April 1950lOe Jaargang - No. 4Pe WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVtrschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adret Toor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128De Ledenvergadering van 1 AprilHet was wel een beetje buitenissig, dat de Nationale Wo-ningraad op een heel gewone Zaterdagmiddag (eigenlijk nietgewoon: het was 1 April!) een ledenvergadering bijeenroep.Eerlijk gezegd scheen het aanvankelijk een wat lastig gevDlgvan de overigens noodzakelijke toezegging, die het Bestuurop het laatstgehouden Congres had gedaan. Wij geloven,dat we er achteraf in 't geheel geen spijt van behoeven tehebben, dat ongeveer 320 afgevaardigden in Utrecht enigeuren bijeen zijn geweest en wij hebben door de reacties, diewij zo hier en daar bemerkten, de indruk, dat dit ook demening van de bezoekers zelf was.Er is een drietal belangrijke zaken aan de orde geweest. Hoe-wel het een besloten vergadering was en het dus niet debedoehng kan zijn een uitgebreid verslag in ons Orgaan opte nemen, willen wij toch ook hier over die drie zaken watin het midden brengen.In de eerse plaats werden, na enige aanvullende toelichtin-geh door het Bestuur, de financiele verslagen over 1948 en1949 goedgekeurd. Hicrmede is de toezegging, dat in eenafzonderlijke vergadering de cijfers over 1948 ter beoordelingaan de leden zouden worden voorgelegd, ingelost en verderhebben we in een moeite 1949 er bij mee genomen. Daar-door is de agenda voor het komende Congres-1950 reeds watontlast, hetgeen heel belangrijk is, omdat er op 30 Juni en1 Juli in Arnhem toch wel genoeg te praten zal zijn. Destatuten en het goede gebruik verlangden voorts, dat ook debegroting voor 1950 aan de orde zou komen. Dat is dan ookhet geval geweest en de Voorzitter, de Heer In 't Veld vondin die begroting gerede aanleiding om over taak en to^komstvan de Nationale Woningraad een aantal zeer behartigens-waardige opmerkingen te maken.De Heer In 't Veld stelde in het licht, dat de bemoeiingenvan de Nationale Woningraad -- als het centrale punt vande woningbouwverenigingen en de zelf-exploiterende ge-meentebesturen -- nog wel enige uitbreiding kan velen. On-getwijfeld heeft onze Raad in het verleden prachtig werk ge-daan. Dat mag dankbaar worden getuigd, maar bij dit terug-kijken mag en kan het niet blijven. Er is op het gebied vande woningbouw en de volkshuisvesting ontzaglijk veel werkaan de winkel. De periode breekt aan, waarin opnieuw hetbewijs geleverd zal moeten worden, dat bouw en exploitatievan volkswoningen bij de bouwverenigingen in goede handenzijn en dat een loyale concurrentie met de particuliere wo-ningbouw niet gevreesd behoeft te worden. Dat bewijs moetten dele nog worden geleverd onder omstandigheden, die inhet verleden onbdkend waren.Onze Voorzitter maakte er geen geheim van, dat niet allewoningbouwverenigingen in huidige vorm en structuur te-gen deze toekomstige taak zijn opgewassen. Hij preciseerdezijn mening door het uitwerken van enige tegenstellingentussen goed-werkende en ,,ingeslapen" bouwverenigingen.Er is overal behoefte aan deskundige voorlichting, overal kanmen lering trekken uit anderer ervaring, samenwerking inhet bevechten van overal optredende gelijksoortige moeilijk-heden is dringend geboden. Het lijdt geen twijfel, dat de Na-tionale Woningraad en zijn provinciale afdelingen reeds inde naaste toekomst zich moeten beijveren om in het bijzon-der de zwakkere zusters onder de verenigingen met raad endaad ter zijde te staan. Ons Bureau in de Wouwermanstraatkan veel, zo zeide de Heer In 't Veld, maar het kan nietalles. Het apparaat is klein en tegenover de grote taak, waar-voor het zich ziet geplaatst, ook onvolgroeid. Het Bestuuizal woekeren met de thans beschikbare middelen en enigvertrouwen in het werk van ons secretariaat is gerechtvaar-digd. Wij zullen ons echter ernstig moeten beraden op mo-gelijkheden tot versterking van onze financiele positie. Alshet gelukt deze mogelijkheden te vinden en aan te boren,dan kunnen wij straks onze vleugels breder uitslaan, Dankunnen alle woningbouwverenigingen beschikken over eencentrale apparatuur, die hun bet doeltreffend werken in veleopzichten gemaJkkelijker maakt. Dan kan de Nationale Wo-ningraad ook de Overheid dienen door het werk van debouwverenigingen te systematiseren, door nieuwe vormenvan rationele samenwerking gestalte te geven, door het par-ticulier initiatief, dat in de bouwverenigingen is belichaamd,op waardevolle wijze te laten bijdragen aan een gezonde envoor het gehele volk heilzame ontwikkeling van de Neder-landse volkshuisvesting.Terwijl de Heer In 't Veld aan het woord was, hebben weuiteraard de zaal ingekeken. Verbeeldden wij het ons, ofzagen we een aantal afgevaardigden bezig met het passenvan de schoenen, die onze Voorzitter zo kwistig uitdeelde?In de derde plaats mocht de secretaris voor het eerst kennismaken met de ledenvergadering. Van zijn kant was dat eenprettige kennismaking. In zijn betoog over de ontwikkehngvan de z.g. ,,goedkope woningen" heeft de secretaris zichenige critische opmerkingen veroorloofd, die betrekking had-den op het gehele na-oorlogse woningbouwbeleid en op degoocheltoeren, die nu in de sector van de ,,verminderde bij-dragen" aan de orde van de dag zijn. Deze critiek is echterwelbewust getemperd door een duidelijke heenwijzing naarde oorzaken, die noodzakelijkerwijze tot op zichzelf misschienaanvechtbare beslissingen hebben geleid. In een besloten ver-gadering kan men de dingen dikwijls wat kernachtiger be-handelen, men behoeft dan niet in bepaalde gevallen eenblad voor de mond te nemen ,,uit tactische overwegingen".Vandaar, dat onze secretaris in de eerste helft van zijn toe-spraak probeerdc om met name de onmogelijkheid van eendoeltreffende woningbouwpolitiek per gemeente aan te tonen.In de tweede helft van zijn rede werd evenwel ,,het roer om-gegooid" en ontwikkelde de secretaris een in-voorbereiding-verkerend plan van het Bestuur om vanwege de NationaleWoningraad daadwerkelijk aan een verantwoorde ontwik-keling van de woningbouw -- en dan op een voor de Over-heid aanvaardbaar financieel niveau -- mede te helpen. Aan-gezien en bij de voorbereiding en bij de thans plaatsgrijpen-de verdere ontwikkeling van deze plannen meer partijen zijnbetrokken is in dit stadium publicatie van verdere bijzonder- 37heden niet geoorloofd. Wij mogen alleen dankbaar vast-stellen, dat onze ledenvcrgadering de plannen en de maat-regelen van het Bestuur te dezer zake met waardering be-groette. Het bleek wel uit de omvangrijke, zakelijke en pun-tige discussie, die op de inleiding van de secretaris volgde,dat men allerwege in den lande popelt om op grond van eeneigen, zij het wellicht gezamenlijk en centraal geleid initiatiefaan de slag te gaan. Welnu, de kansen daarvoor zijn aan-wezig. Wij geloven, dat het goed was, dat onze leden opde bijzondere vergadering van 1 April dit hebben gehoorden er het hunne van konden zeggen. lets van hetgeen wij inhet vorige nummer van ons Orgaan schreven van de nood-zakelijke samenwerking tussen verenigingen en corporaties,ging op deze vergadering reeds in vervulling.Tenslotte mogen wij uiting geven aan de erkentelijkheid vanhet Bestuur, dat z6 velen soms ook van z6 ver voor enkeleuren naar Utrecht hebben willen komen. Onze Voorzittersprak over wisselwerking: krachtige en meelevende bouw-verenigingen vormen samen een sterke Nationale Woning-raad en doeltreffend werk van deze Raad schept betere kan-sen voor de ontplooiing van de arbeid der verenigingen. Wijhopen zeer, dat deze bijzondere vergadering met haar be-scheiden karakter aan die wisselwerking dienstbaar is ge-weest. W. S.Toelaatbare vrijwillige bijdragen of strafbarehuurverhogingBij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 17 Februari1950 is een voor de woningbouwverenigingen van buitenge-woon belang zijnde beslissing gegeven. Dit vonnis, dat als zo-danig in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomenwas, betrof 'de uitspraak in hoger beroep van het door deTuchtrechter voor de Prijzen gewezen vonnis tegen de voor-zitter en de penningmeester van de Woningbouwvereniging,,Tiel" te Tiel, die beiden door de Tuchtrechter veroordeeldwaren op grond van huurprijsovertreding.Wat was nu de laakbare daad, die aan de -- later vernietigde-- beslissing van de Tuchtrechter ten grondslag lag? Dezedaad kwam volgens de Tuchtrechter hierop neer, dat voorzit-ter en penningmeester als woningbouwbestuurders gerekendvanaf 1 Januari 1947 van hun huurders een bijdrage van f.2.50 per maand boven de tot dan geldende huur geincasseerdhadden en daarmede zich schuldig hadden gemaakt aan over-treding van de Prijsopdrijvingswet 1939, juncto Huurprijsbe-sluit 1940.Wanneer we de ten laste legging lezen, dan zou daaruit afge-leid kunnen worden, dat het bestuur der woningbouwvereni-ging er toe gekomen was om zonder meer de huur van de wo-ningen der vereniging te verhogen. Zo simplistisch lag hetgeval echter niet. De gedragslijn, die het bestuur van dewoningbouwvereniging had gevolgd, moet gezien worden inhet licht van de bekende ministeriele circulaire van 24 April1946 betreffende onderhoudswerken, die met ingang van 1Juni 1946 voor rekening van de huurders van de woningenvan woningbouwcorporaties moesten komen. In de opsom-ming van de onderhoudswerken, die krachtens deze circulai-re voortaan voor rekening van de huurders kwamen, warendiverse objecten, die door gebruik als ingevolge het huur-reglement totdan waren geschied door de vereniging als ver-huurster.De impasse, waarin de vereniging geraakte, werd geaccen-tueerd door de omstandigheid, dat het gemeentebestuur vanTiel aan de vereniging ter kennis had gebracht, dat het ge-meentebestuur bij de vaststelling van de aan de verenigingte geven gemeentelijke subsidie de kosten van bedoelde on-derhoudswerken in mindering zou brengen op het subsidie-38 bedrag.Het zwaard, waarmede de vereniging naar beste weten deknoop van haar moeilijkheden doorhakte, was het navolgen-de. De vereniging zond aan haar huurders een afschrift vande bovenaangegeven ministeriele circulaire, doch tegelijkdeelde zij aan haar huurders mede, dat zij genegen was, even-als in het verleden, zo goed als alle onderhoudskosten voorhaar rekening te nemen, wanneer de huurder vrijwillig eenmaandelijkse toeslag op de huur betaalde van f 2.50 permaand.Diverse huurders, die de billijkheid inzagen van het verzoekder vereniging, welke altijd naar beste kunnen de belangenvan haar huurders voorgestaan had, gaven hieraan gevolg enbetaalden de f 2.50 per maand, waardoor de vereniging alsvan ouds practisch het gehele onderhoud voor haar re'keningbleeJ- nemen.Alles ging goed, totdat de bestuurders der woningbouwver-eniging op een goede of liever gezegd op een kwade dagmoesten bemerken, dat zelfs het belangeloze en sociale werk,dat zij als zodanig verrichten, gevaren in hield, van in strijdte handelen met een der vele verbodsbepalingen, die het hui-dige leven kenmerken.Voorzitter en penningmeester zagen zich door opsporing-ambtenaren van de Prijsbeheersing bekeurd op grond van dePrijsopdrijvings-etc.-wet en moesten deswege voor de Tucht-rechter voor de Prijzen in rechte verschijnen, die hen veroor-deelde, zij het tot de laagst mogelijke boete van /0.50 voorieder; aldus de inning van de vrijwillige bijdrage van f 2.50per maand als een ongeoorloofde huurverhoging beschou-wend, doch tegelijk inziend, dat het bestuur der verenigingzeker niet te kwader trouw was geweest.Het valt te begrijpen, dat het bestuur der vereniging dezeveroordeling, al was de opgelegde boete dan nog zo gering,bezwaarlijk kon approuveren. Voorzitter en penningmeestergingen dan ook in hoger beroep en waren daarbij zo ver-standig zich om hulp en raad te wenden tot de NationaleWoningraad. Deze deed de appellanten bij de Politierechterte Arnhem, zijnde genoemde Rechter de ten deze aangewe-zen appelinstantie, bijstaan door een rechtsgeleerd raadsman,wiens hulp in de onderhavige moeilijke rechtsmaterie uiterstgewenst om niet te zeggen onontbeerlijk was.Wanneer wij nu het vonnis bezien, dat de Politierechter metvernietiging van het vonnis van de Tuchtrechter gewezenheeft, dan stemt zowel dit vonnis het algemeen rechtsgevoe-len tot tevredenheid, terwijl het anderzijds bewondering op-wekt voor de logische verantwoording, waarmede ide Politie-rechter tot zijn ontslag van rechtsvervolging ten aanzien vande bestuurders der woningbouwvereniging gekomen is.Ieder weldenkend mens zal het eens zijn met de stelling, datbij het bestuur van de woningbouwvereniging geen enkelemorele schuld was. Het bestuur had niet anders gedaan, dangevolg gegeven aan een voorschrift van de overheid, aanwelke overheid de woningbouwvereniging bij het beheer vanhaar woningen verantwoording schuldig is. Men kan er overtwisten of de Minister bij zijn bovenaangegeven circulairehad kunnen ingrijpen in de bestaande rechtsverhouding vande woningbouwvereniging als verhuurder enerzijds en dehuurders anderzijds. Het staat echter buiten discussie, dat hetbestuur handelde naar de gegeven voorschriften en anderzijdsde zorg voor een goed onderhoud van haar woningen be-trachtend, gedaan had, dat wat naar redelijke rechtsnormenals verantwoord is te beschouwen.Betrachten we deze aangelegenheid nu eens van een anderekant. Wanneer het bestuur van de woningbouwverenigingvolstaan had met de ministeriele circulaire ter kennis te bren-gen van de bewoners van haar woningen en verder daarnaarhad gehandeld, zonder te spreken over een vrijwillige bij-di^age voor het onderhoud, idat gezien de circulaire voortaanten laste van de bewoners zou moeten komen, zou in datgeval de Prijsbeheersing ingegrepen en geconcludeerd hebbendat hier een verkapte prijsverhoging was gevolgd, omdat devereniging wel de oude huur incasseerde, doch een gedeeltevan haar verplichtingen afgestoten had? Uiteraard neenen toch in wezen was dit hetzelfde geweest, als de door dewoningbouwvereniging gevolgde gedragslijn. Het moet duswel bijzonder pijnlijk zijn geweest voor voorzitter en penning-meester om als ,verdachten" te gelden terzake van vermeendeovertreding van prijsvoorschriften en zich in eerste instantieals zodanig te horen beoordelen. De advocaat van de woning-bouwvereniging heeft bij de verdediging voor de Politierech-ter hier ook op gewezen en uitgaande van de basis, dat hetzich houden aan de overheidscirculaire geen strafrechtsgrondkan opleveren, de verdere regeling van de vereniging tenaanzien van de vrijwillige bijdrage voor het onderhoud naarvoren gebracht als een bijzondere vorm van lastgeving.Deze lastgeving zou dan gezien moeten worden als een aande vereniging gegeven opdracht van de bewoners om hetten hunne laste gekomen onderhoud voor hun rekening tedoen en wel tot en ten bedrage van de som, die een bijdragevan / 2.50 niet te boven ging. Deze constructie was des temeer aannemelijk te maken, daar ter zitting was komen vastte staan, dat de door de huurders betaalde bedragen ad / 2.50per maand afzonderlijk werden geadministreerd en alleen be-stemd waren voor de litigieuse onderhoudswerken. Verderkon de constructie der lastgeving nog zijn bevestiging vindenin het feit, dat wanneer in de loop van een jaar de bijdragenad f 2.50 per maand waren opgegaan aan de betreffende on-derhoudswerken, geen nieuwe extra onderhoudswerken meerwerden uitgevoerd voordat er weer voldoende gelden uit demabndelijkse bijdragen aanwezig waren.De Pclitierechter is op een andere wijze tot zijn voor het be-stuur van de woningbouwvereniging zo gunstig vonnis ge-komen. De theorie van lastgeving heeft hij niet geaccepteerd.Wanneer men het vonnis leest, zou men kunnen zeggen, datde Politierechter de ten laste legging, die kennelijk tegen hetrechtsgevoel indruist, niet zijdelings ontwricht heeft, dochrecht op de vaststaande feiten ingaand de daaraan vastge-knoopte strafbaarheidsgrond ontzenuwd heeft.De Politierechter overweegt in zijn vonnis wat de feiten be-treft dat in vergelijking met op 9 Mei 1940 bestaande ver-plichtingen meer verplichtingen ten laste van de huurders derwoningbouwvereniging waren gebracht, dat deze zwaardereverplichtingen gefixeerd waren op een bepaald bedrag en datdit bedrag van de huurders in ontvangst was genomen bovende eigenlijke huursom, waardoor de vereniging een hogerehuurprijs in de zin als bedoeld bij het Huurbesluit 1940 hadaangenomen. Ten aanzien van de strafbaarheid van boven-staande bewezenverklaarde kwam de Politierechter echter totde tegenovergestelde mening van de Tuchtrechter.De Politierechter redeneerde als volgt:Het Huurprijsbesluit 1940, in het raam van de Prijsopdrij-vings-etc.-wet, houdt in een verbod van het bedingen, accep-teren etc. van 'zzn hogere prijs en het niet nakomen van ditverbod houdt het wederrechtelijke element in. Het is echterde vraag, zo redeneert de Politierechter verder, of er zichgeen bijzondere omstandigheden voordoen, waaronder hetfeit begaan is, die van die aard zijn, dat zij het feit nietwederrechtelijk doen zijn en dus niet strafbaar maken. Dezevraag wordt verder omschreven door te stellen of zich incasu niet een dringende eis van redelijkheid heeft voorge-daan, welke een uitzondering vormt op de wederrechtelijk-heid van het strafbaar gestelde. De Politierechter komt dantot het oordeel, dat deze vraag bevestigend moet worden be-antwoord.De prijswetgeving, zo redeneert de Politierechter, dient menniet alleen te zien als een geheel van maatregelen van deconsument (i.e. van de huurder) doch als een onderdeel vande reeds in 1939 begonnen en geleidelijk over het gehele eco-nomische bestel van Nederland uitgebreide systeem van ge-leide economie.Het economische herstel van Nederland, in het bijzonder ge-durende de jaren na de bevrijding, eist, dat goederen zo zorg-vuldig mogelijk worden beheerd en dat in dat zorgvuldigebeheer ook wordt deelgenomen door hen, die van goederengebruikmaken. Daarom, zo zegt de Politierechter, is het vanhet grootste belang, dat de huurders van woningen recht-streeks betrokken worden bij het onderhoud van de door hengehuurde en bewoonde huizen, opdat zij zich bewust wordenvan hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het door hengehuurde en zij mede zullen werken tot behoud van de woon-ruimte in Nederland. In het bijzonder kan dit worden be-reikt, indien ten laste van huurders worden gebracht, diekosten van onderhoudswerken, die volgens de wet en detraditionele opvatting in aanmerking komen om voor reke-ning van huurders te worden gelaten, indien voorheen diekosten worden gedragen door verhuurders.De Politierechter verwijst vervolgens naar de ministerielecirculaire van 24 April 1946, waarin bovenstaande gedachtetot uiting komt. Wij zouden kunnen zeggen, dat de minis-teriele circulaire in bovenstaande beschouwingen haar rede-lijk aanvaardbare grondslag vindt.De Politierechter beschouwt en toetst vervolgens uitvoerighet karakter van de betreffende bijdrage van / 2.50 bovenhet oorspronkelijk huurbedrag en het al of niet verantwoordzijn van de bijdrage op de som / 2.50 per maand in het lichtvan zijn voorafgaande beschouwingen. Waar deze beschou-wing en toetsing z.i. gunstig uitvallen komt de Politierechtertenslotte tot de eindconclusie, dat het strafbare element aande ten last& gelegde feiten ontbreekt, dat het bewezenver-klaarde niet strafbaar is en dat de ,,verdachten" mitsdienmoeten worden ontslagen van rechtsvervolging, hetgeen danoo'k in het dictum van het vonnis geschiedt.Het vonnis komt dus hierop neer: De feiten als omschrevenhebben plaatsgevonden, zij hidden in de gegeven omstandig-heden echter geen strafbaar element in en de bestuurders vande woningbouwvereniging gaan vrij uit.Deze uitspraak zal op ieders rechtsgevoel bevredigend wer-ken, zij het dat mogelijk ware geweest ook met een andereconstructie tot een vrijsprekend vonnis te komen.Het schijnt echter, dat de vervolgende Officier van Justitie incassatie wenst te gaan, zodat het laatste woord in deze aan-gelegenheid nog niet is gesproken.De goede wensen van elk bestuur der woningbouwverenigin-gen vergezelle zijn collega's van de Woningbouwvereniging,,Tiel" op hun verdere rechtsgang.Mr F. J. J. M. BOELENSGeen strijdervoor goede huisvesting van het Nederland-sc volk mag op 30 Juni en 1 Juli a.s. inArnhem op het appel ontbreken.Dan congresseert in het park Sonslbeek deNationale Wojningraad!39Is er weer opzet in het spel ?Er bereiken ons wonderlijke geruchten over werk-honger enwerk-verzadiging in de bouwnijverheid. Een gemeente-bestuur ergens in het Oosten van het land heeft onderhandsaan een aannemer uit het Zuiden de bouw van ruim 100woningen ,,uit de goedkope sector" opgedragen. De protes-ten, gericht tot het betrokken College van Burgemeester enWethouders, gewagen ervan, dat de ter plaatse gevestigdeaannemers in deze zaak niet eens gekend zijn. In de ge-meenteraad is daar natuurlijk een hartig woordje over ge-sproken. De plaatselijke aannemers hunkeren immers naarwerk en zijn tot scherpe inschrijvingen bereid, zo vermaandenenige vroede vaderen. Het beleid van B. en W. vond ten-slotte alleen genade, omdat de wethouder zeide, dat de bouwniet zou doorgaan, als opnieuw onderhandeld zou moetenworden. Dat is dan een bericht. Het klinkt plausibel.Een architect, eveneens uit het Oosten van ons land en zekerniet de eerste de beste, vertelt ons voor waar, dat het in zijnomgeving met de ,,opzetten" bij gehouden aanbestedingenweer de spuigaten uitloopt. Hij noemt ^enige staaltjes, die onsde haren te berge doen rijzen. Recente ervaringen doen hemmet kracht pleiten voor onderhandse accoorden, omdatslechts op die manier de perfecte ,,opzet-organisatie" te bre-ken zou zijn. Het categorische opzet-verbod van de overheidacht hij nutteloos, omdat geen aannemer, die aan een beste-ding deelneemt, de sanctie-bedreigingen van de eigen orga-nisatie zou durven trotseren. Hij staat er voor in, dat be-paalde gunningen achterwege moeten blijven, omdat in delaagste inschrijfsommen vele duizenden guldens ,,opzetgeld"begrepen zijn.Als klap op de vuurpijl horen we even later van iemand, dieambtshalve de arbeidsmarkt in het Oosten van het land heelgoed kent, dat de werkloosheid onder de bouwvakarbeidersbedenkelijke vormen aanneemt. Is het wonder, dat in dit ver-band zeer onprettige gedachten ons bezighouden? Geen wo-ningen, geen werk. En dat alleen of mede, omdat de ookdoor aannemers kwalijk geachte, voor-oorlogse opzetgeld-practijken in voile eer hersteld zouden zijn?Wii lazen een verzuchting van een woordvoerder van degeorganiseerde aannemers. In een bepaalde gemeente had-den Burgemeester en Wethouders een complex schuurtjes on-nodig in een enkele aanbesteding ondergebracht, waardoorplaatselijke aannemers met vrij geringe werk-capaciteit nietmee konden inschrijven. In diezelfde gemeente zouden reedsvaker plaatselijke aannemers van de uitvoering van plaat-selijke bouwwerken ,,koud gebleven" zijn. De schrijver vande door ons bedoelde beschouwing vond, dat hier de Rijks-overheid wel eens naar kijken mocht!Zo heeft iedere groep wel zeer afgeronde denkbeelden overonderwerpen, waar die Rijksoverheid zich beslist wel envooral niet mee bemoeien moet.Wij laten dat nu verder maar in het midden. Het gaat erons slechts om, dat in de thans aan de gang zijnde strijdom de bouwkosten de hoogste belangen van het Nederlandsevolk op het spel staan. Dat temidden van die strijd voor eenalleszins behoorlijk peil van de volkshuisvesting moet wordengewaakt. Dat die strijd niet mag worden vertroebeld en datpeil niet mag worden aangetast door practijken, die met eenredelijke bedrijfsvoering, met een eerlijke concurrentie en metdaadwerkelijk ,,bouwen" niets te maken hebben. Wij willenhetgeen ons ter ore kwam nog maar als geruchten -- zijhet dan ook bedenkelijke -- beschouwen. Het verband tus-sen een en ander lijkt ons nog wat onlogisch. Nochtans ge-loven wij, dat het goed is, deze geruchten te signaleren. Wijhouden ons voor mededelingen over geconstateerde ,,opzet-practijken" aanbevolen. Opdat wij eventueel tegen dit scha-40 delijk bedrijt ageren. W. S.GasgeysersEnige malen heeft mij de vraag bereilkt, of de kosten, welkevoor de huur en voor het onderhoud van een gasgeyser aande verhuurder(ster), in casu de Woningbouwvereniging,moeten worden betaald, en in de huur zijn verdisconteerd,ter bepaling van de huurwaarde ten behoeve van de Wet opde Personele Belasting, van de huurprijs kunnen worden af-getrokken. Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoor-den. Ik wil evenwel trachten aan de hand van enkele voor-beelden in deze zaak enig licht te ontsteken.Gasgeysers en dergelijke instrumenten, die door dc cigenaarvan het perceel ter beschikking van de huurders worden ge-steld.Wanneer zulk een geyser aard- of nagelvast aan het perceelis bevestigd, bijvoorbeeld door middel van schroeven of spij-kers opgehangen aan de muur in de keuken of in de douche-eel is er niets bijzonders aan de hand. De gasgeyser is danonroerend goed door zijn aard en behoort bij de woning alseen onverbrekelijk daaraan verbonden geheel.lets anders ligt de zaak wanneer de geyser los hangt, bijvoor-beeld aan een paar haken of zo en dus gemakkelijk en zonderiets los te breken of te schroeven verwijderd kan worden.Men zou dan kunnen redeneren: ,,de verhuurder verhuurteen (onroerende) woning en levert daarboven een roerendgoed, namelijk de geyser". De huurder betaalt in dit gevalf 300.-- huur, inclusief de geyser. Voor de Personele Belas-ting moet nu ter bepaling van de huurwaarde van de wo-ning, de huurwaarde van de geyser b.v. /25.-- worden af-getrokken. De huurwaarde van de woning bedraagt dusslechts f 275.--.Bij deze redenering vindt men echter de fiscus als tegen-partij. De fiscus namelijk redeneert zo: ,,Die geyser is doorde eigenaar (van woning en geyser) tot een blijvend gebruikbij de woning bestemd en dus is die geyser onroerend doorbestemming en mag er dus niets van de huurprijs worden af-getrokken. Bovendien heeft men kans dat de fiscus op dezewijze zou gaan redeneren: ,,Goed, de verhuurder verhuurtde woning plus een roerend goed, maar dan moet niet dehuurder, maar de verhuurder worden aangeslagen". (Ge-meubileerde woning, artikel 33, par. 1, laatste lid, der Wet).Dit komt natuurlijk veel onvoordeliger, want de verhuurder,die waarschijnlijk meerdere dergelijke woningen met geysersverhuurt, moet dan hogere opcenten betalen (de huren wor-den namelijk samengeteld en het totaal bepaalt het aantal teheffen opcenten). Op deze wijze heeft men dus kans om vande regen in de drop te komen.Ik merk nog op, dat de jurisprudentie ten aanzien van devraag wat een gemeubeld perceel is aldus luidt: ,,dat aande aard en aan de omvang van het meubilair geen enkeleeis gesteld wordt". Een perceel met een geheel losse geyserkan dus volgens de wet worden beschouwd als gemeubeld.De bovenstaande beschouwingen zijn slechts van belangwanneer woning en geyser door dezelfde persoon verhuurdworden. In de gevallen waarin de huurder de woning huurtvan de eigenaar en de geyser van de Gemeente zijn er van-zelfsprekend geen moeilijkheden. N. Th. TIMMANCongre8-1950 Nationale WoningraadDe uitnodigingen voor ons Congres-1950, dat op 30 Juni en1 Juli a.s. in de Congreszaal van de Nationale Tentoonstel-ling ,,Mijlpaal 1950" te Arnhem zal worden gehouden, zijnaan alle leden van de Nationale Woningraad verzonden. Wijhebben het er op gewaagd om ditmaal ?-- voor het eerst nade oorlog -- niet de eis te stellen, dat slechts een afgevaar-digde per vcreniging tot het Congres kan worden toege-laten. De logiesmogclijkheden in Arnhem en omgeving bie-den gelukkig gelegenheid tot een wat ruimer bezoek. Het isechter zaak, dat bij de Vereniging voor Vreemdelingenver-keer zo spoedig mogelijk een bepaald aantal plaatsen wordtgereserveerd. Vandaar, dat wij in onze uitnodiging hebbengevraagd, de antwoordkaarten voor het verzorgen van logiesuiterlijk 5 Mei 1950 aan ons secretariaat te verzenden, Wijhopen zeer, dat velen aan dit verzoek zullen voldoen. Hoewelwij de belangstelling niet willen animeren door de slagzin,,Haast U voor het te laat is!", mag er toch wel op gewezenworden, dat tijdige opgave een garantie biedt voor een alles-zins behoorlijk onderdak, een garantie, die welhcht later nietm^aer gcgeven kan worden. Het ligt namelijk in de bedoelingom, nadat de opgaven van onze leden zijn binnengekomen,voor zover mogelijk ook nog een vrij groot aantal gasten uitte nodigen. Het Bestuur van de Nationale Woningraad achthet gewenst om het onderwerp, dat op ons Congres bespro-ken zal worden, onder de aandacht van een zo breed moge-lijke kring te brengen.Dat onderwerp vraagt trouwens zelf wel om die aandacht.De Directeur-Generaal van de Wederopbouw en de Volks-huisvesting, Dr Ir Z. IJ. v. d. Meer zal spreken over ,,Deontwikkeling van de woningbouw in Nederland en de invloeddaarvan op de leniging van de woningnood". De bekendearchitect, Ir W. van Tijen behandelt de technische en aesthe-tische zijde van dit vraagstuk, terwijl de secretaris van deNationale Woningraad de taak van de woningbouwvereni-gingen en de gemeentebesturen in de ontwikkeling van dewoningbouw zal bespreken. U bemerkt, wij streven ernaar,om op ons Congres de woningbouw van de komende jarenvan verschillende kanten te belichten. Het ligt voor de hand,dat ruime gelegenheid voor gedachtenwisseling zal wordengeboden. Het komt ons voor, dat in onze uitnodiging zckerniet ten onrechte is vermeld, dat het Congres-1950 het tref-punt wordt van alien, die in enigerlei opzicht bij de woning-bouw en de volkshuisvesting zijn betrokken.Laat het zich dus aanzien, dat de congres-besprekingen nietstraffeloos gemist mogen worden, van evengroot belang ishet, dat de eigen organisatie, de Nationale Woningraad,door het samenzijn van vele leden een ,,vitamin2-injectie"ontvangt die kracht geeft tot het verrichten van haar gewich-tigi taak.Controleert U, na het lezen van deze mededelingen, voor degoede orde even, hoe het met de opgave tot deelname vanUw vereniging of gemeente staat! W. S.De volkshuisvesting op het slappe koordDe Wethouder voor de volkshuisvesting in de gemeente Bus-sum, de heer Bouma, is in zeer korte tijd een veelbesproken,maar ook een veelbestreden man geworden.Terwijl een ieder in het land, die uit hoofde van ambt offunctie zich dagelijks moet bezighouden met de problemenen moeilijkheden, die er zijn op te lossen en te overwinnen,alvorens binnen het raam van de gestelde eisen en normentot de bouw van woningen kan worden overgegaan, zich hethoofd brak over de steeds toenemende spanning tussen ver-laagde bouwsommen en verhoogde materiaalprijzen en lonen,komt deze wethouder met een plan voor de dag, dat in eenslagi, naar het scheen, alle barricades zou opruimen en dateen goede woningvoorziening mogelijk zou maken bij zeerbeperkte financiele offers van de gemeenschap.Niemand minder dan de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting presenteert in het openbaar, o.a. ter gele-genheid van de behandeling van de Wederopbouwwet in deTweede Kamer, dit schone plan en zijn introductie --- inzekere zin uitdaging -- tot alien, die werkzaam op dit terrein,wordt de bron ener stroom van z.g. ,,goedkope" bouwplannen.Zij, die op de realiteit van de bestaande en nog steeds gel-dende ,,voorlopige wenken en normen" voor de woningwet-bouw afgestemde bouwplannen deden ontwerpen en daarvoorbegrotingen voor bouw en exploitatie gingen opmaken, wrij-ven zich de ogen uit: Wat is hier aan de hand?Heel spoedig dringt het tot hen door: dit kan geen 100%zuivere koffie zijn, hier is op de een of andere wijze de handgelicht met eisen en normen, hier is meer of minder sterk,,hocus-pocus" in het spel en niet zonder aanleiding sprecktmen dan ook reeds van de ,,goocheltent van Bussum".Spoedig is gebleken, dat inderdaad het ,,plan Bouma", waar-bij met een jaarlijkse Rijksbijdrage van f 100,'-- per woningde exploitatie van arbeiderswoningen tegen redelijke hurenmogelijk heet te zijn, mank gaat aan meer dan een bedenke-lijke afwijking van een normaal en rationeel opgezette ex-ploitatie. Voorts, dat inhoud, constructie en afwerking vande woningen afwijken van de tot dusverre als normaal-minimum aanvaardbaar geachte normen, bijvoorbeeld t.a.v.de verdiepinghoogte.Bij de vele plannen, die na Bussum zijn geproduceerd, iszulks in nog sterkere mate het geval, naar wij menen temogen afleiden uit de publicaties daarover. Woningen voornormale gezinnen, met drie slaapkamers, werden ontworpenbinnen een inhoudsvolume van belangrijk minder dan 200 m^.Vergelijkt men de ,,voorlopige wenken en normen" voor 1947met de Bijlage, behorende bij de Beschikking van de Minis-ter van Wederopbouw en Volkshuisvesting van 15 Februarij.l., dan kan men een niet onbelangrijk verschil van inhouds-opgaven voor de verschillende gezinssamenstellingen consta-teren.Volgens de ,,voorlopige wenlken en normen" dient de ge-middelde inhoud van woningen voor normale gezinnen (4 of5 personen) te zijn 260 m^. De Beschikking van 15 Februari1950 geeft als miaximum-inhoud van eengezinswoningenvoor deze groep aan 240 m,^. Het is ons bekend, dat plannenzijn ontworpen voor woningen, die bestemd waren voor der-gelijke gezinnen, met een inhoud ^ inclusief een schuurtje,waarvoor 10 m3 werd berekend -- van 180 m^.Ongetwijfeld is zulks de bedoeling van de Minister niet ge-weest, maar het is de noodlottige consequentie van hetstreven om op snellere wijze dan tot dusverre mogelijk is ge-bleken een oplossing van het woningtekort te forceren. Bin-nen de financiele normen, die in de Beschikking van 15 Fe-bruari 1950 zijn gesteld, bleek het niet mogelijk betere engrotere woningen te bouwen.De enige barricade, die volgens de Heer Wolterbeek uitOverveen i) bij de bouw van woningen gehandhaafd moetworden -- de financiele -- is hoog opgetrokken; de barricadevan sociale eisen en ambtelijke voorschriften, die volgensdeze Heer moet worden afgebroken, is goeddeels opgeruimd.Zijn wij met deze gang van zaken nu op de goede weg? Naaronze mening: ncen! Ongetwijfeld betreft het hier een uiter-mate moeilijk probleem, waarbij een botsing op de grens vanhet financiele maximum en het aociale minimum uitgevochtenmoet worden. De Beschikking van 15 Februari is een symp-toom van het zich terugtrekken van de sociale grenzen onderde druk van de financiele tegenkrachten. Dit terugtrekkenwordt gecamoufleerd onder schoon klinkende officiele ver-klaringen, waarmede getracht wordt de schijn op te houden.1) Zie mijn artikel ,,Constructieve woningbouwpolitiek" inhet Juli/Augustus-nummer 1948 van ,,De Zaanse Woning-wetwoning". 41alsof het hier slcchts om rationele ,,versoberingen" gaat, diehet wezenlijke der eisen, die aan een goede woning moztenworden gesteld, niet zouden aantasten.Onwillekeurig denkt men, dit lezende, aan de Duitse leger-berichten in de dagen van de grote terugtochten op alle fron-ten in de laatste oorlogsjaren. De ,,distancieringen" en ,,pe-netraties", als successen vermeld, moesten de terugtocht ca-moufleren. In ons geval distandecrt bet Departement zichnadrulkkelijk van alles wat naar verlaging van het woningpeilzweemt en heeft het met nadruk gewezen op de dahng vande rijksbijdrage, die met een ,,penetratie" in de zin van deDuitse legerberichten kan worden vergeleken.Dat de ,,versobering" en ..rationahsatie" in een slag, ondanksgestegen kosten van materialen en lonen, de bouwkostenmet meer dan 30% zal kunnen laten dalen (er zijn ons voor-beelden bekend, waarbij de bouwkosten van een woning opweinig meer dan de helft van die ener volgens de ,,voor-lopige normen en wenken" ontworpen woning werden be-groot), spreekt o.i. een z6 duidehjke taal, dat commentaaroverbodig mag worden geacht.Indien de verantwoordeUjke organen tot het inzicht en deovertuiging zijn gekomen, dat Ncdcrland niet bij machte isom de financielc last te dragen, die een goede en sociaal --uit 'n oogpunt dus van lichameHjke en geestehjke volksgezond-heid -- verantwoorde woningbouwpoHtiek met zich mede-brengt, laat ons daarover dan niet langer in twijfel ver-keren, doch het ons openhjk zeggen. De eisen zullen danlager gesteld moeten worden en wij hebben dat te aanvaar-den: ,,de wal keert het schip". De ,,wenken en normen" wor-den dan opgeborgen en vervangen door andere, die op lagerplan zijn afgestemd.Wat nu gebeurt, is een dans op het slappe koord!Er wordt gepoogd om de overzijde veilig te bereiken als degoedkope plannen gelanceerd worden. Allerlei kunstgrepenworden toegepast om het evenwicht te bewaren, vooral bijde opzet der exploitatie-begroting. Gemeenten aanvaardenbij bouw- en grondpolitiek, doelbewust extra risico's om hetextra volumie in de wacht te kunnen slepen. Bouwkosten wor-den op alle denkbare wijzen gedrukt; met architectenhono-rarium en toezicht, renteverlies enz. wordt gegoocheld en bijde exploitatie-begroting is er maar een doel: er moet een huuruit de bus komen, die naar de maatstaf der beschikking, ernog net mee door kan. De woningnood is op vele plaatsenz6 nijpend, dat uiteraard geen gemeentebestuur de kans graagwil missen een graantje mee te pikken van het in uitzichtgestelde extra-bouwvolume.De nood maakte velen vindingrijk, anderen brutaal. Maardit is o.i. niet de juiste weg om tot activiteit te prikkelen. Erworden onjuiste en onzuivere verhoudingen door gekweckten minder scrupuleuze ,,plannenmakers", wie het wezenlijkebelang van de volkshuisvesting minder ter harte gaat danhun eigen belang, ruiken hun kans reeds. Als dit nog evenin dezelfde richting moet doorgaan, zal het er niet beterop worden.Tj. KINGMAMededelingen van de Nationale WoningraadSecretariaat;In de vierde week van Maart zette de secretaris zijn serielezingen voor het Ministerie van Wederopbouw en Volks-huisvesting voort. Hij bezocht daartoe Sas van Gent, Mid-delburg. Goes en Zierikzee. Een strenge scheiding tussenhet ambtelijk optreden en het behartigen van Woningraad-HrZ belangen is natuurlijk geboden. Dat neemt niet weg, dat desecretaris van zijn ,,vrije tijd" in Zeeland gebruik kon makenom het terrein van de woningbouwverenigingen daar te ver-kennen. Zo vond hij gelegenheid om met de secretaris vande actieve Woningbouwvereniging ,,Werkmansbelang" inTerneuzen een moeilijkheid te bespreken, die verband hieldmet een risico- of meer-werk-rekening van een aannemer. Navriendelijke en duidelijke voorlichting van de Provinciale ende Centrale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuis-vesting kon aan het bestuur van de vereniging in Terneuzeneen ter zake diend advies worden gegeven.Het verblijf in Zeeuws-Vlaanderen bood ons verder een goe-de gelegenheid om met een bepaalde bouwvereniging een be-spreking te arrangeren over de door het gemeentebestuurgewenste overdracht van woningwetwoningen. Het is ergjammer, maar het mag niet verzwegen worden: Het Bestuurvan de betrokken vereniging liet op de afgesproken plaatsen tijd verstek gaan, zodat we met het gemeentebestuur ookniet verder zaken konden doen. Zouden we nu verder maartijd kunnen vinden om achter deze belangrijke zaak ,,heente rijden", dan was een oplossing wellicht nog mogelijk. Eenbezoek aan Axel kost onze secretaris echter twee dagen, diehij voor het behandelen van andere dringende zaken nau-welijks kan missen. Mogelijk zal hier de afdeling Zeelandde behulpzame en reddende hand kunnen bieden. Er moetworden getuigd, dat in Zeeuws-Vlaanderen terrein voor dewoningbouwverenigingen braak ligt. Opnieuw konden wevaststellen, hoe intensief en zorgzaam de vette, Zeeuwseklei wordt bewerkt; dat geeft hoop voor een even kundigeen doeltreffende bewerking van het door ons bedoelde braak-liggende terrein.De merendeels kleine gemeenten op het eiland Schouwen enDuiveland hebben in de afgelopen jaren woningwetwoningengebouwd. Eigenlijk is dat een last voor deze gemeenten enmen zou er waarschijnlijk ook alles voor voelen om dit bezitonder te brengen bij een goede streek-bouwvcreniging. Dieis er echter (nog) niet. Ook hier dus alle reden voor eenveelbelovende activiteit. Wij zullen daartoe een dringend be-roep moeten doen op het bestuur van onze provinciale af-deling. Naar ons verder van over de wijde wateren werdbericht, liggen de zaken op het eiland Tholen precies zo alsop Schouwen en Duiveland. Wij moeten de merisen vinden,die zich deze zaken willen aantrekken. Mochten onze lezersin deze contreien goede contactpunten weten: wij houden onsvoor opgave van adressen zeer aanbevolen.Enige bouwverenigingen in Haarlem toonden zich ernstigverontrust over de plannen van het gemeentebestuur ten aan-zien van de toekomstige woningwetbouw. Bestuursleden kwa-men daarom -- terecht -- bij ons secretariaat eens pratenWij achtten het gewenst, deze kwestie in federatief verbandte behandelen en dus is de zaak op een bestuursvergaderingvan de Haarlemse federatie uitvoerig besproken. Het bleek,dat tegenover de ongerustheid ook vertrouwen stond. Ten-einde zekerheid omtrent de toekomstige houding van het ge-meentebestuur te verkrijgen is een onderhoud met de betrok-ken wethouder aangevraagd en verkregen. Men gaat inHaarlem niet graag over ijs van een nacht en daarom hebbenwij na bet op zichzelf bevredigende onderhoud met de wet-houder aan het College van Burgemeester en Wethoudersgevraagd ons over de toekomstplannen van het gemeente-bestuur in te lichten. Die inlichtingen zijn inmiddels verkre-gen en gelukkig blijkt, dat het de bedoeling is om ook voorde toekomst de woningbouwverenigingen bij de voorberei-ding van de plannen en de bouw der woningen in te schake-len. Het College maakt daarbij slechts een uitzondering voormontage-woningen en voor woningbouw ten behoeve vansociaal-achterlijken en economisch zwakken. Het laatste be-grip kan men wel zeer wijd begrensd achten en dus de vraagstellen of niet juist hier voor woningbouwverenigingen eentaak ligt. Hoe dit verder zij, de Haarlemse woningbouw-verenigingen weten nu, dat hun niet alleen het ophalen vande huur zal worden opgedragen!Het gonst in Nederland van bedrijvigheid in zake de huis-vesting van bejaarden. Dus ook in Arnhem. Daar heeft nade bevrijding het gemaentebestuur zich de zorg aangetro'kkenvoor de huisvesting van een bijzondere groep van ouderenvan dagen. Deze voor het merendeel alleen staande en insociaal opzicht hulpbehoevende ouden van dagen werden on-dergebracht in een vrij cud en voor het beoogde doel eigen-lijk ongeschikt pand. Nochtans is in de afgclopen jaren indat pand heel mooi werk verricht. Nu dreigt aan deze arbeideen eind te komen, omdat het gebouw van eigenaar is ver-wisseld en de nieuw-optredende rechthebbende er een anderebestemming aan wenst te geven, Het gemecntebestuur vanArnhem heeft de Stichting ,,Huis en Haard" bereid gevondenom het werk over te nemen. Het eerste probleem, waarvoordeze Stichting zich ziet geplaatst is: Hoe te voorzien in dedringende behoefte aan een geschikt gebouw. U begrijpt nu,waarom het Bestuur van deze Stichting zich om advies totde Nationale Woningraad heeft gewend. Wij mochten ingrote trekken voorlichting omtrent de mogelijkheden voornieuwbouw geven en verder een ook voor ons leerzame be-spreking op het Ministerie arrangeren. Er is een plan vooreen doelmatig gebouw gereed; nadat het tot uitvoering isgekomen, zullen we er in ons Orgaan zeker nog aandacht aanbesteden.Omdat het in Nederland zo gonst van de bedrijvigheid op ditterrein, heeft de Nationale Woningraad zich tot de afdelingVoorlichting van bat Ministerie van Wederopbouw en Volks-huisvesting gewend met het voorstel om te 'komen tot de uit-gave van een eenvoudige brochure, waarin, aan de hand vanconcrete voorbeelden, inlichtingen zijn te vinden aangaandede sociale, techniscbe en financiele zijde van het vraagstukvan de huisvesting van bejaarden. De Nationale Woningraadis, onder bepaalde voorwaarden, bereid om zulk een uitgavete verzorgen, omdat er ongetwijfeld zeer grote behoefte be-staat aan een handleiding voor mensen, die het initiatiefnemen voor deze ,,doelmatige verzorging" van de woonbe-hoeften der oudere Nederlanders.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting heefteen adviescommissie voor de toelating ingevolge de Woning-wet van woningbouwcorporaties ingesteld. Voorzitter van de-ze Commissie is Mr P. A. v. d. Drift, raadadviseur bij hetMinisterie. Tot leden zijn benoemd de Heren A. In 't Velden W. Scheerens, resp. voorzitter en secretaris van de Natio-nale Woningraad, alsmede de Heer F. C. v. d. Gun, secretarisvan het Rooms-Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting.Het weekblad ,,Bouw" van 15 April j.l. bracht dit berichtook, zij het met weglating vande secretaris van de NationaleWoningraad. Onze secretaris trekt zich dit persoonlijk in geenenkel opzicht aan; hij vermeldt dit alleen, omdat men andersten onrechte zou menen, dat er bij de samenstelling van dezecommissie geen rekening was gehouden met het duidelijke ver-schil in sterkte, dat er tussen de Woningraad en het Rooms-Katholiek Instituut bestaat.Een grote Amsterdamse bouwvereniging vroeg de mening vanons secretariaat aangaande de volgende kwestie: Een aane-mer had voor de verrekening van risicoposten de z.g. cor-rectie-factor aanvaard. Op grond van de vastgestelde factorhad de verrekening plaatsgevonden. Nu kwam deze aanne-mer bovendien nog met een schade-declaratie wegens stagna-tie in de uitvoering van het onderhavige werk. In het bestuurvan de bouwvereniging en bij de gemeentelijke woningdienstwaren de meningen over de rechtmatigheid van deze vorde-ring verdeeld. Een groep meende, dat de aannemer op grondvan de bestekbepalingen aanspraak op vergoeding mocht ma-ken; een andere groep was van oordeel, dat de aannemer,door eenmaal de correctie-factor als methode van verrekeningte accepteren, de aanspraken op iedere andere risico-ver-rekening had verspeeld. Ons secretariaat behoefde het bestuurniet lang in het onzekere te laten. In de officiele toelichtingop de Risico-rcgeling-1948 valt te lezen, dat schade door stag-natie niet in de correctie-factor is begrepen en dat dus voorstagnatie afzonderlijke declaraties op de gebruikelijke wijzekunnen worden ingediend, mits in het bestek de Risico-rege-ling van toepassing is verklaard. Misschien kan men deze op-lossing ook elders nog eens gebruiken.Tenslotte mogen wij niet nalaten dankbaar te vermelden, datde Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting de voor-zitter en de secretaris van de Nationale Woningraad op 6April j.l. in een langdurige audientie heeft willen ontvangen.Mede waren enige vertegenwoordigers van de Bond van Ne-derlandse Architecten aanwezig. Wij kunnen niet mededelen,wat we allemaal met de Minister hebben besproken. Genoegzij, dat het onderhoud zeer bevredigend is verlopen, dat wijveel begrip ontmoetten en dat ons ruime medewerking bij deverwezenlijking van de door ons ter tafel gebrachte plannenis toegezegd. Wij maken er geen geheim van, dat onze een-voudige lunch ons na het onderhoud met de Minister bijzonderlekker smaakte! Het lijdt geen twijfel, dat wij t.z.t., als we inbredere kring meer bijzonderheden bekend kunnen maken,van dit onderhoud zullen zeggen: Het was de eerste hindernis,die wij met succes hebben genomen!W. S.BerichtenBESTEKSBEPALINGEN TEN AANZIEN VANFABRIEKSMERKENAan de Gemeentebesturen.Het is U bekend, dat de Centrale Directie van de Weder-opbouw en de Volkshuisvesting streeft naar verlaging vande kosten van de woningbouw.Deze verlaging tracht ik te bereiken langs allerlei wegen envele op zichzelf wellicht onbelangrijke middelen moeten tezamen voeren tot het doel. Ik meen daarom Uw aandachtte moeten vestigen op het volgende.Verschillende bouwonderdelen als bijv. deuren, kasten, keu-keninrichtingen en zitbaden worden door de Industrie inmassa vervaardigd. Daarbij zijn fabrikaten, die een zekerealgemene bekendheid genieten en nu doet zich het verschijn-sel voor, dat in bouwkundige bestekken bepaalde fabrikatenworden omschreven, zonder dat men er zich voldoende re-kenschap van geeft, dat er op het gebied dat men op het oogheeft ook andere fabrikaten in de handel zijn.Ik acht dit in het algemeen onjuist, omdat de toepassing vaneven goede en goedkopere fabrikaten daardoor bij voorbaatwordt uitgesloten.In dergelijke gevallen dient de desbetreffende besteks-bepaling te luiden, dat fabrieksdeuren (-kasten, keukens, enz.enz.) moeten worden geleverd van een door de opdracht-gever of de directie goed te keuren kwaliteit en model.Gaarne zou ik dus zien dat U, wanneer Uw gemeente op-CONGRES 1950Nationale Woningraad30 Juni en 1 Juli op de NationEilcTentoonstelling ,,Mijlpaal - 1950"te Arnhem.HET TREFPUNT voor alien, die bij w^oningbouw envolkshuisvesting zijn betrokkcn!43drachten verleent voor de bouw van woningen of bij derge-lijke opdrachten op enigerlei wijze betrokken is, met het bo-venstaande wilde rekening houden.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvestingvoor deze, De Directeur-Generaal,(w.g.) W. C. J. Polman.WONINGBOUW IN FEBRUARI 1950Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiekkwamen in Februari 1950 3158 nieuwe woningen gcrced.In de maanden Februari van de jaren 1946 t/m 1949 werdenresp. voltooid 29, 69, 1528 en 2821 woningen.De in Februari 1950 gereedgekomen woningen waren alsvolgt over de provincien en de grote steden verdeeld (tus-sen haakjes dz cijfers van Februari 1949).Groningen 112 (207); Friesland 183 (101); Drenthe 165(201); Overijssel 193 (106); Gelderland 334 (529); Utrecht98 (93); Noord-Holland (excl. Amsterdam) 511 (194);Zuid-Holland (excl. Rotterdam en 's-Gravenhage) 308(307); Zeeland 137 (302); Noord-Brabant 396 (343); Lim-burg 243 (206); Amsterdam 158 (52); 's-Gravenhage 211(49); Rotterdam 73 (130); N.O. Polder 36 (1); Nederland3158 (2821).In Februari werd begonnen aan de bouw van 3854 (in Febr.1949 aan 1793) woningen. Daar er veel minder woningengereedkwamen dan het aantal waaraan begonnen werd steeghet aantal in uitvoering zijnde woningen op het eind van demaand belangrijk, n.l. van 38.744 tot 39.579.In Februari 1949 bedroeg het aantal nieuw begonnen wonin-gen en het aantal in uitvoering zijnde woningen resp. 1739en 38265.Het aantal in uitvoering zijnde woningen is in de provincieZuid-Holland het hoogst, n.l. 4785, daarna volgt met 4326 degemeente 's-Gravenhage. Deze gemeente had eind Februarizelfs meer woningen in aanbouw dan de provincie Noord-Brabant (4043).Persbericht no. 30 van het Ministerie van Wederopbouw enVolkshuisvesting, afd. Voorlichting. 14 April 1950.FINANCIELE AFWIKKELING VANWONINGWETBOUWInleiding.Tot dusver kon nog slechts voor een zeer gering gedeeltevan de vele duizenden Woningwetwoningen, die na de oor-log zijn gebouwd, de definitieve vaststelling der bouw- engrondkosten plaats vinden. Naar mij is gebleken, moet ditworden geweten aan het feit, dat omtrent bepaalde postennog geen overeenstemming kon worden verkregen, hoewelde desbetreffende woningen reeds lang gereed en bewoondzijn. Ik acht dit een ongewenste toestand. Niet alleen brengtdeze mede, dat dikwijls aanzienlijke renteverliezen moetenworden verrekend, maar bovendien wordt het nemen vanjuiste beslissingen, omtrent omstreden posten steeds moei-lijker, naar mate de tijd verstrijkt.Ik ben daarom voornemens de financiele afwikkeling van deWoningwetbouw van de laatste jaren met kracht ter handte nemen. Aangezien mij gebleken is, dat op een aantal pun-ten onzekerheid bestaat omtrent de regelen, welke daarbijdienen te worden in acht genomen, zal ik in het hierna vol-gende een en ander nogmaals duidelijk in het licht stellen.Ik houd mij bij voorbaat overtuigd van Uw medewerkingaan mijn streven om, na de krachtige inspanning om te ge-raken tot de bouw van zoveel mogelijk woningen ter lenigingvan de woningnood, thans ook de administratieve zijde van44 deze aangelegenheid in een vlot tempo te regelen.Formulieren voor het dcfiniticf vaststcllcn der stichtings-kostcn. (zie circulaire d.d. 20 Aug. 1948, no. 874720).Bij nevenvermclde circulaire werd medegedeeld dat voor hetdefinitief vaststellen van toegezegde Rijksvoorschotten for-mulieren in tweevoud moeten worden ingediend via de Di-rectie van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting in deprovincie (voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en's-Gravenhage rechtstreeks bij mijn Ministerie); deze formu-lieren zijn -- naar de zojuist gemaakte onderscheiding --verkrijgbaar bij de genoemde Directie of bij mijn Ministerie.Zij dienen voor het verschaffen van de gegevens, die nodigzijn voor hat vaststellen van de juiste bedragen der toege-zegde voorschotten en jaarlijkse bijdragen. Daar ook, indiende bouw niet met Rijksvoorschotten wordt gefinancierd, dejuiste stichtingskosten bekend moeten zijn om het bedragvan de jaarlijkse bijdrage te kunnen vaststellen, dienen deformulieren in dat geval eveneens te worden ingediend.Ik dring er ten sterkste bij U op aan, voor zover dit nog nietis geschied, de formulieren voor de gereedgekomen complexenzo spoedig miogeUjk in te dienen en dit ook in de toekomstte doen, telkens wanneer een complex gereed is.In verband met het vorenstaande breng ik U in herinnering,dat de beschikkingen, waarmede de Rijkssteun voor voorge-nomen bouwplannen wordt toegezegd, slechts een voorlopigkarakter dragen. Deze dienen zo spoedig mogelijk na hetgereedkomen van de bouw door definitieve beschikkingen teworden vervangen, waarin de exacte bedragen van de Rijks-steun worden vermeld en welke de basis vormen van de ge-durende 50 jaren te handhaven financiele verhouding tussenhet Rijk en de gemeenten terzake van de desbetreffendewoningen.Mecrwcrk-, stagnatie en risicoverrekening.(Zie circulaire d.d. 16 Juh 1948, no. 71830/Bijdr.).Het lijkt mij waarschijnlijk, dat het indienen der formulierenin veel gevallen nog achterwege is gebleven tengevolge vanhet feit, dat nog geen overeenstemming is verkregen overrekeningen van meerwerk en claims wegens stagnatie- enandere risicoverrekening.Voor zover dit een gevolg is van achterstand bij de Directiesvan de Wederopbouw en de Volkshuisvesting in de provin-cies, zal ik maatregelen nemen, teneinde deze achterstandsnel te doen inlopen.Voor het beoordelen der hier bedoelde rekeningen en claimsgelden de volgende criteria:Meerwerk.Voor Augustus 1948 bestonden hieromtrent geen bepaaldevoorschriften. De kosten van meer-werk aan woningen, wel-ke voordien werden aanbesteed, zullen mitsdien onder destichtingskosten worden opgenomen, indien deze redelijker-wijs aanvaardbaar kunnen worden geacht. Ik teken hierbijaan, dat zich in deze periode meermalen het verschijnselheeft voorgedaan, dat zekere voorzieningen aan de woningenachterwege werden gelaten om de bouwkosten te kunnenbeperken tot het door mijn Ministerie aangegeven hoogst toe-laatbare bedrag. Nu zijn in een aantal gevallen dergelijkevoorzieningen achteraf toch aangebracht en tracht men doorhet indienen van een meer-werkrekening de kosten daarvanalsnog onder de stichtingskosten te doen opnemen. Het be-hoeft geen betoog, dat meer-werkposten van deze soort nietkunnen worden aanvaard. Overigens zijn aan de Directiesvan de Wederopbouw en de Volkshuisvesting in de provin-cies nauwkeurige instructies verstrekt omtrent hetgeen als,,redelijk aanvaardbaar" moet worden aangemerkt. Inlichtin-gen hieromtrent kunnen derhalve zo nodig door genoemdeDirecties worden verschaft.Medio Juli 1948 is medegedeeld, dat meer-werkkosten slechtskunnen worden aanvaard, indien van Rijkswege vooraf toe-stemming tot het uitvoeren van het meer-werk is gegeven,alsmede dat deze toestemming van dat ogenblik af uitslui-tend zou worden vcrleend voor meer-werk van aanzienlijkeomvang aan de fundering, indien de kosten van dit meer-werk meer dan f 250.-- per woning bedragen. Naar mij isgebleken, moet dit bedrag aan de hoge kant worden geacht.Ik bepaal mitsdien, dat in de circulaire d.d. 16 Juli 1948 inde plaats van de juist genoemde /250.^ wordt gelezenflOO.-.Resumerend kunnen de kosten van meer-werk uitsluitend on-der de stichtingskosten worden opgenomen:a. t.a.v. bouwplannen, aanbesteed voor Augustus 1948, in-dien deze kosten redelijkerwijs aanvaardbaar zijn;b. t.a.v. bouwplannen, aanbesteed in of na Augustus 1948,indien het betreft meer-werk aan de fundering, de kostenvan dit meer-werk meer dan / 100.-- per woning bedragenen indien van Rijkswege vooraf toestemming tot het uit-voeren daarvan is gegeven.Het opnemen van meer-werklkosten onder de stichtingskostenbetekent, dat het desbetrefende bedrag ongeveer voor 1/3gedeelte in de huur en voor 2/3 gedeelte in de Rijksbijdragetot uitdrukking komt. Kosten van meer-werk, die niet alsbehorende tot de stichtingskosten kunnen worden aanvaard,blijven ten laste van de gemeente of de woningbouwcorpora-tie. Het ontmoet echter geen bezwaar, dat deze kosten wor-den gedekt door het verhogen van de huren van de desbe-treffende woningen, althans indien en voor zover het peildezer huren in vergelijking met dat van de overige woning-voorraad een zodanige verhoging toelaat. Verhogingen derhuren, als hier bedoeld, behoren door mij te worden vastge-steld. Uw eventuele voorstellen daartoe zie ik gaarne doortussenkomst van de Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting in de provincie tegemoet.Kosten van meer-werk, welke niet op een der hiervoren om-schreven wijzen kunnen worden gedekt, behoren te wordengerekend tot de onvoorziene kapitaalsuitgaven, bedoeld inartikel 5 van de Beschikking bijdragen Woningwetbouw1948; zij dienen dus te worden gedekt uit de reserve van hetdesbetreffende complex.Indien zich bij de bouw door een woningbouwcorporatie hetfeit voordoet, dat een bedrag wegens kosten van meer-werkte haren laste blijft, is het niet uitgesloten, dat hierdoor eenkasgeldtekort ontstaat. Het ligt dunkt mij voor de hand, dateen dergelijk tekort voorlopig wordt gefinancierd met eenvoorschot van de gemeente, dat wordt afgelost naar matede hogere huuropbrengst daartoe de middelen oplevert, danwel naar mate de reserve in omvang toeneemt en dienten-gevolge middelen beschikbaar komen.Daar het steeds duidelijk is geweest, dat het Rijk slechtsbepaalde ikosten van meer-werk zou aanvaarden, kan ik niettoestaan, dat de meergenoemde bedragen blijvend met Rijks-geld worden gefinancierd. In een aantal gevallen zijn meer-werkposten aanvaard en zijn zelfs de desbetreffende bedragenuitbetaald, hoewel dit niet in overeenstemming is met hetvoorgaande; dit is een gevolg van het tot nu toe ontbrekenvan een nauwkeurige opsomming omtrent hetgeen wel enniet aanvaardbaar is. Het ligt in mijn voornemen deze te veelbetaalde bedragen terug te vorderen. Ik vertrouw, dat Udeze maatregel kunt bilhjken, indien U hem stelt tegenoverhet feit, dat de nieuwe regeling der bijdragen ingevolge deWoningwet toepassing vindt t.a.v. alle na 31 December 1945gereed gekomen Woningwetwoningen; deze regeling is im-mers voor de gemeenten uit financieel oogpunt aanzienlijkvoordeliger dan de regeling, die bekend was op het tijdstip,waarop de voorbereiding van het grootste deel der in de af-gelopen jaren tot stand gekomen Woningwetbouw werd terhand genomen.Van geval tot geval zal worden bepaald op welke wijze hetterugvorderen van de te veel betaalde bedragen geschiedt; indaarvoor in aanmerking komende gevallen stel ik mij voorvoorlopig uitstel van de terugbetaling te verlenen.Stagnatie (zie Risicoregeling W.B.).Krachtens de artikelen 5 en 6 van de Regeling ter beperkingvan het risico bij in aanneming uit te voeren werlken, vast-gesteld door de Directie voor de Wederopbouw en voor deBouwnijverheid op 18 Mei 1945 (Risicoregehng W.B.) kaneen aannemer in geval van stagnatie aanspraak maken opeen bepaalde vergoeding. De uit deze bepalingen voort-vloeiende kosten kunnen voor de Woningwetbouw, welkena de oorlog werd uitgevoerd, onder de stichtingskosten op-genomen worden, indien de desbetreffende bedragen althansredelijkerwijs aanvaardbaar zijn te achten; zij komen dandus ook in de huur en in de bijdrage tot uitdrukking.Omtrent kosten van stagnatie, welke ingevolge het voren-staande niet worden gedekt, geldt overigens mutatis mutan-dis hetgeen omtrent ongedekte kosten van meer-werk werdopgemerkt.Risico, niet voortvltKciende uit stagnatie (zie RisicoregehngW.B.).Krachtens de eerder genoemde Risicoregehng W.B. kan eenaannemer eveneens aanspraak maken op een bepaalde ver-goeding wegens risico van andere aard dan voortvloeiendeuit stagnatie. In het algemeen echter slechts, indien de aan-besteding voor 1 Januari 1949 plaats had.(Zie beschikking Risico-berekening 1948).Op genoemde datum trad de Beschikking risico-berekening1948 in werking, krachtens welke de verrekening van ditrisico op niet-individuele wijze geschiedt.De beschikking risico-berekening 1948 kan enerzijds op ver-zoek ook worden toegepast voor werken, die voor 1 Januari1949 zijn aanbesteed, terwijl anderzijds de RisicoregehngW.B. is blijven gelden voor projecten, waarop de Beschik-king risico-berekening 1948 niet van toepassing is verklaard,dit laatste is het geval voor het merendeel der z.g. bouw-systemen.In de gevallen, waarin ingevolge een der hiervoren ge-noemde regelingen, risico, niet voortvloeiende uit stagnatie,wordt verrekend, worden de daarmede gemoeide kosten alsbehorende tot de stichtingskosten aanvaard en bovendiengehecl op de Rijksbijdrage verrekend; de huur ondergaat indat geval dus geen verandering.Indien een tussen een opdrachtgever en een aannemer ge-rezen geschil met mijn voorafgaande instemming aan arbi-trage is onderworpen, zal van geval tot geval op door mij testellen voorwaarden door mij worden beslist of en in hoe-verre de daaruit voortvloeiende kosten als behorende tot destichtingskosten kunnen worden aanvaard.Financiering met Rijksvoorschotten of met op andere wijzeverkregen kapitaalmiddelen (zie regeling uitbetaling en con-trole).Gelijk bekend, geschiedde de financiering van de Woning-wetbouw tot en met het jaar 1947 in de regel met voor-schotten uit 's Rijks kas. Voor de uitbetaling en controledezer voorschotten is een regeling vastgesteld bij Beschik-king van mijn ambtsvoorganger d.d. 4 Aug. 1947, no. 17017M./U.; naar haar inhoud zij voor zoveel nodig verwezen. Voorzov:T de financiering van de Woningwetbouw met voorschot-ten uit 's Rijks kas geschiedt, zullen de bedragen dezer voor-schotten bij het opmaken van de definitieve beschikkingenworden verhoogd met de kosten van meer-werk, stagnatie-of andere risico-verrekening, welke als behorende tot destichtingskosten worden aanvaard, en zal bij het berekenenvan het bedrag der toegezegde jaarlijkse bijdrage met dezeverhoogde bedragen worden rekening gehouden.Met ingang van het jaar 1948 zijn de gemeenten voor het 455 jaar geleden bracht OCRIET een nieuwproduct.... het LAVET.5 jaar zijn nu voorbijgegaan....5 jaar, waarin een fabricage-systeem werdvervolmaakt, zonder hetwelk een verant-woord LAVET niet is te vervaardigen.Oc^uetEEN PRODUCT VANMODEL BESCHERMD KRACHTENS INTERNATIONAAL DEPOT. NAAM WETTIG GEDEPONEERDOCRIETCABRiEK NV SAARN TEL 2380-3037 rK29''4)46verkiijgen van het kapitaal voor de Woningwetbouw aange-wezen op de normale organen van de kapitaalmarkt en kun-nen Rijksvoorschotten slechts worden verkend, indien wordtaangetoond, dat de gemeente, niettegenstaande herhaaldepogingen, op de kapitaalmarkt niet is kunnen slagen. Devoorlopige beschikkingen tot toezegging van de Rijkssteuningevolge de Woningwet behelzen mitsdien, te rekenen van1948 af, nog slechts de vermelding, dat een jaarlijkse bijdragetot een nader te bepalen bedrag wordt toegezegd, tarwijl ineen begeleidende brief wordt medegedeeld, welke bedragenwegens grond- en bouwkosten voorlopig worden aanvaardvoor het berekenen der bijdrage. Deze bedragen zullen auto-matisch verhoging ondergaan, indien de kosten van meer-werk, stagnatie- of andere risicoverrekening als behorendetot de stichtingskosten worden aanvaard.Ver^ekcring i.v.m. vaste uitbetalingsdag van de bijdrage,(Bij financiering met Rijksvoorschotten).Ingevolge het bepaalde bij artikel 24 b, lid 2, van het Wo-ningbesluit worden de bijdragen toegekend voor een tijdvakvan ten hoogste 50 jaren, aanvangende op het tijdstip, waar-op de woningen voor bewoning gereed zijn. Gelijk U bekendzal zijn, is voor elke gemeente een vaste datum bepaald,waarop jaarlijks de annuiteiten van uit 's Rijks kas op devoet van de Woningwet verleende voorschotten vervallen;op deze datum worden ook de bijdragen in de exploitatie-tekorten van complexen, die met Rijksvoorschotten zijn ge-financierd, -- eventueel bij voorschot --- ter beschikking vande gemeente gesteld.Daar de datum, waarop de woningen voor bewoning gereedzijn, in het algemeen niet zal samenvallen met de vastedatum, waarop de annuiteiten vervallen en de bijdragen terbeschikking worden gesteld, dient een verrekening plaats tevinden, welke als volgt zal geschieden.Indien de bouw wordt gefinancierd met Rijksvoorschotten,welke gedurende de bouwperiode in termijnen zijn opgeno-men, wordt mijnerzijds het renteverlies berekend over hettijdvak, gelegen tussen de gemiddelde uitbetahngsdag vande opgenomen termijnen en de gemiddelde bewoningsdag.Dit renteverlies wordt bij de definitieve vaststelling in deRijiksvoorschotten opgenomen, Indien echter de voorschottenaan het einde van de bouwperiode of daarna in een termijnworden opgenomen, kan de gemiddelde uitbetahngsdag nade gemiddelde bewoningsdag komen te liggen. In dat gevaldienen de bedragen der Rijksvoorschotten te worden verlaagdmet de rente over het tijdvak, gelegen tussen de beide ge-noemde dagen.Indien tijdelijke financiering met niet uit Rijksvoorschottenverkregen middelen heeft plaats gehad, moet een volledigeberekening -- bij voorkeur in staffelvorm ?-- van het daaruitvoortvloeiende renteverlies worden overgelegd. Hierin moe-ten de bedragen van de opgenomen termijnen der Rijksvoor-schotten worden verwerkt.(Bij financiering met op andere wijze verkregen middelen).Indien de bouw niet met Rijksvoorschotten wordt gefinan-cierd, moet bij het definitief vaststellen van de bedragenwegens grond- en bouwkosten, welke aan de berekening vande jaarlijkse bijdrage ten gron
Reacties