Maart 195212e Jaargang - No. 3De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschynt maandeUjksAdre* roor Redaotie en Abonncmenten: Wouwermanitraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adrei yoor AdTertentieis Keizersgracht 188, Amaterdam C, Telefoon 49128DE MINISTER KREEG NIET,WAT HIJ WILDEAclit en een halve maand nadat de Minister van Wederop-bouw en Volkshuisvesting een voorstel tot wijziging van deWederopbouwwet bij de Staten-Generaal aanhangig maakte,heeft de Tweede Kamer dit eindelijk behandeld.Nederland mag zich gelukkig prijzen, dat het tempo van dewojiingbouw niet even traag is als dat van de parlementairebeHandeling van dit voorstel. Om nog een vergelijking temaken: als de huizenbouwers net zo veel wijzigingen in debouwplannen zouden aanbrengen als de geachte afgevaardig-deij het deden in dit wetsvoorstel zouden onze woningen erdar.ig ,,uitgekleed" uitzien.Van het Ontwcrp van Wet tot wijziging van de Wederop-bouwwet, ingediend op 18 Juni 1951, is na de behandeling inde Tweede Kamer namelijk niet zo heel veel overgebleven.De Minister kreeg lang niet wat hij wilde, of beter, wat hijnodig achtte om een eind te kunnen maken aan onnodigduiir bouwen.Miadelen tot vedaging der bouwkostenHet kan onze lezers bekend zijn, welke middelen tot verlagingvan de bouwkosten Minister In 't Veld bij herhaling heeftaangeprezen: rationahsatie, standaardisatie, normahsatie. Zijnberoep op het bouwbedrijf tot aanwending van deze middelenbleek zonder voldoende effect; de Minister achtte daarommeer rechtstreeks werkende maatregelen geboden. Dergelijikemaatregelen zouden steunen op een nieuw artikel van deWfederopbouwwet,Dili nieuwe artikel zou de Kroon de bevoegdheid toekennentot; het geven van voorschriften, waaraan voldaan moet wor-den bij het bouwen, het geheel of gedeeltelijk vernieuwen ofverlanderen van gebouwen. Zulke voorschriften zouden moe-ten dienen tot het voorkomen van een ondoelmatig gebruikvan materialen en arbeidskrachten en daardoor tot het berei-ken van verlaging van de bouwkosten.Voorzover de bepalingen van de gcmeentelijkc bouwverorde-ninigen niet in overeenstemming zouden zijn met de nieuwevotirschriften zouden zij buiten werktng treden zolang ide nieu-we voorschriften van kracht zijn.Bij overtreding van deze voorschriften zou de bouwvergun-ning moeten worden geweigerd.In de Memorie van Toelichting zegt de Minister dat hierbijvopreerst is gedacht aan normalisatie van bepalingen in deboUwverordeningen. Het gebruik van gestandaardiseerdebouwelementen wordt -- zo zegt de M. v. T. -- ernstig be-lemmerd door de grote verscheidenheid van de minimumeisen, neergelegd in de gemeentelijke bouwverordeningen.Zolang deze verscheidenheid blijft bestaan valt aan door-voering van standaardisatie niet te denken. Verder wordenin veel bouwverordeningen eisen gesteld, die met betrekkingtotj het doel, dat die bepalingen beogen te dienen, te hoogmoeten worden geacht. Door verlaging van deze eisen iszonder aantasting van het w^oningpeil belangrijke besparingmogelijk.WIJSHEID VAN DE MAAND t\**Is een ,,OPZETTER^ook een ,,AFZETTER*' 7In het Voorlopig Verslag, uitgebracht op 6 November 1951,werden tegen de weg, waarlangs de Minister blijkens zijnwetsontwerp zijn doel wilde bereiken, ernstige bezwaren ge-opperd. Deze bezwaren golden in hoofdzaak de ruime be-voegdheid, die de Kroon aan het nieuwe wetsartikel zou kun-nen ontlenen (geen beperking tot zuiver bouwtechnische voor-schriften) en het treden van de centrale Overheid in de be-voegdheden van lagere organen. Het Voorlopig Verslag gafook overigens alle aanleiding tot het vermoeden, dat het wets-ontwerp er bij de openbare beraadslaging niet zonder kleer-scheuren zou afkomen. Dat de Minister intussen reeds eenwens van de Kamer inwilligde door zijn voorstel aan te vul-len met de bepaling, dat voor het uitvaardigen van voor-schriften een in te stellen adviescommissie zou worden ge-hoord, kon zulks niet voorkomen.Geen dwang t.a.v. sociale eisenReeds twee weken voor de aanvang van de openbare beraad-slaging werd de eerste ernstige aanslag op het gewijzigdeontwerp gepleegd met een amendement van Vhet (K.V.P.),dat mede ondertekend was door leden van de Christelijk-historische en liberale fracties. Dit beoogde de voorschriften,door de Minister te geven, te bepcrken tot die van bouw-technische aard.Het geven van voorschriften, betreffende het gemeentelijkvolkshuisvestingsbeleid in meer algemene, principiele en so-ciale zin zou hierdoor uitgesloten zijn.Dit amendement is ;geboren uit de vrees, dat de centraleOverheid voorschriften zou kunnen gaan geven met betrek-king tot het minimum aantal slaapkamers. De heer Van Vlietbracht deze vrees met zoveel woorden tot uitdrukking toenhij zei dat de Minister zich wil gaan bemoeien met de kwestievan het minimum aantal slaapkamers. Naar het oordeel vanzijn fractie raakt deze kwestie een punt in het volkshuisves-tingsbeleid, waarin de gemeentebesturen niet gebonden mogenworden aan het inzicht van de Minister. Overheveling van be-voegdheden op dit punt en soortgelijke punten zouden voorzijn fractie het wetsontwerp onaanvaardbaar maken.Gemeentelijke autonomieBehalve op dit punt richtte de critiek van de Kamer zich tegenhet ingrijpen van de Kroon in de gemeentelijke bouwverorde-ningen. Van verschillende zijden werd hierin aantasting vande gemeentelijke autonomie gezien, die behalve ongewenst ookniet strikt nodig werd geoordeeld. De heer Algera maakte zichtolk van deze mening door te zeggen dat ,,de woningbouw,of in het algemeen de volkshuisvesting, primair het domeinvan de gemeente is en er niet voldoende reden is om daarinop dit ogenbhk incidenteel wijziging te brengen". 29Zoals reeds eerder in het Voorlopig Verslag, werd ook in deKamer opgemerkt, dat overleg met de gemeentebesturen ter-zake van opheffing van bepalingen, die verlaging van debouwkosten belemmeren, tot gunstige resultaten zou kunnenleiden. Voorts werd gewezen op de wcnselijkheid de gemeen-tebesturen in de gelegenheid te stellen hun bouwvoorschrif-ten zo nodig aan de te geven voorsohriften aan te passen.De vrees voor een te ver gaande invloed van de CentraleOverheid op het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid, die uitdit alles blijkt, kon de Minister niet geheel wegnemen. De Ka-mer is op het stuk van de gemeentelijke autonomie nu eenmaalzeer gevoelig.De bewindsman stelde, dat de bedoeling van het wetsontwerpmeer negatief dan positief was, dat het meer ging om het op-ruimen van belemmeringen dan om een dwingend voorschrij-ven.Niettemin moest hij toegeven, dat de bevoegdheden, die hetwetsontwerp aan het Rijk wil toekennen in zekere zin aantas-ting van de gemeentehjke autonomie betckenen. Toch moestmen dit, aldus de Minister, niet overdrijven, aangezien hethier immers technische kwesties igeldt.Wanneer het gaat om het sociale beleid, hgt het ook naarhet oordeel van de Minister, heel anders. De bewindsmantoonde daarom begrip voor het amendement van Vliet c.s.De vrees, waaruit dit amendement is ontstaan was, naar zi}nmening, echter niet gegrond, omdat het wetsontwerp geenbevoegdheid wil tot het voorschrijvcn van een bepaald be-leid.Het grote bezwaar van de Minister tegen het amendementgold het begrip ,,bouwtechnisch" omdat dit begrip niet vol-doende vast staat en misverstand zou kunnen wekken.De bewindsman bleek zich echter toch al neergelegd te heb-ben bij een aanzienlijke inperking van de strekking van zijnvoorstel; hij gaf tenminste met zoveel woorden te kennendat zijn bezwaren door wijziging van het amendement wegge-nomen zouden kunnen worden.Met deze overwinning in de zak viel het de voorstellers vanhet amendement niet moeilijk aan deze bezwaren tegemoet tekomen. Zij vervingen het amendement door een ander. Daarinwerden de onderwerpen, waarop de voorschriften betrekkingkunnen hebben, met name genoemd.De Minister kon -- om niet helemaal met lege handen teblijven staan -- niet veel anders doen dan dit nieuwe amen-dement overnemen. Hij constateerde daarbij -- ongetwijfeldmet spijt -- dat dit in vergelijking met het door hem inge-diende wetsontwerp een beperking van de werkingssfeer vande wet betekent.Dit deel van het ontwerp werd in zijn hierbij opgenomenvorm zonder hoofdelijke stemming aangenomen.Deze voor Minister In 't Veld weinig bevredigende afloopvan zaken had althans nog enig nuttig resultaat. Met een an-der onderdeel van des Ministers voorstel, dat wij hierboventerwille van een duidelijke behandeling niet hebben genoemd,liep het nog slechter af.Verwaadozing van woningenDe Minister had van deze wijziging van de Wederopbouwwetgebruik willen maken om een bepaling, die ten doel heeftde verwaarlozing van woningen tegen te gaan, te verscher-pen. De tegenwoordige redactie van art. 23 van de weder-opbouwwet geeft de gemeentebesturen bevoegdheid tot in-grijpen als een woning ,,wordt vcrwaarloosd tot schade vanhaar bewoonbaarhcid". Door in plaats daarvan op te nemen:,,zodamg wordt verwaarloosd, dat haar bewoonbaarhieid30 dreigt te worden geschaad", wilde de Minister duidelijk totuiting doen komen, dat met ingrijpen niet behoeft te wordengewacht tot verval.van de woning is ingetreden, maar datreeds bij dreigcnd verval ingegrepen kan worden.Teruggrijpend op het tot stand komen van het tegenwoor-dige artikel betoogde de Minister dat dit altijd de bedoelingwas geweest, en dat er dus alleen maar sprake was vaneen redactie-wijziging, die een verduidelijking beoogde.De meerderheid van de Kamer wilde van een ruimere formu-lering evenwel niets weten, aangezien deze het gevaar vanwillekeur tegenover huiseigenaren in zich zou bergen. Dekwestie van de huurstop en de hoge onderhoudskosten speeldehierbij natuurlijk een rol.De discussies over dit punt konden niet tot overeenstemmingleiden en zo werd dit onderdeel van het reeds gehavendewetsontwerp met 38 tegen 29 stemmen verworpen. De frac-ties van de P. v. d. A. en de C.P.N. en enkele leden vande V.V.D. stemden voor.Bij de eindstemming over het ontwerp in zijn geheel ver-klaarden de anti-revolutionnairen en de communisten zichtegen.De tekst van het nieuwe artikel voor de Wederopbouwwetluidt thans aldus:Artikel 22a1. Ter voorkoming van een ondoelmatig gebruik van mate-rialen en arbeidskrachten in het bouwbedrijf kunnen Wijbij algemene maatregel van bestuura. voorschriften geven, waaraan moet worden voldaanbij het bouwen, het geheel of gedeeltelijk vernieuwenof veranderen en het uitbreiden van gebouwen;b. bepalingen, vastgesteld krachtens artikel 1 van dewoningwet, buiten werking stellen.2. De voorschriften, bedoeld in het eerste lid onder a, kun-nen betreffen:a. de hoogte van vertrekken en de afmetingen van trap-pen, toegangen en portalen;b. de hechtheid in het bijzonder van funderingen, muren,kelders, vloeren, trappen, zolderingen en daken;c. de voorkoming van vochtigheid;d. de schoorstenen;e. de toetreding van licht en lucht;f. de privaten;g. de verwijdering van water en vuil;h. andere onderwerpen van bouwtechnische aard.3. Bepalingen, bedoeld in het eerste lid onder b, kunnenslechts buiten werking worden gesteld, voor zover zij on-derwerpen betreffen, genoemd in het tweede lid.4. Over de voordracht tot de in het eerste lid bedoelde alge-mene maatregel van bestuur hoort Onze Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting een door hem daartoein te stellen commissie van advies.5. Voorzover andere dan krachtens het eerste lid onder b.buiten werking gestelde bepalingen, vastgesteld krachtensartikel 1 van de Woningwet, niet overeenstemmen meteen voorschrift, als in het eerste lid onder a bedoeld,treden zij eveneens, zolang dat voorschrift van kracht is,buiten werking.6. Indien door uitvoering van een bouwwerk een voorschrift,als in het eerste lid onder a. bedoeld, zou worden over-treden, wordt de vergunning, bedoeld in artikel 6, eerstelid onder a., van de Woningwet geweigerd.W. D.NAAR EEN LAGER WOONPEIL VOORFRIESLAND ?Wie verrc reizen doet, kan veel verhalen, zegt de volksmond.Nu is een tocht van Den Haag naar Friesland niet bcpaaldeen verre reis, maa'r toch valt er wel een verhaal over tevertellen. Want het begint er naar uit tc zien, dat we ookin de woningbouw een ,,Friese kwestie" krijgen.We hebben namelijk onlangs onder de deskundige leidingvan de hoofdingenieur-directeur van de volkshuisvesting inLeeuwarden, ir. S. Visser, een bezoek gebracht aan de bouw-plaats van een der ,,goedkope woningbouwplannen", waarmeeFriesland, althans volgens de dagbladpers, de laatste maandenoverstroomd schijnt te raken. En toen hoorden we de verba-zingwekkende uitlating, dat men in Friesland vindt, dat devoorschriften en wenken van Den Haag, die het minimumwoonpeil van onze huidige volkshuisvesting aangeven, wel eenbeetje lager kunnen. Dat zou heus in het belang van dewoningbouw zijn, zo hoorden we verklaren, want dan wordenook de bouwkosten lager!Na het aanhoren van deze onverbiddelijke logica hebben weevpn rustig moeten nadenken, ook al om onze verrassing vooropenbarende eenvoud in de redenering te verbergen. Weda^hten zo: lagere eisen geeft lagere bouwkosten; nog lagerenog minder bouwkosten. Maar toen we bij: helemaaleisengeen eisen kwamen, ging het sommetje plotseling niet op entoen kwam ook de twijfel, de splijtzwam van alle zekerheid,bij ons op over de juistheid van het uitgangspunt.Ock bij lager woonpeil nog tmoruitgang.De heer Visser vertelde ons, dat verschillende autoriteitenin Friesland inderdaad van mening zijn, dat het wel watminder kan. En daarbij wordt dan niet gedoeld op de ver-eenvoudiging en gelijktrekking van de technische voorschrif-ten, waarvoor minister In 't Veld vele malen de noodzaak heeftaangevoerd, maar men heeft wel degelijk het oog op hetwobngerief, op de bewoningseisen, kortom: op het woonpeil.De redenering is aldus: In Friesland zijn nog zeer vele krottenen een- en tweekamerwoningen, die de naam woning nietme^r verdienen. Voor de bewoners van dergelijke behuizingenis de overgang naar de huidige volkswoningbouw eigenlijkeen te grote sprong. Voor de mensen, die in zulke ,,woningen"zijn opgcgroeid, die in een dergelijke omgeving gewend zijnhun gezinsleven te leiden (of moet het ,,lijden" zijn?), is deverplaatsing naar een woning, die volgens de tegenwoordigebegrippen van menselijkheid en wenselijkheid zijn gebouwd,zuBc een ongekende weelde, dat het eigenlijk wel een beetjeminder zou kunnen ook. Juist nu we zo te kampen hebbenmet moeilijkheden om aan geld te komen voor de woningbouw.Ali we dus onze eisen lager stellen ^ hetgeen gevoegelijkkan, zie hiervoor -- dan kunnen we met hetzelfde geld meerbouwen.Gevaadijke gedachtengangNt, ronduit: wij vinden deze gedachtengang hoogst beden-kelijk. En wij vinden haar temeer bedenkelijk, omdat we meton^e eigen ogen hebben kunnen aanschouwen hoe weinig hoogde: minimum-voorschriften en wenken van het rijk eigenlijkgrijpen.Het woninkje, dat de aannemer Offringa in Oosterwolde heeftgebouwd ^ en waarvan hij er nog vele tientallen gaat bouwen-- voldoet volgens de deskundigen precies aan alle rijksvoor-schriften. Het is rond 200 kubieke meter groot, telt drie slaap-kamers (met vijf slaapplaatsen) en krijgt dus f 3500,-- premie(particuliere bouw). De bouwkosten liggen tegen de f 7800.^--(zonder grond), hetgeen omgerekend per kubieke meter be-slist niet goedkoper is dan tal van ruimere woningwetwonin-gen, die op het ogenblik tot stand worden gebracht onder minof meer gelijke omstandigheden.Wij moeten onmiddellijk toegeven, dat er op ongelooflijk ge-raffineerde wijze met de beschikbare ruimte is omgesprongen.Er wordt in de plattegrond werkelijk geen centimeter vloer-oppervlak bij wijze van spreken ongcbruikt gelaten. Behalvede drie slaapkamers (waarvan twee met 'n schuin dak) en dedoucheruimte boven, bevinden zich beneden de woonkamer(16 m2), de keuken, de wc. en de bijkeuken met kolenberg-plaats en kelderkast. Als men het blokje van twee woningenziet, denkt men met een ruime woning te doen te hebben.Inderdaad kunnen er onder dit dak twee gezinnen van vijfpersonen elk gehuisvest worden. Maar daarmee is dan ookprecies alles gezegd. Er is nauwelijks enige uitwijkmogelijkheidvoor een redelijke ontplooiing van de gezinsactiviteit. Zulksis in elk geval helemaal onmogelijk als er meer personen indeze woning gehuisvest moeten worden.Een stap terugWij twijfelen er niet aan, -- er zullen in deze woningen welgezinnen van een grotere samenstelling worden ondergebracht.Maar in gemoede, ^- is het daarom maatschappelijk verant-woord? Moeten daarop dan maar de voorschriften ingesteldworden en moet de financieringsregeling er officieel mee re-kening houden? Wij zouden een dergelijke ontwikkeling, eendergelijke stap terug, ten sterkste bestrijden. Wij menen, datFriesland er verkeerd aan zou doen de kans op een werkelijkeverbetering van de volkshuisvesting op deze wijze te ver-knoeien. Wij begrijpen ook niet, hoe men het waagt meteen beroep op de aanwezige krotten en kleine behuizingen,deze mogelijkheid te overwegen. Friesland zou dan ten ecuwi-gen dage in zijn woningpeil achterblijven bij grote delen vande rest van het land. En dat wil men toch juist niet?R. Id.DE ZAKELIJKHEID EN DE RISICO-VERREKENINGIn de laatste tijd hebben wij enige malen te maken gehad metde problemen, die zich voordoen bij de z.g. risico-verrekening.Er bestaat alle aanleiding toe om binnenkort in ons orgaande vraag eens aan de orde te stellen of deze risico-verrekeningvan lieverlee beter niet gemist kan worden, of de wijze waar-op de verrekening thans nog plaats vindt geheel juist moetworden geacht en of de gevolgen voor de woning-exploitatie,die de risico-verrekening heeft, wel kunnen worden gedra-gen. Voor het ogenblik willen wij volstaan met de vermeldingvan enige ervaringen, die ons de indruk hebben ;gegeven,dat niet altijd bij het overwegen van de aanspraken op risico-verrekening de nodige zakelijkheid wordt betracht.Blijkbaar zijn er op het ogenblik nog verscheidene afrekenin-gen aan de orde, die betrekking hebben op werken, welke inen omstreeks 1950 in uitvoering zijn genomen. Het gaat indeze gevallen dus niet om de vaststelling van de z.g. cor-rectie-factor, maar om een verrekening aan de hand van zeergespecificeerde gegevens aangaande wijzigingen in lonen enprijzen die, tijdens de opvoering van het bouwwerk zijn op-getreden. Men herinnert zich, dat in de hierboven bedoeldetijd voor werken van minder dan f. 300.000,- de z.g. beperkterisico-regeling van toepassing werd verklaard. Deze beperk-te regeling ging er van uit, dat alleen de wijzigingen in dehoogte van lonen en sociale lasten verrekenbaar zouden zijn.De risico's voortvloeiende uit veranderingen in prijzen vanmaterialen werden in die regeling uitdrukkelijk voor rekeningvan de aannemer gelaten. Uiteraard dienden de aannemersvoor hun inschrijvingen op werken, waarop deze beperkterisico-regeling van toepassing was, hiermede terdege reke-ning te houden. ^ 31Het bestuur van een woningbouwvereniging vraagt ons nuom advies bij de afwikkeling van een risico-verrekening. Inhet bestck voor de bouw van 30 woningen is de duidelijke. bepaling opgenomen, dat risico uit hoofde van lonen en socialelasten verrekenbaar zal zijn, risico in verband met prijswij-zigingen allecn dan, wanncer de aanneemsom meer danf. 300.000,- bedraagt. Het werk werd destijds gegund tegeneen bedrag van f. 232.500,-. Men zou zo zeggen, dat derisico-verrekening in dit geval wel zeer eenvoudig moet zijn.Niet aldus redencert de betrokken aannemer. Deze dient bijde architect, die over het werk de directie voert, een risico-rekening in ten bedrage van ruim f. 20.000,-. Ongeveer 85%van dit bedrag heeft betrekking op prijsverhogingen vanbouwhout, stenen, cement enz. De architect tekent de reke-ning voor ,,gezien" en dient haar ter afdoening in bij hetbestuur van de bouwvereniging. Dit bestuur voelt er ^tcrecht -- niet veel voor om de rekening via de gemeentedoor te zenden aan de Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting in de provincie.Nu ontstaan de moeilijkheden. De aannemer sommeert hetbestuur van de bouwvereniging om de rekening wel door tezenden. Het College van Burgemeester en Wethouders geeftbet bestuur van de bouwvereniging in ernstige overwegingaan de eis van de aannemer te voldoen. Het bestuur toontzich in een bespreking met het College, de aannemer en zijnadviseurs evenwel nog weinig toeschietelijk. De aannemerverklaart, bijgestaan door de leiding van een bureau, dat zichtegen betaling met het opmaken van risico-rekeningen belast,wel in staat te zijn andere wegen te vinden, waarlangs beta-ling van zijn vordering kan worden verkregen. De leidingvan bedoeld bureau verzekert ten Departemente toegang tehebben en in staat te zijn om daar betaling (uiteraard tenlaste van de stichtingskosten der woningen) van de risico-rekening te verkrijgen. De in het bestek over de risico-verre-kening opgenomen bepalingen worden met een wuivendehandbeweging van de tafel geveegd, als zijnde niet in over-eenstemming met de bepalingen van de A.B. (Algemene Be-steksbepalingen). Het bestuur van de bouwvereniging wordtverzekerd, dat de Directie van de Wederopbouw en de Volks-huisvesting in de provincie de indiening van de rekening metverlangen tegemoet ziet. Een lid van het College van B. enW. geeft gewonnen, dat de betaling van de rekening welis-waar een toeslag op de gecalculeerde huurprijzen tot gevolgzal hebben, maar meent, dat die huurprijs deze toeslag wel,,verdragen" kan. De gemeente heeft immers tegen een voor-delig rentetype voor deze bouw kunnen lenen? Alles pleit ervoor, zo zegt deze wethouder, het. ,,morele recht" van deaannemer te erkennen. De aannemer wijst tenslotte triom-fantelijk op het ,,gezien" van de directie.Is het wonder, dat het bestuur der bouwvereniging onder dezezware druk de twijfel intree in het hart voelt doen? Het wendtzich in dit stadium tot de Nationale Woningraad om advies.Wij zijn bereid dit bestuur voor zijn hardnekkigheid een pluimop de hoed te steken. Het bestuur bestaat (wie durft daarkwalijk over te spreken?) uit in deze zaken vrij onbedrevenlieden. Dat het zich nochtans door het gezonde inzicht van,,Een goed accoord maakt een zachte scheiding" heeft latenleiden, stemt tot voldoening.Het secretariaat van de Nationale Woningraad is niet voor-nemens zich door vrij intimiderende verklaringen van de aan-nemer en zijn adviseurs onder druk te laten zetten. Het be-treurt de toeschietelijkheid van de betrokken architect, diedoor zijn ,,gezien" de aannemer te hulp komt en toch netniet op de formele en dan onjuiste accoordverklaring te van-gen is. Het begrijpt de houding van het College van B. en W.niet goed, dat zich ten koste van bouwvereniging en huur-ders ,,Sinterklaas-allures" aanmeet. Het laat de verklaringen32 van de aannemer aangaande welwillendheid van Departe-mentale organen tegenover zijn aanspraken voor wat ze waardzijn. Het heeft het bestuur van de bouwvereniging geadvi-seerd slechts die rekeningen accoord te verklaren, die steu-nen op de besteksbepalingen, welke op het onderhavige werkvan toepassing zijn. Dit betekent in het geval van de risico-verrekening, dat de aanspraak van de aannemer op vergoe-ding voor de prijsveranderingen meet worden afgewezen.Geen bouwvereniging zal er aan denken van een aannemermeer te verlangen dan hem bij de gunning van het werkkennelijk is opgedragen. Geen aannemer mag van een bouw-vereniging meer eisen dan waarop hij aanwijsbaar rechtenkan doen gelden. ledere zakelijkheid zou bij deze bij uitstekzakelijke transacties zoek raken, wanneer men -- van welkekant dan ook -- bij de eindafrekening gevoelsargumententen troon verheft. Het geeft geen pas om dwang-posities tecreeren, die moeten leiden tot een afwikkeling, welke in strijdis met de gemaakte, duidelijke en voor geen tweeerlei uitlegvatbare overeenkomsten.Uit hetgeen wij ook over andere risico-verrekenlngen hoordenmenen wij te mogen vaststellen, dat het hierboven geschetstegeval lering kan bevatten voor besturen, die met deze zakente maken hebben of krij.gen.W.S.STRIJD TEGEN DE ,,OPZET"Uit persberichten blijkt, dat het bureau algemene recherche-zaken van /het ministerie van Wederopbouw en Volkshuis-vesting zo hier en daar in het land wat papicren in beslagheeft genomen, die betrekking hebben op de wijze van samen-stellen der inschrijfsommen bij openbare aanbestedingen. Of,om het concreter te zeggen: dat dit departementale bureaubezig is om het opzetsysteem -- dat mogelijk in enkele ge-vallen tot een misstand zou kunnen uitgroeien -- aan eenonderzoek te onderwerpen.Volgens onze informatics heeft deze recherchedicnst bij enigeaannemersfirma's de administratie of althans een deel daar-van in beslag genomen. Naar verluidt zouden er bij deze zaakook en'kele vrij belangrijke firma's betrokken zijn.De in beslag genomen stukken zouden betrekking hebben opopzetjes en opzetten, die met elkaar een bedrag van enkeletonnen te boven gaan. Het laat zich horen, dat er over dezezaak in aannemerskringen het een en ander te doen is. Han-gende het onderzoek moeten wij ons natuurlijk van eenoordeel over de in het geding zijnde zaken onthouden.7/ef verschijnsel ,,opzet"Het verschijnsel ,,opzet" behoeft op deze plaats nog nauwe-lijks besproken te worden. Er zijn er, die een zekere onkosten-vergoeding voor inschrijvende aannemers geoorloofd en re-delijk achten. Anderen daarentegen -- en tot dezulken be-horen wij '-- menen, dat het meedoen aan opzetjes bij eenbehoorlijk geleid bedrijf uitgesloten moet worden geacht.Is er dus verschil van inzicht over de toelaatbaarheid van deopzet .-- de jurisprudentie getuigt daarvan --, er bestaatweinig verschil van mening over de uitwassen, waartoe hetopzetgedoe leidt.De meeste opzetten, zo schrijft mr W. A. M. Cremers in,,Bouwrecht", zijn een middel om de aanbesteder geld uit dezak te kloppen. En de Hoge Raad veroordeelt een opzetover-eenkomst tot iets onzedelijks als zulk een afspraak eenonrechtvaardige verrijking der pertijen ten koste van de aan-besteder ten doel heeft.-,.*De meest recente uitspraak is die van de economische politie-recjhter te Haarlem. Veertien aannemers uit Noord-Hollandhebben voor deze magistraat terechtgestaan. Twaalf van henkregen een boete van ieder f 400.^-.Bij inschrijving op een aanbesteding voor de bouw van 34woningen te Purmerend waren zij een opzet van / 6000,--overeengekomen. De zaak kwam aan het rollen, omdat eender aannemers het berekeningskrabbehje bij het inschrijvings-biljet had ingesloten.Intcressant is, dat de laagste prijs bij die inschrijvingf 335.772,-- bedroeg, terwijl later bij onderhandse aanbeste-ding gegund kon worden tegen een bcdrag van f 307.000.--.De i economische politierechter heeft de aannemers veroordeeldop grond van artikel 1 van het uit 1941 stammende Prijs-vormingsbesluit, een veroordelingsbasis, die voor 1940 dusnog niet bestond.Dit artikel luidt als volgt:,,Een ieder is verplicht de prijzen en vergoedingen voor goe-deren en diensten van elke aard zodanig te vormen, dat dezebeantwoorden aan de eisen, welke het algemeen belang, inhet bijzonder met betrekking tot de buitengewone omstandig-heden, stelt."Het ziet er naar uit, dat als het bij het huidige onderzoek vande recherche van het ministerie van Wederopbouw en Volks-huigvesting tot een vervolging komt, zulks eveneens zal ge-sch^eden op deze basis. Inmiddels zal het interessant zijn hetverlbop van het hoger beroep te volgen, dat de Noordhollandseaannemers tegen het Haarlemse vonnis hebben aangetekcnd.Er ?ijn aannemers, die mcnen, dat ,,hun niets kan overkomen".En daarbij steunen zij dan voornamelijk op uitspraken incivi^lrechtelijke procedures. Dat zij zich toch niet helemaalgelt^kkig voelen blijkt wel uit de deining, die als gevolg vanoptreden van de recherche is ontstaan.hetDe ,opzet" en onze rijksgeldenDe zaak, die nu aan het rollen is, heeft nog een andere kant.Zoails men weet heeft de overheid, als opdrachtgcver, reedsin 1047 het toepassen van opzetjes verbodcn voor alle werken,waarbij de staat rechtstreeks financieel betrokken is. De opdie werken inschrijvende aannemers moeten in die zin eenverklaring tekenen. Blijkt later toch van opzet sprake te zijngeweest, dan volgt uitsluiting van inschrijving op rijkswerken.Een interdepartementale commissie houdt van deze uitslui-tingiin een lijst bij, de z.g.n. zwarte lijst. Deze uitsluiting isdus een soort straf, die elke opdrachtgever kan toepassen.Zij iDerust niet op een wettelijke basis.Het systeem van uitsluiting heeft echter alleen effect als hetgaat om incidentele gevallen. Bij het thans aan de gang zijndeonderzoek zijn evenwel zeer vele aannemers betrokken en,zoals wij al zciden.ook zeer respectabele ondernemingcn. Hetis dan ook niet onmogelijk, dat het rijk deze uitsluitingssanctieniet zal kunnen blijven toepassen. Een andere vraag is even-wel iof geen vervolging kan worden ingesteld tegen de be-trokken aannemers op grond van in strijd met de waarheidafgelegde verklaringen.Hoe het ook zij: over de ontwikkeling van het opzet vraagstukis het laatste woord nog niet gesproken.In egn door het ministerie van Wederopbouw en Volkshuis-vesting bevestigd bericht wordt gczegd, dat uit de in beslag-genomen administraties is gebleken, dat de opzet gaandewegeen ernstige misstand is geworden. Wij zijn benieuwd naarde verdere ontwikkeling.^ R. Id.AANNEMERSORGANISATIE OVER DEACTIE TEGEN DE ,,OPZET"Elders in dit nummer treft men een artikel aan, geschrevennaar aanleiding van de actie, die de Justitie heeft ingezettegen mogelifke ontoelaatbare ,,opzetten" bij openbare aan-bestedingen. In het officieel orgaan van de Raad van BestuurBouwbedrijf van 21 Maart 1952 wordt deze kwestie eveneensaan de orde gesteld. Wij willen onze lezers niet onthoudenwat in dit blad wordt gesteld:,,Het Dagelijks Bestuur (van de Raad van Bestuur Bouwbe-,,drijf) hield zich bezig met de campagne, welke in enkele,,:grote bladen onlangs tegen de ondernemers in de bouw-,,nijverheid is ontketend. Deze artikelen zijn geschreven naar,,aanleiding van een onderzoek, dat de justitie de laatste tijd,,op verschillende plaatsen van ons land doet instellen naar,,vermeende onregelmatigheden ,bij de prijsbepaling van,,bouwwerken. De inhoud van deze persartikelen zou, aldus,,werd erin vermeld, op inlichtingen van de zijde van het,,ministerie van Wederopbouw gebaseerd zijn. De pubhcaties,,generahseren op onverantwoordelijke wijze de misstanden,,,welke bij sommige ondernemers in het bouwbedrijf zouden,,zijn aangetroffen. Men ontziet zich zelfs in enkele bladen,,niet de ondernemers in de bedrijfstak over een kam te sche-,,ren met personen, die de wetten van moraal en fatsoen met,,opzet blijken te overtreden.",,Deze gang van zaken heeft in de kringen van 4e werkge-,,versorganisaties alom in den lande diepe verontwaardiging,,gewekt, speciaal omdat de feitelijke gegevens, waarop de,,bewuste bladen zich in deze artikelen zeiden te baseren, af-,,kamstig zouden zijn van het Ministerie van Wederopbouw,,,dat het anderszins blijkbaar niet nodig had geoordeeld zich,,over deze geconstateerde misstanden tot de werkgevers-,,organisaties of de Raad van Bestuur Bouwbedrijf te,,wenden".,,Het Dagelijks Bestuur heeft zich daarop met een telegram,,tot de minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting ge-,,wend, waarin uitdrukking wordt gegeven aan de bovenge-,,schetste gevoelens en waarin tevens stopzetting wordt ge-,,vraagd van de berichtgeving door het ministerie aan de pers,,in deze geest, omdat anders het bedrijfsleven niet lijdelijk,,zou kunnen blijven toezien hoe er op het gehele bouwbedrijf,,in het openbaar een ernstige smet wordt geworpen".,,Volledigheidshalve zij nog gemeld, dat de minister de Raad,,van Bestuur Bouwbedrijf zojuist heeft bericht, dat de afde-,,ling voorlichting van het ministerie desgevraagd aan de pers,,heeft medegedeeld, dat de bewuste maatregelen op last van,,de justitie zijn geschied en dat van de zijde van het ministerie,,hangende het justitieel onderzoek geen mededelingen kun-,,nen worden gedaan".Dit bericht kent een climax en een anti-climax. Eerst ,,alomdiepe verontwaardiging", gevolgd door een protest-telegrammet als klap op de vuurpijl het dreigement, dat ,,het bouw-bedrijf niet langer lijdelijk zal toezien". Nadat de spanningaldus ten top is gevoerd, volgt de laconieke mededeling vande minister, dat er in dit stadium verder niets te zeggen valt!Het bouwbedrijf zal zijn lijdelijkheid dus nog een poosje moe-ten behouden.W.S. 33DE NATIONALE WONINGBOUWLENINGENDe hemel, die zich voor de woningbouw in ons land zo langetijd somber en betrokken toonde, is aanzienlijk opgeklaard.De officiele mededelingcn van de Bank voor NederlandseGemecnten hebben immers duidelijk gemaakt, dat de NationaleWoningbouwleningen meer dan geslaagd mogen heten. Denormale 4V4 %-lening is ver overtekend, doet thans op debeurs een alleszins gunstige koers, zulks in tegcnstelling totde van bepaalde zijde geuite voorspelling; de lening met uitge-stelde rente kwam bijna geheel aan haar trek en de verkoopvan de rentespaarbrieven gaat nog lustig door. Al met al is erdoor de leningen thans een bedrag van bijna 75 millioen guldenbeschikbaar gekomen. Dat heeft -- bij de andere middelen, dieer reeds waren ^ de uitvoering van een flink bouwprogrammavoor 1952 vrij zeker gemaakt.Is er dus in het algemeen reden tot verheugenis over dezegunstige ontwikkeling; voor ons is er nog een extra-reden,omdat ons uit tal van voorbeelden gebleken is, dat onze wo-ningbouwcorporaties met enthousiasme haar aandeel voor deacties ten behoeve van de nationale leningen hebben geleverd.Verschillende leden van de Nationale Woningraad vroegenons om advies aangaande de mogelijkheid van belegging voortot dusver renteloze gelden. Een belegging in stukken van denationale leningen uiteraard. Wij hoorden van bestuurders enleden van woningbouwverenigingen, die aan huisbezoek dedenom rentespaarbrieven kwijt te raken. Wij constateerden, dat invele plaatselijke acties vertegenwoordigers van woningbouw-corporaties een belangrijke rol speelden.Zonder alle anderen, die zich voor het welslagen van deleningen hebben ingespannen, iets te kort te doen, willen wijeen aardig voorbeeld uit Rotterdam vermelden. BurgemeesterOud maakte in een vergadering van de Rotterdamse gemeen-teraad van de gelegenheid gebruik om over de hoofden derraadsleden heen een opwekking tot zijn burgers te richten. Eenopwekking om naar vermogen ten behoeve van de eigen staddeel te nemen aan de nationale leningen. De burgemeester hadzijn toespraak nauwelijks beeindigd of een der raadsledenoverhandigde hem met enkele woordcn van verklaring eenpakket ,,voorkeurs-uitingen", afkomstig van 40 rente-spaar-brieven. Het was de Heer Frenkel, die behalve raadslid ookpenningmeester van de Woningbouwvereniging ,,Onze Woon-gemeenschap" is. Binnen 24 uur nadat de spaarbrieven ver-krijgbaar waren gesteld had deze bouwvereniging uit daartoedoor de leden ter beschikking gestelde gelden 40 spaarbrievenkunnen kopen. Het zouden er nog meer geweest zijn, ware hetniet dat de Bank op dat ogenblik was uitverkocht. De ledenvan deze jonge bouwvereniging hebben in totaal een f 5.000,--voor rentespaarbrieven bijeengebracht. Het ,,gebaar" deed hetnatuurlijk uitstekend, hetgeen ook bleek uit de flink opge-maakte en vriendelijke aandacht, die de Rotterdamse pers eraan besteedde.Laat ons hopen, dat de woningbouwcorporaties aan de thansweer groeiende woningbouw-activiteit evenzeer haar deel zul-len hebben.W. S.; alles in.34Het principe ,,alles in (M' stelt meeren andere technische eisen dan het e'en-zydig principe, dat aan het ontstaanvan gewoon sanitair ten grondslag lag.VANDAAR:Een gepuntlaste bewapeningDe zuiver ronde vorm van de komDe stoomverharding in drie phasenEen drukvastheid van 600 kg cm'Het dubbel-gepolijste oppervlak.*Alleen het originele LA VET isbestand tegen een duizendvoudige wis-seling van temperatuur (warm en koudwater!) en biedt bovendien tueerstandtegen de voortdurende inwerkingvan lichtelyk agressieve staff en*OCRIET reinigen met VIMOCRIETFABRIEK N.V. BAARNTEL: K 2954-3641 (4 lijnen)WERKLOOSHEIDSWETIHet Secretadaat van de Nationale Woningraad ontvangt velevragen overde Wachtgeld- en Werkloosheidsverzekering. Hetvond een bevriende deskundige irelatie bereid een aitvoerigeuiteenzetting ot?er deze zaak te schrijven. Deze uiteenzettingvolgt hieronder.De Werkloosheidswet, die van 9 September 1949 dateert, zalop 1 Juli 1952 in werking treden. Dit betekent, dat van diedatqm af alle werknemers, die onder de wet vallen, verzekerdzijn tegen geldelijke gevolgen van onvrijwillige werkloosheid.Reeds voor 1940 zijn diverse pogingen in het werk gesteldom tot een wettelijke verzekering tegen geldelijke gevolgenvan onvrijwillige werkloosheid te komen. De desbetreffendewetsontwerpen hebben het echter in verband met de tijdsom-standigheden niet tot een verdere behandeling kunnen brengen.Voor de oorlog was in de werkloosheidsverzekering ten delevoorzien door de uit het initiatief der vakorganisaties voort-gekomen regelingen, welke van Rijks- en Gemeentewege ge-subsidieerd werden. Deze vorm van werkloosheidsverzekering,welke slechts een deel der werkenden bestreek, is echter onderde bezetting opgeheven, zodat na de oorlog geen regelingenop dit gebied bestonden, behoudens de in sommige bedrijfs-takk^n bestaande wachtgeldfondsen.Naast de ongevallenverzekering, de ziekteverzekering, de in-validiteits- en ouderdomsverzekering, de kinderbijslagverzeke-ringl en de regeling van het ziekenfondsenbesluit vormt deverplichte wachtgeld- en werkloosheidsverzekering, als hetware het sluitstuk van onze sociale verzekering.In de Werkloosheidswet is ervan uitgegaan, dat de verzeke-ring uitgevoerd zal worden door het bedrijfsleven zelf. Hier-bij is vooropgezet, dat voor een bepaald onderdeel van hetbedrijfs- en beroepsleven slechts een bedrijfsvereniging zal op-tredcn. Het gehele Nederlandse bedrijfs- en beroepsleven isna overleg met het georganiseerde bedrijfsleven bij de z.g.inde ingsbeschikking van het Ministerie van Sociale Zakend.d. j,31 December 1949 ingedeeld in 26 onderdelen, waarbijonder no. 3 genoemd wordt de Bouwnijverheid, omvattendeo.a. de burgerlijke en utiliteitsbouw (hierbij inbegrepen wo-ningbouwverenigingen en -stichtingsn), het schildersbedrijf,het stukadoorsbedrijf en andere bouwambachten.Voor de uitvoering van de Wer'kloosheidswet is voor zoverde bouwnijverheid betreft opgericht de Bedrijfsvereniging foorde bouwnijverheid, gevestigd Spuistraat 288 te Amsterdamen het is bij deze bedrijfsverenigingen, dat de bouwverenigin-gen en -stichtingen van rechtswege aangesloten zijn. Het isuiterlaard noodzakelijk, dat deze bedrijfsvereniging zorg draagtzo s^el mogelijk haar ledenbestand vast te stellen. Daartoe isaan de woningbouwverenigingen en -stichtingen, waarvan deadressen bij deze bedrijfsvereniging bekend zijn, een aanmel-ding^formuher toegezonden met het verzoek dit formulier bin-14 dagen volledig ingevuld en ondertekend terug te zen-Indien een woningbouwvereniging verzekeringsplichtigpersoneel in dienst heeft en niet door genoemde bedrijfsver-eniging is aangeschreven, rust op deze vereniging de ver-phchting een aanmeldingsformulier aan te vragen.De kring van verzekerden is, afgezien van de loongrens, diehier j 6000,-- inplaats van / 4925,-- bedraagt, in hoofdzaakgelijk aan die van de Ziektewet.Buiten de kring van de verzekerden vallen o.a.:a. ^ij, die ambtenaar zijn in de zin van artikel 1 der Ambte-ijarenwet 1929;personen, uitsluitend of in hoofdzaak belast met het ver-richten van huiselijke of persoonlijke diensten in de huis-Ijouding van natuurlijke personenjpersonen met een overeengekomen vast loon in geld bijeen of meer werkgevers van meer dan / 6000,-- per jaar.nenden.b.c.Indien men echter een wisselend loon geniet, valt menondanks het feit, dat het totale jaarloon meer dan f 6000,--kan bedragen^ wel binnen de kring van de verzekerden;d. zij, die alleen in buitengewone gevallen gedurende kortetijd in loondienst arbeiden;e. zij, die in loondienst werkzaamheden verrichten, die voorhen van bijkomstige aard zijn;f. personen van 65 jaar en ouder.De uitkeringen krachtens de werkloosheidswet worden onder-scheiden in wachtgelduitkering en werkloosheidsuitkering.Aanspraak op wachtgeld ontstaat in de regel eerst, indien dewerknemer in de 12 maanden, die aan het intreden van zijnwerkloosheid onmiddellijk voorafgegaan, tenminste 156 dagenals werknemer heeft gewerkt in dienst van een of meer werk-gevers, die lid zijn van de bedrijfsvereniging, waarbij zijn laat-ste werkgever is aangesloten. De werknemer dient dus ten-minste 156 dagen in dezelfde bedrijfstak te hebben gewerkt.Aanspraak op uitkering krachtens de werkloosheidsverzekeringkan ontstaan, nadat een werknemer in de periode van 12maanden aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijkvoorafgaande, tenminste 78 dagen als werknemer in de zinvan de wet heeft gewerkt. In dit geval geldt dus niet de eis,dat de arbeid in een bepaald onderdeel van het bedrijfslevenis verricht. Arbeid in alle onderdelen van het bedrijfslevenkan hier worden medegeteld.In de regel wordt over de eerste 48 dagen van werkloosheiduitkering verstrekt krachtens de wachtgeldverzekering. Duurtde werkloosheid voort, dan wordt over de volgende 78 dagenuitgekeerd ingevolge de werkloosheidsverzekering. De uitke-ring wordt in het eerste uitkeringsjaar in het algemeen ver-strekt over 126 dagen.De uitkering bedraagt voor de wachtgeldverzekering tenminsteen voor de wer'kloosheidsverzekering steeds:80% voor de gehuwde mannen, gehuwde vrouwelijke kost-winsters en ongehuwde mannelijke of vrouwelijke kostwinners;70% voor ongehuwden, niet kostwinners, van 18 jaar enouder, die niet bij hun ouders inwonen en60!% voor de overige werknemersvan het wettelijk dagloon (maximum f 16.-- ).De kosten van de wachtgeldverzekering, die voor rekening vande bedrijfsvereniging komen; worden gedragen door de werk-gevers en de werknemers samen en wel door ieder van henvoor de helft. De premie is door het bestuur van de bedrijfs-vereniging vastgesteld op 4,6% van het loon. Verder zijnde werkgevers- en werknemersorganisaties overeengekomen,dat ;de premie voor het Vorstrisicofonds niet hoger zal zijndan 4 % van het loon.De aan de werkloosheidsverzekering verbonden kosten^ dievoor rekening van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen,worden gedragen door de werkgevers, de werknemers en hetRijk in dier voege, dat door de werkgevers en de werknemerselk 1/4 deel en door het Rijk de helft wordt betaald. Dezepremie zal bedragen 2,8 % van het verzekeringsplichtig loon.De inning van alle premien geschiedt door de bedrijfsvereni-ging. Het door de wer'knemers verschuldigde aandeel in dekosten wordt door de werkgevers aan de bedrijfsverenigingbetaald. De werkgevers houden dit aandeel bij de uitbetalingvan het loon van de werknemers af. Voor de vaststelling vande premie is evenals voor de uitkering een maximum dagloonvastgesteld van / 16.--, zodat per werknemer per jaar hoog-stens f 5008.-- (313 x / 16.-- ). loon behoeft te worden ver-antwoord.Verwacht mag worden, dat de Bedrijfsvereniging voor hetBouwbedrijf tijdig voor 1 Juli a.s. de nodige richtlijnen aanhare leden, dus ook aan de aangesloten bouwverenigingen, zaltoezenden om een verantwoorde uitvoering der verzekeringte bevorderen. 35Persberichten van het Ministerie van Wederop-bouw en VolkshuisvestingAfdieling VoorlichtingWONINGBOUW IN JANUARI 1952Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statis-tiek werden in Januari j.l. 3765 woningen voltooid. Hierinzijn begrepen 145 duplexwoningen, zodat in de eerste maandvan 1952 voor 3910 gezinnen nieuwe huisvesting werd ge-schapen. In de overeenkomstig-e maand van de jaren 1945t.m. 1951 kwamen resp. gereed: geen, 114, 137, 2021 (195,3229 (76), 3447 (239) en 2910 (191). De bij deze igetallentussen haakjes geplaatste cijfers geven het aantal duplexwo-ningen aan, dat in de getallen is begrepen. Sedert de be-vrijding heeft geen enkele maand Januari een zo'n grootaantal gereedgekomen woningen opgeleverd.Deze woningen zijn als volgt over de provincien en de driegrote steden verdeeld (tussen haakjes de cijfers van Januari1951):Groningen 181 (87); Friesland 159 (82); Drenthe 158 (72);Overijssel 272 (195); Gelderland 375 (401); Utrecht 268(211); Noord-Holland (excl. Amsterdam) 727 (209); Zuid-HoUand (excl. Den Haag en Rotterdam) 376 (354); Zeeland83 (106); Noord-Brabant 326 (352); Limburg 296 (322);Amsterdam 80 (68); Den Haag 277 (239); Rotterdam 170(212); N.O. Polder 17 (-); Nederland 3765 (2910).Sedert de bevrijding zijn thans door nieuwbouw 200.128 wo-ningen opgeleverd, waarin 11160 duplexwoningen zijn begre-pen, zodat voor 211.288 gezinnen nieuwe woonruimte werdgesticht. In Januari j.l. werden 5214 nieuwe woningen in uit-voering genomen, tegen 4015 in dezelfde maand van het vorigjaar. Hierin komt tot uitdrukking het groot aantal goedkeu-ringen, dat in de laatste maanden van 1951 is afgegeven. Daarhet aantal nieuw begonnen woningen hoger is dan het aantal,dat gereed kwam, steeg voor het eerst sinds vele maandenhet aantal in uitvoering zijnde woningen en wel van 36.713op het einde van December 1951 tot 38.121 eind Januari 1952.Bind Januari 1951 waren 53.800 woningen in aanbouw.Persbericht no. 7Maart 1952.InhoudDe Minister kreeg niet, wat hij wilde ...Naar een lager woonpeil voor Friesland?De zakelijkheid en de risico-verrelkening .Strijd tegen de ,,opzet"Aannemersorganisatie over de actie tegen de ,,opzet'De nationale woningbouwleningen ....WerkloosheidswetPersberichten van het Ministerie van Wederopbouwen Volkshuisvesting2931313233343536Dit orgaan wordt gezonden aan alle lezers van het Tijdschrift voorVolkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw kunnen extra abonnementen nemen tegende prijs van f. 1,-- per jaar. Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Wo-ningraad of Instituut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijsf. 5,-- per jaar.36'^e finishing fouch^^^ ^oningbouw.'^9 een'Monster IHEK- EN HAAGPALENHOUT- EN HEIPALENHANDEL K. KAN Kzil.TEL: 3801 ZAANDAMBELANGRnK Binnenkort verschijnt de nieuwe geyser JAFAVerkrijgbaar in; keukengeysers voor 6en enmeerdere tappunten; drukautomaten 13 en 16liter; badgeysers met en zonder handdouche.DE MOOISTE GEYSER tot nog toe in Nederland getoondGoedgekeurd door de Gasstichting. AUeenverkoop v. Nederland:PH. ZEEHANDELAAR, 2e Jan Steenstr. 112-117, Amsterdam-Z.Telefoon 29298. -- Na kantoortijd 50853, 82413 en K 2978-526LoodgietersbedrijjA. de GraafDomselaerstraat 8AMSTERDAM OTel. 55012Aanleg vanGAS- enWATERLEIDINGENLeveringSANITAIROnderhoudCENTRALE VERWARMINGOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijicsdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwMaart 1952 33e Jaargang no. w'^-PRO^V^'Vochtverschijnsclenweg wcrkcn is duurVocht voorkomcnkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG & Co*Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersgracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103AtmotaHoutbetonsteeti? LIGHT IN GEWICHT? GROOT ISOLATIEVERMOGEN? GEEN BREUE? ONBRANDBAAR? SPUKERBAAR en SCHROEFBAARWendt U voor levering tot Uw handelaar.Fabrikante: IV.V. ATMOTARIGAKADE 8--12 AMSTERDAM Tel. 44819--44879de beste bouw- en meubelplaatook gefineerd leverbaarimporteurs :Proost Bou'wniaterialen Proost en Brandt nvAmsterdam -- telefoon 64141OVERHEAD DOORSOVER THE TOP DOORS (KANTELDEUREN)en alle andere sy$temen garagedeurenJ, & G. STROBANDNieuwe Teertuinen 22-23 -- AMSTERDAM-C. - Telefoon 47139Vi^.lLIMTEGELHANDELKantoor en toonkamer:Pijnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,liUiputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.N.V. Van den Belt 6 Go's Handel Mij.AMSTERDAM - Prinsengracht 852-862 - TeL 31019-31144Specialiste in:? TRIPLEX? ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-^ ducten--W ? BOUWPLATEN (diverse soorten hout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)? ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustische tegelsWie weet beter dan de schilder, hoeveel duizenden kubiekemeters hout jaarlijks door verrotting verloren gaan!STOPhet verliesprocesmetCOPPERANT (Koperprocedf) wordt geieverd als1. COPPERANT-NORMAAL.Transparant-groen van kleur en zeer dun vloeibaar.Bestemd voor houtconservering.Kan na drogen geschilderd worden.2. COPPERANT-KLEURLOOSwordt gebruikt voor hout, garens of doek, die hun oor-spronkelijke kleuren moeten behouden.3. KLEUR-COPPERANTwordt gefabriceerd in 8 fraaie dckkende kleuren.Bevat kleurechte chemische pigmenten.Ideaal afdekkend, groot uitstrijkvermogen.MET KLEUR-COPPERANT 2 TROEVEN IN fi?N HAND.Kleur en Rotwering.Vraag folders en kleurkaart aanAMSTERDAM - GRASWEG 46 - TELEFOON 60523EDEL STANDGROENEDEL STANDROODEDEL STANDBRUINEDEL STANDZWARTEDEL STANDGEELEDEL STANDBLAUWEDEL STANDWITf^iuodj?j%MmN.V* v.h. EVERT KONING 6 Co*ZAANDAM - Telef.t 3692-4821-4985.Tijdschrift voorVolkshuisvesting enMaart 195233e Jaargang - No. 3MaandbladStedebouAvOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie; Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. MerkelbachIr L. S. P. Scheffer, Ir P. Bakker Schut, Drs H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementens Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutLezindf Oberbaurat Rudolf BoeckIn samenwerking met de Vereniging Nederland-Oostenrijkheeft het Instituut voor zijn leden de gelegenheid kunnenopeneh tot het bijwonen van een lezing gehouden door Ober-baurat Rudolf Boeck uit Wenen over Raumplanung und So-ziales Bauen in Wien, en wel op 11 Maart 1.1. in den Haagen op 13 Maart in Amsterdam.De aanwezigen zullen de boeiende uiteenzetting over dezeonderwerpen met veel belangstelling hebben gevolgd.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesliiit van de Minister van Wederopbouw en Volks-huisyestingOp giond van artikel 29, derde lid van de wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Na-tionale Plan en streekplannen werd door de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting het volgende bezwaar ge-maakt;dd. 25 Januari 1952, No 2 betreffende de voorgenomen bouwvan e^n zomerrestaurant onder de gemeente Ambt Ommen.Hiertagen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereidfng zijnde ontwerp voor een nationaal plan.Uitkomsten der woning- en gezinstellinggehouden op 31 Mei 1947 (Algemene Volkstelling)door A. J. A. RikkertOnlangs heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek eenpublicatie laten verschijnen, getiteld ,,Woning- en gezinstel-ling". (Serie A, Deel 3).Deze publicatie vormt het sluitstuk van de serie, welke betrek-king heeft op de woning- en gezinsteUing van 31 Mei 1947.Deze aan de 12e Volkstelling verbonden Woningtelling is tebeschouwen als de eerste algemene woningtelling, welke totdusver in Nederland heeft plaatsgevonden.Wel werd in het najaar van 1919 een Rijkswoningtelling ge-houden, doch deze omvatte slechts 692 van de 1118 gemeen-ten, nl. de gemeenten met meer dan 2000 inwoners, alsmedeenkele kleinere. met name genoemde gemeenten. Bovendienbleef de telling in een groot aantal gemeenten beperkt tot debebouwde kom of kommen.De bij de Volkstellingen van 1899 en 1909 verzamelde ge-gevens betreffende de woonwijze van de bevolking (aantalvertrekken per gezin, aantal personen per vertrek e.d.) en debij de Volkstellingen van 1920 gepubliceerde gegevens be-treffende de aantallen woonhuizen of percelen, kunnen even-min als resultaten van een woningtelling in de eigenlijke zinvan het woord worden beschouwd.Aan de gewoonte om bij de volkstellingen niet de woningmaar het woonhuis of perceel als uitgangspunt te nemen zalhet mede moeten worden toegeschreven, dat ook bij de ge-noemde Rijkswoningtelling van 1919, ondanks de uitdrukke-lijk daaromtrent gegeven voorschriften, nog in verschillendegemeenten niet steeds de woningen, doch de woonhuizen ofpercelen zijn geteld.Eerst bij de Volkstelling van 1930 is voor de onderscheidingnaar woonwijze definitief de woning, in plaats van het per-ceel, als teleenheid aanvaard. i)Aldus enige opmerkingen uit het inleidende hoofdstuk van depublicatie.Dan volgt een zeer belangwekkende mededeling omtrent deresultaten van de telling van 1930. Deze luidt:,,Desondanks mogen de desbetreffende in Deel I van de uit-komsten dezer telling vastgelegde resultaten niet als resul-taten van een eigenlijke woningtelling worden gezien".Dit alles wil dus zeggen, dat de gegevens, verzameld ter ge-legenheid van vroegere volkstellingen en de bij de Rijkswo-ningtelling van 1919 verzamelde gegevens, bij lange na geenresultaten kunnen worden genoemd van werkelijke woning-tellingen, waaraan sedert het in werking treden der Woning-wet -- en ook reeds daarvoor -- zulk een grote behoefte be-stond en waarop reeds vele malen de aandacht was gevestigd.Diegenen, die het gocd meenden met de behartiging van debelangen van een doeltreffende verbetering van de volkshuis-vesting, bleken evenwel niet zoveel invloed te hebben, dat zijde ontwerpers van de voorschriften tot het verzamelen vande gegevens ten behoeve van een bruikbaar overzicht van dewoningvoorraad in zijn verschillende geledingen, er toe kon-den bewegen de juiste voorschriften daartoe vast te stellen.,,Wat wilt ge eigenlijk?" zo werd mij in de aanvang van hetderde decennium van deze eeuw eens gevraagd, toen ik er opdoelde, dat het nu toch eindelijk eens tijd werd om de werke-lijke voorraad afzonderlijke woningen te inventariseren.,,Wat zouden wij daaraan hebben? Bij de Volkstellingen van1899 en 1909 zijn immers gegevens verzameld omtrent dewijze, waarop de bevolking was gehuisvest en daaruit blijkttoch, dat de huisvesting belangrijk beter is geworden. Wat^) Zie par. 1 van Hoofdstuk I van de onderhavige publicatie. 29^'ArEikelen30Zioudt ge nog meer willen?" Dat ook bij de Volkstelling van1920 soortgelijke vragen waren gesteld als in 1899 en 1909,daarover sprak men niet. Een voorlopige gedeeltelijke bewer-king van het op dit punt verzamelde materiaal had nl. tot uit-komst, dat de wijze van de huisvesting als gevolg van de toenheersende woningnood, belangrijk slechter was geworden.Jammer genoeg is in verband met de bovendien gebrekkigeinvulling van het telmateriaal de verdere bewerking gestaakten omtrent de huisvesting der bevolking op het tijdstip derVolkstelling-1920 zijn dan ook nimmer gegevens gepubli-ceerd.Hiervoren is reeds gezegd dat de resultaten van 1930 nietals resultaten van een eigenlijke woningtelling mogen wordengezien. De thans in bespreking zijnde publicatie van het Cen-traal Bureau voor de Statistiek geeft enige motieven waaropdeze uitspraak steunt. Hiernaar moge kortheidshalve wordenverwezen.Intussen zijn de resultaten, verkregen in 1930, tot voor zeerkort niettemin als uitgangspunt genomen voor allerlei berekc-ningen in verband met de veranderingen in de woningvoorraadsedert 1930 en omtrent het bestaande woningtekort op lateredata. Gelukkig gaat het Centraal Bureau voor de Statistiekthans uit van de nieuw vastgestelde woningvoorraad op 31Mei 1947.Door mij is steeds gepropageerd dat een woning- en gezins-telling niet gekoppeld dient te worden aan een volkstelling.Gaarne geef ik toe dat de omstandigheden na de oorlog zowaren, dat deze koppeling niet te voorkomen was. De publi-catie bevat nl. de volgende motivering.,,Het belangrijke verlies aan woningen, als direct ge-volg van de oorlogsomstandigheden, de practische stop-zetting van de nieuwbouw sinds 1940, alsmede de groteuitbreiding van het aantal gezinnen door de sterk toege-nomen huwelijkssluiting, brachten na de b'evrijding eenvoor ons land ongekende woningnood.Een rationele oplossing van de bestaande moeilijkhedenwas niet alleen een urgent probleem, doch bovendienslechts mogelijk op grond van een juist kwantitatief over-zicht van de aanwezige woningvoorraad en de bestaandewoningbehoefte.Allereerst voor het land als geheel, ter beoordeling vande behoefte aan materialen, arbeidskrachten e.d. Daar-naast moest kunnen worden beschikt over plaatselijke,op cenzelfde tijdstip betrekking hebbende en op unifor-me wijze verzamelde en bewerkte gegevens, welke uiter-aard met inachtneming van bijzondere plaatselijke om-standigheden, een basis zouden kunnen vormen voor deverdeling der beschikbare bouwvolumina, de spreiding derarbeidskrachten, enz. Met de meeste spoed diende duseen algemene woningtelling te worden voorbereid. Dochniet alleen een woningtelling was urgent. Een volks- enberoepstelling mocht evenmin worden uitgesteld.Een combinatie der beide tellingen lag dus voor de hand.Te meer, omdat het bij de woningtelling, behalve omgegevens over omvang en samenstelling van de woning-voorraad, vooral ook ging om cijfers betreffende de be-zetting der woningen, zoals aantal, samenstelling engrootte der huishoudingen, enz., d.w.z. om gegevens,welker verzameling eveneens binnen het kader van eenalgemene volkstelling gebruikelijk is.Ten einde, onder meer uit financiele overwegingen, niet-verantwoorde doublures te voorkomen en bovendien, om-dat op gronden van organisatorische aard uitvoering vantwee afzonderlijke tellingen op korte termijn niet moge-lijk was, werd besloten de woningtelling aan de volks-telling te verbinden.Deze beslissing is genomen in het bewustzijn, dat daar-uit, ten aanzien van de woningtelling, een aantal beper-kingen zouden moeten voortvloeien en wel in dien zin,dat vragen over technische voorzieningen in de wonin-gen, over kwaliteit der woningen, over de grootte dervertrekken, e.d. achterwege zouden moeten blijven. Bruik-bare antwoorden op deze en soortgelijke vragen kunnennl. alleen worden verwacht, indien de telling door terzake deskundige personen plaats vindt en van de rond70.000 voor de uitvoering in kort tijdsbestek van de volks-en beroepstelling benodigde tellers, kon hoogstens enigeadministratieve scholing worden verwacht.De beperkte vraagstelling bij de thans gehouden woning-telling betekent geenszins, dat bovenbedoelde gegevensvan meer technische aard als van ondergeschikte beteke-nis moeten worden geacht. Zij zijn inzonderheid voorlocale instanties van groot belang, onder meer bij beoor-deling van de toestand, waarin de plaatselijke woning-voorraad verkeert en voor het treffen van maatregelenter verbetering daarvan. Dat de beperking desondankswerd aanvaard vond zijn oorzaak mede in de omstan-digheid, dat na de oorlog het algemeen beleid op hetgebied der volkshuisvesting niet in eerste instantie opverbetering van bestaande woningen, doch voornamelijkop vergroting van de totale woonruimtecapaciteit moestworden gericht".Ik heb mij hierbij uit opportuniteitsredenen volkomen kunnenneerleggen. De omstandigheden waren nu eenmaal niet anders.Maar belangrijk is de volgende passage.,,Het bovenstaande houdt in, dat de eerstvolgende wo-ningtelling los van andere tellingen dient plaats te vin-den. Zij zal zich dan, hetgeen voor een woningtelling geenbezwaar oplevert, over een langer tijdsverloop kunnenuitstrekken. Dit schept de mogelijkheid haar door eenbeperkt aantal deskundige tellers te doen uitvoeren,waardoor ook de woningtechnische kant der telling tenvoile tot zijn recht kan komen".Dit is voor het Centraal Bureau voor de Statistiek een vol-komen nieuw geluid, dat voor hen, die het goed menen met deverbetering ^-- in al zijn geledingen -- van de huisvesting vanhet Nederlandse volk, hoopvolle perspectieven opent. Reedsthans is zulks merkbaar. Immers, een door de Vereniging vanNederlandse Gemeenten en het Nederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw, aansluitend bij een uitlatingvan de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, in-gestelde commissie heeft het probleem van de gemeentelijkewoningkarthotheken en woningstatistiek in studie genomen,waaraan het Centraal Bureau voor de Statistiek intensiefmedewerkt.De woning- en gezinstelling -- als onderdeel der 12e Volks-telling '-- werd gehouden op 31 Mei 1947. Reeds in Augustusvan datzelfde jaar verschenen enkele voorlopige Uitkomstenin een korte Mededeling van het C.B.S. (A.T. 1) waarin,behalve de totaalcijfers voor het Rijk, de provincies en degrote gemeenten een globale berekening van het woningtekortwas opgenomen (over welk onderwerp later nog een nieuwemeer uitvoerige Mededeling (A.T. 4) is samengesteld).Tegelijkertijd werden de overeenkomstige voorlopige cijfersvoor alle gemeenten en hun wijken en buurten verkrijgbaargesteld. In het eerste halfjaar van 1948 -- dus na rond eenjaar -- kwamen de volledige en definitieve cijfers beschikbaarvoor elke gemeente in een afzonderlijke gelichtdrukte publi-catie, waarin de cijfers van de woningtelling tevens voor dewijken van de gemeente zijn vermeld. In September 1948 ver-schenen de provinciale cijfers en in October 1948 de defini-tieve en uitgewerkte Rijkscijfers. Daarop volgde in Juh 1949als Volkstellingspublicatie Serie B, deel 2, een samenvattendoverzicht per gemeente van de belangrijkste cijfers uit debovengenoemde gelichtdrukte publicatie.In Juli 1951 verscheen de thans in bespreking zijnde publica-tie. Zij bevat de cijfers van het Rijk, de provincies en de viergrote gemeenten, alsmede een uitvoerige analyse van de uit-komsten. De verschijning heeft enige tijd geduurd, omdat eerstde uitkomsten van de Volks- en beroepstelling in details moes-Schema van de wiize van samenwonen Composition of the households ArtikelcnHulsheudin9ttnHouMhoWinvan 1 parsoon(?tlc?ifwon?nd?n incl-kwftarb?wen?rs)tf 1 pjarion I'lvinq atorMtenBureaugewerde cijInsen dktran 2 of ntaar parsonano1 2 or mor? iwrumi1Gazbtshulshoudans1Ovarige huishcudeniF amity ? houMholdt OtK?t houieholdimet cchtpaar (complale gcsinnen) sender cchtpaar (nial complala gazlnncn)?rith (narr ed eoupit without ma tied CoupleEchtpaar zond?r kindcran Ecklpcar If)?t hif?der?n Man ntat klndar?n Vrauw mat kindaranMarrli-d co?pU ^.U?ut children Matrlpd coup ? with ehildrrn Man -ilh children Won^?? ? th children1 ton4^r mal z?n4lar mal tond.r m?< ' londar met Man mat Vrouw matandcran andaran andaran snderaA andaran ?ndaran anderan anderon MtAtrmn..ithmiiottwi with ether* w.thoototh^ri *ilh oth?ri without othcri with Qthrrt wllhoul other? -ith other. Man withOlheriWoman ollhOthersE E+a E+k E + k + a M+l. M?l< + . V + k V4-k*a M4^. V*?den vastgesteld. Dit neemt niet weg, dat het Centraalvoor de Statistiek met grote voortvarendheid heeftkt. Reeds ruim een jaar na de telling stonden in elk gevallers voor een ieder ter beschikking.veigelijking met de tijdsduur, welke vroeger verstreek tus-eigenlijke telling en de publicatie van de verzameldegegevlens, is een enorme vooruitgang te constateren.In eer. inleidend hoofdstuk zijn de vcrschillende definities, zo-als deze thans hebben gegolden, weergegeven. Bij deze tellingis nl. als woning beschouwd elk perceel of perceelsgedeelte, datvolgeiis zijn bouw blijvend is bestemd voor bewoning dooreen huishouden, met als maatstaf de aanwezigheid van eeneigen voordeur, die, hetzij van de openbare weg, hetzij vaneen gemeenschappelijk trappenhuis of portaal, toegang geefttot de woning.Met deze definitie is vastgehouden aan het woningbegrip inbouwtechnische zin, zoals dit ook door het Internationaal Sta-tistisc^i Instituut en door de Statistische Commissie van deEconcmische en Sociale Raad van de Verenigde Naties als demeest juiste is aanvaard en ter navolging is aanbevolen.Daarr.aast is getracht, om ook bij de telling van 1947 eenoverzicht te krijgen van het aantal woningen in huurrechtelijkezin. In afwijking van hetgeen vroeger is gebeurd is evenwelook de eis gesteld, dat elke ,,woning" over een eigen keukenen eeh eigen privaat kan beschikken. Deze technische eisenwareri nodig ten einde te voorkomen, dat door eigenaars ver-huurde kamers als ,,huurrechtelijke" woning zouden wordenbeschouwd.In de derde plaats dient nog het sociale woningbegrip te wor-den genoemd, waarbij als ,,woning" werd aangemerkt, dewoonruimte, d.i. het gczamenlijk aantal vertrekken, waarovereen huishouden of een alleenwonend persoon de beschikkingheeft. In wezen is hierbij eigenlijk sprake van een woonruimte-statistiek.De op grond van de volkstcllingen van 1899, 1909 en van 1930samengestelde woningstatistieken zijn geheel op dit socialewoningbegrip gebaseerd.Bij de onderscheiding naar de aard der woningen zijn eenvijftal groepen gevormd, nl.:1. boerderijen en tuinderswoningen;2. winkelwoningen;3. woningen met werkplaats of andere bedrijfsruimte;4. gewone woningen met bedrijf en5. gewone woningen zonder bedrijf.Deze onderscheiding is op zich zelf genomen wel juist, dochpast feitelijk niet bij een onderscheiding van woningen inbouwtechnische zin. Bij de groep 4 is nl. het element van hetgebruik der woning binnengeslopen. De toelichting van groep4 zegt nl.: ,,als zodanig zijn beschouwd gewone woningen,waarin een of meer vertrekken door de bewoner als winkel,werkplaats e.d. worden gebruikt, zonder dat verbouwingenplaats vonden, zodat eventuele volgende bewoners deze ver-trekken zonder meer als normale woonvertrekken kunnen be-nutten".Nu wordt in de publicatie wel gezegd, dat de groepen 1, 2 en3 zijn te beschouwen als ,,bedrijfswoningen" en de groepen4 en 5 als ,,gewone woningen", maar dan volgt de medede-ling, dat, indien de tabellen of in de toelichting naast deboerderijen en tuinderswoningen wordt gesproken van ,,ove-rige woningen met bedrijf", daarmede wordt gedoeld op eensamenvatting van de groepen 2, 3 en 4. Dit is hinken op twee 31Artikelen32gedachten. Maar ik ben volkomen bereid zulks als schoon-heidsfout te beschouwen, die aan de belangwekkende
Reacties