Ste' !^Orgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en van de Nationale Woningraad,waarin opgenomen de mededelingen van de Rijksdienstvoor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan deWederopbouwSeptember 1953 34e Jaargang no. 9Houtbouw Fa. Gebr. TimmerGIESSENDAM -- Telefoon no. 62 Ned. HardinxveldUw adres voor:Directieketen, Volksketen, Cementloodsen, Barakken, enz.AannemersbedrijfJ. SPANJERSBERGAmbachtsweg 23 -- Wateringen (Z.H.)de dakbedekking teverzorgen doorN.V. VERIVONSchansweg 67, RotterdamTelefoon 82740Abraham van Stolk & Zoonen n.v.ROTTERDAMPOSTBUS 1100TELEF. No. 35400HOUTHANDELsteeds groter wordt de vraag naarSchewil V.V. atenHet zeer grote en steeds gelijke isolatie-vermogen speelt hierbij een voorname rol.Rapport d.d. 13 Juni 1953 van hetInstituut voor Warmte-economie T.N.O.:Aeg. Warmtegeleidingscoefficientin kcal/inh?C 0,066.Volumegewicht ca 360 kg M^.Vergelijk dit eens met andere bouwplaten:zelfs kurk loopt van 0,035 naar 0,065.Wij geven U veel waarde voor weinig geld!BOUWPLATENFABRIEK WILLEMSE - DELFT n.v.ZUIDEINDE 117 -- Telefoon 15804 nieuweproducten:'^f-m'^'''"LANG & Co.e Preparaat voor het reinigen vangevels, natuursteen, enz.? Product ter vergroting der plastici-teit van mortels en voorkoming vanontmenging.? Bekistingsvloeistof voor sierbeton,(bindingsrem.).? Isoleerstof tegen verfverzeping,roet- en lekkage-vlekken.Chemisch-Teehnische Bouwstoffen In-dustrie - Nieuwe Keizersgracht 41-43AMSTERDAM - Telefoon 54103.W.vandeKivanae^ampDEN HAAGRegentesselaan 187Telef. 399208Alles op het gebied vanMEETQEREEDSCHAPPENo.a. Waterpasinstrumenten, jalons, prisma's enz.Ook voor reparatie.DE MODERNE MUURVERFvoor Binnen- en Buitenwerk.ALPHATEX is: Wasbaar.Regen- en weervast.Onverzeepbaar.Zuurbestendig.Onovertrefbaar.Zeer gunstig beoordeeld door T.N.O. te Delft.Vraagt techn. inlichtingen, Kleurenadvies en folder aan:VERFFABRIEK ,,ALPHA"ALPHEN A./D. RUN -- TELEFOON 2192 - K 1720VOOR KLEURIGE EN GENUANCEERDEHandvormsteenin vecht-, rijn- of lilliputformaat:Fa. Wed. Van Leeuwen & BoerSteenfabriek - Koudekerk aan de Rqn - Telefoon K 1714-206CONSTBUCTIEWERKPIAATSEPBVOGEIAARI* van der Kunstraat 118-120 Telef. 113948^CravenhageTijdschrift voorVolkshuisvesting enSeptember 195334e Jaargang ? No. 9MaandbladStedebouAvOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Algemene Bond van Wonin^bouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-delingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewljd aan de WederopbouwRedaceie: Mr H. W. Bloemers, J. Bommer, Ir H. M. Buskens, Jhr M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach,Ir L. S. P. Scheffer, Drs H. van der WeijdeAdres voor Redactie en Abonnementen: Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advertenties! Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Tekfoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)In Memoriam Ir A. PlateToenlop 8 Juni van dit jaar Ir A. Plate in zijn woonplaatsOegstgeest overleed, is dat misschien voor slechts weinig ledenvan ons Instituut een sprekende gebeurtenis geweest. Tochging met hem een oprichter van het Instituut heen, die steedslid is gebleven en ook enige jaren bestuursHd was. Die gedu-rende een groot deel van zijn werkzaam leven in bepaaldeperioden van zijn belangstelhng voor de volkshuisvesting ende stedebouw het blijken en dan in de vorm van een belangrijkinitiatief, dat aan rijke fantasie placht te ontspruiten, maartoch ook steeds wetenschappehjk verantwoord was.AIs ir^genieur bij de toenmahge Hollandsche IJzeren Spoor-weg Maatschappij publiceerde Plate lang geleden een projectvoor verbetering van de spoorverbindingen in en cm Rotter-dam. Men vindt daarin menige gedachte, die ook ten grond-slag ligt aan wat nu, vele decennia later, wordt uitgevoerd,maar niet minder interessant zijn de beschouwingen, die dezestudiel wijdde aan de waarde van een oplossing van het spoor-wegprobleem voor de stadsontwikkeling; genoemd zij hierslechts de mogelijkheid van een boulevard langs de Maas.Jaren later bewerkte Plate, toen directeur van gemeentewer-ken tel Semarang, dat aan Ir Th. Karsten een opdracht werdverstrekt voor een uitbreidingsplan voor de heuvelterreinenboven! de stad, een ontwerp dat tot uitvoering is gekomen endat ook buiten Indonesie zeer de aandacht heeft gehad.Kort na zijn repatriering in 1918 werd hij benoemd tot direc-teur v^n de nieuw opgerichte gemeeentelijke woningdienst teRotterdam, waarmede hij kwam te staan voor de huisvesting-problemen, die de eerste wereldoorlog had opgeroepen. Diefunctie heeft Plate nog geen voile vijf jaar bekleed, maar indie weinige jaren heeft hij in woord, geschrift en daad telkensweer uiting gegeven aan bepaalde begrippen, die nogal tegenhet gemiddeld gangbare konden indruisen. Sterk economischgeorienteerd, verfoeide hij in beginsel elk systeem van bij-dragen of premies voor de woningbouw. Dat een gezin meteen normaal arbeidsinkomen daaruit de kostprijs-huur vaneen behoorlijke woning moet kunnen en willen bekostigen,wordt nu als na te streven doel wel algemeen aanvaard, maarin het begin van de 20er jaren zeker nog niet in die mateen een pleidooi van Plate om het bijdragenstelsel op korte ter-mijn te likwideren, verwekte toen wel enige ontsteltenis; hetkwam ook nog iets te vroeg.Nieuwe woonvormen hadden zijn grote belangstelling, wanthij was een man van het experiment en dat niet alleen op pa-pier maar ook metterdaad. De gemeentelijke woningbouw vanBrinkman in Spangen met de berijdbare galerijen mag mennog steeds zien als een interessante poging, om eens naastde platgetreden paden uit te wijken. En vele jaren later, alsPlate het ambtelijke leven reeds lang heeft verlaten, ontmoet-en wij hem toch weer als promotor bij het hoge woongebouwvan Van der Viugt in de Bergpolder, bij de flatbouw vanVan Tijen aan de Kralingse Plas en, na de oorlog, bij hetexperiment aan het Zuidplein te Rotterdam.Deze bizondere woonvormen zag hij als een aantrekkelijkehuisvesting voor bepaalde groepen van beperkte omvang, deoplossing van het massale woningvraagstuk zag hij daarinniet. Die oplossing verwachtte hij -- in de aanvang niet zon^der enige economische eenzijdigheid -- van een radicale her-vorming van het bouwbedrijf. Dit bedrijf dat nog bijna uitslui-tend als kleinbedrijf werd uitgeoefend in de vormen van het inde 19e eeuw gedegenereerde handwerk, moest zich, zoalsPlate in allerlei geschriften betoogde, in zijn werkmethodenrichten naar het moderne industriele bedrijf. Waarbij hij in-tussen vooropstelde dat die omzetting een ontwikkeling vanlange duur zou zijn met een aanlooptijd, waarin de econo-mische voordelen van het geindustrialiseerde bedrijf nog nietdadelijk voor het grijpen zouden liggen, om daarna tot voilewerkelijkheid te worden.In deze gedachtengang ligt het voor de hand dat Plate naar debetonwoningbouw greep als een poging in de door hem voorge-stane richting. Ook, dat hij daarbij niet de weg koos vankleine complexen in een vrij groot aantal verschillende syste-men, maar zich tot twee stelsels beperkte en elk daarvan invrij grote kwantiteit tot stand bracht; eerst daardoor immerskonden de economische voordelen van het grootbedrijf tot hunrecht komen. Een tweede factor voor het welslagen, het con-tinu bouwen gedurende een aantal jaren achtereen, heeft hijdaarbij ook willen verzekeren, maar daartoe werd hem nietde gelegenheid geboden. Het was hem een teleurstelling datVreewijk, waar laatstgenoemde voorwaarde wel vervuld werd,door andere omstandigheden niet tot een industrieel bouw-bedrijf uitgroeide.Plate was een man van grote kennis en belezenheid, maarvooral van perspectivisch inzicht. Tijdens de tweede wereld-oorlog stelde ons Instituut een commissie in, die het rapport,,Richtlijnen voor een nieuwe woningpolitiek" heeft voortge-bracht. Niet zonder moeite gelukte het, Plate voor het voor-zitterschap van die commissie te vinden. Schrijver dezes, dieindertijd zijn eerste stappen op het terrein der volkshuisves-ting onder Plate's leiding heeft gezet, mocht hem toen in diecommissie weer ontmoeten; begrijpelijkerwijs waren de de-tails van het vraagstuk voor deze voorzitter, die daarmedenagenoeg niet meer in aanraking kwam, verflauwd, maar hetbegrip van de grote lijnen allerminst!De nagedachtenis van Plate is van vele zijden gehuldigd. HetInstituut mag daarbij niet achter blijven.d. T. V. E.1012^L,.n Officiele mededelingenRijksdienstNationale PlanArtikeien Ncderlands InstituutBestuurDe Vereniging van Directeuren van Gemeentewerken heeftde Heer Ir J. de Jong, Directeur van Publieke Werken teTilburg, als vertegenwoordiger in ons bestuur aangewezenin de plaats van de Heer Ir J. P. van Bruggen.Voor het Genootschap Architectura et Amicitia zal de Heer}. W. H. C. Pot in het bestuur zitting nemen in de plaats vande Heer P. Vorkink.dd. 12 Augustus 1953, no 43, betreffende het doen uitvoerenvan enige werkzaamheden op een perceel grond, gelegenaan het Lieverderdiep onder de gemeente Roden, welke werk-zaamheden omvatten het ontginnen van wild grasland en bos-grond, het egaliseren daarvan, alsmede het graven en dem-pen van sloten.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde ontwerp voor een nationaal plan, voor eentermijn, eindigende op 1 Juli 1955.dd. 11 Augustus 1953, no 44, betreffende de aanleg van eenbijzondere begraafplaats onder de gemeente Bloemendaal.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde ontwerp voor een nationaal plan.102LezingDe leden hebben inmiddels bericht ontvangen dat de lezingvan Mr Artur Glikson over ,,A comparison between planningand development in the Netherlands and Israel", waarvan inhet vorige nummer mededeling is gedaan, vastgesteld is op30 September.Jaarvergadering en excursieHet is de bedoeling de jaarvergadering te doen plaats hebbenop 22 October a.s. te Amsterdam, voorafgaande aan een bij-eenkomst in de Zuiderkerk aldaar ter bezichtiging van de we-deropbouwplannen voor delen van de binnenstad van Am-sterdam, die in deze kerk zijn tentoongesteld.In de middag van dezelfde dag zal een bezoek worden ge-bracht aan het gebied van enkele van deze plannen. Een enander geschiedt met welwiilende medewerking van het ge-meentebestuur van Amsterdam.Nadere bizonderheden zullen op de convocatie worden opge-nomen.Praeadviezen-vergaderingIn aansluiting op het bericht in het vorige nummer over eenvergadering inzake de huisvesting van de a-socialen kunnenwij nader berichten dat het de bedoeling is in deze vergaderingde volgende vraag in bespreking te brengen:,,Welke moeilijkheden veroorzaken de maatschappelijk nietaangepaste gezinnen bij de huisvesting en wat is hieraan tedoen?"Mevrouw W. Ploegsma-Bentum, Hoofdinspectrice bij de Ge-meentelijke Dienst van de Volkshuisvesting te Rotterdam ende Heren Prof. R. Hornstra, Hoogleraar in de sociale ge-neeskunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en Ir C. H.Kluiters, Hoofdingenieur-Directeur van de Wederopbouw ende Volkshuisvesting in Limburg hebben zich bereid verkiaardpraeadviezen uit te brengen.De datum van de vergadering staat nog niet vast.Getracht zal worden haar in Januari te doen plaats vinden.Rijksdienst voor het Nationale PlanBesluiten van de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvestingOp grond van artikel 29, derde lid, van de wet van 28 Sep-tember 1950, houdende voorlopige regeling inzake het Na-tionale Plan en streekplannen heeft de Minister van Weder-opbouw en Volkshuisvesting de volgende bezwaren gemaakt:dd. 28 Juli 1953, no 35, betreffende de verdere ontginningvan enkele percelen heide- en bosgronden onder de gemeen-te Lippenhuizen.Hiertegen is bezwaar gemaakt wegens strijd met het in voor-bereiding zijnde ontwerp voor een nationaal plan.Krotopruiming en vernieuwing bebouwde kernen')door Mr J. F. JansenBovengenoemd boekwerk van bijna 150 biz. is wel op eenbuitengewoon geschikt tijdstip uitgekomen. De problemen be-treffende stedebouwkundige reconstructie en vernieuwing vanbebouwde kernen -- inclusief sanering van krotbuurten --staan in het centrum van de belangstelling. De Troonrede vanSeptember 1952 gaf hieraan aandacht; in de Kamerstukkenwerd hierover herhaaldelijk gesproken, het laatst bij de rege-ling van de wederopbouw van het watersnoodgebied (wet van7 Augustus 1953, S 422); verschillende congressen zijn ditjaar over dit onderwerp gehouden en zullen nog volgen; tweecommissies resp. ingesteld door de Minister en door het Ned.Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw zijn met dezematerie bezig, de eerste speciaal wat de krotopruiming (volks-huisvesting) aangaat, terwijl de tweede de stedebouwkundigemaatregelen t.a.v. de bebouwde kernen bestudeert. Er zullendeze herfst dan ook wel weinig gemeenten in ons land zijn,waar bij de aanbieding van de ontwerp-begroting voor 1954niet over ,,sanering" zal worden gesproken. 2)Aan een samenvatting van de binnenlandse en buitenlandselectuur en practijk van de laatste jaren bestond bepaald be-hoefte en zeker niet minder aan een overzicht van de verschil-lende vraagpunten, die zich ten aanzien van de instandhou-ding, verbetering en vernieuwing van de kernbebouwingenvoordoen en die door wetgever of practijk moeten worden op-gelost.Het is de schrijver gelukt aan deze behoeften tegemoet te ko-men. Aan de hand van zijn ervaringen in voorafgaande func-ties in Rotterdam, Zaandam en als Minister van Wederop-bouw en Volkshuisvesting heeft Mr In 't Veld daarbij telkenszijn eigen mening naar voren gebracht, al vloeide uit de opzetvan het boek voort dat in de regel met een algemene aandui-ding moest worden volstaan en verdere uitwerking van deverschillende suggesties achterw^ege moest blijven. Het werkgeeft echter steeds voldoende aanknoping voor verder onder-zoek en --- dit is juist het waardevolle -- geeft daartoe eenlevendige stimulans.De bezorgdheid van de schrijver over onvoldoende werkge-legenheid in het bouwbedrijf als uiteindelijk (vermoedelijk in1960) de door de oorlog veroorzaakte achterstand zal zijn in-gehaald, was voor hem aanieiding zich te bezinnen op de mo-gelijkheid van krotopruiming en woningverbetering op groteschaal. Hoe meer hij zich in de stof verdiepte -- zie zijn uitla-ting op biz. 138 -- des te meer werd het fascinerende probleemvan de vernieuwing van stads- en dorpskernen op de voor-grond geplaatst. Ik meen hieruit te begrijpen dat, mocht de1) Naar aanieiding van Mr J. In 't Veld, Krotopruiming en vernieuwingvan bebouwde kernen (uitgave van de Vereniging van Nederlandse Ge-meenten en het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw).^) Al was het alleen reeds om de opmerking te logenstraffen, die Mr In 'tVeld op 4 Augustus 1953 in de Eerste Kamer maakte dat -- behoudensgelukkige uitzonderingen -- de gemeentebesturen bij het voorbereiden vankernverbeteringsplannen een nog niet zo heel grote activiteit betonen!materie opnieuw worden bewerkt, de titel niet zou luiden,,Krotopcuiming" met als ondertitel (in kleine letter) ,,Ver-nieuwing van bebouwde kernen", doch dat dan de stede-bouwkundige vernieuwing in de eerste plaats zou komen.Ik zou zulks toejuichen, daar teneinde efficient en verant-woord tot krotopruiming te komen eerst de problemen voorde stedebouwkundige vernieuwing (verkeer, groenvoorziening,wijkvoorzieningen e.d.) moeten zijn opgelost. Ik geef echtergaarne toe dat de huidige hoofdtitel ,,Krotopruiming" meertot het publiek zal spreken. En publieke belangstelling in dezematerie moet zeker niet worden verwaarloosd. Niet ten on-rechte wijst de schrijver op zes verschillende plaatsen in zijnboek op de noodzaak de aandacht en medewerking van deburgerij te verkrijgen.In het eerste hoofdstuk worden cijfers gegeven, welke aan-tonen dat over de periode 1960 tot 1980 in ons land 20.000woningen per jaar dienen te worden vervangen, overeenko-mende met 1% van het woningaantal in 1945. Dit betekentzeker geen geringe taak. In een gemeente met ruim 100.000inwoners zullen derhalve in die periode per jaar 200 woningenmoeten worden ontruimd (en nieuw gebouwd) zulks met deconsequentie dat telken jare ongeveer 1000 personen zullenmoeten worden overgeplaatst.Het tweede hoofdstuk over de diagnose en de therapie geefteen zeer lezenswaardige verklaring van het ontstaan van krot-tenbuurten. De ,,revolutiebouw" in de periode kort voor deinwerkingtreding van de Woningwet wordt verklaard tegende achtergrond van de toenmalige omstandigheden. Inderdaadhebben wij ons bij de bestudering van de onderhavige materieterdege te realiseren in welke hevige mate de tijden in delaatste 100 jaren zijn veranderd. Woningen, die precies eeneeuw geleden door de Vereniging tot het verschaffen van ge-schikte woningen aan de arbeidersklasse in de Gelderse hoofd-stad als voorbeeld voor het gehele land werden gebouwd, zou-den thans onmiddellijk voor onbewoonbaarverklaring in aan-merking komen, aangezien zij slechts een kamcr zonder keu-ken ^tc. bevatten. Het gemeentebestuur constateerde destijdsalleen dat ,,de woningen uiterlijk een goede vorm hadden, datin de nabijheid van de woningen behoorlijke secreten warenopgesteld en dat daarom de gevraagde rooiing kon wor-den yerleend."Het is begrijpelijk dat Mr In 't Veld wijst op de belangrijkheidvan het vooronderzoek in deze, dat niet alleen betrekking moethebben op de betrokken stadswijk of kern, doch op het gehelegebied van de gemeente. De schrijver wenst iedere gemeente,ev. in intercommunale samenwerking, een sociografisch bureautoe.Het valt m.i. te betreuren dat de schrijver heeft gemeend zichte moeten distancieren van de sociale consequenties, voort-vloeiende uit en samenhangende met de nodige overplaatsingvan bewoners. Wei wijst hij op de wenselijkheid van huurtoe-slagen bij de nieuwe woningen, op de bouw van industrie-flats om de te verplaatsen bedrijfjes op te kunnen vangen,op vergoeding van verhuiskosten enz., maar daarnaast zal wel-licht ook een sociaal apparaat nodig zijn, datde adaptatie vande verplaatste personen tot stand zal moeten brengen. Hope-lijk komt dit punt naar voren op het binnenkort door het Ned.Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw te houden con-gres over de huisvesting van sociaal-zwakke gezinnen.Het derde hoofdstuk denkt aan wenselijke wetswijzigingen.Het heeft voornamelijk betrekking op de suggestie een wette-lijke basis te vinden voor de vaststelling van structuurplan-nen voor bestaande kernen, alsmede de handhaving en uit-voering daarvan. Ik kom hierop nog terug.Het vierde hoofdstuk behandelt het kostenvraagstuk. Een ver-gelijking en bestudering van de door bemiddeling van de Ver-eniging van Nederlandse Gemeenten verzamelde cijfers vanvroeger uitgevoerde saneringen en van enkele na-oorlogsewederopbouwplannen wijst wel uit dat de omstandigheden in Anikeienelk geval en in elke plaats anders liggen. i) Typisch is datblijkbaar nog geen andere vergelijkbasis is gevonden dan dekosten per opgeruimde woning. T.a.v. een te saneren buurt,waarin b.v. tengevolge van een gewenste straatverbreding dehelft van de op te ruimen panden winkels of bedrijven bevat-ten (mij zijn dergelijke gevallen bekend), zou een herleidingtot de kosten per opgeruimde woning zeker niet als verge-lijking kunnen dienen. Ik vraag mij af, of geen andere grond-slag kan worden gevonden door b.v. uit te gaan van de vloer-oppervlakte van alle op te ruimen panden of van de inhoud.De cijfers zouden dan in verband moeten worden gebracht metde grondoppervlakte van het gebied, alsmede met de vloerop-pervlakten of inhouden van de te verkrijgen toestand. Hetsysteem van omrekening per op te ruimen krot gaat naar mijnmening te veel uit van de verouderde gedachte: krotopruimingkomt in de eerste, de algemene stedebouwkundige vernieuwingin de tweede plaats. In verbeteringsplannen zullen b.v. ookvaak panden voorkomen, die alleen maar behoeven te wordenverbeterd of verbouwd.Trouwens ook dergelijke cijfers zullen nog weinig zin hebben.Generaliseren in deze is uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk. Inelke gemeente is de situatie anders. Bovendien wisselen mo-gelijkheden van toepassing der financieringsregelingen, uit-voering als werkverruimingsobject of in het kader van de ge-meentelijke werkvoorzieningsregeling, van maand tot maanden zijn evenmin voor alle gemeenten gelijk. 2)Zelf heb ik aan de hand van de begrotingscijfers van enkelein voorbereiding zijnde verbeteringsplannen de indruk gekre-gen dat de in het boek van Mr In 't Veld op biz. 121 genoemderaming een nadelig saldo ad / 5.000,-- per op te ruimenwoning eerder aan de lage dan aan de hoge kant is. 3)Hoe het ook zij, het is wel duidelijk dat zonder Rijkshulphet de gemeenten niet mogelijk zal zijn kernverbeteringen totstand te brengen. Gezien in het grote geheel zijn -- zoals MrIn 't Veld aantoont ^- de kostencijfers niet verontrustendhoog.Zoals van de schrijver was te verwachten, bepleit hij ver-ruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Hij is voorstan-der van de invoering van een verhoogde belastbare opbrengstvoor de eigendommen, die door de uitvoering van de verbete-ringsplannen worden gebaat.Bovendien bepleit hij periodieke herziening om daardoor zowelde belasting in krottenbuurten te kunnen verlagen, als die inbetere en verbeterde buurten te verhogen (zie biz. 87, 105,131, 133 en 142). In een periodieke herziening zie ik weinigheil. 4) Vergeet de schrijver bovendien niet teveel de amor-tiserende werking van een belasting als de onderhavige? Elke1) De thans gepubliceerde cijfers zijn ietwat lager dan de tot dusverre overdezelfde planncn bekende gegevens. Volgens de Richtlijnen voor een nieu-we Woningpolitiek (Rapport commissie Plate van 1946, biz. 280) zijn dekosten per opgeruimde woning in Leiden en 's-Gravenhage resp. geweest/ 2116,-- en / 2450,--. Het thans verschenen boekwerk noemt / 1800,--en / 2300,-- per opgeruimde woning.^) De bekende muur in het Nijmeegse saneringsplan Het Groene Balcon(zie Gedenkboek 50 jaar Woningwet biz. 115/116) van 200 m lang, 10 mhoog en 3 m breed wordt momenteel b.v. als werkverruimingsobject uit-gevoerd. Nijmegen, dat reeds de eigendom van 80% van de voor uit-voering van het gehele saneringsplan benodigde panden heeft verworven,vindt dan ook dat het niet meer met het plan ,,sukkelt" (zoals Mr In 'tVeld op biz. 10 zegt) doch ondanks de door de oorlog veroorzaakte ver-traging hard op weg is het nog steeds rechtskracht hebbende plan, geba-seerd op art. 43 Woningwet, rooilijn-voorschrift etc., te verwezenlijken!^) Zie ook Dr Ir F. Bakker Schut in zijn bespreking van het boek inDe Nederlandse Gemeente van 31 Juli 1953. Bovendien zijn de door MrIn 't Veld genoemde vergelijkingscijfers, ontleend aan wederopbouwplannen,m.i. in zoverre geflatteerd dat geen rekening is gehouden met de waardevan verwoeste openbare gebouwen.*) T.a.v. de moeilijkheden, welke een herziening van de grondbelastingmet zich brengt, zie nrs 6 en 9 van de geschriften van de Vereniging voorbelastingwetenschap (1928/1929). Een tijdelijke verlaging gedurende eenbepaald aantal jaren, als een financiele tegemoetkoming ter bevorderingvan nieuwbouw, ontmoet m.i. geen bezwaren. Dit is echter een andere kantvan de medaille en in landen waar de grondbelasting veel hoger is (inDuitsland b.v. 20% van de huuropbrengst), van meer betekenis dan bij i/^-^ons. 103Artikeit. nieuwe eigenaar zal immers bij de bepaling van zijn biedprijsrekening houden met de belasting, waardoor uitsluitend de-gene, die op het moment van de verhoging of verlaging vande belasting eigenaar is, resp. zal worden geschaad of gebaat.Waarom degene, die op het moment van de herziening eige-naar is van een pand in een verpauperde buurt een geschenkte geven?De algemene strekking van het boek komt hierop neer datvoor iedere gemeente binnen een beperkt aantal jaren of uiteen oogpunt van verkeer, of uit een oogpunt van volksgezond-heid, of uit een oogpunt van verschaffing van werkgelegenheidetc. een stedebouwkundige reconstructie nodig zal zijn. Mr In't Veld wekt op alvast met een algemeen structuurplan te be-ginnen. Voorbereidende maatregelen kunnen reeds aanstondsworden getroffen: vooronderzoek, onbewoonbaarverklaringen,aankopen in der minne enz. Naderhand kan dan een meergedetailleerd kernplan worden opgezet.Aan dergelijke plannen voor bebouwde kernen kan nog geenwettelijke basis worden gegeven. Schrijver acht dit een leemte,welke op de kortst mogelijk termijn moet worden aangevuld.Hij acht de tot dusverre in verschillende gemeenten gevolgdecombinatie van toepassing van art. 43 der Woningwet, ge-paard gaande met bouwverboden, rooilijnvoorschriften metdaarna ev. onteigening op grond van art. 11 der Onteigenings-wet, niet voldoende overzichtelijk en vooral te omslachtig ente tijdrovend. Ik onderschrijf die mening geheel. Markant isbij dit surrogaat-systeem dat geen voorbereidingsbesluit kanworden genomen, zodat anticipatie onmogelijk is.De schrijver stelt voor, in afwachting van een algemene her-ziening van de Woningwetgeving, het voorstel van de Staats-commissie-Van den Bergh over te nemen ook voor de be-bouwde kom de vaststelling van een bestemmingsplan moge-lijk te maken. Ik vraag me af, of dit -- althans in zeer velegemeenten van ons land -- zelfs al niet zonder wetswijzigingzou kunnen worden bereikt. Ik denk hierbij aan een ruimetoepassing van art. 1 der Wederopbouwwet. De tekst daarvaneist niet dat een plan zich moet beperken tot wat in feiteverwoest is. Amsterdam gaat die richting uit, Nijmegen wilzijn saneringsplan iets wijzigen en kiest daarbij ook die wegvan art. 1 der Wederopbouwwet. Een voorbereidingsbesluit isreeds genomen (zie T.O. van 30 JuH 1953). Het Ministerieschijnt welwillend te staan tegenover een zo ruim mogelijketoepassing, afgezien van de vraag te wiens laste de financieleconsequenties zullen komen. Er zou dan enige ervaring kunnenworden verkregen alvorens tot een wijziging van de Woning-wet te komen. Eventueel zou de (tijdelijke) Wederopbouwwetiets moeten worden gewijzigd, zodat ook de gemeenten, diegeacht kunnen worden in geen enkel opzicht door de oorlog tezijn getroffen, die wet zouden kunnen toepassen. Per slot zegtde considerans ook dat de wet strekt tot bevordering van debouwnijverheid.In dit verband is interessant het -^ nog niet behandelde --voorstel van Burgemeester en Wethouders van 's-Gravenhagevan 13 Juli 1953 om de Gemeenteraad zonder meer te doenconstateren dat bepaalde buurten resp. in 15 en 25 jaren ge-saneerd zullen worden. De consequenties, die een dergelijkerichtlijn zonder rechtskracht voor de eigenaren van de betrok-ken panden zal hebben, zijn nog moeilijk te overzien. Op biz.76 waarschuwt Mr In 't Veld tegen dergelijke publicaties.Naast de mogelijkheid een structuurplan (bestemmingsplan)voor de kernen te kunnen vaststellen, acht Mr In 't Veld hetnoodzakelijk op korte termijn enkele maatregelen in te voeren,welke de kosten van verbeteringen kunnen beperken.Hij bepleit daarom:a) Onbewoonbaarverklaring (en voorzover niet-woningen be-treft buiten-gebruikstelling) op termijn.Aan de eigenaren moet het recht kunnen worden ontnomenop instandhouding van panden, die gevaar opleveren of nietmeer beantwoorden aan moderne hygienische opvattingen.b) Bij vaststelling van vergoedingen bij onteigening (en dus104 ook bij aankopen in der minne) zal rekening moeten wordengehouden met de sub a bedoelde termijn, alsmede -- om tus-sentijdse verwaarlozing te voorkomen -- met extra vergoe-ding voor goed onderhoud of aftrek bij verwaarlozing.c) Bij vergoedingen aan eigenaar moet rekening worden ge-houden met de huuropbrengst bij een normale bewoning (duszonder overbevolking).d) T.a.v. de ondergrond moet niet met verwachtingswaardeworden gerekend, doch met de waarde in het huidige stadium.Eventueel zou met de nieuwe toestand rekening kunnen wor-den gehouden, doch dan onder aftrek van een evenredig deelder kosten van verbetering.ad a) Mr In 't Veld acht een instandhoudingsbeperking alsdoor de Staatscommissie-Van den Bergh is voorgesteld -- enwelke betrekking moet hebben op a//e panden in een be-paalde buurt -- minder practisch dan een onbewoonbaarver-klaring op lange termijn (wat de daarvoor in aanmerking ko-mende woningen betreft) en buiten-gebruikstelling op termijnwat de overige daarvoor in aanmerking komende panden be-treft. Inderdaad zou het systeem van Mr In 't Veld minderomslachtig zijn en het sluit -- er is nu een keer niets nieuwsonder de zon -~ ook geheel aan bij het systeem der Woning-wet, dat in art. 25, vierde lid sub b een plan van geleidelijkeontruiming van onbewoonbaar verklaarde woningen kent.De huidige commentaren op de Woningwet bespreken dezebepaling niet meer. Van der Drift noemt dit ,,schemerige"ontruimingsplan een ,,levenloos aangegeven kind", i)De practijk, waarbij aan onbewoonbaarverklaringen zeer stren-ge eisen pleegden te worden gesteld, heeft blijkbaar geen noe-menswaardige behoefte aan een dergelijk ^- door Gedepu-teerde Staten goed te keuren -- plan gehad. Toch zit er ietsin! Mijns inziens staat en valt de door Mr In 't Veld gepropa-geerde gedachte met een al of niet ruime interpretatie van deaan een onbewoonbaarverklaring gestelde eisen.In de laatstelijk voor de Vereniging van Directeuren van Ge-meentewerken gehouden uiteenzetting sprak de Inspecteur derVolksgezondheid in Zuid-Holland over onbewoonbaarverkla-ring van woningen, die uit een oogpunt van volksgezondheidontoelaatbaar zijn. Dat is voldoende ruim! 2)Zouden we ons wat de woningen betreft derhalve misschiennog kunnen behelpen met het in vorengenoemde art. 25 be-doelde ontruimingsplan, ten aanzien van niet bewoonde pan-den zal wetswijziging nodig zijn om buiten-gebruikstelling optermijn te kunnen bepalen. ^) De rechtsgrond is hier een totaalandere.ad b) (Beperking onteigeningsvergoedingen)Dat bij de bepaling van onteigeningsvergoedingen met offi-cieel vastgestelde termijnen als hiervoor sub a bedoeld rekeningzal worden gehouden, lijkt mij vanzelfsprekend. De suggestieom eigenaren premie of korting toe te kennen, al naar gelanghet onderhoud in de tussentijd goed of slecht is geweest, kendehet in 1896 verschenen Nutsrapport (ontleend aan de Engelsewetgeving) ook reeds. Onze wetgever ging echter nog verder1) Zie Volkshuisvesting deel I, biz. 134. De Jong van Beek en Donk,,Praktijk der Woningwet" (1909) behandelt deze bepaling nog zeer uit-voerig. De in 1902 verschenen Handleiding bij de uitvoering van de Wo-ningwet van Mrs I. B. Cohen en Blaupot ten Gate geeft als toelichting:AUe woningen in het plan opgenomen worden tegelijk onbewoonbaarverklaard. In het plan wordt dan opgegeven, wanneer elke woning of elkegroep van woningen moet worden ontruimd. Uit het plan moet blijken datbinnen de daarin bepaalde tijd alle in het plan opgenomen en bij het inwerking treden daarvan onbewoonbaar verklaarde woningen zullen zijnontruimd.2) Art. 10 der (tijdelijke) Wederopbouwwet kent sinds 22 Augustus j.l.een onteigening van opstallen, die tengevolge van de watersnood herstel-baar zijn beschadigd, indien het herstel ,,uit een oogpunt van volksgezond-heid niet verantwoord is". Ook dat is ruim.*) In dit verband wijs ik op de wens van de Inspecteur in Friesland omonbewoonbaar verklaarde woningen na ontruiming terstond te kunnen ont-eigenen. Een bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders, om elk verdergebruik van onbewoonbaar verklaarde woningen na de ontruiming teweigeren, lijkt eveneens nuttig en komt reeds in sommige bouwverordenin-gen van ons blad voor, al gaat Model 1952 niet zo ver.UTILITEITSBOUWBURGERBOUWBETONWERKENWATERBOUWKUNDIGEEN HEIWERKENAfzonderlijke afdeling Woningbouwin het Korrelbetonsysteem(Ned. Octr. Nrs. 67739 en 67908). iAWtROA-^rnr215 WONINGENTE NIJMEGENArch. W. Th. Reynen NijmegenHet enige Bureaumet5 JARIGEervaringBureau voor opstelling van RisicoregelingenVAN VLIETSurinamestraat 39DEN HAAGTelefoon 116832na 5 uur 722707^Jciccitur&aOp 1 Februari 1954 vaceert de betrekking vanHOOFD VAN HET PLANBUREAUvan de Provinciale Waterstaat van Gelderland.In aanmerking komen Delftse ingenieurs met het diplomab.i. of c.i., alsmede zij, die een planologisch gelijkwaardigeervaring of hogere opleiding hebben.Indiensttreding van de nieuwe functionaris bij voorkeurniet later dan 1 Januari 1954.Aanstelling in de rang van Hoofdingenieur. Salarisgrenzenvan / 7200.-- tot / 8700.--, excl. de bekende toelagen.Sollicitaties op zegel te richten aan Gedeputeerde Statenvan Gelderland, doch in te zenden door tussenkomst vande Directeur-Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat,Huize Angerenstein, te Arnhem, binnen 3 weken na hetverschijnen van dit blad.GEMEENTE APELDOORN.Bij de stedebouwkundige afdeling van de dienst der Ge-meentewerken kanEEN TEKENAARgeplaatst worden in de rang van technisch-ambtenaar, intijdelijk dienstverband met vooruitzichten op een vasteaanstelling. (Salarisgrenzen / 3918, / 5051,-- inclusieftoelagen).Ervaring bij een stedebouwkundige dienst of een particulierstedebouwkundig bureau is vereist. Het diploma stedebouw-kundig tekenaar P.B.N.A. strekt tot aanbeveling.Sollicitaties, op gezegeld papier, te richten tot de Directeurder Gemeentewerken, Deventerstraat 21b, binnen 14 dagenna het verschijnen van dit blad.GEMEENTE EMMEN.Op de afdeling stedebouw van gemeentewerken kan wor-den geplaatst op arbeidsovereenkomst eenSTEDEBOUWKUNDIG TEKENAARin de rang van tekenaar B le klas (of technisch ambtenaar3e klas).Salarisgrenzen: f 2350, f 3500,-- plus de bekende toelageovereenkomstig het Toelagebesluit 1951.Sollicitaties op zegel met volledige gegevens te richten aanburgemeester en wethouders en in te zenden aan de direc-teur van gemeentewerken, Raadhuisstraat 4 te Emmen.Bij de Provinciale Planologische Dienst van Drenthe kanworden geplaatst:EEN INGENIEURin de rang van planoloog of planoloog le klasse. Vereisten:Ingenieursdiploma T.H. Delft.Ruime praktijkervaring op planologisch gebied.Salarisgrenzen, inclusief toelagen, voor de rang van:Planoloog f. 5409.97 -- f. 7738.45Planoloog le klasse f. 7447.39 -- f. 8902.69Uitvoerige sollicitaties op zegel te richten aan de Directeurvan het Bureau van de Provinciale Planologische Dienst vanDrenthe, Beilerstraat 41, Assen, binnen 10 dagen na plaat-sing van deze advertentie.PRIJSVRAAG VOLKSWONINGBOUWDc jury ' inzake de door het Bestuurscollege van het Eilandgebied Curasao uit-geschreven volkswoningbouwprijsvraag maakt het volgende bekend:Aangezien zich onder de inzendingen geen enkel ontwerp bevond, dat van dienaard was, dat dit zonder meer zou kunnen worden aanbevolen. heeft de jurygemeend niet tot toekenning van de eerste prijs te moeten besluiten. Wei heeftzij het echter nodig geoordeeld cfm. par. 24 van het programma dc uitschrijverte verzoeken de bedragen der eerste en tweede prijs samen ' te moeten voegenen deze te verdelen over de drie beste inzendingen en voorts de derde prijs intwceen te splitsen. Deze wijziging is door uitschrijver goedgekeurd.Bekroond werden de volgende inzendingen, welke blijkens de na publicatie inde plaatselijke pers geopende naambrieven afkomstig bleken te zijn van devolgende personen:Prijzen: ..Eureka" Tweede Prijs (f 1.500.-- ), }. G. de Castro. Aruba; '..Homeentje", ..Paniertje", ..Cabijntje" Tweede Prijs {f 1.500.-- ).N.V. Polynorm, Amersfoort:,,Rationeel" Tweede Prijs (J^ 1.500,--). W. G. de Bruyn, Curasao;,,Cas Chiquito'" Derde Prijs (/ 500, -- ), J. Fresco. Curasao;,,Wino" Derde Prijs (f 500,--), ]. Wissink en J. Nooitmeer, Paramaribo;,,Unit". ,,Combination". ..Monoliet" (/ 300, -- ), Th. P. van Boomen,Eindhoven;,,Goedkoop, Snel, Duurzaam" {f 275, --). C. Diesbergen, Curasao;,,Ad Libitum" {f 250,-- ), C. P. Koudenburg, Rotterdam;,,Tropenzon" {f 250. -- ), N. van den Bos, Schiedam:..Luchtstroom" (f 200.-- ). N.V. R.A.B.O., 's-Gravenhage;..Thermiet" (/ 200.-). K. Wolthuis, Arnhem;..Duo Hofwijk" (/ 150, -- ). K. C. de Boer en H. Begeman, Arnhem;,.ABC" (II) {f 150.-- ), J. Konijnenburg. Rotterdam en W. Aan-genendt, Parijs; '..Diacreto" {f 125,-- ), B. B. de Boer, Curasao;..Phoenix" {f 100,-- ). A. van Nes, Cura'jao.Het juryrapport is algemeen verkrijgbaar ten kantore van de Algemeen Vertegen-woordiger van de Nederlandse Antillen, Lange Voorhout te 's-Gravenhage.Namcns de jury,Mr. J. W. ELLIS,Secretaris.Premies: 1.2.3.4.5.6.7.9.10.GEBR.TIMMERFABRIEKHOUTHANDEL-TEL:6O8*D0ETIMCHEMtimmerwerklystwerktrappendeurenGESTOOMD EN GEDROOGDBETER EN TOCH CONCURREREND^^^...EENGOEDERAAD:^^^^*Nieuw telefoonnummer: 4201 (Kengetal K 8340)en stelde art. 93 der Onteigeningswet vast. (T.a.v. een onbe-woonbaar verklaarde woning wordt alleen waarde van de on-dergrond en van de bouwmaterialen vergoed). Zou Mr In 'tVeld ^- nu hij de onbewoonbaarverklaringen wil verruimen --de toepassing van artikel 93 willen beperken tot alleen dieonbewoonbaarverklaringen, waarop onmiddellijk ontruimingmeet volgen? Ik meen dat uit het betoog te mogen afleiden.Zijn opmerkingen over ev. premie voor goed onderhoud zou-den anders alleen slaan op niet als woning in gebruik zijndegebouwen, waarvoor een beperkte gebruiksduur zal zijn vast-gesteld. Uiteraard zullen deze vragen zich niet voordoen, in-dien het door de Staatscommissie-Van den Bergh aanbevolensystee;m van instandhoudingsbeperking zou worden gevolgd.ad c) (Bij bepaling schadevergoeding geen rekening houdenmet overbevolking). Het tweede lid van art. 94 der Onteige-ningswet kent dit reeds. Indien dit artikel evenals het hiervoor-genoemde art. 93 inderdaad zou worden vervangen door eenminder stringente bepaling, zal het zeker wenselijk zijn datbij de vaststelling van schadevergoeding geen rekening wordtgehouden met huuropbrengst voortkomende uit overbevolking.Een dergelijke bepahng zou bovendien haar nut kunnen heb-ben bij uit stedebouwkundig oogpunt noodzakelijke onteige-ning van panden, ten aanzien waarvan bepaling van de ge-bruiksduur niet verantwoord zou zijn.ad d) (Bepaling grondwaarde). Met het befaamde art. 92akomt inen er niet, zegt Mr In 't Veld en ik ben het geheel methem eens. Algemene exploitatievoorschriften maken voor be-bouwde kernen lijkt inderdaad onmogelijk. De schrijver steltvoor 9m de eigenaar de keus te laten tussen een taxatie opbasis Van de bestaande toestand zonder rekening te houdenmet h^t saneringsplan of op de basis van de nieuwe toestand,waarbij dan een evenredig deel van de saneringskosten etc.zou moeten worden afgetrokken.In theprie is dit juist, doch in de practijk zal zulks wel -- ge-zien de hoge kosten van herontsluiting -- uitsluitend neerko-men ojj een taxatie naar de huidige toestand. Vergoeding vanverwachtingswaarde, ook aan de hand van de thans bestaan-de omstandigheden (eigenaar heeft een groot complex, ofgrenst aan een bedrijf, dat uitbreiding behoeft etc.) zal m.i.echter niet zijn te voorkomen. Het probleem lijkt mij de moeitewaard aan de hand van practijkgevallen nader te worden over-wogen.In het vorenstaande heb ik slechts enkele grepen gedaan uitde veh problemen, die de schrijver aan ons voorlegt. 1)Ik hoo^D dat mijn bespreking mede een stimulans zal zijn hetboek nader te bestuderen. Het is -- op enkele foto's na --fraai uitgegeven in een handzaam formaat. Dat geen littera-tuuroverzicht is verstrekt, een zakenregister ontbreekt en bijinterne; verwijzing geen bladzijden zijn genoemd, moge de le-zer nog extra aansporen!1) Ik dc:afschrijvuitvoeringmeestegrotenk b.v. nog aan de tijdelijke bouwvergunning, aan de verplichteing en aflossing van hypotheken; aan soepele toepassing bij deig van een kernplan; aan de veronderstelling dat in de kernen deierkeersongevallen plaats vinden, hetgeen m.i. -- althans voor degdmeenten -- niet juist is enz.Notities over het ,,auskernen" van bouwblokken inde binnensteden van Kopenhagen en StockholmI door Mej. Ir J. H. MulderDe middeleeuwse stad, die het hart geworden is van de groterehedendaagse stad, veranderde van functie. Zij vormt geenautonome eenheid meer. Haar karakter wijzigde zich, doordatde werkmogelijkheden toenamen ten koste van de woonmo-gelijkheden. Voor de toenemende bevolking werden om deoude kern nieuwe woonwijken geschapen, waar ook zij, dieuit de oude stad wegtrokken, zich vestigden. Dagelijks be- ArtikeUnweegt zich uit het nieuwe stadsgebied een stroom van mensennaar het oude hart om er te werken, te winkelen of er diegelegenheden te bezoeken, die voor de stad in haar geheeleen centrale betekenis hebben.De wijzigingen in en van het hart van de stad voltrokkenzich aanvankelijk in een langzaam tempo, hetwelk zich echterin de loop der tijden versnelde. Met de verandering van hetkarakter van de oude stadskern, veranderde ook haar uiter-lijk. In de ,,city" werden panden samengetrokken of verbouwd,nieuwbouw vond plaats na sloping van het oude, schaalver-grotingen traden op. Veranderingen in de structuur, indienzij plaats vonden, volgden eerst later; rigoureuze maatregelenvan kostbare aard waren als regel hiervoor nodig, overwegin-gen voor behoud van het historische goed hielden haar tegen.De oude stad werd hoe langer hoe meer ,,vor' gebouwd; aande eisen van licht, lucht en aan die, welke het verkeer stelt,werd op den duur niet meer voldaan. Ook in die gedeelten,waar betrekkelijk weinig of geen veranderingen plaats vonden,doordat zij t.a.v. de ,,city-vorming" misschien minder gunstiggelegen waren, trad veelal een verdichting op, doordat bin-nenterreinen werden volgebouwd en panden werden verhoogd.De kans is groot dat, als in de oude stadskern geen maat-regelen getroffen worden om haar aan te passen aan de eisen,welke de hedendaagse mens met het oog op het gebruik alswerk- en woongedeelte er aan stelt, zij op den duur onbruik-baar wordt.Om een levend organisme te blijven, zullen ,,stadsverruiming"en ,,stadsvernieuwing" op de nodige punten niet uit kunnenblijven, al spreekt het vanzelf dat de maatregelen daartoemet de uiterste voorzichtigheid, volgens weloverwogen studiesen plannen, getroffen moeten worden en dat zij door uiterstbekwame krachten volvoerd moeten worden. Uiteraard zullendergelijke maatregelen zich over een lang tijdsverloop uit-strekken.Het ligt niet in de bedoeling om hier op het vraagstuk van desanering met zijn vele facetten verder in te gaan, maar wel,om een onderdeel hiervan te belichten, namelijk dat van hetscheppen van verbeteringen in een oude stadswijk door hetz.g. ,,opschonen" der binnenterreinen, of wel, het z.g. ,,aus-kernen". De bedoeling is een en ander mede te delen overdatgene, wat in dit opzicht in Kopenhagen en Stockholm ge-daan werd. De maatregelen, die in de eerstgenoemde stadwerden getroffen, waren opmerkelijk. Helaas is het onderge-tekende niet mogelijk geweest, hier diep op in te gaan, daarde notities gemaakt werden op een ambtelijke studiereis naarbeide steden, waarbij het hoofddoel was de nieuwe stadsuit-breidingen te bestuderen. De tijd was te kort, om over hetAfb. 1. Luchtfoto van de oude kern van Kopenhagen105ArtilcelenAfb. 2. Kopenhagen in 1650 Afb. 3. Kopenhagen in 1850hier bedoelde onderwerp meer inlichtingen te nemen en meerter plaatse te bezichtigen. Een en ander werd na thuiskomstin verordeningen nagegaan en uitgewerkt, waarbij uiteraardgedachtenwisseling niet meer plaats kon vinden; een zekereonvolledigheid, door op een vertaling aangewezen te zijn, wasniet te voorkomen.KopenhagenDe structuur van Kopenhagen's binnenstad is chaotisch. In1699 werd de vestinggordel om Kopenhagen voltooid. In 1749ontstond er binnen deze vesting voor het eerst een stadsdeel,dat met zorg ontworpen werd alvorens het gebouwd werd;het lag om het huidige Amalienborg. In 1794 echter werd ditdee! door brand vernield, waarna het bij de herbouw als re-sidentie van de koning werd ingericht.In de tweede helft van de 19e eeuw worden om KopenhagenAfb. 4. Amalienborg106de stadswallen gesloopt. Deze wallen worden niet bebouwd,omdat uit militaire overwegingen het beter geacht wordt, deruimten als zodanig te behouden (schootsveld). In de stadwonen dan op een betrekkelijk klein oppervlak =!= 140.000mensen. In het jaar 1900 is dit aantal bijna het viervoudige,n.l. 510.000! Amsterdam groeide over hetzelfde tijdvak van233.000 zielen tot 520.000. Het merkwaardige is dat in Ko-penhagen de toenemende bevolking gehuisvest blijft binnende oorspronkelijke stadswallen, hetgeen zijn oorzaak vindt inhet feit, dat de wallen tevens de gemeentegrenzen vormden.De blokken, die op het einde van de 19e eeuw gebouwd wor-den, zijn zeer smal, in tegenstelling tot die van de ouderestadsdeelten. Daar de binnenterreinen van de grotere, oudereblokken volgens een verordening tot 75% mochten wordenvolgebouwd, vindt dit overal plaats. Licht en lucht gaan opdeze wijze in de oude stad verloren. In 1860 woont er opeenzelfde oppervlak al reeds 4/3 van de bevolking van 1850.Merkwaardig hierbij is dat Kopenhagen, dat in de loop dertijden enige malen door brand verwoest werd, steeds weerop hetzelfde ordeloze stramien werd herbouwd, zonder datooit veranderingen of verbeteringen in de verkaveling werdenaangebracht.De toestand verergerde, toen in 1899 de toegestane bouw-hoogte verhoogd werd tot 17 meter, hetgeen bij de gebruike-lijke verdiepinghoogte van 2.50 meter tot een bouw van 5,6 en 7 verdiepingen leiden kon. Liften zijn dan natuurlijk nietaanwezig. Op het gebied van het bouwen bestaan op het eindevan de 19e eeuw verschillende verordeningen; in 1889 ont-stond de bouwverordening, die 50 jaar van kracht bleef.In 1939 wordt deze bouwverordening vervangen door eennieuwe z.g. ,,bouwwet" -- ,,Kobenhavns byggelov" --; eenverordening regelt de uitvoering daarvan. Het voornaamstepunt hierin is dat de bouwondernemingen niet meer als onaf-hankelijk worden beschouwd. De plannen van deze onder-nemingen moeten in een harmonisch verband met de omge-ving worden ontworpen en op de toekomst worden bezien.Tevens bevat deze wet bepalingen t.a.v. de recreatie van debewoners en de spelmogeiijkheid der kinderen. Doordat opverschillende plaatsen de gemeentegrenzen inmiddels verlegdworden en de gemeente ook grondbezit in andere gemeentenverkrijgt, vindt uitbreiding der stad over uitgestrekte gebiedenplaats, zonder dat echter een algemeen uitbreidingsplan hier-aan ten grondslag ligt. De structuurblijft chaotisch. Eerst in 1948 komt ereen structuur- en ontwikkelingsplantot stand, dat door een streekplancom-missie werd opgemaakt.Daar de ,,bouwwet" zowel t.a.v. deuitbreidingen van de stad als t.a.v. deoude stad zelve geldt, zijn de bepalin-gen, die t.b.v. de recreatie werdenvoorgeschreven, merkwaardigerwijsook voor de oude stad geldig. De wetstelt namelijk de eis, dat er voor debewoners van een buurt een voldoendeoppervlak gereserveerd wordt voor hetrecreatieve ,,vertoeven" en voor hetspel der jeugd. In de dicht bebouwdeoude ' stadswijken kan worden toege-staan dat deze recreatieruimte even-tueel gevonden wordt op het dak of opoverdekte binnenterreinen, indien ergeen andere ruimte vrij is. Deze eiswordt niet alleen voor de recreatie vande woonbuurten gesteld, maar ookvoor de wijken met kantoren en vande industrieterreinen. Een Commissie,samengesteld uit ambtenaren van deDienst van het Bouw- en Woningtoe-zicht, Stadsontwikkehng en Beplan-tingen is aangewezen om de uitvoe-ring van dit punt der verordening nate gaan en zo nodig te bevorderen. Inde bestaande wijken kan, na onderlingoverleg door verschillende eigenaren, een plan van aanleg voorde recreatie aan het Bouw- en Woningtoezicht worden voor-gelegd. Wanneer deze Dienst meent dat door een dergelijkplan aanmerkelijk verbeterde toestanden t.a.v. de recreatie of,,vert
Reacties