NOVEMBER 195515e Jaargang - No 11DeWoningbouwverenigingzn\ MAANDBLAD VAN DE NATIONALE WONINGRAADAdres voor Redactte en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam-Z., Tel. 724298-721412Adres voor Advercenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Tel. 49128Wij bouwen niet, wij pratenHet is een hachelijke, om niet te zeggen bijkans belachelijkestelling, dat praten een improductieve bezigheid is. Zekerwanneer die stelling vloeit uit de pen van iemand, die metpraten zijn brood verdient. Toch zijn wij vandaag zo recalci-trant, dat wij uitroepen: ,,Laat ons ophouden met al ons goed-bedoeld en eerbiedwaardig geklets!". Misschien is dit eenonbewuste verdediging tegen onlustgevoelens, tegen een ze-kere machteloosheid, tegen een onverbrekelijke sleur. Het isde vrijwel oeverloze, zich voortdurend repeterende discus-sie over de woningbouw en alles wat daaraan vastzit, die onsbrengt tot de wat rustiger verzuchting, dat wij minder zou-den moeten praten en meer zouden moeten doen.De volkshuisvesting, meer in het bijzonder de woningbouw,nog meer in het bijzonder de leniging van de woningnoodzijn zaken, die het gehele Nederlandse volk aangaan. Het isdus logisch, verdedigbaar, nuttig, ja zelfs noodzakelijk, dater een voortdurende publieke gedachtenwisseling over deproblematiek van de woningbouw plaatsvindt. Ergens dienter echter een grens te zijn. Wat maken wij nu in Nederlandmee?De televisie geeft algemene voorlichting over het woning-vraagstuk. Omroepverenigingen zenden series vraaggesprek-ken en lezingen uit, waarin de verschillende facetten van hetprobleera worden belicht. De landelijke en plaatselijke perswijdt vele kolommen aan verdedigende of critische beschou-wingen over het woningbouwbeleid. De uitstekende vakbla-den zijn wekelijks boordevol met wetenswaardigheden. Tal-loze vergaderingen van meer of minder belang worden be-legd ter bespreking van de woningbouwperikelen. In nau-welijks een week tijds is er een forumvergadering van hetNederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw,een bijeenkomst van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs,een volkshuisvestingscongres van de Partij van de Arbeid.En die stroom groeit al meer en meer. De politieke partijenmaken volkshuisvestingsprogramma's, waarover voor en namoet worden gepraat. De K.V.P. heeft een bijzondere wo-ningbouwcommissie. De P.v.d.A. heeft haar sectie volkshuis-vesting van de Wiardi Beckmanstichting. Om andere par-tijen niet te kort te doen nemen wij onvoorwaardelijk aan,dat ook zij hun eigen groepen van deskundigen hebben. Dearchitecten hebben hun commissies en hun bond. De aanne-mers hebben hun bedrijfsafspraken en daar valt altijd welover te praten. De Vereniging van Nederlandse Gemeentenheeft een vaste commissie voor de volkshuisvesting. Debouwverenigingen zijn landelijk georganiseerd, hetgeen eenwelkome aanleiding is voor het beleggen van congressen.Helemaal bovenaan is er dan nog onze Tweede Kamer, diezich zeker niet onbetuigd laat als het erom gaat de volks-huisvesting te beoordelen. Hoe belangrijk de initiatieven vanvolksvertegenwoordigers kunnen zijn is zo juist gebleken.Dank zij de vindingrijkheid van een der kamerleden heeftde minister dezer dagen besloten een ,,Bouwraad" in het le-ven te roepen. Weliswaar is er al geruime tijd een ,,Voor-lopige Raad voor de Volkshuisvesting", maar nog een Raaderbij levert dadelijk een belangrijke vooruitgang op. Dankan er nog eens gepraat worden, nietwaar?De Minister en de Directeur-Generaal hebben dagwerk methet bezoeken van alle belangrijke bijeenkomsten. Wij moe-ten aannemen, dat zij nachtwerk hebben aan het kennisne-men van alles wat er over radio-uitzendingen, lezingen, bij-eenkomsten, congressen, forumvergaderingen en conferen-ties wordt geschreven. De mensen, die geacht worden eenbelangrijke rol te spelen bij organisatie, voorbereiding enuitvoering van de woningbouw komen ternauwernood toeaan het ordenen van hun gedachten, laat staan aan het con-creet uitwerken van die gedachten. Zij spoeden zich naareen vergadering of slepen er zich vandaan.Op alle bijeenkomsten ontmoeten elkaar steeds dezelfde,,deskundigen". Zij spreken over en luisteren naar de einde-loos gevarieerde, maar in wezen steeds dezelfde vraagstuk-ken: Het ontstaan van de nood, de omvang van het woning-tekort, het verloop van de na-oorlogse woningproductie, hethuurprijzenprobleem, de continuiteit in het bouwen, hettechnisch achterlijke bouwbedrijf, de kwalen van het aanbe-stedingsstelsel, de impopulariteit van het bouwvak voor dejeugd, de moeilijkheden bij de materiaalvoorziening, platoni-sche liefdesverklaringen aan standaardisatie, normalisatie ensysteembouw, De reeks is natuurlijk niet volledig. Elke lezerkan zonder moeite nog enige aanvullingen vinden. Er wordteen hoeveelheid tijd, energie en vindingrijkheid besteed aanpraten en luisteren, schrijven en lezen, die allengs oneven-redig groot wordt ten opzichte van het nut voor het werke-lijke bouwen. Nog is het einde niet, integendeel, wij hollenvan climax naar climax!Een der naaste hoogtepunten is zonder twijfel de ,,maandvan de bouwnijverheid", zoals deze nu voor Januari 1956door het Rotterdamse Bouwcentrum is aangekondigd. Deinitiatiefnemers voor deze manifestatie zijn tenminste conse-quent in hun hartstocht voor praten. Zij laten de opgetrom-melde bezoekers in ieder geval niet de zoete illusie, dat er ooknog wat tijd kan overschieten om gewoon te werken. Neen,hier moet absoluut en onverkort een-twaalfde deel van hetproductie-jaar 1956 worden geofferd op het altaar van de 65praat-moloch. Vier weken aaneen, voorafgegaan door een,,openingsdag in December" en nog doorspekt door ,,spe-ciale dagen" zullen deskundigen elkaar vragen stellen. Zo-iets als ,,mastklimmen" in het groot. Of, 20 men wil, ,,hethangt aan de muur en het tikt" met solo's! Het vragenstellenmoet systematisch geschieden en de vragen moeten actueelen belangrijk zijn 1). Dat helpt natuurlijk wel een bectje,maar de prealabele vraag blijft o.i. toch: ,,Kan het resultaatbij benadering evenredig zijn aan de gespendeerde tijd enkosten?".In Januari a.s. zullen de vcrkeersaders naar Rotterdam's-morgens en 's-avonds vol zijn van ,,Bouw-studenten".leder, die zijn deskundigheid erkend weet of wenst te zien,spoedt zich per auto, bus of trein dag-in-dag-uit naar hetBouwcentrum. Daar rijgen de systefnatisch gestelde vragenzich aaneen in volgorde van belangrijkheid of actualiteit.Daar tuimelen de antwoorden over en door elkaar. Aan heteinde van deze maand van de bouwnijverheid kunnen bur-gemeesters, wethouders, hoofden van dienst, architecten,aannemers en uitvoerders thuis proberen orde op zaken testellen. Vol van nieuwe denkbeelden en impulsen vatten zijde draad wecr op waar zij hem lieten vallen. Zij vindenthuis de dingen van alle dag; zij worden opnieuw gevangenin de sleur van bouwrijp te maken terreinen, tekeningen,plannen, onteigeningen, aanbestedingen, curveprijzen, con-tingenten, termijnbetalingen. Zij zullen murw zijn van hetgepraat over dingen, die reeds zijn uitgepraat, maar die nognooit waar geworden zijn. In dat licht kunnen zij terugzienop een wellicht voortreffelijk georganiseerde, op een mis-schien interessante, maar in wezen nutteloze maand.,,Dingcn, die al lang zijn uitgepraat", zo noemden wij deonderwerpen, die het Bouwcentrum aan de orde stelt. Datmoeten wij waar maken. Wij zullen het proberen door hetmaken van enige kanttekeningen bij het programma voor de,,maand", zoals ,,Bouw" van 29 October 1955 dat publiceert.Eerstc weekEerste dag: Kwaliteitsfactoren -- wezenlijke behoefte --kwahteitsbewustzijn. Noodzaak van functionele studies.Sta met beide benen op de grond. De woningen van nu mo-gen niet scheuren, zij mogen niet tochten, de trappen moetengoed beloopbaar zijn, deuren mogen niet tegen elkaar slaanals zij gelijktijdig opengaan. leder kent de kwalen van denieuwe woningen. Maak ze beter, dan schieten we op.Tweede dag: Functionele grondslagen van de woning. Sa-mcnwerking tussen de deskundige huisvrouw en de archi-tect.Laten zij, wie deze zaak ter harte gaat, een paar fikse bro-chures schrijven met voorbeelden uit de bouwpractijk: ,,Hoehet niet moet". Bij de brochures een lijst met vragen uit deinhoud. Vragenlijsten in te vullen door architecten en hoof-den van technische diensten. Hoofdprijs voor goede oplos-singen: een reis van veertien dagcn naar Zweden!Derde dag: Bejaardenhuisvesting (voorbeelden van eenfunctionele studie) -- woningen en pensiontehuizcn .-- ver-pleeghuizen voor lichamelijk gestoorden -- verpleeghuizenvoor geestelijk gestoorden,Er zijn landelijke instellingen op het gebied van bejaarden-huisvesting en -verzorging werkzaam. Er zijn in de afgelo-pen jaren goede voorbeelden in ons land tot stand gekomen.leder, die geroepen wordt een project voor bejaardenhuis-vesting te maken of uit te voeren achte het zijn phcht te le-ren van wat anderen op dat terrein gedaan heibben.166 Ontleend aan ,,Bouw" van 29 October 1955.Tweede weekEerste dag: Op welke wijze kan de opdrachtgever een zogoed en zo vroegtijdig mogelijke samenwerking tussen archi-tect, adviserende deskundigen en aannemer bevorderen?Hoe kan in elk geval gewaarborgd worden, dat het beginvan uitvoering van bouwprojecten niet valt voordat het ont-werp volledig is doorgedacht en in bestek en detailtekenin-gen tot uitdrukking is gebracht?De noodzaak van standaardisatie van bouw- en woningvoor-schriften voor zover deze van belang zijn voor de industria-lisatie van het bouwen. De modulaire coordinatie.Onderwerpen naar ons hart. Reeds jaren betogen wij, datgeen plan ,,de deur uit mag" of het moet klaar, maar danook werkelijk klaar zijn. leder is het hierover eens. Laat mener zich dan aan houden! Daar behoeft toch geen dag overgepraat te worden?Over de noodzaak van uniforme bouwvoorschriften heeft decommissie-Mazure een dik rapport uitgebracht. Een com"'missie-artikel 22a Wederopbouwwet leverde na een reeksvergaderingen voorstellen te dezer zake in. De voorstellenliggen sinds jaar en dag ten Departemente. Den leden vande commissie is dank gebracht voor de geleverde arbeid.Onder auspicien van de Vereniging van Nederlandse Ge-meenten werkt een commissie aan een landelijke bouwver-ordening. Heja, nu is het echt fijn, dat we over dit probleemin het Bouwcentrum nog eens lekker kunnen praten. ,,Voor-zover van belang voor de industrialisatie van het bouwen".Dat is ingenieus gevonden. Alsof men ook zonder de nage-streefde (?) industrialisatie geen last zou hebben van dewillekeurige verschillen en van de nog willekeuriger inter-pretatie van de vigerende voorschriften!Tien procent van de aan deze eerste dag van de tweedeweek verbonden kosten voor hem, die een ,,modulair" planmaakt en laat uitvoeren. Moet U eens zien hoe vlot het dangaat! Zonder praten!Tweede en derde dag: Belangrijkste ontwikkelingen in devoornaamste bouwmaterialen, zoals baksteen, hout, beton,staal e.d. in verband met het streven naar besparing vanarbeid en verhoging van bouwcapaciteit, tevens gezien inhet licht van de bovengenoemde noodzaak van samenwer-king.Een fraai geformuleerd onderwerp. Een baksteen is nog al-tijd 11 cm lang. Hoera voor het modulaire systeem. Het houtwas in de eerste jaren na de oorlog van beroerde kwaliteit;nu is het beter. Alleen de verf houdt er slecht op. Als menduizend stenen kan ,,verleggen" in de tijd, waarin men er nuachthonderd metselt, dan bespaart men arbeid en verhoogtmen de productie. Wij kunnen ons voorstellen, dat men hiertwee dagen voor nodig heeft!Vierde dag: (wat zal moeder-de-vrouw zeggen van die uit-huizigheid?): Nieuwe tendenzen in de ontwikkeling van detraditionele bouwwijze (standaardisatie, mechanisatie, orga-nisatie). De ontwikkeling der niet-traditionele bouwmetho-den. De noodzaak van teamwork in dit verband.Wie heeft er wat gedaan aan standaardisatie in de woning-bouw dan alleen de Studiegroep Efficiente Woningbouw ende Nationale Woningraad? Welke architect brengt de durfop om in zijn plannen de standaardplattegronden op te ne-men? Gelukkig bcmerken de timmerfabrikanten in steedstoenemende mate de invloed van de tot dusver uitgegevenseries standaarddetails voor gevelkozijnen. Andere seriesvoor andere onderwerpen volgen. Een bewijs, dat er nietgepraat maar gewerkt wordt. Met woorden standaardiseerten mechaniseert men niets. De helft van de kosten van dezedag zet een tekenaar van standaarddetails een jaar aan hetwerk!Derde week (he he. we zijn op de helft!):Eerste dag: De organisatie op de bouwplaats. Planning vande uitvoering van bouwwerken. Werken bij onwerkbaarweer technische mogelijkheden). Planning van de uitgiftevan werk ter verhoging van de bezettingsgraad.De bende op de bouwplaatscn zal pas dan worden opge-ruimd als: a) de opdrachtgevers zorgen voor werkelijk bouw-rijp terrein en goede toevoerwegen; b) de gemiddelde aan-nemer er benul van krijgt, dat hij door orde op het werkmeer geld verdienen kan (of, wat ons betreft, minder ver-lies lijdt). Hier wordt men slechts door schade en schandewijs.Over planning van de uitvoering kan men pas dan verstan-dige woorden zeggen als de hoeveelheid werk in uitvoering(niet alleen en niet in de eerste plaats woningbouw) dras-tisch wordt verminderd. En dat maakt men niet in het Bouw-centrum uit. Werken bij onwerkbaar weer, dat is zwartekunst. Bedoeld zal zijn het werken op de bouwplaats minderafhankelijk te maken van weersinvloeden. Welnu, uitge-breide proefnemingen op dit terrein zullen plaatsvinden. Eenkijkje ter plaatse zal in een half uur meer duidelijk makendan een dag confereren.Tweede dag: Beloning. Arbeidsmethode-onderzoek enprestatiebeloning. Samenhang daarvan met de organisatie.Deze dag mag de voltallige S.E.R. wel present zijn. En devakbeweging (iedere zuil een aparte hoek). En de Raad vanBestuur Bouwbedrijf. En de Rijksbemiddelaars. De arbeiderswerken intussen wel door (hopen we). Als zand in de windzijn de woorden, die over het loonbeleid in het Bouwcen-trum zullen verklinken.Derde dag: Sociale voorwaarden. De veiligheid bij het bou-wen en de bedrijfskleding. De hygiene op de bouwplaats;de model bouwkeet.Als opdrachtgevers en aannemers nu besluiten naar vermo-gen te doen wat de vakbeweging op dit punt reeds langvraagt, dan is verder praten volstrekt overbodig. Maar ja,dat doen, dat is veel moeilijker dan praten!de Nationale Woningraad eenvoudig over het hoofd gezien!Derde dag: Opening van het scholen-informatiecentrum.Wij zijn van lieverlee zo murw van al dat openen, dat wij te-gen deze opening geen bezwaar hebben, ook al, omdat hetdan eindelijk achter de rug is!Men moet ons maar niet euvel duiden, dat wij wat raillerendhebben geschreven over de ongetwijfeld voor zichzelf en an-deren goedbedoelde pogingen tot het leveren van ,,ontwik-kelings-arbeid". Wij kunnen het niet helpen, dat wij op grondvan hetgeen wij menen te weten over de toestanden in deNederlandse woningbouw van mening zijn, dat wijzigingenten goede ,,van onderop" en niet ,,van bovenaf" moetenworden aangebracht. Wij zien een partij, die in staat zouzijn en die er ook het grootste belang bij heeft om de ratio-nalisatie, mechanisatie, standaardisatie enz. in het bouwente bevorderen. Die partij bestaat uit de gezamenlijke op-drachtgevers. Er ligt geen zweem van critiek in de stelling,dat de opdrachtgevers in het algemeen een veel te passieverol spelen. Zij laten de architecten hun gang gaan, hoewelzij het recht en de macht hebben om van de architecten teeisen, dat deze eindelijk ernst zouden maken met de indus-trialisatie, die zij over het algemeen zeggen voor te staan.De opdrachtgevers laten zich in de regel door het toeval ofde willekeur de aannemers aanmeten, die hun woningen totstand brengen. Hoewel zij het recht en de macht bezittenom doelbewust en streng te selecteren. Hoewel zij in staatzouden zijn een eind te maken aan de willekeur en de anar-chic in het aanbestedingswezen.Het sanerend optreden van de opdrachtgevers voor de wo-ningbouw veronderstelt echter bundeling en samenwerking.Wij hopen en vertrouwen, dat die samenwerking zich bin-nen niet al te lange tijd zal manifesteren. Als dat het gevalmocht zijn, dan kan het steriele praten voor een groot deelachterwege blijven. Dan zal met een klap de voorwaardezijn vervuld, zonder welke de bespiegelingen over groter ef-ficiency in het bouwen nutteloos moeten blijven.W. S.Vierde weekEerste dag: Vakonderwijs en opleidingen in organisatie-principes voor aannemers en uitvoerders, opening van deafdeling bouwen van het Ambachtscentrum.Voorzover wij weten verricht het Bouwcentrum in samen-werking met de daarvoor in aanmerking komende organisa-ties reeds geruime tijd nuttig werk door het geven van cur-sussen en het afnemen van examens. Is het nodig daaroverin grote kring een dag van gedachten te wisselen?Het wordt wel curieus, dat we vanouds een Bouwcentrumhebben met een afdeling Ambacht en dat er nu dus een Am-bachtscentrum komt met een afdeling Bouwen. Dat lijkt eennieuwe manier van krijgertje spelen.Tweede dag: Organisatie en methoden van bouwresearch enkennisoverdracht.Wij hebben na acht jaar discussie over bouwresearch bijnahet geloof in de feitelijke betekenis van speurwerk voor deNederlandse woningbouw verloren. Waarom? Omdat hettotnutoe vrijwel alleen bij praten en schrijven is gebleven!Men zie in dit verband de jongste platonische liefdesverkla-ring aan standaardisatie en normahsatie, verschenen in,,Bouw" van 19 November. In die verklaring heeft men dedrie instellingen, die naast Ratiobouw daadwerkelijk aanstandaardisatie doen, t.w. de Hoofdcommissie voor de Nor-mahsatie, de Bouwkas voor de Nederlandse Gemeenten enEen hardnekkig misverstandEr dreigt zich in de discussie over de volkshuisvesting in onsland een misverstand te ontwikkelen of te handhaven. Hetmisverstand namelijk, dat de Nederlandse arbeider niet bereidzou zijn om meer geld dan tot dusver uit te geven voor zijnwoongenot. Het gaat dikwijls om een kwestie van mindernauwkeurige formulering. Zo hoorden wij op de forum-ver-gadering van het Nederlands Instituut voor VolkshuisvestingProf. Van Beusekom zeggen ,,dat de arbeider er aan zoumoeten wennen meer huur voor zijn woning te betalen". Zolezen wij herhaaldelijk, dat het met de woningbouw wel beterzou gaan als maar de huurder meer voor de woning zou wil-len uitgeven. Het is de herhaling van de verkeerde klemtoon,die leidt tot de bijna gangbare mening, dat het ,,dus de on-verschillige arbeider zou zijn, die een hindernis op de wegnaar betere woningvoorziening opwerpt".Voor de zoveelste keer moeten hierover dus enkele dingenworden gezegd. In de eerste plaats -- Minister Witte heeftdit enige malen zeer duidelijk gesteld -- kan men niet vol-houden, dat de voor een sluitende exploitatie te lage huur-prijzen de woningproductie onder de huidige omstandighedennadelig zouden bei'nvloeden. Het is duidelijk, dat de moei-lijkheden, welke zich bij de woningproductie voordoen, aller-eerst worden veroorzaakt door de feitelijke ontoereikendheidvan de bouwcapaciteit. Men kent het verhaal: arbeiders enmaterialen. Dat probleem wordt niet opgelost door een af- 167docnde en plotselinge verhoging van de huurprijzen. Menmag stellen, dat er op liet ogenblik (op een niet altijd evengelukkige wijze overigens) uit de Nederlandse bouwcapaciteitwordt gehaald wat er in zit. Bij overigens gelijkblijvende om-standigheden kan men er niet meer uithalen door de huur-prijzen omhoog te brengen.In de tweede plaats dan het misverstand van de ,,onwilligearbeider". Men doet aan die arbeider onrecht door te bewe-ren, dat hij de besteding van zijn inkomen z6 zou moetenregelen, dat er meer voor betaling van de huur zou over-schieten. Men verliest daarbij immers uit het oog, dat vanhogerhand voor de arbeider precies is uitgerekend wat hijgeacht wordt aan huur te kunnen betalen. Binnen het kadervan de geleide loon- en prijspoHtiek is er een model-huishoud-boekje voor het Nederlandse ,,standaard-gezin" aangelegd.In dat boekje komt de woninghuur voor, gewaardeerd naareen bepaald aantal punten. Dat aantal punten is ontleend aande ,,officiele beweging van de huurprijzen". Eerst ging hetom 100 punten (de huur van Mei 1940). Successievelijk ishet aantal punten in overeenstemming met de algemene huur-verhogingen opgevoerd. Voor de eerste maal 115, vervolgens141 (na een verhoging met 25 %) en nu 148 (na de jongstehuurverhoging van 5%). Officieel wordt dus aangenomen,dat de doorsnee-arbeider een huurprijs betaalt, overeenko-mende met 148 % van de gemiddelde huurprijs van 1940. Hetofficiele standpunt gaat voorbij aan het feit, dat de huurprijsvan de na-oorlogse woningen daarboven uit gaat. In feitebetalen duizenden arbeiders een huurprijs, die niet onaan-zienlijk hoger is dan die, welke in het model-huishoudboekjedient voor te komen. Intussen is dat boekje de grondslag voorde loonbeheersing.Wat wil men nu met de vertogen, dat de arbeider meer zoudienen te betalen? Als men het juist wil formuleren, dan meetmen zeggen: ,,Binnen het kader van de maatregelen tot be-heersing van het loonpeil dienen zodanige maatregelen teworden getroffen, dat een hoger bedrag aan woninghuur inhet budget van de gemiddelde arbeider verantwoord is". Metandere woorden: wil men de arbeider in staat stellen meer uitte geven aan woninghuur, dan zal daaraan een officieel ge-sanctionneerde verhoging van het werkelijke inkomen voora dienen te gaan.Wij koesteren slechts een zeer bescheiden hoop, dat onzeuiteenzetting zal leiden tot een rechtvaardiger beoordelingvan de intenties van de doorsnee-arbeider inzake de betalingvan zijn huurpenningen. Niettemin meenden wij opnieuw hetjuiste hcht over deze zaak te moeten laten schijnen.^^^^ ^^ w. s.Band 1955 voor ,,De Woningbouwvereniging"Ook dit jaar stelt onze drukker de abonne's van ons orgaanin de gelegenheid door middel van de inliggende bestelkaartzich tijdig van het ontvangen van de band voor de jaargang1955 te verzekeren.Weliswaar kan de inhoudsopgave van de lopende jaargangvanzelfsprekend eerst in het komende Januari-nummer ver-schijnen, doch indien U de band dan inmiddels in Uw bezitheeft, dan kan in de daaropvolgende maand een keurig in-gebonden jaargang in Uw boekenkast prijken!Het is dus zaak direct de bestelkaart in te vullen en te ver-zenden.Red.Opening tehuis voor bejaarden te ZandvoortDe Nederlandse Centrale voor Huisvesting van Bejaardensmaakte het genoegen op 27 Oct. 1955 haar eerste woon- enverzorgingscomplex voor bejaarden officieel te kunnen ope-nen. Het is ,,Het Huis in de Duinen" te Zandvoort. Het com-plex omvat een groot pensiontehuis, plaats biedend aan 296personen (incl. zieken en inwonend personeel) en 48 afzon-derlijke woningen voor bejaarde echtparen. De Ned. Centralevoor Huisvesting van Bejaarden is een stichting, die zich tendoel stelt de bevordering van de huisvesting en verzorgingvan de oudere Nederlanders. Zij is door de Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting toegelaten ingevolge deWoningwet, hetgeen o.m. betekent, dat zij zonder winstoog-merken uitsluitend in het belang van de volkshuisvestingwerkzaam dient te zijn. Op grond van haar toelating kan deN.C.H.B. een beroep doen op de gemeentebesturen voorcrediet- of garantieverlening; zij kan verder bij de exploi-tatie van woningen en tehuizen in aanmerking komen voorfinanciele steun van Rijkswege.Zoals gezegd is het Zandvoortse complex het eerste, dat voorrekening van de N.C.H.B. tot stand is gekomen. De to-tale stichtingskosten belopen ruim 2}/^ millioen gulden. Degemeente Zandvoort verstrekte garantie waardoor de stich-ting een lening kon sluiten voor het totale bedrag. De N.C.H.B. breidt haar werkzaamheden voortdurend uit. Zijheeft een tehuis in aanbouw in Uithuizermeeden; een planvoor een groot complex in Amsterdam is voor uitvoering ge-reed; projecten voor Dokkum, Scheemda, Hoogezand, Sappe-meer, 'Nieuwenhoorn en andere gemeenten zijn of gereed ofin voorbereiding. De activiteit van deze N.C.H.B. leidtertoe, dat zij in de komende jaren de trotse eigenaresse kanzijn van verscheidene grotere of kleinere woon- en verzor-168 Dc Voorzitter van de N.C.H.B. aan het woordgingscentra voor ouden van dagen. Van de aanvang af is hethaar bedoeling geweest de exploitatie van tehuizen en wonin-gen te decentraliseren. Zo is samen door de gemeente Zand-voort en de N.C.H.B. een plaatselijke stichting gecreeerddie het beheer van ,,Het Huis in de Duinen" overneemt. Dezeplaatselijke stichting is ten aanzien van de regelen van bewo-ning en verzorging als het ware ,,baas in eigen huis". Zij isverantwoordelijk voor de gang van zaken in het tehuis. Uit deinkomsten van de exploitatie betaalt de plaatselijke stichtingaan de N.C.H.B. de kapitaallasien -- die deze Centraleop zich heeft genomen -- de door de Centrale te betalen be-lastingen, onderhoudskosten e.d. De rechten en verplichtingenvan beide partijen zijn uiteraard keurig in een overeenkomstomschreven. Dit recept, dat nu in Zandvoort voor de eerstemaal is toegepast, zal in beginsel gelden voor alle complexen,die de N.C.H.B. nog tot stand brengt. Wij menen. datdeze werkwijze vooral in de toekomst grote voordelen kanhebben. De centralisatie bij voorbereiding en uitvoering derprojecten en eventueel bij de behartiging van gemeenschappe-lijke belangen kan voor de hand liggende gunstige gevolgenhebben. De decentralisatie van het beheer maakt het mogelijkde ,,couleur locale" in ieder der tehuizen te handhaven. Bo-vendien betrekt deze decentralisatie veel belangstellende bur-gers bij dit belangrijke werk van sociale aard.Volledigheidshalve moeten wij er nog op wijzen, dat het be-staan en de activiteit van de toegelaten N.C.H.B. hetmogelijk maken dat plaatselijke comite's of stichtingen, dieplannen voor de huisvcsting en verzorging van bejaardenkoesteren, die plannen ook op voet van de Woningwet ver-wezenlijkt zien, ook wanneer zij zelve niet ingevolge de Wo-ningwet kunnen worden toegelaten.Een samenwerking met de N.C.H.B. maakt het mogelijkom van alle financiele faciliteiten, die op grond van de Wo-ningwet worden geboden, te profiteren. In dit verband is hetbegrijpelijk dat de Minister van Wederopbouw en Volkshuis-vesting er weinig voor voelt om groepen van plaatselijke ini-tiatiefnemers voor huisvesting van bejaarden een toelatingingevolge de Woningwet te verstrekken. Er zijn op het ogen-blik landelijke corporaties voor dit doel toegelaten van alge-meen karakter (de N.C.H.B.) en van confessionele aard(Rooms Kath., Ned. Hervormd en Geref.).Terloops zij opgemerkt, dat het secretariaat van de Woning-,raad gaarne nadere informaties over deze landelijke corpo-raties verstrekt.Na deze wat wijdlopige maar toch wel noodzakelijke iniei-ding besteden wij verder aandacht aan het Zandvoortse com-plex. De architecten van Tijen en Boom uit Rotterdam heb-ben er een bijzonder fraai geheel van gemaakt. Van de Zand-voortse weg af ontwaart men een imposant gebouw vanstrakke lijnen in vier woonlagen. Achter het hoofdgebouw zijnin ruime verkaveling de 48 huisjes gesitueerd. Op het duin-terrein van bijna 2^/^ Ha. is met grote zorg een zeer aantrek-kelijke beplanting aangebracht. De huisjes zijn reeds eenaantal maanden bewoond; het is een bijzonder genoegen debewoners te ontmoeten omdat zij alien gelukkig en dankbaarzijn in de handige huisjes en in deze fraaie omgeving te mo-gen wonen. Het tehuis is imposant van grootte en inrichting.De architecten zijn er in geslaagd het geheel in een strakkestijl toch zeer vriendelijk en ,,huiselijk" te houden. Enkele uit-spraken van de bewoners: ,,Ik heb naar mijn kinderen ge-schreven, dat ik in mijn dorado ben aangeland". En: ,,dit iswaarschijnlijk mijn laatste, maar tevens mijn beste station".Minister Witte heeft het tehuis officieel geopend. Bij die ge-legenheid vertelde Zijne Exc. dat er na de oorlog in ons landal een 150 tehuizen voor bejaarden tot stand waren gekomen.Hij meende dat er in de komende jaren nog een veelvoud vandit aantal gesticht zal moeten worden. De Minister en zijnechtgenote hebben met grote belangstelling het tehuis bezich-tigd. De Voorzitter van de N.C.H.B., Prof. Dr. }. H.Tuntler, heeft van de werkzaamheden en de doelstelling vande N.C.H.B. verteld. De talrijke genodigden hadden veelplezier bij de verklaring van de professor, dat het goed is omin deze tehuizen mensen van onderscheiden levensbeschou-wing bijeen te brengen. De meningen moeten botsen; zelfszou men mogen zeggen, dat in zo'n tehuis een voedingsbodemvoor onderlinge ruzies aanwezig moet zijn. Verschil van me-ning houdt de geesten bezig en voorkomt lusteloosheid, on-verschilligheid en schadelijke berusting. Tenslotte heeft deVoorzitter van de plaatselijke stichting, de heer S. van derGalien, het complex voor de exploiterende stichting aanvaard.Hij w^eigerde daarbij te spreken van bejaarden, omdat de bur-gemeester van Zandvoort in diens eerder gehouden toespraakdaartegen enige bezwaren had ontwikkeld. Deswege ontdek-^*m^? W169te de heer van der Galien de vriendelijke term ,,on2e minderjonge medeburgers".Bij de foto's, die wij afdrukken, vermelden wij nog enkele bij-zonderheden. De huurprijs voor de afzonderlijke woningen(incl. gasgeyser, glasverzekering e.d.) bedraagt / 7,90 perweek. De wooneenheden in het pensiontehuis zijn en wordenbetrokken door bejaarden, die prijs stellen op algehele ver-zorging.De bewoners hebben alleen te maken met de ,,orde-regelsvan het huis"; verder zijn zij volkomen vrij in hun gaan enstaan. De maaltijden worden in de regel op de kamers geser-veerd; voor hen, die dat wensen, is er gelegenheid om dcel tencmen aan een gemeenschappelijke maaltijd, die in de groterecreatiezaal kan worden aangericht. De bewoners zijn be-vrijd van de normale ,,huishoudehjke zorgen", waarmede zijhun gehele leven waren geconfronteerd. Zij kunncn zich wij-den aan hun hefhebberijen; zij ontwikkelen reeds nu ,,gezel-schapsleven" in het tehuis; zij kunnen op ieder gewenst ogen-bhk een beroep doen op bijstand van allerlei aard. De prijzender kamers (incl. verzorging) bedragen:Voor een eenpersoonskamer per maand f 165.--Voor een tweepersoonskamer per maand ,, 300.--Voor een echtparenkamer per maand ,, 330.--Deze prijzen zijn vastgesteld aan de hand van een zeer nauw-keurige exploitatiebegroting. Opmerkehjk is, dat de pension-kostprijs voor minder dan een derde bestaat uit de lasten,veroorzaakt door de stichting van het onroerend goed (grond,gebouw, verwarmingsinstallatie, keukeninrichting, hft e.d.).Ruim tweederde deel van de kostprijs bestaat uit de kostenvoor het element verzorging (voeding, verwarming, verlich-ting, personeel enz.). In dit verband moet worden opgemerkt,dat van Rijkswege tot nu toe alleen bijdrage in de exploitatiewordt gegevcn op grond van de algemene woningbouw-sub-sidiercgelingen. Alleen het element huisvesting komt derhalvevoor steun in aanmerking. Die steun is gering in verhoudingtot de totale exploitatielasten. Reeds lang wordt uitgezien naareen algemene regeling voor het verlenen van bijdragen tenbehoeve van het element verzorging. In de toelichting op debegroting van het Ministerie voor Maatschappelijk Werk iseen zodanige regeling nu aangekondigd.De exploiterende stichting vraagt van iedere bewoner devastgestelde pensionprijs. Dit impliceert, dat alleen zij, dieover een behoorlijk inkomen beschikken onder de huidige om-standigheden in het tehuis kunnen wonen. Zandvoort ennaburige gemeenten kunnen en willen echter in speciale ge-vallen de betrokkenen in de gelegenheid stellen de pension-prijs te betalen, ook als het eigen inkomen niet geheel toe-reikend is. Verder blijft uiteraard de mogelijkheid van indi-viduele steun door kerkelijke en maatschappelijke instellingenonverlet.Het tehuis staat open voor iedere bejaarde (in de regel 65jaar en ouder), ongeacht geloof en politieke overtuiging. Bijde bouw en de inrichting van het tehuis is er op gerekend, datvoor de bewoners bijeenkomsten van godsdienstige aard kun-nen worden gehouden.Het is duidelijk dat het tehuis niet alleen voor de eigen be-hoeften van de gemeentc Zandvoort is gesticht. De bewonerskomen uit alle delen van Nederland. Vaak zijn het bejaarden,die door oorlog en bczetting van hun oorspronkelijke plaatsvan vestiging zijn afgedwaald en die nu in Zandvoort weerterugkeren naar de omgeving, waar zij een groot deel van hunleven hebben doorgebracht.Er woont nu zelfs in een van de huisjes een echtpaar, dat uitCanada naar de vroegere woonplaats Zandvoort is terugge-keerd.Tenslotte verdient nog vermelding, dat het bureau van deNed. Centrale voor Huisvesting van Bejaarden tijdelijk isgevestigd bij de Nationale Woningraad, Wouwermanstraat170 27 te Amsterdam-Z.Wij hopen van harte, dat het Zandvoortse complex in alleopzichten zal beantwoorden aan de hoog gespannen verwach-tingen en dat het een stevige basis moge vormen, waarop hetverdere belangrijke werk van de N.C.H.B. kan wordengebouwd.W. S.DE NEDERLANDSEVolkshuisvesUngVolkshuisvesting-moeilijkheden in RotterdamDat in Rotterdam de woningnood zeer groot is, dag-in dag-uit door velen aan den lijve wordt gevoeld en wat nog ergeris, ook geestelijk wordt ondergaan, zal onze lezers nietverbazen. Toen wij verleden jaar in de eerste havenstad vanons land onze algemene ledenvergadering hebben gehouden,hebben wij in groten getale en in dankbaarheid voor het ge-bodene, gebruik gemaakt van de gelegenheid in een door hetgemeentebestuur aangeboden bustocht langs en door de nieu-we wijken en stadsuitbreiding van groot-Rotterdam, ten Zui-den van de Maas om een indruk te krijgen van de vele engrote moeilijkheden, waarvoor het zich snel uitbreidendeRotterdam ten aanzien van de volkshuisvesting geplaatst ziet.U kunt zich herinneren dat die zomerse avond, omstreeksde langste dag van het jaar, geen uitzondering maakte op deerbarmelijk slechte zomer die wij in 1954 hebben ondergaan.Het plensde voortdurend bij bakken uit de hemel en het wasuren eerder donker dan in de Enkhuizeralmanak en op ka-lenders stond aangegeven.Niettemin hebben wij een goede indruk van de puzzles gekre-gen, waarvoor gemeentebestuur en haar dienst van volkshuis-vesting, de gemeentelijke woningstichting, de woningbouw-verenigingen en die bedrijven en particulieren, die hun aan-deel tot leniging der woningnood mogen en willen bijdragenen de bouwwereld, die bij de woningbouw in Rotterdam isbetrokken, gesteld zijn. Het aantal afgelegde kilometers, detalrijke en grote woningblokken -- reeds bewoond en in aan-bouw -- de uitgestrekte bouwrijpe terreinen toonden over-tuigend dat Rotterdam met grote stappen bezig is een metro-pool te worden.Het centraal rapport over de begroting van Rotterdam voor1956 en de memorie van beantwoording daarop, wijdt aanhet hoofdstuk volkshuisvesting hefst 16 pagina's. Op de vele,door leden van de gemeenteraad aan het college van B. & W.gestelde vragen wordt in de meeste gevallen een beknopt ofuitvoerig antw^oord gegeven.Het is duidelijk -- en uiteraard verklaarbaar -- dat bijna allegemoederen zich met deze volksvijand no. 1 menen te moetenbezighouden. Als alle gesproken en geschreven gemeenplaat-sen aan de woningnood gewijd door politieke partijen, over-heidsinstanties, volksvertegenwoordigingen van hoog tot laagen door de bouwwereld -- helaas daartoe genoodzaakt --in bouwmaterialen en effectieve woningbouw konden wordenomgezet, dan was deze volksvijand allang verslagen, netjesgekist en begraven! Zo tcgen het eind van het jaar komt mentot mijmeringen en overpeinzingen en daar moet het boven-staande maar aan worden geweten. Duidelijk is, dat menover de hoofden van woningzoekenden en slecht-behuisdenheen, aan de ?-- met de komende verkiezingen als achtergrond-- schimmige glorie van de oplossing blijft touwtrekken. Bijminder belangrijke zaken kan men de schouders ophalen; bijeen zo ernstige zaak als de woningnood -- die psychisch enphysiek levens verwoest -- zou het van begrip van de toe-als wasmachineEEN PRODUCT VAN OCRIETOp veiligheid goed-gekeurd door deKEMA fe ARNHEMGoedgekeurd doorde NEDERLANDSEVERENIGING VANHUISVROUWENVoor LAVETS met wasmachine-combinatiezijn in 28 landen de octrooien aangevraagd.De bezitters van het o r i g i n e I e LAVETkunnen zonder meer van de uhieke vin-dingen, door deze octrooien beschermd,proliteren.ELK GEOCRATEERD LAVET WORDT OP ELK GEWENStMOMENT EEN IDEALE ELECTRISCHE WASMACHINEOCRIETFABRIEK N.V. BAARN TEL K. 2954-3641 (4 liinen)171stand en van ingetogenheid getuigen als men in deze kwestiehet nationale volksbelang boven het ,,zetel"-belang stelde!Maar keren wij terug tot bovengenoemd centraal rapport omdaar enkele punten uit te lichten, teneinde aan de ons in hetoog vallende moeilijkheden aandacht te schenken.Het College van B. & W. begint met de talrijke vragen tebeantwoorden met de opmerking, dat ook naar hun meninghet woningtekort het meest ernstige probleem van deze tijd is.De contingenteringspolitiek van de Regering houdt zijnsinziens onvoldoende rekening met de bijzondere omstandig-heden waarin Rotterdam, dat zozeer van oorlogsgeweldgeleden heeft, als grote stad met een snel toenemende bevol-king, verkeert. B, 6 W. hebben reeds jarenlang hierop steedsweer gewezen en bepleit Rotterdam als ,,noodgebied no. 1"aan te merken. Hoewel zij niet overtuigd zijn van erkenningvan deze, voor de volkshuisvesting zo nadelige positie, ver-trouwen zij dat het althans aan Rotterdam zal worden toege-staan, jaarlijks zoveel woningen te bouwen als met de capa-citeit van de arbeidsmarkt overeenkomt. Zij hebben te dieneinde voor de jaren 1956 t.m. 1960 een vijfjarenplan opge-steld, dat in de bouw van 6.000 tot 6.500 woningen per jaarvoorziet. Een aantal, dat hoger is dan het tot dusver toege-kende contingent, doch in overeenstemming met de maximalemogelijkheden, die het thans beschikbare arbeidsreservoirbiedt.Wij merken hierbij op, dat de jongste maatregel van MinisterStaf, bouwvakarbeiders in militaire dienst in het komendevoorjaar met klein verlof te zenden en bouwvakarbeiders uit-stel van opkomst te geven, mits zij voor de duur van de ,,ge-wonnen" periode zich verplichten in de woningbouw werk-zaam te zijn, waarschijnlijk bij samenstelling van dit centraalrapport nog niet bekend was. Van de 1.000--1.200 hiervoorin aanmerking komenden -- het is nog een vraag, hoevelenvan de genoemde maatregel gebruik wensen te maken --zouden verhoudingsgewijs ongeveer 75 bouwvakarbeiders voorRotterdam beschikbaar komen, waarbij dan de tweedevraag komt of zij voor woningbouw in Rotterdam, dan welelders zullen worden ingezet.Aangaande unificatie van bouwverordeningen en standaard-plattegronden, zoals deze voor arbeiders -- (lees: woningwet)-- woningen zijn gepubliceerd, merken B. & W. van Rotter-dam op, dat mede met het oog op de komende nieuwe Wo-ningwet, welke de grondslagen zal moeten leggen voor unifi-catie met betrekking tot de opzet, de indeling en de juridi-sche vormgeving der bouwverordeningen, de Modelbouw-verordening 1952 niet zonder meer thans wordt aanvaard.Bij de nieuwe woningbouwplannen wordt reeds zoveel moge-lijk naar standaardisatie van sommige onderdelen der wonin-gen gestreefd.Tekenend voor de ernst van de toestand zijn de genoemdecijfers in antwoord op vragen omtrent vrees voor afvloeiingnaar andere beroepen door bouwvakarbeiders bij werkloos-heid ten gevolge van afremming van de bouw in de sectorutiliteit en aangaande de thans bij de woningbouw in Rotter-dam werkzame bouwvakarbeiders, ingezet op werken met eenbouwsom groter dan / 2.000,--. Indien deze financiele grensbij een begroting van voor de oorlog in het geding zou zijngebracht, zou men ten rechte hebben kunnen opmerken datdit op complete woningen betrekking zou kunnen hebben;helaas kunnen er thans misschien slechts garages en schuur-tjes voor worden gebouwd en kunnen wij deze ,,mits" dusgevoegelijk buiten beschouwing laten.Het blijkt, dat op 1 October 1954 4.361 bouwvakarbeiders inRotterdam op werken in uitvoering ad / 112.000,-- hielpende volksvijand no. 1 te bestrijden; voor een jaar later warende getallen respectievelijk 3.127 en / 101.000, -- ! Het aantalwerknemers is met ruim een vierde teruggelopen, de in uit-172 voering zijnde woningbouwwerken vertonen waarschijnlijkvooruitgang in grootte en aantal. Weliswaar is het bedrag van/ 101.000,- lager dan / 112.000,-, doch de lonen en prij-zen zijn in de tussentijd zodanig gestegen, dat bovengenoem-de conclusie met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheidte trekken is!De gemeenteraad vraagt zich -- zoekend naar een oplossing-- af of systeembouw in meerdere mate arbeidsbesparend istegenover gerationaliseerde gestandaardiseerde traditionelebouw en hoe zich in hetzelfde vergelijk de bouwkosten, bouw-tijd en. -- daaruit voortvloeiende -- de huren verhouden.Het antwoord van B. & W. luidt dat op grond van een orien-terend onderzoek op basis van incidentele gegevens moetworden geconcludeerd, dat systeembouw -- afhankelijk vanhet bepaalde systeem -- niet of slechts weinig arbeidsbespa-rend is in vergelijking met de bedoelde traditionele bouw.Geen duidelijk verschil is geconstateerd tussen de bouwtijdbij traditionele bouw en bij systeembouw. De bouwkosten zijnbij de laatste eerder hoger dan lager, hetgeen mede tot uit-drukking komt in de huren.Ook hier dus weer helaas sombere gezichtspunten; de veel-koppige draak der woningnood blijkt bijkans niet te verslaanen velen zien halsreikend uit naar de St. Joris, die ons vandit monster weet te verlossen!Met de moeilijkheden van te geringe bouw van woningen zijnde moeilijkheden van toewijzing van gereed en vrijgekomenwoonruimte onverbrekelijk verbonden. In Rotterdam zijn demigratiegroepen in de hoogste urgentiegroepen opgenomen envan de woningwetbouw wordt 30% voor deze groep gereser-veerd. Wehswaar zeggen B. & W. althans voor de toe-komst het aantal urgentiewoningen, dat aan migranten wordttoegewezen te beperken, doch mocht het dit college inderdaadgelukken dan is het nog een druppel op een gloeiende plaat.Tussen haakjes, 40% der beschikbaar komende woonruimtemag door woningbouwverenigingen in Rotterdam aan haarcandidaten worden toegewezen; uiteraard rekening houdendmet door de dienst van volkshuisvesting uitgevaardigde, be-perkende bepalingen.Hoe ernstig de toestand der woningnood in Rotterdam is,leren ons de cijfers van de aantailen inwoners en woningen,respectievelijk per 1 Januari 1945 en 1 Januari 1955. In die10 jaren blijkt de bevolking met 16,73% toegenomen te zijn;het woningbezit helaas echter maar met 13,28%. Ook Rot-terdam moet dus de ernstige klacht hebben, evenals zoveleandere groeiende gemeenten in ons land, dat de toestandsteeds somberder wordt en dat de oplossing der woningnoodin haar gemeente eerst over enige tientallen jaren een feitzal zijn.Onthutst over de inhoud van het hoofdstuk volkshuisvestingvan het centraal rapport over de begroting van Rotterdamzijn wij tot het schrijven van het bovenstaande gekomen.In tijden van nood blijkt ons volk, alle splijtzwammen en sec-tarisme ten spijt, toch een te kunnen zijn. Een ieder denkt danaan de afgelopen oorlog en aan de stormramp van Februari1953. Is het het aanschouwelijke van die calamiteiten, dat onstot eensgezindheid brengt? Woningnood zegt en doet velenvan ons niets en veelal niet diegenen die er het meest overschrijven en praten! Velen zou de schrijnende werkelijkheidkunnen worden bijgebracht door documentaires over woon-ellende: in gesproken woord door medici en volkshuisves-tingsambtenaren, in beeld door fotografische en film-opna-men.Mogelijk dat men daar dan ook in de ware zin -- stil vangaat worden en men eendrachtig, zwijgzaam, maar verbeten,zich aan de enorme taak zet ons volk van deze vreselijkeplaag te bevrijden!Hn.Een korte rectilicatie van ,,De Dellgauwse Weije"De lezers zullen wel reeds begrepen hebben waarover het gaat. In onsvorige nummer hebben wij een uitvoerig artikel over ,,De DelfgauwseWeije", een complex nieuwbouw van de Cooperatieve Bouwvereniging..VOLKSHUISVESTING" geplaatst en door een betreurenswaardigefout is halvcrwege het artikel de naam ten onrechte in ,,DE VOLKS-WONING" veranderd.Voor zover ons bekend, bestaat er in Delft niet eens een woningbouw-vereniging van die naam. Gelukkig maar, VOLKSHUISVESTING, DEVOLKSWONING, VOLKSBELANG en soortgelijke namen komenveelvuldig in onze administratie in verschillende plaatsen van ons landvoor en dan kan al schrijvende of door een bezoek of telefoongesprekonze aandacht van VOLKSHUISVESTING zijn afgeleid naar VOLKS-WONING.Wij zullen in het vervolg nog nauwkeuriger de drukproeven moetencorrigeren. ' Hn.Wat doen wij in de toekomst met onze duplex-woningen ? - IIIn het nummer van ,,De Woningbouwvereniging" van Sep-tember 1954 komt een artikeltje voor onder bovenstaandetitel en geschreven door de heer Plompe, penningmeester vande woningbouwvereniging Goed Wonen in Hoorn.Als ik het goed begrepen heb wil de heer Plompe ons nietbezwaren met extra ,,ouden van dagen woningen", wijl na deoorlog het type woning toch al kleiner is geworden en bij hemniet vaststaat dat in de toekomst voor al die bejaardenwo-ningen emplooi zou zijn. Hoewel ik geen statisticus nochsocioloog ben zie ik dat iets minder somber in. Hij echterzou de duplex-woningen voorlopig voor ouden van dagen enook voor alleenwonenden willen bestemmen en zou hij gelijken ik ongelijk krijgen, dus zou de behoefte aan zelfstandigehuisvesting voor deze groepen verminderen dan zou het grotevoordeel zijn dat we niet met kleine woningen blijven zittenmaar er simplexwoningen van maken (behoorlijk eengezins-huis).Is het dit of zit de heer Plompe eigenlijk meer met het vol-gende: waar moeten de gezinnen, die uit de duplex-woningenzijn gegroeid, heen?In een kort onderschrift vraagt de redactie hoe de lezersover een en ander denken. Veel reactie is in ,,De Woning-bouwvereniging" niet gepubliceerd. Dit is jammer want hetdoor de heer Plompe aangesneden onderwerp is zeker deaandacht waard. Ik zou dan ook graag het onderstaande alsmijn zienswijze willen geven.De opmerkingen van de redactie, waar zij schrijft ,.Duplex-woningen zijn niet ontworpen en gebouwd voor ouden vandagen. Vaak heeft men ze gebouwd met de bedoeling straksruime eengezinshuizen te hebben. Houdt men de duplex-wo-ningen in stand, dan blijft een noodoplossing, die als tijdelijkis voorzien, bestendigd" zijn mij uit het hart gegrepen.Vele gemeenten zaten met de moeilijkheid dat er te weinigwoningen zijn voor de woningzoekenden. Uit dit probleem isdestijds het idee van de duplex-woning ontstaan, n.l. eerst intweeen laten bewonen, bij de groei, zowel van de gezinnenals van de woningvoorraad, een gezin er uit en het anderegezin het gehele huis.Mede financieel is een basis gelegd voor 10 jaar duplex-woning ( dubbele bewoning dus). Vele gezinnen zijn echtereerder aan een grotere woning toe, hetzij doordat ze eenduplex zijn ontgroeid door hun gezinssamenstelling, hetzij datdoor de duplex een verdere uitgroei wordt geremd.Over de vraag in hoeveel tijd pasgehuwden een duplex-wo-ning ontgroeien bestaat nog wel verschil in opvatting.Er zal steeds ernstig naar gestreefd moeten worden om voorgezinnen, met een of meer kinderen, die uit de duplex-woningzijn gegroeid een ruimere woning, vrij huis of etagewoning,toegewezen te krijgen.De vrijgekomen duplexen dienen dan achter wederom doorwoningzoekenden, die in het huwelijk willen treden of jong-gehuwden, te worden betrokken. Niet juist is het m.i. wan-neer een jong gezin, op grond dat het meer kan verwonen.een ruimere woning dan een duplex krijgt toegewezen.Soms zal gepoogd worden tot ruil te komen. een ouder echt-paar, voor wie de huidige woning te groot is geworden naarde duplex en het groeiende gezin naar de geheel zelfstandigewoning. Hoewel dit principieel niet juist is, ware dit in depraktijk wel goed te keuren voor zover dit niet al te veelvul-dig voorkomt. Het zou dan gewenst zijn dat het niet groeiendegezin (bejaard echtpaar, eventueel alleenwonende) de tijde-lijke oplossing -- dus de bovenverdieping -- 'betrekt, om tegemakkelijker als de tijd van eenwording er is met de minstekosten, de benedenbewoners het gehele pand te kunnen laten.Er dient speciaal tegen gewaakt te worden dat een complexduplex-woningen een uitgesproken bejaardenbuurt gaat vor-men, zeer zeker voor de komende tijd. We moeten ondanksalles het oog op de toekomst gericht houden. Zouden wethans min of meer een bejaardenbuurt scheppen in duplex-complexen dan zal het straks, na afloop van de 10 jaar du-plexexploitatie, moeilijker zijn de ,,normale" gezinnen er inonder te brengen als het simplexen geworden zijn. Tevensbestaat het gevaar dat het een kringloopje wordt. Is namelijkde ene duplex-woning in gebruik bij ouderen en komt de bij-behorende woning beschikbaar, dan bestaat de neiging omook daar op dit moment, ten gerieve van beide partijen --gezien de aard van de woninggehorigheid e.d. -- een niet zoheel jong gezin te plaatsen. Zo blijft dit dan doorgaan medegezien het feit dat beide woningen vrijwel nimmer gelijktijdigleeg zullen komen.Bij het bezien van deze kwestie moet tevens in aanmerkingworden genomen dat in het algemeen jongere mensen vakeren gemakelijker tot verhuizen zullen overgaan dan ouderepersonen (die hier dan ,,pas" 4 of 5 jaar wonen) of alleen-wonenden.Zou het zo zijn dat vele ouderen of alleenwonenden een groothuis bewonen en wel kleiner willen gaan wonen, terwijl eruit het oogpunt van woonruimteverdeling werkelijk behoefteis aan die, thans door hen bewoond wordende, ruimere huizen,maak dan ruil aantrekkelijk door de aanwezigheid van wer-kelijk goede woningen voor ouden van dagen. Wellicht biedtuitbreiding van het aantal woningen voor ouden van dagen,hetzij als vrijstaande huisjes hetzij ondergebracht in een flat-gebouw, voor deze typen bewoners een economische oplos-sing, die met alle problemen op financieel, psychologisch, so-ciaal, technisch en mogelijk meerdere gebieden, waard is teworden onderzocht:a) Kan het financieel worden gedragen een vooroorlogse wo-ning voor een, speciaal voor hen gebouwde, nieuwe woningte ruilen?b) Zullen er genoeg alleenstaanden te vinden zijn die er voorvoelen bij elkander te wonen; wordt dat soms gevoeld alsvoor de buitenwereld getekend te zijn?c) Zullen de oudere vrijkomende woningen met minder ge-mak en gerief blijvende en voldoende opgang maken?Er zijn tegenstanders van het in een tijd van nood bouwenvan noodwoningen omdat de ervaring was (is) dat niets zoblijvend is als tijdelijke voorzieningen met de treurige bij-komstigheid dat het peil van het gebruik en/of van de gebrui-kers daalt.Laten wij niet in een dergelijke fout vervallen, laten wij onzeduplexwoningen waard blijven en die niet, met de beste be-doelingen overigens, gaan misbruiken.Ter voorkoming van misverstand nog dit, de ouden van dagenen de alleenstaanden nemen zeker niet een lager peil in dande jonge gezinnen waarvoor de duplex-woningen bestemdzijn, maar het gebruik, ongeacht van wat, voor iets waarvoorhet object niet bestemd is leidt tot een onjuist gebruik.Laten wij wel bedenken dat een woning voor ouden vandagen en ook voor alleenstaanden andere eisen stelt dan al-leen klein zijn en dat het een ongewenste, zo niet foutieve, op-lossing zou zijn om nu of in de toekomst kleine woningen enwoningen voor ouden van dagen of alleenstaanden als syno-niem te beschouwen. M. GERHARDT 173Huurovereenkomsten voor warmwaterapparatenWaar in de tegenwoordige woningwetbouw meer en meerwarmwaterapparaten -- hetzij boilers dan wel geijsers --worden aangebracht, lijkt het ons voor die woningbouwcor-poraties onder onze leden, die voor het eerst met deze voor-ziening ten gerieve van de toekomstigc bcwoners tc makenhebben, nuttig omtrent de huurovereenkomst hiervoor heteen en ander mede te delen.Geregeld ontvangen wij het verzoek een model huur-contract voor een warmwaterapparaat ter informatie aanbesturen van woningbouwverenigingen te zenden, opdat men^-na aan de hand van dit model een definitief contract tehebben laten vervaardigen -- dit aan de bcwoner ter tekeningvoor kan leggen.Wij hebben reeds direct aangevoeld, dat een apart contractvoor deze voorziening de huurder aan te bieden, een onno-dige administratieve rompslomp meebrengt. Consequentdoorredenerende, zou men voor iedere voorziening, zoalscentrale verwarming, wasapparaat, gemeenschappelijke tuinen dergelijke aparte contracten moeten laten tekenen en hetgevolg daarvan zou zijn dat en huurder en woningbouw-corporatie met respectievelijk een stel contracten en een gelijkaantal duplicaat-contracten zitten en men zodoende in eenpaperassenwinkel terecht is gekomen, waar eenvoudige liedenniet meer uitkomen.Aparte contracten zouden tevens tal van artikelen dienen tebevatten, waarin allerlei technische gegevens ten aanzienvan gebruik en onderhoud zouden zijn vermeld, waardoordeze documenten niet aan leesbaarheid zouden winnen.Het meest eenvoudige en voor de hand liggende is dan ookin de bestaande huurcontracten voorschriften ten aanzien vande huur van centrale voorzieningen op te nemen. De huurdient afzonderlijk te worden vermeld, bijvoorbeeld als volgt:verklaart in huur tc hebben aangenomen vanhet perceel tegen een huurprijs van / '-,'-; incl.water / '-,--, heetwaterapparatuur / --,--, tuinfonds / --',--enz. te voldoen ".In het artikel omtrent de inventaris van de woning kan eenalgemene redactie worden gesteld, zoals bijvoorbeeld:,,De voorwerpen, welke geacht worden tot de inventaris vanhet gehuurde te behoren, moeten te alien tijde in goede staatkunnen worden getoond. Bij het ingebreke blijven daarvankan de verhuurder de kosten voor het aanvullen van hetgeenontbreekt en het herstellen van hetgeen niet in goede staatis, van de huurder vorderen".De technische uiteenzetting omtrent het gebruik van de warm-water-apparaten worden door de fabrikant of importeur bijieder apparaat verstrekt en kunnen dus de huurders ter handworden gesteld. Desgewenst kan in zulk een instructieboekjcworden bijgedrukt of op een aparte circulaire aan de bewo-ners worden vermeld dat van de zijde van de woningbouw-corporatie voor regelmatig onderhoud en controle omtrent hetgoed functionneren zal worden gezorgd, terwijl de huurderstevens nadrukkelijk worden gewaarschuwd niet zelf de appa-raten te repareren, te demonteren of inwendig schoon te ma-ken. Men dient in zulke gevallen de woningbouwcorporatiete waarschuwen, die door een deskundige een en ander zallaten verrichten; tevens voorkomt men daarmede dat de huur-der zich door ondeskundige behandeling kosten voor hetweer in orde brengen van het apparaat op de hals haalt.Tegen de winter zou in een circulaire aan de huurders of eenbetreffende aankondiging in het mededelingenblad van dewoningbouwcorporatie de aandacht weer kunnen worden ge-vestigd hoe het warmwaterapparaat bij vorst te behandelen.Uiteraard kan de leverancier van de apparaten de vereniginghieromtrent, zo ook omtrent andere technische vragen, vol-ledig inlichten.Hn.regetingenm voorschrifien74Komt er weer een subsidieregeling winterschilder-werk?Overgenomen uit: ,,De Bouwer", orgaan van de AlgemeneNederlandse Bouwbedrijfsbond --- 8 September 1955Overheidsinstanties, onder andere de DACW, onder welkede uitvoering van de subsidieregeling winterwerk resulteert,hebben reeds thans nagegaan of het noodzakelijk is in hetkomende winterseizoen de subsidieregeling winterschilder-werk wederom toe te passen.Besprekingen tussen ir. Rademaker, hoofd van de DACWen het dagelijks bestuur van de Stichting Mebesal hebbenplaatsgevonden en in deze besprekingen is het bovenstaandepunt uitvoerig behandeld.De eerste vraag welke beantwoord moest worden was: Is het,gezien de geringe werkloosheid in het schildersbedrijf, te ver-wachten dat ook in de komende winter een beduidend aantalschilders werkloos zal zijn?Deze vraag te beantwoorden is niet eenvoudig. Immers mo-menteel is het aantal werkloze schilders practisch nihil, het-geen uit onderstaande tabel blijkt.Uit deze tabel blijkt eveneens, dat gedurende de wintermaan-den er in het schildersbedrijf nog steeds een groot aantalschilders werkloos is. Er valt te constateren, dat over demaanden November 1954 t.m. Februari 1955 het aantal werk-lozen beduidend minder is dan over de voorgaande winter-periodes.Gezien het feit, dat het schildersbedrijf altijd een seizoenbe-drijf is geweest en ook wel zal blijven, mag de vraag gesteldworden of het geringe aantal werklozen in de laatste winter,in vergelijking met vorige winters niet mede te danken isaan het toepassen van de subsidieregeling.Wij meenden deze vraag bevestigend te moeten beantwoor-den en daarbij te moeten vaststellen, dat zonder de subsidie-regeling er een veel groter aantal werkloze schilders zou zijngeweest.De DACW en Mebesal kwamen dan ook tot de conclusie,dat ook in de komende winter de subsidieregeling moet wor-den toegepast.Een andere vraag was: Bestaat er geen gevaar dat door hetonverkort toepassen van de subsidieregeling, de arbeidsmarktwordt overspannen?Deze vraag meende de heer Rademaker van de DACW be-vestigend te moeten beantwoorden en eerlijk gezegd het da-gelijks bestuur van Mebesal ook.Om deze overspanning te voorkomen zou het mogelijk zijn,evenals dit in de afgelopen winter reeds het geval was, deArbeidsbureaux de bevoegdheid te geven om, daar waargeen werkloze schilders staan ingeschreven, de subsidierege-ling buiten werking te stellen.Unaniem waren wij, inclusief de heer Rademaker, echter vanmening, dat, gezien de slechte ervaringen welke wij bij hethanteren van deze maatregel in de afgelopen winter hebbenopgedaan, iets dergelijks niet moest worden toegepast.Daar er echter toch maatregelen getroffen moesten wordenter voorkoming van een overspannen arbeidsmarkt, stelde deDACW voor dat:1. het buitenwerk in de komende winter niet meer onder desubsidieregeling zal vallen;2. de duur der subsidieregeling, welke normaal vanaf halfNovember tot en met eind Februari loopt, bekort moetworden.Voor wat het eerste punt betreft, meenden de werknemers-Geisers zijn duurzame gebruiksartikelenW 1200De enige geisermet een binnenwerk vangepatenteerde constructie,geschikt voorhoge temperaturen.-geisers zijn het duurzaamstDe lange levensduur, resultaat van de grote soliditeit,houdt de exploitatiekosten laag, hetgeen bij deexploitatie van woningen van het grootste belang is.Aiieen de W 1200 geeft zonder manipuiaties:1 * Heet water, zowel in de keuken alsop een tweede tapplaats.2* Gemengd warm water voor de douche of wastafel.'n A.S.W.-product van: R. S. STOKVIS & ZONEN N.V.'"'--at"ac/,DAMP - REGENdat zijn Uw grotevijanden bij hetalscliilderen vanbuitenwerk.Indien U de onovertroffen GARANTIE STAND-VERVEN toepast, kunt U de droging van dezeklassieke- 5 jaar gegarandeerde sterke ver< ver-snellen, door toevoeging van T O K I O NC H R O M I X.Tokion Chromix wordt in dezelfde kleuren alsGarantie standver{ geleverd.LAK EN VERNISFABRIEKEN WED. BOONSTOPPEL ? ZONEN N.V.WADDINXVilN T?l. K 1138 3S0 HOllANDALMELO - LEEUWARDEN - DEN HAAG - ROTTERDAMIn geheel Nederland ondervinden architecien en aannemersdagelijks de grote voordelen weike deFUSEE DAKCONSTRUCTIEOOK VOOR DE WONINGBOUW BIEDTMel Fusee's * snel onderdak?k brandvrij, isolerend-k geen onderhoudINLICHTINGEN EN BROCHURE:N.V. NEFUMIJ, TETERINGSEDIJK 6, BREDA, TELEFOON 0 1600-5990-672475vertegenwoordigers geen bezwaar te moe^en maken, de werk-geversvertegenwoordigers aanvankelijk wel, doch daar hetinvoeren van de subsidieregeling staat of valt met het aan-vaarden of afwijzen van deze maatregel, verklaarden ook zijzich hiermee accoord.Voor wat het tweede punt betreft, konden wij in principegeen bezwaar maken. Van de zijde van Mebesal is echterbetoogd dat, indien de duur der regehng verkort meet wor-den, de einddatum zoveel mogehjk gehandhaafd diende teblijven.De begindatum kon ons inziens dan beter iets later gesteldworden, vooral indien hieraan tijdig pubhcatie wordt ge-geven.Toegezegd is dat met deze wens zoveel mogelijk rekening zalworden gehouden.Een ieder zal begrepen hebben, dat er nog geen definitievebeslissing is genomen ten aanzien van de wel of niet invoe-ring der subsidieregeling.Een ding staat echter vast, namelijk: Indien er een gunstigebeslissing wordt genomen, dan zal het buitenwerk niet meeronder de regeling vallen en zal de duur der regeling bekortworden,Wij hopen binnen niet al te lange tijd definitief hierover ietstc kunnen mededelen.H. L. de JongAantal werkloze schilders1950 1951 1952 1953 1954 1955Tanuari 4374 7036 8878 7437 3250 1866Februari 3721 5286 6661 7469 3263 1326Maart 1278 3388 3901 4414 1521 820April 642 2030 3121 2047 515 199Mei 406 816 2062 924 239 94Tuni 358 403 1675 617 168 84Juli 356 459 2123 567 331Augustus 285 467 1913 448 228September 597 647 2118 506 183October 1421 1627 4929 1326 590November 3998 5106 8032 2483 1351December 6437 7463 9017 3374 2233176V.R.T. 1949Bekendmaking no. VII dd. 9 Juli 1955De Interpretatie-Commissie V.R.T. 1949, ingesteld door deBond van Nederlandsche Architecten B.N.A., de NationaleWoningraad en de Minister van Wederopbouw en Volkshuis-vesting bij brieven van resp. 26 Mei 1950 en 7 Juli 1950, maaktmet betrekking tot de toepassing van de laatste zinsnede vanart. 20 van de V.R.T. 1949, luidende:,,Indien een opdracht meer dan 500 woningen omvat, zal hethonorarium naar evenredigheid van het aantal woningen metde tabel als grondslag naar billijkheid worden vastgesteld",het volgende bekend:De billijkheid, bedoeld in de tekst van de hierboven aange-haalde zinsnede uit art. 20, wordt door de Commissie op devolgende wijze geinterpreteerd:Indien een opdracht meer dan 500 woningen omvat, wordtvoor elke woning boven 500 het honorarium verhoogd met:a. voor opdrachten, waarvoor een of meer der in art. 21 (zo-als dit dd. 5 Augustus 1953 is gewijzigd) genoemde werk-zaamheden op 1 Januari 1954 waren voltooid:/ 31,^-- per woning indien de gemiddelde inhoud der wo-ningen kleiner is dan 225 m-^ en klasse B op dewoningen van toepassing is;/ 34,^-- per woning indien de gemiddelde inhoud derwoningen kleiner is dan 225 m'^ en klasse A opde woningen van toepassing is, resp. indien dewoningen een gemiddelde inhoud hebben tussen225 en 250 m"' en klasse B op de woningen vantoepassing is;/ 37,^-- per woning indien de woningen een gemiddeldeinhoud hebben tussen 225 en 250 m-^ en klasse Aop de woningen van toepassing is, resp. indiende woningen een gemiddelde inhoud hebben tus-sen 250 en 275 m^ en klasse B op de woningenvan toepassing is.en zo vervolgens met / 3,-- per woning opklimming voorelke volgende groep;voor opdrachten, verleend na 31 December 1953 en voorde resterende gedeelten der sub a. bedoelde opdrachtenworden de in lid a. genoemde bedragen voor elke groepverhoogd door vermenigvuldiging met 122 en deling door115 en vervolgens afgerond op halve guldens, i)Waarschijnlijk zal een nieuwe bekendmaking van de Interpretatie-com-missie komen, waarbij bepaald wordt, dat voor opdrachten, verleend na30 September 1954 en voor de resterende gedeelten der sub a. bedoeldeopdrachten, de in lid a. genoemde bedragen verhoogd worden doorvermenigvuldigen met 129 en deling door 115 en vervolgens afgerondop halve guldens.Subsidie voor schilderwerk, uitgevoerd in de winter-maandenBeschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksge-zondheid van 25 oktobec 1955 - No. 8759 - Directie voor deArbeidsvoorziening.De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,Besluit:ter bevordering van de werkgelegenheid in de wintermaandende navolgende regeling te treffen met betrekking tot de ver-strekking van subsidie voor schilderwerk, uitgevoerd in dewintermaanden.Subsidie kan worden verleend voor schilderwerk, indien aande hieronder volgende bepalingen wordt voldaan. De uitvoe-ring der regeling is opgedragen aan de Dienst AanvullendeCivieltechnische Werken (D.A.C.W.) met inschakeling vanhet Bedrijfschap Schildersbedrijf, dat de uitvoering in handenlegt van het dagelijks bestuur van de stichting Mebesal.1. Soort van werk.Voor subsidie komt in aanmerking alle binnenschilderwerk,binnenwit- en sauswerk, uitgezonderd:a. werken ten laste van het rijk;b. werken ten behoeve van nieuwbouw;c. werken ten gevolge van verbouw;d. werken, uit te voeren in eigen beheer.Voor woningbouwverenigingen kan, na overleg met deD.A.C.W., een uitzondering ten aanzien van de onder d ge-noemde werken worden gemaakt.ad b. Onder nieuwbouw worden verstaan die werken, welkenog nimmer geheel zijn afgeschilderd.ad c. Onder verbouw worden verstaan die werken, waarbijwerkzaamheden, andere dan schilderwerken, de hoofdzaakzijn en waarbij het schilderwerk noodzakelijk uit deze anderewerkzaamheden voortvloeit.Veranderingen aan de te schilderen onderdelen (bij voor-beeld bekleding van deuren of plafonds) worden niet als ver-bouw beschouwd. Bijkomende werken, die niets met het schil-derwerk te maken hebben (bij voorbeeld leggen van een nieu-we vloer), blijven buiten beschouwing. In twijfelgevallen be-slist de D.A.C.W. Tot gebouwen worden ook gerekendwoonwagens en woonarken. Meubelen, welke spijkervast methet gebouw zijn verbonden, worden gerekend tot het gebouwte behoren. Als spijkervast worden ook gerekend niet vastverbonden meubelen in te schilderen kerken en lokalen vanscholen en ziekenhuizen.2. Subsidie-aanvraag.De subsidie-aanvraag wordt per formulier, waarop de voor-waarden, verbonden aan de subsidieverlening, zijn vermeld,getekend door de opdrachtgever en door de schilderspatroon,die het werk zal uitvoeren, in duple toegezonden aan Me-besal.Mebesal zendt een exemplaar, voorzien van haar advies,door aan de directie van de D.A.C.W.De directie beslist over het al of niet verlenen van het sub-sidie.3. Controle.De controle op de naleving der subsidievoorwaarden berustbij het Bedrijfschap Schildersbedrijf en bij het districtshoofdvan de D.A.C.W.De opdrachtgever is verplicht ambtenaren van het Bedrijf-schap Schildersbedrijf en van de D.A.C.W. op het werk toete laten ter controle, zowel tijdens de uitvoering als voor hetbegin en na het gereedkomen van het werk en inzage te ge-ven van de op het werk betrekking hebbende bescheiden.4. Kosten der te subsidieren
Reacties