September 1954He Jaargang ^ No. 9De WoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Woningraad, Algemene Bond van WoningbouwverenigingenVerschijnt maandelijksAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam Z., Tel. 724298 - 721421Adres voor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam C, Telefoon 49128Bij het aftreden van Dr Ir Z. Y. van der MeerDe Directeur-Generaal van de Wederopbouw en de Volks-huisvesting, Dr Ir Z. Y. van der Meer, legt per 1 October1954 zijn functie neer. Verschillende overwegingen brengenons er toe aan dit feit enige beschouwingen te wijden. In deeerste plaats hadden wij meer dan zeven jaar het genoegenaan de dienst van de Heer Van der Meer verbonden te zijn.In de tweede plaats heeft ons werk voor de Nationale Wo-ningraad tot veelvuldig contact met de Directeur-Generaalaanleiding gegeven. En in de derde plaats hebben wij, af-stand nemende van de dagelijkse beslommeringen en van deopeenvolging der feiten, het werk van de Heer Van der Meerlangs de grote lijnen trachten te volgen en ,te beoordelen.leder dezer drie redenen zou op zich zelf voldoende aanlei-ding zijn om enige woorden aan het afscheid van de HeerVan der Meer te wijden.De naam van deze Directeur-Generaal zal naar onze meningvooral verbonden blijven aan zijn werk voor de wederop-bouw. Te weinig is bekend hoe reeds in de bezettingstijdmede onder zijn leiding de wederopbouw van ons land werdvoorbereid. Slechts een betrekkelijk kleine kring van ingewij-den weten, dat bij de dienst voor de Algemeen Gemachtigdevoor de Wederopbouw heel veel werk is gedaan, dat hetmogelijk maakte om direct na het einde van de oorlog heteerst nodige werk aan te pakken. Dat daarnaast onder welbuitengewoon vreemde omstandigheden (zeker tot aan DolleDinsdag toe) nog een vrij omvangrijke bouwactiviteit in standwerd gehouden. Vrijwel deze gehele activiteit werd de be-zetter door de neus geboord, die daardoor mensen en mate-rialen niet voor andere doeleinden kon gebruiken! De Al-gemeen Gemachtigde, de latere Minister Ringers, wist heelgoed wat hij deed toen hij een groot deel van dit werk aande leiding van de Heer Van der Meer toevertrouwde. Detypische eigenschappen van de Heer Van der Meer: blijmoe-digheid, vindingrijkheid, organisatievermogen en een onuit-puttelijke werkkracht, kwamen in die voor ons land donkeredagen tot hun recht. Nadat de bevrijding een feit was ge-worden, kon in de meest letterlijke betekenis van het woordworden voortgebouwd op wat mede tot werkverschaffingaan goede vaderlanders in de bezettingstijd was voorbereid.Het is beslist onmogelijk aan buitenstaanders duidelijk te ma-ken welk een omvangrijke en moeilijke taak de heer van derMeer in de periode 1945--1950 heeft vervuld. Het scheenalsof er aan de rij van moeilijkheden, problemen, hindernissen,die de bouwactiviteit belemmerden, nooit een einde zou ko-men. Het werk voor de wederopbouw begon onder welhaastmiddeleeuwse omstandigheden. Geen materiaal, geen werk-krachten, geen middelen van vervoer, geen begaanbare we-gen. Alleen om dit te typeren het volgende voorbeeld; de we-deropbouw in de zwaar getroffen Betuwe begon met het in-richten van een bureau. Dit bureau was gevestigd in de res-tanten van de kelder van een notarishuis. Als schrijftafeldiende een vrijwel onbeschadigde strijkplank. Het papier omop te schrijven vond men in het goeddeels verbrande archiefvan de notaris. Men probere zich voor te stellen welk eenenorme hoeveelheid improvisatie opgebracht is mceten wor-den om binnen achteraf bezien verbluffend korte tijd, hetwederopbouw-apparaat tot een behoorlijk lopende machinete maken. Voor hem, die goeddeels de leiding had over hetbouwen van het wederopbouwapparaat, terwijl in de tijd vandat bouwen het apparaat nog diende te functionneren ook, ishet werk aan de wederopbouw van ons vaderland een taakgeweest van een omvang en betekenis, zoals slechts weinigmensen die gedurende hun hele leven te vervullen krijgen.En dan te weten, dat dit werk moest worden gedaan ondereen niet aflatende stroom van de feist denkbare critiek. Onzelezers zullen zich herinneren, dat in 1946, '47 en '48 geenkrant in Nederland het zich kon veroorloven een welwillendwoord voor het wederopbouwwerk te publiceren. De heervan der Meer heeft zijn blijmoedigheid behouden. Hij heeftzijn werk gedaan op een wijze, die zijn medewerkers met be-wondering vervulden en die niet zichtbaar werd beinvloeddoor de miskenning, die aanvankelijk iedere waardering uit-sloot. Het moet de heer van der Meer een reden tot grote 89persoonlijke voldoening zijn, dat hij nu bij zijn aftreden hetprobleem wederopbouw niet aan zijn opvolger behoeft over tedragen. Dat probleem is er eenvoudig niet meer. Afgezienvan enkele resten, die bij wijze van spreken thans zelf toteen oplossing worden gebracht, is de wederopbouw in onsland een gedane zaak. Hij die gewaagd zou hebben in 1947te voorspellen, dat in 1954 de eigenlijke wederopbouw tot eeneinde zou zijn gebracht, zou voor een volstrekt onverantwoor-delijke optimist zijn uitgekreten. Een optimist van het kalibervan de heer van der Meer. Hoezeer de Directeur-Generaalmet de wederopbouw werd vereenzelvigd moge blijken uit devolgende anecdote: De Minister van Wederopbouw maaktehet tot zijn gewoonte de getroffen gebieden te bezoeken. Dezebezoeken werden steeds door middel van een persbericht tij-dig aangekondigd. Een vakblad nam zulk een bericht een keerop deze manier over: ,,De Directeur-Generaal van de Weder-opbouw zal a.s. Maandag een bezoek brengen aan het we-deropbouwgebied op Walcheren. De Directeur-Generaal zalzich doen vergezellen van de Minister". Commentaar lijktons hier vcrder overbodig.Natuurlijk mag hier een bespreking van de rol van de heervan der Meer in het werk voor de eigenlijke volkshuisves-ting niet ontbreken. Naarmate de arbeid voor de wederop-bouw beter werd georganiseerd, stegen zijn bemoeiingen voorde volkswoningbouw in aantal en omvang. Anders dan bijhet werk voor de wederopbouw is het niet goed mogelijk eenafsluitend oordeel te geven over de bemoeiingen van de heervan der Meer met de woningbouw. Wij kunnen er alleen vanzeggen, dat deze Directeur-Generaal met niet aflatende werk-kracht, met een in de aanvang ook beslist onmisbaar oppor-tunisme die woningbouw heeft opgevoerd tot een omvang, diemogelijkerwijs zelf het maximum aan het kunnen van bou-wend Nederland aanwijst. Dat wij ons naar goed Nederland-se zeden een tijd lang straatarm hebben gevoeld en dat dit ge-voel voor een goed deel van de na-oorlogse woningbouw valtaf te lezen, mag niet aan de heer van der Meer worden ge-weten. Ook voor het hoofdstuk volkshuisvesting geldt, datdeze Directeur-Generaal met inzet van al zijn krachten dezaak op gang heeft gebracht, waardoor het thans geldendeprobleem niet meer is de kwantiteit van de woningbouw op tevoeren. Binnen de grens van de in ons land aanwezige ma-teriele mogelijkheden hebben volkshuisvesting en woning-bouw zich onder het directoriaat van de heer van der Meerontwikkeld.Wij geloven, dat deze simpele schets in grote trekken duide-lijk maakt, dat de heer van der Meer ook bij zijn afscheidzonder enige terughouding die zelfde blijmoedigheid mogetonen, die hem onder de grote druk van zijn verantwoorde-lijkheid in moeilijke tijden steeds is bijgebleven. leder onzerzal zich, in welke verhouding ook, mogen verheugen als hijbij het neerleggen van een taak zo met gerustheid kan vast-stellen, dat de behaalde resultaten getuigenis afleggen van debetekenis van het verrichte werk. Nu de Heer van der Meervolkomen eigener beweging die taak in zijn leven afsluit, blij-ven er voor hem menselijkerwijs gesprokcn nog vele biancobladzijden over. Dat het hem gegeven moge zijn het werk, dathij gaat doen, te verrichten op gelijke wijze als hij van 1940af tot nu toe de belangen van wederopbouw en Volkshuis-vesting heeft behartigd.W. S.90OVRALIN no. 1BINDMIDDEL VOOR VERFPASTA'So.a. in LOODWIT -- ZINKWIT enz.Zowel voor de moderne als de periodiekemethode.Vraagt advies bij:GELDERSE VERFCENTRALE --Telefoon 5502.APELDOORNJaarvergadering Afdeling Zuid-HollandOp Zaterdag 11 September hield de afdeling Zuid-Hollandhaar jaarvergadering, ditmaal te Alblasserdam, waar de vijfwoningbouwverenigingen in samenwerking met het gemeen-tebestuur voor een inderdaad indrukwekkende ontvangst had-den gezorgd. De plaats waar de vergadering werd gehou-den was voor vreemdelingen moeilijk te vinden. Een nauweruimte, uitgespaard tussen de langgerekte bebouwing langsde dijk, die de Alblasserwaard tegen het water van Noord enLek beschermt, gaf toegang tot een trap, die beneden aan dedijk uitmondt in een ruime en keurig ingerichte vergaderzaal.De Burgemeester van Alblasserdam onthulde later in zijn toe-spraak tot de vergadering, dat ook de raad der gemeentezijn vergaderingen in deze localiteit houdt. Alblasserdam ge-bruikt als raadhuis een oude villa, die slechts zeer gebrekkigplaats biedt aan alle administratieve diensten en die zekergeen voor de gemeente passende vergaderruimte bevat. DeBurgemeester maakte duidelijk, dat het gemeentebestuur zichop het standpunt stelt, dat er eerst goede woningen in toe-reikend aantal voor de bevolking moeten komen en dat pasdaarna aan de bouw van een nieuw gemeentehuis zal wor-den begonnen. Een mededeling, die op de vergadering kenne-lijk indruk maakte.De voor een afdelingsvergadering vrij talrijke bezoekers heb-ben met zeer grote belangstelling geluisterd naar een rede vande Heer J. Bommer, die de geschiedenis van de woningbouw-politiek van de laatste 100 jaar behandelde. Het was opmer-kelijk hoe de Heer Bommer met zijn grote kennis van zakenkans zag zijn gehoor te boeien met hetgeen hij uit de verledentijd vermeldde. Natuurlijk mondde zijn betoog uit in het trek-ken van een enkele conclusie, verband houdende met de voor-waarden voor de woningbouw van thans. Wij zien af vanhet leveren van een verslag van de redevoering van de HeerBommer, omdat wij de hoop koesteren deze rede nog eens inde vorm van een artikel in ons maandblad te kunnen plaatsen.Het gemeentebestuur zorgde er verder voor, dat de bezoe-kers werden gelaafd met passende dranken en bijbehorendeaankleding. Wij vermeldden reeds, dat de Burgemeester daar-bij een toespraak hield, waarin hij lets van het wel en weevan de woningbouw in zijn gemeente vertelde. Hetgeen wijover Alblasserdam reeds wisten, hetgeen wij hoorden en voor-al hetgeen wij bij gelegenheid van deze vergadering hebbengezien, is voor ons aanleiding om binnenkort een reportageover de bouwactiviteiten van deze gemeente in ons blad tepubliceren.Na de uitstekend verzorgde gemeenschappelijke lunch in ,,HetWapen van Alblasserdam" werd de middag gebruikt vooreen drie uur durende excursie langs en door de Alblasser-waard. Ongetwijfeld behoorde het merendeel van de bezoe-kers tot de ,,autochtone" bevolking van Zuid-Holland. Niet-temin is het voor alle deelnemers aan de excursie een bele-venis geweest het prachtige Zuidhollandse landschap (debrede steeds wisselende aspecten biedende Lek, het wijde pol-derland met zijn tochten, molens en oude boerderijen) te kun-nen bewonderen. Volledigheidshalve moet nog worden ver-meld, dat onderweg in het cafe ,,Boerenklaas" de inwendigemens is versterkt. Dit cafe is in de goede zin van het woordbefaamd bij de schaatsrijders, die in de winter over de bredesloten van het Zuidhollandse land hun ijstochten ondernemen.Dit keer kwamen wij uiteraard aan de erwtensoep met kluifniet toe.Al met al een bijzonder geslaagde vergadering waar hetbestuur van de afdeling Zuid-Holland, de ontvangende bouw-verenigingen en gemeente en, naar wij aannemen, alle be-zoekers met genoegen op terugzien. W. S.De a-sociale bewonersDe a-sociale bewoners vormen voor alle woningbouwvereni-gingen een probleem, n.l. een schrik als men ze ziet aanko-men en een ergernis als men ze in de woningen heeft. Van-daar dat velen wier taak het is op het gebied van de volks-huisvesting leiding te geven er liever niet, dan wel overpraten, hoe het probleem der a-sociale gezinnen moet wordenopgelost. In feite is dit echter een onjuiste opvatting, aange-zien het, beschouwd vanuit de ideele beginselen van de wo-ningbouwverenigingen, zeer zeker tot hun taak behoort omook te trachten de a-sociale gezinnen aan een passendewoongelegenheid te helpen.Bovendien moeten wij ons goed realiseren dat er altijda-sociale gezinnen zullen blijven zolang er een samenlevingzal zijn, want deze groep van de bevolking vormt de groepvan achterblijvers, welke het tempo van de beschaving nietkunnen bijhouden. Zoals op ieder terrein van het leven erachterblijvers zijn en zullen blijven, zo zal dit ook het gevalzijn op het gebied van de woonbeschaving.Wat wij dus zullen kunnen bereiken is niet het opheffen vanhet vraagstuk der a-sociale bewoners, doch wij kunnen alleenhet probleem gaan beperken en in goede banen trachten teleiden, niet alleen ter wille van deze mensen zelf doch even-zeer ter wille van de rest van de bevolking, n.l. om dezetegen de gevaren van a-sociale bevolking te beschermen. Erzijn voorbeelden in overvloed waarmede kan worden aange-toond welk een nadelige invloed de a-sociale bewoner heeftop zijn omgeving en op het woningbezit van de woningbouw-verenigingen. De besturen van de woningbouwverenigingenstaan hier onder de huidige omstandigheden machteloos te-genover. Dit is dan ook in vele gevallen de reden van deafwijzende houding ten aanzien van het a-sociale gezin, wantmet enkel medelijden komt men er niet. Zoals in velerleizaken medelijden een slechte raadgever is, zo ook hier. Menkan b.v. gaan redeneren dat het woord a-sociaal onterend isvoor deze mensen en een veel vricndelijker naam gaan uit-denken, zoals ,,maatschappelijk niet aangepast" of zoiets,doch daar wordt het geval niet anders van.De kwestie waar het om gaat is:le. dat het probleem in zodanige banen wordt geleid dat degevaren voor de rest van de bevolking zoveel mogelijkworden beperkt;2e. dat deze mensen worden gesteund in zaken waarin zijzelf niet bij machte blijken te zijn. Ik bedoel hier niet ineerste instantie ondersteuning, doch leiding; er zijn velegevallen waarin gebrek aan geld niet de hoofdoorzaakis.Er zal naar mogelijkheden moeten worden gezocht om dewoningbouwverenigingen in staat te stellen, ook aan a-socia-le gezinnen woningen te kunnen verschaffen, zonder dat debesturen zich behoeven af te vragen wat er gebeuren moetals deze gezinnen zich abnormaal gaan gedragen. De gemeen-telijke diensten van Sociale Zaken zijn in vele gevallen ookniet in staat doeltreffend op te treden, omdat deze zich inhoofdzaak beperken tot steun in stoffelijke vorm.Als we de gedragingen van de a-sociale gezinnen wat nadergaan beschouwen, dan meen ik te constateren dat er drievormen zijn waar te nemen, welke alle drie op afzonderlijkemanier moeten worden aangepakt, en wel:a. de groep van mensen, welke geestelijk niet voldoendebegaafd zijn om de eenvoudigste vorm van de heden-daagse samenleving, zoals wij die hier te lande kennen,te kunnen bijhouden;b. de groep van mensen, welke in stoffelijke moeilijkhedenzijn geraakt en niet in staat zijn om op eigen kracht daarweer bovenuit te komen;c. degenen die wel voldoende begaafd zijn en ook over vol-doende stoffelijke middelen (inkomen) beschikken, dochopzettelijk een a-sociale leefwijze prefereren, misschienten gevolge van een min of meer misdadige aanleg daar-toe.In vele gevallen zal een samengaan van bovengenoemde om-standigheden zijn te constateren.De tot groep a behorenden zullen blijvcnd moeten wordengesteund en onder toezicht moeten worden gesteld, aangezienin de meeste gevallen het gezinshoofd niet in staat is tot eenzodanige arbeidsprestatie, dat het minimum benodigd gezins-inkomen kan worden bereikt. Ook ten aanzien van de op-voeding der kinderen zal toezicht nodig zijn, opdat deze nietin dezelfde omstandigheden vervallen als ze volwassen zijn.Alhoewel deze groep de meest ernstige is, is dit gelukkigniet de grootste. Veel groter is de groep van a-sociale gezin-nen welke door tijdelijke oorzaken zijn afgezakt en niet overvoldoende geestkracht beschikken zich weer te verheffen.Een hier veel voorkomend verschijnsel is ook dat de mangenoodzaakt is een beroep uit te oefenen waartoe hij! licha-melijk niet geschikt is, hetgeen doorgaans langdurige werk-loosheid en ziekte tot gevolg heeft. Door dergelijke mensenaan een geschikte werkkring te helpen wordt al veel gewon-nen. In het algemeen zal deze groep door tijdelijke steun enenige nacontrole voor het overgrote gedeelte zijn te herlei-den tot de normale gezinsvorm.De beide bovengenoemde groepen, welke de ernstigste ge-noemd kunnen worden, zijn niet de moeilijkste. In de meestegevallen zal aangeboden hulp of medewerking graag wor-den geaccepteerd. Dit in tegenstelling met de derde groep,welke men in het kort zou kunnen aanmerken als niet anderste willen. Dit is de groep van mensen, welke niet antwoordenop een aanmaning tot huurbetaling. Ze doen geen moeitehun kinderen te verbieden de woning te beschadigen en zijweigeren de woningopzichteressen de toegang tot de woning.ledere vorm van aanmaning om hun gedragingen te verbe-teren wordt genegeerd met de opmerking ,,ze maken metoch niets". En inderdaad hebben ze in vele gevallen noggelijk ook. Al bestaan er dan in theorie wel mogelijkhedenom tegen bovengenoemde gedragingen op te treden, in depraktijk valt dit erg tegen. Men denke alleen maar aan demaanden lang, soms meer dan een jaar durende proceduresvoor het kantongerecht. Indien echter doeltreffende maat-regelen tegen deze groep zouden zijn toe te passen, dan zouook deze groep geheel tot de normale gezinsvorm terugge-leid kunnen worden, of liever gezegd teruggedwongen kun-nen worden.De woningbouwverenigingen beschikken heden ten dage nietover voldoende middelen en bevoegdheden om het probleemder a-sociale bewoning grondig te bestrijden. Zolang deOverheid deze middelen en bevoegdheden niet verschaft,blijft de huidige ongezonde toestand bestaan, n.l. dat dea-sociale gezinnen zoveel mogelijk door de woningbouwver-enigingen worden geweerd, en dat vele gezinnen onnodigin een a-sociale toestand blijven verkeren.J. P. SCHOLMA.91Wat doen wij in de toekomst met onze duplex-woningen?In de algemene ledenvergadering, eind Juni van dit jaar inRotterdam gehouden, zijn vele en belangrijke onderwerpenaan de orde geweest, welke ook van de zijde van de overheidzeer zeker aandacht hebben gevraagd.Zo is ook de huisvesting van bejaarden -- zij het dan dat ditgeen officieel punt van de agenda was -- ter sprake geko-men en dat dit vraagstuk grote belangstelling ondervond is,nu de mensheid in het algemeen een hogere leeftijd bereikt enin ons land de ouderen in aantal steeds groeien, vanzelfspre-kend. Zoals met alle vraagstukken van volkshuisvesting hetgeval is, zit ook dit vraagstuk van huisvesting van oudenvan dagen vast aan de problemen van krotopruiming en sa-nering. Is deze piek van groei van het aantal ouden van da-gen in de Nederlandse bevolking iets van voorbijgaande ofvan blijvende aard? Dit is in de toekomst zien en daardooraltijd moeilijk, hoewel statistieken ons veel kunnen verduide-lijken. Het is begrijpelijk dat het aantal kleine woningen, dooromstandigheden na de oorlog in zo grote getale gebouwd, nietonnodig met vele huisjes voor ouden van dagen moet wordenvergroot, terwijl na enige tientallen jaren zou blijken dathier geen emplooi meer voor te vinden zou zijn.Ik ben tot de conclusie gekomen dat in Hoorn, waar nogveel voor de volkshuisvesting veranderd zal moeten worden,in de duplexwoning mogelijk een oplossing voor het woning-probleem zal kunnen worden gevonden en het is mogelijk datdit voor andere gemeenten evenzo geldt. In 1948 werden dooronze vereniging 60 woningen in de gemeente in exploitatieverkregen, waarvan er 49 voor tijdelijke bewoning door tweegezinnen zijn ingericht. Reeds bij het ontwerpen werd be-paald dat na 10 jaren als duplex-woning te hebben dienstgedaan, deze woningen in eengezinswoningen zullen wordenveranderd. Door de woningbouwverenigingen hier zijn in to-taal omstreeks datzelfde jaar een kleine 30 duplex-woningengebouwd, zodat over enige jaren voor ongeveer tachtig gezin-nen in verband met het bovenstaande woonruimte moet wor-den gevonden. Dat dit in de gemeente Hoorn een probleemis wordt wel aangetoond door het feit dat er momenteel 400woningzoekende gezinnen zijn, terwijl een 200 woningen opde nominatie staan om te worden afgekeurd aangezien ze on-bewoonbaar zijn. U kunt zich dus wel indenken dat ik detransformatie der duplex-woningen, zoals hierboven beschre-ven nog niet zo direct zie, doch waar in deze woningenthans jonge gezinnen wonen, waarvan kan worden verwachtdat deze mettertijd uit de woningen gegroeid zullen zijn,dient wel een rationele oplossing voor dit vraagstuk te wor-den gevonden.Ik meen deze te zien in het instandhouden van de duplexwo-ning als zodanig. De benedenwoningen kunnen dan door ge-pensionneerden worden bewoond, terwijl de bovenwoningenvoor alleenstaanden worden bestemd. Een zestal van dezewoningen wordt reeds op deze wijze bewoond en de nood-zaak van een oplossing in deze richting is zo groot, dat kort-geleden in een raadsvergadering te Hoorn gevraagd is of nietvoor alleenstaande vrouwen een complex flatwoningen zoukunnen worden gebouwd.PLOMPE,Penningmeester wbv. ,,Goed Wonen" HoornWij hebben deze beschouwing van de Heer P. gaarne ge-plaatst. Dat wil echter niet zeggen, dat wij het geheel met zijnidee eens zijn. Duplex-woningen zijn niet ontworpen en ge-bouwd voor ouden van dagen. Vaak heeft men ze gebouwdmet de bedoeling straks ruime eengezinshuizen te hebben.Houdt men de duplexwoningen in stand, dan blijft een nood-oplossing, die als tijdelijk is voorzien, bestendigd.Wat denken onze lezers hiervan? Red.92Internationaal Congres voor Volkshuisvesting enStedebouwOp het internationaal congres voor volkshuisvesting en stede-bouw, dat in September te Edinburgh werd gehouden, warenook verscheidene afgevaardigden van woningbouwvereni-gingen aanwezig. Zij zijn tijdens het congres afzonderlijkbijeen gekomen in een studiegroep. Wat daar werd bespro-ken, geven wij in het kort weer.In de eerste plaats werd afgesproken, dat men voortaan eenblijvend contact met elkaar zou onderhouden door onderlingeuitwisseling van gegevens en ervaringen. Reeds bestond ereen voorlopige commissie, die aan deze uitwisseling enigeleiding gaf. Thans is hiervoor een steviger grondslag gelegd,doordat de Internationale Federatie voor Volkshuisvesting enStedebouw een permanente commissie instelde, waarvan deleden worden aangewezen door nationale federaties van wo-ningbouwverenigingen in verschillende landen. De NationaleWoningraad wees ondergetekende aan, terwijl daarnast ver-tegenwoordigers zijn opgenomen van Belgie, Brittannie, De-nemarken, West-Duitsland, Frankrijk, Israel, Oostenrijk,Zweden en Zwitserland.In de studiegroep zelve werd de vraag besproken, welke taakde woningbouwverenigingen hebben ten opzichte van de ver-betering van slechte woningtoestanden en de huisvesting vanvoormalige krotbewoners. Aan het slot werden de meningenkort samengevat in een resolutie, die een oproep bevat aande woningbouwverenigingen van alle landen. De tekst vande resolutie luidt:,,De studiegroep aangaande de taak der woningbouwvereni-gingen, op 19 September 1954 te Edinburgh bijeen:overwegende,dat naast het urgente probleem van het woningtekort in on-derscheidene landen de opruiming van slechte woningtoestan-den en de sanering van vervallen woonwijken een steedsdringender vraagstuk vormen;dat alle hierbij betrokken instanties krachtig moeten samen-werken om dit vraagstuk tot een oplossing te brengen doorde verwerving, verbetering en opruiming van slechte wonin-gen en vooral door het verschaffen van betere woningen aanvoormalige krotbewoners, waar mogelijk door de bouw vannieuwe woningen en een doelmatig beheer hiervan, dit allesvoorzover de gegeven omstandigheden het mogelijk maken;roept de woningbouwverenigingen in alle landen op dezetaak ter hand te nemen of met de vervulling ervan krachtigvoort te gaan;spreekt de verwachting uit, dat de woningbouwverenigingenhiervoor de noodzakelijke steun zullen krijgen van deoverheid;nodigt de onderscheidene nationale federaties van woning-bouwverenigingen uit gegevens en ervaringen op dit terreinte verzamelen en deze ter kennis te brengen van het perma-nente comite voor de woningbouwverenigingen;draagt dit comite op, het aldus bijeengebrachte materiaal ineen of meer rapporten te verwerken en deze voor de vol-gende bijeenkomst van de studiegroep te publiceren."Het lijkt mij gelukkig, dat men als eerste vraagstuk dat vande opruiming van slechte woningtoestanden en vooral datvan de huisvesting van voormalige krotbewoners ter handneemt. Als er een probleem is, dat ons in de toekomst zalbezig houden dan is het wel dit. Ook in ons land zijn wijhierop nog lang niet uitgestudeerd en wellicht kunnen ookwij van de ervaringen, die men elders heeft opgedaan, ietsleren. Laat ons hopen, dat wij er spoedig meer van horen.J. BOMMERdoor het plaatsen van eenlost U d itprobleem op zonder ruimteverliesOcfiiet FABRIEK N.V. BAARN TEL. K 2954-3641 (4 LIJNEN)9394De woningbouwverenigingen in de branding (I)In het weekblad van de Vereniging van Nederlandse Ge-meenten verschenen in Mci en Juni van dit jaar drie uitvoe-rige artikelen van de hand van Mr A. Kleyn, burgemeestervan Meppel, onder de titel ,,De crisis der woningbouwvereni-gingen". Wij mogen uiting geven aan onze grote waarderingvoor de bijzondere aandacht, die de Heer Kleyn aan ont-wikkeling en toestand van de bouwverenigingen heeft willengeven. Zijn omstandige beschouwingen achten wij voor debesturen der woningbouwcorporaties van z6 grote betekenis,dat wij aan de publicaties in het weekblad van de Verenigingvan Nederlandse Gemeenten in ons maandblad ruime plaatsmoeten wijden. Derhalve zullen wij trachten hierna een sa-menvatting van de artikelen van Mr Kleyn te geven en,waar o.i. wenselijk, onze mening daarnaast of daartegenoverte plaatsen.De artikelen-serie begint met een korte schets van de ge-schiedenis der woningbouwverenigingen. De schrijver citeertveelvuldig de bijdrage van de Heer J. Bommer aan het Ge-denkboek ,,50 jaar Woningwet". Dit is in de opzet van MrKleyn een sympathieke methode om aan te tonen, dat erinderdaad met de bouwverenigingen iets mis is en dat con-clusies te dezer zake niet alleen voortspruiten uit overwegin-gen van de schrijver zelf. Uit de citaten blijkt natuurlijk, datde Heer Bommer aan het werk van de woningbouwcorporatiesgrote waarde toekent. Tevens blijkt echter, dat ook de HeerBommer gebreken en gevaren ziet.,,Er dreigt verstarring, er is in het algemeen te weinig mede-,,leven van de zijde der leden, het werk, dat door de pioniers.,met zoveel enthousiasme werd aangepakt, wordt meer en..meer routine-arbeid. Jonge mensen, die in de voetstappen..der oudere bestuurders treden, zijn zeldzaam. De bezieling,,is er een beetje uit, vooral bij de jeugd, die het straks toch,,zal moeten doen. Wellicht hebben we hier te doen met een..algemeen verschijnsel, dat ook elders op maatschappelijk,,terrein te constateren valt. Dit mag ons echter niet verhin-,,deren ernstig na te gaan langs welkc weg bij de woning-,.bouwverenigingen het innerlijk vuur kan worden aangewak-,,kerd. Naar ons oordeel zal het in de eerste plaats moeten,,worden gezocht in de versteviging van de financiele positie,,en daarmede van de zelfstandigheid der woningbouwvereni-,,gingen. Meer bewegingsvrijheid, grotere eigen verantwoor-,,delijkheid zal het doel moeten zijn, waarop gemikt wordt".De Heer Kleyn releveert vervolgens welke opmerkingen erin de Tweede Kamer over de woningbouwverenigingen zijngemaakt. Wij mogen daaraan verder voorbijgaan, omdat inons maandblad aan die zaak reeds eerder aandacht is besteed.De schrijver constateert, dat er eenstemmigheid bestaat overhet feit, dat er met de bouwverenigingen iets niet in de haakis. Hij recapituleert de oorzaken, die in de loop van de tijdvoor de opgetreden ,,crisis" zijn aangevoerd. Die recapitulatienemen wij onverkort over:1. te grote financiele afhankelijkheid van de overheid;2. te ver gaande overheidsbemoeiing met het woningbeheer;3. te weinig bewegingsvrijheid en mogelijkheden tot eigeninitiatief;4. te weinig medeleven van de zijde der leden;5. het aanvankelijk bruisende sociale werk wordt meer enmeer routine-arbeid;6. jongeren ziet men bij dit werk te zeldzaam, waarbij devraag rijst: zitten de ouderen hier te zeer vastgeroest inde bestuursfuncties of is er bij de jeugd geen belang-stelling meer voor dit werk? Zo dit laatste het geval is.is dit dan een facet van een meer algemeen maatschap-pelijk verschijnsel?;7. een bestaand gebrek aan deskundigen en sociaal belang-stellenden, die gerecruteerd kunnen worden uit de bevol-kingsgroepen, die bij deze tak van volkshuisvesting be-trokken zijn;8. de na de oorlog gevoerde woningpolitiek, waarbij dewoningbouwverenigingen maar al te vaak gedegradeerdzijn tot semi-gemeentelijke administratie-kantoren;9. het uitdijen van de woningbouwverenigingen tot een tegrote omvang, waardoor zelfwerkzaamheid en medelevender leden in de knel komt;10. de na de oorlog noodzakelijke huisvestingspolitiek, dietalloze bewoners in woningwet-woningen deed belanden,die daarin naar de oorspronkelijke bedoeling der wetniet thuis horen;11. de algemene gang der maatschappelijke ontwikkeling;12. de geleidelijk aan toenemende kwaliteitsverbetering vanhet nationale woningbezit, waardoor de schrijnende toe-standen van weleer steeds minder sprekend worden;13. de vrijwel algemene aanvaarding van een beginsel --goede volkshuisvesting is sociaal noodzakelijk -- waar-voor aanvankelijk door kleine, enthousiaste en enthou-siasme uitstralende groepen gestreden moest worden;14. de steeds meer overwegende positie, die het bezit aanwoningwetwoningen op de woningmarkt gaat uitoefenen,waardoor ze niet langer het benijd bezit van enkelen zijn,maar steeds meer een normaal verschijnsel worden, waar-voor men zich niet langer druk behoeft te maken.1. De schrijver van de ,,crisis-artikelen" stelt vast, dat de2. bouwverenigingen in feite alleen maar overheidsgeld3. beheren en dat het daarom ook logisch is, dat de over-heid dat beheer aan strenge voorschriften bindt. Verbe-tering in dit opzicht acht hij alleen mogelijk als de bouw-verenigingen zelve deelnemen in de financiele risico'svan de woningexploitatie. Men mag eigenlijk niet klagenover te ver doorgevoerde overheidsbemoeiingen.Wij stemmen toe, dat het voor de positie van de bouwvereni-gingen ongezond is, dat zij in financieel opzicht voor 100 %aanleunen tegen de overheid. Wij beamen, dat daaruit voorde overheid de plicht voortvloeit om op het beheer van de inde woningen belegde gelden zeer nauwlettend toe te zien.Wij stellen evenwel met nadruk, dat er in een vrij grootaantal gevallen toch reden is om te klagen over al te grotebemoeizucht van de overheid. Leningsvoorwaarden lezendehebben -wij w^el eens de indruk gekregen, dat spitse geestenin de loop van 50 jaar hun vernuft hebben gebruikt het grootstdenkbare aantal op z'n scherpst geslepen voorschriften uit tevinden. Zo'n leningsovereenkomst doet denken aan het mu-seum van hand-, hals- en enkelboeien, dat wij deze zomer inhet Middeleeuwse Gravensteen in Gent mochten bezoeken.Op zichzelf behoeft zo'n leningsovereenkomst nog niet totmoeilijkheden te leiden. Er zijn tientallen voorbeelden, dieduidelijk maken, dat ondanks de overdreven verhouding tus-sen Rechten (gemeente) en Plichten (bouwvereniging) debesturen der bouwverenigingen in behoorlijke zelfstandigheiden dus met plezier hun werk doen. In de vele gevallen, waarinde gemeentebesturen (of -ambtenaren) de overeenkomsten envoorschriften naar de letter of nog verder toepassen, daartreedt de fatale wisselwerking op, die voor de bouwvereni-gingen de dood betekenen kan. Een bestuur, dat terecht prijsstelt op enige vrijheid van beweging verliest iedere animoals elke beslissing tevoren de goedkeuring van het gemeente-lijk apparaat behoeft. Als blijkt, dat een bestuur zijn enthou-siasme verliest, dan zal de gemeente daaraan argumentenontlenen om zich nog intensiever met de zaken der verenigingte bemoeien. Dat kan dan het begin van het einde zijn. Eensimpel voorbeeld ter illustratie: B. en W. achten het nuttigde voorwaarden te herzien, die gelden voor het verschaffenvan credieten aan woningbouwverenigingen. De Raad neemthet voorstel tot vaststelling van nieuwe voorwaarden. B.en W. nemen niet de moeite de ter plaatse werkzame bouw-verenigingen daarvan op de hoogte te stellen. Een van denieuwe voorwaarden luidt; ,,Burgemeester en Wethoudersbepalen de omvang en de samenstelling van het personeelder woningbouwverenigingen". Let wel: er wordt niet goed-keuring vereist voor aanstelHng of arbeidsvoorwaarden (watal ver genoeg zou gaan), neen, met uitschakehng van hetinzicht van de besturen zullen Burgemeester en Wethouderseenvoudig de besHssing aan zich houden. Het initiatief komtdaarmede in feite geheel bij B. en W. te hggen. Nu komt hetbestuur ener bouwvereniging tot de conclusie, dat er doorde uitbreiding van het woningbezit plaats zal zijn voor eenhuur-incasseerder. De timmerheden, die tot dan toe gedurendeenige dagen per week huurpenningen ophaalden, kunnen zichdan aan het timmeren wijden. Na ampele overweging besluithet bestuur een incasseerder aan te stellen (strikt formeel ge-redeneerd diende het bestuur de nieuwe leningsvoorwaardente kennen, ook al was het door het gemeentebestuur niet offi-cieel op de hoogte gesteld). Enige maanden nadat de incas-seerder aan het werk is gegaan, laten Burgemeester en Wet-houders het bestuur weten, dat het salaris en de kosten vande man niet ten laste van de woningexploitatie mogen wordenverantwoord, omdat immers niet zij --- overeenkomstig deleningsvoorwaarden '-- het besluit tot aanstelling hadden ge-nomen. Een omstandige uiteenzetting, die aantoonde, dat hetbestuur op gronden tot aanstelling had besloten, vermocht hetCollege niet tot andere gedachten te brengen, omdat hande-lingen ,,in strijd met de (nieuwe) voorwaarden niet kondenworden getolereerd". De vraag of aan de nieuwe voorwaar-den terugwerkende kracht mocht worden toegekend (naaronze mening beslist niet) laten wij nu verder maar onbe-sproken.Dit voorbeeld maakt dunkt ons duidelijk, dat het bij de vraagof en in hoeverre het gemeentebestuur toezicht op het beleidvan de besturen der bouwverenigingen dient te houden, nietin de eerste plaats gaat om waarborgen tegen financieleschade voor de gemeente. Geen zinnig mens zal bezwaarhebben tegen de afdoende controle en zelfs tegen een redelijkpreventief toezicht. Het gaat om de mentaliteit, die hierbijvoorzit. Wij hebben reeds eerder bij andere gelegenhedenbetoogd, dat wij wel eens de indruk krijgen, dat gemeente-bestuurders -- ongeacht hun ,,richting" -- geneigd zijn demening bij te vallen als zou bij uitsluiting het gemeentelijkapparaat de zaken goed kunnen beoordelen en behartigen.Dat behoeft natuurlijk in tal van verhoudingen helemaal nietjuist te zijn. De Amsterdamse woningbouwverenigingen be-heren een woningbezit ter waarde van tientallen millioenenguldens op voorbeeldige v/ijze. De gemeente let heus heelgoed op hoe het beheer wordt gevoerd en niemand beklaagtzich over dat toezicht. De besturen der verenigingen -- daarinvaak bijgestaan door omvangrijke ledenraden en be'woners-commissies ^ wordt echter met gelukkig resultaat het initiatiefgelaten. Zij bepalen het onderhoudsbeleid; zij regelen de sa-menstelling en de arbeidsvoorwaarden van het personeel;zij maken plannen voor bijzondere voorzieningen aan en inde woningen en zij voeren die plannen uit. De voorbeeldenin het land, die een verheugende eigen activiteit van de bouw-verenigingen te zien geven, vormen werkelijk niet slechts deuitzondering op een bedroevende regel.met het beleid van de besturen der woningbouwcorporaties,zonder dat zij daarbij het gevaar zouden lopen financieleongelukken te veroorzaken.De Heer Kleyn wijt in zijn verdere beschouwingen het ont-breken van de belangstelling van de zijde der leden in hetwerk hunner vereniging aan de grote omvang van het woning-bezit der corporaties. De bouwvereniging is een groot lichaamgeworden; de overzichtelijkheid is zoek. Het bestuur der ver-eniging speelt eenvoudig de rol van ,,huisbaas". In bepaaldeopzichten kan dat bestuur een goede en dus begerenswaar-dige huisbaas zijn; in andere opzichten zullen de leden-huur-ders het bestuur ook wel lastig kunnen vinden.Inderdaad maken wij ons zorgen over het ontbreken vandaadwerkelijke belangstelling bij de burgerij voor het doenen laten van de woningbouwverenigingen. Hier en daar on-derneemt men pogingen om die belangstelling te stimuleren.Wij wezen er reeds op, dat verscheidene grote woningbouw-verenigingen het instituut van een ledenraad in het levenhebben geroepen. Enerzijds om in ieder geval een ,,kern" uitde leden bij het werk te betrekken; anderzijds om de bestuur-baarheid van de vereniging te vergemakkelijken. Verder kentmen dan de bewonerscommissies, die als zodanig in de ver-eniging geen rechten hebben, maar die toch zeer nuttig werkdoen voor het bevestigen van de band tussen vereniging enleden-huurders.Het wil ons voorkomen, dat Mr Kleyn wat al te gemakkelijkde onverschilligheid van de leden verklaart uit de ,,groei"van de bouwverenigingen. Ook hier liggen de verhoudingenkris-kras door elkaar. Wij ondervinden soms, dat een be-stuur van een kleine bouwvereniging nauwelijks eenmaal perjaar bijeenkomt en dat er in zo'n geval van medeleven vande zijde van de leden in het geheel geen sprake is. Eldersstellen wij daartegenover vast, dat een groot percentage vande leden wel degelijk bij het wel en wee van de verenigingwordt betrokken, 66k wannecr die vereniging een omvang-rijk woningbezit heeft. (Zonder anderen tekort te doen: ,,On-ze Woongemeenschap" in Rotterdam met 900 woningen inaanbouw en geanimeerde ledenvergaderingen met honderdenbezoekers; ,,Bouwmaatschappij" in Amsterdam met enige dui-zenden woningen en zeer regelmatige vergaderingen vanleden en ledenraad; ,,Huizen" in Huizen met 1.000 woningenen een feestweek, waarin de gehele gemeente enthousiastmeeleeft; ,,Beter Wonen" in Nieuw-Lekkerland, waar wijin de afgelopen jaren ledenvergaderingen van 300 en 400mensen hebben bezocht, vergaderingen, die met veel inte-resse de mededelingen van het bestuur over de woningbouwin ontvangst namen en er over mee spraken).Het betoog van Mr Kleyn maakt ons opnieuw duidelijk, datde besturen van de woningbouwverenigingen het mede tothun taak moeten rekenen de in hun verenigingen georgani-seerde burgerij op aantrekkelijke wijze over het werk in telichten. Dat dit met goed gevolg kan, dat bewijzen de voor-beelden in verschillende delen van het land.(Wordt vervolgd)De principiele juistheid van de beschouwingen van Mr Kleynover deze eerste drie punten onaangetast latende, w^illen wijdus met nadruk stellen, dat in zeer veel gevallen de gemeentenzouden kunnen afzien van de ver doorgevoerde bemoeiingen 9596Kennismaking met een Duitse Woningbouw-verenigingDoor hct verschijnen van een gedenkboekje dat de ,,Gewo-bag" (Gemeinniitzige Wohnungs- und Siedlungsbaugesell-schaft m.b.H.) te Frankfort a.d. Main ter gelegenheid vanhaar 30-jarig bestaan en van de ingdbruikneming van eennieuw kantoorgebouw heeft uitgegeven, worden wij in degelegenheid gesteld wat meer te weten te komen van hetgeener in deze buitenlandse corporatie omgaat.De Gewobag is in 1924 als een vennootschap met beperkteverantwoordelijkheid (van de aandeelhouders) in het levengeroepen, door leden van vakverenigingen. Verschillendevakbonden brachten het benodigd kapitaal van 20.000 R.M.bijeen.Blijkens een staatje over de ontwikkeling van de Gewobagbouwde deze over de periode 1924-1941 ruim 4000 wonin-gen. In de jaren 1942-1945 gingen 1005 woningen door oor-logsgeweld verloren, welke na de oorlog alien herbouwdwerden. Naar de stand op 30 Juni 1954 bestaat het bezit vande Gewobag uit 7152 woningen waarvan er 1206 in huurkoopzijn bij de bewoners.Wanneer wij hier en daar een greep doen uit de inhoud vanhet fraaie geillustreerde boekje ^-- dat onder de titel ,,In destrijd tegen de ,,massificering" (,,Vermassung") verscheen-- dan moeten als de meest opmerkelijke feiten worden ge-constateerd datle. deze corporatie zich bewust is van haar sociale functieen ideele doelstelling.2e. haar organisatie -- naar 's lands wijs -- tot in de fines-ses is uitgewerkt.3e. zij in grote zelfstandigheid -- ook op technisch enfinancieel terrein -- werkzaam is.1. De inhoud van het boekje laat er op vele punten geentwijfel aan bestaan dat hier sprake is van een corporatie meteen ,,strijdbaar karakter".In de strijd tegen het massificatie-proces, dat naar de meningvan de Gewobag de arbeidersklasse bedreigt, rekent zij hettot haar plicht een bijdrage te leveren tot het behoud van dezelfstandigheid van het individu. Bij de na de oorlog ontsta-ne nivellering op verschillend gebied '-- ook op het terreinvan de woningbouw -- wil zij al het mogelijke doen om demens binnen de genormaliseerde woning een maximum aanindividuele ontplooiingsmogelijkheid te verschaffen. De wo-ning verkrijgt dan in versterkte mate de sociale functie omals ,,tehuis van het gezin, de instandhouding van het ge-zinsleven te helpen verzekeren".Reeds bij het lezen van de verschillende stellingen die deGewobag in deze publicatie poneert, ontkomt men niet aande indruk dat deze corporatie onder een zekere invloed staatvan de georganiseerde vakbeweging. In verschillende uitspra-ken Avordt dit vermoeden bewaarheid. ,,De vakverenigingenputten zich niet slechts uit in de sociaal-politieke strijd omverhoging van het aandeel van de werknemers in de produc-tie en de verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Zij be-perken zich ook niet slechts tot de economisch-politieke taakdeze productie als bestaansgrondslag van de werknemers opte voeren en door conjunctuur- en andere politieke maatrege-len te verzekeren. Zij kunnen en moeten hun grote opdrachtverrichten in het politieke ruim, een opdracht die nog nim-mer tevoren zo helder gesteld was:-- de vrijheid van de individuele mensen, de vrijheid in hetbedrijf en de vrijheid in de staat te bevechten. .-- In deze zinziet de Gewobag haar taak scherper dan ooit tevoren; met debeschikbare economische middelen en in de geest van devakverenigingen woningen te scheppen en woonsteden tebouwen, waarin ook de arbeidende mensen zich vrij voelenen vrij ontplooien kunnen.Zo te lezen: een corporatie met principes, zich verantwoor-delijk gevoelend voor de wijze, waarop de arbeidersbevolkingwordt gehuisvest en -- al of niet in nauwe verwantschapmet de georganiseerde vakbeweging -- bezield van eenideaal, dat onze corporaties van voorheen tot grote krachts-inspanning bewoog.2. Met een zeer gedetailleerd schema wordt de organisatievan de Gewobag, die per 30 Juni 1954 154 personen in diensthad, toegelicht. Uit dit schema blijkt dat er vijf hoofdafde-lingen bestaan met in totaal 15 afdelingen. Niet minder dan126 zakelijke onderwerpen worden onder deze afdelingengenoemd. Afdeling Bouw-boekhouding met o.a. bouwkosten-stand en bouwafrekening; afdeling Betalingsverkeer met o.a.kas, betalingsvoorwaarden en cessies; afdeling Woning-overdracht met huurwoningen, verworven woningen, gebou-wen in beheer, huur- en pachtprijsvorming; afdelingFinanciering met kapitaalverschaffing, financieringsplannen,bouwverzekeringen, hypotheken; afdeling Personeel metpersoneelsaangelegenheden, sociale verzorging, salarissen enlonen, bibliotheek; afdeling Organisatie met registratuur, ma-teriaal-aanschaffing en beheer, kantoorgelbouw-beheer, wa-genpark, telefoon enz. enz. Ziehier een organisatie, die naaronze begrippen iets naar ,,over-organisatie" helt.Men bedenke echter, dat de Gewobag een jaarlijks bouw-programma van 2000 woningen realiseert in volledige zelf-standigheid. Planning, ontwerp, financiering, realisatie, ver-huur, dit alles onder leiding en verantwoordelijkheid van dedienst der Gewobag. Een zuiver zakelijke onderneming ge-baseerd op sociale beginselen. ,,Het is duidelijk", aldus hetboekje, ,,dat een onderneming, die iets wil presteren, voort-durend marktonderzoekingen moet verrichten en op tijd moetweten, waar kapitaal aangeschaft kan worden. Wij moetenthans door het gehele Bondsgebied rondreizen en overal in-gevoerd zijn, want het geldt voor ieder jaar opnieuw ommillioenen D.M. aan kapitaal bijeen te brengen, dat men onsvoor dertig en meer jaren ter beschikking moet stellen".VELE MILLIOENEN GULDENSzal de uitvoering van de woning-bouwplannen gedurende de ko-mende jaren vergen.Als U met Uw reclame al diegenenbereiken wilt die bemoeienis hebbenmet de besteding van dit bedrag,adverteer dan inDeWoningbouwverenigingUitgave van de Nationale Wonlng-raad, Algemene Bond van Woning-bouwverenigingenOplage ruim 3.500 exempLBij regelmatige plaatsing zeer voor-delige advertentie-prljzen. Vraagzonder verplichting tarief aan bijde admlnistratie :Keizersgracht 188, Amsterdam-C. - Tel. 4912843254Met dit sprekend voorbceld lijkt ons de noodzaak van eengeperfectionneerde organisatie overtuigend bewezen.3. Reeds uit het voorgaande is duidelijk geworden dat deGewobag -- afgezien van de ,,geestelijke" invloed van degeorganiseerde vakbeweging -- het technische en financielegedeelte van haar taak in volledige zelfstandigheid verricht.Zij heeft haar eigen bouwafdeling die de schetsplannenvervaardigt, de woningen ontwerpt, de bebouwingsplannenvaststelt, enz. enz. Dit alles na de nodige studies van eigenkrachten. Hetzelfde geldt voor de financiele zaken. Allesgeschiedt in goede harmonie. Over de interne samenwer-king zegt men: ,,De technicus en financieel expert staan inde onderneming als twee vijandelijke breeders tegenover el-kaar. In de bedreiging van buitenaf staan zij eensgezind; on-der elkaar echter is voortdurend twist op uiteenlopendegronden. Tegen de totstandkoming van slechte woningenzijn zij beiden gekant; de een omdat hij deze eenvoudig niettot stand wenst te brengen en de ander omdat hij daarvoorgeen hypotheek kan verkrijgen. Overigens moet er veel wor-den gepraat om tot overeenstemming te komen over wat ge-schapen moet worden en gefinancieerd kan worden. Nietiedere goede plattegrond laat zich goed financieren, ook geenkleine woning beter als een grote. De kleine woning heeftvanzelf een kleinere huuropbrengst en de eerste hypotheekwordt naar de grootte van de opbrengst bepaald."In dit verband is van belang te weten dat na de 2e wereld-oorlog de staatshypotheek tot 55 a 60 % van de totale bouw-kosten is opgetrokken omdat de particuliere beleggingszinop grond van de gestegen bouwkosten en de in verhoudingdaarmede lage huren, verder teruggelopen is en thans bij de30 a 35 % stopt. Een diagram geeft aan dat bij een totalebouwprijs van 15.000 DM de financiering geschiedt met4.500 DM eerste hypotheek (institutionele beleggers), 8.250DM tweede hypotheek (Staat) en 2.250 DM eigen kapitaal.Voor wat betreft de technische kant van de woningbouw:medegedeeld wordt dat de noodzaak om de bewoners dewoningen zo billijk mogelijk ter beschikking te stellen, totbeperking leidt van het aantal grondtypen, tot standaardisa-tie van bepaalde afmetingen, in navolging van de bouwnor-malisatie in de Bondsrepubliek, hetgeen geldt voor verdie-pingshoogte, dankspanwijdte, afmetingen voor trappen, ra-men en deuren, waardoor de mogelijkheid is geschapen vanmassa-inkoop van bouwmaterialen en bouwonderdelen doorde bouwondernemer.Het is begrijpelijk dat de publieke opinie zich steeds weertegen deze normalisatie keert en betoogt dat een nieuwsoort kazernebouw wordt gepleegd, die tot een verdere mas-sificering van de mensen leidt. Dit gevaar acht de Gewobagonloochenbaar, doch zij meent dat het een groot deel vanzijn betekenis verliest, wanneer het ^ als verschijnijsel er-kend -- bewust wordt tegengegaan. Dit geschiedt dooreen goede stedebouwkundige opzet van het geheel: mengingvan de beschikbare typen, hoogte-variatie, de kleurgeving,een luchtige groepering, de plaatsing in de groenvoorziening,enz. enz.Na lezing van het bovenstaande zou men tot de conclusiekunnen komen dat het betoog van de Gewobag weinig nieu-we gezichtspunten biedt en zelfs op vele belangrijke puntenonvolledig is (huren, lonen, bron van eigen inkomsten, exploi-tatie-opzet). Wellicht lag het ook niet in de bedoeling nieuwste leveren of uitvoerig op alle punten in te gaan. Voor onsis echter het meest belangwekkende dat het kwam van eenwoningbouwcorporatie die theoretische kennis heeft van het-geen zij nastreeft en haar practische werkzaamheid daaropbaseert. W. DIJKHUIZEN.Weest op Uw hoede; het verlies ligt op de loer.STOP het rottingsproces metMet Kleur-Copperant 2 troeven in een hand!Vraagt folders en kleurkaart overCOPPERANT - NORMAALKLEUR-COPPERANTCOPPERANT-KLEURLOOSaanFalbrieR ^HEX Y"AMSTERDAM - GRASWEG 46 - TELEFOON 60523Nv LIMBURGSCH DAGBLADNobelstraat 21 - HEERLEN - Telefoon 3241 (4 lijnen)Afd? Handelsdrukkerijvoor k&t drukken vanp&riodl&ketx-y97zuso(>ri de ruk'persl,,Onbeschcrmd ycwopcnd bcton zaialtijd door rocbtvornung op de wapc-ning worden vernietigd. wanneer ditvoor regenwater bereikbaar is. Be-scherming is daarom noodzakelijk.Op srhilders en verfFabrikanten rustccn grote taak."ZUSO..Bftori. die hersteld is en nog beterdc nog onbeschadigde beton dienttegen aantasting te worden beschermd.weike bescherming bijkans geheel toehct weikgebied van de schilder be-hoort.'Altijd succes metZUSO,,Hct IS de lezer bekend, dat olieverfop verse beton en -cementmortelverzeept. Dit maakt het lastig om pasherstelde betonconstructies te verven,met olieverf of oliehoudende verven.Er komen echter ook verven in dehandel voor, die niet verzepen."MUURGRONDVERFiSO .\yERZEEPiiAAR!,,Deze verven als grondlaag aange- J wend, kunnen vervolgens worden \overgeverfd met een goede modeme ^_vcrf."ZUSOMUURPEKVERF,.Dc wapening moet afdoende be-schermd zijn en dit is niet het geval,omdat de beton altijd poreus is."muurverf-systeemnluit aftf98?Ook hier is het noodzakelijk goede ]'f verffabrikanten cm raad en garanties i '; te vragen." [Schriift in vol vertrou'wen naarN.V. LAK- EN VERFFABRIEKENKIEWIETDE]0NGE,6R0NINGEN, Citaten ontleend aan ,,Schildersblad"\ d.d. 27 Augustus 1953'^^m^^m^m^mMINISTERIE VAN WEDEROPBOUW EN VOLKS-HUISVESTINGCentrale Directic v. d. Wederopbouw en de VolkshuisvestingAfdeling: Financiele ZakenOnderafd. VolkshuisvestingNr.: MG. 54-19's-Gravenhage, 27 Aug. 1954Aan de GemeentebesturenOnderwerp: bestemming van de baten der huurverho-ging van de Woningwetwoningen en denoodwoningen.Aan het slot van mijn circulaire van 5 December 1953, nrMG 53-19 deelde ik U mede omtrent de bestemming der batenvan de per 1 Januari ,1954 ingevoerde algemene huurverho-ging nader tc zullen berichten. Met betrekking tot bedoeldebestemming breng ik thans het navolgende te Uwer kennis.Woningwetwoningen, tot ,stand gekomcn voor 5 Mei 1945Indien de exploitatie van deze woningen na de invoering vande huurverhoging een nadelig saldo blijft aangeven en dezer-zijds in beginsel een jaarlijkse bijdrage in dit tekort is toege-zegd, zullen de baten der huurverhoging, voorzover zij uit-gaan boven het bedrag van de verhoging der normen vooralgemene onkosten en onderhoud -- vide mijn circulaire van2 Juni 1954, nr MG 54-13 -- strekken tot vermindering vande van Overheidswege verleende bijdragen. Mocht het be-drag van de huurverhoging in deze gevallen echter niet toe-reikend zijn om de verhoging der normen op te vangen, danben ik bereid op Uw verzoek het maximum der bijdrage teverhogen. Deze verhoging zal echter niet verder gaan danhet verschil tussen het bedrag van de stijging der normenen de huurverhoging,Woningwetwoningen, op of na 5 Mei 1945 tot stand gekomen,voorzover daarvoor steun uit 's-Rijks kas is verlecnd op voetvan de Beschikking bijdragen Woningwetbouw 1948Op grond van het bepaalde onder art. 24b, lid 3, van hetWoningbesluit zullen de toegekende bijdragen in verband metde tot stand gekomen huurverhoging opnieuw moeten wor-den vastgesteld.Bij deze herziening zullen de verhoogde huurprijzen, alsmedede nieuwe normen voor onderhoud en algemene onkosten inde desbetreffende berekeningen worden opgenomen,Voorts bepaalt art. 1, onder e, van de Beschikking bijdragenWoningwetbouw 1948, dat het onder de exploitatiekostenopgenomen bedrag der belastingen in evengenoemde herzie-ning moet worden betrokken. In verband hiermede zie ikgaarne voor alle in Uw gemeente gebouwde complexen, tenbehoeve waarvan steun is verleend krachtens de Bijdrage-regeling 1948, een opgave van de belastingen, berekend naarde in 1954 geldende tarieven, tegemoet.Deze opgave ware per complex te specificeren, waarbij deonderscheidene belastingen afzonderlijk dienen te wordenvermeld. Ik vestig er echter Uw aandacht op, dat, indien Ude voor het aanvragen van de bijdragen benodigde formu-lieren A of B (zie de Beschikking dd. 15 December 1948, nr135459/Bijdr., Stc. van 23 December 1948, nr 249) nog niethebt ingezonden, de bedragen voor de belastingen in iedergeval op deze formulieren moeten worden vermeld berekendnaar de toestand, weike gold op de datum waarop de wonin-gen gemiddeld voor bewoning gereed waren.Mochten de jaarlijkse bijdragen dezerzijds nog niet zijn vast-gesteld, dan zal bij de vaststelling gelijktijdig rekening wor-den gehouden met de gewijzigde bedragen van de hiervoorgenoemde exploitatiekosten. Over het tijdvak van de gemid-VOOR INLICHTINGEN OF BROCHURE: N.V. "N E F U M Y"TETERINGSEDI)K 6 - BREDA - TELEFOON K 1600-5990dakenGedeelte van een complex woningen te Heteren,Arch. J. F. Span te Elst.^^ r ^r ?# E E ^ zijn tijdig leverbaar'^ ^ W ^ E E ^ *? verwerken door iedere aannemer-^ f* ^ ^ E E ^ toepassen betekent:degelijk, snel en voordelig houwen!Momenteel zijn o.m. 118 woningen van het plan ,,Zilverschoon" teBergen op Zoom in uitvoering. Ontwerp van: Ingen.- en Arch.bur.de Jongh, Taen en Nix te Utrecht en Arch. J. M. A. Weyts teBergen op Zoom.Zendt ons Uw tekening en wij wijzigen deze GRATIS en VRIJBLIJVENDdelde bewoningsdag tot en met 31 December 1953 wordt indeze gevallen de oude en van 1 Januari 1954 af de gewijzigdebijdrage betaalbaar gesteld.Tenslotte deel ik U mede, dat in verband met het vorenge-noemde de voorschotten op de vast te stellen bijdragen nietzullen worden herzien.Woningwetwoningen, na 5 Mci 1945 tot stand gekomen,voorzover daarvoor steun uit 's-Rijks kas is verleend op voetvan de Beschikkingcn verminderde bijdragen Woningwct-bouw 1950 en 1950 I en de Beschikking bijdragen Woning-wetbouw 1950 en voorzover ten behoeve van deze woningendezerzijds toestemming tot gunning is gegeven voor1 Januari 1954Hoewel de woningen buiten het kader van deze circulaire val-len -- de huurprijzen der woningen zijn immers bij de laatstehuurverhoging buiten beschouwing gelaten -- worden zij ertoch in opgenomen in verband met de herziening der bijdra-gen, welke door het verhogen van de normen voor onderhouden algemene onkosten zal moeten plaats vinden.Deze herziening zal in twee etappes geschieden.a. De bijdragen, welke na ontvangst van het formulier E(zie de Beschikking van 4 April 1951, nr 403072, afd. Fi-nanciele Zaken, onderafdeling Volkshuisvesting) nogmoeten worden betaalbaar gesteld, zullen, voorzover zijbetrekking hebben op de exploitatie der woningen na 31December 1953, voorlopig aan de verhoogde normen vooronderhoud en algemene onkosten worden aangepast.Reeds uitgekeerde bijdragen zullen zo spoedig mogelijkeveneens voorlopig worden herzien.b. Bij de definitieve afwikkeling van de onderwerpelijke wo-ningcomplexen zal dezerzijds worden nagegaan in hoe-verre de bijdragen in verband met het gestelde op pag. 3,4 en 5 van de op deze afwikkeling betrekking hebbendecirculaire van 29 Mei 1954, nr MG 54-12, nog moetenworden gecorrigeerd.Noodwoningen, voor 27 December 1940tot stand gekomenBij het vaststellen van het saldo der exploitatierekening opgrond van het bepaalde jn art. 20 van het Koninklijk Besluitvan 25 Juh 1918, Staatsblad nr 485. zal met de verhoogdehuurprijzen rekening worden gehouden.Noodwoningen, op of na 27 December 1940tot stand gekomenEvenals bij de vorengenoemde categorie noodwoningen zul-len de verhoogde huurprijzen der onderwerpelijke noodwo-ningen bij het vaststellen van het jaarlijks exploitatiesaldo (zieart. 7 van het Koninklijk Besluit van 28 Juni 1947, nr 24) inaanmerking worden genomen.Voorts zal bij deze vaststelling van 1 Januari 1954 af metdezelfde norm voor de algemene onkosten, als geldt t.a.v. deWoningwetwoningen in Uw gemeente, rekening wordengehouden.Tenslotte deel ik U mede, dat van eerder genoemde datumaf het bedrag, dat voor normaal onderhoud kan worden be-steed, zonder dat daarvoor mijn toesiemming behoeft te wor-den gevraagd, op / 50,-- per woning per jaar wordt gesteld.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,voor deze, De Directeur-Generaal. 99Bekendmaking No. VII dd. 9 Juli 1953 De Huurwet (wijziging van 1953)De Interpretatie-Commissie V.R.T. 1949, ingesteld door deBond van Nederlandsche Architecten, de Nationale Woning-raad en de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvestingbij brieven van resp. 26 Mei 1950 en 7 Juli 1950, maakt metbetrekking tot de toepassing van de laatste zinsnede van art.20 van de V.R.T. 1949, luidende:..Indien een opdracht meer dan 500 woningen omvat, zal het,,honorarium naar evenredigheid van het aantal woningen,,met de tabel als grondslag naar billijkheid worden vast-,,gesteld",het volgende bekend:De billijkheid bedoeld in de tekst van de hierboven aange-haalde zinsnede uit art. 20, wordt door de Commissie op devolgende wijze geinterpreteerd:Indien een opdracht meer dan 500 woningen omvat, wordtvoor elke woning boven 500 het honorarium verhoogd met:a. voor opdrachten, waarvoor een of meer der in art. 21(zoals dit dd. 5 Augustus 1953 is gewijzigd) genoemdewerkzaamheden op 1 Januari 1954 waren voltooid:f 31,-- per woning, indien de gemiddelde inhoud derwoningen kleiner is dan 225 m^ en klasse B opde woningen van toepassing is;f 34,-- per woning, indien de gemiddelde inhoud derwoningen kleiner is dan 225 m3 en klasse A opde woningen van toepassing is, resj. indien dewoningen een gemiddelde inhoud hebben tussen225 en 250 m^ en klasse B op de woningen vantoepassing is;/ 37,-- per woning, indien de woningen een gemiddeldeinhoud hebben tussen 225 en 250 m^ en klasse Aop de woningen van toepassing is, resp, indiende woningen een gemiddelde inhoud hebben tus-sen 250 en 275 mS en klasse B op de woningenvan toepassing is,en zo vervolgens met / 3,-- per woning opklimming voorelke volgende groep; ,'b. voor opdrachten verleend na 31 December 1953 en voorde resterende gedeelten der sub a. bedoelde opdrachtenworden de in lid a. genoemde bedragen voor elke groepverhoogd door vermenigvuldiging met 122 en deling door115 en vervolgens afgerond op halve guldens.Aldus vastgesteld in de vergadering van de Interpretatie-Com-missie V.R.T. 1949, dd. 30 November 1953/9 JuH 1954 en ge-tekend namens het Ministerie van Wederopbouw en Volks-huisvesting, namens de Nationale Woningraad en namens deMaatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, Bond van Ne-derlandsche Architecten B.N.A.Wij hoorden: 'Een volksschool in Esbjerg op Jutland heeft voor de hoogsteklassen een nieuw leervak, namelijk ,,wonen" op het leer-programma geplaatst. Met een model van een modern inge-richte eenkamerwoning, een vergrote uitvoering van eenkamer in een poppenhuis, leren de kinderen hoe men zichpractisch en met smaak kan inrichten. Andere Deense scho-len willen dit voorbeeld volgen.Ook in Duitsland heeft men het Ministerie van Onderwijs,Kunsten en Wetenschappen verzocht ,,het wonen" als leer-vak op de scholen in te voeren.Wij ontvingen ter recensie van de uitgever -- N. SamsomN.V. te Alphen aan de Rijn -- bovengenoemde uitgave, ge-schreven door Mr. A. van Vuure en ook in de boekhandelverkrijgbaar tegen de prijs van f 3,40.Wij achten dit een practisch boekje voor de besturen vanwoningbouwverenigingen. De verschillende wijzigingen, inde huurwet 1950 in de laatste dagen van 1953 aangebracht,hebben in de eerste plaats tot doel een herziening vande huurprijs van onroerend goed, de ,,huurverhoging". Te-vens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog enkeleandere wijzigingen in de wet aan te brengen. Zij betreffende bestrijding van het bedingen van sleutelgeld, de beloningvoor het gebruik van meubilair en stoffering, de procedureinzake nalatigheid bij het onderhoud door huurder of vcr-huurder, e.a.Deze wijzigingen worden in het boekje van Mr. van Vuureuitvoerig behandeld. Hij heeft er naar gestreefd de materiez6 te hanteren, dat het werkje in de practijk zowel voor dejuridische gebruiker als voor de huizenbezitter bruikbaar is.Om het geheel zo compleet mogelijk te maken zijn behalvede gecommentarieerde artikelen ook opgenomen de volledigetekst van de Huurwet, het Besluit bijzondere huurprijzen, hetHuuradviescommissiebesluit en een lijst van gemeenten, metde daar geldende percentages der huurverhoging.Al met al, een handig naslagwerk, dat onze leden zeer zekerten nutte zal kunnen zijn. Hn.Persbericht nr 39, 9 Augustus 1954EXTRA TOEWIJZING VAN WONINGENTEN BEHOEVE VAN MIGRATIE.Bij de toewijzing van de provinciale woningcontingentenvoor de jaren 1954 t/m 1956 is onder meer rekening gehou-den met de vermeerdering of vermindering van de woning-behoefte als gevolg van de mogelijke verplaatsing van be-woners van de ene naar de andere provincie en als gevolgvan de te verwachten buitenlandse migratie.Voor de raming van de wijziging van de woningbehoefte doormigratie is uitgegaan van de toen beschikbare gegevens. In-middels zijn de gegevens over het jaar 1953 beschikbaar ge-komen. Aan de hand van deze gegevens werd door de Mi-nister van Wederopbouw en Volkshuisvesting een dezerdagen een aanvullende toewijzing verstrekt aan die provin-cies, waarvan het migratiesaldo over 1953 een positief ver-schil vertoont met het destijds geraamde migratiesaldo. Hier-bij is uiteraard rekening gehouden met voor dit doel ver-strekte voorschotten.Bovenbedoelde toewijzing bedraagt voor het jaar 1954 voorDrenthe 130, Gelderland 450, Utrecht 150, Zuid-Holland220, Noord-Brabant 110 en Limburg 270 woningen. Deniet genoemde provincies komen voor een dergelijke toewij-zing niet in aanmerking.100Persbericht nr 40, Augustus 1954WONINGBOUW IN JUNI 1954Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statis-tiek werden in Juni 1954 6021 woningen voltooid. Dit is eenrecord voor de maand Juni sedert de bevrijding. In dit aantalzijn 195 duplexwoningen begrepen, zodat in Juni 1954 voor6216 gezinnen nieuwe woonruimte beschikbaar is gekomen.In dezelfde maand van het vorig jaar kwamen 5221 wonin-gen gereed. In het eerste halfjaar van 1954 werden 28480nicuwe woningen opgeleverd tegen 23045 in het eerste half-jaar van 1953.In de maanden Juni van de jaren 1945 t/m 1953 kwamenresp. gereed 65, 65, 784, 2527 (22), 3471 (88), 3904 (411),5340 (382), 3769 (120) en 5221 (253). De tussen haakjesgeplaatste cijfers geven de duplexwoningen aan, die in degenoemde aantallen woningen zijn begrepen.In het aantal sedert 1 Januari 1954 opgeleverde woningen,n.l. 28480, zijn 844 duplexwoningen begrepen, zodat in heteerste halfjaar van 1954 voor 29324 woningen nieuwe woon-ruimte werd gesticht.Gerekend tot en met Juni 1954 werden sedert de bevrijding339051 nieuwe woningen gebouwd, waarvan er 15859 alsduplexwoning zijn ingericht, zodat er voor 354910 gezinnenwoonruimte beschikbaar is gekomen.De in Juni 1954 voltooide woningen zijn als volgt over deprovincies en de drie grote steden verdeeld (tussen haakjeshet aantal in het eerste halfjaar gereed gekomen woningen):Groningen 136 (752), Friesland 212 (800), Drenthe 124(742), Overijssel 405 (1966), Gelderland 668 (2903), Utrecht267 (1514), Noord-Holland (excl. Amsterdam) 608 (2967),Zuid-Holland (excl. Den Haag en Rotterdam) 700 (3784),Zeeland 160 (664), Noord-Brabant 963 (4220), Limburg665 (3222), Amsterdam 374 (1315), Den Haag 293 (1312),Rotterdam 374 (2034), N.O. Polder 72 (285), Nederland6021 (28480).Daar het aantal in Juni 1954 in uitvoering genomen wonin-gen kleiner is dan het aantal dat gereed kwam, daalde hetaantal in aanbouw zijnde woningen en wel van 71945 op heteind van Mei 1954 tot 70482 op het eind van Juni 1954.Persbericht nr 45, 31 Augustus 1954TEGEMOETKOMING GRONDKOSTEN BIJ HER-BOUW WONINGEN IN WATERSNOODGEBIEDEN.Als gevolg van noodzakelijke stedebouwkundige en water-staatkundige maatregelen zal in vele gevallen de herbouwvan woningen in de watersnoodgebieden niet op de plaatsvan de verwoeste woningen kunnen geschieden. In deze ge-vallen zijn zij, die hun woning herbouwen, veelal aangewezenop bouwgrond, die eerst thans bouwrijp wordt gemaakt, Om-dat de kosten van deze nieuwe grond voor de getroffenen eenernstige belemmering zullen vormen om tot herbouw over tegaan, is van rijkswege een regeling getroffen, die de gemeen-ten in staat stelt een sterk gereduceerde prijs voor dezenieuwe grond te berekenen.Deze regeling, die door de Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting is bekend gemaakt, heeft voor de getrof-fenen, die aangewezen zijn op pas bouwrijp gemaakte grondtot gevolg, dat zij niet meer dan f 1.200 aan grondkosten be-hoeven te betalen, mits de oppervlakte van het desbetreffen-de perceel niet groter is dan 300 m2. Dit geldt alleen bij in-dividuele herbouw door de getroffene zelf, of bij overnemingvan een woningwetwoning. Voor de geschenkwoningen gel-den afwijkende oppervlaktematen.In geval de uit te geven grondoppervlakte groter is dan degestelde maxima, is de prijs voor elke m2 daarboven f 1,50per m^, met een maximum van f 300,'--. De totale grondkos-ten ten laste van deze getroffenen zullen dus ten hoogstef 1.500 bedragen.Dezelfde regeling geldt in beginsel voor de eigenaren/bewo-ners van beschadigde krotwoningen, die door de gemeen
Reacties