Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdiensthet Nationale Plan, en tevens gewijd aan devoorWederopbouwFebruari 1950 31 e Jaargang no.^ - iitercodtttucties gaaa laogcr mee metBitumen verven. Zij hebbeo ecn hoge haid.heid. ecn grate dekkracht en i^n water-wcKiid. Het h Uw belang om ons ccns ia-licbtiafea co ptijaopgave te vragcu.KOTTtlPAMSI ASPHALT INDUSTIIIirOKITRodanrijtewag 117VM Uw 9ntcoMtn,cBM T*L 204.228. BERKEL (Z.R)Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOST BUS 1100TELEF. No. 35400S28HOUTHANDEL.6??V.^-.e-^C>l?SEi,,STANDGLANS"wint twant kwaliteitwint 't altijdSGHAAP & BORGMAN. VERFFABRIKANTEN, AMSTERDAMAr.Doet th Uwkeuze!UIT ONZE KEURCOLLECTIE 1949Onze staalboeken met 'n prachiige sortering BEHANGvan het eenvoudigste tot het meest luxueuze genreworden op aanvraag gaarne thuisbezorgd. U heeftdus ruimschoots de gelegenheid om op Uw gemakmet Uw familieleden een keus te maken.WACHT ECHTER NIET TE LANG I BEL NU 70709Vakkundig personee/ besc/i/fcbaarBehangselhuis ,,'i Zuiden" - Fa. KervelKATENDRECHTSE LAGEDIJK 468, ROTTERDAM-Z.Tijdschrift voorVolkshuisvesting enFebruari 195031e Jaargang - No. 2MaandbladStedebouTTOr^aan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Al^emene Bond van Wonin^bouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedacfie: Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir. H. M. Buskens, jhr. M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir. L. S. P. Scheffer, Ir. P. Bakker Schut, Mr. J. Vink, Drs. H. van der WeijdeAdres v.oor .Redactio en Abonnemcnlten: Lange Voorhout 1919, 's-Gravenhage, Telefoon 115720Adwrtenties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Oflficiele mededelingenNederlands InstituutLedenvergaderingHet bestuur van het Instituut is voornemens binnenkort eenledenvergadering te liouden over de huisvesting van deonvolledige gezinnen. Het is de bedoeling dat hierover drieinleidingen zullen worden gehouden, namelijk een over de de-mografische en sociale aspecten van het onderwerp, een overde huisvesting van de bejaarden, en een over de huisvestingvan de alleenwonenden. Er zullen vooraf geen volledigeschriftelij'ke praeadviezen wo?len gepubliceerd, maar kortesamenvattingen.Nadere bizonderheden zullen in deze rubriek worden be-kend gemaakt.Rijksdienst voor het Nationale PlanOntginning binnen het natuurgebied ,,de LangeGoren" onder ZundertDe President van de Rijksdienst voor het Nationale Plan,gezien een mededeling van het gemeentebestuur van Zundert, dat deheer L. J. Damen, wonende B 20 aldaar, voornemens is over te gaan tothet ontginnen van het perceel kadastraal bekend gemeente Zundert,Sectie C, no. 371, welk perceel belanghebbende in huur kan verkrijgen;overwegende, dat genoemd perceel deel uitmaakt van een onder de be-naming ,,de Lange Goren" bekend zijnd gebied, waarvoor op 14 Juli 1949het bepaalde in artikel 5, tweede lid van bet Besluit van 15 Mei 1941no. 91/1941 (in verband met het Koninklijk Besluit van 17 September1944, Staatsblad E 93 en de wet van 27 Mei 1948, Staatsblad I 215)van toepassing werd verklaard;overwegende, dat blijkens de beschikking dd. 27 Augustus 1942 B.Z.,no. 4 V een nationaal plan in voorbereiding is en dat bij deze voorberei-ding aan ,,de Lange Goren" de bestemming is toegedacht van natuur-gebied, zulks wegens de van nationale betekenis te achten landschappe-lijke, natuurwetenschappelijke en mettertijd wellicht recreatieve waardevan dit gebied;overwegende, dat aantasting van het onderhavige natuurgebied met hetoog op de voormelde waarden dient te worden voorkomen;overwegende, dat de voorgenomen ontginning afbreuk zal doen aan dezewaarden;overwegende derhalve, dat de bedoelde ontginning geacht moet wordenin strijd te zijn met het in voorbereiding zijnde ontwerp voor een na^tionaal plan;overwegende voorts, dat blijkens ingekomen ambtsberichten bij het Rijkplannen in voorbereiding zijn tot aankoop van-,,de Lange Goren" alsnatuurreservaat, terwijl elders in de omgeving nog voldoende voor ont-gining in aanmerking komende terreinen beschikbaar zijn, weike in cultuurkunnen worden gebracht zonder dat bijzondere belangen worden geschaad;gelet op artikel 5, derde lid van het Besluit van 15 Mei 1941, no. 91/1941,betreffende de instelling van een Rijksdienst voor het Nationale Plan inverband met het Koninklijk Besluit van 17 September 1944 (StaatsbladE 93) en de wet van 27 Mei 1948 (Staatsblad I 215);gezien het daartoe strekkend. voorstel van het College van GedeputeerdeStaten van Noordbrabant en van de Vaste Commissie van de Rijksdienstvoornoemdbesluitbezwaar te maken tegen het voorgenomen werk der ontginning van hetperceel kadastraal bekend gemeente Zundert Sectie C, no. 371, zulkswegens strijd met het in voorbereiding zijnde ontwerp voor een nationaalplan.Afschrift dezer beschikking zal worden gezonden aan ...ionder mededeling, dat tegen dit besluit binnen een maand na dagtekening,ingevolge het bepaalde in artikel 5, 4e lid van het eerderaangehaaldebesluit van 15 Mei 1941, in verband met het Koninklijk Besluit van 17September 1944, (Staatsblad E 93) en de wet van 27 Mei 1948 (Staats-blad I 215) en met artikel 1 van de Eerste Uitvoeringsbeschikking vande Secretaris-Generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken dd.22 Januari 1942, B.Z. no. I V, beroep kan worden ingestdd bij deKroon.De President,w.g. J. Linthorst Homan's Gravenhage, 24 Januari 1950Het Kernplan en de schets voor het totale Uit-breidingsplan van Amersfoortdoor D. Zuiderhoek, StadsarchitectDe huidige situatieAmersfoort telt thans bijna 60.000 inwoners. Dit betekent datde stad zich sinds 1920 verdubbeld heeft. Het stadsplan heeftzich aan deze snelle groei zeer onvoldoende aangepast. Deverbetering en verbreding van het verkeersaderstelsel binnende bebouwde kom heeft, -- zoals vrijwel overal -- de ont-wikkeling van het verkeer niet bij weten te houden, zodatlangzamerhand sprake is van een noodtoestand. De nieuwawijken hebben een beslist onvoldoende verbinding met de,,city", die nog hoofdzakelijk in de oude stadskern binnen detweede omwalling is gehuisvest. Eveneens is de verbindingvan city met station onvoldoende, en dit is ook het geval metde verbinding van Soesterkwartier met station. De zo ge-wenste situatie van de ,,city" in de stadskern loopt door hetscheefgetrokken beeld, dat ons het stadsplan laat zien, ernstiggevaar. Door de ongebreidelde stadsuitbreiding naar Zuidenen Westen is de ligging van de oude stadskern zo excentriscligeworden, dat zij haast ,,buitenwijk" gaat worden. Dit isvoor de handhaving van dit historisch gedeelte als zaken-centrum ongewenst, zoals ook blijkt uit de steeds veelvuldi-ger verplaatsing van de city-winkels die de stadsuitbreidingvolgen naar Zuiden en Westen, terwijl het uitermate slechttoegankelijke oudste stadsdeel meer en meer dreigt te ver-pauperen. De voor Amersfoort belangrijke pleinen en gebou-wen, als Hof met St. Joriskerk, O. L. Vrouwe Kerkhof, Raad-huis en Cavaleriekazerne zijn op haast belachelijk moeilijkewijze bereikbaar, terwijl een goed en waardig terrein voor een 17ArtiWlfn^ \//\/// V^T"/L /p-h,^-'''/Afb. 1. Geschetst plan in hoofdzaak met de drie nieuw geprojecteerde wijken in het Oosten en Noordenzo hoog nodig nieuw raadhuis met al zijn diensten ontbreekt.Evenzo moet een ruimte geschapen worden voor een centraalliggend sohouwburg- en congresgebouw en is er behoefte aanterreinen voor gebouwen van nationale instellingen, vestigingvan hoofdkantoren enz., waarvoor Amersfoort in het centrumdes lands liggende zo uitermate geschikt is.Dit is zo ongeveer de opsomming van de problemen, die opeen of andere wijze om een opiossing vragen, nu men zich inde gemeente de gevaren en schade van een planloze of tebroksgewijze bestudeerde stadsontwikkeling bewust gaat wor-Afb. 2. Prefabwijk (in aanbouw) nabij de Hooglandsewegli^^:^^ -^i.5Artikelecinde terug te betalen. D.w.z. dat de verhuurder zich in zo'ngeval een onwettige huurverhoging ziet ontgaan. Als gevolgvan hct ontbreken van een strafbepaling is de zaak daar-mede voor hem afgedaan.De vraag rijst thans, op welke wijze dan wel zou moetenworden gehandeld. De opiossing zou er ongeveer als volgtmoeten uitzien.Er zullen gemeentelijke of regionale instanties moeten komen,met een taak ongeveer als de Prijzenbureaux thans hebben.Deze zullen evenwel geen beslissing meer moeten nemen,omdat zulks niet past in de tegenwoordige tijd. Wel zullenzij aan de verzoekende of klagende partijen adviezen moe-ten verstrekken ten aanzien van de huurprijzen. Deze advie-zen worden aan beide partijen (verhuurder/onderverhuurderen huurder/onderhuurder) medeqedeeld. Daarbii wordt te-vens verzocht te willen mededelen of partijen zich aan hetadvies houden. Indien het advies wordt opgevolgd, dan wordtde zaak als afgedaan beschouwd. Houdt een der partijen zichniet aan het advies, dan wordt de rechter hiermede in kennisgesteld onder bijvoeging van een afschrift van het adviesen vermelding van de reden. welke tot het samenstellen vanhet advies hebben geleid. De rechter is dan reeds georien-teerd omtrent de zaak. Hij kan dan beoordelen of overeen-komstig de wet werd geadviseerd en zo nodig de overtre-ders straffen.Op deze wijze zou een dankbaar gebruik worden pemaaktvan het reeds in de loop der jaren door de Prijzenbureauxverzamelde materiaal. Dit moet van groot belang wordengeacht omdat o.a. ook vast moet komen tc staan, dat detoe te stane huurverhoging wordt toegepast op de ,,oudehuur" waarbij moet worden onderzocht dat de ,,oude huur"rechtmatig was. Het zal de tegenwoordige verhuurder nietsteeds met zekerheid bekend ziin, welke de ,,oude huur" is.Een afwijkende mening kan voJkomen te goeder trouw zijn,omdat hij eerst kort geleden in het bezit van de woningen isgekomen. Hiertegenover zal het de tegenwoordige huurderniet steeds bij ervaring bekend zijn, welke de .,oude huur"is geweest. Hij heeft die wetenschap opgedaan door mede-delingen van anderen.In ieder geval zal naar een en ander een nauwkeurig onder-zoek moeten worden ingesteld, tenemde een objectieve uit-spraak van de rechter te verkrijgen. Het ofevaar is n.l. geens-zins denkbeeldig, dat door belanghebbenden misleidende op-gaven worden verstrekt.Indien volgens dit stelsel wordt gehandeld. dan is het Prij-zenbureau een raadgever van de rechter. Het zou dan nietonlogisch zijn, dat een bepaling werd opgenomen, die demo'Trelijkheid opent een bijdrage in de kosten van het ,,Drij-zenbureau" uit 's Rijks kas te verlenen. Volledige dekkingder kosten van zo'n bureau kan niet worden verlanpd. Hetmoet n.l. ook als een aemeentebelang worden beschouwd,dat een 20 juist moge'ijke naleving van de bepalingen tenaanzien van de huren wordt gewaarborgd.De bepalingen, thans opgenomen in het Huurberschermings-besluit, zullen gemakkelijk aan het bovenstaande kunnenworden aangepast.Met het bovenstaande heb ik getracht enige der voornaamstebezwaren tegen het ontwerp-Huurwet in het kort weer tegeven. lik hoop dat door het opvolgen van mijn suggestie,gegeven aan het einde van de bovenstaande beschouwing,zal kunnen worden voorkomen dat de nieuwe Huurwet eenschijnvertoning wordt.Bijdrage van de Heer A. uan KesterenAlsnog trachtend in kort bestek onze visie te geven t.a.v.het ontwerp-Huurwet, gezien vanuit de gezichtshoek van debouwer en exploitant, kan men er zich slechts over ver-wonderen hoe het mogelijk is geweest, dat een dermate voor-name zaak als het huurvraagstuk, hetwelk zo zeer verbandhoudt met het gehele vraagstuk der volkshuisvesting, behan-deld is geworden gelijk is geschied.^4 Instede van de huren mee te laten lopen in de algemeneprijsbeweging, heeft de regering de exploitanten van onroe-rend goed genoodzaakt subsidie te verstrekken door middelvan een te lage huurprijs, niet uit de staatskas, doch uit huneigen zak. Alle andere ondernemers mochten de verhoogdelasten doorberekenen, alleen de ondernemer, die zich op hetgebied van het onroerend goed beweegt, heeft de regering ineen noodtoestand gebracht. Deze moet zijn diensten blijvenverlenen, niet alleen zonder betaling, doch hij mag er noggeld op toeleggen.Andererzijds heeft de regering zich geheel los gemaakt van dewaardebepaling naar de opbrengst, door de waarde van hetonroerend goed met 20% omhoog te drukken teneinde aan-wasbelasting te kunnen heffen van een volkomen fictievewaardevermeerdering.De thans in uitzicht gestelde 15 % huurverhoging is dan weleen fractie van hetgeen dringend nodig is. In dit verband ishet bepaald ergerlijk dat de regering in de M.v.T. stelt, dat,zij het y/at krap, met deze 15 % de kosten der lastenverhogingen verhoogde onderhoudskosten zijn opgevangen. Moest ditzo gesteld worden om de volgende huurverhoging te kunnen,,wegbelasten"? De Overheid als groot exploitante van wo-ningen kan en moet beter weten. Zulks moge bewezen zijndoor hetgeen in de M.v.T. staat met betrekking tot de ver-hoging der personele belasting. De regering erkent daar datde huurder de hem verleende huurdiensten niet ten voilevergoedt. Deze verhoogde personele belasting is trouwens inwezen een huurbelasting. Dus zonder dat de verhuurder zijngerechte decl ontvangt, neemt de fiscus al vast een gedeeltetot zich; een gedeelte dat de verhuurder ten voPe toekomt.Waar met de 15% de verhoging der vaste lasten nog nietwordt gehonoreerd, komt er voor afschrijving, die op de ver-vangingswaarde gebaseerd zou moeten zijn, in het geheel nietster beschikking. Dat wil in feite zeggen, dat de verhuurder bijelke (te lage) huurbetaling een stukje van zijn pand weg-geeft. zij het dan niet vrijwilhg. Een feitelijke onteigeningzonder schadevergoeding.Hoe de conjunctuur ook zijn moge, de ondernemer op hetonderhavige gebied wordt steeds in een uitzonderingspositiegeplaatst. Zakelijke argumenten zoekt men hiervoor tever-geefs.Inmiddels heeft zich de devaluatie voHrokken, gevolgd dooreen derde loonronde, zodat de 15 % inmiddels weer voor eengedeelte zijn achterhaald.De procedure, welke wordt voorgesteld in de artikelen 13t/m 16, lijkt ons buitengewoon geschikt om chicanes uit telokken. Immers een huurder behoeft slechts te verklaren, dathij het met de verhoging niet eens is en begint maar vast metniet te betalen. Dan begint de requestprocedure, gevolgddoor hoger beroep en daarna nog het beroep in cassatie.Deze lijn vo'gend, kan men wel twee jaar stellen alvorenseen vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.Weliswaar kan de rechter bepalen welke voorlopige vergoe-ding de huurder moet betalen, hetgeen nog geenszins beduidtdat zulks ook zal gebeuren. O.i. moet de betalingsplicht vande huurder vaststaan. Blijkt te eniger tijd, dat hij te veel heeftbetaald, zo is dat voor hem verhaalbaar op de verhuurder.Verhaal achteraf op de huurder blijkt maestal illusoir te zijn.Het is binnen het kader van dit artikeltje niet mogelijk om hctontwerp in details te behandelen en wij besluiten met teconstateren, dat de' ontwerpers al te zeer de belangen van dehuurder in het cog hebben gehouden, terwijl die van de ver-huurder vrijwel geheel uit het oog zijn verloren.De huurpolitiek in Frankrijkdoor Yves SalaunHet is moeilijk het deel der inkomsten dat in ieder land doorde bevolking wordt besteed aan huisvesting te vergelijken,aangezien het woord ,,huur" niet overal dezelfde uitgavendekt. Hoe groot de verschillen echter ook zijn, het is welzeker dat in vergelijking tot de meeste andere landen inFrankrijk de huurpnjzen tegenwoordig uitzonderlijk laagzijn. Deze toestand heeft een ververwijderde oorzaak; ge-durende' de gehele periode tussen de beide wereldoorlogenbleven de huren van de meeste, voor 1914 gebouwde huizenvastgesteld en de toegestane verhogingen bleven onder destijging van de kosten van bet levensonderhoud (de wer-kelijke huurprijs-index in 1939 lag waarschijnlijk tussen 400en 500, waarbij 1914 = 100, terwijl in Parijs de index vande kleinhandelprijzen tot boven 700 was gestegen). In 1939werden alle huren bevroren, ook van die woningen, die indie periode aan vaststelling ontkomen waren; verhogingenwerden langzamerhand opnieuw toegestaan na de bevrijding,maar de huurprijs van 1939 was nog niet verdubbeld, terwijlde kosten van het levensonderhoud stegen tot 10 a 15 maaldie in 1939.De toestand in 1948 was derhalve als volgt.Het overgrote deel der bevoliking gaf aan zijn huisvestingniet meer uit dan 1 tot 3% van zijn inkomsten.De lage huurstandaard, de beschermingsmaatregelen geno-men ten gunste van de huurders, moedigden diegenen, die teruim behuisd waren, of in het bezit van een tweede, leeg-staande woning aan, deze vast te houden. Wei werden uit-zonderingsmaatregelen genomen om aan deze moeilijkheidhet hoofd te bieden (vordering van woonruimte, belastingvan onvoldoende bezette woningen) maar, behalve dat zijeen nieuwe aanslag op het privaat bezit inhielden, kondendeze maatregelen slechts gedeeltelijk resultaat hebben enhadden zij dat dan ook.Na de verbetering van de materialen-productie was tenslottehet feit, dat de huren onvoldoende waren, de voornaamstehinderpaal geworden voor de hervatting van het te languitgestelde onderhoud; het verhinderde practisch elke ont-wikkeling van de particuliere bouw.Sinds drie jaar leed Frankrijk aan een algemene woning-crisis, ondanks de herbouw van een groot aantal door deoorlog getroffen gebouwen. Een bepaalde ,,zv/arte markt"heeft zich ontwikkeld met alle schreeuwende onrechtvaardig-heden van dien en de demoraliserende invloed, die daardoorontstaat; een zwarte markt waartegen het steeds moeilijkerwordt te strijden.Om verlichting te brengen in deze toestand werd de wetvan 1 September 1948 uitgevaardigd, die de huidige Fra'nsepolitick aangaande de huren vastlegt. De drie voornaamstedoeleinden van de wet zijn:het vaststellen van een nieuwe basis voor de huurbepaling;het toestaan van opeenvolgende huurverhogingen;het regelen van de juridische verhouding tussen huurder eneigenaar.Bovendien bevat zij een zeker aantal aanvullende maatrege-len, hetzij bestemd om de toepassing der wet te vereenvou-digen of een terugkeer naar vrijheid van huren mogelijk temaken, hetzij bestemd om de draagwijdte te begrenzen ten-einde rekening te houden met bepaalde feitelijke omstandig-heden.De wanorde die heerste op de huurmarkt bracht onrecht-vaardigheden met zich mede, die maar weinig merkbaarbleven, zolang de huren slechts een geringe uitgave bete-kenden, maar die ondraaglijk zouden zijn gew^orden na enigehuurverhogingen; het grootste deel der woningen was ge-taxeerd op basis der prijzen van 1914, de omstandighedenwaren echter veranderd in 35 jaar. Voor de woningen,waarvan de prijs in 1939 vrij was, gold een andere huurtax.Een herziening was dus noodzakelijk. Deze herziening zalgeleid worden door twee principes:voor zover dat mogelijk is, zal een reele objectieve basis aande huren gegeven worden;toegestaan zal worden dat zij, al naar gelang de omstan-digheden, varieren met de tijd.De wet geeft aan dat de huurprijs vastgesteld moet wordendoor op het grondoppervlak van de woning, gecorrigeerd Anikeieadoor een bepaald aantal coefficienten, een basisprijs per m^toe te passen. Het systeem wordt genoemd het systeem van de,,gecorrigeerde oppervlakte".De berekening van de huur geschiedt als volgt.Men meet de oppervlakte van ieder vertrelk; op deze opper-vlakte past men correctieve coefficienten toe om rekeningte houden met de aard van het vertrek (hoofdvertrek, ne-venvertrek, bijruimte), met bezonning, uitzicht, verlichting;de gecorrigeerde oppervlakten van alle vertrekken wordenbij elkaar opgeteld; dit totaal geeft op zijn beurt aanleidingtot de toepassing van correctieven om rekening te houdenmet de mate van voorzieningen van de woning, onderhouden ligging.De huurprijs wordt verkregen door het aldus gevonden cijferte vermenigvuldigen met de prijs per m2 corresponderendmet de categorie en de klasse der woning. Men heeft devolgende categorieen vastgesteld:Categorie I -- luxueuze woningen;II -- burgerwoningen, volgens aard van debouw verdeeld in drie sub-categorieen;,, III -^ volkswoningen, verdeeld in twee sub-cate-gorieen;IV -- woningen die niet, of niet meer een ele-mentaire bewoonbaarheid vertonen.De volgens bovenstaande methode verkregen huurprijs is hetresultaat van een bespreiking tussen eigenaar en huurder,over elk der samenstellende elementen en in geval men niettot overeenstemming kan komen, van een beslissing van deRechtbank.Op het eerste gezicht schijnt het dat dit systeem buitenge-woon ingewik'keld is, en veel onenigheid met zich mee moetbrengen. In werkelijkheid wordt het reeds bijna een jaartoegepast en de ervaring heeft geleerd dat het veel gemak-kelijker ingang heeft gevonden dan men durfde hopen. Pro-cessen zijn tot nu toe uitzondering gebleven.Zoals wij reeds vermeld hebben, heeft het Parlement slechtsbij gebrek aan een andere basis voor taxatie en in.de nood-zaak de oude basis te verlaten wegens de heersende wanorde,het ontwerp na lange aarzeling aangenomen. Overigens moetmen niet verwachten bij een dergelijke aangelegenheid toteen strikte rechtvaardigheid te kunnen komen. De nieuwemethode stelt zich meer bescheiden ten doel een basis tevefkrijgen die voldoende de werkelijkheid benadert om tothuurverhogingen te kunnen overgaan zonder een schreeu-wende ongelijkheid te scheppen.Het systeem van de ,,gecorrigeerde vloeroppervlakte" heeftbovendien het voordeel dat de bases der huren kunnenvarieren al naar gelang de omstandigheden: is de woninggoed of slecht onderhouden? De eigenaar of de huurdermag vragen dat de coefficient met betrekking tot het onder-houd gewijzigd wordt. Wordt er een gebouw opgetrokkenvoor uw vensters? de uitzichtcoefficient moet kleiner worden.Om bovendien nog rekening te houden met de algemeneontwikkeling van de kosten van het levensonderhoud en delonen, heeft de wet bepaald, dat de basisprijzen per m2gei'ndiceerd worden volgens gemiddeld departementaal loon,dat in Frankrijk geldt als basis bij de berekening der ge-zinstoeslagen. Zodoende varieert de huurprijs niet alleenregionaal, maar zal hij tevens lager of hoger zijn in ver-band met dat loon.De huurverhoging, het tweede onderwerp van de wet van1 September 1948, mag slechts door etappen verkregen wor-den. De prijs per m^, van kracht op 1 Januari 1949 is zodanigber^kend, dat de huur van een arbeiderswoning met tweevertrekken met gering comfort (categorie III A) 4% vanhet basisloon voor de gezinstoeslag bedraagt. (Een loon dattegenwoordig gemiddeld lets hoger ligt dan het minimum-loon uitbetaald in de Industrie). ZoArtikelen Hoewel het moeilijk is, juist uit hoofde van de herzieninginzicht tc verkrijgen in het belang van verhoging ten opzichtevan de uiterst lage prijzen van 1948, kan men toch schattendat zij gemiddeld 50 tot 100 % bedraagt.Uitgaande van deze basis voorziet de wet een verdrievoudi-ging van de huur in 5 jaar, door gelijke halfjaarlijkse ver-hogingen, elk van een vijfde van de op 1 Januari 1949 gel-dende huurprijs. Geen rekening is hierbij gehouden met even-tuele variaties van de verwijzingsindex.Wanneer men dit resultaat bereikt heeft, kan men zeggendat de eigenlijke huurprijs van oude woningen gemiddeld7 a 10 % zai bedragen van het totale bedrag van de uitgavenvan een huishouding. Men mag echter niet vergeten dat inFrankrijk de huurder buiten de huur aan de eigenaar eenbepaald aantal ,,lasten" terugbetaalt (gemeentelijke belastin-gen, kosten van reiniging, verwarming en verlichting vangemeenschappelijke gedeelten van het gebouw); deze lastengaan omhoog met de kosten van het levensonderhoud en ver-tegenwoordigen soms voor bepaalde woningen meer dan 50 %van de eigenlijke huur; aan het einde van de prijsstijging zullenzij waarschijnlijk vaa'k nog ongeveer 20 % van de huur be-dragen. Zodoende zullen de totale uitgaven die door demeeste gezinnen aan hun woning besteed worden, waar-schijnlijk, wanneer de wet niet* gewijzigd wordt, over vierjaar 8 tot 12% uitmaken, waarbij verwarming en verlich-ting van de eigenlijke woning niet zijn inbegrepen.Wanneer de herziening der huren volgens de methode van de,,gecorrigeerde oppervlakte" ingang gcvonden heeft, biedt dewet de mogelijkheid aan belanghebbenden in onderling over-leg ervan af te zien en de huren halfjaarlijks te verhogenmet 1/3 van de prijs van 1 Juh 1948, totdat de nieuwe huur5 maal de oude bedraagt. Deze overeenkomst mag steedsverlaten worden, wanneer een der beide partijen terug wenstte keren tot de methode van de ,,gecorrigeerde oppervlakte".In werkelijkheid blijkt van deze door de wet toegelatensoepelheid niet veel gebruik gemaakt te zijn, daar practischsteeds noch de eigenaar, noch de huurder het van belangachtten deze te aanvaarden.De huurverhogingen zijn niet van kracht geworden zonderverzet. Het Parlement heeft dan ook, door een wet vanApril 1949 de voor 1949 toe te passen verhogingen vermin-derd, behalve voor woningen van de eerste categorie en vande hoogste subcategorie van de tweede. Sindsdien zijn nieuwewetsvoorstellcn gedaan ter vertraging of vermindering derverhogingen voor 1950. Men heeft hen echter nog niet inbehandeling genomen en de laatste halfjaarlijkse verhoging,van Tanuari 1950 werd zonder vermindering ten uitvoer ge-bracht. Vooral echter de vermeerdering der ,,lasten" dievolgde na de ten uitvoer brenging van de nieuwe wetheeft, deels als nevolg van een verhoging der gemeentelijkebelastingen, aanleiding gegeven tot levendig verzet en toteen vrij groot aantal twisten tussen huurders en verhuurders.Het derde doel dat de wet zich voorstelde was een herzie-ning in die gevallen waarin de huurder, bij gebrek aan eenhuurcontract, tegen de zin van de eigenaar, in de woningblijft.Het bcginsel is dat iedere huurder die te goeder trouw is, hetrecht heeft in zijn woning te blijven met de personen die bijhem wonen, zelfs bij gebrek aan een huurcontract. In gemeen-ten waar een ernstige woningnood heerst, is dit recht hemevenwel slechts toegestaan, wanneer hij de ruimte voldoendebenut; de wet geeft nader aan wat verstaan wordt ondervoldoende bezetting en welke personen geacht worden eenruimte te bewonen.Op deze regel zijn echter een zeker aantal uitzonderingen:de eigenaar mag steeds zijn woning vorderen, als hij aande huurder een andere ruimte aanbiedt die beantwoordt aanzijn behoeften; trouwens sommige eigenaren mogen zelfs vor-deren wanneer zij niets in ruil aanbieden (Fransen, die in hetbuitenland gevestigd waren en terugkeren, gepensionneeride26 arbeiders, invaliden).Tenslotte is de regel niet van toepassing in gemeenten metminder dan 4000 inwoners, tenzij daar werkelijk woning-nood heerst.Dit is een der onderdelen van de wet, die nog heden demeeste aanleiding geven tot onenigheid. De huurders vindende wet te ruim, de eigenaren te restrictief. Aan de anderekant zijn speculaties voorgekomen in de vorm van koop vanappartementen, die de publieke opinie in opschudding hebbengebracht.Ten slotte houdt de wet een aantal andere belangrijke maat-regelen in.Zij voorziet in een woonruimte-toeslag aan gezinnen mettwee of meer kinderen, deels berekend naar het aantalkinderen, ;deels naar de totale inkomsten die aan huur besteedworden.Deze maatregel heeft een tweeledig doel: de gezinnen tehelpen de huurverhoging te betalen en hen in staat te stelleneen woning te bewonen die beantwoordt aan hun behoeften.De eerste resultaten waren vrij teleurstellend; tot nu toekonden slechts weinige gezinnen er voordeel van trekken,daar zelfs na de huurverhogingen van 1949 weinig gezinnenv'oldeden aan de drie voorwaarden: het betalen van een vol-doende hoge huur, het hebben van een gezonde woning, niette wonen in een overbevolkte ruimte. Het is waarschijnlijk,dat de voorwaarden gesteld door de van toepassing zijnderegels, verzacht zullen worden. Het is evenwel te vroeg omeen definitief oordeel te vellen over de te ondernemen her-vorming.Bovendien stelt de wet voorlopig vrij van iedere huurver-hoging cconomisch zwakke personen die alleen wonen enniet te ruim behuisd zijn. De verhoging zal bij hen slechtsworden toegepast, wanneer hun enige bijstand geboden kanworden. Hier bestaat een ernstige inbreuk op de algemenebeginselen der wet, een inbreuk die noodzakelijk was ge-maakt door een groot aantal betreurenswaardige omstandig-heden; de veroudering van de bevolking in Franlkrijk heefthet aantal ouden van dagen zonder ondersteuning doen toe-nemen en de algemene verarming van het land heeft de vruchtvan hun spaarzaamheid doen afnemen en soms geheel doenverdwijnen. De financiele moeilijkheden van de Staat hebbentot nu toe niet toegelaten voldoende midelen te vinden omhun te hulp tc komen. Dit probleem vraagt nog om eenoplossing.Om de verhogingen dragelijker te maken en de betalingervan te vergemakkelijken is in de wet bepaald, dat betalingvan de huur per maand de regel van het gemene rechtwordt, en dat hoe ook de overeenkomst en zijn, elk der beidepartijen op elk tijdstip betaling per maand mag vragen. Totnu toe werd in Frankrijk de huur gewoonlijk betaald perkwartaal, soms zelfs per halfjaar of per jaar, zeer zeldenper maand; op dit punt is het noodzakelijk de gewoonte derbevolking te veranderen, wanneer men wil dat de verhogingenzonder te veel moeilijkheden worden toegepast, maar zeerwaarschijnlijk zal een zekere tijd nodig zijn om dit te be-reiken, want het publiek moet overtuigd worden van hetbelang van deze hervorming, die moeilijk ingang zal vindenbij de heersende gewoonten.Ten slotte is de toepassing van de wet beperkt tot die ge-bouwen die voltooid zijn voor zij afgekondigd is; de hurenvan nieuwe woningen zijn vrij, met uitzondering van die wo-ningen die gebouwd zijn dank zij vergoeding van oorlogs-schade.Aan de andere kant gebiedt de wet de handhaving van eenheffing op de huren ten bate van een Nationaal Fonds terVerbetering der Woning (Fonds National d'Amehoration deI'Habitat), dat ermee belast is, door subsidie de eigenarente helpen ter uitvoering van uitgestelde grote onderhouds-werken of verbeteringswerk. Een regeling die momenteel aanhet Parlement is voorgelegd, moet dit systeem opnieuw or-ganiseren.Dit zijn, beknopt samengevat, de voornaamste bepalingen,die ten grondslag liggen aan de nieuwe huurpolitiek.Hun draagwijdte gaat ver uit buiten het simpele ikader vaneen verhoging der prijzen en zij zullen waarschijnlijk eenduurzame invloed hebben op het geheel van de woningbouw-pohtiek. i jDoor de basisprijs der huren vast te leggen als resultante vaneen bepaald aantal elementen, die afhangen van de aardvan de woning, zullen zij niet alleen de eigenaren aanmoe-digen cm langzamerhand het onderhoud en de moderniseringder woningen te hervatten, maar zij vestigen ook de aan-dacht van het publiek op enige kenmerken van een gezondeen aangename woning, zoals bezonning, uitzicht.De regels die zij stellen zullen ontegenzeggelijk invloed uit-oefenen op de nieuwbouw, hoewel zij daarop niet rechts-streeks van toepassing zijn.Door het in leven roepen van een woningtoeslag, makenzij de verdeling van de bestaande woonruimte gemakkelijkeren moedigen zij aan tot ide bouw van woningen met vol-doende aantal vertrekken (3, 4 en 5 vertrekken), waarvanin vele grote steden een tekort bestaat.Deze resultaten zullen echter slechts verlkregen worden, wan-neer de huurverhogingen langzamerhand toegepast worden,wanneer de bevolking hen kan dragen en hen accepteert.De wet vooronderstelt een progressief herstel van de Franseeconomie en een gedeeltelijke verandering in de gewoontendie het volk heeft aangenomen wat betreft de verdeling vande uitgaven. Dit herstel en deze verandering liggen trouwensniet alleen ten grondslag aan de huurpolitiek, maar tevensaan de gehele woningpolitiek.BinnenlandRijksbegrotinq - Wederopbouw en VolkshuisvestingVoorliapig Veislag en Memorie van Antwcord inzake de Rijksbec|rotingvan Wederopbouw en Volkshuisvesting (Tweede Kamer), zijn ook ditjaar van zodanige omvang, dat een volledige weergave van deze stukken,zoals vroeger gebruikelijk was, binnen het bestek van deze rubriek nietmogelijk is. Wij volstaan daarom met een beknopte saraenvatting van deMemorie van Antwcord waarin wij in het bizonder die pasages hebbenweergegeven, die mededelingen van feitelijke aard bevatten.Regivnale verdeling bouwvolumeAls gjrondslag voor de toewijzing van het woningvolume voor 1950aan de provincies en de grote steden heeft gegolden het acute woning-tekort (tota,al aantal huishoudens met kinderen inwonend bij anderehuishoudens). Tegen de regionale bevolkingsprognoses, die ten grondslaglagen aan de verdeling voor 1949, wsren van vele zijden bezwarengerezen. De contingenten voor bizondere doeleinden werden opgesomd,Het bouwvolume voor 1949 is per kwartaal aan de contingenthouders terbeschikking gesteld, ten einde een zo gelijkmatig mogelijke spreiding vande hoeveelheid werk over het jaar te verzekeren. Zonder deze spreidingin gevaar te brengen kan voor 1950 aan de contingenthouders een groterevrijheid gegeven worden. Moeilijkheden ten aanzien van realisering vanhet woningcontingent zijn uitzonderingen. Dat de gemeente Amsterdamhiermede te kampen had, vond zijn oorsprong in het feit dat de ingediendebouwplannen aldaar aanvankelijk gebaseerd waren op een te hoog bouw-kosten-niveau, waardoor deze plannen niet geaccepteerd konden worden.De Minister zijn vele voorbeelden bekend van gemeenten, waar de reali-satie van het contingent wel haar beslag zal vinden.De verdeling van het provinciale contingent over de gemeenten is over-gelaten aan de provinciale besturen. Natuurlijk zullen er, zolang hetwoningtekort nog steeds in alle gemeenten een drukkende last is, klach-ten zijn.De Minister is echter de overtuiging toegedaan, dat de provinciale be-sturen bij hun verdeling zoveel mogelijk de rechtvaardigheid betrachten,en hij acht het derhalve niet juist, de gemeenten nog de gelegenheidte geven, over deze verdeling bij hem in beroep te komen.Voor ]de bouw van woningen zonder financiele steun van het Rijk isslechts een beperkte hoeveelheid bouwvolum.e beschikbaar gesteld. Uiter-aard zullen deze woningen grotendeels ter beschikking komen van demeer kapitaalkrachtigen. Vcor een ondcelmatige besteding van materialenen arbeidskrachten als gevolg hiervan is de Minister niet bevreesd. Degemeentebesturen beschikken immers dcor de Woonruimtewet over vol-doende middelen om een rechtvaardige verdehng van de woonruimte teverzekeren.Vcotuitzichten woningbouwHet woningtekort in de stad is nog steeds groter dan op het platteland.De toeneming van de woningbehoefte is door het grote aantal huwelijkenen de lage sterfte betrekkelijk groot geweest. Aangenomen maig echterworden, dat in 1948 reeds een evenwicht was bereikt tussen de toenemingresp. van woningbehoefte en aantal woningen. Voor 1949 zelfs, dat,zij het in bescheiden mate, op de achterstand wordt ingelopen.Nogmaals werd er de nadruk op gelegd, dat het tempo belangrijk op-gevoerd zal kunnen worden door de bouw van duplexwoningen en vaneen groter aantal kleine woningen dan tot dusver het geval was.Het aantal woningen dat per jaar gebouwd moet worden om het aantalwoningzoekenden en saraenwonende gezinnen niet te doen toenemen, kanop e'en gemiddelde van 33.000 per jaar gesteld worden. Hierbij moet nogeen beperkt aantal woningen worden opgeteld voor vervanginn vankrotwoningen enz.De Minister is, evenals vele kden, van mening dat propaganda ter in-richting van goederenwagens e.d. als woning, of voor het boiiwen vai'noodwoningen ten behoeve van gedemobiliseerde militairen, onjuist teachten is. Hij vertrouwt erop, dat gemeentebesturen aan de hand vande bepalingen van de bouwverordeningen het ontstaan van uit hetoogpunt van volskhuisvesting ontoelaatbare toestanden zullen weten tevoorkomen.Op vragen oratrent geruchten inzake beperking van de credieten voorde woningbouw, gaf de Minister ten antwoord, dat hem dergelijke ge-ruchten niet bekend waren.Wat betreft de erfpachtcanons te Amsterdam, deze werden tot voorkort berekend op basis van een rentevoet van 41 %, thans van 4 %.Besprekingen met Amsterdam ter verlaging zijn reeds lang gaande, echternog zonder bevredigend resultaat.Gedurende de li jaar, dat de daarvoor geldende regeling in werking is,zijn 3000 wooneenheden door splitsing aan de wcningvoorraad toegevoegd.Het aantal gebouwde duplexwoningen bedraagt tot nu toe ongeveer 1500.Tengevolge van propaganda beweegt het aantal aanbestede duplexwo-ningen zich in stijgende lijn.Qjfers over de bouwtijd van woningen zijn slechts beperkt aanwezig.In 1946 wisselden deze van 12 tot 18 maanden, in 1947 en 1949 resp.van 8 tot 18 en 4 tot 15 maanden, tegenover 6 tot 8 maanden voorde oorlog.Het streven van de Minister zal er op gericht zijn dat de tijd waarinde bouwplannen overheidsinstanties moeten passeren, verkort zal worden.Voor zover het zijn Ministerie betreft, is de Minister van plan decentra-lisatie en deconcentratie in te voeren. Daarnaast moet gestreefd wordennaar njeer uniformiteit in de gemeentelijke verordeningen en het propa-geren van normaalplannen. Dit zou tevens een gunstige invloed uitoefenenop de bouwkosten. De Minister acht een besparing van 10 a 15%mogelijk.W^oningen voor grote gezinnenHerinnerd wordt aan het percentage woningen voor grote gezinnen datvoor elke provincie uit de uitkomsten van de volksteUing is afgeleid enaan de norm voor deze woningen, opgenomen in de Voorlopige Wenken.Deze norm hgt aanzienlijk hoger dan de vooroorlogse, terwijl het per-centage grote gezinnen afneemt.Een premie-regeling als neergelegd in het Koninklijk Besluit van 8 No-vember 1920, waarbij de z.g. bouwpremies werden ingevoerd, acht deMinister ongewenst, daar deze regeling tot verschillende misbruiken aan-leiding gaf.Van een tendenz om woningen met minimum-inhoud te bouwen, aangczienhet bouwvolume wordt toegewezen in m-', is niets gebleken.De gemiddelde classificatie-inhoud (de inhoud van de woning, exclusiefinhoud van schuur- of kelderberging) van de woningen, goedgekeurd inde eerste 7 maanden van 1949, bedraagt voor de herbouw-financiering342 m^, voor de financieringsregeling 315 m'', voor de woningwetbouw257 m^, gemiddeld 288 m^. De bntwikkeling van de grootte der na-oorlogse woningen beweegt zich in de richting van een kleiner wordenvan de middenstandswoningen en een groter worden van de volks-woningen.Voor de Woningwetbouw was in de laatste jaren voor de oorlog declassificatie-inhoud in de gemeenten der eerste, tweede en derde klasseresp. 255, 245 en 253 m-^ In de periode 1947^1948 (48.000 goedgekeurdewoningwetwoningen) waren deze cijfers 273, 277 en 275 m-'. E^r is dusweinig reden zich ongerust te maken over een verlaging van het peilvan de naoorlogse woningbouw.MontagebouwEnige globale uitkomsten van enkele bouwsystemen, waarbij tot serie-productie is overgegaan, leren dat de verhouding van geschoolde totongeschoolde arbeidskrachten hier is: 1 a V/i tot \% tegenover 3 op 1bij de traditionele bouw. Een geringe besparing aan totale arbeid isreeds gebleken, evenals een tendenz tot daling van de bouwkosten. Ver-der eist montagebouw niet meer deviezen dan traditionele bouw en isde bouwtijd korter.ArtikelenBinnenland27Binn.niand Arbeidshacfit28De arbeidsproductiviteit in de bouwvakken beweegt 2ich blijkens onder-zoekingen van de Stichting ,,Bouwcentrum" te Rotterdam tussen de 70en 80% van de vooroorlogse. Overeenstemming omtrent de loonregeling,met name omtrent bet tarievenstelsel, is nog niet bereikt.Woningwetboaw, particuUere bouwDe Minister verdedigt de nieuwe regeling inzake eigendomsoverdrachtvan Woningwetwoningen. Deze zal echter geen grote omvang aannemen.De mogelijkheid bestaat immers alleen voor daartoe geschikte Woningwet-woningen en blijft beperkt tot die bewoners die onder toepassing van deFinancieringsregeling Woningbouw 1948 zelf voor bet benodigde kapitaalkunnen zorgen.Ten aanzien van de verhouding van verenigings- tot gemeentebouw hiaaltde Minister aan wat hij daaromtrent in de Memorie van Antwoord be-treffende de vorige begroting heeft opgemerkt.Wat betreft het overleg met de Nationale Woningraad en bet KatholiekInstituut voor de Volkshuisvesting, omtrent de richtlijnen voor toelatingvan nieuwe woningbouwcorporaties, zijn beide organisaties van meningdat bij de beoordeling van een verzoek tot toelating van een vereniging,rekening gehouden nioet worden met de economische mogelijkheden voordie nieuwe vereniging. Vest zal moeten staan, dat zij binnen een bepaaldaantal jaren haar woningbezit zal kunnen uit
Reacties