muisvesflngebouw!S Orgaan van het Nederlands Instituut voor VolkshuisvestingIH Plan^^rTlevens gewijd aan de WederopbouwSi^OiCennber 1955 SSBeSii^6e Jaarganguw en van de Nationale Woningraad, waarin opge-ededelingen van de Rijksdienst voor het NationaleO 250 500 7SO /OOO/nK gewijd aan de IJlTIOnO-NOOnAlles op het gebied van MEETGEREEDSCHAPPEN o.a.Waterpasinstrumenten en Theodolieten (fabrikaat: O. Fennel-Kassel)Jalons, Waterpasbaken, linnen en stalen meetbanden, pentagon prisma's enz.W.vandeKampRegentesselaan 187's-GRAVENHAGETel. 399208 (K 1700)? . Eer we duizend dagen verder zijn.......kan er heel wat gebeuren. Wanneer U delaag HASCO-LAC synthetische Loodtitanaat-verf, die vandaag werd aangebracht, over3 jaar nog eens onder de loupe neemt, heeftU meieen de verklaring van het vertrouwen,dat eminente vakmensen sedert vele jarenin dit hoogv/aardig product stellen.Sohreudar's lakfabriBken-Sohoonhovoifi Holland^pw^s~- ?xxxw^ I I I ty^^g^Mrri\''.^^fiiiii!ii!iiiiiiiiiiiiiiiiiiiii||||iiiiii|iiiiiiiii)aga.L?dNatte doorslaande gevels en murendoor speciale behandelinggegarandeerd waterdicht(5 jaar schriftelijke garantie)20-jarige ervaring.Vraagt kosteloos inlichtingen bij:Fa. A. VAN DER LINDEN - ROTTERDAMESSENBURGSTRAAT 127-a -- TELEFOON 39504Machines enGereedschappen^w voor het Bouwbedrijf,,MABO"Wingerdstraat 32-34's-GEAVENHAGETel. 32.15.99 (K 1700)MakelaarskantoorA.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle TerzekeringenvoorISOLATiE ?DECORATIE ?ACOUSTIEK ?H.H. ARCHITECTEN:Komt U wel eens in DELFTbij ,,De Porceleyne Fles" methaar wereldberoemde mon-sterkamers? Geeft dan Uwaandacht ook aan de plafonds.U zult er versteld van staanwat U met SCHEWIL kuntbereiken! Zij zeggen: ,,Dit iswerkelijk af".Bouwplatenfabriek Wiilemse Delft N.V. - Etten N.B.Oude Kerkstraat 17, Tel. K 1608-572, b.g.g. nos. 578 en 585Houthandel Tan Diemenstraat'Eig. W. van Tilburg & J. A. P. van BeekVan Diemenstraat 39 -- DEN HAAG -- Telefoon 330738+ -^ +HOUT . BOABD . TRIPLEXKASTPLANKEN en LIJSTWERKVoor GLASN.V. DORDTSCHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALEN.Tijdschrift voorVolkshuisvesting en StedebouwOrgaan van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw en de NationaleWoningraad, Aigemene Bond van Woningbouwverenigingen, waarin opgenomen de mede-deiingen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, en tevens gewijd aan de WederopbouwRedactiet Mr. H. W. Bloemers, J. Bommer, ]hr. M. J. I. de Jonge van EUemeet, B. Merkelbach, Mej. Mr. H. J. D.Revers, Ir. L. S. P. Scheffer, Dr. Ir. F. Bakker Schut, Drs. H. van der WeijdeAdres voor Redactlc en Abonnemcnten! Lange Voorhout 19, 's Gravenhage, Telefoon 184225Advcrtenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Postgiro nummer 113028, Telefoon 49128 ('s avonds: Haarlem, Orion-weg 119, Telefoon K 2500 25560)december 195536e Jaargang ^ No 12MaandbladTen geleideHier in Nederland geloven wij bij ons werk aan de stede-bouw in een samenspel van Rijk, provincie en gemeente. Wel-licht moet ik de volgorde anders nemen: gemeente, provincieen Rijk. Maar in ieder geval, er spelen drie partners mee,terwijl in de meeste andere landen een der drie aan de kantmoet blijven staan. Zo bijv. in Belgie de provincie; in Enge-land de gemeente, voorzover zij tenminste niet de rang vancounty heeft. Maar in ons land verkiezen wij op dit gebiedhet trio boven het duet. En wij doen dit, naar mijn mening,terecht.Nu hebben wij het ons daarmee niet gemakkelijk gemaakt.Van de medespelers wordt een grote gave voor samenspelgevraagd. De partituur ziet er ingewikkeld uit en ook aan deaigemene regels voor het spel in de wet worden hoge eisengesteld. Onze wetgever is hierop niet aanstonds ingeschotengeweest. De regeling van voor 1941 heeft niet geheel voldaanen van de tegenwoordige kan men evenmin zeggen dat zijgeen wensen overlaat. Juist omstreeks de tijd, waarop ditnummer verschijnt, wordt de laatste hand gelegd aan hetvoorstel voor een nieuwe regeling, waarvan ik hoop dat zijeen beetje meer voldoening zal geven aan alle medespelersen vooral ook aan de gewone burger, voor wie tenslotte hethele werk is bedoeld.Maar een wet kan een papieren ding blijven. Bij een wette-lijke regeling komt het er in laatste instantie op aan of enhoe de praktijk haar tot leven brengt. En dit geldt wel bizon-der voor het stedebouwkundige werk. Wederzijds begriptussen de deelnemers en zin voor samenwerking zullen steedsvoorwaarden zijn voor het welslagen van zulk werk in eenland als het onze, waar zoveel belangen in een klein bestekin elkaar grijpen.Daarom doet het mij veel genoegen dat het vraagstuk aan deIJmond in deze geest is aangepakt.Toen mijn ambtsvoorganger de Werkcommissie Westen desLands instelde, trok hij een hoge wissel op de medewerkingvan de daarin vertegenwoordigde organen. Een vrijwilhgesamenwerking tussen het Rijk, drie provincies en drie grotesteden -- en dan nog wel voor het uitwerken van voorstellenvoor het meest beheersende probleem van nationale ruimte-lijke ordening -- was lets waaraan de wetgever in zijn opzetniet had gedacht. Ook was er allerminst een kant en klaarrecept voor de wijze, waarop het resultaat van dit beraad informele maatregelen zou moetcn worden verwerkt. DeIJmond was het eerste geval, waarin deze methode op haarbruikbaarheid zou worden getoetst. En zeker geen gemakke-lijk geval!Dringende nationale belangen eisten ruime expansiemogelijk-heden voor zware Industrie in een gebied, waar eigenlijknauwelijks armslag voor dergelijke nieuwe ontwikkeling kanworden gegeven. Een deel van de streek zag zich zijns on-danks geplaatst voor een sociale omwenteling met de daaruitvoortvloeiende moeilijke aanpassingsproblemen voor de bur-gerij en de gemeentebesturen. De provincie zag haar reedsver in voorbereiding zijnd streekplan ineens op een anderebasis gesteld en kreeg voor belendende streekplangebieden derepercussies onder het oog te zien. En in de sfeer van deRijksbelangen lag de zaak evenmin eenvoudig doordat ookde toegang tot ons grootste zeevaartkanaal in het gedingwas. Om nog niet te spreken van Amsterdam en de Zaan-streek, die met bezorgde ogen toezagen wat er om zo tezeggen aan hun voordeur ging gebeuren.Thans kan bij deze eerste proeve van het gezamenlijke werkworden teruggezien op een door de Werkcommissie uitge-bracht interim-rapport; op een ontwerp-streekplan, dat voorde noordoever van het kanaal de hoofdlijnen van dat rapportals eigen provinciaal plan gestalte geeft; op een reeds duide-lijk in gang zijnd omschakelingsproces in de streek en opbelangrijke plannen en realisaties in de gemeentelijke sfeer.Ik kan mij thans uiteraard niet uitspreken over het streek-plan zelf. Wordt het door de Staten van Noordholland vast-gesteld, dan zal er voor mij een andere gelegenheid komenom mijn oordeel daarover te geven. Maar wel wil ik gaarnedit speciale IJmond-nummer van het Tijdschrift openen metmijn vreugde erover uit te spreken dat een dergelijk samen-spel in deze ingewikkelde materie kon worden bereikt.Er wachten nog moeilijke problemen, zowel aan de IJmondals bij de verdere studie van het Westen des Land als geheel.Mogen zij in dezelfde geest worden aangepakt en opgelost.(^,^>>^^^Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting 201202De Ymond-NoordDe Redactie heeft dit nummer in zijn geheel gewijd aan deruimtelijke ontwikkeling van de IJmond-Noord en aan deleiding, die van overheidswege aan die ontwikkeling gegevenwordt. Zij heeft daarbij de draad gevolgd, die in het woordvooraf van de Minister is aangegeven. Eerst komt de bijdragevan Rijkswege aan de orde in het artikel van de Heer Mr.J. Vink. Dan volgen twee artikelen -- van de Heren Ir. P. K.van Meurs en Drs. G. J. van den Berg --, die uiteenzetten watvan de zijde van de provincie gedaan is en wordt om, reke-ning houdend met nationale richthjnen, de ontwikkehng vande streek die leiding te geven, die bij een redehjke taakver-dehng tussen de drie partners, aan de provincie toevah.Wij komen vervolgens op gemeentehjk niveau. De Heer Ir.D. N. Dammers behandelt de bijdrage van de gemeente Vel-sen, die het zuideHjk deel van de IJmond-Noord omvat endie ook overigens nauw bij de verwachte ontwikkehng be-trokken is. En daarna komt aan de orde, wat welhcht hetmeest sprekende element van de gehele ontwikkeling is, deverwachte groei van de bestaande kern Beverwijk tot eennieuwe grote stad op het gebied van de gemeenten Beverwijken Heemskerk, De volgende bijdragen geven een inzicht inhetgeen ter voorbereiding van deze ontwikkeling op gemeen-tehjk niveau is ondernomen, ook hier weer gerangschikt vangroot naar klein, eerst het structuurplan in het artikel van deHeer Ir. L. Stoelinga, daarna iets over het onderzoekwerkten behoeve van de ontwikkeling van groot-Beverwijk in debijdrage van de Heer Ir. L. H. Jacobsen, ten slotte overhet stedebouwkundig plan voor de city en over dat voor deeerste nieuwe woonwijk, Oosterwijk, in de bijdragen van deHeer Jhr. Ir. }. de Ranitz.De Redactie hoopt dat uit dit nummer voor de belangstel-lende lezer een beeld zal oprijzen van het complex van vraag-stukken, waarvoor de overheid van Rijk, provincie en ge-meenten in deze streek staat en van de wijze, waarop dezedrie hieraan in onderling samenspel het hoofd bieden. Zijhoopt ook dat dit markante voorbeeld van ruimtelijke orde-ning in groot verband iets zal bijdragen tot de hernieuwdeaandacht en de waardering, die dit werk in Nederland nodigheeft, wil het zijn roeping kunnen vervullen.De IJmond als onderdeel van een nationaal probleem. > . - door Mr. J. VinkDe IJmond als vestigingsplaats I'oor het hoogovenbedrijf,,Er rijden ieder etmaal 600 zware ertstreinen om de Britsehoogovens gaande te houden" -- aldus de B.B.C. in een uit-zending tijdens de spoorwegstaking in Engeland in het beginvan dit jaar.Dit werpt meteen het hcht op de bizonder gunstige situatievan het Nederlandse Hoogovenbedrijf aan de IJmond. Daarkunnen de ertsboten onmiddellijk uit zee voor de wal komen,waar zij hun last als het ware aan de voet van de batterij hoog-ovens storten. Maar dit is niet het enige. Aan de landzijdeis het complex direct verbonden met het net van grote binnen-wateren en met het spoorwegnet. Het terrein zelf bestaat uitvaste zandbodem, die de zwaarste installaties kan dragen. Enhet ligt, niet te vergeten, bij het hart van het land. Een zeld-zame combinatie van gunstige voorwaarden, waarvan menbij de stichting van het bedrijf in 1918 met juiste blik partijheeft getrokken.Dat men hoogovenbedrijven thans aan de zeekust vestigt, isniet alleen een Nederlandse ontwikkeling. Ook elders in dewereld ziet men deze ligging verkiezen boven de vroeger ge-bruikelijke situatie, n.l. aanvankelijk bij de vindplaats van deertsen, later bij de steenkoolgebieden. Van deze tendentiespreken b.v. de hoogovens in de kuststreek van Noord-Duits-land en laatstelijk ook de grote nieuwe hoogovencomplexenaan de Atlantische kust van de Verenigde Staten. De beheer-sende factor hierbij is de mogelijkheid om door zeevervoer hetbeste profijt te maken van de kansen op de wereldmarkt voorhet betrekken van ertsen en steenkolen en voor de exportvan producten.Een andere tendentie, die zich bij deze industrieen over degehele wereld voordoet, is die tot vergroting van de eenhedentot een uitgebreid complex van bedrijven met onderling vanelkaar afhankelijke fabricageprocessen. Dit is op zijn beurtweer een gevolg van de voortgaande toeneming van het econo-misch productie-optimum door de huidige technische ontwik-keling. Zal het Nederlandse hoogovenbedrijf met het buiten-land kunnen blijven concurreren, dan zal het eveneens moetenkunnen uitgroeien tot zulk een modern geoutilleerd bedrijven-complex. Een belangrijke stap in deze richting is laatstelijkgedaan door de stichting van het (in 1953 geopende) Breed-bandcomplex.Deze beide feiten voeren al aanstonds tot de dubbele conclu-sie dat de gekozen plaats aan de IJmond voor het hoogoven-bedrijf speciale voordelen biedt en dat de verdere ontwikke-ling ook op diezelfde plaats, door uitgroei van het bestaandecomplex, moet geschieden.Een andere vestigingsplaats (b.v. aan de Nieuwe Waterweg),die voor 1918 in aanmerking had kunnen komen -- en ookinderdaad aan de orde is geweest -- kan thans niet meerworden overwogen. Het is dan ook begrijpelijk dat de IJmondals een der urgente punten van nationaal-planologisch beraadwerd genoemd, toen de vorige Minister van Wederopbouw enVolkshuisvesting in 1950 de Werkcommissie voor het Westendes Lands instelde.De Werkcommissie Westen des LandsHoewel dit eigenlijk een zijstap is, lijkt mij goed even in tegaan op de figuur van deze commissie en op haar aandeel inde vorming van de denkbeelden voor de IJmond. Ik doe ditenerzijds, omdat de hier gevonden vorm van samenwerkingreeds op zichzelf de aandacht verdient, maar vooral ook om-dat de gevolgde werkwijze een demonstratie vormt van demogelijkheid om langs de weg van gemeenschappelijk beraadte komen tot doorwerking van nationale planstudies in depraktijk. Dit is ook met het oog op de in voorbereiding zijndenieuwe wetgeving op de ruimtelijke ordening een belangrijkpunt.De commissie werd in het leven geroepen met het oog opeen opdracht, die de Minister als volgt formuleerde:1. een samenvattend onderzoek in te stellen naar de proble-men, die de bestaande en in de toekomst te verwachten ont-wikkeling in het westen van Nederland uit het oogpunt vannationale ruimtelijke ordening opleveren;2. voorstellen te doen voor maatregelen, die op grond vandit onderzoek zouden dienen te worden bevorderd, waarbijzoveel mogelijk voorrang dient te worden gegeven aan:a. het gebied in de omgeving van de IJmond;b. de agglomeratie van 's-Gravenhage.De opdracht werd verstrekt aan de Vaste Commissie van deRijksdienst voor het Nationale Plan in samenwerking metde provinciale besturen van Noordholland, Zuid-Holland enUtrecht en met de gemeentebesturen van Amsterdam, Rotter-dam en 's-Gravenhage. Hiervoor is als vorm gevonden deinschakeling van een speciale commissie: de ,.Werkcommissievan het Westen des Lands". Deze heeft als leden de vertegen-woordigers in de Vaste Commissie van de zes het meest bij dematerie betrokken Ministeries -1), alsmede van de drie pro-vincies en de drie grote steden. Zij wordt op haar beurt') Wederopbouw en Volkshuisvesting, Verkeer en Waterstaat, Land-bouw, Visserij en Voedselvoorziening, Economische Zaken, Onderwijs,Kunsten en Wetenschappen en Binnenlandse Zaken.bijgestaan door een Technische Werkgroep, gevormd uitambtelijke vertegenwoordigers van de planologische diensten.De Werkcommissie brengt haar rapporten uit door tussen-komst van de Vaste Commissie.Het eerste advies, ter voldoening aan het onder 2a vermeldedeel van de opdracht, vormde het Interim-rapport IJmond,dat in 1951 werd uitgebracht.Het was denkbaar geweest de aldus verkregen voorstellenverder te behandelen overeenkomstig de formele procedurevoor het vaststellen van een (partieel) nationaal plan. Dit ismet het interim-rapport IJmond echter niet gebeurd, hoewelde zaak er in zekere zin belangrijk genoeg voor was. Het lagechter meer in de lijn van het in de Werkcommissie gevoerdeberaad een informele weg in te slaan. De Minister vanWederopbouw en Volkshuisvesting heeft dan ook het interim-rapport, na verkregen instemming van de Ministerraad, door-gezonden aan het Provinciaal Bestuur van Noordholland, methet verzoek de daarin aangeboden richtlijnen in streekplan-verband nader te bezien en uit te werken. De provincie bleekaanstonds bereid deze taak op zich te nemen en heeft zichdaarvan met grote zorg gekweten. Zij heeft ook van de aan-vang af gezorgd voor het nodige contact met de stedebouw-kundige adviseurs van de in het gebied gelegen gemeenten,met het gevolg dat thans niet alleen een streekplan IJmond-Noord gereed is voor aanbieding aan de Provinciale Staten,maar tevens reeds allerlei gedachten in de gemeentelijke sfeervorm hebben gekregen of intussen reeds in het stadium vanuitvoering zijn gekomen.Er zijn natuurlijk, voor wie de stukken op de keper beziet,verschillen tussen het interim-rapport en de uitwerking daar-van in bindende plannen. Voor een deel zullen deze uit dediverse bijdragen in dit nummer ook wel blijken. Maar dehoofdgedachten zijn niet alleen overgenomen, maar hebben ineigen provinciale en gemeentelijke concepties gestalte gekre-gen. Ik acht dit een verheugend resultaat, waarvan menslechts kan hopen dat het beloften inhoudt voor het verloopvan de verder t.a.v. het westen te nemen maatregelen.Nationale belangen: 1. het aspect van de industrialisatieIk keer nu weer naar mijn uitgangspunt terug: het nationalebelang van de ontwikkeling aan de Ilmond. Dit dient nog weleven nader te worden toegelicht.In de eerste plaats is er dan het aspect van de industrialisatievan ons land als geheel. Het slagen daarvan is een levensbe-lang voor onze bestaansmogelijkheid bij een nog steedsgroeiende bevolking. In het verleden heeft ook de landbouween deel van het bevolkingsaccres opgevangen, maar dit magvoor de toekomst niet meer worden verwacht. Tegenover deinvloed van de intensivering van sommige teelten staat dievan de voortgaande rationalisatie en mechanisatie van hetlandbouwbedrijf. Daarbij komt, naar gehoopt wordt, de sa-nering van de kleine boerenbedrijven. Per saldo zal de land-bouwsector zelfs absoluut nauwelijks bevolking meer kunnenaantrekken, vermoedelijk zelfs mensen moeten afstoten.Welke verschuivingen er reeds zijn opgetreden in de samen-stelling van de beroepsbevolking en welke er nog verderworden verwacht, blijkt uit de grafieken van afb. 1. -i)De mogelijkheden zullen dus vooral moeten worden gezochtin de sector van de industrie. Wel zijn de ,,overige diensten"ook van toenemend belang, maar deze zijn voor een goed deeldirect of indirect afhankelijk van de primaire bedrijven en dedaarop gebaseerde bevolking. Zou dus de verdere industriali-satie niet slagen, dan zou het alternatief zijn een veel sterkereemigratie of een gevoelige verlaging van de levensstandaard.In de vierde industrialisatienota van de Minister van Econo-mische Zaken -) is voor het tijdvak 1953--1968 berekend,') Hierbij is gcbruik gemaakt van voorlopige ramingen van het CentraalPlanbureau bij een emigratie van 16.000 personen per jaar.-) Uitgebracht in maart 1953,ONTWIKKELING VAN DE BEROEPSBEVOLKING IN NEDERLAND SEDERT I899%PERSONE:3OOO0OOP _. _t- i/^ y'.^yC'^''/ ; 1/ ' 1 1/ /' T,"'~r'^'^""'="==/^^-"'' 1? !1 .:.,'''?'.?'*'?..??''_..*?''/ \ 1IJVERHEIOOVERIGE DIENSTEN=-"=1 LANDBOUW ?tc 25. . ^ ---^^NIJVERKEIDOVEniGE CHCNSTENLANDBOUW t1899 1909 1920 1930 1947 1950 1899 1909 1920 ?30 1947 I050Afb. 1hoe de gemiddelde jaarlijkse toeneming van de beroepsbevol-king zou moeten worden opgevangen. Uit de onderstaandecijfers blijkt dat de industrie alleen al meer dan SCf/f zoumoeten opnemen:Aantal te plaatsen personen gemiddeld per jaar:bij emigratie van in de industrie buiten de industrie20.00040.00027.00021.00054%51%23.00020.00046%49%Uit de onlangs verschenen vijfde industrialisatienota 0 blijktdat in de periode 1952--1954 het aandeel van de industriein de vergroting van de werkgelegenheid zelfs ruim 60%heeft bedragen.Beziet men nu de ontwikkeling van de industrie nader, danblijken het vooral de metaalsector en de chemische sector tezijn, waarin de mogelijkheden liggen. Ik verwijs hiervoor, wathet recente verleden betreft, naar de grafieken van afb. 2.Deze brengen voor het tijdvak 1948--1955 resp. de procen-tuele groei en de groei in tewerkgestelde beroepsbevolkingi) Als bijlage gevoegd bij de begroting van Economische Zaken voor1956.Afb. 2TOENEMING VAN DE WERKGELEGENHEIDIN DE INDUSTRIE 1948-195560706050403020100PROCENTUELE CIJFERSCHEMISCHmGEHELERARER NIJVERHEIDABSOLUTE CIJFERSii- p^1270.000200.000 OVERIGE NIJVERHEID^ CHEMISCHE NIJVERHEID1000001METAAL NIJVERHEIDBRON ALGEMENE INDUSTRIESTATISTIEK 203Q^ AGGL.OMERATIE LONOENC ":',' GEBIED VAN DE LONDON COUNTY COUNCILA6GLOMERATIE PARUSNEW TOWNS OM LONDEN204Afb. 3. Bebouwingskernen In de Randstad Holland en omgeving verge-leken met de agglomeraties Parijs en Londen (zonder de ,,outer rural-residential fringe")voor deze beide sectoren (en tevens voor de papierindustrie,die aan de IJmond ook een belangrijk element vertegenwoor-digt) in beeld. Zoals blijkt, staat de chemie in relatieve groeibovenaan. De metaalnijverheid volgt als tweede. In aantallenopgenomen arbeidskrachten is echter de metaalnijverheid ver-reweg het belangrijkste: deze sector verschafte werk aan ruimviermaal zoveel mensen als de chemische industrie; de beidesectoren samen aan rond de helft van alle in dit tijdvak inde industrie opgenomen personen.Bij de taakstellingen voor de verdere industrialisatie nemendan ook de hiergenoemde sectoren een voorname plaats in.Juist in verband hiermede heeft de ijzer- en staalfabricage zulkeen grote betekenis, omdat deze als basisindustrie (basis vaneen pyramide van bedrijven) een sleutelpositie inneemt. Zijvormt namelijk de grondslag voor allerlei metaalverwerkendebedrijven ook elders in den lande en tegelijkertijd voor ver-schillende, in hoofdzaak chemische industrieen, die de bij-producten verwerken tot cement, meststoffen, verhardings-materiaal e.d. In beide richtingen zijn nog belangrijker verdereontwikkelingen te verwachten. Vandaar dat het in het kadervan de Nederlandse industrialisatie zo nodig is de voor-waarden voor een gezonde verdere uitgroei van de basis-industrie aan de IJmond te verzekeren.Nationale betangen: 2. De ontwikkeling in het Westen desLandsBij de vermelde nationaal-economische overweging voegt zicheen nationaal-planologisch motief: de expansie van de Rand-stad Holland in een gebied, waar tevens het Noordzeekanaaleen beheersend element vormt.Nederland telt thans een bevolking van rond 10,8 mln., waar-van rond 5,2 mln. in de drie westelijke provincies en rond 5,6mln. in de acht overige. Van de bevolking in het westen isweer rond 4 mln. geconcentreerd in de krans van grotere enkleinere steden, die men Randstad Holland noemt.Volgens de jongste bevolkingsprognose van het CentraalBureau voor de Statistiek zal ons land omstreeks 1980 eenbevolking hebben van 13 a 14 mln., afhankelijk van de omvangvan de emigratie. Blijft de huidige verhouding tussen hetwesten en overig Nederland ongeveer gehandhaafd --- ende voorlopige ramingen wijzen zeker niet op een mindereconcentratie in het westen -- dan betekent dit voor de driewestelijke provincies een bevolking van 6,3 a 6,9 mln. Voorde Randstad Holland zou men dan een cijfer verkrijgen inde orde van 5 a 5,5 mln.; dit is op zijn minst evenveel als debevolking van heel Nederland in 1900.Het is goed de dingen met dit perspectief te zien en dandaarbij te bedenken dat 1980 geen eindpunt behoeft te zijn.Vergelijkt men de Randstad met andere agglomeraties vandeze orde van grootte, dan springt dadelijk een belangrijkvoordeel van onze situatie in het oog. Bij onze drie grote stedenis een functionele decentralisatie in het spel, waardoor Am-sterdam als hoofdstad en handelsstad, Rotterdam als wereld-haven en 's-Gravenhage als Regerings- en diplomatiek cen-trum en woonstad elk een eigen plaats innemen. Hierbij sluitenzich middelgrote steden als Utrecht en Haarlem en verstede-lijkte gebieden als het Gooi, elk met eigen functies aan. Dekrans van steden strekt zich uit om een centraal gebied meteen diameter van 45 a 50 km, dat en door zijn omvang endoor zijn geaardheid een belangrijke eigenwaarde als agrarischgebied kan hebben en houden.Om de gedachten te bepalen zijn op afb. 3 in dit centralegebied de omtrekken ingetekend van de agglomeraties Parijs(rond 5 mln.) en Londen (rond 8 mln.). In Frankrijk en Enge-land ziet men zich geplaatst voor de welhaast onmogelijke taakom het steeds verder uitvloeien van hun metropolen te rem-men. In Nederland zijn wij zo gelukkig dat de miljoenen-concentratie in het westen zich kan ontwikkelen niet van eencentrum uit, maar met een aantal verschillende, vrij gelijk-matig over de ruimte verdeelde polen. Onze grootste agglo-meraties kan men zich denken in de buurt van \ oi \]/^ mln.:groot genoeg om nationaal en internationaal een belangrijkefunctie te vervullen en andererzijds niet zo groot dat wij ookin Nederland het probleem van een ,.overgrown city" onderogen hoeven te zien.Dit betekent uiteraard niet dat er ook bij ons geen gevarendreigen. Er zijn wel degelijk gevaarlijke sectoren. Wellichthet meest in het zuidwesten ('s-Gravenhage--Delft^Water-wegsteden); eveneens -- van andere orde en om andere rede-nen -- in het oosten (Gooi--Amersfoort--'Utrecht^--Heuvel-rug) en ten slotte niet minder in het gebied, dat ons nu verderbezig zal houden: het noorden (Amsterdam--Zaanstreek--IJmond--Haarlem). Het algemene gevaar is: aaneengroeienen naar binnen dichtgroeien. De algemene richting voor deoplossing is dan ook: los van elkaar houden van de agglome-raties en vooral: expansie van de Randstad naar buiten inplaats van concentratie naar binnen.Deze uitgroei naar buiten is in feite al duidelijk aan de gang.De vestiging van het hoogovencomplex op de noord-oevervan het Noordzeekanaal is daarvan een voorbeeld, evenals destedelijke uitloper langs de Zaan. In het oosten beweegt deontwikkeling zich langs de Utrechtse heuvelrug en heeft zijeigenlijk al aansluiting met de zich verstedelijkende zuidelijkeVeluwezoom (vandaar de gevaren, waarop ik zoeven doelde).De Rotterdamse agglomeratie rukt langs de Nieuwe Water-weg naar het westen op. Andererzijds vindt zij via de Noordhaar voortzetting in de industriestreek rond Dordrecht. Uit-voering van het Deltaplan zal hier ook in zuidelijke richtingmogelijkheden openen.Om de gedachten te bepalen, is op afb. 4 in ruwe trekkenin beeld gebracht welke omvang de agglomeraties bij voort-zetting van de huidige tendenties in 1980 zouden kunnen heb-ben. Men mag dit in het algemeen wel als een minimale be-nadering beschouwen: op verschillende punten is thans reedste voorspellen dat de aangeduide omvang ontoereikend zalzijn. Op de afbeelding ziet men ook enigermate de richtingvan de uitwaartse expansie aangeduid. Natuurlijk is hiermedeslechts een zeer globaal beeld gegeven. Daarnaast zullen localeof regionale decentralisaties in de Randstad nodig zijn envooral een landelijke decentralisatie ter ontlasting van hetgehele westen. Ik moet dit alles echter ter zijde laten: het"^du^^''ie hinoo^^ dyndrr),:'^cLSe/77eem^inlichtincjen open bare ujerken velserbeek i^^acature^GEMEENTE ENSCHEDEHerhaalde oproepingBij de stedebouwkundige afdeling van de dienst van ge-meentewerken kan naar gelang van bekwaamheid wordengeplaatst eenHOOFDINGENIEURof eenINGENIEUR le KLASVereist diploma bouwkunde van de technische hogeschoolte Delft. Stedebouwkundige ervaring strekt tot aanbeveling.Weddegrenzen hoofdingenieur / 834,-- en / 1008,--, inge-nieur Iste klas / 720,-- en / 859,50 per maand. Aanstellingboven de minimum wedde is mogelijk. Kindertoelage over-eenkomstig de voor het rijkspersoneel geldende regeling;wettelijk pensioenverhaal. Gehuwden genieten een tege-moetkoming in verplaatsingskosten.Sollicitatien met uitvoerige inlichtingen aan burgemeesteren wethouders binnen tien dagen na het verschijnen vandit blad. Bezoek alleen na uitnodiging.Bij de Dienst der Zuiderzeewerken wordt ter9J standplaats 's-Gravenhage, gevraagd eenSTEDEBOUWKUNDIG TEKENAARVereist dipl. M.T.S.-bouwk. of gelijkw. diploma, alsmedeervaring op stedebouwkundig gebied. Salaris afhankelijkvan opleiding, leeftijd en ervaring van / 338,-- tot / 621,50p. m. -- Soil, onder motto Z/ZZS 41 (in linkerbovenhoekenv. en brief) te richten aan de Centrale Personeelsdienst,Bezuidenhoutseweg 15, den HaagV JGEMEENTE RIDDERKERKBij de dienst van gemeentewerken, afdeling Bouw- en Wo-ningtoezicht kan in vaste dienst worden geplaatst eenTECHNISCH AMBTENAARVereist is een goede algemene ontwikkeling, het diplomaM.T.S., afd. bouwkunde of een gelijkwaardige opleiding,goed stylist en volledige bekendheid met sterkteberekening.Zij die ervaring hebben t.a.v. vorengenoemde werkzaam-heden, genieten voorkeur.Salaris f. 460. f. 532.- per maand. Aanstelling boven hetminimum is mogelijk.Verplaatsingskostenbesluit en ziektekostenregeling is vantoepassing. Een woning kan binnenkort in uitzicht wordengesteld.SoUicitaties te richten aan de Directeur van Gemeente-werken te Ridderkerk.GEMEENTE NIEUWER-AMSTELBij de Stedebouwkundige afdeling van Gemeentewerkenkunnen worden geplaatstTWEE STEDEBOUWKUNDIGE TEKENAARSin de rang van technisch ambtenaar, techn. ambtenaar Aof techn. ambtenaar B al naar gelang opleiding, ervaring enleeftijd.Salarisgrenzen:Techn. ambtenaar / 5100, / 6324,--Techn. ambtenaar A ,, 5664, / 6888,--Techn. ambtenaar B ,, 6240, ,, 7464,--verplaatsingskosten verordening zo nodig vantoepassing.SoUicitaties worden ingewacht door de Directeur Van Ge-meentewerken, Dorpsstraat 97 te Amstelveen uiterlijk 10dagen na verschijning van dit blad.BLIJVEND TOCHTVRIJmaken wij ieder gebouw metstalen of houten ramen en deuren,met to Jaar schHftelijke garantieop de levensduur en b I ij v e n d edoe 11 reff end h ei d van onzeonverslijtbareBRONZEN TOCHTWERING ,,RECORD-METCON"Vraagt inlichtingen aan:TECHNISCH BUREAU MONACHIMOFFRechtboomssloot 47 - Amsterdam-C. - Telefoon 31705Jyiii:^LGEMEENTE ROTTERDAMBij het Welstandsbureau van de Dienst van Bouw- enWoningtoezicht kan een^architectworden geplaatst, die zal worden belast met de aesthcti-sche beoordeling van bouwplannen.Naast aestlietiscii inzicht is bouwkundige ervaring vereist.Het diploma bouwkundig inger,ieur of H.B.O. strekt totaanbeveling.Het salaris, liggende binnen de grenzen van t. 7230,f. 9990,-, is afhankelijk van ervaring en geschiktheid.Aanstelling in vaste dienst met een proefttjd van eenjaar is mogelijk.Aan gehuwden worden in het algemeen de reis- of pen-slonkosten en verhuiskosten vergoed.SoUicitaties te richten tot Burgem.eester en Wethoudersen in te zenden aan het Bureau Personeelvoorzlening,kamer 331, Raadhuis, Rotterdam, binnen 14 dagen nadeze oproep, onder No. 429.Bij de Stedebouwkundig-e afdeling van de dienst vanGemeentewerken te Amhem kunnen geplaatst wordenenkeleSTEDEBOUWKUNDIGE MEDEWERKERSVereist wordt: Diploma Delft b.i., of H.B.O. of V.B.O. ofandere gelijkwaardige opleiding.Salaris en rang, afhankelijk van opleiding en ervaring, na-der overeen te komen.Schriftelijke SoUicitaties worden ingewacht bij de directeurvan Gemeentewerken, Westervoortsedijk 4a te Arnhem, bin-nen twee weken na verschijning van dit blad.EEN VACATUREop het gebied van volkshuisvestingen stedebouw?DE JUISTE MANop de juiste plaats krijgt U als Uwoproep voorkomt in hetTIJDSCHRIFT VOORVOLKSHUISVESTING EN STEDEBOUW,het maandblad dat reeds meer dan30 jaar onder de ogen komt van zogoed als alien, die op dit gebiedwerkzaam zijn!ADVERTENTIE-AFDELING:Keizersgracht 188, Amsterdam,Telefoon: 49128 en 43254.komt nu slechts aan op de algemene lijnen voor de ontwikke-ling van de Randstad zelf.Tegen deze achtergrond wordt een der belangrijkste vraag-punten duidelijk, waarmede het interim-rapport zich bezighoudt, n.l. het onderbrengen van de woonbebouwing noord ofzuid van het Noordzeekanaal. In nauwe samenhang hiermedevroeg uiteraard ook het kanaal zelf de aandacht. Het betrefthier een der belangrijkste scheepvaartwegen van Nederland,tevens de levensader voor de haven van Amsterdam. Grotebedragen zijn en worden ten koste gelegd aan het verbeterenvan dit kanaal: men denke aan de sluizen, verbreding van hetprofiel, de tunnelbouw bij Velsen, om nog niet te spreken vande plannen voor de vervanging van de Hembrug en het Hem-veer door tunnels. Geen wonder dan ook dat de belangenvan de zeescheepvaart door het kanaal mede een voornamefactor vormen. Bij de uitwerking zijn de kanaalbelangen nogduidelijker op de voorgrond gekomen.Hoofdlijnen van het interim-rapportHet zou te ver voeren hier alle aanbevelingen van het interim-rapport weer te geven, hoe interessant het ook zou zijn dezemet de thans plaats vindende uitwerking in streekplan enuitbreidingsplannen te vergelijken. Ik beperk mij daarom totenkele hoofdlijnen.Allereerst is er dan de aanvaarding van de basis-industrie alsdominant voor de ontwikkeling van het gebied.Dit betekent enerzijds dat een goede situatie en een ruimeterreinoppervlakte voor de hoogovenbedrijven c.a. min of meerals uitgangspunt moet worden genomen. De aanbevolen ter-reinen liggen in hoofdzaak in het duinterrein, aansluitend bijhet bestaande hoogovencomplex; voor eventuele hinderlijkechemische nevenbedrijven is echter een terrein bij het Noord-zeekanaal aan de oostzijde buiten de agglomeratie geprojec-teerd, waar de bezwaren van luchtverontreiniging het minstvoelbaar zullen zijn. Aan de andere kant vloeit uit het aan-genomen principe voort dat bij de vestiging van andere in-dustrie voorzichtigheid moet worden betracht, omdat de capa-citeit van het gebied aan de IJmond nu eenmaal beperkt is.Alleen reeds de mogelijk geachte expansie van de basis-in-dustrie met een tamelijk bescheiden groei van de overige nij-verheid zou kunnen leiden tot een totale bevolking aan deIJmond in de orde van 225.000 inwoners. i) Men voorzag --en dit is bij de uitwerking maar al te zeer bevestigd! -- dathet nauwelijks mogelijk zou zijn voor een dergelijke groei eenaanvaardbare oplossing te vinden. Daarom werd aanbevolende ontwikkeling van andere Industrie met mate te doen ge-schieden.Intussen is de veronderstelde uitgroei van het hoogovencom-plex, hoezeer ook in de lijn der verwachtingen liggend, noggeen zekerheid. Wei is een zekerheid dat de daarvoor ge-schikte terreinen naar verhouding zeer beperkt van omvangzijn. Vandaar dat het rapport aanbeveelt deze terreinen voorde basis-industrie te reserveren en bij de verdere opzet vanhet plan op de mogelijkheid van een dergelijke expansie terekenen. Men moet echter door een fasen-indeling geleidelijknaar die toestand kunnen toewerken. Mocht de werkelijkeontwikkeling bij de verwachting ten achter blijven, dan moetook bij kleinere omvang een behoorlijk geheel kunnen wordenverkregen.Uiteraard heeft men ook overwogen, of een grotere matevan forensisme een aanvaardbaar middel zou kunnen zijn ombij volledige uitgroei van de industrie toch de agglomeratieaan de IJmond betrekkelijk beperkt te houden. Echter is degeraamde forensenstroom (zie de noot op deze biz.) reeds on-geveer het dubbele van die uit het Gooi naar Amsterdam.Bovendien zijn aan het dagelijks heen en weer trekken van1) Hierbij is reeds gerekend op een omvangrijk forensisme, n.l. in de ordevan 9000 zowel voor de werkforensen als voor de woonforensen.Afb. 4. Mogelijke omvang van de agglomeraties in de eigenlijke Rand-stad omstreeks 1980 {globale, maar over het geheel minimale benadering)met aanduiding van de uitwaartse expansiegrote groepen arbeiders over enigszins lange afstanden eco-nomische en sociale bezwaren verbonden; deze laatste zowelvoor de arbeiders zelf als voor het gezins- en gemeenschaps-leven. Daarbij komt dat de belendende streken, waarheen deforensentrek zich in hoofdzaak zou richten (Noord- en Zuid-Kennemerland), zelf ook met ruimtegebrek te kampen hebbenof krijgen. Ook deze ontwikkeling moet men zien in het per-spectief van een Randstad van 5 a 5,5 mln. inwoners.Verdere opvoering van het forensisme is dus in het interim-rapport in het algemeen ontraden. Wei heeft men de moge-lijkheid opengelaten dat op grond van stedebouwkundigemoeilijkheden toch nog een zeker -- zo klein mogelijk te hou-den -- deel van de bevolking naar elders zou moeten wordenafgestoten. Uit de toelichting op het streekplan blijkt dat ditinderdaad nodig is geweest.Een tweede hoofdpunt betreft, zoals ik reeds aanstipte, hetprojecteren van de woonbebouwing op de noord- of op dezuidoever van het kanaal.Hierbij ging men er van uit dat de aan beide zijden van hetkanaal reeds bestaande kernen in ieder geval zullen uitgroeientot een orde van grootte, als met de capaciteit van de reedsvroeger ontworpen streek- en uitbreidingsplannen overeenkomt. Voor Velsen-Zuid (IJmuiden, Velsen, Driehuis, Sant-poort) komt dit neer op een groei van 40.000 tot 63.000 inwo-ners; voor de noordoever (Velsen-Noord, Beverwijk, Wijkaan Zee, Heemskerk) op een van 40.000 tot 70.000, tezamen113.000 inwoners. De bovendien nog op te vangen bevolkingzou dus eventueel liggen in de orde van 100.000 inwoners.Het projecteren van deze uitbreiding op de zuidoever (in hetduingebied bezuiden IJmuiden) beloofde zekere voordelen: erzouden geen agrarische belangen worden getroffen en dewoonwijken zouden over het geheel gunstiger liggen uit eenoogpunt van luchtverontreiniging door de industrie. Daar-tegenover stonden echter overwegende bezwaren.In het kader van de Randstad zou men een binnenwaartseconcentratie krijgen inplaats van de gewenste uitstulping naarbuiten. Het reeds sterk gevuld rakende Zuid-Kennemerlandzou overmatig worden belast en bovendien op een zeer scha-delijke wijze. Een volledig samengroeien van Velsen-Zuid metHaarlem zou n.l. praktisch niet meer zijn te voorkomen (vgl.afb. 5, waarop de omvang van de eventueel te stichten nieuwewoonwijken schematisch is aangegeven). Het gevolg zou zijn 205206Afb. 5. Mogelijke toekomstige ontwikkeling aan de zuidzijde van hetNoordzeekanaal.Het vierkant geeft schematisch de omvang aan van de woonwijken, diebij keuze van de zuidelijke oplossing ten behoeve van de IJmond zoudenmoeten worden gesticht.N.B. Voor de agglomeratie Haarlem-IJmuiden is de toekomstige toestandaangegeven; aan de noordzijde van het kanaal alleen de bestaande.een doorgaande stedelijke bebouwing van Heemstede tot voor-bij Beverwijk. En aan deze ontwikkeling zou ten offer valleneen zeer belangrijk duingebied, dat op den duur bij de verdereuitgroei van de Randstad dringend nodig zal zijn als com-pletering van het nationale duinpark. Ook de belangen vaneen goed beheer van de zoetwatervoorraad in de Zuid-Kenne-merduinen en van de waterwinning aldaar verzetten zich tegenzulk een stedelijke ontwikkeling.Met het oog op de zeescheepvaart en de haven van Amster-dam zou een dergelijk zwaartepunt in het zuiden eveneensernstig bezwaar opleveren wegens het dan te verwachtendwarsverkeer over het kanaal. Dit zou zeer aanzienlijk wor-den. Gemaakte berekeningen wezen op een orde van grootteals van het verkeer tussen de IJ-oevers in Amsterdam. Hetwerd niet aanvaardbaar geacht aan de grote scheepvaart zulkeen belemmering in de weg te leggen -- op een voor denavigatie kwetsbaar punt -- en bovendien het landverkeertussen de beide delen van de IJmond-agglomeratie voor zulkeen ongewenste toestand te plaatsen. De in aanleg zijnde Vel-sertunnel ligt n.l. aan de uiterste oostzijde, eigenlijk buiten deagglomeratie (tegen tunnelbouw in de omgeving van de spoor-brug bestonden hydrologische bezwaren); bovendien is dezetunnel alleen voor motorverkeer bestemd.Er werd dus gekozen voor de noordoever. Het zwaartepuntvan de woonbebouwing zal dan komen aan dezelfde kantals de voornaamste werkgebieden. Intussen bestaan er ookdan verschillende mogelijkheden: verder uitbreiden van debestaande kernen of ontwikkelen van een nieuwe stad in deduinen ten westen van Heemskerk.Dit laatste was om meer dan een reden een aantrekkelijkegedachte. Men zou dan in een mooie omgeving, dicht bij zee,de stad als een gaaf geheel kunnen opzetten, niet belemmerddoor allerlei bestaande lintbebouwingen. Ook zouden dewoonwijken dan beter beschut zijn tegen hinder van de zwareIndustrie. Toch heeft men gemeend ook dit denkbeeld temoeten ontraden.Het duinterrein ter plaatse is n.l. waterwingebied en is juistgelegen waar de breedte van de duinen het meest geschikt isvoor de infiltratie met Lekwater. Verplaatsing van het infil-tratiegebied naar een ander punt zou het bezwaar niet ophef-fen, omdat de duinen ook in de gecombineerde Lek-duinwater-voorziening een belangrijke functie behouden. Een zo omvang-rijke bebouwing in de duinen zou dan ook uit het oogpuntvan waterwinning niet aanvaardbaar zijn. Ook de recreatiezou ernstig worden geschaad. Het beschikbare duinareaal isreeds gevoelig verminderd. De uitbreiding van de hoogovensbrengt onvermijdelijk nog een verdere belangrijke aantastingmede. Tegelijkertijd veroorzaakt de groei van de agglomeratieeen sterke toeneming van de behoefte aan ontspanning. Be-houd van de resterende duinen is daarom ook uit dit oogpuntgeboden.Er is nog een ander bezwaar, onafhankelijk van het behoudvan de duinen.De bouw van een dergelijke nieuwe stad vereist investeringen,die naar verhouding van het uitbreiden van een bestaande stadveel hoger zijn. Er zijn bovendien bestuursrechterlijke en or-ganisatorische vragen aan verbonden, die in ons land ver-moedelijk bizonder veel hoofdbreken zouden kosten. Tot zulkeen onderneming kan men dan eigenlijk ook slechts overgaan,indien een bepaalde omvang van de stad vrij zeker kan wordenverwacht.Dit is b.v. het geval bij de Engelse new towns. De daar tehuisvesten bevolking is in hoofdzaak reeds aanwezig; menwil haar alleen uit de overvolle agglomeraties naar een beterewoonplaats overbrengen en wel tegelijk met de nodige in-dustriele werkgelegenheid. Men beschikt in Engeland door deDistribution of Industry Act en dergelijke regelingen overgrotere mogelijkheden, om de vestiging van bevolking en vanbestaansbronnen op elkaar af te stemmen. Daar kan men dusde onderneming op een bepaalde stadsgrootte richten met deredelijke zekerheid dat men deze omvang ook op een gezondebasis van wonen en werken zal bereiken.Aan de IJmond hebben wij echter niet te maken met eenzekerheid, maar nog slechts met mogelijkheden. Weliswaarzeer reele, maar toch niet meer dan mogelijkheden. Dit geeftdus een veel minder stevige basis voor zulk een moeilijke enkostbare onderneming. Blijft de ontwikkeling van de industrieachter of blijkt de bevolkingsgroei lager te zijn dan verwacht,dan zou men het gevaar lopen een aanloop te nemen zonderdat de sprong kan volgen. Er zijn bovendien reeds vier be-staande kernen in het spel (IJmuiden, Velsen-Noord, Bever-wijk, Heemskerk). Zou men nu nog een vijfde gaan stichten.zonder dat de uitgroei daarvan tot een complete stad bij voor-baat verzekerd is, dan zou het wel eens kunnen zijn dat geenenkele ervan zich tot een werkelijk belangrijke kern met een-Tekening Dummyiiiiiii^ + T ^^ T E K E N ImillN G VrJd^cuworktrumfunctie voor de IJmond zou ontwikkelen. Toch moet hetontstaan van zulk een centrum, ook uit sociaal-cultureel oog-punt, zeer gewenst worden geacht,Zo bleef er slechts de derde mogclijkheid over, n.l. een stede-lijke uitbreiding, aansluitend bij het vanouds als centrum fun-gerende Beverwijk. Dit is de oplossing, die in de volgendeartikelen meer uitvoerig wordt beschreven en waarop ik dusniet verder zal ingaan.Wei lijkt het mij nodig hier nog twee opmerkingen te maken,om te laten uitkomen dat ook het interim-rapport het aanbe-volen denkbeeld niet presenteert als een gave en in elk op-zicht bevredigende oplossing.De eerste betreft het reeds terloops aangeroerde vraagstukvan de luchtverontreiniging. Het rapport wijdt hieraan eenaparte beschouwing, maar deze kon bij de huidige stand vande kennis niet uitputtend zijn. Een moeilijkheid is dat deplaats van de basis-industrie in algemene zin is vastgelegd endat deze is omringd door bestaande woonkernen. Ook is on-voldoende bekend over de (nu en later) te verwachten afval-stoffen en over bei'nvloeding daarvan door atmosferische toe-standen. Het werd dan ook uitgesloten geacht de te duchtenbezwaren bij voorbaat door regeling van de onderlinge situatievan woon- en werkgebieden alleen op te lossen. Planologischevoorzieningen en maatregelen van bedrijfstechnische aard (alof niet op grond van de Hinderwet) zullen hand in handmoeten gaan.Zoals hierboven bleek, is t.a.v. de hinderlijke chemische neven-bedrijven een situatie aan de oostzijde van de agglomeratieaanbevolen. Voor de geprojecteerde uitbreiding van Bever-wijk liggen echter de hoogovens c.a. en de PEN-centrale inhet zuidwesten. Men heeft dit, op grond van de beschikbaremogelijkheden, na afweging van alle voor- en nadelen, aan-vaardbaar geacht onder inachtneming van een aantal detail-voorzieningen in het plan. Daarnaast zal in sterkere mate danbij de eerst besproken alternatieven het accent moeten liggenop de bedrijfstechnische maatregelen. Dit is overigens eenomstandigheid, die zich in ons dichtbevolkte land ook in ver-schillende andere industriestreken voordoet en die te moei-lijker door planologische regelingen alleen is te ondervangen,naarmate de hinder zich over grotere afstanden voelbaarmaakt. Gelukkig bewijst de ervaring dat bij het eliminerenvan schadelijke afvalstoffen resultaten zijn te bereiken, somszelfs nog met voordeel voor de Industrie zelf.Aan de IJmond is er in zover een gunstig tegenwicht, dat dewoonbebouwing in een vlak land komt, waar de zeewind vooreen krachtige doorstroming pleegt te zorgen. Niettemin be-treft het hier stellig een punt, waarop men bij de uitwerkingen realisering goed zal dienen te letten. Er is intussen reedsgebleken dat het ook bij het provinciaal bestuur alle aandachtheeft, in aansluiting aan het van landbouwzijde reeds bevor-derde onderzoek door T.N.O.Mijn tweede opmerking betreft de repercussies in de agrari-sche sector en, in verband daarmee, de opzet van de stedelijkeuitbreiding. Men was er zich zeer wel van bewust dat nood-gedwongen pijn zou moeten worden veroorzaakt bij de tuin-bouw om Beverwijk en dat desondanks een goede opzet voorde stedelijke uitbreiding moeilijk zou zijn, zoal niet ^-- wat devolledige omvang betreft -- onmogelijk. In beide richtingenzijn aanbevelingen gedaan. De belangen zijn echter goeddeelsonverenigbaar, ook al is de speelruimte voor het situeren vande stad vergroot, doordat de Rijkswaterstaat bereid was deontworpen rijksweg 9 ter plaatse naar het oosten op te schui-ven. Men kan in de gegeven situatie niet de woonbebouwinggeheel van de tuinbouwgrond wegschuiven of haar zodanigconcentreren dat de tuinbouwgrond gespaard wordt en tege-lijkertijd een stedebouwkundig verantwoorde stad en sociaalverantwoorde woonwijken stichten.Wat het interim-rapport tenslotte in globale trekken heeftaanbevolen, is het onder deze omstandigheden best bereikbare.Het rapport verklaart echter uitdrukkelijk dat men ook totdit voorstel slechts vrijheid heeft gevonden terwille van hetgrote nationale belang van de industriele ontwikkeling aande IJmond. Daarom is het ook zo nodig dat de speciaal ge-kwalificeerde terreinen in deze omgeving slechts in beslagworden genomen door bedrijven, die inderdaad op dergelijketerreinen zijn aangewezen. Men mag de streek en in het be-lang van de bevolking en in dat van de Industrie niet zwaar-der belasten dan nodig is met het oog op haar nationalefunctie.Met dit alles voor ogen is er des te meer reden om respectte hebben voor de wijze, waarop men in provinciale en gemeen-telijke kring aan het bizonder moeilijke probleem heeft ge-werkt. De opgave, die hier wordt gesteld, gaat in omvangen gecompliceerdheid ver uit boven die van alle new towns.Het is dan ook volkomen terecht dat het Instituut door ditspeciale nummer van het Tijdschrift hiervoor een wijdere be-langstelling vraagt. Moge de werkelijkheid straks de proefop de som leveren!Het streekplan voor de IJmond-Noord, als provin-ciale bijdrage tot de verdere ontwikkeling dier streekdoor Ir. P. K. van McursInteidingDe bijdrage van rijkswege tot de ontwikkeling van de IJmond-Noord, neergelegd in het Interim-Rapport I IJmond 1951van de Commissie ,,Westen des Lands", valt te beschouwenals een globaal programma en een ruwe schets voor die ont-wikkeling, toegespitst op ruimtelijke aangelegenheden, welkevan overwegend nationaal belang en slechts voor een deel,d.i. mede, van provinciaal en regionaal belang zijn.De bijdragen van gemeentewege zullen overwegend aange-legenheden betreffen, welke van lokaal belang zijn.Tussen die bijdragen ligt die der provincie, die overwegendaangelegenheden van provinciale en regionale aard betreft.Zij zullen hierna achtereenvolgens worden besproken, voor-zover zij betrekking hebben op het programma van ruimtelijkeeisen, op de vormgeving aan ruimtelijke elementen, op devorm, welke de regeling terzake heeft aangenomen, op debehandeling dier regeling en op de daarbij bereikte resultaten.ProgrammaVan provinciewege is het programma, dat van rijkswege isopgesteld, herzien en uitgewerkt.In de eerste plaats zijn de behoeften van het gebied tennoorden van het Noordzeekanaal afgesplitst van die van hetgehele gebied aan de IJmond, waarop het rijks-programmabeirekking heeft. In de tweede plaats zijn in dat deelprogram-ma ingevoegd de eisen, die zuiver provinciale en regionaleaangelegenheden betreffen. In de derde plaats is het pro-gramma nog eens nader bezien en gekorrigeerd, voorzoverdit bij dit nader inzien en na de vorenbedoelde toevoegingennodig bleek. Ten slotte zijn er enkele eisen aan toegevoegd,die zeker aangelegenheden van ten dele nationaal belangbetreffen, maar die bij de behandeling op rijksniveau nietnaar voren waren gekomen. Een voorbeeld van dit laatstevormen de eisen van toegankelijkheid van de terreinen voorde hinderlijke chemische Industrie voor zeeschepen, de be-lioefte aan wacht- en aanmaakruimte voor de binnenscheep-vaart en in het algemeen, in verband met een en ander, detoekomstige afwikkeling van de scheepvaart op het Noord-zeekanaal.De uicwerking van het programma omvatte in de eerste plaatsnader gedifferentieerde en omlijnde verwachtingen ter zakevan het stuwende en verzorgende bedrijfsleven, waarvoor debestaande verhoudingen, ontwikkelingstendenzen en ontwik- 207kelingsmogelijkheden nader bezien werden. Dit leidde totmaximum- en minimum-ramingen voor de in de streek werk-zame bevolking. Terzakc van het wonen dier bevolking tenzuiden van het Noordzeekanaal en elders buiten de streek,werden de verwachtingen beter benaderd en hoger geraamd,Een en ander leidde tot ramingen van de toekomstige in destreek woonachtige bevolking met een vrij ruime marge, u^aar-van het gemiddelde echter lager lag dan die, welke van rijks-wege was uitgesproken. Verder werd nagegaan welk deelvan die toekomstige bevolking autochtoon zou kunnen zijnen welk deel allochtoon, d.i, waarschijnlijk van elders zalworden aangetrokken.Op basis hiervan werden de toekomstige gemiddelde gezins-grootte, gemiddelde woningbezetting en woningbehoefte ge-raamd, de daaruit voortvloeiende behoefte aan woongebieden,voorts de behoeften aan ruimte voor stedelijke werkgebieden,ontspanningsruimten en sommige verzorgende elementen.Verwachtingen omtrent de omvang van het toekomstige ver-keer te land en in het bizonder van het woon-werkverkeerwerden opgesteld.Aanvankelijke konfrontatie van het aldus verkregen nogglobale programma met de ruimtelijke mogelijkheden binnende streek leidde tot een duidelijker omlijnde noodzaak totbeperking van de ontwikkeling binnen de streek, hetgeenuiteraard het uiteindelijk aangehouden programma bei'nvloed-de. Deze konfrontatie leidde voorts niet alleen tot meer in-zicht in de betekenis van de te verwachten ontwikkeling, dieop een belangrijke struktuurverandering van de streek neer-komt, maar ook in de betekenis daarvan voor bepaalde delenvan de streek en in het bizonder voor het agrarische, nogmeer in het bizonder het tuinbouwgebied binnen de streek.Hand in hand met de nadere bewerking van het programmavoltrok zich verder de uitwerking van het plan, voor wat devormgeving betreft.Vormgeving Reeds de maatgevende werkzaamheden, in het voorgaandebedoeld, houden een element van vormgeving en bepalingvan de grenzen der voornaamste bestemmingen in. De vanrijkswege opgestelde ,,ruwe schets" werd aldus niet alleengekorrigeerd, maar werd ook op verschillende wijzen uitge-werkt. Tussen de aldus verkregen varianten werden keuzengedaan, die soms vrij algemene aangelegenheden, soms be-paalde afzonderlijke punten betroffen. Grenzen en afmetin-gen van werk-, woon-, verkeers- en ontspanningsruimtenwerden aldus benaderd, zulks op stramienen van stelsels vanverkeerselementen en met inachtneming van de voornaamstehoedanigheden van het terrein en het huidige gebruik daar-van. Als voorbeelden van die keuze-mogelijkheden mogenhier worden genoemd:indeling en vorm van de ,,basis"-terreinen der K.N.H.S.,al dan niet met behoud van Wijk aan Zee;plaats en aard van de zuidelijke toegang tot Wijk aan Zee;aantal, plaats en vorm van de w^oongebieden.De keuze op het eerste punt leidde tot behoud van Wijkaan Zee en een daarmee samenhangende uitstulping van deterreinen der K.N.H.S. in noordwaartse richting, op hettweede punt tot indeling van de terreinen der K.N.H.S. intwee complexen met daartussen een vrij ruime ,,corridor"met als as de bestaande Zeeweg en als gevolg daarvan eenverder noordwaartse uitbreiding van de genoemde bedrijfs-terreinen, op het derde punt tot het afzien van het stichtenvan enige nieuwe stedelijk geaarde nevenkern, dus tot hetzich richten op voornamelijk een vrijwel aaneengeslotenhoofdkern van nog beperkte lengte en in verhouding daar-mee niet te geringe breedte.Een keuze van een bepaalde inrichting van het wegenschemasloot hierbij aan. Ofschoon bij het doen van elke keuze be-cijferingen, als bedoeld bij het programma -- en soms vrijuitvoerige -- een rol hebben gespeeld, hebben zij die keuze208 niet beheerst en heeft deze steeds op grond van algemeneoverwegingen plaats gehad. De karakteristiek van elke schets,het inleven in de daardoor geboden ontwikkeling en af-wegen van de wijze, waarop door elk daarvan alle grotebelangen zouden worden gediend -- en getroffen --, warenbeslissend.Dank zij de samenwerking -- van de aanvang af ?-- met destedebouwkundige adviseurs der drie bij het plan betrokkengemeenten en herhaald overleg met vertegenwoordigers vande voornaamste bij het plan belang hebbende groepen enlichamen kon het plan vrij ver worden uitgewerkt, ook metinachtneming van zeer plaatselijke belangen. Dit was veelalook nodig om voor verscheidene moeilijke -- zij het van re-gionaal belang zijnde -- detailvraagstukken, zoals die op hetgebied van het weg- en spoorwegverkeer, zoveel mogelijkeen goede oplossing te waarborgen. De stadia, welke de ge-kozen oplossing zou kunnen -- en bij voorkeur dienen te --doorlopen, werden daarbij tevens nagegaan en in acht ge-nomen. Zij zijn in de afbeeldingen 3 t/m 5 weergegeven. Deafbeeldingen 1 en 2 geven de situatie in de streek omstreeks1850 en 1954. Afbeelding 6 geeft een beeld van de toestand,die later zal kunnen ontstaan. De losse bijlage geeft het plan,dat min of meer op een der stadia van de te verwachtenontwikkeling is gebaseerd.RegelingDit ontwerp-bestemmingsplan vormt het voornaamste ele-ment van datgene, wat ter bindende regeling van de toe-komstige ruimtelijke ontwikkeling der streek wordt voorge-dragen. Bij de bepaling hiervan speelde in eerste plaats eenrol de vraag tot welke omvang men van die ontwikkelingvoldoende zeker is, in welke mate men de bevolking -- o.w.de justitiabelen '-- daaromtrent die zekerheid moet en kanverschaffen en in hoeverre men die ontwikkeling door bin-dende voorschriften voldoende veilig moet en kan stellen.Deze overwegingen leidden ertoe niet alles in bindende rege-len op te nemen, wat blijkens afbeelding 5 een waarschijn-lijke -- en dan de meest gewenste -- ontwikkeling mag wor-den geacht. Het bestemmingsplan is ten dele beperkt tot dieelementen, welke met aan zekerheid grenzende waarschijn-lijkheid geacht kunnen worden binnen 25 jaar te zullen wor-den verwezenlijkt. Maar deze gedragslijn is niet ten opzichtevan alle bestemmingen in dezelfde mate doorgevoerd. Er zijnnamelijk belangen van zo grote betekenis, dat zij voor langeretermijn dan andere dienen te worden veihg gesteld. Hier-onder vallen die van de ontwikkeling van het Noordzeeka-naal als vaarweg, die van de groei der K.N.H.S. en die vande waterwinning en de waterhuishouding. Over de eisen terzake bestaat ook overigens meer zekerheid dan terzake vande ontwikkeling van woongebieden, stedelijke ontspannings-ruimte en andere verzorgende elementen het geval is. Dezelaatste kunnen, zo nodig, t.z.t. nog eens nader worden onder-zocht, en eventueel kunnen oplossingen terzake in andererichting eer worden overwogen. Het plan is echter zodanigingericht, dat het voor de thans reeds waarschijnlijk en hetgunstigst geachte verdere ontwikkeling van woongebiedenc.a. de weg effent, voorzover daartoe te nemen maatregelenvoor het agrarisch bedrijfsleven niet te bezwarend werdengeacht.Een tweede vraag vormde deze, welke elementen van meerdan lokale betekenis moeten worden geacht en daarom ineen streekplan kunnen -- en veelal dienen te -- worden op-genomen. De betekenis van het strand en het duingebiedook voor de ontspanning van hen, die buiten de streek wo-nen, van de voornaamste verbindingen met gebieden buitende streek, van landschappelijke en cultuurhistorische objectenals de buitenplaats Marquette, de opgaande beplanting vanWesterhout en van het slot Assumburg, het belang van eenblijvend en gaaf tuinbouwgebied en van het ontstaan vaneen nieuwe kern voor de daarin werkzame bevolking enhaar verzorgers waren daarbij van invloed. De nauw^e sa-menhang van de ontwikkeling van belangrijke elementen inde ene gemeente met die van dergelijke elementen in eenandere gemeente, zulks in verband met het beloop der be-staande gemeentegrenzen, oefende daarbij ook invloed uit.Een volgende overweging terzake der ,,regeling" betrofde inhoud der voorschriften. Deze dienen en een voldoendehouvast voor de opstelling van gemeentelijke plannen tebieden, dus bovengemeentelijke belangen volkomen veilig testellen, en voor die plannen zoveel mogelijk armslag te bie-den en zich dus van lokale zaken te onthouden.De omstandigheid, dat met een regeling van bebouwing al-leen niet kan worden volstaan, wanneer een ontwikkelingvan bovengemeentelijke betekenis in belangrijke mate dooruitvoering van andere werken zal worden bepaald, zodat hetnodig is om ook voor die werken voorschriften te geven,maakte het nodig alle gevallen na te gaan, die zich terzakevan uitvoering van werken voor kunnen doen -- een aange-legenheid, terzake waarvan geen voldoende ervaring be-staat, zoals voor gebouwen wel het geval is en die veel inge-wikkelder is.Het plan gaat er van uit dat deze aangelegenheden ook bijgemeentelijk plan zullen worden geregeld en dat het streek-plan zich dus niet rechtstreeks, maar uitsluitend via de ge-meentebesturen, tot de justitiabelen richt. Voorschriftenmet betrekking tot gebruik van gronden zijn, voorzover ditgebruik geen gebouwen of werken zou betreffen, vermedfen.De mate, waarin vanwege hoger bestuur invloed zou dienente worden uitgeoefend op de verwezenlijking van uitbrei-dingsplannen, indien die eenmaal overeenkomstig het streek-plan zullen gelden, doch welke verwezenlijking toch nog bo-vengemeentelijke belangen zou kunnen doorkruisen, was opde voorschriften van invloed. De daarin opgenomen bin-dende voorschriften terzake van de aard van bedrijven zijnhet meest opmerkelijk. Deze voorschriften beogen niet alleenbepaalde terreinen voor bepaalde bedrijven te reserveren,maar ook om een onbeperkte groei van industrieel bedrijfs-leven, voorzover deze in de streek niet nodig is, te weren endaarmede een te sterke bevolkingstoeneming binnen de streek.De bedoelde controle van hoger bestuur is ook ingevoerd ter-zake van de zoetwaterhuishouding en -voorraad in de on-dergrond.BchandelingDoor het ter inzage leggen van het ontwerp-streekplan isde ontwikkeling aan de IJmond-Noord voor de eerste maalter openbare discussie gesteld: de rijksbijdrage tot die ont-wikkeling werd behandeld in de vorm van een intern overleg.Hoezeer dus die bijdrage ook heeft geholpen bij het verkrij-gen en bespoedigen van hetgeen thans is bereikt. de open-bare discussie over de bovenprovinciale, dus nationale be-langen kan thans eerst plaats vinden, omdat zij niet overeen partieel nationaal plan heeft kunnen plaats hebben. Detoelichting tot het ontwerp-plan is dan ook ingericht op eenwijze. alsof het Interim-Rapport over de IJmond niet bestond.Op de provincie is formeel de verplichting komen te rusten,datgene, wat uit dit rapport voortvloeit, aan belanghebben-den aannemelijk te maken en zo nodig tegenover hen teverdedigen. Hier treedt dus formeel de provincie op bij eenbeoordeling van de afweging van nationale belangen. Aange-zien men zich van provinciewege met de bedoelde richtlijnen-- voorzover onveranderd overgenomen -- ten voile heeftkunnen verenigen en terzake uiteraard op steun van rijks-wege mag rekenen, is deze taak in beginsel niet zwaar, maarwel omvangrijk en subtiel.ResultaatHet is niet de bedoeling hier een volledige beschrijving tegeven van hetgeen -- voorlopig in de vorm van een ont-werp .-- met de provinciale bemoeiingen bereikt is. Daar-voor zij naar de afbeeldingen en naar de overige bijdragenverwezen en voorts naar de volledige ter visie gelegde stuk-ken.Slechts enkele eigenschappen van het plan mogen hier wor-den toegehcht, daarna wordt een poging tot waardering vanhet geheel gedaan.De IJmond-Noord is slechts te zien en te begrijpen als hetnoordelijke deel van een ruimtelijk geheel: de nederzettingaan de IJmond en haar directe omgeving. Naar de omvangvan bedrijfsterreinen en stedelijke bebouwing c.a. zal dit deelin de toekomst het grootste deel van die nederzetting om- 'vatten.De ruimtelijke struktuur van het geheel is opgebouwd uitzones in twee richtingen. De eerste richting is die van zonesin beginsel evenwijdig aan de kustlijn: zee, strand, duin,strandwallengebied en polderland; vroeger werd dit polder-land afgesloten door het open water van IJ en Wijkermeer.De dichtste bebouwing vond men op de oostelijke rand vanhet strandwallengebied, langs het polderland. De tweederichting is er een van zones in beginsel loodrecht op de kust-lijn: het Noordzeekanaal met daarbij aansluitende ruimtenvoor verkeer te water, daarbij aan weerszijden aansluitendezones van industrie en, wat verder van het kanaal, van ste-delijke bebouwing, overgaande naar zones weinig of onbe-bouwd land. De zones in deze laatste richting zullen in be-tekenis sterk toenemen, zij zullen plaatselijk belangrijke uit-stulpingen vertonen. Het is opmerkelijk dat weliswaar allelaatstbedoelde zones meer onder menselijke invloed zijn enzullen ontstaan, maar dat de hoofdrichting ervan niettemin isbepaald door die van het oer-IJ uit prehistorische tijd. Inde richting evenwijdig aan de kust valt een smalle zone voordoorgaand verkeer te land: rijksweg en hoofdspoorbaan, teonderscheiden. De grootste ruimtelijke moeilijkheden, die deopstelling van het streekplan ontmoette, speelden zich af terplaatse van de kruising van de oude bebouwingszone even-wijdig aan de kustlijn -- en van de nieuwe zone voor door-gaand verkeer te land -- met de kanaal-, scheepvaart- endaarmede samenhangende industriele zone. Hier is sprakevan een congestie van ruimtelijke elementen, welke haar cli-max vindt in tunnels, ponten, daarbij aansluitende verkeers-elementen, bedrijfsterreinen, stedelijke bebouwingen e.d. Vandeze kruising uit zullen de voornaamste ruimtelijke elemen-ten aan de IJmond-Noord zich naar de periferie verder ont-wikkelen: sluizen en havens naar het westen en zuidoosten,industriegebieden naar het noordwesten en oosten, het ste-delijke gebied naar het noord-noordoosten en onbebouwde,goeddeels agrarische gebieden aan weerszijden daarvan tussenstedelijke bebouwing en industriegebieden naar het noordenen oost-noordoosten. De stedelijke bebouwing, reeds aanwe-zig in en nabij het bedoelde congestie-gebied, ontvliedt dusbij haar ontwikkeling dit gebied in de richting, waar hetplatteland nog de meeste ruimte biedt. Deze eenzijdige ont-wikkeling van het voornaamste woongebied, over vrij grotelengte, biedt een zeer gelukkige gelegenheid -- die men zel-den aantreft in stedelijke gebieden, welke zich naar meerzijden ontwikkelen -- tot het scheppen van een geheel nieuwecity voor het noordelijke stadsgebied op nagenoeg onbebouw-de terreinen, aansluitende bij de reeds bestaande bebouwing.Wat de woonplaatsen der aan de IJmond in de toekomstwerkzame bevolking betreft, is er in het plan niet op ge-rekend dat deze geheel aan de IJmond behoeven te wordengevonden. Er zal ongetwijfeld een vrij omvangrijk forensisme-- een wonen elders -- bestaan. Het aantal van deze wer-kers is op 3500 geschat. Voorts valt aan te nemen dat eendeel der aan de noordelijke oever werkenden in IJmuidenen omgeving zal wonen. Hun aantal is geschat op 3000, d.i.meer dan thans.Op basis van verwachtingen omtrent de groei van het be-drijfsleven aan de IJmond-Noord is aangenomen dat, metinachtneming van de voorgaande cijfers, in de streek tennoorden van het kanaal in afzienbare tijd zeker rond 120.000 209\ 's?\210U~JQ:o 5o .1z ,-1 n-. '.!'Q "z: ; jownilE E ? E Q? o o o o oo o o o oO M "t 10 ?0 ^ED(t la^^w^' ''i'-'^*^:!!f'%" '-7 I :sJ^F*'' "^^^S3K^- 4>JII.Jk?-, n'M '..^mM^V^ ^tiA.ir ^ML ?.'_ .7"^Afb. 2personen zullen wonen, hoogstwaarschijnlijk rond 140.000en wellicht rond 150.000. Thans zijn dit er ca. 46.000. Dezeomvangrijke groei zal in 1980 of kort daarna kunnen wordenbereikt. Voorshands is de omvang van de stedelijke bebou-wing berekend op een bevolking van ca. 120.000 zielen.Hoogstwaarschijnlijk zal 00k de kern Heemskerk t.z.t. ineen groter stedelijk gebied worden opgenomen. Zolang ditlaatste echter niet vaststaat, is er -- voorzichtigheidshalve-- op gerekend dat die kern zich voorshands zal ontwikke-len in de vorm van een enigszins afzonderlijk gelegen voor-stadje in overwegend lage bebouwing. Het plan voorzietechter in de mogelijkheid dat dit later, als afzonderlijkewoonwijk, goed in de stedelijke bebouwing zal kunnen wor-den opgenomen. 211B'JLAGE XONTWERP STREEKPLANVOOR DE IJMOND-NOORDAEERSTE STADIUMVERKLARING ZIE B'JLAGE 3010 m200 m400 m600 meoo m1000 m'"????>?? ?.??.??;?^?
Reacties