October 195313e Jaargang - No. 10pe WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenAdres voor Redaotie eD Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 724298Verschijnt maandelijks Adres Toor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Mededelingen van de Nationale WoningraadOp 21 October 1953 zonden wij aan de leden vande Woningraad een uitvoerige circulaire, waarvanwij de inhoud hier laten volgen:Enkele ontwikkelingen en omstandigheden geven ons aan-leiding om door middel van dit rondschrijven U enige mede-delingen te doen, die voor U wellicht van belang kunnenzijn. Mogelijk is er iets bij, dat voor velen Uwer geen nieuwsbevat; wij menen echter met name voor wat betreft de ko-mende wijzigingen in de huurprijzen volledigheid te moetenbetrkchten.1. De huurverhoging en haar gevolgenZoa s U uit de courantenberichten bekend zal zijn, zullenRegering en volksvertegenwoordiging in de komende weken,,onderhandelen" over de voorstellen tot huurverhoging.Hoewel op de resultaten van de debatten in de Tweede Ka-mer niet kan worden vooruitgelopen en bovendien moetworden afgewacht of de Eerste Kamer de al of niet ge-amen-deerde Rcgeringsvoorstellen zal aanvaarden, mag toch welmet aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordenaangenomen, dat de algemene huurverhoging per 1 Januari1954 een feit zal zijn.De voorstellen van de Regering te dezer zake houden reke-ning met een verhoging van de thans voor de voor-oorlogsewoningen geldende huurprijzen met 17-29 procent. De voor-gestelde differentiatie in de verhogingspercentages wordt ge-motiveerd met een verwijzing naar de bestaande absoluteverschillen in de huurprijzen in de steden en ten plattelande.Waren bij het voorheen bestaande onderscheid tussen delonen in stad en dorp ook de verschillen in de huurprijzenaannemelijk, nu in de laatste jaren de loonbedragen elkaardichter zijn genaderd is er zeker geen reden om het in ab-solute zin bestaande verschil der huurprijzen te vergroten.Vandaar, dat de huurprijzen ten plattelande en in de kleineregemeenten met een hoger percentage zullen stijgen dan dehuren in de steden. Zodoende blijft de verhoging ^ gemetennaar het geldbedrag -- overal ongeveer gelijk.Voorbeeld: Gemiddeld huurpeil in een klein dorp / 4,-- perwoning per week. Verhoging 29%. Nieuwe huurprijs wordtf 5.20.Gemiddeld huurpeil in een grote stad f 7.--. Verhoging 17%.Nieuwe huurprijs wordt / 8.20.Hoewel de huurverhoging in dit willekeurige voorbeeld naareen verschillend percentage is berekend, is de uitkomst voorwat het bedrag der verhoging aangaat (/ 1,20) precies gelijk.Ook huurverhoging voor nieuwe woningenUit de voorstellen van de Regering blijkt, dat ook een deelvan de na de oorlog gebouwde woningen voor een (nader tebepalen) huurverhoging in aanmerking komt. Het is nog nietbekend op welke wijze met name voor de na-oorlogse wo-ningwetwoningen die verhoging zal worden berekend. Zoalsbekend hebben alle gemeentebesturen aan het Ministeriemoeten opgeven welk voor-oorlogs huurgemiddelde voor ar-beiderswoningen per plaatse gold. Deze opgave verschaftehet Departement een maatstaf tot controle van de huurprij-zen, welke uit de exploitatie-opzet voor de nieuw te bouwenwoningen voortvloeide. Het is niet onaannemelijk, dat menten Departemente van de aldus verkregen gegevens gebruikzal willen maken om de huurverhoging voor de na-oorlogsewoningen te berekenen. Indien dat zo is, dan kunnen er weleens vreemde dingen aan het licht komen. Het is immersalgemeen bekend, dat de huur-opgaven van de gemeentebe-sturen (welke opgaven in de loop van de tijd ,,onder dedwang der omstandigheden" in veel gevallen zijn ,,herzien")de werkelijkheid in onvoldoende mate weergeven. Om aanmoeilijkheden bij de nieuwbouw te ontkomen, zagen velegemeentebesturen zich genoodzaakt een geflatteerd huurpeilaan het Ministerie op te geven in die zin, dat men het peilhoger waardeerde dan het in werkelijkheid was. Zou men nuop basis van dit geflatteerde huurpeil de verhoging gaan be-rekenen, dan zal dit in verscheidene gemeenten tot onaan-gename ervaringen leiden.Intussen; w^ij speculeren maar een beetje. \Vij zijn er onsvan bewust, dat het een uitermate moeilijke zaak is om metname de verhoging der huurprijzen voor een deel van de na-oorlogse woningen op redelijke en rechtvaardige wijze te re-gelen. Het laat zich aanzien, dat er zich op dit terrein velecomplicaties zullen voordoen.Schrik voor de huurverhogingHet valt ons bij onze trektochten door het land op, dat menin de huurverhoging nog dikwijls een moeilijk te dragenverzwaring van lasten ziet. Uiteraard zullen de bewonersstraks meer dan tot dusver aan huishuur moeten uitgeven.Daar staat echter tegenover --- men blijkt dit niet altijd tewillen aannemen .--, dat vrijwel iedereen voor die verhogingder uitgaven een volledige compensatie zal ontvangen. Ophet ogenblik, waarop de huurverhoging van kracht wordt,treedt ook een algemene loonsverhoging in werking. Boven-dien worden nog enkele belastingverlagingen ingevoerd. Losvan de huurverhoging staat dan nog de verlaging van loon-en inkomstenbelasting. Het dacht ons goed dit -- wellicht tenovervloede -- nog even onder de aandacht te brengen, opdatde bestuurders van onze bouwverenigingen klagende huur-ders eventueel op gepaste wijze van antwoord kunnen dienen.Dc uitvoeringsmaatregelcn verschijncn laatVoorzover ons bekend is men ten Departemente bezig (mo-gelijk zelfs al vergevorderd) met de voorbereiding van deuitvoeringsmaatregelen. Men kan evenwel deze maatregelenniet bekend maken, voor en aleer de wijziging van de Huur-wet tot stand is gekomen. Dit laatste kan nog wel even opzich laten wachten. De voorstellen tot wijziging van de Huur-wet worden in de Tweede Kamer tegelijk met een aantalandere zeer belangrijke onderwerpen behandeld. De couran-ten voorspellen, dat de Regering voor het eerst op 27 Oc- 121122tobcr a.s. de sprekers-in-ccrste-aanleg kan antwoorden.Daarna komen dan nog de replieken. Mochten er van deKamer uit nog wijzigingen in de voorstellen worden aan-gebracht, dan zai dat mogclijk vertraging in de afdoeningveroorzaken. Nadat de Tweede Kamer tot een eind-beslissingis gekomen, meet de Eerste Kamer de zaak nog afdoen. Ten-slotte kan dan de Wetswijziging in het Staatsblad komen.Algemeen verwacht men, dat zulks niet eerder dan omstreeksSt. Nicolaas het geval zal zijn. Ontstaan er verwikkelingen,dan wordt het zelfs nog later.Het is derhalve te vrezen, dat de voor woningbouwvereni-gingen en gemeenten zo belangrijke aanwijzingen inzake detoepassing van de huurverhoging zeer kort voor het in wer-king treden van de wetswijziging worden bekend gemaakt.Er dreigt dus een herhahng van de moeihjkheden, welke zichbij de algemene huurverhoging van 1 Januari 1951 hebbenvoorgedaan. Toen werden de aanwijzingen eerst eind Decem-ber gepubliceerd. Vanzelfsprekend zullen wij proberen onzeleden zo vroeg mogelijk over de bijzonderhcden der uitvoe-ringsmaatregelen in te lichten.Normen voor onderhoud en algemene onkostcnAllerwege ontmoeten wij grote belangstelling voor de gevol-gen, welke de huurverhoging zal hebben voor de woning-wetexploitatie. Het behoeft nauwelijks betoog, dat wij tenDepartemente reeds vroegtijdig stappen hebben ondernomenin verband met de te verwachten verhoging van de normenvoor onderhoud en algemene onkosten. Wij zijn niet gerech-tigd reeds nu mededelingen over het verloop van de be-sprekingen te doen. Wei kan --^ al was het maar aan dehand van de tussen Regering en Tweede Kamer gewisseldestukken -- worden medegedeeld, dat op een vrij aanzienlijkeverhoging der normen mag worden gerekend. Aangenomen,dat de huurverhoging zelve een feit wordt (en wij nemen dataan), staat het vast, dat woningbouwverenigingen en gemeen-ten voor het volgend jaar mogen rekenen op meer dan ander-half maal de huidige normen voor onderhoud en dat de thansgeldende limiet voor algemene onkosten met een derde ofmeer zal stijgen.Hoewel men nu en straks kan discussieren over de vraag ofde verhogingen toereikend zijn, is er plaats voor voldoeningover de verbetering, die dan eindelijk en ten langen leste eenfeit zal zijn!Wij nemen aan, dat de verhoging der normen niet alleenzal gelden voor de exploitatie van die woningen, waarvanstraks de huurprijs zal stijgen, maar evenzeer voor de nieuw-ste woningen, die niet aan de huurverhoging zijn onderwor-pen. Voor laatstbedoelde gevallen zal de stijging der normendan moeten worden opgevangen door een evenredige ver-hoging van de rijksbijdrage. Men zal zich herinneren, datwij voor deze ,,gelijke behandeling" in een artikel in het Mei-nummer van ons maandblad hebben gepleit! (Revolutiebouwen onderhoudsmoeilijkheden).Te hogc hurcn omlaag?In het laatstverschenen nummer van ,,De Woningbouwver-eniging" hebben wij protest aangetekend tegen het voorne-men van de Regering om bij gelegenheid van de komendewijzigingen in het huurpeil nizts te doen ten behoeve van dein de laatste jaren gereedgekomen woningen. Op biz. 8/9van het jaarverslag over 1952 van de Woningraad heeft hetbestuur reeds toen een analyse van het ontstaan van de wan-verhoudingen in de huren gegeven.Ongeveer een week geleden heeft het N.V.V. in een adresaan de Tweede Kamer eveneens aangedrongen op een ver-laging van de extra-hoge huren voor bepaalde categorieenvan nieuwe woningen.Dezer dagen nu meldden beknopte couranten-berichten, datde Regering -- hoewel zij aanvankelijk het denkbeeld van dehand had gewezen -- toch een toeslag op de rijksbijdrage inde exploitatie wil geven voor die woningen, waarvan de huur-prijs onredelijk hoog is opgelopen. De berichten spraken daar-bij over een compensatie van hoge rentelasten. Dit zou metname voor de z.g. goedkope woningen (gebouwd in de,,Bouma-sector") een huuiverlaging met / l.--- tot f 1.50 perwoning per week kunnen betekenen. Voorts wil de Regering-- blijkens de berichten ^- ook tegemoet komen aan de moei-lijkheden als gevolg van de zeer hoge risico-verrekeningen(in verband met het ,,Korea-effect"). Deze tegemoetkomingzou betrekking hebben op die gevallen, waarin de risico-ver-rekening meer dan 12% van de aanneemsom heeft omvat.Uiteraard verheugen wij ons over deze koerswijziging van deRegering. Uitgebreid commentaar is, bij gebrek aan gedetail-leerde informatics, nog niet mogelijk. Onze blijdschap overde thans bekend geworden toezeggingen niet verbergend,willen wij reeds wel als onze mening kenbaar maken, dat deRegering een stapje verder zou kunnen gaan en alle bovenhet theoretische peil uitgeschoten huurprijzen zou moeten re-dresseren! Tenslotte zijn alle woningwetwoningen tot standgekomen tegen door het Ministerie goedgekeurde bouwprij-zen. Men kan en mag gemeentebesturen en woningbouwver-enigingen niet verwijten, dat zij onredelijk duur hebben ge-bouwd en dus de te hoge huurprijzen aan zichzelf te wijtenzouden hebben. Alle huurprijsverhogende factoren vallen bui-ten de verantwoordelijkheid van de opdrachtgevers. Het ar-gument, dat vele bewoners van woningwetwoningen de hogehuur vrij gemakkelijk kunnen betalen, is niet deugdelijk.In de eerste plaats zijn daarmede de arbeiders met een ,,nor-maal" inkomen niet geholpen en in de tweede plaats kan deRegering bezwaarlijk een onredelijk hoog huurpeil voor be-paalde woningen handhaven, hetgeen dan immers de bete-kenis zou hebben van een ,,extra-belasting" voor hen die zo'ndure woning moesten accepteren.Daarom: als de Regering nu toch het verstandige besluitheeft genomen om in een aantal gevallen de rijksbijdragente verhogen, laat zij dan niet in het zicht van het einddoelblijven steken, maar van de thans aanwezige gelegenheidgebruik maken om naar vermogen over de gehele linie dehuren recht te trekken!Naar aanleiding van de berichten in de couranten hebben wijde Centrale Directie gevraagd ons in te lichten over de ver-heugende en verrassende wending in het standpunt van deRegering te dezer zake.2. Toepassing subsidic-rcgeling winter-schildcrwerkIn de vakbladen is reeds aangekondigd, dat ook weer in hetkomende seizoen (van half November tot 1 Maart) een sub-sidie-regeling voor de uitvoering van schilderwerk vankracht zal zijn. Voor subsidiering zou in aanmerking komenalle binnenschilderwerk, wit- en sauswerk en voorts alle bui-tenschilderwerk, voorzover dit betreft afbranden c.q. af-schrappen of afbijten en eenmaal gronden en stoppen derruiten.Er is in de berichtgeving over deze zaak enige tegenstrijdig-heid. In het vakblad ,,Cobouw" van 11 September j.l. werdde regeling in haar geheel afgedrukt, alsof zij reeds officieelzou zijn vastgesteld. In ,,de Bouwer" van 22 October 1953(Orgaan van de Alg. Ned. Bouwbedrijfsbond) is echter eenofficieel bericht van de ,,Mebesal" opgenomen, waarin wordtvermeld, dat de Minister van Sociale Zaken de regeling nogniet definitief heeft getekend en dat deze regeling derhalvenog niet definitief vaststaat. Formulieren om het subsidie aante vragen zijn nog niet voorradig; het heeft --- blijkens ditofficiele bericht .-- dus nog geen zin om die formulieren tebestellen. ,,Mebesal" verwacht echter, dat de regeling spoe-dig zal worden afgekondigd.In vorige jaren heeft een aantal woningbouwcorporaties er-varen, dat voor het werk ,,in eigen beheer" de subsidierege-J^^,a\\esta^Naam en modelintemationaalbeschermd*OCRIETreinigen metVIM?Vraagtvrijblijvendde NIEUWEcatalogtisvan hetLAVET aan de(khUtFABRIEKEN N.V.BAARNTel. K 2934-5641(4 lijnenj123ling niet kon worden toegepast. Van verschillende kantenontvingen wij het verzoek pogingen aan te wenden om detoepassing van de regeling voor dit werk wat gemakkelijkerte maken. Wij hebben ons daarover verstaan met de DienstUitvoering Werken (D.U.W.), aan welke Dienst de uit-voering der regeling is of wordt opgedragen. Naar aanlei-ding van onze besprekingen hebben wij enige weken geledeneen beperkte enquete ingesteld bij die woningbouwcorpora-ties, van wie wij mochten aannemen, dat zij schilderwerk ineigen beheer uitvoeren en dat zij belangstelling voor toeken-ning van subsidie zouden hebben. Het is ons gebleken, dat-- in tegenstelling tot hetgeen daaromtrent van de zijde vande D.U.W. werd beweerd -- verscheidene woningbouwcor-poraties in vorige winterseizoenen schilders moesten ont-slaan, omdat de middelen voor de voortgezette te werkstel-hng ontbraken. Bovendien berichtten deze woningbouwcor-poraties ons, dat zij niet tot ontslag behoeven over te gaan,indien een toereikend subsidie zou kunnen worden toege-kend.Wij hebben thans aan de Minister van Sociale Zaken ge-vraagd de D.U.W. op te dragen ook de eventuele aanvra-gen van woningbouwcorporaties voor de toekenning van sub-sidie welwillend te beoordelen. In ons verzoek hebben wijeen dankbaar gebruik gemaakt van de gegevens, welke wijuit de enquete verkregen. Hoewel wij uiteraard niet kunnenvoorspellen hoe de Minister op ons verzoek zal reageren,hebben wij enig vertrouwen in de kracht van de aangevoerdeargumenten. Wij zullen de belanghebbende woningbouwcor-poraties direct inlichten over de (komende) verschijning vande subsidie-regeling. Reeds nu adviseren wij te overwegenwelke objecten voor een subsidie-aanvraag in aanmerkingkunnen komen.3. Administratieve werkzaamhedenVan enige leden ontvingen wij ter inzage een circulaire vanhet Landelijk Administratiekantoor voor Woningbouwver-enigingen, P. A. Kaas Wzn., Hygieaplein 44 te Amsterdam.Waar wij uit de diverse binnengekomen aanvragen om ad-vies van onze leden moeten opmaken, dat genoemd admini-stratiekantoor zijn circulaires wijd verspreid heeft, menenwij '-- mede ter vermijding van afzonderlijke correspondentieop dit punt -- dat het wenselijk is in een algemeen rond-schrijven aan onze leden onze mening kenbaar te maken.Voorop willen wij stellen, dat het voor onze aangesloten cor-poraties van groot belang is en uit dien hoofde aanbevelingverdient, dat zij bij ons informeren over aanbiedingen, dieaan hen gedaan worden voor het verrichten van administra-tieve werkzaamheden.Dit impliceert, dat de personen of kantoren, die zich aanbie-den voor het verrichten van administratieve werkzaamhedenvoor woningbouwcorporaties zich met ons verstaan over dewijze, waarop zij eventueel hun diensten willen verlenen enover de tarieven, welke zij daarvoor in rekening wensen tebrengen.Gezien het feit, dat bovengenoemd administratiekantoor ditniet gedaan heeft, achten wij ons thans niet gerechtigd tothet aangaan van verbintenissen voor het aangegeven doelmet dit kantoor te adviseren.Gaarne vertrouwend, dat enige van de in deze omvangrijkecirculaire vervatte mededelingen voor U van belang zullenzijn, verblijven wij, steeds tot Uw dienst,hoogachtend,De secretaris van de Nationale Woningraad.Moeilijkheden voor PostduivenhoudersHet is aan geen twijfel onderhevig dat postduivenhouders inde jaren na de oorlog in meerdere mate dan voor de oorloghet geval was, moeilijkheden ondervonden hebben en thansnog ondervinden met verhuurders, verband houdende metde beoefening dezer sport.Hoewel in sommige gevallen geklaagd werd door particu-liere eigenaars van percelen, kan toch gezegd worden dathet merendeel der moeilijkheden voor postduivenhouders ver-oorzaakt is door Woningbouwverenigingen en Stichtingen,die, dit moge toegegeven worden, op verdienstelijke wijze,zoveel mogelijk getracht hebben de nijpende woningnood teverminderen, welke door de oorlog ontstaan is.Was het voor de oorlog zo, dat men te kust en te keur eenwoning kon uitkiezen in practisch elke straat van de stad, metemolumenten als de eerste drie maanden geen huishuur be-talen, nieuw behang, nieuw verfje, waarbij het houden vanpostduiven, kippen of huisdieren een bagatel was, thans on-dervinden vele mensen moeilijkheden wanneer zij met eenof meer dieren hun intrek willen nemen in de vaak al zolang begeerde huizen der Woningbouwverenigingen. Zij te-kenen in hun begeerte een huurcontract, na al of niet kenniste hebben genomen van het verbod tot het houden van die-ren binnen- en buitenshuis, daarna gaan ze huisdieren houdenof maken een kippen- of duivenhok en bevinden zich terstondin moeilijkheden. Hoe komt dit nu?Wanneer wij nagaan of een dergelijke verbodsbepaling, op-genomen in een huurreglement, billijk is of niet, moeten wijin de eerste plaats beschouwen dat men voor de oorlog, zo-als boven reeds is opgemerkt, zeer zeker doordat woning-aanbod de vraag verre overtrof, klaarblijkelijk de zucht van124 de mens een of meer dieren om zich heen te hebben niet zoerg vond. Dergelijke verbodsbepalingen zijn dus een tijds-beeld. Er zijn immers thans ook Woningbouwverenigingendie niet een dergelijke verbodsbepaling opgenomen hebben,of, indien wel, zich er niet aan storen, net als hun huurders.Een overtreding van een dergelijke verbodsbepaling -- zomaakte de Kantonrechter in meerdere gevallen uit ^ is danook niet altijd als onbehoorlijk gebruik of wanprestatie vande zijde van de huurder te beschouwen.Een billijkheid kan in zekere zin hierin gezien worden, datde woningbouwverenigingen uit de aard der zaak peil enstand van hun woningen zo hoog mogelijk trachten op tevoeren. De angst bestaat dat door het ongelimiteerd dierenhouden of hokken timmeren, en dit laatste natuurlijk vaakop onoordeelkundige wijze, dit woningpeil de tendenz ver-toont omlaag te gaan. Doch, zo mogen wij ons afvragen,loopt dit nu werkelijk zo'n vaart?Om dit nu te beoordelen moeten wij de belangen van beidepartijen afwegen. Zoals boven gezegd is het inderdaad vanbelang, dat de Woningbouwvereniging niet het recht ontzegdwordt het peil, en laten wij het nu eens speciaal hebben overhet peil aan de buitenkant van de woningen, zo behoorlijkmogelijk te houden. Wordt deze schoonheidsfactor nu geweldaangedaan door het bouwen van hokken in de tuin of op hetbalkon? Zeer zeker niet.Toegegeven kan worden dat wankele, van zeepkistjes in el-kaar getimmerde, onooglijk geverfde en uitziende krottengeenszins een bijdrage kunnen leveren voor de vaak heel aar-dige huizen der Woningbouwverenigingen. Doch ook de or-ganisatie van postduivenhouders ziet deze ,,gebouwen" nietgaarne. Zij getuigen niet van orde en netheid der betrokkenleden.Wanneer evenwel op bescheiden wijze een hok gebouwdwordt, waarbij acht geslagen is op de gemeentelijke voor-schriften omtrent lengte, breedte, hoogte, rooilijn e.d., een enander keurig en helder in de verf, en geflankeerd door en-kele struiken, kan zoiets onmogelijk als afbraak van de uiter-lijke schoonheid van het huizencomplex beschouwd worden.En nu het belang van de postduivenhouders aan de anderekant. Zij zijn ondergebracht middels een 1200 verenigingen,afdelingen en een zestal bonden in de Nederlandse Post-duivenhouders Organisatie, een federatie van ongeveer 55duizend leden, gevestigd in Amsterdam, KoninkUjk goedge-keurd, waarbij Hare Majesteit de Koningin aan de postdui-venhefhebberij Haar KoninkUjk Beschermvrouwschap ver-leende.Ongetwijfeld kan gezegd worden dat het culturele peil vande postduivenliefhebberij dank zij deze federatie zeer geste-gen is.Zij groepeerde hare leden, bundelde het gezag, legde con-tacten met de overheid en vele landen, vertegenwoordigdede duivensport op international congressen, maakte haar or-ganisatie de tweede afnemer der Nederlandse Spoorwegen,diende met bijdragen van gemiddeld anderhalve ton per jaarliefdadige doeleinden op velerlei terrein, reeds gedurendemeer dan 50 jaar. De postduiven barer leden dienden hetMinisterie van Oorlog en ons alien dus reeds in en v66r deMeidagen van 1940, de leden hadden soldaten op hun hok,en ook thans staan alle vogels onzer leden zowel administra-tief als feitelijk ter beschikking van het Ministerie van Oor-log. Ook bij de Nationale Ramp stonden onze leden klaarom op ruime wijze bij te dragen voor de slachtoffers van deWatersnood.Onze organisatie kwcekt door woord en geschrift bij onzeleden ontegenzeggelijk gunstige kwaliteiten aan als nauwkeu-righeid, zorgvuldigheid, kennis en hefde voor vogels, behulp-vaardigheid voor anderen, leidt de in iedere mens aanwezigespeelzucht in banen en houdt door haar ontspanning de ledenvani de straat af.Zij stichtte haar Stichting Gezondheidsdienst, gevestigd in deUniversiteit te Utrecht onder supervisie van professor Jan-sen, die door zijn kennis en ondcrzoekingen onschatbarediensten heeft bewezen in verband met het recente onderzoeknaar de oorzaak der vogelpest en pseudo-vogelpest.Al deze mensen, en dit zijn nu nog maar 55 duizend post-duivenhouders, willen alien graag in hun vrije tijd hun lief-hebberij uitoefenen. Het is een sport welke speciaal door dearbeidende klasse beoefend wordt. Een ander heeft weer eenandere hobby, waarin hij graag met rust gelaten wil worden,Wanneer wij al het bovenstaande nu eens beschouwen, danzalThet voor een ieder duidelijk zijn, dat het voor de post-duivenhouders een groter belang is hun ontspanning -- dievelen van hen reeds 10 a 20 jaar in deze sport vinden -- tekunnen continueren, dan het kleine nadeel dat hieruit voorenkele Woningbouwverenigingen kan ontstaan.Daaraan zou ik nog het volgende willen toevoegen: indieninderdaad door het toestaan van het houden van postdui-ven enig nadeel zou dreigen te ontstaan, zou overleg metonze organisatie zeer zeker tot een voor beide partijen be-vredigende oplossing leiden, b.v. in dier voege, dat bepcr-kingen worden opgelegd terzake van afmetingen van het hok,uit-j/liegtijden, aantal vogels, uiterlijk en kleur van het hoketc[ In vele gemeenten mochten wij een dergelijke overeen-komst maken met gemeentelijke instelhngen of woningbouw-verenigingen. Deze afspraken, zo mag ik hieraan ter gerust-stelling toevoegen, werden tot op heden nooit door onzeledtn overtreden, dank zij onze sanctie van royement. Wijbrachten standaardtekeningen van tuin- en balkonhokken,die in vele gevallen ter uniforme uitvoering van de bouwzijn aangenomen.Met al het bovenstaande heb ik uit de aard der zaak het oogslechts gehad op het verbod in preventieve betekenis. In ge-vallen van later ontstane hinder konden enerzijds door onsde hinderveroorzakende factoren uitgeschakeld worden, an-derzijds was in een enkel geval zo een factor niet te ver-mijden, zodat toegezien werd op beeindiging van de sport ofhet verkrijgen van woningruil. In dit artikel is slechts bcdoeldcritiek te leveren op het van te voren uitsluiten van elkemogelijkheid tot het houden van dieren in het algemeen envan postduiven in het bijzonder.Ik moge besluiten met de hoop uit te spreken, dat boven-staande er toe moge bijdragen dat de postduivensport, zoalsdie in georganiseerde vorm door onze leden wordt beoefend,niet bij voorbaat meer in de weg gelegd wordt door Wo-ningbouwverenigingen al of niet met gemeentelijk karakter,dan onder de bepaalde omstandigheden strikt noodzakelijk is,dat voorts niet in het algemeen en bij voorbaat het houdenvan postduiven bij huurcontract worde verboden en ten slottedat in dergelijke gevallen de moeite kan worden genomentot het leggen van contact en het plegen van overleg metde Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, waarbij --het zij nogmaals onder de aandacht gebracht ^ tot op hedensteeds een voor beide partijen aanvaardbare oplossing werdqevonden.^ Mr A. SMINKDe NATIONALE WONINGRAAD teAMSTERDAM heeft op zijn technischbureau plaats voorenige bekwamebouwkundige tekenaarsSollicitaties te zenden aan NationaleWoningraad, Wouwermanstraat 27 teAmsterdam (Z.).VERGADERING AFDELING ZUID-HOLLANDDe afdeling Zuid-Holland van de Nationale Woningraadbelegt, in samenwerking met de Haagse Federatie van Wo-ningbouwverenigingen, op 21 November 1953, des morgenste half elf in Cafe-Restaurant ,,Den Hout" te 's-Gravenhageeen buitengenwone ledenvergadering. Deze vergadering is ge-wijd aan een bespreking der ,,Problemen van en over Oudenvan Dagen". Inleiders zijn de Heren Ir M. C. A. Meischkeb.i. en Ir W. Vermeer b.i. Des middags wordt onder leidingvan de Heer C. Voormolen het verzorgingshuis ,,Oostduin"van de Diaconie der Ned. Herv. Kerk te 's-Gravenhage be-zichtigd.Belangstellenden buiten de kring der leden van de afdelingen de Haagse Federatie kunnen op aanvraag een uitnodigingverkrijgen bij de Heer W. F. van Niekerk, Walnootstraat 145te 's-Gravenhage. 125VELE MILLIOENEN GULDENSzal de uitvoering van de woning-bouwplannen gedurende de ko-mende jaren vergen.Als U met Uw reclame al diegenenbereiken wilt die bemoeienis hebbenmet de besteding van dit bedrag,adverteer dan inDeWoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woning-raad, Algemene Bond van Woning-bouwverenigingenOplage ruim 3.500 exempl.Bi] regelmatige plaatsing zeer voor-delige advertentie-prijzen. Vraagzonder verplichting tarief aan bijde administratie :Keizersgracht 188, Amsterdam-C. - Tel. 49128-43254126De vorming van de exploitatie-reserve voorwoningwetwoningenBij het veelvuldig contact met onze woningbouwcorporatiesin den lande constateren wij, dat er inzake de vorming vaneen algemene exploitatie-reserve ex art. 24c van het Woning-besluit nogal wat moeilijkheden zijn. Voor die moeilijkhedenworden de meest uiteenlopende oplossingen gekozen, dan wel,,de tijd tot bondgenoot genomen", doordat men de zaak een-voudig ,,blauw-blauw" laat. Er zijn gemeentebesturen, dierustig ieder jaar 7% van de huurprijs der woningen aan dereserve ten goede doen komen, zonder daarbij gebruik te ma-ken van hun bevoegdheid de woningbouwcorporaties in dezereserve-stortingen te laten bijdragen. Andere gemeentebe-sturen daarentegen wensen zonder overleg en zonder onder-zoek naar de mogelijkheden aan de woningbouwcorporatiesde verplichting tot betaling van 3i/^% van de jaarhuur opte leggen, waardoor zij het de desbetreffende corporaties bij-zonder moeilijk maken. Tussen deze beide uitersten in komenvele varianten voor. Het vinden en aanvaarden van dievarianten gaat veelal gepaard met breedvoerig en dikwijlsniet al te gemakkelijk overleg.Het lijkt derhalve gewenst om enkele algemene opmerkingenover deze zaak te maken. Dat kan mogelijk bijdragen tot eenmeer uniforme toepassing van de op de reserve-vorming be-trekking hebbende bepalingen. Het plaatsen van die opmer-kingen wordt ons gemakkelijk gemaakt, doordat er in hetmidden van dit jaar onderling overleg heeft plaatsgevondentussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de cen-trale organisaties van woningbouwcorporaties over de onder-havige kwestie. Dit overleg kwam tot stand op verzoek vande Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, diegaarne de mening van de Vereniging van Nederlandse Ge-meenten wilde kennen aangaande de mogelijkheid voor in-komsten-vermeerdering der woningbouwverenigingen.De Nationale Woningraad heeft dcsgevraagd aan de Com-missie Volkshuisvesting van de Vereniging van NederlandseGemeenten zijn standpunt over de reserve-vorming kenbaargemaakt in een Nota, welkcr inhoud ook werd onderschrevendoor het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting. Om tebeginnen laten wij de inhoud van die Nota in extenso volgen:NOTAinzake het participcren van de woningbouwcorporatiesin de vorming der reserve ex art. 24C van het Woning-besluit.ProblcemstellingDe vraag, welke de Vereniging van Nederlandse Gemeentenop verzoek van de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvesting heeft voorgelegd aan de beide landelijke organi-saties van woningbouwcorporaties heeft betrekking op demogelijkheid, dat huurders-niet-leden van de corporaties opde een of andere wijze een bijdrage zouden geven, welke decorporaties op haar beurt in staat zouden stellen aan de vor-ming van de exploitatie-reserve ex art. 24C van het Woning-besluit deel te nemen.Het komt ons voor, dat deze vraag niet is te beantwoorden,zonder daarbij alle problemen, welke zich voordoen t.a.v. dezereservevorming en de deelname van de woningbouwcorpo-raties daaraan, in behandeling te nemen.In de volgende uiteenzetting wensen wij dus aan de orde testellen:a) De bedoeling van de toenmahge Minister van Weder-opbouw en Volkshuisvesting met het introduceren vande mogelijkheid tot het participeren in de reservevormingdoor de woningbouwcorporaties;b) De vraag of onder de huidige omstandigheden en bij debestaande structuur der woningbouwcorporaties de be-doeling van de Minister tot haar recht kan komen;c) De vraag of de woningbouwcorporaties kunnen en moe-ten worden gebracht tot doelbewuste actie ter verkrijgingvan toereikende eigen middelen;d) Het gebruik van de aan de gemeentebesturen toegekendebevoegdheid om een bijdrage der woningbouwcorpora-ties in de vorming van de exploitatie-reserve te verlangen.a) De bedoeling van de MinisterIn de circulaire van 16 Juli 1948, nr. 71830/Bijdr. stelt deMinister:,,De bevoegdheid der gemeentebesturen om woningbouwcor-poraties te doen deelnemen in de reservevorming, zal dezelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel bij dezecorporaties bevorderen. Tot dusverre waren zij nauwelijksgeinteresseerd bij de financiele uitkomsten der exploitatie.Zij kunnen nu met eigen financiele verantwoordelijkheid wor-den ingeschakeld."In de circulaire van 26 Juli 1950, afd. financiele zaken, nr.425069c/Bijdr. verduidelijkt de Minister zijn bedoeling alsvolgt:,,Het heeft de ontwerpers van deze bepaling (de deelnamevan de corporaties in de reservevorming) voor de geest ge-staan, dat de corporaties de daarvoor nodige middelen zou-den verkrijgen bijvoorbeeld uit contributies van haar leden-bewoners, waardoor deze zich direct betrokken zouden gaanvoelen bij het beheer van de woningen, die hun corporatie ineigendom heeft. Dit is een punt, dat in het bijzonder vanpsychologisch belang is."In het algemeen kunnen wij de uit deze citaten blijkende be-doelingen van de toenmalige Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting waarderen.Het is ook onze voortdurende zorg, dat de corporaties slechtsweinig of niet geinteresseerd zijn bij de financiele uitkomstenvan de exploitatie. Wij wensen hierbij, ter voorkoming vanmisverstand, op te merken, dat het hier dus gaat om directe(doorlezen op pag. 131)f. w/ril?$tAmsterdambouivt een nieuwe stadaa'i.tffWWWWBg"'^De uitbreidingen, welke met name de grote gemeenten zichin deze na-oorlogse jaren ter bestrijding van de woningnoodmoeten getroosten, komen tot stand op een schaal, waarvande buitenstaanders slechts een flauwe notie hebben. Ookwanneer men wars is van het gebruik van superlatieven enuitdrukkingen, moet men bijvoorbeeld van de Amsterdamseuitbreidingen getuigen, dat zij ,,enorm" van afmeting en om-vang zijn. i ! '?*'",Amsterdam mag zich verheugen in een druk en zich repe-terend bezoek van ,,mensen-van-buiten" (zoals een rechtge-aard Amsterdammer de Nederlanders van overal elders pleegtte noemen). Deze bezoekers stellen zich doorgaans tevrcdenmet een verkenning van de altijd bekorende binnenstad. An-ders dan in Rotterdam en Den Haag organiseert men in dehoofdstad (nog) niet de autobusritten langs de nieuwbouw,De vermaarde rondvaartboten kunnen in de nieuwe tuinstedenniet komen. Derhalve ontwaart de stroom van Mokum-vereer-ders slechts weinig van wat er met zweet en tranen aanwoningbouw wordt gewrocht. Slechts zij, die uit de richtingHaarlem per trein of auto de hoofdstad naderen, passeren dezandwoestijnen, waarop geleidelijk het nieuwe Amsterdam ver-rijst. Het dacht ons daarom goed om in ons maandblad doorwoord en beeld enige aandacht te schenken aan wat met namein de tuinstad-Slotermeer gebeurt.Het probleem der bouwferreinenVan woestijnen neemt men aan, dat zij product zijn van striktnatuurlijke verschijnselen en ontwikkelingen, die zich vaakgedurende eeuwen voortzetten. De Amsterdamse zandwoes-tijnen echter zijn in de loop van enkele jaren door menselijkeinspanning ontstaan. In de bestaande stad zijn er vrijwel geenmogelijkheden meer voor woningbouw in enigszins beteke-nende omvang. De vele duizenden woningen, waaraan Am-sterdam nu en in de toekomst behoefte heeft, moeten dus ver-rijzen buiten de ringspoorbaan, die tot voor kort de stadsbe-bouwing in het Westen omsloot.Het is daar in die westelijke polders alles veengrond wat deklok slaat. De zachte en drassige bodem is ten enenmale on-geschikt tot het dragen van straten, verkeerswegen en ge- 127'?'-M.i^'fti'. umw128bouwen, De publieke voorzieningen, zoals rioleringen, gas- enelectriciteitsleidingen, telefoonkabels enz. kunnen niet in veen-grond worden gelegd. Zij zouden blootstaan aan niet aflatendeverzakkingen met alle schadelijke gevolgen van dien. Deveenterreinen moeten met zand worden opgehoogd, alvorenszij als bouwterrein kunnen dienen. Die ophoging is een pro-bleem op zichzelf.Er zijn vele millioenen kubieke meters zand nodig cm deterreinen voor de nieuwe tuinsteden op de vereiste hoogte tebrengen. Zand is in ons land een betrekkelijk schaars artikel.Aan de ontgraving van onze kostbare duinenrij is (terecht)reeds lang een eind gemaakt. Het weghalen van zand uitonze enkele recreatiegebieden is (alweer terecht) verboden.Waar nog zonder schade zand te winnen valt, daar spelen delange afstanden, waarover het moet worden vervoerd, eenbelemmerende rol. In verband met de totale behoefte aan zandis er al eens ernstig gedacht aan de mogehjkheid om vooreen van de riviermondingen in zee een permanente zandzuig-installatie aan te leggen. De daartoe te overwinnen technischemoeihjkheden en de onbekende en daarom gevreesde gevolgenvoor onze natuurlijke kustbescherming bleken echter onover-komelijke hindernissen voor de uitvoering van dit stoute plan.Zag Amsterdam dus al na de oorlog kans om de voor stads-uitbreiding nodige terreinen in bezit te nemen; de ophogingder terreinen baarde grote zorgen. In de regel paste men teAmsterdam voor de ophoging van polders het systeem toe,dat werd aangeduid als ,.ophoging boven boezempeil". Hand-having van deze regel zou voor de westelijke polders eenophoging van ongeveer 4 meter zand betekenen. Dit wil nietzeggen, dat het ,,maaiveld" ook 4 meter hoger zou wordendan het oorspronkelijke niveau. Als men een zandpakket van4 meter dikte op de veengrond brengt, dan wordt het veendoor het enorme zandgewicht 1,5 meter in elkaar gedrukt,zodat in feite een verhoging van het peil met 2,5 meter wordtbereikt. Hoe zou men op korte termijn de beschikking kunnenkrijgen over een hoeveelheid zand, nodig voor het aanbren-gen van een laag van 4 meter dikte op een terrein van 750a 800 hectaren? Hoe zou men kunnen wachten op het ,,in-klinken" van de bodem, waarmede bij toepassing van hetgebruikelijke systeem, jaren zijn gemoeid?Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft in het begin van1950 een kloek besluit genomen. Op grond van adviezen dertechnische diensten, die het probleem aan een diepgaandestudie hadden onderworpen, werd gekozen voor een ophogingm^yp^^'' '?4?' sftomt^.'^'mat'l"if!):t:!, lift.,-ilg^uiiii?*":f-tj^^^.^tot ,,boven poldcrpeil". Dit betekent, dat inplaats van 4 me-ter slechts 2 meter zand op de veenlaag wordt aangebracht.Dit betekent, dat men vrijwel direct na de ophoging de bouw-werkzaamheden ter hand kan nemen, omdat de verzakkingvan de bodem (zeer waarschijnlijk) nog slechts een onbedui-dende rol zal spelcn.Was door het verlaten van het oorspronkelijke ophoging-systeem het vraagstuk dus iets eenvoudiger geworden; opge-lost was het nog niet. Voor de ophoging van tuinstad-Sloter-meer is een hoeveelheid zand en grond van rond 6,5 milhoenkubieke meters nodig geweest! Voor de andere tuinsteden zijnsoortgehjke hoeveelheden nodig! In Maart 1949 werd, in af-wachting van de definitieve beslissing t.a.v. het toe te passensysteem, een aanvang gemaakt met de ophoging van de ter-reinen Slotermeer. Ruim 4 millioen kubieke meters zand engrond werd gezogen uit het Buiten-IJ, Noordzeekanaal en hetAmsterdamse havengebied. Door persleidingen werd het zandnaar de Slotermeerpolder gestuwd. (Zie foto van spuitendepersleiding).De deskundigen en het stadsbestuur hebben een grote vin-dingrijkheid aan de dag gelegd -- zowel in figuurlijke als inletterlijke zin -- voor het verkrijgen van de verder nodigehoeveelheden. In 1642 werd, ver ten Westen van Amsterdam,het Slotermeer drooggelegd. Het daardoor gewonnen landwerd tot voort kort als weide- en tuingrond gebruikt. Dat nietalle aan het water ontrukte grond als permanente aanwinstis te beschouwen, wordt bewezen doordat nu het besluit moestworden genomen het oude Slotermeer tot een oppervlakte vancirca 90 hectaren opnieuw te vergraven. Ongeveer 7,5 meteronder de dikke bodem van zandhoudende klei lag het begeerdezand, geschikt voor de ophoging. In 1947 werd een begingemaakt met de ontgraving van de Noordwestelijke hoek vande Sloterdijkermeerpolder. Drie grote cutterzuigers groeveneen meer tot een diepte van 12 meter onder N.A.P. Dit meerbiedt samen met een strandbad (van circa 55 hectaren) eneen park (van circa 30 hectaren) een ideaal recreatie-oordvoor de bewoners van de nieuwe tuinsteden, welke rondomhet meer worden gegroepeerd. Nog niet ten voile drie jaar,nadat met de ophogingswerkzaamheden een begin was ge-maakt, op 1 December 1951, sloeg de toenmalige Ministervan Wederopbouw en Volkshuisvesting de eerste heipaal voorde tuinstad-Slotermeer in de grond. Op 7 October 1952 heeftH.M. Koningin Juliana deze eerste der te stichten tuinstedenbuiten de Ringspoordijk opengesteld. 129130De woningbouwVoor de tuinstad-SIotermeer is het type van de ,,gemengde"wijk gekozen. Er worden woningen gebouwd in drie, vier enmeer lagen, maar ook eengezinshuizen. Deze tuinstad zalstraks ongeveer veertigduizend inwoners tellen. Met inbegripvan winkels, openbare en bijzondere gebouwen is de bebou-wingsdichtheid gemiddeld 60 woningen per hectare. Van derond 10.000 woningen zijn er ongeveer 6.750 in hoogbouwen circa 3.250 als eengezinshuizen gedacht. Op het totaal aan-tal woningen komen ongeveer 500 winkels. Opmerkehjk is,dat van het bebouwde oppervlak ongeveer een derde zal zijnbezet met hoogbouw en twee derde met laagbouw. De tuinstadzal (als zij klaar is) ruimte en openheid bieden. De onderlingeafstand tusscn de bouwblokken waarborgt overal een goedezonlichttoetreding. Normale strokenbouw wordt afgewisseldmet hovenbouw. Parkstroken doorsnijden de bebouwing. Bijde woningen komen eigen tuinen of gemeenschappelijke tui-nen. Het totale plan is onderverdeeld in buurten, varierendvan 650 tot 1.700 woningen. In onderlinge samenhang metdeze buurten komen de scholen, winkels, cafe's, verzorgings-bedrijven, garages en reparatiebedrijven. Kerken van de ver-schillcnde gezindten liggen over het gehele plan verspreid.De woningbouwverenigingen zorgen ervoor, dat gelifk met dewoningbouw bescheiden vergaderlokalen tot stand komen,opdat het buurtwerk daarin mede tot ontwikkeling kan komen.Een voldoend groot aantal speeltuinen en speelplaatsjes isontworpen, terwijl in de groenstrook langs de Ringspoordijkschoolwerktuinen zijn geprojecteerd. In het centrum van ditnieuwe stadsdeel zal zich voornamelijk het culturele leven af-spelen. Daar is plaats voor een groot verenigingsgebouw, eenbioscoop, een kleine schouwburg, een bankgebouw (a-cultu-reel?) e.d. Bij de grote havenkom in het hart van Slotermeeris een ruim marktterrein met plaats voor de nodige bedrijfs-ruimten en openbare voorzieningen, zoals post, telefoon, po-litie, brandweer enz. Enkele imposante gegevens: Alleen inSlotermeer moeten worden gebouwd 32 scholen, een am-bachtsschool, een huishoudschool, een H.B.S., verscheidenekerken, jeugdtehuizen. tehuizen voor ouden van dagen. Ineen woord: de tuinsteden Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaarten Osdorp (samen met ongeveer 35.000 woningen!) vormeninderdaad een volkomen nieuwe stad met alle voorzieningen,welke in een moderne stad nu eenmaal thuishoren.Het zij een inwoner van de tegenwoordig nogal eens ver-guisde hoofdstad (ondanks alles toch de hoofdstad!) toege-staan enkele facetten nader te belichten, opdat ,,mensen-van-buiten" daarover eens nadenken. Waar brengen gemeentebe-sturen en gemeentelijke diensten het op vrijwel de gehelewoninqwetbouw over te laten aan de woningbouwverenigin-gen? Waar wordt aan de geest van de Woningwet voldaanin de mate en op de wijze, zoals dat in Amsterdam geschiedt?Laat men niet zeggen ,dat het -- meer en beter dan eldershet geval is ^^ aan de uitstekend georganiseerde en goed-qeleide Amsterdamse corporaties ook overgelaten kan worden.Natuurlijk is dat zo, maar die Amsterdamse corporaties kon-den worden wat zij zijn, doordat bestuurders en diensten vande stad die corporaties de vrijheid van beweging hebben ge-laten, die haar toekomt.Waar in andere vergelijkbare stadsuitbreidingen komt meneen percentage van 30% eengezinshuizen tegen? Het is deverdienste van de Amsterdamse stedebouwers, dat zij optot dusver ongekende schaal, uitbreidingen creeren, die nietalleen stapelplaatsen van huizenblokken zijn. Als straks detuinsteden zijn bewoond, als het leven er zal zijn ,,georgani-seerd", als parken en plantsoenen en tuinen zullen zijn ,,aan-geslagen", dan zullen de ontelbare en enorm-grote moeilijk-heden alleen nog voortleven in archief en herinnering vanhen, die erbij betrokken waren. Dan zal er ?-- naar men magvertrouwen -- een nieuw-Amsterdam zijn ontstaan, dat na-tuurlijk de kenmerken van deze tijd draagt, maar dat tochook getuigenis aflegt van de visie en van ,,het heilige vuur",dat de werkers-van-nu eigen is.Amsterdam tornt op tegen moeilijkheden, die men elders nietof niet in gelijke mate kent. Ook het nieuwe Amsterdam wordtgebouwd op palen. De terreinen, geschikt voor stadsuitbrei-ding, spotten met economie. De arbeidsvrede doet denkenaan een koude oorlog. De bewoners van Slotermeer lijdenhet meest van alien onder de gebreken van het huurprijzen-beleid. Men moet wel eens het gevoel hebben, dat bestuurders,diensten en ambtenaren het slachtoffer dreigen te worden vanhet tempo, dat zij zelf hebben opgeroepen. Nochtans: de edelepalm groeit onder de druk. Binnen niet al te lange tijd zalAmsterdam de .,mensen-van-buiten" laten zien wat er doorhet overwinnen van ongekende moeilijkheden en door deaanwending van fantastische energie is bereikt!De illustraties bij deze beschouwing laten iets zien van detuinstad-Slotermeer-in-wording. De foto's en de feitelijke ge-gevens werden ons welwillend door de Gemeentelijke Wo-ningdienst verstrekt. W. S.(vervolg van pag. 126)financiele interesse; het is evident, dat de besturen van talvan corporaties wel deqelijk een grote belangstelling hebbenvoor het verloop van de exploitatie en dat zij zich met grotetoewiiding inspanncn om het bcheer zo zorgvuldiq en efficientmogelijk te voeren. De oorzaak van het ontbreken van eendirecte financiele interesse hgt in het verleden. Uitzonderings-gevallen daargelaten is in vroegere jaren te weinig aange-drongen op het verkrijgen van toereikende eigen middelen,welke de corporaties, binnen het raam van haar doelstelhngzouden kunnen aanwenden. De corporaties hebben vrijwelsteeds en overal haar werk gedaan zonder dat daarbij eigenmiddelen werden betrokken. De ovcrheid voteerde van deaanvang af voor 100% de bedragen, welke nodig waren voorde stichting van woningen. Exploitatic-tekorten, buiten deschuld der corporaties ontstaan, dienden door de overheid teworden gedekt; exploitatie-overschotten werden ten alge-mene nutte aangewcnd of afgeschreven OD de verliezen, welke,,onvoordelige" complexen opleverden. Het is duidelijk, datop deze wijze de zclfstandigheid en het zelfbeschikkingsrechtder corporaties wel met een zware hypotheek werden belast.Hoczeer de bedoelingen, welke de Minister met het creerenvan de mogelijkheid tot een ,,gcdeelde" reserve-vorming heeftgehad, ook gerespecteerd en gewaardeerd mocten worden;het is zeer de vraag of de historisch gegroeide verhoudingenhet rcaliseren van deze verhoudingen wel in voldoende matemogelijk maken. Deze vraag rijst des te sterker, waar hetbeschikkingsrecht over de exploitatie-reserve -- 66k indiende corporaties uit eigen middelen de maximumbijdrage leve-ren -- in feite aan Burgemeester en Wethouders is voorbe-houden (art. 7 Bijdragen-beschikking Woningwetbouw1950). De desbetreffende bepaling past uiteraard in het raamvan de bestaande verhouding tussen gemeenten en woning-bouwcorporaties. Nochtans zal zij bij de besturen der corpo-raties de overtuiging bijbrengen, dat ook hier weer niet vanhet begin ener zelfstandigheid kan worden gesproken. Zullende besturen der corporaties aan de vorming van en aan debijdrage tot de exploitatie-reserve dus ternauwernood enigebetekenis t.a.v. de bevordering der eigen zelfstandigheid kun-nen toekennen; minder nog zal het aanwezig zijn van een,,geblokkeerde" reserve spreken tot de verbeelding van de be-talende leden der corporaties. Het wil ons dan ook voorko-men, dat de vorming van de exploitatie-reserve op de voor-geschreven wijze niet zonder meer het middel kan zijn omde interesse der leden van de corporaties te wekken. Even-min kan het bij uitstek het middel zijn om de offerbereidheiddezer leden te vergroten.Niettemin zijn wij er van overtuigd, dat krachtige pogingenaangewend moeten worden om de corporaties tot het bij-dragen in de reserve-stortingen te bewegen. Komen de ex-ploitatie-reserves tot stand met medewerking der corporaties-- bij voorkeur op basis van vrijwilligheid en als gevolg vanhet overtuigd-zijn -- dan mag immers worden verwacht, datBurgemeester en Wethouders de besturen der corporatieseen gelijkberechtigde stem zullen verlenen in het toekomstigeberaad over de besteding der fondsen. Waar een Collegevan Burgemeester en Wethouders straks onverhoopt slechtsbereid zou blijken op eigen gezag de formele bevoegdheid totgoedkeuring der besteding te hanteren, daar kan en moetdan met klem worden gewezen op de noodzaak van ,,open"overleg met de besturen der corporaties. Het is aannemelijk,dat op den duur de positie der corporaties op dit stuk inder-daad onafhankelijker kan worden, zulks naar mate meer cor-''TKP"*x^T' "ij"//?.^''..* ;?** 11 '-> S? IS^=^^'~.8W'SSLporaties eigener beweging bereid blijken te zijn om in dereserve-vorming uit eigen middelen bij te dragen.b) De structuur en het karakter der woningbouvsrcorporatiesEr bestaat geen eenvormigheid in de structuur of het karakterder woningbouwcorporaties. Er zijn z.g. leden-verenigingen,die in het verleden vrijwel uitsluitend en thans naar de matevan de mogelijkheden haar woningen aan de leden der ver-eniging verhuren. In het algemeen bestaat er in deze ver-enigingen een band tussen bestuur en leden, een band, welkewordt bewaard en versterkt door het gemeenschappelijk be-lang bij de vorming van woningbezit en bij een goed beheervan dat bezit. Weliswaar is in de regel de belangstelling vande leden voor vergaderingen e.d. niet groot, maar dit is een 131algemeen verschijnsel, dat zich in al het organisatiewerk inons land openbaart. Bovendien blijkt toch vaak, dat er weldegelijk van een potentiele belangstelling mag worden ge-sproken. Komen er belangrijke zaken aan de orde, die doorde ledenvergadering zelfstandig kunnen worden afgedaan,of ontstaat er noodzaak tot enigerlei actie, dan beantwoordtde opkomst en de daaruit blijkende belangstelling der ledenaan meer dan rcdelijke verwachtingen. Van een deel dezerleden-verenigingen is de financiele positie gunstig te noemen.Zij beschikken veelal over eigen fondsen; zij innen regelmatigcontributies, welke haar in staat stellen om buiten de enqegrenzen der overheidsvoorschriften haar doelstelling te reali-seren, zij hebben aandelenkapitaal en/of waarborgsommen be-legd in aanvullende voorzieningen binnen haar woningen enputten ook daaruit regelmatig inkomsten. Deze corporatiesleveren het bewijs, dat het mogelijk is om in de loop van dejaren een werkelijk ,,eigen" verenigings-bezit te vormen, dateen zeer waardevolle achtergrond vormt voor de normaleactiviteiten op het terrein van woningbouw en -beheer. Dezeverenigingen zijh veelal in staat om uit de eigen middelen31/2% "^31^ "^^ jaarhuur der na-oorlogse woningen in het re-servefonds te storten. Waar van deelname der corporatiessprake is, daar zijn het dan ook vrijwel uitsluitend deze leden-verenigingen.Onder de woningbouwcorporaties bevinden zich tal vanstichtingen. De direct-belanghebbenden daarbij zijn meestalslechts weinige bestuursleden. Weliswaar zijn er stichtingenmet ,,leden" (een ietwat wonderlijke figuur), maar deze ledenhebben lang geleden volstaan met een bescheiden deelnamein het stichtingskapitaal en laten zich verder aan het wel enwee van de stichting weinig gelegen liggen. Deze stichtingenbeschikken niet over regelmatig vloeiende eigen inkomsten.Zij innen de wettelijk voorgeschreven of toegelaten huren,die een bij wet of beschikking geregelde bestemming hebben;zij beheren haar woningen vaak getrouw en zorgvuldig; zijvormen als het ware een voor de gemeentebesturen handig engemakkelijk te hanteren ..verhuur- en exploitatie-apparaat".Het is duidelijk, dat deze stichtingen normaliter niet in staatzijn om uit eigen middelen aan de reserve-vorming deel tenemen. In een aantal gevallen hebben stichtingen gepoogd omop basis van vrijwilligheid van de bewoners barer woningenregelmatig vloeiende bijdragen te verkrijgen. Deze bijdragenkomen in zodanige gevallen ten goede aan een of ander,,fends", waaruit dan eventueel de bijdrage in de reservevor-ming kan worden geput. In een enkel geval is deze methodein de periode 1948-1950 met behoorlijk resultaat toegepast; inandere gevallen is het in latere jaren bijzonder moeilijk ge-bleken om tot een bevredigend resultaat te komen. Hierbij zijopgemerkt, dat iedere vorm van of dreiging met dwang ach-terwege moet blijven. Past men op de huurders enigerleidwang toe, dan wordt de bijdrage onderdeel van de huur,hetgeen wettelijk ontoelaatbaar is en hetgeen bovendien nietbeantwoordt aan de bedoelingen van de Minister. In het alge-meen kan worden gesteld, dat de stichtingen zich bezwaarlijklenen tot de vorming van een ,,eigen" bezit.Verder worden onder de woningbouwcorporaties nog enkeleNaamloze Vennootschappen aangetroffen, wier enig eigenbezit uit een aandelenkapitaal van veelal bescheiden omvangbestaat. Ook deze corporaties stuiten bij acties ter verkrij-ging van eigen middelen op grote moeilijkheden.Volledigheidshalve moeten nog de cooperatieve verenigingenworden genoemd. De goed-werkende representanten van de-ze categoric willen wij voor de onderhavige zaak gelijkstel-len met de leden-verenigingen, welke hierboven zijn bespro-ken.Het is voor de besturen der stedelijke en grotere gemeen-ten, waar corporaties van onderscheiden structuur werkzaamzijn, bijzonder moeilijk om de bevoegdheid ex art. 6 van deBeschikking Bijdragen Woningwetbouw 1950 te hanteren.Het bestuur ener zodanige gemeente zou terecht t.a.v. eenleden-vereniging van de bevoegdheid gebruik willen maken,132 maar het zou dat t.a.v. een ter plaatse werkzame stichting.in verband met de feitelijke onmacht der stichting, moetennalaten. Het is duidelijk, dat het tegenover de leden-vereni-ging niet geheel billijk zou zijn zulk een onderscheid in be-handeling toe te passen. Dit te meer niet, omdat in beide ge-vallen op dezelfde wijze over de gevormde reserve door dedesbetreffende corporatie kan worden beschikt. Formed ont-leent een leden-vereniging, die aan de reserve bijdraagt, daar-aan geen enkele bevoegdheid boven een stichting, die haarreserve geheel met gemeentelijke stortingen ziet gevoed.Huidige omstandighedenThans spelen omstandigheden een rol, die sanering van debestaande toestand of een aanpassing van de corporatiesaan de nieuwe mogelijkheden vrijwel onmogelijk maken.Het behoeft voor U nauwelijks te worden uiteengezet, datzich bij de verhuring van nieuwe woningen reeds in aan-zienlijke mate de moeilijkheid in verband met het hoge peilder huren doet gevoelen. Om het probleem in concreto aante geven alleen dit: In de grote steden doen zich reeds geval-len voor, waarin een huurder voor zijn woning een kwartvan zijn loon moet uitleggen. Onder deze omstandighedenis het wel uitermate moeilijk om aan leden-huurders verho-ging van de contributie voor de bouwvereniging te vragenof van huurders van de woningen ener stichting een vrijwil-lige bijdrage te verlangen. Bij onze pogingen om, ter gelegen-heid van wijzigingen in statuten en/of reglementen van cor-poraties, een verhoogde contributie of een vrijwillige bijdragete introduceren, stuiten wij in toenemende mate op deze moei-lijkheid.Verder wordt de interesse van de burgerij voor de woning-bouwcorporaties in een vrij groot aantal gemeenten niet be-vorderd, doordat bij de toewijzing van de nieuwe woningenin onvoldoende mate met de belangen der bouwcorporatiesrekening wordt gehouden. Het is uiteraard niet de bedoelingom dit verschijnsel te analyseren ^-- reeds eerder hadden ver-tegenwoordigers onzer organisaties het genoegen met U overdeze aangelegenheid te beraadslagen --; in het midden latendof bepaalde gemeentebesturen hun gedragslijn bij de woning-toewijzing ten gunste der corporaties zouden kunnen veran-deren, moet worden gesteld, dat huurders, die hun toewijzingrechtstreeks van de gemeente ontvingen, er in de regel weinigvoor gevoelen om als lid tot de bouwvereniging toe te tredenof om een vrijwillige bijdrage aan de woningstichting af testaan.c) Actie ter verkrijging van eigen middelenUit het voorgaande blijkt n.o.m., dat de corporaties onderde huidige omstandigheden bezwaarlijk een beroep op ledenen/of huurders kunnen doen. Nochtans zijn wij van oordeel,dat ernstig moet worden geprobeerd de bedoelingen van deMinister te realiseren, zulks zeker niet in de laatste plaats inhet belang van de corporaties zelve.Dikwijls staat of valt het resultaat van een actie ter verkrij-ging van regelmatige eigen inkomsten voor de corporaties metde wijze, waarop de actie wordt gevoerd en waarop het doelwordt voorgesteld. Het verdient derhalve ernstige overwe-ging of mogelijk centraal een doelbewuste poging moet wor-den ondernomen om voor de corporaties -- voorzover nodigde verenigingen en zeker de stichtingen --- regelmatige eigeninkomsten te verkrijgen. Ons staat hierbij voor de geest eenvia de corporaties geleide actie van onze organisaties, onder-steund door de besturen der gemeenten. Wellicht zou op Uwaanwijzing door de gemeentebesturen aan de corporaties kun-nen worden medegedeeld, dat Burgemeester en Wethoudersvoornemens zijn gebruik te maken van hun bevoegdheid exart. 6 Beschikking Bijdragen Woningwetbouw 1950 en datzij derhalve aan de besturen der corporaties in overweginggeven op korte termijn een actie ter verkrijging van eigeninkomsten in te zetten. In nader met U te plegen overlegkan worden onderzocht of deze mededeling te ondersteunenDuhbelhardgehakken uloertegelsvraiDe Tegelvloer voor elk doel!Wonmgen, flats, scholen, openbare gebouwen,stations, ziekenhuizen, levensmiddelenindustrieen,kerken, laboraloria, labrieken, drukkerijen, werkplaatsen,EIke vioer van dubbelhardgebakken tegels is:hygieniSCh: eenvoudig te reinigen, stofvri], vlak.mOOi: eike kleurstelling en combinatie is mogelijk.Sterk: slijtvast, bestand tegen geconcentreerde belasting,zwaar verkeer, trilling.duurzaam: levensduur gelijk aan die van het gebouw zeU,ZUUrbestendig: bestand tegen alle zuren, olienjvetten, chemicalien, enz.laag in onderhoudskosten: geen schuur- of glans-middelen. Water en (soms) zeep zijn voldoende.^ Op aanvraag zenden wij U gaarnefolders met cijfers en feiten.lt^w^^'J0^^tty.os\-^^^\
Reacties