April 195313e Jaargang ? No. 4De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 24298Adres voor Advertenties: Keisersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128=Woningvorderitig en de belangen der woning-blouwcorporatiesZloals men weet verleent de Woonruimtewet 1947 aan deColleges van Burgemeester en Wethouders de bevoegdhcidom, waar zulks voor een doelmatige verdeling van de woon-ruimte noodzakelijk is, over te gaan tot vordering van wonin-gen of gedeelten daarvan. De uitoefening van deze bevoegd-hcid is uiteraard gebonden aan bepaalde voorschriften. Zokan er geen vordering plaatsvinden indien Burgemeester enWethouders niet tevoren het advies hebben ingewonnen vane^n daartoe ingestelde commissie. Deze commissie mag geenadvies uitbrengen alvorens degene tegen wie de vorderingeventueel zal worden uitgebracht te hebben gehoord. Advi-s^ert de commissie eenstemmig tot vordering over te gaan,d^n rest de eigenaar van de woonruimte weinig anders dan inde vordering te berusten. Verklaren zich echter een of meerleaden van de adviescommissie tegen de vordering (hetgeen uithct vorderingsbevel moet blijken), dan kan de eigenaar verzetaantekenen bij het College van Gedeputeerde Staten, zulksbinnen een bepaalde termijn.Het mag, na hetgeen hierover door ons reeds herhaaldelijkis geschreven of betoogd, bekend worden verondersteld, datwij in de verhouding tussen Burgemeester en Wethoudersenerzijds en de woningbouwcorporaties anderzijds het vorde-ringswapen het liefst onaangeroerd zien. De woningbouw-corporaties hebben in zovele opzichten rechtstreeks met degemeentebesturen van doen, dat zij alleen reeds daarom zoeijiigszins mogelijk moeten vermijden met Burgemeester enV/^ethouders in een ,,conflict" of zelfs wel ,,proces" gewikkeldte raken. Wij pleiten er met kracht voor, dat de besturend^r woningbouwcorporaties een zo groot mogelijk begrip aande dag zullen leggen voor de bijkans onoplosbare problemen,die de Colleges van Burgemeester en Wethouders zich tenaanzien van de woonruimteverdeling zien gesteld. Deze ziens-wjjze, die gelukkig door vrijwel alle woningbouwcorporatieswbrdt gedeeld, verhindert echter niet, dat er zo nu en dantoch voor een woningbouwvereniging een vorderingskwestieontstaat. Daarbij kunnen zich gevallen voordoen, waarin debetrokken vereniging niet mag nalaten van de door de watgeboden rechtsmiddelen gebruik te maken.Zeer onlangs hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Bra-bant beslist op een beroep, dat het bestuur ener bouwvereni-ging tegen een woningvordering had ingesteld. Wij haddende eer deze zaak voor de bouwvereniging te mogen behan-delen (een genoegen mag men dit eigenlijk niet noemen) enwij achten de merites van de zaak belangrijk genoeg om erin ons maandblad verslag van te doen.Eerst dus de kwestie gesteld: Een voor de oorlog gebouwdewoning van de bouwvereniging werd door de huurder verlaten.Het bestuur der vereniging droeg bij Burgemeester en Wet-houders een der leden voor als nieuwe huurder. Burgemeesteren Wethouders hadden evenwel een andere candidaat, die opzijn beurt weer woonruimte zou vrijmaken voor een groot ge-zin, dat bijzonder slecht gehuisvest was. Om kort te gaan:Burgemeester en Wethouders besloten tot vordering ten be-hoeve van hun candidaat. In de adviescommissie stemde eenlid tegen de vordering t.w de voorzitter van de woning-bouwvereniging! Hoewel dit op het eerste gezicht niet zeerelegant lijkt, kan misschien uit het vervolg van het verhaaiblijken, dat dit lid van de adviescommissie naar beste wetenzijn plicht heeft vervuld.Bij de mondelinge behandeling van de zaak is namens de wo-ningbouwvereniging gesteld, dat de positie van de woning-bouwverenigingen in het geding is bij de methoden, die voorde toewijzing van de woningen der corporaties worden ge-volgd. Indien ergens een College van Burgemeester en Wet-houders de huizen van de woningbouwcorporaties toewijzenof zelfs vorderen zonder daarbij de belangen der corporatiesin acht te nemen, dan ondergraaft het College de bestaans-mogelijkheden voor de corporaties volkomen. Erkend werd,dat het dwingende recht van de Woonruimtewet 1947 de be-sturen der corporaties buiten staat stelt om uitsluitend opgrond van de bepalingen der statuten zelfstandig de woon-ruimte onder de leden te ,,distribueren". Niettemin mochtdaarbij worden gewezen op het voorbeeld, dat tal van ge-meenten geven, waar tussen overheid en bouwverenigingentevoren afspraken zijn gemaakt aangaande de toewijzing derverenigingswoningen, in welke afspraken uiteraard de be-langen der verenigingen mede in de schaal zijn geworpen.Na deze algemene inleiding is getracht aan te tonen, dat Bur-gemeester en Wethouders in de onderhavige zaak hadden na-gelaten om toereikend overleg te plegen alvorens tot vorde-ring te besluiten. Betoogd werd, dat juist in verband hier-mede de zaak ook een principled karakter verkreeg, hetgeenmet name ook de voorzitter der bouwvereniging ertoe ge-bracht had om in zijn kwaliteit van lid van de adviescommis-sie zijn stem tegen de vordering uit te brengen. Interessantlijken ons de feitelijke gegevens, die de stelling inzake hetontbreken van genoegzaam overleg konden adstrueren.Het bestuur van de bouwvereniging had op 8 Novemberschriftelijk medegedeeld, dat de woning zou leegkomen. Hethad daarbij de candidatuur van een van de leden der bouw-vereniging gesteld. Nu speelt hierbij een typische coincidentieeen rol. Uitgerekend eveneens gedagtekend 8 November ver-zochten Burgemeester en Wethouders aan het bestuur dervereniging de overlegging van de ledenlijst. Dezerzijds wordtaangenomen, dat dit verzoek geen verband kan houden metde mededeling van het bestuur der vereniging aangaande deleegkomende woning. Gewoonlijk wordt er in de gemeente-huizen hard gewerkt, maar het is feitelijk onmogelijk, dat eenCollege van Burgemeester en Wethouders bij brief van 8November zouden reageren op een aan hem gerichte brief,eveneens gedagtekend 8 November. Dit is in de onderhavigekwestie van belang, omdat Burgemeester en Wethouders hunbrief als bewijs voor het ,,plegen van overleg" ter tafel haddengebracht. Op 10 November informeerde een der bestuursledenvan de bouwvereniging bij de wethouder of het verzoek zouworden ingewilligd. De wethouder volstond daarbij met demededeling, dat een van de wensen der vereniging afwijkendeoplossing zou worden gekozen. Ook dit telefoongesprek valtderhalve niet onder het begrip ,,overleg". Bij brief van 12 No- 37vember bevestigden Burgemeester en Wethouders de afwij-zing van het verzock der bouwvereniging. Dcze schriftelijkeafwijzing ging gepaard met een mondelinge uiteenzetting vancen gemeente-ambtenaar nopens de wijze, waarop Burge-meester en Wethouders zich de toewijzing van het onderwer-pehjke pand hadden gedacht. Deze mondehnge uiteenzettingdient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van deschriftehjke afwijzing. Het gesprek kan het etiket van ,,openoverleg" niet dxagen, omdat de beslissing reeds ter tafcl ligt.De zaak is niet meer discutabel. Op 18 November ontvangthet bestuur der vereniging de uitnodiging om te verschijnenvoor de vorderings-adviescommissie. Een voldongen feit vrij-wel, waaraan geen enkel overleg van de zijde van het ge-meentebestuur is voorafgegaan. Op ons advies vroeg het be-stuur der bouwvereniging schriftelijk om een onderhoud metBurgemeester en Wethouders. Dit onderhoud (met de behan-delende wethouder) werd toegestaan op 24 November, de dag,waarop de vorderingsadviescommissie zou vergaderen. In ditonderhoud bevestigde de wethouder met zoveel woorden, datBurgemeester en Wethouders fen aanzien van de toewijzingder woning reeds een beslissing hadden genomen, onafhan-kelijk van het voorstel van het bestuur der vereniging. Hieris dus een poging tot overleg, uitgaande van de bouwvereni-ging, die evenwel niet tot overleg in de juiste betekenis vanhet woord heeft kunnen leiden.Namens de Bouwvereniging werd in het geding gesteld, datBurgemeester en Wethouders niet hadden gehandeld in over-eenstemming met hetgeen in de Beschikking van de Ministervan Binnenlandse Zaken van 30 Augustus 1947 wordt ver-langd. In die Beschikking staat n.l., dat van de vorderingsbe-vocgdheid geen gebruik zal worden gemaakt dan nadat hetonmogelijk is gebleken om op basis van vrijwilligheid een op-lossing van de huisvestingsmocilijkheid te bereiken.In het mondeling verweer kon nog worden verwezen naar uit-spraken van andere Colleges van Gedeputeerde Staten, inwelke uitspraken juist het nalaten van het plegen van toerei-kend overleg zwaar werd aangerekend.Tenslotte werd namens het bestuur van de bouwvereniging be-toogd, dat Burgemeester en Wethouders weliswaar de belan-gen van cen groot gezin in het geding hadden gebracht, maardat niet werd aangetoond, dat dit grote gezin niet los van degewraakte vordering zou zijn te helpen. Een vergelijking tus-sen de woningbehoefte van de candidaat der vereniging endie van de candidaat van Burgemeester en Wethouders be-hoefde zeker niet in het nadcel van eerstbedoelde uit te vallen.Het grote gezin ,,op de achtergrond" mocht bij de beoordelingvan deze vorderingskwestie -- naar de mening van het be-stuur der vereniging -- eigenlijk geen rol spelen.Burgemeester en Wethouders stelden bij de mondelinge be-handeling, dat zij altijd zoveel mogelijk met de belangen derwoningbouw-corporaties rekening wensten te houden, dat zijzeker in voldoende mate hadden gepoogd om met het bestuurder bouwvereniging tot overeenstemming te geraken en dat zijtenslotte de vordering beslist in het belang van een doelmatigeverdeling van de woonruimte moesten achten.Laat ons nu zien, wat Gedeputeerde Staten van mening ble-ken te zijn. Bij beslissing G. Nr. 48750 B, dd. 25 Maart 1-953gaven Gedeputeerden als hun mening:dat de bouwvereniging tegen de vordering onder meer heeftaangevoerd:a. dat het in de rede ligt, dat een woningbouwvereniging voorhaar leden slechts dan zin kan hebben, indien zij die ledenbepaalde voordelen kan bieden, die te stellen zijn tegenoverde offers, welke de leden zich getroosten in de vorm vandeelname in het kapitaal der vereniging en van de betalingder contributies, inleggelden en anderszins;3o b. dat de woningbouwverenigingen, blijkens de statuten en in-gevolge de bepalingen van de Woningwet werkzaam zijnuitsluitend in het belang van de vcrbetering van de volks-huisvesting, terwijl de leden tot een vereniging toetreden inde vcrwachting, dat te eniger tijd een woning van de ver-eniging te hunner beschikking komt:c. dat de bestaansmogelijkheden voor de woningbouwvereni-gingen worden ondergraven, indien burgemeester en wet-houders de bevoegdheid tot vordering, als bedoeld in deWoonruimtewet 1947, hanteren zonder rekening te houdenmet de belangen van die verenigingen;d. dat, al kan worden vastgesteld, dat in zeer vele gemeenteneen alleszins bevredigende oplossing van het onderwerpe-lijke probleem door onderling overleg en de daarop geba-seerde afspraken is bereikt, men zich toch met recht af-vraagt, of bij de bantering van vorenbedoelde bevoegdheidde belangen der verenigingen en haar leden zeer ernstig inacht worden genomen;e. dat de woningbouwvereniging aan de hand van de be-scheiden en op grond van verkregen inlichtingen meent temoeten vaststellen, dat Burgemeester en wethouders van O.in dit geval hebben nagelaten om, alvorens tot deze vorde-ring te geraken, met het bestuur van de vereniging genoeg-zaam overleg te plegen;f. dat de woningbouwvereniging de aandacht vestigt op debijzondere omstandigheid, dat het haar voorzitter is ge-weest, die in zijn kwaliteit van. lid van de commissie van ad-vies de mogelijkheid tot het instellen van het verzet opende,omdat de voorzitter juist in het ontbreken van voorafgaandopen overleg meende niet te mogen berusten;g. dat de woningbouwvereniging van oordeel is, dat burge-meester en wethouders niet hebben gehandeld in overeen-stemming met het bepaalde bij B sub 2 van de beschikkingvan de Minister van Binnenlandse Zaken dd. 30 Augustus1947, U No. 50912;h. dat de woningbouwvereniging van oordeel is, dat de doorhaar candidaat gestelde woningzoekenden zeker niet min-der voor de toewijzing van een woning in aanmerking ko-men dan de personen voor wie de woning nu gevorderd is,vermits het gezin van de ingevorderde uit 4 personen be-staat en het gezin van de candidaat van de bouwverenigingbinnenkort eveneens uit 4 personen zal bestaan en omdateerstgenoemd gezin in mindere mate woningbehoevend isdan laatstbedoeld gezin;i. dat de woningbouwvereniging het van belang acht, dat incasu -- voor zover het althans het afwegen van de belan-gen der onderscheidene candidaten betreft .-- gelet wordtop de belangen van het gezin B. en die van het gezin v. G.,doch niet op die van het gezin O. (het grote gezin redactie),hetwelk bij handhaving van deze vordering het door v. G.te verlaten pand zal betrekken;overwegende, dat burgemeester en wethouders ter zakeonder meer hebben medcgedecld:a. dat burgemeester en wethouders bij het vrijkomen van wo-ningen van bouwverenigingen steeds rekening hebben ge-houden en zullen blijven houden met de aanspraken van deleden van die verenigingen, voorzover zulks past in het ka-der van de verdeling van woonruimte;b. dat zij de onderwerpelijke woongelegenheid vorderen tenbehoeve van het uit man, vrouw, een zoon en een dochterbestaande gezin v. G., wonende X.straat 53 aldaar, ver-mits hierdoor een oplossing kan worden bereikt voor het uitman, vrouw, zes kinderen en een inwonende dienstbode be-staande gezin O., hetwelk momenteel te klein behuisd is inhet pand IJ.straat 51 aldaar;c. dat zij tot deze vordering zijn gekomen, nadat hun geblekenwas, dat de bouwvereniging voornemens was om de woon-gelegenheid aan B., wiens gezin uit man, vrouw en eenzoon bestaat, te verhuren, en dat de eigenaar het pandX.straat 53 aan voornoemde O. wenste te verhuren, ennadat tenslotte de bouwvereniging had nagelatcn te vol-doen aan het verzoek van burgemeester en wethouders ompen opgave van de leden van de bouwvereniging te ver-Strekken aan de hand waarvan zou kunnen worden nage-gaan of door opschuiving een oplossing voor het ontstaneprobleem zou zijn te bereiken;d. dat burgemeester en wethouders tegen de bewoning vanhet grotere pand (de woning van de bouwvereniging, re-dactie) door het gezin B. zeker geen bezwaar zouden heb-ben gemaakt, wanneer het pand waarin B. thans woont,voldoende ruimte zou bevatten voor de huisvesting vanvoornoemd gezin O., of wanneer op andere wijze in de huis-vesting van O, verbetering zou kunnen zijn gebracht danWei op korte termijn zou kunnen worden gebracht;e. dat naar hun oordeel uit het overzicht, dat zij hebben over-gelegd, voldoende blijkt, dat burgemeester en wethoudersin voldoende mate hebben getracht om ter zake met de wo-liiDgbouwvereniging tot overeenstemming te geraken en dat2ij voorts van.mening zijn, dat deze vordering strekt ter be-yordering van een doelmatige verdeling van woongelegen-neid;overwegende,cat, blijkens de last, burgemeester en wethouders de woon-gelegenheid straat te O. vorderen ten behoeve van hetuit 4 personen bestaande gezin v. G., wonende X.straat 53,terwijl de woningbouwvereniging deze woongelegenheid wenstte verhuren aan het uit 3 personen bestaande gezin B.;dat naar hun oordeel het gezin v. G. op redelijke en vol-doende wijze is gehuisvest, terwijl de samenstelling en desterkte van het gezin v. G. niet in zodanige mate verschilt vandat van B., dat v. G. dringerder dan B. behoefte heeft aan deonderwerpelijke woongelegenheid;dat zij de huisvestingstoestand waarin het gezin O. ver-keert van zodanige aard achten, dat daarin op korte termijnverbetering en verandering behoort te worden gebracht en datdeze verbetering en verandering is te vinden in het pand X.-straat 53;dat zij het maken van inbreuk op het beschikkingsrecht vande eigenaar van een woongelegenheid alleen dan gerechtvaar-digd achten, indien gebleken is, dat vanwege de vorderendeautoriteit alle mogelijkheden om tot een bevredigende enminnelijke oplossing te geraken zijn beproefd;dat hun niet gebleken is, dat burgemeester en wethoudershebben nagegaan of de candidaat-huurder van de woning-bouwvereniging, de Heer B., bereid zou zijn om de eventueeldoor O. te verlaten woongelegenheid in gebruik te nemen;dat hun gebleken is, dat het overleg dat tussen burgemees-ter en wethouders en de woningbouwvereniging heeft plaats-gevonden, in hoofdzaak geschied is op verzoek en op voorstelvari de woningbouwvereniging;(jlat naar hun oordeel burgemeester en wethouders in casuniet of althans niet in voldoende mate hebben getracht om dehuisvestings-moeilijkheden op basis van vrijwilligheid en doormiddel van overleg tot een oplossing te brengen;dat op grond daarvan deze vordering niet mag blijven ge-handhaafd;BESLUITEN:met| gegrondverklaring van het verzet, de vordering te vernie-tig^n.Dejbouwvereniging heeft met haar verzet tegen de vorderingduS succes gehad. Het wil ons voorkomen, dat GedeputeerdeStaten in hun beslissing vooral het ontbreken van genoegzaamminnelijk overleg zwaar hebben doen wegen. Dit was trouwensook het punt, dat in het verzet van de woningbouwvereniginghet sterkst was ontwikkeld. Gedeputeerden zijn tevens tot deconclusie gekomen, dat er geen zodanig verschil in behoefteaan toereikende woonruimte voor de beide candidaten be-stond, dat daardoor een vordering gerechtvaardigd zou zijn.Zelfs aangenomen, dat dit verschil wel aanwezig zou zijn ge-weest, blijft het de vraag of burgemeester en wethoudersmochten vorderen zonder tevoren voldoende overleg te plegen.Voor gemeentebesturen en voor woningbouwcorporaties is hetvan belang de waarde en de noodzaak van dit overleg te er-kennen en voor leden van vorderings-adviescommissies is hetzaak hun standpunt mede te laten bepalen door hun conclusiesaangaande de toereikendheid of het ontbreken van dit over-leg. Dit laatste stimuleren wij, omdat het altijd van de stem-ming in de adviescommissie afhangt of verzet tegen een wo-ningvordering mogelijk zal zijn.Het is vrijwel een ongeschreven wet, dat een college vanburgemeester en wethouders berust in een beslissing van Ge-deputeerde Staten 66k in die zin, dat aan een toewijzing vande in het geding zijnde woonruimte aan de candidaat van dewoningeigenaar niets meer in de weg wordt gelegd. Wij mo-gen dus aannemen, dat de woningbouwvereniging met haarlid, de Heer B., thans een huurovereenkomst heeft kunnensluiten.Een opmerking nog, die het begin van onze beschouwing on-derstreept. In het hierboven beschreven geval is de onderwer-pelijke woning in het begin van November 1952 vrij gekomen.De beslissing van Gedeputeerde Staten werd op 21 April 1953officieel bekend.Dat betekent dus, dat de woning vij[ maanden heeft leegge-staan. Dit kan en mag aan niemand worden verweten. Proce-dures als de onderhavige nemen nu eenmaal veel tijd in be-slag. leder zal het er echter over eens zijn, dat het in deze tijdnauwelijks te rechtvaardigen is, dat een goede woning zolange tijd ongebruikt blijft. Een overweging van materieleaard is hierbij nog, dat de huurderving een moeilijke post inde administratie van de bouwvereniging zal zijn.De omstandigheid, dat in dit geval de bouwvereniging het ge-lijk aan haar zijde bleek te hebben, mag anderen dus zekerniet in de verleiding brengen om het ook maar eens ,,op eenvordering te laten aankomen". Zelfs als men het wint, lijdtmen toch verlies! W. S.In Memoriam J. J. CammingaOp 75-jarige leeftijd overleed na een welbesteed leven op10 April 1953 de Heer J. J. Camminga. Speciaal de verbete-ring van de volkshuisvesting was een zaak welke hem terharte ging. Van April 1918 tot aan zijn verscheiden was deoverledene secretaris-voorzitter en het laatste jaar ere-voor-zitter van de Algemene Woningbouwvereniging in Arnhem,waarvan hij de oprichter was.Sinds Juli 1949 maakte hij voor de afdeling Gelderland vande Nationale Woningraad deel uit van het bestuur van dezeRaad. De nagedachtenis aan deze harde werker en idealistmoet voor ons een aansporing zijn op dezelfde wijze onzegrote zaak te dienen, want dienen was het devies van dezegave mens.Hij ruste in vrede.Voor de afdeling Gelderlandvan de Nationale WoningraadB. Meerdink, Arnhem.39De nieuwe premie- en bijdragenregelingOp 20 April 1953 is de ,,Premie- en Bijdragenregeling WQ-ningbouw 1953" in werking getreden. De Minister zelf wildedeze gebeurtenis niet als schokkend of bijster belangrijk ken-schetsen. Niettemin zijn er toch wel enkele opmerkelijke ver-schillen met de oude premieregeling te signaleren.De maximum-inhoud van de woningen was voor de toepassingvan de oude regeling vastgesteld op 375 m^ voor eengezins-huizen en op 325 m^.voor meergezinshuizen. Daarbij was danenige verruiming mogelijk voor het geval de eigenaar met eengezin van meer dan zes kinderen het huis zelf zou gaan be-wonen (450 m^). Thans is het onderscheid tussen verschil-lende categorieen achterwege gebleven. De nieuwe regelinggeld voor a//e woningen tot een maximum-inhoud van 500 m^.Dat is dus enerzijds een vrij belangrijke verruiming en ander-zijds een vereenvoudiging.Verder is in de nieuwe regeling het stelsel van gedifferen-tieerde toeslagen voor funderings- en grondkosten ingevoerd.Het is duidelijk, dat hiermede wordt tegemoet gekomen aanhet bezwaar, dat de volkomen gelijke premie, welke de ouderegeling bood, voor de grote en grotere stad veel geringermogelijkheden openliet dan voor het dorp en het platteland.Om een voorbeeld te geven van het verschil in de toeslag voorde grondkosten: De premie voor een 6-persoons-eengezinshuisin Elspeet wordt berekend met een toeslag voor grondkostenvan / 375,--. Voor eenzelfde woning in Amsterdam geldteen toeslag grondkosten van / 1000,--. Bouwt men in Elspeetop staal, dan krijgt men uiteraard geen funderingstoeslag;bouwt men in Amsterdam op paalfundering met een paal-lengte van 15 m, dan krijgt men voor de bedoelde woning nogeen funderingstoeslag van f 1050,'-. In dit voorbeeld dus to-taal een verschil van / 1.675,--, dat uiteraard is bedoeld omcompensatie van of tegemoetkoming in de voor de grote stadongunstiger voorwaarden voor de woningbouw te verschaf-fen. De Minister verwacht nu wel een toenemende belang-stelling voor de premiebouw, hoewel naar zijn oordeel hetplatteland verhoudingsgewijs toch wel het meest tot de bouwvan premiewoningen zal blijven bijdragen.Van de gelegenheid, dat er toch een nieuwe premieregelingmoest komen, heeft de Minister gebruik gemaakt om de bouwen het gebruik van de ,,eigen" woning te bevorderen. Zij, dievoor eigen bewoning een huis laten bouwen en die daarbijaan bepaalde vereisten voldoen kunnen n.l. boven de normalepremie de verzekering verkrijgen, dat zij gedurende tien jareneen ,,jaarlijkse bijdrage" zullen ontvangen ten belope van2i% van de premie. In totaal betekent dit voor het ,,eigen"huis dus een kwart-premie extra. Hierbij dient te worden op-gemerkt, dat deze jaarlijkse bijdrage alleen kan worden toe-gekend aan ,,natuurlijke personen, die de leeftijd van vijftigjaar nog niet hebben bereikt". Alleen bij de bouw van een-gezinshuizen komt de toekenning van de jaarlijkse bijdrageaan de orde. Voor de ,,gemeenschappelijke eigendom" biedtdit nieuwe stelsel dus geen oplossing. De bijdrage kan wor-den ingetrokken als de oorspronkelijke eigenaar het huis ver-koopt of als hij het niet langer zelf bewoont. Voor het ,,eigen 'huis gelden nog afzonderlijke bepalingen t.a.v. een maximum-oppervlakte.In een tot de gemeentebesturen gerichte circulaire verklaartde Minister de bedoeling te hebben met dit nieuwe ,,beginsel"een eerste stap te zetten op de weg naar een actieve bevor-dering van het eigen woningbezit van arbeiders en met hengelijk te stellen kleine zelfstandigen. Het is, naar de circulaireverder duidelijk maakt, niet meer dan een bescheiden beginmet de bevordering van het eigen woningbezit. (De circulairezegt: ,,een bescheiden eerste begin", maar wij menen, dat eenbegin altijd aan het vervolg voorafgaat en dus van nature4U ,,eerst" is!) De Minister wil doen onderzoeken of voor detoekomst een vollediger regeling ter bevordering van het eigenwoningbezit kan worden ontworpen.Ook wij, die uiteraard het meest bij de bouw en de exploitatievan woningwetwoningen zijn betrokken, zullen met grote be-langstelling de toepassing van de nieuwe regeling volgen. Ookvoor de woningbouwcorporaties is de kennelijke voorkeur vande Minister voor de ,,eigen" woning van betekenis. Ter al-gemene ledenvergadering van de Nationale Woningraad zalaan de rol, welke de woningbouwcorporaties bij het creerenvan eigen woningbezit kunnen spelen, aandacht worden be-steed. W. S.Woningbouwverenigingen voorwerp van enigezorgHet Algemeen Handelsblad publiceerde onlangs een artikelover de positie van de woningbouwverenigiagen, dat onge-twijfeld ook de lezers van ons maandblad zal interesseren.Voor een krantenartikel geeft het een rustig beeld van desituatie. Het noemt enkele factoren uit het gehele complex,die de positie van de woningbouwcorporaties bepaalt. Hetspreekt over een belangrijk stuk ,,zelfwerkzaamheid", dat nietverloren mag gaan. Wij sluiten ons daar uiteraard bij aan,zij het, dat wij voor ,,het verloren gaan" niet zo heel erg be-ducht zijn. Er steekt in de totaliteit van woningbouwcorpora-ties gelukkig nog een flink stuk kracht, zij wordt gedragendoor een grote mate van de in deze dagen niet overvloediggevonden trouw en onbaatzuchtigheid. Al hebben wij daarommisschien ook wat meer vertrouwen in de bestaanszekerheidder woningbouwcorporaties dan de redacteur van het Handels-blad, wij achten het van betekenis, dat een groot landelijkdagblad de aandacht van zijn lezers vraagt voor de waardeen de plaats van het maatschappelijk verschijnsel, dat hetinstituut der woningbouwverenigingen zonder twijfel is. Hiervolgt de beschouwing van het Handelsblad:Zonder op de vraag in te gaan of bij de woningbouw nu departiculieren behoren te prevaleren dan wel de woningbouw-verenigingen moet geconstateerd worden, dat de laatste eenbelangrijke rol vervuld hebben en nog vervullen. Zij zijn ech-ter thans het voorwerp van enige zorg, hetgeen ook bleek bijde behandeling van de begroting van Wederopbouw en Volks-huisvesting in de Tweede Kamer. Minister Witte beaamdedaar de opmerkingen volgens welke de innerlijke kracht vande woningbouwverenigingen niet toeneemt. Een betreurens-waardig feit, meende de minister. Wat is daarvan de oorzaak?Ook hierover deden de Kamerdebatten licht opgaan, voorzover dat nog nodig mocht zijn. Het schort de woningbouw-verenigingen aan levensmoed en levenslust omdat zij niet ge-noeg verantwoordelijkheid meer dragen en al te veel aanbanden gelegd worden door allerlei overheidsmaatregelen.Voor de oorlog leidden de omstandigheden er toe, dat dewoningbouwverenigingen zich moesten weren. Er was altijdeen tamelijk grote inspanning nodig om van Rijk of Gemeentenvoorschotten ingevolge de Woningwet los te krijgen. Mondjes-maat was in die jaren het parool; voor vervanging van krottenwas af en toe wel wat beschikbaar, maar volgens de toen gel-dende richtlijnen moest het particulier initiatief maar voor derest zorgen. Alleen Amsterdam vormde wat de politiek van degemeente betrof een uitzondering. Maar elders dienden dewoningbouwverenigingen zich terdege te laten gelden, wildenzij iets bereiken van de doeleinden die zij zich hadden gesteld.Na de oorlog was deze ,,vechthouding" min of meer over-bodig geworden, om de eenvoudige reden dat de gehele wo-ningbouw in Nederland dermate aan banden was gelegd, dathij geen vin kon verroeren. Het kon niet anders, in de eerstejaren na de oorlog, maar het resultaat komt voor de woning-Dubbeinardgebakken vloertegelsTEOELVLOER die in elk huis pastDoor de talloze kleurnuances die tegelvloeren vandubbemardgebakken tegels mogelijk inaken, istoepassing ervan ook bij de woningbouw altijdte prefereren.De grote hygiene, de onbeperkte levensduur. beteenvoudige onderboud. de vlakbeid. bet zijn alleonbetwiste voordelen van dubbemardgebakken te-gelvloeren.Publicatis van de Ned. Fabrieken van dubbelhardgebakken vloertegels :Alfred Regout & Co's Vlaertegelfabriek N.V., Maastricht, Fr. Roma-nusweg 2, tel. 5846.N.V. Porselein- en Tegelfabrtek ,,Mosa", Meerssenerweg338, Maastricht,tel. 4644.Tegelfabriek Schiedam N.V., Noordveststngel 141, Schiedam,tel. 68423 in 66144.bouWverenigingen op hetzelfde neer. Met de ,,vechthouding"verdwenen vanzelf ook de spanning en de activiteit. Een bon-ding van afhankelijkheid is niet geschikt om initiatief en daar-mee samenhangende eigenschappen te kweken.Zwakke plekNu kan men deze gang van zaken niet helemaal toeschrijvenaan de oorlog en zijn gevolgen. De woningbouwverenigingenvertonen van cuds al een zwakke plek, die zich onder de hui-dige toestand dubbel wreekt. In de regel waren zij ook voorde oorlog reeds voor nagenoeg honderd procent van de over-heid afhankelijk. In de stichtingskosten van de woningen droe-gen zij normaliter niets bij. De door hun leden betaalde contri-buties waren en zijn daarvoor te bescheiden. Dit heeft ge-maakt dat zij als het ware voorbestemd waren bij de overheidaan banden te komen. De besteding van het exploitatie-over-schot b.v. kregen zij op den duur voorgeschreven, evenalsde 'jvijze waarop zij in het onderhoud moesten voorzien. Wijgaan hier nu niet verder in op de kwestie of en in hoeverre deoverheid door het feit, dat zij in de loop der jaren incidentelesteun en incidentele bijdragen heeft geleverd om ook de ex-ploitatie van de woningbouwverenigingen aan de gang te hou-den, recht zou krijgen op de eigendom der woningen. Men kanechter wel in het algemeen de stelling verdedigen, dat, eenpaar uitzonderingen daargelaten, in het verleden is verzuimdde woningbouwverenigingen een gezonde en krachtige finan-ciele basis te verschaffen. Men moet zich natuurlijk voor een-zijdigheid hoeden, het totale beeld is gevarieerder dan uit dehierboven gegeven schematische voorstelling blijkt, en metname Amsterdam kent een aantal goed beheerde en sterkeverenigingen. Daar waar men de leden heeft kunnen bewegentot het brengen van enig offer is de mogelijkheid tot aantas-ting van het verantwoordelijkheidsgevoel door de vergaandeoverheidsinmenging geringer dan elders.Bijzondere moeilijkhedenEen bijzondere moeilijkheid, waarmee de woningbouwvereni-gingen worstelen, is de bepaling in de Woonruimtewet '47,volgens welke de bevoegdheid tot het verdelen van woonruimteligt bij B. en W. van een gemeente. Zoiets vermindert natuur-lijk de aantrekkingskracht, die van woningbouwverenigingenuitgaat. De Nationale Woningraad is steeds doende in dezematerie een compromis te vinden. In Amsterdam b.v. is het zo,dat ongeveer 50% van de woningen der woningbouwvereni-gingen door de gemeente wordt aangewezen, over de reste-rende ongeveer 50% mogen de verenigingen zelf beschikken.Tijdelijk zijn deze percentages geworden 75 en 25%.De anomalie in de huurprijzen is een ander feit, dat de wo-ningbouwverenigingen in haar ontwikkeling remt. Het ene lidbewoont een huis dat f 7,50 huur per week doet, het anderelid moet voor een niet betere, maar b.v. in 1951 gebouwdewoning, / 8,50 betalen, een derde verwoont f 11,^-- of / 13,--,zonder meer woongenot dan de vorigen. In een plaats in hetNoorden van ons land heeft een woningbouwvereniging in eenbepaalde straat woningen laten zetten in 1949, die f 5,50 perweek doen, en aan de overkant van dezelfde straat staan wo-ningen van dezelfde vereniging, die / 7,50 doen, en dieslechter zijn dan die van f 5,50. Een bestuur heeft de grootstemoeite zulke verschillen aan de leden duidelijk te maken.(doorlezen op pag. 44) 41Na-oorlogse woningbouw in HoornReeds v66r de tweede wereldoorlog was er in Hoorn sprakevan een onbevredigende woningtoestand. Weliswaar blevener woningen onbewoond, maar die huizen mochten ternau-wernood nog de naam ,,woning" dragen. Gedurende de oor-log werd de toestand onrustbarend; er werden natuurlijkgeen nieuwe woningen gebouwd en, met name in de binnen-stad, werd het oude woningbezit steeds meer het slachtoffervan het verval (zie afbeelding no. 1).Na de oorlog traden ook in Hoorn de moeilijkheden aan dedag, die een voortvarende aanpak van de nieuwbouw aan-vankelijk belemmerden. Het gemeentebestuur pleegde overlegmet de ter plaatse gevestigde woningbouwcorporaties en in1947 werden door de Dienst van Gemeentewerken de eerstewoningbouwplannen ontwikkeld. Voor rekening van de Wo-ningbouwvereniging ,,Arbeidersbelang" werd een bescheidenbegin gemaakt door de bouw van 4 woningen (zie afbeeldingno. 2). Als het eerste schaap maar eenmaal over de dam is,dan volgen er meer. Er werden 49, duplexwoningen en 11eengezinshuizen gebouwd, die na voltooiing zijn overgedra-gen aan de Woningbouwvereniging ,,Goed Wonen" (zieafbeeldingen 5 en 6). Dezelfde vereniging wist beslag teleggen op een bouwterrein, geschikt voor 4 woningen.Niet alleen in de buitenwijken werd gebouwd; men pakte42 i g?i^?Wv/reeds de sanering van de binnenstad aan en bouwde aan enin de omgeving van de Gasfabriekstraat 12 woningen ter ver-vai|iging van krotten (zie afbeeldingen 7-9).Vervolgens werden 16 woningen gebouwd, waarvan de eind-panden der 2 blokken als duplexwoningen zijn ingericht.Deze woningen zijn in het bezit van de Bouwvereniging ,,MrDrjJ. Binneblijf" (zie afbeelding 4).Diiect daarna kwamen 6 eengezinshuizen tot stand, voor re-kering van ,,Goed Wonen" (afbeelding 3).Zo kwam de gang er goed in. Men bouwde nog lustig du-plexwoningen (20); eengezinshuizen (26), boven- en bene-denwoningen (28); alle bestemd voor de plaatselijke bouw-verenigingen,Nieuwe plannen staan op stapel, want en het gemeentebe-stujr en de woningbouwcorporaties zijn van oordeel, dat erin Hoorn op het stuk van de woningbouw nog veel moetworden gedaan, voor en aleer de woningnood is opgelosten de slechte woningtoestanden zijn opgeruimd. Veel succesverder!W.S.5-67-943Voegt men deze factoren bij de bctutteling waaraan de wo-ningbouwverenigingen zijn onderworpen -- in sommige ge-mcenten b.v. mogen zij niet eens de kozijnen der ramen latenverven zonder toestemming -- dan is het duidelijk dat debesturen van de woningbouwverenigingen hiervan de weerslagondervinden. Een goed bestuur moet een zekere bewegings-vrijheid hebben om zijn functie te kunnen uitoefenen. Eencapabele, enigszins expansieve persoonlijkheid kan het nietaanlokkelijk voorkomen een taak te aanvaarden, die hem reedsbij voorbaat aan handen en voeten bindt. En bij de zoveelmoeihjker en ingewikkelder geworden omstandigheden op hetgebied van de woningbouw zijn het juist zulke mensen waar-aan de woningbouwverenigingen behoefte hebben.Een eenheidsrecept om verbetering in de toestand te brengenkan niemand geven. De kwalen waaraan de woningbouwver-enigingen hjden zijn een begeleidingsverschijnsel van het,woningtekort, en zij zullen voorlopig dus wel niet verdwijnen.,,Pappen en nathouden" is het enige wat voorlopig te doenvalt. Maar in het belang van onze volkshuisvesting mag menhopen dat deze toestand niet tot in het oneindige gerekt bhjft.Tenslotte is ook in de woningbouwverenigingen een soortparticulier initiatief belichaamd, een belangrijk stuk ,,zelfwerk-zaamheid" van ons volk. Dit initiatief mag niet worden ge-dood. ^Mededelingen van de Nationale WoningraadVERGADERING VAN HET DAGELIJKS BESTUURHet dagehjks bestuur van de Nationale Woningraad verga-derde op, 16 April 1953. Het programma voor de algemeneIedenvergadering-?1953 werd vastgesteld. Hoewel het bestuural eerder het standpunt had ingenomen, dat dit jaar aan het40-jarig bestaan van de Nationale Woningraad slechts eenbescheiden aandacht kan worden geschonken, wil het graagaan de algemene ledenvergadering een enigszins bijzonderkarakter verlenen. Voor mededelingen over het programmaverwijzen wij naar het volgend bericht in deze rubriek.Eveneens ter gelegenheid van het jubileum van de Woning-raad zal in de loop van dit jaar een publicatie verschijnen,gewijd aan de behandeling van een voor de Nederlandse wo-ningbouw belangrijk en veel-besproken verschijnsel. De ver-schijning van deze publicatie kan omstreeks Augustus wordenverwacht.Het dagelijks bestuur besprak de ontwikkeling van de werk-zaamheden van de Woningraad ter bevordering van de stan-daardisatie in de woningbouw. Voorzitter en secretaris brach-tcn verslag uit van onderhandelingen en besprekingen, welkein verband met deze werkzaamheden werden gevoerd. In hetalgemeen stemmen de ervaringen tot tevredenheid en bemoe-diging.De zeer vele en zeer gedifferentieerde gegevens, die als gevolgvan de ingestelde enquete over de arbeidsvoorwaarden voorhet personeel van woningbouwcorporaties werden ontvangen,zullen ter bewerking en analysering worden afgestaan aan eenop dit terrein gespecialiseerd bureau. Zo enigszins mogelijkzullen de bewerkte gegevens nog voor 30 Juni a.s. dienstmoeten doen ter ondersteuning van de voortgezette pogingentot het bereiken van een bevredigende indeling voor de uit-voering van sociale voorzieningen. Bovendien kunnen zij wor-den gebruikt voor het verder te ontwikkelen onderzoek naarde mogelijkheid van een uniforme regeling der arbeidsvoor-waarden voor de onderscheidene categorieen van personeel.Een uitvoerig advies inzake de deelname van de woning-bouwcorporaties aan de vorming van de exploitatiereserve exart. 240 van het Woningbesluit, op verzoek van de Ministervan Wederopbouw en Volkshuisvesting uit te brengen aan de44 Vereniging van Nederlandse Gemeenten, werd in conceptvastgesteld. Over het concept zal overleg worden gepleegd methet Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting.Een aantal zaken, welke zich niet of nog niet voor publicatielenen, werd afgedaan.ALGEMENE LEDENVERGADERING NATIONALEWONINGRAADBij het verschijnen van dit nummer van ons maandblad zullende leden van de Nationale Woningraad de eerste mededelin-gen over de in Zwolle te houden algemene ledenvergadering-1953 reeds hebben ontvangen. Voor belangstellenden buitende kring van de bestuursleden der corporaties vermelden wijhier nog enige bijzonderheden:Op Donderdag 11 Juni 1953 wordt des avonds een specialebijeenkomst ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van deWoningraad belegd. Deze bijeenkomst zal een besloten ka-rakter dragen. Uiteraard zullen wij, in overleg met de Zwolseontvangstcommissie, proberen aan deze bijzondere bijeen-komst een feestelijk tintje te verlenen.Zoals gewoonlijk wordt de eigenlijke ledenvergadering ?-- inde wandeling ..Congres" genoemd ^- gehouden op Vrijdagen Zaterdag, ditmaal op 12 en 13 Juni 1953. Er w6rden, buitende normale huishoudelijke zaken en buiten de voorstellen,welke de leden van de Woningraad tot uiterlijk 15 Mei 1953kunnen indienen, twee onderwerpen aan de orde gesteld. ,,Depositie van de woningbouwcorporaties" zal worden ingeleiddoor de hercn T. de Bruin, wethouder der gemeente Vlaar-dingen, en W. Scheercns, secretaris van de Woningraad. Overhet andere onderwerp, ,,De eigen woning in de Nederlandsevolkshuisvesting", spreken de heren L. A. F. v. Thoor, voor-zitter van de R.K. Bouwvereniging ,,St. Laurentius" te Breda,en H. J. Langman, burgemeester der gemeente Zelhem, lid vande Raad van Toezicht van de Bouwkas voor Noord-Neder-landse Gemeenten. leder der sprekers mag ongeveer een halfuur gebruiken, zodat er voldoende gelegenheid voor discussiezal blijven.De Vrijdagavond zal worden gebruikt voor een interessanteexcursie naar de Noord-Oostpolder. Zeer vele afgevaardigdenzullen dan waarschijnlijk voor het eerst kunnen kennismakenmet dit deel van Neerlands ,,twaalfde provincie". Voor des-kundige voorlichting over hetgeen men te zien krijgt zal wor-den gezorgd.Al met al, voor wat het programma betreft, dus weer een veelbelovende vergadering. Wij verwachten te Zwolle, zoals ge-bruikelijk, vele honderden afgevaardigden van de bij de Wo-ningraad aangesloten instellingen.TOELATING NIEUWE WONINGBOUWCORPORA-TIESHet is over het algemeen, voor wat het nieuwe aanbod betreft,vrij rustig op de markt der woningbouwcorporaties. In deeerste jaren na de oorlog zijn er vele tientallen nieuwe wo-ningbouwverenigingen opgericht en officieel toegelaten. In1952 en in het tot dusver verstreken deel van 1953 bleven deaanvragen om toelating van nieuwe corporarties echter totslechts enkele gevallen beperkt. Daar is natuurlijk wel eenaannemelijke verklaring voor te geven. De spreiding van degevestigde corporaties over het land heeft zich in de loop vande jaren vrij volledig ontwikkeld. Er zijn niet zoveel gebiedenen gemeenten meer, waar mogelijkheden voor nieuwe ver-enigingen worden gevonden. Men kan betreuren, dat er inhet verleden ten aanzien van het aantal en de concentratie dercorporaties wel eens ongeordend te werk is gegaan (denk indit verband aan de extreme voorbeelden Zeist en Ridderkerk),maar men zal moeten toegeven, dat vrijwel overal in ons landhet instituut der woningbouwverenigingen wortel heeft ge-schoten.Zo nu en dan worden wij geconfronteerd met pogingen totoprichting en toelating van nieuwe corporaties. Soms zijn diepogingen bij voorbaat tot mislukking gedoemd en moeten wijdus wel ons best doen om de initiatief-nemers er toe te brengenhuis na huisstraat na straattcyk na wcgkTORNOL HS met chloorrubber op basis van Ned. Octrooi no 44752DE STERKE BUITENVERFPIETER SCHOEN & ZOON N.V. ? ZAANDAMWEESNIET DOM !Vraagt ook eens prijsopgaafvoor GLASHERSTELbijfa. L^. B I^ O iVi DEN HAAGV. Ostadestraat 162-168 Telefoon 337703Wij zijn reeds leverancier van div. woningbouwverenigingenLoodgietersbedrijfA. de GraafDomselaerstraat 8AMSTERDAM OTel. 55012Aanleg vanGAS- enWATERLEIDlNGENLeveringSANITAIROnderhoudCENTRALE VERWARMINGvan hun voornemen af te zien. Het verslag van een recenteervaring kan in dit opzicht leerzaam zijn, zeker niet in delaatste plaats voor die corporaties, die zich, om welke redendan ook, niet meer ,,zo druk maken".Een groepje burgers uit een kleine landelijke gemeente zondenige vertegenwoordigers naar ons secretariaat met de op-dracht eens te onderzoeken welke mogelijkheden er voor eennieuwe bouwvereniging zouden bestaan. Hoewel men blijkenvan verlangen naar zelfwerkzaamheid der burgerij met aan-moediging tegemoet dient te treden, konden v/ij in het onder-havige geval niet anders doen dan de heren er op wijzen, dater in hun gemeente reeds twee toegelaten verenigingen werk-zaam waren. Aangezien ook de samenstelling van de bevol-king -- die bij de beoordehng van verzoeken om toelating altijdin acht wordt genomen -- geen argumenten ter ondersteuningvan zo'n verzoek kon opleveren, moesten de kansen op inwil-Hging n.o.m. zeer gering worden geacht. Wij moesten dus welbeginnen met een domper te zetten op de geestdrift van deinitiatiefnemers. Het heeft immers geen zin om een ontwikke-hng, die niet in het raam van het algemene goedkeuringsbe-leid past en die evenmin mogehjkheden tot goede resultatenschijnt te bieden, te stimuleren. Overigens zij hierbij opge-merkt, dat onze adviezen niet meer zijn dan dat; wij weerhou-den niemand van het indienen van een aanvraag om toelatingom de eenvoudige reden, dat niet wij het zijn, die op een zo-danige aanvraag moeten beslissen .Intussen, de heren die bij ons op bezoek waren lieten zich ookniet direct uit het veld slaan. Natuurlijk wisten zij van het be-staan der andere verenigingen, maar zij waren geneigd datals een schijnbestaan te beoordelen. Die verenigingen accep-teerden geen nieuwe leden; zij bekommerden zich niet om uit-breiding van haar woningbezit en zij deden ternauwernoodiets aan exploitatie en onderhoud van haar voor-oorlogsewoningen. Dat zijn natuurlijk vrij stevige argumenten in han-den van hen, die zelf met de beste voornemens zijn bezield.Een van de heren ontpopte zich nog als wcthouder zijner ge-meente; hij meende, dat er voor een nieuwe actieve verenigingzeker werk te doen viel.U begrijpt onze positie. Van tweeen een: of de heren haddengelijk in hun critiek op de bestaande verenigingen en dan zouer inderdaad reden voor een ,,nieuwe verschijning" zijn, ofzij overdreven voor hun goede doel een beetje en dan had hun 45(Ingezonden mededeling)'Q.en praatje ov&r HEGHTING van verllagenWanneer men zijn oven in de schilderswereld te luisteren legt is het ont'stellend te horen hoe veelvuldig de klachten zijn over bladderen, blaren,loslaten en schilferen van verfwerk. Een groot gedeelte van deze misluk-kingen bij het verfwerk kan worden teruggevoerd tot een gebrek aanhechting, dat zich uit in, de bovengenoemde fouten.Immers, wanneer bij het verfwerk een of meerdere lagen een onvoldoendehechting vertonen, bestaat er een gerede kans dat de krachten der natuur,hetzij dat deze van binnenuit, hetzij van buitenaf op het verfsysteem in-werken, op deze zwakke stee een aanknopingspunt vinden om hun ver-nietigende invloed uit te oefenen.Hieruit bhjkt dus dat de hechting niet slechts zodanig' behoeft te zijn datmen door voorzichtig krabben er niets af kan krijgen, maar de hechtingmoet zodanig zijn, dat de verschillende lagen met de ondergrond tot eenonverbrekelijk geheel worden.Zowel bij klassieke als bij synthetische verven worden dergehjke verschijn-selen veelvuldig waargenomen en zulks is voor ons aanleiding geweestmet de meeste zorg een groot aantal objecten, die reeds vele jaren geledenmet ZUSO zijn geschilderd, in ogenschouw te nemen en op dergelijke ge-breken te controleren.Bij deze controle worden onze ervaringen zowel uit de praktijk als vanons proefveld voor 100% bevestigd. Ons bleek n.l. dat de ZUSO, die watde samenstelling betreft in belangrijke mate afwijkt van de normale in dehandel gebrachte klassieke en synthetische verven volkomen bevredigde.Geen wonder, dat wij met onze ZUSO reeds tal van jaren een steedsstijgend succes boeken, dat in belangrijke mate wordt geschraagd doorde hechting van deze op houtolie gebaseerde verf.Wilt U dus verf die de beste hechting vertoont, gebruik danvoor hout- en ijzerwerk,zowel voor giond- als deklagen 'het ZUSO-VERFSYSTEEM,dat behalve in hechting ook uitmunt in uitstrijkvermogen, glansbehoud,elasticiteit, waterbestendigheid, zuur- en sodavastheid en levensduur.N,V. LAK- EN VERFFABRIEKENKIEWIET DE JONGE - GRONINGENdeze ervaring nog eens herhalen: Er is een zeer bepaalde wis-selwerking, die velen bij het bepalen van hun oordeel over dewoningbouwcorporaties volkomen uit het oog verliezen. Eenwisselwerking tussen de ruimte, die een corporatie wordt ge-boden en de activiteit, die een corporatie ontwikkelt. Als eenwoningbouwvereniging niet of nauwelijks in staat is om letsbinnen het raam van haar doelstelling te ondernemen, als hetbestuur ener corporatie eindeloos wordt ,,betutteld", als allehandelingen en alle beslissingen van zo'n bestuur bij voorbaatzijn gegeven door een lange rij van uiterst gedetailleerde voor-schriften en verbodsbepalingen, dan is het eerder een wonder,dat zo'n bestuur de zaken blijft behartigen dan dat men erverbaasd over moet zijn ,,dat er zo weinig gebeurt". Als daar-entegen de overheid de corporatie ruimte tot actie biedt, als deoverheid bereid blijkt te zijn om de besturen de eigen zakente laten behandelen en behartigen, dan zal zij in het algemeenover gebrek aan activiteit, initiatief en wederkerige medewer-king niet te klagen hebben. Dan wordt het voor de bestuurdersder corporaties interessant om hun werk te doen, dan wetenzij verantwoordelijk te zijn voor de gang van zaken, dan heefthet zin voor hen om zich in de problemen van woningbouw en-exploitatie te verdiepen. Dan zal ook de burgerij bemerken,dat zulk een woningbouwcorporatie wat doet en wat kan. Danzal die burgerij van haar belangstelling blijk geven, dan zal zijook bereid gevonden worden om aan dat werk deel te hebbenen het mede te dragen. De zelfwerkzaamheid van de burgerijkan zich slechts manifesteren, wanneer er in de ware zin vanhet woord ook van ,,werkzaamheid" gesproken kan worden.Het is interessant om het oog te houden op de ontwikkelingin de gemecnte, welke in deze beschouwing een rol speelt. Alsde infiltranten, waaronder een wethouder, kans zien om dehistorisch gegroeide moedeloosheid op te heffen, als zij binnenhet kader van een der bestaande verenigingen de voorwaardenweten te scheppen, die het gemeentebestuur er toe brengen ommeer dan tot dusverre medewerking te verlenen, dan zal hetinitiatief het meeste effect sorteren. W. S.pogen niet veel zin. Wij geloven, dat er in een geval als hetonderhavige eigenlijk maar een ideale oplossing is: de activiteiten de dadendrang van de naar vernieuwing strevende groepkanaliseren naar een bestaande, mogelijk wat ingeslapen cor-poratie. Dan bestaat immers de kans, dat die slaperigheidwordt verjaagd en dat het verlangen naar activiteit wordt be-vredigd. (lit de statuten van de ,,oude" verenigingen bleek,dat er formeel wel nieuwe leden konden worden aangenomen.Onze bezoekers lieten zich overtuigen, dat het het beste zouzijn zich als nieuwe leden van een der bestaande vdtenigingenaan te melden om dan na het verkrijgen van het lidmaatschapop duidelijke wijze aan te dringen op groter activiteit der ver-eniging. Zou het zittende bestuur weigeren nieuwe leden teaccepteren (tot goed begrip: bezwaren van geloofsovertuigingof maatschappelijke richting konden hier niet gelden), dan zouer een situatie ontstaan, waarin alsnog met meer kans op succeseen nieuwe vereniging zou kunnen starten.Het vrij lange verhaal is hiermede nog niet uit. Ons bleek n.l.wat later, geheel buiten verband met de bovengeschetste er-varing, dat de in bedoelde gemeente gevestigde woningbouw-corporaties meenden te moeten klagen over gebrek aan mede-werking van de zijde van het gemeentebestuur. Het is mis-schien wat wonderlijk, dat niet de belanghebbende verenigin-gen ons dit lieten weten, maar dat wij het zijdelings ^ vanoverigens zeer betrouwbare kant -- moesten horen. Herhaaldeverzoeken om gemeentelijke medewerking tot een bepaaldesanering van het voor-oorlogse woningbezit zouden zijn afge-wezen. Gelegenheid tot bouwactiviteit zou de verenigingen nade oorlog niet zijn geboden en zelfs op aanvraag zijn onthou-den. Kijk, deze en soortgelijke ervaringen zijn niet bijster ge-schikt om de activiteit van een woningbouwcorporatie en daar-mede van de zelfwerkzaamheid van de burgerij te bevorderen.46 Wij betoogden het reeds eerder en willen het in verband metDe ideale Woningbouwcorporatie (IV)Is het mogelijk en wenselijk een concentratie vanvele verenigingen, op vrijwillige basis, door tcvoeren?Bij een beschouwing van de huidige positie der woningbouw-corporaties verdient de spreiding dezer corporaties in onsland, de onderlinge verdeeldheid der arbeidsterreinen, even-eens de aandacht.Meermalen is van verschillende zijden betoogd dat de groteverdeeldheid hier en daar heeft geleid tot een ongewensteversnippering van krachten. In het rapport van de Staats-commissie tot herzienlng der Woningwet wordt zelfs de be-vordering van een doelmatige spreiding der corporaties ge-noemd als een der taken van een door deze Commissie voor-gesteld lichaam met verordenende bevoegdheid.De ondoelmatige spreiding wordt gewoonlijk aangetoondmet de omstandigheid dat in een (groot) aantal gemeentennog woningbouwverenigingen ontbreken, terwijl in anderegemeenten verschillende dezer verenigingen naast elkanderwerkzaam zijn, hoewel een corporatie het werk zou kunnenverrichten. Dit feit zal wel door niemand worden ontkend.Inderdaad lijkt het overbodig, en voor het volkshuisvestings-belang ook niet bevorderlijk, dat in verschillende kleine ge-meenten twee, soms drie verenigingen hetzelfde terrein be-treden, zelfs in gemeenten, waar de bevolkingssamenstellingzodanig is, dat de gewenste vrijheid van organisatie naarlevensovertuiging niet in het geding is.Afgezien van het feit dat de laatste jaren in het beleid t.a.v.de toelating van nieuw opgerichte corporaties de wens naar.allesin...Het principe ,,alles in iiri' stelt meeren andert technische eisen dan het em-zijdig principe, dat aan het ontstaanvan gewoon sanitair ten grondslag lag.VANDAAR:Ben gepuntlaste bewapeningDe zuiver ronde vorm van de komDe stoomverharding in drie phasenEen drukvastheid van 600 kg cm'Het dubbel-gepolijste oppervlak.*Alleen het originele LA VET ishestand tegen een duizendvoudige wis-seling van temperatuur (warm en koudwater!) en biedt bovendien weerstandtegen de voortdurende inwerkingvan Uchtel^k agressieve stoffenOCRIET reinigen met VIMOCRIETFABRIEK N.V. BAARNTEL 2380 (K 2954)een doelmatiger spreiding zich duidelijker ging aftekenen,kan kvorden geconstateerd dat het beoogde doel over de ge-heleilinie (gelet op de reeds bestaande corporaties), nog nietis bereikt, ook al zijn in incidentele gevallen met resultaatpogihgen cm een bestaande verbrokkeling op te heffen, on-dernpmen. Als voorbeeld van een dergelijk geval noemen wede samensmelting van verscheidene corporaties, aanvanke-lijk tender duidelijk onderscheiden taak naast elkaar werk-zaam, in de gemeente 's-Gravenhage. Zulks geschiedde opinitiatief van het college van B. en W., waarbij mede alsoverweging gold dat bij sommige verenigingen in de laatstetijd voorziening in ontstane bestuursvacatures moeilijkhedenopleverden. Tevens wezen B. en W. in hun voorstel aan deRaad erop dat de exploitatie in het algemeen meer efficienten het toezicht van B. en W. op de duur doeltreffender zoukunnen zijn als men in plaats van met een groot aantal kleine,met een beperkt aantal grote corporaties te doen zou hebben.Hier komen we op een punt dat in wezen de kern van dezaak vormt. Efficiente exploitatie of doelmatig beheer. Aande wens naar een doelmatige spreiding ligt ten grondslagde gedachte dat slechts van verenigingen, die, zo niet kortna haar optreden, dan toch in de nabije toekomst een vol-doend aantal woningen hebben gebouwd, een economischverantwoorde exploitatie verwacht mag worden.Voordat maatregelen worden beraamd ter bevordering vaneen doelmatige spreiding, dient overeenstemming te bestaanover de beantwoording van de vraag hoe groot de omvangener woningbouwcorporatie over het algemeen zou moetenzijn.Hierbij moet o.m. rekening worden gehouden met verschil-lende factoren, zoals de inzichten van de betrokken gemeen-tebesturen (waarvan sommigen gekant zijn tegen te groteinvloed op het terrein der volkshuisvesting van een grootlichaam, anderen daarentegen een sterke concentratic voor-staan), de bevolkingssamenstelling, de beschikbaarheid vande nodige bekwame krachten, enz. enz.De beantwoording van voornoemde vraag is niet eenvoudigen naar wij menen te wcten zijn de meningcn terzake ver-deeld. De vraag rijst of daarvoor voldoende aanleiding be-staat. Uit economisch oogpunt bezien lijkt het voor de handliggend dat een corporatie van grote omvang voordelenbiedt, welke een kleinere corporatie vreemd zijn. Aan deandere kant is het niet uitgesloten dat het sociale elementop de achtergrond geraakt bij corporaties met een woning-bezit, voor de exploitatie en het beheer waarvan het aantrek-ken van verschillende bezoldigde employe's noodzakelijk isen waarin de bevoegdheden der bestuurders gedelegeerd die-nen te worden aan personen, die niet uitsluitend uit socialeoverwegingen in dienst der vereniging staan.N.o.m. is er voor de bestaande verdeeldheid der meningengeen aanleiding wanneer men ervan uitgaat dat het verliesvan het sociale element niet perse een gevolg bchoeft te zijnvan een buitengewoon omvangrijk woningbezit, of een min-der economische exploitatie, of ondoelmatig beheer, het ge-volg van een te geringe omvang ener vereniging. Mogelijkzijn er grote verenigingen, op wier werkzaamheid t.a.v. deexploitatie en het beheer niets valt aan te merken en waarinbovendien de sociale beginselen worden hoog gehouden, enbestaan er kleine verenigingen waarin enig sociaal besefverre te zoeken is.N.o.m. wordt het behoud van het sociale karakter, dat dewoningwetcorporaties dienen te dragen, niet beinvloed door 47dc omvang van het woningbezit; het behoeft althans daar-door niet te worden beinvloed. Het behoud van dit karak-ter is afhankelijk van het organisatievermogen van het bc-stuur, van dc sociale belangsteOing der bestuursleden indi-vidueel, van de offerbercidheid en medewerking der leden.Ontbreken deze factoren, dan zal icdere grote vereniging uitsociaal oogpunt ,,klein" zijn, maar zijn deze aanwezig, dankan ook een kleine vereniging ,,groot" zijn in de vervulHngvan haar, welhcht minder uitgebreide, sociale taak op hetterrein der volkshuisvesting. Wanneer zij zich van die ver-antwoordehjke taak bewust is, zal zij eigener beweging naarmiddelen zoeken voor de meest economische exploitatie envoor het doelmatigst beheer, en zal zij niet aarzelen daartoemet zusterverenigingen contact op te nemen, indien de om-standigheden dit toelaten.Ontbreken voornoemde factoren wel, en de practijk wijst indeze richting, dan gevoelen wij meer voor een aanpak vanhet probleem in zijn voile omvang, dan voor het overwegenvan maatregelen m.b.t. dc sprciding en hergroepering, dietenslotte slcchts een der facettcn van het probleem vormen.Immers zijn, gelet op de zeer verschillcnde wijzen, waarop decorporaties met de plaatselijkc omstandighcden zijn vcrgroeid,van een dcrgclijkc hergroepering waarschijnlijk weinig re-sultaten te verwachtcn; althans geen resultaten die in be-langrijke mate bevordcrlijk zouden kunnen zijn om dc ver-enigingcn een meer zelfstandige plaats op het terrein dervolkshuisvesting tc docn innemen.'s-Gravenhage W. DIJKHUIZEN48NEDERL. CONGRES VOOR OPENBARE GEZOND-HEIDSREGELINGOp 19 Mei 1953 zal in Esplanade te Utrecht een klcin congresworden gehouden met als onderwerp: ,,Hygiene van dc wo-ning". Het onderwerp zal bclicht worden vanuit hygienisch,bestuurs- en technisch oogpunt, resp. door: Prof. J. M. Macin-tosh, van dc London School of Hygiene and Tropical Medi-cine. Mr J. In 't Veld, Oud- Minister van Wedcropbouw enVolkshuisvesting, Lid van de Eerste Kamer. Ir A. Bos, dircc-teur Volkshuisvesting te Rotterdam.Alle gemeentebesturen, wclkc nog geen lid van het Congreszijn, zuUen toch op deze bijeenkomst welkom zijn.De aanvang van het Congres zal 10.30 uur zijn; het einde? 5 uur.De Secrctaris,Dr W. J. Lojenga,Wilhclminalaan 11, AlkmaarInhoudWoningvordering en de belangen der woningbouw-corporaties 37In Memoriam J. J. Camminga 39De nicuwc premie-en bijdragenregeling ...... 40W^oningbouwverenigingen voorwerp van enige zorg . 40Na-oorlogse woningbouw in Hoorn 42Mededclingen van de N^tionalc Woningraad .... 44De ideale Woningbouwcorporatie (IV) 46Nederl. Congres voor Opcnbarc Gezondheidsregeling 48Dit orgaan wordt gczondcn aan alle lezcrs van het Tijdschriftvoor Volkshuisvesting en Stedebouw.Leden van de Nationale Woningraad en van het Ned. In-stituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw kunnen extraabonnementen nemen tegen de prijs van f. 1,-- per jaar.Voor hen, die niet zijn aangesloten bij Woningraad of Insti-tuut voor Volkshuisvesting, bedraagt de abonnementsprijsf. 5,.-- per jaar.Faslo W 1200/'AComplete en cen-trale warm-en HEET-watervoorzieningvoor ELKE woning K '!EEN ^W) PRODUCTVAN R. S. STOKVIS & ZONEN N.V.yDe besturen van de Woningbouwverenigmgen in geheelNederland kunt U attent maken op de goede kwaliteitenvan Uw product door het op deze plaats te zeggen!De kosten van deze reclame zyn matig. Vraag inlichtingenaan de administratie:KEIZERSGBACHT 188, AMSTERDAM, C.Telefoon 49128 en 43254TH. WOUTERS & Co, c,v,COMMISSIONNAIRS IN EFFECTEN EN MAKELAARSIN GELDLENINGEN(LID VAN DE VEREENIGING VOOR DEN EFFECTENHANDEL EN DEVERENIGING VAN BEMIDDELAARS BIJ KASGELD- ENANDERE ONDERHANDSE LENINGEN)AMSTERDAM (C) - HERENGRACHT 58TELEFOON No. 47070 (ONDER BEURSTIJD -10730)TELEGRAM-ADRES : WOUTCODOOR ONZE JARENLANGE ERVARING OP HET GEBIED VANVERSTREKKING VAN LENINGSGELDEN MET OVERHEIDS-GARANTIE AAN WONINGBOUWVERENIGINCEN KUNNEN WIJOOK VOOR U SUCCESVOL ONZE BEMIDDELENDE FUNCTIEIN DEZE VERVULLENAANVRAGEN MET GEDETAILLEERDE GEGEVENS WORDENGAARNE INGEWACHT.iSte'Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwApril 1953 34e Jaargang no. 45CHILDERSBEDRIJFL. P. de ZoeteOok Uw schilder voorNieuwbouw en OnderhoudswerkenWerkzaam voorRijks- en Gemeente-instantiesHooftskade 94--94a DEN HAAG Telefoon 33 24 69AannemersbedrijfJ. SPANJERSBERGAmbachtsweg 23 -- Wateringen (Z.H.)Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEF. No. 35400HOUTHANDELLANG 6 Co.N.v. i.o.Chemisch-TechnischeBouwstoffenindustrie,Nwe Keizersgr. 41-43,AMSTERDAM, C.Telefoon 54103TEGELHANDELKantoor en toonkamer:Pqnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,lilliputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.VOORALLEHOUTWERK J J^^TENCOLIJ^EUMde beterekleurcarboUneumIN BLIKKEN BUSSEN I ^^ OVTUaif,?^WN.v. TEERPRODUCTENINDUSTRIETOUWEN & Co. - AMSTERDAMVOOR KLEURIGE EN GENUANCEERDEHandvormsteenin vecht-, rijn- of lilliputformaat:Fa. Wed. Van Leeuwen & BoerSteenfabriek - Koudekerk aan de Rijn - Telefoon K1714-206de dakbedekking teverzorgen doorN.V. V E R I V 0 NSchansweg 67, RotterdamTelefoon 82740Weest op Uw hocde; het vcrlies ligt op de loer.STOP het rottingsproces metMet Klcur-Coppcrant 2 trocven in ecn hand!Vraagt folders en kleurkaart overCOPPERANT - NORMAALKLEUR-COPPERANTCOPPERANT-KLEURLOOSaanFalbrieR ,,HET VAMSTERDAM ? GRASWEC 46 - TELEFOON 60523Tijdschrift voorVolkshuisvesting enApril 195334e Jaargang - No. iMaandbladStedebouTvOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de Wederopbouw Redactie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, ]hr M. ]. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Drs H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertcnties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Teltfoon 49128 ("s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Rijksdienst voor het Nationale PlanInsta'llatie Planologische Werkcommissie Rampge-biedNadat reeds enkele weken na de overstromingsramp op 1 Fe-bruari 1953 de zgn. Delta-commissie was ingesteld voor hetonderzoek naar de mogelijkheid van afsluiting van zeegatenen daarmede samenhangende waterstaatstechnische proble-men, is thans van Rijkswege ook voor de behandeling van deplanologische aspecten een maatregel getroffen. De Ministervan Wederopbouw en Volkshuisvesting heeft nl. overeen-komstig het advies van de Vaste Commissie van de Rijks-dienst voor het Nationale Plan besloten in samenwerking metde provinciale besturen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brajjant een ,,Planologische Werkcommissie Rampgebied" inhet lleven te roepen. Hiervoor is een analoge figuur gekozenals sedert enkele jaren bestaat voor de studie van de vraag-stukken in het Westen des lands.De commissie, die op 17 April 1953 door de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting ten kantore van de Rijks-dienst voor het Nationale Plan werd geinstalleerd, heeft devolgende samenstelling:Voorzitter: Dr J. Linthorst Homan, Voorzitter van de VasteCommissie van de Rijksdienst voor het Nationale PlanSecretaris: Mr J. Vink, Directeur van de Rijksdienst voor hetNationale PlanVapwege de Vaste Commissie van de Rijksdienst voor hetNationale Plan:Mr M. C. Bloemers, Referendaris bij de Afdeling Oudheid-kunde en Natuurbescherming van het Ministerie van Onder-wijs, Kunsten en WetenschappenIr M. le Cosquino de Bussy, Hoofdingenieur-Directeur vande RijkswaterstaatMr J. M. Kan, Raadadviseur bij het Ministerie van Binnen-landse ZakenDr Ir Z. Y. van der Meer, Directeur-Generaal van de We-deropbouw en de VolkshuisvestingDr Ir F. P. Mesu, Directeur van de Cultuurtechnische DienstDrs F. J. }. H. M. van Os, Adviseur voor Regionale Indus-triele Zaken bij het Ministerie van Economische ZakenVanivege het Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland:Mevrouw Mr Chr. A. de Ruyter-de Zeeuw, Lid van Gedepu-teerde StatenIr C. H. Wittenberg, Lid van Gedeputeerde StatenVanwege het Provinciaal Bestuur van Zeeland:C. Hamelink, Lid van Gedeputeerde StatenVanwege het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant:Mr J. A. P. M. van Hasselt, Lid van Gedeputeerde Staten.De Commissie heeft tot taak:1. een samenvattend onderzoek naar de planologische vraag-stukken, die zich onder de omstandigheden waarin Z.W. Ne-derland is komen te verkeren, mede gezien in het licht van deopdracht aan de Delta-commissie, op nationaal niveau aan-dienen uit het oogpunt van de wenselijke en mogelijke ruim-telijke ontwikkeling van dat gebied in het kader van het lands-geheel;2. het voorstellen van maatregelen, die op grond van dit on-derzoek zouden dienen te worden bevorderd, waarbij voor-rang ware te geven aan eventuele aanbevelingen, die nog vaninvloed zouden kunnen zijn op het in uitvoering zijnde her-stelwerk.Vaste CommissieBij Koninklijk Besluit van 24 Maart 1953, no 24 zijn in deVaste Commissie van de Rijksdienst voor het Nationale Planbenoemd tot lid-deskundige ProL Dr E. W. Hofstee, Hoog-leraar in de economische en sociale geografie en sociale statis-tiek te Wageningen, en Ir C. van Traa, Directeur van deDienst van Stadsontwikkeling en Wederopbouw te Rotterdam,onderscheidenlijk op het gebied van het planologisch onder-zoek en op dat van het stedebouwkundig ontwerpen.Besluiten van de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvestingOp grond van artikel 29, derde lid van de Wet van 28September 1950, houdende voorlopige regeling inzake hetNationale Plan en streekplannen maakte de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting bij beschikking no 31 dd.16 Juli 1951 bezwaar tegen een voorgenomen ontginning vanenige percelen grond in de gemeente Zundert.Aangezien belanghebbenden sedertdien het grootste gedeeltevan deze gronden aan de Staat hebben overgedragen en tenaanzien van he
Reacties