Juli-Aug. 19499e Jaargang - No. 7/8De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerSchijnt maandelijksAdres Toor Redaotie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adret voor Advertcnties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Huurcorrectie vooroorlogse woningwetwoningenOp 2 Juli j.l. heeft de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvesting aan de gemeentebesturen een circulaire van devolgende inhoud verzonden:,,Het heeft mijn aandacht getrokken, dat in een aantal geval-len de huren van vooroorlogse woningwetwoningen zo laagzijn, dat zij een bijzonder hurenprobleem vormen, hetwelk metde te verwachten algemene verhoging van het huurpeil dervooroorlogse woningen niet zal zijn opgelost. Immers, ook na-dat dit huurpeil met een algemeen geldend percentage zal zijnverhoogd, zullen de huren der woningen, welke ik op het oogheb, in een uitzonderingspositie blijven verkeren en de onder-linge huurverhoudingen verstoren. Het lijkt mij dan ook ge-wenst in afwachting en onafhankelijk van de komende alge-mene huurverhoging enkele maatregelen te treffen, waardooralthans de grootste afwijkingen in het geldend huurniveauworden rechtgetrokken.In verband hiermede nodig ik Uw College uit na te gaan ofzich in Uw gemeente gevallen voordoen van woningwetwo-ningen, waarvan de huurprijzen zo laag zijn, dat zij belangrijkblijven beneden de plaatselijke markthuur, zonder dat dit mo-tivering vindt in een evenredig laag inkomenspeil der bewo-ners. Ten aanzien van die gevallen verwacht ik van U eenberedeneerd voorstel tot een huurcorrectie waardoor de hurenworden opgetrokken tot de onderste grenzen van het ter plaat-se geldende huurpeil van vooroorlogse particuliere woningen.Uiteraard zal bij de toetsing aan deze grens rekening moetenworden gehouden met verschillen in kwaliteit, ligging e.d.Ingeval de woningen door een woningbouwvereniging wordengeexploiteerd, verzoe'k ik U tevoren met deze vereniging over-leg te plegen. Na ontvangst van Uw voorstel zal ik hierop inoverleg met mijn ambtgenoot van Economische Zaken eenbeslissing nemen.Voor zover nodig merk ik op, dat een huurverhoging als bo-venbedoeld in overeenstemming is met de geldende huurprijs-voorschriften. Deze voorschriften toch laten een correctie ingevallen, waarin de huur kennelijk te laag is, toe en van dezemogelijkheid is in het verleden door particulieren veelvuldiggebruik gemaakt.De hogere huuropbrengst, welke uit de huurcorrectie voort-vloeit, zal in dd eerste plaats mogen worden aangewend voorverhoging der normen voor onderhoud en administratie tot eenmaximum, dat gelijk is aan hetgeen voor de na-oorlogse wo-ningwetwoningen is toegestaan. Het meerdere zal moetenworden aangewend overeenkomstig de voor de exploitatie dervooroorlogse woningwetwoningen geldende voorschriften. Ingevallen, waarin een bijdrage in de exploitatie wordt gegeven,zal dit meerdere dus strekken tot verlaging van deze bijdrage;in gevallen, waarin het aan het batig saldo ten goede komt,zal het worden aangewend in overeenstemming met hetgeenteni aanzien van de batige saldi is bepaald".Het is inderdaad juist, dat tengevolge van een vroeger ge-voerde huurpolitiek, de huren van vooroorlogse woningwetwo-ningen in sommige gemeenten belangrijk lager liggen dan vansoortgelijke woningwetwoningen in die gemeenten. Daargela-ten de oorzaak, waarom de huren van de betreffende wonin-gen destijds zo laag werden gesteld, is er thans geen enkelereden waarom dit extra lage huurpeil dient te worden gehand-haafd. Om tot een juist huurpeil te komen, is het noodzake-lijk, dat de bedoelde huren eerst worden gecorrigeerd alvo-rens de huren met een algemene huurverhoging meer in over-eenstemming worden gebracht met de huidige huren van na-oorlogse woningen. Ons is door een enkele woningbouw-vereniging de vraag gesteld of het juist is, dat de besturenvan woningbouwverenigingen medewerken aan een dergelijkeextra huurverhoging voor arbeiders.Wij zijn van mening, dat het de plicht is van besturen vanwoningbouwverenigingen om mede te werken, dat een recht-vaardige huurverhouding ten opzichte van het inkomen wordtbereikt. De omstandigheden, welke tot een vroegere extra lagehuurvaststelling hebben geleid zijn thans dikwijls geheel ver-dwenen en is er dus geen reden, waarom bepaalde groependoor een te lage huur extra worden bevoordeeld. In bepaaldegevallen zal een correctie van de huren niet gewenst zijn, opgrond van( de extra lage inkomsten der huidige bewoners. Indie gevallen kan huurcorrectie, ook blijkens de circulaire, ach-terwege blijven.In de laatste tijd zijn er in de pers verschillende berichten ge-publiceerd over de spoedig te verwachten huurverhoging enworden percentages voor de verhoging genoemd varierend van17}/2-^30 %. Ons is omtrent de huurverhoging niets officieelbekend. Red.Woningbouw te Haarlem-Noord. Architect; H. Korringa te Haarlem.Woningbouwverenigingen enmiddenstandswoningenDirect na de oorlog 1914--^1918 was er ook een grote be-hoefte aan middenstandswoningen, d.w.z. woningen voor betergesitueerde arbeiders, kantoorpersoneel, hoofdbeambten enz.en in die tijd zijn er enige woningbouwverenigingen ontstaan,welke speciaal voor deze groep van de bevolking hebben ge-bouwd. Deze woningbouwverenigingen zijn voor wat betreftdoel en vorm gelijk te stellen met de woningwetverenigingen. 53542ij kunnen echter niet overeenkomstig de' Woningwet dezelfdefinanciele steun van rijkswege verkrijgcn. De Woningwet be-paalt, dat financiele steun aan woningbouwverenigingen, uit-sluitend kan worden verleend voor de bouw van arbeiders-woningen.Het is moeilijk ,om het begrip arbeiderswoning precies af tebakenen en in de Woningwet wordt dan ook geen definitievan een arbeiderswoning gegeven. Wei zijn op basis van deWoningwet voorschriften gegeven omtrent de grootte, n.l. demaximale toegestane kubieke inhoud van woningen, welkedoor woningwetverenigingen mogen worden gebouwd en te-vens is er herhaaldelijk verband gelegd tussen huur en inko-men, waarbij er in het algemeen van wcrd uitgegaan, dat dewoningen niet dienden te worden verhuurd aan personen, wierinkomen hoger was dan zes a zeven maal de huur. Door hetbepalen van de grootte der woningen en door de huurpolitiekwerdcn dus automatisch bepaalde groepen arbeiders uitge-schakeld voor het lidmaatschap van woningbouwverenigingen.In de jaren voor 1940 was er op de particuliere woningmarktvoor deze groepen over het algemeen ruime keus en de hurenwaren over het algemeen zeer redelijk, omdat er in de voor-oorlogse jaren een overschot aan middenstandswoningen was,althans in de grote steden. Thans is de situatie enigszinsanders geworden. Er is een tekort aan middenstandswonin-gen, het rijk stelt geen eisen omtrent de verhouding van huuren inkomen bij de huurvaststelling van woningwetwoningenen ook is de sociale positie van deze middenstanders veran-derd ten opzichte van de arbeiders. Wei is nog de groottevan woningwetwoningen gereglementeerd, maar het maximumligt belangrijk boven het peil van voor de oorlog en bovendien,omdat wordt bepaald, dat de woningwetwoningen gemiddeldper bouwplan niet groter mogen zijn dan 260 m^, kunnen in eenbouwplan verschillende ruimere woningen worden gebouwd.Zonder in strijd te handelen met de voorschriften, zoudenwoningbouwverenigingen, toegelaten ingevolge de bepalingenvan de Woningwet, dus thans in hun bouwplannen midden-standswoningen kunnen bouwen. In kleinere gemeenten zoudit zeker een harmonische oplossing kunnen zijn. Voor de gro-te gemeenten echter is dit geen oplossing. In kleinere gemeen-ten kunnen de meerdere kubieke meters voor de ruimere mid-denstandswoningen worden bespaard op woningen voorkleine arbeidersgezinnen, maar in de grote gemeenten, waarde verhoudingen geheel anders liggen, zou een dergelijke wo-ningpolitiek betekenen, dat ten koste van de grootte der arbei-derswoningen, middenstandswoningen worden gebouwd. Voorde grote gemeenten zal dan ook een andere oplossing moetenworden gevonden.In de grote gemeenten meet bovendien bij de bouw van mid-denstandswoningen met andere factoren rekening wordengehouden, met name stelt het uitbreidingsplan eigen eisen.De bouw van middenstandswoningen, voorzover deze thansplaats vindt, wordt vrijwel geheel verzorgd door het particu-liere bouwbedrijf en in verband met de huidige risico's is deactiviteit vrij gering en in gevallen, dat gebouwd wordt zijnde huren te hoog.De bouw van middenstandswoningen door woningbouwver- ?enigingen is een sociaal belang. De ,,FinancieringsregelingWoningwetbouw 1948" kan zonder bezwaar ook voor dezesoort woningen worden toegepast, omdat voor wat betreft derijksbijdrage, deze regeling geen verschil van betekenis ver-toont met de ,,Financieringsregeling Woningbouw 1948". Inbeide regelingen draagt het rijk bij uitsluitend in de niet-rendabele stichtingskosten op basis van de bouwkosten in Mei1940. Tevens zouden dan voor woningwetbouw de bepalingenomtrent de grootte der woningen kunnen worden afgeschaft,omdat de regelen ten aanzien van huurvaststelling reeds vol-doende waarborgen bieden, dat de inhoud der woningen bin-nen redelijke grenzen blijft.Indien woningwetinstellingen ook voorzien in de behoefte aanmiddenstandswoningen, betekent dit ook een betere verdelingvan de woonruimte. In de grote steden en met name in hetbizonder in Den Haag, worden tal van woningen van woning-bouwverenigingen, dus arbeiderswoningen, in verband met dehuidige woningnood, toegewezen aan hoofdambtenaren enandere personen, die daar gezien hun inkomen, anders niet inzouden wonen.In Den Haag is op initiatief van de Algemene Woningbouw-vereniging een stichting gevormd, de Stichting ,,Flatbouw",welke zich ten doel stelt de verbetering van de volkshuisves-ting door middel van het bouwen van middenstandsflats.Voor de groep hogere ambtenaren en beter gesitueerde arbei-ders zal deze stichting zeker van groot belang zijn omdat dehuren van de flats zeker lager zullen zijn dan van soortgelijkeflats in Den Haag, gebouwd en geexploiteerd door particu-lieren.P. A. in 't Hout.Woningbouw te Haarlem-Noord'!MfiArchitect: H. Korringa te Haarlem.Reeds tijdens de bezettingsperiode van ons land, werden doorde Directeur en de Hoofdambtenaren van de dienst vanBouw- en Woningtoezicht te Haarlem voorbereidingen ge-troffen, om direct na de bevrijding een aanvang te kunnenmaken met de wederopbouw van Haarlem. In 1943 warendeze voorbereidingen zover gevorderd dat aan een tweetalwoningbouwverenigingen, o.a. ,,De Voorzorg" bouwgrondwerd toegewezen. Een onvergetelijk moment voor velen inhet bestuur dezer vereniging, doch in het bijzonder voor wij-len de Heer J. van Daale, destijds voorzitter der vereniging.Nu kon ,,De Voorzorg" ook een steentje gaan bijdragen voorleniging van de woningnood te Haarlem. Aan de Heer H.Korringa, architect te Haarlem werd opgedragen de nodigevoorbereidingen te treffen voor het bouwen van 95 arbeiders-woningen en een winkel. De voorlopige ontwerpen vielen bijhet bestuur zeer in de smaak, docii het wachten was op heteinde van de oorlog. In begin 1947 kon worden aanbesteed.De laagste inschrijver was de heer W. Thunnissen, Aanne-mer te Haarlem voor f 1.216.000, -- . Nadat verschillende be-zuinigingen waren aangebracht kon op 8 Juni 1947 het werkworden opgedragen. De bouw is zonder belangrijke stoornis-sen verlopen. -De eerste woningen konden in October 1948worden betrokken. Het gehele complex is gereed gekomen inFebruari 1949. De bouwtijd van deze 95 woningen is geweest17 maanden. Voor de verschillende type's verwijzen wij naarde hierbij opgenomen foto's met plattegronden. De inhoudder woningen is: Type A en B 246 M3, type C en D 279 Ms,type E en F 341 Ms, type G (benedenhuis) 263 Ms, type G(bovenhuis) 260 Ms. De stichtingskosten bedragen: voor degrond f 156.842,08, voor de bouw f 1.072.004,34. Totaalf 1.228.846,42.De vastgestelde huur is in volgorde van de hierboven ge-noemde type's f 5,30 -- f 6,05 tot f 6,25 -- f 5,85 -- f 5,70en f 5,65.Het gehele plan is naar voile tevredenheid van het bestuur enkan worden beschouwd als een grote aanwinst voor Haarlem-Noord en een succes voor architect en aannemer.J. Fiege,Secretaris van de woningbouwvereniging,,De Voorzorg"Problemen rond de WoonruimteverdelingNog steeds rijzen er moeilijkheden tussen gemeentebesturenen besturen van woningbouwverenigingen betreffende deverdeling van woonruimte. In de meeste gevallen ontstaande moeilijkheden door gebrek aan inzicht en in een enkel ge-val door gebrek aan goede wil. Dit geldt zowel voor bestu-ren van woningbouwverenigingen als voor gemeentebesturen.Bij gebrek aan inzicht is er wel een remedie te vinden maarwanneer de goede wil niet aanwezig is, wordt het moeilijkeren kunnen spanningen niet uitblijven.Er is een uitgebreide jurisprudentie rond de Woonruimtewet1947 en een omvangrijke literatuur over het vraagstuk van dewoonruimteverdehng en wij hebben er geen behoefte aan omdaarnaast in ons blad het vraagstuk in z'n algemeenheid tebehandelen. Gezien echter de vele moeihjkheden, welke erontstaan tussen gemeentebesturen en woningbouwverenigin-gen, is het wel van belang, dat wij verschillende van die moei-^1TYPE A TypEf5 TypECT?Efl:acotlp . zoLPtavcRD;TYPtQS3JI15EQ:QR0}'D jrOLDtCVERP: Pte-QBOKD YCKPlEPItte ZOLCCKYCePtTYPL tL TyPLfp.. :.-;|= ----'^^^ii ~--^:^:-- fcp nr T133'--r--I -_.j; 1-^ i. -y> 1_ --?tWCC]:CJPOS" ntx. CUDU:Plattegronden van woningbouw te Haarlem-Noord. Architect: H. Korringa te Haarlem. 55lijkheden hier nader analyseren, daar dit er toe kan bijdra-gen, dat zulke moeilijkheden elders worden voorkomen enachterwege blijven.Alvorens bepaalde gevallen te bespreken, zullen wij eerst dekwestie van de woonruimteverdeling nog eens in het algemeenstellen.De woningnood is zodanig, dat er geen directe oplossing be-staat. De enige oplossing is een zo groot mogelijke woning-productie in een zo snel mogelijk tempo. Vast staat, dat ernog vele jaren nodig zijn om op deze wijze de woningnood telenigen.De beste noodoplossing is, dat de huidige beschikbare woon-ruimte zo efficient mogelijk wordt verdeeld, om althans deergste nood te verzachten. De ..Woonruimtewet 1947" geeftaan gemeentebesturen vergaande bevoegdheden om in tegrijpen in het eigendomsrecht, Deze wet past eigenlijk niet inons rechtsbestel en moet dan ook gezien worden als een com-plex van noodmaatregelen, welke gezien de noodtoestand ge-rechtvaardigd is.Teneinde te voorkomen, dat de wet al te willekeurig wordttoegepast, zijn er wel beperkingen opgesteld, zo is er in be-paalde gevallen beroep mogelijk op het College van Gedepu-teerde Staten en heeft de Minister van Binnenlandse Zakenrichtlijnen voor de toepassing van de wet gesteld. In dezerichtlijnen wordt er speciaal op aangedrongen, dat de eigen-domsrechten zoveel mogelijk worden geeerbiedigd.Toepassing van de Woonruimtewet berokkent in vele ge-vallen sociaal kwaad, dat kan in vele gevallen niet anders om-dat meestal van twee kwaden, de minst kwade moet wordengekozen. Wie nauw met de toepassing van de Woonruimte-wet is betrokken, weet, dat men in vele gevallen dikwijls eenSalomons oordeel dient te vellen.De wet bepaalt en de richtlijnen van de Minister onderstrependit nog eens nadrukkelijk, dat de rechten van eigenaars vanwoningen, zoveel mogelijk moeten worden geeerbiedigd.Wanneer een woning leeg komt en de eigenaar daarvoor eengegadigde voordraagt, zal de betreffende woning aan die ge-gadigde moeten worden toegewezen, tenzij die gegadigde dewoning niet intensief genoeg bezet of het gemeentebestuur 'nurgenter geval heeft op te lossen.Bij woningbouwverenigingen van leden-bewoners, zijn de le-den juridisch de eigenaars der woningen en is het dus wettelijkvolkomen juist, dat die leden ook voorrang hebben bij de ver-huur van woningen van die vereniging. In de meeste gemeen-ten erkennen de gemeentebesturen wel de rechten van ledenvan woningbouwverenigingen. Toch gebeurt het in die ge-meenten ook wel, dat het gemeentebestuur een zo urgentgeval heeft op te lossen, dat het daardoor genoodzaakt is derechten van de leden te passeren. In de meeste gevallen zalhet echter wel mogelijk blijken om door middel van opschui-ving een oplossing te vinden, waarbij de woning van de ver-eniging toch aan een lid kan worden verhuurd. Wanneer dieoplossing echter niet aanwezig is, dan is naar onze mening 'tbestuur van de woningbouwvereniging verplicht de toewij-zing van het gemeentebestuur te accepteren. Een gezond enregelmatig overleg, waarbij beide partijen rekening houdenmet de moeilijkheden en belangen van elkaar, zal meestal welernstige moeilijkheden tussen beide partijen kunnen voor-komen.Inzake de toepassing van de Woonruimtewet en de verdelingvan woonruimte dienen de gemeentebesturen zich te latenvoorlichten door een commissie van advies. In de praktijkworden de commissies vrijwel geheel met de uitvoering vande Woonruimtewet belast. De personen, die in deze commis-sies worden benoemd, zijn dikwijls volkomen ondeskundigten aanzien van doelstelling en werkwijze van woningbouw-verenigingen en sommige commissies zien in de woningen vanwoningbouwverenigingen een soort gemeentewoningen,waarover bij uitstek vrijelijk kan worden beschikt voor detoewijzing woonruimte. Overleg met het bestuur van de wo--^ ningbouwverenigingen wordt als een formahteit beschouwdOO of vindt in het geheel niet plaats. Dat in die gemeente regel-'^.-Woningbouw te Haarlem-Noord. Architect: H. Korringa te Haarlem.matig moeilijkheden en ernstige conflicten ontstaan over detoewijzing van verenigingswoningen is vanzelfsprekend. Omdit te voorkomen, is het gewenst, dat een vertegenwoordigervan woningbouwverenigingen in de adviescommissie voorwoonruimteverdeling wordt benoemd.Door de huidige omstandigheden bouwen de woningbouw-verenigingen verhoudingsgewijze belangrijk meer woningendan voor de oorlog. Het is daarom volkomen te begrijpen ente billijken dat in gemeenten, waar vrijwel de gehele bouw-volume is verstrekt aari woningbouwverenigingen, er van tevoren wordt overeengekomen, dat een deel der woningen di-rect door het gemeentebestuur wordt toegewezen aan urgen-te gevallen en dat de overige woningen worden verhuurd aande leden van de woningbouwverenigingen, zoveel mogelijkvolgens rangnummer en in overleg met het gemeentebestuur.Overleg tussen gemeentebestuur en het bestuur van een wo-ningbouwvereniging betekent het gezamenlijk zoeken van demeest rechtvaardige en beste oplossing. Het betekent niet, datde ene partij zo welwillend is om de andere partij kennis te la-ten nemen van de beslissingen, welke zijn getroffen. Gemeen-tebestuur en bestuur van een woningbouwvereniging hebbenbeide de verbetering van de volkshuisvesting en dus de verbe-tering van bestaande woningtoestanden tot taak. Gezamenlijkoverleg, waarbij de moeilijkheden en belangen van beide par-tijen worden overwogen zal steeds moeten kunnen leiden toteen harmonische oplossing.Nu een geval uit de practijk. In een gemeente heeft de direc-teur van het Bureau Huisvesting een rondschrijven verzondenaan een aantal ouden van dagen in woningen van woning-bouwverenigingen. Hierin werd voorgesteld, dat deze men-sen op basis van vrijwilligheid zouden verhuizen naar nieuwebijna gereed zijnde duplex-woningen, maar met de stok ach-ter de deur, dat ingeval zij daartoe niet vrijwillig zouden be-sluiten, op inwoning moest worden gerekend. Sommige vandeze oudjes woonden van het begin af, meer dan dertig jaar,in de verenigingswoning. Sommigcn gingen in paniekstem-ming met het rondschrijven naar de besturen van de woning-bouwverenigingen, die daarbij voor de eerste keer van demaatregel hoorden en natuurlijk alleen reeds daardoor bizon-der ontstemd waren. Deze ontstemdheid was vanzelfsprekendeen ongunstige bodem voor een objectievei beoordeling vande voorgestelde maatregel. Op ons verzo.ek had een gezamen-lijke bespreking plaats tussen het gemeentebestuur, de bestu-ren van de woningbouwverenigingen en het Bureau Huisves-ting. Door het gemeentebestuur werd een uitvoerige uiteen-zetting gegeven van de enorme moeilijkheden, waarvoor hetgemeentebestuur zich bij de leniging van de woningnood ge-plaatst ziet en deze uiteenzetting droeg er zeker toe bij, dat deaanwezige bestuursleden van de woningbouwverenigingen degetroffen maatregelen in een heel ander licht zagen. Onzer-zijds werd betoogd, dat het juister ware geweest, wanneer debesturen van de woningbouwverenigingen van te voren met'tgemeentebestuur over de te nemen maatregelen hadden kun-nen overleggen, waarbij het dan mogelijk was geweest, dat zetevens bij de uitvoering waren ingeschakeld. Dit had mogelijkbij de betreffende oudjes dan geen paniek verwekt en zekergeen ontstemming bij de bestuursleden van de woningbouw-verenigingen en het was zeer waarschijnhjk aan de uitvoeringten goede gekomen. Dit werd door het gemeentebestuur vol-ledig erkend en nadat aldus de atmosfeer was gezuiverd, werdbesloten in het vervolg van te voren gezamenhjk te overleggen.I P. A. in 't HOUT.Nieuwbouw van de woningbouwvereniging,,Nijmegen"Voor rekening van de woningbouwvereniging ,,Nijmegen" teNijmegen is sedert April 1947 een complex van 379 wonin-gen in aanbouw, waarvan reeds 350 woningen zijn bewoond.De overigen zullen binnenkort gereed komen.Het gehele complex is als volgt te verdelen:18 grote eengezinswoningen bevattende twee woonkamers,een keuken, een kelder, vier (ook wel vijf) slaapkamers eneen wasgelegenheid. 269 normale eengezinswoningen, gelijkals de hiervoor genoemde, doch met drie slaapkamers.26 kleine eengezinswoningen bevattende een woonkamer, eenkeuken, een kelder, drie slaapkamers en een douchecel.22 benedenwoningen en 44 etagewoningen met een gelijkaantal vertrekken als de normale eengezinswoningen. De bo-venwoningen hebben echter een douchg-cel inplaats van eenwasgelegenheid, de benedenwoningen een vaste wastafel.Allen hebben een schuur in de tuin voor het bergen van fiet-sen en brandstof.Van alle woningen is het hoofdwoonvertrek op de zonzijdegelegen. De huurprijzen varieren van f 5,^-- tot f 6,45 perweek exclusief waterverbruik. De hierbij opgenomen afbeel-dingen getuigen van een goede aanwinst in het woningbezitvan de exploiterende vereniging en een gewaardeerde ver-mindering in de plaatselijke woningnood.De woningen zijn gebouwd onder leiding van de architectW. Th. Reynen.RED.Mededelingen van de Nationale WoningraadBEgTUURDooirdat in de laatste tijd nogal verschillende veranderingenin het bestuur van onze Raad hebben plaats gevonden, achtenwij het wenselijk de huidige samenstelling aan onze ledenbekend te maken. Hieronder gelieve U aan te treffen de na-men onzer bestuursleden met hun woonplaats.A. in 't Veld, VoorzitterW. Steinmetz, 2e VoorzitterJ. BommerMr. F. J. J. M. BoelensH. KeegstraL. van der WalAmsterdamAmsterdam's-GravenhageOuder-AmstelAmsterdamAmsterdamDagelijksBestuurH. J.! Arnold RotterdamC. J. van As GoudaProf. Mr. Dr. G. van den Bergh AmsterdamW. BrouwerJ. J. CammingaC. CouwenhovenP. DonkerR. DorresteynL. LansinkW. F. van NiekerkP. van der PuttA. C. van der VeldeSt. Anna ParochieArnhemAlkmaarCoevordenUtrechtZwolle's Gravenhage-LoosduinenEindhovenVlissingenmMA11?Nieuwbouw te Nijmegen. Architect: W. Th. Reynen.G. Voerman UtrechtJ. de Wilde GroningenJ. Zevenbergen HoensbroekP. A. in 't Hout, Secretaris.BESTUURSVERGADERINGOp Dinsdag 26 Juli 1.1. kwam het volledige bestuur van deNationale Woningraad in vergadering bijeen. Deze vergade-ring werd gehouden te Amsterdam.CONGRESOp de laatst gehouden bestuursvergadering is besloten de uit-gestelde jaarlijkse ledenvergadering te houden op 14 en 15October a.s. te Eindhoven. Nadere gegevens zijn reeds aande leden verzonden.,.DE WONINGBOUWVERENIGING"In ons orgaan ,,De Woningbouwvereniging" worden herhaal-delijk artikelen opgenomen welke ook van groot nut zijn voorpersoneel van woningbouwverenigingen. Ten einde het moge-lijk te maken, dat dit personeel zoveel mogelijk kennis neemtvan deze technische voorlichting, kunnen voor hen extra abon-nementen worden afgesloten ad f 1-- per jaar. Opgave kangeschieden aan ons secretariaat.ARBEIDSVOORWAARDENDoor het bestuur van de Nationale Woningraad wordt eenenquete onder de leden ingesteld voor het verkrijgen van ge-gevens betreffende de arbeidsvoorwaarden van personeel indienst van woningbouwverenigingen. Wij doen een beroep opde leden om mede te werken aan een snelle afwikkeling dezerenquete.Nieuwbouw te Nijmegen. Architect: W. Th. Reynen. 57BerichtenPRIJZENBESCHIKKINGENIn de Nederlandse Staatscourant van 26 Juli 1949 is een be-richt opgenomen, dat o.a. de hierna te noemen prijzenbeschik-kingen zijn vervallen.Prijzenbeschikking Stopverf en Plamuur 1949 no. 2.Prijzenbeschikking Strijkklare Oliegrondverf 1949 no. 2.Prijzenbeschikking Standwit en Lichtgekleurde Standverf1949 no. 2.CIRCULAIRE OVER HUURVERHOGING IN VER-BAND MET BIJZONDERE VOORZIENINGEN INWONINGEN, GEBOUWD MET STEUN UIT 's RIJKSKAS INGEVOLGE DE FINANCIERINGSREGELINGWONINGBOUW 1947 OF 1948Aan de Gemeentebesturen.In verband met de huurvaststelling van woningen, gebouwdmet steun ingevolge een der bovenstaande regelingen^ merk ikop, dat de huurwaarde, welke wordt vermeld in de beschik-king tot toekenning van een bijdrage op grond van deze rege-lingen, slechts betrekking heeft op een woning, gebouwd vol-gens de sobere afwerking, zoals deze is omschreven in hetrondschrijven van 17 April 1948, no. 39259/W.W.A. Afde-ling Uitvoering, als bijlage II gevoegd bij de Financierings-regeling Woningbouw 1948.Voornamelijk bij de bouw van middenstandswoningen zai vandeze sobere afwerking in vele gevallen worden afgeweken, metals gevolg hogere bouwkosten. Vorenbedoelde huurwaarde ende bijdrage tezamen zijn dan niet toereikend om de uit dcduurdere bouw voortvloeiende hogere lasten van rente en af-schrijving te dekken.In verband hiermede dient voor belanghebbenden de mogelijk-heid te bestaan door huurverhoging op basis van de kostprijs,compensatie te verkrijgen.Ten einde meer eenheid te verkrijgen in de beoordeling van dehuurbedragen welke voor verhoging in aanmerking komen, be-paal ik, dat elke verhoging van de bouwkosten, welke het ge-volg is van afwijkingen van de sobere uitvoering, welke af-wijkingen de woning blijvend beter maken, voor huurverho-ging in aanmerking kan worden genomen, mits deze afwijkin-gen in het bestek zijn opgenomen en op het aanvraagformuliervoor steun ingevolge de Financieringsregeling Woningbouw1948 in het vak ,,bijzon.dere voorzieningen" zijn vermeld.Op dit formulier dient tevens voor te komen een opgave vande geraamde kosten, eventueel verminderd met de kosten vaneen uitvoering, welke overeenkomt met de omschrijving van,,sobere uitvoering" in vorengenoemde circulaire. Op de afwij-kingen blijft van toepassing de eerder bekend gemaakte maat-regel, dat geen materialen en arbeidskrachten kunnen worden'^^58Cresotolde verf voor noodwoningen,barakken, schuren, schuttingen? kleur echt;? conserveert;? desinfecteertPIETER SCHOEN & ZOON^VERF- EN VEHNISFABRIK^NTEN .ANNO 1722 ? ZAANDAMNieuwbouw te Nijmegen. Architect: W. Th. Reynen.beschikbaar gesteld voor woningen, welker bouwkosten meerbedragen dan 120% van het bedrag der bouwkosten, dat bijsobere uitvoering nodig zou zijn; hierin is niet begrepen deverhoging, welke wordt veroorzaakt door bijzondere omstan-digheden, zoals extra kosten aan funderingen, transporttoe-lage, aantrekkingskosten van en kosten voor vreemde arbei-ders, toeslagen voor montagebouw enz., dus kosten welkenoodzakelijk zijn om de bouw mogelijk te maken. Kosten, ver-bonden aan het aanbrengen van verwarmingsinstallaties, lif-ten en een hydrophoorinstallatie kunnen voor huurverhogingin aanmerking worden genomen, ook indien het totale bedragder bouwkosten dientengevolge 120% der kosten van ,,sobe-re bouw" te boven gaat.Voor de berekening van de huurverhoging per jaar wordt hetbedrag van onderstaande afwijkingen met de daarachter ver-melde annui'teitspercentages vermenigvuldigd. Voor de ove-rige geldt het percentage 4,656.centrale verwarmingsinstallatie 7,358electrische panelheating 8,995hften 7,358hydrofoorinstallatie 5,358electrische boilers 12,33koelkasten 8,995droogkasten 8,995huis- en deurtelefoons 8,995linofelt 6,402gasgeysers 12,33Indien na het toekennen der bijdragen alsnog voor bepaaldeaan te brengen afwijkingen van de sobere uitvoering, welkeniet in het bestek zijn vermeld, huurverhoging wordt aange-vraagd, zal de aanvrage tot huurverhoging slechts in behan-deling worden genomen, indien deze afwijking alsmede hetgeraamde bedrag door de Provinciale Directie van de Weder-opbouw en de Volkshuisvesting is goedgekeurd.Deze regeling treedt voor de in te dienen plannen op 1 Aug.1949 in werking. Ik moge U verzoeken de aandacht van be-langhebbenden op deze regeling te vestigen.De Minister van Wederopbouwen Volkshuisvestingvoor deze:De Directeur-eneraal,w.g. Z. IJ. VAN DER MEER.Circulaire van 15 Juli 1949 van de afdeling Exploitatie van het Ministerievan Wederopbouw en Volkshuisvesting.GEMEENTELIJKE BOUWVERGUNNING BLIJFTVEREISTDe publicaties over het verlenen van een algcmene Rijksgoed-keuring voor bouwwerken, waarmede een bedrag van tenhoogste f. 500,^-- is gemoeid, geven aanleiding tot misverstand.De hier bedoelde maatregel heeft allleen tot gevolg, dat voordeze werken in het vervolg een afzonderlijke Rijksgoedkeuringniet langer wordt vereist. Dat betekent dus niet, zoals som-migen blijkbaar menen, dat nu ook de normale gemeentelijkebouwvergunning kan worden gemist. De bepalingen in de ge-meentelijke bouwverordeningen en voorschriften blijven uiter-aard door het besluit van het College van Algemene Com-missarissen voor de Wederopbouw onaangetastEvenals dat voor de oorlog het geval was, zal men in hetalgemeen ook voor de uitvoering van kleine bouwwerken demedewerking van de gemeentelijke technische diensten be-hoeven.Persbericht no. 52 van de afdeling Voorlichting van het Ministerie vanWederopbouw en Volkshuisvesting.OPNEMEN IN BESTEKKEN BETREFFENDE WO-NINGWETWONINGEN EN TE HERBOUWEN WO-NINGEN VAN DE ALGEMENE BESTEKSBEPALIN-GEN W.B. OF VAN BEPALINGEN TER VERREKE-NING VAN HET RISICOCirculaire van de Minister van Wederopbouw en Volkshuis-vesting van 4 Juli 1949, Afdeling Uitvoering, no. 78719, aande gemeentebesturen.Het is de laatste tijd enkele malen voorgekomen, dat in de be-stekken, betreffende woningwetwoningen en te herbouwenwoningen, de Algemene Besteksbepalingen W.B. niet warenopgenomen, zodat verrekening als gevolg van de verhogingvan ^ociale lasten moeilijkheden opleverde.Door de Algemene Rekenkamer werd goedgekeurd, dat opbillijkheidsgronden alsnog verrekening van de verhoogde so-ciale lasten plaats had.Ik ben van mening, dat deze, door de Algemene Rekenkam rverleende, toestemming tot verrekening niet blijvend kan wor-den toegepast.Derhalve bepaal ik, dat, indien in de bestekken voor de wer-ken, welke na 1 Juli 1949 worden gegund, geen bepalingenbetreffende verrekeningen als vorenbedoeld zijn opgenomen,de afrekening met de aannemer uitsluitend geschieden zal aande hand van de besteksbepalingen. Het niet opnemen van deAlgemene Besteksbepalingen, vastgesteld door de Directie vande Wederopbouw en de Volkshuisvesting, of van bepahngenter verrekening van risico, zal dus ten gevolge hebben, datkosten, welke bij opname dier bepalingen daaruit zoudenvoortvloeien, niet ten laste van de stichtingskosten kunnenworden gebracht.De Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting,Voor deze,De Directeur-Generaal,w.g. Z. IJ. VAN DER MEER.BETALING ARCHITECTENHONORARIUMCONFORM DE V.R.T.Bij de dezerzijds uit te oefenen controle op de meerder- enminderwerkrekening, de verrekening van de in het bestek vaneen bouw genoemde stel- en verrekenposten, is het uiteraardnoodzakelijk, dat de architect zijn medewerking verleent doorhef, verstrekken van inlichtingen. Bedoelde medewerking laatsomtijds te wensen over, indien de opdrachtgever de declara-tie van de architect ten voile met betaling heeft gehonoreerd.Ik geef UJ ingevolge het vorenstaande, in overweging de be-taling van het architectenhonorarium te verrichten, conformhet gestelde in artikel 21 van de Voorlopige Regelen en Ta-bel (V.R.T) 1), voor de berekening en uitbetaling van hethonorarium van architecten, vastgesteld op 1 Januari 1949,zodat 30% van het gedeclareerde bedrag eerst wordt uitbe-taald, nadat voldaan is' aan hetj gestelde punt i van vorenge-noemd artikel.Een vlugge afdoening van de Rijksfinanciering kan wordenvertraagd door het uitblijven van evenbedoelde inlichtingen.Bij Uw schriftelijk verzoek tot betaling van het architecten-honorarium, daf) ik, zoals gebruikelijk, onder toevoeging vande nodige declaraties ter decharge steeds van U ontvang,kunt U desgewenst bij afzonderlijke brief een aanvrage intweevoud doen, tot betaling van 70% van vorenbedoeld ho-norarium, ten aanzien van welk verzoek ik de Directeur-Ge-neraal van de Volkshuisvesting dan afzonderlijk zal advi-seren.w.g. De Hoofdingenieur-Directeur,G. F. E. KIERS.Circulaire van 27-6-1949.afd. V.H. no. 5449.1) Deze regeling is verkrijgbaar bij de Nationale Woningraad te Am-sterdam.InhoudHuurcorrectie vooroorlogse woningwetwoningen . . 53Woningbouwverenigingen en middenstandswoningen 53Woningbouw te Haarlem-Noord . .... 54Problemen rond de Woonruimteverdeling .... 55Nieuwbouw van de woningbouwvereniging ,,Nijmegen*' 57Mededelingen van de Nationale Woningraad ... 57Berichten 58Dit orgaan wordt gezonden aan alle lezers van het Tijdschriftvoor Volkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. In-stituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw kunnen extraabonnementen nemen tegen de prijs van f. 1,^-- per jaar.Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Woningraad of Insti-tuut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijsf. 5,^-- per jaar.59StefOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwJuli-Aug. 1949 aOeJaargangno. 7/80, LtMBIII!IEIIIII6EII..JUII0PlllSTBETON-EMAILLEGOUDATel. 2710 K 1820R 36 Loodmenie heeft bijzondereroestwerende eigenschappen en....ze is; absoluut vrij van harsen engommen, goed vioeiend (geen kwast-strepen), snel doordrogend (in 4 uur,van onderen naar boven), zeer sterkhechtend.KIES DAAROMR 36 LOODMENIl(GEBASEERD OP R 36 OLIE)J :||:N.V, UK- EN VERFFASRIEKEN KIEWIET OE J0N6E,'M|)I6ENAbraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400528HOUTHANDEL^w ijzerconstnicties gaan langer mee metBitumen vervcn. Zij hebben een hoge hard-heid, een grote dekkracht en zijn watcr-werend. Het is Uw belang om ons eens in-lichtingen en prijsopgave te vragen.ROTTERDAMSE ASPHALT INDUSTRII:oiii/" N)' Rodenrijseweg 117(vbor A?l behouc/ van L/w tfzsrconstruefa'es Tel. 204-228. BERKEL (Z.H.)GEBRS. MION - BREDATel. 8168-6087Jan van Polanenkade 28-30Spec/ai/teK \n:Naadloze VIoeren, Asbest- enHoutgranietvloerenTerrazzowerken - KunstsleenfabriekHandel inZand- Grind en Wegenverhardingle^BTi per Scheepslading door geheel Nederhnd en Be/g/eDiverse specia/e soorfen leverbaar vanaf Opslagplaais BelcrumVischmarktstraat 6Tel. 9734(prive tel. 215 Raamsdonksveer)BREDA540Juli-Aug. 194930e Jaargang - No. 7/8MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouvrOrgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, Jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 115720Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro-nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)OfKiciele mededelin^enNederlandsch InstituutBurejau InstituutWegens vacantie zal het bureau van het Instituut van 15 toten njet 20 Augustus gesloten zijn.Rijksdienst voor het Nationale PlanHerbouw van een woning in de gemeente WassenaarDe President van de Rijksdienst voor het Nationale Plan,Gezieti een mededeling van het gemeentebestuur van Wassenaar, datde heer W. J. Rijkens, wonende Wittenburgerweg 76 aldaar, voor-nemens is over te gaan tot herbouw van een woonhuis op het aan deWassenaarseweg binnen de gemeente Wassenaar gelegen en aan zijnechtgenote, mevrouw J. Rijkens-Ambrosius, in eigendom toebehorendeperceel, kadastraal bekend gemeente Wassenaar, sectie E nummer 1789;Overwegende, dat bij besluit dd. 12/16 Augustus 1947, B. No. 25753,G.S. nr. 303/2 van de Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-holland een streekplan is verklaard in voorbereiding tei zijn voor het ge-bied der gemeente Wassenaar ten zuiden en ten westen van de spoorlijnSche\^eningen-Rotterd;3m, benevens voor de aansluitende strook grond be-noordXvesten de Rijksstraatweg (Leidseweg) onder de gemeente 's Gra-venhage en voorts het vroeger bij de Haagse Golfclub in gebruik zijndeeveneens in de gemeente 's Gravenhage gelegen terrein;Overwegende, dat aan bedoeld streekplan meer in het bizonder de be-doeling ten grondslag ligt dit tussen fraaie landgoederen gelegen gebiedzo veel mogelijk van bebouwing te vrijwaren en landelijk te houden, zulksten einde dit gebied de uit stedebouwkundig oogpunt noodzakelijk teachten functie te doen vervullen van doorgaande groene strook tussende residentie en Wassenaar;Overwegende, dat het ontwerp voor het streekplan reeds in een ver-gevorderd stadium van voorbereiding verkeert en dat daarin aan de terweerszijden van de Wassenaarseweg gelegen gronden bestemmingen zijntoegedacht van begraafplaats en sportterrein;Overwegende, dat deze bestemmingen in stedebouwkundig, landschap-pelijk en recreatief opzichfc juist zijn te achten en er tevens toe zullenstrekken te voorzien in met name voor de gemeente 's Gravenhage be-staande dringende behoeften aan begraafplaats en sportterein;Overwegende, dat het genoemde perceel deel uitmaakt van de ten zuid-oosten van de Wassenaarseweg gelegen gronden, welke in het ontwerp-streekplan zijn geprojecteerd als begraafplaats;Overwegende, dat in het nog aanwezig zijn van enkele woonhuizen inde omgeving, noch in de omstandigheid dat het onderhavige voornemende herbouw geldt van een der aldaar op Duitse last gedurende de oorlogafgebroken woningen, een voldoende rechtvaardiging kan worden ge-vonden om in de uitvoering van het voorgenomen werk te berusten,aangezien aldus handelende een uit algemeen planologische overwegingente betreuren precedent zou worden geschapen en een ontwikkeling zouintreden, welke geenszins strookt met de aan het in voorbereiding zijndestreekplan ten grondslag liggende bedoehngen;Overwegende, dat het College van Gedeputeerde Staten van de provincieZuidhoDland de onderhavige herbouw onaanvaardbaar en in strijd achtmet de opzet van het in voorbereiding zijnde, eerder aangehaalde,streekplan; ,Gelet op artikel 5, derde lid, van het Besluit van 15 Mei 1941, nr. 91/1941betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan;Gezien het daartoe strekkend voorstel van de Vaste Commissie van deRijksdienst voornoemd;besluitbezwaar te maken tegen het voorgenomen werk, zijnde de herbouw vaneen woning op het perceel kadastraal bekend gemeente V/assenaar, SectieE nr. 1789, zulks wegens strijd met het in voorbereiding zijnde ontwerpvoor een streekplan voor het gebiedi der gemeente W^assenaar ten zuidenen ten westen van de spoorlijn Scheveningen^--Rotterdam, benevens voorde aansluitende strook grond benoordwesten de Rijksstraatweg (Leidse-weg) onder de gemeente 's Gravenhage en voorts het vroeger bij deHaagse Golfclub In gebruik zijnde eveneens in de gemeente 's Gravenhagegelegen terrein.Afschrift dezer beschikking zal worden gezonden aanonder mededeling, dat tegen dit besluit binnen een maand na dagtekening,ingevolge het bepaalde in artikel 5, vierde lid van het eerderaangehaaldbesluit van 15 Mei 1941, juncto artikel 1 van de Eerste Uitvoerings-beschikking van de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Binnen-landse Zaken dd. 22 Januari 1942, B.Z. nr. I V, beroep kan wordeningesteld bij de Kroon.De wnd. President,(w.g.) P. A. V. d. Drift's Gravenhage, 4 Juni 1949Gemiddeld aantal vertrekken per woning en ge-middeld aantal personen per huishouden, op grondvan de woning- en gezinstelling van 31 Mei 1947(met twee cartogrammen)In de toelichting bij het cartogram, betreffende de woon-dichtheid (gemiddeld aantal personen per vertrek) i) is op-gemerkt, dat de in dit opzicht tussen de gemeenten bestaandeonderlinge afwijkingen in hoofdzaak verband houden metverschillen, zowel ten aanzien van het aantal vertrekken perwoning als van de grootte van de in deze woningen gehuis-veste huishoudens. Met het oog hierop werden de thansbijgevoegde cartogrammen samengesteld.1. Gemiddeld aantal vertrekken per woning ?,Dit cartogram geeft een beeld van de gemiddelde woning-grootte in de afzonderlijke gemeenten, gemeten naar hetaantal vertrekken per woning. Aangezien bij de woningtellingniet naar de grootte der vertrekken is gevraagd, kon met dezefactor geen rekening worden gehouden. Wat de aard der alsvertrek getelde ruimten aangaat, zij verwezen naar de toe-lichting op het vorige cartogram. i)In staat 1 zijn de voor dit cartogram gebruikte verhoudings-^) Zie Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw, 30e JaargangNo. 3 (Maart 1949), biz. 46. 113Artikelcn cijfers samengevat en uit de kolommen 2 t/m 7 van deze staatblijken reeds belangrijke tegenstellingen tussen de afzon-derlijke provincies.In Drenthe vallen 22 van de 34, d.w.z. 65'%, der gemcentenin de laagste groep (minder dan gemiddeld 3.5 vertrek perwoning). In Groningen en Friesland geldt dit voor 31 resp.20, d.w.z. voor 54, resp. 45%, der gemeenten en op devierde plaats komt Zeeland.In deze vier provincies blijven vrijwel alle gemeenten benedenhet rijksgemiddelde' (zie kolommen 9 en 10).Een geheel tegengesteld beeld vertoont Limburg, waar in allegemeenten de gemiddelde woninggrootte uitkomt boven dievoor het Rijk als geheel (4.94) en 89, d.w.z. niet minderdan 80 %, der gemeenten in de hoogste groep vallen (meerdan gemiddeld 5.5 vertrek per woning).In de laatste kolom van staat 1 is voor iedere provincie noghet gemiddelde van alle in de provincie gelegen woningenberekend. Deze cijfers geven voor de beoordeling van deprovinciale verhoudingen een beter beeld dan die in de voor-afgaande kolommen, aangezien daarin ook de grootte der ge-meenten tot zijn recht komt. Volgens deze cijfers is de Drentsebevolking aangewezen op de kleinste woningen (3.71 ver-trekken per woning), hetgeen wel een zeer belangrijk verschilvormt met de 5.52 resp. 5.99 vertrekken per woning in deprovincies Utrecht en Limburg.Beziet men het cartogram, dan blijkt, in het algemeen geno-men, in de grote gemeenten en voorts in tal van kleinere metmeer of minder stedelijk karakter de woninggrootte boven hetrijksgemiddelde te liggen, Dit geldt evenzeer voor verschei-dene der rond de grote steden gelegen forensengemeenten,alsmede voor de gemeenten in de specialc woongebieden, zo-als Het Gooi, Zuidkennemcrland, Utrechtse Heuvelrug, Ve-luwezoom, e.d.Vanzelfsprekend zijn er uitzonderingen. Zo blijven Amster-dam en Rotterdam juist beneden het rijksgemiddelde, terwijl,zoals reeds werd opgemerkt, in Limburg alle 111 gemeenten,tot de kleinste toe, daarboven komen.Het gemiddeld aantal vertrekken per woning neemt in hetalgemeen toe naarmate de gemeenten groter zijn. Dit blijkt uitde volgende cijfers, die het gemiddeld aantal vertrekken perwoning voor elke gemeentegroep (naar het inwonertal op1 Jan. 1947) weergcven:gem. aantal vertrekkengemeenten met per woning1.000 inwoners en minder 3.981.001^ 2.000 inwoners 4.102.001^ 5.000 4.345.001-- 10.000 4.4610.001-- 20.000 4.7620.001- 50.000 5.4350.001 -- 100.000 5.4600.001 inwoners en meer 5.15Staat 1. Gemiddeld aantal vertrekken per woningWaarvan met Gem. aan-Aantal gemeenten met een gemiddeld aantal vertrekken een gemiddelde tal vertrek-Provincieper woning van: aantalge-meentenbeneden hetrijksgemiddeldeken per wo-ning in allegemeenten3.50 ofminder3.51-4.00 4.01--4.50 4.51-5.00 5.01-5.50 5.51of meerabs. in%tezamen inelke prov.1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 : 11Groningen . . . 31 16 7 1 2 _ 57 55 96.5 4.06Friesland .... 20 13 5 3 1 2 44 41 93.2 3.81Drenthe . ?,. .- . 22 8 1 1 2 .-- 34 32 94.1 3.71Overijssel.... 7 6 10 11 8 10 52 31 59.6 5.08Gelderland . 7 17 14 23 42 9 112 57 50.9 5.18Utrecht .... 1 11 11 22 11 11 67 41 61.2 5.52Noordholland . . 7 45 19 27 - 7 16 121 91 75.2 4.93Zuidholland . . . 35 47 43 26 16 6 173 144 83.2 5.02Zeeland .... 27 38 22 10 4 --? 101 96 95.1 4.26Noordbrabant . . 4 24 26 39 36 14 143 81 56.6 5.16Limburg .... -- -- -- 2 20 89 111 -- -- 5.99Nederland(incl. N.O. Polder) 161 225 158 165 149 157 1016 669 66.2 4.941142. Gemiddeld aantal personen per huishoudenBij de telling zijn de huishoudingen onderscheiden naar alleen-wonende personen, waartoe ook zelfstandige kamerbewonersmet of zonder pension zijn gerekend en naar huishoudingenvan 2 of meer personen, de z.g.n. huishoudens.Het cartogram bleef beperkt tot de gemiddelde sterkte vandeze huishoudens van 2 of meer personen. Als leden derhuishoudens zijn beschouwd het gezinshoofd, de echtgenote,de inwonende eigen, stief- en pleegkinderen, het inwonendehuis- en bedrijfspersoneel en eventuele andere in het gezins-verband opgenomen personen, als kostgangers e.d.Staat 2 geeft weer een overzicht van de spreiding der ge-meentelijke gemiddelden per provincie en uit de samenvattingin de kolommen 9 en 10 blijkt, dat in Noord- en Zuid-Holland,Friesland, Groningen en vooral in Zeeland de gemiddeldesterkte der huishoudens in de meerderheid der gemeenten be-neden het rijksgemiddelde van 4.04 blijft. Daartegenover komtdeze gemiddelde sterkte in Noordbrabant en Limburg in vrij-wel alle gemeenten boven het rijkscijfer.Volgens de provinciale gemiddelden in de laatste kolom, komtNoordholland met 3.70 personen per huishouden op de laagsteplaats en zijn voorts, behalve in de reeds genoemde provinciesZuidholland, Zeeland, Groningen en Friesland, ook in deprovincie Utrecht minder dan gemiddeld 4 personen per huis-houden geteld. De cijfers voor Drenthe, Overijssel en Gel-derland zijn wat hoger (resp. 4.25, 4.24 en 4.22) en ontlopenelkaar niet veel. Noordbrabant en Limburg staan met 4.74 en4.62 aan de top.Een blik op het cartogram laat zien, dat ook binnen iedereprovincie nog belangrijke afwijkingen bestaan. De grote ste-den met hun cmgeving en ook verscheidene kleinere stedenvallen op door hun minimale (gezins)sterkte van het huis-houden.Hetzelfde geldt b.v. voor de gemeenten in de Z.O.hoek vanFriesland, in het Noorden van Groningen en in het voorma-lige veenkoloniale gebied in deze provincie, alsmede in deZaanstreek, en in de kop van Noordholland.In het centrum van het land vormen Het Gooi, UtrechtseHeuvelrug, Veluwezoom en een aansluitend gebied in deAchterhoek een gordel van gemeenten, eveneens met eenoverwegend aantal kleine huishoudens. Op Zeeland met zijnlage gemiddelden sluiten aan de gemeenten op de Zuidhol-landse eilanden en via Dordrecht ook die tussen Maas enLek en verder tussen Waal en Rijn.Daartegenover vormen Noordbrabant (behoudens het noord-westelijk deel) en Limburg (behoudens de mijnstreek) eenvrijwel aaneengesloten gebied van gemeenten met hoge ge-middelde (gezins)sterkten van de huishoudens, welk gebiedzijn voortzetting vindt in Gelderland tussen Maas en Waal,de oostelijke Betuwe en de Lijmers en in het oostelijk deelvan de Achterhoek en Overijssel. Vermeldenswaard zijn nogenkele kleinere groepen van gemeenten met een hoog, gemid-deldc, zoals b.v. in het Westland en Westfriesland.Een blik op de gemiddelden per gemeentegroep toont, dat,met uitzondering van de groepen der kleinste gemeenten, hetgemiddeld aantal personen per huishouden bij toenemende ge-meentegrootte (eveneens naar het inwonertal op 1 Jan. 1947)in het algemeen geringer wordt:Artikelengemiddeld aantal personengemeenten met per huishouden1.000 inwoners en minder 4.111.001^ 2.000 inwoners 4.312.001-- 5.000 4.405.001-- 10.000 4.4510.001- 20.000 4.3220.001- 50.000 3.9850.001 -- 100.000 3.93100.001 inwoners en meer 3.66Een onderzoek naar de oorzaken van al deze onderlinge ver-schillen vormt een studie op zichzelf. Tal van factoren spelendaarbij een rol. Zo zal in de ene gemeente meer inwonend, entot het huishouden gerekend, huis- en bedrijfspersoneel voor-komen dan in de andere. Evenzo wisselt door tal van omstan-digheden van streek tot streek de gemiddelde leeftijd, waaropde kinderen het ouderlijk huis verlaten. Men kan evenwelaannemen, dat de in het cartogram tot uitdrukking komendeverschillen ten aanzien van de gemiddelde grootte van hethuishouden in de eerste plaats en in hoofdzaak voortvloeienuit regionale verschillen der geboortecijfers.Staat 2. Gemiddeld aantal personen per huishoudenWaarvan metGem.aan-tal perso-Aantal gemeenten met een gemiddeld aantal personen Totaal een gemiddelde nen perProvincieper huishouden van: aantalge-meentenbeneden hetrijksgemiddeldehuishoudenin alle ge-meenten in3.75of minder3.76--4.0C 4.01--4.50 4.51--5.0C 5.01--5.50 5.51of meerabs. in%elkc pro-vincie1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11Groningen 21 17 19 . . ,--57 39 68.4 3.82Friesland .... 7 15 22 ,-- -- -- 44 25 56.8 3.99Drenthe .... 1 7 22 3 1 -- 34 12 35.3 4.25Overijssel .... 2 9 22 11 3 5 52 13 25.0 4.24Gelderland . 5 24 41 20 19 3 112 31 27.7 4.22Utrecht .... 6 10 19 23 7 2 67 15 22.4 3.97Noordholland . . 28 28 36 19 8 2 121 62 51.2 3.70Zuidholland . . 25 46 61 25 14 2 173 94 54.3 3.82Zeeland .... 47 29 21 4 -- -- 101 77 76.2 3.78Noordbrabant . . 1 2 24 32 54 30 143 3 2.1 4.74Limburg .... -- 2 17 42 36 14 111 2 1.8 4.62Nederland(incl. N.O. Polder)143 189 304 179 142 58 1016 374 36.8 4.04De duplexwoningOp 3ijuni 1.1. had te Utrecht onze vergadering plaats over deduplexwoning. Wij laten hier volgen twee artikelen, die inhoofdzaak beantwoorden aan de beide inleidingen, die in dezevergadering zijn gehouden, benevens een sterk samenvattendverslag van de gedachtenwisseling.De sociale zijde van de tijdelijke splitsing van wonin-gen alsmede het bestuursaspect1. Tijdelijke splitsing van woningen geeft geen vermeerde-ring van woonruimte. Zij geeft alleen de mogelijkheid3.de beschikbare woonruimte voor de duur van de split-sing meer intensief te benutten. Hetgeen toch aan dewoningvoorraad wordt toegevoegd in een bepaaldeperiode wordt bepaald door het daarin beschikbaar ge-stelde bouwvolume.De toepa'ssing van deelwoningen betekent, dat men desamenwoning in een definitieve woning haar scherpekanten ontneemt.Voor splitsing van bestaande, daartoe geeigende, wo-ningen in overeenstemming met de bouwverordening,moe^ bouwvergunning worden gegeven.Van deelwoningen is alleen sprake bij het niet geheelvoldoen aan de bepalingen van de bouwverordening. De 115Artikelen116toepassing kan achteraf na de voltooiing worden over-wogen (d.i. dus ook bij de bestaande oudere woning-voorraad), maar om verschillende redenen zal het voor-keur verdienen de splitsing te overwegen v66r een wo-ningcomplex tot uitvoering komt.4. Bij het ontwerp van een woningtype is de definitievewoning primair; de splitsingsmogelijkheid is alleen vanbelang voor de keuze van het definitieve type,Het ontwerp mag niet het resultant van een compromistussen beide doelstelhngen zijn. Het type van de defi-nitieve woning, welke men kiest, moet verantwoord zijn.5. Het gekozen type voor de definitieve woning moet zo-danig zijn, dat met zo weinig mogehjk voorzieningen enkosten de deelwoningen kunnen worden ingericht enevenzo na het expireren van de termijn de definitievetoestand kan worden bewerkstelHgd,6. De definitieve woning moet in overeenstemming zijn metde stedebouwkundige voorschriften en voldoen aan debepalingen van de bouwverordening. Voor de deelwo-ningen kan hiervan, met het oog op de tijdelijkheid,worden afgeweken.Het gestelde onder 5 houdt reeds een beperking in voordeze afwijking. Verder mag de afwijking niet zodanigzijn, dat het kleine gezin in de deelwoning niet eenmenswaardig verblijf zou hebben. 7. Voor het platteland, in het bizonder het agrarische, zal-de toepassing van deelwoningen minder aanbeveling ver-dienen dan voor de stedelijke a'gglomeraties. Men kanook stellen, dat men de agrarische bebouwing niet sphtst,mede daar de plattelandswoning zich daartoe mindergoed leent. Indien het meerg'ezinshuis ter plaatse niettoegelaten of inheems is, zal de definitieve woning eensphtsing in verticale zin en dan ongeveer loodrecht opde rooilijn mogelijk moeten doen zijn.8. Hoewel het ontwerp-wederopbouwwet tijdelijke vergun-ningen mogelijk wil maken en bevoegdheden zal gevenom de beeindiging tot stand te doen komen, verdientuit practische overwegingen de toepassing van deelwo-ningen bij particuliere exploitatie toch weinig aanbeve-ling en zal deze meer gericht moeten zijn op gemeente-lijke en verenigings-exploitatie.9. De definitieve woning moet in overeenstemming zijn metde toekomstige woningbehoefte; in het andere geval is-i) oneconomisch of minder verantwoord.10. De toepassing van deelwoningen is aan bepaalde gren-zen gebonden. Niet alleen kunnen bij een te ruime toe-Dassing na enige tijd moeilijkheden ontstaan, maar ookhet aantal definitieve woningen, geschikt voor splitsing,zal beperkt zijn, doordat de samenstelling en grootte vande gezinnen in de naaste toekomst een relatief minderebehoefte aan woningen van 290 m^ en groter doet ver-wachten. De samenstelling en gemiddelde grootte van debestaande woningvoorraad zal mede van invloed zijn.11. Bij splitsing van middenstandswoningen moeten in dedeelwoningen middenstands- en geen arbeidersgezinnenworden ondergebracht. De vraag, of de toepassing vanhet gedeelte deelwoningen in een complex verdeeld ofgecentraliseerd moet geschieden, zal na ervaring kunnenworden beantwoord. Near mijn gevoelen verdient heteerste het meest aanbeveling. In dat geval is ook deovergang na'ar de normale toestand practisch gemakke-lijker te bewerkstelligen.12. De huur van de definitieve woning is een aangelegen-heid, welke in de overwegingen voor de toepassing vandeelwoningen moet worden betrokken, daar toch wordtgehoopt dat deze woning het grootste deel van haarlevensduur ongesplitst zal moeten worden geexploiteerd.13. Hoe lager de huur van de duplexwoningen, des te moei-lijker zal het zijn deze toestand practisch te doen be-eindigen, vooral in een tijd van laagconjunctuur. De ge-zamenlijke huur van de beide deelwoningen zal ten-minste 150 % van die van de definitieve woning moetenbedragen, om daarmede de kosten van splitsing en her-stel en van extra onderhoud over de duur van de split-sing te kunnen dekken. Deze minimum-huurgrens zalmede de geruisloze opheffing van de splitsing bevorderen.N.B. Aangezien de term duplex-woning in tweeerlei be-tekenis wordt gebruikt, nl. voor de ongedeelde en voor degesplitste woningen, zal om begripsverwarring te voor-komen in deze punten worden gesproken van definitieve(ongedeelde) en van deelwoningen (resultaat van desplitsing).Toelichting op de stellingenAlgemeen. Het was nodig dit vraagstuk aan de orde te stel-len, niet alleen om vele misverstanden uit de weg te ruimen,maar ook om het aan alle kanten zo klaar en duidelijk mo-gelijk te belichten.Aanvankelijk vond het denkbeeld van tijdelijke splitsing wei-nig ingang, daar men meende de woningnood in betrekkelijkkorte tijd te kunnen overwinnen, gezinnen niet aan derge-lijke kleine woningen wilde wennen en het woningtype nietwilde drukken. De tegenzin van de kant van de volkshuis-vestingsmensen was begrijpelijk; daar zij hun ideaal -- ge-groeid in de bezettingstijd ^ van een beter woningtype danvoor de oorlog aangetast meenden te zien.De natuur is evenwel sterker dan de leer. Hier moest tijdelijkiets op grond van de nood aan het ideaal worden opgeofferd.Het aantal voorstanders is dan ook langzamerhand toegeno-men, welke groei in een matig tempo het rijpelijk overwegenvan de voor- en nadelen tot gevolg heeft gehad en mededaardoor het bevorderen en het tot stand komen van wel-doordachte projecten. Gewaakt moet worden zowel tegen hetoyerdrijven, als zou een onbeperkte toepassing mogelijk zijn,als andererzijds tegen een te afwijzende houding.De deelwoning zal moeten worden aanvaard, om de volgenderedenen:a. om een niet meer te herstellen verlaging van het woning-peil (o.m. een geringere inhoud, uit economische overwe-gingen) te voorkomen; enb. om op korte termijn de abnormale woningbehoefte inmeerdere mate te kunnen opvangen, tot daarin op eenandere wijze wordt voorzien.Het aan de orde stellen van het vraagstuk heeft nog dezevoordelen:1. Teneinde de spraakverwarring ten aanzien van de term,,duplexwoning" te voorkomen, welke in tweeerlei betekeniswerd gebruikt. Duidelijker is daarom te spreken van ,,deel-woning", als resultaat van een splitsing en van ,,definitievewoning" voor de ongedeelde.2. Om te voorkomen, dat gemeentebesturen ook hier wederdenken aan iets extra's, zoals bij andere denkbeelden enrichtlijnen steeds werd ondervonden. Hetgeen kan wordengebouwd, bepaalt het toegewezen bouwvolume, dat bij detoepassing van deelwoningen niet wordt vergroot, omdat deomvang hiervan door andere beginselen wordt beheerst.3. Het gevaar van de gedachte aan een extra-contingent, be-grijpelijk bij deze woningnood, werkt het critiekloos aan-vaarden van directe oplossingen in de hand, terwijl men bijelke woningvoorziening, ongeacht de directe nood, op delange afstand moet zien en denken.Ad 1. Het gaat dus om een andere verdeling en wijze vanbenutten van de beschikba'ar gekregen woonruimte, welkevoor elke gemeente uit het toegewezen bouwvolume voort-vloeit. Indien bij deelwoningen het gemiddelde van 260 m3voor de definitieve woning met 30 m^ mag worden over-schreden, dan moet dit eveneens ten laste van het bouw-volume komen.Van betekenis is, dat het aantal zelfstandig onder te brengenhuishoudingen (van een of meer gezinnen) in eerste instantiesneller zal stijgen; het uiteindelijk te bereiken juiste resultaatzal evenwel niet eerder worden bereikt.Het opheffen van de deelwoningen hangt af van de toekom-stige mogelijkheden en omstandigheden (bevolkingstoename,het vervangen van slechte woningen en derg.) en van deconjunctuur.Het denkbeeld de splitsing achterwege te laten en liever hetbouwvolume te vergroten, is alleen te aanvaarden, indien ditlaatste werkelijk mogehjk zou zijn. Hiervoor zijn nu eenmaalgrenzen, maar toch zou dan nog wegens de grote woningnoodde tijdehjke splitsing verantwoord zijn. Met het toenemenvan het beschikbare bouwvolume kan wel gepaard gaan eenminder aantal splitsingen. In elk geval zal het gevolg zijn, datde opheffing op kortere termijn kan geschieden.Mocht het beschikbare bouwvolume onverhoopt minderen,dan betekent dit het aanvaarden van een langere duur van desplitsingen. Men kan dan ongetwijfeld aanvoeren, dat zonderdeze de toestand nog slechter zou zijn.Ad 2. De nadelen en bezwaren van samenwoning zijn vol-doende bekend. Zij kunnen slechts ten dele worden onder-vangen. Voorzieningen in bestaande woningen, ten behoevevan meerdere zelfstandigheid voor elk der samenwonendegezinnen, kunnen slechts tegen betrekkelijk hoge kosten enveel arbeid worden tot stand gebracht.Bij deelwoningen wordt de splitsing van te voren overwogenen kan zonder moeite volledige zelfstandigheid worden ver-kregen. Het is juist dit laatste, waardoor niet meer vansamenwoning in de gewone betekenis kan worden gesproken.Zou men de splitsing in deelwoningen nalaten, omdat mendit niet in het belang van de volkshuisvesting acht, dan isdit een onjuiste opvatting. Bij de huidige woningnood kanmen samenwoning in dezelfde mate verwachten, zowel in denieuwe als in de vooroorlogse woningvoorraad. Het is beterdit op de juiste wijze onder de ogen te zien.De deelwoning is mijns inziens aanvaardbaar, mits het tij-delijke karakter steeds voorop wordt gesteld en goed in hetoog wordt gehouden. Het is en blijft een noodmaatregel,maar vanwege de tijdelijkhcid en het feit, dat het ontoelaat-bare van de woning eerst als werkelijk bezwaar naar vorenkomt na een bepaalde periode, mag men niet spreken van eenernstige verlaging van het woningpeil, noch van een nadeelvoor de volksgezondheid; alsof dit laatste bij niet-toepassingvan deelwoningen niet evengoed zou ontstaan.Ad 3. Aangezien de toepassing van deelwoningen een tijde-lijke splitsing beoogt, volgt hieruit, dat hier van strijd metde bouwverordening en/of stedebouwkundige voorschriftensprake moet zijn. Anders is het een normale, definitievesplitsing.Tijdelijke splitsing van oudere woningen zal bela'ngrijk meerkosten, dan vooraf overwogen deelwoningen. De kosten vande tot nu toe uitgevoerde definitieve splitsingen bij de ouderewoningvoorraad bedroegen gemiddeld f 5.000,^--.Toepassing van deelwoningen zal belangrijk minder vragen,daar men van te voren ten voile weet wat men wil en nietaan het bestaande is gebonden, terwijl men ook te dien op-zichte keus kan maken.In het algemeen is een vermeerdering van het aantal woon-ruimten te verkrijgen:a. door bij de oude woningvoorraad:let definitieve splitsingen uit te voeren, welke economischen technisch-sociaal verantwoord zijn;2e. redelijke samenwoningen toe te laten en zo nodig dra-gelijk te maken;b. bij de nieuw te bouwen woningen een redelijk en ver-antwoord percentage deelwoningen toe te passen.Ad 4. De duur van de definitieve woning is minstens 50-10= 40 jaar, zodat deze primairl is. Dit moet het uitgangspuntzijn. Dus niet zo, dat men dragelij'ke deelwoningen maakten de definitieve woning een optelsom, d.w.z. een samen-voeging zonder meer, van de deelwoningen is. Aan de andere Artikeitnkant mag een kleine onvolmaaktheid van de definitieve wo-ning wel worden aanvaard.Het meest geschikte type is de normale gezinswoning van290 m3; bij uitzondering kicze men een grotere inhoud. Nietalleen wordt dan mogelijk het doel voorbijgeschoten, maarde behoefte aan grote woningen zal zeer gering zijn en dannog kunnen niet alle worden bestemd voor dit doel.Niet vergeten moet worden, dat het aantal definitieve wo-ningen bij eenzelfde bouwvolume groter is, naarmate de ge-middelde inhoud kleiner is.Het nuttig effect bij de toepassing van deelwoningen zal daar-om in het algemeen het maximum bereiken bij een redelijk,verantwoord percentage om te werken normale gezins-woningen.Ad 5 en 13. Deze stellingen spreken eigenlijk voor zich zelf.De meerdere kosten, zowel voor het inrichten als voor hetherstel tot definitieve woning, zullen moeten worden gedektdoor de tijdelijk hogere huur; eveneens het extra-onderhoud.De gangbare mening is, dat de gezamenlijke huur van dedeelwoningen 150% moet bedragen van die van de defini-tieve woning. Deze verhoging is nodig, omdat de afschrijvingvan de kosten op korte termijn moet geschieden. Bovendienis zij aanbevelenswaardig, daar de bewoners niet moetenworden veitrouwd gemaakt met een lage huur, welke te zijnertijd een belemmering zou kunnen betekenen voor de over-gang naar een volledige woning. Een belemmering voor deopheffing is eveneens de deelwoning bij een grote definitievewoning, omdat het nuttige vloeroppervlak van de deelwoninggunstiger is dan die bij het 290 m^-type.De te treffen voorzieningen moeten zo eenvoudig mogelijkzijn, waarbij de volgende uitgangspunten en richtlijnen zijnaan te geven;a. de aan te brengen extra-voorzieningen, zoals bijv. was-gelegenheid op de begane grond en de w.c. op de ver-dieping, moeten bij voorkeur zodanig worden geplaatst,dat deze ook dienstbaar kunnen zijn bij de uiteindelijkebestemming;b. de noodzakelijke, later te verwijderen, onderdelen die-nen zo eenvoudig mogelijk te zijn en de verwijderingenmoeten op zeer gemakkelijke wijze kunnen plaatsvinden(zonder belangrijke beschadiging en reparatie);c. de blijvende, doch niet noodzakelijke en voor later ge-bruik niet nuttige onderdelen, zoals bijv. een stookgele-genheid in de woonkamer op de verdieping, dienen vanzo eenvoudig mogelijke aard te zijn en zodanig opgesteld,dat zij geen belemmering vormen voor een latere opstel-ling van meubels.Ad 6. Enerzijds mag het onvolkomene wel duidelijk blijken,andererzijds stelt de volkshuisvesting minimum-eisen, welke *bij overschrijding naar beneden een ontoelaatbare toestandscheppen en dus zo gering mogelijk moeten zijn, opdat dedeelwoning nog een menswaardig verblijf zal zijn.Geen gemeenschappelijke ruimten, doch wel de aanvaardingvan 2,40 m vertrekhoogte op de verdieping. Maar ook wedereen zodanig gebruik van de deelwoning, dat er een reeeleverhouding zal zijn tussen woon- en slaapruimte.De deelwoning bij etage-woningen is een veel moeilijker op-lossing dan bij het eengezinshuis. Vandaar, dat het bij bouwin twee en meer woonlagen wellicht aanbeveling zal verdienenhet percentage kleine woningen in de aanvang redelijk teverhogen.Ad 7. Het type met kap onder 50?, waarbij de kamers opde verdieping in die kap zijn gefbouwd, Icent zich mindervoor splitsing; alleen bij groot grondvlak en dan nog bij delaatste voorwaarde van de stelling. Dit kan echter alleen bijeen type in de breedte gebouwd. Zijn de grondkosten hoogof de beschikbare bouwterreinen relatief gering, dan is bouwin de breedte uitgesloten. 117Artikelen118Ad 8. Het ontwerp van wet maakt bouwvergunning voordeelwoningen mogelijk, voor ten hoogste 10 jaren. De op-heffing van de toestand kan vrijwillig geschieden; zo niet,dan kan het gemeentcbestuur optreden overeenkomstig art.70 van de Woningwet. Bij het in gebreke bhjven, kunnen Ge-deputeerde Staten de taak overnemen.Gemeente- en verenigingsbouw hebben geen commercieeldoel, dat bij particuUere bouw wel overheerst. Dit kan eentegenwerking bij de opheffing b
Reacties