September 19488e Jaargang ? No. 9DeWoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adres voor AdTertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128 'Woonruimtewet en WoningbouwverenigingenOnder dit hoofd komt in de ,,Woningbouwvereniging" vanApril/Mei. No. 4/5, een artikel voor van de Heer Barel. Metzijn beschouwingen over de samenwerking tussen gemeente-bestuur en woningbouwverenigingen kan ik geheel instem-men.Zowel een gemeentebestuur bij de uitvoering van de Woon-ruimtewet als het bestuur van een woningbouwvereniging bijde exploitatie van haar woningen, hebben het belang van "devolkshuisvesting te dienen. Beide hebben daarbij evenwel opbijzondere belangen acht te geven, welke vrijwel nimmer de-zelfde zullen zijn. De oplossing voor het verhuren van wo-ningwetwoningen zal dus als regel steeds een compromis zijn,waarbij de bijzondere belangen op gelijke wijze zijn te beharti-gen. Wanneer beide partijen toch geheel vrij zouden zijn, wasongetwijfeld de door elk gevonden oplossing een andere. Opde in Delft gevolgde methode kom ik straks terug.Een gemeentebestuur heeft, ingevolge de w^oonruimtewet, eenwettelijke plicht en bevoegdheid inzake de verdeling vanwoonruimte. Een woningbouwvereniging moet voldoen aande voorwaarden, Avaaronder de voorschotten zijn verleend,en is tegenover haar leden gebonden aan de statuten en ver-dere besluiten van de ledenvergadering, maar heeft ten aan-zien van het verhuren van haar woningbezit tegenover deoverheid slechts een morele verantwoordelijkheid.De beslissing van Gedeputeerde Staten van Utrecht, inzakehet geschil ,,Abcoude", kan ik niet geheel bewonderen. Mijnsinziens prevaleert de woonruimtewet aan de statuten c.a.van een vereniging. Ongetwijfeld- hebben de leden van eenvereniging. vanwege de offers, welke zij zich gedurende talvan jaren hebben getroost en waardoor zij hebben getoondiets voor een betere woning over te hebben, moreel een voor-rangsrecht boven degenen, die altijd terzijde hebben gestaanen nu door middel van de woonruimtewet hetzelfde zonderlidmaatschap zouden bereiken. Het zou bovendien het be-staansrecht van de verenigingen aantasten. Het is alleen,op welke wijze dat bij de woonruimteverdeling tot uiting moetkomen. Het mag niet zo zijn, dat de doelmatige verdelingvan de woongelegenheid niet alleen niet zou worden bevor-derd, maar daardoor zou kunnen worden geschaad. Dit isook het enige argument in de beslissing van GedeputeerdeStaten van Utrecht, dat als overweging kan worden aan-vaard. Ik k^n dit bijzonder geval niet beoordelen en neem dusde juistheid aan, dat de toewijzing van het gemeentebestuurvan Abcoude geen doelmatiger verdeling zou bevorderen.De overweging, dat een woningbouwvereniging op een lijnmoet worden gesteld met een particulier, die volgens de F.W.1947 (of 1948) bouwt en dan ook zelf steeds de wonirjg magbetrekken, met toestemming van B. en W., kan ik niet onder-schrijven.Het ibelangrijke verschil is, dat de kapitaalsinvestatie --^eenzeer belangrijk en niet te verwaarlozen factor -- door departiculier zelf en bij een woningbouwvereniging door deoverheid geschiedt. Latere risico's buiten de Rijksbijdrageworden door de particulier zelf en bij woningwetbouw uit-eindelijk door de gemeente gedragen, welke ooik voor hetvormen van een reservefonds heeft zorg te dragen, hoewel zijdit op een vereniging kan overdragen,Het spreekt vanzelf, dat een particulier, die wil bouwen, zelfhet kapitaal investeert en risico's aanvaardt, zich eerst ver-gewist of hij zelf de woning zal mogen betrekken. Krijgt hijdie zekerheid niet, indien hij dit met de bouw beoogt, dan iser voor hem geen reden meer om te bouwen en ontgaat deoverheid deze particuliere kapitaalsinvestatie. Betrekt hij dewoning zelf niet of wordt hij daarin door bepaalde omstandig-heden verhinderd, dan geschiedt de toewijzing door het ge-meentebestuur. Hiervan zijn mij in mijn ambtsgebied reedsenkele voorbeelden bekend.Hoewel de verenigingsbouw natuurlijk wordt geapprecieerdvanwege de sociale medewerking aan de woningbouw endaaruit het voorrangsrecht is te putten, mag men dit verschilniet uit het oog verliezen, temeer daar een gemeente met de-zelfde financiele risico's ook zelf kan bouwen.In de oorlogsjaren heb ik in een bepaald geval richtlijnen aan-gegeven voor de verhuring van woningwetwoningen. Hetwaren bijzondere omstandigheden -- het op dood spoor ran-geren van een N.S.B.-Burgemeester -- en dus een anderedoe'stelling. m.aar die richtlijnen hebben mijns inziens hunwaarde niet verloren, zodat ik deze hier weder moge geven.Men kan voor een doelmatige verdeling van de woonruimteals volgt handelen. Bij de toewijzing van woningen wordt eenkeuze gedaan uit de candidaat-huurders van een verenigingen de gezinnen, welke zich bij het gemeentebestuur voor eenwoning hebben aangemeld.Voor de keuze wordt achtereenvolgens gelet op:a. de huidige woningomstandigheden van de gezinnen,b. de grootte en samenstelling van de gezinnen van de ge-gadigden,c. de ruimte, welke in de woningen wordt geboden, opdateen zo doelmatige verdeling van de woningruimte wordtverkregen.De gegadigde, die, met inachtneming van deze voorwaarden,het slechtst er voor staat, heeft de voorkeur, ongeacht of hijlid van de vereniging is of niet.Zijn de omstandigheden van twee of meer candidaten gelijk,dan geeft het lidmaatschap van de vereniging voorrang en,indien meerdere candidaten lid zijn, dan beslist het rangnum-mer van de vereniging. Het spreekt vanzelf, dat het voor-rangsrecht van een lid er toe mag leiden, dat de weegschaal,bij het afwegen van de omstandigheden, naar zijn kant enten zijnen gunste mag doorslaan, in de mate zoals het over-leg zulks uitmaakt en nodig oordeelt.Zijn alle candidaten lid, dan beslissen eerst de omstandighe-den en daarna het rangnummer bij de vereniging. Is geen vande candidaten lid, dan beslist wel het gemeentebestuur, hoe-wel het ge>venst moet worden geacht, dat het, evenals inandere gevallen, rekening moet houden met bezwaren van eenverenigingsbestuur tegen bepaalde candidaat-huurders.Ik meen, dat op deze wijze aan het lidmaatschap zo veel mo-gelijk recht wordt gedaan en daarom een goede basis kanvormen voor gemeenschappelijk overleg.De Delftse methode is, al dan niet geweten, eigenlijk geba-seerd op deze richtlijnen, maar beperkt deze tot de leden en 5758de'woningen van een vereniging. Volgens de schrijver kwammen daarbij tot verrassende resultaten. De juistheid daarvanwil ik gaarne aanvaarden. Ik meen de toelaatbaarheid van hetritschakelen van niet-leden als volgt te ikunnen verklaren.Hoe groter het woningbezit en het ledenaantal van een ver-eniging is, des te meer kans is er, dat bij de bedoelde keuze-benahng steeds zal bhjken, dat er altijd een hd zal zijn, dat,rnet inachtneming van de opgesomde factoren, gehjk zal zijnte stellen aan een niet-hd. Het betrekken van niet-leden in d*;beschouwingen zal practisch geen ander resultaat opleveren.Trouwens hoe groter het aantal gegadigden is, des te moei-lijker is het vergelijken van de huisvestingsomstandigheden,omdat subjectieve normen dan moeilijk gehanteerd kunnenworden en objectieve normen in deze materie altijd een matevan onbillijkheid zullen inhouden.Ik ben van mening, dat de aangelegenheid van niet-leden inde grote en middelbare gemeenten bij het volgen van de aan-gegeven richtlijnen geen rol zal spelen, tenzij het een vereni-ging van kleine omvang betreft.In de overige gemeenten zal dit wel het geval ikunnen zijn,maar echter in mindere mate, naarmate het percentage wo-ningwetwoningen van de totale woningvoorraad groter zalzijn.Ik meen in het vorenstaande aan de woningbouwverenigingeneen basis te hebben gegeven voor een behoorlijke samenwer-king met de gemeentebesturen, waarbij de eigen verantwoor-delijkheid evenmin als die van die colleges wordt aangetast.G. F. E. KIERS,Hoofdingenieur-Directeur van deProvinciale Directie derVolkshuisvesting voor Z.-Holland.MisverstandOp ons jongste congres had ik gelegenheid enig misverstandten aanzien van de huurpolitiek van het Rijk recht te zetten.Sedertdien verscheen in het Juli-Augustusnummer van onsorgaan een artikel van de Heer Kingma over de Financieringvan de woningbouw, dat grotendeels op hetzelfde misverstandberust. Daarom lijkt het mij gewenst ook hier nog eens eenrechtzetting te geven.De Heer Kingma gaat uit van de gedachte, dat de huidigehuurregeling voor Woningwetwoningen beoogt de huren derna-oorlogse woningen vast te stellen op voor-oorlogs niveau.In werkelijkheid evenwel, meent hij, liggen ze er meer dan40% boven. En wat in zijn ogen nu dreigt, is, dat bij toe-komstige algemene huurverhoging dit huurverschil tussenvoor- en na-oorlogse woningen een blijvend verschijnsel wordt.Hiertegenover merk ik het volgende op. De huurregeling be-oogt niet wat de schrijver veronderstelt. Zij beoogt de hurender na-oorlogse woningen te brengen op het kostenpeil van9 Mei 1940. Dit is geen voor-oorlogs niveau, het is eenhoger niveau. Daar is men zich in Den Haag volkomen vanbewust.Ik ontken, dat het verschil in huur tussen voor- en na-oorlogsewoningen meer dan 40 % bedraagt. Dit moge in een bepaaldgeval voorkomen -- de Heer Kingma meent zo'n geval tekennen -- maar daar staan dan zeer vele andere gevallentegenover, waarin het verschil aanzienlijk geringer is. Hoegroot gemiddeld het verschil is, valt moeilijk na te gaan, maardat het minder dan 40 % is, staat voor mij op grond vanvelerlei ervaring vast.Veel belangrijker is evenwel de vraag hoe het bij toekomstigehuurverhoging zal-gaan. Voor de veronderstelling, dat dom-weg alle huren met een zelfde percentage zullen worden ver-hoogd, is geen enkele grond aanwezig. Integendeel, het feit,dat van rijkswege de huren der na-oorlogse woningen bewust,op een hoger peil worden bepaald, brengt m.i. vanzelf mee,dat bij huurverhoging met dit verschil wordt rekenig gehou-den en dat dus de huren der voor-oorlogse woningen met eengroter percentage worden verhoogd dan die der na-oorlogse.Ik heb nog niemand ontmoet, die daar anders over dacht.M.i. bestaat er dan ook voor de vrees van de Heer Kingma,dat het huurverschil tussen oude en nieuwe woningen tot inlengte van jaren bestendigd zal blijven, onvoldoende grond.J. BOMMERSnelpoelstraat te Enschede. Gebombardeerd 22 Februari 1944.Wederopbouw van de Vereniging ,,De Volks-woning" te EnschedeDe vereniging De Volkswoning te Enschede beheerde toteind 1941 in totaal 2196 woningen, hiervan werden van1908^--1913 gebouwd 580 woningen onder architectuur, terwijlde overige ca. 1600 woningen vanaf 1914--1930 geheel ineigen beheer werden gebouwd met eigen personeel.Zeer tot spijt van het bestuur kon de vereniging na 1930 nietmeer aan slag komen met het bouwen van arbeiderswoningen,daar geen bouwterreinen beschikbaar werden gesteld en moesthet bouwbureau zich alleen bepalen met het uitvoeren vanonderhoudswerkzaamheden.De vereniging werd tijdens de oorlog zeer zwaar getroffen,daar op 22 Januari 1942 het complex Varvik getroffen werddoor bominslagen, waardoor 11 woningen geheel verwoestwerden, 7 beschadigd, terwijl de andere woningen glas- enpannenschade opliepen. De kosten van deze schade beliepenca. f 95.320,--.Op 10 October 1943 werd ditzelfde complex wederom doorbommen getroffen en werden 4 -woningen totaal ver-nield; 4 woningen branden geheel uit, terwijl 3 woningen zeerzwaar beschadigd werden, en de andere woningen glas-en pannenschade opliepen. Deze kosten werden begroot opf 61.000, -- .Op dezelfde dag kregen de complexen Goolkatenweg, Kui-persdijk en Hengeloschestraat ook een beurt met glas- en pan-nenschade, terwijl het kantoorgebouw en woonhuis van deadministrateur veel glasschade bekwam.In verband met de heersende woningnood, richtte het bestuurop 12 Januari 1943 een schrijven aan de burgemeester methet verzoek te willen berichten, of het bestuur tot het ont-werpen van bouwplannen op een eigen terrein kon overgaan.Dit kon vanwege het uitbreidingsplan niet doorgaan, doch erwerd van de Gemeente een situatie-schets ontvangen, waaropdoor ons bouwbureau een 160 stuks woningen werden ont-worpen en was volgens een voorlopige begroting hiervoorbenodigd een bouw- en grondvoorschot van resp. f 685.000,--en f 150.000,--.Op 22 Februari 1944 werden meerdere complexen van devereniging door oorlogsgeweld getroffen, t.w. Pathmos-Usse-lerweg-2e Emmastraat-Roomweg-Nieuwlustpark en Room-veldje. Vele bewoners werden hierbij gedood of liepen ver-wondingen op, terwijl van velen hun geheel bezit in vlammenopging.Bij een voorlopige opname bleek, dat van de 1200 woningenvan de complexen Pathmos-Usselerweg en 2e Emmastraat er198 woningen en 5 winkelwoningen uitgebrand waren, 49zwaar beschadigd, 165 licht beschadigd, terwijl 160 woningenglas- en pannenschade opliepen.Van de complexen Roomweg-Roomveldje en Nieuwlustparkomvattende 350 woningen zijn uitgebrand 34 woningen, als-mede 2 winkelwoonhuizen; 7 woningen werden zwaar bescha-digd, 80 licht beschadigd, terwijl 9 woningen glas- en pan-nenschade kregen.Ook het complex Wooldriksweg kreeg veel pannen- en glas-schade, terwijl het kantoorgebouw en woonhuis van de admi-nistrateur voor de 2e maal belangrijke glasschade opliep. Eenbegin van brand, veroorzaakt door brandbommen kon doordirect ingrijpen van de administrateur, verder onheil voorko-men worden. Ook het bouwbureau met werkplaatsen werddoor vele brandbommen getroffen, waardoor een gedeelte inde vlammen opging, terwijl bijna alle voorradige materialenen gereedschappen uitbrandden, zodat de herstelwerkzaam-heden hierdoor ten zeerste werden vertraagd. Detimmerfabrieken houtloods werden ook door brandbommen getroffen, dochdaar deze niet ontbrandden, bleven beide gebouwen gelukkiggespaard.De totale herstelkosten werden voorlopig geraamd opf 1.547.540,--.Het complex Goolkatenweg kreeg op 6 November 1944 eenschade aan glas en pannen van ca. f 2.500,--, doordat eenbom dicht bij dit complex terecht kwam.In overleg met Gemeentewerken en het Gemeentebestuur wer-den 2 aannemers ingeschakeld voor de herstelwerkzaamheden,terwijl 2 aannemers van buiten de stad eveneens te werkwerden gesteld.In September 1944 moesten evenwel de werkzaamhedenworden stopgezet.De 4 woningen aan de Floresstraat moesten door gebrek aanhout hersteld worden met stenen vloeren voor de beganegrond en verdieping, terwijl de kapconstructie van sporengemaakt moest worden, dus zonder dakbeschot. Doordat bijde razia in October 1944 ook werklieden van de verenigingnaar Duitsland werden weggevoerd moest de verdere bouwworden stopgezet en kon hiermede eerst na de bevrijding weerworden begonnen.Zeer veel medewerking werd ondervonden van de huurders.Nachtegaalstraat te Enschede. Gebombardeerd 22 Februari 1944.Snelpoelstraat te Enschede. Herbouwd ]uli 1947.die blijk gaven zich in het onvermijdelijke te kunnen schikken.Ook in 1945 vielen er weer bommen en werd schade aange-richt aan de complexen Wooldriksweg en Kuipersdijk, terwijlop de dag der bevrijding, 1 April 1945, voor de derde maalhet complex Varvik werd getroffen, doordat de Duitsers devuurmonden van hun geschut richten op de gevels van eenrij woningen aan de Varviksingel, waardoor meerdere wonin-gen ernstig werden beschadigd en de vereniging weer eenschadepost kon noteren van f 13.800,--.De schaden aan onze woningen werden zoveel mogelijk her-steld, terwijl in de glasschade voorlopig met kartonplatenmoest worden voorzien.Voor de wederopbouw van de totaal verwoeste woningen (240stuks) werden de plannen met de nodige materiaalprijzen in-gediend, maar konden deze plannen wegens gebrek aan mate-riaal en personeel niet tot uitvoering komen. In September1945 kwam enige verbetering in de materiaalpositie en werdengeleidelijk goedkeuringen voor wederopbouw verleend.Dank zij de voortvarendheid van ons personeel kwamen in1946 de eerste 44 woningen gereed en wel 25 op Pathmos en19 aan de Roomweg, terwijl 60 woningen in 1947 gereedkwamen, t.w. 4 aan de Roomweg en de rest op Pathmos.Door de langdurige en strenge winter moesten de opbouw-werkzaamheden geruime tijd stopgezet worden en kon pas inApril 1947 weer worden begonnen met de herbouw van 108woningen, waarvoor inmiddels toestemming was verkregen,en waarvan er in hetzelfde jaar nog 15 gereed kwamen, zodatin 1948 nog afgebouwd moesten worden 93 woningen enkunnen deze indien het weer, materiaal en personeel zulkstoelaten, eind 1948 voor bewoning gereed zijn. Begin 1948werd opnieuw toestemming verkregen voor de herbouw van17 woningen Pathmos en 7 woningen van het Complex Var-vik, met welke herbouw inmiddels een aanvang is gemaakt.Voor opbouw resten dan nog 2 woningen van complexWooldriksweg en 2 winkelwoningen met 1 woning opPathmos.Wij achten het een gelukkige omstandigheid, dat wij de her-stel- en opbouwwerkzaamheden door ons bouwbureau geheelin eigen handen hebben kunnen houden, waarmee de kwaliteitvan de herbouwde woningen ten zeerste gebaat is.Wat betreft het onderhoud aan de woningen verkeren wijnog in een zeer ongunstige positie, aangezien practisch geenmaterialen voor onderhoudwerkzaamheden worden verstrekten dientengevolge daaraan slechts het allernoodzakelijkstegedaan kan worden. De achterstand is dan ook ontstellendgroot, voor wat betreft het buitenverfwerk.De slijtage aan de woningen is thans ook groter dan normaal,mede veroorzaakt door het grote aantal gevallen van dubbelebewoning. 5960Doordat wij onze eigen bewoners niet meer kunnen aanwijzen,ontstaat er een veel slechtere bewoning, waardoor de kostenvan onderhoud zeer zullen stijgen.De financiering van de herstel- en opbouwwerkzaamhedengeschiedt door kasvoorschotten die wij via de Gemeente vanhet Rijk ontvangen. Op 31 December 1946 hadden wij uiteigen middelen een bedrag van f 189.660,-- voor herstel-en herbouw gefinancierd, welk bedrag momenteel nog aan-zienlijk toegenomen is. In overleg met de Gemeente zijn maat-regelen beraamd, om een vlottere financiering door Rijksvoor-schotten te bevorderen. De verkregen voorschotten zullen t.z.t.complexgewijs in leningen worden omgezet, die door annuitei-ten zullen worden gedelgd.Behalve de bedragen, die wij uit eigen middelen hebben ge-financierd, voor herstel en opbouw, waren op 31 Decmber1946 door huurverliezen f 152.743,^-- aan onze liquide mid-delen onthouden.De reeds in 1944 door ons Bouwbureau ontworpen plannenvoor de bouw van 160 woningen hebben niet de goedkeuringkunnen verkrijgen van de Inspecteur der Volkshuisvesting ende Schoonheidscommissie en werd op verzoek van de Ge-meente contact gezocht met een architect, die de plannenvoor deze nieuwbouw in sociatie met ons bouwbureau naderuitwerkte, waardoor 167 woningen gebouwd konden wordenop een terrein bij de Madioenstraat.Daar wij bij schrijven van 3 Juni 1947 van B. en W. berichtontvingen, dat dit werk niet voor uitvoering in eigen beheer inaanmerking kwam, zulks in verband met een mededeling vande Hoofd-Ingenieur van de Provinciale Dienst van de Volks-huisvesting, werd contact gezocht met ingenieur W. K. deWijs, alhier. De bouwplannen werden toen opnieuw ingedienden werden de woningen na gehouden aanbesteding gegundaan de aannemers Gebr. Hannink; voor de bouw voorf 1.581.000,^--, voor het schilderwerk aan Fa. H. Becker voorf 82.865,^-- en voor de electrische installatie aan SchrapsTechn. Bureau voor f 25.099, -- , totaal dus f 1.688.964,--.Voor de aankoop en het bouwrijp maken van het terrein iseen bedrag gemoeid van f 244.425,--^.Aangezien te voorzien is, dat de . opbouwwerkzaamhedentegen medio 1948 haar voltooing naderen, werd een verzoektot B. en W. gericht, aan de vereniging bouwgrond ter be-schikking te stellen, om daardoor te voorkomen, dat de 150 inonze dienst zijnde bouwvakarbeiders, wegcns gebrek aan werkmoesten worden ontslagen en daardoor voor onze verenigingverloren zouden gaan.Zeer tot onze spijt werd evenwel door B. en W. bericht, datgeen bouwterrein beschikbaar was.Enschede, September 1948.Constructieve Wederopbouw PolitickOnder deze titel zijn in het orgaan ,,Maatschappij-Belangen",Maandblad van de Nederlandse Maatschappij voor NijverheidenHandel, een tweetal artikelen verschenen van de heer Ir.C. Wolterbeek uit Overveen.In het eerste artikel werd de huidige regeringspolitiek op hetterrein van Wederopbouw en Volkshuisvesting becritiseerd.Veel van hetgeen van Overheidswege op het gebied van toe-komstige en huidige mogelijkheden, van financiele aard in hetbijzonder, maar ook in materiele zin, wordt verkondigd en alsleiddraad voor de te nemen maatregelen wordt gebezigd, wordtin dit artikel als illusie betiteld.Het zou een illusie zijn te menen, dat de Nederlandse Volks-gemeenschap in staat zou zijn de Wederopbouw en de ver-goeding van de geleden schade wegens oorlogsgeweld tefinancieren op de wijze zoals dit door de Regering wordtvoorgesteld en ondernomen.Het zou een illusie zijn te mogen verwachten, dat de spreidingvan beschikbare materialen en arbeidskrachten over het landen de aanwending van het materiaal en van die arbeidskrach-Nachtegaalstraat te Enschede. Herbouwd Februari 1946.ten, allereerst ten dienste van de heropbouw van Volkswo-ningen en de aanbouw van nieuwe woningen, mogelijk zouzijn door middel van ambtelijke voorschriften en bemoeiingen.Een veel te ver doorgevoerd dirigisme en het uitschakelen vande enige natuurlijke barriere, de financiele, zij worden, somsmet een volgens de schrijver kunstmatig opgeschroefd bouw-volume, als oorzaken van de vele teleurstellingen en de stroevegang van zaken aangeduid.De schrijver is van- mening, dat in het bouwprogramma envooral in de wijze van financiering, sterke inflatorische ten-denzen aanwezig zijn. Voorts maakt hij ernstig bezwaar tegende naar zijn oordeel veel te vergaande bemoeiingen van deOverheid met hetgeen gebouwd zal worden.Ook de experimenten die men op het terrein van nieuwe bouw-systemen bevordert, mogen zich niet in des schrijvers instemrming verheugen.Ook wij zijn van mening, en wij hebben daar openlijk blijkvan gegeven, dat de bemoeiingen van de Centrale-Overheid ^--het Departement ^ in menig opzicht beperkt moeten worden,al was het alleen reeds daarom, dat in het huidige systeem doordrie Overheidsinstanties een en hetzelfde werk wordt ver-richt: Gemeentelijk, Provinciaal en dan nog eens Centraaldoor het Departement.Ook wij hebben tot dusverre nog weinig resultaat gezien vande experimenten die met allerlei nieuwe bouwsystemen wordenuitgehaald. Een ding constateerden wij wel: deze nieuwesystemen zijn over het algemeen niet beter, maar wel duurderdan de klassieke bouwmethode. En daarom betwijfelen wij ookin sterke mate of het ?-- nog zeer problematische -- voordeelvan sneller bouw en aanwending van minder geschoolde- ofvakarbeiders hier wel tegen de reeds zichtbare -- en straksin de exploitatie wellicht nog aan de dag tredende, maarvoorlopig nog onbekende, nadelen zal kunnen opwegen.In het tweede gedeelte van zijn artikel, voorkomende in het.Mei-nummer van ,,Maatschappij Belangen" -- komt de schrij-ver de op het einde van het eerste deel gegeven belofte naom tegenover de critiek op het huidige beleid te stellen de uit-gangspunten voor een betere, waarlijk principiele wederop-bouw-politiek.Die uitgangspunten dienen volgens hem te zijn:A. Nederland moet zijn bouwprogramma baseren op de wer-kelijkheid; daartoe moeten alle inflatorische tendenzenworden uitgebannen. Men moet niet trachten het bouw-volume kunstwatig op te schroeven.B. Het dirigisme moet niet uitgaan van het standpunt, datde overheid alles kan regelen; het moet zich beperken totde regeling van het bouwvolume. De kunstmatige ambte-lijke barriere moet worden afgebroken; in de plaats daar-van moet de natuurlijke financiele barriere in ere wordenhersteld.C. Men stelle zijn geloof niet op kunstmatig bevorderdesystemen maar hebbe vertrouwen in het inzicht en de zelf-standige kracht van de particuliere ondernemer en gevehem de vrijheid terug om zijn initiatief te ontplooien.,,Tegenover de politiek van schone beloften en volledige be-voogding, die de Regering volgt, zou men dit kunnen noemeneen politiek van bescheidenheid en vrijheid", aldus de schrij-ver. Uitvoerig geeft de schrijver vervolgens aan, datgene watvolgens hem oorzaak is van de stroeve gang van zaken enin het bijzonder betoogt hij daarbij, dat ten onrechte de We-deropbouw in ons land op de voorgrond ivordt gesteld. Ditacht hij uit den boze. De V/ederopbouw dient slechts te komenop de tweede plaats.,,Om dit te beseffen bezoeke men de Duitse steden. Daarspreekt de economische noodzaak van het bepalen der urgentievolgens de maatstaf der productiviteit nog duideHjker dan bijons; de bevolking moet in de fabrieken en de mijnen werkenvoor de export, waarmee de import van levensmiddelen moetworden betaald, en de ontstellende puinlawine voorlopig maarlaten liggen."Een tweede bezwaar tegen de huidige WederopbouwpoHtiekwordt volgens de schrijver gevormd door de vele eisen, die vanOverheidswege worden gesteld voor de te bouwen woningen.Eisen die de mogelijkheid van soberheid in sommige opzichtenjuist uitsluiten, hoewel, ook volgens de Minister, blijkens diensMemorie van Antwoord aan de Eerste Kamer, het algemeenbelang eist, dat de plannen sober zijn opgezet.De schrijver merkt dan verder op: ,,dat de aangegeven regelingniet of pas in de laatste plaats voorziet in het bouwen vanWoningwetwoningen en in het algemeen niet voldoet aan deeis, dat de overheid er voor moet zorgen, dat het bouwpro-gramma wordt gebaseerd op een theoretisch gestelde normvan sociale gerechtigheid."De enige barriere, die naar het oordeel van de schrijver tenonrechte is afgebroken uit sociale en ethische overwegingen,de financiele, zal moeten worden hersteld.Hij vraagt in dit verband: ,,Is het niet juist, dat de groteindustrieen, waarop onze landseconomie voor een belangrijkdeel moet drijven, de gelegenheid krijgen om het voor henwaardevolle personeel aan zich te binden, doordat zij in staatworden gesteld hen het eerst in aanmerking te doen komenvoor het bewonen van een eigen huis? En ten slotte, moethet eigendomsrecht zo ver worden uitgehold, dat de bezittervan eigen middelen geen eigen huis mag bouwen, terwijl deniet-bezitter een woningwetwoning krijgt toegewezen tegen devoor-oorlogse huur?",,De vragen stellen is ze beantwoorden", zegt de schrijver.,,We moeten terugkeren tot gezonde staatsfinancien, tot derealiteit der economische verhoudingen en tot de voorwaarden,welke het particulier initiatief weer tot ontplooiing kunnenbrengen. De eerste dier voorwaarden is: ,,vrijheid".Vervolgens betoogt de schrijver uitvoerig hoe en op welkewijze de ambtelijke bevoogding moet worden opgeruimd. Aanhet dirigisme blijve de taak voorbehouden om het bouwvolumete regelen volgens de door de schrijver aangegeven methode.Bij de barriere der beperkte hoeveelheid bouwmaterialen ver-valt geheel de ambtelijke bevoogding als het bouwvolume nietis geforceerd -- zoals thans volgens de schrijver het geval is.De toewijzing der bouwmaterialen-contingenten zal kunnengeschieden direct door de leveranciers en de handelaren.Ook de barriere van het tekort aan bouwvakarbeiders heeftde aandacht van de schrijver.In het kader van de algemene loon- en prijspolitiek der rege-ring dienen de maximum-lonen voor de bouwvakarbeiders teworden gehandhaafd. De schrijver kan zich niet verenigenmet een streven wat er de laatste tijd valt waar te nemen, omhet plafond bij tariefwerk ,op de bouwwerken te laten verval-len. Want een verantwoord tarief voor alle bouwvakarbeidersis nog niet vastgesteld. Het zou volgens hem de derde loon-ronde ontketenen, en dat nog wel uitgaand van een beschutbedrijf. De realiteit zou zijn, dat 95 % der arbeiders hetzelfdeloon uitbetaald willen hebben, hoewel ze het geenszins intarief verdiend hebben,^als de 5%, die misschien inderdaad intarief heeft gewerkt.,,De enige manier -- het lijkt misschien wat hard om het te ,zeggen, maar het is nu eenmaal zo -- om de arbeidsprestatiesder bouwvakarbeiders op te voeren is het bepalen van hetbouwvolume op een zodanig niveau, dat de toestand van vol-ledige bezetting voor de bouwvakarbeiders net niet geheelwordt bereikt. Een klein beetje werkloosheid; dat is eigenlijkhet meest effectieve geneesmiddel voor veel van onze econo-mische kwalen."In aansluiting daarmee breekt de schrijver een lans voor goedescholing van de arbeiders, zulks in verband met zijn afwijzingvan de nieuwe bouwmethode, een betoog waarmee wij kunneninstemmen.Maar vervolgens worden de ambtelijke barrieres onder het mesgenomen en daarbij treffen wij deze ontboezeming aan:,,Tot de ambtelijke barrieres, die moeten worden afgebroken,behoren in de eerste plaats alle eisen, die thans van Over'heidswege worden gesteld aan het project. Men zou alleenkunnen handhaven het voorschrift, dat het project moet zijnuitgewerkt door een erkend architect. Verder late men debouwers volledige vrijheid met betrekking tot wat zij willenbouwen."En even verder lezen wij het volgende:,,Misschien zal het nodig zijn tijdelijk alle gemeentelijke bouw-verordeningen buiten werking te stellen; zeker zal men allesupervisoren moeten uitschakelen.",,Dit brengt mij op het punt van de te volgen grondpolitiek.Een duchtige opruiming in het administratief zo bedenkelijk ,uitgegroeide stelsel van uitbreidings- en streekplannen is eenabsolute vereiste."Wij zullen het hierbij laten voor wat betreft het aanhalenvan gedeelten uit het artikel van de heer Wolterbeek.De lezer heeft, dunkt ons, wel voldoende inzicht gekregen inde opvattingen en het streven van de schrijver.Eerlijk gezegd: toen wij dit lazen vroegen wij ons af: wanneerleven wij? Toch in 1948?Wij hebben getracht ons te realiseren de gevolgen van eentoepassing van de idealen van de heer Wolterbeek en vanhet opvolgen van zijn raad ten aanzien van opzijzetting vanbouwverordeningen, en dus van de Woningwet voor een be-langrijk deel, alsmede van de uitbreidingsplannen. Dit ge-voegd bij de stelregel, dat er slechts een barriere blijft be-staan: de klassieke ^ voor de sociale wetgeving alles be-heersende -- de financiele, opent wijde perspectieven:,,Heb je geld, dan mag je huizen bouwen", zo luidt de aanhefvan een oud rijmpje. Inderdaad daar zou het heen gaan. Heb ' >je geld --- hoe ook gewonnen -- dan bouw je; desgewenstvilla's. Voor het overige: de massa die geen geld heeft ofdie niet in staat moet worden geacht de huur op te kunnenbrengen, die voor een winstgevende of lonende exploitatie vangoede, aan redelijke, uit sociaal en ethisch oogpurit beschouwd,noodzakelijke normen beantwoordende woningen verlangdmoet worden, zal zich dan maar tevreden moeten stellen:voorlopig met'een of ander onderdak tussen de puinlawinesen daarna in het gunstigste geval, met een ,,woning" die,binnen de grenzen door de financiele barriere gesteld, tenslotte niet groter enniet beter zal mogen zijn dan mogelijk is.Ouderen onder ons herinneren zich nog wel de tijd waarinde door de heer Wolterbeek zo hoog geprezen en aanbevolen,,Vrijheid"'en de werking van de door hem alleen toelaatbaargeachte financiele barriere zich ten voile lieten gelden bij debouw van woningen.Ten plattelande, in de heidestreken van Friesland en Drente,bouwde men toen de plaggehutten. In sommige streken vanons land kan men de resten daarvan nog vinden.In de steden ontstonden woonwijken -- te Amsterdam b.v.de beruchte ,,Y.Y.buurt" of ,,de! Pijp" -- die voor altijd het 6162stadsbeeld hebben bedorven en zullen ontsieren. Men bouwdewaar men wilde en zoals men wilde. Men was vrij.Met eisen van algemeen belang als Volksgezondheid en ste-denschoon b.v., behoefde men geen rekening te houden enmen deed het dan ook niet. Men was vrij.Neen: opvolging van het advies van de heer Wolterbeek zouons lijnrecht voeren naar de chaos en het woningpeil geweldigdrukken.Wij zullen de opmerkingen over ,,dat kleinebeetje werkloos-heid". dat een zo effectief geneesmiddel zou zijn voor veelvan onze economische kwalen, nu maar laten voor wat ze zijn;de uiting van iemand die .weinig blijkt geeft van respect voor.de mens in de arbeider; voor wie de arbeidskracht nog steedskoopwaar is; een prediking van de klassestrijd, hoewel wijaannemen, dat de schrijver niets verfoeilijker vindt dan juistdie klassestrijdprec?fA:fn^ waarvan .zo vaak anderen ten on-rechte worden beticht, die slechts het bestaan van een klassen-strijd constateren.Maar ook in de gedachtengang van de heer Wolterbeek isnaar onze mening de door hem zo fel bestreden voorrang vande wederopbouw een element waarvan de betekenis voor deopvoering van de productiviteit niet onderschat mag worden.En niet alleen de door hem bestreden voorrang, ook de aan-gevallen theoretische eisen van Sociale Gerechtigheid, zij mo-gen uit een oogpunt van stimulering der productiviteit niet alsvan nul en gener waarde worden beschouwd.Dacht de heer Wolterbeek soms, dat de arbeider die na vol-brachte arbeid niet weet waar hij zijn hoofd moet neerleggen,die geen behoorlijke woning zijn ,,thuis" kan nomen, die buitenzijn arbeid moet leven in een omgeving die met alle eisen vansociale gerechtigheid spot; die dus alle gevoel van menselijkeeigenwaarde zal verliezen en daarmee 66k dat, voor de op-voering der productiviteit zo uiterst belangrijke gevoel vanverantwoordelijkheid, dat deze arbeider een geschikt objectzal zijn voor een industriele topprestatie?Deze vraag stellen is ook haar beantwoorden.Het beschavingspeil van het merendeel der arbeiders is in delaatste 50 jaren wel zodanig gestegen, dat thans niet meervolstaan kan worden met een levenspeil -- waarvan de woningeen voorname factor is -- dat met de meest elementaire eisenvan sociale gerechtigheid geen rekening zou houden.De toenemende industrialisatie en ook de toenemende verant-woordelijkheid van de arbeider als groep voor de productivi-teit, die een uitvloeisel is van de meerdere invloed die op degang van zaken bij het bedrijf w,ordt verlangd en reeds in vrijbelangrijke mate is verkregen, brengt mee, dat met de arbeiderals mens rekening moe^ worden gehouden wil men een be-hoorlijke productiviteit verkrijgen.Daarom is het primair stellen van de wederopbouw en dewoningbouw geen eis die in tegenspraak is met die van krach-tige bevordering der productiviteit en de industrialisatie; inte-gendeel: het stellen van deze eis is een belangrijk element bijde verwezenlijking van dit laatste.TJ. KINGMAZaandam, Augustus 1948.Duplex-woningen te AssenDe Bouwvereniging ,,Assen"te Assen heeft dit jaar weernieuwe woningen in exploitatie kunnen nemen. In het geheeltwee en twintig stuks, waarvan tien stuks ingericht als z.g.n.duplex-woningen, zodat hier twee en dertig gezinnen weereen vrije woonruimte hebben betrokken.De twaalf eengezinswoningen (zie foto 1) bevatfen naast degang en de W.C., een woonkamer, kleine kamer, keuken,kelder en op de verdieping drie slaapkamers en een douche-eel. De totaal stichtingskosten dezer twaalf woningen zijnf 152.659,45. De inhoud per woning is 310,4 Ms.De tien z.g.n. duplex-woningen (zie foto 2) bevatten voor deEengezinswoningen te Assen, (Foto 1)bewoners der begane grond, de gang met W.C., keuken,twee kamers, kelder en bergplaats. De bewoners der verdie-ping hebben tot hun beschikking de bovengang met W.C.,twee kamers met een kleine slaapkamer, keuken, balcon envliering, zomede op de begane grond een bergplaats. De toe-gang naar de bovenwoning is gescheiden van de beneden-woning. In deze tien woningen is voor elk gezin een woon-ruimte van 231,1 M^ beschikbaar.De stichtingskosten dezer duplex-woningen zijn f 177.245,19.Assen, Augustus 1948.Welke verven zijn het duurzaamst ?In ,,De Woningbouwvereniging" van Juli-Augustus 1946schreven wij een artikel onder het hoofd ,,Besparing oponderhoud door duurzamer materiaal". In dat artikel deeldenwij o.a. enkele van de voorlopige resultaten mede van een doorhet Centraal Instituut voor Materiaalonderzoek te Rijswijkop grote schaal ingesteld onderzoek naar de duurzaamheidvan verfsoorten voor buitenwerk.Het Instituut heeft in Augustus 1943 ongeveer 1200 proef-plankies uitgezet op proefrekken, gedeeltelijk onder een hoekvan 45? en gedeeltelijk onder 5? en gericht op het zuiden.Zoals bekend voltrekt het verweringsproces zich op deze wijzeveel sneller dan aan opgebrachte verf aan woningen.In Juni j.l. is nu een definitief rapport over dit onderzoekverschenen, waarbij een sarnenvattend overzicht van de resul-taten over een expositieperiode van 4 jaar is gegeven doorIr. R. Dooper en Dr. F. J. Hermann.Het omvangrijkc, zeer technische rapport, \vaarin buitendiengrote staten met gegevens en cijfers zijn opgenomen, kunnenwij in dit artikel slechts zeer onvolledig weergeven. Wij be-perken ons daarom tot de voor woningbouwverenigingen be-langrijkste gegevens en verfsoorten.Bij de opbouw van het grondsysteem, d.w.z. het gehele verf-systeem tot aan de laatste laag, werden zowel klassieke alsmoderne producten gebruikt. Onder klassieke producten wor-den hier verstaan verven op basis van rauwe en/of thermischbehandelde lijnolie; onder moderne producten verven opphtalaatharsbasis.Bij beoordeling van de resultaten van het onderzoek zijn degebreken in 2 hoofdgroepen verdeeld, n.l.: primaire en secun-daire gebreken. Tot de primaire gebreken behoren: barsten,afbladeren en blaarvorming. Tot de secundaire gebreken:glans, afpoederen, verkleuring en schimmelen.Uit de gepubliceerde cijfers is af te leiden, dat met het grond-systeem op oliebasis betere resultaten worden verkregen danmet het grondsysteem op phtalaatharsbasis, hetgeen vooralop de lange duur tot uiting komt. Er wordt echter uitdruk-kelijk de aandacht gevestigd op het feit dat de getrokkenconclusie alleen betrekking heeft op de onderzochte systemen,en niet met zekerheid is vastgesteld of in het algemeen aanklassieke dan wel aan moderne producten voorkeur moet wor-den gegeven.Bij het onderzoek naar de duurzaamheid van de dekverven'.door de vakman meestal afschilderverven genoemd, werdenonderzocht de invloed van de gebruikte bindmiddelen en vande pigmenten.De cijfers over de invloed van de bindmiddelen tonen aan, datnagenoeg alle verven zich op standaard grondsysteem op olie-basis beter gedragen dan op standaard grondsysteem opphtalaatharsbasis.Over de invloed van de pigmenten op het pptreden vanbarsten en/of afbladeren bij dekverven met bindmiddelen oplijnoliebasis geeft het rapport zeer interessante cijfers over 51verfsoorten met een expositietijd van resp. J jaar, 1, \^,2 2\,3, 3\ en 4 jaren.Wij nemen hier cijfers van de bij woningbouwverenigingen hetmeest voorkomende of in aanmerking komende verfsoortenover. Hierbij is echter geen rekening gehouden met de aardvan de grondsystemen. De resultaten bij het onderzoek vande verven op een klassieke ondergrond en op een moderneondergrond zijn gezamenlijk verwerkt.Pigment % intacte of bijna intacte dekvervenmet eenzelfde pigmentExpos;itietijd in jaren:Omschrijving\ 1 H 2 2i 3 3i 4Loodwit A 100 67 50 42 17 8 8 0Loodwit B 100 67 33 33 0 0 0 0Lithopoon 100 50 17 17 0 0 0 0Zinksulfide 92 33 0 0 0 0 0 0Zinkwit 01 100 75 17 8 0 0 0 0Zinkwit 5 100 100 33 17 0 0 0 0Niet krijtendtitaanwit ') 100 83 67 75 75 42 50 8Titaanwit i) 100 75 33 25 17 8 8 0Loodtitanaat 100 100 92 92 92 83 67 17Rood ijzeroxyde 100 100 92 83 75 58 58 50Bruin ijzeroxyde 100 100 92 92 83 58 58 42Geel ijzeroxyde 100 100 92 83 83 75 75 50Zwart ijzeroxyde 100 100 83 83 75 33 33 25Chromaatgroen-Bremergroen75/25 100 100 75 75 67 42 42 42Chromaatgroen-Bremergroen50/50 100 83 50 50 50 50 67 33Donkerchromaatgroen 100 100 92 92 83 83 83 67Chromaatgeel 100 100 92 92 100? 67 50 33Aluminium 100 100 100 92 83 75 50 42Geel ijzeroxyde-aluminium90/10 100 100 83 67 67 50 50 50idem 75/25 100 100 92 83 67 75 75 67^) Titaanwit poedert na betrekkelijk korte tijd af, en wel zodanig datbij ramen de ruiten na een flinke regenbui wit zijn van de verf. De verf-I'aag ziet er dan hagelwit uit, maar blijft nog geruime tijd gaaf. Nietkrijtend titaanwit heeft de eigenschap niet af te poederen, zoals het-rapport bevestigt en is buitendien blijkens de cijfers z.eer sterk.Een andere staat geeft eveneens de invloed van de pigmentenop het optreden van barsten en/of bladderen bij dekvervenmet bindmiddelen op lijnoliebasis, doch gesplitst volgens degrondsystemen en slechts op een expositietijd van 3, 3J/2 ^i^4 jaren. De zwakste verfsoorten w.o, zinkwitten, litophoon,loodwitten enz. zijn in deze staat niet opgenomen. Geelijzer-oxyde-Bremergroen verhouding 85/15, idem 80/20, idem 75/25,idem 65/35, geel ijzeroxyde-aluminium 90/10, idem 75/25 metzowel bindmiddel van afschilderverf als grondsysteem oplijnoliebasis, spannen in sterkte de kroon en waren na 4 jarennog volkomen voor 100% intact. Dan volgen geel ijzeroxydeen donker chromaatgroen met na3 jaar 100!%, 3j/2 J^ar 100 %en 4 jaar 83 %.Wat betreft glans en glansverlies zegt het rapport, dat demeeste verven in de eerste maanden van de expositie hunglans reeds geheel of bijna geheel verloren, wat zelfs ook hetgeval is bij verven met een goede duurzaamheid.Op de duur gaan alle pigmenten meer of minder afpoederen.Titaanwit poedert sterk, behalve de niet-krijtende soort; alumi-nium poedert niet.Schimmelvorming komt op de duur op alle onderzochte vervenvoor, behalve bij zinkwit. Sterk schimmelvormig zijn lood-titanaat en titaanwit. De invloed van schimmels op het op-treden van primaire gebreken is niet te bespeuren of in iedergeval niet groot.Over het geheel genomen zijn de resultaten bij schilderwerkuitgevoerd in het voorjaar iets gunstiger dan werk uitgevoerdin het najaar.Verkleuren komt in vele vormen voor. Niet verkleurendepigmenten zijn alle ijzeroxyden en de mengsels hiervan metBremergroen en aluminium.Het rapport constateert: ,,Genomen als groep behoren dewitte pigmenten tot de slechtste producten. Met loodtitanaat-- hier bij de witte pigmenten gerekend, alhoewel het enigs-zins geel is -- worden echter uitstekende resultaten verkregen.Na een expositietijd van 3% jaar is dit pigment nog practischgelijkwaardig aan een goed gekleurd pigment zoals geel ijzer-oxyde; in de periode van 33/^--4 jaar, d.w.z. in de uitzonder-lijke zomer van 1947, bleek de verwering bij loodtitanaatechter veel sneller verlopen te zijn dan bij geel-ijzeroxyde".De ijzeroxydeverven en chromaatgroenen bleken, zoals wijtrouwens in 1946 en daarvoor reeds herhaaldelijk schreven,verreweg de sterkste verfsoorten. Vooral in deze tijd met deveel te lage onderhoudsnormen en veel te geringe geldmiddelenen arbeidskrachten, nu buitenschilderwerk dientengevolge veellanger mee moet dan in normale tijden, is er alles voor tezeggen, alleen de sterkste verfsoorten te verwerken. Ook alvindt men de kleuren wat somber of minder mooi.Wil men echter toch perse lichte kleuren voor buitenwerk,dan is ook in dit rapport wel gebleken, dat voor afschilder-verf loodtitanaat of niet krijtend titaanwit de aangewezen.Duplex-woningen te Assen. (Foto 2) 63duurzaamste en daardoor meest voordelige verven zijn, diewel is waar in sterkte de mindere zijn van de sterke donkerekleuren, maar die toch zelfs het van ouds beroemde loodwitverre overtreffen. En zinkwitverven komen dunkt ons na ditrapport, zeker niet meet in aanmerking voor afschilderverf.Lood- en zinkwitverven zijn alleen geschikt als grondverven.J. SPEK.Nogmaals : lonen, prijzen en hurenHerhaalde malen hebben wij reeds over het verband tussenlonen, prijzen en huren geschreven. Dan eens naar aanleidingvan het onderhoudsbeheer van de bestaande woningen, eenandere keer bij gelegenheid van een beschouwing over dehuurbepahng voor de nieuwe, na 1945 gebouwde, woningen.In het eerste geval betoogden wij, dat de verhouding tussenhet gemiddelde inkomen en de nog steeds geldende hurenvan het oude woningbezit in sterke mate afwijkt van de ver-houding die voor 1940 algemeen als juist werd aanvaard.Zo was in de gemeente Groningen b.v. het percentage vanhet inkomen, hetwelk aan huur werd besteed in 1939, 16.6%.In 1948 wordt slechts 11.82% van het inkomen aan huuibesteed.Voor Amsterdam vonden wij de volgende percentage's:In 1939: 18.45%; in 1948: 12.31%.In het tweede geval wezen wij er op, dat door de methodedie gevolgd wordt bij het calculeren van de huur, die voor denieuwe woningen behoort te gelden, deze huren, in verhoudingtot het oude woningbezit, zodanig zijn gestegen, dat weerongeveer de vooroorlogse verhouding tussen inkomen en huurwordt hersteld.Wij wezen voorts op het gevaar, dat door toepassing vaneen schaat voor toekomstige huurverhoging, die verband legttussen een te verwachten stijging van de index van kosten,levensonderhoud en de toelaatbare huurverhoging, zoals dezedoor Prof. Dr. N. J. Polak ter gelegenheid van een gehoudenvoordracht op 4 Juni 1948, werd aangegeven, de verhoudingtussen inkomen en huur in sterke mate zal worden gewijzigd.Indien de kijk die Prof. Polak daarbij gaf op de a.s. ont-wikkeling der verhouding tussen kosten levensonderhoud enhuur juist is, dan zal over ongeveer 10 jaar, zo betoogden wij,het percentage van het inkomen wat aan huur wordt besteed,in sommige gevallen kunnen zijn gestegen tot 23%.Dat is dan bijna een verdubbeling ten opzichte van het thansgeldende percentage.Wij hebben daarbij dan aangenomen, dat de stijging van deindex voor kosten levensonderhoud gepaard zal gaan met eengelijke stijging van de gezinsinkomsten of de lonen.Waarom wij nu nogmaals over deze aangelegenheid gaanschrijven zal duidelijk worden, als men de moeite neemt verderte lezen.Als de tekenen, die op dit terrein kunnen worden waarge-nomen of aangevoeld, niet al te sterk bedriegen, dan zal,zodra de omstandigheden daarvoor gunstig zullen zijn, eenalgemene huurverhoging, ook voor het oude woningbezit,worden doorgevoerd.Voor de nieuwe -- na 1945 gebouwde -- woningen is inde huurcalculatie reeds als *t ware een voorschot op diehuurverhoging genomen, welk voorschot niet onbelangrijk isen gemiddeld pl.m. 20% van de kostprijs-huren der in1938/39 gebouwde, gelijkwaardige, woningen uitmaakt.Een dergelijk voorschot acht men dus thans wel mogelijk entoelaatbaar binnen het raam van de huidige lonen- en prijzen-politiek, terwijl een verhoging der huren van het oude woning-bezit met een veel geringer percentage deze lonen- en prijzen-politiek in gevaar zou brengen.Hier spreekt wel heel duidelijk het zielkundig element eenD4 woordje mee.De huurders van de nieuwe woningen zijn vrijwel steedsslachtoffers van de heersende woningnood; zij offeren zonderveel bezwaar de hogere huur, dankbaav als zij zijn, dat zij eenwoning kregen toegewezen.Voor de huurders der oude woningen geldt dit element vandankbaarheid blijkbaar niet. Dankbaar te zijn voor het onge-stoorde genot en het grote voorrecht om steeds een goedewoning ter beschikking te hebben, mag men bij hen niet ver-wachten, noch verlangen.Zodra er gerept wordt van ook maar de geringste verhogingvan de huren der oude woningen komt er hevig verzet: huur-verhoging is bij de huidige verhouding tussen lonen en prijzenonmogelijk zo zegt men. De loonstop -kan alleen gehandhaafdworden als ook de prijzen in bedwang kunnen worden gehou-den, zo wordt er geredeneerd. En bij de prijzen wordt dan,wat de huurprijzen betreft, uitgegaan van de voorloorlogsebedragen. Voor alle andere prijzen geldt zulks niet, maar dieheeft men dan ook niet zo goed in zijn macht. Juist de omstan-digheid, dat de prijzen van alle andere bestanddelen van hetgezinsbudget veel sterker zijn gestegen dan de lonen, deednaar onze mening de autoriteiten grijpen naar het zo gemak-kelijk te hanteren sluitstuk: de huishuren-stop.Hoe komen wij uit die slop?De veronderstelling mag niet te onwaarschijnlijk wordengeacht, dat straks toch een z.g. derde loonronde zal wordeningeluid, die vergezeld zal gaan met het loslaten, ook voorhet oude woningbezit, van de huurstop.Van de dan geschapen gunstige omstandigheid zal dan kun-nen worden geprofiteerd op een wijze die wel sterk doetdenken aan het geven met de ene hand en het nemen metde andere.Wij achten het dan ook niet onmogelijk, dat bij een gemid-delde stijging der lonen met pl.m. 101%, een huurverhogingmet 40 % mogelijk wordt geacht. Verhoudingsgewijze zoudan de factor huur nog lager liggen dan in 1938/39.De volgende cijfers tonen dit aan:1938/39 loon f. 32.50 huur f. 5.00 = 15.4%1948 ,, ,, 45.50 ,, ,, 5.00 = 11 %verhoogd ,, ,, 50.00 ,, ,, 7.00 = 14 %Deze cijfers hebben betrekking op het oude woningbezit.Ten opzichte van de na 1945 gebouwde woningen moet ge-waarschuwd worden tegen het al te strak doortrekken vande theorie, die men bij de vaststelling van de huren dezerwoningen heeft opgesteld.Deze theorie immers gaat er van uit, dat bij de huurbepalingalle ifactoren worden teruggebracht op het niveau van 9 Mei1940. In het bijzonder bij de vaststelling van de factoren renteen afschrijving heeft men, door toepassing van reductiecijfers,die zouden aangeven de verhoudingsgewijze gestegen kostenvan bouwrijp maken van grond en van de bouwkosten, dezekosten willen reduceren tot het peil van voor 9 Mei 1940.De praktijk is evenwel geworden '-- als gevolg van veel telaag gestelde verhoudingsgetallen tussen de kosten van bou-wen voor 9 Mei 1940 en thans -- dat de aldus berekendehuren in veel gevallen zeer belangrijk, zelfs tot ongeveer 40 %liggen boven de huren van gelijkwaardige woningen gebouwdin 1939. Neemt men nu aan, dat het de bedoeling is geweestom op deze wijze als 't ware een voorschot te nemen voorwat de nieuwe woningen betreft, op de komende algemenehuurverhoging, dan sluit dit in, dat ook voor die nieuwewoningen nog een verdere huurverhoging nodig en mogelijkwordt geacht.Tegen een dergelijk voornemen menen wij met grote nadruk temoeten waarschuwen. De spanning tussen lonen, prijzenen huren zou dat o.i. niet kunnen verdragen, maar bovendienin de verhouding tussen de huren van het oude en die vanhet nieuwe woningbezit -- een verhouding die op dit ogenblikernstig verstoord dreigt te worden -- mag niet een groteen ongemotiveerde ongelijkheid blijven voortbestaan.Dit zou tot ernstige gevolgen leiden, vooral voor de exploi-terende vereniging of gemeente.De na 1945 gcbouwde en thans in aanbouw zijnde woningenzijn veelal kwalitatief minder dan die welke werden gebouwdtussen 1930 en 1940. Stenen vloeren, dakbeschot vervangendoor ander materiaal, versobering door materialengebrekop allerlei onderdelen, 't waren alle node aanvaarde ver-slechteringen, afwijkingen, die de nieuwe woningen minderaantrekkelijk maken voor hen die aan een woning bepaaldeeisen stellen.In de eerste jaren zal zulks voor de exploiterende verenigingof gemeente geen nadelige gevolgen opleveren. De grote wo-ningnood maakt het mogelijk om alles wat vrij komt aan deman te brengen, huurprijs is dan vaak bijzaak. Maar als erweer normale verhoudingen terugkeren en er weer een bepaaldpercentage woonruimte onverhuurd zal blijven, als er dusweer keuze mogelijk zal zijn voor de woningzoekenden, danzullen de kwalitatief mindere woningen daarvan allereerst deweerslag ondervinden en vooral dan, als deze wat huurprijzenbetreft liggen boven het niveau van oudere -- maar betere,althans hoger gewaardeerde -- woningen, dan laat men dezewoningen links liggen.Het zal dan onvermijdelijk zijn de huren van deze woningenaan te passen aan de waardering, die zij van de woningzoe-kenden verkrijgen en er zal dan een meer natuurlijke ver-houding tussen de huren van de nieuwe en de oude woningenontstaan.Wij spreken nu nog niet van de woningen zoals die, naarwij hopen en verwachten, na verloop van niet te lange tijdweer gebouwd zullen kunnen worden, woningen die kwalita-tief met de voor 1940 gebouwde weer in alle opzichten kunnenwedijveren, noch van de mogelijkheid dat in de toekomst hetloon niet gehandhaafd kan blijven op het hoge nu strakswellicht bereikte peil en dat, mede als gevolg daarvan, debouwkosten der later gebouwde woningen sterk gedaald zul-len zijn.Op zich zelf zou tegen de boven geschetste ontwikkeling vanhet huurprijzenniveau en het herstel van normale en juisteverhoudingen tussen huren van het oude en het nieuwewoningbezit, geen bezwaar bestaan en zou men ook van dezijde van de Verenigingsbesturen en van gemeentewege deloop dezer ontwikkeling rustig kunnen afwachten, ware hetniet, -dat in de regeling zoals die van rijkswege is getroffenvoor de exploitatie der nieuwe woningen, een bepaling is op-genomen die insluit, dat het Rijk een bijdrage in de exploi-tatie geeft voor ten hoogste 50 jaren, welke bijdrage is be-rekend met inachtneming van door het Rijk vastgestelde haven,-- eventueel bij het aanwezig zijn van omstandigheden, diedit naar oordeel van de Minister zouden wettigen, t.z.t. teverhogen huren en met inachtneming overigens van exploi-tatielasten zoals deze bij de aanvang der exploitatie zullen zijn.Met deze bijdrage is het Rijk van alle verdere exploitatie'risoci's a/. Deze zijn voor rekening van de gemeente, die daar-voor dan ook de nodige reserve moet vormen.Het verband tussen de nu -gevoerde hurenpolitiek en de straksopdoemende risico's is duidelijk.En het belang, dat in de eerste plaats de gemeenten hebbenbij een gezonde hurenpolitiek, springt o.i. duidelijk in het oog.TJ. KINGMANieuwbouw te Gouda. Architect Ir. G. Versteeg. 65MiimiiMiiiiil>M&BtCANE QBOHI)Plattegronden nieuwhouw te Gouda.E EC--7( ^ ^^2i-lrjBou'.Ht : uAAPk2'vEllOiEPlNiiB r V p ES ( ? A A I 1 1 0 ilArchitect Ir. G. Versteeg.66Nieuwbouw voor de Arbeiders Woningbouw-vereniging ,,Ons Ideaal" te GoudaReeds geruime tijd voor de laatste wereldoorlog, had de nogjonge vereniging ,,Ons Ideaal" te Gouda, plannen voor debouw van arbeiderswoningen. In de twaalf jaar voorbereidingwelke aan de bouw van het laatst gereed gekomen complex,bevattende honderd en zcstien woningen, vooraf' ging, moestenniet alleen voor de aanvang der bouw, maar ook tijdens debouw, vele moeilijkheden overwonnen worden. Nadatop 31 October 1946 de eerste vijf en dertig woningen warenaanbesteed, werden in overleg met het Provinciaal Bureauvoor de Wederopbouw en de Volkshuisvesting, de gewenstebezuinigingen aangebracht, waarna de gunning kon geschie-den. De langdurige winter bracht ook nog de nodige moeilijk-heden en toen in Mei 1947 een aanvang met de bouw werdgemaakt, kwamen de moeilijkheden met de bouwstoffen enhet tekort aan arbeidskrachten.Op 6 Juni 1947 werd het tweede gedeelte der woningenaanbesteed, welke een en tachtig woningen op twaalf Augus-tus 1947 werden gegund aan dezelfde aannemer van het eerstegedeelte.De woningen zijn ingedeeld in drie typen, n.m.l. A, B en C.De acht en tachtig stuks van type A zijn normale eengezins-woningen, met een inhoud van 260,^-- M^, en een bergplaatsvan 8 M3, de acht en twintig stuks type B zijn grote gezins-woningen met een inhoud van 353 Ms en eveneens een berg-plaats van 8 M3. Een der woningen volgens type A is zodanigingericht, dat hij na verloop van tijd, op eenvoudige wijze isdienstbaar te maken als kantoor en werkplaats. Voor de inde-ling der verschillende typen verwijzen wij naar de in dit num-mer Opgenomen afbeeldingen. Opgemerkt dient hierbij deverbindingsdeur tussen keuken en achterkamer, waardoor demogelijkheid bestaat, om vanuit de keuken controle uit teoefenen op de zich in de kleine kamer bevindende kinderen.Ook tijdens de maaltijden zal deze oplossing zijn nuttigheidbewijzen.De beganegrondvloer is uitgevoerd in holle bouwsteen, welkein de gang is afgewerkt met een terrazzolaag en het overigegedeelte met een naadloze afdekvloer. De vloer der verdiepingis in houtconstructie uitgevoerd, evenals de hangconstructievoor de plafonds der slaapkamers. De plafonds zijn uitgevoerdin steengaas. De funderingen der woningen, der bergplaatsenen de voor een gedeelte van het complex aangebrachteafsluitin-gen van voortuinen, zijn uitgevoerd met betonpalen,'waaroverbetonbalken. De douchecel, de moderne keuken, terrazzovensterbanken, een goede voorziening van practische hang-en legkasten, lichte kleuren en ruime glasvlakken en in hetgeheel een ruim aandoende plan-opzet met een keurig ver-zorgde afwerking, stempelen dit complex tot een van werkelijkgoede arbeiderswoningen.Mag het bereikte resultaat goed worden genoemd, de wensblijft, dat als de woningen straks door de bewoners wordeningericht, deze de beschikbare ruimten niet gaan overladenmet zwaar en rijk aandoende meubelen, maar door een juisteplaatsing van goede meubelen, desgewenst met voorlichtingvan een goede zaak voor woninginrichting, de prettig, ruimen verzorgd aandoende sfeer der woning handhaven.Over de woningen zelf is alleen goeds te zeggen. Bij eenrondgang over het bouwterrein valt echter sterk op de ge-ringe straatbreedte voor een gedeelte van het complex. Deopgenomen foto geeft een beeld van ruimte, de achterliggendestraat heeft echter een breedte van 10 M tussen de gevelsder woningen, waardoor een zodanig vernauwende werkingwordt verkregen, dat een contrast wordt gevoeld tussen deprettig aandoende ruimtewcrking in de woning en het straat-beeld ter plaatse, nog gestimuleerd door de tot op vliering-hoogte opgetrokken hoogte der voorgevels. Hierdoor wordtduidelijk de wenselijkheid gevoeld aan een ruimere opzet vanhet stratenplan, welke grotere ruimte zeker een guhstigeinvloed zal hebben op de geest van het gezinsleven in dewoningen. In een juist ingedeelde woning behoort een goedewoninginrichting en dit geheel moet in juiste verhouding zijnmet het stratenplan. In deze samenstelling van drie factorenmag geen dezer ten achter blijven.De totale stichtingskosten zijn nog niet vast te stellen. De prijsper Ms voor de eerste 35 woningen bedraagt f 41,37, waarinf 7,60 voor de kostbare funderingen.Op 14 Augustus 1948 werd een gedeelte van dit complexofficieel en met enige plechtigheid in gebruik genomen.Mededellngen van de Nationale WoningraadJubileaMaandag 2 Augustus 1948 werd het dertig-jarig bestaanvan de woningbouwvereniging ,,Samenwerking" te Zwolleherdacht.Gelijktijdig met dit jubileum der vereniging, herdachten ooktwee bestuursleden, de heren H. Janssen, secretaris, enR. Torensma, penningmeester, de dag dat zij dertig jaar terughun functie als bestuurslid der vereniging aanvaardden.Op deze bijeenkomst werd veel waardering uitgesproken overhet werk der beide jubilarissen, onder meer door de voor-zitter der vereniging, de Heer B. W. Bello, in een persoon-lijkc toespraak.Namens de Nationale Woningraad was aanwezig ens be-stuurslid de Heer L. Lansink, die beide heren complimenteer-de en zijn waardering uitsprak over het werk in het belangder volkshuisvesting van Zwolle verricht.Door de Heer Bello werd aan beide jubilarissen een boekwerkaangeboden.BcnoemingDoor Gedeputeerde Staten der Provincie Zuid-Holland werdde Heer W. F. van Niekerk, secretaris van het bestuur derafdeling Zuid-Holland van de Nationale Woningraad, be-noemd tot lid van de provinciale adviescommissie ten behoevevan de bevordering van de Wederopbouw in Zuid-Holland.Nieuwe ledenMeppei: Meppeler Woningstichting.Bezoek aan Hare Majesteit dc KoninginOp uitnodiging van het Kabinet van de Commissaris van deKoningin in Zuid-Holland is de Heer H. J. Arnold in zijnkwaliteit als lid van het bestuur der Nationale Woningraadvan de provinciale afdeling Zuid-Holland, op Maandag 21September door Hare Majesteit de Koningin op de cour vangelukwensen, ter gelegenheid van Haar troonbestijging, ont-vangen.BerichtenBezuiniging op het verbruik van metselbaksteen, kalk-zandsteen en dakpannen, o.m. voor werken beneden/ 500,-- bouwkostenCirculaire van de Hoofdingenieur-Directeur van de Provin-ciale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuisvestingin Zuid-Holland van 30 Juli 1948, Afdeling GW, Ref. Ha/L,no. 5564, aan alle gemeentebesturen in diens ambtsgebied.In de laatste maanden .is het tekort aan metselbaksteen, kalk-zandsteen en dakpannen in belangrijke mate toegenomen.. Een redelijk vlotte voortgang van de woningbouw wordthierdoor ernstig in gevaar gebracht. Op vele plaatsen is erdoor dat tekort reeds ernstige stagnatie ontstaan.Het is dan ook noodzakelijk op het verbruik van metselbak-steen, kalkzandsteen en dakpannen voor alle andere werkenzo veel mogelijk te bezuinigen.Bij het uitgeven van Rijksgoedkeuringen, voor zover UwCollege daartoe bevoegdheid bezit, dient steeds naast hetgebruik van gedistribueerde materialen als belangrijke factor,ook het gebruik van stenen en pannen in aanmerking te wor-den genomen.In een bepaald geval, waarvoor aan U een Rijksgoedkeuringwordt verzocht voor een werk met toepassing van dezematerialen, zal dit een motief tot afwijzing kunnen zijn, ookal worden voor een dergelijk werk verder geen andere ge-distribueerde materialen gevraagd of verwerkt. Ik brengnadrukkelijk onder Uw aandacht, dat het bovenstaande ookvolledig geldt voor de zgn. ,,0"werken (werken beneden def 500,-- bouwkosten).Het verbruik van de in het gehele land voor deze categorie-werkjes uitgegeven hoeveelheden metselstenen loopt in detientallen millioenen en de hoeveelheden dakpannen in demillioenen. In deze categorie-werkjes is op bedoelde rnateria-len bezuiniging zeker mogelijk en deze zal belangrijk effectkunnen sorteren.Tot goed begrip van de situatie wijs ik U er nog op, dat,indien minder woningen wegens steen- en pannengebrek ge-reed komen, ook voor minder woningen Rijksgoedkeuringkan worden gegeven. Dit op grond van de U bekende100 %-regeling voor onze provincie.Ik roep daarom Uw medewerking in om het bestaande tekortaan meergenoemde materialen te bestrijden.De Hoofdingenieur-Directeur,G. F. E. KIERS.Maatregelen tot verlaging der bouwkostenTeneinde te komen tot een verlaging der nog steeds bijzonderhoge bouwkosten, heeft de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting een aantal nieuwe maatregelen genomen.De maximumprijs waartegen de bouw van nieuwe woningenzal worden gegund, zal vanaf 1 September 1948 verlaagHworden .-- en wel met f. 2,50 per m^.De practijk wijst uit, dat de huidige bouwkosten hoger liggendan noodzakelijk is. Zulks blijkt o.m. uit het feit, dat in ver-schillende gevallen tot gunning kon worden overgegaan tcgenprijzen weike -- soms zelfs zeer belangrijk -- beneden demaximumprijs lagen en uit het feit dat verschillende aanne-mers nog steeds in de gelegenheid zijn bij de huidige prijzenzwarte lonen aan de bouwvakarbeiders te betalen. Waar dehogere bouwkosten voor het grootste deel door het rijk moe-ten worden gefinancierd, acht de Minister het niet langerverantwoord de huidige toestand te laten voortduren.De Directeur-Generaal van de Arbeid en het College vanRijksbemiddelaars hebben zich in verband met het voorgaan-de bereid verklaard besprekingen te voeren met de organisa-ties van werkgevers en werknemers in het bouwbedrijf om, inaansluiting aan de proeven, welke reeds gaande zijn in degemeenten Amsterdam, Groningen, Arnhem, Nijmegen enEindhoven, te komen tot een oplossing van het loonvraag-stuk in die zin, dat bij behoorlijke arbeidsprestatie ook eenbehoorlijk loon kan worden verdiend.Verder zal de Minister er op toezien, dat, meer nog dan inhet verleden is geschied, het evenwicht zal worden gehand-haafd tussen de hoeveelheid in uitvoering te nemen werk enhet beschikbare aantal bouwvakarbeiders en materialen.Zouden immers te veel werken in uitvoering zijn, dan treedtstagnatie bij het werk op en stijgen de bouwkosten.Het werk, dat momenteel in uitvoering is, heeft een zodanigeomvang bereikt, dat het noodzakelijk is de hoeveelheid werkop de markt niet verder te vermeerderen. De goedkeurings-politiek van de overheid zal er dan ook op gericht zijn in !hetnog resterende deel van 1948 de hoeveelheid in uitvoeringzijnde werken meer in overeenstemming te brengen met debeschikbare arbeidskrachten en materialen.Het is geenszins de bedoeling te komen tot drastische vermin-dering der bouwactiviteit. Maar in die sectoren der bouw-nijverheid, waar in het eerste halfjaar van 1948 te veel wer-ken in uitvoering zijn genomen, zal thans een beperking dergoedkeuringen moeten plaatsvinden. Dit zal het bouwtempoten goede komen. Er behoeft dus geen vrees te bestaan dat 67minder nieuwe woningen gereed zullen komen. Eerder zalhet tegendeel het geval zijn.Door bovengenoemde maatregelen hoopt de Minister vanWcderop'bouw en Volkshuisvesting te bereiken, dat de om-vang van de bouwnijverheid in Nederland meer nog dan totdusverre, wordt afgestemd op de arbeids- en materiaalpositie,waardoor de bouwkosten kunnen dalen en de tijd, die metde uitvoering der werken gemoeid is, ibelangrijk kan wordenbekort.In dit verband past ook de nieuwe maatregel, welke bepaaltdat vanaf heden geen goedkeuring mag worden verleend voorwerken, welke de overheid geheel of gedeeltelijk financiert,dan nadat een steenfabrikant of -handelaar zich schrifteliikheeft bereid verklaard de eventueel nodige metselbaksteenen (of) kalkzandsteen binnen een zodanige termijn te'kunnenleveren, dat het werk in een snel tempo voortgang kanvinden.Persbericht no. 85.'s-Gravenhage, 3 Augustus 1948.Geen overbodige luxe bij woningbouwWanneer bij herbouw en nieuwbouw van een woning dekosten uitgaan boven het volgens de desbetreffende finan-^ cieringsregeling maximum toelaatbaar te financieren bedrag,dan kan toch machtiging tot gunning worden verleend, indiende belanghebbende verklaart dat hij de kosten welke uitgaanboven het hierboven bedoelde bedrag voor eigen rekeningzal nemen. Voor deze hogere kosten, waarmeje in vele ge-vallen aanzienlijke bedragen zijn gemoeid, was tot nu toegeen maximum bedrag vastgesteld.In de huidige omstandigheden dient er echter op te wordentoegezien, dat allerwegen de grootst mogelijke soberheidwordt betracht, dus ook bij de woningbouw, terwijl het daar-naast niet verantwoord is om grote aantallen arbeidskrach-ten en aanzienlijke hoeveelheden materiaal op deze wijze aande overige bouwobjecten te onttrekken.Daarom zal in de toekomst geen rijksgoedkeuring meer wor-den verleend voor woningen, waarvan de bouAvkosten hogerzijn dan 20 % '^^^ ^et bedrag dat in sobere uitvoering nodigzou z
Reacties