemeentebezit be-vinden zich woningcomplexen, welke niet met voorschotteningevolge de Woninqwet zijn gefinancierd. Voor deze com-plexen biedt de hier besproken circulaire geen oplossing. Hetkomt mij voor, dat het mogelijk moet zijn, in de meeste ge-vallen met de geldgevers tot overeenstemming te komen omook voor deze complexen de aflossingen twee jaar op teschorten en uit de daardoor vrijkomende middelen de achter-stand in het onderhoud van de betreffende woningen in tehalen. Of in dit geval voor al deze woningen tezamen eenafzonderlijk fonds zal kunnen worden gevormd, dient te wor-den betwijfeld, aangezien de geldgever wel de eis zal stellenals tegenprestatie voor een eventuele tegemoetkomendheidzijnerzijds, dat de middelen zullen worden gebruikt voor hetcomplex, waarbij hij betrokken is.IngezondenDe verdeling van het woningbouwvolumeIn het Maart-nummer van dit Tijdschrift gaf Ir. H. Meyerink ,,Enigebeschouwingen over de verdeling van het bouwvolume voor de woning-bouw over de provincies en de gemeenten, met als achtergrond enige aan-tekeningen over de woningnood'.'Wat betreft de genoemde verdeling gaat de schrijver daarbij uit van eentot nu toe ongebruikelijke grondslag. In het algemeen kan ik mij geheel metde strekking van zijn betoog verenigen, doch ik meen, dat daaraan nogeen enkele aanvulling, welke deels een afwijking zal blijken te zijn, be-hoort te worden toegevoegd./. Het tot basis nemen van de bevolkingsprognose inplaats van de werkelijketoestand.Wanneer deze opzet aanvaard wordt, dan wordt t.3vens aangenomen, dathet verantwoord is de lijn van deze prognose in de toekomst als waar-schijnlijk op te vatten. Moge zulks nu voor het gehele land wellicht ver-dedigbaiar zijn, voor kleinere eenheden en vcoral voor de kleinste een-heden -- de gemeenten -- meen ik dit te moeten betwijfelen. Aldaar spelenlocale factoren een dergelijke overheersende rol, dat een uitkomst, welkegebaseerd is op grote getallen, daarvoor geen leidraad zal kunnen zijn. Omte kunnen blijven werken met een enigszins betrouwbare prognose, zal hetnoodzakelijk zijn, deze te betrekken op een min of meer omvangrijkeeconomische eenheid, terwijl een gemeente slechts een administratieveeenheid is. Vooral voor plattelandsgemeenten spreekt dit bezwaar m.i.sterk. !Het schijnt mij dan ook practisch onmogelijk een behoorlijke prognose perplattelandsgemeente te maken, zodat daarmede deze methode veroordeeldzou zijn.Overigens wil ik hierbij nog opmerken, dat het mij voorkomt, dat inzakedeze gehele materie niet al te veel gethecretiseerd dient te worden. Denabije toekomst zal reeds leren -- zulks aan de hand van reele cijfers ^in welke richting zich de bevolking van een gemeente beweegt, m.a.w.of zij zich tot de voor-oorlogse tendens wendt, darL wel daarvan blijftafwijken. Alsdan kunnen correcties eventueel worden aangebracht. Thanskan gevoegelijk worden volstaan met als basis voor de verdeling te ne-men het werkelijke tekort aan woningen. De fouten, die hierin mochtenschuilen, zijn relatief zo klein, dat daaruit geen overwegende bezwarenkunnen ontstaan. De nieuwe aanbouw toch zou per jaar niet meer be-dragen dan 13/2 a 2% van de bestaande woningvoorraad. Wanneerdeze nu niet geheel juist verdeeld zou worden, zullen, gezien het ontzag-gelijke tekort, daaruit geen onherstelbare fouten voortvloeien, temeer waarhet eventuele surplus steeds kan en moet dienen voor vernieuwing vande voorraad.Het door Ir. M. aanvaarde principe van gelijk percentueel verminderenvan het tekort over het gehele land, acht ik va'komen. juist. Derhalvezou ik deze gelijke percentuele vermindering aan de hand van de thansbekende absolute cijfers willen doen plaats vinden, daarbij de door Ir. M.voorgestane methode van herstel van de door oorlogsgeweld vernietigdewoningen aanvaardende.2. De woningreserveEen factor, welke door Ir. M. niet is genoemd, is de woningreserve. Heikomt mij voor, dat deze geenszins mag worden verwaarloosd. Dezereserve toch is van het grootste economisch belang. Talloos zijnimmers de gevallen, waarin door het ontbreken van reserve een ves-tiging in een nieuwe woonplaats gedurende geruime tijd achterwege moetblijven, met als gevolg daarvan ontwrichting van gezinnen en grote uit-gaven voor been en weer reizen, alsmede het daardoor niet komen vande rechte man op de rechte plaats. Het is algemeen bekend, dat door eenveelhoeks-ruil dergelijke gevallen somtijds worden opgelost, doch daaruitblijkt tevens, dat het alleen het ontbreken van een woningreserve was,die moeilijkheden veroorzaakte, daar de slachtoffers elk op zich zelf overeen woning beschikten en te hunnen opzichte derhalve niet van een tekortsprake kon zijn. Het komt mij derhalve voor, dat bij berekening van hetwoningtekort reeds nu rekening gehouden moet worden met de gewenstereserve en deze derhalve bij het tekort per provincie en per gemeenteopgeteld moet worden. Deze woningreserve zal procentueel per gemeenteverschillend moeten zijn.3. De onbewoonbaat verklaarde woningenEvenals meermalen is geponeerd, stelt ook Ir. M. dat een extra toewijzingin verband met de woningkwaliteit achterwege dient te blijven. Schrijvermotiveert dit afwijzende standpunt met de vrees, dat actieve gemeentenachtergesteld zouden worden bij niet actieve gemeenten, voorzover dezeactiviteit of niet-activiteit in het verleden gold.In de eerste plaats valt hier op te merken, dat de kwaliteit van de wo-ningvoorraad geen graadmeter kan zijn voor de activiteit van een gemeen-te in het verleden. Het staat toch wel vast, dat deze activiteit, allhans inde noordelijke provincien, in de jaren voor de oorlog dikwijls sterk ge-remd is door de Centrale Overheid.In het algemeen gaat het dan ook niet op, verband te leggen tussen dekwaliteit van de woningvoorraad en de activiteit van het Gemeentebestuurin het verleden.In de tweede plaats meen ik, dat het in beginsel onjuist is hier de (vroe-gere) vertegenwoordigers van een administratieve eenheid in beschou-wing te nemen. Immers, het gaat er in laatste instan'ie niet om of eengemeente woningen toegewezen krijgt, doch het einddoel is, dat alleingezetenen des lands individueel in behoorlijke menswaardige woningengehuisvest zijn. Het gaat nu niet aan, een eventueel minder grote acti-viteit van een Gemeentebestuur in het verleden als motief te nemen omde krotbewoners in de gemeente thans een goede woning te onthouden.Immers wordt daarmede niet ,,de gemeente", dat is het eventueel destijdsniet actieve Gemeentebestuur, getroffen, of het destijds wel actieve Ge-meentebestuur niet-achtergesteld, doch de krotbewoner wordt gedupeerd.Men dient in dit opzicht generlei rekening met het verleden te houden,voorzover althans daarin de thans levende krotbewoner geen ongunstigerol heeft gespeeld. Ik herhaal, dat bovendien geenszins vaststaat, dat deslechte kwialiteit der aanwezige woningen uitsluitend te wijten is aaneen minder grote activiteit van het Gemeentebestuur. In Friesland heeftdaarbij b.v. de landbouwcrisis van 1880 een zeer grote rol gespeeld.Een van de gevolgen daarvan is thans n.l. nog merkbaar in de slechtetoestand, waarin vele landarbeiderswoningen verkeren. Ik meen derhalve,dat bij het tekort eveneens dient te worden opgeteld het .aantal onbe-woonbaar verklaarde (al of niet bewoonde) woningen.ArtikelenIngezondenM. in zoverre gewijzigdResumerende zou ik dus de methode van Ir.willen zien, dat:1. uitgegaan wordt van de thans bekende absolute cijfers inzake hetwoningtekort,2. reeds nu dit tekort vermeerderd wordt met:a. een gewenste woningreserve,b. het aantal onbewoonbaar verklaarde woningen,en dat met het aldus vermeerderde tekort rekening gehouden wordtbij de verdeling van het woningbouwvolume over provincies en ge-meenten.D. S .Visser 93'ZZltrT, Antwoord van de Heer Ir. H. MeijerinkBinnenland94Toen ik raijn artikel schreef over de verdeling van het volume voorwoningbouw over provincies en gemeenten, koesterde ik de hoop, datdeskundigen op het gebied van de bevolkingsprognose mij zouden willenbestrijden of aanvullen. Een dergelijke reaciie toch zou in het belangvan de volkshuisvesting kunnen zijn.De opmerkingen van mijn Collega bewegen zich minder op het theoretischterrein van het bevolkingsonderzoelk dan wel op dat van de practischetoepassing van de door mij geschetste methode. Zij geven mij gelegenheidtot aanvuUing en verduidehjking.De keuze van de bevolkingsprognose boven het feitelijk bevolkingsverloopals uitgangspunt voor de woningverdeling heb ik uitvoerig uiteengezet.Tegen mijn molieven wordt niets ingebracht, slechts de mogeUjkheid ookvoor kleine gemeenten de prognose op te stellen wordt betwijfeld. Degemaakte bezwaren heb ik niet over het hoofd gezien; gewezen werdop de noodzakelijkheid, in het bizonder bij kleine eenheden, het werkeHjkbeloop van de bevolking nauwkeurig te volgen en te vergelijken met deprognose en bedacht te zijn op afwijkingen. Het opstellen van een aan-vaardbare prognose is m.i. echter steeds mogehjk. De ontwerpers vanuitbreidingsplannen zouden geheel in het duister fasten, indien dit nietzo ware. Verder wil ik wijzen op de grafiek van de industriele gemeentemet zware oorlogsschade op pagina 36 van het Maart-nummer. Zou voordeze gemeente de verdeUng pbats hebben volgens het feitelijke bevolkings-verloop, dan zou zij nog geen derde gedeelte krijgen vian hetgeen h.aarvolgens mij toegewezen moet worden, en zou de verdreven bevolkingin geen jaren naar eigen stad kunnen terugkeren. Het omgekeerde geldtvoor de landelijke gemeente met abnormale toename in de oorlogstijd.De door mij voorgestane methode is gebruikt bij de woningverdeling inNoordholland en hceft geen moeilijkheden bij de practische toepassinggegeven. In provincies met sterke bevolkingstoename, met belangrijkeindustriele gemeenten en daartegenover een platteLand met geringe moge-lijkheid tot vergroting van de bestaansbronnen, waar de -evacuatie groteafmetingen heeft aangenomen en de honger de stedelingen naar hetplatteland dreef, moet m.i. de bevolkingsprognose de basis vormen vande verdeling. Een verdeling volgens het abnormale bevolkingsverloop vande laatste jaren zou de scbeve verhoudingen bevriezen en remmend wer-ken op de industriele ontwikkeling.Het bevolkingsverloop van de meeste gemeenten over de jaren 1920 tot1940 is regelmatig. Het doortrekken van de lijn van de bevolking tot1960 kan zonder bezwaren geschieden. De streekprognose van de dienstvan het Nationale Plan kan hierbij als correctie worden beaVjt. Het ismij gebleken, dat de door mij geprojecteerde lijn voor de gemeenten bijnasteeds parallel liep met die van de streekprognose. Slechts in enkelegevallen had de bevolkingslijn van een gemeente een grillig beloop. Eenverklaring hiervoor was steeds te geven, zodat een aanvaardbare aan-name mogelijk bleef.Het bepalen van de wenselijke woningreserve is moeilijk; zij heeft niethetzelfde percentage bij verschillende gemeenten. Zo zal dit percentagein de landelijke gemeenten met in hoofdzaak ,,eigen" woningen tot nulnaderen, daarentegen in de stedelijke gemeente tot 2 a 3 % oplopen.De woningreserve heb ik verder niet geheel buiten beschouwing gelaten.Op 31 December 1939 toch was er in de meeste gemeenten enige, hoewelkleine reserve. Het bereiken van dezelfde verhouding tussen het aantalgezinnen en de woningvoorraad als op 31 December 1939 heb ik mij alseerste doel gesteld. Bij het bereiken van dat doel zal er waarschijnlijkenige reserve aanwezig zijn. De door mij genoemde bizondere omstan-digheden spelen echter een te grote rol dan dat speculafie over ditonderwerp vruchthaar kan zijn.De opmerking van mijn criticus over kvotopruiming biedt mij de gele-genheid op dit onderwerp even in te gaan al moet dit wel zeer beknoptzijn. De krotopruiming is een vraagstuk op zich zelf en kan m.i. beternaast de woningnood gezien en behandeld worden. De groeiende samen-woning, welke steeds meer voert tot onhoudbare toestanden, moet eerstenigszins teruglopen, wil men tot krotopruiming op betekenende schaalkunnen overgaan. Zou bij de woningverdeling rekening worden gehoudenmet de factor slechte woningen, dan zou het daaruit voortvloeiende volumetoch voorlopig niet gebruikt worden voor krotopruiming. Ik geef dan ook devoorkeur aan: een klein volume per provincie af te zonderen, om daar-mede van geval tot geval te helpen. Voorlopig komen skchts de bouw-vallige en practisch geheel onbewoonbare huizen voor vervanging in aan-merking. Met een voorbeeld wil ik mijn opva'.ting onderstrepen.Een bepaalde gemeente werd voor de oorlog gedwongen om de krot-opruiming ter hand te nemen. Door het uitbreken van de oorlog bleefdeze uit. De Inspectie drong aan op het maken van plannen voor woning-bouw na de oorlog. De gemeente liet verstek gaan en wachtte op hetparticuliere initiatief. Eerst in dit jaar werden een aantal plannen voor debouw van grote woningen op basis van de Financieringsregeling 1947ingediend. Toen enige daarvan voorlopig eangehouden werden omdat hetbouwvolume ontoereikend was, werd veron:waardigd gewezen op hetaantal slechte woningen en de noodzaak van krotopruiming. Moet aandeze gemeente een extra-bouwvolume ter beschikking worden gesteld?Juist door dit vraagstuk provinciaal te behandelen helpt men de bewonersvan de krotten.In de landelijke en provinciaje grafiek rekende ik op een groeiend aantalte vervangen woningen.De prsmieregeling voor woningverbetering zal er verder toe bijdragenonbewoonbaarwording te voorkomen. De activiteit van de huidige ge-meentelijke overheid kan in de toepassing van deze regeling een belo-ning vinden.Door de krotopruiming als een afzonderlijk vraagstuk te behandelen, zijnm.i. de beste resultaten te verwachten.BinnenlandVragen van KamerledenVragen van de heer Maenen betreffende het niet meer verlenen van goed-keuring voor de gunning van Woningwetwoningen met een grotere classi-ficatie-inhoud dan 260 m^.1. Is het juist, dat aan de provinciale directies van de Wederopbouw enVolkshuisvesting opdracht is gegeven na 1 Mei a.s, geen goedkeuring meerte verlenen voor de gunning van Woningwetwoningen met een grotereclassificatie-inhoud dan 260 m^, zulks in afwijking van de bestaande richt-lijnen, waarbi] de bouw van grote-gezinswoningen is toegestaan?2. Zo ja, is de Minister dan bereid de redenen mede te delen, die totdeze krasse beperking, ten gevolge waarvan differentiatie in de grootteder woningen vrijwel is uitgesloten, hebben geleid?3. Indien het onder 1 gevraagde bevestigend moet worden beantwoord,moet dan niet worden gevreesd, dat de huisvesting van de grotere gezinnenernstig in het gedrang zal komen en bovendien in de verdere toekomstmet name de kleine gemeenten financieel zullen worden geschaad, doordatzij niet in staat zullen zijn dergelijke woningen tegen de vastgestelde prijzente verhuren?4. Ligt het, zo het in de eerste vraag gestelde juist is, in het voornemenvan de Minister, de reeds ontworpen en bij de bevoegde instanties in-gediende plannen, welke uiferaard aan de huidige richtlijnen zijn aange-past, ook na 1 Mei a.s. 'aan de hand van deze richtlijnen te doen beoor-delen of zullen deze plannen moeten herzien worden overeenkomstig de indie vraag bedoelde opdracht, hetgeen belangrijk tijdverlies en aanzienlijkeextra-kosten zou vergen?Antwoord van de heer in 't Veld, Minister van Wederopbouw en Volks-huisvesting. (Ingezonden 5 Mei 1948.)1. Het is juist, dat schriftelijk aan de directies van de Wederopbouw ende Volkshuisvesting in de provincies is medegedeeld, dat na 1 Mei 1948geen aanvragen aan de Centrale Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting meer mogen worden toegezonden voor Woningwetwo-ningen met een classificatie-inhoud, groter dan 260 m'', daar voor dezewoningen geen toestemming tot gunning zal worden gegeven. Deze aan-schrijving gold evenwel voor de inhoud van normale woningen.2. Tot de onder 1 bedoelde maatregel is overgegaan, aangezien de ge-middelde inhoud der Woningwetwoningen, welke in het laatste jaar zijngebouwd of waarvoor de plannen zijn ingediend, zich op een te hoogniveau bevond en slechts een geringe neiging tot dalen vertoonde. Debeperkte bouwmogelijkheden en het grote woningtekort maken, dat ge-tracht moet worden het aantal nieuw te bouwen woningen zo hoog mo-gelijk op te voeren, ook al zou dit een verlaging van de inhoud meebrengen.Differentiatie in de woningen blijft mogelijk, aangezien de grootte van260 m** mag worden geinterpreteerd als een gemiddelde grootte per tebouwen complex normale woningen.3. Afgezien van de mogelijkheid tot differentiatie binnen de grenzen vaneen complex, als bedoeld in het antwoord sub 2, zal nog voor de bouwvan een bepaald, per provincie te bepalen, percentage woningen voor grotegezinnen en middenstandswoningen goedkeuring worden verleend, Dat dehuisvesting van grote gezinnen ernstig in het gedrang zou komen, meentde ondergetekende dan ook te moeten bestrijden.Hoewel het uiteraard niet doenlijk is, voorspellingen te doen ten aanzienvan de toekomstige ontwikkeling van de woningmarkt, meent ondergeteken-de toch, dat de vrees, dat de Woningwetwoningen van minder dan 260 m''Inhoud na verloop van jaren onverhuurbaar zullen blijken, ongegrond is.4. De reeds ontworpen en bij de bevoegde instanties ingediende plannen.welke na 1 Mei aan de Centrale Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting worden voorgelegd, zullen moeten voldoen aan de sub 1bedoelde inhoudsvoorschriften. Het ligt in de bedoeling van ondergete-kende deze voorschriften in dergelijke gevallen ruim te interpreteren.Wijziging van de WoningwetDe lezers herinneren zich dat op 8 October 1947 een wetsontwerp bijde Tweede Kamer is aanhangig gemaakt tot wijziging van de Woning-wet op enkele punten, die in verband met de buitengewone omstandig-heden nadere regeling verlangden. Men zie ons October-nummer envoorzover het adres terzake van het Instituut betreft, tevens het Novem-ber-nummer van de vorige jaargang. Eerst thans is over dit ontwerp hetVoorlopig Verslag van het Afdelingsonderzoek uitgekomen, een verslagdat inmiddels veel van zijn betekenis heeft ingeboet, doordat denieuwe Minister, die aan de voorbereiding van het wetsvoorstel uiteraardgeen deel heeft gehad, in de Eerste Kamer te kennen gegeven heeft datcen omwerking en waarschijnlijk een samenvoeging van dit ontwerp enhet later ingediende ontwerp-Wederopbouwwet zai tot stand komen. Hetbiijkt dat de Commissjie van Rapporteurs, dit vernemende, zich beradenheeft over de vraag of in deze omstandigheden een publicatie van hetVoorlopig Verslag zin heeft. Zij heeft gemeend hiertoe toch te moetenovergaan, aangezien de Minister daaruit iaanwijzingen kan putten bij debewerking van zijn nieuwe voorstel, maar heeft zich nu tot de grotehjnen beperkt. Bij de algemene beschouwingen werd gevraagd naar demotieven, die de Regering tot de indiening hebben geleid en naar deverhouding tot de principiele herziening, w-elke de Staatscommissie voor-bereidt. Er werd ook in twijfel getrokken of de voorgestelde bepalingen toteen vlotter gang van zaken bij wederoobouw en woningvoorziening kunnenleiden. De tweeslachtigheid van het ontwerp -- deels wijziging vian deWoningwet, deels aanvulling met zelfstandige bepalingen -- werd ge-hakt. Op de onduidelijkd verhouding tot het Kon. Besluit F 67, eenverhouding, die naderhand opgehelderd is door de verschijning van hetontwerp-Wederopbouwwet, werd eveneens de aandacht gevestigd.He; zwaartepunt van de critiek lag in de afwijzing van de centrialiserendetendens van het ontwerp. Men adstrueerde dit aan drie voorbeelden. Inde eerste plaats de beoogde overdracht van bemoeiingen in verband methet Rijksbouwprogramma aan gemeentelijke organen, dus blijkbaar nietaan de gemeenten zelf, al dan niet in samenwerking. Dan werd genoemdhet zelf optreden van de Kroon in plaats van Gedeputeerde Staten, alseen bevel tot reorganisatie van bouw- en woningtoezicht in de wind wordtgeslagen. In de derde plaats wees men op de vaststeiling van de Rijks-bouwprogramma's, zonder dat iets is vastgelegd over het horen van Ge-deputeerde Staten.Sommige Kamerleden erkenden wel de noodzakelijkheid van een zekerecentralisatie, maar verlangden toch nadere opheldering en een zekereprecisering ten aanzien van de gemeenten, die te kort geschoten zijn.Men wees erop, dat niet zelden de gemeenten grote voortvarendheid tonenen van Rijkswege belemmerd worden.De mog^lijkheid tot dwang ten aanzien van gemeenschappelijk bouw-en woningtoezicht, gecombineerd met gemeentewerken, werd gunstig ont-vangen, zij het ook dat zeer vele leden dwang alleen in het uiterste gevaltocgepast willen zien. Men achtte dwang aanvaardbaar als prijs voorhet verkrijgen van de bevoegdheden, die thans nog bij het Rijk berusten.De afwezigheid van bepalingen over de wijze van totst.andkoming vanhet Rijksbouwprogramma werd betreurd. Men zag het ontwerp als nietveel anders dan bet vastleggen van de huidige praktijk. Het vaststellenvan prioriteiten zou slechts mogen geschieden, zo werd betoogd, nadatnlle bclanghebbenden bun stem hebben kunnen doen horen.Een taak voor de provinciale besturen bij de verdeling van het be-Echikbare bouwvolume werd wenselijk geacht. Sommige leden zagenzekere waarborg in de voorschriften tot publicatie van het programma,waardoor critiek mogelijk is, die tot herziening kan leiden, evenals inde verantwoordelijkheid van de Minister tegenover de Staten-Generaal,zonder dat de leden, die dit aanvoerden, daarora zouden willen afzienvan voorafgaand overleg.Op het punt van de afwijking van de bouwverordeningen werd geopperdda: het gekozen stelsel van uitdrukkelijke goedkeuring van dke afwijkingdoor de Minister beter zou kunnen worden vervangen door een stelselvan algemene afwijking, mogelijk of gedwongen, voor de bouw van be-paatde van overheidswege geschikt bevonden systemen. Andere ledenachten dit een nog verder gaande ingreep in de bevoegdheden van degemeentebesturen dan het ontwerp reeds bevat.Ook de bouwvergunning van tijdelijke aard werd hier ter sprake gebracht.zoals die herhaaldelijk is bepleit.Wat de financiele regelingen aangaat, die een grondslag hadden gekregenin het we sontwerp, kwamen uiteenlopende standpunten aan het licht.Sommigen konden dit aanvaarden, maar meenden dat de nodige regelenniet bij ministeriele beschikking, maar bij algemene maatregel van bestuur,of -- volgens anderen -- zelfs bij de wet dienen te worden uitgevaardigd.Vele leden meenden dat de financiering van de particuliere woningbouwniet thuis hoort in de Woningwet. Ook hierom gaven zij de voorkeur aaneen Woningnoodwet. Voorrang voor de Woningwetbouw werd bepleit,maar door anderen betwist.Tegen de deelneming van overheidswege in het kapitaal van particulierebedrijven, de bekende tussenvorm tussen particuliere en Woningwetbouw,die in het wetsontwerp verschijnt, werd bezwaar gemaakt door vele leden,terwijl anderen alleen opheldering vroegen.In verband met het arrest-Beverwijk inzake de woningverbetering werdop een noodregeling aangedrongen. De opmerkingen inzake een eenvoudigeonteigeningsprocedure zijn inmiddels door de verschijning van het ontwerp-Wederopbouwwet en van het ontwerp op de materiele oorlogsschadenachterhaald.Aan de artikelsgewijze behandeling gaan wij in hoofdzaak voorbij. Slechtszij aangetekend dat bezwaar is gerezen tegen het feit dat het ontwerpde bizondere rooilijn in een adem noemt met de bouwverordening, inzoverre afwijking daarvan bij het verlenen van bouwvergunning mogelijkzou worden gemaakt.Adviescommissie voor de woningbouw in de Mijn-streekEen persbericht van de Afdeling Voorlichting van het DepErtement vanW^ederopbouw en Volkshuisvesting deelt het volgende mede.In verband met de in de mijnstreek bestaande woningschaarste en dedaarmede verband houdende vraagstukken bestaat er aldaar behoefte aaneen adviesorgaan waarin alle Uchamen en instellingen zijn vertegenwoor- Bii.nenla-.ddigd, welke bij de oplossing van deze vraagstukken belang hebben.Daarom heeft de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting eenadviescommissie voor de woningbouw in de mijnstreek ingesteld en indeze commissie benoemd:tot voorzitter, tevens lid, de heer J. Bommer te 's Gravenhage, AlgemeenAdviseur bij de Centrale Directie van de Wederopbouw en de Volks-huisvesting, en tot leden de heren: J. Bakker te 's Gravenhage, Raad-adviseur bij het Ministerie van Financien; Ir. A. E. Dinger te Heerlen,Hoofdbedrijfsingenieur bij de Staatsmijnen in Limburg; Ir. J. C. Flohil teHeerlen, ingenieur bij de Oranje-Nassau Mijnen; P. J. Kaanen te Heerlen,Secretaris van de R.K. Mijnwerkersbond; E. J. Keulers te Geleen, Secre-taris van de R.K. Vereniging van Administratieve Mijnbeambten ,,St. Cal-listus"; Ir. C. H. Kluiters te Maastricht, Hoofdingenieur-Directeur van deWederopbouw en de Volkshuisvesting: Mr. A. P. J. M. Lempers, burge-meester der gemeente Brunssum; J. H. Maenen te Heerlen, lid van hetCollege van Gedeputeerde Staten van Limburg; N. A. Nap, te Wasse-naar, Administrateur-titulair bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken;Mr. P. Palmen te Heerlen, advocaat en procureur; Drs. A. C. J. Rottierte Heerlen, hoofd ener afdeling van de Staatsmijnen in Limburg; Mr. L. G.Wansink, te 's Gravenhage, hoofdcommies bij het Ministerie van Econo-raische Zaken;en tot plaatsvervangend lid:de heer Ml'. F. ]. ]. C. M. van Meerwijk te 's Gravenhage, Administrateurbij het Ministerie van Financien.Aan de Commissie is als secretaris toegevoegd de heer M. J. G. A.Haringman, te 's Gravenhage, hoofdcomraies-titulair bij het Ministerie vanWederopbouw en Volkshuisvesting.Premieregeling woningverbetering en -splitsing Gel-derlandGedeputeerde Staten van Gelderland hebben hierover een circulaire ge-richt tot de gemeentebesturen in bun provincie, waarin zij verzoeken omopgave van het totaal in geld en in bouwmaterialen, dat naar schattingvoor woningsplitsing en woningverbetering met behulp van de premie-regehng nodig zal zijn. Tevens leggen zij een nadere toelichting over vande Hoofdingenieur-Directeur van de Volkshuisvesting in Gelderland overde toepassing van de regeling.Prijsbepaling van bouwgrond in verband met rente-bijschijvingOver dit onderwerp is een circulaire verschenen van de Directeur-Gene-raal van de Prijzen aan de Hoofden van de Prijzenbureaus. Daarinwordt herinnerd aan het standpunt van de prijsbeheersing, dat derente, welke sinds Mei 1940 op de waarde van maagdelijk bouwterrein isbijgeschreven, niet als kostprijsfactor bij de bepaling van de prijs van hetbouwrijpe terrein in aanmerking kan komen, aangezien het Vervreem-dingsbesluit Onroerende Zaken de prijs van ongebouwd onroerend goedheeft vastgelegd op de prijzen, die op genoemde datum gebruikelijk enredelijk waren. Er is nu op gewezen dat dit niet-erkennen van de rentezou kunnen leiden tot eindprijzen, welke onder alle omstandigheden ver-liesgevend zullen zijn. Ten einde dit te vermijden is nu bepaald dat derente aanvaard kan worden in de exploitatie-opzet van die gemeenten, diethans ruw terrein aankopen m.et het oogmerk dit terrein bouwrijp te makenen te exploiteren, hetzij door dit te verkopen, hetzij door het in erfpachtuit te geven. Uiteraard dient deze exploitatie-opzet, waarbij met de huidigekosten van bouwrijp maken rekening kan worden gehouden, redelijk te zijnen zich uit te strekken over een periode, die niet langer is dan voor Mei1940 bij een dergelijke opzet gebruikelijk was. Ten aanzien van de ge-meenten, die reeds voor Mei 1940 begonnen waren met het in exploitatiebrengen van gronden, doch die daarin door de oorlogsomstandigaedenzijn blijven steken, wordt het standpunt ingenomen dat de periode tussen1 Mei 1940 en 1 Januari 1948 als een gedwongen stilstand door overmachtdient te worden beschouwd, ten aanzien w.aarvan het niet aangaat hetdaardoor ontstane renteverlies op de consument-grondgebruiker of andersgezegd de Rijksoverheid, die thans de onrendabele kop der bouwkostenfinanciert, te verhalen. Voor deze exploitatie zal men dus per 1 Januari1946 een nieuwe exploitatie-opzet dienen te beginnen, waarbij als deinbrengwaarde van de ruwe grond de verkoopwaarde per Mei 1941 dientte worden aangehouden.Deze erkenning van rente als kostprijsfactor geldt alleen voor gemeenten,die maagdelijk terrein kopen met het oogmerk dit als bouwrijp terreinuit te geven. Ten aanzien van particuUer of particuliere exploitatie-maat-schappij, die een zelfde doel nastreeft, kan een zelfde gedragsregel wordengevolgd, niet ten aanzien van de particulier, die ruwe grond gekoch: heeftmet het oogmerk deze met winst te verkopen.Woningbouw CharloisHet in ons vorige nummer vermelde plan tot de bouw van 500 woningenin de polder Charlois te Rotterdam is door de gemeenteraad na enige Q^discussie aangenomen. -'?-^BinnenlandOverzicht vantijdachriftenWederopbouwplan en stedebouwkundige regeleningevolge de Woningwet RotterdamMen weet dat de zeer fragmentarische regeling van het wederopbouwplano.a. tot gevolg heeft, dat na de vaststelling van zodanig plan twijfel kanontstaan omtrent de becordeling van bouwplannen, die aan dit planvoldoen, maar niet aan oude op grond van de Woningwet voor dezelfdeterreinen vastgestelde stedebouwkundige regelingen. Volgens de letter vande Woningwet zou dan tot weigering van bouwvergunning moeten wor-den overgegaan. Om dit te voorkomen hebben B. en W. van Rotterdam nubij de gemeenteraad een voorstel aanhangig gemaakt, strekkende tot deintrekking van alle uitbreidingsplannen, voorschriften voor de bebouwdekom en bizondsre rooilijnen voor het gebied van het wederopbouvviplan.Overzicht van tijdschriftenNederlandBouiv, No. 19. 8 Mei 1948Organisatie van de Woningwetbouw, door J. Bommer. Schr. behandelt,uitgaande van de gedachte d.at een niet onbelangrijk deel van de woning-voorziening in de toekomst in handen van de verenigingen zal zijn, eenaantal vragen van organisatie, en wel de doelmatige spreiding der ver-enigingen, het deskundig beheer, de mate van zelfstandigheid, de finan-ciele positie en de verordenende bevoegdheid in eigen kring. Hij aanvaardtde schakering der verenigingen naar levensbeschouwing, maar acht eenalgemene vereniging geboden, waar afzonderlijke organisatie tot ondoel-matig werk zou leiden. Provinciale adviesbureaus zijn een programma-punt van de Nationale Woningraad. De nieuwe bijdrageregeling zal dezelfstandigheid der verenigingen bevorderen. Het overlaten van batigesaldi aan de verenigingen en verhoogde contributies en aandeelbedragenzouden de financiele positie kunnen versterken. Een centraal fin-.ncierings-instituut zou de invloed van de toevallige omstandigheden van de schatkistop de woningbouw kunnen opheffen. Een voorstel tot het toekennen vanverordenende bevoegdheid aan de Nationale Woningraad is thans bij deStaatscommissie tot herziening der Woningwet aanhangig.Overheid en particuliere bouwexploitatie, door Mr. J. Wilkens. Op devraag welke eisen van overheidswege aan de particuliere bouwexploitatiedienen te worden gesteld, antwoord schr.: geen. Z.i. vormt het credieteen sterke natuurlijke controle op de exploitatie, een controle die doormaatregelen van de overheid wordt doorkruist. De overheid is reedsoverbelast, terwijl de bedrijven veelal voor de overheidsmaatregelen meertijd moeten besteden dan voor de productie zelf. Ook de overheidssteunis geen argument voor bemoeiing, immers ze is slechts een gevolg van dehuurpolitiek.Bouw-en woningtoezicht, door Jhr. Ir. J. de Ranitz. Uiteenzetting in detrant van het bekende boekje van schr. over dit onderwerp., No. 120, 15 Mei 1948Stadsverwarming, door Ir. H. J. Mijnlieff. Schr. somt de bekende voor-delen van stadsverwarming kort op en wijst hiertegenover op de kosten.De ontwikkeling van het bedrijf in Utrecht wordt geschetst. Met afbb., No. 21, 22 Mei 1948Kerkgebouw en samenleving, door Ir. P. Verhagen Lzn. Excerpt uit eenvoordracht op het Congres Nederlands Nieuwe Kerken te Rotterdam. Dekerk heeft over heit algemeen in onze nederzettingen een toevallige plaats.AUeen in de radiaal-concentrische kringdorpen en de kasteeldorpen issprake van een min of mec* stedebouwkundig bepaalde plaats. In dekleine gemeenschap is er een centrum, in de grote dorpen ontstaat diffe-rentiatie: het kerkgebouw enigszins afgescheiden van het centrum. In destad is een grotere differentiatie wenselijk. Aard en wezen van de kerken ook het schaalverschil tussen kerk en overige bebouwing vragen omeen eigen marge, een ruimte behorende bij de kerk. Het projecteren vande kerkelijke dienstgebouwen rond het kerkelijk erf is aantrekkelijk, maarmen hoede zich voor te grote concentratie. Het verticale element van detoren blijft wenselijk, ondanks hoge gebouwen van andere aard; menzoeke echter ook naar andere dominerende vormen, als de koepel., No. 22, 29 Mei 194896Tariefloon zonder plafond, door A. L. G. M. Rombouts. Schr. geeftcijfers over de vraag of de tarieven in het bouwbedrijf sociaal verant-woord zijn en wat de invloed is op de bouwkosten.Meer woningen voor de Industrie. Verslag van een lezing van Ir. J. vanEttinger. Het woonvraagstuk van de arbeiders en het hoger personeelvan de Industrie begint een uitgesproken bedrijfseconomisch vraagstuk teworden. Uitbreiding van de productie met prefabs is niet te verwachten,omdat zij steunen op schaarse materialen en 10% duurder zijn dan detraditionele woningen. Rationele bouw van grote aantallen traditionelewoningen moet dus de hoofdzaak zijn. De Herstelbank heeft hiervoorcredieten beschikbaar gesteld. Hiervoor is een organisatie in het leven ge-roepen. De capaciteit van de woningbouw kan worden opgevoerd doorniet uit te gaan, wat de inhoud betreft, boven de woning van voor deoorlog. De woningen dienen te worden gebouwd, waar zij ter beschikkingkomen van de economisch meest belangrijke subjecten, d.w.z. aan deIndustrie dienen belangrijk meer woningen te worden toegewezen dande 2000, die hiervoor dit jaar zijn gereserveerd.Bouwbedrijf en Openhare Werken. No. 9, 29 April 1948Woningtoeslag voor grote gezinnen, door Ir. C. J. van Mansum. Schr.stelt het vraagstuk van de hoge huur van de woningen voor grote ge-zinnen aan de orde en doet uitvoerig mededeling over een in Frankrijkin practijk gebracht stelsel van woningtoeslagen, dat hierin beoogt tevoorzien. Met plattegronden.EconomischStatistische Berichten, No. 1617, 5 Mei 1948Woningbehoefte en woningvraag, door Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom.Niet de gezinnen, maar de huishoudens moe'en de grondslag zijn van dewoningvraag. Schr. licht dit nader toe., No. 1620, 26 Mei 1948Het soci?al-economisch oiiderzoekingswerk in de Nederlandse gemeente,door L. H. Klaassen. Korte uiteenzetting van het belang van deze onder-zoekingen.Maandblad van N. Samsom N.V., No. 5, Mei 1948Verkoop van Woningwetwoningen. Bespreking van de recente circulaireover de verkoop van Woningwetwoningen aan corlogsslachtoffers. Deinhoud van de circulaire wordt weergegeven, aansluitend bij een uiteen-zetting van de geldende regehng inzake verkoop van Woningwetwoningenin het algemeen.Volkshuisvesting en winstmo'ief. Artikel naar aanleiding van de tegen-g^stelde beschouwingen van Ir. K. L. van der Schaar en Mr. C. ten Hagenin Bouw.Het voorkeursrecht van de eigenaar. De ministeriele richtlijnen be-palen dat bij de toewijzing van e'en gevorderde woning zoveel mogelijkrekening wordt gehouden met de voorkeur van de eigenaar. Twee Col-leges van Gedeputeerde Staten hebben hierover onlangs uitspraken ge-daan, die nader onder het cog worden gezien.Maatschappijbelangen, No. 5, Mei 1948II. Constructieve wederopbouw-politiek, door Ir. C. Wolterbeek. Aansluitendbij zijn cri'iek in een vorig artikel doet schr. thans vcorstellen voor dewederopbouwpolitiek. Het bouwprogramma worde gebaseerd op de wer-kelijkheid, zonder inflatorische tendensen; de overheid regele alleen hetbouwvolume en breke alle kunstmatige barrieres af: vertrouwen worde ge-steld in het inzicht en de zelfs'andige kracht van de particuliere onder-nemer. Wederopbouw kan eerst op de tweede plaats kcmen na deindustrialisatie. De financiele hulp worde ingetrokken en daartegenoverworde de huurvastt'eUing milder geregeld. Verbouwing van bestaandehuizen voor dubbele bewoning, woningbouw voor industrie-arbeiders methuursubsidie van hun werkgevers en bouw voor particulieren, die letsmeer voor hun woning over hebben, zou dan mogelijk zijn. Eerst laterkan dan weer een matige subsidiering van Woningwetbouw volgen. ,,Mis-schien z,al het nodig zijn tijdelijk alle gemeentelijke bouwverordeningenbuiten werking te stellen; zeker zal men alle supervisoren moeten uit-schakelen". ,,Een duchtige opruiming in het administratief zo bedenkelijkuitgegroeide stelsel van uitbreidings- en streekplannen is een absolutevereiste."De Nederlandse Gemeente, No. 19, 7 Mei 1948Woningbouwperikel, door Mr. A. Kleijn. Schr. rectificeert ziin artikeltjein een vorig nummer over de bekende bepaling dat 260' m-' niet magworden overschreden als gemiddelde bij de bouw van Woningwetwoningenvoor normale gezinnen.. No. 22, 28 Mei 1948Onderhoud van Woningwetwoningen, door A. Venverloo. Bespreking vande nieuwe circulaire.Tijdschrift voor Overheidsadministratie, No. 167, 27 Mei 1948Het woonvraags uk in ens verarmde Nederland, door Mr. Dr. H. J.Romeijn. Schr. pleit voor samenwerking tussen overheid en particulierenom door samenwoning tot een dragelijke oplossing van het huisvestir.gs-vraagstuk te komen. Bij de vorming van groepen personen en de per-ceelskeuze zal het particulier initiatief een belangrijke rol kunnen spelen.BelgieArchitecture, Urbanisme, Habitation, No. 3, Maart 1948Problemes d'urbanisme a Leopoldville. De oudste bouwwetgeving in deBelgische Congo dateert van 1910. Een commissie heeft een nieuwbesluit inzake de stedebouw ontworpen. Het stedebouwkundig werk heeftoverwegend betrekking op domeingronden en ontmoet dus minder weer-stand dan in Europa. Andererzijds is de moeilijkheid dat men hier nietmet gestabiliseerde nederzettingen te maken heeft. Leopoldville had bijhet begin van deze eeuw slechts 800 dnwoners, in 1927 bijna 48.000, thansbijna 87.000. Het verkeersprobleem is in overweging; het bevat bizonderemoeilljkheden. Met drie foto's.?[|Y Ketels, MachinesenX^^ Zware Stukkenopstellen, hijsen en vervoeren isHET ADRESFIRMAJAC. STOOF&ZONENBREDA HILVERSUMKloosterplein 9bis Bussumerslr. 27Tel. 8961-9350 Tel. 7489Annex groothandel in en vervoer van zand-grintN.V. Houtfactor en ExpeditiebedrijfYoorheenl. Hooglancl & ZoneiiExpediteurs AmsterdamTasmanstraat 11 -- Interc. Telefoon 41963 en 34366Loods Minervahaven -- Telefoon 46143MotorsleepdiensI -- HoutfactorsVerhuring van DEKSCHUITEND.CornelissenAMSTERDAM-C Sloterdijkstraat 1 Tel. 40619Aannemer vanSLOOPWERKENHandel inAFBRAAK. ONGEREGELDE GOEDERENIJZER EN METAALALTASTALENRAMENDEURENFRONTENAlta N.V., Den HaagBinckhorstlaan 301Zandstcalen Metalliseren Kwaliteitswerk' ^SiJ"y^^'i^n^^immx LfraiiffiLJ.vanOOSvvillhuENDORPVijvarholst'- 64 80 - Tel. 45515 (2 VENSTERGLAS o FIGUURGLAS o DRAADGLAS [, 1FILIAAL; DORDRECHT, VEST 1, TELEFOON 3683TIMMER- EN MEUBELFABRIEK.HOUTHANDEL - ZAGERIJGRONINGEN - BUITEN DAMSTERDIEP Z.z. 15 TEL, 28514Voor grond- en straaiwerkC. de Rade'sAannemingsbedrijf? Rotterdam (Z)Dordtse Straatweg 934 - Tel. 72261VERVENLAKKENVOOR DEWEDEROPBOIWOnze SPECIAAL'productenMURENWODAN-PLASTICWODAN-EMULSIEVERFRAMSES-SPECIAALMINERAALVERF (pasta en fixatief)kunnen ZONDER JOEWIJZINGgeleverd \yorden.Fraai aanzienDuurzaamWatervastVraagi nadere inlichiingen bij?>WODAN? VERF- EN LAKFABRIEKENJACOB MARTENSAMSTERDAM-WDonker Curtiusslraat 9-11 Telefoon 87880-87893310Uii voorraad leverbaar:Rustige artistieke BEHANGSELPAPIEREN in eik genrevoor het behangen Uwer woningen en voor nieuwbouw.N. V. Behangselpapiergroothandel v. h.FIRMA A. GOUDSMITHeerebinnensingel 1, Groningen, Tel. 20121Opgericht 1890 Geen FilialenEHANGSEL5POLSSLA6 VAN DEZEN TUPCJPROEFSTATION VOOR BOUW-MATERIALEN EN BUREAU voorC H E M I S C H ONDERZOEK292Koning&BienfaitAMSTERDAM Da Costakade 104 Telef. 83047Atelier voor:Metalen Model- en MaquettebouwBewegende MaquettesReclanne-lnstallaties voorDemonstraties en TentoonstelllngenH. G. JANSEN Wal 17a -Telefoon 5702 - EindhovenflfiOEteriiitGOLF-PLATENged. handelsmerkBUIZENVLAKKE PLATENKOMEN WEER IN BEPERKTE HOEVEELHEIDN.V. ETERNIT . AMSTERDAMNIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 TEL. 49644-49744-49844148DuitslandMitteilungen des Deutschen Verbandes fiir Wohnungswesen,Stadtebau and Raumplanung, No. 1, 1948Zur Forderung einer Massordnung im Hochbau, door Prof. Dr. RichardDocker. Mededelingen over pogingen na de oorlog in Duitsland om totcen normalisa'.ie van afmetingen in de etagebouw te komen Een grond-rnaat van 25 cm is aangenomen. Bizonderheden over de reeks van grond-maten en van onderdelen en over de tolerantie worden medegedeeld.EngelandInformation Bulletin. No. 181, Juni 1948Accept Abundance. Het redactioneel artikel in een vorig nummer heefteen gedachtenwisseling met lezers ontketend, waarin sommigen betoogdhebben dat de plannen op een periode van schaarste moeten wordeningericht. De Redactie bestrijdt deze gedachte. Zij noemt de gedachte vanschaarste een zuiver psychologisch geloof. Er is overvloed, als wij dezemaar door organisatle en gezond verstand weten te verwezenlijken.Journal of the Royal Institute o[ British Architects, No. 7,Mei 1948Planning and Town Development, door J. H. Forshaw. Vervolg vaneen artikel uit het vorige nummer. Na het historisch overzicht in beteerste gedeelte geeft schr. nu een betoog, waarin hi] aan zeer ve
Reacties