o o o o o o o o oo 0 o o o o c o oo o o o o o o o o0 o o o o o o o oo o o o o o o o oo o o o o o 0 o oBehoort bij artikel: De rol van de luchtfoto in de planologiedoor C. A. J. von Frijtag-Drabbe.ovfj;;?iJi.'.?ri/'K.; 'jiMei 1954He Jaargang ^ No. 5De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Telefoon 724298Adres voor Advertenties! Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Onze Woongemeenschap - RotterdamGezien als feit op zichzelf, was de oprichting van de woning-bouwvereniging ,,Onze Woongemeenschap" te Rotterdam, op6 Maart 1950, helemaal geen gebeurtenis van de eerste orde.De wet laat de oprichting van dergehjke verenigingen toe, enals de burgerij van de wettelijke mogelijkheden gebruik maakt,is dit nog geen historisch feit.,,Onze Woongemeenschap" moest reeds direct ervaren, dattheorie en practijk zelden met elkaar in overeenstemming zijnen dat iets beginnen, niet betekent, iets afmaken. Nadat injeugdig enthousiasme een klein aantal Rotterdammers tot op-richting van een woningbouwvereniging was overgegaan,werd op de eerste bestuursvergadering het karakter van devereniging bepaald. Besloten werd, dat de ,,verenigings"-vormgekozen zou worden, teneinde van begin af aan, de invloedvan de leden op een door hen gekozen bestuur maximaal tedoen zijn en gebruik te maken van de daaruit voor de ledenvoortvloeiende verantwoordelijkheid voor de gang van zaken.Op dit gebied heeft de ,,vereniging" bepaaldelijk een zeer gro-te voorsprong op stichtingen, naamloze vennootschappen ofandere vormen van organisatie aan het menselijk vernuft ont-sproten. Het feit dat regelmatig rekening en verantwoordingmoet worden afgelegd door bestuur aan leden en dat ledenhun bestuur kiezen en op deze wijze van jaar tot jaar genood-zaakt zijn hun vertrouwen uit te spreken schept, (en heeftvoor ,,onze Woongemeenschap" in de practijk geschapen) eenverhouding van wederzijds begrip en wederzijds gevoel voortezamen gedragen verantwoordelijkheid.Nu na vier jaar kan worden vastgesteld, dat deze opzet eengelukkige geweest is. Het verenigingsleven bloeit, de twee ofdriemaal per jaar gehouden ledenvergaderingen worden tot verover de 400 leden bezocht en tussen de vergaderingen in, iser een nauw contact tussen leden en bestuur, door middel vande contributie innende wijkhoofden en de van tijd tot tijd hetsecretariaat verlatende circulaires, die de leden moed en ver-trouwen trachten te geven.Het heeft thans, achteraf geen zin meer, te verhalen van allemoeilijkheden die overwonnen moesten worden na de oprich-ting. Om Koninklijke goedkeuring te krijgen, is medewerkingnodig van een groot deel van het plaatselijk ambtelijk appa-raat. Laat ons volstaan met de mededeling dat ingrijpen vande Nationale Woningraad noodzakelijk was en het beoogdeeffect had. Op 30 Augustus 1951 kwam het Koninklijk Besluiten was de vereiste status verkregen.Inmiddels was het bestuur er toe overgegaan om de voelhorensuit te steken teneinde het uiteindelijke doel, n.l. het bouwenen exploiteren van woningen op voet van de woningwet, tebereiken. Hoewel het niet vast stond dat snel een bouwplanzou kunnen worden verwezenlijkt, werd tot inschrijving vanleden overgegaan. Door een kleine technische wijziging van deWCtJuicii^^^xLcnt- anU'iH>nt /.Schets van winkelcentrum in plan-Pendrecht.modelstatuten, kregen vrouwelijke leden dezelfde ledenrechtenals manlijke leden, ook al betrof het hier gehuwe vrouwen.Sedert de oprichting hebben dan ook vrouwen naast mannenzitting in het bestuur en de Raad van Commissarissen. Met deleden werd een aantal vergaderingen belegd om hun inzichtte verschaffen in de doelstellingen. Bevoegde sprekers gavencursus over de woningwet, de organisatie van de volkswoning-bouw in en buiten het eigen land, over uitbreidingsplannenenzovoorts.Het bestuur bleef zich inmiddels volkomen bewust van tweeharde feiten. In de eerste plaats, dat het gros van de ledennaar een woning verlangde en de rest van het werk min ofmeer interessant vond en in de tweede plaats, dat de huidigepositie van een woningbouwvereniging voor het ontplooienvan grote initiatieven niet de meest gunstige is.Er op vertrouwende dat de wind wel weer eens zou keren,besloot het bestuur de bestaande tekorten aan feitelijke zeg-genschap maar voor lief te nemen en, zo nodig mopperend,achter een al te groot overheidsbemoeien aan te blijven lopen. 41Dat mopperen hoorde er zeer nadrukkelijk bij, wilde men hetbestuur op de duur niet verlaagd zien tot louter huurincas-seerders. Uit de belevenissen van die periode sproot het arti-keltje in ,,De Woningbouwvereniging" voort, van September1953, weinig vermoedend dat nog datzelfde jaar in de Kamersder Staten-Generaal en van de zijde van de Minister van We-deropbouw (mede dank zij de Nationale Woningraad) overhetzelfde vraagstuk, natuurlijk degelijker en knapper, maarmet dezelfde feiten en tendenzen voor ogen, gesproken zouworden.Nadat in Augustus 1951 dus de koninklijke goedkeuring werdverleend werd in September een aanvraag ingediend om grond.Inmiddels was bekend geworden, dat te Rotterdam een zeerbelangrijk uitbreidingsplan tot stand zou komen, n.l. het planPendrecht. Volgens de oorspronkelijke gegevens zou Pen-drecht na voltooiing bevatten 6000 woningen, bijbehorendewinkels, scholen en andere openbare gebouwen, terwijl tevensruimte gereserveerd zou blijven voor het geestelijk leven ende recreatie.Het bestuur van ,,Onze Woongemeenschap" zag hier een kansom tot bouwen te geraken en in een omgeving, die door haarmaagdelijk karakter, geen hindernissen van bestaande bouw-stijlen had.Via de Federatie van Rotterdamse Woningbouwverenigingenwerd het contact met het gemeentebestuur opgenomen en metsucces. Uit de samensprekingen tussen woningbouwverenigin-gen, federatie en gemeentebestuur werd het plan geboren, inPendrecht de daar te bouwen woningen (voorlopig 3000) aanwoningbouwverenigingen toe te wijzen. Een grote en kleinebouwcommissie werden gevormd door de verenigingen die daarals gegadigden wensten te worden beschouwd en op 21 Maart1952, werd de vereniging ,,Onze Woongemeenschap" in ken-nis gesteld van het feit, dat haar grond in Pendrecht zou wor-den verschaft. In Juli van datzelfde jaar werd overeenstem-ming met de gemeente bereikt omtrent de te benoemen archi-tecten en eind September van datzelfde jaar waren de voor-lopige schetsplannen gereed voor 872 woningen en 19 winkels,een aantal waardoor deze vereniging in Pendrecht de grootstezal worden.Beter dan aan het jonge bestuur, zullen de lezers bekend zijnde obstakels tussen schetsplan en goedgekeurd plan, tussengoedgekeurd plan en goedkeuring door de Gemeenteraad, tus-sen aanbesteding en gunning. Volstaan we met enkele dataover deze periode. Op 9 Mei 1952 werd het uitbreidingsplandoor de Gemeenteraad goedgekeurd, op 17 April 1953 werdmet de ontsluiting van het terrein een aanvang gemaakt. Op8 Juni 1953 goedkeuring van het uitbreidingsplan door G.S.,op 29 Juli 1953 toestemming tot aanbesteding, op 6 Augustus1953, door de Gemeenteraad verleend, op 4 September 1953aanbesteding, op 20 October voorstel aan de Gemeenteraadtot gunning, op 21 December 1953 de eerste paal, waarna op29 Maart 1954 de eerste steen gelegd kon worden.Plan Pendrecht.Met het slaan van de eerste paal, werd tevens een aanvanggemaakt met de bouw van het gehele plan Pendrecht. Omdatde woningbouwvereniging ,,Onze Woongemeenschap" eenzeer bescheiden aandeel gaat leveren n.l. 873 van de in eersteinstantie te bouwen 3000 woningen, moet eerst een enkelwoord gezegd worden over het gehele plan Pendrecht.Het plan omvat de bouw van 6000 woningen (waarvan thansdus 3000 uitgegeven zijn) met de daarbij behorende voorzie-ningen aan winkels, openbare gebouwen en bijzondere bebou-wing.De woningvariatie is geheel afgestemd op de thans be-schikbare gegevens omtrent bevolkingsdichtheid en gezins-grootte. Het plan telt een grote verscheidenheid in woning-typen, n.l. van 1 tot 4 woonlagen, afwisselend gebouwd inportiekbouw en galerijbouw. De woonkanten der woningenzijn steeds gekeerd naar de zijde waar de groenvoorziening42 geprojecteerd is. De groenvoorziening is afwisselend uitge-Verkaveling van de complexen voor ,,Onze Woongemeenschap".voerd in gemeenschappelijke tuinen en individuele tuinen. Deruimteverdeling in het plan is aanlokkelijk en de bebouwinggeschiedt in feite uit een opbouw in zich steeds herhalendewooneenheden van blokken van verschillende hoogte. Een si-tuatieschets kan dit verduidelijken. Het plan kan ondanks deverkaveling over verschillende woningbouwverenigingen, metbehouden van een eigen karakter voor elke vereniging, eenzekere harmonie gaan vertonen. Bij de voorbesprekingenhebben n.l. alle gemeentelijke diensten, als volkshuisvesting,welstandscommissie, bouwpolitie en plantsoenendiensten, teza-men met de door elke vereniging aangewezen architecten ende uit elke vereniging afgevaardigde bouwcommissie aan eentafel gezeten teneinde de verscheidenheid een harmonische tedoen zijn.Uit beschouwingen in de vakpers en in de couranten, blijkt dathet plan ten zeerste de aandacht heeft getrokken. Er wordtveel van verwacht op grond van hetgeen theoretisch bekendis en de stedebouwkundige ontwerpster de architecte MevrouwStam-Beese (die de eerste paal voor het eerste project heeftgeslagen) heeft reeds veel lof geoogst. Hoe de werkelijkheidzich zal verstaan met de theorie, moet afgewacht worden.Zoals wij reeds schreven is ,,Onze Woongemeenschap" alseerste begonnen. Zij bouwt 873 woningen, 19 winkels en watgarages.De opdracht werd verleend aan Ir J. A. Lucas te Rijswijk(medewerkend ontwerper Ir. H. Niemeijer) voor 645 wonin-gen en 19 winkels. De overige 228 woningen werden ontwor-pen door de Heren Ir M. P. Sc'hutte en L. Sickler, waarbij deeerste zijn stempel op het uiterlijk drukte. In zoverre is ,,OnzeWoongemeenschap" gelukkig geweest, dat het door haar tebouwen gedeelte, een geografisch afgerond geheel is en ge-scheiden door hoofdwegen van de andere onderdelen.In hct hart van dit deel van het plan bevindt zich een winkel-hof. Deze is ontstaan door aan beide zijden de winkels teprojecteren en de westelijke toegangskant als afsluiting te ge-bruiken door de bouw van 3 kiosken die los van elkaar staande,2 toegangen tot de winkelhof geven. Hoewel volkomen openbereikbaar, ontstaat een zekere intimiteit, die nog verhoogdwordt doordat de winkelbevoorrading aan de achterzijde derwinkels plaats vindt. Boven de winkels is een ruime woningvoor de winkelier ontworpen en boven het woongedeelte eenbehoorlijk afgewerkte zolder-bergruimte over het gehele pand.Indien nodig of gewenst, kan door het dichtmetselen van eendeur een permanente scheiding tussen winkel en woning plaatsvinden, waarbij de beide delen elk afzonderlijk betreden kun-nen worden. Aan de oostzijde van de winkelhof heeft ,,OnzeWoongemeenschap" optie gekregen op een strook grond dieeens een verenigingsgebouw zal dragen. De daarvoor benodig-de gelden (geschat wordt ongeveer / 100.000,-- ) zullen doorde leden en door hypotheek bijeen moeten worden gebracht.Bereids is een bouwfonds gesticht en is vergunning verleendvoor het houden van een loterij. Het bestuur en de ledenmenen, dat een nieuwe wijk niet compleet is, indien daaringeen plaats is waar het culturele leven zich kan ontwikkelen.Natuurlijk is de opgaaf niet eenvoudig, doch het bestuur weet,dat pessimisten bij voorbaat verloren zijn, al wordt niet licht-zinnig over dit probleem gedacht en zal hulp bij de verwezen-lijking niet achterwege kunnen blijven.Als eerst in dit plan, heeft ,,Onze Woongemeenschap" de wo-ningen verdeeld in galerijbouw en portiekbouw. Deze variatiebood de mogelijkheid om gelijksoortige gezinnen bijeen te bren-gen teneinde de overlast voor de ongelijksoortige gezinnen, dieelkanders woongewoonten niet begrijpen, zoveel mogelijk tebeperken. Ouders van grote gezinnen staan tegenover levenen beweeglijkheid nu eenmaal anders dan ouders van kleinegezinnen.In het hart van het plan en toch niet gelegen aan de grotewegen, zijn de ouden van dagen woningen geprojecteerd. Metgrote liefde hebben de architecten zich aan deze woningengezet en jammer is slechts, dat de harde noodzaak vereenvou-digingen nodig maakte, die veel van het aantrekkelijke verlorendeden gaan. Wat gebleven is, kan echter ruimschoots de toetsvan een redelijke critiek doorstaan. Voor de galerij- en portiek-bouw, was de bergruimte geen probleem. Zij is gedacht bene-den de woningen in kelderruimten die naast enige andereruimte ook plaats biedenaan ten minste drie rijwielen. Voorde grote eengezinswoningen is jammer genoeg een minderfraaie oplossing noodgedwongen door de architecten aanvaard,nadat zij een fraaiere niet goedgekeurd kregen. Omdat mente Rotterdam in dit plan verbiedt dat de bergruimte in detuinen geplaatst mag worden, moest in deze overigens zeerfraaie woningen, de bergruimte ingebouwd worden. De gevel-verdeling ging hierdoor achteruit, terwijl de woonruimte ver-minderde. Speciaal de keuken werd hier het kind van de reke-ning. Als we weer naar normale tijden gaan, zal het bestuureen dergelijke oplossing zeker afwijzen. Voor het overige zijndeze woningen fraai en suggereren zij een ruime opzet. Bovenen beneden is een hal die een intieme sfeer kan scheppen. Deaanbesteding heeft hier voor het eerst na de oorlog het plaatsenvan een toilet boven (waar geslapen wordt op 9 slaapplaatsen)en een toilet beneden (waar geleefd wordt) mogelijk gemaakt.De eentonigheid van grote straten is in het plan niet ontstaan,doordat het moduul daartoe geen gelegenheid bood. De groteblokken aan de oost- en westzijde van het plan boden echterwel kans op eentonigheid. Door verschil in gevelafwerkingen balkonplaatsing, is dit theoretisch overwonnen, ook hier zalde practijk echter de waarheid moeten tonen.De woningen zijn voorzien van Zweedse tuimelramen. Zij be-palen in hoge mate de buiten-architectuur en geven de huur-prijzen een feitelijke verlaging nu de glazenwasserstarievenbelangrijk verhoogd zijn.Thans, enkele maanden na het begin van de werkzaamheden,Overzicht van de hoogbouw.43Perspectieftekening van de flatbouw voor ,,Onze Woongemeenschap"is het uiteraard te vroeg om te zien of theorie en practijk elkaarzullen dekken. Wat wel zichtbaar is, is opwekkend. De ge-kozen lichte steensoort, met als variatie donkerder vlakken,voldoet best.Leden en bestuur van ,,Onze Woongemeenschap" hunkerenuiteraard naar het moment waarop de woningen betrokkenzullen kunnen worden. Zij zijn vastbesloten te zorgen vooreen zodanig binding, dat ,,Onze Woongemeenschap" een,,leefgemeenschap" genoemd zal kunnen worden, waarin hetgoed is te leven omdat elk verantwoordelijk zal zijn voor hetbezit van alien en voor het gebruik dat er van zal worden ge-maakt. Als eenmaal de woningen betrokken zijn, hopen we delezers en de redacteur van dit blad, aan de hand van een seriefoto's te laten zien, hoe de plannen verwezenlijkt zijn. Wijvragen nu reeds gastvrijheid daarvoor in deze kolommen.Rotterdam 2 Mei 1954.M.FRENKEL44Wij knipten:Architect Luthmann, B.N.A. in zijn toelichting ten aanzienvan zijn schepping, het nieuwe Haagse stadhuis:,,Het is nl. een onjuiste opvatting dat alleen een bepaalde,,dosering van ,,toegevoegde" kunstwerken een bouwwerk op,,een hoger cultuurniveau zou kunnen brengen".,,Naast de geestelijke inhoud van het ontwerp is het in eerste,,instantie het kunstzinnig gerichte ambachtelijke kunnen dat,,hier maatgevend is. Moge ook de Rijksoverheid dit beden-,,ken indien zij, zodra zij letterlijk en figuurlijk een duit in,,het zakje doet, daaraan de onverbiddelijke voorwaarde ver-,,bindt van ,,sobere bouw". We hebben niets tegen sobere,,bouw, maar als dit een euphemisme dreigt te worden voor,,armetierige, op het randje van gebrekkige bouw, dan zouden,,pessimisten wel eens gelijk kunnen krijgen".Eenzijdige voorstelling van zakenVals licht op de woningbouivverenigingenHet Weekblad ,,Bouw" van 17 April j.l. bevat een artikelvan de hand van Mr P. H. Graamans over ,,Woningexploi-tatie en belastingheffing". In dit artikel worden de verschil-len in fiscale behandeling van enige vormen van woning-exploitatie behandeld.Mr Graamans verzucht; ,,Voor de institutionele beleggersgeldt een apart fiscaal regiem, terwijl de woningbouwver-enigingen over de netto-uitkomst harer exploitaties geen be-lastingen hebben te voldoen". Naar onze lezers weten, val-len die netto-uitkomsten van woningwet-exploitatie nogalmee! Voor het merendeel van de vooroorlogse woningengeldt, dat de exploitatietekorten worden gedekt door over-heidsbijdragen. De middelen, die voor bepaalde complexenboven een ,,self-supporting"'exploitatie overblijven, dienennodig te worden aangewend voor een behoorlijk onderhouds-beleid. Over de na-oorlogse woningwetwoningen behoevenwij in dit verband in het geheel niet te spreken; het is eenieder bekend, dat een over 50 jaar uitgesmeerde bijdrage deexploitatie-rekening sluitend moet maken. Het is ook instrijd met het wezen van de woningwet-exploitatie om voor-de-hand-hggende mogelijkheden voor batige saldi te hebben.Zo er al kan worden gereserveerd, dan dienen de reservesof voor terugbetaling van de overheidsbijdragen of voor aan-wending ,,in het belang van de verbetering der volkshuis-vesting". Neen, wij moeten Mr Graamans tot onze spijtverzekeren, dat de woningbouwcorporaties voor de fiscuseen weinig aantrekkelijk object vormen! De opgeroepen te-genstelling met de particuliere woningexploitatie gaat dusniet op en is er een beetje ,,met de haren bijgesleept".Volgens Mr Graamans genieten de woningbouwverenigin-gen van verschillende faciliteiten, als hoedanig zij o.m. noemt:,,de belangeloos verrichte werkzaamheden van bestuurdersder woningbouwverenigingen". Dit compliment aanvaardenwij dankbaar. Ook particuliere woningexploitatie-maatschap-pijen zouden in dit voordeel kunnen delen, indien directiesen commissarissen van salarissen en honoraria afstand zou-den willen doen. Wij pleiten natuurlijk niet voor zulk eenverregaande zelfverloochening, maar wij opperen deze mo-gelijkheid slechts om duidelijk te maken, dat de particuliereexploitanten de eigen positie bezwaarlijk kunnen optrekkenaan de door ieder gewaardeerde goedkope wijze van werkendoor bouwverenigingen.Uitgaande van een naar haar mening feitelijk bestaand ver-schil in fiscale behandeling van de onderscheidene groepenvan exploitanten, stelt Mej. Mr Graamans verder de vraagof een zodanig ingrijpend verschil in het belang kan zijnvan beheer en uitbreiding van de woningvoorraad. Wij wa-gen het er op te verzekeren, dat het beheer, zoals dat in hetalgemeen (met van Rijkswege opgelegde beperkingen) wordtgevoerd, niet tot enig nadeel van deze exploitatievorm kandoen concluderen. Wij zijn geneigd aan de andere kant tebeamen hetgeen Mej. Graamans opsomt ten voordele vande woning-exploitatie door financieel krachtige maatschap-pijen, die in het woningbeheer haar eigenlijke werk zien.Alleen: het sociale element van de woningvoorziening en-exploitatie krijgt uiteraard bij de particuhere maatschappijenbelangrijk zwakker accent dan bij de woningbouwvereni-gingen.Over de vraag of een gunstiger positie voor ,,particulierebouw en -exploitatie" de uitbreiding van de woningvoor-raad zou bevorderen, valt naar onze mening iets meer tezeggen. Ons komt nog al eens het sprookje ter ore, dat dewoningbouw in ons land zich sneller zou voltrekken, indienaan de bouw van woningen-voor-particuliere-exploitatiemeer ruimte zou worden geboden. Uit dit sprookje wordtdan veelal een schimmig wapen gesmeed tegen de in om-vang en betekenis zo toegenomen woningwetbouw. ,,Geef departiculiere exploitanten voldoende gelegenheid om te latenbouwen en gij zult zien, dat de woningnood in een oogwenkis opgelost". ,,Onvoldoende hulp aan de particuhere bouwbestendigt de woningnood". Dat zijn zo een paar van dieongefundeerde uitspraken, die dan het goede recht van par-ticuhere woning-exploitatie moeten bewijzen. Mej. Graa-mans stelt in dit verband slechts de vraag aan de orde endat lijkt ons verstandig. Zij, die bij de particuhere exploi-tatie belang hebben, zullen minder op het gevoel afgestemdeargumenten moeten aandragen en zo mogelijk meer hunkracht zoeken in redelijke beschouwingen. Ieder, die enigs-zins thuis is op het terrein van de woningbouw weet, dat deomvang van de productie niet wordt bepaald door de vraagwie er bouwt en wie er straks exploiteert, maar door zuivermatericle factoren. De woningwetbouw voltrekt zich even-zeer in de ,,particuliere sfeer" als welke andere soort vanwoningbouw ook. De aannemers, die de woningwetwonin-gen bouwen, zijn even pur-sang particuhere ondernemers alsde bouwers, die aan de woningproductie deelnemen voorverkoop of belegging. Zij alien hebben in de practijk vanhun werk gelijkelijk te maken met de moeilijkheden, die debegrenzing naar boven vormen van omvang en tempo vande woningbouw. Als er op de Nederlandse bouwmarkt --gegeven een aanwijsbare overbelasting -- gebrek is aan ge-schoolde bouwvakarbeiders, dan zal ieder, die op deze marktopereert, dat gebrek ervaren, onverschilhg in welke sectorvan de woningbouw hij werkt. Als zich tekorten aan bepaal-de bouwmaterialen voordoen, dan gelden die tekorten in be-ginsel voor alien, die dat materiaal nodig hebben. Dan kun-nen ,,handigheid" en ,,relaties" voor de een mogelijkhedenbieden, die een ander soms niet heeft, maar dat is natuurlijkniet van principiele betekenis.Aan het slot van haar artikel in ,,Bouw" voert Mej. Graa-mans nog eenmaal de woningbouwverenigingen ten toneledoor te verklaren, dat deze instellingen zich voor de oorlog,,op een afgebakend terrein bewogen". Wij willen daarvantoch zeggen: ,,op het terrein van de voorziening van volks-woningen". Over de afbakening zijn wij het dus wel eens.De vraag is slechts waar zich de grenzen van het afgebaken-de terrein bevinden. Er bestaat voor ons geen enkele redenom onvriendelijk te zijn. Alleen ter wille van de juiste ver-melding der feiten zij opgemerkt, dat na 1945 evenals na deeerste wereldoorlog de woningwetbouw de kastanjes uit hetvuur heeft moeten halen. De particuliere bouwondernemerskunnen zich waarschijnlijk weinig gelegen laten liggen aannoodtoestanden zonder zakelijk aantrekkelijke perspectieven.Wij zijn er ons van bewust, dat men van hen ook niet magvragen om aan het werk te gaan louter en alleen uit socialebewogenheid. In hun werk speelt, precies als in welke andereparticuliere bedrijvigheid ook, het te bereiken rendement eenhoofdrol. Als het bouwen en exploiteren van volkswoningenaan het particuhere bedrijf geen genoegzaam rendement inhet vooruitzicht stelt, dan ziet dat bedrijf begrijpelijkerwijzevan activiteit op dat terrein af. Maar dan is het toch eenzegen, dat er andere, beproefde en voor de hand liggendemogelijkheden zijn om toch in de volkshuisvesting te voor-zien, t.w. door het bouwen en exploiteren van woningwet-woningen.Het is het goed recht van de particuliere woningexploitan-ten om te pleiten voor maatregelen, die de voorwaardenvoor hun activiteiten kunnen verbeteren. Weliswaar treft eenzekere tweeslachtigheid als men vaststelt, dat enerzijds naar,,vrije" ontwikkeling wordt gevraagd en anderzijds maatre-gelen van de overheid worden verlangd om die ,,vrije" ont-wikkeling een bepaalde richting te geven. Maar goed, menmag en men moet misschien wel, vanuit het bedrijfsbelangredenerende, invloed op de gang van zaken trachten uit te 45oefenen. In die zin kunnen wij ook het artikelvan Mej. Mr Graamans heel goed waarderen.Wij maken echter prompt bezwaar als de pleit-bezorgers voor de particuliere woningexploita-tie hun zaak verdedigen door zich ,,op te trek-ken" aan de woningwet-exploitatie en wij ko-men zeker in het geweer als zij dat doen doorde positie van de woningbouwverenigingen on-juist te bepalen. Vandaar dan ook, dat wij hierop de beschouwingen van Mej. Graamans en-kele kanttekeningen plaatsen. G. H. H.f-r" - 's-i^i^^m^s^i&^m'vi&^fi'ms'46Een nieuwe, moderne ,,Toe-pas" keukenIn het Aprilnummer van het maandblad ,,Die Volksheim-statte" van onze zustervereniging in Duitsland troffen wij eenartikel over moderne keukens aan. Deze keukens kunnen, va-rierend naar beschikbare ruimte, financiele mogelijkheden enarchitectonisoh inzicht, met standaard keukenmeubilair (intotaal 18 meer of minder noodzakelijke elementen) wordentoegepast. Wij menen dat de door ons aangegeven benaming,,Toe-pas", welke voor ander meubilair reeds een zeker begripis geworden, het duidelijkst in deze korte inleiding, die aande vertaling van het betreffende artikel voorafgaat, de bedoe-ling uiteenzet.Indien een opdrachtgever een werkplaats of fabriek wil latenbouwen, zal hij met zijn architect overleggen, welke eisen hetproductieproces, het transport en de rationalisatie van zijnonderneming aan het te bouwen project stellen. Ditzelfde geldtook voor het ontwerpen van een keuken, waaraan echter in demeeste gevallen niet die aandacht wordt besteed, die het ver-dient. In de regel is het zo dat er alleen mee rekening wordtgehouden dat de uit de vorige eeuw bekende keukenkast er inkan, waarmee dan geacht wordt dat aan de eisen der opdracht-gevers ten aanzien van de keuken voldoende is voldaan.Daarbij wordt over het hoofd gezien dat, naar de bewijzenaantonen, de keuken als werkplaats in de wereld een eersteplaats inneemt, aangezien het aantal arbeidsuren van huis-vrouwen daarin doorgebracht de bijeengetelde arbeidsuren vanindustrie en nijverheid in ieder land overtrefti. Dit feit, doorbouwers van keukens in Duitsland jarenlang over het hoofdgezien, onthield de veelgeplaagde huisvrouwen waardevolleverlichting van haar arbeid, doch in andere landen, zoalsZweden, Zwitserland en de Verenigde Staten van Amerika,was zoiets allang vanzelfsprekend. Inderdaad zullen de oorlogen zijn gevolgen de vooruitgang op het belangrijkste gebiedvan de vormgeving van woonruimte wel hebben vertraagd.Het is daarom een verheugend verschijnsel dat nu ook inDuitsland vooraanstaande architecten in hun complexen vanwoningen proberen de elders bestaande voorsprong in te ha-len. Men gaat voor alles van de overwegingen uit dat de huis-vrouw een doelmatige en aan de praktijk getoetste keuken-meubilering raoet worden gegeven, die zowel in oude als innieuwe woningen zal kunnen worden aange^bracht. Hierbijdient de wenselijkheid intake doelmatigheid, netheid en ver-eenvoudiging van arbeid in ieder opzicht te worden verwe-zenlijkt.De tegenwoordige leefwijze bracht vragen als korte arbeids-afstand, grootst mogelijke werkruimte, goede lichtinval, tocht-vrije luchtverversing en de handigste opstelling der verschil-lende stukken van het keukenmeubilair in het geding. Al dezebelangrijke factoren zijn bij de doop der genormaliseerde mo-derne ,,Toe-pas" keuken als peet aanwezig geweest.De hier getoonde combinaties van moderne keukens tonenallemaal aan de hoge ,,keukentechnisch" gestelde eisen tehebben voldaan. De onderdelen bestaan uit losse, op zichzelf-staande meubelstukken, die op grond van practische ervarin-gen en grondige proefnemingen werden gebouwd. Met de inserie vervaardigde delen, welke bewust zeer eenvoudig zijngehouden, kunnen zowel kleine als grote keukens worden ge-meubileerd. Een belangrijke completering wordt bereikt doorhet plaatsen van een ingebouwde koelkast, die op werkhoogteof op de vloer kan worden geplaatst. De afwerking is methoogwaardige glanslakken voltooid, die naast een keurig aan-zien, ook netheid en duurzaamheid van de keuken waarborgen.Zeer belangrijk en ook vele mogelijkheden biedend is het feit,dat de oorspronkelijk opgestelde keukenmeubilering later metandere stukken desgewenst kan worden uitgebreid.De genormaliseerde moderne ,,Toe-pas" keuken verdient alsvernieuwing onze bijzondere aandacht en mag met recht dekeuken der toekomst worden genoemd. In de overblijvenderuimte, welke in de keuken dient te blijven bestaan, kunnenverbeteringen die op het machinale bereiden der spijzen zijngericht, worden aangebracht. De daardoor verkregen tijdsbe-sparing komt de gezondheid der huisvrouw ten goede, die bo-vendien door de vereenvoudigingen die de moderne keukenhaar biedt, tijd zal kunnen vinden voor bakken, inmaken, kle-ren naaien en andere, het huisgezin geldbesparende werkzaam-heden.Meer dan 300 variaties bieden de 18 verschillende meubelstuk-ken en speciale keukentafelbladen en maken ieder keukenruimtevoor de huisvrouw tot een doelmatige, aesthetisch verant-woorde werkruimte. Aan alle persoonlijke verlangens van dehuisvrouwen kunnen deze keukens voldoen, daar voor iederekeukenruimte de geschikte combinatie kan worden gevonden.Of het nu kleine keukens met slechts twee of drie, of groteruime keukens met een grotere variatie van meubelstukkenbetreft, met ieders wensen kan rekening worden gehouden, 47L T T grondverff,al? de sehil ran een vrueht"11 biyft deae verf nademen"-
Reacties