Orgaan van het Nederlands Instituut voor Votlcshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewljd aan deWederopbouwApril 1951 32e Jaargang no.N.V. Van den Belt 6 Go's HandelMij.AMSTERDAM - Prinsc-ngracht 852-862 - Tel. 31019-31144Specialiste in:? TRIPLEX? ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-ducten? BOUWPLATEN (diverse soorten hout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)> ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustisclie tegelsDUN als betonbeschermingsverfDIK als dichtingsmiddelN.V. TEERPRODUCTEN INDUSTRIETOUWEN & Co. . AMSTERDAMWy leveren vooroorlogse kwaliteiten met garantie voorduurzaamheidOok CARBOLINEUMVERFSEPTO- "^UiUDEKT IN eeN KEER !Leverbaar in 16 kleuren en wit.IMPl^TEL. 552 4 LIJNENEDEL STANDGROENEDEL STANDROODEDEL STANDBRUINEDEL STANDZWARTEDEL STANDGEELEDEL STANDBLAUWEDEL STANDWIT/^A??.//4IA*% 4mU^ tN*V* v.h, EVERT KONING 6 Co.ZAANDAM - Tclef.: 3692-4821-49S5.AiMSTERDAMSE i\OLLUIKEN lABRIEKRollulken -- Rolhekken -- Schulfhekken -- MarkiezenZonschermen -- Veerrolschermen -- BaltexWiUiebninastraat 118 -- Amsterdam -- Telefoon 85798OVERHEAD DOORSOVER THE TOP DOORS (KANTELDEUREN)en alle andere systemen garagedeurenJ. G a STROBANDNieuwe Tecrtuinen 22-23 -- AMSTERDAM-C. -- Telefoon 47139EEN NIEUW PRODUCTAtmota'motsteenEen buitengewone isolatiesteen voorgewone prijs.Licht in gewicht. -- Onbrandbaar.Vraagt Uw handelaar cm inlichtingen.Fabrikante N.V. ATMOTA i.o.Rigakade 8-12 - AMSTERDAM-C. - Tel. 44819-44879Vochtverschijnselenweg werken is duurVocht voorkomenkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG & Co.Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersgracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103GRANITOH. J. POSTMAHoofdweg 66AMSTERDAMTelefoon 82745Specialiteit in gepolijst kunstgranietenaanrechtbladen, gootstenen enz. engranito vloeren.Leverancier o.a. van de SpoorwegenTijdschrift voorVolkshuisvesting enApril 195132e Jaargang No. 4MaandbledStedebouAvOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. ]. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Ir P. Bakker Schut, Drs H. v,an der WeijdeAdres voor Redactie en Abonncmenten: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Adviertcntics! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutHerdenking WoningwetOp 22 Juni a.s. zal het 50 jaar geleden zijn dat de Woningwetbekrachtigd werd. Dit heeft bij het bestuur van het Instituuthet voornemen doen ontstaan een herdenking in voorbereidingte nemen. Gedacht wordt aan een vergadering, een tentoon-stelling en een Gedenkboek.Wat het tijdstip van de herdenking betreft, heeft het bestuurgemeend te moeten aansluiten bij de inwerkingtreding van dewet, op 1 Augustus 1902, en dus vergadering en tentoon-stelhng in de zomer van 1952 te moeten doen plaats vindenen op de verschijning van het Gedenkboek omstreeks dezelfdetijd te moeten aansturen. Dit heeft het voordeel dat de samen-loop njet de herdenking van de Gemeentewet, die in de zomervan dit jaar plaats vindt, wordt vermeden en dat het jubileumvan het Staatstoezicht op de Volkshuisvesting, dat ook in 1952valt, in de herdenking kan worden betrokken.Rijksdienst voor het Nationale PlanOntwikkeling in het Westen des landsWerkcommissie geinstalleerdIn het December-nummer van 1950 is melding gemaakt vande wijze, waarop de samenwerking tussen Rijk, provincies engemeenten is georganiseerd ten behoeve van het onderzoek,,Westen des Lands". In de Werkcommissie hebben thans devertegenwoordigers van deze organen zitting genomen. Op1 Maart 1951 heeft de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvesing deze Commissie geinstalleerd. Bij deze gelegenheidgaf Zijne Excellentie uitdrukking aan de noodzaak om in ver-band met de urgentie van de vraagstukken, waarmede de Com-missie zich bezig moet houden, de onderzoekingen zodanig opte zetten, dat spoedig een rapport kan worden uitgebracht.Daarbij vestigde de Minister nogmaals de aandacht op de bijvoorrang te behandelen problemen rondom de IJmond en vande Gemeente 's Gravenhage.De Voorzitter van de Werkcommissie, Mr. J. Linthorst Homan(als vice-Voorzitter furujeert de Commissaris der Koningin inNoordholland, Dr. J. E. baron de Vos van Steenwijk) wees inzijn antwoordrede onder andere erop, dat het doel der Com-missie is bij te dragen tot een evenwichtige positie en taakvan het Westen in het organisme van ons land als geheel.WerkprogramIn de installatievergadering heeft de Werkcommissie uitvoerighet werkprogram besproken, dat door de Technische Werk-groep is aangeboden. Een van de eerste dingen is uiteraard deaanvulling van de documentatie omtrent de bestaande toestanden de weergave daarvan in kaart en cartogram. Aansluitendhieraan volgt de weergave van de bestaande ontwikkelings-plannen en denkbeelden op het gebied van de ruimtelijke orde-ning in het te onderzoeken gebied. Intussen wordt reeds ge-werkt aan de voorbereidingen voor een functie-analyse van hetWesten en de samenstellende onderdelen daarvan -- in hetbizonder natuurlijk van de ,,stuwende" functies -- en aan deopzet van een demografische analyse. In verband met een enander ligt ook een analyse van het forensisme in het voor-nemen.De vraag is dan, hoe bij voortzetting van de huidige tendentiesde verwachtingen zijn voor de ontwikkehng van de functiesvan het Westen en voor de bevolkingsontwikkeling aldaar.Kan -- en moet -- het Westen dit opvangen? Hoe laat hetbeeld zich aanzien uit het oogpunt van de gewenste harmonietussen het Westen en het overige deel van Nederland? Hoekan in het Westen zelf de harmonie tussen de verschillendeonderdelen worden benaderd? Moeilijke vragen, te meer daarmen zal moeten trachten deze te zien tegen de achtergrondvan de momenteel nog zo onzekere ontwikkeling van Neder-land in internationaal verband.Tenslotte komen de maatregelen aan de orde, die de Commis-sie zou willen voorstellen voor het bevorderen van de meestwenselijke (en tevens bereikbaar te achten) ontwikkeling.Ontwikkeling aan de IJmondInmiddels heeft de Technische Werkgroep der Werkcommis-sie zich beziggehouden met de voorbereidingen voor een op testellen interim-rapport over de problemen, die zich voordoenaan de IJmond.De grote uitbreiding van de Hoogovens, die na de bevrijdingis begonnen en die van eminent belang is voor de industriali-satie van ons land, heeft een aantal vraagstukken van planolo-gische aard doen ontstaan, bij welker oplossing althans dehoofdlijnen mede van nationaal oogpunt uit dienen te wordengetrokken. De Werkcommissie wenst er met kracht naar testreven op zeer korte termijn hierover een advies uit te brengen.PublicatiesNaast de verleden jaar uitgekomen Engelse uitgave ,,Physi-cal Planning in the Netherlands" is bij de Regeringsvoorlich-tingsdienst thans verschenen de Nederlandse tekst van dezebrochure ,,Ruimtelijke ordening in Nederland"; de Fransetekst ,,rAmenagement de I'espace aux Pays-Bas" en deDuitse tekst ,,Raumordnung in den Niederlanden". 53Nat. PlanAittikelenHierin wordt een algemeen overzicht gegeven van de ver-schillende planologische problemen in Nederland, toegelichtmet een aantal cartogrammen en grafieken.Deze publicatie is samengesteld door de Rijksdienst voor hetNationale Plan en de afdeling Voorlichting van het Ministerievan Wederopbouw en Volkshuisvesting en tegen de prijsvan f 0,35 bij de Regeringsvoorlichtingsdienst verkrijgbaar.Differentiatie van de woninggroottenBij de vaststelling van de beschikbare woningcontingenten voorde onderscheiden provincien is uitgegaan van een mogelijkeaanbouw van ongeveer 55.000 woningen per jaar. Een derge-lijke aanbouw is, gelet op de productiecapaciteit van het bouw-bedrijf zonder twijfel te verwezenhjken, indien althans definanciele toestanden zulks toelaten.De berekeningen voor het Rijk en voor de afzonderhjke pro-vincien hebben uitgewezen, dat de woningbehoefte op 1Januari 1965 de in 1950 beschikbare woningvoorraad met rond800 000 zal overschrijden. Bij de bepaling van dit cijfer isrekening gehouden met de vervanging van de thans aanwezigenoodwoningen, de opheffing van de gesplitste bewoning bijduplexwoningen 10 jaar na de bouw, zomede de jaarlijkse ver-vanging van een bescheiden aantal oude woningen tot eentotaal van 75.000 woningen.Bij een geprojecteerde aanbouw van gemiddeld 55.000 wo-ningen per jaar -- behoudens een paar aanloopjaren met eenbouw van ongeveer 50.000 woningen -- kan in de aldus ge-stelde behoefte tot 1 Januari 1965 juist worden voorzien.Het is natuurlijk tot op zekere hoogte teleurstellend, dat alduseen tijdvak, dat zich uitstrekt tot bijna 20 jaren na de bevrijdingvan Nederland, noodzakelijk zal zijn om het woningtekort inte halen, terwijl dan nog een vervanging van oude woningenop een zodanige schaal als noodzakelijk is om de woningvoor-raad kwalitatief op peil te houden, tot betere tijden moetworden uitgesteld. Hierbij moet echter in het oog worden ge-houden, dat de toestand waarin de laatste wereldoorlog onsland heeft achtergelaten, veel ernstiger was dan de toestandin 1918, en bovendien dat in deze tijd aan de wederopbouwen het inhalen van het woningtekort moet worden gewerktonder de druk van ernstige internationale verwikkelingen, dieeen ongunstige invloed uitoefenen zowel op de beschikbaarheidvan materialen en geldmiddelen als op de kosten van de bouw.Met dit alles staat ons land voor het feit, dat het nog tot 1965zal duren, voordat in de woningbehoefte van alle daarvoor inaanmerking komende gezinnen zal zijn voorzien. Het is optwee manieren mogelijk, deze termijn te verkorten.De eerste is het bouwen van duplexwoningen, waardoor demogelijkheid kan worden geopend, een aantal jonge gezinnen,die met groot verlangen uitzien naar een eigen woning al isdie dan ook van bescheiden afmetingen, aan een woongelegen- heid te helpen.De tweede is het toepassen van woningdifferentiatie, waar-onder wordt verstaan een zodanige aanpassing van de grootteder te bouwen woningen aan de grootte van de huishoudingen,dat aan de huishoudingen, die kleiner zijn dan het gemiddelde,een kleinere woning en aan de grotere huishoudingen eengrotere woning kan worden verstrekt.Deze beide mogelijkheden liggen principieel op verschillendterrein. De bouw van duplexwoningen is een maatregel vantijdelijke aard, die gelegenheid biedt op groter schaal dan totdusver hulp te bieden aan de jonge gezinnen, die normaalniet voor toewijzing van een woning in aanmerking komen endaardoor het meest lijden onder het euvel van het samenwonen.Het ontwerp van een duplexwoning dient steeds op de ont-splitste toestand gebaseerd te zijn, hetgeen impliceert, dat dezewoningen uiteindelijk bestemd zijn voor de grotere huishou-dingen. Het aantal van de duplexwoningen wordt dan ookbeperkt door de behoefte welke in de toekomst zal bestaan aangrote woningen. Het zou dus niet juist zijn te menen, dat meno4 een keus moet doen tussen het bouwen van duplexwoningenof het toepassen van een woningdifferentiatie: beide wijzenvan bouwen moeten op de juiste manier worden toegepast.Het toepassen van woningdifferentiatie is een maatregel vanblijvende aard, die gebaseerd is op het feit, dat de samen-stelling van de bevolking zodanig is, dat huishoudingen voor-komen van zeer verschillende grootte, zodat ook de woningenbij overigens gelijke financiele draagkracht en overeenkomstigewoonzeden verschillend van grootte kunnen zijn.Aangezien sedert het begin van deze eeuw het percentagekleine huishoudingen geleidelijk toeneemt, kan dus een groterpercentage kleine woningen worden gebouwd dan in eenvroegere periode, hetgeen ten gevolge heeft, dat uit hetzelfdebouwvolume en met dezelfde kapitaalinvestering een groteraantal wooneenheden kan worden gebouwd. Hierin ligt eenreele mogelijkheid tot besparing op de kosten der te bouwenwoningen. De gemiddelde inhoud der woningen toch wordtverlaagd, zonder dat het woonpeil wordt aangetast.Ten gevolge van het huidige zeer hoge bouwkostenpeil kan deaanbouw van woningen slechts gaande worden gehouden metbehulp van financiele bijdragen uit de openbare kas. Ten eindemet een bepaald bedrag aan bijdragen een zo groot mogelijkaantal woningen te bouwen is het zaak, de kloof tussen dewerkelijke kosten der woningen en de rendabele opbrengstzo klein mogelijk te maken.Dit laatste kan geschieden door met alle beschikbare middelente streven naar verlaging van het bouwkostenpeil. Hierbij zijnechter verschillende factoren in het spel, die men niet in dehand heeft. De woningdifferentiatie biedt een mogelijkheid totverlaging van de kosten van de woningbouw zonder dat totbezuiniging op de inrichting en de uitrusting van de woningbehoeft te worden overgegaan.Het belang van de volkshuisvesting eist, dat ieder gezin inzijn woning de ruimte vindt, die het voor zijn levensuitingennodig heeft en met name dat het groeiende gezin ruimte vindtvoor de ontplooiing en ontwikkeling van het gezinsleven. Hetis niet gewen:t, zoals in het verleden maar al te vaak is ge-schied, alle woningen geschikt te maken voor een huishoudingvan gemiddelde grootte, omdat slechts een betrekkelijk geringdeel van de aanwezige huishoudingen van gemiddelde grootteis. Een deel van de huishoudingen is groter en een deel iskleiner dan het gemiddelde. Volgens de uitkomsten van deVolkstelling van 1947 bestond ongeveer de helft van allehuishoudingen exclusief de alleenwonenden uit 2 of 3 perso-ncn, ongeveer een derde uit 4 of 5 personen en minder dan eenzesde deel uit een groter aantal personen. In afbeelding 1 zijngrafisch weergegeven de percentages van alle huishoudingenvan de verschillende grootten in 1909, 1930 en 1947, en in af-beelding 2 de percentages van de huishoudingen exclusief dealleenwonenden voor 1947, onderscheiden in stad en platte-land. Onder stad zijn hier verstaan de gemeenten met meerdan 20.000 inwoners. In deze gemeenten blijkt het gemiddeldepercentage huishoudingen, bestaande uit 2 of 3 personen ruim50% te bedragen; in de kleinere gemeenten is het ruim 40%.Uit afbeelding 1 blijkt een belangrijke groei van de categoriehuishoudingen van 2 of 3 personen. Deze groei kan verklaardworden door de veroudering van de bevolking alsmede deneigi-^g naar een grotere mate van onafhankelijkheid, waardoorhuwelijken op jongere leeftijd gesloten worden en de kindereneerder geneigd zijn, het ouderlijk huis te verlaten om een zelf-standige huishouding te vormen. Weliswaar zal het aantalhuishoudingen van 2 of 3 personen in 1947 door het abnormaalgrote aantal huwelijken na de 2e wereldoorlog beinvloed zijndoch gezien de ontwikkelingsgang in de periode 1909--1930kan men wel aannemen, dat de veroudering der bevolking ende drang naar zelfstandigheid die overal op de wereld valtwaar te nemen, leiden tot een vergroting van de groep huis-houdingen van 2 of 3 personen. Indien men ter bepaling vande woningdifferentiatie uitgaat van dc procentuele samenstel-ling van de huishoudingen in het jaar 1947, zal men derhalveniet tot te grote aantallen kleine woningen komen.Deze percentages geven de verhouding weer van de aantallenhuishoudingen van de verschillende grootten op het ogenblik(ChTR OIR V. D WCOCROPBOUW CN VOLK SHUISVESTING -BUR. CCON ONDCRZOCK50 50194701930190930o=>o201040301^-- ?'Q to?0 c?0 OrOf20 ijl10T3 --?o ae E::?van de telling. Zij verschuiven nog steeds in de richting van dekleinere huishoudingen ten koste van de grotere huishoudingen,terwijl het aantal gemiddelde huishoudingen vrijwel constantblijft. Intussen kunnen deze percentages niet direct als grond-slag voor een woningdifferentiatie dienen. Een volledige aan-passing van de grootte der woningen aan de grootte der huis-houdingen toch zou aan de woningvoorziening een te grotestarheid geven; immers moet men behalve met de grootte derhuishoudingen ook rekening houden met de biologische samen-stelling, met de omstandigheid of de huishoudingen toenemend,stationair lof afnemend zijn, met de woonzeden en met dewelstand.Deze laatste omstandigheden zijn het ook, die het bezwaarlijkmaken, een volledige woningdifferentiatie verplicht voor teschrijven. De Rijksoverheid heeft een zodanige bevoegdheidalleen ten aanzien van die woningen, waarvan zij de bouw doorhet verlenen van financiele steun mogelijk maakt.Het betreft hier dus voornamelijk woningen te bouwen op devoet Yan de Woningwet. Aangezien de premiewoningen vaakin kleine complexen en door verschillende gegadigden wordengebouwd, zal het geven van richtlijnen voor woningdifferen-tiatie voor deze groep vermoedelijk weinig effectief zijn.Behalve de economische voordelen, die door woningdifferen-tiatie kunnen worden verkregen, is ook van belang de meerharmonische opbouw van de woonwijken in de nieuwe uitbrei-dingen. Het bouwen van wijken, bestaande uit grote aantallengelijke of gelijkvormige woningen, is weinig bevredigend. Eenwoonwijk moet plaats bieden aan de bonte verscheidenheid,welke in de menselijke samenleving bestaat en moet deze ookuiterlijk tot uitdrukking doen komen.Een goede woonwijk moet plaats bieden voor jonge gezinnen> 20.000 inw.50-< 20.000 inw.. ?)-?ui30-i 20-z
Reacties