Mei 195212e Jaargang No. 5De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerischijnt maandelijksAdrei Toor Redaotie CD Abonnementen: Wouwermanitraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adrei voor AdTcrtcntiei: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128VERKOOP VAN WONINGWETWONINGENHet behoeft geen bevreemding te wekken, dat -- nu het aantalWoningwetwoningen in ons land gcdurende de laatste jarenzo Eterk is toegenomen -- meermalen de vraag wordt gesteldof net geoorloofd is deze te verkopen.Direct moet hier een onderscheid worden gemaakt tussen ver-koop aan individuele particulieren, met het doel van bewo-ning door deze particulieren zelf en verkoop van complexenaan beleggers.De vraag, of verkoop voor belegging, waaronder meestal iste \ierstaan verkoop van gehele complexen tegelijk, van dezijdi van de centrale overheid wordt toegestaan, is wel reedsenige malen gesteld en kan in het bijzonder verwacht wordenvanigemeentebesturen, die zich in de laatste jaren actief metde bouw van Woningwetwoningen hebben bezig gehouden.Hetl is immers niet te verwachten dat woningbouwcorpora-ties Igaarne een deel van hun bezit zullen afstoten, maar welzull^n de gemeentebesturen zich somtijds afvragen waar hetheen moet, wanneer zij het aantal woningen, die gemeente-eigendom zijn, regelmatig zien groeien. Nu kan men wel devraalg stellen, of deze gemeentebesturen niet beter haddengeddan de bouw over te laten aan woningbouwcorporaties,waatmede zij dan meer in de geest van de Woningwet zou-den :hebben gehandeld, maar het feit ligt er nu eenmaal, dathet Dezit aan Woningwetwoningen van de gemeenten in delaatste jaren sterk is toegenomen. Daarom moet rekening wor-den gehouden met de realiteit, die medebrengt, dat nu --nadat vele gemeentebesturen onder de indruk van de woning-noo4 en in hun ijver om die in hun gemeenten zo snel mogelijkte doen verdwijnen aanvankelijk misschien lichtvaardig heb-ben Ibesloten dit varkentje zelf maar te wassen -- hier endaai^ de vraag rijst of er geen mogelijkheid is zich van ditwonjngbezit te ontdoen. De woningen staan er immers; datwas de eerste zorg. Laat nu anderen de eigendom maar over-nemen en de woningen exploiterenlVoor zover mij bekend, heeft het Rijk zich steeds tegen der-gelijke verkopen verzet. Uit eigen ervaring herinner ik mij,dat een aantal complexen^ die het gehele bezit aan Woning-wetwoningen van een gemeente uitmaakten, eens zijn ver-kocht onder het bewind van een burgemeester, die voor zijnambt was opgeleid op een cursus van een paar weken. De lezerzal rja deze mededeling niet veel moeite hebben vast te stellen,wanrteer dit drama zich heeft afgespeeld. Tegen deze ver-koop is toen van de zijde van de centrale overheid heftig ge-fulmineerd, maar het gaf niet veel, want de verkoop was in-middels een feit geworden. Wat deze burgemeester ook konworden verweten, voortvarend was hij blijkbaar wel.De afwijzende houding van het Rijk berust op de overweging,dat de Woningwetwoningen zijn gesticht met een bepaalddoel, namelijk om goede woongelegenheid te scheppen voorde minder draagkrachtige categorieen van de bevolking. Mis-schien kost het enige moeite zich in deze gedachte te ver-plaatsen, nu men zich in het huidige tijdsgewricht niet zonauwkeurig pleegt af te vragen welke bewoners de te stichtenWoningwetwoningen zullen bevolken, maar men moet toch degeest en de strekking van de Woningwet, die uit andere tijdendan de tegenwoordige stamt, voor ogen houden. Doet men dit,WIJSHEID VAN DE MAAND:WIJ GAAN NAAR HL .., WIJ GAAN NAAR HA ?,.,WIJ GAAN NAAR HILVERSUM !Opwekking voor de AlgemeneLedenvergadering.dan onderkent men het bijzondere karakter van de Woning-wetbouw en is het duidelijk, dat het sociale doel, dat bij destichting is nagestreefd, niet bij voorduring verzekerd kanworden geacht, indien de Woningwetwoningen in andere han-den dan die van de gemeente of een woningbouwcorporatiekomen. Welke garantie is er dan immers, dat de woningenniet tot speculatie-object zullen worden? En wie zal de be-woners, over wie de overheid aanvankelijk haar zorg uitstrekte,beschermen tegen een minder scrupuleuze huiseigenaar? Menvindt dit misschien wat sentimenteel en weinig van deze tijd.Goed, maar er zullen vermoedelijk niet altijd een huurbeheer-sing en een huurbescherming zijn! Bovendien kan er een fi-nancieel argument in het geding zijn, indien de overdrachts-prijs niet voldoende is in verhouding tot de financiele op-offering, die de overheid zich voor de bouw en exploitatieheeft getroost.Het zal dus wel duidelijk zijn, dat gemeentebesturen op dehiervoren bedoelde vraag geen gunstig antwoord van het Rijk"hebben te verwachten. Toch behoeven zij dan niet bij de pakkenneer te zitten. Indien de zorg voor de exploitatie van de Wo-ningwetwoningen hen bezwaart, wat is er dan tegen om zein eigendom, of desnoods alleen' in beheer, over te dragen aaneen woningbouwcorporatie? Bestaat een dergelijke corpora-tie in de gemeente niet, wat is er dan tegen er een op te rich-ten? Bestaat er wel een corporatie, maar slaapt deze wellichtde slaap der onschuldigen, wat is er dan tegen om haar tewekken en zo nodig nieuw leven in te blazen? Het is bijdeze dingen zo vaak alleen maar de kunst van het vinden vande juiste mensen en het bij dezen wekken van belangstellingvoor de goede zaak.Tegenover de verkoop van Woningwetwoningen aan parti-culieren, indien deze de bedoehng hebben ze zelf te bewonen,staat het Rijk echter anders. Deze materie is lange jarenbeheerst door een regeling, vervat in de circulaire van detoenmalige Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid d.d.5 Mei 1930, no. 2901M/.Girc. Daaruit kan men lezen, datten tijde van het verschijnen van die circulaire reeds herhaal-delijk de wens te kennen was gegeven, dat Woningwetwo-ningen in eigendom van de bewoners kunnen overgaan, endat de regering tegen die eigendomsovergang in het alge-meen geen bezwaar heeft. Zij volgde daarom reeds enigejaren de regel, dat de woningen met toestemming van deMinister aan particulieren kunnen worden verkocht, mitsde verkoop geschiedt o.a. onder voorwaarde, dat de wonin-gen zullen worden bewoond door de koper, zolang die inde gemeente gevestigd is, en de voor ieder geval afzonder- 57lijk te beoordelcn omstandigheden 26 zijn, dat de overdrachtaan dc kopcr-bcwoner economisch verantwoord is. In over-eenstemming hiermede werd dan 00k geen bezwaar gemaakttcgen een bepaling in de statuten van woningbouwcorpora-ties, volgens wclke de door haar gestichte of in eigendomverkregen woningen met inachtneming van de daaromtrentgemaakte of te maken en door de Minister goedgekeurdebepalingen aan de bewoners in eigendom worden overge-dragen.Inderdaad kan men in de statuten van tal van corporatieseen dergelijke bepaling aantreffen, al moet direct wordenvastgesteld, dat er minstens evenveel statuten zijn, die dezebepaling niet kennen. Het komt mij voor, dat het al danniet aanwezig zijn van de bepaling in de jaren voor de oorlogweinig te betekenen heeft gehad, want de practijk heeft ge-leerd, dat wel meermalen bewoners de wens te kennen gavenhun woning in eigendom te verkrijgen, maar dat de over-dracht van de eigendom toch in de meeste gevallen niethaar beslag kreeg. Statuten van in de laatste tijd opgerichtecorporaties bevatten ook lang niet altijd een bepaling van debeschreven strekking. Ik zal mij hier niet verdiepen in devraag, of dit consequenties heeft, indien een corporatie, welkerstatuten de bepaling niet kennen, een barer woningen aan debewoner wenst te verkopen, doch merk slechts op, dat dezekwestie uiteraard niet speclt, indien het gaat om de verkoopvan een gemeentewoning.Wat was nu de reden, dat er niet veel is gekomen van detoepassing van de hiervoren genoemde circulaire? Die redenis te vinden in de circulaire zelf. Daarin wordt namelijk mede-gedeeld, dat ter bereiking van het doel in ieder geval voor-waarden moeten worden gesteld, die zoveel mogelijk waar-borgen, dat de woning niet voorwerp van minder gewensteexploitatie wordt. Voor die voorwaarden wordt dan een lei-draad gegeven, waarbij wordt opgemerkt, dat rekening is ge-houden met de mogelijkheid, dat de kopers de voile kostprijsniet aanstonds, maar wel in termijnen, uit eigen middelen kun-nen betalen. Men zou zo zeggen: een leidraad -- dat is dusgeen stringent voorschrift -- en bovendien nog de mogelijk-heid van gunstige financiele voorwaarden, dan zal er toch welvoldoende animo voor deze regeling hebben bestaan. Ik hebzo de idee, dat men de leidraad toch te veel als een' stringentvoorschrift heeft gezien en dat de daarin vervatte bepalingenalgemeen als te bezwaarlijk werden ondervonden. Het zou mijte ver voeren deze bepalingen hier alle de revue te latenpasseren. Vastgesteld moge slechts worden, dat wel vele slagenom de arm werden gehouden om te bereiken, dat de woningenniet in -- uit Woningwetbouw-standpunt -- verkeerde han-den kwamen.Nadat lange jaren over het onderwerp, dat onze aandachtheeft, geen nieuw licht kwam te schijnen, verscheen op 19Februari 1948 een circulaire, genummerd 17386/P.C., waarinde verkoop van Woningwetwoningen aan oorlogsslachtofferswerd behandeld. Het was namelijk gebleken, dat in vele ge-vallen door gemeentebesturen aan oorlogsslachtoffers, die nade verwoesting van hun woning een Woningwetwoning had-den betrokken, toezeggingen waren gedaan in verband methet in eigendom verkrijgen van die woning.Gesteld werd, dat een dergelijke woningoverdracht beschouwdkon worden als de vervulling van de herbouwplicht van dekoper (in verband met de naderhand in werking getreden Wetop de Materiele Oorlogsschaden leze men hier ,,bestedings-plicht" i.p.v. ,,herbouwplicht"). Tevens werd echter als voor-waarde gesteld, dat de koper een regehng moest hebben ge-troffen met de voormalige hypotheekhouders en dat de goed-keuring van de Minister voor de vervreemding van de Wo-ningwetwoning werd gevraagd.Betroffen de tot dusver besproken bepalingen het bijzondereaspect van de oorlogsschade, van meer algemene strekking isde mededeling, dat verkoop van een deel der woningen, be-horende tot een aaneengebouwd blok, slechts is toegestaan,indien de overblijvende woningen eveneens een aaneengeslo-00 ten exploitatie-geheel blijven vormen. Zodra het aantal overte dragen woningen bekend is, dient, onder overlegging vaneen situatietekening, hiervan aan de Minister mededeling teworden gedaan. Voorts wordt medegedeeld, dat de prijs vooroverdracht zal dienen te worden gesteld, gelijk aan de stich-tingskosten, verminderd met de afschrijvingen. De afschrij-vingen zullen gelijk zijn aan de aflossingen op de Rijksvoor-schotten, berekend tot de dag, waarop de koop tot stand komt.Indien de stichtingskosten niet met Rijksvoorschotten zijn ge-financierd, wordt de afschrijving op dezelfde wijze berekendals voor de met Rijksvoorschotten gestichte woningen..Omtrent de opbrengst werd tenslotte medegedeeld, dat dezemoet worden aangewend voor aflossing van de voor de finan-ciering van de stichtingskosten van de woningen opgenomenmiddelen. Voorts dienen de voorwaarden en bepalingen vande koop en verkoop door de verkoopster, met inachtnemingvan de bepalingen der circulaire, te worden vastgesteld. Allekosten, aan de koop en verkoop en de levering verbonden,komen ten laste van de koper.Men ziet, dat deze circulaire wel wat meer vrijheid van han-delen liet dan de eerder besprokene van 1930, in zoverre na-melijk geen voorwaarden werden gesteld, die moeten verze-keren, dat de woningen niet in ,,verkeerde" handen komen.Het zal voorts duidelijk zijn met welk oogmerk de voorwaardeis gesteld, dat verkoop van een gedeelte van een aaneenge-bouwd blok slechts is toegestaan, indien de overblijvende wo-ningen een aaneengesloten exploitatie-geheel blijven vormen.Zoveel mogelijk dient toch versnippering te worden tegenge-gaan. Het is uit een oogpunt van exploitatie, als ook anders-zins, niet wenselijk dat de blokken of complexen in stukjesworden geknipt, doordat zo hier en daar een woning wordtverkocht; men denke bijvoorbeeld maar aan de mogelijkheid,dat de eigenaar van een dergelijke woning deze (o, individua-listische Nederlander!) in een afwijkende kleur laat schilderen.Het geven van richtlijnen ten aanzien van de overdracht aanoorlogsslachtoffers heeft blijkbaar ook weer meer belangstel-hng voor het vraagstuk in algemene zin doen ontstaan. In eencirculaire van 3 September 1949, no. 103850/PC, wordt na-melijk medegedeeld, dat van verschillende zijden de vraag isgesteld of de na de bevrijding met steun ingevolge de Wo-ningwet gebouwde woningen in eigendom aan de bewonerskunnen overgaan, ook indien zij geen oorlogsslachtoffers zijn.Hiertegen nu bestaat geen bezwaar, mits de woningen nietsemi-permanent zijn.Verder wordt in deze circulaire gezegd, dat voor de over-dracht dezelfde regelen gelden, als in de circulaire van 19Februari 1948 zijn gegeven ten aanzien van oorlogsslachtof-fers, vanzelfsprekend met uitzondering van de bepalingen om-trent de tegemoetkoming in de oorlogsschade. Voorts zalgoedkeuring tot vervreemding slechts worden verleend, indienop grond van verstrekte inlichtingen verwacht mag worden,dat de adspirant-koper in staat is de woning behoorlijk te on-derhouden en te bewonen. In gevallen van verkoop van Wo-ningwetwoningen aan niet- oorlogsslachtoffers kan --ik ci-teer nog steeds de circulaire -- ter tegemoetkoming in deonrendabele exploitatielasten een bijdrage op grond van dcFinancieringsregeling Woningbouw 1948 ter beschikking wor-den gesteld. In verband hiermede moet ik opmerken, dat dezeregeling inmiddels is komen te vervallen. Indien thans Wo-ningwetwoningen aan de bewoners worden verkocht, zaldaarom aan dezen een premie ingevolge de PremieregelingWoningbouw 1950 kunnen worden toegekend, indien het al-thans gaat om na de oorlog gebouwde woningen.Tenslotte houdt de circulaire de mededeling in, dat met be-trekking tot het verschuldigde registratierecht van toepassingis een circulaire van de Minister van Financien van 16 Juli1948. Gelet op het feit, dat de Financieringsregeling Woning-bouw 1948 inmiddels is vervallen, kan deze mededeling thansaldus worden geinterpreteerd, dat het registratierecht wordtberekend over de stichtingskosten (eventueel na aftrek van deafschrijvingen) minus de premie.Nog een circulaire, die op dit onderwerp betrekking heeft,moet worden vermeld. Het is die van 30 November 1950, no.628001 C, betreffende vcrkoop van Woningwetwoningen, ge-bouwd met de verminderde bijdrage. Ik zal aan deze circulairegeen bespreking wijden, daar zij haar betekenis eigenlijk reedsheeft verloren. Ik noem haar alleen volledigheidshalve enmoge degenen, die wellicht eens met het bepei^kte probleemvan de verkoop van de daarin bedoelde, z.g. ,,goedkope" Wo-ningwetwoningen te maken hebben, naar haar inhoud verwij-zen. Indien wij thans het geheel overzien, dan valt het op, datde verkoop van Woningwetwoningen aan de bewoners in detegenwoordige tijd wel aan heel wat minder sterke banden isgebonden, dan voor de oorlog het geval was. Eigenlijk moethet mij van het hart, dat de vigcrende regeling wel zeer sum-mier is. Van alle vroegcre bepalingen, die betrekking haddenop de soliditeit van de.koper en de verwachting, dat deze dewoning bij voortduring zelf zou blijven bewonen, is niets an-derp overgebleven, dan dat op grond van verstrekte inlichtin-gen verwacht moet kunnen worden, dat de adspirant-koper instaeit is om de woning behoorlijk te onderhouden en te be-woien.Is de regeling nu onvoldoende? Och, dat zou ik niet willenbeweren. Tenslotte komt het vcrkopen van Woningwetwonin-gen niet z6 vaak voor, dat men niet zou kunnen volstaan metenkele eenvoiidige richtlijnen, daar toch voldoende gelegen-heid bestaat geval voor geval te bekijken en zo nodig voorelk geval afzonderlijk de daarvoor geeigende voorwaarden testellen. Dit systeem brengt natuurlijk wel het nadeel mede,dat woningbouwcorporaties of gemeentebesturen, die de vraagDEELWONINGENIn het Februari-nummer van dit tijdschrift betoogt de heerM. J. G. A. Haringman, nadat hij eerst een nadere uitleghecit gegeven over de betekenis van het begrip ,,eengezins-huis", dat de jaarlijkse bijdrageverhoging van f 20,-- voor deinrichting van een woningwetwoning tot duplexwohing alleenbetrekking heeft op dat eengezinshuis.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting is totdie verhoging overgegaan toen bleek dat het aantal duplex-woningen hetwelk nodig is voor de verwezenlijking van eenzo slnel mogelijke hquidatie van de woningn'ood niet werd ge-realiseerd.Maar waarom heeft men deze tegemoetkoming niet uitgestrektook over de etage-duplexwoning? Omdat, zegt de heer Ha-ringman, de etagewoning in de meeste gevallen reeds zeer be-knopt is en een splitsing dus niet goed mogelijk is. Dat isniet geheel onjuist, maar geldt eveneens voor het eengezins-huis waar ,,de gebruikelijke maten toch nog iets te klein zijnom te voldoen aan de eisen die men aan een woonvertrekmag stellen".De reden waarom zowel in de kleine gemeenten met in over-wegende aantallen eengezinshuizen als in de grote gemeentenwaar de etagewoning regel is te weinig duplexwoningen wer-den gebouwd, lag in het financiele vlak en gold voor beidegelijkelijk.Het mag dan ook verwondering wekken dat voor de laatstecategorie klaarblijkelijk met opzet de vorengenoemde verho-ging in het bijdragenschema is weggelaten.Dat niettegenstaande deze achterstelling het bouwen vanetage-duplexwoningen in Groningen niets bijzonders is mogehieruit blijken, dat deze bouw reeds in drie gevallen is toe-gepast (132), een vierde plan onderhanden is genomen (42)en minstens nog drie projecten op stapel staan (290).Reeds lang voor de recente door de centrale overheid uitge-oefende drang, heeft men hier willen werken aan een zo daad-werkelijk mogelijke bestrijding van dit door onze Koningin inhaar radiotoespraak -- in het zelfde Februari-nummer opge-nomen -- genoemd moeras van ellende.Hierbij zijn de duplexwoningen ontworpen langs brede wegen,plantsoenen, kanalen en gazons, in het algemeen dus op aan-trekkelijke plaatsen, waar na de ontsphtsing een ^ in enkeleonderdelen ^-- iets grotere woning op zijn plaats en een ietsvoorgelegd krijgen of een bewoncr een Woningwetwoning kankopen, niet onmiddellijk weten welke voorwaarden in verbanddaarmede zullen moeten worden gesteld. Men zal dit dan eerstaan de Minister dienen te vragen, onder vermelding van de -nodige gegevens. Misschien kan voor het opstellen van con-cept-voorwaarden, indien het bestuur van de woningbouwcor-poratie of het gemeentebestuur zich daartoe wil zetten, ooknog wel met vrucht worden geput uit de voorwaarden, die inde hiervoren besproken circulaire yan 5 Mei 1930 waren ver-meld.Het komt mij persoonlijk voor, dat het ontbreken van eengedetailleerde regeling op dit stuk niet als een ernstig gemisbehoeft te worden beschouwd. Ik ben namelijk van mening, dathetgeen als Woningwetwoning is gebouwd, ook in het alge-meen Woningwetwoning dient te blijven. Dit betekent niet,dat ik het morele recht, ook van minder draagkrachtigen, opeen eigen woning wil ontkennen. Indien men echter het eigen-woningbezit wil bevorderen -- en in het bijzonder het eigen-woningbezit bij de arbeidersklasse -- dan moeten daarvoorm.i. andere wegen worden bewandeld. Ik denk hier aan demogelijkheid van een afzonderlijke financiele regeling, die eenzelfstandig bestaan zou kunnen hebben naast die voor deWoningwetbouw; deze zou dan op de speciale eisen van ditonderwerp dienen te zijn afgestemd. De bespreking van dezemogelijkheid -- waarover ongetwijfeld het een en ander zouzijn te zeqqen -- valt echter buiten het bestek van dit artikel.M. J. G. A. HARINGMANhogere huur gemotiveerd is. De hierbijgevoegde plattegrondvan dergelijke woningen in de Surinamestraat met o.a. eengrote woonkamer van ca 23 m2 geeft dit nader weer.Het ligt voor de hand dat dit type duplexwoningen alleen kanworden gebouwd op die plaatsen waar de rooilijn vrijwelNoord-Zuid loopt. In welk geval zowel de voor- als de achter-woning zon krijgt.In het door de heer Haringman bedoelde geval loopt de rooi-lijn echter vrijwel Oost-West, waardoor het niet goed mo-gelijk was ook hier ,de traditionele duplexwoning toe te pas-sen. Waar het om de eerder genoemde reden de bedoelingis toch deelwoningen te bouwen, moest hier naar een andereoplossing worden gezocht. Deze oplossing is gevonden in eentijdelijke verdeling van twee woningen in drie, waarbij aanhet evidente bezwaar van de zonloosheid is tegemoet gekomen.Een woning ligt geheel op het Zuiden, terwijl de beide an-dere voor een gedeelte op de zonzijde liggen.Dat de plaatselijke omstandigheden en mbgelijkheden onvol-doende zouden zijn overwogen moet ten stelligste worden ont-kend. Integendeel, slechts na ampele besprekingen met allebetrokkenen is dit type als het meest bevredigende gekozen.Het is ook niet zo, dat hiervoor een vrij aanzienlijke uitbrei-ding aan het hier gangbare type etageplattegrond moest wor-den gegeven zoals wordt verondersteld, aangezien dat typeeen gemiddelde breedte heeft van 8.10 m en het type waar-over het hier gaat een breedte zou verkrijgen van 8.25 m; eenzeer geringe uitbreiding derhalve.Voor wat de ontsplitste woning betreft vermag ik niet in tezien dat deze met een woonkamer van 18.5 m^ en slaapka-mers van 9.6 m^ en 13.2 m^ en een wisselkamer van 9 m^ontworpen aan een boulevard langs een groot scheepvaart-kanaal niet courant zou zijn, te meer waar de huur slechts 5%hoger is dan van een woning met een gelijk aantal maar klei-nere kamers.De bedenkingen welke de heer Haringman ten aanzien vande grootte van de ontworpen woningen oppert gaan derhalveniet op -- ook de diepte wijkt n.l. niet af van de normale af-metingen -- in verband waarmede zijn sombere verwachtin-gen voor wat de ontsplitste woningen betreft evenmin gemo-tiveerd zijn.Dat de verwezenlijking van de duplex-gedachte in etagebouwtot verwrongen oplossingen moet leiden kan ik evenmin be- oyamen. De gesplitste woning is klein, uiterst klein en ze voldoetgeenszins aan de gedachte die wij ons gaarne van cen woningvormen, maar het alternatief is niet duplexwoning of goedewoning, maar duplexwoning of geen woning. Het gewrongenezit in onze tijd. Voor dat alternatief geplaatst hebben wij deduplexwoning gekozen, zij het dan niet geheel con amore. Wijgeven in het onderhavige geval aan de duplexwoning de voor-keur boven de definitieve kleine, omdat eerstgenoemde wonin-gen de mogelijkheid bieden om naderhand zoveel woningen teontsplitsen als in verband met de dan geldende behoefte no-dig is. Die soepelheid bezit de definitieve woning niet.Door de bouw van een z6 groot complex definitieve kleinewoningen als waarover het hier gaat zou het gevaar ontstaan,dat door een tekort aan normale en grote woningen de nodigedifferentiatie in de nieuwe wijk ten enenmale zou worden ver-stoord.Tegenover dit gevaar moet vooral in een stad van middelbaregrootte als Groningen, de grootst mogelijke voorzichtigheid inacht worden genomen ook voor wat de ..standing" van hetdesbetreffende bouwplan betreft in de toekomst.De wnd Directeur van de Dienst der Stads-uitbreiding en VolkshuisvestingG. B. SMIDOnderschri[tIn mijn artikel in het Februari-nummer heb ik de mogelijk-heid. dat duplex-etagewoningen worden gebouwd. niet als on-bestaanbaar geschetst. Wei achtte ik deze mogelijkheid -- enik sta nog op dit standpunt -- zeer beperkt.De woning, die de heer Smid toont. is breed opgezet (cenperceelsbreedte van 8,90 m is zeker meer dan normaal) eneist daardoor vrij veel grond. Een oplossing als deze zal daar-om alleen toepasbaar zijn. waar de grondkosten niet dwingentot het zoveel mogelijk beperken van de perceelsbreedte. Bo-vendien zal uit stedebouwkundig oogpunt het realiseren vandit type slechts op bepaalde plaatsen mogelijk zijn. Het be-treft hier een specifieke oplossing, die m.i. moeilijk kan die-nen om aan te tonen, dat onjuist is de stelling, dat de du-plex-etagewoning weinig kansen heeft in vergelijking met hetduplex-eengezinshuis.De heer Smid zegt de voorkeur te geven aan de duplex-wo-ning boven de definitieve kleine woning. ..omdat eerstge-noemde woningen de mogelijkheid bieden om naderhand zo-veel woningen te ontsphtsen als in verband met de dan gel-dende behoefte nodig is. Die soepelheid bezit de definitievewoning niet". Toegegeven. maar ik zou willen vragen: heeft deheer Smid hierbij gedacht aan het bepaalde bij artikel 20, lid2. van de Wederopbouwwet?M. J. G. A. HARINGMAN60^Surirtamcstroat' 40L '' - >n3K(AUSSE IN PREMIEBOUWElders in dit nummer is de tekst opgenomen van cen circu-laire, waarin de minister van Wedcropbouw en Volkshuis-vesting de gemeentebesturen mededeelt, dat van 1 Januari tot12 Mei van dit jaar reeds premies zijn toegekend voor onge-veer 12.000 woningen. De gemeentebesturen worden er verdervan op de hoogte gesteld, dat voorlopig nieuwe aanvragen ompremies niet in behandeling genomen zullen worden.N^ de verzending van deze circulaire heeft de minister op cenpersconferentie verklaard, dat op een aanvullende begrotingvoor dit jaar nog 35 millioen gulden extra voor premies envoAr financiering van herbouw zullen worden uitgetrokken.Weliswaar moeten de Staten-Generaal straks aan die aan-vullende begroting hun goedkeuring nog hechten, maar deminister blijkt er van overtuigd te zijn, dat hier geen moeilijk-heclen dreigen. Vandaar, dat hij het royale gebaar van de re-gering maar vast wereldkundig heeft gemaakt.Als Tweede en Eerste Kamer inderdaad met het voterenvan het genoemde bedrag accoord gaan, dan kan de ,,premie-kraan" dus weer geheel worden opengedraaid. Het ziet erzells naar uit, dat de minister reeds in dit stadium nieuwepremies zal toekennen. Rekenende op de in het vooruitzichtgespelde aanvulling van 35 millioen behoeft men immers methet restant van de aanvankelijke 60 millioen niet meer zo zuinigte zijn.Mei: de snel veranderende tijden wisselen blijkbaar ook voor.de regering de mogelijkheden ten aanzien van de financieringvan de woningbouw. Nog slechts kort geleden was het -- inbane nood -- volstrekt onmogelijk om van Rijkswege eencen(: voor de financiering van de woningwetbouw los te krij-gen. Nu is er plotsehng voor de premiebouw nog een respec-tabele oude kous gevonden.Als ons geheugen ons niet bedriegt, dan is er bij de behande-ling van het aanvankelijke woningbouwprogramma voor 1952(op een totaal van 40.000 woningen 15.000 woningwet- en15.000 premiewoningen) nogal aangedrongen op een blijvenddominerende positie van de woningwetbouw. Inderdaad zalhet door de bevolking bijeengebrachte kapitaal wel voor wo-ningfwetbouw worden gebruikt, als gevolg waarvan gerekendmagi worden op 25.000 in plaats van 15.000 woningwetwo-ningen voor 1952. Deze voor de woningwetbouw gunstigeontwikkeling is echter een gevolg van het uitnemende resul-taat der nationale woningbouwleningen. Het is een weinig ver-wonderlijk, dat van regeringswege de premiebouw nu extrawordt bevorderd, terwijl de woningwetbouw zichzelf heeftmoeten helpen en op verzoeken om financiering ex art. 56van de Woningwet uit den treure het ..onmogelijk" heeft ge-klonken. Zal deze overweging ook een enkel Kamerlid doorhet hoofd spelen wanneer hij straks de aanvullende begrotingvoor de premiebouw moet goedkeuren?Ter yermijding van misverstand zij overigens vermeld, dat wijde particuliere bouwers graag een extra solo-dans op het wie-belende koord van de na-oorlogse bouwerij gunnen! W. S.V(j)or Uw bestellingen op het hiernaast gerecenseerdeboekwerk,yf. de Ridder: Belegging in Huizenkiint U gebruik maken van de in dit nummer bijgevoegdebestelkaart.H, E, STENFERT KROESE N.V.Breestraat 14 - Telefoon 23426 - LEIDENTENTOONSTELLING 50 JAAR WONINGWETAan het einde van dit jaar zal worden herdacht, dat de Wo-ningwet 50 jaar geleden in werking trad. Er zal een gedcnk-boek worden uitgegeven, wellicht zullen herdenkings-verga-deringen worden gehouden en het ligt in de bedoeling eententoonstelling in te richten. Op deze tentoonstelling zalaanschouwelijk worden voorgesteld, welke omvangrijke enzegenrijke werking de Woningwet heeft uitgeoefend.Samen met een aantal andere organisaties zal ook de Na-tionale Woningraad bij de voorbereiding van de tentoon-stelling zijn aandeel levcren. Reeds worden gegevens, teke-ningen, grafieken en maquettes verzameld. De leden van deNationale Woningraad zullen aan die verzamel-arbeid hunmedewerking moeten verlenen. Gaarne ontvangt het secre-tariaat van de Nationale Woningraad opgaven van beschik-baar materiaal, dat men geschi'kt acht om op de tentoon-stelling te worden geplaatst. W. S.ALGEMENE LEDENVERGADERING 1952De algemene ledenvergadering van de Nationale Woning-raad zal worden gehouden op 27 en 28 Juni a.s. te Hilversum.De bijeenkomsten vinden plaats in de zalen van ,,De Karse-boom" aan de Groest.Het programma vermeldt de gebruikelijke punten van huis-houdelijke aard^ een voorstel tot wijziging van de statuten derStichting ,,Zorg en Daad", een voorstel van de Alg. Arb.Bouwver. ,,Bussum" om in het karakter van de algemene le-denvergaderingen enigc verandering te brengen, een voorstelvan ,,De Tuinstadwijk" in Leiden om nog eens de noodzaakvan de zelfstandigheid van de woningbouwverenigingen teonderstrepen, twee voorstellen van ,,Rochdale" uit Alkmaaraangaande de bekende ministeriele onderhoudscirculaire van24 April 1946 en aangaande de exploitatienormen voor du-plexwoningen, een voorstel van de Bouwvereniging ,,Assen"inzake een noodzakelijke verhoging van de onderhoudsnorm.Verder wordt in bespreking gebracht een ontwerp-collectie-ve arbeidsovereenkomst voor personeel in dienst van wo-ningbouwverenigingen. Een aantal ingezonden vragen(bouwsystemen, onderhoudsnorm, achterstallig onderhoud,exploitatiewinsten en pensioenregelingen) zal ter vergaderingworden behandeld. Teneinde tijd voor discussie over de bo-venvermelde zaken vrij te houden, zijn er slechts twee on-derwerpen op de agenda geplaatst. De tweede voorzitter vande Nationale Woningraad, de Heer W. Steinmetz, zal spre-ken over het hurenprobleem en de secretaris, de Heer W.Scheerens, geeft verslag van wat de Woningraad deed endoet voor de standaardisatie in de woningbouw.Al met al een programma, dat de belangstelling voor onzevergadering zal bevorderen. Deze belangstelling voor wordtwelhcht tot een verlangen naar, wanneer men weet, dat hetgemeentebestuur van Hilversum ons een officiele ontvangstbereidt, dat de Hilversumse woningbouwcorporaties een ex-cursie verzorgen en een gezellig samenzijn, op te luisterenmet muziek en zang, aan de bezoekers aanbieden.Wij verwachten, zoals gewoonlijk, weer vele honderden con-gresgangers! W. S.BOEKBESPREKINGWij vestigen gaarne de aandacht op het zojuist verschenenboekwerk ..Belegging in huizen" van de hand van de HeerW. de Ridder. Dit boek bevat een respectabele hoeveelheidwetenswaardigheden over het beheer en de exploitatie vanwoningen. Alles is in een logische volgorde door een vak-man op een bevattelijke en verantwoorde wijze behandeld.Hoewel het boek -- overeenkomstig de bedoelingen van deschrijver uiteraard -- bijna geheel is gericht op de behande- 61ling van problemen, die zich voordoen bij het behecr van,,particuliere woningeigendom" en derhalve zeer weinig aan-dacht schenkt aan de exploitatie van woningwetwoningen, zalhet onze Iczers te stade komen bij het verwerven van brederinzicht in de vele factoren, die de algemene woning-exploita-tie beheersen.W. S.Persberichten van het Ministerie van Weder-opbouw en VolkshuisvestingNOODWONINGBOUW BEPERKTTeneinde het hchtvaardig bouwen van noodwoningen tegen tegaan, heeft de Minister van Wederopbouw en Volkshuisves-ting enkele richtlijnen uitgevaardigd, die dezer dagen in deStaatscourant zullen worden opgenomen. Aan deze richthjnenzullen gemeentebesturen zich moeten houden, indien zij opgrond van art. 20 der Wederopbouwwet voor dergelijke wo-ningen een bouwvergunning willen afgeven. Dit laatste magvoortaan alleen geschieden, indien het gezin, waarvoor danoodwoning bestemd is, op ontoelaatbare wijze is gehuisvestof zich volstrekt noodzakelijk in de betrokken gemeente moetvestigen. Als tweede voQrwaarde wordt gesteld, dat zulk eengezin niet op andere wijze, met name door toepassing van deWoonruimtewet, kan worden geholpen.De noodwoningen zelf moeten voldoen aan een aantal eisen,die in het Ketenbesluit 1924 zijn geregeld. In een tweede be-schikking wordt nog de voorwaarde gesteld, dat de' aanwen-ding van de voor de noodwoningbouw benodigde materialenen arbeidskrachten de bouw van volwaardige woningen nietmag belemmeren en dat de kapitaalsinvestering, gezien dekorte toegestane levensduur van noodwoningen, verantwoordIS.In alle gevallen, die niet aan de gestelde richtlijnen voldoen,is noodwoningbouw dus verboden.Persbericht No. 16, 16 Mei 1952.TOESLAG BIJDRAGE WONINGWETBOUWIndien de rente van het voor de bouw van woningwetwonin-gen opgenomen kapitaal hoger is dan 4% kan de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting toestaan, dat een toeslagwordt gegeven op de Rijksbijdrage, die voor dergelijke wonin-gen wordt verleend. Deze bepaling is opgenomen in een be-schikking van genoemde Minister, opgenomen in de Neder-landse Staatscourant van 20 Mei 1952. De bedoeling is tevoorkomen, dat door de stijging van de kapitaalrente boven4% de huren van nieuw te bouwen woningwetwoningen tehoog zouden worden.Persbericht No. 18, 23 Mei 1952.WONINGBOUW IN MAART 1952Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiekzijn in Maart j.l. 4330 woningen gereed gekomen. Hierinzijn begrepen 243 duplexwoningen, zodat in de maand Maartin totaal door nieuwhouw voor 4573 gezinnen nieuwe woon-ruimte beschikbaar is gekomen.In het eerste kwartaal van dit jaar kwamen nu 11.927 wo-ningen gereed, waaronder 543 duplexwoningen, tegen 11.851woningen, waarin 1029 duplexwoningen in hetzelfde kwar-taal van het vorig jaar.In de maand Maart van de jaren 1945 t/m 1951 kwamen62Zuinigheid kan de wijsheid bedriegen !Wanneer.een hard kunststeenproduct (met een drukvastheid van 600 kg/cm^)gladder geslepen kan worden dan een zacht product (dat b.v. slechts400 kg/cm^ haalt), maar daardoor langere slijptijden vergt....DAH leidi EEN STREVEN NAAR HET GOEDE ioi hei fabricerenvan een harder product dan EEN STREVEN NAAR HET GOEDKOPE.OCRIET koos het streven naar het GOEDEen een reeds bereikte drukvastheid van600 kg/cm^ staat er borg voor, dat eenwaardevol GLAD oppervlak ook inderdaadverkregen v/ordt, De tijd zal leren, hoebelangrijk gladheid van een oppervlak isvoor het behoud van een hygienisch uiterlijk.OCRIETFABRIEK N.V. BAARN TEL. 3641 (4 LIJNEN)EEN PRODUCT VANOcnietresp. gereed: geen, 58, H9, 2133 (6), 3455 (75), 3893 (214)en 5239 (494) woningen. De bij deze getallen tussen haak-jes geplaatste cijfers geven het aantal duplexwoningen aan,dat in deze getallen is begrepen.De in Maart j.l. voltooide woningen zijn als volgt over deprqvincien en de drie grote steden verdeeld (tussen haakjesde Icijfers van Maart 1951):Groningen 244 (150), Friesland 118 (208), Drenthe 142(198), Overijssel 261 (369), Gelderland 419 (601), Utrecht272 (189), Noord-Holland (excl. Amsterdam) 497 (425),Zuid-Holland (excl. Den Haag en Rotterdam) 485 (815),Zeeland 129 (139), Noord-Brabant 351 (773), Limburg 357(446), Amsterdam 134 (188), Den Haag 343 (383), Rotter-dam 506 (314), N.O. Polder 41 (72), Nederland 4330(5239).Sedert de bevrijding zijn thans 208.290 nieuwe woningengeb(|>uwd, waarin 11.588 duplexwoningen zijn begrepen, zodatvoor 219.848 gezinnen nieuwe woonruimte werd gcsticht.In Maart j.l. werden 6465 nieuwe woningen, waarvan 282duplexwoningen, in uitvoering genomen, tegen 3881, waarvan293 duplexwoningen, in Maart 1951. In het eerste kwartaalvan 1952 werd begonnen aan 17.749 woningen, waaronder 634duplexwoningen; in hetzelfde kwartaal van het vorig jaar aan13.347 woningen, waarin 792 duplexwoningen waren begre-pen.lDaar het aantal woningen, dat gereed kwam kleiner is danhet aantal nieuw begonnen woningen, steeg het aantal wonin-gen in aanbouw wederom, en wel van 40.355 aan het eind vanFebruari 1952 tot 42.479 aan het eind van Maart 1952.Het aantal in aanbouw zijnde duplexwoningen steeg eveneenswederom en wel van 1276 aan het eind van Februari tot 1403aan het eind van Maart j.l.Persitjericht No. 14,Mei 1952Cirdulairevan de Minister van Wederopbouw en Volkshuisves-ting, Centrale Directie van de Wederopbouw en deVolkshuisvesting, van 12 Mei 1952, Afdeling Alge-mene Zaken, Ref. vdFI/HN, no. M.G. 52-5, aan degemeentebesturen.De ontwikkeling van de bouwactiviteit, in het bijzonder in dewoningbouwsector, is in de laatste maanden een zeer gunstigegeweest. Het aantal woningen, dat in uitvoering is genomen,heeft een dergelijke omvang, dat de verwachting gerecht-vaardigd is, dat het aantal voltooide woningen voor 1952 de50.000 'dicht zal benaderen. Om deze toestand te bereiken ishet n(j)dig geweest, gedurende de eerste maanden van hetjaar d^ bouw van zoveel woningen als maar enigszins moge-lijk was, te doen aanvangen. In sterke mate gold dit voor depremiebouw, die voor een belangrijk deel individuele geval-len en kleine complexen omvat, waarvan de bouwtijd aanzien-lijk minder dan twaalf maanden bedraagt.Op grond van bovenstaande overwegingen heb ik, bij de toe-kenning van premien op basis van de Premieregeling Woning-bouw 1950 afgezien'van het toepassen van een mathemati-sche verdeling van het beschikbare bedrag over de 12 maan-den, doch integendeel er naar gestreefd een verhoudingsge-wijze zeer groot percentage der toezeggingen in de eerstemaanden van het jaar te doen vallen. Dientengevolge is in hetthans verlopen tijdvak van 1952 voor de bouw van ongeveer12.000 woningen een premie toegezegd.Aangezien ik rekening heb te houden met de grenzen, door hetop de begroting uitgetrokken crediet gesteld, zou een doorgaanin dit tempo betekenen, dat binnen enkele maanden het cre-diet zou zijn uitgeput en de verdere toekenning van premiesvoor het resterende deel van het jaar zou moeten worden stop-gezet. De vele aanvragen, welke voor 12 Mei 1952 bij de Di-rectie van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting in deprovincie waren binnengekomen, zullen, zij het ook in een watlangzamer tempo, normaal worden afgehandeld. In afwachtingdaarvan kunnen nieuwe aanvragen voorlopig niet in behande-ling worden genomen. Naar te voorzien valt, zal over enkelemaanden weer de mogelijkheid ontstaan om nieuwe aanvra-gen in te dienen.Ook de woningwetbouw heeft krachtig bijgedragen tot hetdoen ontstaan van de bovenbedoelde gunstige ontwikkeling.Nu de ernstigste financiele moeilijkheden zijn overwonnen, iseen groot deel der gemeenten weer in staat op normale wijzehet voor haar geldende richtcontingent te realiseren. Dezeverbetering heeft ten gevolge, dat er aanleiding is, op dit ge-bied tot normale verhoudingen terug te keren. In mijn briefd.d. 11 September 1951, gericht aan de Colleges van Gedepu-teerde Staten, had ik mij er mee verenigd, dat een aantal ge-meenten, indien zij hiertoe financieel in staat waren, reeds in1951 en 1952 het voor de jaren 1951, 1952 en 1953 vastge-stelde richtcontingent zouden verwerkelijken, terwijl aan som-mige gemeenten, waar zich een bijzondere ontwikkeling voor-deed, zelfs kon worden toegestaan bij de woningbouw ookboven dit driejarig contingent uit te gaan. Nu de moeilijkhedenbij de kapitaalvoorziening overwonnen zijn, althans bij de wo-ningwetbouw voorlopig geen invloed meer zullen hebben, meenik, dat ook de zo juist genoemde faciliteiten, die ten doel had-den het effect van deze moeilijkheden zo goed mogelijk op tevangen, voorshands althans opgeheven moeten worden. Wan-neer deze faciliteiten zouden blijven gelden, ook in een periode,waarin het gros der gemeenten in staat zal zijn, de op grondvan de richtcontingenten toegestane bouw te realiseren, danzou dit betekenen, dat de continuiteit in de woningbouw ern-stig zou worden verstoord. Het gevolg zou n.l. zijn, dat in deeerstkomende maanden het bouwvolumen sterk zou wordenovertrokken, waarvan een ernstige inzinking in het najaarhet resultaat zou zijn. Zoals de zaken er thans voor staan, ishet mogelijk voor de nog restende maanden van het jaar 1952gemiddeld 4.500 woningen per maand te doen aanvangen.Daarmee kan het aantal in uitvoering zijnde woningen (thansongeveer 44.000) niet alleen op peil worden gehouden, maarzal het in de komende maanden zelfs nog wat oplopen (naarverwacht wordt, tot ongeveer 47.000). Uit een oogpunt vanstabilisatie van de bouwbedrijvigheid, waarop bij voortduring-- en naar mijn mening volkomen terecht -- wordt aange-drongen, is het dus zaak te voorkomen, dat het aantal be-gonnen woningen in het ene tijdperk ver boven de 4.500 .permaand zou uitgaan om in een volgend tijdperk even ver daar-onder te blijven. Het komt mij in deze omstandigheden rede-lijk voor, dat te rekenen met ingang van 12 Mei 1952 weertewerk wordt gegaan overeenkomstig de regelen, welke bijhet invoeren van het systeem der 3-jarige richtcontingentenzijn vastgesteld. Dit houdt in, dat gemeenten, die nog niet toezijn aan 2/3 van het voor de jaren 1951 -- 1953 vastgestelderichtcontingent, voorrang krijgen, zodat gemeenten, die daaral boven uit zijn, voorlopig enig geduld zullen moeten oefenen.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,In't Veld.InhoudVerkoop van Woningwetwoningen 57Deelwoningen 59Hausse in Premiebouw , .61Tentoonstelling 50 jaar Woningwet 61Algemene ledenvergadering 1952 61Boekbespreking gjPersberichten van het Ministerie van Wederopbouwen Volkshuisvesting 62Circulaire ! 63pit orgaan wordt gezondea aan alle lezers van het Tljdschrift voorVolkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw kunnen extra abonnementen nemen tegende prijs van f. 1,-- per jaar. Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Wo-ningraad of InsUtuut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementspriis ^^t. 5,^ per jaar. '^ ()^dan douche en wastafel samen!DiEPENBROCK &RE1GERS N.V ULFTDRUSAN 'ik Sad/Lmik^a^e^ifUHaati64? ?finish-.? ?HEK- EN HAAGPALEN ,HOUT- EN HEIPALENHANDEL K. KAN Kzil.TEL: 3801 ZAANDAMBELANGRUK Binnenkort verschijnt de nieuwe geyser JAFANIEIJWS Ygi.]jrijgbaar in: keukengeysers voor kku enmeerdere tappunten; drukautomaten 13 en 16liter; badgeysers met en zonder handdouche.DE MOOISTE GEYSER tot nog toe in Nederland getoondGoedgekeilrd door de Gasstichting. Alleenverkoop v. Nederland:PH. ZEEHANDELAAR, 2e Jan Steenstr. 112-117, Amsterdam-Z.Telefoon 29298. -- Na kantoortijd 50853, 82413 en K 2978-526LoodgietersbedrijfA. de GraafDomselaerstraat 8AMSTERDAM OT?l. 55012Aanleg vanGAS- enWATERLEIDINGENLeveringSANITAIROnderhoudCENTRALE VERWARMINGOrgaan van het Nederlands Instituut voor Vollcshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwMei 1952 33e Jaargang no. 9Vochtverschijnselenweg werkcn is duurVocht voorkomenkost slechts weinigLaat ons het U voorrekenen.LANG 6 Co*Chemisch-Technische BouwstoffenindustrieNieuwe Keizersfracht 41-43, AMSTERDAMTelefoon: 54103AtmotaHoutlietonsteen? LICHT IN GEWICHT? GROOTISOLATIEVERMOGEN? GEEN BREUK? ONBRANDBAAR? SPUKERBAAR en SCHROEFBAARWendt U voor levering tot Uw handelaar.Faft>rikatite: N.V. ATMOTARIGAKADE 8--12 AMSTERDAM Tel. 44819--44879de beste bouw- en meubelplaatooh gefineerd leverhaarimporteurs :Proost Bouwmaterialen Proost en Brandt nvATnsterdam -- telefoon G^HlOVERHEAD DOORSOVER THE TOP DOORS (KANTELDEUREN)en alle andere systemen garagedeurenJ. & G. STROBANDNieuwe Teertuinen 22-23 -- AMSTERDAM-C. - Telefoon 47139V#..ILIMCTEGELHANDELKantoor en toonkamer:PUnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteemnantels,liUiputstenen, raamdoipels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.N.V. Van den Belt & Go'sHandelMij.AMSTERDAM - Prinsengracht 852-862 - Tel. 31019-31144Specialiste in:? TRIPLEX? ASBEST- en ASBEST-CEMENT pro-^ ductenW ? BOUWPLATEN (diverse soorten hout-vezelplaten, stro- en rietvezelplaten)? ACOUSTISCHE materialen, o.a. glas-wol, acoustische tegelsMAAK ER ERNST MEE!Met elke streek van de kwast roept U eenElke goede schilder gebiuiktWilt U meer weten over COPPERANT. vraagt danfolders en kleurkaart overKLEUR - COPPERANTCOPPERANT - NORMAALCOPPERANT -KLEURLOOSaanAMSTERDAM . GRASWEG 46 . TELEFOON 60523A.BOK&ZONENN.V.Bloemgracht 191VerffabrikantenTelefoon 43881AMSTERDAMAUeenverkoop voor Nederland van de brandveilige,,Prentbrander" Veilig, Vlug en Voordelig. NederlandsOctrooi No 69558. Goedgekeurd door B. en W. vanAmsterdam. ,,Esso" propaangasdepot.Verkoopkantoor van het afbijtmiddel Frappant O.B.Goedgekeurd door B. en W. van Amsterdam.Kwasten, Glas, Gereedschappen, Klimmateriaal.Bezoekt onze toonzaal.JMei 195233e Jaargang - No. 5MaaadbladTijdschrift voorYolkshuisvesting en StedebouivOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delifigen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Ir P. Bakker Schut, Drs H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutVereniging van Directeuren van GemeentewerkenOp iiitnodiging van het bestuur van het Instituut is de Ver-enigiig van Directeuren van Gemeentewerken toegetredentot het Instituut als medebesturende vereniging in de zin vanart. 6 van onze Statuten. Van zijn bevoegdheid tot het aan-wijzen van een vertegenwoordiger in het bestuur van hetInstituut heeft de Vereniging gebruik gemaakt door de be-noeming van de Heer Ir J. P. van Bruggen.Excursie 's HertogenboschOp ] 3 Juni a.s. zal voor de leden van het Instituut een ex-cursi; plaats vinden naar den Bosch, met welwillende mede-werking van het gemeentebestuur. Op de gebruikehjke wijzezullei de deelnemers door inleidingen op de hoogteword en gebracht van de wijze waarop de vraagstukken vanstedebouw en volkshuisvesting ter plaatse zijn aangevat, waar-na ezn rondrit ter bezichtiging van de resultaten zal plaatsvindfen.De convocatie, die aan de leden is toegestuurd, bevat naderebizonderheden.Verc[adering stedebouwkundige verzorging IndustrieDez: vergadering, die wij reeds voorlopig hebben aangekon-digd, zal plaats vinden op 3 Juli a.s. te Amsterdam.De Heren Ir. L. H. J. Angenot, Ir. S. J. van Embden, H. A.Maaskant en Ir. J. P. van der Ploeg hebben zich bereid ver-klaard inleidingen te houden.Herdenking WoningwetWij hebben over de voorbereiding van de herdenking van het50-jarig bestaan van de Woningwet al enkele malen lets me-degedeeld, het laatst in het Januari-nummer van deze jaar-gang. Wij kunnen thans in aansluiting daarop vermelden dathet comite van voorbereiding oo'k gedacht heeft aan de mo-gelijkheid van een tentoonstelling en dat dit denkbeeld in-middels vaste vorm heeft aangenomen. Dank zij de weWil-lende medewerking van B. en W. van den Haag zal voor ditdoel beschikt kunnen worden over een zaal in het nieuweStadhuis aan het Alexanderveld aldaar, welke zaal zich zeergoed voor exposities leent.Er is een comite ter voorbereiding van de tentoonstelling inhet leven geroepen, waarin zitting hebben, behalve vertegen-woordigers van de beide samenwerkende lichamen, het Mi-nisterie voor Wederopbouw en Volkshuisvesting en het Insti-tuut, enige leden, die zitting hebben namens de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, de Vereniging van Nederlandse Ge-meenten en de B.N.A. en verder twee leden, die geacht kun-nen worden de provinciale planologische diensten en de grotegemeenten te vertegenwoordigen.Een plan voor de tentoonstelling is uitgewerkt. Voor de ver-zorging van de verschillende onderdelen zal een beroep wor-den gedaan op een aantal overheidslichamen en particuliereinstellingen, die zich op dit terrein bewegen.De herdenking zal in de eerste helft van October plaats vin-den.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluiten van de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvestingOp grond van artikel 29, derde lid van de wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Natio-nale Plan en streekplannen werden door de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting de volgende bezwarengemaakt:dd. 18 Maart 1952, no 22, betreffende de voorgenomen bouwvan een tweetal kippenhokken in de gemeente Bergen.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde ontwerp-streekplan Mook-Bergen.dd. 18 Maart 1952, no 23, betreffende de voorgenomen bouwvan een woonhuis in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarn-woude.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde streekplan Kennemerland-Zuid.dd. 26 Maart 1952, no 27, betreffende de bebouwing van eenperceel in de gemeente Bloemendaal.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde ontwerp voor het streekplan Kennemerland-Zuid.dd. 7 April 1952, no 30, betreffende de voorgenomen ontgin-ning van enige percelen onder de gemeente Ruinen.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde streekplan voor de provincie Drenthe.Het werk van de N.V. Bouwkas Noord-Nederlandse Gemeentendoor Mr A. KleijnTijdens de tweede wereldoorlog stelde het Nederlands Insti-tuut voor Volkshuisvesting en Stedebouw een commissie in,die tot taak kreeg het vraagstuk der bouwspaarkassen te be- 61Artlkelenstuderen. In 1943 verscheen het rapport van deze commissie.Het waren de conclusies van dit rapport, die in eerste aanlegde stoot hcbben gegeven tot oprichting van de instelling, diethans de naam draagt N.V. Bouwkas Noord-NederlandseGemeenten.Voor het goed begrip is het wenselijk hier enkele van dezeconclusies te citeren:1. ,,Ook in ons land kan de bouwspaarkas een waardevol in-stituut blijken voor de stimulering der woningproductie en deverbetering der volkshuisvesting".2. ,,Het verkrijgen van een schuldvrije eigen woning, door hetspaar-systeem der bouwkas mogelijk gemaakt, zal voor velemiddenstanders en arbeiders een sociale vooruitgang beteke-nen. Bij de propaganda voor het bouwsparen dient echter re-kcning te worden gehouden met het feit, dat de eigen wo-ning niet voor alien zonder onderscheid wenselijk moet wor-den geacht".3. ,,De ervaring heeft geleerd, dat herhaaldelijk bouwspaar-kassen worden opgericht, welke de toets ener ernstige critiekniet kunnen doorstaan. De gestorte spaargelden kunncn daar-door in gevaar worden gebracht".4 ,,Zekerheid dient te bestaan, dat de door de spaarders bij-eengebrachte gelden veilig zijn, en de bouwkas voldoet aanhoge eisen van soliditeit".6. ,,De bouwspaarkas mag niet worden beschouwd als eenfinanciele instelling zonder meer; zij heeft in de eerste plaatseen sociale taak".7. ,,Uit sociaal oogpunt is wenselijk de oprichting ener publiekebouwspaarkas. De spaarbanken (c.q. de Nederlandse Spaar-bankbond) zijn de aangewezen lichamen om daartoe het initia-tief te nemen. Bij de uitwerking van dit denkbeeld zal samen-werking met publiekrechtelijke lichamen wenselijk zijn".De hier geciteerde conclusies zijn zonder meer als program-ma van actie door de publieke bouwkas der Noord-Neder-landse gemeenten overgenomen.Maar laat ons eerst stilstaan bij de bakermat en de historicvan deze bouwkas. De bakermat lag in de gemeente Wester-bork. Daar ontstonden de eerste plannen, nog zeer eenvoudigen beperkt. Gedachtig aan de laatste der geciteerde conclu-sies werd in de winter 1943-'44 contact gezocht met de Coop.Centrale Raiffeisenbank te Utrecht, een instelling die op hetDrentse platteland, waarvoor de bouwkas aanvankelijk ge-dacht was, een sterk vertakt net van boerenleenbanken heeft.Het contact was aangenaam, maar leidde tot geen resultaat.Het bestuur van de Raiffeisenbank was van mening, dat hethypotheekwezen in ons land zo goed georganiseerd was, dataan (publieke) bouwspaarkassen geen behoefte bestond; dater voor deze instellingen derhalve geen reden van bestaanwas. Maar, zo luidde het afscheidswoord, ziet U het anders.probeert U het dan op eigen gelegenheid.En zo is geschied. Maar niet voordat de oorlog ten einde was.Kort na de bevrijding is de bouwspaarkas in Westerborkgestart. Er bleek voor de gedachte van het bouwsparen veelbelangstelling te bestaan. Er was al gauw een groep aspirant-spaarders bijeen, die zich over en weer verbonden maandelijkseen vast bedrag op een eenvoudig ggblokkeerd spaarbankboek-je te storten. Na dit succesrijke begin volgden al gauw andereplattelandsgemeenten. En zo groeide geleidelijk aan het aan-tal spaarders en het aantal Drentse gemeenten, dat zich bijdeze Drentse bouwspaarkas aansloot. Het duurde niet langof ook gemeenten uit Groningen en Friesland maakten dewens kenbaar tot de kas te mogen toetreden en daarmee kwamde N.V. Bouwkas Noord-Nederlandse Gemeenten (N.N.G.)tot stand.Dat deze publieke kas een N.V. werd, was het gevolg vande wens van de Verzekeringskamer. Dit officiele toezichthou-dende lichaam, aanvankelijk belast met het toezicht op hetlevensverzekeringsbedrijf, werd n.I. ook aangewezen als hettoezichthoudend lichaam over het bouwkaswczen. In verbandmet de uniformiteit en onderlinge vergelijkbaarheid stelde deVerzekeringskamer er prijs op, dat alle bouwkassen gegoten02 zouden worden in de vorm van een N.V.,. ook de publiekebouwkas. Vandaar de N.V.-vorm, hoewel deze voor een pu-blieke instelling zeker ook nadelen heeft.Een zekere tegenstrijdigheid tussen de N.V.-vorm en het be-drijf, zoals dit door de N.N.G. wordt uitgeoefend, is al di-rect, dat, terwijl het wettelijk doel van de N.V. is het makenvan winst, bij de N.N.G. dit winstoogmerk juist met zoveelwoorden in de statuten is uitgesloten. Dit hangt samen methet aanvaarden van de boven geciteerde conclusie 6: deN.N.G. wil meer zijn dan een financiele instelling alleen; zeheeft zich een belangrijke sociale taak gesteld: verbetering dervolkshuisvesting in de sector der eenvoudige eigen woningen.Dit sociale doel werd onomwonden op de voorgrond ge-plaatst met daarnaast als primaire gedachte de veiligheid vande bijeengebrachte spaarpenningen.Deze veiligheid is niet slechts een kwestie van financiele aard,al is ze dit zeker ook. Ook de wijze van besteding speelt daar-bij een rol. De spaarder moet de zekerheid hebben, dat zijnspaarduitjes veilig zijn en dat hij bovendien voor zo weinigmogelijk geld een zo goed mogelijk huis krijgt.Het was de in de boven geciteerde conclusies weergegevenuitspraak, dat blijkens de ervaring herhaaldelijk bouwkassenworden opgericht, die de toets ener ernstige critiek niet kun-nen doorstaan, welke een belangrijk motief vormde voor deoprichting van de publieke bouwkas. Tot op zekere hoogte isdit motief achterhaald door de aanwijzing van de Verzeke-ringskamer als toezichthoudend lichaam. Doch slechts tot opzekere hoogte. Want de Verzekeringskamer is en blijft slechtstoezichthoudend orgaan en draagt slechts de verantwoorde-lijkheid voor een zo nauwkeurig mogelijk toezicht. Voor hetbeheer van de bouwkassen zelf draagt de Verzekeringskameruiteraard generlei verantwoordelijkheid. Wei zullen de eisen,die zij als toeziend voogd in bepaalde gevallen meent te moetenstellen, er toe kunnen leiden, dat tot liquidatie van een be-staande bouwkas, die aan die eisen niet langer kan voldoen,wordt besloten. In de practijk is dit ook in belangrijke mategeschied. Dit proces is nog altijd in voile gang. Een zeergroot deel van de in de jaren rond de bevrijding in het levengeroepen particuliere kassen is inmiddels weer geliquideerd.Zelfs al is hun globaal hun spaargeld teruggegeven, betekentdit toch dat de bij deze kassen aangesloten spaarders in hunverwachtingen teleur zijn gesteld. Een hypotheek, die hen instaat stelde een eigen woning te verkrijgen, werden ze nietdeelachtig. Ze kregen in het beste geval slechts terug het ge-spaarde geld, verminderd met de dikwijls zeer hoge entree-gelden, geind met de bedoeling er de administratie-kostengedurende de looptijd van het contact tussen kas en spaarder-hypotheekhouder uit te voldoen.Het behoeft nauwelijks betoog, dat liquidaties en manipulatiesals hier bedoeld, niettegenstaande het zegenrijke toezicht vande Verzekeringskamer, in het algemeen de naam bouwkas geengoed hebben gedaan. Maar hoe het zij, in ieder geval is sindsde bevrijding het particuliere bouwkaswczen al een flink stukgesaneerd, al zijn de liquidaties en fusies nog steeds niet teneinde. Met dit al ziet het er naar uit, dat uiteindelijk, naastde N.N.G., een betrekkelijk gering aantal behoorlijk gefun-deerde particuliere kassen zal overblijven.Is er daarnaast nog plaats voor een publieke bouwkas? Hetantwoord op deze vraag kan moeilijk anders dan bevestigendluiden. Immers er bestaan tussen de publieke kas en de par-ticuliere kassen nog steeds een aantal, met de andere opzetsamenhangende, meer of minder principiele verschillen.Welke zijn deze verschillen?1. De N.N.G. werkt, zoals gezegd, niet op winst-basis.2. De N.N.G. is in zoverre een zuivere overheidsinstelling, datslechts gemeenten aandeelhouders kunnen zijn. Dit betekent,dat er een wederzijdse afhankelijkheid bestaat tussen deN.N.G. en de gemeenten en dat de deelnemende gemeentenzich niet slechts ten voile garant verklaren voor de uitgezettehypotheken, maar bovendien een mede-verantwoordelijkheidhebben aanvaard. Dit maakt de N.N.G. als spaarbank enfinancieringsinstituut zeer safe.3. De N.N.G. is op een geheel andere wijze opgezet als departlculicre kassen met hun net van acquisitcurs. In plaatsdaaijvan heeft de N.N.G. in elke gemeente een zogenaamdeplaatselijke commissie, die in samenwerking met de enkelebuitendienst-ambtenaren van de bouwkas het acquisitie-werkplaatselijk verzorgt en ook overigens het plaatselijk middel-punt, vormt, over de organisatie en werkwijze waarvan hieron-der itiog nader zal worden gesproken.4. Uan is, terwijl de particuliere kassen in ons land op eenenkele uitzondering na zijn opgezet als renteloze kassen, deN.N.G. van meetaf uitgegaan van het rentedragende systeem.Op de werking hiervan kom ik hieronder nog terug. Hier zijslechts vermeld, dat ook reeds een enkele betere particulierekas inmiddels tot het inzicht is gekomen, dat het rentedragen-de of renteverrekenende systeem in de practijk reeler werkt.Het renteloze systeem moge om propagandistische redenenvoordelen hebben, in wezen zijn deze voordelen onreel. Ookde Verzekeringskamer heeft zich onvoorwaardelijk voorstan-der van het rentedragende systeem verklaard. i) Op de duurzal een omstelling ook van de particuliere kassen in deze rich-ting dan ook niet kunnen uitblijven. Het werken van deN.N.G. op deze basis zal dan stellig mede hebben geleid totdeze verbetering, die het gehele bouwkaswezen ten goede zalkomen.5. Een bizonder kenmer'k van de N.N.G. is ook, dat ze zichvan het begin af niet heeft beperkt tot het financieringspro-bleci^i, dat het bouwcn van een woning nu eenmaal oplevert.Ze heeft ingezien, dat daarnaast ook vraagstukken, met devolk^huisvesting samenhangende, om een oplossing vroegen.Ze besefte, dat de bouwspaarder niet geholpen was met al-leen een hypotheek, maar dat hem daarnaast ook hulp moestworden geboden bij het voorbereiden van het bouwplan en bijhet uitvoeren daarvan. Ze kijkt daarom niet slechts naar dewaarde als onderpand, die een nieuwgebouwde woning heeft,maar tevens naar de woonwaarde. Naast hulp bij de finan-ciering geeft de N.N.G. ook een belangrijke bouwkundigeservice. Ik kom daar nog op terug.6. Met het voorgaande hangt samen, dat de N.N.G. slechtsbij uitzondering een hypotheek verleent voor een bestaandewoning. Als haar eigenlijke doel ziet zij financiering vannieuwbouw. Verleent zij hypotheken op bestaande panden,dan geschiedt dit slechts wanneer een dergelijk perceel nietalleep een behoorlijk onderpand vormt, maar ook een rede-lijke woning is, die voldoet aan de eisen der ter plaatse gel-dende bouwverordening.Gezi?n dit alles heeft de N.N.G. zeker reden van bestaan, alwas het alleen al als een factor, die tot hiertoe zeker al medevan invloed is geweest in het saneringsproces, dat het bouw-kaswezen in ons land sinds de bevrijding heeft ondergaan.Maar ook wanneer deze sanering zich geheel zal hebbenvoltrokken, blijft de N.N.G. reden van bestaan houden. Er is^) Het Jaarverslag-1950 van de Verzekeringskamer, Deel III, Bouwkas-sen, zegt het volgende.,,Van de tien in Nederland werkzame bouwkassen bleef de BouwkasNoord-Nederlandse Gemeenten de enige, die het rente-verrekenende stelselhuldigde, terwijl de overige bouwkassen het renteloze stelsel handhaafden.Schreven wij in ons vorig verslag dat hier en daar plannen rijpten omtot het renteverrekenende stelsel over te gaan, tot resultaten is dit in hetverslagjaar niet gekomen.Een overgang van het renteloze naar het renteverrekenende stelsel zalongetwijfeld grote moeilijkheden medebrengen, welke voor een deel slechtsopgejost zuUen kunnen worden door ingrijpen van de overheid i.e. dewetgever.In samenhang hiermede is bij de renteloze bouwkassen in de loop destijds een steeds toenemend streven merkbaar geworden om door het aan-trekken van gelden tegen rentevergoeding in staat te zijn rente-hypothekente plaatsen. Deze hypotheken krijgen dan doorgaans de naam van ,,over-bruggingshypotheken" en worden verstrekt tot het tijdstip waarop eendeelnemer op grond van zijn bouwkascontract een renteloze lening kanontvangen. De oorspronkelijke gedachte bij deze overbruggingshypothekenwas om deelnemers, die reeds enige tijd gespaard hadden, vooruitlopendop de toekenning van een renteloze lening, te kunnen helpen in de vormvan een lening tegen rentevergoeding.De bezwaren. die aan het renteloze stelsel verbonden zijn, worden daar-door naar ons oordeel op generlei wijze ondervangen doch eerder noggemarkeerd."ArtikelenBouwspaarderswoning te Grollo (gem. Rolde)Bouwspaarderswoningen te GietenBouwspaarderswoning te Hardegarijp63Artikelen" JW iBouwspaarderswoning te PaterswoldeBouwspaarderswoningen te AssenBouwspaarderswoningen te Hardegarijp11:; M^o.itHOEMEH ?lH|H?r' ilfP'^*'64nu eenmaal een categorie spaarders, die er de voorkeur aangeeft, haar spaarduitjes bij een overheidslichaam te beleggen.Als parallel bij het spaarbankwezen kan in deze worden ver-wezen naar de Rijkspostspaarbank. Daarnaast wil de N.N.G.in het bizonder een groep spaarders dienen, die wat hun in-komen betreft op een lager niveau ligt, dan de bevolkings-groepen, die in doorsnee door de particuliere kassen wordenbediend: de geschoolde arbeiders en de met dezen gelijk testellen kleine zelfstandigen. Met het loog hierop heeft deN.N.G. zich uitdrukkelijk een plafond gesteld voor de geval-len, waarin zij financiele hulp verleent. Het bouwplan mageen zeker kosten-bedrag niet te boven gaan. Een bizonderemoeilijkheid leverde in dit opzicht de bestaande rijkspremie-regeling, die het voor een arbeider bijna onmogelijk maakt eeneigen woning te financieren. Daartegenover staat, dat de zeerhoge bouwkosten wat beter gesitueerden brengen tot het bou-wen van woningen, die vroeger als arbeiderswoning bestem-peld zou zijn. Met dit al wordt de N.N.G. in niet onbelang-rijke mate in haar werk belemmcrd door de thans geldendepremieregeling. Een bouw^kas echter is er op ingesteld deproblemen op de lange baan te zien en ze werkt voort metde hoop, dat de thans bestaande situatie en de nu geldenderegeling wel niet eeuwig zullen blijven bestaan.De conclusie kan dan ook veilig zijn dat er ook in de toekomstzieker plaats zal zijn voor een publieke kas naast de particu-liere kassen. De betere particuliere kassen zien dit zelf welin, vooral wanneer daarbij gelet wordt op de grote propagan-distische waarde, die uitgaat van het werk der N.N.G. De ge-dachte van het bouwsparen wordt daardoor immers sterk ge-propageerd en de particuliere kassen profiteren daarvan inbelangrijke mate mee. Het zou mij in dit verband te ver voe-ren, deze bewering met cijfers te staven. Maar de bewijzener voor zijn voorhanden.De beste propaganda voor de N.N.G. wordt geleverd doorde in samenwerking met haar tot stand gekomen nieuwbouw.Eind 1950 werd de duizendste met behulp der N.N.G. ge-bouwde eigen woning feestelijk voor de Minister van Weder-opbouw en Volkshuisvesting ingewijd. Sindsdien is dit aan-tal tot ongeveer 1500 gestegen, niettegenstaande bouwstop enkapitaalschaarste.Dit resultaat kon worden bereikt door de medewerking vande zijdeder gemeenten ondervonden en doordat het de N.N.G.mogelijk was bij de financiering van deze woningbouw OOKvreemd geld aan te trekken. Dit hangt samen met haar opzetals renteverrekenende bouwkas.Het eerder geciteerde rapport inzake de bouwkassen, aanhet Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw uitgebracht,zegt hieromtrent het volgende: ,,Het renteloze systeem levertbezwaren op om vreemd geld naar de bouwkas te trekken.Wanneer door een geringere toename van nieuwe deelnemersen mindere extra-stortingen de gelden minder vlot in de kasvloeien, kan aantrekking van vreemd geld een belangrijkhulpmiddel zijn om de wachttijden te beperken. Uiteraard zalhierover rente moeten worden betaald. Aangezien de bouw-kas zelf geen rente ontvangt, zal zij, indien zij niet over an-dere bronnen beschikt, tot deze betaling niet in staat zijn,zodat dit hulpmiddel haar niet ten dienste staat" (biz. 66/67).Uit de vorige alinea valt, wat de N.N.G. betreft, dus op temaiken, dat deze, als renteverrekenende kas, wel tot het aan-trekken van vreemd geld in staat is en dat zij, mede daardoorin staat is de wachttijd niet alleen volkomen in de hand tehouden, maar ook deze aanmerkelijk te bekorten. Feitelijk iser van een wachttijd nauwelijks sprak;e. Van meer belang isof tenminste 20% van de rendabele bo
Reacties