Juni-Juli-Augustus 195212e Jaargang ? No. 6-7-8l^e WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschynl tnaandelijksAdres Toor Redaotie eo Abonnementen: Wouwermanitraat 27, Amiterdam Z., Telefoon 2'4298Adret yoor Advertcnties: Keizersgracht 188, AmBterdam C, Telefoon 49128VERSLAG van de vier en dertigste ledenver-gadering van de Nationale Woningraadgehouden op Vrijdag 27 en Zaterdag 28 Juni 1952te Hilversum.Vertegenwoordigd zijn behalve de provinciale afdelingen 235aangesloten corporaties. Aanwezig zijn 600 personen.le Deel der vergadering Vrijdag 27 Juni.1. Om 10.15 uur opent de voorzitter de vergadering. Na degastsn en de vertegenwoordigers van de Nationale Woning-raad een hartelijk welkom te hebben toegeroepen, spreekt devoorzitter de volgende rede uit:Het past in het openingswoord van de voorzitter, om aan-dacht te schenken aan wat in het afgelopen verenigingsjaaronze organisatie bij haar werk ondervond. Het bestuur vande Woningraad heeft ook in het verstreken jaar geprobeerdde otntwikkelingen in de woningbouw en de volkshuisvestingop d|e voet te volgen en, waar dat nodig en wenselijk bleek,de algemene en bijzondere belangen van zijn leden te behar-tigen. Het uitvoerige jaarverslag over 1951 vertelt U vanhetgeen te dezer zake vermeldenswaard is. Ik stel mij voorom ip. het vervolg van mijn toespraak op enkele algemene as-pect^n nog wat nader in te gaan. Vooraf evenwel enkele op-merkingen met betrekking tot wat ik zou willen noemen ,,hetdagelijkse werk van de Woningraad". Het ligt voor de hand,dat dit werk in de meeste gevallen vorm krijgt door hetgeenhet secretariaat onder leiding en op aanwijzing van het be-stuur verricht. Door het vrijwel dagelijkse contact, dat ik methet secretariaat onderhoud en door mijn deelnemen aan talvan besprekingen in en buiten Amsterdam, ben ik uiteraardbij de werkzaamheden van ons bureau nauw betrokken. Vaneen voorzitter mag trouwens niet anders worden verwacht.Ik gdloof te mogen zeggen, dat er over het werk van het secre-tariaat voldoening kan bestaan. Daarvoor zeg ik deze morgende s^cretaris nadrukkelijk dank. Er is een prettig en veelalpositief contact met zeer vele leden en tal van overheidsin-stantfes. De voldoening over wat gedaan wordt neemt even-wel het gevoel niet weg, dat er nog vele onontgonnen moge-lijkheden overblijven. Er zou -- wilde het goed zijn ?-- meergedaan kunnen en moeten worden. De omvang en de capa-citeit van ons bureau-apparaat zijn te klein ten opzichte vande grote behoefte aan voorlichting, bemiddeling en hulp, wel-ke bewust of onbewust bij onze leden aanwezig is. In delaatste maanden treden reeds moeilijkheden ten aanzien vanhet afdoen van de normale secretariaats-werkzaamheden aanhet licht. Niet altijd kan de correspondentie z6 vlot wordenafgedaan als wij zelf wel zouden wensen. Niet altijd kunnenvoorzitter en secretaris voldoen aan alle verzoeken om ergensin het land een bespreking bij te wonen. Maar al te dikwijlsontbreekt de tijd om kennis te nemen van alle belangrijke pu-blicaties, welke op ons werk betrekking hebben. In verbandmet bijzondere ontwikkelingen -- waarover straks meer ?--mag worden aangenomen, dat de in dit opzicht in de laatstetijd gebleken moeilijkheden van tijdelijke aard zullen zijn. Nietspeciaal op de spanningen, die optreden bij het verrichten vanWIJSHEID VAN DE MAAND:De spraakwatervalis in Hilversum inheemslhet normale werk, wil ik thans de aandacht vestigen. Veeleerwil ik er op wijzen, dat belangrijke zaken, die wij gaarne terhand zouden willen nemen, moeten blijven liggen, omdat onsvoor het volvoeren van onze voornemens de gelegenheid ende middelen ontbreken. Noch het .een, noch het ander mag,naar onze mening, aan een tekort aan inspanning van bestuurof secretariaat worden geweten. De materiele middelen vande Nationale Woningraad gedogen nu eenmaal niet, dat eenbelangrijke uitbreiding aan ons werk wordt gegeven. Het zoute ver voeren, wanneer ik ging opsommen, wat de Woning-raad allemaal nog ten behoevc van zijn leden zou kunnendoen, indien de middelen daarvoor aanwezig zouden zijn. Ikwil, alleen bij wijze van voorbeeld, een mogelijkheid noemenvoor uitgebreider dienstbetoon van de Woningraad. Min ofmeer bij wijze van proef hebben wij in het afgelopen jaar be-middeling verleend bij het oplossen van administratieve pro-blemen. Wij hebben ons door middel van een bescheidenenquete geinformeerd aangaande de manier, waarop metname bij de kleinere corporaties de administraties wordengevoerd en gecontroleerd en aangaande de kosten, welke meteen en ander zijn gemoeid. De uitkomsten van deze enquete,die zich uiteraard voor publicatie minder goed lenen, hebbenons gesterkt in de overtuiging, dat op dit terrein voor de Wo-ningraad een uiterst dankbare taak hgt te wachten. Zo dezetaak op een doeltreffende wijze vervuld zou kunnen worden,zouden daardoor zonder twijfel zeer bepaalde voordelen vooronze leden behaald kunnen worden. Dit enkele voorbeeld zoumet tal van andere zijn aan te vullen. Ik volsta verder met deopmerking, dat ons streven er bij voortduring op gericht dientte blijven, die mogelijkheden, welke zich voor een gezondetaak-uitbreiding voordoen, terdege te gebruiken.In aansluiting op hetgeen ik zoeven te berde bracht, kan ikgemakkelijk de actie van de Nationale Woningraad voor destandaardisatie in de woningbouw ter sprake brengen. Opdeze vergadering zal over bedoelde actie uitvoerig wordengesproken. Ik wil er alleen dit van zeggen: De Woningraadheeft, door zich daadwerkelijk in te laten met de technische-- en ten dele ook de commerciele -- voorbereiding van dewoningbouw, zich op voor hem volslagen nieuw terrein be-geven. Wanneer men onze ervaringen met dit nieuwe werkin acht neemt, dan kan men er zich alleen maar over verbazen,dat wij er niet eerder aan zijn begonnen. Het lijkt ons volko-men vanzelfsprekend, dat een centrale organisatie als de onze,en in het algemeen belang en in het bijzondere belang vanhare leden, een gezamenlijk en daardoor versterkt optredenop de woningbouwmarkt mogelijk maakt. Wij mogen er met 65grote erkentelijkheid van gewagen, dat de rijksoverheid ditinzicht niet alleen volkomen deelt, maar het door aanmoedi-ging en aansporing zelfs heeft bevorderd. Nu meet mij hier-bij, juist in verband met wat ik over de mogelijkheden en d?middelen van de Woningraad al zeide, van het hart, dat wijdit werk ter bevordering van een goede en kwahtatief volko-men verantwoorde woningbouw eigenhjk niet konden aan-vatten, omdat onze middelen dat niet gedoogden. Naar mijnovertuiging gelukkig, heeft het bestuur van de Woningraad,overtuigd van het eminente belang van deze zaak, het aan-gedurfd om de actie tot ontwikkeling te brengen. Dit is ge-beurd, min of meer op goed geluk ten aanzien van de finan-ciele gevolgen voor onze organisatie. Natuurlijk kunnen wijer enig vertrouwen in hebben, dat de diensten, welke wij ver-lenen, zullen worden betaald en dat, als in de aanloopperiodefinanciele moeilijkheden zich zouden voordoen, wellicht ookde overheid, die met zoveel belangstelling onze pogingen ga-deslaat en bevordert, haar aandeel in de ontwikkeling zalwillen nemen. Hoe dit verder zij, het is duidelijk, dat er voorde Woningraad nuttig en belangrijk werk ligt te wachten,dat echter alleen dan kan worden aangevat, indien in de toe-komst een versterking van de middelen kan worden ver-kregen.Het zal geen verbazing wekken, dat ik dre meer algemene op-merkingen, welke ik verder wil maken, begin met een kortebeschouwing over de financiering van de woningbouw. In hetjaar, dat voorbijging, is deze financiering van zo overwe-gende betekenis gebleken, dat ik niet mag nalaten daaroverthans nog iets te zeggen. In mijn openingsrede voor de alge-mene vergadering van vorig jaar heb ik mij ten aanzien vande financieringsmogelijkheden voor de woningbouw gereser-veerd en bezorgd moeten tonen. Ik maakte er toen meldingvan, dat de Woningraad, samen met anderen, de ministerhad aanbevolen een beroep te doen op de bevolking ter over-brugging van de dreigende moeilijkheden bij de kapitaalvoor-ziening. U weet alien, dat de minister via de Bank voor Ne-derlandse Gemeenten, tenslotte dit beroep op de bevolkingheeft kunnen doen. U weet ook, met welk een succes dit be-roep is bekroond. Een succes van zodanige omvang, dat definanciering van het bouwplan 1952 geen zorgen meer baart.Als ik mij hierbij die opmerking mag veroorloven: het succesbleek zelfs van zodanige aard te zijn, dat thans gemeentebe-sturen over geld beschikken, maar dit niet aan de woning-bouw kunnen besteden, omdat het departement zich genood-zaakt ziet de omvang van de gunningen voor die woningbouwwat te beperken. Natuurlijk verheugen wij ons er van harteover, dat door de grote medewerking van de Nederlandsebevolking de acute moeilijkheden voor de financiering zo vlotuit de weg zijn geruimd. De verheugenis en de dankbaarheidmogen ons echter niet de ogen doen sluiten voor het feit, datde voor dit jaar gevonden oplossing een volstrekt inciden-tele is geweest en slechts voor een keer kan worden toege-past. Het wil mij voorkomen ^- al dienen wij uiteraard af tew^achten wat te dezer zakc door de nieuw optredende rege-ring zal worden verklaard en gedaan --, dat er ten aanzienvan de kapitaalvoorziening voor de woningbouw in 1953 envolgende jaren nog zeer weinig zekerheid bestaat. Wij heb-ben nu een keer leergeld betaald. Er is door de financierings-moeilijkheden gedurende enige maanden een stagnatie in dewoningbouw ingetreden. Onder de indruk van ogenblikke-lijke financiele moeilijkheden liet de regering vorig jaar in deTroonrede verklaren, dat wij wellicht met 40.000 woningengenoegen zouden moeten nemen. Dit alles heeft een zodanigereactie teweeg gebracht, dat de regering zich later heeft ge-haast te verklaren, dat alles in het werk zou worden gesteldom in plaats van 40.000 ten minste 50.000 woningen te doenbouwen. Dat is, naar het zich thans laat aanzien, dan ookallemaal in orde gekomen. Eerst evenwel moesten er van allekanten protesten losbarsten; eerst moest de continuiteit in hetbouwen in gevaar worden gebracht; eerst moest de werk-loosheid onder de bouwvakarbeiders toenemen. Laat daarom0(1 een keer leergeld genoeg zijn en laat niet opnieuw door on-verhoedse financieringsmoeilijkheden -- die, zoals nu geble-ken is, van tijdelijke aard kunnen zijn .-- de planmatige gangvan zaken worden verstoord. Laat de regering maatregelennemen of achter de hand houden, die bij optredende stagnatiedirect effectief kunnen zijn. Gij weet het, in onze kring wordtnog altijd -- naar mijn mening terecht -- gepleit voor de toe-passing van de financiele paragraphen van de woningwet.Wij geven er de voorkeur aan, dat -- hetzij door toepassingvan artikel 56 van de woningwet, hetzij door een anderewijze van centrale financiering -- in ieder geval de kapitaal-voorziening voor de woningwetbouw verzekerd zij. Reedseerder hebben wij betoogd, dat slechts op deze manier eenbouwprogramma, met de daarop gebaseerde verdeling vande bouwmogelijkheden, zin heeft. Wenst de regering ook inde. toekomst de lagere publiekrechtelijke lichamen naar departiculiere kapitaalmarkt te verwijzen, zulks uit overwegin-gen van doelmatigheid, dan zouden wij ons hiermede des-noods kunnen verenigen, mits daarbij tweeerlei voorbehoudin acht wordt genomen. In de eerste plaats het voorbehoud,dat mocht buiten de schuld van de gemeenten stagnatie ont-staan, de regering prompt de mogelijkheden biedt om, opbasis van het bouwprogramma, die stagnatie op te heffen. Inde tweede plaats het voorbehoud, dat, zolang de strijd om dejuiste rente blijkbaar nog niet is beslecht, deze strijd niet opde ruggen van de gemeentebesturen wordt uitgevochten.In onze kringen is verder het vraagstuk van de woninghurenlangzamerhand een uiterst klemmend probleem geworden.Juist omdat wij door onze werkzaamheden voor de NationaleWoningraad vrijwel dagelijks met dit probleem worden ge-confronteerd, hebben wij gemeend dat op deze algemeneledenvergadering de woninghuren aan de orde gesteld moes-ten worden. De Heer Steinmetz zal derhalve vanmiddag ditonderwerp uitvoerig behandelen. Voor mij dus slechts de taakte wijzen op de groeiende onrust, die er bij woningbouwcor-poraties en gemeentebesturen bestaat over de steeds maarstijgende huren voor de nieuwe woningen. Een stijging, welkezich volkomen onttrekt aan de theoretische grenzen, die in derijksbijdragen-regeling zijn getrokken. Wanneer de feitelijkeomstandigheden hoe langer hoe minder in overeenstemmingblijken te zijn met hetgeen de overheid in regelingen en voor-schriften heeft vastgesteld, '-^ en dat is thans met de woning-huren het geval .-- dan staat het sein op onveilig. Dan zijnkrachtige pogingen tot sanering van de scheefgegroeide ver-houdingen geboden. Ik hoop van harte, dat de inleiding vande Heer Steinmetz en de daarop volgende discussie onze ver-gadering in staat zullen stellen om vanuit haar warme be-langstelling voor woningbouw en volkshuisvesting enigerichtlijnen tot een oplossing van dit bijzonder moeilijk pro-bleem aan te geven.Het is duidelijk, dat voor ons aan het probleem van de wo-ninghuren het vraagstuk van het woning-onderhoud onlos-makelijk is verbonden. Wanneer woningbouwverenigingenen gemeenten, die woningen exploiteren, van jaar tot jaar dekwestie van het onderhoud ter sprake brengen, dan mag ditniet worden beschouwd als het uitleven van een of anderehobby. Dan is dat niet een gevolg van de lust om datgene,waarmede men uit hoofde van zijn werk dagelijks te makenheeft, het alles-overheersende belang te achten. Het is aangeen twijfel onderhevig, dat met een doelmatig en toereikendonderhoud van ons nationale woningbezit een algemeen be-lang van de eerste orde wordt gediend. Ik aarzel niet om indeze vergadering de stelling te poneren, dat een goed onder-houd van de bestaande woningvoorraad van ten minste evengrote betekenis is als de voortgezette bouw van nieuwe wo-ningen. Uit deze stelling vloeien natuurlijk enige wensenvoort. De onderhoudsmiddelen, welke thans aan de woning-wetwoningen besteed mogen worden, zijn niet toereikend.Ongetwijfeld zal ook de Heer Steinmetz vanmiddag zijn aan-dacht op deze zaak richten. Voor mijn deel mag ik zeggen, datwij met recht voor een verhoging van de onderhoudsnormenmogen pleiten. Wij zullen ons daarbij evenwel enige beper-king moeten opleggen. Het lijkt ons namelijk niet geheel juistom onze verlangens te baseren op de omstandigheden van ditmoment. Nog altijd is er in de ontwikkeling van de prijzengeen rust gekomen. Op het ogenblik bestaat er een duidelijketerjdens tot verlaging van de prijzen voor onderhoudsmate-rialen. Niemand kan met zekerheid zeggen of dit een tijde-lijk dan wel een blijvend en zich voortzettend verschijnsel is.Het lijkt daarom verstandig om bij het vaststellen van nieuweonderhoudsnormen rekening te houden met een nog steedswisselend kostenpeil. Indien thans te bepalen normen in detoekomst te hoog zouden blijken, dan geeft dat onaangenamecomplicaties. Men denke in dit verband aan de noodzaak ookde exploitatie van de na-oorlogse woningen met de nieuweonderhoudsnorm te belasten! In dit verband wil ik herinnerenaan het verloop van zaken na de vorige oorlog. In de jaren1920^--1922 gold in onze kringen de mening, dat lage bouw-kosten en in verband daarmede woningbouw zonder over-heidssteun voor de toekomst tot de onmogelijkheden gere-ker|d moesten worden. In de jaren 1930--1938 evcnwel bleekz.g, garantiebouw zonder steun van de overheid heel goedmogelijk te zijn. Zonder te willen zeggen, dat deze geschie-denis zich precies zo zal herhalen, is het niettemin aanneme-lijk, dat de kosten voor bouw en onderhoud zich in de toe-komst zullen stabiliseren op een peil, dat lager is dan hethuidige.Ik moet het gevaar van het in herhalingen vervallen maarvoor lief nemen en toch iets zeggen over het achterstalligeonderhoud. Het is U bekend, dat de Nationale Woningraaddesltijds aan de minister heeft gevraagd nog een derde jaaropschorting van de aflossing van rijksvoorschotten te ver-lenen, opdat middelen voor het afwerken van het achterstal-lige onderhoud beschikbaar zouden komen. Gij weet ook, datde minister op dit verzoek afwijzend heeft moeten beslissen.Intilssen heeft de tijd niet stilgestaan en wij hebben zo het ge-voel, dat de argumenten, welke de minister voor zijn toen-mahge afwijzing moest aanvoeren -- argumenten van finan-ciele aard voornamelijk '-- thans niet meer zo zwaar wegenals toen. Als wij goed zijn ingelicht, dan overweegt men thansten departemente de mogelijkheid van een verdere opschor-ting der aflossingen ten behoeve van het achterstallige onder-hou^ opnieuw. Het zou voor een doeltreffend onderhouds-beleid van zeer grote betekenis zijn, indien de nog bestaandeachterstand inderdaad weggewerkt zou kunnen worden enhet voortgezette onderhoud gebaseerd zou kunnen zijn opniei we en aannemelijker onderhoudsnormen.Tedslotte nog een enkel woord over de nog altijd actuelezaak van de verhouding tussen woningbouwverenigingen engert^eentebesturen. In 1951 heeft de Vereniging van Neder-landse Gemeenten, na gevoerd overleg met het KatholiekInstituut voor Volkshuisvesting en de Nationale Woning-raad, aan de minister een uitvoerige brief over deze zaak ge-schi|even. In het algemeen konden wij ons, met de strekkingvan deze brief, waarin de inschakeling van de woningbouw-verenigingen bij de bouw en exploitatie van woningwetwo-ninden werd voorgestaan, verenigen. In een aantal gevallenhebben wij van deze brief reeds met vrucht gebruik kunnenmaken. Nog altijd echter zijn er gemeentebesturen, die somsop grond van de meest wonderlijke argumentatie, de werk-zaamheid van woningbouwverenigingen verhinderen. Eenenkel voorbeeld in dit verband kan leerzaam zijn. Een burge-meester motiveert de bouw en de exploitatie door de ge-meente met verwijzing naar artikel 55 van de Woningwet.Het artikel nota bene, waarin wordt bepaald, dat de Krooneen gemeentebestuur tot het verlenen van medewerking aanwoningbouwcorporaties kan dwingen, wanneer in die ge-meente onvoldoende voor de volkshuisvesting wordt gezorgd.De betrokken burgemeester, die blijkbaar van de geschiede-nis en de strekking van dit wetsartikel niets weet, beweertin zijn gemeenteraad, dat dus de woningwet de activiteit vande gemeenten op het stuk van bouw en exploitatie primairstelt. De woningbouwverenigingen ter plaatse, die sinds jarenom inschakeling vragen, krijgen derhalve steeds nul op hetrequest. Zo wordt met recht de zaak op haar kop gezet. Debrief van de minister en de brief van de Vereniging van Ne-derlandse Gemeenten en brieven van de Woningraad heb-ben deze burgemeester en met hem aanvankelijk zijn gemeen-teraad niet tot betere gedachten kunnen brengen. Tenslotteis er op onze herhaalde pogingen tot het wekken van beterbegrip in de gemeenteraad een zekere oppositie tegen de me-ning van de burgemeester ontstaan. De burgemeester heeftmoeten beloven ons in de gelegenheid te stellen ons standpuntmondeling nader toe te lichten. Een verzoek onzerzijds isdaartoe ongeveer drie maanden geleden verzonden. Tot dus-ver is er geen antwoord op ontvangen.De vraag rijst of er middelen bestaan om tegen deze volkomennegatie van de zelfwerkzaamheid der burgerij op te treden.Het bestuur van ,de Nationale Woningraad zal, wanneerook voortgezette minnelijke pogingen niet tot een aanvaard-baar resultaat leiden, moeten overwegen op welke wijze aande geest en de bedoeling van de Woningwet, ondanks onwil-lige gemeentebesturen, kan worden voldaan.Voor de goede orde moet ik hierbij opmerken, dat dit gevalen enkele andere soortgelijke moeilijkheden gelukkig in aan-tal verre de mindere zijn van de gevallen, waarin de houdingtussen gemeente en woningbouwverenigingen uitstekend ge-noemd mag worden. Het bestuur en het secretariaat van deWoningraad doen hun best om, waar zij tot bemiddeling wor-den geroepen, inzake de taakverdeling tussen gemeenten encorporaties zo objcctief mogelijk te adviseren. Wij prijzenons gelukkig te mogen zeggen, dat dit over het algemeenvoortreffelijk gelukt.Het zou uiteraard mogelijk zijn om nog een aantal voor onsbelangrijke zaken in dit openingswoord te vermelden. Ikmeen evenwel de afwerking van de interessante agenda vooronze vergadering niet langer te mogen ophouden. Ik hoop,dat vandaag en morgen een vruchtbare discussie over de aande orde komende onderwerpen mogelijk zal blijken en ver-klaar hiermede onze ledenvergadering voor geopend.2. Bcspreking en vaststelling van het jaarycrslag over 1951.De voorzitter vraagt of de vergadering iets over het jaarver-slag heeft op te merken.De Woningbouwvereniging ,,Ons Doel" te Leiden: Het is nietde bedoeling het woord te vragen om critiek op het jaarverslagte laten horen. Veeleer een woord van dank voor het samen-stellen van dit jaarverslag. Thans gaat het om de kwestie,,Zorg en Daad". Op een jaren geleden gehouden congreshebben wij als ons standpunt naar voren gebracht, dat iederlid-bewoner per week een halve cent zou betalen voor de Stich-ting ,,Zorg en Daad". Dit standpunt hebben wij inzake ,,Zorgen Daad" tot 1950 in praktijk gebracht. Toen op het congres1951 ,,Volkshuisvesting" Delft met een voorstel kwam, hebbenwij onze actie opgeschort en tot heden heben wij nog geen do-natie gestort. Dit wil niet zeggen, dat wij onze donatie blijvenintrekken; integendeel. Dat zal geheel afhangen van hetgeener met ,,Zorg en Daad" gebeurt. Momenteel hebben wij f 140.-bijeengebracht. Vindt ons voorstel in den lande weerklank,dan zullen wij dat van harte toejuichen. Mijnheer de voorzit-ter, wij hopen na dit congres weer normaal onze donatie testorten. Spreker doet een beroep op het congres om het voor-beeld van ,,Ons Doel" na te volgen.De Woningbouwvereniging ,,Zuilen" te Zuilen. Sprekervraagt de aandacht voor het achterstallige onderhoud. ,,Mo-gen wij verwachten, dat er volgend jaar weer middelen be-schikbaar zullen komen?" Spreker dankt het bestuur voor het-geen te dezer zake reeds is gedaan.De Coop. Woningbouwvereniging ^Volkshuisvesting" teHaarlem wenst te spreken over de normen voor algemene on-kosten en onderhoud voor de duplexwoningen. Overal wordteen toeslag op de gebruikelijke normen berekend. In Haarlemis dit niet het geval. Het bestuur van ,,Volkshuisvesting" 67vraagt het bestuur van de Nationale Woningraad hieraan aan-dacht te wijden.De ,,Algemene Arbeidersbouwvereniging Bussum" te Bussum:Wij alien zijn ons bewust, dat de woningbouwcorporaties stre-ven naar de verbetering van de volkshuisvesting. Voor dege-nen, die dat als ideaal stellen is het echter de laatste jaren eenmislukking geworden. Alles wat op het ogenblik op het terreinvan de volkshuisvesting geschiedt, is van mindere kwaliteitdan voor de oorlog. In 1946 zei Dr. Van der Meer, dat erveel beter gebouwd zou worden dan voorheen. Het is echteranders uitgekomen, het is niet beter maar slechter geworden.In die vergadering werd een illusie gewekt, die niet in vervul-ling is gegaan. Als wij dit ervaren dan zijn de congressen nietprettig. Voor de oorlog kregen wij een annuiteit van 65 jaar(verwondering in de vergadering). Die termijn is ingekrom-pen, waardoor de huren werden verhoogd. Het onderwerpover de annuiteit heb ik in het jaarverslag niet kunnen vinden,terwijl het van grote betekenis is.Arbeidersbouwvereniging ,,Beter Wonen" te Leeuwarden,Spreker wil beginnen met het bestuur van de Nationale Wo-ningraad een pluim te geven over het uitvoerige en toch zake-lijke jaarverslag. Hij vraagt of over het congres nog verslagwordt uitgebracht. Verleden jaar heeft spreker in het orgaanalleen maar de rede van de voorzitter en de inleidingen ge-vonden, maar niet een verslag van de discussie. Spreker neemtaan, dat op dit congres met elkaar als deskundigen over dezaken wordt gesproken en dat het van belang is, als dit naarbuiten wordt gebracht. Naar aanleiding van biz. 15 van hetjaarverslag .Verhouding woningbouwcorporaties-gemeenten"merkt spreker op, dat in Leeuwarden alle woningbouwcorpo-raties door de gemeente in staat worden gesteld om te bouwen.Spreker acht het onderwerp ,,weeldebelasting-gasgeisers" biz.16 van het jaarverslag zeer belangrijk. De woningbouwvere-nigingen, zegt spreker, zijn toegelaten' om werkzaam te zijnin de verbetering van de volkshuisvesting. De minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting doet zijn uiterste best omin de woningen douche-cellen te laten bouwen. Maar als wijeen douche aanbrengen, die alleen maar koud water geeft, danschieten wij daar niet veel mee op. De weeldebelasting, die opde geisers wordt geheven, zal voor de bewoners f 0,30 a f 0,40extra kosten per week betekenen. Is het niet absurd, dat menaan de ene kant tracht de volksgezondheid te bevorderen enaan de andere kant dit streven door het heffen van een belas-ting wordt bemoeilijkt. Spreker vraagt zich af hoe het zal gaanmet de warrnwatervoorziening. In verschillende gemeentenwordt f 0,90 a f 1,-- per week berekend (Interruptie uit dezaal: een rijksdaaldcr!). Dat wordt een zware belasting. Spre-ker meent, dat in de vergadering moet worden vastgesteld, watgedaan dient te worden, boven hetgeen het bestuur van deWoningraad reeds heeft gedaan om de minister aan zijn ver-stand te brengen, dat op de geisers geen weeldebelasting magdrukken.De voorzitter: Met belangstelling hebben we de opmerkingenover de kwestie ,,Zorg en Daad" gehoord. Het laatste woordis hierover nog niet gesproken. In de loop van de ochtend zal,,Zorg en Daad" aan de orde komen. Aan de Haarlemse enAlkmaarse moeilijkheden met de normcn voor de duplexwo-ningen zullen wij nader proberen iets te doen.Ten aanzien van het congresverslag dient te worden opge-merkt, dat onze vergadering niet het enige congres is, waar-aan de pers aandacht moet besteden. Wij zullen in het alge-meen met een bescheiden plaats in de grote pers tevreden moe-ten zijn. Een uitvoerig verslag komt in elk geval in ons maand-blad.Inzake de verhouding tussen gemeenten en woningbouwvere-nigingen zij gezegd, dat -- zoals in Leeuwarden -- in tal vanplaatsen die verhouding niets te wensen overlaat.Spreker vreest dat de minister van Financien heeft voorzienDo wat hier over weeldebelasting voor gasgeisers is gezegd, Hijkan nu zeggen: ,.Spaar mij Uw vertogen; richt U tot mijn op-volger die zal moeten zien hoe dit probleem ligt."Met genoegen kan worden vastgesteld, dat er op het jaarver-slag geen critiek is geleverd. Kan de vergadering zich ook vere-nigen met het financiele deel van dit verslag? (Instemmingvanuit de vergadering). Spreker dankt de vergadering voorde aldus verleende goedkeuring en constateert, dat het jaar-verslag ongewijzigd is vastgesteld.3. Bespreking van dc redactie van het maanblad ,,De Wo-ningbouwvercniging".De voorzitter meent te mogen zeggen dat het maandblad eenieder goed op de hoogte houdt ten aanzien van ons werk voorde volkshuisvesting. De inhoud van het orgaan is bijzondernuttig te achten voor de uitvoering van ons werk. Wij kun-nen op deze weg verder gaan.4. Verkiezing van leden van het bestuur.Dc aftredende bestuursleden Prof. Mr Dr G. v. d. Bergh, R.Dorresteyn en W. Steinmetz worden bij acclamatie en enkelecandidaatstelhng gekozen. De overige aftredende bestuurs-leden, de Heren W. Brouwer, W. F. v. Niekerk, P. v. d. Putten A. C. v. d. Velde zullen door de resp. provinciale afdelin-gen worden herkozen of vervangen.De voorzitter deelt mede, dat de Heer Arnold in de laatstge-houden bestuursvergadering het voornemen te kennen heeftgegeven, zijn plaats voor een jongere vertegenwoordiger vande provinciale afdeling Zuid-Holland in te ruimen. De HeerArnold heeft met inzet van zijn beste krachten jarenlang voorde verbetering van de volkshuisvesting geijverd. Hij was voor-zitter van de afdeling Zuid-Holland en is nog voorzitter vande federatie Rotterdam. De Heer Arnold behoort tot de vanlieverlee schaarse typen. Door de uitbreiding der werkzaam-heden moesten onze maatschappelijke organisaties bezoldigdpersoneel in dienst nemen. Hierdoor worden die typischekrachten, die altijd hun tijd en hun werklust gratis ter beschik-king stellen, steeds zeldzamer. De Heer Arnold heeft altijdhet werk met grote toewijding en liefde voor de goede zaakverricht. Hij verdient daarvoor onze oprechte dank. Wij hopenalien, dat U de Woningraad niet helemaal uit het oog zultverliezen en dat wij U nog vaak op onze bijeenkomsten mogenontmoeten. U hebt vrijwel nooit een vergadering verzuimd;Uw adviezen waren altijd waardevol en weloverwogen. Wijhebben gemeend, U een bescheiden blijk van waardering bijdit afscheid te mogen aanbieden. (De voorzitter drukt de HeerArnold de hand en overhandigt hem een boekwerk, Applausvan dc vergadering.5. Benoeming van een commissie tot het nagaan van hetfinancieel behccr over 1953.De secretaris deelt mede, dat het rapport van de controlc-commissie over 1952 niet in het jaarverslag kon worden opge-nomen, omdat de controle plaats vond toen het jaarverslagreeds bij de drukker was. Een der leden van de controle-com-missie was verhinderd en zal alsnog in de gelegenheid wordengesteld de boeken en bescheiden na te zien. Het rapport vande commissie zal in het eerstvolgende nummer van ons orgaanworden gepubliceerd.De vergadering gaat accoord met het voorstel om in de com-missie voor 1953 een nader aan te wijzen vertegenwoordigervan de afdeling Drenthe te benoemen.6. Voorstel tot wijziging van de Statutcn der Stichting ,,Zorgen Daad".De voorzitter van ,,Zorg en Daad", de Heer Mr. P. J. J. M.Boelens geeft een toelichting op het voorstel.Zoals uit de beschrijvingsbrief voor dit congres blijkt, stelthet bestuur voor, de omschrijving van de doelsteUing van deStichting ,,Zorg en Daad" tc verruimen en op een brcder plante brcngen. De oorspronkelijke opzet van ,,Zorg en Daad",zoals deze neergelegd was in de desbetreffende artikelen vande statuten was van meer beperkte aard. Immcrs deze luiddcn:,,De Stichting stelt zich ten doel het wonen in complexen, inbeheer bij instellingen, aangesloten bij de Nationale Wonmg-raad, aantrekkelijker te maken en het peil van bewoning indeze complexen op te voeren, door het aanbrengen van bijzon-derc voorzieningen te bevorderen."Wanneer wij deze omschrijving horen, dan bemerken wij, datwel zeer de nadruk is gelegd op bij woningcomplexen aan tebrengen voorzieningen, voorzieningen van matcriele aard. Nuzal er wel nimmer enig serieus woningbouwbcstuurder zjjn ge-wecst, die gedacht heeft, dat de met beperkte bijdraqcn bijelkander te brengen fondsen van de stichting een dusdanigekapitaalsbron zouden gaan vormen, dat daar binnen afzien-bare tijd voor de doeleinden, als in de statuten vastgelegd, zijhet belfs in niet te grote mate, uit geput kon worden. Het totalekapttaal van de stichting is thans geaccresseerd tot ruimf 24.000,-- en ofschoon wij ten zeerste dankbaar moeten zijn,dat dit bereikt is kunnen worden sinds de datum van oprich-ting, zijnde Januari 1940, staat dit kapitaal in geen verhou-ding tot de bedragen, die gevorderd zouden worden, wanneerook|in bescheiden mate al die objecten gefinancierd moetenworden, die de doelstelling van de stichting uitmaken en diereeel door de woningbouwverenigingen aangevraagd zoudenkuniken worden. De opmerking zou gemaakt kunnen worden:nog imaar een reeks van jaren sparen, het kapitaal zo veel mo-gelijK intact laten en laten oplopen. Naar het oordeel van hetbestuur zou dit niet de juiste weg zijn. Afgezien van het feit,dat de huidige doeleinden van de stichting, mede door de sterkgestegen materiaalprijzen, dan nog slechts in uiterst beperktematd verwezenlijkt zouden kunnen worden, zou het van geengoed beleid getuigen, dat niet naar andere doeleinden wcrdomgezien, die, even nuttig en misschien nog nuttiger als de bijde opde statuten voorgestane, doch niet die grote bedragenzoudien vergen; ik zeg, het zou niet verantwoord zijn als nietgezotht werd naar doeleinden, die zonder een te grote uitput-ting jvan het kapitaal van de stichting hun dadelijk vruchtbaarrend^ment doen opleveren voor de woningbouwverenigingenvan de Nationale Woningraad, door welke het sameiige-bracht is.Nu litrekt het tot een zeer te waarderen verdienste van deCoop. Woningbouwvereniging ,,Volkshuisvesting" te Delft,dat d-eze op het vorige congres van de Nationale Woningraaddegene is geweest, die gewezen heeft op de mogeliikheid toteen -v^erantwoorde nieuwe taak van ,,Zorg en Daad". Dat waseen goed initiatief-voorstel. Een voorstel, dat gestimuleerdheeft de gedachten, die ook bij de bestuurderen van ..Zorg enDaad" reeds leefden, om de doelstelling van de stichting enruimer te maken en opening te bieden tot een reeds dadelijkcen grotere ontplooiing van de ideele gedachte, die aan de op-richting van ,,Zorg en Daad" ten grondslag heeft gelegen. Hetinitiatief van ,,Volkshuisvesting" te Delft heeft geleid tot hetresultaat, dat U neergelegd ziet in het concept-voorstel van destatut]enwijziging. De doelstelling van de stichting, oorspron-kelijklbeperkt tot voorzieningen van materiele aard, is bij hetconcept-wijzigingsvoorstel aanmerkelijk uitgebreid.Het rdeuwe artikel luidt:De Stichting heeft ten doel de bevordering van al diewaarden, zo van materiele als van immateriele aard, diedienstbaar kunnen zijn voor verheffing van het woning-peil in de woningcomplexen, in beheer bij de instelhngen,aangesloten bij de Nationale Woningraad, alsmede debevordering van al datgene, dat kan leiden tot een meerefficient en deskundig beheer van de genoemde com-plexen.Ik geef mijn mening voor een betere, doch ik geloof wel te mo-gen zeggen dat deze omschrijving voldoet aan de eiscn, dievoor de gezochte uitbreiding van het doel der stichting gedachtzijn. De middelen om dat doel te bereiken zijn aangegcven inhet nieuwe artikel 3. In a van dit artikel is bewaard de oor-spronkelijke doelstelling. Nieuw is sub b. van artikel 3. Ik ge-loof niet, dat het nader betoog behoeft, dat de daarin veranker-de gedachte haar grote nut kan hebben voor de verheffing vanhet woningpeil. Een voorlichting op de geschetste wijze kanvan uitzonderlijk belang zijn voor de bewoners van de wonin-gen van onze verenigingen. Voor goed wonen is immers nietalleen nodig dat men een zekere hoeveelheid woonruiiiite tezijner beschikking heeft, doch ook, hoe die woonruimte zosmaakvol en zo doelmatig mogelijk voor de bewoninq wordtingericht, terwijl voorts woningbouwbestuurders, vooral ookwanneer zij plannen maken voor nieuwe complexen, er grootbelang bij hebben te weten door welke voorzieningen, bijv.gemeenschappelijke voortuinen, zij het door hen te- stichtencomplex kunnen verfraaien en de bewoning daarvan kunnenveraangenamen.Het derde middel (zie art. 3 sub c.) biedt U de weergave vande geopperde gedachte van ,,Volkshuisvesting" te Delft. Eengezonde en verantwoorde gedachte. leder, die van nabij temaken heeft gehad met de veelheid van onze woningbouw-verenigingen en stichtingen, weet wat ondanks de grote ijveren zorg, die de bestuurderen van deze corporaties zich ge-troosten voor hun taak, toch soms de goede wil het wint vande deskundigheid. Ik zal de laatste zijn om daarover in enigs-zins denigrerende vorm te spreken; maar wanneer ten bate vanhet door de Nationale Woningraad, door ons alien, zoals wijhier aanwezig zijn, voorgestane doel, namelijk de opvocringvan de volkshuisvesting daarin verbetering en vergemakkelij-king van de taak der bestuurderen kan worden gebracht, datdit een gave en goede gedachte is.De door mij te geven toelichting kon en mocht niet anders danzeer summierlijk zijn. Mag ik dan nog slechts dit tot slotzeggen:,,Zorg en Daad" moest, wilde de stichting naast en met deNationale Woningraad haar werk gaan verrichten, eerst toteen zekere wasdom komen. In de afgelopen tijd kon zij nogslechts in enkele incidentele gevallen de behulpzame hand bie-den. Het bestuur is van oordeel, dat nu ,,Zorg en Daad" eenzekere groei heeft bereikt, dat nu haar doelstelling zo ver-ruimd en verbreed gaat worden, zonder dat met de effectue-ring daarvan haar kapitaal en daarmede haar werkkracht nood-wendig verloren zou gaan, dat thans ,,Zorg en Daad" naasthaar maker, de Nationale Woningraad, zij het op bescheidenschaal veel goed en verantwoord werk kan gaan doen. Veelgoed en verantwoord werk voor het doel, dat ons alien hierweer samengebracht heeft: de verbetering in de ruime zin deswoords van de volkshuisvesting in ons land.Spreker brengt voorts nog naar voren, dat het woord ,,admini-stratie" in art. 3 sub. c. beter kan worden weggelaten, omdathet mogelijk verwarring met het werk van de Nat. Woning-raad kan wekken.Vanuit de zaal wordt de opmerking gemaakt het woord wo-ningbouwverenigingen in art. 3 sub c. te wijzigen in woning-bouwcorporaties, waarmede de heer Boelens volkomen accoordgaat, terwijl voorts door het Bestuur de wijzigingen aanvaardworden.De voorzitter dankt de Heer Boelens voor zijn toelichtingen constateert, dat de vergadering met de voorgestelde statu-tenwijziging accoord gaat.Voorstel 7 van de Algemene Woningbouwvereniging ,,Bus-sum" inzake de algemene ledenvergadering.De voorzitter dankt de Heer Boelens voor zijn toelichtingkomen duidelijk. Een splitsing van het congres naar practischeen theoretische vraagstukken is niet mogelijk. De leden krij-gen voor ieder congres voldoende gelegenheid om die stof opte geven, welke zij behandeld wensen te zien.Voorstel 8 van de Woningbouwvereniging ,,De Tuinstad-wijk te Leiden inzake de zelfstandigheid van de woningbouw-corporaties.De Woningbouwvereniging ,,Kockengen" deelt mede enige ,,,moeilijkheden te ondervinden bij de controle van haar admi- OVnistratie. Zij heeft zelf voor het kapitaal voor de woningbouwgezorgd; de lening wordt door de gemeente gegarandeerd. Inhet desbetreffende raadsbesluit moet nu, op uitdrukkelijk ver-langen van Gedeputeerde Staten, de bepaling worden opge-nomen, dat de Woningbouwvereniging de controle vanwegehet Verificatiebureau van de Ver. v. Ned. Gemeenten dient teaanvaarden. Dit gaat naar de mening van spr. te ver. Zowel dezelfstandigheid van de gemeente als van de bouwverenigingwordt door deze eis aangetast. Zijn Gedeputeerde Staten welbevoegd om een zodanige eis te stellen?De voorzitter wijst er op, dat men in het algemeen de eis totcontrole heeft te aanvaarden. Hierdoor wordt de zelfstandig-heid der corporaties niet in het minst bedreigd. Het is eenvou-dig plicht een dergehjke .controle te aanvaarden. lets andersis, of de kosten van deze controle aan de woningbouwcorpo-raties in rekening gebracht mogen worden. Wij kennen voor-beclden, waarbij een groot deel van de toch reeds schaarsemiddelen voor algemene onkosten wordt gebruikt voor de be-taling van de controle-kosten. Dat is natuurlijk niet juist. Deoverheid helpt ons in vele opzichten, zij moet staan op regel-matige controle, welke in haar opdracht geschiedt. Zij zalevenwel de kosten van die controle zelf dienen te betalen.Ten aanzien van het voorstel van ,,Tuinstadwijk" zegt de voor-zitter, dat in het prae-advies van het bestuur de mening te de-zer zake duidelijk tot uitdrukking is gebracht. De voorzitterheeft er geen behoefte aan deze ledenvergadering officieel telaten uitspreken dat de woningbouwcorporaties zich op eniger-lei wijze van de overheid zouden moeten losmaken. Dat zouimmers een leeg gebaar zijn. Samenwerking tussen overheiden woningbouwcorporaties kan eenvoudig niet worden gemist.Het bestuur van de Woningraad probeert die samenwerkingte bevorderen en te verstevigen waar het daartoe aanleidingvindt. Daarbij dient de zelfwerkzaamheid der corporaties even-wel uitgangspunt te zijn.De Woningbouwvereniging ,,Kockengen" kan zich met deuiteenzetting van de voorzitter wel verenigen. Er is in Kocken-gen geen verschil van mening tussen gemeentebestuur en wo-ningbouwvereniging. Het gaat er om, of Gedeputeerde Statenhet recht bezitten om voor te schrijven door welke instellingde woningbouwvereniging gecontroleerd moet worden.De voorzitter is van oordeel, dat het de woningbouwvereni-ging onverschillig kan laten welke instelling door de overheidmet de controle wordt belast. Zij mag alleen niet onverschilligzijn ten aanzien van de kosten der controle en ten aanzien vaneventueel overdreven eisen, die het werk zouden bemoeilijken.Competentie-kwesties tussen gemeentebesturen en Gedepu-teerde Staten moeten door deze partijen zelf worden beslecht.Mochten er ergens moeilijkheden met administratie of con-trole rijzen, dan moet men niet aarzelen_ die ter kennis van hetbureau van de N.W.R. te brengen.Woningbouwvereniging ,,De Tuinstadwijk" te Leiden ver-klaart het in het algemeen volkomen eens te zijn met het prae-advies van het bestuur van de N.W.R. en met de uiteenzet-tingen van de voorzitter. Tuinstadwijk vreest, dat wij voortdu-rend moeten blijven waken tegen de degradatie van de woning-bouw-corporaties tot woningexploitatieverenigingen. Is het nietmogelijk, dat de N.W.R. een instantie in het leven roept, diezich speciaal dit probleem aantrekt en van ogenblik tot ogen-blik uiterst waakzaam kan zijn tegen iedere aantasting van dezelfstandigheid der corporaties?De voorzitter wil erkennen, dat er hier en daar moeilijkhedentussen woningbouwcorporaties en gemeentebesturen bestaan.Deze moeilijkheden zijn echter lang niet altijd een gevolg vande opzet tot degradatie der woningbouwverenigingen. De bij-zondere tijdsomstandigheden met de daaraan verbonden ge-meentelijke bevoegdheden tot woningverdeling en de proble-__ men inzake de nieuwbouw belasten ook de overheid in veel' U sterker mate dan voor de oorlog. Ook de woningbouwvereni-gingen kunnen niet verlangen, dat de voor-oorlogse wijze vanhandelen reeds thans in alle opzichten weer zal worden toe-gepast. Van beide kanten moet begrip voor de moeilijkhedenworden opgebracht. In verscheidene gevallen heeft de Wo-ningraad reeds kunnen bemiddelen.Het denkbeeld van ..Tuinstadwijk" om een afzonderlijk or-gaan voor de behandeling van moeilijkheden tussen gemeentenen woningbouwverenigingen in het leven te roepen, lijkt nietefficient. Ons bureau is wehswaar niet sterk genoeg bezet omalle voorkomende zaken met voortvarendheid te behandelen,maar wij hopen in staat te zijn daarin spoedig verbetering tebrengen. Een afzonderlijk orgaan, zoals ..Tuinstadwijk" ver-langt, brengt in dit verband geen oplossing. Laat men moei-lijkheden en conflicten direct ter kennis van ons secretariaatbrengen. Samen zullen wij dan doen wat mogelijk is. Wachtmen met de inschakeling van de Woningraad, nadat ter plaat-se de meningsverschillen reeds zijn toegespitst, dan is eenbevredigende oplossing modlijk te bereiken. Tijdige bemidde-ling verdient de voorkeur boven het repareren van reedsscheef gegroeide verhoudingen.Voorstel 9 van de Arbeiders-Woningbouwvereniging ,,Roch-dale" te Alkmaar inzake de ministeriele circulaire van 24-4-'46.De voorzitter wijst er op, dat het bij dit voorstel behorendeprae-advies voorzichtig is gesteld. De ministeriele circulairevan April 1946 kan de woningbouwcorporaties in zeker op-zicht ook helpen. Wij zijn nu eenmaal niet in staat om hetonderhoudswerk binnen de woningen naar behoren voor onzerekening te verzorgen. Het moge waar zijn, dat deze circulairein juridische zin aanvechtbaar kan worden geacht, wij kunnenin veel gevallen toch niet anders handelen dan in die circulaireis aangegeven. De woningbouwverenigingen moeten de bewo-ners om begrip vragen voor de onderhouds-moeilijkheden. Ookdeze bewoners moeten begrijpen, dat het buiten-onderhouds-werk primair gesteld moet worden.De Algemene Arbeiderswoningbouwvereniging ,,Bussum"deelt mede, dat er ten aanzien van het onderhoud grote moei-lijkheden met het gemeentebestuur zijn gerezen. Het gemeen-tebestuur eist namelijk, dat de kosten van bepaalde reparaties,welke reeds verricht zijn, alsnog van de bewoners zullen wor-den gevorderd. Dit geldt ook voor reparaties en onderhoud,dat noodzakelijk is geworden in verband met ouderdom ofgebreken van de woningen. Zelfs ^wil men de bewoners ach-teraf de kosten van het herstel van lekkages laten betalen.De voorzitter: Wilt U daarmee zeggen, dat reeds door U,binnen de grenzen van de onderhoudsnorm betaalde kostenalsnog van de bewoners worden teruggevorderd?Alg. Arb.woningbouwver. ,,Bussum": ,,Zo is het inderdaad,mijnheer de voorzitter." Onze jaarrekening wordt uiteraarddoor het gemeentebestuur gecontroleerd. Achteraf zendt deafdeling Financien ons dan een lijst, waarop de bedragen zijnvermeld, die wij bij de huurders moeten innen. Dat is toch eenonmogelijke ,en .niet te aanvaarden methode?Arbeiderswoningbouwvereniging ,,Beter Wonen" te Leeu-warden: Is het eens met de vorige spreker. Het is voor destaat van de woningen gevaarlijk om de bewoners bepaaldereparatie-werken zelf te laten verrichten. Daar komt in de re-gel meer schade van dan herstel. Ook hierom is het inderdaadhet beste de circulaire van April 1946 te doen intrekken.De Bouwvereniging ,,Harlingen" kan eveneens het onder-houdswerk binnen de woningen slechts sporadisch en dannog onvoldoende verzorgen. Zij heeft woningen, die 40 jaaroud zijn en van binnen nodig geverfd moeten worden. Datkost circa f 600,'-- per woning. Kan men de bewoners nu eendeel van deze kosten laten dragen? Wordt een bijdrage vande huurders dan niet als een verkapte huurverhoging be-schouwd?Woningstichting ,,Leeuwarden'Leeuwarderadeel" wijst er opdat het Burgerlijk Wetboek bepaalt, dat de huurders moetenbijdragen in de kosten van kleine reparaties. Wannecr mendit niet redelijk acht, dan moet men aandringen op wetswij-ziging.Woningbouwvereniging ,,Voormt" te Enschede acht het ookbijzonder moeihjk om vast te stellen welke onderhoudswerk-zaamheden voor rekening van de huurders moeten zijn. Repa-raties van gebroken ruiten moeten door de bewoners wordenbetaald. De circulaire van de minister moet, zij het misschienna wijziging en aanvulling, gehandhaafd bhjven. Wij moetenproberen ten aanzien van het onderhoud een hjn te trekken.Dit zal in elk geval plaatsehjk geregeld dienen te worden.Men moet in een gemeente niet de ene bouwvereniging tegende andere kunnen uitspelen. Ook in Enschede zuUen de cor-poraties een gcdragshjn ten aanzien van het onderhoud vast-stellpn.ArbeiderS'Woningbouwvereniging ,,Rochdale" te Alkmaarwil gaarne op haar voorstel nog een korte toehchting geven.De onderhoudsnorm is naar algemeen inzicht te laag om eenbehoorhjk onderhoud te kunnen verzorgen. Deze norm dientz6 hoog te worden opgevoerd, dat het onderhoud op voor-oorlogse wijze kan plaats vinden. Men verwacht nu, in ver-band met een komende huurverhoging, ook een stijging vande onderhoudsnorm. Van die stijging moet worden gebruikgemaakt om de circulaire in te trekken. Deze circulaire ach-ten wij een onding. Het gemeentebestuur kan, op grond vandeze circulaire bezwaar maken tegen onderhoudswerkzaam-heden, die wij strikt noodzakelijk vinden. Wat er straks bijeen eventuele rijkscontrole in dit opzicht zal gebeuren kunnenwij slechts met een zekere angst tegemoet zien.Wij hopen, dat het prae-advies van het bestuur van deN.W.R. geen dode letter zal blijken te zijn. Dring inderdaadaan op intrekking van deze circulaire. Indien deze circulaire15 tot 20 jaar van kracht blijft en toepassing vindt, dan zullenwij krotwoningen overhouden. (Applaus).Woningbouwvereniging ..Goed Wonen" te Heukelum wilzorgen voor een tegenwicht tegen het applaus voor de voor-gaande spreker. Het intrekken-van de circulaire is een ge-vaarlijke onderneming. Wij kunnen nu eenmaal niet aan allewengen van de bewoners voldoen. Voor de afwijzing vanovercjlreven wensen kunnen wij van de circulaire als een doel-treffend wapen gebruik maken. De bewoners van particulierehuizen denken er eenvoudig niet meer aan om met kleinig-hedeh hun huisbaas lastig te vallen. Het is overdreven om aanhuurders van woningwetwoningen alles ten aanzien van hetondephoud toe te staan. Moeilijkheden als in Bussum doenzich jbij ons niet voor. Wat het gemeentebestuur van Bussumblijkbaar verlangt kan natuurlijk niet door de beugel. Daarmoet worden opgetreden. De woningbouwverenigingen heb-ben echter niet alleen tot taak om de volkshuisvesting te die-nen; zij moeten ook de arbeiders opvoeden tot goede bewo-ners, die wat voor hun huizen overhebben.N.N. (deze spreker verzuimde de naam van zijn verenigingop te geven): De circulaire, waar het hier om gaat, tast dezelfsfandigheid der woningbouwverenigingen aan. Er is indezejdiscussie reeds opgemerkt, dat het Burgerlijk Wetboekten danzien van de kleine onderhoudswerken een richtlijngeeft. Aan de hand van deze richtlijn moeten de woningbouw-verenigingen zelf kunnen uitmaken wat zij de huurder latenbetalen en wat niet. Het komt niet te pas, dat de bestuurdershun verantwoordelijkheid afwentelen door met de circulairete zwaaien. Aanmerkingen of critiek op het onderhoudsbeleidvan de zijde onzer leden moeten wij beantwoorden op grondvan de feitelijke toestand. Het prae-advies van het bestuurvan de N.W.R. dient te worden uitgevoerd.De fborzi^er: Het blijkt, dat het prae-advies terecht voorzich-tig is gesteld. De discussie beweegt zich om twee punten, t.w.de zelfstandigheid der corporaties en de verhoging van denorm voor onderhoud. Het wil mij voorkomen, dat de ministermet zijn circulaire zeker niet de bedoeling heeft gehad de zelf-standigheid onzer verenigingen aan te tasten. Hij heeft ons inonze moeilijkheden willen helpen, totdat door een volgendehuurverhoging de onderhoudsmiddelen ruimer zouden zijngeworden. Het bestuur van de N.W.R. wil in geen geval henin de kaart spelen, die de huidige onderhoudsnorm toereikendzouden willen noemen. Wij blijven ijveren voor verhogingdezer normen. Het is ons bekend, dat er bouwverenigingenzijn.die met plezier en goed gevolg aan de circulaire van deminister uitvoering hebben gegeven. Excessen als in Bussummogen daarvan natuurlijk niet het gevolg zijn. Indien vast-staat, dat de Bussumse bouwverenigingen eigener bewegingbinnen de normen van het onderhoud blijven, dan dient aande besturen der verenigingen het oordeel over de wijze vanhet onderhoud in beginsel te worden overgelaten. Onze con-clusie blijft, dat er, na een verhoging van de onderhouds-norm, meer dan een reden is om op intrekking van de circu-laire aan te dringen. Ten aanzien van deze hele zaak blijftgrote voorzichtigheid geboden. Strikt formeel geredeneerdkan men zeggen, dat de afwenteling van onderhoudslasten opde huurders in feite een ontoelatbare huurverhoging betekent.Wij moeten voor die formele redenering echter niet al te bangzijn. Onze verenigingen kunnen niet verder springen dan haarstok lang is. Dat moet de huurders duidelijk worden gemaakt.Motiveert men de afwijzing van het verlangde onderhoud al-leen door een verwijzing naar de circulaire, dan kunnen wel-licht moeilijkheden ontstaan. Men zal eenvoudig opening vanzaken moeten geven. Voor de feitelijke onmogelijkheid meergeld uit te geven dan er beschikbaar is, zullen ook de lastigstehuurders moeten wijken.Op een vraag van de voorzitter blijkt uit de reacties der ver-gadering, dat geen stemming over voorstel en prae-advieswordt verlangd. De voorzitter geeft nog de verzekering, dathet bestuur van de Woningraad deze breedvoerig besprokenkwestie niet op de lange baan zal schuiven. De verdere ont-wikkeling van huren en onderhoudsnormen zal nauwlettendworden gevolgd en op het juiste moment zal aan het prae-advies uitvoering worden gegeven.Voorstel 10 van de Ar-beiders-Woningbouwvereniging ,,Roch-dale" te Alkmaar inzake de normen voor duplex-woningen.De voorzitter zegt, dat het bekend is, dat er gemeentebesturenzijn, die niet toestaan, dat er voor duplex-woningen 4/3 maalde onderhoudsnorm en 2 maal de norm voor algemene onkos-ten wordt berekend. Het secretariaat wil in deze gevallen,die gelukkig tot de uitzonderingen behoren, gaarne proberenom deze gemeentebesturen tot betere gedachten te brengen.Met name in Haarlem is dit tot dusverre niet gelukt, ook alomdat het ministerie nog niet bereid bleek om over deze zaakeen duidelijke en ondubbelzinnige instructie te geven. Wijzullen opnieuw aan deze kwestie onze aandacht wijden.Voor de sluiting van de eerste zitting der vergadering ver-krijgt nog het woord het aftredende bestuurslid, de Heer H.f. Arnold.De Heer Arnold dankt de voorzitter voor de vriendelijkewoorden, welke deze aan zijn afscheid als bestuurslid van deWoningraad heeft willen wijden. Spreker is door dezevriendelijke woorden zeer getroffen. Spreker is 22 jaar langbestuurslid geweest; hij denkt met grote dankbaarheid te-rug aan de altijd prettige samenwerking in het bestuur.Het is zeker niet uit gebrek aan belangstelling voor de Wo-ningraad, dat spreker thans zijn plaats voor een jongereinruimt. Spreker hoopt in de gelegenheid te zijn het doenen laten van de Woningraad met onverflauwde belangstel-ling te volgen en met name ook nog vele congressen bij tewonen. Tot slot geeft spreker uiting aan zijn wens, dathet werk van de Woningraad moge strekken tot heil van 7172de volkshuisvesting en daardoor tevcns van ons gehele volk.(Hartelijk applaus).De voorzitter deelt mede, dat voorstel 11 van de Bouwverc-niging ,,Assen" aan de orde zal komen bij de discussie overde inleiding van de Heer Steinmetz. De eerste zitting van devcrgadering wordt vervolgens gesloten.TWEEDE ZITTING DER VERGADERING(Vrijdag H.30-17 uur).12. Bespreking van de concept-arbeidsovereenkomst voorpersoneel in dienst van woningbouwcorporaties.Vereniging ,,De Goede Waning" te Apeldoorn is verheugd,dat na lang wachten thans een uniforme regeling ter tafel isgebracht. Het voornaamste in de voorgestelde regeling is dedcelname aan de bedrijfspensioenregeling, Het is te betreuren,dat in de voorgestelde overeenkomst het administratief- enleidinggevend personeel nog niet is opgenomen. Kan het be-stuur voor een regeling voor deze categorie nog iets doen?De deelname van woningbouwverenigingen aan de risico-re-geling is eigenlijk van geen betekenis en daarom ook onaan-trekkelijk. Toch wil de ,,Goede Woning" deelname aan dezerisico-regeling wel aanvaarden terwille van de deelname inhet bcdrijfspensioenfonds, die er nu eenmaal onlosmakelijk aanis verbonden.Bouwvereniging ,,Beter Wonen" te Leeuwarden is van oor-deel, dat de voorgestelde overeenkomst aanvaard moet wor-den. Spreker zal nog gaarne vernemen wat precies onder,,risicofonds" wordt verstaan. Is het -- waar in de toelichtingover ,,bedrijfsgenoten" wordt gesproken -- de bedoeling, datde woningbouwcorporaties voortaan dezelfde status zullen be-zitten als de aannemers? Daar kunnen grote belangen meegemoeid zijn. Denk b.v. aan de toepassing van de B.S.B.-regeling en aan de opzet-kwesties. Het verdient aanbevelingom in dit vcrband ook met de loodgieters-organisaties totovereenstemming te komen. Men wil de woningbouwvereni-gingen immers gaan verbieden rechtstreeks sanitair te kopen?Woningbouwvereniging van Erfgooiers te Hilversum heeft inhet concept niets aangetroffen over de arbeidsvoorwaardenvoor het z.g. hogere personeel. Wenst hierover gaarne uit-voerige inlichtingen.De Algemene Woningbouwvereniging te 's-Gravenhage isdoor het thans voorgestelde resultaat van langdurige onder-handelingen in het geheel niet bevredigd. In de voorgestelderegeling blijft een deel van het personeel uitgesloten. Watmoet er met het administratief- en toezichthoudend personeel^ dat met de uitbreiding van het woningbezit eveneens inomvang toeneemt -- nu gebeuren? Bij een groot aantal corpo-raties gelden thans arbeidsvoorwaarden, welke uitgaan bovenhetgcen in het concept is bepaald. Weliswaar is in het conceptde mogelijkheid van dispensatie voor gunstige afwijkingenopengelaten, maar die mogelijkheid geldt niet voor nieuw per-soneel. Men zou dan niet te verantwoorden ongelijkheid inarbeidsvoorwaarden verkrijgen. Deze moeilijkheid wordt tegroter in verband met de mogelijkheid van verbindendverkla-ring der overeenkomst. In het algemeen is deze woningbouw-vereniging van oordeel, dat te veel aansluiting is gezocht bijde arbeidsvoorwaarden voor het bouwbedrijf. Men meent, datde woningbouwcorporaties de unie voor overheidspersoneel alspartner moet nemen voor het aangaan van arbeidsovereen-komsten.De Algemene Woningbouwvereniging vraagt de ledenverga-dering over de thans aangeboden overeenkomst geen uitspraakte doen en het bestuur van de Woningraad te vragen met deunie van overheidspersoneel onderhandelingen te openen.Mocht dit om de een of andere reden niet mogelijk zijn, dandient in ieder geval met de Bedrijfsunie voor het Bouwbedrijfte worden overeengekomen, dat voor het vaste personeel vanwoningbouwcorporaties uitzonderingsregelen kunnen gelden.Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen" te Zaandam is hetgoeddeels eens met het betoog van de vorige spreker. Zijvraagt voor het losse personeel dezelfde regelingen als voorde bouwvakarbeiders en voor het vaste personeel toepassingvan overheids-regelingen. In de thans voorgestelde regelingwordt gemist de toeslag op de uurlonen voor compensatie vande te betalen pensioenpremie. Voor het jeugdige personeel zoude beloning hoger moeten worden vastgesteld naar de matevan vakbekwaamheid. Artikel 15 verbiedt uitlening van per-soneel. Dat kan voor woningbouwcorporaties zeer schadelijkzijn.Woningbouwvereniging ,.De Tuinstadwijk" te Leiden is te-leurgesteld over het thans aangeboden resultaat van drie jaaronderhandelen. Zij acht de voorgestelde regelingen ten enen-male onvoldoende.De rechtspositie van het personeel is in het ontwerp niet ge-noeg beveiligd. Er wordt gesproken van voorwaarden voorjeugdig personeel, die in overleg tussen werknemer en werkge-ver zouden zijn vast te stellen. Hoe kan een jongen van 17 of18 jaar met zijn toekomstige ,,baas" onderhandelen? De toe-slagen voor te verrichten overwerk zijn te laag. Hoewel hetzeker niet de bedoeling mag zijn het verrichten van overwerkte stimuleren, verdient het in het belang van de arbeiders aan-beveling om reeds voor het eerste uur overwerk terstond eentoeslag op de uurlonen van tenminste 25% te bepalen. Inge-volge de voorgestelde overeenkomst zullen de arbeiders bijziekte de eerste drie dagen niets en verder slechts 80% vanhet loon ontvangen. Dit is onjuist. Er is geen enkele reden omeen zieke arbeider minder te betalen, integendeel. Wie zal indit verband bepalen of een arbeider ziekte voorwendt? ,,Tuin-stadwijk" acht de voorgestelde regeling ontoereikend en voeltderhalve niets voor aanvaarding.De provinciate afdeling Zuid-HoUand verklaart zich accoordmet hetgeen de Algemene Woningbouwvereniging te 's-Gra-venhage heeft verklaart. Zij stelt voor, dat het bestuur van deWoningraad het ontwerp C.A.O. terugneemt en een commis-sie vormt, die een regeling op basis van de arbeidsvoorwaardenvoor het overheidspersoneel zal ontwerpen.Coop. Bouwvereniging ..Volkshuisvesting" te Delft sluit zichaan bij het oordeel van de Algemene Woningbouwverenigingte 's-Gravenhage.Vereniging ..Volkshuisvesting" te Gorinchem heeft ernstigebezwaren tegen de in het concept als verplicht gestelde deel-name aan het bedrijfs-risicofonds. Voorts is voor woningbouw-verenigingen compensatie van de in bepaalde jaargetijden min-der gewerkte uren niet mogelijk.Sprekers uit Haarlem, Arnhem. ZmoUe. Groningen en Alk'maar sluiten zich aan bij hetgeen door de Algemene Woning-bouwvereniging uit 's-Gravenhage is gezegd.Woningbouwvereniging ..Spinoza" uit Rijnsburg overweegteen of twee mensen in dienst te nemen en wil gaarne wetenwat alle sociale lasten, welke uit de voorgestelde overeenkomstvoortvloeien, precies behelzen.De Woningvereniging ..Nijmegen" wijst op de financiele moei-lijkheden, welke de woningbouwcorporaties ondervinden. Opalle aanvaardbare manieren dient er bezuinigd te worden. Ver-wondering over de thans voorgestelde arbeidsvoorwaarden isdaarom op haar plaats. Deze voorwaarden zullen geen bezui-niging brengen, integendeel, verhoging van lasten zal er hetgevolg van zijn. Een principiele fout is er de oorzaak van, datthans een volstrekt verkeerde regeling wordt voorgesteld. Dewoningbouwcorporaties behoren van nature niet bij het bouw-bemrijf. De sociale lasten voor de bouwbedrijven zijn ongeveerde hoogste van alle bedrijfstakken. Er is een andere en voorde woningbouwcorporaties verkieslijker weg. Men zai in iedergeval het vaste personeel moeten onttrekken aan de regelingenvoor het bouwbedrijf. Indien men ook voor dit personeel zoumoeten betalen voor het risicofonds, dan zou men geen premiebetalen, maar alleen een volkomen overbodige subsidie. Bij debouwverenigingen komt risico eenvoudig niet aan de orde. Ookde onderbrenging van de woningbouwcorporaties bij de bouw-vakkenregehng voor de wachtgeld- en werkloosheidsverzeke-ring in schadelijk. Ook hier is de premie hoger dan noodzake-hjk is.Na een verzoek van de voorzitter cm het betoog te bekortenen zich tot de aan de orde zijnde C.A.O. te bepalen, ziet devertegenwoordiger van de Woningvereniging ,,Nijmegen"verder van het woord af. Hij deponeert een brief aan het be-stutir van de Woningraad ter tatel en verklaart de inhoud vandeze brief met een toehchting ter kennis van alle woningbouw-corporaties te zullen brengen,De voorzitter wijst er met nadruk op, dat het ter behandelingaangeboden ontwerp C.A.O. door de uniebonden aan de Wo-ningraad is verstrekt. Spreker durft derhalve niet die sprekerste vblgen, die de aangeboden regeling onvoldoende hebben ge-noemd. Dat zou immers betekenen, dat de vertegenwoordigersder I werknemers de belangen hunner leden onvoldoende zou-deni hebben behartigd. Dat is zeker niet het geval. Overigensis van onze zijde bij de onderhandelingen er meermalen op ge-wezen, dat een romp-overeenkomst moest worden aangebodenwaarin inderdaad de nog juist-aanvaardbare voorwaarden zou-denlzijn vervat. Het is immers ook ons, gelijk wie dan ook, be-ken^, dat de woningbouwcorporaties zeer grote moeilijkhedenondfervinden door de ontoereikendheid der middelen. Wij heb-ben er op gestaan, dat in de ,,minimum"-overeenkomst vol-doede ruimte voor afwijkingen naar boven zouden worden ge-lateji. Aan ons verlangen te dezer zake is voldaan. Een strijd-vraa.g blijkt nu te zijn of de woningbouwcorporaties voor dearbeidsvoorwaarden van het personeel bij het bouwbedrijfmoeten worden gerekend, dan wel in de ,,overheidssfeer"thuifihoren. Als men hier betoogt, dat men de bouwvak-rege-lingen niet kan betalen, hoe denkt men dan de middelen op tebrergen, die voor een regeling van de arbeidsvoorwaarden opbasi:3 van de overheids-contracten nodig zullen zijn? Men iszich blijkbaar de consequenties van een regeling op basis vande cverheids-voorwaarden niet volledig bewust. Bovendienvoelt spreker er persoonlijk niets voor om nu ook al ten aan-zien van de arbeidsvoorwaarden voor het personeel op over-heidskompas te gaan varen. Ook hier is de vraag van de zelf-standigheid der organisaties in het geding. Zou men de ar-beidsvoorwaarden voor het administratief- en toezichthoudendpersoneel aan de overheidsvoorwaarden willen toetsen, dan isdaar uiteraard niets tegen. Een kernpunt bij de behandelingvan deze zaak blijft: te zorgen voor zodanige middelen, dat hetpersoneel op redelijke wijze kan worden beloond. Spreker heeftintussen de indruk, dat de vergadering vandaag niet tot eeneensgezinde uitspraak over het aangeboden ontwerp kan ko-menfZoals uit de bij het ontwerp behorende toelichting dui-delijK blijkt, was het geenszins de bedoeling het ontwerp numaar ineens voor alle corporaties te aanvaarden. Het ging erslechts om de meningen te peilen en vervolgens aan ieder dercorporaties over te laten met de Bedrijfsunie al dan niet eenovereenkomst naar het thans aangeboden model af te sluiten.Hoe dit verder zij, spreker is bereid het ontwerp verder uitdiscussie te nemen. Er kan dan, naar aanleiding van de sug-gesties uit de vergadering, een commissie worden gevormd, diede hele zaak nog eens grondig onderzoekt. Derhalve ook devoorwaarden voor het z.g. ,,hoger" personeel. Spreker meenter in dit verband nog op te moeten wijzen, dat er allesbehalveeen eenheid in de nomenclatuur der verschillende functies be-staat. Een ,,boekhouder" bij de woningbouwvereniging X kaneen totaal andere functie vervullen dan een ,,boekhouder" bijde corporatie IJ.Woningstichting ,,Zomers Buiten" te Amsterdam is van oor-deel, dat de vriendelijkheid van de voorzitter tegenover de uitde vergadering geuite bezwaren te ver gaat. Er is allerminstreden om het ontwerp terug te nemen. Wij kunnen het onseenvoudig niet veroorloven nog langer zelfstandig regelingenvoor ons personeel te maken. Bovendien is de indeling bij deverschillende bedrijven voor de wachtgeld- en werkloosheids-verzekering gebaseerd op een wettelijke regeling. Het is on-verstandig en onvruchtbaar om zich daartegen te verzetten.Spreker wenst het ontwerp dan ook te handhaven.Arbeidersbouwveteniging .,Groningen" daarentegen meent,dat het ontwerp wel moet worden teruggenomen. Aan de toe-passing van het ontwerp zitten heel veel haken en ogen; hetis beter, de zaak nog eens grondig te bekijken.,,Volkshuisvesting" te Delft meent, dat er in deze discussie veelmisverstand schuilt. Tal van bestaande regelingen ten aanzienvan de arbeidsvoorwaarden zijn gunstiger dan die, welke in hetontwerp C.A.O. zijn vervat. Spreker adviseert opnieuw bespre-kingen te openen met de Bedrijfsunie voor het Bouwbedrijf endaarbij dan ook de Unie voor Overheidspersoneel te betrekken.Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen" te Vlissingen vraagtde voorzitter over het ontwerp te laten stemmen. Het is, geziende sfeer in de vergadering, zeker niet uitgesloten, dat er voorhet ontwerp een meerderheid wordt gevonden.De voorzitter is dankbaar voor de goede wenken, die hij intus-sen heeft gekregen. Hij blijft evenwel bij zijn mening, dat hetbeter is het probleem nog eens oiider de loupe te nemen. Menmoet in deze vergadering ook de schijn vermijden, dat er letszou worden opgelegd, wat sommigen niet aanvaardbaar ach-ten. Bovendien wordt er door enig uitstel aan de feitelijke situa-tie niets veranderd. Men dient bepaalde sociale verplichtingenna te komen en men moet proberen dat te d
Reacties