September 19499e Jaargang ? No. 9De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adret Toor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Woningbouwverenigingen en de WoonruimtewetIn hoeverre hebben bij de verdeling van aan een woning-vereniging toebehorende woonruirate, leden van de woning-bouwvereniging voorrang boven niet-leden? Deze vraagdoet zich uiteraard in haar scherpste vorm voor, wanneerdoor Burgemeester en Wethouders ener gemeente een aaneen woningbouwvereniging toebehorende woning voor eenbuitenstaander wordt gevorderd, terwijl de betreffende wo-ningbouwvereniging deze woning aan een barer leden zouwillen toewijzen.Bij het schrijven van dit artikel heeft niet de bedoeling voor-gestaan om dit vraagstuk academisch te behandelen, dochmeer om enige beslissingen naar voren te brengen, die tenaanzien van bovenvermeld geschilpunt werden gegeven.De geruchtmakende beslissing van Gedeputeerde Staten vanUtrecht van 11 Mei 1948, die het besluit van Burgemeesteren Wethouders van Abcoude tot vordering van enige wo-ningen van een plaatselijke woningbouwvereniging vernie-tigt ten gunste van deze woningbouwvereniging, slaat infeite niet volledig op bovenaangegeven geschilpunt. Immersbij deze beslissing waren de door Burgemeester en Wet-houders aangewezen bewoners ook leden van de woning-bouwvereniging.In het Abcouder geval lag het geschilpunt hierin, dat B. enW|. op grond van de door dit college geziene noodzakelijk-heid, jongere leden van de woningbouwvereniging voor wil-de laten gaan boven leden, die hoger op de leden-ranglijstvan de vereniging stonden, terwijl de woningbouwverenigingzich bij de toewijzing der woningen gehouden achtte aanhaar voorschrift, vervat in haar huishoudelijk reglement, lui-dende: ,,De woningen worden toegewezen door het bestuuraan de zich daarvoor aanmeldende leden in de volgorde vanhun rangnummer, tenzij naar het oordeel van het bestuurdaartegen overwegende bezwaren bestaan."Gedeputeerde Staten van Utrecht hadden zich bij hun tengunste van het bestuur der woningbouwvereniging gegevenbeslissing o.m. laten leiden door de overwegingen: ,,dat het,naar algemeen bekend is, thans zo is, dat wanneer een par-ticuliere eigenaar, hetzij geheel op eigen kosten, hetzij metgebruikmaking van de Financieringsregeling Woningbouw\9f7, een woning laat bouwen, door Burgemeester en Wet-houders aan zodanige eigenaar steeds vergunning tot hetin gebruik nemen van die woning wordt verleend" en voorts,,dat er naar hun mening geen gronden aanwezig zijn omten aanzien van deze gebruikelijke gedragslijn onderscheidte maken tussen een particuliere eigenaaar en de leden vaneen woningbouwvereniging, die toch als gezamenlijke eige-naren van de woningen dier vereniging moeten worden be-schouwd."De in deze overweging neergelegde vergelijking en beschou-wihgen zijn bij rustige overdenking nogal aanvechtbaar.Maar daarnaast vloeit uit deze overwegingen bovendien nietnoodzakelijk voort, dat zij de door Gedeputeerde Staten ge-trokken conclusie wettigen. Hier ging het immers niet overde vraag of de leden van de vereniging boven buitenstaan-ders recht van voorrang hadden, doch of Burgemeester enWethouders bij de toepassing van de Woonruimtewet jon-gere leden konden aanwijzen met terzijde stelling van hethuishoudelijk reglement der vereniging. Wanneer men na-melijk naar voren brengt, dat de leden der vereniging degezamenlijke eigenaars zijn van de woningen der verenigin-gen, dan was op deze stelling geen inbreuk gemaakt doorhet College van Burgemeester en Wethouders van Abcoude,dat evenzeer als het bestuur der vereniging toewijzing be-perkt had gehouden tot de leden der vereniging.Het is hierbij niet de bedoeling de beslissing van Gedepu-teerde Staten als zodanig aan te vallen. Deze wordt begrij-pelijker, wanneer men haar in al zijn merite's beziet. De bo-ven aangehaalde overwegingen zijn echter een weinig over-tuigende, laat staan een logische motivering.Uit de gegeven beslissing blijkt echter ten duidelijkste, datGedeputeerde Staten van Utrecht zich principieel uitspre-ken voor het recht der Woningbouwvereniging.Bij hun beslissing van 11 Januari 1949, gaven GedeputeerdeStaten van Utrecht andermaal een uitspraak in een geschilbetreffende de vordering van een woning van een woning-bouwvereniging.Het betrof hier de beslissing op het door de Woningbouw-vereniging ,,Zuilen" te Zuilen tegen de door Burgemeesteren Wethouders van Zuilen ingestelde vordering van een aangenoemde vereniging toebehorende woning ingestelde verzet.Ook uit deze beslissing valt te lezen, dat Gedeputeerde Sta-ten van Utrecht zich sterk aan de kant van de woningbouw-verenigingen scharen. Slechts uit hoofde van het feit, datBurgemeester en Wethouders van Zuilen gevorderd haddenten behoeve van een geval, dat zeer sterk gefundeerd lagen deze strekking toch duidelijk waarneembaar in zich had,vermocht het verzet van de woningbouwvereniging geen re-sultaat te doen opleveren. Het gemeentebestuur had n.l. ge-vorderd ten behoeve van een gehuwde, uit Indie gerepa-trieerde militair, zodat het gemeentebestuur zich tevens ge-rugdekt zag door het rondschrijven van de Minister vanBinnenlandse Zaken van 31 Maart 1948, waarbij aan degemeentebesturen verzocht is, de aanvragen om woonruimtedoor gehuwde militairen, die uit Ned. Indie terugke'en enaan wie hier te lande geen of onvoldoende woonruimte terbeschikking staat, met de hoogst mogelijke voorrang te be-handelen.Gedeputeerde Staten overwogen dan ook in de aangehaaldebeslissing:,,dat hun College het recht van een woningbouwverenigingom haar woningen ter beschikking van haar leden te stellenten voile erkent en mitsdien van oordeel is, dat niet dan doornood geboden op dit recht inbreuk mag worden gemaaktetc."Commentarierend zou men naar aanleiding van deze be-slissing kunnen vragen of het gehele vorderingsrecht, dataan Burgemeester en Wethouders is toevertrouwd andersdan uit de nood van de tijd geboren en anders dan uit noodgehanteerd moet worden. Maar deze badinage ter zijde ge-steld, kan gezegd worden, dat ook in dit tweede geval Ge-deputeerde Staten van Utrecht als uitgangspunt aanvaardendat de woningbouwvereniging haar woningen voor de ledenreserveert en dat slechts in het alleruiterste geval Burge-meester en Wethouders dit recht van de woningbouwvere- Oiniging mogen doorkruisen met een vordering ten behoevevan een buitenstaander.Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, die zich eveneensvoor het feit zagen gesteld het geschil van een woningbouw-vereniging met het gemeentebestuur te beslechten, gavenblijk zich op een standpunt te stellen, dat ongetwijfeld meerrecht doet varen aan d'e strakke bepalingen van de Woon-ruimtewet.Bij hun beslissing van 1 Februari 1949 overwogen Gedepu-teerde Staten van Zuidholland in een geschil tussen eenwoningbouwvereniging te Zoetermeer en Burgemeester enWethouders van deze plaats, dat ook naar hun oordeel aande leden van een woningbouwvereniging bij de verdehngvan woonruimte in aan zodanige vereniging toebehorendewoningen voorrang boven niet-leden kan worden gegeven,wanneer de behoefte aan woonruimte van het lid en van hetniet-lid niet in belangrijke mate verschillen, doch niet in eengeval, zoals in het onderhavige, waarbij de behoefte van eenniet-lid aan woonruimte aanmerkelijk groter was dan vaneen lid der woningbouwvereniging.Hier wordt dus niet het recht van de woningbouwvereni-ging erkent als een zodanig, waarop slechts een inbreuk kangemaakt worden in een noodgeval, doch aan de verenigingin wezen niet meer toegekend dan een preferentie.Het is voor de woningbouwbesturen uiteraard prettig baasin eigen huis te blijven, doch, wanneer, zoals in de eerst aan-gehaalde beslissing een vergelijking wordt getroffen met departiculiere eigenaar ?-- een vergelijking, die overigens opdiverse punten moet haperen --, dan kan aan de woning-bouwvereniging toch ook niet meer gegeven worden, daneen zeker voorkeursrecht, zoals dit ook betracht wordt te-genover de particuliere eigenaar. De motivering van Ged.Staten van Zuidholland tegenover die, neergelegd in de be-slissingen van Ged. Staten van Utrecht is dan ook gezienin het licht van de Woonruimtewet meer verantwoord endwingt het College niet om, wanneer het door de kracht derfeiten in een gegeven geval een uitspraak heeft te doen te-gen de opvatting van het bestuur ener woningbouwvereni-ging, tot een te sterke zwaai ten aanzien van zijn in eenvorige beslissing gegeven precedent.De in het Abcoude-geval vermelde vraag bctreffende hetin aanmerking komen van een woning volgens het rangnum-mer, dat de leden der woningbouwvereniging hebben, isook ter behandeling gekomen in een aangelegenheid, dieaan Ged. Staten van Zuidholland is voorgelegd en die leiddetot de beslissing van dit College van 13 Juli 1949.In deze beslissing werd echter ten aanzien van gemeldekwestie geen uitspraak gedaan. Ged. Staten beperkten n.l.hun rechtsoverwegingen tot de ene, door het woningbouw-bestuur eveneens aangevoerde grief, dat door Burgemees-ter en Wethouders niet gehandeld was met inachtnemingvan de door de Minister van Binnenlandse Zaken gegevenvoorschrift om alvorens tot vordering over te gaan eerst opbasis van vrijwilligheid een oplossing van het huisvestings-probleem te betrachten. Ged. Staten waren van oordeel, dathun inziens gebleken was, dat van werkelijk overleg met dewoningbouwvereniging niet kon worden gesproken en ver-nietigden op dien grond het besluit van B. en W. tot vor-dering der betreffende woningen.Recapitulerend kan gezegd worden, dat Ged. Staten vanUtrecht in hun beslissingen het verst zijn gegaan orn aanwoningbouwcorporatie's een bescherming te geven ten aan-zien van het vrije leven dezer corporatie's. Principieel hebbenzij dit duidelijk uitgesproken in hun overwegingen, die tothun beslissingen leidden.In het strakke raam van de Woonruimtewet -- en aldusmoet deze materie bekeken worden -- zou m.i. echter devoorkeur moeten gegeven worden aan de gedachte, die tengrondslag ligt aan de eerst aangehaalde beslissing van Ged.Staten van Zuid-Holland. F. J. J. M, B.62Herbouwplan Kralingen te Rotterdam voor devereniging ,,Vrienden der Bouwkunst"Algemeen gedeeltc.Het bouwblok bestaat uit 48 woningen, doch is slechts voorde helft gebouwd, daar nog aanwezige opstallen de totalebouw niet mogelijk maken.De woningen zijn in de 7 onderstaande typen te verdelen:aantal aantal slaapkamers aantal beddentype woningen per woning per woningA 4 (2) 1 2B ? 6 (3) 2 3C 14 (7) 2 4D 8 (4) 3 .5E 12 (6) 3 6F 2 (1) 4 6Fi 2 (1) 4 7De woningen varieren in inhoud van 220 m^--325 m3 zon-dsr kelder, waarvoor per woning nog ca 50 m^ bijkomt.Door bezuinigingsmaatregelen zijn de stalen ramen in houtengewijzigd, terwijl ook het granieten plint een klinkerplint isgeworden. Verder is de boodschappenlift om dezelfde redenniet verder dan de schacht tot uitvoering gekomen, en zijnde gordingen en nok van hout in plaats van trilbeton. Eenen ander was mogelijk door de verbeterde houtpositie.De indeling van de woningen blijkt uit de op pagina 63 af-gedrukte plattegrond der 2e verdieping.In de keukens zijn aansluitmogelijkheden voor gasgeyser,fornuis en los gascomfoor, en voor electrische boiler en-fornuis. De warmwaterleidingen vanaf de betreffende appa-raten (door de huurder aan te brengen) naar tappunten inkeuken, douche en wasbak in douche zijn reeds ingewerkt.De woonkamer heeft stopcontact voor aarde en antenne,welke laatste op zolder onder de nok is aangebracht. Lei-dingen voor telefoon en radiodistributie zijn eveneens reedsingewerkt.De douche's zelf zijn ook om financicle redenen niet verderuitgerust dan de leidingen, dus geen mengkraan en sproeikop.De kelder is voor iedere woning voorzien van een bergruimteen een droogruimte, welke laatste door halfhoge gaassepara-ties permanent ventilerend is, mede door een ventilatie-kanaal.Voorts is in de kelder aanwezig per portiek van 6 woningeneen gemeenschappelijke wasplaats, bestaande uit een was-trog met tappunt.De gas- en electrameters zijn in iedere woning afzonderlijkondergebracht in de zgn. meterkasten.De zolder is onbenut eni slechts op een plaats per 24 wonin-gen voorzien van loopplanken naar een dakraam; dit tenbehoeve van eventuele dakreparaties, schoorsteenvegen e.d.Ontvluchting geschiedt via de achterbalcons door tweezijdigdraaiende vluchtschermen.Technisch gcdeclte.Het reeds gebouwde gedeelte is gefundeerd op 71 Vibro-palen van 45 en 60 ton, met lengte's varierend van 15---21 m.Heiwerk heeft plaats gehad voor de besteding in verbandmet vrijkomen van Vibro-stellingen van een naburig werk.De balklagen bestaan uit trilbetonbinten, waarop een spijker-ribbe is gewarteld, gescheiden door 10 mm dikke strokenzachlboard.Het plafond van steengaas op een draagnet is opgehangenaan ingetrilde stekijzers.Voor het tegengaan van condens zijn de onderzijden derdouche- en keukenvloeren voorzien van poreuze steen, welkevoor het storten op de bekisting zijn gelegd.De gevelbeklamping en separaties zijn uitgevoerd in Poriso.Het werk is uitgevoerd onder dagelijks toezicht van hetarchitectenbureau, in samenwerking met de Dienst vanVolkshuisvesting en Bouw- en Woningtoezicht van de Ge-meente Rotterdam en heeft een zeer vlot verloop gehad.Herbouw te R'dam. Architectenbureau Krijgsman en Hamdorff te Rotterdam.BEKNOPT FINANCIEEL OVERZICHT.Ter vergelijking dient het volgende:typeaantalwon.aant. slpvertr.per woningaant. beddenper woningtot. aant.beddeninhoud per won.voor de classi-ficatieinhoud perwoning aankeldersA 2 1 2 4 221,46 m3 48 m3B 3 2 3 9 249,75 ,, 50 ,,C 7 2 4 28 259,41 ,, 50 ,,D 4 3 5 20 281,11 ,, 50 ,,E 6 3 6 36 290,42 ,, 50 ,,Pi 1 4 6 6 314,22 ,, 48 ,,F 1 4 7 7 323,53 ,, 48 ,,24 110Totalle inhoud van het blok voor de classificatie 6512,75 mS,Totalle inhoud met kelders 7704,75 m^.Zoals reeds voren omschreven is bet werk in twee gedeeltenbesteed, n.l. het heiwerk apart van de totale bouw.In vferband met de zeer verschillende heiresultaten op an-dere werken in Kralingen is hier het Vibro-systeem gekozen,waarbij de paallengten niet meer bedragen; dan de dieptewaarop de vereiste stuit wordt verkregen, dus geen verliesvan paallengte.De aannemingsom van dit heiwerk heeft bedragen f 33.280,^--aan meerwerk is hier bijgekomen voor stagnatiedoor cementgebrek, meerdere paallengte en bij-palei^ f 7.262,^Totale heikosten f 40.542,--De aannemingsom voor de verdere bouw heeft bedragenf 329.000, -- .De totale bouwkosten incl. architecten-honorarium, dagelijkstoezicht enz. komen op ?417.475,^Grondkosten f 53.036,--Totale stichtingskosten ?470.511,--De huren varieren naar gelang de grootte van de woningvan f 8,40^--^10,25 per week, voor de normale woning kaneen gemiddelde huur van f 9,30 per week worden aange-houden.In deze huren is reeds een gedeelte van de komende huur-verhoging begrepen.Nog eens: Levering v. minderwaardige verfstoflfenEen bouwvereniging schreef voor binnenschilderwerk in hetbestek voor: loodtitanaat-afschilderverf met een op olie-basis gemodificeerde phatalaathars met een p-z-a-gehaltevan 20%.Volgens het Rijksbureau voor onderzoek van Handelswa-ren, dat een monster van de geleverde verf onderzocht, werdgeleverd een afschilderverf, welke 68% zinkwit bevat, meteen p-z-a-gehalte van 3,6%.Hier is dus weer voor de zoveelste maal in korte tijd vast-gesteld dat verf is geleverd, welke in belangrijke mate af-wijkt van de bestelde verf en zeker niet voldoet aan de ge-wenste duurzaamheid voor buitenschilderwerk. J. S. 63?-.4n W4-12? verdiepin|-iype (A,pinq. ^i-^ t=l
Reacties