Februari 195212e Jaargan^ No. 2De WoningbouwverenigingUit^ave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenI Adres voor Redaotie en Abonnementen: Wouwermanitraat 27, Amsterdam Z,, Telefoon 24298Verscnijnt maandelijks Adrcsi yoor AdTcrtcntiei: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128WONINGNOOD, EEN SLEPENDE ZIEKTELANDGENOTEN,De verschrikteclijkc plagcn van dc oorlog liggen lachter ons op cen na: de waning'nood. Deze is eien van de allerengstc, al hoort hij dan lOok bij die nasleep. Het hceftdc eigenschappen van ;ecn vrcselijke, slepende zilekte. Juist ons volk, waarvoor huisen jhaard allcs betekent, Kjdt hieraan in de sterkste mate. |Hct is cen kwaal, die lon-draaglijk is en die zovelen van ons toch reeds lange jaren dragen en dus daarnneceigenlijk wdj alien.Op velerlei wijze is ler getracht verlichting of genezing voor dezie ziekte te zoeken enmen wordt vervuld van bewondering als men de grote vindimgrijkheid verneemt,waarmee bdjvoorbeield vele gemecnten liaar eigcn medidjn |hebben uitgcvondcn. Zijdeden daarbllj een beroep op allcr burgerzin om hieracin !mee te w^erken. En tbans wor-dlen inationale leningen voor de wioningbouw lu geboden jals cen glelegenheid voor allersamenwerking.Ik wect, dat er verscheidenhcid van mening over iis HOE dit grootste allcr cuvelen vantegenwoordig- |het bcste Ikan worden {aangepakt. Toch meen ik, dat liet er in de elerstcpliaats om gaat, dat cr iets gedaan wordt. En er mioct veel, cnorm vcel gebcuren (omons uit dit mocras van cUende te werken.Dc gedachte aan |een igezamlenlijke krachtinspanning is dc cnige, die ons lachteraf eenware v^oldoening zal kunncn gcven. Een zo wijdvcrspreide beprocving van bet gehelevolk kan het bcste door het gehele volk cendrachtig onder het oog wordcn gezien envcrvolgens Ibestreden totdat de overwinning is bchaald.Wat oms alien ten slotte voor ogen staat, is: cen eigcn woning voor icder gezin.De eerste steen Idaarvoor is al sindis jaren gelegd. Wei wordt cr ijverig aan gebouwd,maar het gaat ons nict snel genoeg. Wij Ihebben er veel voor over om spoedig devlag te zien wiapperen, ten teken dat binnenkort dc biewoners onderdak zuUen zijn.Die vlag is Ihet zinnebecld van onze saamhorigheid, van ons cendrachtig samenwcr-ken, van dat, waartoe wij als volk in staat zijn. Dit ]kan imcn aflczen, waarlijk nict aanhet dienen Ivan het eigcn belang, maar allecn aan de Idiiensten aan een ander bewezcn.Allcen hicrop kan zegcn rustcn.Laten 'wij dc handen ineen slaan, gedachtig aan het vcrantwoordelijk zijn van alien vooralien, (Radiotoespraak van H.M. de Koningin op 19 Februari 1952)21Groeiend geld en meer woningenDe voorpagina van ons maandblad is ditmaal gewijd aaneen treffend woord van onze Koningin. Een woord, dat onsalien oproept om naar vermogen mede te helpen aan het wel-slagen van de Nationale Woningbouwleningen. Daarvoormoet zelfs onze ,,Wijsheid van de maand" haar gewone plaatsafstaan. De aansporing van onze landsvrouwe is uiteraardvoldoende om een ieder tot hartelijke medewerking te bewe-gen. Hetgeen hier verder volgt kan dus alleen de bedoelinghebben duidelijk te maken hoe men in feite aan de NationaleWoningbouwleningen medewerking kan verlenen. Men kaneen keuze maken uit drie manieren:Eerste manier:Door aankoop van rentespaarbrieven. Verkrijgbaar in stuk-ken van f 100,-- en f 25,'--, nominaal aan toonder. Koersvan uitgifte 100 %.Bezitters van deze rentespaarbrieven kunnen aflossing vor-derenper 1 October 1958 tegen een koers van 125 %per 1 Mei 1963 tegen een koers van 150%per 1 April 1967 tegen een koers van 180 %per 1 April 1971 tegen een koers van 210 %Per 1 October 1974 worden alle dan nog lopende rentespaar-brieven aflosbaar gesteld tegen een koers van 250 %.De N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten, die de lenin-gen uitgeeft kan alleen tot vervroegde aflosbaarstelling over-gaan per 1 April 1967 en per 1 April 1971 tegen een koersvan resp. 185 % en 217%.Wensen de houders van de stukken gebruik te maken vanhun recht op aflossing, dan moeten zij de stukken ten minstedrie maanden voor de gewenste aflossingsdatum deponerenbij een der bankinstellingen, die hierna worden genoemd. Te-gelijkertijd moeten de houders schriftelijk aan hun bankinstel-ling berichten, dat zij van hun recht op aflossing op die datumgebruik wensen te maken.De aankoop van rentespaarbrieven staat open in het tijdvak5 Maart tot 1 Juni 1952, behoudens wijziging van deze datum.Na 15 April wordt een klein bedrag aan lopende rente inrekening gebracht.Tweede manierDoor inschrijving op de 25-jarige 414 % lening 1952, groot20 millioen gulden of zoveel meer als waarvoor zal wordeningeschreven, met dien verstande, dat het recht wordt voor-behouden het boven f 20.000.000,-- te aanvaarden bedragnader vast te stellen. In stukken van f 1.000,-- en f 500,--nominaal aan toonder. Koers van uitgifte 100 %. De rentea 4% % 's jaars wordt op halfjaarlijkse coupons uitgekeerd,vervallende op 1 October 1952 en vervolgens 1 April en 1October der daaropvolgende jaren. Aflossing geschiedt intien gelijke jaarlijkse termijnen met ingang van 1 April 1968.Vervroegde gehele of gedeeltelijke aflossing is tot 1 April? 1962 niet toegestaan. Van deze datum af is zij telken jareper 1 April mogelijk en wel van 1 April 1962 tot 1 April1964 a 1011/2%. van 1 April 1964 tot 1 April 1967 a 101%,daarna a 100 %.Derde manierDoor inschrijving op de 22-jarige 0/5/10 % lening 1952 grootf 5.000.000,-- of zoveel meer als waarvoor zal worden inge-schreven, met dien verstande, dat het recht wordt voorbe-houden het boven f 5.000.000,-- te aanvaarden bedragnader vast te stellen. In stukken van f 1.000,-- en f 500,--nominaal aan toonder. Koers van uitgifte 100 %.De lening draagt geen rente tot 1 October 1957. Vanaf dittijdstip tot 1 April 1969 draagt zij 5 % rente per jaar envanaf 1 April 1969 tot 1 April 1974 draagt zij 10% renteper jaar.De obligaties zijn voorzien van halfjaarlijkse coupons per 1April en 1 October, waarvan de eerste vervalt op 1 April1958. De lening is in haar geheel aflosbaar op 1 April 197422 tegen een koers van 100 %.Vervroegde aflossing is niet toegestaan.Voor volledige gegevens betreffende deze leningen zij ver-wezen naar het prospectus.De opbrengst der leningen zal worden uitgeleend aan de ge-meenten om bij voorkeur te worden gebruikt voor de finan-ciering van voor 1952 goedgekeurde nieuwe woningbouw,alsmede voor met de woningbouw in ruime zin samenhan-gende werken van dringende aard en voorts voor andereurgente bouwwerken, zoals scholen.Helpt Uw eigen gemeenteAan de stukken, die men na intekening op een der drieleningen ontvangt, is een briefkaart gehecht, waarop elkedeelnemer kan invullen aan welke gemeente de opbrengstvan zijn deelneming naar zijn oordeel ten goede moet komen.Bij tijdige inzending van deze briefkaarten zal met de kenbaargemaakte voorkeur ten voile rekening worden gehouden. Hetdeel van de opbrengst der leningen, waarvoor geen voorkeurdoor de deelnemers is aangegeven zal worden uitgeleend aandie gemeenten, welke daarvoor, naar het oordeel der Rege-ring, voor de woningbouw het meest in aanmerking komen.Waar kunt U terecht?De rentespaarbrieven zijn beschikbaar van 5 Maart 1952 tot1 Juni 1952, behoudens wijziging van deze datum, bij de hier-onder nog te noemen bankinstellingen, alsmede bij de Coope-ratieve Centrale Rai[[eisen~Bank te Utrecht, de CooperatieveCentrale Boerenleenbank te Eindhoven en voorts ten kantorevan de N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten en boven-dien, alleen in stukken van f 25,^-- nominaal, bij alte post-kantoren in Nederland. Zij kunnen worden betrokken doorbemiddeling van iedere bank, kassier of commissionair ineffecten in Nederland, welke lid zijn van de Vereniging voorden Effectenhandel.De inschrijving op de obligaties van de 25-jarige 434 % le-ning 1952 en de 22-jarige 0/5/10 % lening 1952 staat openop Maandag 10 Maart 1952 van 9 tot 16 uur bij de kantorente Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage, voor zover ingenoemde plaatsen gevestigd, van de Rotterdamse Bank N.V.,De Twentsche Bank N.V.. Amsterdamse Bank N.V., Hel~dring en Pierson, Hope & Co., Incasso-Bank N.V., Lippmann.Rosenthal & Co., R. Mees & Zoonen, Nationale HandelsbankN.V., Nederlandsche Handelmaatschappij N.V., H. Oyens& Zonen N.V., en Pierson & Co, alsmede ten kantore vande N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten.Het gaat in de eerste plaats om meer woningen. De woning-bouw gaat ons alien zeer ter harte. Daarom zal, naar wij ver-trouwen, een ieder zich inspannen om naar vermogen aan eenuitstekend resultaat van de Nationale Woningbouwleningenmede te werken.GenoegdoeningIn het vorige nummer van ons maandblad publiceerden wijeen artikel van de Heer R. Id. over een rapport aangaande deverhoging van de productiviteit van het bouwen. Wij betreu-ren deze publicatie, niet alleen omdat zij ons enig displezierheeft bezorgd, maar vooral omdat -- naar ons intussen dui-delijk is geworden -- zij voorbarig en derhalve ontoelaatbaarmoet worden geacht. De strekking van het artikel verder on-besproken latend, stellen wij er prijs op te verklaren, dat hetconcept-rapport van de Stichtingen ,,Ratiobouw" en ,,Bouw-centrum" slechts uitgangspunten voor een nadere besprekingbedoelde te leveren. De inhoud van het ontwerp leende zichderhalve niet voor een recensie-in-het-openbaar en was daar-voor trouwens 00k niet bestemd. Wij hebben, dit alles we-tende, verzuimd de consequentie uit die wetenschap te trek-ken. Terecht hebben enige bij het overleg betrokkenen hunmisnoegen over de publicatie kenbaar gemaakt. Wij hebbengetracht dit misnoegen te bezweren door onze oprechte ver-ontschuldiging aan te bieden en wij willen ons 00k hier vooreen wijle in het boetekleed huUen.W. S.DE WONINGBOUW IN 1951NIEUW- EN HERBOUW VAN WONINGENBegonnen Voltooid^ woningen WoningenProvincie,gemeentewonmgen in uitvoeringDec. Jaar Dec. Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Gem. ultimo' 1951 1951 1951 1951 1950 1949 1948 1947 '30-'39 Dec. 19511 2 3 4 5 6 7 8 9 10 111Groninqen 29 1928 430 2 695 1 839 1479 1 763 493 1831 1383Friesland 38 1793 161 1832 1480 1464 1711 191 1325 1 023Drentlle . . 61 1262 264 1 830 1357 2217 1688 400 984 603Overiissel 268 2 712 388 3 927 3 397 2 264 2 175 766 2 629 2 539Gelderland . 279 4 590 533 6 760 5211 6 230 5 274 1 234 4 107 3 159Utrecht . . 133 2 884 265 2 867 2 605 2 111 1 102 179 2 986 2 209Noordholland 472 5 008 747 6 055 4 924 3 936 2 952 436 5 609 3 844Amsterdam . 20 696 129 2 058 2 442 816 651 68 3 470 2 530Zuidhcjlland . 291 5 136 604 8 804 5 041 4 497 2 635 585 5 659 3 681's Gravenhage 160 3 102 478 4 003 3 109 1446 211 22 3 019 4 314Rotterdam 371 2 470 244 3 394 3 275 2 266 579 1432 3 081 3 149Zeelarid . . 111 1351 145 1598 1799 2 844 2414 310 914 833Noordbrabant 612 5 859 605 6 786 5 737 6 502 8 325 2 022 4 443 4 293Limburg . . .393 3 598 390 5416 4 603 4 239 4717 1097 1973 2 730N.O.I^. . . 526 33 641 481 480 194 8 ? 4233 238 42 915 5 416 58 666 47 300 42 791 36 391 9 243 42 028 36 713Hot h ifr- fr> hot (-\p aanva nnr van V pt nieii'wp iaar siechts 36.713 woninaen inStatistisch bulletin van het Centraal Bureau voor de Statis-tiek) bevat zeer belangwekkende cijfers ten aanzien van dewoningproductie. Wij willen aan de hand van deze cijferswijzen op enige opmerkelijke verschijnselen.In de teerste plaats springt in het oog het inderdaad ontzag-wekkepde aantal woningen, dat in het jaar 1951 is gereedgekomen. In de jaren 1930-1939 (zie kolom 10) bouwden wijin ons land gemiddeld 42.028 woningen per jaar; de in hetafgeloben jaar bereikte productie overtreft dit gemiddeldemet maar liefst circa 40%!Wij moeten het Ministerie en de Centrale Directie van harte-gewonnen geven, dat dit een prestatie van de allereerste ordeis.Hoe is deze opmerkelijke vooruitgang ten opzichte van hetvooroorlogse gemiddelde nu over de provincies en de driegrote steden verdeeld? Het blijkt, dat alle provincies op eenna in ide behaalde winst delen. Alleen Utrecht heeft geenkans gezien om boven het vooroorlogse gemiddelde uit tekomen; het blijft er ongeveer 4% onder. Noordholland heeftmet een bescheiden vooruitgang (ongeveer 8%) genoegenmoeten nemen. Van de overige gewesten spant Limburg dekroonimet een winst van ca. 175%. Drenthe, Zeeland enGeldejfland volgen met resp. 86, 75 en 65%. Daarna komenZuidhblland (56%), Noordbrabant (54%), Overijssel(50%), Groningen (47%), Friesland (46%). Met uitzonde-ring van Utrecht en Noordholland overtreffen zij dus alle delandelijke vooruitgang. Hoe staat het nu met de grote steden?Het gaat ons bijzonder aan het hart, dat wij eenvoudig opgrond van de koude cijfers moeten vaststellen, dat onzehoofdstad met de woningbouw een zeer slechte beurt maakt.Amsterdam bleef bij het voor-oorlogse gemiddelde in 1951ten achter met circa 41%! Wanneer men dit beeld ook in debeide andere steden zou aantreffen, dan ware er reden omte verbnderstellen, dat de centraal ter beschikking gesteldemogelijkheden wellicht ontoereikend zouden zijn. Het blijktevenwel, dat Den Haag een vooruitgang heeft geboekt vanrond 321/^% en Rotterdam ongeveer 10% op het voor-oor-logse gemiddelde heeft gewonnen.Het aantal wonin,gen-in-uitvoering is vrij aanzienlijk gedaaldbeneden hetgeen men als minimum-overloop van 1951 naar1952 heeft begroot. Men hoopte immers een overloop vancirca 40.000 woningen te bereiken; het blijkt nu, dat er bijaanbouw waren. Al is op de onderdelen de werkelijkheid ietsvan de analyse, die wij in het April-Mei-nummer van ditmaandblad publiceerden, afgeweken, in grote trekken zijnonze sombere voorspellingen bewaarheid. Naar de kennis vanzaken, die men in April 1951 kon hebben, gaven wij destijdsuiting aan de verwachting, dat er in het begin van 1952 tus-sen de 20 en 30 duizend in aanbouw zouden zijn. Dank zijde vertwijfelde pogingen, die de gemeenten ondernomen heb-ben om in de kapitaalbehoefte te voorzien, zijn het er ten-slotte ruim 36.000 geworden. Men mag aannemen, dat hetgrootste deel van deze in aanbouw zijnde woningen reedsver in de uitvoaring is gevorderd. In de laatste maanden van1951 is aan de bouw van ongeveer 12.000 woningen begon-nen. De continuiteit in de woningbouw is verstoord. Datheeft, zoals men nu allerwege wel inziet, funeste gevolgenvoor de werkgelegenheid in de bouwvakken. Uiteraard hopenwij hartelijk, dat de verwachtingen van onze minister tenaanzien van zeer vele gunningen in het begin van 1952 invervulling zullen gaan.De algemene malaise weerspiegelt zich in de stand van zakenin vrijwel alle provincies. Alleen Limburg is er in geslaagdeen aantal woningen in uitvoering te bereiken, dat uitsteektboven de gemiddelde jaarproductie in de jaren 1930-1939.Van de grote steden bereiken ook Den Haag en Rotterdamdit resultaat. In het bijzonder de bouw-activiteit in Den Haagonderscheidt zich zeer gunstig van hetgeen bijna overal el-ders in den lande moet worden vastgesteld. Amsterdam blijftook ten aanzien van het aantal woningen in uitvoering vrijbelangrijk achter.Tenslotte moet nog even de aandacht worden gericht op hetaantal woningen, dat in 1951 in uitvoering is gekomen (kolom3). De Noordelijke en Zuidelijke provincies zijn er -- ver-geleken met de woningproductie in de voor-oorlogse periode-- behoorlijk afgekomen. Gelderland, Overijssel, Noord- enZuidholland houden vrijwel gelijke tred met wat voor deoorlog werd gepresteerd. Den Haag doet dit eveneens, Rot-terdam blijft iets achter en Amsterdam vertoont een ontstel-lend beeld. In onze hoofdstad is in 1951 aan de bouw van696(!) woningen begonnen. Gevoegd bij het vrij geringe aan-tal woningen, dat per 31 December 1951 in uitvoering bleekte zijn, moet de in het jaar 1951 in Amsterdam opgelopenachterstand wel funest zijn voor de productiecijfers in 1952- 231953! Er schort blijkbaar iets aan de woningbouw in dezegemeente. Het is hier niet de plaats om een poging te wagentot het vinden van een verklaring. Wij verbinden slechts eenenkele conclusie aan cijfers, die voor een ieder beschikbaarzijn.? i : ^ : ': W. S.Nogmaals: duplex-woningenEr blijkt enig misverstand te zijn ontstaan omtrent de kortgeleden aangebrachte mogelijkheid om de jaarlijkse bijdragenvoor Woningwetwoningen met f 20,-- per jaar te verhogen,indien deze als duplex-woning worden ingericht.Deze mogelijkheid is tot stand gekomen door de toevoegingvan een eenvoudig regeltje aan het bijdragen-schema, dat deeluitmaakt van de Beschikking bijdragen Woningwetbouw1950. Dit is geschied bij een Ministeriele beschikking van 14December 1951, no. 84314. De betekenis van het toegevoegderegeltje is uitvoerig uiteen gezet in de circulaire van de Mi-nister van Wederopbouw en Volkshuisvcsting d.d. 20 De-, cember 1951, no. MG 51-4, welke in het Januari-nummervan dit tijdschrift in extenso is opgenomen.Hoewel deze circulaire een o.i. duidelijke toelichting geeft,is zij blijkbaar toch hier en daar misverstaan. Indien menhet meergenoemde regeltje en de circulaire nauwkeurig leest,is het duidelijk, dat de toeslag op de bijdrage, die bij het in-richten tot duplex-woningen zal worden gegeven, alleen wordtverleend voor eengezinshuizen. Men moge wellicht eenaesthetisch bezwaar tegen dit woord koesteren, de betekeniser van is dunkt ons wel duidelijk. Onder een eengezinshuiskan men toch bezwaarlijk iets anders verstaan dan eenhuis -- zo men wil: een pand -- dat bestemd is voor eengezin.Men lette wel, er staat niet: eengezinswoningen. Dit woordzou naar ons gevoelen ook geen bestaansrecht hebben, wanteen woning wordt uiteraard steeds gedacht als een huisves-tingsgelegenheid voor een gezin; hieraan doet niets af deomstandigheid, dat in deze tijd van woningnood dikwijls meergezinnen in een woning huizen. Het woord ,,eengezinswo-ning" wekt daarom voor ons reminiscenties aan het bekendepain de luxe-brood. Maar de uitdrukking ,.eengezinshuis"heeft wel bestaansrecht, namelijk als tegenstelling tot ,,meer-gezinshuis". Een huis (of pand) kan immers meer dan eenwoning bevatten en dus bestemd zijn als huisvestingsgelegen-heid voor meer dan een gezin. Men denke aan de huizen metbeneden- en bovenwoningen, aan de etagebouw, aan flat-gebouwen.Met het oog op deze tegenstelling is het woord ,,eengezins-huis" in de beschikking en de circulaire, hiervoren genoemd,gebruikt. Dit betekent dus, dat zodra in een huis meer daneen woning aanwezig is, de toeslag voor duplex-woningenniet kan worden gegeven. Deze beperking van de toeslag totde eengezinshuizen is bewust aangebracht. Zoals wij in eenvorig artikel uiteen zetten, is de aanleiding tot het verlenenvan de toeslag gelegen in de omstandigheid, dat een huis.teneinde de geschiktheid te bezitten om als duplexwoning teworden ingericht, op de verdieping over iets meer dan degebruikelijke ruimte dient te beschikken. Dit houdt verbandmet het feit, dat de gebruikelijke maten voor een grote slaap-kamer toch nog iets te klein zijn om te voldoen aan de eisen,die men aan een woonvertrek mag stellen, zelfs al zal ditwoonvertrek slechts tijdelijk als zodanig dienst doen en alzal er slechts een klein gezin gebruik van maken. Men beden-ke in dit verband, dat de tijdelijkheid toch in de meeste ge-vallen neerkomt op een periode van een jaar of tien!Nu kwam ons dezer dagen een bouwplan onder ogen vooretagewoningen, die als duplex-woningen zouden worden in-gericht en waarvoor aanspraak werd gemaakt op de hier-voren bedoelde toeslag. Dit laatste is uiteraard met de gel-dende regeling niet in overeenstemming te brengen. Doch^4 afgescheiden daarvan moet toch worden opgemerkt, dat hetsplitsen van etagewoningen op zichzelf al iets bijzonders is.Tot nu toe zijn dan ook etage-duplex-woningen vrijwel nietgebouwd. Dit is geenszins te verwonderen, want een etage-woning is in de meeste gevallen reeds zeer beknopt van op-zet. Hoe wil men daarin nu nog een splitsing aanbrengen,waardoor zij tijdelijk voor het zelfstandig huisvesten van tweegezinnen kan worden gebruikt? Het antwoord op deze vraaghad men in het bedoelde geval gegeven door van twee wo-ningen tijdelijk drie woningen te maken. Het waren dan ookgeen raszuivere duplex-woningen. Wij zullen ons niet in-spannen voor woningen van dit type een nieuwe naam tebedenken, want het komt ons voor, dat dit niet de moeiteloont.Maar laat ons eerst nog iets over dit bouwplan vertellen. Delezer zal begrepen hebben, dat deze woningen in .een stede-lijke gemeente moesten worden gebouwd, want zodra ersprake is van etagebouw, denkt men in het algemeen aan destad. De initiatiefnemers tot het door ons bedoelde bouwplanwaren nu zo getroffen door de aandrang, die door de centraleoverheid wordt geoefend om tot de bouw van duplexwonin-gen te komen, dat zij niet achter wilden blijven en beslotenook hun steentje bij te dragen aan de verwezenlijking van deduplex-gedachte, ook al waren zij er van tevoren van over-tuigd, dat zij daarbij op vele moeilijkheden zouden stuiten.Het is natuurlijk zeer I'ofwaardig, dat plaatselijke autoriteitengehoor geven aan een bepaalde aandrang, die door de cen-trale overheid wordt uitgeoefend, en zich bereid verklarenook proeven te nemen met projecten, waar zij uit zichzelfeigenlijk niet zo enthousiast over zijn. Het ligt echter voorde hand, dat men bij dergelijke proefnemingen op aandrangvan hoger hand toch steeds een open loog moet houden voorde plaatselijke omstandigheden en mo.gelijkheden. Indien dezeongunstig zijn voor het bewuste project, doet men o.i. betervan de proefneming af te zien.In het geval, waar wij op doelen, had men de plaatselijke om-standigheden en mogelijkheden onvoldoende gewogen. Hetwaren geen etagewoningen van het ter plaatse gangbare type,die men voor tijdelijke zelfstandige huisvesting van meer ge-zinnen geschikt wilde maken. Neen, men had de gangbareetage-plattegrond vrij aanzienlijk uitgebreid om zodanige af-metingen te krijgen, dat men van twee woningen er tijdelijkdrie kon maken. Het gevolg hiervan kan men nu reeds metvrij grote zekerheid voorspellen. Wanneer de woningen overeen aantal jaren in hun definitieve toestand moeten wordengebracht, moet men namelijk vrezen, dat de dan verkregenwoningen niet courant zullen zijn. Door de grotere afmetin-gen zullen deze woningen een huur moeten opbrengen, diemen ter plaatse niet gewoon is voor etagewoningen te be-talen. Dit zou nu op zichzelf weer niet zulk een bezwaar zijn,indien het woongerief gelijke tred hield met de hogere huur,maar dat is niet het geval. Wel zullen de definitieve wonin-gen beschikken over slaapkamers van voor dit woningtypeongekend ruime afmetingen, maar het woongerief is daarmeeniet bijzonder gediend. Dit is immers ruimte, waar men prac-tisch niets aan heeft; het zou iets anders zijn, als deze extraruimte aan de woonvertrekken (in het bouwplan in de vormvan een suite opgenomen) ten goede kwam. Wij wijzen erop, dat dit bij het eengezinshuis anders ligt. Daar levert im-mers een vergroting van een slaapkamer op de verdiepingtevens een verruiming op van de woonvertrekken op de be-gane grond, hetgeen aan de bewoonbaarheid van de woningongetwijfeld blijvend ten goede komt.Daar dus mag worden aangenomen, dat de etagewoningen-- na het teniet doen van de tijdelijke inrichting voor hethuisvesten van meer gezinnen -- incourant zullen zijn, ligthet voor de hand, dat men er over een tiental jaren voor zalterugschrikken deze metamorphose te bewerkstelligen. Hetvalt dan te voorzien, dat de woningen nooit hun definitievebestemming zullen bereiken en dat de tijdelijkheid van de,,duplex"-periode zal worden uitgerekt tot de gehele be-staansduur van het woningcomplex. Maar het gevolg zal danZijn, dat men met woningen zit, die weer uit anderen hoofdeincourant zijn. De drie etagewoningen, die er eigenlijk tweezouclen moeten zijn, zullen op de duur qua afmetingen wel-licht: nog door kleine gezinnen kunnen worden geaccepteerd;hun vormgeving is echter z6 tegennatuurlijk, dat ook dezekleine gezinnen er niet gaarne in zullen wonen. Het is na-melijk uit technisch oogpunt niet wel mogelijk de duplex-gedachte in etagebouw te verwezenlijken zonder tot oplossin-gen te komen, die als uitermate gewrongen moeten wordengekenschetst.Wij stelden, dat kleine gezinnen de kleine etagewoningen nogwel zullen accepteren. Wellicht doen zij dit zelfs met graa.gte,gezien de naar steeds eenvoudiger en beknopter vormenevoluerende woonzeden. Welnu, dan kan men toch veel beterkleine geriefelijke woningen bouwen in hun definitieve vorm,waaj-bij men dan een indeling en een situering kan verzor-gen, die aan hoge eisen voldoen? Waarom zou men het na-gesktcht belasten met incourante duplex-woningen of met evenincourante grotere woningen, die in de eerste phase van hunbestaan duplex-woningen waren; en dat alleen om op ditogenblik ter leniging van de directe woningnood de beschik-king te krijgen over zoveel mogelijk kleine woningen? Het-zelfde of nagenoeg hetzelfde resultaat is toch bereikbaar doorkleine woningen van betere indeling en situering te bouwen,die ook na tal van jaren nog in trek zullen zijn, omdat zijvoldoen aan een wezenlijke behoefte. Zulk een behoefte aankleine geriefelijke woningen zal in een stad steeds bestaan,zulks in tegenstelling met kleinere plaatsen en het platteland.Daarom komt het ons voor, dat de duplex-woning eigenlijkalleen reden van bestaan heeft in de niet-stedelijke gebieden,behoudens wellicht enkele sporadische uitzonderingen. Vooreen goed begrip zij nogmaals opgemerkt, dat als men in destsdto duplex-etagebouw tot stand brengt, daarvoor geen toe-slag wordt gegeven, zodat het project exploitabel moet zijnuitsliiitend met de voor duplex-woningen toegestane hogerehuun Maar waar men de duplex-woningen dan ook bouwt,het Jiisrvoren geschetste geval toont aan, dat, voor de be-slissi'ng valt om tot de bouw over te gaan, in elk geval deexploitatie-kans'en na de duplex-periode op gewetensvollewijze dienen te worden geschat. Ook buiten de steden kanhet zich toch best voordoen, dat de duplex-woningen na hetwegnemen van de voorzieningen, die haar voor het dubbelbewonen geschikt maakten, niet in trek blijken te zijn. Dezewoningen zullen dan bijvoorbeeld zeer goed geschikt kunnenzijn voor grotere gezinnen, maar wat heeft men daaraan, alsdeze gezinnen ter plaatse niet in voldoende getale voorko-menlWij kunnen de duplex-woning gerust beschouwen als eengelukkige greep, waarmede wij de woningnood heel wat snel-ler kunnen overwinnen, dan indien wij geen gebruik maaktenvan dit middel. Als zodanig verdient het bouwen van ruimeaantallen duplex-woningen dan ook warme aanbeveling. Hetis te hopen, dat het beroep, dat de Minister hieromtrent on-langs opnieuw op de gemeentebesturen deed, niet tevergeefszal blijken te zijn gedaan. Wij moeten echter ernstig waar-schuwen tegen het onbekookt bouwen van duplex-woningen,alleen omdat men niet bij anderen wil achterblijven of omdatmen zo graag zijn goede wil wenst te tonen. Voor men totde bauw besluit, moet men wel heel goed overwegen welkemogelijkheden de exploitatie biedt, niet alleen in de eerstejaren, maar ook -- en dat is nog veel belangrijker, gezien deveel langere periode -- wanneer de tijd zal zijn gekomen,dat de woningen hun definitieve bestemming dienen te ver-krijgsn. M. J. G. A. HARINGMANMANIFESTtot aanbeveling van de ,,Nationale Woningbouwleningen1952''.Onze woningbouw is in gevaar! Door schaarste aan bouw-kapitaal dreigen er aanzienlijk minder woningen te wordengebquwd dan wij met de beschikbare materialen en arbeids-krachten tot stand zouden kunnen brengen. Dit betekent, datduizenden gezinnen langer onder de ellende van de woning-nood gebukt zullen gaan en dat duizenden bouwarbeiderszonder werk komen. Het is niet minder dan een ramp.Deze ramp moet worden voorkomen. En zij kan worden voor-komen, het Nederlandse volk heeft het in zijn macht. Jaar-lijks geven wij honderden millioenen uit voor doeleinden, dieminder dringend zijn dan de bestrijding van de woningnood.Wij behoeven dit niet met voorbeelden te illustreren, iederkent ze uit zijn omgeving en uit eigen ervaring. Welnu, latenwij ons dit jaar enige beperking opleggen in onze minder nood-zakelijke uitgaven en het bespaarde geld in de woningbouwbeleggen. Handelen wij in dit opzicht eensgezind dan zullende moeilijkheden bij de woningvoorziening worden opgelost.Ondergetekenden, vertegenwoordigers van organisaties vande meest verscheiden aard, doen een beroep op ieder om inte tekenen op de nationale woningbouwleningen. Het gaat omonze woningvoorziening, om een goed dat alle Nederlanders,onverschillig van welke levensbeschouwing of politieke rich-ting, na aan het hart ligt. Het gaat om de verzachting van deellende van de woningnood.Laat het Nederlandse volk in zijn saamhorigheid zorgen, datonze woningbouw op peil blijft.Voor de Algemene Doopsgezinde Societeit:Mr. H. Craandijk, voorzitter;,, ,, Bond van Vrije Evangelische Gemeenten inNederland:Ds. J. Enter sr., voorzitter;Christelijke Gereformeerde Kerken:Prof. J. J. van der Schuit, voorzitter van deDeputatie voor de correspondentie met deHoge Overheid;,, ,, Evangelisch Lutherse Kerk:Ds. J. P. van Heest,president van de Evangelisch Lutherse Sy-node;Gereformeerde Kerken in Nederland:Dr. J. Hoek,praeses van de laatstgehouden Generale Sy-node;het Humanistisch Verbond:Dr. J. P. van Praag, algemeen voorzitter;,, de Nederlands Hervormde Kerk:Dr. M. Boon,gedeputeerde der Nederlands HervormdeKerk bij de Overheid;het Nederlands Israelietisch Kerkgenootschap:E. Spier,voorzitter van de Permanente Commissie totde Algemene 'Zaken;de Oud Katholieke Kerk:Drs. C. Blase, thesaurier;het Portugees-Israelietisch Kerkgenootschap inNederland;E. A. Rodrigues Pereira,secretaris van de Hoofdcommissie voor deZaken;de Remonstrantse Broederschap:Ds. F. Kleijn, predikant in algemene dienst;Rooms-Katholieke Kerk:Rector H. M. A. van Helvoort,Bisschoppelijk Inspecteur van Bouwzaken;Unie van Baptisten Gemeenten:Ds. G. Brongers,secretaris van de Bouwstichting;Federatie van Nederlandse Journalisten:J. J. van Mechelen, wnd. voorzitter;het Katholie'k Instituut voor Volkshuisvesting:J. Alders, voorzitter;de Nationale Woningraad:A. in 't Veld, voorzitter; ^OJg^,^tesvn^Naam en modelintemationaalbeschermd?kOCRJETreinigen metVIMEr verscheeneen zeer lezens-waardig boekjevan de handvan Drs.SLIKBOER,hetwelk hetprobleem derwaterbeschavingin Nederlandbehandelt.Het wordt U opaanvraag gratistoegezondendoor deOCRIET-FABRIEK N.y.BAARNTel. K2954-3641(4 Ignen)Voor de Nederlandsche Bioscoop-Bond:M. P. M. Vermin, voorzitter;het Nederlands Instituut voor Volkshuisvestingen Stedebouw:Mr. H. W. Bloemers, voorzitter;de Nederlandse Jeugd Gemeenscliap:Ds. N. O. Steenbeek, voorzitter;het Nederlandse Vrouwen Comite:Mej. Mr. M. A. Tellegen, presidente;de Stichting van den Arbeid:Mr. F. H. A. de Graaff }H. Oosterhuis *|,, Stichting De Nederlandse Radio-Unie:Prof. J. B. Kors, O.P., voorzitter;,, Vereniging van Nederlandse Gemeenten:Mr. P. J. Oud, voorzitter.voorzitters;Persberichten van het Ministerie van Wederop-bouw en VolkshuisvestingAFDELING VOORLICHTINGUittreksel uit de rede van Minister J. In 't Veld, gehoudente Dordrecht op 31 Januari 1952.De cijfers over de woningproductie zijn vertrouwenwekkend.In het afgelopen jaar zijn 58.600 woningen voltooid. Dit is13.000 meer dan de Regering in haar program heeft beloofd.Het is bovendien een record. Tot dusver was 1934 het top-jaarj Toen werden er 52.500 woningen gebouwd. Met eenruirne marge zijn wij daar nu overheen.Vooirts staat wel vast, dat deze maand de 200.000ste woningna de bevrijding is gereed gekomen. Ook hier mogen wij eenogertblik bij stilstaan. Als wij alle woningen, die na de oorloggebouwd zijn bijeen zouden voegen, dan zou daaruit eenstad ontstaan, die bijna evenveel woningen telt als b.v. onzestad; Amsterdam. Ik noem dit een indrukwekkende prestatie.Zijnj wij jhiermede op het woningtekort ingelopen? Ogen-schijnlijk is er nog weinig veranderd. Kijkt men om zichheen, heeft men dagelijks te maken met de zorg voor hen,die geen eigen onderdak hebben, dan lijkt het wel of de wo-ninglnood maar niet wil afnemen. Toch is dit niet zo, decijfe::s wijzen het uit.Volgens de berekeningen, die aan het woningbouwprogramvan de Regering ten grondslag liggen, zouden wij in 1950en 1951 74.000 woningen nodig hebben om de groei van hetaantal gezinnen bij te houden en de ergste krotten te vervan-gen. Er zijn in deze beide jaren echter rond 114.000 woningentot Stand gekomen. Daarbij tel ik dan de duplex-woningenvooC twee, hetgeen geoorloofd is. Trek ik nu van deze 114.000wonjingen de 74.000 af, die wij volgens het programma voorde jAarlijkse groei nodig hadden, dan blijven er 40.000 over.De conclusie is dan, dat het woningtekort sedert 1 Januarii95C met 40.000, ofwel met ongeveer 16% is verminderd.Deze berekening is een theoretische. Om haar te verifieren,heb ik nog eens zo goed mogelijk laten nagaan hoeveel ge-zinnen ons land telde op 1 Januari 1950 en hoeveel op 1Januari 1952. Daartegenover heb ik laten stellen het aantalwoningen op deze beide tijdstippen. Hier zijn dan de cijfers;aantal gezinnen op 1 Januari 1950 2.471.000aantal woningen op 1 Januari 1950 2.212.000tekort 259.000aantal gezinnen op 1 Januari 1952 2.544.000aantal woningen op 1 Januari 1952 2.326.000tekort 218.000Hietuit kan men afleiden, dat het tekort sedert 1 Januari1950 met 41.000 woningen, oftewel 15,9% is afgenomen. Debeide berekeningen kloppen dus wonderwel en ook al be-rustim zij beide ten dele op aannamen omtrent het aantalgezinnen, ik hecht er voldoende waarde aan om te conclu-deren, dat in beide afgelopen jaren het woningtekort met 15a 16% is afgenomen.Natuurlijk is de situatie in dit opzicht niet overal dezelfde.Ex zijn plaatsen, waar door de groeiende vraag naar wonin-gen het tekort nog niet is afgenomen, misschien in een enkelgeval zelfs toegenomen. Daar zal men dus de neiging hebbende juistheid van de landelijke cijfers in twijfel te trekken.Men kan zich evenwel slechts dan een oordeel veroorloven,als men de toestand in zijn geheel overziet.Hoe zijn nu de vooruitzichten voor 1952 en volgende jaren?De lucht is nog wel niet geheel opgeklaard, maar er is tocheen beter perspectief. In de laatste 4 maanden zijn ruim 21.000woningen goedgekeurd. Niettemin is het aantal, dat in uit-voering is, gedaald. Er zijn namelijk ruim 5.000 woningen permaand gereed gekomen terwijl de in die maanden goedge-keurde woningen niet alle direct in uitvoering kwamen. Hetaantal begonnen woningen stijgt echter geleidelijk: Sept. 3882;Oct. 4294; Nov. 4681. In de komende maanden zal het nogmeer stijgen. De hoge cijfers van de goedgekeurde woningenover de laatste maanden zullen dan gevolgd worden door hogecijfers van begonnen woningen. En twijfelt men, of in Fe-bruari en volgende maanden nog zoveel woningen zullenkunnen worden goedgekeurd, dan wil ik er op wijzen, dat inde laatste 4 maanden overeenstemming over financiering werdbereikt voor 13551 woningwetwoningen, 2281 herbouw-oor-logsschade- en 8294 premiewoningen, in totaal dus 24126;dit is ruim 6.000 per maand. Dit wijst er op, dat het aantalgoedkeuringen is achter gebleven, een normaal verschijnseloverigens.De gewone gang is: overeenstemming, goedkeuring, aanvangmet bouw. De cijfers over de laatste 4 maanden zijn: overeen-stemming: 24126, goedkeuring 21485, aanvang ca. 18.000.Men kan dus aannemen, dat dit laatste cijfer in de komendemaanden zal gaan oplopen, waartegenover het aantal ge-reed gekomen woningen een inzinking zal gaan tonen. Ditbetekent, dat het aantal in uitvoering zijnde woningen weerzal gaan oplopen. In April zal het naar ik verwacht, wel weerop ongeveer 45.000 komen. En daarop moeten wij het danzien te houden. Dit correspondeert met ruim 50.000 per jaargereed.Om dit doel te bereiken moeten wij dan verder 4.000 a 4.500woningen per maand blijven goedkeuren. Voorlopig zal ditv/el gaan. De gemeenten hebben al aardig wat geld bij elkaargebracht (naar ruwe schatting 150 mln.). Voorts gaan weopereren met de 120 millioen uit de pot van de institutionelebeleggers.Dit is evenwel nog niet voldoende om het hele jaar uit tekomen. Daarom hebben we de nationale leningen nodigwaarvan de aankondiging binnenkort te verwachten is.Voorts zijn er plannen voor woningen in de mijnstreek en iser overleg met Oorlog. En tenslotte wordt nog gezonnen opandere mogelijkheden, waarover ik thans nog niets kan me-dedelen.Alles te zamen, meen ik dus te mogen zeggen, dat wij hetvoor 1952 met een program van 50.000 wel zullen redden,al kan ik niet garanderen, dat er in dit jaar 50.000 woningenzullen gereed komen. Wij zijn wat achterop geraakt en al-leen door versnelling van het bouwtempo kunnen wij dieachterstand inhalen.De vooruitzichten voor de werkgelegenheid worden dus even-eens gunstiger. Ook in de andere sectoren heb ik met hetoog op de stijgende werkloosheid de teugel wat laten vieren.Dit blijkt wel uit de cijfers van de verleende goedkeuringen.Deze waren. Genie en Marine niet meegerekend:over het eerste kwartaal 1951 in totaal 314 mill.,, tweede,, derde,, vierdeJanuari 1952251331398315Mijn grootste zorgen hebben dan ook geen betrekking op 271952, maar op 1953 en volgende jaren. Zal de kapitaalstroomvoldoende blijven vloeien om een zo ambitieus investerings-(.rogram, als onze sterke bevolkingstoeneming noodzakelijkmaakt, ook in de verdere toekomst te kunnen financieren?Maar dit is een hoofdstuk op ziohzelf.WONINGBOUW IN DECEMBER J.L. ENHET GEHELE JAAR 1951Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statis-tiek werden in December j.l. 5416 woningen voltooid. Hierinzijn begrepen 296 duplexwoningen, zodat in de laatste maandvan het afgelopen jaar voor 5712 gezinnen nieuwe huisves-ting werd geschapen. In de overeenkomstige maand van dejaren 1945 t/m 1950 kwamen resp. gereed 40, 299, 1640,6679 (191). 5399 (322) en 3580 (394) woningen gereed. Debij deze getallen tussen haakjes geplaatstc cijfers geven hetaantal duplexwoningen aan, dat in die getallen is begrepen.De in December j.l. gereed gekomen woningen zijn als volgtover de provincien en de drie grote steden verdeeld (tus-sen haakjes de jaarcijfers van 1951):Groningen 430 (2695); Friesland 161 (1832); Drenthe 264(1830); Overijssel 388 (3927); Gelderland 533 (6760);Utrecht 265 (2867); Noord-Holland (excl. Amsterdam) 747(6055); Zuid-Holland (excl. Den Haag en Rotterdam) 604(8804); Zeeland 145 (1598); Noord-Brabant 605 (6786);Limburg 390 (5416); Amsterdam 129 (2058); Den Haag 478(4003); Rotterdam 244 (3394); N.O. Polder 33 (641); Ne-derland 5416 (58.666).Het aantal in 1951 voltooide woningen (58.666) is ruim 30%hoger dan het aantal, dat volgens het in 1949 vastgesteldewoningbouwprogramma had moeten worden gebouwd. Hetis bovendien 11% hoger dan het aantal in het recordjaar 1934gebouwde woningen. Het aantal duplexwoningen, dat in 1951is voltooid (4392) blijft echter ruim 12% beneden de 5.000,28Fa s t o W 12 00Complete en cen-trale warm.en HEET-watervoorzieningvoor ELKE woningEEN (^M) PRODUCTVAN R. S. STOKVIS & ZONEN N.V.die in dat programma voorzien zijn.In de jaren sedert de bevrijding zijn thans de volgende aan-tallen woningen gereed gekomen in 1945: 389; 1946: 1593;1947: 9243; 1948: 36.391 (646); 1949: 42.781 (1248); 1950:47.300 (4729); 1951: 58.666 (4392); totaal 196.363 (11.015).De tussen haakjes geplaatste getallen geven het aantal du-plexwoningen aan, dat in het daaraan voorafgaande getal isbegrepen.In December 1951 werden 3238 woningen in uitvoering ge-nomen; in dezelfde maand van het vorig jaar: 2962. Van denieuwbegonnen woningen in December 1951 zuUen er 129als duplexwoning worden uitgevoerd. Daar het aantal nieuwaangevangen woningen lager is dan het aantal, dat gereedkwam, daalde het aantal woningen in uitvoering op 1 Januari1952 tot 36.713 (1 Januari 1951 52.719). Het grote aantalgoedgekeurde woningen der laatste maanden zal het aantalwoningen in uitvoering evenwel spoedig doen stijgen.Persbericht No. 6, Febr. 1952.InhoudWoningnood, een slepende ziekte 21Groeiend geld en meer woningen 22Genoegdoening 22De Woningbouw in 1951 23Nogmaals: duplex-woningen 24Manifest 25Persberichten van het Ministerie van Wederopbouw en Volks-huisvesting 27Woningbouw in December j.l. en het gehele jaar 1951 .... 28Dit orgaan wordt gezonden aan alle lezers van het Tijdschrift voor Volks-huisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. Instituut voor Volks-huisvesting en Stedebouw kunnen extra abonnementen nemen tegen deprijs van / 1,-- per jaar. Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Woning-raad of Instituut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijs / 5,.--per jaar.the finishing iouchGeef eike afrasteringde verzorgde indruk van.HEK- EN HAAGPALENd^>y ?>et^er/^fei'^*Wui'>i^fHOUT- EN HEIPALENHANDELK. KAN Kzil.TEL: 3801 ZAANDAMBELANG^RnK Binnenkort verschijnt de nieuwe geyser JAFAVerkrijgbaar in: keukengeysers voor een enmeerdere tappunten; drukautomaten 13 en 16liter; badgeysers met en zonder handdouche.DE MOOISTE GEYSER tot nog toe in Nederland getoondGoedgekeurd door de Gasstichting. Alleenverkoop v. Nederland:PH. ZEEHANDELAAR, 2e Jan Steenstr. 112-117, Amsterdam-Z.Telefoon 29298. -- Na kantoortijd 50853, 82413 en K 2978-526De besturen van de Woningbouwverenigingen in geheelNederland kunt U attent maken op de goede kwaliteitenvan Uw product door het op deze plaats te zeggen!De kosten van deze reclame zijn matig. Vraag inlichtingenaan de administratie:KEIZERSGRACHT 188, AMSTERDAM, C.Telefoon 49128 en 43254Orgaan van het Nederlands Instltuut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdiensthet Nationale Plan, en tevens gewijd aan devoorWederopbouwFebruari 1952 33e Jaargang no.Vochtverschijnselenwcg werken is duurVocht voorkomenkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG & Co.Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersgracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103AimoiaHoutIbetonsteen? LIGHT IN GEWICHT? GROOT ISOLATIEVERMOGEN? GEEN BRELE? ONBRANDBAAR? SPIJKERBAAR en SCHROEFBAARWendt U voor levering tot Uw handelaar.Palbrikante: N.V. ATMOTARIGAKADE 8--12 AMSTERDAM Tel. 44819--44879de beste bouw- en meubelplaatook gefineerd leverbaarimporteurs :Proost Bouwmaterialen Proost en Brandt nvAmsterdam -- telefoon 64141STEENGAASReeds 30 jaarervaring inHANDEL EN CONSTRUCTIESBUSSCHBACH's STEENGAASHANDEL. Amsterdam-Z.2e ]. v.d. Heijdenstraat 26 -- Telefoon 93312-57578Vi^.ILlMTEGELHANDELKantoor en toonkamer:Pijnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986*Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,lilliputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.N.V. Van den Belt 6 Go's Handel Mij.AMSTERDAM - Prinsengracht 852-862 - Tel. 31019-31144Specialiste in:? TRIPLEX? ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-ducten? BOUWPLATEN (diverse soorten hout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)? ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustische tegelsKLEUR-COPPERANTKoper-procedeDe meest doeitreffende houtconservering.? intensieve rotwering,kleurecht,? groot uitstrijk- en dekkingsvermogen,? zit voor jaren.Wraagi brochure en kleurkaariFabriek,,HET Y"AMSTERDAM, N.Grasweg 46-Tel. 60523^Ociccitur&^; GPD ^:^^i
Reacties