Juli-Augustus 195313e Jaargang - No. 7-8De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijtit maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 724298Adres voor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Verslag van de Algemene Ledenvergaderingvan de Nationale Woningraadgehouden op 12 en 13 Juni 1953 te ZwoUe.Opening van de vergaderingDe voorzitter, de Heer A. in 't Veld, opent de vergaderingop Vrijdagmorgen te 10.15 uur met het uitspreken van eenrede, waarvan het verslag reeds in het vorige nummer vandit maandblad werd opgenomen. In het bijzonder heet devoorzjitter nog welkom de Burgemeester der gemeente Zwolle,de vertegenwoordiger van de Vereniging van NederlandseGemeenten, de Heer Dr. van Poelje en de voorzitter van hetNederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw,de Heer Mr Bloemers.Van de gelegenheid tot bespreking van het jaarverslag 1952maakt vervolgens alleen een vertegenwoordiger van de Alge-mene Bouwvereniging te 's~Gravenhage gebruik. Deze spreektde wens uit, dat het jaarverslag voortaan vroeger in het bezitvan de leden zal worden gesteld. Verder informeert hij naar destand van zaken t.a.v. de uniforme regeling van de arbeids-voorwaarden voor het personeel der woningbouwcorporaties.De voorzitter zegt toe, gaarne met de wens inzake de verzen-ding van het jaarverslag rekening te zullen houden.De seccetaris doet de vergadering mededelingen over de grotemoeilijkheden, welke zich voordoen bij het bevorderen van eenuniforme regeling der arbeidsvoorwaarden. Hij releveert deactie van de Woningvereniging Nijmegen te dezer zake; hijwijst er op, dat het noodzakelijk bleek om betrouwbare gege-vens omtrent samenstelling, bezoldiging en aard van het per-soneel te verkrijgen, in verband waarmede een uitgebreideenquite is gehouden. De gegevens dezer enquete zijn inmid-dels Dp deskundige wijze bewerkt; het desbetreffende rapportzal gelegenheid bieden om met name op een wijziging tengunste van de woningbouwcorporaties in de indelingsbeschik-king Wachtgeld- en Werkloosheidswet aan te dringen. Ove-rigens stipuleert de secretaris, dat bezwaarlijk mededelingenover de stappen van het bestuur gedaan kunnen worden, voor-dat aangaande hot resultaat dier stappen enige zekerheid isverkregen. Men kan er echter staat op maken, dat het bestuuraan deze moeilijke zaak bij voortduring aandacht besteedt.De voorzitter stelt met instemming der vergadering vast, dathet jaarverslag kan worden goedgekeurd onder dankzeggingaan ae secretaris en het overige personeel van het bureau.Niemand wenst het woord ter bespreking van de redactie vanhet maandblad ,,De Woningbouwvereniging".De verkiezing van leden van het bestuur vereist geen stem-ming. De aftredende leden Van As, Bommer, Van der Ga-lien, Voerman en De Wilde worden herkozen of zullen op-nieuw door hun provinciale afdelingen als bestuurslid wordenaangewezen. Er zijn geen candidaten gesteld ter vervangingvan de Heer Keegstra. Nadat de voorzitter heeft verklaard,dat het bestuur zich over de vervanging van de Heer Keeg-stra, die zich niet herkiesbaar stelde, nader zal beraden, wordtvan de zijde van de Stichting ,,Flatbouw" in 's-Gravenhagealsnog de naam van de Heer J. C. de Cocq gedeponeerd. Devoorzitter zegt toe, dat het bestuur deze candidatuur in over-weging zal nemen.Overeenkomstig het voorstel van het bestuur wordt besloten,dat voor 1953 een vertegenwoordiger van de afdeling Fries-land zitting zal nemen in de commissie tot het onderzoek naarhet financieel beheer over dat jaar.De secretaris deelt nog mede, dat de commissie-1952, bestaan-de uit de Heren Arnold, Rotterdam, Lammerts, Coevorden enReynen, Nijmegen, de administratie over dat jaar heeft ge-controleerd en accoord bevonden. De desbetreffende verkla-ring der commissie zal in het maandblad worden gepubliceerd.Voorstel van ,,Beter Wonen' te Leeuwarden inzake de hogehuurprijzen voor nieuwe woningen.De Heer Mailer van ,,Beter Wonen' betreurt het, dat zichvoor de bespreking van dit voorstel geen gegadigden melden.Spreker heeft uit het prae-advies wel begrepen, dat het be-stuur van de N.W.R. de bezwaren van zijn vereniging deelten hij hoopt derhalve, dat het bestuur alles zal doen om ver-andering in de bestaande toestand te brengen.De voorzitter antwoordt, dat er inderdaad overleg met deMinister over verschillende problemen in verband met de aan-staande algemene huurverhoging plaatsvindt. Daarbij komtook het probleem, dat ,,Beter Wonen" in zijn voorstel aan deorde stelde, ter sprake. Spreker onderschrijft, dat de ongemo-tiveerde huurverschillen tussen na-oorlogse woningen zoenigszins mogelijk moeten worden opgeheven. Eventueel zaldaartoe voor een bepaalde categorie woningen een toeslag opde reeds toegekende rijksbijdragen noodzakelijk zijn. De mid-delen daarvoor kunnen wellicht worden gevonden uit de op-brengst van de komende huurverhoging voor de voor-oorlogsewoningwetwoningen.Voorstel ,,Volkshuisvesting" Delft inzake het bcjaarden-vraagstuk,Een bestuurslid van ..Volkshuisvesting" Delft geeft een na-dere toelichting op dit voorstel. Het bestuur van zijn vereni-ging is het niet eens met het op het voorstel uitgebrachte prae-advies. Een woningbouwcorporatie heeft wel degelijk een taakop het gebied van volkshuisvesting en verzorging van bejaar-den. In 1929 moest de Woningraad nog bij de Minister vanFinancien pleiten voor het recht van de corporaties om zichmet de radio-distributie in de woningen in te laten. Het is ophet ogenblik geen vraag meer of de woningbouwcorporatiesbepaalde voorzieningen in de woningen moeten aanbrengenen exploiteren (geysers, douchecellen e.d.). Wij hebben be-moeienis met speeltuinen en gemeenschappelijke tuinen. Wijkrijgen nu te maken met het vraagstuk wat er voor onze be-jaarde bewoners kan en moet worden gedaan. De NationaleWoningraad neme het vraagstuk van de huisvesting en deverzorging van de ouden van dagen in studie. Spreker vraagthet congres daartoe het voorstel van ,.Volkshuisvesting" teaanvaarden. 8586De Heer De Cocq van de A'.gemene Woningbouwverenigingte 's-Gravenhage ondersteunt het voorstel van ,,Volkshuisves-ting". Het gaat hier om een brandend ^?raagstuk. De band metde oudere bewoners wensen de corporaties te handhaven. Deoverheid doet (nog) slechts weinig op het stuk van huisves-ting en verzorging der bejaarden. Als de corporaties deze zaakter hand nemen, behoeven er nog niet dadehjk grootse oplos-singen uit de bus te komen. Laten wij ons in ieder geval metdit vraagstuk ernstig bezighouden. Het bestuur van de Wo-ningraad benoeme een commissie, die er studie van makcnkan. Contact met de ziekenfondsen over het bejaardenvraag-stuk is wenselijk. Bezwaren op grond van de huidige doel-stelhng der woningbouwcorporaties mogen niet gelden. Alsdie doelstelhng niet een voldoend brede basis biedt, dan moetzij veranderd worden.De Heer Van Ernst van ,,De Goede Waning" te Apeldoornmeent, dat de taak der woningbouwcorporaties zich wel kanuitstrekken tot de verzorging van bejaarden in door haargebouwde en geexploiteerde complexen. Hij wijst op eenvoorbeeld in Apeldoorn, waarbij zijn vereniging is betrokken.Zijn vereniging heeft een bescheiden complex voor bejaardengebouwd. De ervaringen zijn gunstig, maar het blijkt reedsna vrij korte tijd, dat uitbreiding in bepaalde opzichten nood-zakelijk is. In samenwerking met het gemeentebestuur kan erongetwijfeld door de bouwverenigingen ook op dit terrein zeerwaardevol werk worden gedaan.De Heer Lammers van de Algemene Woningbouwverenigingte Amsterdam deelt mede, dat zijn vereniging is betrokken bijde voorbereiding van het Dr Willem Dreeshuis, een pension-tehuis voor ongeveer 150 bejaarden. Het bestuur van zijn ver-eniging verleent gaarne alle medewerking, voorzover het debouw van het tehuis en straks ook de technische verzorgingvan het onderhoud betreft. De eigenlijke exploitatie met haarspecifieke risico's moet echter worden overgelaten aan daartoegecreeerde instellingen, waarin echter de bouwverenigingenwel vertegenwoordigd kunnen zijn. Spreker merkt op, dat hijin de vorige betogen begrip voor het standpunt van het bestuurvan de Woningraad heeft gemist. Dat bestuur wijst bemoeiin-gen der corporaties bij de huisvesting der bejaarden zekerniet af. Het waarschuwt alleen -- en naar spreker meent te-recht -- voor de bijzondere risico's, die aan de exploitatie vantehuizen verbonden zijn en het wijst op de speciale problemen,die voor een doeltreffende verzorging der ouden van dagenmoeten worden opgelost. De woningbouwcorporaties kunnenongetwijfeld medewerken, echter zullen zij daarbij de grenzenvan haar werkterrein ^ de huisvesting -- in acht moetennemen.De voorzitter vreest, dat er een misverstand dreigt te ontstaan.,,Volkshuisvesting" wekt, waarschijniijk onbedoeld, de indrukals zou het bestuur van de Woningraad iedere bemoeiing methuisvesting en verzorging van bejaarden van de hand wijzen.Dat is beslist niet het geval. Men leze het prae-advies eensgoed. Het bestuur heeft slechts willen zeggen en het blijft ookna deze discussie bij die mening, dat de woningbouwcorpora-ties niet geroepen zijn om zich daadwerkelijk in te laten metde specifieke verzorging der bejaarden, waarbij voedselvoor-ziening, geneeskundige voorziening en soortgelijke zaken aande orde komen. Wij juichen het toe als onze organisaties, sa-men met anderen, zich voor de oplossing van het vraagstukder bejaarden inzetten. Men overdrijve echter niet en menneme geen risico's op zich, die het eigenlijke werk der corpo-raties, dat heus al moeilijk genoeg is, in gevaar kunnen bren-gen. Het bestuur heeft aandacht voor het ,,brandende vraag-stuk", zoals de Heer De Cocq het heeft genoemd. Ons secre-tariaat is daadwerkelijk betrokken bij de voorbereiding vanverscheidene plannen voor huisvesting en verzorging vanbejaarden. Als onze leden op dit terrein voorhchting wensen,dan kunnen zij ongetwijfeld bij het secretariaat terecht.De voorzitter schorst vervolgens de vergadering tot 's mid-dags 1 uur.De verslagen van de 's middags gehouden inleidingcn over,,De positie van de woningbouwcorporaties", alsmedc \an dcdaarop betrekking hebbende discussie zullen in een volgcndnummer van dit maandblad worden opgenomen.Thans volgen de verslagen van de redevoeringen over ,,Deeigen woning in de Nederlandse huisvesting", weike op Za-terdagmorgen door de Heren van Thoor en Langman zijngehouden.INLEIDING, gehouden door dc Heer L. A. F. van Thoor,voorzitter van de R.K. Bouwvereniging ,,St.Laurentius" te Breda, over het onderwerp:De eigen woning in de Nederlandse Volkshuis-vesting.Het zal nu ongeveer negenhonderd jaar geleden zijn, dat opeen mooie lentedag een Vlaams geleerde in zijn stil scripto-rium bezig was een handschrift te copieren. Door het lichteglas in lood toverde de voorjaarszon een fleurige glans op hetperkament. Door het openstaande venster klonk de lokkendezang der vogels in de wijde tuin, en als de blik van de schrij-ver naar buiten dwaalde, dan werd hij overweldigd door deweelde van het nieuwe leven in de natuurMaar hij moest doorwerken aan zijn manuscript. De punt vanzijn ganzeveer is al wat stomp geworden en bij dit werk pasteen welversneden pen. Toen hij de kleme bewerking die zijnpen weer als nieuw moest maken, verricht had, moest hij zeeven proberen, om te voorkomen, dat letters van zijn afschriftminder fraai zouden zijn, en op de rand van zijn blad perka-ment schreef hij zo maar wat hem het eerst inviel. En hijschreef een zinnetje, niet in het Latijn, waarin toen nagenoegalles^ geschreven werd, maar in zijn eigen volkstaal schreefhij z'n lenteverzuchting:,,Alle vogels hebben nesten gebouwd, behalve jij en ik",De man besefte niet, dat hij, dit schrijvende, een historischedaad stelde, want dit zinnetje, op de rand van dat manuscript,is het oudste stukje geschreven Nederlands dat bewaard isgebleven.En nu is het wel tekenend, dat juist het oudste stukje geschre-ven Nederlands ons confronteert met het verlangen dat leeftin de mens naar de beslotenheid van het gezin, deze kleineen meest elementaire gemeenschap, in de woning.Deze oudste zin is tevens de meest moderne, want'wie temaken heeft met toewijzing van woningen, kan op zijn spreek-uur in allerlei variaties dagelijks nog hetzelfde horen.De betekenis van de woning voor het gezin is moeilijk ophaar juiste waarde te schatten.De woning is meer dan de ruimte die beschutting biedt. Zeis de plaats waar het gezin ontstaat en groeit tot een eenheid,waarvan de delen door de meest innige banden verbondenzijn. Het is de plaats waar het gezin als gezin leeft. De mandie in zijn werktijd tramconducteur of bakker of minister offabrieksarbeider of wat ook is, die is thuis vader. Thuis inhet gezin wordt gezamenlijk het leed gedragen en de vreugdegenoten. De woning is de plaats waar de moeder de zahgsteogenbhkken smaakt, waar de jonge mens leven leert, waarde mens in de woeling van het leven zichzelf kan zijn, waarziekte en sterven ernst en bezinning brengt.Het is voor het gezin geen winst te achten, dat het leven, ikzou haast zeggen zo gespeciahseerd wordt, dat alles zijn eigenplaats buiten het gezin krijgt. Kinderen worden geboren ineen kraaminrichting in plaats van thuis, als men ziek is gaatmen naar een ziekenhuis, men sterft in een ziekenhuis, menwordt opgebaard buiten de eigen woning, bij feestelijkhedenis er wel een zaak die de hele voorbereiding verzorgt en gro-tere of kleinere zalen disponibel heeft.De tegenwoordige woning en a fortiori de inwoning oefeneneen zeer ongunstige invloed uit op het gezinsleven en zijn teboeken als een belangrijke verhespost aan levensgeluk.Wie in het gedicht ,,Terug" van Gezelle de ontroering voeltdie zich meester maakte van de grijze dichter, toen hij het huiszijner jeugd betrad en voor zijn gcest weer het gezegcndegezinsleven zich afspeelde, beseft, hoeveel geluk ontzegdblijft aan de talloos velen die behoorlijke woning missen.Het zal geen tegenspraak ontmoeten, wanneer men beweert,dat een zelfstandige behoorlijke woning voor elk gezin eenmaatschappelijk belang van de hoogste orde is.Maar wij willen een stap verder gaan en niet alleen sprekenover een zelfstandige woning, maar over de eigen woning indie zin, dat de woning eigendom is van de bewoner.Geldt de belangrijkheid van een eigen woning algemeen,d.w.z, dat de voordelen en nadelen die aan het bezit van eeneigen woning verbonden zijn, zij het niet in gelijke mate enniet op dezelfde wijze, zowel voor de rijke gelden als voorde minder met aardse goederen gezegende, toch willen wijons hier beperken tot de eigen woning voor degenen, voorwie deze woning het belangrijkste, ja nagenoeg het enigebelangrijke persoonlijke bezit is. In onze bespreking hebbenwij dus het oog op de eigen woning voor de arbeider en demet deze gelijk te stellen kleine zelfstandigen.Over de betekenis van de persoonlijke eigendom -- naast decollectieve eigendom die de arbeider bezit in zijn recht opuitkering uit verschillende fondsen -- zou ik niet al te uit-voerig willen zijn. Het is billijk dat de voordelen der productieook in tamelijk ruime mate ten goede komen aan degenen diede arbeid daarvoor gepresteerd hebben. De concrete toepas-sing hiervan brengt mee, dat uit een oogpunt van socialerechtvaardigheid het loon van de arbeider zo hoog moet zijndat hij door overleg en spaarzaamheid zich tot een beschei-den vermogen kan opwerken.Een van de voornaamste vormen, waarin dat vermogen kanvoorkomen, is het bezit van een eigen woning.Om tot dit vermogen te komen zal naast een behoorlijk inko-men ook een behoorlijke besteding van het inkomen nodigzijn. Er zal zelfbeheersing en consumptiediscipline nodig zijn,men zal zich een en ander dienen te ontzeggen, en niet alleenzorgen voor de dag van vandaag, maar ook denken aan detoekomst en aan de toekomst van zijn kinderen.Vooral bij de jongere arbeiders, die vergeleken bij hun be-hoeften soms een ruim inkomen hebben, laat deze consumptie-discipline soms te wensen over. Wij komen er straks nog opterug op welke wijze juist bij deze mensen de spaarzaamheiddie tot eigen bezit, bijvoorbeeld van een huis moet leiden,bevorderd kan worden.Alvorens hiermee verder te gaan, zou ik echter eerst mij wil-len vrijwaren voor objecties omtrent de wenselijkheid vanhet bezit der woning door de bewoner. In de verslagen vande zittingen der Tweede Kamer heeft U kunnen lezen, hoede heer Ten Hagen zich tot tolk maakte van degenen die inhet eigen woningbezit voor de arbeider vaak een last zien.Daartegenover werd door anderen met nadruk op de ver-schillende voordelen gewezen. Reeds eerder werd door eencommissie uit de Nationale Woningraad een rapport uitge-bracht (1932) en werden in een vergadering van het Ned.Inst. voor Volkshuisvesting en Stedebouw prae-adviezenover dit onderwerp behandeld. De Heer Ten Hagen haaldenog a^n het rapport der Wiardi Beckmanstichting en eenonlan^s verschenen artikel van Dr. Delfgauw in het tijd-schrift Economie en meende ten slotte ernstig te moetenwaarschuwen tegen een ondoordachte stimulering van heteigen woningbezit door minder draagkrachtigen.Deze waarschuwing van de heer Ten Hagen neem ik graagover, maar ik wil daarbij zeer nadrukkelijk Uw aandachtvestigen op ,,een ONDOORDACHTE stimulering". Inder-daad een ondoordachte stimulering is -- evenals trouwensalles wat ondoordacht geschiedt ?-- misplaatst, maar een wel-doordachte stimulering, een stimulering die er rekening meehoudt, dat er mensen zijn voor wie het bezit van een eigenhuis niet zou bijdragen tot de vermeerdering van hun geluk,maar dat er daarnaast een groot aantal is, dat met het bezitvan een eigen woning zeer gebaat zou zijn, zo'n stimuleringis alleszins verantwoord.Het is deze belangrijke groep mensen, wier levensgeluk ge-diend zou zijn met het bezit van een eigen woning, die ik ophet oog heb, wanneer ik spreek over de wenselijkheid vanmaatregelen ter bevordering van het eigen woningbezit.Deze maatregelen ter bevordering van het eigen woningbezitzullen nooit een dwingend karakter mogen krijgen, maar welzal men moeten bezien, of wat als bezwaar tegen de eigenwoning wordt aangevoerd, inderdaad inhaerent is aan deeigen woning of dat dit slechts per accidens daaraan verbon-den is. Ik zou hier enkele van deze bezwaren even in het lichtwillen stellen, zonder daarmede, zoals ik reeds opmerkte dezaak uitputtend te willen behandelen.De huurpolitiek, die de huren op een bepaald ogenblik sta-biliseerde, terwijl de overige kosten van levensonderhoud ende inkomens belangrijk stegen, bracht een dusdanige wan-verhouding tussen huren en inkomens en huren en anderelevensbehoeften tot stand, dat het financieel aantrekkelijkerwas in een huis van een woningbouwvereniging te wonen,dan in een eigen huis.Ook de omstandigheid, dat iemand, die door zich jaren langwat te ontzeggen, een huis gespaard heeft, zodra hij te makenkrijgt met de Noodwet Ouderdomsvoorziening, zich het fi-nanciele voordeel van zijn jarenlange opofferingen ziet ont-gaan.Ook de mobiliteit van de arbeider wordt in het geding ge-bracht bij de beoordeling van de wenselijkheid van het eigen-woningbezit. Het bezwaar dat hieraan verbonden is, zou inbelangrijke mate te ondervangen zijn, indien de overgangvan het bezit van onroerende goederen niet zo stroef gemaaktwerd door de hoge kosten. Hier zou met vrijstelling of dras-tische verlaging van de met overdracht of geldaantrekkingverbonden kosten in bepaalde welomschreven gevallen heteigen-woningbezit belangrijk gestimuleerd kunnen worden.De mindere aantrekkelijkheid die het rijenhuis vooral buitende grotere steden heeft als object voor eigen bezit, kan opgelukkige wijze ondervangen worden door een andere ver-kaveling, waarbij de woningen in blokjes van twee gebouwdworden aan woonpaden, waarmee ze een harmonisch geheelvormen, dat aangenamer aandoet, dan de rijen in normaleblokbebouwing en ook dan strokenbouw.In BOUW van Sept. '51 geeft Ir. Bolsius een uiteenzettingvan deze bouw met gebruikmaking van wisselverkaveling,en naar mijn mening is dit een element, dat voor de bevorde-ring van de eigen-woningbouw wel van zoveel betekenis is,dat het verdient speciaal onder de aandacht gebracht teworden.Ik heb daarom van de situatie in BOUW een vergrotinggemaakt en die hier opgehangen, om diegenen onder U diede wisselverkaveling niet kennen een beeld te geven van debedoeling.Gaande over het pad heeft men het gezicht op beurtelings devoor- en de achterzijde van een woning, terwijl het plaatsjebeschut ligt. Stedebouwkundig is ook de kop van het com-plex aantrekkelijk. Wat voor de bewoner-eigenaar van be-lang is naast de grotere aantrekkelijkheid van de woning ishet feit, dat de stichtingskosten niet zullen behoeven uit tegaan boven die van rijenwoningen in normale blokken.Dat de voordelen van deze terreinindeling niet denkbeeldigzijn, blijkt uit de toepassingen. Ik heb hier opgehangen eentweetal projecten waarbij deze wisselverkaveling is toege-past. Het ene is van het architectenbureau Gotzen te Vlissin-gen en heeft betrekking op een aantal woningen te Souburg,het andere is van architect De Lint te Breda en is gemaaktvoor een complex te Baarle Nassau. De Heer De Lint is zovriendelijk geweest mij een tekening op grote schaal ter be-schikking te stellen, die ook op een afstand duidelijk spreekt.De aantrekkelijkheid van de woning wordt, behalve doorhaar situatie, mede bepaald door de grootte. Een minimum- 87woning heeft geen grote aantrekkingskracht, en de vinding-rijkheid om maar steeds meer kub. meters te besparen verdientmeer bewondering van theoretic! en financierende instantiesdan van degenen voor wie de zorg om het goed wonen op deeerste plaats komt.Aan het huis dat hij bezit, wil iemand graag hogere eisen vandeugdehjkheid stellen, dan aan een huis dat hij huurt. Enterecht!Er zijn na de oorlog heel wat huizen gebouwd, waarin menwel wil wonen tot men te zijner tijd eens in een betere wo-ning kan komen, maar die men niet in bezit zou wensen tehebben omdat de deugdelijkheid van materialen niet zodanigis, dat het bezit van zulke woningen een onverdeeld genoe-gen belooft. Ook wat deugdelijkheid en duurzaamheid be-treft dient de eigen woning aantrekkelijk te zijn.De indeling van het huis, aangepast aan de woongebruikenvan de streek, maar tevens met toepassing van nieuwere op-vattingen, is mede een der factoren die een huis tot eenbegeerd bezit kunnen maken. Ook bij de plattegrond dientmen zich te hoeden voor confectie en schabloon.In de verdere behandeling komen wij nog even terug op dewijze waarop voor de in bouwzaken onervaren gegadigdeenige waarborg geschapen kan worden, dat hij werkelijk hetbeste krijgt, wat voor het te besteden bedrag te krijgen is,zodat hij zich geen strop koopt.Het is duidelijk, dat de woningbouw slechts gefinancierd kanworden uit besparingen in het restant van de consumptievesfeer. Onder deze besparingen zijn zowel te verstaan de ge-dwongcn besparingen zoals belastingen of gedwongen lenin-gen, als vrijwillige besparingen. Deze vrijwillige besparingenkunnen geschieden met het oogmerk om te bouwen ofwel meteen ander doel. Geschieden ze met een ander doel bijv.spaarbanken, verzekeringen, fondsen, dan kunnen deze be-sparingen toch worden aangewend om woningbouw te finan-cieren.Ook bestaat de mogelijkheid te financieren met geld uit toe-komstige besparingen, bankcrediet, maar deze vorm meetthans als ongewenst worden beschouwd om de inflationisti-sche tendenz.Op het ogenblik wordt het grootste deel van de woningbouwgefinancierd uit gedwongen besparingen, d.w.z. met over-heidsgeld. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen.De voornaamste is wel, dat de woningbouw niet rendabel isomdat de normale huur niet uit het loon betaald kan wordentengevolge van het feit, dat men indertijd uit het complex vanlevensbehoeften de huur heeft losgemaakt en de lonen en deprijzen van de overige levensbehoeften min of meer aan elkaarheeft aangepast, maar de huren zo lang gefixeerd heeft totde ,,gewone man" zich een valse maar vaste voorstelling isgaan vormen van de verhouding tussen huur en inkomen, watherstel van een normale verhouding met weinig bemoeilijkt.Wanneer men voor de huren in het jaar 1938 het cijfer 100aanhoudt, dan bedroeg dit voor de jaren:881938 1947 1950 1953in Italic 100 247 730 1200in Oostenrijk 100 67 124 143in Frankrijk 100 240 476 546in Denemarken 100 117 128 134in Nederland 100 100 100 115Ik behoef in deze kring niet voor te rekenen welke bijslagdoor de overheid gegeven wordt op de huur. Deze bijdragebevat in zich een element van herverdeling der inkomens,een herverdeling die tot op zekere hoogte wenselijk zo nietnoodzakelijk is, doch die alleen te aanvaarden is als een cor-rectie en die niet op zich een gewenste toestand vormt.De eigen woning zal door de bewoner ook door besparingbetaald moeten worden.De jonge arbeider, die zoals in verschillende streken gewoon-te is, thuis kostgeld betaalt, verkeert in gunstige conditie omte sparen, maar loopt tevens het grootste risico dat hij hetsparen voor nu en voor later verleert, doordat hij zich onno-dige uitgaven kan permitteren, die hij later moeilijk kanachterwege laten. In dit opzicht was tekenend een gesprekdat ik nog onlangs hoorde van twee straatmakers die aan hetwerk waren bij een complex dat voor onze Woningbouwver-eniging gebouwd werd. De jongste was niet erg tevreden enzag niet in, hoe iemand nog wat over kon houden en hijsomde zo op wat iemand toch wel toe kwam. Een glas bierals je de hele dag gewerkt hebt, dat mag je toch wel hebben,of twee glaasjes. Ik zal niet beweren van niet, maar als mendat geregeld doet, schept men een behoefte, die men toch nietdirect noodzakelijk kan noemen. Er kwam nog wel wat meerdat iemand toch wel toekwam. Eens een keer naar de bios-coop etc. De oudere straatmaker reageerde er op door tezeggen: ,,als ik dat vroeger zo gedaan had, zou ik niet zijndie ik nu ben. Wij verdienden in onze tijd heel wat minder,maar wij spaarden voor een huis en voor de inrichting en omde kinderen wat te kunnen laten leren."Inderdaad zijn er heel wat uitgaven, die elk op zich niet zo-veel betekenen, maar die bij elkaar de som vormen waarvoormenig jonge arbeider, als Ezau voor een schotel linzensoep,een deel van zijn later levensgeluk verkoopt.Nu is wel een groot deel van de zorg voor de toekomst, diede arbeider vroeger tot sparen aanzette, opgevangen doorsociale voorzieningen. Wordt hij ziek, werkloos of oud ofinvalide, dan is hij niet uitsluitend aangewezen op het som-metje dat hij vrijwillig gespaard heeft, en dit heeft, samenmet de oorzaken die ik reeds eerder noemde, de zin tot spa-ren belangrijk doen afnemen.Wil men dus de spaarzaamheid bevorderen, dan zaldaar eenpsychologisch gerichte en sociaal verantwoorde beinfluen-cering moeten plaats hebben.Dat sparen zal moeten gericht zijn op het verwerven vanbezit, dat de spaarder begerenswaard voorkomt: een huis,een huwelijksuitzet, woninginrichting, enz. En dat doel zalbinnen afzienbare tijd bereikbaar moeten zijn.Het sparen wanneer de zekerheid bestaat, dat het geld nietin de directe consumptie komt, zou zonder bezwaar met enigeloonsverhoging gepaard kunnen gaan. Waar het mogelijk is,zou de onderneming het sparen kunnen bevorderen door eenbedrag aan het spaargeld toe te voegen, zij het met bepaaldewaarborgen, dat het spaargeld niet voor een bepaalde tijd ofuitsluitend voor bepaald omschreven doeleinden gebruiktwordt.De fiscale politick dient de bezitsvorming door sparen te on-dersteunen. Zo zou bijv. de toeslag die de onderneming bijWAT ISV'-
Reacties