Ste'Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwOctober 1951 32e Jaargang no. lUN.V. Van den Belt 6 Go's Handel Mij.AMSTERDAM - Prinsengracht 852-862 - Tel. 31019-31144Specialiste in:e TRIPLEXe ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-^ ducten--p^ ? BOUWPLATEN (diverse soortenhout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)? ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustische tegelsLANCO%-PRO^v^^';^Vochtverschijnselenwefli wcrken is duurVocht voorkomenkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG & Co*Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersgracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103Kv 1.^ i^' i. ' ^'^^^^IvINEUiVlWij leveren vooroorlogse kwaliteiten met garantie voorduurzaamheidOok CARBOLINEUMVERFSERTTOI^EUiViDEKT IN eeN KEER !Leverbaar in 16 kleuren en wit.V/^JLlMtDTEGELHANDELKantoor en toonkamer:Pijnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,lilliputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.f^#too-?^.^adh?CARBOLI NEUMvoldoet aan de hoogste eisenweike men aan carbolineumkan stellen.N.V. TEE R PRO DUCT EN INDUSTRIETOUWEN & Co. -AMSTERDAMEEN NIEUW PRODUCTAtmota-motsteenEen buitengewone isolatiesteen voorgev^one prijs.Licht in gewicht. -- Onbrandbaar.Vraagt Uv^^ handelaar cm inlichtingen.Fabrikante N.V. ATMOTARigakade 8-12 - AMSTERDAM-C. - Tel. 44819-44879IN NEDERLANDSE WONINGENP*E metaalindustrie n.v. Amsterdam.TELEFOON KZ9 0 0. 46841 - 43969 - 61147GRANITOHoofdweg 66AMSTERDAMTelefoon 82745H. J. POSTMASpecialiteit in gepolijst kunstgranietenaanreclitbladen, gootstenen enz. engranito vloeren.Leverancier o.a. van de Spoorwegenden vergelijkingen gemaakt met hetgeen thans in Nederland valtwaar te nemen. In verband hiermede worden vele problemen ophet gebied van de volkshuisvesting, waarvoor men op het ogenblikin ons eigen land cen oplossing zoekt, uitvoerig behandeld. Ken-nisneming van de studie van Mr Kleijn is derhalve van belangvoor alien, die uit hoofde van hun beroep of anderszins metvolkshuisvestingsvraagstukken in aanraking komen.Het boek zal worden verlucht met een aantal foto's en met af-beeldingen van plattegronden van woningen en nieuwe stadswijken.De prijs zal naar schatting f 6,-- bedragen.Bestellingen kunnen, bij voorkeur op vorenstaand formulier, wor-den toegezonden aan de Vereniging van Nededandse Gemeenten,Paleisstraat 5, Den Haag.VERENIGING VAN NEDERLANDSE GEMEENTENNEDERLANDS INSTITUUT VOOR VOLKSHUISVESTINGEN STEDEBOUWHet ligt in de bedoeling om, bij voldoende belangstelling, te latenverschijnen:DE VOLKSHUISVESTING IN ZWEDENEcn voorbecld voor Nederland?doorMr A. KLEIJNBurgemeester van Meppel?INHOUDSOPGAVE:1. Inleiding 2. Stedebouwkundige vernieuwing 3. Hoogbouw 4. Groen-voorziening 5. De woningbouw 6. De woning 7. De woninglnrichting8. Centrale voorzieningen 9. De organisatorische kant van de volkshuis-vesting 10. Slot.De ontwikkeling van de volkshuisvesting in Zwcden trekt, vooralgedurende de laatste jaren, over de gehele wereld sterk de aan-dacht. Mr Kleijn heeft in het hierboven aangekondigde geschriftvele bclangwekkende gegcvens, verzameld ter gelegenheid van eenstudiereis naar Zweden, bijeengebracht.Zijn uiteenzetting beperkt zich echter niet tot een beschrijving vande Zweedse toestanden en hun ontwikkeling. Voortdurend wor-z.o.z.BESTELFORMULIERHet gemeentebestuur vanOndergetekendewenst te ontvangen:ex. DE VOLKSHUISVESTING IN ZWEDEN,door Mr A. Kleijn1951.(Handtekening)Toe te zenden aan de Vereniging van Nederlandsc Gemeenten, Paleisstraat 5, 's-Gravenhage.Tijdschrift voorYolkshuisvesting enOctober 195132e Jaargang ? No. 10MaandbladStedebouAvOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Ir P. Bakker Schut, Drs H. van der WeijdeAdres voor Kedactie en Abonnemenitens Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advcrtenttes! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutJhr M. }. I. de Jonge ivan Ellemeet erelid van het InstituutIn de op 20 September I.l. te Rotterdam gehouden ledenver-gaderlng heeft de Voorzitter namens het bestuur aan de ledenvoorgesteld de Heer Jhr M. J. I. de Jonge van Ellemeet, deonlangs afgetreden oud-Voorzitter, te benoemen tot erelid vanhet Instituut. Dit voorstel is door de vergadering bij acclama-tie aaiigenomen.Voor het afscheid van de Heer de Jonge van Ellemeet ver-wijzen wij naar het verslag van dit deel van de vergadering,datiin dit nummer is opgenomen.iCongres vooruitzichten woningbouwDe leden van het Instituut zijn per convocatie qpgeroepen totbijwoning van het demonstratief congres over de vooruitzich-ten voor de woningbouw, dat vanwege de Nationale Woning-raad en het Instituut gezamenlijk op 24 October in het gebouwTivoli te Utrecht is gehouden.Aangezien dit nummer op genoemde dag reeds ter perse was,kunnen thans nog geen bizonderheden over het verloop vanhet congres worden gegeven.Rapport ZonnecommissieVoor degenen, die gebruik hebben gemaa'kt van de gelegen-held tot intekening op het rapport van de Zonnecommissie,del wij mede dat de afwerking van dit rapport thans zo vergevorderd is, dat in de loop van November de verschijning kanworden tegemoetgezien. Daarna zal onmiddellijk met de uit-voering van de bestellingen worden begonnen.Wij betreuren de vertraging, die zich in de afwerking heeftdoen gelden. Zij is te wijten aan onvoorziene omstandighe-den, die op het tijdstip, waarop de gelegenheid tot intekeningwerd opengeste;ld, nog niet aanwezig 'waren.Commissie WoningkartothekenDoor het Instituut, samen met de Vereniging van NederlandseGemeenten, is overgegaan tot de instelling van een studie-commissie, die tot taak heeft zich te beraden over de wense-lijkheid en de wijze van inrichting van gemeentelijke woning-kartotheken.De Commissie wordt gepresideerd door de Heer Dr G. G.Pekelharing, oud-gemeentesecretaris van Hilversum. Als le-den hebben zitting genomen de Heren J. Blok, afdelingschefter secretarie van Beverwijk, W. A. H. W. M. Janssen, di-recteur van bouw- en woningtoezicht te Utrecht, W. A. J.van der Meulen, burgemeester van Terheyden, B. Nauta,referendaris ter secretarie te Hilversum (tevens secretaris), A.J. A. Rikkert, chef statistiek bij de Gemeentelijke Woning-dienst te Amsterdam en Mr N. J. Rowaan^ gemeente-secreta-ris van Zutphen. De Commissie wordt als adviserend lid bij-gestaan door de Heren Prof. Dr Ir H. G. van Beusekom,hoofd van de Afdeling stedebouw en onderzoek van de Cen-trale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting,Drs T. van den Brink, referendaris aan het Centraal Bureauvoor de Statistiek en Drs C. J. Graafland, administrateurbij de Rijksinspectie voor de Bevolkingsregisters.De gemeente 's Gravenhage zal nog tot aanwijzing van eenvertegenwoordiger in de commissie overgaan.De commissie is op 28 September namens beide constitueren-de lichamen geinstalleerd en is met haar werkzaamheden be-gonnen.Rijksdienst voor het Nationale PlanOntwikkeling in het Westen des LandsIn aansluiting aan het bericht in het Juli/Augustus-nummeromtrent het Onderzoek ,,Westen des Lands" kan thans wor-den vermeld, dat de Ministerraad kennis heeft genomen vanhet ontwerp-interimrapport ,,Ontwikkeling IJmond", dat op31 Juli 1951 door de Vaste Commissie van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan aan de Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting werd aangeboden en zich ermede heeftkunnen verenigen, dat het rapport thans door het Provin-ciaal Bestuur van Noord Holland nader in streekplanverbandwordt uitgewerkt.In verband met de in het rapport genoemde alternatievenheeft de provincie Noord Holland inmiddels een kleine werk-groep ingesteld, welke tot taak heeft deze alternatieven tebestuderen en terzake een voorstel te doen.Besluiten van de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvestingOp grond van artikel 29, derde lid van de wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Na-tionale Plan en Streekplannen werden door de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting de volgende bezwarengemaakt:dd. 17 September 1951, No. 42, betreffende de ontginning vanenige percelen grond onder de gemeente Beilen. Hiertegenis bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voorbereidingzijnde ontwerp voor een nationaal plan; 137RijksdieDstNationalc PlanAfschcidVoorzitterdd. 24 September 1951, No. 39, betreffende de voorgenomenbouw van een hotel in de gemeente Berg en Terblijt. Hier-tegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voorbe-reiding zijnde ontwerp voor een nationaal plan en met hetvastgestelde particle streekplan ter bescherming van water-wingebieden in Zuid-Limburg.Afscheid Jhr M. J. I. de Jonge van Ellemeet ahvoorzitter van het InstituutIn de ledenvergadering op 20 September 1.1., de eerste diedoor de nieuwe voorzitter, de Heer Mr H. W. Bloemers, werdgepresideerd, is, zoals reeds elders in dit nummer bericht is,aan de Heer de Jonge van Ellemeet het ere-lidmaatschap vanhet Instituut aangeboden. Vervolgens heeft de Heer Ir L. S.P. Scheffer, als oudste lid van het dagelijks bestuur, de af-getreden voorzitter namens de leden toegesproken. Wij latenhier de tekst van zijn toespraak volgen.Waarde oud-Voorzitter,Toen mij gevraagd werd in deze algemene vergadering ietste zeggen over wat er zeal in ons omgaat bij Uw aftredenals voorzitter, heb ik dit als een prettige taak volgaarne aan-vaard. En zo zijn dan de rollen omgekeerd vergeleken bijonze vergadering van December verleden jaar in Den Haagen mag ik U ditmaal toespreken namens de leden.Als we onze gedachten laten gaan over de periode van Uwvoorzitterschap, dan valt allereerst de lange duur daarvan op.Op 25 April 1931 hebt ge de heer Bloemers opgevolgd, eneerst ruim 20 jaar later, nl. op 4 JuJi 1951 hebt ge de leidingovergedragen, en wel aan een zoon van Uw voorganger. Uwvoorganger was in 1921 onze eerste voorzitter Mr Hudigopgevolgd, die toen tot Secretaris-Directeur werd benoemd.Ik memoreer deze data, omdat die zo duidelijk wijzen op eentypische karaktertrek van ons Instituut en zijn leiders, nl.standvastigheid en trouw. Trouw aan idealen, trouw aan be-ginselen, trouw aan personen. En dit is ook een van Uw ken-merkende eigenschappen: men kan onvoorwaardelijk op Ubouwen.Dat wij menigmaal een beroep op U hebben moeten doen,blijkt wel uit een korte opsomming van enkele der voornaamstefeiten uit de geschiedenis van ons Instituut gedurende de laat-ste 20 jaren. Bij het aanvaarden van Uw voorzitterschap in1931 beschikte het Instituut over een jaarlijks inkomen vanrond / 29.000.--- en telden wij 528 leden, waarbij 44 gemeen-ten. Enkele jaren later kwam de crisis: persoonlijke leden engemeenten bedankten, het regeringssubsidie werd geheel in-getrokken, zodat het beeld er in 1936 plotseling zeer somberuitzag: aantal leden 387, waaronder 28 gemeenten, jaarin-komsten rond f 10.000. -- . Dus rond 2/3 van het aantal ledenen 1/3 van het inkomen.Twee jaar eerder, in 1934, was Mr Hudig ons ontvallen, diede ziel van het werk was geweest, en toen stond ge een ogen-blik a,lleen, totdat het dagelijks bestuur gezamenlijk de taakovernam, waarbij mij het secretaris-penningmeesterschap werdbeschoren. Een taak, die enige jaren later door Mr Vinkwerd overgenomen en die wij geen van beiden zouden hebbenkunnen vervullen zonder de onvolprezen steun van mej. Kooi-stra en van de heer Van der Weijde. Ik herinner mij die tijdals een van intens beleven van ons Instituut en van een hechtesamenwerking met U als voorzitter, waarbij een tweede eigen-schap naar voren kwam -- steeds stond ge klaar voor hulpen steun. Het devies: ,,Wees bereid", is U als het ware naarhet lijf geschreven.In die eerste jaren voor de oorlog vonden verschillende be-loo langrijke vergaderingen plaats, waarvan ik slechts die noemwelke waren gewijd aan:1932. De organische woonwijk in open bebouwing -- Stede-lijk Museum Amsterdam;1936. Ordening der woningproductie, een sterk bewogenbijeenkomst in de Haagse dierentuin;1938. Een Nationaal Plan voor Nederland, in het gebouwvan K. en W. te Utrecht;en in hetzelfde jaar de overvolle vergadering eveneensin Utrecht, welke was gewijd aan de Volkshuisves-ting ten plattelande.In die periode werden o.a. gepubliceerd: de studies van DrDelfgaauw over Tendenzen in de decentralisatie van de Nij-verheid, en over het Forensenwezen in Nederland (1932),het Rapport van de Commissie Huisvesting Krotbewoners(1932),Rapport Commissie vereffening ongelijkmatige gevolgen uit-breidingsplannen enz. (1933),Rapport Commissie Goedkope Woning (1936).Deze activiteit werd grotendeels stilgelegd door het uitbrekenvan de oorlog in 1940. In 1941 volgde daarop de instelling vande Rijksdienst voor het Nationale Plan. Zijdelings had dittot gevolg de overbrenging van het bureau van ons Instituutvan de Kloveniersburgwal 70 naar de Lange Voorhout 19,omdat een samengaan met het Nationale Plan in velerlei op-zichten aangewezen bleek.In die jaren werd naar buiten natuurlijk vrijwel niet opgetre-den. Voor alles moest immers worden voorkomen dat de be-zetter zich met het Instituut ging bemoeien en dat is ookgelukt. Wel zag in 1942 het rapport van de Commissie Be-bouwing - Behoud van Natuurruimte het licht, terwijl in het-zelfde jaar een nieuwe Handleiding voor Uitbreidingsplannenwerd uitgegeven ter vervanging van die, welke in 1927 doorde Provinciale Vaste Commissie voor de Uitbreidings- enStreekplannen in Noordholland was samengesteld. In 1943moest deze worden herdrukt. Verder valt nog te vermelden,dat het Instituut de Algem-een Gemachtigde Dr Ir Ringersdesgevraagd van advies diende bij de beoordeling van Weder-opbouwplannen.Intern zat men intussen niet stil, getuige de verschijning reedsin 1946 van het uiterst belangrijke rapport van de CommissieRichtlijnen Woningpolitiek, aan welk werk gij intens hebtmedegewerkt.In datzelfde jaar verscheen een derde studie van de handvan Dr Delfgaauw, getiteld: Prijsvorming en Prijsbeheersingvan de ruwe bouwgrond, terwijl ten slotte in 1950 het Rapportvan de Commissie inzake Schade en Baat bij Stedebouwkun-dige Maatregelen het licht zag.Van de sinds de bevrijding gehouden vergaderingen noem ikdan nog die over:de Wijkgedachte, in Rotterdam, 1946;de Nieuwe bouwsystemen, in Utrecht, 1948;het Conflict Stadsuitbreiding, Landbouw, Recreatie, in Arn-hem, 1949;de Duplexwoning, in Utrecht, 1949;de Huisvesting van Alleenwonenden, in Utrecht, 1951;de vraag Eengezinshuis - Meergezinshuis, in Amsterdam, 1951en ten slotte als bizondere gebeurtenis het tweedaagse Wo-ningcongres-Amsterdam in 1948.Voorwaar een bonte rij van vraagstukken van onderling ver-schillende aard en strekking, die tezamen een vrij volledigbeeld geven van de veelzijdige activiteit van ons Instituut.Natuurlijk zijn de leden van een Instituut, dat zovele onder-werpen tot zijn werkgebied rekent, geenszins alien eensgezindomtrent de middelen die tot de in de statuten omschreven doel-einden zullen moeten of mogen voeren en dit verschil vanmening komt op onze bijeenkomsten dan ook gelukkig steedstot uiting. Wat dan weer op bepaalde ogenblikken de voor-zitter tot ingrijpen noopt.En telkenmale bleek daarbij dan hoezeer ge de gave bezit cmde discussies weer in het rechte spoor te brengen, de lang-sprekers aan de hun toegemeten tijd te herinneren, zo nodigiemand tot de orde te roepen. Uw ingeboren wellevendheid,gepaard aan een besliste houding en een helder inzicht hebbenU dat onbestreden gezag verzekerd, waardoor Uw leiding zovanzelfsprekend door een ieder werd aanvaard.Omdat ik het grote voorrecht heb gehad lange jaren met Ute mogen samenwerken, ook wat de Internationale betrekkin-gen tot de Federation betreft, en dus uit ervaring kan spreken,meen ik zonder overdrijving te mogen constateren, dat hetzeker niet in de laatste plaats aan Uw wijs beleid te dankenis, dat ons Instituut de diepe inzinking, welke ik in de aan-vang memoreerde, zuiver en onbeschadigd is te boven gekomen.Tegenover het minimum van rond f 10.000.^-- inkomsten en387 leden, waarvan 28 gemeenten in 1936, staan nu (1950)immers bijna f 24.000.-- inkomsten bij een ledental van 789,waaronder 106 gemeenten.Ge he:bt ons Instituut door verschillende zware stormen heenals ee|n ervaren kapitein gestuurd naar veilige haven enhet heeft ons dan ook buitengewoon veel plezier gedaan, datHare Majesteit de Koningin U enige tijd geleden de hoge on-denscheiding van Ridder in de Orde van de NederlandseLeeuw heeft toegekend.Ik hoop dat de enkele grepen uit de veelbewogen geschiede-nis van de laatste 20 jaren voldoende licht hebben doen vallenop Uw betekenis voor het Instituut en ik eindig dan ook metnamens de leden en in het bizonder namens het dagelijksbestuur uiting te geven aan onze warme gevoelens van waar-dering en erkentelijkheid voor alles wat ge als Voorzitter voorons Instituut hebt gedaan.Rotterdam, 20 September 1951In zijn antwo'ord heeft de Heer de Jonge van Ellemeet zijnerkentelijkheid uitgesproken aan de vergadering voor het hemtoegekende erelidmaatschap, dat hij gaarne aanvaardde en aande Heer Scheffer voor diens woorden. Spr. had met veel ge-noegen aan het werk in de kring van het Instituut deelgenomenen heeft daarbij altijd het gevoel gehad te verkeren in eenkring van goede vrienden, in het bizonder in het dagelijksbestuur, maar ook in het bestuur en de ledenvergaderingen.De opsomming van de vele werkzaamheden van het Instituutuit de jtijd van zijn voorzitterschap had spr. met grote belang-stelling aangehoord, maar hij heeft daarbij opnieuw beseft enwilde dit bij deze gelegenheid graag uitspreken dat het per-soonlijk aandeel van ide Voorzitter bij dit alles toch maarbescheiden is geweest.Het was niet sprekers bedoeling om hier een soort van testa-ment a|an zijn opvolger na te laten, maar toch wilde hij graageen enkel woord zeggen over de aard van het werk op hetterrein van volkshuisvesting en stedebouw in Nederland nuin vergelijking met 20 en meer jaren geleden. Toen was er eenzeker gevoel aanwezig van voldaanheid over de prestaties,een gevoel dat door de getuigenissen van buitenlandse bezoe-kers werd aangewakkerd. Nederland stond in vele opzichtenvooraan. Wanneer wij daarmee de huidige positie vergelijken,dan moeten wij vaststellen dat wij onze vooraanstaande plaacsniet meter ten voile innemen. Duidelijk bleek dit uit de uitla-tingen Van buitenlandse bezoekers op het internationaal con-gres verleden jaar in Amsterdam. Men had algemeen bewon-dering voor onze kwantitatieve prestaties, maar naar de kwa-liteit bezien vond men hetgeen hier na de oorlog was ver-richt maar op de rand van het aanvaardbare, soms zelfs daar-overheen. Ook als wij ten voile laten wegen dat de oorlogons wel zwaar ontredderd heeft achtergelaten, moet dit tochtot nadenken stemmen. Bij een recent bezoek aan Engelandhad spr. nog eens opnieuw de indruk gekregen dat men daarbij de aanleg van nieuwe steden en nieuwe wijken blijk geeftvan een mate van intui'tie en fantasie, die hier niet aanwezigis.Spr. sprak het vertrouwen uit dat het Instituut zich in dekomende jaren met dit onderwerp zal bezighouden en daarbijtot constructieve denkbeelden zal komen.Onttrekken van landbouwgrond aan zijn bestem- voor,'u1mind Artlkeleudoor Ir P. K. van MeursHet vraagstukHet hierboven gebruikte woord ,,bestemming" heeft in ste-debouwkundige zin een andere betekenis dan in het gewonespraakgebruik. Men verstaat daaronder in die kringen eenpubliekrechtelijke aanwijzing voor een bepaald doel, die inbeginsel los staat van en het tegenwoordige gebruik van degrond en van de bedoelingen, die eigenaar en gebruiker metdie grond hebben. In deze zin gelezen, kan een particuliergeen ,,bestemming" aan zijn grond geven, is hij niet vrij omdeze te gebruiken voor de doeleinden, waarvoor hij dit wenst.Een stedebouwkundige zal bovenstaande titel dan ook lieverlezen als: Onttrekken van landbouwgrond aan het gebruikals zodanig. Daarbij wordt in het midden gelaten, of die gronddan al publiekrechtelijk een bestemming als agrarische grondhad.In de laatste jaren is de vraag, in welke mate landbouwgrondenvoor andere doeleinden mogen worden bestemd -- waardooronttrekking aan dat gebruik formeel toegelaten en mogelijk,in zekere zin zelfs bevorderd wordt -- veelvuldig en vanvele zijden onder ogen gezien. In het bizonder van landbouw-zijde wordt aangedrongen op beperking van de mate, waarin-- en zorgvuldige keuze van de terreinen, voor welke -- ditzal plaats hebben. Maar ook van andere zijde, o.a. die dervolkshuisvesting, is ditzelfde deels onder de indruk van definanciele moeilijkheden, die exploitatie van grond als bouw-terrein tengevolge van de huurstop ondervindt, bepleit. Meeralgemeen gezien^ spelen toenemende wereldbevolking en na-tionale bevolking, en door de gewijzigde economische situatienaar verhouding toegenomen belang van de agrarische sectorin het nationale bestel, en in het bizonder de zeer belangrijkeplaats, die thans het agrarische deel van ons bedrijfsleven opde handelsbalans inneemt, hierbij de hoofdrojlen. De goedeorganisatie van de landbouw draagt er toe bij, dat daarop hetvoile licht valt.Op de betekenis van dit vraagstuk behoeft hier niet diep teworden ingegaan. Voor onze toenemende bevolking is opallerlei gebied ruimte nodig: voor haar huisvesting, haar be-drijvigheid in de nijverheid en voor haar ontspanning., Ver-keer, landsverdediging, handel en andere doeleinden vragen,zij het niet in gelijke, dan toch alle in toenemende mate omruimte. Die ruimte wordt bijna steeds verkregenj door opof-fering van oppervlakten, die de bevolking voor de productievan 'voedingsmiddelen in gebruik heeft. De vraag, in hoeverredit kan, en mag, en moet, is voor de? stedebouwkundige eendagelijks terug'kerende.Zijn geschiedenisHet loont de moeite, na te gaan, wanneer die vraag zich, inhaar huidige vorm, is gaan stellen, en hoe de stedebouwk'un-digen en hoe de overheid zich, veelal op hun advies, daartegenover hebben gesteld. Slechts enkele decennia geledenwas verreweg het grootste deel van de oppervlakte van Ne-derland nog niet in stedebouwkundige zin bestemd tot enigdoel. Ook toen reeds was het overwegend voor agrarischedoeleinden in gebruik. De eigenaar van gronden had,naar burgerlijk recht, de vrije beschikking om met zijn eigen-dom te doen, -- volgens algemeen spraakgebruik het te be-stemmen voor het doel -- dat hem goed dunkte. Die vrijheidkon alleen worden beperkt krachtens de wet. Verreweg degrootste invloed had ter zake de Woningwet.De eerste belangrijke ingreep op voet van de Woningwet indie vrijheid vormde de bepaling, in bouwverordeningen opget-nomen, dat het verboden was te bouwen, anders dan aaneen weg die aan zekere eisen voldeed (ander gebruik impli-ceert meestal, althans voor een deel: bouwen voor andere danagrarische doeleinden). Die bepaling had in zekere zin eenstedebouwkundig karakter, althans stedebouwkundige gevol- 139Artikelen140gen. Het stond de eigenaars van vele terreinen -- naarmatede bepaling en de eisen werden verscherpt steeds meer ter-reinen '-- niet meer vrij, hun grond ?-- meestal dus landbouw-grond --- voor woningbouw' of industriele bebouwing te ge-bruiken. Het bestaande gebruik bleef dan meestal gehand-haafd.Deze ingreep had aanvankelijk meer theoretische dan prac-tische betekenis. Zij kreeg de laatste door een tweede stap.Die tweede belangrijke stap vormde het bekende Kon. Besluitinzake Rockanje. Daarin werd, op grond van goeddeels ste-debouwkundige overwegingen, uitgesproken, dat geen wegraanleg geoorloofd was, wanneer die niet overeenkwam meteen rechtsgeldig uitbreidingsplan. Hoe was nu de practijk bijhet opmaken van uitbreidingsplannen? Het was deze, datmeestal van de zijde van eigenaars van agrarische grond hetbezwaar werd gemaakt, dat die plannen te klein -werden op-gezet, dat hun gronden niet voor bebouwing, anders dan vooragrarische doeleinden, werden bestemd. Ter zake is, ook doorstedebouwkundigen, een lange en hardnekkige strijd gevoerd.Steeds krachtiger zijn zij op de bres gaan staan voor reele enbeknopte plannen, o.m. gebaseerd op goede bevolkingsprog-noses, voor beeindigingsplannen, voor het vrijhouden vangrote, dus ook overwegend voor agrarische doeleinden gei-bruikte, oppervlakken van elke andere bestemming. De naamDudok kan hier als voorbeeld, onder verwijzing naar het al-gemeen uitbreidingsplan van Hilversum en de algehele her-ziening van het uitbreidingsplan van Wassenaar, worden ge-noemd. De ironie van het lot wilde, dat hij ter zake van hetstructuurplan voor Den Haag grote bezwaren van agrarischezijde heeft ontmoet. Er is dan ook inmiddels veej veranderd.Een grondig gewijzigde situatie is opgetreden. Thans is detoestand zo, dat een zeer groot deel van de Nederlandsebodem bij rechtsgeldig plan ?-- in hoofdzaak veelal --^ vooragrarische doeleinden is bestemd, zodat daar bijna elk andergebruik wordt belemmerd. Dit is, na de twee genoemde be-langrijke stappen, de derde etappe. Dit alles wil zeggen, datop voet van de Woningwet het onttrekken van landbouwgrondaan het huidig gebruik als zodanig, op krachtige wijze meeren meer is en nog wordt tegengegaan; dat dat gebruik juistwordt bevestigd door rechtsgeldige maatregelen. Men kandit voorgeschiedenis noemen, erkennen, en nog niet tevredenzijn. Men kan opmerken, dat het in de loop der hiervoor ge-schetste geschiedenis, meer ging om het verkrijgen van meerreele plannen, om het brengen van orde in de andere bev-stemmingen, en dat het thans meer gaat over verdere beper-king van de omvang dier totale oppervlakte. Maar dit is dantoch nog slechts een gradueel verschil, een nieuwe vorm vanhetzelfde vraagstuk.Huidige stand van het vraagstukInderdaad, het vraagstuk is er nog, en in diei nieuwe vormzo klemmend, dat al wat bereikt werd, nog niet voldoet. Dehuidige omstandigheden dwingen, meer dan vroeger, tot degrootst mogelijke zorgvuldigheid, de grootst mogelijke bes-perking zeJfs van de ,,schaduw" van andere bestemmingen,op agrarische grond te leggen. Die beperking kan andere be-langen in gevaar brengen: opheffing van de woningnood,industrialisatie, verkeersbelang, het bieden van meer ontspan-ning. Men kan elk dier belangen en het landbouwbelang elkvoor zich bezien. Er kan dan gesproken worden van een be-langenstrijd. Een strijd, die met de juiste middelen: overwe-gingen, argumenten, zo mogelijk ook met zakelijke gegevensen objectieve vergelijkingen moet worden beslecht. Het af-wegen van deze belangen, het bereiken van een uitgewogengroepering der belangen, een synthese daarvan tot een belang,is nodig. Dat be>lang is het welzijn der bevolking. Practischhelpt de vaststelling van dit laatste ons niet veel verder. Welkebetekenis hebben voedselvoorziening, huisvesting, verkeer,ontspanning, defensie enz. voor het welzijn der bevolking?leder individu ziet dit anders: de een meer economisch, deander meer sociaal, de volgende meer politick, een vierde meercultured, een vijfde meer ideeel.Werktvijze bij het afwegenNu is deze beoordeling ook niet aan het individu overgelaten.Dit beheerst deze materie niet, en neemt ook de beslissingniet. Men zou er aan kunnen denken, deze te steJlen in handenvan een aristocraat, wijsgeer, profeet, ziener, dichter, anderkunstenaar of dictator. Maar zo grote bevoegdheden liggenniet in het bereik van een hand of een brein. Dit brein zoudan overigens ook al deze facetten niet kunnen overzien zonderkennis van zakelijke gegevens, zonder het aanleggen van ob-jectieve maatstaven. Het volk, de massa, is daartoe evenmingeroepcn. Het gaat om beslissingen van dagelijks beheer,dageliikse toepassuig, niet om zaken van principiele, wet-gevende aard. Zolang men handelsverdragen, vragen vanoorlog en vrede, muntwaardering e.d. niet aan volksstem-mingen onderwerpt, kan men dit met planologische vragenook niet doen. En al zou men dit doen -- zoals in Zwitser-land voor wat b.v. het beloop van hoofdwegen betreft '--dan nog zou men dat volk ivolledig van voorlichting moetendienen door het verstrekken van zakelijke gegevens. Het isdan nog de vraag, of een aldus te verkrijgen som der indi-viduele meningen als de mening van het geheel zou moetenworden beschouwd. Overigens: bij het consult der mediciwordt de patient terecht niet over alle details ingelicht. Is hetgeheel onjuist, de huidige gemeenschap als patient te be-schouwen?Beoordelingen en beslissingen hebben plaats in bestuurscol-leges, voorgelicht door ambtelijke instanties, en commissies.In deze lichamen treft men vele vertegenwoordigers van airzonderlijke belangen aan. In het bizonder bij het rijk: de per-soonlijk voor een departement verantwoordelijke ministers.Begrip voor alle belangen, dus voor door anderen vertegen-woordigde belangen, is dan onontbeerlijk. Maar voor verge.-lijkende beoordelingen isdaarnaast het gebruik van objectievemaatstaven ten zeerste nodig. Ook beseft men, dat vele be-slissingen niet incidenteel, van geval tot geval, maar in onder-linge samenhang, in de vorm van een plan, genomen moetenworden, Een goede afweging is dan echter nog meer van heirlang. Het genoemde begrip is groeiende, de bruikbaarheidder maatstaven neemt toe.Overwegingen en argumentenOverwegingen en argumenten waren aanvankelijk primitiefen scherp. Het is nuttig er daarvan verscheidene te noemen.,,De agrarische bestemming van grond is de oudste, is denatuurlijke, is primair". Daar staat tegenover: ,,de eerste oc-cupatievorm was die als woongebied, jachtgebied, roofgebied",of ,,het natuurlijke is niet het meest menselijke", of ,,er is geenhierarchic van bestemmingen", of ,,de natuurlijke bestemmingis die van woeste grond".,,Eerst komt de voedselvoorziening, dan de andere levensbe-hoeften". Daar staat tegenover: ,,Even onontbeerlijk voor in-standhouding van het leven is beschutting (huisvesting, kle^ding, verwarming, verdediging)" of wel: ,,Ons volk is thansgoed gevoed, maar onvoldoende gehuisvest, onvoldoende ont-spannen" of nog algemener: ,,het heeft eerst zin het leven instand te houden, wanneer het levenswaard is".,,Onze bevolking moet zich uit eigen bodem kunnen voeden".Daar staat tegenover: ,,Voedingsmiddelen kunnen geimpor-teerd worden, woonruimte, ontspanningsruimte, verkeersr-ruimte niet en zij kunnen ook niet elders geboden worden",of: ,,onze bevolking kan niet emigreren in de mate, die nodigzou zijn om aan die eis te voldoen".,,In tijd van oorlog moet Nederland zijn bevolking, wat voe-dingsmiddelen betreft, in leven kunnen houden". Daar staattegenover ,,Nederland zal in een oorlog nooit een afgesloteneenheid zijn", of ,,dit is voor kleine eenheden, als b.v. devesting Holland, toch niet mogelijk", of ,,men kan voorradenaanleggen" of ,,daardoor wordt de boer gelijk aan de beroeps-militair: alleen van direct inut in geval van oorlog: een ver-zekeringspremie voor noodgevallen".In al deze overwegingen zit lets waars, sommige, zelfs tegen-gestelde, zijn wellicht geheel waar: maar dit brengt de zaakKunnen nuchtere cijfersgeloochend wordenfWanneer verschillende componenten, die onderling sterk in pr-ijsverschillen, tot een kunststeenmortel verwerkt moeten worden --DAN leidi EEN 5TREVEN NAAR HET GOEDE ioi een anderekorrelsamenstelling dan EEN STREVEN NAAR HET GOEDKOPE.OCRIET koos het streven naar het GOEDEen de OCRIET research verschafte in deloop der jaren de nuchtere cijfers, die zichniet ongestraft laten loochenen. De tijd zai66k hier weer leren, dat goedkoop uit-eindelijk toch duurkoop is.OCRIETFABRIEK N.V. BAARN TEL 2380 (K 2954)Oc^Uet IS NIET DUUR . . . DE TIJD ZAL HET LEREN!EENPRODUCT VANjj&trekkin^&nGEMEENTE EINDHOVENBij de Dienst van Gemeentewerken kan op arbeidsover-eenkomst naar burgerlijk recht, dan wel in publiekrechte-lijk idienstverband met een proeftijd geplaatst wordenI EEN TECHNISCH AMBTENAARop de afdeling Bouw- en Woningtoezicht, voor de woning-verbeteringen.Afhankelijk van opleiding en practische ervaring zal plaat-sing geschieden in de rang van technisch ambtenaar (sala-risgrenzen / 3400,-- en / 4600,--, via 6 eenjaarlijkse verho-gingen van / 200,--) of technisch ambtenaar le klasse (sa-larisgrenzen / 4600,-- en f 5400,--, via 4 eenjaarlijkse ver-hogingen van / 150,-- en 2 eenjaarlijkse verhogingen van/ 100,--).Op vorengenoemde bedragen komen de thans geldende toe-lagen in meerdering.Tewerkstelling c.q. aanstelling boven het minimum is nietuitgesloten.Vereiste: diploma M.T.S. of daarmede gelijkwaardige op-leiding.SoUicitaties op zegel met uitvoerige inlichtingen omtrentopleiding, practische ervaring en referenties binnen 14dagen na het verschijnen van dit blad te richten aan deDirecteur van Gemeentewerken, Stratumsedijk 20, Eind-hoven.Persoonlijke kennismaking uitsluitend na oproep.GEMEENTELIJKE WONINGDIENST AMSTERDAM viaagtvoor spoedige indiensttredingEEN WONINGOPZICHTERESbil voorkeur in het bezit van diploma van een School voorMaatschappelijk Werk (met aantekening Woningtoezicht) enliefst niet ouder dan 35 jaar.Salarisgrenzen (inclusief toelagen) f. 2980.-- (minimum)f. 4229.- (maximum).Bij de toekenning van het salaris zal rekening worden ge-houden met ervaring en bekwaamheid. Aanstelling voorlopigin tiidelijke dienst met uitzicht op vaste aanstelling.Uitooerige eigenhandig geschrecen sollicitatie, op zegel, onderNo. 109 W.D. in te zenden bij de Directeur der Gem. Perso-neelsvoorziening. Sarpbatistraat 92, Amsterdam (C).EDEL STANDGROENEDEL STANDROODEDEL STANDBRUINEDEL STANDZWARTEDEL STANDGEELEDEL STANDBLAUWEDEL STANDWITjf^A^ya^vBy^r ^ffUjL tN.V. v.h. EVERT KONING & Co.ZAANDAM - Telef.1 3692-4821-4985.?AibesparenbouwkosteniVoorheen: 10 m^^^n-steensmuurintraditioneelmetselenbetekent: 1500 handelingen, 480 L. specie, 11 manuren.Thans: 10 m^ een-steensmuur in het stellen van B2-blok-ken betekent: 90 handelingen, 180 L. specie, 3' 12 manuren.BREDERO BETONTEL: K3408, 541 en 412ZUILENWegenbouwbedrijf jjllLUunHlLLNova Zemblastraat 65Amsterdam - Telefoon 48047VIoeren in ,,Maycrele" Woningenzijn door ons uitgevoerd!Door de navolgendeeigenschappen bij uitstekgeschikt voor woningbouw :VochtvrijHygienischKoudewerendStofvrij (in tegenstelling tot beton)Eenvoudig in onderhoudMaken bij het leggen van zeilof andere vioerbedekking hetgebruik van viltpapier overbodigAlle voorkonnende wegconstructiesen het maken van gietasfaltvloerenT.cnS, FABRIEK VANTURN- EN SCHOOLMEUBELENAMSTERDAMDir. M. J. HilleniusBilderdijkpark 27 Telefoon 85207DE KOSTEN VAN EEN RECLAME IN DIT TIJDSCHRIFTZULLEN U MEEVALLEN !Gaarne verstrekken wij U geheel vrijblijvendprijsopgave.ADMINISTRATIE: Keizersgracht 188, AMSTERDAM, C.Telefoon 49128 en 43254.6fV'V-^^^v.'C.V. NEDERLANDSE LUCHTFOTO- EN RECLAME MI|AMSTERDAM - KEIZERSGRACHT 414 - TELEFOON 31391OVERHEAD DOORSOVER THE TOP DOORS (KANTELDEUREN)en alle andere systemen garagedeurenJ, & a STROBANDNieuwe Teertuinen 22-23 - AMSTERDAM-C. - Telefoon 47139LoodgietersbedrijJA. de GraafDomselaerstraat 8AMSTERDAM OTel. 55012Aanleg vanGAS- enWATERLEIDINGENLeveringSANITAIROnderhoudCENTRALE VERWARMINGniet verder. lets vruchtbaarder zijn algemene argumenten,waarbij men gaat meten en vergelijken.Vergelijkingscij[ers,,Tien hectaren grond kunnen gemiddeld tien, hoogstenstwintig koeien voeden, een boerengezin levensonderhoud ver^schaffen en een ander gezin voedsel verschaffen; op dezelfdeoppervlakte kunnen duizend industriearbeiders de kost ver-dienen, of tweeduizend personen woongelegenheid vinden,of tienduizend voldoende dagelijkse ontspanning". Daar staattegenover: ,,Is er agrarische grond, dan zal deze stellig alszodanig worden gebruikt, maar is er industrieterrein, dan iser nog niet altijd Industrie". Of wel:,,Per hoofd der bevolking wordt thans 2400 m2 voor voedselrproductie gebruikt, 60 m- voor het wonen, 20 m2 voor hetbedrijfsleven, 120 m2 voor verkeer en vervoer (ook van land-bouwproducten), 10 m^ uitsluitend voor de ontspanning,200 m2 als bos. Door opoffering van alle tuinen zou men danook nog geen vijftigste, van alle ontspanningsruimte een vier-honderdtachtigste, van alle industrieterrein een honderd-twintigste, van alle verkeersruimte een twintigste en van allebos nog geen twaalfde aan de landbouwproductie kunnentoevoegen". Of wel:,,Aan het nationaal inkomen wordt jaarlijks per m^ land-bouwgrond voor ruim 5 ct, per m2 industrieterrein voor ruimf 8.^-- bijgedragen, d.i. per m2 industriestad c.a. toch nogaltijd meer dan f 1.--". Daar staat tegenover:,,Het positieve saldo op de handelsbalans bedroeg verschei-dene jaren in de agrarische sector soms bijna 3 ct per m2landbouwgrond, voor de industriele sector is het negatief, enruim honderdmaal groter". Maar hier kan weer tegenoverworden gesteld: ,,De industriele sector is dus onvoldoende, enmoet dus worden versterkt" of wel: ,,De handelsbalans iswisselvallig". Ook deze argumenten 'kunnen nog weinig toteen goede vergelijkende waardering bijdragen. Zij zijn hiermaar zeer summier weergegeven, de bovenstaande cijfers zijnglobaal en de daaraan ten grondslag liggende berekeningenvereis^n nog zeer veel detailonderzoek, waardoor ook dewaardering kan worden verbeterd. Zeer waardevol werk ister zake reeds verrichti).Een wijze van metenToch wijzen de laatste argumenten een weg. Het is die,waarbij de waardering van de grond, naar de wijze van ge^bruik, wordt uitgedrukt in geld. Het geld is de maatstaf, waar-in men economisch zeer uiteenlopende zaken tot uitdrukkingkan brengen. Aan de economische waarneming ontsnappennogi vele verschijnselen, toch is het mogelijk vele ook maat-schappelijke belangen in geld uit te drukken. Daaronder bev-hoort de waarde van grond bij gebruik voor velerlei doelein-den. Gezien de overheersende betekenis van het economischein onze tijd en onze gemeenschap, en de invloed ervan oppolitiek, techniek, zelfs op sociaal, cultureel en geestelijk leven,is een economische vergelijking een veel zeggende. Naasteen economische waardering zal echter steeds een waarderingvan andere gezichtspunten uit moeten worden gestejd. DeAfdeling voor Technische Economie van het KoninklijkInstituut voor Ingenieurs heeft op 30 November 1949 eenvergadering gewijd aan het onderhavige vraagstuk. Ook indit gezelschap werd aangedrongen op het toepassen van ob-jectieve wijzen van meten met een gelijke maatstaf. Voor destedebouw'kundige, die de overheid adviseert, die zich gaarnetussen de belangenvertegenwoordigers op objectief standpuntplaatst, dit behoort te doen en, blijkens het voorgaande, aandie eis tot dusver in het algemeen niet slecht heeft voldaan,is dit allereerst nodig. Voor hem bestaat zelfs de noodzaak,om, zolang de hier bedoelde manieren van meten nog niet een^) Zie .jE.S.B." 24 Juni 1942, o.a. ,,De Betekenis van de Industrie voorhet Natibnale Inkomen van Nederland", Dr J. Tinbergen en Dr J. B. D.Derksen.voldoende graad van betrouwbaarheid hebben verkregen,reeds rekening te houden met wat tot nu ter zake is bereikt.Privaaf-economische waardeWaarde van grond is een reeds lang bekend begrip, waardevan grond voor enig beperkt gebruiksdoel is dat a^ in min-dere mate. Een privaat-economische waardebepaling van grondontstaat op een vrije markt. De behoeftebevrediging, die eenterrein kan helpen bieden: als agrarische grond, als industrie-terrein, als terrein voor woningbouw of als ontspannings-terrein, komt dan door middel van het vrije marktmechanismetot uitdrukking in de prijs, die voor de grond als middel totbevrediging der behoeften voor elk dier doeleinden kan wor-den bedongen. Op die vrije markt werken de behoeften vanalle individuen, naar de mate van hun koopkracht, in. Zijvormt daarmede echter nog geen maatstaf voor de behoef-ten der gemeenschap, die meer is dan de som der individuen.Sociale motieven komen op die markt alleen tot uitdrukkingin de vorm van overheidsuitgaven en particuliere uitgaven,die de vorm van liefdadigheid hebben. Dit is echter onvol-doende om de behoeften van hen, die vrijwel zonder koop-kracht op de markt komen, tot uitdrukking te brengen. En erzijn bovendien niet.-individuele, maar collectieve behoeften,(defensie: tegen het water, een vijand; culturele: stads- enlandschapsschoon) die niet op een vrije markt tot uitdrukkingkunnen komen. Er zijn dus op de waardebepaling op de vrijemarkt correcties nodig, wel'ke in plaats van tot een privaat-economische waardering, tot een sociaal-economische leiden.Sociaal-economische waardeEr is lang gepoogd uit en naast de privaat-economischewaardebepaling, in het bizonder voor landbouwgrond, tot eensociaal-economische i) te komen. Een ernstige stap in dierichting vindt men in het Maandschrift van het CentraalBureau voor de Statistiek van Jan. 1943. 2) Deze berekeningengingen uit van de veronderstelling van de aanwezigheid vaneen aanmerlkelijke, vrij langdurige w^erkloosheid en van deaanwezigheid van werkloos kapitaal, voorts van een rente-voet van 4%. Deze veronderstellingen zijn thans als uit-gangspunten niet meer aanvaardbaar. Volgens huidige op-vattingen dient werkloosheid niet a priori te worden aange-nomen, maar voorkomen of althans tijdig weggecorrigeerddoor middel van de investeringspolitiek en belastingpolitiek.De beschikbare hoeveelheid grond, de grond in het algemeen,speelt daarbij geen bizondere rol. In de huidige omstandig-heden is werkloos kapitaal niet in betekenende mate voor-handen. De resultaten der bere'kening ?-- die voor landbouw-grond van gemiddelde kwaliteit leidde tot een waarde opkorte termijn van 18.75 ct per m2, een waarde op lange ter-mijn van 30 ct per m2, en een sociale waarde van 30-90 ctper mi2, d.i. dus ruim anderhalf tot bijna Vijf maal zoveel --zijn dan ook niet meer aanvaardbaar. Een lagere rentevoetdan 4%, zoals wij thans kennen (daarop wordt hieronderteruggekomen) zou weliswaar de sociale waarde hoger doenuitvallen, maar de ongeldigheid van de twee voornaamsteuitgangspunten onttrekt vrijwel alle waarde aan de berekeningvan de hogere sociale dan privaat-economische waarde. Zijblijkt dan ook in economische kringen allerminst te zijn aan-vaard. Ook de berekeningen van Dr Ir A. W. G. Koppejan(Maandblad voor de Landbouwvoorlichtingsdienst Juni 1949No. 6 ,,Wat mag grond kosten?"), die leiden tot een socialewaarde, welke tot het vijfvoud van de privaat-economischezou bedragen, worden door anderen (J. Mol Li. ,,Is het begrippubliek-economische waarde een bruikbaar hulpmiddel bij dewaardebepaling van cultuurgronden?" Landbouw'kundig Tijd-schrift Juni 1950) op goede gronden aangevochten.In het onlangs verschenen boek van Prof. Dr C. H. Edelman,Sociale en Economische Bodemkunde (1949) is ook aan deArtikelen^) Maatschappelijke waarde, publiek-economische waarde.-) Berekeningen over de ,,sociale waarde" van de grond. 141Artikelcn sociale waarde van landbouwgrond aandacht gewijd. Deschrijver wijst erop dat slechte en goede landbouwgrond opde economische situatie van ons land zeer verschillende invloedhebben, voorts, dat er groter verschil in waarde tussen diegronden bestaat, dan in de marktprijs ooit tot uitdrukkingkwam, zelfs, dat die prijs een zeer slechte /indicator van diewaarde is. ,,De vroegere werking der vrije krachten is slechtgeweest". ,,Dit is voornamelijk een gevolg van de overschattingvan de waarde van het minder goede land" (Hfdst. XIII,Sociale waarde van de grond, biz. 133). Hij gaat van deuitkomsten van bedrijfseconomisch onderzoek uit, en consta-teert dat het huidige landbouwgebruik van slechte grondendoor beschermende maatregelen (prijsregelingen, handelsbei-lemmeringen, directe steun) is geflatteerd, maar in wezeneen druk op het gemiddelde welvaartspeil van ons land uit-oefent. Daarentegen zou de sociale waarde van goede land-bouwgrond veel hoger liggen dan de privaat-economische.,,Wij zouden er op willen wijzen, dat cijfers, gebaseerd opgemiddelden, een te ongunstige indruk geven van het goedeen een veel te gunstige van het slechte land" (biz. 142). Niethet peiJ van de beloning van de arbeid, die bedrijfseconomischmogelijk is, zou de doorslag bij de waardebepaling moetengeven, maar de mate, waarin dat peil beneden of boven hetlandsgemiddclde ligt. Het gebruik van slechte landbouwgrondzou een sociale last, dat van een vruchtbare landbouwstreekeen goudmijn zijn: , terwijl tenslotte de slechtste grondeneen negatieve waarde, dus een sociale last voor de gemeen-schap betekenen" (biz. 144). De multipliermethode, waaraande naam van Keynes verbonden is, wordt hierbij niet onderdie naam aangehaald, maar wel toegepast.Bij deze beschouwing kan men verscheidene kanttekeningenmaken.In de eerste plaats, dat zij meer nationaal-economisch dan so-ciaal-economisch getint is. De sobere levensstijl, die men opslechte landbouwgrond aantreft, wordt meer als een euvel danals een goed beschouwd. Deze opvatting sluit echter aan bij hetverschijnsel, dat het loonpeil in de agrarische sector wordt op-getrokken naar het loon van geoefende en geschoolde arbeidin andere sectoren. Het landbouw-egalisatiefonds, niet ge-noemd, wordt stilzwijgend aan critiek onderworpen. Het is ookopmerkelijk, dat een parallel daarvan in andere sectoren nietaanwijsbaar is; in ander bedrijfsleven beperkt men zich tot in-cidentele steun voor (gehele of semi-) overheidsbedrijven engrote opdrachten; er is echter geen onderlinge steun binneneen sector. De vraag, of een dergelijk fonds niet strekt tot thesurvival of the unfittest ?-- althans tot te intensief gebruikvan slechte grond -- staat op de achtergrond der beschouwing.Wanneer men de differentiele landbouwsteun uit socialeoverwegingen aanvaardt, kan men concluderen dat aan slechtelandbouwgrond een waarde moet worden toegekend, ongeveergelijk aan de marktwaarde, en aan goede landbouwgrondeen waarde, die enige malen hoger ligt.Een moeilijkheid bij een overwegend sociale waarderingvormt echter nog de vraag, hoe groot men de gemeenschapmoet nemen, waarvoor die sociale w^aardering moet plaatshebben. Is dit de natie, de Benelux, West-Europa, of degehele wereld? Kan de voedselproductie in Nederland ge-waardeerd worden op grond van de behoefte van volken, dieniet in staat zijn ons een voldoende tegenwaarde in ruil televeren, die hun eigen zaken niet op orde (kunnen) stellen?De ervaringen met de Benelux bewijzen reeds, dat men, rea-liter, te dezen niet zeer ver kan gaan. Sociaal streven kan opnationaal-economische feiten stranden.De conclusie, dat slechte landbouwgrond een negatieve soci-ale waarde zou hebben, zal ook alleen opgaan bij het huidigenog vrij intensieve gebruik. Bij een zeer extensief gebruikzou zij waarschijnlijk positief, zij het ook gering zijn.RenfevoetOp de bepaling|i van de sociale waarde van grond is, het is14^ reeds hiervoor aangestipt, rente van grote invloed. Elke ex-ploitatie van grond, zij het voor agrarisch bedrijf, industrie,woningbouw of verkeer, houdt rekening met rente van geTn-vesteerd kapitaal, ook indien dit de vorm van grond heeft.Maar rente moet uit de gezichtshoeken van individu en ge-meenschap zeer verschillend worden bekeken.Voor het individu is rente een premie voor risico, maar meernog voor het uitstellen van een genieting, die men zou kunnensavoureren door het kapitaal onverwijld op te maken.Het individu is sterfelijk, en loopt de kans te overlijden voorhet kapitaal weer uit de investering is afgelost. De zorg, diehet individu voor hen, die na hem komen, heeft, speelt hierbijwel een rol, maar die is beperkt.De gemeenschap is niet sterfelijk, maar practisch eeuwig.Bij sociale waarderingen tellen de genietingen, de behoeftenvan de toekomstige gemeenschap krachtig mee. Vandaar datin landen, waar de gemeenschap het individu totaal over-heerst, rente geen roj heet te spelen: in communistische landenblijkt, voorzover valt na te gaan, de rentevoet op nihil ge-steld. Het is echter wel duidelijk, dat bij het bepalen van derichting, waarin kapitaal zal worden aangewend, ook in dielanden een maatstaf van het nut dier aanwending nodig is.Zulks ook voor de bestemming van grond. Hoe dit zij, inonze maatschap,pij, niet volledig door de som der individuenbeheerst, noch volledig door de gemeenschap, is een beperkterente aanvaard. De schaarste aan kapitaal ?-- een besparinguit arbeid (voor grond gaat dit niet geheel op, maar toch isdeze in ons land, naar zijn huidige kwaJiteit, voor een grootdeel product van vroegere arbeid) ^- maakt het nodig, af temeten voor welk doel men die besparing zal aanwenden. Dooruit te gaan van een bepaalde rente kan men dit, langs reken-kundige weg, bereiken. (Waar de inzet van arbeidskrachtenvolkomen van overheidswege wordt gedirigeerd, is die be-sparing veel gemakkelijker te verkrijgen en in te zetten.) Ooknemen wij niet alle behoeften van toekomstige generaties evenernstig als de onze in aanmerking. Vandaar dat een kunstrmatig door overheidsmaatregelen gedrukte rentevoet (volgensKeynes zou hij desgewenst nog veel sterlker kunnen wordengedrukt) hier door de overheid wordt gehandhaafd. Voor deberekening van de sociale waarde van grond zal men met derentevoet van overheidsleningen op lange termijn moeten re-kenen. (Wie een hogere rentevoet juister acht, zal een lageresociale waarde moeten aannemen.)Ten slotte verdient het, bij het zoeken naar een sociaal-eco-nomische waardering nog aandacht dat het in zekere zin omgrenswaarden gaat. Het is niet de vraag, of alle landbouw-grond voor andere doeleinden zal worden bestemd, maar ofeen beperkt deel van de landbouwgrond zal worden opgeof-ferd voor wat ruimer wonen, wat meer ontspanning, wat meerindustrieproductie. Maar in dit verband is het van ,grotebetekenis, dat de beschikbare oppervlakte grond nog kanworden vergroot, en haar kwaliteit verbeterd. Zolang dit hetgeval is, vormen de productiekosten van nieuwe grond enverbeterde grond dan ook een bovengrens voor de mogelijkewaardering. Nu is nieuwe en goede landbouwgrond verkrijg-baar tegen kosten, die ca. het drievoudige bedragen van devroegere vrije marktwaarde van gelijkwaardige grond, en opeenzelfde niveau ligt hoogstens het bedrag, dat men verkrijgtdoor bij de oude marktwaarde van slechte grond op te tellende kosten, die men voor verbetering van overheidswege pleegtbij te dragen.Een becijfering van de kosten, die omscholing van agrarischearbeid tot andere met zich zou brengen, en van de meerdereinvestering, die daarbij nodig zou zijn, is nog niet verricht.Zij zou ook op .grote moeilijkheden stuiten.Bepaling van de sodaal-economische waardeOverziet men als niet-econoom de voorgaande overwegingen,dan moet men concluderen, dat voor de waardebepaling vangrond, te gebruiken voor verschillende doeleinden, en uitge-drukt in geld nog weinig betrouwbare methoden, maar slechtsaanwijzingen ter beschikking staan. Men kan blijkbaar hetbeste uitgaan van een prijsvorming op de vrije markt, in deeerste plaats te corrigeren met een zeker verschil tussen pri-vaat-economische en sociaal-economische waarde. Deze bere-kening kan het beste de vorm aannemen van een vermenig-vuldigingsfactor. Aangezien: er thans als gevolg van de prij-zenstop voor landbouwgrond e.d. geen vrije markt is, zal menuit moeten gaan van de verhoudingen, zoals die voor de oorlogbestonden, maar deze dus corrigeren: in de tweede plaats opgrond van de inmiddels opgetreden veranderde welvaarts-verhoudingen (verschuivingen in de behoeftebevrediging) enin de derde plaats op grond van de invloed, die ook toen reedssteunmaatregelen inzake de landbouw op die vrije markt uit-oefenden.De gewijzigde welvaartsverhoudingen zal men niet moetenoverschatten. Het lijdt weinig twijfel dat ons volk geneigdzal zijn, ongeveer eenzelfde aandee.1 van zijn inkomen voorzijn verschillende levensbehoeften te besteden als het voorde oorlog deed. De statistiek der huishoudens kan hieroveruitsluitsel geven. Het huuraandeel daarin is kunstmatig ge-drukt, maar daardoor voor een deel naar het belastingaandeelverschoven. De komende huurverhoging staat wel vast enzal dit aandeel verhogen: d.i. op meer normaal peil brengen.Het prijspeil van bouwterrein zal dan weer een meer gezondebasis krijgen, a! zal men goed doen niettemin geen hogerpeil dan het vooroorlogse aan te nemen. De overheidssubsidiesop het levensmiddelenpakket zijn goeddeels verdwenen, hetprijspeil in de landbouw is tot het vrije prijspeil opgetrokken,zoals dit ook voor de producten van de nijverheid het gevalis. De prijs van landbouwgrond is ondanks de prijsstop totongeveer vijfvierde opgetrokken. Er bestaat een vrij algemeneverwachting, dat opheffing van die prijsstop weinig verands-ring in de prijs van zuivere landbouwgrond zou veroorzaken.(De gestegen lonen in de landbouw zullen hierbij een groterol spelen.)De waardering van slechte landbouwgronden kan men vrijjuist achten, die van goede grond veel te laag. Hoe moet nude sociale v/aardering in geld thans luiden! In het volgendezijn de verhoudingen voor een bepaalde provincie, uitgaandevan de vrije markt in 1939, zoveel mogelijk benaderd.Prijzen, kosten en waardeHet prijspeil van schraal of ziltgrasland lag even boven 10 ctper m2, van middelmatig grasland op veen op ongeveer 16 ctper m-, van redelijk goed' grasland op jonge zandige zeekleiop 20 ct per m2. Grof tuinbouwland werd op humeus veenop een prijs van minstens 11 ct, op zandig veen op gemiddeld23 a 24 ct, in gunstige gevallen op 27 ct per m^ gewaardeerd.De prijs van oude zeekleigrond varieerde van 20 tot 26 ct perm2. Voor tuinbouw op de geestgronden kon 60-80 ct per m^worden bedongen, voor goede bollengrond een gulden. Slechtsuitzonderlijke kwaliteit en ligging konden oorzaak zijn, dateen naar verhouding kleine oppervlakte nog aanmerkelijkhoger kon worden gewaardeerd.Hiernaast mag worden genoteerd, dat thans voor het geheelherscheppen door omspuiting van bollengrond 75 ct per m^veelvuldig wordt betaald, en dus blijft beneden de margetussen matige en zeer goede tuinbouwgrond.Ruwe grond kon bij het rijp maken tot bouwterrein, ondanksmatige behoefte, gekocht tegen prijzen varierend van minderdan 50 ct tot ruim een gulden, nabij snel groeiende grotekernen voor aanmerkelijk meer, rendabel worden gemaakt.Bouwrijp gemaakt, kon hij vor een prijs van minder dan 4gulden tot ruim 6 gulden, nabij snel groeiende grote kernenvoor aanmerkelijk meer (f20.--) worden verkocht. Vooraangelegd industrieterrein konden gemiddeld wat lagere prij-zen, maar nabij de steden en dan ook in meerderheid hogereprijzen (/12,^--) worden bedoagen. Voor de aanleg vanhoofdwegen werden, onder medeberekening van schadesnij-ding, bedrijfsschade en bcbouwing, prijzen betaald varierendevan 23 ct tot f 1.35, in een exceptioneel geval van / 3.02 perm-'. De aankgkosten van die wegen liepen, per m^ omgesla-gen, alles medegerekend en met inbegrip der grondkostenvan f 1.54 tot f 8.25, als regel lagen zij tussen rond f 2.25 en ^rtikeknrond f 5.50.Uit de bovenstaande cijfers blijkt, dat in 1939 privaat-econo-misch gezien de landbouwwaardering als regel slechts eenfractie uitmaakte van de waardering uit anderen hoofde, datde opoffering van landbouwgrond, gekapitaliseerd, meestaleen verlies betekende, dat zeer gering was vergeleken bij deinvestering, die men voor andere doeleinden gaarne aan-vaardde. Voor de wegen geldt wel dit laatste, niet echter, datde grond voor dit doel op de vrije markt kon worden ge-bracht en zijn waarde als zodanig bewees. Maar hiervoor inde plaats geldt, dat rentabiliteitsberekeningen van nieuwewegvakken aantoonden, dat de besparingen aan verkeersuit-gaven deze investering alleszins verantwoord maakten. Ver-meld zij nog, dat de aanlegkosten van complete vliegveldenper m2 in meerdcre guldens kunnen worden uitgedrukt, endat daarin de landbouwprijs slechts een fractie was. Voorontspanningsterreinen is de beoordeling minder duidelijk. Opde vrije markt komt de waarde daarvan zelden tot uitdruk-king, rentabiliteit vertonen zij bij uitzondering. Voldoendecijfers van investeringen per m^ voor dit doel voor 1939bleken niet beschikbaar. In de jaren 1946-'49 konden als zo-danig bedragen worden genoteerd, varierende van 10 ct tot17 gulden per m^, zulks nog zonder aanmerkelijke bebouwingvoor sportdoeleinden. Het gemiddelde tussen deze uiterstenschommelde om de gulden, Neemt men aan, dat in 1939 on-geveer de helft hiervan normaal was, dan vormde hier deprijs van de grond als landbouwgrond een aanmerkelijk deelvan de totale investering,BeoordelingPast men nu noodgedwongen -- men heeft niet beter en be-slissingen moeten vallen ^ op de bovenstaande cijfers decorrecties toe, welke voor benadering van de sociale waar-dering nodig zijn: gene voor slechte, geringe voor matige,verhogende voor goede landbouwgrond. mogelijk zeer hogevoor zeer goede grond, en neemt men veiligheidshalve aan,dat wel de investeringen voor bouwrijp maken, wegaanleg enaanleg van sportvelden thans veel hoger zijn dan in 1939,maar dat de sociale waarde van als zodanig te gebruikengrond niet noemenswaard hoger ligt, dan moet men tochconstateren, dat de waardering voor landbouwgebruik zeldenkan opwegen tegen die van gebruik voor andere doeleinden.Eerst wanneer de sociale waarde van landbouwgrond op eendrievoud van de privaat-economische zou mogen worden ge-steld -- en dit zal zelden, wellicht nooit het geval zijn ---kan zij economisch een beletsel vormen om tot ander gebruikvan die grond over te gaan, alleen voor ontspanningsterreinligt de grens lager. Alleen voor zeer goede landbouwgrondzal men aan ander gebruik om economJsche redenen moetenzien te ontkomen.Het voorgaande wil uiteraard niet zeggen, dat men nu maarvolop wegen moet gaan aanleg.gen en bouwgrond moet ex-ploiteren zonder op het landbouwgebruik en zijn mogelijk-heden acht te slaan. Men mag dit uiteraard slechts doen voorzover het nuttig en nodig is, en dient om sociaal-economischeredenen uit te zien naar de minst waardevolle grond. Maareen ernstige rem, een beletsel kan de landbouwwaarde, so-ciaal-economische gezien, tegenover andere klemmende belan-gen niet vormen.Concrete gevallenIs het voorgaande nog van algemene strekking, thans mogenenige concrete vragen, die met de sociaal-economische waardevan grond verband houden, aan de hand van gevallen uitde practijk worden beantwoord.Stel, dat een bepaald wegvak, waarvan de aanleg blijkenseen exploitatierekening rendabel zou zijn, wanneer de stich-tingskosten niet meer dan f 6-- per m2 bedragen, volgenstwee technisch gelijkwaardige trace's (dus ook naar de leng- 14oIArtikelente) kan worden uitgevoerd, waarvan het ene geheel voertover landbouwkundig laagwaardige veenweiden van geringedraagkracht, het andere over hoogwaardig bouwland opgoede vaste kleigrond. Welk trace moet men kiezen?De aanlegkosten voor het eerste trace zouden in 1939, blij-kens ervaringscijfers, per m^ ruim f 5.-- hebben bedragen,voor het tweede trace ruim /2.--. Aanleg volgens het eerstetrace betekende dan een bezuiniging van / 3.-- per m2. Mo-menteel is dat verschil het dubbele. De waarde van de grondenbedroeg, privaat-economisch gezien, resp. fO.H en f 0.28,sociaal-economisch zal zij in het alleruiterste geval nimmerverder kunnen uiteenlopen dan het verschil tussen resp. nihilen /0.90 bedraagt. Dit verschil weegt absoluut niet op tegende besparing, die men bij aankg over de goede landbouw-grond bereikt. Het verschil in rentabiliteit uit landbouwoog-punt is, ook sociaal gewaardeerd, veel geringer dan dat uithoofde van gebruik voor verkeersdoeleinden.Stel nu vervolgens, dat de uitbreiding van een stadje metwoonwijken wederom, zonder dat dit overigens verschillen,ook in exploitatie, zou veroorzaken, of op de reeds omschre-ven veenbodem, of op de goede kleigrond kan worden ont-worpen. Het bouwrijp maken, volgens gelijkwaardige plan-nen, kostte in 1939 op de eerstbedoelde grond per woning ca710/235 = f3.^, op de laatstbedoelde ca 400/235 =/ 1.70. 1) Het gunstige verschil is voor de kleigrond dus on-geveer f 1.30. Maar ook ter zake van de funderingskostenveroorzaakt de laatste een gunstig verschil van /240.--, d.i.per m2 van f 1.--. De besparing is dus bij de aanleg op deklei de som dier bedragen, groot / 2.30 per m^. Ook hiertegenkan het verschil in landbouwwaarde, sociaale-conomisch ge-zien, niet opwegen. De uitbreiding zal op de goede landbouw-grond moeten plaats hebben, voor zover economische fac-toren de doorslag geven.Voor aankg van sportterreinen ligt het geval niet zo dui-delijk. Begint men er van uit te gaan, dat ter beperking vande aan de landbouw te onttrekken oppervlakte. alleen aanlegvan intensief te gebruiken sportterreinen in aanmerking komt,dan zal de daardoor kostbaarder geworden aanleg op slechteen goede grond wellicht gemiddeld wat minder dan een gul-den per m2 verschil aanwijzen. Er zal dan vermoedelijk nogeen voorkeur voor aanleg op de kleigrond zijn. Zou men opde praemisse terugkomen, dan zou men een goedkope aan-leg van twee velden op slechte grond in stede van betereaanleg van een veld op goede grond moeten kiezen.Ten slotte worde een meer extreem geval gesteld, n.l. dat vanvergraving, d.i. vernietiging van matige landbouwgrond,voor de winning van zand uit diepere lagen, ten behoevevan de ophoging van bouwterrein ca. Een primitieve rede-nering luidt aldus: op deze grond zou men, indien hij niet ver-graven werd, ten eeuwigen dage de landbouwproductie kun-nen uitoefenen. Ook al is de jaarlijkse opbrengst bescheiden,op den duur is zij oneindig. Wanneer nu ter plaatse eenzandpakket van tien m diepte gewonnen kan worden, hetzand in de nabije om.geving nodig is, en die nabije winningper m3 een beparing betekent van / 0.25 ten opzichte vanwinning .-- en aanvoer van zand van -- elders, b.v. uit water,of woeste grond, dan betekent de winning uit landbouwgrondeen besparing, die per m^ 10 X f 0.25 = f 2.50 bedraagt, ensteeds ruim zal opwegen tegen de sociaal-economische land-bouwwaarde. Men bespaart zozeer aan kapitaal en arbeid bijhet verkrijgen van het zand, dat dit opweegt tegen de voor-delen der landbouwproductie; de genieting van het goedko-per wonen op aldus opgehoogde grond moet ho.ger gewaar-deerd worden dan die van meer voeding uit eigen bodem.Men kan van sociaal-economisch verantwoorde roofbouwspreken; alleen in een volkomen communistische maatschap-144') Draagkracht van de bodem en kosten van vestiging van nederzettin-gen. Ir P. K. van Meurs, Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stede-bouw, Juni 1947.pij zou men, de rente niet achtende, tot een andere conclusieen gedragslijn komen.Natuurlijk liggen de vraagstukken niet altijd zo, als in debovenstaande voorbeelden is aangenomen. Over de voorkeurvan wegaanleg en bebouwing op schrale zandgrond in plaatsvan op vruchtbaarder andere grond is geen discussie nodig.Wei over de mate, waarin men met het onttrekken van land-bouw.grond aan het huidige gebruik door kan gaan. Gaat mendaarmede zeer ver door, dan zou reeds de vrije markt anderewaarden gaan aanwijzen, men zou bij gebreke daarvan eenzorgvuldig uitgewerkte grenswaardetheorie moeten toepassenom deze te benaderen. Zolang grond, welke zich economischleent voor intensievere landbouwproductie dan thans, nogvolop voorhanden is, bestaat de noodzaak daartoe nog niet.De theoretische basis, waarvan men bij de beoordeling vande bestemming van grond moet uitgaan, is nog weinig zeker.Het maatschappelijk leven heeft zijn economische grondsla-gen nog niet voldoende kunnen omlijnen. Waar men doorde practijk gedwongen is beslissingen over bestemmingen tenemen, kan men weinig anders doen dan met de weinige, on-zekere resultaten die tot nu toe bereikt zijn, rekening tehouden. Tot andere conclusies dan de bovenstaande zal mendan bezwaarlijk kunnen komen.November 1950Gebruik van gebouwen in een uitbreidingsplandoor G, F. E. KiersIn meerdere bouwverordeningen van gemeenten in Zuid Hol-land komt in het hoofdstuk ,,Voorschriften betreffende hetgebruiken van bouwwerken" een artikel voor, waardoor re-gelend kan worden opgetreden ten aanzien van het gebruikenvan gebouwen op gronden, waarop bij uitbreidingsplan eenbestemming is gelegd.Zo heeft de bouwverordening van Voorburg de volgende be-palingen in art. Ilia:,,1. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Woningwet, is het verboden in een plan van uitbreiding begrepengebouwen en hun aanhorigheden te gebruiken, in gebruikte geven of te laten gebruiken op een wijze of tot eendoel, strijdig met de bij dat plan van uitbreiding aan degrond gegeven bestemming, nadat die is verwezenlijkt.2. In dit artikel wordt verstaan onder:,,Plan van uitbreiding": mede een plan tot herziening vaneen plan van uitbreiding, alsmede een in voorbereidingzijnd plan van uitbreiding, nadat dit in ontwerp, ingevolgeartikel 37, tweede lid, van de Woningwet, ter inzage isgelegd;,,bestemming": mede een nog niet van kracht zijnde be-stemming, welke deel uitmaakt van een; in voorbereidingzijnd .plan van uitbreiding;,,verwezenlijkte bestemming": een bestemming, waarmedede feitelijke toestand overeenstemt;,,aanhorigheden": de bij een gebouw behorende, aan hetgebruik daarvan dienstbare grond met hetgeen zich daaropen daarin bevindt (als b.v. tuinen, erven en bij gebouwen,doch niet b.v. cultuurgronden en sportvelden, ten opzichtewaarvan de daarop staande gebouwen veeleer als aanho-righeden van de grond zijn te beschouwen).3. Burgemeesters en Wethouders zijn bevoegd, al dan nietonder door hen te stellen voorwaarden, vrijstelling te ge-ven van het in dit artikel gestelde verbod."Nu had iemand het pand Oosteinde No. 100 te Voorburggehuurd en gebruikt als opslagplaats voor zijn zaadteelt- enzaadhandelsbedrijf. Volgens het uitbreidingsplan voor dit deelvan de gemeente had het perceel, waarop het pand was ge-bouwd, de bestemmingi van ,,open bebouwing C". In de bijhet plan behorende bebouwingsverordening was dit nadergedefinieerd als: ,,enkele of dubbele eengezinswoon
Reacties