VolSteIOrgaan van het Nederlands Instituut voor Vollcshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwJuni 1951 32e Jaargang no. ON.V. Van den Belt 6 Go's Handel Mij.AMSTERDAM - Prinsengracht 852-862 - Tel. 31019-31144Specialiste in:e TRIPLEX? ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-^ ducten--W ? BOUWPLATEN (diverse soorten hout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)? ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustische tegelsT?cnS* FABBIEK VANTURN- EN SCHOOLMEUBELENAMSTERDAMDir. M. J. HilleniusBilderdijlcpark 27 Telefoon 85207Ai ICiMSTERDAMSE l\OLLUIKEN "ABRIEKRolluiken -- Rolhekken -- Schuifhekken -- MarkiezenZonschermcn -- Veerrolschermen -- BaltexWilhchninastraat 118 -- Amsterdam -- Telefoon 85798IN NEDERLANDSE WONINGENP*E metaalindustrie n.v. Amsterdam.TELEFOON KZ9 0 0. 46841 - 43969 - 61147TEGELHANDELKantoor en toonkamer:Pijnackerstraat 40A'dam |^ - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,lilliputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.VOOR ALLEHOUTWERKTENCOLiNEUMde beterekleurcarbollneumIN BLIKKEJS BUSSEN'".L'^'^?'.>^?ijsrsyN.v. TEERPROOUCTENINDUSTRIETOUWEN & Co. - AMSTERDAMOVERHEAD DOORSOVER THE TOP DOORS (KANTELDEUREN)en alle andere systemen garagedeurcn]. & G. STROBANDNieuwe Teertuinen 22-23 -- AMSTERDAM-C. -- Telefoon 47139EEN NIEUW PRODUCTAtmota'WnotsteenEen buitengewone isolatiesteen voorgewone prijs.Licht in gewicht. -- Onbrandbaar.Vraagt Uw handelaar om inlichtingen.Fabrikante N.V. ATMOTARigakade 8-12 - AMSTERDAM-C. - Tel. 44819-44879^x^LANCO Vochtverschijnselenweg werken is duurVocht voorkomenkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG & Co.Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersgracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103GRANITOH. J. POSTMAHoofdweg 66AMSTERDAMTelefoon 82745Specialiteit in g^epolijst kunstgranietenaanrechtbladen, gootstenen enz. engranite vloeren.Leverancier o.a. van de SpoorwegenJuni195132e Jaargang - No. 6MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactict Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. ]. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Ir P. Bakker Schut, Drs H. van der WeijdeAdrcs voor Rcdactie en Abonncmentent Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenticst Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutRapport-ZonnecommissieBij het Maart-nummer was een prospectus gevoegd van hetrapport van de Zonne-commissie uit het Instituut, terwijl inhetzelfde nummer is medegedeeld dat dit rapport voltooidwas en met welwillende medewerking van de Organisatic-commissie T.N.O. werd gepubHceerd.Aangezien een en ander de indruk kan hebben gevestigd datde vefschijning van het rapport op zeer kortc termijn konworden tegemoetgezien, willen wij mededelen dat de afwer-king enige vertraging heeft ondervonden. Degenen, die ophebben. De afwerking is in een zeer ver gevorderd stadium,het rapport hebbeji ingetekend, zullen nog enig geduld moetenmaar gez.en de ervaring dat zelfs bij de laatste bewerkingtegenslag kan optreden, lijkt het ons beter nog geen datumvan verschijning te noemen.Rijksdienst voor het Nationale PlanBezoek van de leden van de Raad van StateDe aanraking, die de Raad van State bij zijn werk in ver-schillepd opzicht kan hebben met de arbeid in het kader vande nationale ruimtelijke ordening, gaf de Minister van Weder-opbouW en Volkshuisvesting, JVIr. J. in 't Veld, aanleidingde leden van bovengenoemd college uit te nodigen tot eenorienterend bezoek aan de Rijksdienst voor het NationalePlan.Dit bezoek vond plaats op 13 Juni 1951. Nadat de Ministervan Wederopbouw en Volkshuisvesting een woord van wel-kom gericht had tot de Vice-President, de aanwezige leden ende wnd. Secretaris, voerde de heer Mr. J. Linthorst Homan alsvoorzitter van de Vaste Commissie van de Rijksdienst voorhet Nationale Plan het woord en gaf de directeur, de heerMr. J. Vink, aan de hand van een aantal kaarten en carto-grammen een uiteenzettfng van het werk van cie DienEt, zo'^wel in algemene zin, als ten aanzien van enkele facettcndaarvan.De aanwezigen toonden grote belangstelling voor de onderscheidene planologische problemen, die mede in een levendigegedachtenwisseling tot uitdrukking kwam.Mutaties in de Vaste CommissieBij K.B. van 4 Juni 1951 No. 10 zijn:I. A. F. J. Renders en T. E. E. H. Mathon eervol onthevenuit hun functies van lid-vertegenwoordiger van de Minis-ter van Economische Zaken en van lid-vertegenwoordigervan de Minister van Oorlog in de Vaste Commissie vande Rijksdienst voor het Nationale Plan;II. benoemd in de Vaste Commissie van de Rijksdienst voorhet Nationale Planr1. tot lid-vertegenwoordiger van de Minister van Econo-mische Zaken F. J. J. H. M. van Os, ec. drs., adviseurvoor Regionale Industriele Zaken bij het Ministerie vanEconomische Zaken;2. tot lid-vertegenwoordiger van de Minister van OorlogC. J. Vermeulen, majoor van de Generale Staf.CartogrammenSedert Januari 1951 door de Rijksdienst voor het NationalePlan gepubliceerde cartogrammen met toelichting namens hetCentraal Bureau voor de Statistiek en de Rijksdienst voor hetNationale Plan, opgenomen in het Tijdschrift voor Econo-mische en Sociale Geographie.1. Verspreiding der' bevolking op 31 Mei 1947.2. Aantal inwoners per km2 per provincie en bevolkings-kernen met meer dan 25.000 inwoners op 19 November1849, 31 December 1879, 31 December 1920 en 31 Mei1947.3. Aantal personen van 0 t/m 14 jaar in procenten van detotale bevolking op 31 Mei 1947 per gemeente.4. Aantal personen van 65 jaar en ouder in procenten vande totale bevolking op 31 Mei 1947 per gemeente.5. Aantal personen werkzaam in de Nijverheid in procentenvan de totale beroepsbevolking op 31 Mei 1947 per ge-meente.6. Aantal personen werkzaam in Landbouw en Visserij inprocenten van de totale beroepsbevolking op 31 Mei 1947per gemeente.7. Aantal personen werkzaam in Handel en Verkeer in proi-centen van de totale beroepsbevolking op 31 Mei 1947per gemeente.8. Indexcijfers ontwikkeling van het aantal mannelijke be-drijfshoofden werkzaam in Akkerbouw en Veehouderijin de periode 1930--1947 (1930 = 100).9. Indexcijfers ontwikkeling van het aantal mannelijke on-dergeschikten werkzaam in Akkerbouw en Veehouderijin de periode 1930--1947 (1930 = 100).10. Toe- of afneming van het aantal mannelijke bedrijfshoof-den en ondgrgeschikten werkzaam in Akkerbouw en Vee-houderij en-' Groenten- en ooftteelt, Boomkwekerijen,Bloemisterijen, Tuinierderijen en Bloembollencultuur inde periode 1930--1947.89ArtikefenIs vermindering van de kosten van de volks-woningbouw mogelijk zonder het woningpeilaan te tasten?door Ir A. F. BakhovenIn het Januari-nummer van de jaargang 1949 van het Tijd-schrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw werd door mijals een doeltreffend middel om de woningnood te bestrijdenaanbevolen: de bouw van een groot aantal kleine eengezins-huizen met twee slaapkamers in plaats van de gebruikelijkemet drie slaapkamers en ik vestigde daarbij de aandacht opeen type van een eengezinshuis met de woonkamer aan de tuin-zijde en de keuken aan de straatzijde.Het voordeel van dit woningtype is vooral hierin gelegen,dat het de woningdifferentiatie, d.w.z. de aanpassing van dewoninggrootte aan de gezinssamenstelHng en aan de gezins-grootte, welke algemeen voor etagewoningen wordt toege-past, ook voor eengezinshuizen mogehjk maakt.Tijdens mijn deelname aan het werk van de sub-commissieplattegronden (thans ,,technische commissie") van de studie-groep ,,Efficiente Woningbouw" heb ik bedoeld woningtypeo.a. naar voren gebracht en het is als serie A-B in de urgentie-typen voor standaardplattegronden opgenomen, echter na eenwijziging waardoor het bijna f 400,- per woning duurder isgeworden, zonder dat hiermee m.i. enig belang is gediend.Thans, nu van regeringszijde sterke aandrang wordt uitge-oefend om te geraken tot verlaging van bouwkosten van devoJkswoning, in een vrijwel wanhopige poging om aan deenorme uitgaven voor militaire doeleinden het hoofd te kun-nen bieden en de regering zelfs besloten heeft de woning-productie van ongeveer 50.00 woningen tot 45.000 woningenper jaar te beperken en het in 1951 in de woningbouw teinvesteren bedrag met f 20.000.000.-- heeft verminderd, meenik nogmaals de aandacht te moeten vestigen op enkele wo-ningtypes, waarmee een belangrijke besparing van bouwkos-ten kan worden bereikt.Als medewerker aan de Stichting Ratiobouw en dus aan hetstreven van genoemde Stichting om te komen tot verlagingvan bouwkosten en tot rationele woningbouw, is door mij opbovengenoemde gedachte, n.l. de toepassing van woning-differentiatie ook voor de eengezinshuizen, voortgebouwd enzijn de hierbijgaande drie plattegronden ontwikkeld.Type Rl bevat op de beganegrond: een woonkamer breed3,80 m en diep 4,80 m, oppervlakte ruim 18 m^, na aftrekvan 1 m2 voor kast en schoorsteen ruim 17 m~; een keukenvan 1,80 X 2,72 m, oppervlak na aftrek van ingebouwdemeter kast 4,5 m2; een gang, breed 1,03 m met ruime meter-kast nabij de voordeur en een kelderkast onder de trap; eenw.c. van 90 X 100 cm.Op de verdieping: oudersslaapkamer 3,00 X 3,80 m, opp.11,40 m2, inclusief ingebouwde kast; slaapkamer voor 2 kin-deren 2,83 X 2,63 m, opp. 7,44 m^, exclusief 2 vaste kasten;bad-was-ruimte 1,20 X 1,60 m, opp. 1,92 m2, plaats biedendvoor een ,,lavet"; op het portaal een vaste kast.Dit woningtype is slechts 4,02 m breed en 8,15 m diep en heefteen oppervlakte op de beganegrond van 32,76 m2. Deze wo-ning is zeer goed bruikbaar voor een gezin met 2 kinderenbeneden 10 jaar, of voor een gezin met 3 kinderen beneden10 jaar, waarvan een baby, daar op de oudersslaapkamer plaatsis voor een wieg.De woning type Rg heeft eenzelfde indeling op de beganegrond als type R^, met dit verschil, dat de woonkamer 4,20 mbreed is inpJaats van 3,80 m bij dezelfde diepte van 4,80 m.De oppervlakte van de woonkamer is dus 4,2 X 4,8 = 20,16m2, na aftrek van 1 m2 voor schoorsteen en vaste kast, ruim19 m2.De verdieping bevat een oudersslaapkamer met opp. van ruim11 m2, inclusief ingebouwde kast en twee eenpersoons kin-derslaapkamer met oppervlakte van 5,-- en 5,2 m2, na aftrek"U van 0,5 m2 voor een vaste kast. Op het portaal bevindt zicheen vaste kast e'n de bad-was-ruimte van 1,2 X 1,6 = 1,92m2, plaats biedend voor een ,,lavet".Type Ro is bruikbaar voor een gezin met 2 kinderen, ookvan verschillend geslacht en boven de 10 jaar. Type Ro is Ijreed4,42 m en diep 8,15 m en heeft een opp. van 36 m2.Ten slotte is nog volgens eenzelfde plattegrond-indeling voorde beganegrond een woning ontworpen met drie slaapkamers,doch voor 5 bedden, dus voor een gezin met 3 kinderen,waarbij jongens en meisjes gescheiden kunnen slapen. Deindeling op de beganegrond is weer dezelfde als voor type R,,doch de woonkamer is 4,37 X 4,80 m en heeft een opp. van20,97 m2, na aftrek van 1 m2 voor kast en schoorsteen, dus20 m2. De keuken heeft een breedte van 2,37 m en een opp.van 6,44 m2, inclusief de keukenkast.De verdieping bevat een oudersslaapkamer met opp. 10,41 m2,inclusief ingebouwde kast; een kinderslaapkamer voor 1 bedmet opp. 5 m2, na aftrek van een vaste kast; een 2 persoons-slaapkamer, breed 2,50 m met een opp. van 7,6 m2, inclusiefingebouwde kast; verder op het portaal een vaste kast ende bad-was-ruimte 1,65 X 1,20 = 1,98 m2.Type R3 is bruikbaar voor een gezin met 3 kinderen van elkeleeftijd, waarbij dus kinderen van verschiUend geslacht af-zonderlijk kunnen slapen.De breedte van dit woningtype bedraagt slechts 4,59 m, ter-wijl de diepte 8,15 m bedraagt en de opp. 37,41 m2.De bovenomschreven woningtypes wijken af van de gebrui-kelijke op de volgende punten:1?. de woonkamer hgt aan de tuinzijde,2?. de keuken ligt aan de straatzijde,3?. de tuin met eventuele uitgang op een achterpad is alleenbereikbaar via de woonkamer.Daar deze bizonderheden voor de bewoners enkele bezwarenopleveren, dient hieraan speciale aandacht te worden gewijd.Ad 1?. De ligging van de woonkamer aan de tuinzijde i.p.v.aan de straatzijde heeft speciaal bij etagebouw in de grotestad hei: nadeel, dat de bewoners niet op straat kunnen uit-zien en dus niet kunnen genieten van de gebruikelijke straat-tafereeltjes als het voorbijsnellende verkeer, het winkelendpubhek, voorbijtrekkende pohtie met muziek, het ,,pierement",enz., kortom van het levendig beeld, hetwelk een stadsstraatveelal biedt en dat nu eenmaal door veel mensen intens geno-ten wordt. In de wijken met eengezinshuizen, waarvan demeeste gelegen zijn aan straten, waarin het verkeer zich vrij-wel beperkt tot groenteboer, bakker, melkboer, postbode en debewoners van de straat zelf, valt wel zeer weinig van de straatte ,,genieten".Het gemis aan uitzicht op een veelal ,,dooie straat" wordtvergoedj door het zitje achter de woonkamer in de tuin, datdoor dubbele openslaande deuren met de woonkamer kanworden verbonden. Achter het ,,zitje" kan een bloementuintjeworden aangelegd, dat vooral niet te diep moet zijn, dochbijv. =t 5 m, om lange, smalle sleuven tussen de terreinafschei-dingen onmogelijk te maken.Naar gelang van de beschikbare terreindiepte kan men tussende achtertuinen een verharde strook maken, een verbreed pad,eventueel met boombeplanting, waar kinderen kunnen spelen,of een groenstrook om het uitzicht van de woonkamer uit ofvanaf het zitje achter de woonkamer te verfraaien.Ad 2?. De ligging van de keuken aan de straatzijde biedthet voordeel, dat de huisvrouw van uit haar werkterrein opstraat kan zien en dus groenteman, bakker, kruidenier, vuilnis-man, enz. direct kan zien aankomen, hetgeen dikwijls eenloop naar de bel kan uitsparen.Ad 3?. Dat er geen andere achteruitgang naar de tuin isdan door de woonkamer, moet als een bezwaar tegen dezeplannen worden erkend, een bezwaar dat nauw verband houdtmet de ligging van de schuur. Daarom zal hieraan nog spe-ciale aandacht worden gewijd. De Jigging van de schuur inde achtertuin heeft bij deze woningtypes het bezwaar dat,waneer men op de fiets thuiskomt, men, na plaatsing van defiets in de schuur, om het woningblok moet heenlopen omvia de voordeur binnen te komen. Dit zal zich steeds 's wintersvoordoen als de tuindeuren van de woonkamer gesloten moe-ten blijven om warmteverlies te voorkomen. Een groot be-zwaar is dit m.i. niet, zeker geen groter bezwaar dan onder-vonden wordt in de etagebouw bij gebruik van een rijvv'iel-stalling.Een ernstiger bezwaar lijkt mij, dat op wasdag de wasketel,teilen, wasbord en schraag uit de schuur via de woonkamernaar de keuken of wasruimte op de etage moeten wordengehaald en na gebruik via de woonkamer weer naar de schuurmoeten verdwijnen. Er is echter op het portaal op de ver-dieping, aan welk portaal zich ook de bad-was-ruimte bevindt,een fiinke kast, waarin deze zaken desgewenst kunnen wor-den geborgen.Ook de vuilnisemmer zal soms moeilijkheden opleveren, dochbij een goedsluitende vuilnisemmer is plaatsing in de keukenonder het aanrecht mogehjk. Wil men dit niet, dan zal devuilnisemmer wel in de voortuin worden gezet.Hoewe! plaatsing van de schuurtjes in de achtertuinen ookbij deze woningtypes aanvaardbaar moet worden geacht, zaleen en ander er meermalen toe leiden de schuurtjes te plaatsenin de voortuinen, waaraan ook de keukens gelegen zijn, dusaan de straatzijde. De voorkeur voor een plaatsing aan dekeukenzijde wordt versterkt door het feit, dat de bergruimteop de beganegrond vrij beperkt is n.l. de overruimte in demeterkast, waar bezems en stofzuiger een plaats kunnenvinden en de z.g. kelderkast onder de trap.Als een nadeel van de plaatsing van de schuurtjes aan destraatzijde wordt veeial Desciiouwd, dat iiet straatDeeid doorde schuurtjes minder fraai zal worden. Bij de tegenwoordigeopen bouwwijze zijn echter de schuurtjes steeds op vele plaat-sen van de straat af zichtbaar en zal een behoorlijke vorm-geving van de schuurtjes toch evenzeer gewenst zijn als vande woningen. Een combinatie van telkens twee schuurtjesonder een pannendak, zoals men thans in veel laagbouw-complexeiji aantreft, behoeft het straatbeeld niet te ontsieren.Men verrhijde echter de platte daken, die aanleiding geventot ontwerpen van rommel en vuil en die het straatbeeld on-gunstig beinvloeden.De voigende mogelijkheden doen zich bij de plaatsing vande schuurtjes aan de straatzijde voor;1?. Straatrichting ongeveer O.W.Schuurtjes aan een zijde van de straat n.l. aan de zu.d-zijdeJ waaraan de woningtypes Rx, R2 o'^ f^s gelegenkunnpn zijn met de woonkamer op het zuiden. Aan denoordzijde van de straat kunnen dan de gebruikelijke wo-ningen worden gebouwd met schuurtjes in de achtertuin.2". Straatrichting ongeveer N.Z.Schuurtjes aan beide zijden van de straat, waar de woi-ningtypes R^, R2 of R3 toelaatbaar zijn, omdat de woon-kamers in dit geval of op het Oosten, of op het Westengelegen zijn, zodat deze woonkamers 's morgens of 's mid-dags zon krijgen.3?. Straatrichting ongeveer N.Z. met strokenbouw.Hierbij komen aan een zijde van de straat voortuinen metschuurtjes, aan de andere zijde van de straat achtertuinen.Er zijn dus veel variaties mogelijk, waarbij juist de afwisse-lende plaeitsing der schuurtjes de eentonigheid van veel laag-bouw-wijken kan tegengaan.Bij het z.g. ,,practijkonderzoek", dat door ,,Ratiobouw" naarde toestand van de ,,systeemwoningen" wordt ingesteld, isbizondere aandacht geschonken aan de meubilering van dewoningen terwijl ook door besprekingen met en inlichtingenvan meuqelverkopers en meubelfabrikanten een indruk werdverkregen van de soort, de omvang en van de afmetingen vande meubilering van de Nederlandse volkswoning in verschilj-lende plaatsen van ons land.Bij het ontwerpen van deze woningtypes is met een en anderrekening gehouden en op de verschillende plattegronden iseen meubel-plaatsing aangegeven, welke verschillende moge-lijkheden biedt tot plaatsing van alle steeds in de volks-woning voorkomende meubels, aangevuld met enkele ,,30m-tijds" voorkomende meubels, als bijv. een zitbank, een bureau,ArtikeEengezinsfiuis. Type Ri;R.*9^ L 22Qf' -..^ 442 ,,? , 323Een;"|czinshuis. Type R2Eengezinsliuis. Type Ra91Artikeien ggjj Jivan, een piano e.d., welke meubels echter vrijwel nooittegelijkertijd worden aangetroffen.Het staat dan ook voor mij vast, dat bovenomschreven wo-ningtypes aan alle redelijke eisen van meubelplaatsing vol-doen en dat er voor spoedige ,,veroudering" van deze wonin-gen geen vrees behoeft te bestaan.De beschreven plannen zijn door Ratiobouw nauwkeurig be-groot op eenzelfde basis en berekend tegen prijzen en lonenvan 1 Januari 1951. De verschillen in bouwkosten zullen dusthans vermoedelijk groter zijn.Type R3 (3 slaapkamers, 5 bedden) geeft ten opzichte vanhet gebruikelijke woningtype met 3 slaapkamers (plan studie-commissie voor Efficiente Woningbouw, Serie C-B) een be;-sparing aan bouwKosten van zh t 650.^-- per woning.Type R2 (3 slaapkamers, 4 bedden) geeft ten opzichte vanhet bovengenoemde plan Serie C-B een besparing aan bouw-kosten van ? f S5U.-- per woning.Type Ri (2 slaapkamers, 4 bedden) geeft ten opzichte vanhet plan Serie A-B van de studie-commissie voor EfficienteWoningbouw een besparing van f 390.-- per woning en tenopzichte van de tot heden algemeen gebruikelijke woning met3 slaapkamers (Serie C-B van de Studiecommissie EfficienteWoningbouw) een besparing aan bouwkosten van f 1375.--per woning.Welke besparing kan door toepassing van de woningtypesRi, R2 en R3 worden bereikt, berekend tegen prijzen en lonenvan 1 Januari 1951?Zou men per jaar 2500 woningen van type R^ (2 slaapka-mers, 4 bedden), 2500 woningen type Rg (3 slaapkamers, 4bedden) en 7500 woningen type R3 (3 slaapkamers, 5 bed-den) bouwen, dan zou men in vergelijking met de bouwkos-ten van 12.500 woningen van het gebruikelijke type (SerieC-D Studiecommissie Efficiente Woningbouw) de volgendebesparing op de bouwkosten verkrijgen:2500 woningen type R^ besparing 2500 X1375.-- = f 3.427.500.--2500 woningen type k2, Desparing 2ju0 X850.-- = f 2.125.000.--7500 woningen type R3, besparing 7500 X650.-- = f 4.875.000.--Totale besparing op 12.500 woningen f 10.427.500.--Hierbij komt nog een belangrijke besparing op grondkosten,kosten voor straataanleg en riolering, als gevolg van de ge-ringere perceelsbreedte.Stelt men het jaarlijks te bouwen aantal woningen op 50.000,dan zullen hierbij ongeveer 80 %, d.i. 40.000 eengezinshuizenzijn.Bouwt men van deze 40.000 eengezinshuizen 12.500 volgenstypes Ri, R2 en R3, dus ? 30'%, dan bespaart men alleenaan bouwkosten ruim f 10.000.000.---.Zou men ? 60 % van de nieuw te bouwen eengezinshuizenvolgens de types Rx, R2 en R3 bouwen, dan zou het zelfsmogelijk zijn het bedrag van f 20.000.000 te beparen, waar-mee de regering het voor woningbouw beschikbare bedragheeft verlaagd, zonder het aantal te bouwen woningen te ver-minderen.Ten slotte moet nog op het volgende worden gewezen.Het benodigde bouwterrein per woning wordt in sterke matebeinvloed door de perceelsbreedte, in veel mindere mate doorde perceelsdiepte, omdat tussen de achtergevels schier nooitsprake is van een minimum-afstand, welke toelaatbaar zouzijn met het oog; op lichtinval, zonbestraling e.d.Het zal bij de meeste ontwerpen voor complexen van een-gezinswoningen zonder meer mogelijk zijn de types R^, R2en R3 toe te passen.Hierdoor zal een aanzienlijke besparing op bouwterrein mo-gelijk worden omdat deze woningtypes respectievelijk 4,02 m,4,42 m en 4,59 m breed zijn, terwijl de algemeen ge-bruikelijke eengezinswoning 5,80 a 6,00 m breed is.In de N.R.Ct. van 2 Juni 1951 wordt in het hoofdartikel92 ,,Misverstanden" gewezen op de juist op het platteland veel-vuldig voorkomende verspilling van grond bij de bouw vaneengezinshuizen en dat beperking op dit gebied er toe zoukunnen leiden, dat ,,aan de drang tot hoge bouw in anderegemeenten gemakkelijker weerstand kan worden geboden".Ook uit dit oogpunt verdient toepassing van deze woning-types m.i. ernstige overweging.Een- of Meergezinshuizen ?Enkele sociaal-economische en stedebouwkundigeaspectendoor Jhr Ir J. de Ranitz i)Inleiding..Wanneer men thans over dit onderwerp gaat spreken, moc^de eerste gedachte wel zijn, dat het hoogst moeilijk zal vallen,nog nieuwe dingen daarover te vertellen. Geen onderwerp ophet gebied van volkshuisvesting en stedebouw is z6 vaak aanie orde geweest."Dit zeide Ir H. van der Kaa in 1932 in een lezing voor deVereniging voor Handel, Nijverheid en Gemeentebelangen te's Gravenhage.Sindsdien is het gesprek echter vol enthousiasme voortgezeten vooral de laatste jaren mag het onderwerp zich wederomin een grote belangstelling verheugen. Meer en minder gezag-hebbende uitspraken pro en contra hoogbouw zijn aan de ordevan de dag. Naast weloverwogen uitingen, passeert ook eenbehoorlijke hoeveelheid van de meest pertinente en soms meestonjuiste uitspraken onze schrijftafel.Dat het bestuur van het Instituut dit onderwerp wederom opde agenda heeft geplaatst, kan dan ook niet liggen aan denieuwheid of onbekendheid van het probleem, doch alleen aande behoefte om door gedachtenwisseling wederom een zekerevenwicht en inzicht in de inhoud van het vraagstuk te bren-gen. Er zijn echter na oorlog II ook enkele andere aspectenop de voorgrond gekomen. De overbevolking, vooral in hetwesten des lands, is benauwend. Ook hierdoor valt op ditvraagstuk een scherper licht dan vroeger. De industrialisatiezal ons volkskarakter bei'nvloeden en wellicht ook onze woon-vormen. Misschien raakt ook dit aan het probleem hoog oflaag? Hoe zit dit; alles? Ik heb geen klaar recept in mijn zak,maar zal trachten een lijn te vinden.Ik wil, noch zal pleiten voor uitsluitend eengezinshuizen ofalleen meergezinshuizen, doch zal eerst trachten op enkelepunten de proporties, de onderlinge verhoudingen, tot rede-lijke maten terug te brengen.Laat ons dan eerst nog even vaststellen, dat de voorstandersvan hoge meergezinshuizen de beste publiciteit hebben. Aller-lei bladen en zelfs de dagbladpers schrijven soms waarlijksensationele verhalen^ Ik weet niec of dit nieuws is van hettype: ,,When a man is bitten by a dog, that's no news, butwhen a dog is bitten by a man, that is news". Het is dusnuttig deze zaak openbaar te behandelen. Ook daarom kun-nen iwij dankbaar zijn voor dit initiatief van ons Instituut.Ik heb u echter niet het belangrijkste over dit onderwerp tevertellen, dat heeft Dr Querido gedaan. Volkshuisvesting is,blijft en behoort te zijn een sociale politiek. Economische as-pecten behoren daarin niet te overheersen. Een krachtigc breeduitgebouwde sociale politiek wordt het hardst gepropageerd intijden van economische nood. Wij maken dit heden ten dagemee. Toch kan natuurlijk een zodanige sociale politiek alleentot voile ivasdom komen in perioden van economische welvaart.Hoe is thans het economisch fundament onder ons levenspeil?Belangrijker nog, hoe zal het straks zijn?Er wordt aan dit economisch fundament getwijfeld. Econo-mische motieven hoort de stedebouwer van vandaag van's morgens tot 's avonds. Het thema is ongeveer als volgt:,,Wij hebben minder investeringen en minder hquide middelen1) Tekst van de inleiding van de Heer de Ranitz ^-- met enige bekorting-- in de vergadering van het Instituut op 20 April 1951.voor de gezinswas.Het ortginele LAVET isgeschikt voor alle washan-ielingm, dus 66k voor hetverrkbten van de gezirliwm,kleine was, luierwas enz.Het wassen zander bukken,zoals de afbeeldtng toont,is mogelijk geworden dooreen NIEUWE vtnding vande Ocrietfahriek. (octrootaangevraagd).Deze vinding kan bij hetORIGINELE LAVETtoegepast warden.Vraagt inlichtingen aan defabriek n.v. Baarn.Telefoon 2380 (K 2954)Het model en de naam ziin internationaal beschermd.^^acature^GEMEENTE VELSENBurgemeester en Wethouders roepen sollicitanten op naarde betrekking vana. TECHNISCH AMBTENAAR, op arbeidscontract, bij deDienst voor de Volkshuisvesting;b. WONINGINSPECTKICE (opzichteres), in tijdelijkedienst, met uitzicht op vaste aanstelling, bij de ,,Woning-stichting Velsen".Voor de functie sub a wordt vereist het bezit van diploma'sM.T.S. bouwkunde, H.B.O of V.B.O. of voor een van dezelaatste twee studerende. Technische- en administratieve ken-nis, alsmede ervaring op het gebied van- en ambitie voorwoningbouw strekt tot aanbeveling.Vereist voor de functie sub b: het bezit van het diplomavan een School voor Maatschappelijk Werk, afdeling maat-schappelijke zorg, met aantekening woningopzicht.Jaarwedde: technisch ambtenaar / 3850,00--/ 4600,00; wo-ninginspectrice / 3000,00--/ 3600,00 (6 eenjaarlijkse perio-dieke verhogingen), exclusief de 1034 % en 5 % verhogin-gen. Andere regelingen conform Rijksregeling.Sollicitatiestukken in te zenden aan Burgemeester en Wet-houders, binnen tien dagen na het verschijnen van dit blad.GEMEENTE EMMEN.Gevraagd:EEN STEDEBOUWKUNDIG TEKENAARvoor de afdeling stedebouw van Gemeentewerken; ruimeervaring gewenst; in dienst treding zo spoedig mogelijk;salaris / 3500--/ 4400 exclusief verhogingen e.d.Schriftelijke sollicitatie binnen 14 dagen aan Burgemeesteren Wethouders.xo \?w6fC.V. NEDERLANDSE LUCHTFOTO- EN RECLAME MI}AMSTERDAM - KEIZERSGRACHT 414 - TELEFOON 31391FABRIKANTE:? DELFTTEL. 532 ailWENDraaideuren? Harmonicawanden? Geluiddempendeschuifwanden? Schuifdeuren omde hoek? Telefooncellen? BetimmeringenR.CRUYFFENZOONFokke Simonszstraat 62-68AMSTERDAM - Teleloon 32051N.V.AsfaH-enWegenbouwbedrijf lEOCHIITEL'Nova Zemblastraat 65Amsterdam - Telefoon 48047VIoeren in ,,Maycrete" Woningenzijn door ons uitgevoerd!Door de navolgendeeigenschappen bij uitstekgeschikt voor woningbouw :VochtvrijHygienischKoudewerendStofvrij (in tegenstelling tot beton)Eenvoudig in onderhoudMaken bij het leggen van zeilof andere vioerbedekking hetgebruik van viltpapier overbodigAile voorkomende wegconstrucfiesen het nnaken van gietasfaltvloerenDooreen advertentiein dit tijdschriftverwerft Uw zaak in ge-heel Nederland bekendheidbij:Architecten,Ingenieursbureaux,Woningbouwverenigingen,Gemeentebesturen,Gemeentelijke diensten vanOpenbare Werken,Bureaux v. Bouw- en Wo-ningtoezicht e.d.Provinciale Besturen,Provinciale Streekplannen-diensten, enz. enz.MUlJS 8. DE WINTER'Bouw- & Aannemingsbedrijf N.V.ROTTERDAMVLISSINGENHEERLEN-EMMENDE KOSTEN VAN EEN RECLAME IN DIT TIJDSCHRIFTZULLEN U MEEVALLEN!Gaarne verstrekken wij U geheel vrijblijvendprijsopgave.ADMINISTRATIE: Keizersgracht 188, AMSTERDAM, C.Telefoon 49128 en 43254.EDEL STANDGROENEDEL STANDROODEDEL STANDBRUINEDEL STANDZWARTEDEL STANDGEELEDEL STANDBLAUWEDEL STANDWITI ^AyOji }&/v?^ /#?*^^ ./ /N.V. v.h. EVERT KONING 6 Co.ZAANDAM - Telef.t 3692-4821-4985.voor de exploitatie, dus ,,omhoog". Wij hebben geen grond,dus concentratie en ,,omhoog". Over de sociale gevolgen vandeze aanbevolen hoge bouw hoort hij angstig weinig.Beziep wij deze argumentcn wat nader!Eerst het zeer hoge woongebouw. Bijna alles, wat ik daar-oveir in de litteratuur en in meer recente ervaringen heb kun-nen vinden, stemt merkwaardig overeen. Het woongebouwvan mcer dan 5 a 6 lagen is veel duurder dan de bouw vaneengezinshuizen of meergszinshuizen in 3 of 4 lagen. Menherlezc daartoe het rapport van de Nederlandse delegatie ophet International Housing and Townplanning Congress inParijs 1937, het rapport van de Commissie voor den hoogenbouw in Amsterdam 1932. De geringe vermindering der grond-kosten bij handhaving van redelijke stedebouwkundige maat-staven worden te niet gedaan door de veel hogere bouwkos-ten. Ook uit een oogpunt van leidingen en stedelijke bedienin-gen (nutsbedrijven) zijn de voordelen gering, zoals blijkt uitde enquete onder deze diensten gehouden en vermeld in ge-noemde lezing van Ir van der Kaa (1932) evenals in het rap-port van de Amsterdamse Commissie.Een ieder, die in het jongste verleden getracht heeft werkelijkehoge woongebouwen tot stand te brengen, weet uit ervaring,dat het uiterst moeilijk en veelal onmogelijk is om binnen hethuidige financiele raam klaar te komen. Nu mag hieruit nietworden geconcludeerd, dat deze hoge woongebouwen van 6en meer verdiepingen overal en altijd achterwege moeten blij-veri. Op enkele plaatsen in de cities van onze grote stedenhoren ze thuis en wel voor die, in de regel kleine en zeer kleinehuishoudens, die bizondere behoefte hebben aan het directesnelle contact met het bruisende leven in de city. Er zijn enkelebevolkingsgroepen, die in of vlak bij de city willen leven.EeiJ grote stad, zonder enige congestie in zijn binnenstad isevenmin een grote stad als -- om een gezegde van naar ikmeen Mr Oud te gebruiken -- een stad zonder stoplichten.Ook Markelius wijst op deze wenselijkheid bij zijn beschou-wing over het plan van Stockholm (Architects Yearbook no 3,1948), hoewel hij daarnaast pleit voor verlaging van de ge-middelde hoogte der woongebouwen in woonwijken.Ik geef eerst enkele cijfers, exclusief kosten centrale verwar-ming, brandleiding, huistelefoon. wasinrichtingen enz., exclu-sief ook -- en dit is zeer belangrijk mede in verband met het-geen Dr Querido betoogd heeft -- de meerdere sociale voor-zieningen, die hoogbouw vergt. Het beeld is dus voor hoog-bouw te optimistisch.Voor vergelijkbare woningen stel ik de bouwkosten van vierwoonlagen per arbeiderswoning op 100.Dan ontstaan voor een der grootste steden in het westen vanons land de volgende cijfers:dat3 woonlagen 1044 1005 1066 1118 11010 11212 121He: is uit een oogpunt van bouwkosten enigszins begrijpelijk.de voorkeur gaat naar 3 of 4 woonlagen. Deze hoogteverijt nog net geen lift, geen skelet, geen hydrophoorinstalla-tie, geen extra brandleidingen, geen huistelefoon enz.Blijven wij ons nog even bepalen bij het aspect der bouw-kosten en zien wij nu ook naar het eengezinshuis, dan kan ikU ook daarvoor enige andere cijfers, betrekking hebbende oponze grote steden, geven. Deze cijfers hebben betrekking opwoningen van 210 m^ met kappen en vrijstaande schuurtjesvoor eengezinshuizen en voor etagewoningen (4 lagen) onder-huizen en kappen. De bouwkosten worden dan globaal19.000.-- + f 1.000.-- = f 10.000.-- op betonstroken voorhet eengezinshuis en f 11.200.^-- voor het eengezinshuis op pa-lenj Voor etagebouw in 4 lagen op palen f 9.400.^-- +f 1.300.-- ~ f 10.700. --. Inclusief paalfundering is dus heteengezinshuis slechts f 500.-- duurder, mede omdat er eenhele kap op drukt. Wanneer we plat of bijna plat zouden dek- Art*eienken, wordt dit verschil nog kleiner. Bij gelijke grondkostengeeft dit huren van eengezinshuizen op palen van ca f 0.75per week hoger dan bij meergezinshuizen op palen. De grond-kosten zijn echter voor het eengezinshuis door allerlei oorza-ken, ten dele gelegen in de wijze van groeperen der cijfers.ten dele in reele waarden, hoger. Dientengevolge kunnen dezehuurverschillen voor vergelijkbare woningen in enkelegrote en middelgrote steden worden gesteld op globaal f 8.50voor het eengezinshuis en f 7.25 voor het meergezinsliuis.Meestal echter liggen deze cijfers enigszins anders, omdat heteengezinshuis vaak wat groter is dan het etagehuis. Danwordt het verschil kleiner en slaat soms om, vooral in ge-meenten met lage grondkosten en lage ontsluitingskosten. Uitandere kleinere steden waar de bouwkosten rond f 10.000.--per woning zijn^ is mij bekend dat daar het lets grotere een-gezinshuis in zijn stichtingskosten f 300.-- tot f 500.-- duur-der is. Het verschil is dus kleiner dan meestal wordt veron-derstald.Ik geef hier nog enkele cijfers der bouwkosten (exclusief bij-komende kosten, exclusief paalfundering, doch inclusief beton-stroken e.d.) per m2 nuttig vloeroppervlak, berekend voor eengroot complex in een provinciestad in het westen des lands.Nuttig vloeroppervlak is alles binnen de muren, behalve trap-ruimten (dus de binnentrap voor het eengezinshuis, bordes-trap voor de etagewoning).Deze cijfers zijn in velerlei opzicht merkwaardig Het verliesaan trappen is in dat eengezinshuis van 70.53 m^ 5.5%, inhet meergezinshuis van 54.85 m2 echter 6.5% en in dat van55.91 m2 zelfs 7%. De meergezinshuizen in dat complex tel-len 2 slaapkamers en resp. 3 en 4 bedden, met bouwkostenvan resp. globaal f 8.700.-- en f 9.400.--. Het eengezinshuisis groter: 3 slaapkamers en 5 bedden met bouwkosten vanmeer dan f 10.000.--. Ik spaar U de details der berekening enmag U de bron niet noemen.Merkwaardig, dat we de kosten per m2 nuttig vloeroppervlakin dit project groter zien worden als het aantal bedden perwoning stijgt. Men zou eerder andersom verwachten. De kos-ten per bed dalen echter bij het groter worden der woning.De absolute kosten per bed zijn als volgt:meergezinshuis 2 slaapkamers 3 bedden globaal f 2,890.^--,, 2 ,, 4 ,, ,, f 2.350.--eengezinshuis 3 ,, 5 ,, ,, f 2.300.^--alles exclusief palen.Per bed is dus het eengezinshuis concurrerend.Per m2 nuttig vloeroppervlak liggen de cijfers dicht bij elkaar.Het verschil is daar tussen het 4 beds-meergezinshuis en het5-beds-eengezinshuis in een verhouding van ongeveer 100 op103 (f 168. --/m3 en f 173.--/mS). Nu zijn dit cijfers ont-leend aan enkele projecten uit deze maanden. Het is dus welwat boud om daaruit scherpe conclusies te trekken.De kosten per m^ nuttig vloeroppervlak exclusief palen zijn indie stad als volgt:meergezinshuis 2 slaapkamers 3 bedden f 159.^--2 ,, 4 ,, f 168.--eengezinshuis 3 ,, 5 ,, f 173.^--We zien dus dat de kosten per bed tussen een meergezinshuismet 4 bedden en een eengezinshuis met 5 bedden elkaar daarweinig ontlopen. Het eengezinshuis is per bed iets goedkoper.Het verschil per m2 nuttig vloeroppervlak is ook niet zo grooten voor het eengezinshuis iets hoger.Nu is de rijksbijdrage in extra-funderingskosten uitgedrukt in% van deze kosten ongeveer de helft lager dan diezelfde bij-drage op de overige bouwkosten, eveneens uitgedrukt in %van die kosten. Dit werkt dus sterk fen nadele van het een-gezinshuis, omdat deze strop dan maar op een woning drukt.Ik zou toch wel willen stellen, dat dit overzicht aantoont, datuit een oogpunt van bouwkosten de keuze eengezinshuis ofdrie en vier lagen niet kan worden bepaald.Los van ligging, concentratie, grondgebruik is het juist nadeze opmerkingen over de kosten van het huis, iets te zeggenover de sociale waarde van het huis. Vast staat, dat voor ge- yjArtikelen94zinnen met jonge kinderen het cengezinshuis met een veiligedirect toegankelijke straat de meest voor de hand liggende na-tuurlijke, uit een oogpunt van geestelijke en lichamelijke volks-gezondheid wenselijke, woonvorm is. Dit geldt ook voor be-jaarden.,,De belangrijke dingen, waar het vooral voor het jonge kindom gaat: direct contact met een -- zij het klein -- stukjenatuur en bodem, vrije en gevaarloze vormen van spel en om-gang met andere kinderen, dat alles biedt in zijn meest sim-pele en natuurlijke vorm alleen het eengezinshuis." (Ir W.van Tijen op het Gezondheidscongres 1950.)In een project voor een grote stedeHjke arbeiderswijk bepalenwij met het oog hierop in de bebouwingsvoorschriften, datde meeste op een verdieping gelegen woningen niet meer dantwee slaapkamers mogen bevatten. Daarnaast zal overal in desteden een bevolkingsgroep zonder kleine kinderen voorkomen,waar juist de grotere schaal, het meer onpersoonlijke etagehuisaan een geestehjke behoefte zal voldoen. Ir van Tijen (Gezond-heidscongres 1950) zegt hierover: ,,Daartegenover is voorgeheel of grotendeels volwassenen de kleine schaal, het dichtop elkander leven in de tuinen en straten van eengezinsbouwdikwijls alles behalve een voordeel. Over de heg of vanaf destraat kijkt altijd een buurvrouw of buurman naar binnen."Daarnaast zij hier nog vermeld, dat de goede etagewoningvoor de huisvrouw gemakkelijker te onderhouden is en geentuinonderhoud vergt. Juist de beknoptheid zal voor vele kleinehuishoudens een voordeel zijn. Het is echter ook voor dezehuishoudens een echt stedelijke woonvorm. Het is minder per-soonlijk, minder typisch voor de uitdrukking van het eigenstevige milieu. Het is minder ,,ouderlijk huis", laat mindertypische herinneringen achter bij de later groot gewordenkinderen. Ik hecht aan deze herinneringen, aan zolders enz.Men verhuist in het meergezinshuis dan ook gemakkelijker envaker. Een merkwaardig symptoom. Daar waar, zoals in alledorpen en ook in vele provinciesteden nog niet zo de dynamiekvan de stad bekend is, tenzij de overheid die wil doen kennen,zij men voorzichtig met een uitspraak als ,,alle volwassenenof kleine gezinnen in meergezinshuizen". Daar moet het per-centage aanmerkelijk lager zijn en blijven. Het eengezinshuisis meestal ruimer, heeft meer berging en bovendien de niette onderschatten expansie in de tuin (het zitje, de zandbak,de babybox 'szomers). Vele kleine gezinnen met grote kin-deren zullen er de voorkeur aan geven, zelfs in onze grotesteden. Zij delen lang niet alien de uitspraak van Ir van Tijen.ledere woninginspectrice kan U dat vertellen. Voorzichtigheidis dus geboden.Wenden wij ons nu tot dat andere aspect. Het grondgebruik.Hoe zit het met dat voordeel van die concentratie, van datmindere grondgebruik? Een woonwijk bestaat niet alleen uitwoningen, doch ook uit scholen, kerken, winkels, ambachte-lijke bedrijven, kleine industrieen, buurtparken, speelvelden,verkeerswegen, enz. Buiten de eigenlijke wijk -- doch medeten dele ten behoeve van deze wijk -- liggen grotere parken,sportvelden, volkstuinen, rioolwaterzuiveringsinstallaties, gro-tere industrieterreinen, spoorwegemplacementen, enz. Uit dezeopsomming blijkt al dadelij'k dat beperking van het ,,naakte"woongebied slechts betrekkelijk geringe invloed heeft op be-perking van het totale stedelijke gebied. Ir van Tijen heeftop het Gezondheidscongres in 1950 in Rotterdam het vol-gende gesteld:,,1. Het voor woningbouw benodigde terrein incl. dat voorscholen, kerken, winkels, buurt- en wijkbedrijven, sport-en speelvelden, groen en parken en exclusief alleen derecreatie op grotere afstand (bossen, heide, duinen, stran-den, meren) blijkt gem. ca. 100 m^ per inwoner te be-dragen of van 1950--1970 22.500 ha voor 2.25 millioeninwonerj. Beziet men dit oppervlak ten opzichte van hetbeschikbare landbouwareaal, dan blijkt dit ten opzichtedaarvan van geen enkele betekenis te zijn (nog niet 1 %van de cultuurgrond).2. Wanneer men de gehele bevolkingsaanwas in plaats vanuitsluitend in eengezinshuizen (waar niemand aan denkt)uitsluitend in etages zou onderbrengen (waar velen overspreken) dan zou dit een terreinbesparing van 40 a 50m2 per woning of 4 a 5000 ha cultuurgrond betekenen.In werkelijkheid is de besparing nog veel geringer, omdatmen in de grafieken eenvoudigheidshalve heeft aangeno-men, dat eengezinshuizen evenveel voorzieningen aanterreinen en gebouwen nodig hebben als etagebouw, watniet geheel het geval is.Bedenkt men daarbij dat ons landbouwareaal door ontgin-ningen aanzienlijk is uitgebreid (het tuinbouwareaal alleenook reeds) en alleen al de Zuiderzeepolders nog minstens150.000 ha zullen leveren, dan blijkt dat het verhaal vande door onverantwoordelijke en verkwistende stedebouwen volkshuisvesting bedreigde land- en tuinbouw eenverhaal is, dat werkelijk alle grond mist.Maar het verhaal is niet alleen volkomen onjuist, hetis ook gevaarlijk en wij komen hiermede tot onseigenlijke onderwerp. Het is immers een niet te weerleg-gen feit, dat onze geestelijke en lichamelijke volksgezond-heid in overwegende mate afhankelijk is van de wijzewaarop deze 20.000 ha zullen worden benut. Practischonze gehele bevolkingsaanwas van 2 millioen mensen zalop deze snipper van onze bodem niet alleen moetenwonen, maar ook in belangrijke mate moeten werken(behoefte aan nieuw industrieterrein bedraagt van 1950--1970 waarschijnlijk slechts 4 a 5000 ha), kortomleven.Moeten nu alle krachten worden ingespannen om dezesnipper voor de daarop levende massa's zo bewoonbaarmogelijk te maken of moet met goed Hollandse nuchter-heid op alles geknepen en op alles worden beknibbeld, zolang, tot alleen dorre steenwoestijnen overblijven, die wijin en om onze grote en industriesteden helaas zo goedkennen?" Aldus van Tijen.Hoewel dit in zijn algemeenheid juist is, komen we er zo nietaf. De waarde van de agrarische gronden om onze stedenis veelal hoger (tuinbouw) en bovendien de overbevolkingnoopt tot de grootst mogelijke efficiency -- mits sociaal ver-antwoord -- in onze stedelijke uitbreidingen.Wij zullen hier nog nadere cijfers geven voor een typischegroot-stedelijke woonwijk. Zij zijn gebaseerd op een theore-tische woonwijk van rechthoekige vorm, zonder enig verliesals gevolg van rivieren, wegen, bestaande bebouwing, slechtegeografische omstandigheden enz. en hebben bovendien eenvoorzieningsoppervlak zowel binnen de wijk als het bijbeho-rende gedeelte buiten de wijk (scholen, groen enz.), dat voorhoog- en laagbouw gelijk gesteld is. Door middel van eenberekening met terreinindices, die iets hoger liggen dan dedoor het Departement gestelde grootten dezer indices, zijnvoor een zodanige wijk van 5000 woningen de volgende cijferste vermelden.0 0/i eengezins 100% vier hoog wijkgrootte 100106112124130Bij een gemiddelde van bijv. 40 % eengezinswoningen en 60 %vierhoog stijgt het stedelijke oppervlak ten opzichte van 100 %vierhoog met slechts 12'%. Dit cijfer wordt in werkelijkheidlager, omdat er ten eerste voor hoogbouw relatief wel meervoorzieningsgebied nodig is (gemeenschapslokalen, volkstui-nen, enz.) ten tweede er wel verlies als gevolg van bestaandetoestanden optreedt, welk verlies -- vooral in wijken metdichte zorgvuldig opgezette bebouwing -- kan oplopen tot20% van het totaal, welke laatste verliezen in de meesteplannen in het voorzieningsgebied zullen worden verwerkt.Hierdoor wordt de constante factor vergroot en dus de invloedvan de verdichting van het woongebied op het totale stedelijkegrondgebruik relatief nog aanmerkelijk verlaagd. Bij 100 %eengezinswoningen is het naakte woongebied (kavels en woon-straten) in deze theoretische woonwijk ongeveer 48 % vanhet totaal. Bij 100% vierhoogbebouwing wordt dit ongeveer20%40 0/^80%100%80%60%20%0%15% lager (plm. 33%) en dus het voorzieningsgebied intotaal 15 % groter. Eigenlijk is dit verschil, zoals ik reedszeide, aanmerkelijk groter, omdat het voorzieningsgebied perinwoner niet gelijk mag zijn en er wel verliezen optreden.Wanneer we bijv. een verlies incalculeren van 10%, wordthet voorzieningsgebied van onze theoretische wijk met bijv.10 % (de helft van de soms optredende 20 %) van de wijk-oppervlakte vergroot. Hierin kunnen dan ook de niet gecal-culeerde extra-voorzieningen voor de meergezinshuizen wor-den ondergebracht.De absolute oppervlakten voor deze theoretische wijk van 5000woningen worden inclusief de 10% verlies voor0% laag -- 100% vier hoog -- globaal 275 ha20 % laag -- 80 % vier hoog ^ globaal 290 ha40 % laag -- 60 % vier hoog -- globaal 300 ha80% laag -- 20% vier hoog -- globaal 340 ha100% laag -- 0% vier hoog -- globaal 355 ha(afgerond op 5 ha)Wanneer we nu van deze drie groepen de verhoudingscijfersnaast elkaar zetten, noemen wij wederom de oppervlakte vande wijk met 100% vier hoog 100, dan krijgen wijzond. verl. m. verlies0'% laag -- 100'% vier hoog 100 10020% laag -- 80% vier hoog 106 10540% laag -- 60% vier hoog 112 10880% laag -- 20% vier hoog 124 122100% laag -- 0% vier hoog 130 129Het absoluut verschil voor deze theoretische wijk van 5000woningen rekening houdend met 10% verlies is, wanneer 20%laaq en 80 % hoog vergeleken wordt met 80 % hoog en20% laag (twee extremen), rond 50 ha (340 ha -- 290 ha) entussen 20 % laag en 80'% hoog enerzijds en 40 % laag en60% hoog andererzijds (een meer reeel overwegingspunt) 10ha (300 ha -- 290 ha) of ruim 3%. Deze 10 ha en deze 3%zijn nu niet zo indrukwekkende cijfers, dat zij als doorslag-pevend voor het vraagstuk hoog- of laaghouw mogen wordenbeschou wd.Toch zijn soms aan de toekomstige wijk ,,onneembare" gren-zen opgelegd, maar in het algemeen kan wel gezegdworden, dat deze besparing van girondgebruik niet van diegrootte is, dat alleen daarom tot hoogbouw wordt overgegaan.Bovendien, het zij herhaald, ik propageer niet uitsluitend een-gezinswoningen of uitsluitend hoogbouw, maar ik stel wel, dathet relatief weinige meerdere grondgebruik mij niet zodanrgimponeert, dat ik daardoor de stedebouwkundig-sociale be-handeling, die dit vraagstuk behoort te krijgen, te zeer laatverstoren.Ik stel voorts, dat de stedebouwkundigen van heden wel zoveelbegrip voor efficiency hebben leren veroveren, dat er vanslordig omgaan met grond meestal geen sprake is. Ik kan mijniet geheel aan de indruk onttrekken, dat er heel wat minderinefficient ingedeelde stadsplannen zijn, dan inefficient in-qedeelde agrarische gebieden.Maar we zijn er nog niet: hoe zit het met de grond- en ont-stuitingskosten? Het is mij niet mogelijk gebleken om hiervoorgoed vergelijkbare cijfers te verkrijgen. Hiervoor zijn in hoofd-zaak twee oorzaken te vermelden:1. deze cijfers kunnen uit beleidsmotieven niet ter openbarediscussie worden gesteld; te zeer vormt de groepering vandeze cijfers een onderwerp van netelige onderhandelingen;2. de methoden van berekening der werkelijke grondkostenlopen zeer uiteen. Met name worden er grote verschillenaangetroffen in de wijze van berekening van de omslagder kosten, die binnen het kader der gehele stedelijke ont-sluiting worden gemaakt en slechts ten dele op een be-paalde wijk drukken. Wij hebben kunnen constateren,dat deze omslag op uiteenlopende wijzen wordt samen-gesteld en op verschillende wijzen wordt omgeslagen overde wijk.In enkele gemeenten leidt dit complex van de wijze van be-rekening van de omslag (dus wat er wel en niet onder valt)en de wijze van omslaan (bijv. voor exploitabel bouwterreinvoor het woongebied of nog op andere wijze) tot vreemde ArtikeUnconclusies. In een gemeente bijv. volgt uit deze groepering vancijfers, dat het goedkoper is veel openbaar groen te projecteren,dan de bouwpercelen wat te vergroten! Elders weer zijn dekosten per bouwperceel op toch niet zo hoge ruwe grondprij-zen en geenszins hoge ophogingskosten zo onredelijk hoog, dataan de juistheid dezer berekening moet worden getwijfeld. Ookgrondprijzen, die naar onze mening alleen maar binnen hetdepartementale financieringskader waren gegoocheld, zijn onsbekend. Dit zijn de lage prijzen, waarvan de sluitpost (somseen dikke) wordt weggewerkt in andere posten der gemeente-lijke begroting. Geen der door mij aangezochte gemeentenkan het zich veroorloven mij toe te staan de gegevens hier inhet openbaar te analyseren. De gemeenten leggen veelal opgoede gronden niet gaarne al hun kaarten op tafel en dit zaleen gedetailleerde analyse van de samenstelling der factorenbemoeilijken. Toch ware dit in hoge mate gewenst.De kosten per woning zijn voor meergezinshuizen lager. Erzijn gevallen, waarin deze per woning f 500.-- tot f 800.--verschillen. In streken met lage kosten voor ruwe grond enweinig ophoging is het verschil veel kleiner.Maar er is een ander aspect, dat sterk ten nadele van heteengezinshuis werkt en dat is het technisch perfectionisme vanvele technische diensten. Ik geef U een voorbeeld. De galerij-woning wordt zonder blikken of blozen aanvaard, maar achteengezinshuizen aan een woonpad wekken grote weerstanden,omdat de auto niet voor de deur kan komen. Bij de galerij iser niet alleen een voetpad (galerij) maar zijn er bovendiennog trappen. Op dit gebied is nog veel te bereiken zonderenige werkelijke schade aan de sociale structuur van onzewoonwijken, maar dan moet er gezocht worden naar anderetechnische oplossingen in de ontsluitingskosten. Hoe staat hetprecies met riolering enz., is daarop in de stedelijke technischevoorzieningen reeds dezelfde soberheid toegepast als in onzewoningen? Ik weet zeker, dat ik grote groepen van ons volkachter mij weet, wanneer ik liever wat minder m^ straat, watminder perfect verzorgd plantsoen, enz. zie, dan minder m^huis. Nu begrijpe U mij goed. Ik weet heel goed, dat destedebouwkundige opzet van een woonwijk nog veel onver-anderlijker is dan een schraal opgezette woning, omdat eenwoning tenslotte eens gesloopt wordt, maar de structuur vaneen stadswijk practisch onveranderlijk is gebleken. Ik pleit nietvoor slechte ruimtelijke behandeling, maar wel voor matiging intechnisch perfectionisme. Niet ieder grasveld behoeft eenbiljartlaken te zijn, niet ieder trottoir een rolschaatsenbaan, nietieder straatje moet altijd en onder alle omstandigheden ruimtebieden voor een vuilniswagen en een verhuiswagen tegelij-kertijd, niet alles behoeft zowel in de technisch-civiele alsbouwkundige werken berekend te zijn op een zich mogelijkooit eens voordoend geval. Het is heel gemakkelijk om mijdadelijk alle mogelijke ongewenste voorbeelden voor de voetente gooien, maar toch, er kan hier zonder enig bezwaar eenandere mentaliteit heersen. Dit vraagstuk dient niet beziente worden in de geest van de akelige bezuiniging, maar in degeest van redelijkheid, nu en later. Laat ik er dadelijk bijzeggen, dat ik ook zo maar in een noodsprong wildweg toe-gepaste bezuinigingen ken. Die keur ik niet goed. Laten wevoor de eengezinshuizen aanvaarden, wat we voor meergezins-huizen reeds lang doen. Daar moet je de trap af voor je jeboodschappen, je brievenbus, je vuilnisemmer, honderd anderedingen bereikt. Waarom dan bij het eengezinshuis alles op dedrempel? In Connecticut staan de brievenbussen aan het beginvan een hele woonlaan. De post brengt het heus niet in iedervillaatje. Dit alles zal de relatief hogere grondkosten vooralvoor het eengezinshuis terug kunnen brengen en wellicht veelaardiger losse groeperingen mogelijk maken. Wanneer we danbedenken, dat de afschrijving van deze grondkosten overlangere termijn loopt, dan wordt de huurverhoging als gevolgdaarvan voor eengezinshuizen ten opzichte van meergezins-huizen beperkt. Toch is de kostprijshuur natuurlijk in de grotesteden dan nog hoger, maar dan staan er toch ook grote so-ciale voordelen tegenover. -7%5Artikeien jjj ygjg proviiiciesteden waar men niet gewend is aan hogcbouw worden de bouwkosten voor de hoge bouw duurder enligt het verschil in grondkocten heel anders, zodat daar hethuurverschil gering kan worden en soms in zijn tegendeel om-slaat. Vooral ook, wanneer de eengezinshuizen vaak niet be-hoeven te worden onderheid en meergezinshuizen wel.Mijn conclusie uit dit alles is, dat noch grondgebruik, nochbouwkosten, noch grondkosten uitsluitend maatgevend behorenen behoeven te zijn bij de keuze tussen hoge en lage bouw.Het is een beetje teleurstellend, dat thans juist op deze vlakkendit gesprek bijna altijd wordt gevoerd. Het gaat in wezen cmheel andere zaken. Het is een stuk sociale gezinspolitiek, ditin de eerste plaats en voor alles. Vergeten wij in deze benardeen verwarde tijden toch niet, dat een halve eeuw lang hier,in Engeland (floor-space-index), in Amerika en tal van an-dere landen de overheid heeft gestreden en nog strijdt voorverlaging der dichtheid. Wij moeten toch wel voorzichtig zijnals we van overheidswege qaan strijden voor verhoaing derdichtheid. Zijn we er dan al? Zijn we te ver gegaan? De vraagdringt zich onmiddellijk en met nadruk naar voren.Hoge en lage bouw bepalen in zeer sterke mate en het karak-ter van een gemeente en op de duur, dat van zijn inwoners.Het is toch een feit, dat de stadsmens een hogcre spanningopbrengt en verdraagt, een hoger tempo loopt, maar ook min-der beschouwend is dan de mens uit de kleine stad of hetdorp. Het is toch een feit, dat de grote stad door zijn typemensen, zijn congestie, die typische bruisende opeenstapelingvan economische, culturele en technische evenementen levert,maar ook in eveneens sterke mate die typische keerzijde vande sociale, menselijke slijtage en losgeslagenheid. Het eenbehoort bij het andere. Een natie, die dit mist, kan mocilijk tottopprestaties komen. Maar een natie, die haar dorpen en pro-vinciesteden hun eigen, meer statisch karakter ontneemt, be-rooft zich zelf van haar groeikracht, haar sociale voedingsbo-dem. Als w^ij onze dorpen verstedelijken en onze provincie-steden onvolgroeide halve-grote-stadsallures geven, leggenwe de bijl aan onze toekomst, op gelijke wijze, wanneer wij inonze cjrote centra een te gezapige atmosfeer (rachten te bren-gen. Het karakter van sommige van onze gemeenten moetinderdaad als gevolg van nationale structuurveranderingenworden gewijzigd. In sommige eertijds kleinere steden moetende spanningen worden opgevoerd, moet de schaal wordenvergroot, ze moeten krachtiger ,,verstedelijken". Meestal gaatdit samen met een industrialisering. Elders echter, moet ditjuist vooral niet gebeuren. Deze zaken moeten niet wordenbeslist door alleen cijfers, door alleen surveyrapporten, maardoor op deze analyses en prognoses gebouwd inzicht. Tegendeze achtergrond zo vol van imponderabilia, is het verklaar-baar, dat dit gesprek nog niet kan worden beeindigd. Hierligt de kern van het vraags'uk en niet in de kwesties vangrondgebruik of kosten. Ik verwijs weer naar Markelius' rap-port over Stockholm. Hij decide mede dat in Stockholm opbasis ener gehouden enquete slechts 7% der families wenstte wonen in de ,,suburban flats". Nu moeten deze cijfers eenbeetje sceptisch worden bezien. Dit neemt echter niet weg,dat bijna overal in onze westelijke wereld (vooral ook in deUSA) een duidelijke voorkeur voor het eengezinshuis bestaaten dat een minderheid het centraal gelegen meetgezinshuisprefereert. Ondanks dit alles bouwt Rotterdam met moeiteslechs 20 % eengezinshuizen en den Haag bijna niets meer.Ondanks dat verwijt een groot dagblad (Algemeen Handels-blad van 7-3-'51) den Haag dat het te laag bouwt.Vergeten wij niet dat in de USA en in de Scandinavischelanden een zeer hoog percentage van de gehuwde vrouwenbuitenshuis werkt. Door deze verhoging van het gezinsinkomenworden allerlei technische perfecties in de woning mogelijk,maar ook tegelijkertijd noodzakelijk. Onder deze omstandig-heden worden kleine comfortabele woningen een gebiedendeeis. In ons land met een geheel andere gezinspolitiek, waar hetde gehuwde vrouw moeilijk wordt gemaakt om te werken,past een andere woningpolitiek. Minder gezinsinkomen, maaryO ook minder dringende behoefte aan beknoptheid en technischeperfectie, maar in meerdere mate behoefte aan ruimere kamersen voldoende differentiatic in de slaapvertrekken vergt eenandere woningpolitiek, zowel in de normen aan de woning zelfte stellen als in huurpeil, bouwhoogte en situatie. In Stock-holm komt men --- aldus Markelius -- ondanks deze hogegezinsinkomens, ondanks het feit, dat de werkende vrouwheel veel voorkomt, terug van hoge woongebouwen. Dit maanttot grote voorzichtigheid in ons land. Men bedenke steeds,dat sociale woningpolitiek gebaseerd moet zijn op bevolkings~politiek en dat er voor gewaakt moet worden ongemerkt hetomgekeerde te doen, U versta mij goed, ik pleit hier nochvoor, noch tegen een bepaalde gezinspolitiek, maar ik stel wel,dat een woningpoli.iek uitvloeisel moet zijn van de bevolkings-politiek en dat niet ongemerkt het omgekeerde mag geschieden.Tegen deze algemene achtergrond zou ik willen stellen, datwij het gezin alleen het prijsgeven van de ruimere, meer ge-differentieerde en meer typisch eigen afgesloten levensmoge-lijkhe'd, die het eengezinshuis biedt, mogen opleggen, wanneerdaar duidelijke andere sociale en culturele voordelen tegen-over staan. Deze voordelen biedt de stad in meerdere mate,Dus geen hoogbouw in de kleine stad o[ het dorp, behalvewellicht fOQr bizondere woonvormen als bijv. een gezellen-huis of lets dergelijks. Daar waar de spanning in de industrialliserende provinciestad moet worden opgevoerd, is enige hoog~bouw voor kleine gezinnen en geplaatst in nauw contact metde stadskern o[ het wijkcentrum op zijn plaats.In de grote steden ware er naar te streven de noodzakelijkewoningen met vijf en meer bedden in eengezinshuizen te pro-jecteren. Ik zou hierop uitzonderingen willen toestaan in deechte kernen van onze stadsdelen en natuurlijk in de city enomgeving. Het percentage eengezinshuizen komt dan zo inde nabijheid van 30 tot 35 % yoor de echte woonwijken, metwat lagere cijfers in de kernen van de stadsdelen. Hierbij moetdan gerekend worden op vrij veel hoge gebouwen voor alleen-wonenden en zeer kleine huishoudens.Nu moeten deze zaken niet te dogmatir-ch worden gezien,doch wel kan worden opgemerkt, dat, wanneer in onze grotesteden het aantal eengezinshuizen met vijf en meer beddenminder gaat worden dan 25 a 30% van het aantal meergezins-huizen met meestal minder doch maximaal vijf bedden,er sociaal bedenkelijke zaken gebeuren. De accomodatie vooralleenwonenden laat ik hierbij even terzijde, hoewel ik diezeer nodig acht.In de industrialiserende provinciesteden liggen deze cijfersanders, bijv. in Brabant. Het probleem der ontsluitingskostenen dat van het bodemgebruik is er zeker minder gespannen enniet bepalend. Meer dan de helft van alle gezinnen in bijv.'s Hertogenbosch, Breda, Eindhoven bestaat uit ten hoogstevier personen. Ook daaronder zijn er, die, doordat de vrouwwerkt, de kinderen al groot zijn of reeds het huis verlatenhebben, om kleine comfortabele woningen vragen. Ik zou indergelijke steden een minimum van 20 % hoogbouw met uit-slu'tend kleine woningen, mits goed geplaatst ter verstevigingvan het verstedelijkings-proces zeker durven aanbevelen. 50 %lijkt mij beslist te veel, plaats voor plaats zal daar het even-wicht moeten worden gevonden. Zo zal het -- wat de cijfersbetreft anders, doch in principe gelijk zijn -- ook wel eldershggen.In kleine plaatsen, in dorpen, in onze meeste echte forensen-plaatsen, die juist hun kracht ontlenen aan het ruimere een-gezinshuis, late men -- behalve voor enkele uitzonderingen envoor bizondere woonvormen -- het meergezinshuis achter-wege.Hoe hoog, drie of vier? Ook deze vraag komt telkens naarvoren, eigenlijk alleen, omdat in de bouwverordeningen vanonze grote steden is bepaald, dat de vierde laag nog net zon-der lift bereikbaar mag zijn. Toch kunt U bij de bewonersduidelijk de bezwaren tegen de vierde laag waarnemen. In pro-vinciesteden zou ik daarmee zeer voorzichtig zijn en ook ingrote steden zou ik de vierde laag gaarne als een slaaplaagbeschouwd zien. Het is heel goed mogelijk een efficient pro-ject te maken met twee lagen vierbedswoningen met allevertrekken cp dezelfde verdieping en op de derde laag woon-kamers, keukens enz. terwijl de bijbehorende slaapvertrekkenvia een binnentrapje op de vierde laag liggen. Amsterdam kentdit systeem al enigszins, echter voor de vierde en vijfde laag!De aesthetisch-architectonische voorkeur voor de vierde laagmoge begrijpelijk zijn, het sociale aspect mag er niet te zeerdoor worden aangetast.Hoewel een sociale woningpolitiek aanwijzingen kan bevattenomtrent de grootten van eengezins- en meergezinswoningen,omtrent het aantal lagen van meergezinswoningen, kunnendeze aanwijzingen nooit lettedijk en algemeen en overal wor-den toegepast. Er zullen altijd gezinnen met meer dan driekinderen zijn, die in bepaalde omstandigheden, in een be-paalde situatie, een meergezins-etagewoning prefereren boveneen elders gelegen eengezinswoning. Ook zullen er kleine ge-zinnen zijn, die grote behoefte hebben aan de ruimte en hetkarakter van het eengezinshuis en daarom gaarne afzien vanhet comfort, de beknoptheid en -- laat ik het maar even noe-men -- de meerdere ,,anonimiteit" van het meergezinshuis.Er zijn in deze zaken wel richtlijnen als door mij hierbovengesteld, maar geen absolute wetten.Maar nog ben ik er niet, nog kan gesteld worden, dat elkef 100.^-- bezuiniging in inves'ering of op bijdrage, dat elke haextra in dit fijdsgewricht, z6 belangrijk is, dat al het boven-staande daarvoor moet wijken. Deze beschouwing kan, ja magniet eindigen zonder het vraagstuk te plaatsen tegen de ach-tergrond van deze tijd.\\^\at is het attesbeheersende motief van het practisch beleidvan nu en vermoedelijk van de komende tien jaren?Wij staan aan het begin van een wereldomvattende econo-mische, militaire en morele uitputtingsoorlog. Het kenmerk vandeze oorlog is en zal vermoedelijk niet zijn de economischeof Imilitaire wereldomvattende actie, maar het opbouwen vanhet potentieel langs de grenzen, het voortdurend prikkelenen dreigen met gebruik van dit potentieel en daardoor het uit-putten vooral moreel van de tegenstander. Men leze hier Ken-naji in Foreign Affairs 1946 and 1951 maar eens op na. Hetwesterse moreel krijgt van drie zijden veel te verduren: teneerste de noodzakelijke economische en physieke offers in deperiode van opbouw der eigen gemeenschappelijke econo-mische en militaire macht zal veel taai volhouden vergen; tentweede, de prikkelende gevoeligheid in verband met de ver-mindering der nationale autonomie eist veel inzicht en ver-trouwen, ten derde, na de opbouw van het machtsapparaat enna vinding van hernieuwd evenwicht in de internationale ver-houdingen van het westen zal enorme zelfbeheersing nodigzijn om de opgebouwde macht alleen te gebruiken voor hethandhaven van een sterk potentieel langs de grenzen, waar-achter zich het nieuwe westen vormt en wacht op de uitput-tinb van de tegenstander.Wat betekent een dergelijke politiek voor de woningpolitiek?En vooral in de eerste phase, die van beperkte middelen voorsociale doeleinden? De middelen, zowel bijdragen als invests-ringen, zullen in de woningbouw wellicht ook moeten wordenbesnoeid; d.w.z. het totaalbedrag. Wanneer de spanning tus-sen bouwkosten en bijdragen ondanks alle pogingen van na-tionalisatie en normalisatie (die zeker nooit worden doorgezet)blijft stijgen, dan moet er onvermijdelijk worden gekozen tus-sen een woningpolitiek gericht op quantiteit en een gericht opqu41iteit. De opdracht aan alle mensen betrokken bij de volks-huisvesting, de stedebouw, de grondbedrijven, enz. kan twee-ledig luiden:de Staat heeft f x-millioen als bijdragen beschikbaar enwenst y huizen te bouwen. Opdracht: bouwt mij het bestXmogelijke huis, dat met een bijdrage van f -- kan wor-yden gefinancieerd. In principe wordt dan het woonpeillosgelaten, maar een bepaald aantal gehandhaafd;b. de Staat heeft diezelfde f x-millioen aan bijdragen be-schikbaar en wenst een nauwkeurig vastgesteld woonpeilen stedebouwkundig peil te handhaven. Opdracht: bouwtmij zoveel mogelijk huizen overeenkomstig dit peil, doe vell'ia'"dit zo goedkoop mogelijk en ik zal -- zo nodig -- mijn leden-bijdrage daarnaar richten. In principe wordt dan het i^sSuut'"^woonpeil gehandhaafd en zo nodig het aantal verlaagd.Deze keuze zal ons duidelijk voor ogen moeten staan en om-trent de uitkomst van dit alternatief zal niet langer twijfel mo-gen bestaan.Wanneer wij deze uitputtingsstrijd moreel willen winnen endan ook zullen winnen, kan dat alleen, wanneer wij weigereniets te doen, dat ook maar enigszins voedsel zou kunnen gevenaan twijfel omtrent de uitslag.Verlaging van woonpeil suggereert een mogelijke blijvendeverlaging van onze levensstandaard. Handhaving van hetwoonpeil, handhaving van het stedebouwkundige peil bewijsthet onwrikbaar vertrouwen in de uitslag van hetgeen wij dekomende tien jaar zullen presteren. Eventuele verminderingvan het aantal te bouwen woningen zal deze handhaving vanhet peil bevorderen en zal hopelijk geen al te desastreuze gcrvolgen behoeven te nemen. Het niet zo snel oplossen van dewoningnood is afschuwelijk, maar juist wanneer alles wat ge-bouwd wordt, geloof in de toekomst zal ademen, zal dit in degegeven omstandigheden minder aanslagen op het moreel ple-gen dan wanneer de belofte zelf aangetast wordt.Zo gezien is het handhaven van het woonpeil en het stede-bouwkundige peil militaire en economische noodzaak, nogdaargelaten, dat het de enig juiste investeringspolitiek is.Zo nodig is dan enig offer aan de quantiteit verantwoord.Indien dit
Reacties