Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwJuni 1953 34e Jaargang no. Osteeds groter wordt de vraag naarSchewil VX BouwplatenHet zeer grote en steeds gelijke isolatie-vermogen speelt hierbij een voorname rol.Rapport d.d. 13 Juni 1953 van hetInstituut voor Warmte-economie T.N.O.:Aeg. Warmtegeleidingscoefficientin kcal/mh?C 0,066.Volumegewicht ca 360 kg M^.Vergelijk dit eens met andere bouwplaten:zelfs kurk loopt van 0,035 naar 0,065.Wij geven U veel waarde voor weinig geld!BOUWPLATENFABRIEK WILLEMSE - DELFT n.v.ZUIDEINDE 117 -- Telefoon 1580DUN als betonbeschermingsverfDIK als dichtingsmiddelN.V. TEERPRODUCTEN INDUSTRIETOUWEN & Co. - AMSTERDAMAbraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEF. No. 35400HOUTHANDEL.....de dakbedekking teverzorgen doorN.V. V E R I V 0 NSchansweg 67, RotterdamTelefoon 82740Vi^.lLlMTEGELHANUELKantoor en toonkamer:Pijnackerstraat 40A'dam (Z.) - Telef. 26986Wand- en vloertegels, schoorsteenmantels,lilliputstenen, raamdorpels, gresmateriaal,vensterbankstenen, enz.4 nieuweproducten:s{.m-Preparaat voor het reinigen vangevels, natuursteen, enz.Product ter vergroting der plastici-teit van mortels en voorkoming vanontmenging.Bekistingsvloeistof voor sierbeton,(bindingsrem.).Isoleerstof tegen verfverzeping,roet- en lekkage-vlekken.I A kir* 0 r Chemisch-Technlsche Bouwstoffen In-LAINU & LO dustrie - Nieuwe Keizersgracht 41-43? AMSTERDAM - Telefoon 54103.STALENRAMENDEURENFRONTENZANDSTRALEN is een eerste vereisteMETALLISEREN brengt Uw onderhoudskostenreke-ning omlaagCONSTRUCTIEBEDRIJF en MACHINEFABRIEKALIA IN* ? Binckhorstlaan 301 -- DEN HAAGMs men dat 100 jaar geleden had kunnen zeggen.Millioenen guldens zouden gespaard zijn metVraagt folders en kleurkaart overKLEUR-COPPERANTCOPPERANT - NORMAALCOPPERANT-KLEURLOOSaanFalbrieR ,,HEX Y"AMSTERDAM GRASWEG 46 - TELEFOON 60523Juni 195334e Jaargang - No. 6MaandbladTijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. J. I. de Jonge van Ellemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Drs H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)Officiele mededelingenNederlands InstituutOp 28 Mei 1.1. werd door de Heer Dr Ir F. P. Mesu, Directeurvan de Cultuurtechnische Dienst, voor de leden van het Insti-tuut een lezing gehouden over ,,Het herstel in de door deoverstroming getroffen gebieden, bezien uit een oogpunt vanruimtelijke ordening". Deze lezing werd door de aanwezigenmet grote aandacht gevolgd en na afloop werden verscheidenevragen gesteld. Wij stellen ons voor in een van de volgendenummers een resume van de lezing op te nemen.Rijksdienst voor het Nationale PlanWisseling voorzitterschap van de Vaste CommissieIn verliand met zijn benoeming tot Directeur voor Integratiebij de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Minis-terie van Economische Zaken verzocht Dr J. Linthorst Homanonthevfen te worden van zijn functie van Voorzitter van deVaste Commissie van de Rijksdienst voor het Nationale Plan,welk ontslag bij Koninklijk Besluit van 15 Mei 1953 op eer-volle wlijze werd verleend onder dankbetuiging voor de in dezefunctie bewezen diensten.Op 1 October 1947 aanvaardde de Heer Linthorst Homan zijnbenoeming tot President van de Rijksdienst voor het NationalePlan eii Voorzitter van de Vaste Commissie.Bij de totstandkoming van de Wet van 28 September 1950houdend voorlopige regeling inzake het Nationale Plan enstreekplannen kwam de functie van President te vervallen. Hetvoorzitterschap van de Vaste Commissie bekleedde Dr Lint-horst Homan tot 1 Juni 1953. Hij blijft als adviseur voor bui-tenlandse aangelegenheden en als voorzitter van de Benelux-commissie voor de Ruimtelijke Ordening aan de Rijksdienstvoor het Nationale Plan verbonden.In de Juni-vergadering nam de Vaste Commissie afscheid vande scheidende voorzitter. De Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting memoreerde daarbij de vele activiteiten vande Heer Linthorst Homan op het gebied van de planologie enroemde zijn grote stuwkracht.Een resume van de afscheidsrede van de Heer Linthorst Ho-man zal in een van de volgende nummers van dit Tijdschriftopgenqmen worden.In dezelfde vergadering werd Mr C. Th. E. Graaf van Lyn-den van Sandenburg door de Minister van Wederopbouwen Volkshuisvesting als nieuwe voorzitter van de Vaste Com-missie gei'nstalleerd.De Heer van Lynden van Sandenburg werd geboren in 1905en studeerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Naast zijnlidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad heeft hij ver-schillende leidende functies in het nationale en Internationaleorganisatieleven. In de toespraak, waarmede hij zijn taak aan-vaardde, wees de nieuwe voorzitter erop dat zijn werk hemtot dusver voornamelijk met de agrarische aspecten van deruimtelijke ordening in aanraking heeft gebracht, maar dat hijzich erop verheugt deze arbeid thans van een algemeen ge-zichtspunt uit ter hand te kunnen nemen.Vaste CommissieBij Koninklijk Besluit van 10 Juni 1953, no 21 is benoemd totlid van de Vaste Commissie van de Rijksdienst voor het Na-tionale Plan Dr P. C. J. van Loon, hoofd van de AfdelingStudie, Planning en Documentatie van het Ministerie vanMaatschappelijk Werk.Arnhems Stadsplan1. Inleidingdoor Ir R. A. TjalkensOnder de titel ,,Arnhems Stadsplan" is enige maanden geledenverschenen het rapport van de studiecommissie voor het stads-plan Arnhem. Het woord stadsplan, dat voorkomt zowel inde titel van het boek als in de naam van de commissie, vindtgeen steun in onze stedebouwkundige wetgeving; om de be-doeling van dit woord te doorgronden moet men dus bij hetrapport zelf te rade gaan. ,,Het stadsplan", aldus de Burge-meester van Arnhem in zijn Ten geleide, ,,is niet het weder-opbouwplan, maar de grondslag voor dit plan. Het is het geheelvan inzichten en richtlijnen waarnaar bij de herbouw en deverdere uitbreiding van de stad te werk moet worden gegaan".Reeds op grond van deze definitie valt te vermoeden dat hetrapport niet diep ingaat op de formele zijde van de stedebouw.Dit lijkt juist in zoverre dat de feitelijke plannen inderdaadeen doorgaand geheel moeten vormen, onafhankelijk van desoms grillige begrenzingen van de gebieden, waarin zij later,al naar hun officiele procedure, worden verknipt. Men mistechter node, in een toelichtend boek zoals dit, een paar toe-lichtende woorden over de verschillende soorten van formeleplannen (uitbreidingsplan in hoofdzaak en in onderdelen, we-deropbouwplan en komplan) en hun procedure; een materiewaarover in brede kring onwetendheid heerst.De aangehaalde definitie van het woord stadsplan doet voortsvermoeden dat het boek voornamelijk tekst zal bevatten enin vergelijking daarmee weinig plannen. Dit moge een teleur-stelling zijn voor de in Arnhem bekende lezer, die nieuwsgierigis naar concrete oplossingen, het is ook wel verklaarbaar.Inzichten en richtlijnen kunnen nog over enige jaren wordengebundeld en in boekvorm uitgegeven; concrete plannen zijn 61Artike62o iik;i?^^2 wI:>%daarvoor echter te bewegelijk. Voort-durend veranderende opvattingen enmogelijkheden leiden tot herhaaldewijzigingen, zelfs in de officieel goed-gekeurde plannen, en het mag dusvrijwel onmogelijk worden geacht,een enigszins uitgewerkt plan voorde gehele stad aan dit rapport toe tevoegen. Wei had men iets verderkunnen gaan dan de twee plankaar-ten, die thans in het rapport zijn tevinden.Behalve een geheel van inzichten enrichtlijnen voor herbouw en verdereuitbreiding, noemt de Burgermeesterhet stadsplan ook de grondslag voorhet wederopbouwplan. Dit in aanslui-ting bij de opdracht, die de commis-sie van Burgemeester en Wethou-ders ontving, namelijk ,,de vraagstuk-ken te bestuderen, welke bij de op-bouw van de oude stadsgedeelten on-der de ogen moeten worden gezienen de hoofdlijnen aan te geven, wel-ke bij het ontwerpen van een planvoor de wederopbouw naar haarmening moeten worden gevolgd".Deze taakstelling heeft er toe geleiddat de commissie zich weliswaar nietstrikt tot het herbouwplan heeft be-perkt, maar dat zij haar aandacht welin overwegende mate op het stads-centrum heeft gericht; vooral het nietvoor stedelijke bebouwing bestemdedeel van de gemeente is daardoorenigszins aan de aandacht ontsnapten het rapport heeft daardoor watonevenwichtigs gekregen.Dit bezwaar moet men mede aan-vaarden als een uitvloeisel van degevolgde werkwijze: de commissieheeft tijdens de samenstelling van ditrapport niet rustig zitten studeren,maar is voortdurend voor practischeproblemen geplaatst en die lagen ge-woonlijlk in of nabij het stadscentrum.Men kan bijna zeggen dat de com-missie in de eerste plaats practischeplanologie heeft bedreven en als eennevenplroduct haar rapport heeft sa-mengesteld.2. Miaeilijkheden bij de samenstelling,,Wij fiebben onze arbeid moeten verrichten in een bijzonderstormachtige periode van een geestelijk en materieel roerigetijd. Niet alle verwachtingen die in 1945 werden gekoesterdover de verwerkelijking van grote stedebouwkundige concep-ties bleken in de na-oorlogse constellatie stand te kunnenhouden", aldus de commissie in haar samenvatting en slot-beschouwing. ,,Wij herhalen onze uitspraak van het inleidendehoofdstuk: dit rapport is rustpunt, geen eindpunt".Inderdaad: de jaren waarin dit rapport is voorbereid, zijn nietbevorderlijk geweest voor het tot stand komen van degelijkegeschriften over deze moeilijke en veelzijdige materie. Hoemoeilijk was het juist in deze jaren de toekomstige ontwik-keling der verschijnselen te taxeren. Alle cijfers op het gebiedvan geboorte, migratie en forensenwezen stonden op huneigen, soms onbekende, wijze onder de invloed van de afge-lopen oorlog. Ook de uitkomsten van verkeerstellingen en decijfers omtrent het aantal auto's in Nederland waren moeilijkte extrapoleren.\X^: ' ' ' ArtikelenASE'SJTW'^/^.Het kruispunt aan de voet van de brugopritUit dit oogpunt bezien had de commissie haar arbeid beter in1953 kunnen beginnen dan beeindigen, maar vele stedebouw-kundige beslissingen hadden daar niet op kunnen wachten.Men had dus slechts de keuze tussen een wat summiere voor-studie of helemaal geen. Dat men onder de druk van dezekeuze niet al te perfectionistisch te werk is gegaan, valt slechtste prijzen.De commissie signaleert in bovenstaand citaat ook het pro-bleem van de te hoog gespannen verwachtingen. Niet alleenin Arnhem heeft men aanvankelijk de illusie gehad, dat stede-bouwkundige utopieen per herbouwplan konden worden gerea-liseerd. Deze illusie is voornamelijk op finantiele gronden on-houdbaar gebleken en het had voor de hand gelegen, bij ver-lopen getij de bakens te verzetten. Dit heeft de commissie nietten voile gedaan. Wel heeft zij zich met enkele aarzelendewoorden enigszins gedistantieerd van de gedachte aan eentweede Rijnbrug bij het Roermondsplein en aan verplaatsingvan Musis Sacrum naar de Oude Haven, maar zij is niet ge-komen tot zakelijk verantwoorde beschouwingen over de tijd-stippen, waarop deze kostbare voornemens misschien zoudenkunnen worden gerealiseerd. De gedachten van de commissiezijn daardoor teveel aan de oorspronkelijke plannen blijven 63Artikelenhangen en te weinig gegaan in de richting van redelijkealternatieven.Bijvoorbeeld zou men, wanneer tijdig was ingezien dat detweede Rijnbrug de eerste tientallen jaren niet zou wordengebouwd, waarschijnlijk meer aandacht hebben geschonkenaan de minder kostbare mogelijkheden tot verbetering van deApeldoornseweg ten behoeve van het doorgaande verkeer innoord-zuidrichting. Evenzo had men voor Velperplein enEusebiussingel dadelijk een met Musis Sacrum verenigbare op-lossing kunnen ontwerpen, indien men zich tijdig voor ogenhad gesteld, dat verplaatsing van dit gebouw voorlopig nietmogehjk zou zijn.Deze beide voorbeelden tonen tevens aan, hoe de inhoud vanplannen kan samenhangen met het tempo van verwezenhjking.Een globaal tijdschema mag daarom niet ontbreken.3. Inzichten en richtlijnenTot de inzichten en richtlijnen, die de commissie in het rapportheeft neergelegd, behoren er enkele die voor de ontwikkehngvan de stad van groot belang zijn. Sommige zijn van nog rui-mere geldigheid en zouden ook in andere steden navolgingverdienen.Daar is om te beginnen het streven om Arnhem haar gelobdevorm te doen behouden. Een dergehjke vorm is reeds velemalen door stedebouwkundige theoretici aangeprezen als deideale vorm voor steden van Arnhems grootte. Tot de voor-delen van deze stadsvorm behoren:le. beperkte afstand tussen woningen en groen;2e. duidehjke geleding van de stad in wijken;3e. mogehjkheid om interlocale wegen buiten de woonwijkenom naar het stadscentrum te leiden.Allerlei natuurhjke en toevalhge oorzaken, aangevuld met eenbewust stedebouwkundig streven, hebben deze ideale vormin Arnhem doen ontstaan; alleen wat de interlocale wegenbetreft, is Arnhem niet volmaakt. Slechts de noordwestelijke,noordelijke en noordoostelijke buitenwijken vertonen de idealetoestand, waarbij een buurthoofdstraat radiaal verloopt in hetmidden van de woonwijk en de interlocale wegen langs derand voeren; in de andere wijken vervult de weg in het mid-den van de wijk tegelijkertijd de functie van interlocale wegen van buurthoofdstraat. Deze onvolmaaktheid, hoewel oor-zaak van ernstige verkeersproblemen, doet natuurlijk niets afaan de overige voordelen van de gelobde vorm. Mede dankzij deze stadsvorm is Arnhem een prachtige stad gebleven,ook al is haar inwonertal sinds 1920 tot het anderhalfvoud toe-genomen en al heeft zij de daarvoor benodigde bouwterreinenvoor een belangrijk deel moeten zoeken in de landschappelijkgevoelige gedeelten van haar omgeving. Men ontkomt dan ookniet aan een gevoel van bewondering voor het vaste stedebouw-kundige beleid van de opvolgende gemeentebesturen en voorde ver-ziende blik van hun vroegere adviseurs. Onwillekeurigdenkt men daarbij in de eerste plaats aan Granpre Moliere,Verhagen en Kok, de ontwerpers van het algemeen uitbrei-dingsplan van 1933. Dit uitbreidingsplan, dat wel door deraad werd vastgesteld maar niet door Gedeputeerde Statenwerd goedgekeurd, heeft desalniettemin vele jaren het gemeen-telijk beleid tot richtlijn gediend. De commissie heeft zich invele opzichten opnieuw achter dit plan gesteld en de welge-kozen, soms bijna poetische bewoordingen, waarmee onzegoede Verhagen dit plan heeft toegelicht, worden op ver-scheidene plaatsen in het rapport met instemming geciteerd,De commissie erkent aan het eind van haar rapport: ,.Arnhemis in zijn grote vormen goed gebouwd. Hier behoefde geennieuwe orde geschapen te worden; zij was al aanwezig".De commissie heeft dus in dit opzicht een gemakkelijke taakgehad, daar zij kon steunen op de juiste inzichten van haarvoorgangers. Ook deze voorgangers vonden echter op hunbeurt hun weg min of meer geeffend: reeds in de twintigerjaren waren in Arnhem omvangrijke werken van stedebouw-kundige betekenis uitgevoerd, die later bleken te passen inhet algemeen uitbreidingsplan van 1933. Volkomen gelijk aan04 de huidige plannen waren die plannen uit de twintiger jarenzeker niet, maar in de grote lijnen moet toch overeenstem-ming hebben bestaan. Ik houd het er voor dat de aantrek-kelijke stedebouwkundige gedaante die Arnhem thans bezit,mede voor een belangrijk deel te danken is aan deze con-tinui'teit in stedebouwkundige opvattingen; een continui'teit,die uiteraard is te danken aan de wijsheid van de latere ont-werpers, die de denkbeelden van hun voorgangers slechtshebben aangetast voorzover dat noodzakelijk bleek, maar meernog aan het inzicht van de eerste ontwerpers, die omstreeks30 jaar geleden bij benadering de huidige stadsvorm hebbenvoorzien. Van deze ontwerpers mag men getuigen dat zij huntaak op de juiste wijze hebben vervuld!Dat men de huidige stadsvorm dertig jaar geleden zou hebbenvoorzien, lijkt onbegrijpelijk, wanneer men bedenkt dat het aan-tal inwoners, waarvoor de woonscheggen binnen de Schelm-seweg toen waren bedoeld, toch heel wat kleiner moet zijngeweest dan het aantal, waar thans de commissie mee rekent.Het heeft de commissie ook wel moeite gekost de continui'teitin dit opzicht vol te houden. De voornaamste uitwijkmogelijk-heid, die thans wordt voorgesteld, ligt in de wijk Presikhaaf,in de vork tussen de spoorlijnen naar Dieren en naar Zeve-naar. Deze wijk is uitvoerbaar geworden door de kort geledenvan kracht geworden grenswijziging, waarbij de oostgrensvan Arnhem naar het Hazenpad is verlegd. Ook door verdereuitbreiding van de Geitenkamp en van Malburgen (de nieuwenaam voor Arnhem-Zuid) kon nog enig bouwterrein wordengewonnen, terwijl voorts de capaciteit van de plannen konworden opgevoerd door de toepassing van grotere bebou-wingsdichtheden. Al deze maatregelen tezamen zijn echter nietbij machte, het thans voorziene inwonertal geheel op te vangenen men heeft dan ook naar nieuwe mogelijkheden moetenomzien: bij groei van de bevolking overeenkomstig de ramingvan het rapport zal de laatste stoot moeten worden opgevangendoor een nieuwe voorstad in de omgeving van Westervoort.In samenhang met het toekomstig gebrek aan bouwterrein ishet inzicht gegroeid, dat de stad zich in de toekomst niet zozeer zal moeten richten op verdere uitbreiding van haar In-dustrie, alswel op versterking van haar functie als regionaleverzorgingskern. Dit inzicht berust op de overweging, dat In-dustrie zo nodig gemakkelijker naar buurgemeenten kan wor-den gedccentraliseerd dan een verzorgingsfunctie.De commissie ziet dus Arnhem in de toekomst vooral alsmiddelpunt van een dichtbevolkte, tamelijk gei'ndustrialiseerdelandstreek. Zou dit wijzen op het ontstaan van streekbesef inde plaats van gemeentelijk chauvinisme?Belangrijke richtlijnen geeft het rapport op het gebied van hetverkeer. In de eerste plaats, dat het verkeer voornamelijk destraalwegen zal blijven volgen, zodat aan ringwegen weinigbehoefte bestaat; een opmerking, die men zich gemakkelijk kanveroorloven in een stad, die van ouds over drie ringwegenbeschikt: de singels om de oude stad, de Schelmseweg en deKoningsweg. De commissie baseert dit inzicht o.a. op de topo-grafie: de route tussen twee buitenwijken langs straalwegengaat vaak met minder stijgingen gepaard dan langs een ring-weg; zowel stads- als interlocaal verkeer zouden daarom destraalwegen verkiezen. Van algemener geldigheid is het argu-ment, dat zowel het stadsverkeer als het interlocale verkeervoor een groot deel het stadscentrum tot doel hebben, zodatkosten, besteed aan het verbeteren van straalwegen, dus veelmeer nut afwerpen dan kosten, besteed aan de aanleg of ver-betering van ringwegen. Aan dit inzicht heeft de commissiestar vastgehouden, zodat zij geen woord heeft gewijd aanenkele mogelijkheden tot verbetering van bestaande of aanlegvan nieuwe ringwegen.De commissie aanvaardt de -- grotendeels toch onvermijdelijke-- vermenging van stads- en interlocaal verkeer op de straal-wegen en streeft in verband hiermee naar een scheiding vanverkeerssoorten. Zij meent dat:le. op de hoofdwegen en kruispunten het verkeer in snel enlangzaam verkeer gesplitst dient te worden;2e. deze wegen door vluchtheuvels gescheiden rijbanen moe-ten bezitten;^j^'T^.v-atc I'-^-r. "1OOKGEBOUWDEEUWEN VERTROUWD^^acature^Bij de Gemeentelijke Woningdienst te Amsterdam kanworden geplaatst eenTECHNISCH HOOFDAMBTENAAR Bter assistentie van de hoojdleiding bij de uitvoering vanwoningbouw, welke van overheidswege geschiedt.SoUicitanten dienen in het bezit te zijn van het diploma enerM.T.S. of moeten een daaraan gelijkwaardige opleiding heb-ben genoten.Voorts dienen zij over een gedegen bouwkundige kennismet ruime ervaring in de uitvoering van grote werken, bijvoorkeur woningbouw, te beschikken.Zij moeten in het bijzonder op de hoogte zijn met het op-stellen en controleren van bouwbegrotingen en de be-moeiingen met de financiele afwikkelingen bij de uitvoe-ring.Bij voorkeur komen in aanmerking personen met een ruimetechnische ervaring in overheidsdienst.Salarisgrenzen, inclusief vaste toelage, minimum f, 5888.76,maximum f 7410.24. Kindertoelage volgens Gemeentelijkeregeling.Aanstelling geschiedt in tijdelijke resp. vaste dienst.Vergoeding van pension-, reis- en verhuiskosten krachtensde Gemeentelijke Verplaatsingskosten-verordening.Sollicitaties dienen op zegel onder No. 86 a W.D. te wordengezonden aan de Directeur van de Gem. Personeelsvoorzie-ning, Sarphatistraat 92, Amsterdam (C), binnen 10 dagenna deze publicatie.GEMEENTE VELSEN.Bij het Bedrijf van Openbare Werken kan worden geplaatsteen BOUWKUNDIG INGENIEUR (diploma Delft)Vereist is ervaring in het maken van gemeentelijke uitbreidingsplannen, terwijl ervaring in zaken het Grondbe-drijf betreffende op prijs wordt gesteld. Ervaring in hetontwerpen en uitvoeren van openbare gebouwen kan degelegenheid scheppen over enkele jaren de architect opte volgen.Aanstelling zal, afhankelijk van bekwaamheid, ervaring,leeftijd e.d., geschieden in de salarisklasse / 5.100,--/ 6.000,-of / 6.100,--/ 7.000,-, te verhogen met de bekende toelagen.Kindertoelage, verhuiskosten en andere regelingen conformde Rijksregeling.Sollicitaties in te dienen bij Burgemeester en Wethouders,binnen 14 dagen na het verschijnen van dit blad.GEMEENTE NIEUWER-AMSTEL.Voor de afdeling Uitbreiding en Ontwikkeling van Ge-meentewerken Nieuwer-Amstel worden sollicitanten opge-roepen naar de betrekking vanTEKENAARvoor het verrichten van stedebouwkundig en kadastraaltekenwerk.Leeftijd ? 25 jaar.Dienstverband: voorlopig op arbeidscontract.Salarisgrenzen (incl. toelagen) naar bekwaamheid / 2530.--tot / 3120.-- of / 3000.-- tot / 3590.-- (5 eenj. verhogingen).Gezegelde sollicitaties met opgave van o.a. opleiding, ver-kregen diploma's, practische ervaring en referenties wor-den binnen 10 dagen ingewacht ten kantore van Gemeente-werken, Dorpsstraat 97 te Amstelveen.SCHILDEREN,BOUWEN EN ONDERHOUDENGAAN HAND IN HANDLaat dit samengaan harmonisch zijn en kiesvoor Uw objecten de kwaliteils-producten:TEOLIN S.Y.moderne, sneldrogends kwastlakken voor binnen en builen.TEOCOTEoliehoudende muurverven voor binnen en buiten.TEOPHYLchemicalienbestendige laksystemen voor de atlerzwaarsteeisen. (Brochures op aanvraagl)WAGEMAKERSBREDA-TEL7246' (3 LUNEN)J5ST5ftlSS GEMEENTE ROTTERDAMBij de Dienst van StadsontwikKeling en WederopbouwIsunnen woiden geplaatst:a. een bouwkundig ingenieurc.q. architect H.B.O.b. een assistent-architect H.B.O.,die zullen woiden be'ast met werlczaamliede i ten be-hoeve van de wederopbouw van de binnenstad en van deuitbreidingsplannen.Salarisgrenzen: bouwkundig ingenieur en architectf. 5S3 ,04 ? f. 8138,-- ; bruto per laarass. architect f. C492, f. 6815,-- ( vaste loei. inbegr.c. een assistent-tekenaar,bij voorkeur in het bezit van het diploma stedebouw-kundig tekenaar PB.N.A..Salarisgrenzen: f. 2377,88 - f. 3882,72 bruto per jaar, vastetoelage inbegrepen.Voor ervaren kiachten is een vaste aanstelling, esentueelmet een proe tijd van een aar, niet uitgesloten.Soil, op zegel te richten tot Burg, en Weth. en in tezenden aan het Bur. Personeelvoorz., kamer 331, Raadhuis,binnen 14 dagen na deze oproep, onder No. "^--^AArtikeleny4i.?^*v^r"- "*?'3Oao^67Areikclen Steenstraat en een gcdeelte van het Nieuwe Plein voldoenaan het aanbevolen wegprofiel. Het Velperplein is in de be-staande toestand getekend; Willemsplein en Stationsplein inde ontworpen toestand, maar ook deze pleinen vormen geenvoorbeeld van de aanbevolen scheiding van snel en langzaamverkeer op verschillend niveau.De eerder in het rapport geraamde grote verkeersintensiteitenhebben de commissie niet kunnen bewegen tot het ontwerpenvan een ruime en duidehjke ringweg langs de zuidzijde van hetstadscentrum, die, vooral in verband met de ontworpen ver-legging van het verkeer uit het westen naar Onderlangs, be-langrijk had kunnen bijdragen tot ontlasting van de drukstewegen en kruispunten. Met de bedoehng Grote Kerk, Markten Provinciehuis bijeen te voegen tot een niet door oostwest-verkeer doorsneden geheel, heeft men de door krotopruimingen oorlogsschade geboden kansen op verwezenlijking van eendergehjke ringweg onbenut gelaten en zich tevreden gesteldmet een onoverzichtehjk net van nieuwe straten.Het wederopbouwplan is uiteraard minder geschikt om de be-langstellende lezer een duidehjk beeld te geven van de opvat-tingen van de commissie omtrent woonwijken. Het zou daaromnuttig zijn geweest als derde plankaart op te nemen een ge-deelte van een normale woonwijk zoals Geitenkamp, Malbur-gen of Presikhaaf.5. SlotbeschouwingDe vorm waarin het rapport is gepubUceerd kan in het alge-meen aantrekkehjk worden genoemd. Foto's en tekeningen,gedeeltelijk in kleurendruk, bieden afwissehng met de tekst.Een klein bezwaar vormen de uitvoerige bijschriften bij detekeningen en het grote aantal eveneens uitvoerige voetnoten:de van enthousiasme nieuwsgierige lezer raakt daardoor enigemalen per bladzij de draad van het verhaal kwijt. Dit ver-geeft men echter gaarne aan een geschrift, dat zoveel wil ver-tellen in een betrekkelijk beperkte ruimte.De stijl van de secretaris-rapporteur is niet populair te noe-men in de zin van oppervlakkig voortleuterend, maar vertoonttoch zekere journalistieke trekken, die het rapport sterk doenafwijken van de voor ambtelijke rapporten gebruikelijke vorm.Het rapport is daardoor niet alleen voor de ontwikkelde buiten-staander, maar ook voor de vakgenoot aanmerkelijk beter lees-baar geworden. i) Moge dit een aansporing vormen om ookbij andere rapporten, die voor een ruimere lezerskring bedoeldzijn, te streven naar een wat minder ,.ambtelijke" stijl.De hierboven uitgeoefende critiek is niet als afbrekend bedoeld.Ik juich publicaties als ..Arnhems Stadsplan" van harte toe;ik acht ze zelfs onontbeerlijk voor de planologie in Nederland.Dit vak is bij het grote publiek onbekend en onbemind. Velenzien de nadelen van ruimtelijke ordening. weinigen kennen devoordelen. De planologie is daardoor voortdurend in de ver-dediging tegen onwil. onverschilligheid en gebrek aan inzicht.Dit valt niet te redden met wettelijke sancties: hier is voor-lichting nodig om te komen tot meer en beter begrip. Een pu-blicatie als Arnhems Stadsplan kan in deze richting meehelpen,daar zij planologische inzichten en opvattingen ontvouwt opeen wijze, die voor een vrij groot publiek bevattelijk kanworden geacht. Het is te hopen dat Arnhems Stadsplan inder-daad door velen zal worden gelezen.Planologie in Paraguaydoor Mr A. Kleijn681) Dat het boek inderdaad in ruime kring de aandacht heeft getrokken,kan blijken uit de volgende Ujst van boekbesprekingen:Bouwkundig Weekblad, 3 Februari 1953Bouw, 14 Februari 1953De Nederlandse Gemeente, 27 Februari 1953Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie, Februari 1953Economisch Statistische Berichten , 11 Maart 1953.In mijn functie van deskundige van de Verenigde Naties voorplattelandsaangelegenheden in Paraguay, kreeg ik vorigeweek het verzoek ergens in dit land een plaats te gaan aan-wijzen, waar de bebouwde kom voor een verspreid gebouwdebuurtschap zou moeten verrijzen. Dit verzoek heeft me nogeens weer in aanraking gebracht met de wetgeving op stede-bouwkundig gebied, die hier geldt. Want helemaal zonderlets op dit gebied kan geen land het stellen, al kan men blijk-baar hier en daar wel met een minimum volstaan. Om redenenvan plaatsruimte met voorbijgaan van mijn belevenissen terplaatse, hoe vermeldenswaard die ook overigens mogen zijn,lijkt het mij wel merkwaardig iets te vertellen over deze wet-geving.Paraguay heeft zijn stedebouwkundige ontwikkeling toever-trouwd aan de Gemeentewet. Deze wet bevat, behalve de be-palingen rechtstreeks van toepassing op het gemeentebestuuren de gemeentelijke organisatie, ook allerlei regelingen, die bijons stof hebben geleverd voor hele administratieve wetten,zoals de Woningwet, de Hinderwet, de Wegenwet, de Ar-menwet enz. Waar de Gemeentewet echter nauwelijks meerdan honderd artikelen telt, moest elk onderwerp apart met eenzeer bescheiden aantal volstaan.Wat nu de stedebouwkundige regeling betreft, moet vooropworden gesteld, dat iedereen, die over dorpen of steden spreektof de term ,,bebouwde kom" hoort, in dit land onmiddellijkdenkt aan een opzet volgens het gerenommeerde schaakbord-patroon. Sinds de Spaans-koloniale tijd n.l. is elke nederzet-ting, die rechtstreeks als zodanig gesticht is, volgens dit geo-metrisch patroon tot stand gekomen. Stedebouwkundig gezienwerkt een dergelijk uitgangspunt ongetwijfeld sterk vereen-voudigend. Men behoeft slechts enkele vaste maten in zijnhoofd te hebben om een stad of een dorp te kunnen ontwer-pen. De ..manzanas" of vierkante blokken, waarop gebouwdkan worden, zijn 100 bij 100 m. De gewone straten zijn 16 mbreed, hoofdstraten, avenidas, 22 m. Wie deze maten eenmaalin het hoofd heeft, behoeft slechts het middelpunt van de nieu-we nederzetting te kennen en de richting van de elkaar recht-hoekig kruisende straten om haar te kunnen ontwerpen. Ookpleinen en parken passen zich automatisch in het schema in.Zijn ze klein, dan is een manzana genoeg, zijn ze wat groter,dan hebben ze een oppervlak van vier manzanas, in het vier-kant gelegen. Variaties zijn mogelijk van 2, 6 of 8 manzanas,in welk geval het plein of het park dus niet vierkant is maarlangwerpig rechthoekig. Of het een plein wordt of een park,hangt af van de hoeveelheid groen en de bestrate oppervlakte.Volgens de wet moet de bouwplaats voor een huis een front-breedte hebben van tenminste 10 tot 12 m, bij een diepte vantenminste 30 m. Dit betekent dat per manzana ten hoogste 28huisplaatsen beschikbaar zijn. De wet kent een uitzonderings-bepaling voor die blokken, waarvan de vorm in verband met deterreingesteldheid of diagonale invalswegen onregelmatig is.Van de beschikbare huisplaats mag niet meer dan 75% wor-den bebouwd. Volgens onze begrippen een nogal aanzienlijkoppervlak. Daar moet echter bij in aanmerking worden geno-men, dat meestal niet hoger wordt gebouwd dan alleen degrondverdieping, dat de vertrekken veelal rond of langs eenbinnenplaats liggen en dat bij het warme klimaat vrije toetre-ding van de zon meer moet worden vermeden dan in de handgewerkt.Naar de straatzijde maken de meeste huizen een tamelijk be-sloten indruk. De vrij kleine, meestal van tralies voorziene,van binnen uit veelal helemaal of half door blinden afgeslotenramen, zonder gordijnen, liggen tamelijk hoog boven de straat,zodat inkijken nauwelijks mogelijk is. Dit afwerende karaktervan de bebouwing geeft, samen met :de rechte starheid van destraten, die voor het verkeer te breed lijken, aan het straat-beeld iets doods en naargeestigs, dat slechts zelden kan wor-den weggewerkt door een rijtje citroenbomen langs de randWIJN & DEKKER'sBOUWBEDRIJF N.V.MassawoningbouwVtiliteitsbouivBetonbouwKANTOOR: GRONINGENDr. C. Hofst. de Grootkade 47 Telefoon 25972LoodgietersbedrijfR. KUILMANViolenstraat 11-15GRONINGENTel. 28616Zieken 159-159a's-GRAVENHAGETel. 180593Maakt vrijblijvend offerte voor alleLOODGIETERSWERKENDe vele toepassingen spreken voor Colorite!Interieur Prinses BeatrixschoolArch.: Dienst der Publieke Werken,Afd. Gebouwen, Gemeente AmsterdamOokin de nieuwescholen voor G.L.O. teAmsterdam:,,Prinses Beatrix"aan de Sara Burgerhartstraat en de,,Klaas de Vriesschool"aan deLeeuwendalerwegzijn Colorite-tegelstoegepast.Profiteert U ook van deze moderne asfalt-tegel, waarvan de kleuren zijn afgestemdop de Nederlandse architectuur.FABRIKAAT LINOLEUM KROMMENIESYNPLEXSYNTHETISCHSYSTEEMMINDER kostenBETER resultaatN.V. Haarlemsche Stoomverffabriek - Postbus 204 - HaarlemFabriek:Kanaaldijk 3-19Kantoor:Buiksloterdijk 274Tel. 60762-60883Philipsen Asphaltfabriek? AMSTERDAM-N.ALLE SOORTEN DAKBEDEKKINGENSimsonvilt, Asphaltpapier, Asphaltvloeren, Dakleer, Mastiek.Voor Nederland: de EVERLAST naadloze plasticvloer.DE JONG's TimmerfabriekBERGAMBACHT Telefoon 485 Schoonhoven (K 1823)H.H. Aannemers: Vraagt offerte voor Uw* RAMEN* KOZIJNEN en* DEURENLevering door geheel Nederland met eigen vervoer.X zo snel2 bouwenB 2 biokken bieden U grotewarmte-isolatie, goede spijkerbaarheid, verbeterde specie-aanhechting en vele andere voordelen.ftEen eensteens muur wordtmet B2 blokken 3V2 x zosnel gebouwd als bij ge-bruik van Waalformaatmogelijk is.BREDERO BETON - ZUILEN - K 3408 541/542Levering vanalle soortenhouten en stalenKRUIWAGENSDE JONG's KruiwagenfabriekGIESSENDAM - TELEFOON 47Eerste Nederl. AsphaltfabriekVOORHEEN FIRMA GURTZGEN & VAN STRAATENGespecialiseerd in:Mastiek- en TeervrijeDAKBEDEKKINGEN?Gekleurde afdekkingen?Ook levering van debenodigde materialen.ZONSTRAAT 90 TELEFOON 10226 UTRECHTHet Sikkens' Periode-schema is een zo een-voudig - maar tegeiijker-tijd zo goed mogelijkonderhoudsschema voorbuitenwerk van woning-complexen, scholen, fa-brieken, enz.Bi) dit nieuwe schemawordt bij een minimumaan kosten een maximum 'resultaat verkregen.PermanentebeschermingvankostbaarbezitAltijdgaaf en5IKKEN5'periodeschetnaeen abonnement op het schilderwerk.1^5IKKEN5 'LAKFABRIEKEM N.V.SASSENHEIMHoutbouw Fa. Gebr. TiimnerGIESSENDAM -- Telefoon no. 62 Ned. HardinxveldUw adres voor:Directieketen, Volksketen, Cementloodsen, Barakken, enz.van net trottoir of over afsluitingsmuren hangende bloeiendeklimplanten.Zelfs in de dorpen, waar ook in het hartje van de bebouwdekom vrijwel steeds elke vorm van verharding ontbreekt --zij behoeven speciale toestemming van ,,de Kroon" om in hunbebouwde kom verharding aan te brengen -- kunnen de somsweelderige begroeiing met onkruid en de steeds aanwezigediepe gaten en watergeulen -- let wel ,,geulen", geen ,,goten"-- de straten geen levendig aanzien verlenen. Bovendien is dedorpsbebouwing vaak erg onregelmatig. Geen enkele manzanais volledig bebouwd. De meestal grauwe, lelijke en plompebouwsels, vierkant van vorm, gepleisterd en dikwijls nog volgrove namaak-renaissance versiersels en tierelantijntjes, wek-ken in hun onregelmatige en onvolledige rij de indruk vaneen vervallen gebit. De tegenstelling tussen de rechthjnigedorpsaanleg en de rommehge bebouwing, kan de rommehgheidslechts accentueren. Een stad of dorp, dat zich de weelde wilgunnen van een rechthoekig stratenplan van het schaakbord-type, zal tenminste ook voor de daarbij behorende homogeneen ordehjke bebouwing moeten zorgdragen. Waar dit nietgeschiedt is de aanbHk armetierig.Een stedebouwkundige opzet als hier omschreven, is al heelweinig in overeenstemming met de moderne stedebouwkundigeopvattingen, die uitgaan van wijk-vorming en in de eersteplaats een goede aanpassing aan de omgeving vragen. Hetbehoeft geen betoog, dat een consequent voortgezette uitbrei-ding volgens het schaakbord-beginsel in flagrante strijd komtmet een behoorlijke wijksgewijze ontwikkeling van het stads-lichaam. De uitbreiding van een stad als Asuncion, maar ookb.v. van een stad als de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires,zijn duidelijke voorbeelden van wat ik anorganische spreidingzou vfillen noemen, een spreiding die thans aan de buiten-randen zo goed en zo kwaad als het gaat moet worden op-gevangen.Wat de aanpassing aan de omgeving betreft, ook al is in dewijde Zuid-Amerikaanse vlakten deze ,,omgeving" vaak wei-nig gevarieerd en al kan men zonder veel bezwaar zijn schaak-bord-patroon in de vlakte kwijt, hetzij er plompverloren mid-denin, hetzij tegen een rivier aangeschoven, toch is het resul-taat in het algemeen weinig bevredigend. Men voelt de stug-heid, wanneer men in zo'n dorp rondloopt; men voelt ook, wan-neer nken over zo'n stadje heenvliegt, zijn aanleg als iets tegen-natuurlijks.Het ontsluiten van nieuwe bouwterreinen is in een stad alsParaguay's hoofdstad Asuncion, vrijwel steeds een zaak vanparticulieren. Zij hebben zich daarbij te houden aan het sche-ma: straten van 16 of 22 m breed, waarvan de wederzijdsebegrenzingen tevens de rooilijnen aangeven. De huizen ofafsluitingsmuren rijzen op uit het trottoir, al komen in denieuwe wijken ook de voortuinen meer en meer in zwang.Alles is bij deze aanleg eenvoudig een kwestie van de land-meter,, terwijl de Gemeentewet bepaalt dat straten, bruggen enwegen, die door een particulier zijn aangelegd en opengesteldvoor het verkeer, bezwaard worden met een eeuwigdurendservituut van vrije overgang voor alle verkeer. Tevens komendergelijke straten, bruggen en wegen daardoor regelrecht teressorteren onder het gemeentebestuur. Een particuliere eige-naar, die bouwterreinen wil ontsluiten, heeft voorafgaandetoestemming nodig op het plan, dat hij verplicht is over teleggen. Het gemeentebestuur moet het plan toetsen aan de weten de geldende gemeentelijke voorschriften.Op de eigenaren, die bouwterreinen ontsluiten, rust nog eenandere wettelijke verplichting. Zij moeten, wanneer hun ter-reinen gezamenlijk groter zijn dan vier hectare, 5% van hunte ontsluiten terreinen zonder schadeloosstelling afstaan aande gemeente ten behoeve van de aanleg van parken en plant-soenen.De aanvankelijke bestratingskosten komen ten voile ten lastevan de wederzijdse aanliggende eigenaren. Zij betalen iederde aanleg van hun trottoir en de verharding van hun straat-helft. Voorts wordt hun eenmaal in de twintig jaar 60% vande werkelijke kosten van herbestrating in rekening gebracht.Ook de trammaatschappijen moeten een speciale bijdrage be- Anikdcntalenvoor het hebben van rails in de verharding.Tenslotte moet elke gemeente volgens de wet een eigen ka-daster bijhouden en een kaart van de gemeente, waarop alleweflen, straten en pleinen voorkomen. Deze kaart is het auto-matisch uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling. Waar dezeontwikkeling neerkomt op een doortrekken van de rechte stra-ten en nieuwe blok-vorming, kon men een uitbreidingsplan inonze zin als iets overbodigs beschouwen. Slechts werd somsbehoefte gevoeld aan bebouwingsvoorschriften, waarin de be-bouwingshoogte werd geregeld. Voorschriften die de vesti-ging van industrieen en werkplaatsen in bepaalde manzanasverbieden, heeft men helaas zelfs in Asuncion vergeten vastte stellen, zodat men daar, ook in min of meer luxe woon-wijken, plotseling tegen een fabriek of rommelig opslagterreinkan aanlopen. Niet alleen uit een oogpunt van ,,welstand" isdit betreurenswaardig, maar bovendien kunnen dergelijke in-dustrieen, bij gebrek aan behoorlijke hinderwetsvoorschriften,soms ernstige hinder veroorzaken zonder dat daar iets aante doen is. Een tekenend voorbeeld daarvoor vormt de olie-fabriek, die in Asuncion het gouvernementspaleis van depresident flankeert. Toen deze fabriek een aantal jaren ge-leden afbrandde, was niet te voorkomen, dat ze weer op de-zelfde plaats werd opgebouwd.Hiermede zijn de planologische maatregelen en opvattingengeschetst, die tot hiertoe de stichting en de ontwikkeling vanParaguay's nederzettingen hebben beheerst. Hoe eenvoudigen gemakkelijk hanteerbaar ze ook zijn, men begint te be-speuren, dat ze niet langer op de hoogte zijn van de tijd. Inhet kader van de Internationale Technische Hulpverleningheeft Asuncion thans de beschikking over een Peruaans pla-noloog, die in Zwitserland en Parijs zijn stedebouwkundigescholing heeft opgedaan en hier nu werkt aan een nieuw, nietlanger vierkant uitbreidingsplan voor deze stad.Zelf heb ik mogen meewerken aan een voorstel tot een zeeringrijpende wijziging van de Gemeentewet, waarin een echtontwikkelingsplan, plan regulador, gei'ntroduceerd wordt, eenregeling die in grote trekken overeenkomt met die van Ecua-dor, welke ik onlangs in dit Tijdschrift beschreven heb. Eenoplossing in deze geest past n.l. beter bij de Zuid-Amerikaan-se behoeften, dan de geraffineerde, sterk abstraherende wet-geving, waaraan wij in ons land toe zijn en die zijn neerslagvond in het rapport van de Staatscommissie-Van den Bergh.Een dergelijk raffinement en een zo sterke detaillering isslechts mogelijk in een land met een langdurige administra-tiefrechtelijke traditie, waar bovendien de evolutie der stede-bouwkundige opvattingen stap voor stap is meegemaakt. Ineen weinig ontwikkeld land ^ een kwalificatie die practischinhoudt, dat a//es er weinig ontwikkeld is, ook de juridischeen stedebouwkundige tradities ^, is raffinement en sterkedetaillering uit den boze. Hoe eenvoudiger hoe beter, moet erhet wachtwoord zijn, met dien verstande dat men met deeenvoud ook de kiem van allerlei nieuwe opvattingen en mo-gelijkheden moet introduceren, die dan in de practijk zullenmoeten bewijzen of ze levensvatbaar zijn.In het algemeen zijn eenvoudige regelingen een eerste eis ineen land, waar men op elk gebied bekwame, goed opgeleidekrachten mist, aan wie met vertrouwen de uitvoering in han-den kan worden gegeven. Men heeft er voornamelijk te makenmet personeel en ook bestuurders, die het beste gediend zijnmet duidelijke richtlijnen en een zo eenvoudig mogelijke op-zet, waardoor geen al te grote aanspraak op hun capaciteitenwordt gedaan. Slechts dan kan er van de aan hun zorgen toe-vertrouwde uitvoeringsmaatregelen wat terecht komen.Deze noodzaak tot eenvoud geldt niet slechts voor de voor-schriften, ze geldt algemeen. Niet alleen cultureel, maar ookfinancieel en sociaal heerst in een weinig ontwikkeld land eenlage levensstandaard. Dit geldt voor de bevolking en tot opzekere hoogte ook voor de regering en het regeringsapparaat.De geldmiddelen, die ter beschikking staan, zowel van hetvolk als van de overheid zijn gering. Ook het absorptievermo- O"Artikeien ggn voor nieuwighcden is beperkt en aan deze algemene si-tuatie 2al elke stedebouwer, die zijn vak verstaat, zich moetenaanpassen.De juistheid van deze stelling laat zich het best aantonendoor een verwijzing naar de practijk. Wanneer wij Asuncionmet zijn omstreeks 200.000 inwoners tot stedebouwkundig uit-gangspunt nemen, dan dient men zich daarbij al direct te re-ahseren, dat het genoemde inwonertal op een vrij vage schat-ting berust en dat verder elk statistisch cijfer, dat de stede-bouwkundige voor zijn werk nodig heeft, eveneens schatten-derwijs tot stand is gekomen. Dan moet men zich voor ogenhouden, dat de ontwerper van een uitbreidingsplan te makenheeft met een stad, waar riolering en waterleiding ontbreken;waar geen gas is; waar de trottoirs, voor zover aanwezig, volgaten zitten en de straatverharding -- die in de buitenwijkensoms nog geheel ontbreekt -- nog in vele straten uit fikse,onregelmatige veldkeien bestaat. Dat voorts de straatverhch-ting schaars is, terwijl de buitenwijken het dikwijls zonder pu-bheke verhchting moeten stellen. Dat de tram op haar iaatstewieltjes rijdt. Dat de straatmeubilering uiterst schaars is --publieke toiletgelegenheden ontbreken, nergens zijn brieven-bussen en ieder die brieven te verzenden heeft, moet deze ophet ene postkantoor afgeven, en zo zou ik nog kunnen door-gaan.Hoezeer dit alles het werk van de stedebouwkundige bein-vloedt, laat zich nog met een nader voorbeeld aantonen. Hetontbreken van een riolering heeft de stedebouwkundige con-sequentie, dat ruim gebouwd moet worden, wil niet een al testerke bodem-verontreiniging optreden, die op haar beurt im-mers de watervoorziening door middel van welputten weer ingevaar zou brengen. Deze ruime bouw leidt er echter weertoe dat de aanleg van riolering en waterleiding met het jaarkostbaarder wordt. Maximaal 28 woningen per ha in een stadbetekent immers relatief veel te hoge investeringskosten aanleidingen per woning.Mede aan de stedebouwkundige de taak om in de bestaandewantoestand verandering ten goede te helpen brengen. Wantin een warm, sub-tropisch land is een behoorlijke ,,water-beschaving" een eerste eis voor een goede volksgezondheid.Thans kunnen slechts de welgestelden zich de weelde vaneen eigen waterleiding veroorloven. Minder welgestelden moe-ten met een welput volstaan, terwijl de brede laag der ar-beidersbevolking zich tevreden mag stellen met openbareputten en kranen en waar die ontbreken, met water uit derivier. Om hoevelen het gaat, valt gemakkelijk af te leidenuit het grote aantal vrouwen, dat men met zware blikkenwater op het hoofd naar huis ziet sjouwen.Maar waterleiding alleen is niet voldoende. Deze impliceertriolering. Afvalwater lozen in de gaten langs de straat, zoalstegenwoordig gebeurt (de zon zorgt dan wel snel voor ver-damping en ontsmetting) is bij een intensiever waterverbruikniet meer mogelijk en ook met septic-tanks en beerputten ishet probleem onvoldoende op te lossen. Trouwens ook degrote wateroverlast na een flinke regenbui, maakt een afdoenderiolering meer dan nodig. Thans veranderen de straten opkorte termijn in snelvlietende beken, met alle gevolgen vandien. Regent het hard in de nanacht, dan is er 's morgens geenschool, de kantoren blijven grotendeels dicht en ook velewinkels blijven gesloten. Men kan zich slechts met waterlaar-zen of op blote voeten op straat wagen. Ook het tramverkeerstagneert: op de lager gelegen plaatsen vormen zich zand-banken op de rails, waarin de trams zachtjes stranden. Ookde oude telefoon is tegen de regen niet opgewassen en pleegtbij een flinke bui haar diensten verder te weigeren, de alge-mene ontreddering nog wat vergrotend.Ik heb dit stedebouwkundig ,,klimaat" even wat uitvoerigerbelicht om duidelijk te doen uitkomen voor welke moeilijk-heden een ontwerper van stedebouwkundige maatregelen ineen in ontwikkeling achtergebleven land gesteld wordt; dathij, wil hij een acceptabel ontwikkelingsplan maken, bij hetallereenvoudigste te beginnen heeft, voor allerlei moeilijk-/U heden oplossingen zal moeten aangeven en maar niet klakke-loos er van uit kan gaan, dat dit of dat wel min of meer van-zelf voor elkaar zal komen. Hij zal zich bij zijn werk steedseen zeer grote mate van zelfbeperking moeten opleggen enzich duidelijk bewust moeten zijn van de beperkingen, die hetwerken in een minder ontwikkeld land hem oplegt. Het spreektvanzelf dat desituatie buiten de hoofdstad, in de kleinere stad-jes en op het platteland, nog primitiever is. Kan in het alge-meen het tot ontwikkeling brengen van een dergelijk gebiedslechts gaan langs lijnen van geleidelijkheid, voor wat betreftde planologische situatie is het al niet anders. Maar al kande ontwikkeling zich slechts zeer geleidelijk voltrekken, hetis een feit, dat ze mogelijk is. En het is dit feit, dat het wer-ken aan die ontwikkeling zo belangwekkend en ook zo uiterstnuttig maakt.3 April 1953Onlangs herdacht de Vereniging van Woningopzichteressenhaar 50-jarig bestaan. Wij willen gaarne naar aanleiding vandit jubileum een bijdrage plaatsen, die een duidelijk beeldgeeft van de eerste activiteit in Nederland op het terrein, datnu een halve eeuw door de woninginspectrices bewerkt wordt.De lezer, die thuis is in het huidige woningbeheer, zal getrof-fen worden door de grote verschillen tussen het in dit artikelbeschreven pionierswerk en het werk van de huidige woning-inspectrice. Maar de geest, waarin de pioniersters werkzaamwaren, is ook thans nog een eerste voorwaarde voor het wel-slagen van het werk.Vandaar dat deze bijdrage, die beantwoordt aan een in deherdenkingsvergadering gehouden inleiding, meer dan histo-rische betekenis heeft. Red.Het pionierswerk van onze eerste woningop-zichteressendoor Mej. J. S. Fentener van VlissingenIn het volgende wordt getracht daarvan een beeld te geven,aan de hand van een dagboek van Johanna ter Meulen overde allereerste jaren van haar werken.Dezelfde ervaringen zouden gevonden kunnen worden in deherinneringen van Louise v. d. Pek-Went, die de bouwonder-neming ,,Jordaan" zo veel jaren beheerde of in die van Ehsa-beth Pijnappel, die haar particulier woningbezit in Tuinstraaten Egelantiersstraat had.Onze drie pioniers kozen alien de Jordaan voor haar werk.Als inleiding een paar data uit het leven van Johanna terMeulen.Zij wordt te Amsterdam geboren 11 Augustus 1867. Zij leeftdus in een tijd, toen werken voor vrouwen uit haar kringen nietalgemeen was. En zij hunkert naar werk en snakt er naar zichaan anderen te wijden.In haar kring leeft veel sociale belangstelling. Zij was bevriendmet M. W. F. Treub; bevriend en verwant met het gezinKerdijk, waar zij veel vrijzinnige politici leerde kennen, onderwie Drucker en Goeman Borgesius.Kerdijk was redacteur van het Sociaal Weekblad. Hij liet haarvaak artikeien uit verschillende tijdschriften lezen. Die moestzij van ,,een kop en een staart" voorzien, om ze persklaar temaken.Met het gezin van v. Marken, directeur der Gist- en Spiritus-fabriek, was zij verwant. Voor zijn hervormingsarbeid voeldezij grote waardering. En ten slotte was er een grote vriend-schap met het gezin van de heer W. Spakler, directeur vaneen raffinaderij. Hij was bekend om zijn grote sociale belang-stelling.In 1892 wordt te Amsterdam ,,Ons Huis" geopend. Er komencontacten met de eerste directeur. Tours. Met Helene Mercierontstaat een grote vriendschap.Aan het verlangen naar eigen werk wordt het eerst voldaanals de heer W^. Spakler haar het beheer toevertrouwt over dewonihgen, gelegen boven de Volksgaarkeuken, in de Laurier-straat.Dit werk faalt geheel. Het brengt een grote teleurstelling.Maar, was dit niet cigenlijk een geluk? Nu is meteen bewezen,dat voor het beheer van arbeiderswoningen meer nodig is danliefde tot de medemens en goede wil. Dat zelfs gezond ver-stand niet genoeg is. Dat gedegen vakkennis vereist wordt.Zij gaat nu voor een leertijd onder Octavia Hill naar Londen(van September 1893 tot het einde van dat jaar).Er worden dagboeken gehouden over de zakelijke en technischekant van het beheer. De verhouding tot Octavia Hill wordt ereen van vriendschap en verering.Dit verblijf geeft de fundamenten, waarop later haar eigenwoningbeheer zou berusten.In het Sociaal Weekblad verschijnt in de nrs van 30 Juni en7 Juli 1894 een feuilleton van de hand van J. t. M., getiteld:,.Octavia Hill en haar werk". Het eindigt met een opwekkingtot een wandeling door de Jordaan.Er kan slechts een enkele aanhaling worden overgenomen:,,Een allesoverweldigend gevoel van afgrijzen zal er over hemkomen, als hij bedenkt, dat mensen en kinderen veroordeeldzijn levenslang in deze benauwde straten en stegen te wonen,gezwegen van de sloppen. Maar het toppunt zal zijn gevoel be-reiken, als hij de ellendige bergplaatsen van mensen betredend,de donkerte, benauwdheid en onreinheid van nabij ziet, daarbijzich herinnerend, dat de eigenaars bijna zonder uitzonderinggrove winst maken van hun geld; en tevens zich zelve zeggend,dat het anders en beter kon zijn, als slechts alle weldenken-den samen werkten, staat en gemeente het hunne, ieder indi-vidu het zijne deed.Zal in het hart van die wandelaar niet de wens ontwaken omtenminste enige van die alien te helpen, enige van die krottente doen verdwijnen?"Johanna ter Meulen's kans om de hand aan de ploeg te slaanis vlak bij.En riu doen wij telkens een greep uit haar dagboek.Als antwoord op deze feuilletons doet de heer W. Spaklerhaar 9 Juli het voorstel om ,,even als Octavia Hill met Rus-kin's geld haar werk begonnen was, dit hier in Amsterdammet iijn geld te doen".,,De' drie gestelde eischen nam ik zonder aarzelen aan. Denaam van den ,,Ruskin" zou onbekend blijven, behalve voormij en moeder. Het terrein onzer werkzaamheid zou zijn deJordaan. Ik zou niet van anderen geldelijke hulp mogen aan-nemen, eer bewezen was, dat het doel bereikbaar was".Dit doel is dan het op zakelijke grondslag beheren van arbei-derswoningen.Dat de keuze van terrein op de Jordaan viel, kan niet ver-bazen. Velen van de arbeiders der raffinaderij woonden daar.De heer Spakler, die veel persoonlijke belangstelling had in hetwel en wee van zijn medewerkers, was al te goed op de hoogtevan de ten hemel schreiende toestanden daar.En dan .-- groeit er geen gras over.,,Op 30 Juli 1894 worden in veiling gekocht Tuinstraat 166,170, 172 .-- een huis en een paar krotjes".1 Augustus worden alle gezinnen bezocht. Het dagboek geefthiervan een beschrijving.,,Den 7e Augustus haalde ik met tamelijk succes voor het eerstde huur op".Een gezin wordt meteen de huur opgezegd: ,,Ik hoop, dat hetspoedig vertrekt, dan kan ik die woning het eerst opknappen".,,Dien avond toonde ik Mr. ,,Ruskin" de begrooting, die hij megevraagd had, ten einde te zien of de huren wat verlaagdkonden worden. 4 September gaan de verlagingen in. Tot danzijn de huren voor den ouden eigenaar:huur van f 6.-- wordt /5.-le verdieping 2.75 2.402e verdieping 1.75 1.402e verdieping achter 1.75 1.30huisje gang 1.25 0.90bovenhuisje 1.15 0.80werkplaats 0.90 0.70Het plan bestaat om, wanneer we het naastgelegen huis ook Areikciennog hebben, beide percelen te sloopen en er een blok van 16eenkamerwoningen neer te zetten. Mr. Ruskin stelt f 400.^kapitaal beschikbaar voor le opknap. 20% van de bruto hurenmogen worden gebruikt voor onderhoud".,,27 Augustus. De opgezegde huurster zal morgen vertrek-ken. Het laatste huisje in den gang no. 174 wordt voor f 1000.-gekocht".,,11 September. Tuinstraat 168 voor f 5500.--". De metselaars-gang wordt van de stad gekocht voor f 240.-- met toestem-ming die te bebouwen. De bouwplannen zijn al gereed voor hetkloeke blok woningen, dat de tot nu toe aangekochte krottenvervangen zal.,,Deze week heb ik ook een goede vondst gedaan, wat oudehuizen betreft -- drie oude huizen in de Tuinstraat met een heelnauw gangetje, waaraan nog twee kleine huisjes. Het zijn denrs. 99, 101 en 103. Ik wilde er de correspondeerende huizenin de Egelantiersstraat bijzoeken. (Dit zou nr. 110 worden).De Hr. R. ging er met: groote warmte op in, daar wij allichtgelegenheid zouden vinden een carree te bouwen. We mogengaan tot f 11.000.--".24 September 's avonds, na een lang afwachten in opwinding,,,komt de Hr. R. binnen met goede tijding: de perceelen Tuin-straat 99 enz. zijn gekocht voor f 10.600.--".Onder deze zakelijke feiten van koop, opknap en bouwplannenbevat het dagboek beschrijving van bewoners, soms van ge-sprekken. Het is in het klein het werk zoals we dat uit OctaviaHill's leven kennen. De door ,,Ruskin" aangekochte woningenzijn alle bestemd om, na korter of langer tijd, vervangen teworden door goede arbeiderswoningen.We zien Johanna ter Meulen, bij gevaar van cholera, de be-woners brochuretjes geven en voor elk een fles creoline klaarmaken.25 September krijgen de bewoners van Tuinstraat 166, 168,170, 172, 174 gezegelde papiertjes te tekenen, dat zij voor ofop 8 October de woning verlaten zullen hebben. Dan volgenbeschrijvingen van succes en wansucces in de bespreking metdeze bewoners. Een metselaar is verontwaardigd. Hij vindthet wel nuttig om de oude rommel te slopen, maar tekent niet.-- zal er met zijn vrouw over spreken -^ wil wel op de nieuwewoning terug komen -- maar blijft onverzettelijk. Dan komteen beschrijving, dat Johanna ter M. gevraagd wordt's avondsterug te komen: ,,Bijna schaam ik mij te bekennen, hoe ik ertegen op zag te gaan, hoe het mij als een berg benauwde alsofmij, ik weet niet welk gevaar dreigde. Groot was de verleidingSmitt (voorzitter van de Bouwersbond aan wie het werk wasopgedragen) te vragen het te doen... Sprekend deed ik mezelf denken aan Miss Hill, zoals zij zich zelf beschrijft in haareerste tochten 's avonds door vuile straten en langs pikdonkeretrappen.Zoodra ik echter had aangeklopt en binnen was gelaten, wasalle vrees geweken". Het gezin wordt beschreven en een hard-nekkige strijd, die geen succes heeft.Voor enkele gezinnen moet dus de ,,deurwaarder komen meteen laatste insinuatie".,,Last not least dient hier nog vermeld, dat ik onze woningenTuinstraat 99 enz. ging zien, waarover ik enthousiast ben.Heerlijk vind ik, dat we deze huizen gekocht hebben; ze zijnin een vreeselijke staat, maar niet bouwvallig en het opknap-pen waard.Het griezelige slapershuis heb ik de huur opgezegd, "welk lotook de oude kleerenkooper wel zal deelen".,,Een vreeselijke kelder, die nog f 1.80 doet, zal wel moetenophouden te bestaan. Gelukkig ontdekte ik nog een bovensteachterkamer, waar de kelderbewoners mee geholpen zoudenkunnen worden. Ik ben vol goeden moed deze Augiasstal tereinigen".Dan zien we onze woninghervormster weer met de aannemerin de bouwkeet, zich verdiepende in de plannen. ,,De bouwbe-schrijving is 11 October geteekend".,,16 October. Den volgenden Dinsdag begaf ik mij met Mr. R.naar de Tuinstraat om de oude rommelhuizen voor het laatst te / iArtikelen zien, cer zij door de sloopers onder handen zouden wordengenomen".Daar zit triomf in dat zinnetje! Wc denken terug aan heteerste kasboek: Juli 1894 staat geboekt de aankoop in veilingvan de percelen Tuinstraat 166, 170, 172. Over deze boekingtekende zij onze driekleur!,,25 October. Gisteren had ik den metselaar besteld cm naareen schoorsteen te kijken.Het zuiveren van een oud gebouwtje, dat / 13,-- per vertrekmoet kosten. wordt te duur, daar het toch tegen den grond gaat.Ik raadde de bewoners te verhuizen. Zij verkozen te blijven...en geregeld huur te betalen. Voor f I.-- plus een zak insec-tenpoeder zullen zij de zuivering zelf ter hand nemen!',,De toestemming voor de opknap heb ik gekregen. Ik mag dehuizen zoo netjes maken, als ik maar wil, ook al blijven zijmaar kort staan. In gedachten heb ik een maximum van/ 1500.'-- in mijn hoofd. De kleine huisjes zullen met Mei ge-sloopt worden en zoolang verhuurd worden voor f I..-- p. w.".,,7 December. Vandaag wordt de eerste paal geslagen" -- vijfmaanden na het genoemde feuilleton in het Sociaal Weekblad.,,18 December wordt de laatste paal geslagen".21 December. We kijken mee naar Tuinstraat 99, 101, 103:,,Vandaag was de insteekkamer klaar gekomen. De oude juf-frouw zat er weer op. Ze wilde nu alles netjes in orde hebben,had ook haar oude vuile rok gewasschen. Is het al te optimistte gelooven, dat de nette omgeving en het wijzen op netheid,ook op deze oude vrouw zijn invloed niet zal missen?",,12 Januari 1895. Hetopknappen der huizen is klaar gekomen.Den volgenden dag reeds verhuurde ik den winkel. Nu is allesbezet. Ik heb liefhebbers genoeg, wanneer er een huis openkomt".,,De huren, die in het begin zoo goed binnenkwamen, lieten inhet laatst veel te wenschen over. Ik sloot met een wanbeta-ling van / 14,85. Veel te hoog".En dan de verzuchting: ,,dat ik er nog niet ben, nog geen vastevoet heb, niet zeker kan zijn van mijn bewoners, noch van hunnetheid en zorg voor hun omgeving".,,Ik voel zoo levendig en zie zoo duidelijk wanneer ik een foutmaak op practisch of menschkundig gebied".22 Januari. Bij het bezoeken van een paar huizen, die in veilingkomen: ...,,M!Jn hart draaide om van zoveel ellende, donkerte.vuilheid en armoede".,,Meer dan ooit heb ik het gevoel, dat al ons werken slechts iseen druppeltje in de oceaan. Beter een druppel dan niets. Dezegedachte aan de reusachtigheid van ons werk mag ons nietonzen moed en veerkracht doen verliezen".De nieuwe huizen schieten goed op.,,25 April. Heden wapperde de vlag van het dak en waagde ikde tocht naarboven. Ondanks al het genot daar boven op ,,onsdak" te staan, werd het zeer getemperd door alle angst bij hetsteigen en dalen langs steile ladders met niets dan diepte erbeneden".,,15 Mei. Alles nadert langzaam zijn voltooii'ng, en ook ik beginaardig op te schieten met het verhuren "En daarbij en boven alles, het heerlijke licht, het zon-netje, dat speelt op gangen en portalen en dat zoo heerlijk is,juist daar te zien".Het dagboek bevat een lijst van bewoners met huren en oudehuren, en een beschrijving van woonruimten, waar zij afkwa-men en de steile donkere benauwde trappen, die tot de wonin-gen toegang gaven.Huren schommelen om hetzelfde bedrag, gemiddeld / 2,~ p. w.Langs een slop komend, zegt een man, die daar hout zit tehakken: ,,Toe, juffrouw, koopt U dit heele rommeltje en zet erzulke huizen voor, als die daar!"Enige uitlatingen van de nieuwe bewoners: ,,Ik voel me in hetbezit mijner drie vertrekken (woonkamer met bedstee, piep-klein slaapkamertje, keuken, privaat) zoo gelukkig als eenbarones.Een ander wilde haar keuken binnengaan en was in het privaatterecht gekomen: Verbeeld U eens het idee in je eigen woningI Z te kunnen verdwalen!"De grote vrijheid op de woning door de eigen gangetjes wordtgeroemd.,,De wereld is zoo kwaad nog niet, nu men er aan gaat denkenvoor ons arme menschen zulke woningen te bouwen".Een turfboer was in het portaal omgekeerd, omdat hij begreep,dat zijn klant toch wel niet in zo'n mooi huis zou wonen:,,Dat was niets voor ons soort menschen. Het was zeker eenziekenhuis".,,Je woont hier mooi, maar het zal wel naar de mosterd ruiken".,,Precies als de vorige woning, / 1.75 p. w.".,,Een oude vrouw zei: Juffrouw, het is toch vreemd, dat vroe-ger de menschen uit de buurt nooit over hun woning klaagden.Zij wisten niet beter of het hoorde zoo. Nu beginnen ze alle-maal te mopperen en te zeggen, dat het een schande is, dat zijvoor zulke slechte woningen, zonder gemakken, zoveel geldmoeten betalen. U hebt de huisbazen een boel last bezorgd".1896. Begin van het jaar.,,De balans bezorgde mij weer veel drukte, daar al onze bezit-tinkjes apart geboekt worden en ik dus tal van hoofden in mijnGrootboek heb. De post verlies was bezwaard met verscheidenweken ,,onverhuurd" door verbouwing. Veel huurschuld was erniet.Alleen was het hoofd ,,onderhoud" van de oude woningenTuinstraat 99/103 bezwaard met veel te veel posten. Ik hoopdat dit in het nieuw begonnen jaar minder zal zijn.Maar wat voor mij hoofdzaak is, de verhouding tot de bewonersen mijn thuiskomen in het werk gaan goed vooruit".Het zou de moeite waard zijn geweest meer aan te halen uit hetdagboek. Het geeft zo typisch het begin van ons werk, onderweinig bewoners, met veel persoonlijke bemoeiing.Het geeft een klein beeld van deze oude wijk en onze woning-hervormers. Verlangend juist in deze slechte buurten enigelichtpunten te brengen. De verwachting, dat meer ,,welden-kende menschen" hun voorbeeld zouden volgen, werd niet be-waarheid.De Jordaan laat zien, hoe de goede blokken slechts enkeleoasen bleven in een donkere buurt.Het dagboek spreekt van meer aankopen van oude huizen. Indit overzicht werden slechts enkele voorbeelden genoemd.In 1898 werd dit huizenbezit ingebracht in de N.V. WoningMaatschappij ,,Oud-Amsterdam". Begin 1950 werd ,,Oud-Amsterdam" gelikwideerd en gingen de huizen over aan de ge-meente Amsterdam.Aan de derde door de Heer Spakler gestelde eis is voldaan.Het beheer is zakelijk mogelijk gebleken. Nu mogen aandelenworden uitgegeven en kan het werk verdere uitbreiding vinden.Dit is het terrein, waar Johanna ter Meulen tot de laatstedag van haar leven (11 Februari 1937) ^ tot 1932 in nauwesamenwerking met haar grote vriend W. Spakler -- met harten ziel en in groot idealisme zo
Reacties