Juli-Aug. 1948SeJaargang - No. 7/8DeWoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres Toor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adres voor Adrertcntiea: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Nieuwe bijdrageregeling voor WoningwetbouwDoor het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvestingis de nieuwe financieringsregeling voor woningwet uitvoerigtoegelicht in een circulaire aan de gemeentebesturen, d.d.16 Juli 1948, No. 71830. Wij laten haar hieronder in haargeheel volgen.De stijging van de bouw- en exploitatiekosten van woningenheeft de vraag doen ontstaan, op welke wijze verliezen opna die oorlog gebouwde en te bouwen Woningwetwoningenmoeten worden gedekt. De tot dusver geldende regeling be-treffende het toekennen van bijdragen in de exploitatietekor-ten dezer woningen droeg slechts een voorlopig 'karakter;zij was de voortzetting van de bij circulaire van de Secre-taris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zakend.d. 27 Augustus 1941, No. 9224 Ml/Circ, afd. Volkshuis-vesting, bekend gemaakte bijdrageregeling, waartegen '-- af-gescheiden van het feit, dat haar materiele inhoud niet voldoetaan de door de veranderde omstandigheden gewijzigde eisenen ook niet meer past in het kader der door de regering ten,aanzien van de Woningwetbouw ontwikkelde nieuwe ge-dachten -- als ernstigste bezwaar kan worden aangevoerd,dat zij niet aan wettelijke eisen voldoet. In herinnering zij ge-bracht, dat aan de besturen van gemeenten, waar na de be-vrijding met steun ingevolge de Woningwet gebouwd werd enwordt, voorlopig is medegedeeld, dat gerekend kan wordenop een bijdrage ter dekking van het exploitatieverlies, waarinhet Rijk deelneemt voor 90 % voor een aantal woningen,gelijk aan het totale aantal in de gemeente door oorlogsom-standigheden verwoeste woningen, en voor 75 % voor dewoningen, welke bedoeld aantal te boven gaan.Teneinde deze voorlopige regeling te vervangen door eendefinitieve, is in het Woningbesluit een wijziging aange-bracht, waardoor een wettelijke basis voor een nieuwe rege-ling der bijdragen voor Woningwetbouw is geschapen; dezewijziging is tot stand gekomen bij Koninklijk Besluit d.d. 30December 1947, No. 65 (Staatsblad No. H. 468) Zij heeftuitsluitend betrekking op woningen, welke na 31 December1945 voor bewoning zijn gereed gekomen. Ter nadere uitwer-king van enige der nieuwe bepalingen van het Woningbesluitheb ik thans een beschikking vastgesteld, waarvan ik U eenexemplaar hierbij toezend.Beide -- Woningbesluit en beschikking tezamen -- behelzendus de nieuwe bijdrageregeling, welke op geheel andere leestis geschoeid dan de tot dusver geldende.Ter introductie der nieuwe regeling stel ik U in het hiernavolgende op de hoogte met haar grondslagen, waarbij iktevens enige concrete punten nader zal toelichten.Bij het ontwerpen der regeling zijn de volgende eisen voorogen gehouden:1. ze moet dekking opleveren voor het voile, door de oor-logsomstandigheden veroorzaakte exploitatieverlies;2. ze moet daarnaast dekking opleveren voor eventuele toe-komstige exploitatieverliezen;3. ze mag de gemeenten niet boven haar draagkracht be-lasten;4. ze moet de plaatselijke verantwoordelijkheid en zelfstan-digheid ontzien en waarborgen inhouden voor een zuinigbeheer;5. ze moet de financiele verplichtingen van het Rijk enerzijdsscherp afbakenen van die van de gemeenten, subsidiair dewoningbouw-corporaties, anderzijds;6. ze moet administratief eenvoudig zijn.Getracht is de regeling zoveel mogelijk aan deze eisen tedoen beantwoorden. In het kort samengevat, komt zij op hetvolgende neer:Nadat de gemeentebesturen hun aanvragen om Rijkssteuningevolge de Woningwet, vergezeld van tekeningen en bc-grotingen, hebben ingediend en daaromtrent door het Rijk eenbeslissing is genomen, wordt de Rijksbijdrage toegezegd.Zijn de woningen gereed, dan worden, aan de hand van daar-voor geldende algemene normen, berekend:a. de werkelijke exploitatiekosten; b. de exploitatiekosten,herleid tot het peil Mei 1940. De huur zal gelijk zijn aan desub b. bedoelde kosten. De bijdrage is gelijk aan het verschiltussen deze huur en de sub a. bedoelde kosten.Indien de zuivere bouwsom (d.w.z. de totale bouwkosten,exclusief bijkomende kosten, zoals architectenhonorarium, ren-teverlies en assurantie tijdens de bouw, e.d.) na uitvoering vanhet werk blijkt af te wijken van het bedrag, waarvoor dit isgegund, zal bij het vaststellen van de bijdrage aan de handvan een bouwkosten-index met het bedrag der afwijking wor-den rekening gehouden, voor zover dit een gevolg is vanwettelijke voorschriften of vanwege de overheid toegestaneof opgelegde herziening van prijzen, lonen en sociale la'sten;een dergelijke afwijking zal niet van invloed zijn op de huur,welke voor de woningen moet worden gevraagd.Ten aanzien van overschrijding van de gunningsbedragenals gevolg van het uitvoeren van meer-werk deel ik U mede,dat de desbetreffende kosten slechts dan in aanmerking kun-nen worden genomen bij het definitief vaststellen van huur enbijdrage, indien door het Rijk vooraf toestemming tot het uit-voeren van dit meer-werk is verleend. Deze toestemming zalin de toekomst uitsluitend worden gegeven voor meer-werkvan aanzienlijke omvang aan de fundering, waarvan de kos-ten meer dan f 250,-- per woning bedragen. Indien dus meer-werk van andere aard (b.v. aan het bouwwerk boven de fun-dering en minder belangrijke werkzaamheden aan de funde-ring zelf) wordt uitgevoerd, zullen de kosten daarvan uitslui-tend op de huur worden verrekend. Het is derhalve van hetgrootste belang, dat de gemeenten en woningbouwcorporatieswaken tegen deze overschrijdingen.Evenals dit bij de Financieringsregeling Woningbouw 1948het geval is, komt de bijdrage geheel voor rekening van hetRijk.De bijdrage blijft onveranderd, tenzij de huur wordt verhoogdof de rente der Rijksvoorschotten ingevolge de Woningwetwordt verlaagd. In die gevallen wordt de bijdrage opnieuwberekend.Exploitatieverliezen, welke mochten ontstaan nadat de bijdra-ge eenmaal is vastgesteld, zijn voor rekening van de gemeente,eventueel van de woningbouwcorporatie. Teneinde zo goedmogelijk te waarborgen, dat de gemeenten en de woningbouw- 4ocorporaties over middelen ter delcking van eventuele exploi-tatieverliezen beschikken, is de gemcente verplicht te zorgen,dat het lichaam, dat de woningen exploiteert, een reservevormt, waartoe zij jaarlljks een bedrag moet storten, gelijkaan tenminste 7 % en ten hoogste 15 % van de huur. Wordende woningen door een woningbouwcorporatie geexploiteerd,dan is de gemeente bevoegd deze te verplichten in de jaarlijk-se storting deel te nemen; deze deelneming bedraagt ten hoog-ste de helft van 7 '% der jaarhuur. Levert de exploitatie enigoverschot op, dan wordt dit aan de reserve toegevoegd.De reserve dient ter dekking van onvoorziene tekorten op deexploitatie en tot dekking van onvoorziene kapitaalsuitgaven,voorzover tot bestrijding daarvan niet over aanvullingsvoor-schotten kan worden beschikt.Gelij'k uit het vorensta'ande reeds bhjkt, wordt thans gebro-ken met het stelsel van jaarhjks aan de hand van de exploita-tieresultaten nader vast te stellen bijdragen, welke doorRijk en Gemeenten tezamen worden gedragen. In de plaatsdaarvan wordt bij de aanvang der exploitatie het verhes be-rekend, dat geacht kan worden het gevolg te zijn van de oor-logsomstandigheden -- met de mogehjkheid van latere cor-rectie ingeval van huurverhoging of van verlaging van derente der Rijksvoorschotten -- welk verlies geheel voor re-kening van het Rijk wordt genomen in de vorm van een bij-drage, welke jaarlijks tot een gelijk bedrag ter beschikkingder gemeente wordt gesteld. Uit administratief oogpuntwordt hier een vereenvoudiging bereikt ten opzichte van detot dusver gebezigde regeling, welke laatste evenwel voorde oude Woningwetwoningen (namelijk die, welke voor ofop 31 December 1945 voor bewoning gereed kwamen) voor-alsnog toepassing zal moeten blijven vinden. Verder danvergoeding van het hierboven bedoelde verlies gaat het Rijkniet (behoudens in de toekomst wellicht in het geval vanstimulering van krotopruiming).Andere verlie:zen, dan die tengevolge der oorlogsomstandig-heden, kunnen dus niet ten laste van het Rijk ikomen; dezemoeten door de reserve worden opgevangen.Voortaan is het dus volkomen duidelijk, waar de verplichtin-gen van het Rijk eindigen en die van de gemeenten, subsidiairde woningbouwcorporaties, beginnen. Verschil van inzichtomtrent de aansprakelijkheid voor eventuele exploitatieverlie-zen, gelijk dit in het verleden meermalen tot uiting is geko-men, met de gevolgen van dien, zoals het cumuleren van oudetekorten, is ten aanzien van de na-oorlogse Woningwetwo-ningen niet meer denkbaar. Aangezien het Rijk geen aanspra-kelijkheid aanvaardt voor verliezen, welke niet door de jaar-lijkse Rijksbijdrage worden gedekt, zal de gemeente goeddoen er in haar eigen financiele belang voor te zorgen, dat hettoezicht op het beheer van de Woningbouwcorporaties zoeffectief mogelijk zij. Daar bij het begin der exploitatie eenreele exploitatiemogelijkheid aanwezig is met de dan bepa'aldehuur en bijdrage, zal het bij een verstandig gevoerd Ijeheermogelijk zijn niet alleen de bezittingen in goede staat van on-derhoud te houden, maar tevens met de exploitatie een eigenkapitaal te vormen, dat de financiele positie der corporatieverstevigt.Doordat voor elk complex voortaan een reserve wordt ge-vormd, komt de exploitatie op een financieel gezonde basiste staan. Voorheen diende de bijdrage ieder jaar de sluitpostvan de rekening te vormen. Doordat echter de bijdrage aaneen maximum gebonden was, ontstonden zwevende tekorten,waarvoor noch het Rijk, noch veelal de gemeente de verant-woordelijkheid wilde aanvaarden.In vele gevallen hebben deze tekorten een aanzienlijke omvangverkregen. Welk standpunt ten aanzien van dit vraagstuk uit-eindelijk dient te worden ingenomen, is een vraag, welke --naar mag worden verwacht '-- de regering mede in beschou-wing zal nemen bij het overwegen der maatregelen, welketen behoeve van het herstel der gemeentelijke financiele zelf-standigheid moeten worden getroffen. Ten aanzien van de40 na-oorlogse Woningwetwoningen zullen dergelijke tekortentengevolge van de werking der nieuwe bijdrageregeling nietopnieuw kunnen ontstaan.De bevoegdheid der gemeentebesturen om woningbouwcor-poraties te doen deelnemen in de reservevorming, zal dezelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel bij dezecorporaties bevorderen. Tot dusverre waren zij nauwelijksrechtstreeks geinteresseerd bij de financiele uitkomsten derexploitatie. Zij kunnen nu met eigen financiele verantwoor-delijkheid worden ingeschakeld.Met betrekking tot het bepaalde in artikel 7 der beschikkingzij opgemerkt, dat het gemeentebestuur bevoegd is nadereregelen te stellen ter effectuering van het gemeentelijke toe-zicht op het beheer der reserve. Zo zal het aanbeveling ver-dienen voorschriften te geven omtrent de wijze, waarop dereserve wordt belegd.De regeling stelt de mogelijkheid in uitzicht, dat een voor een'vijftigjarig tijdvak toegekende bijdrage, op een door de Mi-nisters van Wederopbouw en Volkshuisvesting en van Fi-nancien te bepalen tijdstip zal kunnen worden vervangen dooreen uitkering ineens van haar gekapitaliseerde waarde (ar-tikel 24b, tweede lid, van het Woningbesluit). Deze bepalingis opgenomen met de bedoeling de Woningwetbouw, ook opdit punt, zoveel mogelijk op een lijn te stellen met de particu-liere bouw, al acht de regering het vooralsnog niet wenselijkzich bij voorbaat ^ zoals ten aanzien van de particulierebouw geschiedt -- te binden aan een verplichting tot afschrij-ving.Met betrekking tot de in de regeling opgenomen verplichtingtot het vormen van een reserve, welke verplichting -- het zijuitdrukkelijk gesteld --- geldt ten aanzien van de exploitatie,zowel door een gemeente als door een woningbouwcorporatie,ka!n de vraag worden gesteld, of een dergelijke reserve, inhet bijzonder bij gemeentelijke exploitatie, reden van bestaanheeft en of deze verplichting niet in conflict komt met anderevoorschriften van algemene aard, welke ten aanzien van hetgeldelijke beheer door een gemeente en haar organen zijngesteld. Ongetwijfeld zijn tegen het vormen van een reserve,als hier bedoeld, zekere bezwaren aan te voeren, doch deregering heeft na a'mpele overweging van deze vraag gemeendniettemin de eis tot reservering te moeten stellen, opda't ze-kerheid worde verkregen dat een mogelijkheid aanwezig isom de nadelige financiele gevolgen van de woningexploitatie,welke ontstaan nadat het excedent der stichtingskosten voorrekening van het Rijk is genomen, op te vangen.Ter vermijding van misverstand vestig ik er de aandacht op,dat de in artikel 1, sub d, der Beschikking genoemde normenvoor onderhbud en de aldaar sub h genoemde norm vooralgemene onkosten vooralsnog uitsluitend gelden ten aanzienvan de na-oorlogse Woningwetwoningen. Weliswaar ligthet in de bedoeling mettertijd de overeenkomstige normen ookvan toepassing te verklaren voor de woningen, welke voor ofop 31 December 1945 voor bewoning gereed zijn gekomen,doch deze maatregel zal eerst worden genomen, wa'nneerw^ordt overgegaan tot het invoeren van een huurverhoging,welke de exploitatiemogelijkheid dezer woningen verruimt.Bij schrijven d.d. 24 April 1948, No. 41485 EWW (O), isaan de gemeentebesturen mededeling gedaan omtrent de in-deling der gemeenten in de drie klassen voor onderhoud.Met betrekking tot de huurbepaling, waarvan in artikel 3 derbeschikking sprake is, merk ik duidelijkheidshalve op, dat innormale gevallen de exploitatiekosten, berekend aan de handvan artikel 1, hiervoor de grondslag vormen. Indien in de wo-ningen bijzondere voorzieningen (b.v. centrale verwarming,warmwatervoorziening) worden aangebracht kan hiermedebij het bepalen van de huurprijs, op grond van de prijsvoor-schriften, rekening worden gehouden in die zin, dat deze bij-zondere voorzieningen selfsupporting dienen te zijn. De prijs,waarvoor de woningen mogen worden verhuurd, kan dus ho-ger zijn dan de in artikel 3 bedoelde huur.Volledigheidshalve deel ik U mede, dat de regering op ditmoment mede de vraag in overweging heeft genomen, of aan-leiding bestaat tot het verlagen van het rentetype van uit, i^"* V"W**-'rId11!1**1.,' " . . - ; .? --. ? ,? ??ff . . -, ??- ? . -Vf-.,.?' : cm. dikke cementlaag, waarin geborgen de buizenvan de electrische geleidingen. Aan de onderzijde zijn de vloe-ren op de normale wijze gestucadoord.De vloeren voldoen uitstekend, zijn warm en droog, wel ,,zwe-ten" ze aanvankelijk nog wel iets, maar zodra het ,,werk-water" verdampt is, doet dit verschijnsel zich niet meer voor.De bewoners moeten echter de vloeren niet gaan schrobben ofnat afnemen. Ze dienen droog te worden behandeld.Bij het 19e woningcomplex zijn twee plantsoenen met speel-gelegenheid voor de kleinere kinderen geprojecteerd. De wijzevan opzet is echter nog in studie. Waarschijnlijk zal bij wijzevan proef een der plantsoenen worden aangelegd, waarbij ge-tracht zal worden de bewoners in een vereniging samen tebrengen en aan deze het beheer en toezicht over het plantsoenover te dragen.In het 20e gemeentelijk woningcomplex zijn enige blokkenmeergezinswoningen opgenomen. Deze blokken bestaan uit 3woonlagen. Per 6 woningen (2 op elke woonlaag) is er eeningang en trappehuis. De voordeuren der woningen komendus uit in de trappenhal.De avond- en nachtverlichting van deze trappenhal zal wor-den aangesloten op de kabel voor de straatverlichting.De woonlagen op de verdieping hebben alle een ruim balcon,en ook de ,,lavet".Voorts heeft elke woning nog een schuurtje en een keldertje,die van de trappenhal uit bereikbaar zijn.Op het balcon zal verder nog een kolenbak worden gemaakt,terwijl drooglijnen op ordelijke wijze zullen worden aange-bracht.Deze wijze van bouwen is voor de gemeente Hilversum alstuindorp iets nieuws en de technische dienst van publieke wer-ken verbeidt met spanning de ervaring met de bewoning vandeze meergezinswoningen.Bij dit 20e complex vormen de schuurtjcs de afscheiding tus-sen twee woningblokken. De schuurtjes zijn of worden daar-toe in een ononderbroken reeks gebouwd en vormen de achter-zijde der tuinen. De bewoners zullen dus van hun achterburengeen last hebben, terwijl de controle op hun schuurtjes een-voudiger wordt, daar hoogstens de gezinsleden van 3 of 4gezinnen hun tuinen passeren om de schuurtjes te bereiken.Ook deze oplossing is iets nieuws, althans hier in Hilversum.De bewoners hebben daardoor achter hun huizen meer vrij-heid.De reeds voltooide woningen van het 19e en 20e gemeentelijkewoningcomplex maken, niettegenstaande de materiaalmoeilijk-heden een verzorgde indruk en de bewoners zijn met de in-richting uiterst tevreden.Tenslotte zij vermeld, dat de bouw tot dusverre tamelijk vlotverloopt. Begonnen op 1 December 1946 zijn er tot dusverre73 woningen gereed; medegerekend de langdurige winter1946--1947, betekent dit een tempo van 7 dagen per woning.De hierbij afgedrukte platte gronden en foto's geven eenbeeld van hetgeen tot stand is gekomen. Vele bouwverenigin-Hilvf 19e Gemeentelijke woningbouw (Detail voorgevel) Architect W. M. Dudok '+-'gen en andere bouwinstanties hebben de woningen bezochtom een indruk te krijgen van de mogelijkheden, die er nogzijn ondanks de huidige moeilijkheden en het ,,lavet" verheugtzich daarbij in aller belangstelling.Hieronder nog enige bijzonderheden:De huurprijzen zijn met verwijzing naar de plattegronden,(zie volgend blad), inzake woningtype en bouwjaar :Bouwjaar 1946Woningtype A- ... .^ B''., ' C,, DE.... F,, GHBouwjaar 1947Woningtype A,, BDBouwjaar 1948Woningtype AG,. H19e gemeentelijk woningcomplex:f 6.256.607.607.707.208.-10.8010.--10 stuks1410512612 (kl. midd.woningen)Totaal 60 stuks20e gemeentelijk woningcomplex/ 6.445.395.1412.--60 stuks1028(beg. gr. meergez.(woningen)(verd. meergez.(woningen)21 e gemeentelijk woningcomplexf 6.30 23 stuks,, 8.50 2 ,, (groot gezins-,", 5.25 4 ,, (woningen)50Totaal 29 stuksStichtingskosten:19e gem. woningcomplex :60 woningen w.o. 12 kleine middenst.woningen f 864.000.--20e gem. woningcomplex :98 woningen + 4 winkelhuizen / 1.256.000.--21e gem. woningcomplex :29 woningen f 357.000,--Hierbij wordt opgemerkt, dat alle drie complexen nog in uit-voering zijn en verrekening inzake de risicoregelingen betref-fende het stijgen van lonen, en materiaalprijzen nog moetenworden opgezet.J. A. G. Schuurman, adj. dir.De Financiering van onze WoningbouwOp de jaarvergadering van de Nederlandse Spaarbankbond,de 37e Spaarbankdag, dit jaar gehouden in de Kurhaus-zaalte Scheveningen, werd door Prof. Dr. N. J. Polak een hoogstinteressante en belangrijke voordracht gehouden over definancieringsproblemen die verband houden met en voort-vloeien uit de Financieringsregeling 1947. Het onderwerpwerd behandeld en belicht vanuit de gezichtshoek van deInstitutionele beleggers die voorheen op ruime schaal hypo-thecair crediet plachten te verstrekken, maar welker hypo-theek-portefeuilles, door de oorlogs- en de naoorlogs omstan-digheden op het terrein van de beleggingsmogehjkheden, bijnageheel verloren zijn gegaan. Bedroeg in de jaren voor 1940het percentage der hypothecaire leningen nog ongeveer 1/3van het totaal, thans is gemiddeld niet meer dan 5 % der be-schikbare middelen in hypotheken belegd.Het betoog van Prof. Polak sloot aan bij de richtlijnen en denormen, zoals die in de Financieringsregehng 1947 zijn ge-geven en baseerde zich voorts op de reductiecijfers, zoals dieHilversum 19e Gemeentelijke woningbouw Architect W. M. Dudokvan de zijde van het Departement van Wederopbouw enVolkshuisvesting zijn gegeven ter berekening van het ren-dabele en het niet-rendabele gedeelte der bouwkosten.Daarnaast werd een zekere conjunctuur'Verwachting verdis-conteerd in de te verwachten stijging van de vaste lasten, vande huurpeilindex en van de index levensonderhoud.Zo werd als gegeven van het verloop dier lasten en indicesin een bepaald geval aangenomen:Bij het gereed-komen van hetbouwwerkVaste lastenin glds146Huurpeil-index100Index levens-ondehoud100na 1 aar 146 100 100,, 2 146 100 102,, 3 170 125 105,, 4 170 125 108., 5 170 140 110,, 6 ,, 170 140 110,, 7 ,, 170 140 110,, 8 170 160 115,, 9 170 160 120,, 10 180 180 120Uitgaande van deze gegevens werd voor een als voorbeeldaangegeven geval: de stichting van een perceel waarvan degrondwaarde op f 2.000, --, de bouwkosten op f 20.000, -- ,de jaarhuur op f 900,-- en de vaste lasten op f 146,'-- wer-den gesteld, becijferd, dat de niet rendabele bouwkosten na10 jaar zouden zijn teruggelopen van f 11486,-- tot f 11049,^--.De jaarhuur zou in die periode zijn gestegen van f 900,--tot f 1620,--.Indien mag worden aangenomen, dat de conjunctuur verwach-ting van Prof. Polak op een juist inzicht is gebaseerd en over-eenkomstig die verwachting het verloop der prijzen zich zalbewegen, dan dient met grote nadruk de aandacht te wordengevestigd op een groot gevaar wat hier om de hoek komtkijken. Een gevaar wat een bedreiging vormt voor het toe-komstige welvaartspeil van de massa der woningbehoevendenen waarvan een blijvende en steeds toenemende ongelijkheidin huurpeil voor oud- en nieuw-woningbezit het gevolg zal zijn.Wij bedoelen de veet te tage reductiecijfers aan de handwaarvan het rendabele- en het niet-rendabele deel der bouw-kosten worden bepaald.Reeds eerder betoogden wij, dat deze veel te lage reductie~cijfers, die als theoretisch doel hebben een herleiding vanbouwkosten en huurpeil tot het vooroorlogse peil, in de practijkleiden zullen tot een huurpeil wat in werkelijkheid meer dan40 % ligt boven het vooroorlogse niveau.55So- Q. >(>De theorie zegt dan, dat de huur van een dergelijke woningis gereduceerd tot voaroorlogs peit en dat dus elke mogelijkgeworden of toelaatbaar te achten huurverhoging, op grondvan de gestegen index levensonderhoud -- waarmee de loon-index geacht wordt op en neer te gaan -- op deze geredu-ceerde huur kan worden bijgerekend.De practijk wordt dan, dat de huur van een gelijkwaardigewoning, gebouwd voor 9 Mei 1940, na 10 jaar zal zijn ge-stegen met 80 % van de werkelijke vooroorlogse huur en vande nieuwe, na de oorlog gebouwde woningen, met 80% vande theoretische vooroorlogse huur.Om enige cijfers te noemen:De huur van een vooroorlogse woning be-droeg en bedraagt nog f 5,-- p. weekBij de stijging van de huurpeilindex met80% zal dit na 10 jaar worden een huurvan f 9,-- p. weekDe huur van een na de oorlog gebouwdewoning wordt, aan de hand der bestaandevoorschriften, theoretisch gereduceerd totvooroorlogs peil, doch zal bedragen f 7,-- p. weekBij een stijging van de huurpeilindex met80% zal dit na 10 jaar worden een huurvan f 12,60 p. weekHet huurverschil tussen het oude en het nieuwe woningbezitwordt dan een blijvend verschijnsel en schept blijvend on-billijke verhoudingen. De gehele strekking van het -- overi-gens zeer boeiende en leerzame -- betoog van prof. Polakwas op deze m.i. wankele basis gebouwd. Hier worden illusiesgewekt die tot teleurstelling zullen moeten leiden.Want het zal een illusie blijken een dergelijk groot verschilin huur blijvend te handhaven, terwijl het ook een illusie zalblijken het huurpeil van de oude woningen op te trekken tothet geforceerde huurpeil der nieuwe woningen, zonder hetevenwicht tussen lonen en prijzen te verstoren en zonder dusde bedrijfsvrede in gevaar te brengen.Aan de draagkracht der bewoners van de nieuw gebouwdeen te bouwen woningen worden vanaf de aanvang reeds zohoge eisen gesteld dat het uitgesloten mag worden geacht datmen, uitgaande van deze geforceerde reductiehuur laternogmaals de voile last der gestegen index daarop kan af-wentelen.De hiervooT door mij gegeven cijfers hebben betrekking op denormale arbeiderswoningen zoals die voor 1940 algemeenwerden gebouwd en waarvan de huur gemiddeld f 5,-- perweek bedraagt. Voor 1940 gold als stelregel dat gemiddeld1/6 a 1/7 van het gezinsinkomen aan huur kon worden besteed.Neemt men nu in aanmerking, dat de huur van gelijke na deoorlog gebouwde woningen volgens het schema van Prof. Po-lak 10 jaar na het gereedkomen zal bedragen ongeveer f 12,60per week, dan is het niet moeilijk om daaruit een conclusie tetrekken voor wat betreft de toekomstige verhouding tusseninkomen en woninghuur.Aannemende, dat het gemiddelde inkomen van de categorieder door ons bedoelde bewoners voor 1940 bedroef f 32,50per week, dat dit inkomen thans gesteld mag worden op gemid-deld f 45,50 per week (40 % verhoogd) en na 10 jaar opf 54,60 per week (20 '% verhoogd) dan zou de gemiddeldehuur bij gelijke verhouding tussen loon en huur kunnen zijnf 8,40 per week (of 2/13, d.i. 15,4 % van het inkomen).De huur zal dan echter zijn f 12,60 per week, of 3/13 d.i.23 % van het inkomen.Nu behoeft het vorenstaande nog geen afbreuk te doen aanhet streven om ook de institutionele beleggers te animeren totmedewerking aan de financiering van onze woningbouw. Wantdeze beleggers zullen, ook bij een minder geforceerde huur-stijging, toch ten voile hun belang en risico gedekt vinden doorde bijdragen van het Rijk in de exploitatiekosten, welke bij-drage uiteraard hoger zal zijn naar mate de huurstijging ge-OL, ringer kan zijn.De uiteindelijke hoogte van het niet-rendabele gedeelte derbouwkosten, zoals dat na 10 --- eventueel 15 -- jaar doorde Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting zal wor-den vastgesteld, zal ten slotte moeten berusten niet ,cp eentheoretisch becijferde huuropbrengst die, uitgaande van eenveel te laag reductiecijfer bij de stichting, een geflateerde uit-komst moet geven, maar op de reeel mogelijke huren die afge-leid kunnen worden uit het indexcijfer van lonen en kostenvan levensonderhoud.TJ. KINGMAZaandam, Juni 1948.Een mening over het artikel,,Ervaringen van een Woninginspectie"Met belangstelling las ik in ,,De Woningbouwvereniging"van April/Mei j.l. ,,Ervaringen van een woninginspectrice".Als hartekreet van een jongere collega, die dagelijks met hetvolkshuisvestingsprobleem worstelt, is dit korte artikel tewaarderen.Maar .... is het zo, dat menig woningopzichteres zich nog teveel op haar vooroorlogse terrein bevindt? Wordt hier bedoeldhet beheer van gemeente- en verenigingswoningen? Dit be-langrijke werk is na de oorlog nog in omvang en in betekenistoegenomen. Het raakt allerminst zijdelings het machtige pro-bleem, dat ons gehele volksbestaan beheerst, maar vat het weldegelijk in de kern aan. Overal komt de woningopzichteresmet haar werk in aanraking met de gevolgen van de woning-nood. Zij ontdekt vele, op grond van de omstandigheden toe-gelaten, maar niettemin ontoelaatbare samenwoningen en doorinterne verhuizingen kan zij goede voorzieningen treffen. Ditis vooral mogelijk als de verenigingen in de huurovereenkomsteen clausule hebben opgenomen, dat de huurders, in verbandmet gewijzigde gezinsomstandigheden, in overleg met dewoningopzichteres van woning moeten veranderen. Dit is eenblijk van een verstandig beheer, -- de woonruimte wordtdaardoor doelmatig verdeeld. In onze dagen, nu het woning-tekort verontrustend is, blijkt deze maatregel van betekenis.De ervaren woningopzichteres, die de gezinnen, door jaren-lang gelijkmatig contact, door en door kent, kan allerleioplossingen vinden. Door deze vakkundige arbeid wordt eengoede selectie gewaarborgd.Ervaringen bij het werk van de Sociale Afdeling van Volks-'huisvesting te Rotterdam hebben ons geleerd, dat verenigingenen ook stichtingen verantwoord toewijzen. Zelden wordt danook voor een ,,urgentiewoning" een eigen candidaat voor-gesteld.,,Urgentiewoningen" zijn panden, welke rechtstreeks door dehuisvestingsbureaux worden toegewezen. In Amsterdam enRotterdam omvatten deze 20'% van de beschikbaar komendewoningen. Het zou allerminst verantwoord zijn, in verbandmet de grote woningnood, dit percentage te verhogen.Er is wel degelijk sprake van verruiming van het eigenlijkewerk van de woningopzichteres, dat in wezen hetzelfde isgebleven. Nog altijd is de zorg voor goede bewoning en regel-matige huurbetaling belangrijk maatschappelijk werk. Juistvanuit de zakelijke relatie met de huisvrouwen kan een be-tekenisvolle bei'nvloeding van het gezinsleven worden opge-bouwd en menig gezin kan daardoor voor afglijden wordenbehoed.Woningwerk kan geenszins door gezinszorg worden vervan-gen. De woningopzichteres kan coordinerend werk verrichten.In haar kantoortje kan voorbereidend werk met andere socialewerksters worden gedaan. Zo wordt al te veel inmenging inhet gezinsleven voorkomen, waardoor niet 6 a7 sociale werk-sters een gezin zonder noodzaak bezoeken. Wordt in de be-heerde woning ruimte gevorderd, dan kan de woningopzich-teres adviseren.Kwantitatief zal deze arbeid in de volkswoningen weinig be-tekenen, kwalitatief is ze overal belangrijk. Voorlichtings- enHllve 20c Geinijc:ii-i:jK- itect W. M. Dudokopsporingswerk kan door de woningopzichteres worden ver-richt, in verband met de z.g. clandestine bewoning, het zonderwoonvergunning betrekken van een woning of woonruimte.Naast dit belangrijke werkgebied is na de oorlog een tweedeveel omvattende taak ontstaan: het uitbrengen van adviezenvoor de volkshuisvesting, in verband met het moeilijke, maarnoodzakelijke werk van woonruimte-vordering en de toewijzingvan de beschikbaar gekomen ruimte.In het Meinummer van het Tijdschrift voor Volkshuisvestingen Stedebouw las ik de samenvatting van ,,Studiedagen overplannen voor Volkshuisvesting", gehouden in de AfdelingBouwkunde der Technische Hogeschool te Delft. Hierin wordtuit de magistrale rede van Prof. Dr. H. G. van Beusekomhet volgende aangehaald: ,,Te korten aan voedsel en kleren,we ervoeren het op het einde van de oorlog, moeten acuutworden verholpen; tekort aan woonruimte lijkt minder gevaar-lijk, maar de morele verwildering, die er het gevolg van is,vreet diep in en doet geslachten lang zijn invloed gelden.Met man en macht willen wij daarom werken aan het verkrij-gen van meerdere- en van goede woningen". Inderdaad ik zouer graag aan toe willen voegen: ,,en voorlopig, helaas, aaneen rechtvaardige verdeling van de beschikbare woonruimte.Ik ben me bewust, dat de vordering van overtollige woon-ruimte een zeer ingrijpende maatregel is, waarbij het gezins-leven, zowel van de hoofdbewoner als van de inwonende,zoveel mogelijk moet worden ontzien en beschermd. Dit deli-cate werk, dat met bescheidenheid en omzichtigheid moetworden aangevat, eist ervaren vrouwelijke krachten. De moreleen psychische gevolgen van de woningnood zijn verontrustend.Wij moeten ons realiseren, dat dit moeilijke werk het bestedoor de woningopzichteressen, in samenwerking met sociaal-voelende ambtenaren kan worden verricht. Er moet naar ge-streefd worden, de gevorderde ruimten zo doelmatig mogelijkte gebruiken. Is er, gevorderd, dan moet, na ernstige overwe-ging, het contact tussen hoofdbewoner en candidaat-inwonen-de worden gelegd. Juiste afspraken van te voren, het inrich-ten, hoe primitief ook, van een aparte keuken, vaststelling vande huur door het Prijzenbureau voor Onroerende Goederen,dit alles kan een voorlopige basis vormen voor een redelijkesamenwoning.Nazorg: het regelmatig peilen, of de samenwoning dragelijkis, blijft noodzakelijk. Door overleg kunnen grotere moeilijk-heden dikwijls worden voorkomen. Het gaat om de morele enpsychische gezondheid van ons volk. Treffend is het, datslechts in enkele gemeenten, voor zover ons bekend in: Am-sterdam, Alphen aan de Rijn, Hengelo, Hilversum en Rotter-dam, deze belangrijke crisisarbeid aan woningopzichteressen isopgedragen.Het werk moet worden verricht volgens vaste normen, diehelaas dagelijks strenger moeten worden. Ondanks die vastenormen moet er dikwijls gewikt en gewogen worden. Welkeaanvraag is het meest urgent? Een van de vele economisch,sociaal-cultureel of ambtelijk aan de plaats gebonden gezinnen,of het gezin, dat mede door woonruimtemisere uiteen is ge-gaan en waarvoor de sociale werkster van het Bureau voorLevens- en Gezinsmoeilijkheden dringend pleit, of het gezinvan de geestelijk gestoorde, waarvoor de Nazorgverenigingvan de Psychiatrische Inrichting dringend hulp vraagt, of hetgezin van de patient, waarvoor het consultatiebureau voorT.B.C.-bestrijding voorziening vraagt, of het gezin, dat dooreen vonnis van het Kantongerecht dakloos is geworden.Veel overleg is bij de selectie geboden. Wij moeten proberenonze volkskracht te behouden en het gezinsleven te bescher-men. Bouwen is inderdaad noodzakelijk en wel zo vlug en zogoed mogelijk. Soberheid zal daarbij geboden zijn om te be-reiken, dat grote aantallen woningen gereedkomen. Het be-heer der woningen en het woonruimte-werk moeten wij metelkaar zo goed mogelijk trachten te verrichten.Overtollige woonruimte kan worden gevorderd. Een vraag,die zich herhaaldelijk aan ons opdringt is: ,,Mogen wij wijzi-gingen aanbrengen betreffende de bewoning van de hoofd-bewoner?". Voor het inwonende gezin geeft dit betere moge-lijkheden. Is het b.v. geoorloofd, twee jongens van 10 en 13jaar een andere slaapkamer toe te wijzen, omzodoende eenbehoorlijke woonkamer voor het inwonende gezin vrij temaken? Het inwonende gezin zou anders op de zolderverdie-ping moeten wonen. Vele vragen rijzen bij ons dagelijks werk.Zoudeh wij niet eens een landelijke bespreking kunnen orga-niseren, om hierover van gedachten te wisselen.Het vaststellen van richtlijnen en normen is uiterst moeilijk.Onderling contact met alien, die dagelijks met de moeilijk-heden worsteleh en degenen, die met de uitvoering van deWoonruimtewet belast zijn, kan verruimend en verhelderendwerken.Laat ons de handen ineenslaan, om te voorkomen, dat demorele verwildering, die het gevolg is van het tekort aanwoonruimte, zoals Prof. Van Beusekom terecht opmerkte, nogverder om zich heen grijpt.W. PLOEGSMA-BENTUMHerbouw en Nieuwbouw te MaastrichtReeds in het Juli-Augustus-nummer der vorige jaargang van,,De Woningbouwvereniging" hebbenwij de aandacht ge-vestigd op de herbouw der door de oorlog getroffenarbeiderswoningen van de Coop. Woningbouwvereniging,,Beter Wonen" te Maastricht. Sedert die tijd heeft ,,BeterWonen" niet stil gezeten. De gehele hierbouw dezer ver-eniging is, met uitzondering van enkele percelen, die i.v.m.met wijziging van het uitbreidingsplan niet herbouwd mogenMaastricht (herbouw) Foto 1 53Maastricht (herbouw)bedragen f 11.946,40 per woning, de huurprijs is f 6,-- perweek.Meerdere plannen voor nieuwbouw zijn reeds gegund of invoorbereiding.In Januari 1948 werd het eerste complex nieuwbouw feestelijkin gebruik genomen, waarbij de Heer Ir. Kluiters, Hoofd vande Provinciale Dienst Wederopbouw voor Limburg, zomedehet voltallige College van Burgemeester en Wethouders vanMaastricht aanwezig waren.Zowel de herbouw als de nieuwbouw voor ,,Beter Wonen"staat onder leiding van de Heer }. Mure, architect B.N.A.,te Maastricht. De werken werden uitgevoerd door de Fa.Gebr. Theunissen, aannemers te Maastricht.RECTIFICATIEIn het artikel ,,Een woningbouwplan voor Vianen" door Prof.Ir. J. H. V. d. Broek b.i., op pagina 38 van het Juni-nummer,moeten de bijschriften op pag. 39 worden verwisseld, alsmedede onderschriften bij de gevels van type 2 op pagina 43.De Redactieworden, nu gereed en de woningen zijn weer in gebruikgenomen.De herbouwde woningen zijn, waar dit mogelijk was, verbe-terd, door het aanbrengen van een douchecel met geiser eneen vaste wastafel. Foto 1 geeft een beeld van 31 her-bouwde woningen aan de Gildeweg en de Ambachtweg teMaastricht. De woningen hebben een inhoud van 300 Ms enbevatten op de begane-grond twee woonkamers met keukenen boven drie slaapkamers met zolder. De nieuwe stichtings-kosten bedragen f 10.987,98 per woning, de huurprijs is f 3.80per week. Foto 2 geeft een beeld van 16 herbouwde wo-ningen te Wijk-Maastricht, welke bevatten twee woonkamersen keuken op de begane-grond en drie slaapkamers, zomedeeen douchecel met geiser en vaste wastafel op de verdieping.Daarboven nog een zolder. De inhoud dezer woningen is350 M3, de nieuwe stichtingskosten bedragen f 10.695,55 perwoning en de huurprijs is f 4,85 per week.De werkzaamheden hebben zich echter niet alleen bepaald totherbouw van oorlogsschade, doch ook zijn nieuwe woningengebouwd. Zie hiervoor de foto's 3 en 4. In 1946 werd be-gonnen met de bouw van twee complexen, bevattende 56nieuwe woningen aan het Wittevrouweveld te Maastricht.Deze woningen bevatten een kelder-waskeuken en opensousterrain, op de begane-grond twee woonkamers en eenkeuken en op de verdieping drie slaapkamers, een douchecelmet vaste wastafel. In de keuken is een geiser geplaatst metwarmwater-toevoer naar de douchecel. De inhoud dezer wo-ningen is 300 M3, het sousterrain 108 Ms. De stichtingskostenW '54 Maastricht (nieuwbouw) Foto 3Mededelingen van de Nationale WoningraadVerccnvoudigde onteigeningsproceduresVoor de wederopbouw van de verwoeste steden en dorpen zijnonteigeningen noodzakelijk, welke tot stand gebracht kunnenworden krachtens een vereenvoudigde procedure, neerqeleqdin het K.B. F. 67.De rechtbank te 's-Hertogenbosch heeft onlangs een vonnisgewezen, waarin werd bepaald, dat deze onteigeningsbe-voegdheid geen rechtsgeldigheid meer zou bezitten.De Hoge Raad heeft echter heden het vonnis van de recht-bank te 's-Hertogenbosch vernietigd, waarmede de bevoegd-heid tot onteigenen ten behoeve van de wederopbouw thans inhoogste instantie als geldig is erkend.Nieuwe ledenHagestein : Woningbouwver. voor Hagestein.'Everdingen enZijlderveld.Ammerstol : Woningbouwver. ,,Beter Wonen".Ouderkerk a./d. Amstel : R.K. Woningbouwver. ,,OuderAmstel".BerichtenBij Koninklijk Besluit van 7 Juli 1948, No. 14 is benoemd totridder in de orde van Oranje-Nassau A. van Brero, te Apel-doorn, voorzitter van de Woningbouwvereniging ,,De GoedeWoning", te Apeldoorn.Bij Koninklijk Besluit van 19 Juh 1948, No. 14 is benoemd totridder in de orde van Oranje-Nassau J. H. de Wit, te Hel-mond, voorzitter van de R. K. Woningbouwvereniging ,,DeHoop", te Helmond.Prijzenbeschikking nieuwr schilderwerkDoor de Minister van Economische Zaken is vastgesteld de,,Prijzenbeschikking Nieuw Schilderwerk 1948".De hierin vastgestelde prijs van binnenschilderwerk is / 2,70per m^.Voor buitenschilderwerk is deze prijs / 2,80 per m^.Deze prijzen zijn vastgesteld naar de volgende manier vanopmeten :a. Deuren en andere timmefwerken worden vlakvol gemeten(grootste breedte maal grootste hoogte).b. Sponningen worden niet, dakkanten wel afzonderlijk op-gemeten.BijeenkomstenI $1r >.-;W ?*iXTM*,Mciastricht (nieuwbouw) Foto 4c. Trappen worden per trede langs looplijn ontwikkeld op-gemeten.d. Hekwerken worden ontwi'kkeld opgemeten.e. Glas wordt doorgemeten, behalve ruiten van 1 m^ ofmeer, waarvan alleen de omtimmering, onderscheidenlijkbij ijzeren ramen de ijzeren omlijsting, wordt opgemeten.f. Bij ramen met 10 tot 15 ruiten per m2 wordt de vlakvolgemeten oppervlakte met 25 %, bij ramen met meer dan15 ruiten per m^ met 50 % verhoogd.In de hiervoor genoemde prijzen zijn begrepen de vergoedin-gen voor de hierna te noemen werkzaamheden:a. ten aanzien van binnenschilderwerk;1. kalk schoonmaken, harsplekken uitbranden, vette kwastenwegsteken en gronden met sterk verdunde verf;2. afpuimen, voorgipsen en geheel overplamuren, liggenderoeden van buitenramen en deuren geheel en staande roe-den tot op 5 cm. boven de liggende roeden met stopverfwaterdicht aanstoppen;3. dekkend in de verf schuren;4. afschuren met schuurpapier en afschilderen;b. ten aanzien van buitenschilderwerk:1. kalk schoonmaken, harsplekken uitbranden, vette kwastenwegsteken en gronden met sterk verdunde verf;2. plamuren;3. dekkend in de verf schuren;4. afschuren met schuurpapier en afschilderen.Indien een of meer der hierboven vermelde werkzaamhedenniet worden uitgevoerd, dienen de genoemde prijzen per m2,naar evenredigheid te worden verlaagd.Deze beschikking treedt in werking met ingang van 20Juli 1948.Afdeling UtrechtDe afdeling Utrecht hield op 26 Juni 1948 in het N.V.-Huis teUtrecht haar jaarlijkse ledenvergadering, welke werd be-zocht door 30 vertegenwoordigers van 15 provinciale orga-nisaties.Namens het hoofdbestuur was de Heer P. A. in 't Hout aan-wezig.De voorzitter, de Heer C. Lambeck, opende de vergaderingmet een woord van welkom, spccia'al aan genoemde verte-genwoordiger van de Nationale Woningraad, waarna in eenvlot tempo de gebruikelijke agendapunten als: jaarverslag, be-stuursbeleid, finantieel verslag, begroting en financiele con-trolecommissie, onder accoordbevinding afgehandeld werden.De vier aftredende bestuursleden: de Heren C. Lambeck,voorzitter; J. C. Hagen; secretaris; W. P. H. van Hees en L.J. Roggeveen, leden, werden bij acclamatie herkozen. Op ver-zoek van de vereniging ,,De Angstelstroom" te Abcoude zalde mogelijkheid van bestuursuitbreiding onder het oog wor-den gezien.Daarna hield de Heer P. A. in 't Hout een inleiding over:,,De taak onzer Woningbouwverenigingen ten aanzjen vannieuwbouw en woonruimtevordering". De inleiding vond 'eenwelverdiende belangstelling en ga'f aanleiding tot het stellenvan vele vragen en een uitgebreide gedachtewisseling, waar-op de Heer in 't Hout zo uitvoerig mogelijk inging en desprekers naar genoegen beantwoordde. In zijn sluitingswoorddeelde de voorzitter onder meer mede, dat het bestuur hetvoornemen heeft, binnenkort alle woningbouworganisaties inde provincie Utrecht bijeen te roepen, ter bespreking dermontagebouw.J. C. Hagen,Secretaris.Afdeling LimburgVoor onze Afdeling hield de Heer P. A. in 't Hout, secretarisvan de Nationale Woningraad, een inleiding.De spreker zette eerst uiteen het doel en streven van de..Stichting Goed Wonen". De stichting stelt zich ten doel tekomen tot een betere woninginrichting. Als de woningen ge-bouwd zijn en bewoonbaar zijn houdt practisch het grotewerk van de woningbouwvereniging op. Daarna komt de in-richting van de woning en wanneer deze met liefde wordtingericht dan komt er interesse. Is er eenmaal belangstelling,dan zal dit zeer zeker tot uitdrukking komen in het onder-houd van de woning. Uit technisch oogpunt mag men vanbestuurders van woningbouwverenigingen verwachten, datzij dit streven om het bewoningspeil omhoog te brengen,steunen.In Zweden bestaat dit reeds zeer lang.De stichting zou door het organiseren van tentoonstellingenvan goede en doelmatige meubelen de bewoners van bouw-Verenigingen hiermede kennis kunnen laten maken. De con-clusie van de spreker was, dat de taak vaii een bestuurder vaneen woningbouwvereniging bij het beschikbaar stellen vaneen woning niet ten einde is, doch dat hij door het steunenvan het werk van de ,,Stichting Goed Wonen" krachtig moetmedewerken, om te komen tot een goede bewoning.Daarna behandelde spreker de Woningruimtewet 1947. Nor-maal was dat de woningbouwvereniging zelf bepaalde, aande hand van rangnummer of lijst, wie een woning kreeg toe-gewezen. Tijdens en na de oorlog kwam dit op losse schroe-ven te staan. Eerst was alles ondergeschikt aan de Burge-meester, daarna aan Burgemeester en Wethouders. In de wetzijn nu richtlijnen opgenomen, dat deze verdeling naar recht-vaardigheid en billijkheid moet geschieden; ook zijn er bepa-lingen omtrent het eigendomsrecht opgenomen. In verbandmet het eigendomsrecht behandelde spreker de beslissing van 55Gedeputeerde Staten van Utrecht, welke zeer belangrijk voorde woningbouwvereniging is, daar de leden als eigenaarworden aangemerkt.Onderhoud. De normen voor het onderhoud worden verhoogdtot f 48,--, / 51,-- en / 54,-^ per jaar; deze verhoging is nietzodanig als de stijging van de werkelijke kosten; echter mo-gen wij verwachten dat de prijzen niet zo hoog blijven. Wijkunnen deze normen accepteren als voorzien wordt in hetachterstallige onderhoud. De vrijkomende gelden door in tweejaar niet af te lossen op de voorschotten kunnen voor dit on-derhoud worden aangewend. De spreker raadt de woning-bouwvereniging aan haar voile medewerking aan deze maat-regel te verlenen, opdat het verworven bezit niet verlorengaat tengevolge van het slechte onderhoud.Door de spreker wordt verder nog behandeld de financieringvan de woningbouw in de toekomst. Het Rijk geeft voorkeuraan woningwetbouw waarbij zelfstandig bouwkapitaal wordtverkregen.De inleider geeft een overzicht van de percentages waartegenkan worden geleend en wat het Rijk in rekening kan wordengebracht. Tevens geeft de inleider een uiteenzetting hoe deexploitatierekening van die woningen er uit zal zien.De verschillende vragenstellers worden door de inleider be-antwoord. De Voorzitter sluit daarna de vergadering metdank aan de Heer In 't Hout voor zijn belangrijke en leer-zame inleiding voor de afdeling gehouden.Ook hield de Heer Ch. H. Kluiters, Directeur van Weder-opbouw en Volkshuisvesting in Limburg voor onze afdelingeen inleiding over: ,,Nieuwe wegen in de Woningbouw".In de na-oorlogse jaren is de bouw van woningen door in-dustrie en gemeente naar voren gekomen. Spreker betreurtdit; het is de taak van de woningbouwverenigingen hierin tevoorzien.Het ideaal van de stedebouwkundige is de wijkgedachte doorte voeren, geen koloniebouw, dit is een bouw met onvoldoen-de verzorging. De wijkgedachte biedt meer, schenkt ruimeaandacht aan de geestelijke en culturele verzorging van debewoners; er wordt zodoende een eenheid gevormd.Aan het woningtype en de geriefelijkheid zal de nodige aan-dacht en zorg moeten worden bcsteed. Het zal echter moeitekosten het vooroorlogse peil te handhaven, terwijl de eisenwat geriefelijkheid betreft steeds toenemen, o.a. douche. DeStichting ,,Goed Wonen" doet voortreffelijk werk in het pro-pageren van het beter inrichten der woningen.Of het verlangen, elk gezin een eigen woning en erf te hand-haven is, valt te betwijfelen. Het kan niet! Het tekort van320.000 woningen in 10 jaar inhalen zou betekenen ieder jaar50 a 60.000 woningen bouwen. Onze bouwcapaciteit is hier-voor ontoereikend. Wij zullen in de toekomst tot anderebouwsystemen moeten overgaan. De bouwverenigingen heb-ben door het bouwen in een complex van slechts enkele typenreeds een stap gedaan op de weg van normalisatie. Proefne-mingen met betonwoningen na de oorlog 1914--1918 gedaan,zijn gcslaagd te noemen.Na de laatste oorlog zijn verschillende nieuwe bouwmethodesontworpen. Na goedkeuring van de stichting Ratiobouwkrijgt de ontwerper gelegenheid enkele proefwoningen tebouwen en nadat alle stadia' van proefneming zijn gepasseerden goed zijn bevonden, wordt voor het systeem een brevetafgegeven.De woningen moeten minstens aan de eisen van het bakste-nenhuis voldoen. We staan hier voor iets nieuws. We moetende nieuwe wegen van de woningbouw op, om zo de Volks-huisvesting te dienen en te komen tot oplossing van het groteprobleem van de woningnood. De spreker toonde een uitge-breide collectie van door Ratiobouw goedgekeurde systemen.Voor de woningbouwverenigingen ligt hier een grote taak.Na a'floop van deze belangrijke inleiding werd een filmpjevertoond van genormaliseerde fabrieksbouw en flatbouw.J. Zevenbergen,secretaris.InhoudNieuwe bijdrageregeling voor woningwetbouw . . .45Beschrijving van de in aanbouw zijnde woningcomplexenin de gemeente Hilyersum 48De Financiering van onze Woningbouw . . . i^ . 50Een mening over het artikel ,,Erva'ringen van een Wo-ninginspectie" 52Herbouw en Nieuwbouw te Maastricht . . . . , . . 53Rectificatie 54Mededelingen van de Nationale Woningraad . . . . 54Berichten 54Bijeenkomsten . . .... ... . . . . . ? 55Dit orgaan wordt gezonden aan alle lezers van het Tijdschriftvoor Volkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. In-stituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw kunnen extraabonnementen nemen tegen de prijs van f. 1,-^ per jaar,Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Woningraad of Insti-tuut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijsf. 5,-- per jaar.56HANDEL INBOUWMATERIALENF. * HaarlemHoofdkantoor: Spaarnd. weg 212 Tolef. 14H64Bijkantoor: Tuinlaantje 6-12 Telef. 13532Telofoon Huis 25820BEVERWIJK- Scheybeeklaan 16 - Tel. 3879432TEGELSVoorVerf, Vernis en RadicalLEVEN & SORMANI'sVERF- EN VERNISFABRIEKENFabrieki Kelleweg 6, Rotterdam Telef. 32352Kantoor: Lange Kerkstraat 70, Schiedam Telef. 69973443DE NEDERLANDSCHE FABRIEK VOORdeur- en meubelslotenkruk- en pompespagnolettenraamknippen en raamscharenvoordeurknoppen en -schuivenms^wjN.V.NEMEF-APELDOORNPOSTBUS13N V. Asfali- enWegenbouwbedrijf mumIINova Zemblastraat 65Amsterdam - Telefoon 48047VIoeren in ,,Maycrete" Woningenzijn door ons uitgevoerd!Door de navolgendeeigenschappen bij uitstekgeschikt voor woningbouw :VochtvrijHygienischKoudewerendStofvrij (in tegenstelling tot beton)Eenvoudig in onderhoudMaken bij het leggen van zeilof andere vioerbedekking hetgebruik van viltpapier overbodigAlle voorkomende wegconstructiesen het maken van gietasfaltvloerenUw verf isin VIER UUR droog!R. 36-oliedroogt van onderen naar boven!Dtis geen veldroging!In eDkele uren een vaste verfhuidmet betere watei bestendigheid. O plijnolie-bonnen verkr\jgbaar bij d^belangrijke verfbandelaren er> bN.V. LAKFABRIEK KIEWIET DE JONGE1GRONINGENN.V. H. GADELLAOudegracht 312 - Utrecht - Tel. 11585leveri uH voorraadWaterpasinstrumenten en HoekspiegelsSTAALDRAAD . HERCULESTOUWMANILLATOUW - HIJSBLOKKENDEKKLEDEN - TEERPRODUCTEN*FIRMAP. HEINSu.r..h.Keulsekade 6-7 en 20/ Telefoon 11635-K 3400445N.V. AANNEMING MAATSCHAPPIJU. P. VAN EESTERENBOUW- BETON- WATERBOUWKUNDIGE WERKENERASMUSHUIS ROTTERDAMJllALLE SOORTENLICHTDRUKKENVERZENDING DOORHET GEHEELE LAND431HEUYEL;AANNEMINGS- & HANDELSBEDRIJFAannemers van grond-, water-,spoor- en wegenbouwkundigewerken.Tevens uitvoering van allevoorkomende sloopwerken.ROTTERDAH-ZUIDDordtschestraatv/eg 869Telefoon 73043 - 72458322MASONITEis een der beste zo niet de beste van deZWEEDSE HOUTVEZEIPLATENMonsters en Inlichtingen versirekt gaarneTRIMAN.V. ZAANDAMProvinclaleweg - Werf Pont Telefoon 4841-4842439Uw adres voor:Duurzame Verven en Lakkenvan eigen fabrieicAmstellin-Muurverf en Plastiek^,,D?: VERFBRON"St. Anloniebreestr. 72-74 AMSTERDAM Telefoon 49481Ingevolge papiertoewijzing B.P.P. nummmer 417 verschijnt deze uitgave 1 X per maand en is de omvang van dit nummer 28 pag.; form. 24 X 31.3 cm.'1lebouwOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienskvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwJuli-Aug. 1948 29e Jaargang no. 7/8Handel inZand- Grind en WegenverhardingLeveri per Scheepslading door geheel NederFand en BelgieDiverse spec/a/e soorien leverbaar vanaf Opslagplaais BelcrumM.COOMEVischmarktstraat 6Tel. 9734(prive tel. 215 Raamsdonksveer)BREDAVLOEREN en DAKEN vanNEDERLANDSE HOLLE BOUWSTEENNenobo-ldeaalMODELNW. Oetrool A.D. no. 130446De steen methet minste IJZER VERBRUIK SPECIE VERBRUIK EIGEN GEWICHTVerkoopkantoor van Nederlandse holle bouwsteenN.V. NEHOBOWassenaarseweg 15, Den Haag, Telefoon 777345Abraham van Stolk & Zonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400U^iHOUTHANDELVOOR BOUWVAKKEN EN INDUSTRIETEOUN S. Y. LAKVERFTEOLIN J. P. L. JAPANLAKTEOLIN S. G. STANDGROENTEOFLAT EMULSIEVERFWAGENAKERSBREDAHEDI-ZUIGKAPvoor woningbouwin zware zinkuitvoering met grotezuigkracht. Geschikt voor afvoer-en uitluchtingsleidingen.Leverbaar van 6 cm tot 30 cmdoorsnee. Octrooi aangevraagd.Vraagt vrijblijvend bemonsterdeofferte. AUeenverkoop:Fa. FRANS JELTESHofstraat 10 -- Telefoon 28118GRONINGENVoor den wederopbouwvoerden wij reeds ve/e groote op-drachien uit Mel de daardoor ver-worven ervanng siaan wij gaarne ioiUw dienst voor het verzorgery vanal L/w schilderv/erkiSchildersbedrijfW. BLOK ROTTERDAMMijnsheerenlaan 172 BTelefoon 70802Tijdschrift voorVolkshuisvesting enJuli/Aug. 194829e Jaargang - No. 7/8MaandbladStedebou^vOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor iiet Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloeraers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, ]hr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen! Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Overlijden Prof. Mr. P. J. M. AalberseTussen de verschijning van het vorige en die van dit Tijd-schriftnummer hebben de dagbladen ons het overHjden ge-meld van een staatsman, die op het terrein van de woning-bouw krachtig werkzaam is geweest, de oud-MiniiSterAalberse. Gedurende de tijd van actieve bestrijding van devorige woningnood, van 1918 tot 1925, is de portefeuille vanArbeid. waaronder de volkshuisvesting toentertijd resscr-teerde, voortdurend ?-- benijdenswaardige continuiteit -- inhanden geweest van Minister Aalberse.Had het Kabinet-Cort van der Linden al even te voren zijnafwachtende houding ten aanzien van het woningvraagstukopgegeven, het zijn toch vooral het in 1918 nieuw optredendeKabinet-Ruys de Beerenbrouck en de nieuwe Minister vanArbeid Aalberse geweest, die met nieuwe maatregelen enuit royaler beurs de bestrijding van de woningnood hebbenondernomen. Hun beleid heeft destijds ook meermalen be-strijding ondervonden. Financiele redenen hebben soms totzuinigheid genoopt, maar in grote lijnen beschouwd, blijft deoverwinning van de woningnood toch, als wij de daarvoorverantwoordelijke bewindsman willen noemen, verbondenaan de naam van Minister Aalber'se. De oud-Voorzitter vanhet Instituut, de Heer Bloemers, Iiet zich in 1925 aldus overhet werk van deze Minister uit: ,,Wanneer na het aftredenvan het Ministerie-Ruys de Beerenbrouck de rekening vande werkzaamheid van dit kabinet wordt opgemaakt, zal dearbeid van minister Aalberse ter bestrijding van de wo-ningnood -- en vooral zijn beleid te dien aanzien gedurendede eerste jaren van zijn bewind -- tegen zeer veel tekort-komingen kunnen opwegen."Bij het verscheiden van de oud-Minister herinneren wij onsdeze arbeid met erkentelijkheid.OfHciele mededelingenNederlandsch InstituutBezoek Korrelbetonwoningen DordrechtOp 23 Juli 1.1. zijn de leden van het Instituut, dank zij dewelwillende medewerking van de Heer Ir. C. G. van Buuren,Direoteur van de Bouw- en Woningdienst te Dordrecht, inde gelegenheid geweest deel te nemen aan een bezoek aaneen complex van 267 gemeentewoningen in aanbouw aldaar,volgens het systeem Korrelbeton.Aan de Heer van Buuren en zijn medewerkers brengen wijgaarne een woord van erkentelijkheid voor de moeite, diezij zich hebben getroost ter voorbereiding en uitvoering vandeze excursie.Bureau InstituutWegens vacantie zal het bureau van het Instituut van 16 toten met 21 Augustus gesloten zijn.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluit inzake afgraving OnstweddeDe President van de Rijksdienst voor het Nationale Plan,Gelet op de omstandigheid, dat in zijn beschikking van 10 Maart 1948,No. 24 P., in afwachting van het advies van de Vaste Commissie viande Rijksdienst voor het Nationale Plan voorlopig voor de duur van driemaanden na dagtekening dier beschikking bezwaar wordt gemiaakt tegende .afgraving van het aan de heer G, Mulder toebehorend perceel kada-straal bekend Onstwedde, Sectie F, No. 1996, zulks wegens strijd met hetin voorbereiding zijnd ontwerp voor een nationaal plan;Overwegende, dat blijkens ingekomen ambtsber'ichten de voorbereidingen,welke worden getroffen, teneinde door middel van elgendomsoverdrachtde handhavimg van het gebied in de oorspronkelijke staat te verzekeren,nog niet tot een definitief resultaat hebben geleid;Gezien het advies van de Vaste Commissie, voornoemd, om in verbandhiermede de termijn van bezwaar in de eerderaangehaalde beschikkingvan 10 Maart 1948 No. 24 P met drie maanden te verlengen;Gelet op artikel 5, derde lid, van het besluit van 15 Mei 1941 (no. 91/1941)betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;Besluit,wegens strijd met het in voorbereiding zijnd ontwerp voor een nationaalplan bezwaar te maken tegen het voorgenomen werk, zijnde de zandaf-graving op het perceel kadastraal bekend Onstwedde Sectie F, no. 1996,zulks voor de duur van zes maanden n;a dagtekening van zijn beschikkingvan 10 Maart 1948, No. 24 P.De President van deRijksdienst voor het Nationale Plan,w.g. J. Linthorst Homan's Gravenhage, 3 Juni 1948De noodwoningen in Gelderlanddoor R. Hornstra, Directeur, en Mej. A. C. Messchaert,maatschappelijk werkster bij de Stichting Gelderland voorMaatschappelijk WerkNiemand wil noodwoningen, maar er zijn omstandigheden,die ze dwingend voorschrijven. De vele noodgevallen in 1945,die een krassere benaming vroegen dan noodgeval en aanlei-ding gaven tot de wat onmensel
Reacties