Januari 19499e Jaargang - No. 1DeWoningbouwverenigingUit^ave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redaotie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adres voor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Verenigingsbouw - gemeentebouwIn de laatste tijd komt, in verband met de activiteit van veelgemeenten, nog al eens de vraag naar voren of verenigings-bouw dan wel gemeentelijke woningbouw voorrang moet heb-ben. De vraag is belangrijk genoeg om er een beschouwingaan te wijden.Laat ens eerst nagaan wat de Woningwet hieromtrent bepaalt.Artikel 52 zegt, dat bij besluit van de gemeenteraad aan toe-gelaten woningbouwverenigingen voorschotten en bijdragenkunnen worden verleend ter tegemoetkoming in door die ver-enigingen ten behoeve van de volkshuisvesting aan te wendenkosten. Dat is dus duidelijk, de gemeenteraad kan geldelijkesteun geven voor verenigingsbouw. Nu de gemeentelijke wo-ningbouw. Daarover handelt artikel 54. Ingevolge dit artikelkan de gemeenteraad een bedrag beschikbaar stellen o.a. totaanbouw van woningen in het belang van de volkshuisvestingvoor rekening van de gemeente ,,ingeval dit noodzake-lijk is voor de richtige uitvoering van de wet". Hier maakt dewet dus een restrictie. Wat is de bedoeling van deze restrictie?Lezen wij er de memorie van toelichting op het ontwerp-Woningwet op na, dan blijkt dat de Regering destijds vanoordeel was, dat men eerst in laatste instantie, d.w.z. indienhet doel niet langs andere wegen te bereiken is, tot gemeen-telijke woningbouw moet overgaan. Niet altijd, zo zegt dezememorie, zal het particulier initiatief kunnen of willen optre-den, niet altijd zullen er solide verenigingen zijn, bereid ommet geldelijke hulp in de woningnood te voorzien. De Regeringvoorziet de mogelijkheid, dat het geval zich voordoet, dat degemeente door de nood gedrongen wordt zelf te gaan bouwen.Deze gedachtengang ging destijds enkele leden van de Twee-de Kamer te ver, hetgeen een amendement tengevolge had omde woorden ,,ingeval dit noodzakelijk is voor de richtige uit-voering van de wet" te veranderen in ,,waar dit in het belangder volkshuisvesting wenselijk is". De woordvoerder der Re-gering evenwel achtte deze nieuwe redactie niet zo heel verafwijkend van hetgeen het wetsontwerp voorstelde en merkteop, dat de gemeente, als dit voor de richtige uitvoering van dewet nodig blijkt, zelfs mag voorgaan om verschillende typenvan woningen zelf te bouwen om daardoor het particulierinitiatief aan te mocdigen en een voorbeeld te geven. Hieropwerd het amendement ingetrokken.Uit een en ander menen wij te mogen afleiden, dat weliswaarin de gedachtengang van de Woningwet de verenigingsbouwvoorop staat, maar dat dit niet zo ver gaat, dat de gemeentesteeds verplicht is de activiteit der verenigingen af te wach-ten, alvorens zelf de woningbouw ter hand te nemen.Bezien wij thans, hoe deze aangelegenheid zich in de practijkheeft ontwikkeld. Wij menen dit niet beter te kunnen doendan aan de hand van een overzicht, dat voor de gehele achterons liggende periode aangeeft welk deel van de gezamenlijkeverenigings- en gemeentebouw werd voorzien door woning-bouwverenigingen en welk deel door gemeenten.Jaar Gereed gekomen ver- Hiervan ge- Hiervan ge-enigings- en gemeente- bouwd door bouwd doorwoningen verenigingen gemeenten(aantal) (percentage) (percentage)1905 10 ,-- 1001906 23 9 911907 138 96 41908 467 84 161909 924 91 91910 977 94 61911 914 93 71912 1370 90 101913 2708 97 31914 2413 94 61915 4708 95 51916 4955 96 41917 3118 77 231918 7478 80 201919 12309 84 161920 21659 62 381921 24985 77 231922 20430 67 331923 15039 67 331924 12310 71 2p1925 12597 68 321926 7665 62 381927 7560 64 361928 6733 82 181929 7463 70 301930 7379 68 321931 9319 64 ' 361932 5165 72 281933 1664 59 411934 4875 85 151935 3450 87 131936 2579 89 111937 2326 79 211938 2862 73 271939 2983 69 311940 2638 74 261941 3349 23 771942 2570 75 251943 1842 85 151944 179 50 501945 64 42 581946 369 44 561947 5802 38 621948 (t.m. Oct.) 20488 39 61Uit het verloop van de percentages valt het volgende af teleiden. Nadat in 1905/1906 enkele gemeenten de spits haddenafgebeten, hebben de verenigingen gedurende een aantal jarenhet terrein vrijwel geheel beheerst. Tijdens de eerste wereld-SeuNy,/ dosr C,e.MEEMTE.M-:--oorlog veranderde dit enigermate. Het groeiende woningtekortvergde aller krachten en zo zien wij dan ook na 1916 hetaandeel der gemeenten stijgen. Zij verzorgen dan ongeveereen derde gedeelte van de Woningwetbouw. Het gemeentelijkapparaat, eenmaal in werking gezet, komt nog niet zo gauwtot rust. Eerst na 1933, nadat het woningtekort tot het ver-leden behoort en het bouwen voor de andere groepen geenmoeilijkheden oplevert, trekt het zich enigermate terug. Tijdensde jongste oorlog herhaalt zich het verschijnsel van de eersteoorlogsperiode. De gemeentebouw neemt een groter deel vande activiteit voor haar rekening. Dit wordt na de bevrijdingnog geaccentueerd, in deze periode is de gemeentebouw zelfsin de meerderheid.Naar mag worden aangenomen, is dit geen blijvende toestand.De vele moeilijkheden, waarbij de gemeente toch al betrokkenis, ook wanneer anderen bouwen, het verlangen ,om op teschieten en schakels over te slaan, maken het verklaarbaar, datverscheidene gemeentebesturen in deze periode het bouwen zo-veel mogelijk Hever zelf ter hand nemen. Bij afname der moei-lijkheden mag verwacht worden, dat de gemeentebesturen dewoningbouwverenigingen wger wat meer aan het woord zullenlaten. De ervaring in het verleden wijst hierop. Misschien zelfsis deze ontwikkeling reeds aan de gang. Terwijl n.l. gedurendede eerste tien maanden van 1948 61 % der voltooide woningenvan gemeentewege was gebouwd, bleek het aantal op het eindvan November j.l. in uitvoering zijnde woningen voor 53%gemeente- en voor 47 % verenigingswoningen te zijn.Wij maken ons over de overheersende positie van de ge-meentelijke woningbou'w in het jongste verleden dus niet directongerust en zien hierin nog geenszins een aanslag op de wo-ningbouwverenigingen. Voor een dergelijke ongerustheid zoualleen dan plaats zijn, wanneer het hier een principiele veran-dering van beleid betrof. In dat geval toch zou de vraag kun-iien worden opgeworpen in hoeverre dit beleid met de Wo-ningwet te rijmen valt._ ? i(Grafiek behorende bij art. ,,Verenigings-gemeentebouw")Intussen blijkt deze aangelegenheid ook reeds de aandacht vande Regering te hebben. In de jongste memorie van antwoordbetreffende de Begroting van Wederopbouw en Volkshuisves-ting lezen wij de volgende uiteenzetting:,,Wat betreft de terreinverdeling tussen woningbouwvereni-gingen en gemeenten, dient in het oog te worden gehouden,dat de Woningwet de bouw door woningbouwverenigingenvoorop stelt. In ovcreenstemming hiermede is dan ook in hetverleden het grootste deel der Woningwetwoningen doorwoningbouwverenigingen gebouwd. De verdeling van hetarbeidsveld tussen gemeenten en woningbouwverenigingenis steeds aan het plaatselijk inzicht overgelaten. Van Rijks-wege is hierop tot dusverre geen invloed uitgeoefend. In-derdaad is sedert de oorlog de gemeentelijke woningbouwsterk toegenomen. Waarschijnlijk is de oorzaak hiervan ge-legen in de vele moeilijkheden, welke bij de na-oorlogsewoningbouw overwonnen moeten worden en die vele ge-meentebesturen aanleiding hebben gegeven de zaak in eigenhand te houden. Wellicht zal, naarmate deze moeilijkhedenminder worden, het zwaartepunt weer naar de verenigings-bouw verschuiven. Mocht evenwel blijken, dat wij hier meteen blijvend verschijnsel te doen hebben, dan zal de vraagonder ogen moeten worden gezien, of van Rijkswege stap-pen moeten worden gedaan om weer te komen tot eenverhouding, die meer in overeenstemming is met de Wo-ningwet."Deze uiteenzetting lijkt ons zeer geruststellend.Besluiten wij onze beschouwing met een laatste cijfer, ontleendaan de uitkomsten van de volkstelling per 1 Mei 1947.Volgens deze telling waren er op die datum in ons land189.282 verenigingswoningen en 67.000 gemeentewoningen.Tezamen maakten deze woningen 12^% van de woningvoor-raad uit. Hiervan liep het aandeel der verenigingen 73.9 %,Codat der gemeenten 26.1}. Bommer.De betekenis der reservevorming van exploitatie-risico van w^oningwetwoningenDe wijzigingen die bij K. B. van 30 December 1947 zijn aan-gebracht in het Woningbesluit, zijn in meer dan eua opzichtvan zeer ingrijpende aard geweest.De oude regelingen met betrekking tot de toekenning en ver-lening van bijdragen in het tekort op de exploitatie van Wo-ningwetwoningen, regelingen die merendeels stammen uit dejaren onmiddellijk volgende op de eerste wereldoorlog, dusomstreeks 1919--1920, legden als regel een direct verbandtussen de uitkomsten der exploitatie over een bepaald exploi-tatiejaar, vallende tussen de twee opeenvolgende data waaropde annuiteit van de voor de bouw verleende voorschotten be-taald moesten worden en het bedrag der werkelijk uit te kerenbijdrage. .De bijdrage was bij de aanvang van de exploitatie, aan dehand van de op dat moment bekende gegevens, vastgesteld alsmaximum bijdrage en als regel droegen Rijk en Gemeente bijin de verhouding 3:1.Alle goede kansen in de exploitatie kwamen Rijk en Gemeen-te in diezelfde verhouding ten goede; alle kwade kansen blevenin theorie voor de gemeente, in de praktijk echter maar al tevaak als ongedekte verliezen, zwevende in de boeken van deexploiterende corporatie.De nieuwe regeling heeft met dit stelsel gebroken. En wijmogen daar zeer erkentelijk voor zijn, ook al legt de nieuweregeling aan gemeenten en corporaties de last van het exploi-tatierisico nu ook zeer nadrukkelijk op.De nieuwe regeling gaat, evenals de oude, uit van een bij deaanvang der exploitatie, aan de hand van alle dan bekendefactoren, vast te stellen vermoedelijk jaarlijks exploitatietekort.Bestelkaart voor boekwerkcnN.V. Maatschappij tot Exploitatie van hetLIMBURGSCH DAGBLADNobelstraat 21HEERLEN194aOndergetekende wenst te ontvangen :ex. band De Woningbouwverenigmg, jaargang 1948 a f 3,95per band, franco per postHet verschuldigde bedrag is gestort op de postrekening No. 35100 vande N.V. Maatschappij tot Expl. van het Limburgsch Dagblad te Heerlen.Na ontvangst van dit bedrag wordt mij de band toegezonden.HandtekeningNaamAdresWoonplaatsDaarbij worden voor onderhoud en beheer vaste normen aan-gehouden resp., voor wat Zaandam betreft, f 54.-- en f 9.--per jaar en per woning. De huur wordt, aan de hand van eendaarvoor bepaalde formule, berekend waarbij men in beginselis uitgegaan van een op het peil van 9 Mei 1940 gereduceerdehuur. Wi] zagen reeds in eerder gepubliceerde beschouwin-, gen, dat, als gevolg van de aanvaarding van een onjuiste ver-hooding tussen de tegenwoordige en de voor 1940 geldendebouwkosten, bij deze reductie een huur uit de bus komt, dieaanmerkelijk hoger ligt dan de werkelijke huur die op 9 Mei1940 voor een gelijkwaardige woning gold. De huurbepalingvoor de nieuwe woningen mag men dan ook zien als een opde toekomstige algemene huurverhoging reeds afgestemdemaatregel, waarbij als het ware een voorschot op die toekom-stige huurverhoging wordt genomen. Daar vloeit uiteraard uitvoort, dat, voorzover die toekomstige huurverhoging niet ver-der zal gaan dan dit voorschot, de nu gcbouwde woningendaar buiten zullen vallen.Maar in tegenstelling met de oude regeling wordt het aldusbecijferde exploitatietekort niet als de maximum bijdrage aan-gemerkt die over enig exploitatiejaar zal kunnen worden uit-gekeerd en waarin Rijk en Gemeente naar de verhouding 3 : 1bijdragen, maar dit exploitateitekort zal zijn de jaarlijks aan deexploiterende corporatie automatisch uit te keren vaste bij~drage.Alleen in twee gevallen zal deze bijdrage kunnen worden her-zien: le. als de huur wordt gewijzigd; 2e. als de rentevoetyoor de rijksvoorschotten wordt gewijzigd.Voorts is in de regeling bepaald, dat het Rijk deze bijdragegeheet voor zijn rekening neemt. De gemeenten worden dusvan een belangrijke last ontheven.Bij deze gang van zaken heeft de beherende corporatie er be-lang bij gekregen, dat zij een zuinig beheer voert. Elke werke-Ifjke besparing en elke maatregel die tot een efficient beheerzal leiden, komt de uitkomst der exploitatie ten goede.Maar het is duidelijk, dat de exploitatie nog al veel risico'sin zich sluit. Risico's die een gevolg kunnen zijn van allerleimaatregelen die op de exploitatie van invloed zijn en die nunog niet kunnen worden voorzien. Fiscale maatregelen, ver-loop van Icnen en prijzen in verband met de kosten van hetonderhoud, verhoogde waterleidingtarieven en vooral niet tevergeten het risico van huurderving als eenmaal de woning-nood tot het verleden zal behoren en op de woningmarkt even-ijueel weer een zeker percentage onverhuurd beschikbaar komt.Vooral de minder gezochte en in verhouding tot andere per-(j:elen dure woningen zullen dan incourant worden en het zaldan misschien onvermijdelijk zijn de huur dezer woningen aante passen aan de dan gewijzigde omstandigheden en verhou-dingen. Het Rijk heeft zich bij voorbaat gedistancieerd van aldeze risico's en de gemeenten, samen met de exploiterendecorporaties, dienen vanaf de aanvang zich in te stellen op derealiteit van deze risico's.De nieuwe regeling houdt met dit risico-element terdegerekening.In tegenstelling met de oude regeling geeft het Rijk nu formele' ^oorschri[ten, die de gemeenten verplichten voor deze risico'sreserve te vormen.^oals wij reeds zagen. ook volgens de oude regeling warenverliezen die geleden werden boven het bedrag der eenmaalvastgestelde maximum-bijdrage voor rekening der gemeente,|maar aangezien er geen enkele bepaling bestond die de ge-meenten verplichtte om dat risico jaarlijks te dekken op de eenof de andere wijze, 't zij direct, 't zij indirect, middels een re-serverekening, zo kon het gebeuren, dat deze verliezen in velegevallen werden genegeerd, waarbij men dan uitging van degedachte, dat de levensduur der woningen langer zou zijn dan?de 50 jaren gedurende welke zij als regel geheel worden afge-schreven. Na die 50 jaren zou dan, zo werd er geredeneerd,zonder bezwaar de ongedekte verliezen uit de exploitatie derwoningen kunnen worden gedekt. Men voelde er niet veelvoor om het huidige geslacht in nog sterkere mate dan reedshet geval is te laten sparen voor het nageslacht. Ongetwijfeldzit er in die redenering iets wat juist is. Als wij de woning-complexen eens gadeslaan die in de jaren 1918^--^1919 gebouwdzijn en die over het algemeen goed zijn onderhouden en, watvooral van groot belang is, die dooreen genomen zeer solidezijn gebouwd, dan is het ons duidelijk dat deze complexen,die ook nu nog bij de woninggegadigden zeer gewild zijn, overongeveer 20 jaren -- als ze geheel schuldenvrij zijn gewor-den -- belangrijke voordelige saldi zullen afwerpen. Het zaldan niet moeilijk vallen om eventueel nog ongedekte exploita-tieverliezen uit de eerste 50 exploitatiejaren snel af teschrijven. ''Bij de nieuwe regeling stelt men zich op het, naar onze meningwel juiste, standpunt, dat vanaf het begin bij het beheer metalle risico's die zich in de loop der exploitatie kunnen voor-doen rekening moet worden gehouden.Voor deze risico's moet de gemeente jaarlijks een bedrag, ge-lijk aan 7% van de jaarhuur der woningen, reserveren. Dete reserveren bedragen worden door de exploiterende corpo-ratie beheerd.De gemeente is bevoegd -- niet verplicht -- om van de exploi-terende corporatie een bijdrage in de stortingen ten behoevevan de te vormen reserve te verlangen van ten hoogste 3-2-%der jaarlijkse huuropbrengst van het complex woningen waar-op de te vormen reserve betrekking heeft.Bij die verenigingen en stichtingen die rechtstreeks van hunleden of van leden van corporaties waar b.v. een stichting alsafzonderlijk rechtspersoon mee in nauw verband staat, con-tributie ontvangen, is het bijdragen aan de te vormen reservemogelijk. Bij corporaties die geen leden hebben in die zin endie als regel bestaan uit personen of instellingen die zich voorde aangelegenheid van de volkshuisvesting interesseren enwaarbij de aandelen van het bijeengebrachte stamkapitaal deenige band vormen, is het in de meeste gevallen niet mogelijkom de middelen voor de storting in een reservefonds tevinden.De Nationale Woningraad heeft zich in de laatste jaren bijherhaling uitgesproken voor een grotere [inanciele zelfstandig-held en in verband daarmede ook voor een grotere aansprake-lijkheid voor het te voeren financiele beheer.Wij delen dat standpunt ten voile. Het is een helaas maar alte dikwijls voorkomend verschijnsel, dat de besturen van dewoningbouwcorporaties door de gemeentebesturen wordenbeschouwd als hun onbezoldigde ambtenaren, die zonder meerdoen wat hun door het Gemeentebestuur als taak wordt aan-gewezen en zich daarbij tot in de kleinste bijzonderhedengedragen en richten naar de voorschriften en bepalingen diehet bestuur der gemeente ter uitvoering van die taak belieft tegeven. Van eigen initiatief is dan geen of nauwelijks sprake.Wij zijn van oordeel, dat een dergelijke verhouding onjuist isen volkomen strijdig met de bedoelingen van de Woningwet-gever.Onder een dergelijke verhouding zouden wij geen dag langerde mooie maar moeilijke en vaak ondankbare taak van bestuur-der ener woningbouwvereniging wensen te vervullen.Van de besturen onzer woningbouwverenigingen dient initia-tief uit te gaan; zij dienen op hun terrein de in Wet en Wo-ningbesluit hen toegekende rechten en bevoegdheden ten voileaan te vatten. De hun toekomende bestuurstaak omvat zowelde voorbereiding tot de bouw als het beheer der gestichtewoningen. Een en ander uit de aard der zaak met inachtne-ming van de daarop betrekking hebbende voorschriften enrichtlijnen. Maar dan ook ,,besturen", dat is leiding gevenen verantwoording dragen.Het is in vele gevallen echter helaas zo, dat de belangstellinguitsluitend gericht is op het directe financiele belang van deleden-bewoners. Dat dan het belang der gehele volksge-meenschap wel eens uit het oog kan worden verloren, is van-zelfsprekend.Onze woningbouwverenigingen en stichtingen hebben in dehuidige omstandigheden een prachtige kans om te tonen wat zewaard zijn en wat zij aan gemeenschapszin en gezonde econo-mische inzichten kunnen opbrengen. ODe voorziening in de behoefte aan woonruimte is bij de hui-dige verhoudingen tussen bouwkosten en exploitatiemogelijk-heden ecn zaak die onze volksgemeenschap voor geweldigeproblemen stelt en die van haar grote offers vraagt.Het is een pr-obleem geworden wat naar zijn aard rich nietmeer leent als object van particuliere evploitatie, waarbij uiter-aard het winstmotief leidend is. De Woningwetgever heeft ditvoorzien en in deze Wet zijn de [undamenten gelegd voor eenbeheer en een exploitatie op de basis van gemeenschapsbeheer.Aan de woningbouwverenigingen en stichtinqen is daarbijeen grote plaats toegekend. De huidige ontwikkeling brengtnu mee, dat op deze fundamenten verder moet worden voort-gebouwd en dat aan deze verenigingen en stichtingen en dedoor ben in het leven geroepen organisatie: de NationaleWoningraad en haar organen een grote plaats en grote be-voegdheden worden toegekend, die een grote verantwoorde-lijkheid en uiteraard een sterke verhoogde aansprakehjkheidvoor het te voeren beleid in zich sluiten.In dit hcht bezien is de invoering van de reservevorming en hetmede daarin betrekken van de verenigingen en stichtingeneen belangrijke stap in de goede richting.Ongetwijfcld zal menige bestuurder van een woningbouw-vereniging of stichting tegen de bepleite deelneming in het tevormen reservefonds bezwaren aan voeren. De leden-huur-ders worden te zwaar belast, zo wordt er betoogd.Velen stellen als voornaamste doel van een bestuur: zorg ervoor dragen, dat de leden-huurders zo goed en zo goedkoopals mogelijk is wonen. Daarbij wordt er over het hoofd gezien,dat als regel in de huren van de Woningwetwoningen geenrisico is verdisconteerd en dat derhalve deze huren benedende eigenlijke kostprijs zijn. Alle risico is voor de gemeente enmen aanvaardt zulks als vanzelfsprekend. Dit nu is onjuist ende nieuwe regeling baseert zich dan ook terecht op een anderinzicht.Zeggenschap brengt verantwoording mee en verantwoordingsluit aansprakehjkheid in. Het een is zonder het ander nietdenkbaar.Zaandam, Januari 1949. Tj. Kingma,VerfkeuringIn het October-nummer van ,,De Woningbouwvereniging"bespreekt de heer J. Spek het verslag van het Rijksbureauvoor Onderzoek van Handelswaren, in het bijzondcr wat deverfwaren betreft.Hoewel de daarin vermelde analyse-gegevens ongetwijfeldjuist zullen zijn, dient overwogen, dat dit met de daaruit ge-trokken conclusies niet het geval behoeft te zijn. Immers nietalle verven, welke bariumsulfaat (blanc fix) bevatten, moetenals ondeugdelijk of versneden worden gekenmerkt. Het voorbinnenwerk veel gebruikte hthopoon bijv. bestaat uit 30%zinksulfide en 70% blanc fix, terwijl in grondverven voor bin-nen en buiten het titaanwit, dat meestal voor de helft uit blancfixe is bereid, een zeer gewaardeerd pigment is. Mengsels hier-van met loodwit verdienen zelfs de voorkeur boven zuiver lood-wit. Ook in loodmenieverven mogen kleine toevoegingen (bijv.10%) van z.g. versnijdingsmiddelen niet als vervalsing wor-den aangeduid, daar deze nodig zijn om o.a. de strijkbaarheidte verbeteren.Het komt herhaaldelijk voor, dat een verf samengesteld uitzuivere grondstoffen, bijv. zinkwit en standolie, in duurzaam-heid verre achterstaat bij een verf, die versnijding bevat. DeAmerikaanse ,,house paints" bijv. zijn alien op deze wijze sa-mengesteld. Zuiverheid is dus bij verf lang niet altijd synoniemmet deugdelijkheid, in het bijzonder duurzaamheid, waarop hettoch vooral aankomt.Wei is belangrijk, dat de samenstelling oordeelkundig is ge-schied. De beoordeling hiervan kan niet door een analyst, hoebekwaam ook, worden gegeven. Het trekken van conclusiesuit de analyse en uit de bij de keuring bepaalde technischeeigensschappen dient te geschieden door verfdeskundigen, diegrondig bekend zijn met het gedrag van verflagen bij expositie,Alleen dan is uit de keuring, die gewoonlijk binnen 1 a 2weken moet verlopen, een conclusie te trekken omtrent de ver-moedelijke houdbaarheid.Dit geldt te meer nu het aantal grondstoffen, vooral bindmid-delen, voor de verfbereiding zozeer is toegenomen. Hieronderzijn verschillende nieuwe producten, die de levensduur belang-rijk vergroten o.a. het loodtitanaat en de met phtholaathars enstyrcen gemodificeerde olieen.Inderdaad is het gewenst, zoals de heer Spek" aangeeft, omvoor de besteding van het verfwerk de eisen aan de verf testellen nauwkeuriger te formuleren dan thans doorgaans hetgeval is. Met moderne materialen is het mogelijk de onder-houdskosten van verfwerken belangrijk te verlagen.J. RINSENaschrift.In het door Dr. J. Rinse bedoelde artikel hebben wij de be-langrijkste feiten uit het verslag over 1947 van het Rijksbureauvoor Onderzoek van Handelswaren zonder enige wijzigingletterlijk overgenomen. Het betoog van Dr. Rinse is nu inhoofdzaak gericht tegen de conclusies in het verslag, welkedit bureau trok uit de resultaten van het onderzoek der verf-monsters.Met belangstelling hebben wij van zijn opmerkingen kennisgenomen, temeer omdat deze opmerkingen komen van eendeskundige van naam, die op het gebied van verfwaren zeerveel kennis en ervaring heeft. Wij nemen gaarne van hem aan,dat niet alle verven, welke bariumsulfaat (blanc fix) be-vatten, ondeugdelijk zijn voor duurzaam werk. Andere des-kundigen constateren dat eveneens in vakboeken en publica-ties. Wij nemen eveneens aan dat het trekken van conclusiesuit analyses alleen door verfdeskundigen dient te geschieden.Zijn andere mededelingen o.a. omtrent de duurzaamheid vanloodtitanaat en moderne materialen hadden onze voile belang-stelling en instemming. Toch zijn wij van mening, dat hetRijksbureau voor Onderzoek van Handelswaren in het alge-meen belang zeer verdienstelijk werk heeft verricht doorderesultaten van zijn onderzoek te publiceren. Door deze onpar-tijdige publicatie van een officieel bureau kwam vast te staandat o.a.:een als lood-zinkwit-grondverf ingezonden monster slechts be-stond uit een mengsel van lithopoon, krijtwit en magnesium-carbonaat;in een witte verf, die aangeboden werd als geen lithopoon tebevatten, 40 pCt. lithopoon aanwezig bleek te zijn;een als 20 pCt. loodwit-houdende geleverde plamuur geenloodwit bevatte.Op deze knoeierij heeft het Rijksbureau het voile licht latenvallen, zodat belanghebbenden maatregelen van verweerkunnen nemen.J. SPEKWaar gaan wij been ?Naar aanleiding van het artikel van de Heer C. Wulffraat inhet Novembernummer van ,,De Woningbouwvereniging**,vraag ik beleefd enige plaatsruimte voor mij beschikbaar tewillen stellen, ten einde de Duplex-woning eens van uit betstandpunt der woningbouwvereniging te bezien. Ik neem aandat het standpunt van de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting genoegzaam bekend is, men heeft dit stand-punt enige tijd geledcn, over de radio, warm kunnen horenverdedigen.Is onze Minister zich wel bewust dat deze Duplex-woningenals zij er eenmaal zijn niet meer zullen verdwijnen, misschieneen enkele, maar de meerderheid zal Duplex-woningenblijven.Is de Minister zich wel bewust dat wat nu een uitkomst lijktvoor kleine gezinnen, later een last zal blijken te zijn, wanneerdeze gezinnen zich uitbreiden. Kinderen krijgen is toch nietwettelijk verbodcn?Is de Minister zich bewust dat de helft van 280 Ms inhoudmaar 140 Ms is en dat een dergelijke woning niet meer daneen huiskamer, een slaapkamer en een keuken kan bevattenen dan nog maaar van minimum afmetingen. Door het bouwenvan dergelijke woningen wordt de Volkshuisvesting 40 jaarteruggezet. Wat moet dit worden als van deze woningen eenbelangrijk kwantum wordt gebouwd. Ik zie in mijn gedachtede tijd van vroeger, voor de Woningwet tot stand kwam. degrote steden met hun voor- en achterkamers met alkoof en debedden boven elkaar.Ik acht de opvatting van de Minister zeer bedenkelijk, laat deMinister zich toch bewust zijn, dat hij de toekomst der volks-huisvesting voor twee generaties op het spel zet.Bij het beluisteren van b. g. radiorede is deze spreker zeer een-ziidiq qeweest, spreker heeft sterk aangedronqen maar Du-plex-woningen te bouwen om uit de moeilijkheden te geraken,met het vooruitzicht dat deze oplossing maar tijdelijk was.maar liet er op volgen dat het wel 10, wel 15 jaar kon dureneer wij door deze woningnood heen waren. Hier kunnen wijdan de conclusie uit trekken dat door deze maatregel een gene-ratie er de dupe van zou worden. Deze spreker heeft alleende tijdelijke voordelen naar voren gebracht, maar over de ge-volgen, dat deze oplossing een ramp zou betekenen voor dearbeidersklasse, daar stond spreker niet bij stil. Ik denk hier-bij aan de nadeliqe gevolgen van overbevolking, aan de volks-gezondheid (T.B.C.), nog niet te spreken over zedelijk peil.De mooie sociale taak door de volkshuisvesting in de laatsteveertig jaar bereikt, wordt nu met een hand omdraaien ver-nietigd.Ik meen er op te wijzen, dat men met de Duplex-woningen indeze vorm op de verkeerde weg is. De ervaring in Hilversumheeft mij, in de 38 jaar dat ik bestuurslid ben, geleerd. dat wijhier steeds met woningnood te kampen hebben gehad en ookals gevolg hiervan ruim voorzien waren van dubbelbewoning.Wij zijn momenteel niet eens in staat voldoehde woningen tebouwen voor de aanwas der bevolking. Men moet ons, be-.'itiiurders der bouwverenigingen, niet aankomen met een be-lofte. dat deze woningen in de toekomst voor een gezin be-schikbaar zullen komen. Dit is maar theorie die niet met dewerkelijkheid klopt. Wij zullen dus met deze te kleine wo-ningen opgescheept blijven, met al de hierboven genoemdebezwaren, want als men bouwt is het voor minstens 50 jaar.Laten wij het behoorlijk doen, een arbeidersgezin heeft rechtop een woning waarin hij zich, met zijn qezin kan uitlevenen daarvoor zijn de woningen. als bedoeld door de Minister,te klein. Zij zijn nog niet geschikt voor ouden van dagen, wantdan moet er nog een slaapkamertje bij. Oude mensen kunnenziek worden en hulp nodig hebben voor dag en nacht, die hulpmoet ook huisvesting hebben. Men moet er terdege rekeninqmee houden dat in ons land een groot gebrek heerst aan deruimte in tehuizen voor ouden van dagen.Aanoezien ik. als kind uit een arbeidersqezin. de misere vanoverbevolking heb medegemaakt, huiver ik bij de gedachte datwij hier weer in terecht zouden komen. Ik acht het als eenplicht hiertegen ernstig te waarschuwen.Het wordt mijns inziens hoog tijd dat de Nationale Woninq-raad eindelijk eens haar standpunt bekend maakt en voor ditbelangrijke punt de leden eens in een vergadering bijeen roept.Met dank voor de plaatsing.HoogachtendA. VAN HEUKELOMVoorzitter Arb. Bouwver.,,Hilversum"Waarom woninginspectie ?Iti de boezem van de Federatie van Zaandamse woning-bouwverenigingen is in de laatste maanden nog al eens gespro-ktn over het nut en de betekenis van een regelmatige inspectieop de bewoning onzer woningwetwoningen door een daartoeaangestelde en daarvoor speciaal opgeleide woninginspectrice.Als gevolg daarvan is het onderwerp in de besturen der ver-schillende corporaties aan de orde gesteld, maar de resultatendaarvan zijn tot dusverre in de meeste gevallen negatief ge-weest. Het voornaamste bezwaar betrof de kosten.Wij achten het van belang dit onderwerp aan een naderebeschouwing te onderwerpen in ons blad, opdat ook de ledenonzer corporaties en de bewoners onzer woningen met de ver-schillende facetten van dit vraagstuk bekend worden.Wat is de betekenis en de bedoeling van een serieuze woning-inspectie?Naar onze mening in de eerste plaats deze: aan het bestuur degegevens te verschaffen die nodig zijn om ,zich over de wijzevan bewoning en de aard van de gezinnen van de bewonerseen goed oordeel te vormen. Deze gegevens, waarbij de samen-stelling van gezin, de werkkring en de gezinsinkomsten uiter-aard ook vermeld worden, worden vastgelegd in de daarvooringerichte administratie. Het nut van al deze gegevens is dui-delijk. Zij vormen de basis voor allerlei beoordelingen en vaakvoor te nemen beslissingen. Maar er is meer: de regelmatigewoninginspectie heeft vooral ten doel om de goede bewoningte stimuleren.Het is nu eenmaal helaas een niet te loochenen feit, dat er aande bewoning van onze woningwetwoningen hier en daar nogal eens wat hapert.De zwakke breeders en vooral de zwakke zusters daarbij debehulpzame hand te bieden is de taak der woninginspectrice.Dat zulks vooral in deze tijd, nu er zoveel woningen door meerdan een gezin worden bewoond, van belang is, zal elk be-grijpen.Een goede bewoning gaat steeds samen met weinig onderhoud.Daarom is het van zoveel belang voor de corporaties, dat dewoningen goed worden bewoond. Wat onder een goede be-woning moet worden verstaan is nog lang geen algemeenerkend qoed. De opvattingen daarover lopen nogal uiteen.Voorhchting daarover door een ter zake bevoegde persoon kanveel misvattingen opruimen en betere inzichten verbreiden.Vooral in de omstandigheden waaronder tegenwoordig deexploitatie moet worden gevoerd:le. nog op het peil van 1940 gehandhaafde huren;2e. sterk gestegen onderhoudskosten, maar toch nog op hetvooroorlogse peil gebleven normen voor onderhoudskosten;3e. sterk gestegen lasten; en4e. als gevolg van de oorlog, meer of minder sterk verwaar-loosd onderhoud, spreekt het bovenstaande voor zich zelf.Willen we er nog wat van terecht brengen, dan moet nu vooralgestreefd worden naar het voorkomen van elke onnodige uit-aave wegens onjuiste bewoning.Doch de taak van de woninginspectie beperkt zich niet tot hetverzamelen van gegevens en het geven van aanwijzingen vooreen goede bewoning.Er is nog een andere kant aan deze inspectie -- die eenandere zijde van de sociale taak van onze woningbouwcor-poraties raakt ^ n.l, die der verhouding van hare leden enbewoners tot de samenleving als geheel.Daarbij komen de verhoudingen in het gezin ook aan de orde,omdat deze vaak in zo belangrijke mate bepalend zijn voor deplaats van het gezin in de samenleving.Misstanden in het gezin, sociaal ontoelaatbare gedragingenvan leden daarvan, het zijn alle aangelegenheden die bij tijdigsignaleren en tijdig ingrijpen de samenleving voor ernstignadeel kunnen behoeden.Daarom zien wij de taak van de woninginspectrice 66k als eendie in nauw contact met de organen voor sociale zorg en so-ciale dienst moet worden ten uitvoer gebracht.De woninginspectie heeft een tweeledige instelling:a. naar de zijde van de woningexploitatie en het woningbe-heer, waarbij uiteraard de belangen van de bewoner-huur-der en die van de beherende corporatie samen vallen enwaarbij het economische belang van een goede bewoningop de voor^rond treedt; 5b. naar de zijde van de sociale verhoudingen, waarbij de be-langen van gezin en samenteving samen gaan en waarbijvooral sociale en zedelijke belangen gemoeid zijn.Naar onze mening mochten de geraamde kosten -- rond f 1.^--per jaar en per woning -- geen bezwaar zijn geweest om aande instelling van een woninginspectie voor de woningwctwo-ningen mede te werken. Zuinigheid die de wijsheid heeft be-drogen, is hier o.i, in het spel.Als straks de normen voor de kosten van onderhoudsbeheeren die voor onkosten, ook voor het oudc woningbezit, zullenworden herzien, dan komen wij op het vraagstuk terug.Moge dan bij de besturen onzer corporaties, mede dank zijde vorenstaande beschouwingen, de bereidheid worden aan-getroffen om tot het nemen dezer belangrijke en naar wijverwachten heilzame maatregel over te gaan.Zaandam, Januari 1949Tj. K'ingmaBehoefte aan bouw van arbeiderswoningen inPoortugaal (Z.-H.)Door de grote behoefte aan arbeiderswoningen in de gemeentePoortugaal, had het bestuur van de woningbouwvereniging,.Poortugaal" direct na de laatste oorlog besloten om plannente maken ter leniging dezer behoefte. Aan architect A. Dek-ker te Spijkenisse werd opdracht gegeve'n bouwplannen teontwerpen voor acht woningen. Grond voor deze woningenwas beschikbaar.Na het overwinnen van vele moeilijkheden kon op 30 Mei1947 tot aanbesteding worden overgegaan. Het laagste be-drag waarvoor werd ingeschreven was f 94.800,--.Door dit te hoge bedrag moesten, oo aandrang van de Pro-vinciale Directie voor de Wederopbouw, verschillende be-zuinigingen worden aangebracht. In September 1947 ont-vingen wij de mededeling, dat tot uitvoering kon wordenovergegaan en in October daaropvolgend werd daarmedeeen begin gemaakt. Vele moeilijkheden moesten sedert dienoverwonnen worden, doch op 17 December 1948 kondendeze acht woningen in gebruik worden genomen.Voor stilzitten was echter geen reden, de nood in de ge-'meente dwong nog steeds. Inmiddels is weer een bouwaan-vraag ingediend, nu voor zestien woningen. Na nog slechts degoedkeuring van Gedeputeerde Staten, kan ook tot aanbe-.'^teding van dit complex worden overgegaan.Hoe groot de woningbehoefte in Poortugaal is, moge bliikenuit de volgende officiele cijfers, welke zijn vastgesteld nade woning- en gezinstelling in 1947.Van de 706 huishoudingen zijn er 209 samenwoningen. 14woningen van een vertrek worden door 42 personen be-woond, dat is gemiddeld 3 personen per vertrek. Er zijn 70woningen met 2 vertrekken welke worden bewoond door243 personen, dat is gemiddeld 3,47 personen per woning.37 woningen met 3 vertrekken worden door 156 per-sonen bewoond, dat is gemiddeld 4,21 personen per wo-ning. Van de 597 woningen zijn er 72 onbcwoonbaar. Waarin dit verband van vertrekken wordt gesproken, moet wordenopgemerkt, dat hierbij ook zijn begrenen de aangebouwde enbewoonbaar aemaakte bijschuurtjes. In opdracht van Burge-meester en Wethouders der gemeente zijn een aantal foto'sgemaakt v?n verschillende dezer ,,krotten'*, welke een dui-delijk beeld geven van de zeer slechte huisvesting van velearbeidersgezinnen.Het is de woningbouwvereniging in een tijdvak van vijfen-twintig jaren slechts eenmaal pelukt een viertal woningen tebouwen, niettegenstaande er bij herhahng op gewezen is.dat tot krotopruiming moest worden overgegaan. Herhaal-delijk liep ook elke actie dood.Van de meergenoemde 597 woningen zijn er momenteel 44in exploitatie bij de vereniging. Inderdaad nog geen grootaantal, doch in verhouding tot het totaal aantal woninqeneen gunstig resultaat, bereikt onder moeilijke omstandigheden.6 Door de ligging van Poortugaal in de directe omgeving energrote stad, waar veel werkgelegenheid en behoefte aan arbei-ders is maar geen gelegenheid tot vestiging, zijn de moeilijk-heden dubbel groot.Ook de grote stad heeft zijn zorgen door te geringe toewij-zing van bouwvolume, maar zoals blijkt, in de randgemeentenzijn ze naar verhouding niet minder,Wij hopen met het vorenstaande de moeilijkheden van eengemeente op het platteland ook eens onder de aandacht tehebben gebracht.J. Rooimans,Secretarisvan de woningbouwvereniging ,,Poortugaal"PersonaliaIN MEMORIAM C. LAMBECKOp 11 Januari 1949 overleed in het ziekenhuis teUtrecht ons bestuurslid C. Lambeck en werd 15 Januaridaarop volgend ter aarde besteld.Met Lambeck is een veteraan ons ontvallen die opvelerlei terrein voor de verbetering van de toestand |der arbeidersklasse heeft gestreden met de voile inzetvan zijn persoonlijkheid. Wij zullen ons bezig houdenmet wat hij in het belang van de volkshuisvesting heeftverricht.De woningbouw volgens de Woningwet had na deeerste wereldoorlog een grote vlucht genomen. Even-als tha'ns, was ook toen het tekort aan woningen groot,de bouwprijzen hoog, waardoor geen sluitende exploi-tatie kon worden verkregen. Het gevolg daarvan was,dat de z.g.n. verenigingsbouw een grote vlucht nam,maar tevens leidde dit tot versnippering van krachten,Naast de bestaande Nationale Woningraad kwamen ereen Rooms Kathoheke, een Prot. Christelijke en eenArbeiders-Woningbouwcentrale. Van deze laatste wasLambeck hoofdbestuurder.Na enige tijd kwamen de organisaties tot fusie met deNationale Woningraad en werden van de verschillendeCentrales leden in het bestuur van de N.W.R. opgeno-men. Daarmee gaf de bestuursbezetting een juist beeldvan de verhoudingen in onze organisaties.Dit was in het jaar 1926 en va'naf die tijd is Lambecklid van het bestuur van onze organisatie geweest. Mettrouw en ijver heeft hij meegewerkt de Nationale Wo-ningraad groot en sterk te maken. Hij trok er m.ee opuit om in tal van plaatsen nieuwe verenigingen op terichten en om met raad en daad ter zijde te staan. Alsvoorzitter van de provincial afdeling Utrecht heeft hijveel en nuttig werk verricht. Trots zijn wankele ge-zondheid verzuimde hij hoogst zelden een vergaderingen was hij steeds bereid de belanqen van de woning-bouwverenigingen te behartigen. Hij wist, dat verbete-ring in het lot van de arbeidersbevolking, voor eengroot deel berust bij de volkshuisvesting. Goede en ge-zonde woningen was ook zijn parool.Biina drie en twintig jaar heeft hij als bestuurshd onzeWoningraad op voortreffelijke wijze gediend. Aan zijnqroeve is dit door een onzer bestuursleden herdacht enhem tevens de dank gebracht die hij zo ruimschootsverdiende.Dat hij ruste in Vrede.L. V. d. WalMededelingen van de Nationale WoningraadNIEUWE LEDENSedert de vorige opgaaf zijn als lid toegetreden :Delden : Bouwvereniging ,,Ambt Delden"Maarssen : Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen".BANDENVoor het inbinden van de jaargang 1948 van ,,De Woning-ibouwvereniging" zijn banden beschikbaar. Voor_ het eerst nade oorlog zijn deze banden weer geheel van linnen. Ze kunnendcor middel van de in dit nummer gelegde kaart, besteldworden bij de N.V. Mij. tot Exploitatie van het LimburgschDagblad, Nobelstraat 21 te Heerlen, postgiro 35100, De prijsder banden bedraagt f 3,95. Toezending geschiedt uitsluitendna ontvangst van de giro-overschrijving ten name van dehiervoor genoemde Mij,De inhoudsopgaaf der jaargang 1948 wordt aan het a.s,Februari-nummer toegevoegd.Jubilea ^VIJFENDERTIG-JARIG BESTAAN VAN ,,DIEMENVOORUIT"Op 30 December 1948 was het vijfendertig jaar geleden datte Diemen de woningbouwvereniging ,,Diemen Vooruit"werd opgericht. Het eerste bestuur der vereniging bestond uitde heren Dr.- C. J, d;er Kinderen, D, J. den Hartog, H, L, Vos-kuilen, C. Pereboom en P. Kanskens. Van dit bestuur zijninmiddels Dr. der Kinderen en de heren Pereboom en Vos-kuilen overleden. Van de overgebleven twee personen ver-richt de heer den Hartog nog steeds een belangrijke taak voorde vereniging.Zelf de zorgen van slechte woningen destijds gevoeld heb-bende, heeft de heer den Hartog zich gedurende de achterlig-gende vijf en dertig jaren leren kennen als een voorvechtervoor de volksgezondheid.Gedurende 26 jaar is hij voorzitter van de Noord-HollandseVereniging ,,Het Witte Kruis", afd. Diemen, gedurende twin-tig jaar penningmeester en mede-oprichter van de verenigingvoor Ziekenhuisverpleging ,,Helpt Elkander" te Diemen,Voorts is hij gedurende acht en twintig jaar voorzitter van devereniging ,,Diemens Zorg", een vereniging werkzaam in degeest van 't Nut van het Algemeen,Specjaal lag de volkshuisvesting hem na aan het hart. Mo-menteel werkt hij voor zijn woningbouwvereniging als secre-taris-penningmeester en administrateur,Werden pas in 1924 de eerste 16 woningen na harde strijd enveel moeite gebouwd, in 1934 exploiteerde de vereniging 58woningen, in 1948 waren het er 105 en in 1949 worden heter 153. In dit alles heeft de jubilaris een staat van dienst, diehet vermelden waard is. Wij sluiten ons dan ook aan bij deDe Heer D. J. den Hartog. 35 jaar bestuurslid van ,,Diemen Vooruit"huldiging van de Heer den Hartog tijdens de viering van het35-jarig bestaan van ,.Diemen Vooruit" en wij wensen hemnog vele jaren met een goede gezondheid, opdat hij zijn uit-gebreid sociaal werk nog geruimen tijd moge voortzetten.De Redactie.BerichtenEXPLOITATIE NOODWONINGEN(Percentage van de uitgaven dat op de jaarrekening 1949 magworden gebracht),Bij beschikking van de Minister van Wederopbouw- en Volks-huisvesting van 14 December 1948, no, K, Algemeen 135815,Afdeling Exploitatie, is bepaald, dat voor 1949 op de jaar-rekening der exploitatie van een groep noodwoningen vooruitgaven niet meer mag worden gebracht dan 60 ten honderdvan de huuropbrengst in de zin van het 2de lid van artikel 21van het Koninklijk besluit van 25 Juli 1918 (Staatsblad no.485), sedert gewijzigd.GESCHILLEN TUSSEN AANNEMERS EN WONING-BOUWVERENIGINGEN EN/OF GEMEENTENDe Hoofdingenieur-Directeur van de Provinciale Directie vande Wederopbouw en de Volkshuisvesting in Zuid-Hollandverzond de volgende circulaire aan alle gemeentebesturen inzijn ambtsgebied.,,Het is de laatste tijd gebleken, dat, bij geschillen tussen aan-nemers en woningbouwverenigingen en/of gemeenten als op-drachtgeefster, door de laatste reeds bepaalde beslissingen tenaanzien van de keuze van een rechtskundig adviseur en deeventueel te volgen procedure worden genomen, alvorens aande Centrale Directie de vraag is voorgelegd of de hieruit voort-vloeiende kosten in aanmerking kunnen worden gebracht bijde vaststelling van de stichtingskosten.Deze handelwijze is, gezien het grote landelijke belang, datmet een gelijke behandeling van geschillen is gemoeid, onge-wenst,De Directeur-Generaal van de Volkshuisvesting is bereid dewoningbouwverenigingen en/of gemeenten in een eventueelgeschil met de aannemers bij te staan, althans indien dit geschilniet een gevolg is van een daad van de bouwdirectie, in strijdmet het bestek of de van toepassing verklaarde bepalingen,Als voorwaarde is daarbij bepaald, dat, voor het geval een ge-schil dreigt, de woningbouwvereniging en/of gemeente eerstoverleg met mijn Directie pleegt, alvorens het advies van eenrechtkundig adviseur in te winnen of de te volgen proceduremet de tegenpartij vast te leggen, Daarna wordt dezerzijds con-tact met de Afdeling Uitvoering van de Centrale Directie vande Wederopbouw en de Volkshuisvesting opgenomen.Ik moge U in overweging geven met het vorenstaande rekeningtc houden."De Hoofdingenieur-Directeur,G. F. E, KIERS's G-avenhage, 15 Dec. 1948BOUWPLAN 1949?Minister In 't Veld heeft in de Memorie van Antwoord vanhet voorlopig verslag van de Tweede Kamer onder meer hetBouwplan voor 1949 bekend gemaakt, Dit bouwplan sluit meteen bedrag van f. 1300 millioen. Daarbij zijn nog buiten be-schouwing gelaten de werken waarvoor geen of weinig mate-rialen nodig zijn.Van deze f, 1300 millioen zullen f, 400 millioen voor de wo-ningbouw worden gebruikt. Een grote post vormen ook deweg- en waterbouwkundige werken f. 295 millioen en de be-drijfsgebouwen voor nijverheid, handel en verkeer f. 240millioen.In de Memorie van Antwoord wordt er op gewezen, dat de 7grootste moeilijkheden voor de uitvoering van de onderhandenzijnde wcrkzaamheden van het Bouwplan 1949 liggen bij demateriaalvoorziening. Deze is door het tekort aan deviezen tenbehoeve van de bouwnijverheid onvoldoende en daardoorwordt de arbeidsproductiviteit op het werk nadelig beinvloed.De voornaamste bouwmaterialen waaraan in dit verband moetworden gedacht zijn: hout, cement, walsproducten, metselsteenen dakpannen.In het nationaal budget 1949 wordt het totaal beschikbare be-drag aan deviezen geschat op f, 5,41 milhard. Om het bouw-programma te kunnen uitvoeren is een bedrag van f. 330 mil-hoen (6%) aan deviezen nodig.Het is van groot belang, dat meer deviezen voor import vanbouwmaterialen beschikbaar komen. De mogelijkheid daartoehoudt natuurlijk verband met de vraag of wij er in de komendejaren in zullen slagen door krachtige bevordering van de in-dustrialisatie te komen tot een sluitende betalingsbalans.Ministerie van Wederopbouw en VolkshuisvestingPersbericht no. 7's Gravenhage, 8 Januari 1949.Uit het overzicht van het Bouwplan 1949 ontlenen wij devolgende, voor nieuwbouw, herbouw en uitbreiding van wo-ningen bepaalde cijfers:Rijkswaterstaat ...... f -- miOioenGenie (zonder Marine) ....MarineRijksgebouwendienst f 1,3Cultuurtechn. dienst . . . / .Nederl. Spoorwegen f 0,5Noord-Oostel. Polder ..... f 4,7Overigen f 393,5TotaalNIEUW- EN HERBOUW VAN WON(De cijfers over November zijn voorlopig400,0 milHoenNGENProvincie, gemeenteAantal woningenVoltooidNovember1948Jan.-Nov.1948GroningenFrieslandDrentheOverijssel (excl. de NoordoostelijkePolder)Noordoostelijke PolderGelderlandUtrechtNoordhiolland (excl. Amsterdam)AmsterdamZuidholland (excl. s Gravenhage enRotterdam)'s GravenhageRotterdamZeelandjNoordbrabantLimburgNededand1578146613378VERDELING WONINGCONTINGENTENDe Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting heeftenige tijd geleden aan de Colleges van Gedeputeerde Statender onderscheidene provincies de woningcontingenten voor1949 bekend gemaakt. Deze contingenten zijn uitgedrukt inaantallen woningen en tevens in totalen aan MS-inhoud vande te bouwen woningen. Zo is bijv. aan Friesland een contin-gent toegewezen van 750 woningen met een classificatie-in-houd van totaal 196.500 M^ en aan Noord-Brabant 3.180 wo-ningen met een classificatie-inhoud van 994.460 Ms. De ge-middelde inhoud per woning loopt per provincie uiteen. VoorGroningen b.v. is deze gemiddelde inhoud 265 M^ en voorLimburg 293 Ms, terwijl hij voor Zeeland zelfs 350 Ms be-draagt. Deze variaties zijn een gevolg van de verschillen inde grootte der gezinnen en bovendien van de omstandigheid,dat de herbouw van woningen in de door oorlogsgeweld ge-troffen provincies een overschrijding van het landelijke gemid-delde noodzakelijk maakt. Het voor het gehele land beschik-bare bouwvolume houdt rekening met een gemdidelde inhoudper woning van 282 Ms. Bij de vaststelling daarvan is menuitgegaan van de stelling, dat 90 % der te bouwen woningeneen gemiddelde inhoud van 260 Ms zullen bezitten, terwijlde resterende 10 % ter huisvesting van grote gezinnen meerkubieke meters mogen bevatten.De Colleges van Gedeputeerde Staten verdelen op hun beurtde contingenten over de gemeenten. Ook bij deze verdelingworden de toewijzingen aangegeven zowel in aantallen wo-ningen als in een bepaalde MS-inhoud. Hierbij moet er metnadruk op warden gewezen, dat niet het vermelde aantal wo-ningen maar ,wel de toegewezen totale inhoud bepalend isvoor de vraag wat en hoeveel men bouwen kan. Wanneer degemeentebesturen kans zien om een aantal woningen te bou-wen, kleiner dan de gemiddelde inhoud, dan verhogen zij daar-door automatisch het getal aan woningen, dat in hun toewij-zing is vermeld. Vanzelfsprekend dienen de bepalingen dergemeentelijke bouwverordeningcn in alle gevallen te wordennagekomen en moet juist de indeling der kleine woningen aanzeer hogc eisen voldoen. Voorts stellen ook de voorwaarden,die gelden voor de financiering van de z.g. woningwetwonin-gen bepaalde grenzen aan de grootte der woningen. Het kanin bepaalde gevallen echter voordelig zijn, wanneer men vanhet toegewezen bouwvolume gebruik maakt door plannen totde bouw van woningen, die kleiner zijn dan de gemiddeldeinhoud, te verwezenlijken.Ministerie van Wederopbouw en VolkshuisvestingPersbericht no. 11's-Gravenhage, 18 Januari 1949.Toelating ingevolge de Woningwet werd verleend aan:Bemmel: Prot. Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen"Leerdam: ,,Stichting Woningbouw Unicum"Maarssen: Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen"Oldeboom: Woningbouwvereniging ,,01deboom", gem. Utin-geradeelSt. Pancras: Woningbouwvereniging ,,St. Pancras".Het aantal toegelaten corporaties bedraagt thans 1156.InhoudVerenigingsbouw-gemeentebouw 1De betekenis der reservevorming van exploitatie-risicovan woningwetwoningen . . . . . . ? -. 2Verfkeuring 4Waar gaan wij heen? 4Waarom woninginspectie? . 5Bchoefte aan bouw van arbeiderswoningen in Poortu-gaal (Z.-H.) 6Personalia 6Mededelingen van de Nationale Woningraad ... 6Jubilea 7Berichten 7Dit orgaan wordt gezonden aan alle lezers van het Tijdschriftvoor Volkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. In-stituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw kunnen extraabonnementen nemen tegen de prijs van f. 1,^-- per jaar.Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Woningraad of Insti-tuut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijsf. 5,-- per jaar.Bestelkaart voor boekwerkenN.V. Maatschappij tot Exploitatie van hetLIMBURGSCH DAGBLADNobelstraat 21HEERLEN1949Ondergetekende wenst te ontvangen :ex. band TijdscKrift Volkshuisvcsting en Stedebouw 1948a f 3,95 per exemplaar'ex. band Tijdschrift Volkshuisvcsting en Stedebouw metdc Woningbouwvereniging 1948 a f 4,20 per exemplaarHet verschuldigde bedrag is gestort op de postrekening No. 35100 vande N.V. Maatschappij tot Expl. van het Limburgsch Dagblad te Heerlen.Na ontvangst van dit bedrag wordt mij de band toegezonden.HandtekeningNaam 'AdresWoonplaatsnuisvesTinaOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gev/ijd aan deWederopbouwJanuari 1949 30e Jaargang no. I^^^^ Zonwand Behangsel bezorgde ons uitstekende relerenties van talrijke wo-ningbouwverenigingen en gemeentelijke instellingen. DOOR DE VOORTREFFELIJKE KWALITEIT? DOOR DE MODERNE BESCHAAFDE DESSINSUit onze uitgebreide collecties leveren wij aan woningbouwverenigingen tegen speciale lage prijzen.Vraagi ons aliijd aanH. ROTHMEYER BEHANGSELPAPIERHANDEL N.V., ROTTERDAM, MEENT 100, TEL 21926VLOEREN en DAKEN vanNEDERLANDSE NOLLE BOUWSTEENNehoho-ldeaalMODELNad. Octrooi A.D. no. 130446De steen methet minste IJZER VERBRUIKI SPECIE VERBRUIK EIGEN GEWICHTVerkoopkantoor van Nederlandse holle bouwsteenN.V. MbHUbUWassenaarseweg 15, Den Haag, Telefoon 777346Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400HOUTHANDEL"^w ijzerconstructics gaan langer mec iiucBitumen verven. Zij hebben een hoge Inrii-heid, een grote dekkracht en zijn watcr-werend. Het is Uw belang om ons eens in-lichtingcn en prijsopgave te vragen.ROTTERDAMSE ASPHALT INDUSTRIEi:ni~N ^px nrr~N M ^ra^lit X v^ U^ L^Lw/EdiRodenrijseweg 117Voor hel behoud v?n Uw ijierconstrueUes Tel. 204-228, BERKEL (Z.H.)GEBRS. MION - BREDATel. 8168-6087Jan van Polanenkade 28-30Speciallieii in:Naadioze Vioeren, Asbest- enHoutgranietvloerenTerrazzowerken - KunststeenfabriekHandel inZand- Grind en WegenverhardingLeveri per Scheepslading door gebeel Nederfand en BelgieDiverse speciale soorien leverbaar vanaf Opslagplaais BelcrumM.COOMEVischmarktstraat 6Tel. 9734(prive tel. 215 Raamsdonksveer)BREDATijdschrift vooryolkshuisvesting enJanuari 194930e Jaargang - No. 1MaandblftdStedebouT^^Orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Aboiuiementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advcrtcntiest Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro-nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlandsch InstituutBestuurDe Heer Mr. J. Kruseman, die sedert de oprichting bestuurslidis geweest van ons Instituut, heeft ons bericht, in verband metzijn leeftijd zijn zetel in het bestuur ter beschikking te willenstellen. Het bestuur heeft hiervan met leedwezen kennisgeno-men, Hoewel de Heer Kruseman als Hd het werk van hetInstituut blijft volgen en dus geen afscheid van ons neemt.willen wij bij het einde van zijn bestuursfunctie uitspreken, dathiermee een figuur uit ons midden is getreden, -- de laatste --die de goede strijd voor verbetering van woningtoestanden envoor overheidsbemoeiing met dit onderwerp heeft meegestre-den sinds het allereerste begin en die een voile mensenleeftijdop de bres is blijven staan om het toen veroverde te behoudenen te versterken. Zoals men zich zal herinneren zijn de ver-diensten van de Heer Kruseman op ons terrein indertijd ge-eerd door de toekenning van de Hudig-medaille.Het bestuur heeft de Heer Kruseman doen blijken van zijngrote erkentelijkheid voor zijn actieve medewerking.VergaderingenDe aangekondigde vergadering over het conflict stadsuitbrei-ding, landbouw en recreatie zal worden gehouden op 10 Fe-bruari a.s. in Musis Sacrum te Arnhem. De leden zullen in-middels de convocatie hebben ontvangen.Contributie 1949Door een aantal leden van het Instituut is de contributie voor1949 voldaan. Ter vermijding van portikosten wordt de le-den verzocht het stortingsbewijs als kwitantie te willen be-schouwen.Band TijdschriftVoor jaargang 1948 van het Tijdschrift kan door de druk-kerij een geheel linnen band beschikbaar gesteld worden tegende prijs van f 3.95 (verzendkosten inbegrepen).Indien men een band wenst waarin ook jaargang 1948 van,,De Woningbouwvereniging" meegebonden kan worden, be-draagt de prijs f 4.20.Bestellingen van een band voor het Tijdschrift of voor hetTijdschrift met de Woningbouwvereniging dienen rechtstreekste worden ingezonden, door middel van de bij dit nummer in-gesloten briefkaart, bij de N. V. Maatschappij tot Exploitatievan het Limburgsch Dagblad te Heerlen. De toezending vande banden geschiedt na ontvangst van de kosten op giro-reke-ning No. 35100 van de N.V. Maatschappij tot Exploitatie vanhet Limburgsch Dagblad, Nobelstraat 21, Heerlen.Een bericht betreffende banden voor ,,De Woningbouwvereni-ging" is in het inliggende nummer van ,,De Woningbouwver-eniging" opgenomen.Rijksdienst voor het Nationale PlanCartogrammen betreffende de uitkomsten van deWoningtelling 1947Het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Rijksdienstvoor het Nationale Plan zullen tezamen een aantal carto-grammen in dit Tijdschrift publiceren betreffende de uitkom-sten van de Woningtelling van 31 Mei 1947. De gegevenszijn uiteraard verzameld en bewerkt door het Centraal Bu-reau voor de Statistiek; de verwerking tot cartogram is ge-schied door de Rijksdienst voor het Nationale Plan.Uit de belangrijkste resultaten der telling is een keuze ge-maakt, waarbij doorslaggevend is geweest, of de uitkomstenmarkante regionale verschillen vertonen en dus een carto-grafische voorstellingswijze wettigen.Met het oog op de actualiteit is het eerste cartogram gewijdaan het woningtekort. Hierop zal aansluiten een tweede car-togram betreffende het aantal personen, dat in andere be-woonde ruimten is gehuisvest. Vervolgens zullen wordengepubliceerd cartogrammen betreffende het aantal personenper vertrek en het percentage der woningen, dat door deeigenaar wordt bewoond en tenslotte enige cartogrammen be-treffende de aansluitingen op gas- en waterleiding en op hetelectriciteitsnet.De toelichting bij de cartogrammen wordt door de beidediensten in onderling overleg verzorgd.Dr. Ir. F. Bakker Schut,Directeur van het Bureauvan de Rijksdienst voor hetNationale Plan's Gravenhage, 2 Januari 1949Dr. Ph. J. Idenburg,Directeur-Generaal van deStatistiekArt.kelenBerekening van het woningtekort op grond vande definitieve uitkomsten van de woning- engezinstelling van 31 Mei 1947')De in Augustus 1947 door het Centraal Bureau voor de Sta-tistiek gepubliceerde Mededeling A.T. No. 1 bevatte eenberekening van het woningtekort op grond van de voorlopigeuitkomsten van de op 31 Mei 1947 gehouden woning- en ge-zinstelling.Thans is een nieuwe mededeling (A.T. No. 4) verschenen,waarin, aan de hand van de definitieve en meer uitvoerigeuitkomsten, het woningtekort op meer gedetailleerde wijze isberekend. Het thans beschikbare materiaal laat n.l. toe om deberekening te baseren op verschillende veronderstellingenten aanzien van de woningbehoefte en van de woningvoor-raad, de twee voor de omvang van het woningtekort beslis-sende factoren. Aldus is niet een, doch zijn verschillendecijfers over de grootte van het woningtekort verkregen, die, inonderling verband bezien, tevens een mate van urgentie aan-geven, waarmee bij het treffen van maatregelen ter voorzie-ning in de bestaande woningnood rekening kan worden ge-houden.Wat de woning6e/zoe/te betreft zijn een tweetal veronderstel-lingen gemaakt:I. Ter bepaling van een cijfer voor de maximum woning-behoefte is aangenomen, dat alle getelde huishoudingen wo-ningbehoevend zijn, met uitzondering van:a. de in woningen inwonende huishoudingen van een per-soon (de zgn. kamerbewoners);b. de huishoudingen van een persoon in andere. bewoonderuimten (eveneens overwegend inwonend);c. de huishoudens van hotelhouders in hotels (aangezien dehotels niet als woningen zijn geteld en dus niet in de wo-ningvoorraad zijn begrepen).Na aftrek van deze drie categorieen komt men op een totalewoningbehoefte van 2.372.474. waarbij dus aan alle inwonen-de huishoudens (van twee of meer personen) een eigen woningis t^egedacht en bovendien voor alle huishoudens in anderebewoonde ruimten op een normale woning is gerekend.II. In de eerste veronderstelling zijn de alleenwonende perso-nen, die bij een huishouden inwonen, niet als woningbehoe-vend beschouwd.Aanvaardt men nu ook de samenwoningen, waarbij omgekeerdeen huishouden bij een alleenwonend persoon inwoont, en be-schouwt men dus het inwonende huishouden als niet woning-behoevend, dan kan de totale woningbehoefte worden ge-steld op 2.340.187.Bij deze benaderingen van de totale woningbehoefte kanuiteraard de vraag worden gesteld of, bij een volledige voor-ziening in deze behoefte, alle thans inwonende huishoudensinderdaad een zelfstandige woning zullen wensen te betrek-ken. Ongetwijfeld zal een aantal dezer huishoudens hiertoe inverband met familieomstandigheden of uit overwegingen vanfinanciele aard, e.d. niet overgaan.Een betrouwbare schatting van dit aantal blijvende samen-woningen is niet mogelijk en vandaar, dat met deze factorbij de gemaakte ramingen van de totale woningbehoefte geenrekening is gehouden. Daar staat evenwel tegenover, dat,ingevolge de aan de tellers gegeven instructies, gezinscombi-naties, die een gezamenlijke huishouding voeren (b.v. inwo-nend ouderpaar of inwonende dochter met kind) slechts alstwee afzonderlijke huishoudens zijn geteld, wanneer de samen-woning als van tijdelijke aard was aan te merken. Voorts zijnin ide bovengemaakte veronderstellingen alle inwonende al-leenwonenden als niet-woningbehoevend geteld, terwijl erongetwijfeld onder hen voorkomen, die onder de huidige om-standigheden gedwongen samenwonen en die bij een ver-ruiming van de woningmarkt zeker een zelfstandige woningzullen trachten te verkrijgen.Ten aanzien van de woningyoorraad zijn drie veronderstel-lingen gemaakt:A. De woningvoorraad wordt gesteld op 2.050.003, d.i. hettotaal aantal bewoonde woningen op het ogenblik der tel-ling, waarbij als woning is beschouwd elk perceel of per-ceelsgedeelte, dat volgens zijn bouw blijvend bestemd isvoor bewoning door een huishouden.B. Van de bovengenoemde 2.050.003 woningen in bouw-technische zin worden een aantal bewoond door twee ofmeer huishoudingen, die het door hen bewoonde deel vande woning niet in onderhuur bewonen, doch rechtstreeksvan de eigenaar hebben gehuurd. Bij de woningtelling isdoor een speciale vraag getracht een overzicht te ver-krijgen van het aantal van deze zgn. woningen met deel-woningen, waarbij als uitdrukkelijke voorwaarde is ge-steld, dat elk dezer rechtstreeks van de eigenaar gehuurdedelen over een eigen keuken en privaat moest beschikken.Hoewel, op grond van vergelijking met andere op de wo-ningomsl.agen vermelde antwoorden en van onderzoek terplaatse voor een aantal gevallen, een afzonderlijke statis-tische bewerking van deze woningen met deelwoningenniet verantwoord is geacht, kan na nauwkeurige schiftingworden aangenomen, dat in totaal in ons land 30.000 wo-ningen met twee of meer deelwoningen, aanwezig zijn(waarvan 25.000 in de gemeenten met meer dan 20.000inwoners). Tezamen telden deze woningen 61.000 deel-woningen. De vraag of een blijvende opneming vandeze 61.000 deelwoningen als zelfstandige woningenin de woningvoorraad, uit een oogpunt van volkshuis-vesting, al dan niet wenselijk moet worden geacht, buitenbeschouwing latend, kan in ieder geval worden aangeno-men, dat zij in de eerstkomende jaren zeker als zodanigop de woningmarkt zullen blijven fungeren, terwijl eengroot aantal dezer gesplitste woningen nooit meer onge-splitst zullen worden bewoond. Op grond van een enander is het gerechtvaardigd geacht om als tweede ver-onderstelling de deelwoningen als zelfstandige woningente beschouwen, waardoor het totaal aantal woningenwordt verhoogd tot 2.081.003.C. Als derde veronderstelling zijn bovendien nog de 18.254noodwoningen en de 3104 noodboerderijen tot de woning-voorraad gerekend, waardoor deze oploopt tot 2.102.361.Wei ligt het in de bedoeling om deze noodwoningen enboerderijen geleidelijk door permanente bouw te vervan-gen, doch bij de huidige omstandigheden is het nog ge-motiveerd deze woonverblijven als redelijke voorzieningte aanvaarden. ... -Door combinatie van de hierboven ten aanzien van woning-behoefte en woningvoorraad gemaakte veronderstellingenkunnen zes cijfers voor het woningtekort in ons land op 31Mei 1947 worden berekend, zoals in Staat 1 is geschied.Staat 1. Het woningtekort in Nederland op 31 Mei 1947(ongeacht de woningreserve)Het woningtekort bij een woningvoorraadvan^j Het bij dit artikel behorende cartogram is als bijlage bij dit nummergevoegd.Aantal woning-behoevendeeenheden?2.050.000woningen(Veronder-stelling A)2.081.000woningen(Veronder-stelling B)2.102.000woningen(Veronder-stelling C) ,2.372.000(Veronderstel-ling I)2.340.000322.000290.000291.000259.000270.000238.000hng II)In deze berekening is de aanwezige en de noodzakelijke wo-ningreserve nog geheel buiten beschouwing gebleven. De op31 Mei 1947 bestaande reserve van nog geen 0,7 % (de 6558leegstaande woningen en de 7156 tijdelijke door beschadigingonbewoonde woningen, die voor herstel in aanmerking ko-men) is zeker onvoldoende. Voor ons land als geheel wordtalgemeen een reserve van 2 % van de totale woningvoor-raad niet te hoog geacht. In Staat 2 is de noodzakelijke wo-ningreserve dan ook op 2 % gesteld, waarbij de bestaandereserve van 13.714 woningen uiteraard in mindering is ge-bracht.Staat 2. Het woningtekort in Nederland op 31 Mei 1947(met inachtneming van 2 % woningreserve)Aantal woning-behoevendeeenheden2.372.000(Veronderstel-ling I)2.340.000(Veronderstel-ling II)Het woningtekort bij een woningvoorraadvan2.050.000woningen(Veronder-stelling A)357.000324.0002.081.000woningen(Veronder-stelling B)326.000293.0002.102.000woningen(Veronder-stelling C)304.000271.000Afhankelijk van de gekozen combinatie van veronderstelliu-gen, blijkt het woningteicort in ons land, gerekend naar detoestand op 31 Mei 19^7, te varieren van 271.000 tot 357.000.Aangezien ook het minimum nog een achterstand betekent,weiks opheffing zich over tal van jaren zal uitstrekken, is ten-slotte nog nagegaan in hoeverre een cijfer is te geven als in-dicatie van de meest acute woningnood.Let men op de grootte der inwonende huishoudens, dan blijkt,dat 153.000 dezer huishoudens drie of meer personen tellen en135.00 daarvan bestaan uit een echtpaar met een of meerkinderen. Beperkt men zich tot laatstgenoemde groep en debijna 13.000 huishoudens die tijdelijk in hotels, zomerhuizen,kantoren en andere, volstrekt onaanvaardbare, noodverbiij-ven zijn ondergebracht, dan kan voor leniging van de ergstenood de bouw van 150.000 woningen op korte termijn nood-zakelijk worden geacht.Naast de in Staat 2 voor het Rijk gegeven cijfers zijn over-eenkomstige berekeningen gemaakt voor de provincien ende 11 gemeenten, die thans meer dan 100.000 inwoners tellen.Aangezien voor de grote gemeenten een woningreserve van2 % te laag moet worden geacht, is dit percentage voor dezegemeenten op 3 % gesteld, waardoor, bij het aanvaarde ge-middelde van 2 % voor het Rijk, voor de overige in iedereprovincie gelegen gemeente een reserve van 1,46 %
Reacties