MAART 195515e Jaargang -- No 3DeWoningbouwvereniging/Z7\MAANDBLAD VAN DE NATIONALE WONINGRAADAdres voor Redactie en Abonnementen: Wouwermanstraat 27, Amsterdam-Z., Tel. 724298-721412Adres voor Advertenties: Keizersgracht 188, Amsterdam-C, Tel. 49128DE NEDERLANDSEVolkshulsvestingEnkele grepen uit de Memorie van Antwoord vande Minister van Wederopbouw en Volkshuisvestingaan de Eerste KamerAlweer ,,het huurvraagstuk"Enige dagen voordat de regeringsvoorstellcn met betrekkingtot de huurverhoging aan de Tweede Kamer werden aange-boden beantwoordde de Minister van Wederopbouw deopmerkingen van de Eerste Kamer over de begroting vanzijn Departement.Het ligt voor de hand dat Minister Witte in zijn Memorievan Antwoord niet uitvoerig op het huurvraagstuk is inge-gaan maar voor een discussie daarover verwees naar de ko-mende parlementaire behandehng van de inmiddels ingedien-de regeringsvoorstellen.Niettemin had de Minister over de hurenkwestie wel het eenen ander op te merken. Om te beginnen stipuleert hij nogeens zijn standpunt ten opzichte van een huurbelasting. Metverwijzing naar vroegere verklaringen herhaalt hij, dat hijeen huurbelasting, niet op principiele gronden afwijst. Het zijnpunten van practisch beleid en van een rechtvaardige ver-dehng van belastingdruk, aldus de heer Witte, welke in be-paalde omstandigheden het heffen van een huurbelasting ge-motiveerd kunnen doen zijn.Over de onderlinge verhouding tussen de huren van na-oor-logse woningen zegt de Minister, dat een verbetering in dezeverhouding automatisch tot stand komt naarmate het huurpeilvan de voor-oorlogse woningen stijgt en tengevolge daarvanook de lagere huren van de na-oorlogse woningen kunnenworden verhoogd.In dit verband wordt nog eens herinnerd aan de mogelijkheidtot bijdrageverhoging van woningen met uitzonderlijk hogehuren.De vraag of het langzamerhand niet tijd wordt te overwegenhuurverhogingen te differentieren naar de kwaliteit van hetobject, omdat bij uniforme huurverhogingspercentages al defouten, die in 1940 in de verschillende huren zaten, steedsgroter worden, dient ook volgens de Minister ernstige aan-dacht te krijgen.Bij de thans voorgestelde particle huurverhoging is dezevraag echter van academische aard.WoningproducticDe huidige situatie van de bouwmarkt verdraagt vooralsnogniet een verhoging van de woningproductic tot 75.000 perjaar. Het thans bereikte niveau, dat overeenkomt met eenproductie van tussen 65.000 en 70.000 woningen per jaarcist reeds de uiterste waakzaamheid om ontoelaatbarc span-ningen tc voorkomen.Niettemin zal slechts een verhoging van het woningbouwpro-gramma, wanneer dit technisch mogelijk is, de teleurstellendeuitkomsten van de (bevolkings)-prognose in gunstige richtingkunnen bei'nvloeden.De Minister wil doen nagaan in welk opzicht de systeembouween bijdrage kan leveren tot versnelde oplossing van hetwoningprobleem. Hij waarschuwt echter, dat men deze vormvan woningbouw niet moet zien als een panacee. Deze bouw-wijze werpt slechts het beoogde effect af, wanneer zij ge-durende meerdere jaren continu en in behoorlijke quanta kanplaats vinden door zeer ervaren bouwers. Daarom is thanscontact opgenomen met een aantal bouwondernemingen, diearbeidsbesparende systemen toepassen, om tot een continu-bouwprogramma voor enige jaren te komen voor de driegrootste gemeenten. De Minister hoopt, dat door de gevoerdebesprekingen een reele basis gelegd kan worden voor eenmeerjarenprogramma. Een uitbreiding van deze continu-pro-ductie tot enige andere grote steden en bevolkings-agglome-raties zal hij overwegen.Voorzover dat in zijn vermogen ligt, zal de Minister trachtenhet thans bereikte evenwicht op de woningbouwmarkt tehandhaven. Beperking van niet strikt noodzakelijke bouw isnog noodzakelijk. De bewindsman streeft er naar de stroomvan bouwopdrachten zo te reguleren, dat de nationale econo-mic en de sociale en geestelijke activiteiten van het Neder-landse volk zo weinig mogelijk worden geschaad.Nieuwe woning- en gezinstellingDe Minister is overtuigd van de wenselijkheid van eennieuwe woning- en gezinstelling. Met het Centraal Bureauvoor de Statistiek is er overleg om deze telling zo in terichten, dat daaruit ook de vereiste gegevens betreffendeblijvende samenwoning en overbezetting van woningen ver-kregen kunnen worden. 33Een nieuwe woning- en gezinstelling zal zeker een beterbasismateriaal verschaffen voor de verdeling van de woning-contingenten, maar zal volgens de Minister toch niet in staatstellen tot onfeilbare prognoses te komen.Overigcns kan ook bij het thans toegepaste verdelingssysteemhet basismateriaal, althans gedeeltelijk, de toets der critiekdoorstaan. Bij dit bestaande systeem is getracht de aanpas-sing aan het wisselend aspect der werkelijkheid tot stand tebrengcn. Bij de feitelijke verdeling van de woningcontingen-ten en bij het opstellen van de systemen, die aan de ver-deling ten grondslag liggen, wordt er naar gestreefd de reeleomstandigheden zoveel mogelijk in het oog te houden.Goedkeuringspolitiek en woningpeilVanzelfsprekend wijdt de Minister ook aandacht aan de-- bijna beruchte -- curveprijs en de daarmee verbonden pro-blemen.Het doel van deze curveprijs, die in feite een toetsing van debouwprijzen inhoudt, is drieledig. Ten eerste kan door dezetoetsing der prijzen een ongemotiveerde prijsstijging gesigna-leerd en voorkomen worden. De ervaring wijst uit, dat dezeprijsstijgingen voorkomen en ook dat het menigmaal mogelijkis deze te redresseren.Ten tweede kan door deze toetsing het huurniveau als functievan de reele bouwkosten niet alleen in theorie, maar ook inde practijk althans in grote lijnen worden gehandhaafd.Ten derde wordt door deze toetsing bereikt, dat het woning-peil landelijk niet een te grote en onverantwoorde differen-tiatie zou gaan vertonen.Bij de grote en acute woningbehoefte bestaat bij de gemeente-besturen de neiging de huren tot een desnoods nauwelijkstoelaatbaar niveau te laten stijgen, als de bouw maar kandoorgaan. Deze ontwikkeling mag niet op haar beloop gelatenworden, aangezien dan het huurniveau langzamerhand zo-danig zou stijgen, dat het geen verband meer zou houden metde als reeel te aanvaarden stijging der bouwkosten.Om het gevaar van een steeds oplopend huurpeil te ont-lopen, wordt het systeem van toetsing der aannemingsprijzentoegepast. De ervaring leert, dat hierdoor inderdaad eenaanvaardbaar resultaat wordt gekregen.Van een starre bantering van een schablone mag hierbij nietworden gesproken. Bij de toetsing der aannemingsprijzen aande curve wordt een zodanige marge aangehouden, dat deprijsverhogende werking der loonronden en der gestegen ma-teriaalprijzen daarin zonder bezwaar kan worden opgevan-gen. In verschillende gevallen, waarbij de aannemingsprijs noguitging boven de marge, is toestemming tot gunning verleend,wanneer bleek, dat objectieve redenen, bijv. bijzondere uit-rusting of afwerking van de woningen, een verhoogde prijsaannemelijk maakten.,,Uitkleden" van woningenHet zgn. uitkleden van woningen wordt ook door de Ministerten strengste afgekeurd. Hij kan zich overigens niet aan hetgevoelen onttrekken, dat de gevallen, waarin gemeentebe-sturen de bouwplannen aanmerkelijk versoberen om een on-verantwoord hoge aannemingsprijs te drukken, slechts eenminderheid vormen. Hij geeft als zijn indruk, dat de grotemeerderheid der thans gebouwde en in aanbouw zijnde wo-ningwetwoningen uit een oogpunt van volkshuisvesting nietbeneden de maat is. De stijging van de classificatie-inhoud iseen objectief gegeven, dat reeds in deze richting wijst.Zolang echter de wijde kloof tussen stichtingskosten en huur-peil blijft bestaan, met de daaraan verbonden noodzaak vaneen omvangrijke Overheidssubsidie als sluitstuk op de ex-ploitatie, zal een optrekken van het woonpeil boven dat vaneen redelijke arbeiderswoning bezwaarlijk te verwezenlijken34 zijn.Financiering en afschrijvingstermijnOver de gevolgen van de maatregel, waarbij de gemeente-besturen wordt toegestaan bij de financiering der woning-wetwoningen uit te gaan van het rentepercentage van 31^,merkt de Minister het volgende op. Hoewel bij het treffcnvan deze maatregel vooraf de gedachte heeft voorgezeten aaneen vergrote woninginhoud of aan een verlaging van te hooggeachte huren, zal er geen bezwaar worden gemaakt wan-neer het bedrag, dat door de verlaging van de rente vrijkomt,bij een enkel complex mede wordt aangewend ten bate vaneen verhoogd woongerief. Daarbij zal nauwlettend wordentoegezien, dat niet-fictieve verhogingen van woongerief wor-den ingevoerd met de al of niet uitgesproken bedoeling eenzeer hoge bouwprijs en de daarmee samenhangende cxcessievehuur aanvaardbaar te doen schijnen.Bij een eventuele huurverhoging van woningwetwoningenzouden de baten daarvan inderdaad ten gunste van het Rijkkomen in de vorm van een bijdrage-vermindering voor dedesbetreffende complexen.Bij de huidige stand van de volkshuisvesting en in het lichtvan de te verwachten ontwikkeling zou een verlenging vande afschrijvingstermijn voor de woningwetwoningen op grotebezwaren stuiten. Hoewel een niet-onaanzienlijk deel derwoningwetwoningen een langere levensduur dan 50 jaar zalhebben, zal het merendeel dezer woningen voor het verstrij-ken van die termijn een ingrijpende periode behoeven omeen vroegtijdige declassering te voorkomen. Zou de finan-ciering van het begin af worden gebaseerd op basis van bijv.65-jarige annuiteiten, dan zou dit medebrengen, dat men der-gelijke verbeteringen onmogelijk op rendabele basis zou kun-nen aanbrengen. De besparing, die in de aanvang zou ont-staan, zou zodoende in het verdere verloop van de exploitatieweer verdwijnen door de dan ontstaande noodzaak van ver-hoogde bijdragen. Bij die woningen, waar verbetering of mo-dernisering niet uitvoerbaar zou zijn, zou zelfs het gevaarvan verliezen op de exploitatie groter worden. De Ministeris voornemens dit vraagstuk nog nader te doen bestuderen.WoningbouwverenigingcnDe bij vele woningbouwcorporaties waar te nemen apathieberust naar het oordeel van de Minister op uitwendige eninwendige oorzaken. Gelukkig is men zich in de kring vanbelanghebbenden ook van deze inwendige oorzaken veelalzeker bewust. En het is verheugend te constateren, dat er ookthans nog, zowel bij de grotere als bij de kleinere en zeerkleine corporaties, verschillende zijn, die een opgewekt ver-enigingsleven kennen. Wat de uitwendige oorzaken betreft,is het streven van de Minister er op gericht in overleg metde federaties te komen tot het wegnemen van belemmeringenen het bieden van de materiele mogelijkheden voor ont-plooiing. De herziening van de onkostennorm en de thansgeschapen mogelijkheid tot verhoogde contributieheffing doorde federaties zijn maatregelen, die in deze richting hun in-vloed kunnen en zullen hebben.Een belemmering voor een voile ontplooiing der activiteit isongetwijfeld gelegen in de huidige financiele basis van dewoningexploitatie. Zolang de woningbouw ook voor de nor-male valide arbeider alleen mogelijk is met behulp van finan-ciele steun van Overheidswege, zal een samenstel van maat-regelen en voorschriften nodig zijn, dat juist door de beste wo-ningbouwcorporaties terecht als hinderlijk zal worden gevoeld.Een herstel van de evenwichtstoestand tussen bouwkosten enhuren zal voor de zelfstandigheid der corporaties en daarmeegepaard gaande grotere animo tot ontplooiing daarom vangroot belang blijken.In de loop van 1954 is begonnen met een systematisch onder-zoek naar de activiteit der corporaties, om een goed inzichtte krijgen in de thans bestaande situatie. Ook de federatiesvan woningbouwverenigingen stellen door zeer diepgaandeenquetes een onderzoek in naar de werkzaamheid en degeest van de bij haar aangesloten corporaties. De Ministerhoopt uit dit documentatiemateriaal een inzicht te krijgen inde mogelijkheid en wenselijkheid van een eventuele veran-dering in structuur en werkwijzen der woningbouwverenigin-gen. Hij overweegt de mogelijkheid de in ens land bestaandepractijk en de daaraan verbonden bezwaren te toetsen aande ervaringen in landen, waar de woningbouwcorporaties weleen bloeiend bestaan kennen.Met een opmerking, dat krotopruiming en sanering op enigs-zins ruime schaal een arbeidsveld voor woningbouwcorpora-ties schept, verklaarde de Minister zich eens. Hij wees erop,dat bij een aantal van de actiefste corporaties reeds thans iswaar te nemen, dat zij zich instellen op de werkzaamheden,verbonden aan de overplaatsing van bewoners uit te sanerengebieden.De derde (particle) huurverhogingDe voorstellen tot huurverhoging, die de Regering in de vormvan een Ontwerp van Wet tot wijziging van de Huurwet aande Tweede Kamer heeft aangeboden, bevatten niet veelnieuws meer. Dat en waarom de Regering slechts een particlehuurverhoging zou voorstellen was inmiddels bekend; alleende hier en daar gepubliceerde grensbedragen berustten nogop gissingen.Deze grensbedragen blijken nu te zijn bepaald aan de handvan de hoogte van de huur van vooroorlogse woningwetwo-ningen in de verschillende gemeenteklassen. De Regeringheeft gemeend deze grens te moeten stellen bij vooroorlogsehuren van / 7,^, f 6,^, f 5,^, / 4,50 en f 4,^ per weekal naar gelang van de vijf gemeenteklassen. Omgerekend inverband met de toegepaste huurverhogingen zijn dit thanshuren van f 9,45, f 8,30, f 7,10, f 6,60 en f 5,95 per week.Alleen voor hogere huren dan deze acht de Regering in degegeven omstandigheden een huurverhoging verantwoord.Omdat het te ver zou gaan op deze huren direct al een ver-hoging van 10% toe te passen, wil de Regering voor eenbeperkte categorie met een verhoging van 5% volstaan. Dezecategorie wil zij bepalen op de huren, die in 1940 lagen bo-ven f 7,-- tot / 4,^, naar gelang van de gemeenteklasse endie niet meer bedroegen dan 110% daarvan. Dat zijn dus dehuren, die in 1940 ten hoogste f 7,70, / 6,60, f 5,50, f 4,95en f 4,40 in de onderscheidene gemeenteklassen bedroegen.Omgerekend in verband met de vorige huurverhogingen zijndit thans de huren van resp. / 10,45, f 9,15, f 7,85, f 7,20 enf 6,60 per week.Een huurverhoging van 10% zal dus eerst verschuldigd zijnbij huren, die meer dan 10% hoger zijn dan de huren (peil1940) van de woningen, waarvoor nu geen huurverhogingwordt voorgesteld.In onderstaand staatje is de voorgestelde huurverhoging sa-mengevat.Geen nieuweGemeente- huurverhogingklasse t/m5% 10%huurverhoging huurverhogingboven t/m boven1IIIIIIIVVf 9,45,, 8,30,, 7,10,, 6,60,, 5,959,45^/ 10,45 f 10,458,30--,, 9,15 ,, 9,157,10--,, 7,85 ,, 7,856,60--,, 7,20 ,, 7,205,95-,, 6,60 ,, 6,60Voor maand- en kwartaalhuren moeten de in de tabel ge-noemde huurprijzen worden herleid door vermenigvuldigingmet 52 en deling door 12 resp. 4.De rangschikking der gemeenten in de onderscheidene klas-sen is gelijk aan die, welke gold voor de vorige huurverho-ging.De in vorenstaande tabel genoemde percentages van de huur-verhoging worden berekend over de huurprijs, die op 30 Junia.s. gelidt. Bij de beoordeling van de vraag of de geldendehuurprijs voldoet aan de in de tabel genoemde ,,grensbedra-gen" moeten eventuele verhogingen van de bestaande huur-prijs wegens verbeteringen, verbouwingen e.d. buiten beschou-wing blijven.De huurverhoging zal automatisch gelden voor woningen, diefddr 27 December 1940 tot stand zijn gekomen.Verder voor woningen, die gedurende de oorlog zijn gebouwd(27 December 1940--5 Mei 1945) en waarvan de huurprijsis opgetrokken tot het peil van die van de vooroorlogse wo-ningen. Is de huurprijs van deze woningen niet opgetrokken,dan wordt zij gefixeerd op de huurprijs per 30 Juni a.s. Dooreen voorgenomen wijziging van het Besluit bijzondere huur-prijzen zullen echter de huurprijzen van gedurende de oorloggebouwde woningen na het ingaan van de huurverhogingnog kunnen worden verhoogd, als dat in het verleden nogniet gebeurd is en als zij hggen beneden het peil van de nieu-we huurprijzen van vergelijkbare vooroorlogse panden.De huurprijzen van panden, die na de oorlog zonder gelde-lijke steun van overheidswege zijn gebouwd, blijven vrij.De huurprijs van met overheidssteun tot stand gekomen ofgeexploiteerde woningen wordt door de Minister van Weder-opbouw en Volkshuisvesting vastgesteld of herzien. (Hoewelbij de vorige (algemene) huurverhoging de huren van enkelecategorieen van na-oorlogse woningwetwoningen gelijk wer-den getrokken met het huurpeil van de vooroorlogse woning-wetwoningen mag aangenomen worden, dat deze ..opgetrok-ken" huren thans buiten de verhoging vallen, ook al liggenzij boven de voorgestelde grensbedragen. Bij de thans voor-gestelde verhoging is het immers uitdrukkelijk de bedoeling,dat de sobere arbeiderswoning buiten de huurverhoging zalblijven).Van de totale vooroorlogse woningvoorraad (volgens de wo-ningtelling van 1947) zal 65% geen huurverhoging krijgen;8% komt in aanmerking voor een verhoging van 5% en deresterende 27% voor een verhoging van 10%.Het huurpeil, dat na de voorgestelde verhoging in de ver-schillende gemeenteklassen voor de diverse categorieen vanvooroorlogse woningen zou gaan gelden, is in het volgendestaatje af te lezen:Percentage PercentagePercentage huui? bij verh. huur bij verh.Gemeente- huur 1954 met 5% t.o.v. met 10%klasse t.o.v. 1940 1940 t.o.v. 19401 2 3 4I 135 142 148,5n 138 145 152III 141 148 155IV 145 152 159,5V 148 155 163Voor de huren van bedrijfspanden zullen dezelfde normengelden als voor die van woningen, echter met dien verstande,dat de huurverhoging hier niet door de wet wordt voorge'schreven. Partijen zijn bevoegd om eenzelfde huurverhogingals voor woningen oferecn te komen. Daarbij moeten dan inde tabel voor woningen genoemde bedragen in acht wordengenomen. 3536In de Memorie van Toelichting zegt de Regering, zich zeerwel bewust te zijn, dat de door haar genomen beslissing voorde woningsector en de volkshuisvesting in het algemeen be-zwaren met zich brengt. Met name zal thans de spanning tus-sen de huren van vooroorlogse woningen en die van nieuwewoningen en de daardoor veroorzaakte druk op het peil vande volkshuisvesting bhjven bestaan.Deze druk doet zich het zwaarst gevoelen bij de hogere huur-klassen. Bij de grotere en duurdere woningen wordt immerseen verhoudingsgewijze kleiner gedeelte van de exploitatie-lasten door rijkssusbsidie gedekt. De rijkssteun, welke wordtverleend in de vorm van premies ingevolge de Premie- en bij-drageregeling woningbouw 1953, is immers evenals de steun,verleend volgens de Beschikking bijdragen Woningwetbouw1950, gebaseerd op de bouwkosten van een sobere woning(Woningwetwoning). In de kosten, welke met de bouw vaneen dergelijke woning zijn gemoeid, wordt van rijkswege fi-nanciele steun verleend ter overbrugging van de als onren-dabel aan te merken kosten. In hetgeen meer of groter wordtgebouwd, wordt generlei tegemoetkoming gegeven, zodat hetdaarvoor benodigde deel van de bouwkosten geheel in dehuur moet worden opgevangen.Ook wanneer thans wordt afgezien van het invoeren van eennieuwe algemene huurverhoging, acht de Regering het daar-om noodzakelijk dat iets wordt gedaan om de discrepantietussen de laatstbedoelde huren en de huren van overeenkom-stige vooroorlogse woningen enigszins te verminderen. Zijacht dit in het bijzonder wenselijk ten einde daardoor de bouwvan nieuwe woningen in de hierbedoelde sectoren -- en metname de zgn. middenstandsbouw -- voor de bouwers aan-trekkelijk te maken. Bovendien zullen, vooral in de grotesteden, bij verdere aanpassing van de onderhavige huren debewoners van grote vooroorlogse woningen er eerder toekomen om een hun beter passende nieuwe kleinere woning(flat) te betrekken, waardoor een beterel spreiding van de ge-zinnen over de bij hun grootte passende woningen kan wor-den bevorderd. In de huidige omstandigheden -- gelijk dezehierboven werden aangeduid ^ zal echter slechts een be-scheiden stap in de aangegeven richting kunnen worden ge-daan. De Regering wil daarvoor niet verder gaan dan het in-voeren van een huurverhoging ten bedrage van 10% van dehuidige huren, welke verhoging alleen zal gelden voor voor-oorlogse woningen met een hogere huurwaarde dan die vaneen, voor de oorlog tot stand gekomen, woningwetwoning.Ten opzichte van de eigenaren van woningen betekent eendergelijke huurverhoging, dat een gedeelte van hen enigehuurverhoging ontvangt en een gedeelte niet. Dit is een on-vermijdelijke consequentie van het onderhavige voorstel, datin de eerste plaats rekening houdt met de noodzakelijke be-scherming van het peil der lonen en prijzen. In verband daar-mede is een huurverhoging slechts verantwoord, waar zulksuit een oogpunt van volkshuisvestingsbeleid het meest nood-zakelijk is.De Regering heeft het vraagstuk van een verdere huurver-hoging uiteraard niet geisoleerd kunnen bezien; zij heeft ditmoeten plaatsen in het kader van de algemene loon- en prijs-politiek. De hier en daar heersende tendentie tot prijsstijgingvervult de Regering met zorg; zij is voornemens al het moge-lijke in het werk te stellen om rust en stabiliteit te brengenin de verwachtingen omtrent het waarschijnlijk beloop vanlonen en prijzen. In dit kader heeft zij gemeend voorshandste moeten afzien van een huurverhoging in de omvang, alsaanvankelijk werd overwogen en heeft zij besloten een mati-ger huurverhoging voor te stellen.Het probleem van de huurbelasting, dat ook bij de voorgaan-de huurverhoging reeds ter sprake werd gebracht en waaraanin de laatste tijd van vele zijden aandacht is geschonken,meent de Regering -- bij handhaving van de gedachten in deTroonrede hieromtrent tot uitdrukking gebracht --' bij een zobeperkte huurverhoging als thans wordt voorgesteld, voors-hands buiten beschouwing te kunnen laten.MonnikenwerkNa de zakelijke beschouwing, die een medewerker van onsblad in het voorgaande aan de voorstellen van de regeringinzake de huurverhoging heeft gewijd, mogen wij niet nalatener nog op te wijzen, dat blijkens het inmiddels verschenenVoorlopig Verslag van de Tweede Kamer deze voorstellenzeer ernstige critiek ondervinden. Oordelende naar de krassetaal van dat Voorlopig Verslag moeten wij veronderstellen,dat de voorstellen van de regering geen meerderheid kunnenhalen. In dat geval zou met het gereedmaken van deze voor-stellen (en met het schrijven van de voorgaande beschouwing)dus monnikenwerk zijn verricht. Een troost kan zijn, dat menin ieder geval heeft gemerkt hoe het niet moet.W. S.ACHTERGRONDENBeperkte rijkssteun foor ,,vrije sector"A Sinds 1950 bestaat er naast de gecontingenteerde en ge-subsidieerde woningbouw de zogenaamde vrije sector-bouw.Deze vrije sector, die door Minister In 't Veld in het levenwerd geroepen, biedt de mogelijkheid om buiten het gemeen-telijk woningcontingent om, woningen te bouwen met eenvrije huurprijs.De -- destijds wel eens geuite -- vrees, dat door een te grotebelangstelling voor bouw in de vrije sector de gesubsidieerdewoningbouw en met name ook de woningwetbouw in het ge-drang zou kunnen komen, is ongegrond gebleken. Dit leerthet volgende overzichtje, waarin de aantallen in de bouw-programma's opgenomen vrije-sector-woningen geplaatst zijnnaast de werkelijk gebouwde aantallen:Woningbouw in de vrije sectorJaav Bouwprogramma Gereedgekomen1950 3500 17331951 6000 40991952 6000 26261953 2500 17091954 1000 1549Totaal gebouwd 11716Ook de bedenking, dat in de vrije sector te groot en te luxueuszou worden gebouwd -- alweer ten koste van de volkswoning-bouw -- vond geen steun in de werkelijkheid.De gemiddelde inhoud van de vrije sector woningen, die toten met 1952 gebouwd zijn, bedroeg 365 mS.AanvullingDe bouw in de vrije sector moet worden beschouwd als eenaanvulling op de gecontingenteerde en gesubsidieerde wo-ningbouw.Deze vrije sector biedt gelegenheid om -- uiteraard binnenhet kader van het totale woningbouwprogramma -- tegemoette komen aan behoeften, waaraan in het vrij straffe contin-genteringssysteem niet kan worden voldaan.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting is vanoordeel, dat de bouw in de vrije sector momenteel niet in vol-doende mate in de gewenste aanvulling van het contingen-r":^^door het plaatsen van een^^u/et lost u ditprobleem op zonder ruimteverlies(y^^ljUi^ FABRIEK N.V. BAARN TEL. K 2954-3641 (4 LIJNEN)37termgssysteem door particuliere bouw voorziet. Hij wil daar-om deze bouw door een beperkte rijkssubsidie stimurerenIn verband daarmede is thans de mogelijkheid geopend tothet verkrijgen van een halve premie voor de bouw van wonin-gen in de vrije sector c?oor particulieren. Deze mogelijkheid isgeschapen door een aanvulling van de Premie- en bijdraqe-regeling woningbouw 1953.Alleen foor particulieren.De halve premie zal uitsluitend aan particuliere instelhngenen personen worden toegekend en niet aan gemeentebestu-ren en andere openbare lichamen of aan woninqbouwcorpo-raties.Verder wordt de halve premie alleen toegekend onder voor-waarde, dat voor de te bouwen woningen geen andere gelde-hjke steun van overheidswege (dus ook niet van gemeenten)in welke vorm ook, zal worden genoten. Omdat de woningenzullen worden gesubsidieerd ingevolge de bestaande premie-regeling zullen de bepalingen van deze premieregeling daaropm het algemeen van toepassing zijn. Dit betekent o.m. dat de..halve premie"-woningen aan een inhoudsgrens van 500 mSgebonden zijn.Overigens blijft het karakter van de vrije sector behouden: dewoningen blijven buiten de contingentering en de huurprijs-bepaling blijft vrij. Maar al valt de bouw in de vrije sector nietonder de gemeenteliijke contingenten, in zijn geheel is hijnatuurlijk toch begrensd door de mogelijkheden van het totalebouwprogramma.Met het oog daarop heeft de Minister het maximum aantalin deze nieuwe vrije sector te bouwen woninqen voor 1955bepaald op 8000.halve bepaalde bedrijven, ook de eigen bouwers er qebruikvan zullen willen maken.ProductieverhogingMinder bijzondere contingentenDe Minister meent, dat door de nieuwe regeling tegemoetwordt gekomen aan van verschillende zijden geuite verlan-gens. Hij denkt daarbij in het bijzonder aan het bedrijfslevendat in vele gevallen bereid is. zich zekere financiele offers tegetroosten om te kunnen voorzien in de huisvesting van zijnpersoneel zonder echter zover te willen gaan. dat daarbij ge-heel van subsidie wordt afgezien. Door deze nieuwe maatregelzal ook het toewijzen van contingenten voor bijzondere doel-emden, zoals b.v. ten behoeve van de Industrie, in vele qe-vallen achterwege kunnen blijven.In een brief aan de gemeentebesturen. waaraan een deel vanhet yoorgaande is ontleend, merkt de Minister noq het vol-gende op:,,Het aanvullende karakter van de bouw in de vrije sectoropent mede de mogelijkheid om bij de toekenning van voilepremies meer dan tot dusver rekening te houden met indivi-dueie behoeften van de aanvragers.Particulieren, die voor de vervulling van een dringende. in depersoonlijke sfeer liggende behoefte aan een woning grootbelang hebben bij de toekenning van voile premie, dienen zoenigszms mogelijk niet te worden verwezen naar de halvepremie doch voor een voile premie in aanmerkinq te wordengebracht .Veel belangstelling?Een week na het in werking treden van de ..halve premie"regeling waren reeds voor 1000 woningen aanvragen om pre-mie bij het Departement ingediend. Hoewel daaruit nog geenconclusies kunnen worden getrokken omtrent de belangstel-ling voor de nieuw geschapen rubriek van gesubsidieerde wo-ningen hjkt het toch niet gewaagd te veronderstellen, dat aandeze belangstelling niet met 8000 woningen in een jaar vol-daan kan worden. De eerste reacties op de nieuwe regelingJO zijn m het algemeen gunstig en er zijn aanwijzingen, dat, be-Meermalen -- en onlangs nog door verschillende leden van deberste Kamer ^ is uitgesproken. dat de eigen bouwers snellerwoningen kunnen bouwen dan de gemeenten en de woninq-bouwverenigingen. Minister Witte heeft daarop geantwoord,dat hij de categorische vorm van zo'n uitspraak niet geheelvoor zijn rekening zou durven nemen. De woningbouw dooreigen bouwers kan zich, volgens de Minister, wel op soepelewijze aanpassen aan de bouw-materialen-markt, waardooronder bepaalde omstandigheden een vergroting van de pro-ductie kan worden bereikt. maar van een hogere individuelearbeidsprestatie is daarbij geen sprake.In de gedachtenwisselingen over de mogelijkheden tot ver-hoging van de productiviteit in het bouwbedrijf in het alge-meen en in de woningbouw in het bijzonder, wordt al sindsgeruime tijd de wenselijkheid van langere werktijden in dezomermaanden bepleit. De bittere realiteit van een nog steedsschrikbarende woningnood geeft alle aanleiding deze sugges-tie heel serieus te overwegen. waarbij evenwel bedacht dientte worden dat langer werken niet tot verhoging van de pro-ductiviteit zal leiden. Wel tot vergroting van de productie endat is natuurlijk heel wat waard..c?oor overwerk.Nu. tengevolge van de uitzonderlijk lange vorstperiode dewoningbouw meer dan in andere winters is achterop geraakt,is de kwestie van een langere werktijd in de zomermaandenopnieuw aan de orde gesteld. De vorstperiode was nog lanqmet ten einde, toen het lid van de Tweede Kamer, de heerStapelkamp, aan de Minister van Wederopbouw en Volks-huisvesting de vraag stelde, of deze thans geen aanleidingzag, ^door bevordering van een lagere werktijd. het inhalenvan het productieverlies in de bouw mogelijk te maken.Wij weten niet of de heer Stapelkamp zich met het bekendekluitje in het riet voelde sturen, toen de Minister hem naardiens ambtgenoot van Sociale Zaken verwees. Wel vermoe-den wij, dat de heer Stapelkamp met genoegen kennis zalhebben genomen van het krantenbericht, dat de werknemersin het bouwbedrijf van 1 April af zes maanden lang drie uurper week zullen overwerken. Daardoor zal ongetwijfeld eendeel van het geleden productieverlies worden goed gemaakt.De bouwvakarbeiders. die al te lang hun hoogst belangrijkearbeid hebben moeten onderbreken, verdienen waarderingvoor hun bereidheid om gedurende lange tijd over te werken.ProductieverliesOverigens moet men de gevolgen van de stagnatie in de bouwmet te zwart afschilderen. Berichten. dat het winterweer onsdit jaar op 10.000 gereedgekomen woningen zal komen testaan. miskennen het feit. dat ook in andere jaren een aantaldagen door onwerkbaar weer verloren gaat. Het is onjuist om,uitgaande van een gemiddelde productie van 250 afgewerktewoningen per dag, voor elke dag onwerkbaar weer van deafgelopen maanden 250 woningen van het streefgetall van65000 woningen voor 1955 af te trekken. Ook het jaar 1954,met een productie van 68.500 woningen, heeft in het beginonwerkbare dagen gekend. In het eerste kwartaal van 1954kwamen niet meer dan 10.770 woningen gereed; dat is 15.7%van het jaarcijfer; in de overeenkomstige periode van 1953was dit aantal 8.480 of 14.2% van het jaarcijfer.In Januari 1955 kwamen 3.146 woningen gereed.Bij een normaal aantal verletdagen van 30 per jaar kan hetextra verlies sinds 1 Januari j.l. gesteld worden op 15 dagen.Als de weersomstandigheden in de rest van dit jaar niet al teongunstig zijn, kan door het overwerk, waartoe thans beslotenis. dus een belangrijk deel van het productieverlies wordeningehaald.Bouwtijd. .Het tempo van de woningbouw is uiteraard mede afhankelijkvan de bouwtijd per woning. Deze bouwtijd is tegenwoordiglanger dan voor de oorlog. Minister Witte heeft voor dit ver-schijnsel een verklaring gegeven aan de Eerste Kamer. Hijwijst er op, dat de woningcomplexen, die thans worden ge-bouwd, groter zijn dan die, welke voor de oorlog in uitvoeringwaren. De bouwtijd van een object neemt toe, naarmate hetobject meer woningen bevat. Het is volgens de bewindsmandan ook beter niet te spreken van de gemiddelde bouwtijdper woning, maar van de gemiddelde bouwtijd van woning-complexen.L'art de grouper des chiffres.Bouwt men in Duitsland sneller woningen dan wij doen?Velen menen van wel en beweren dat een vergelijking van dewoningbouw in Duitsland met die in Nederland wel zeer tenongunste van ons land uitvalt. Het blijkt, dat een dergelijketot minderwaardigheidsgevoelens aanleiding gevende conclu-sie wel op een zeer oppervlakkige vergelijking berust. Dit isaangetoond door Dr H. Umrath, economisch adviseur van deAlgemene Bouwbedrijfsbond, in een studie in het Duitse blad,,Gemeinniitziges Wohnungswesen". De heer Umrath consta-teert allereerst, dat het begrip woningfcouu' in Duitsland welzeer ruim wordt opgevat. Wij zouden in Nederland niet meerdan 73,5% van hetgeen de Duitsers ,.Wohnungsbau" noe-men, als ,,bouw" kenmerken. De rest van de Duitse woning-,,bouw" heet bij ons gewoon herstel, uitbreiding en vernieu-wing. Verder bestaat de woningbouw in Duitsland voor eenoverwegend deel uit de bouw van ,,Kleinstwohnungen" ofwelkleine woningen. Slechts 9,1% van de nieuwe Duitse wonin-gen bevat 5 of meer vertrekken. Van de Nederlandse volks-woningen bevat 71% 5 of meer vertrekken, inclusief keuken.Op grond van een dergelijke degelijke vergelijking bhjkt deomvang van de woningbouw in Duitsland ongeveer gelijkaan die in Nederland en Engeland. Zij. die zo onder indrukzijn van de Duitse woningbouw, zijn dus min of meer hetslachtoffer van ,,1'art de grouper des chiffres".NOOOZAKELIJKHBI>BN /Honderdduizenden volkswoninqen. 2. Tienduizendenmiddenstandswoningen.3. Woningen en tehuizen voorbejaarden en alleenstaanden.4. Atelierwoningen voor kunstenaars. 5. Krotopruimingen sanering.Wellicht ten overvloede hebben wij in de hierboven geplaatstestrip doen aangeven wat er voor de naaste toekomst met be-trekking tot de volkshuisvesting in ons land op het programmastaat. Dat programma is indrukwekkend van omvang. Datprogramma wordt zelfs beangstigend groot als men bedenkt,dat het omlijst wordt door een reeks van andere, de bouw-nijverheid belastende noodzakelijkheden en wenselijkheden.Als daar zijn ziekenhuizen, scholen, fabrieken, kantoren, win-kels, schouwburgen, concert- en congreszalen, operagebou-wen', stadhuizen, dienstgebouwen, tunnels, bruggen, wegen,waterkeringen, afdammingen, polderwerken enz. enz. Hoezal men de prioriteit van het een t.o.v. het ander bepalen?Waar zal men voor de uitvoering van al deze werken in eenluttel aantal jaren alle materialen en alle nodige overheids-krachten vandaan halen?Wij herinneren ons hoe de tekenaar van bovengeplaatste stripin 1947 op ons verzoek een alleraardigste folder ontwierp.Deze folder zou op de lagere scholen worden verspreid, opdatvel duizenden jongens en hun ouders zich bewust zoudenworden, dat het kiezen van een werkkring in het bouwvakeen goede keuze zou kunnen zijn. Na rijp beraad is toen hetbesluit gevallen de folder maar niet te laten verspreiden eneen grootscheepse actie voor de werving van leerlingen in debouwvakken achterwege te laten! Men kon toch ten aanzienvan de ontwikkeling van de bouwnijverheid niet al te opti-mistisch zijn! Toegegeven moet worden, dat in de achter onsliggende jaren de verwachtingen inzake de economische ont-wikkeling van ons land zeer sterk uiteenliggen. Wij noemen,louter om even het geheugen op te frissen, enkele slagzinnen,die alle in de korte periode na de bevrijding enige tijd opgelddeden: ,,Indie verloren, rampspoed geboren". Met rampspoeddoelde men hier op de te verwachten economische gevolgen,die het welvaartspeil in ons land zouden terugbrengen tot hetniveau, dat in achterlijke Balkanstaten normaal werd geacht.,,Emigreren of sterven". Als niet jaarlijks vele duizendeniandgenoten hun heil in andere continenten zouden zoeken,dan zou binnen korte tijd het spook van de werkloosheid weerin Nederland rondwaren. Emigratie-politiek is gevolg vanbeleid op lange termijn. Goede kansen voor gesHaagde vasti-ging overzee worden door uitstel bedorven. Juist allemaal,maar nu kijken we in ons landje aan tegen een tekort aanarbeidskrachten, dat wellicht nog lang blijft bestaan en datook z'n nadelen heeft. .,Onze deviezen-pot stroomt leeg; bank-roet bedreigt onze natie". Hoe lang is het allemaal geleden,dat wij met dit geluid vertrouwd waren? We weten tochnog hoe een moedige regering, geplaatst tegenover eenacuut verlies aan ,,harde" valuta, in de Troonrede liet ver-klaren: ,,Er kunnen ten hoogste 40.000 woningen worden ge-bouwd". Nu, enkele jaren later, gokken we op 70.000 wonin-gen per jaar! Zo plotseling als de kapitaalnood opdoemde, diehet aanschijn gaf aan de (achteraf voordelig gebleken) ,bur-gerzinleningen", zo snel ontstond er weer geldruimte, die definancieringsproblemen geheel uit het gezicht deed verdwij-nen. Afschaffing van distributiemaatregelen, gepaard met sti- 39mulermg van de verkoop op de binnenlandse markt, gaat di-rect vooraf aan investing- en consumptiebeperking. Op hunbeurt worden die maatregelen weer snel gevolgd door een,,welvaartsloonronde" en door belastingverlagingen die demvesteringen zullen bevorderen. Wonderlijke ontwikkelinqenm stormachtig tempo. Typerend voor de verhoudinqen in na-oorlogse tijd.Reeds openbaren zich nu weer de aan de opgeschroefde be-drijvigheid verbonden bezwaren, die de kiemen in zich dragenvoor de neergang. Het klimaat voor de export wordt mindergunstig. De verhoudingen op de binnenlandse markt vertonentekenen van ontwrichting. De regelingen t.a.v. de melksane-ring maakten het ingrijpen van ,,dokter" Zijlstra noodzakeliik.Ue handel in radio-apparaten is tot de orde geroepen. Andere,,kartel-overeenkomsten" worden voor de mangel gelegd. Alswij een eenvoudig stalen bureau voor ons kantoor willenkopen, dan hebben we te maken met een levertijd van ten-minste een half jaar. Daarvoor vernemen wij de verklaring:,,Alle bedrijven willen hun winst voor de fiscus drukken envernieuwen deswege hun inrichting en inventaris".Keren wij terug tot ons uitgangspunt, de bouwnijverheid. Deaannemers moeten alle kunsten te baat nemen om tijdig entegen redelijke prijzen hun materialen te krijgen. Over arbeids-krachten zwijgen wij nu maar. De architecten, die te doenhebben, worstelen met onderbezette bureaux, hetgeen tot ge-volg heeft, dat de opdrachtgevers hun geduld op een zwareproef zien gesteld en dat de projecten onvolledig uitgewerkten voorbereid op de markt komen. De technische apparatuurvan de overheid ziet zich enerzijds gesteld tegenover ongekendgrote bouwprogramma's en heeft anderzijds te maken metpersoneelverloop en met onvervulde vacatures. Nu men den-ken durft aan het delegeren van opdrachten aan particuliereadvies-bureaux, blijkt, dat deze bureaux al evenzeer zwaaroverbelast zijn. Voorbeeld: Een der grootste technische ad-viesbureaux in ons land (bemand met honderden deskundi-gen) moet volstaan met het leveren van beknopte schema'sin plaats van uitgewerkte adviezen. Die schema's worden danter completering toevertrouwd aan die ondernemingen, die ,,ernet nog wat bij kunnen hebben". Een methode waar'van op-drachtgevers onder normaler omstandigheden moeten gruwen.Nu is echter het devies: ,,Nood breekt wet". Men dient zelfsblij te zijn als men er in slaagt om technische installaties vanbepaalde soort bij een vertrouwd adres onder te brengen. Deprijs, waarvoor het werk zal worden uitgevoerd, is dan eigen-lijk maar een bijkomstigheid. leder, die nu een aanbestedingvoor een of ander bouwwerk heeft te houden, kan slechtsgevoelens koesteren, analoog aan de verwachtingen van deman, die op een prijs uit de loterij zijn hoop heeft gevestigd.Wij waren in de afgelopen week betrokken bij twee beste-dingen van goed en compleet voorbereide woningbouwplan-nen. Om de prijzen, die in beide gevallen uit de bus kwamen,zou men willen lachen als de wanverhouding tussen de uit-komsten van een objectieve begroting en van de aannemers-calculatie niet zo treurig was.Wij laten het maar bij deze verwachtingen. Het werk gaatdoor. Dat werk moet gebeuren onder zeer moeilijke omstan-digheden. Een enorm programme wacht op uitvoering. Het iste hopen, dat het sociaal belangrijkste deel van dat programma-- de woningbouw c.a. -- in de scherpe concurrentie van deeconomische overspanning niet het kind van de rekeninqwordt. ^ W. S.regeUngenm voorschriften,,Voederen van vogels in wintertijd'40In de dagbladen heeft kortgeleden een bericht gestaan overeen halve premie voor ,,vrije sector" woningen. Wij hebbende wijziging en aanvulling van artikel 1 van de Premie- enBijdrageregeling woningbouw 1953 van 12 Maart j.l. en decirculaire van het Ministerie van Wederopbouw en Volks-huisvesting aan de gemeentebesturen van 14 dezer bij dehand en zullen in het kort de inhoud daarvan hieronder weer-geven en zo nodig toelichten.Sedert de laatste wereldoorlog heeft in verband met tekortenaan woonruimte, bouwvakarbeiders, geldmiddelen en bouw-materialen de noodzaak bestaan bij de verdeling van bouw-volume een straf beleid te voeren. Weliswaar is in de afgelo-pen jaren de verdeling op wisselende grondslagen -- al naargelang van toen heersende omstandigheden -- gebaseerd ge-weest, doch steeds heeft men getracht hierbij de op dat ogen-blik bestaande behoefte zo duidelijk mogelijk voor ogen testellen.Het nog altijd aanzienlijk woningtekort en de begrensde capa-citeiten van de bouwnijverheid zullen nog geruime tijd hetvaststellen van bouwvolumen noodzakelijk maken. Hiernaastwordt de bouw in de zogenaamde vrije sector -- welke dusniet wordt gesubsidieerd, noch aan contingenten is gebonden-- toegestaan om binnen het kader van het totalc woning-bouwprogramma tegemoet te komen aan behoeften die in hetsysteem van bouwvolumen niet kunnen worden voorzien.Zoals bekend, is aan deze wijze van bouwen bovendien devrije overeenkomst van de huur door partijen ^ huurder enverhuurder -- overgelaten. De bedoeling is gcweest om inbeginsel de mogelijkheid van bouwen buiten de bouwvolumenbinnen grenzen van het redelijke te scheppen, doch tot hedenis daar in onvoldoende mate gebruik van gemaakt.De Minister is daarom gekomen tot een tussenvorm, waarbijeen beperkte subsidie voor bouw door particulieren in de vrijesector beschikbaar wordt gesteld, Speciaal werd daarbij ge-dacht aan het bedrijfsleven, dat in vele gevallen in deze halvepremie een aantrekkelijke mogelijkheid voor huisvesting vanpersoneel ziet, terwijl zodoende toewijzing uit de bouwvolu-men voor de industrie in vele gevallen achterwege kan blijven.Het karakter van de vrije sector, als in de vorige alinea om-schreven, blijft behouden.Voor het jaar 1955 is het maximum aantal op deze wijze tebouwen woningen thans op 8.000 bepaald en wordt begrensddoor het voor het gehele land in beschouwing te nemen bouw-programma en de maandelijkse financieringen van in uitvoerzijnde bouwwerken. Uit de beschikking blijkt dat deze vormvan gesubsidieerde bouw uitsluitend voor particutiere instel-lingen en personen bedoeld is. Zij zal niet worden vcrleendvoor bouw Joor of ten behoeve van gemeenten en andereopenbare lichamen, alsmede woningbouwcorporaties.Alle bepalingen van algemene strekking van het Premie- enBijdragenbesluit woningbouw en van de Premie- en Bijdragen-regeling woningbouw 1953 zijn op deze bouw van toepassing,onder meer de voorwaarde, dat aanvang van de bouw voorde toekenning der premie tot afwijzing der aanvraag of in-trekking van de premietoekenning -- indien een en anderachteraf mocht blijken ^ leidt, De bouw dient binnen viermaanden na toekenning der premie tot de bovenkant der be-gane grondvloer te zijn gevorderd, terwijl geen verlenging vandie termijn zal kunnen worden toegestaan. Aan deze halvepremie is eveneens de voorwaarde verbonden, dat geen anderegeldelijke steun van overheidswege -- in welke vorm ook --zal worden genoten, waarbij onder meer gedacht wordt aangemeentelijke subsidies of garanties, aan beschikbaar stellenvan bouwgrond beneden de kostprijs en soortgelijke tegemoet-komingen. Er kunnen dus ook geen bijdrage voor eigen-bewoning, toeslag wegens krotopruiming of bejaardenbijdrageals bedoeld in de artikelen 2, 2a en 2b van de premie- en bij-drageregeling woningbouw 1953 worden toegekend.Het verschil tussen de zogenaamde premiebouw en deze bouwmet halve premie ligt dus in de vrije overeenkomst van dehuur voor de laatste. Dit houdt echter geenszins in, dat dusde in de laatstgenoemde categoric gebouwde woningen be-paaldelijk voor verhuur bestemd dienen te zijn. Ook voor debouw van een eigen woning kan een halve premie wordentoegekend.De aanvraag tot verkrijging van de betreffende halve premiedient vergezeld te gaan van de in artikel 3 van de Premie- enbijdragenregeling woningbouw 1953 genoemde bijlagen, als-mede van een verklaring van bekendheid van het gemeente-bestuur.De Minister wijst er echter nadrukkelijk op dat de onder-havige bouw met halve premie de gemeentebesturen dus inde eerste plaats de mogelijkheden biedt om particuliere per-sonen, voor wie het verkrijgen van een voile premie van grotebetekenis is voor de vervulling van een dringende, in de per-soonlijke sfeer liggende, behoefte, in de voor hen aangewezensector van premiebouw in het beschikbare bouwvolume te be-trekken en verzoekt de gemeentebesturen hiermede rekeningte houden.Wij menen uit deze nieuwe regeling te moeten opmaken, dathet in de bedoeling van de Minister ligt slechts in die geval-len, waar het bouwvolume voor de ,,premie" sector geenmogelijkheden biedt, door particulieren en industrie van demogelijkheid tot bouwen met halve premie gebruik wordtgemaakt. In het andere geval dient de bouw door industrieen bedrijfsleven ten behoeve van haar forensen-personeel dusallereerst in de ,,/ia/ye-premie" sector te worden gezocht, op-dat de bouw door particulieren, door toekenning van de reedsbestaande premie, zo aantrekkelijk mogelijk zal blijven.De vrees bekruipt ons echter dat door anderen, dan waar dezeregeling voor bedoeld is, van deze mogelijkheid gebruik zalworden gemaakt, vooral in de grote steden, waar door dewoningnood het aantal gegadigden voor de aanschaffing vaneen woning door omstandigheden zeer groot is. Het tweeerleivoordeel van incasso der ,,halve premie" en mogelijkheid vanverhuur of verkoop, waar die door onvoldoende bouwvolumeeerst niet aanwezig was, kan daardoor aan deze bouwers tengoede komen. Het moet dunkt ons, aan administratieve ofandere moeilijkheden te wijten zijn, dat men de toestemmingvoor bouw door particulieren volgens deze nieuwe regelingniet meer bindend heeft willen omschrijven.Dit contingent van 8.000 extra woningen voor 1955 kan dusdaar terecht komen, waar de Minister het niet voor bedoeldheeft. Het doet ons denken aan iemand, die in tijd van barrenood vogels voert; daar kan men ook niet van zeggen of debrutale spreeuwen of de talrijke mussen het grootste deelte pakken krijgen. Vandaar ons opschrift van dit artikel.Hn.Aan het secretariaat van de NATIONALE WONINGRAADkan worden verbonden:Een Medewerker,die voornamelijk zal worden belast met het leggen van hetdirecte contact met de besturen der aangesloten woning-bouwcorporaties. Binnen het raam van de organisatie dersecretariaats-werkzaamheden zullen hem de behandeling enafdoening van de uit de contacten voortvloeiende zakenworden opgedragen.De vervulling van deze taak vraagt:? bekendheid met het volkshuisvestingswerk;bij voorkeur bijzonder met woningwetbouw;? het vermogen om zowel mondeling als schrif-telijk adviezen en voorstellen goed te fox-muleren;? begip voor organisatorische verhoudingen.Sollicitaties met inlichtingen over opleiding, levensloop, ver-langd salaris enz. te richten aan De Nationale Woningraad,Wouwermanstraat 27 te Amsterdam (Z).41Wat de opievertAdministratiekosten nieuwbouwBij herhaling vragen woningbouwcorporaties de NationaleWoningraad om advies over de omvang van de kosten, die zijaan de verzorging van de administratie kunnen besteden. Bijde behandeling van die zaken komen wij regelmatig als ,,com-plicatie" tegen de omstandigheid, dat er ten behoeve van denieuwbouw vrij uitgebreide administratieve werkzaamhedenmoeten worden verricht. De kosten voor die werkzaamhedenkunnen uiteraard bezwaarlijk ten laste van de norm voor al-gemene onkosten der reeds bestaande woningen worden ge-bracht. Als wij dus adviseren over de vergoedingen voor hetvoeren der normale administratie (huurverantwoording, da-gelijkse boekhouding, verzorging jaarstukken enz.), dan moe-ten wij daaruit de bijzondere werkzaamheden uit hoofde vande nieuwbouw buiten beschouwing laten.Niettemin is aan die nieuwbouw in administratief opzicht ge-noeg feitelijke rompslomp verbonden. Men begint met hetinvullen van vele formulieren, men maakt aannemingsover-eenkomsten, men betaalt materialen en termijnen, men krijgtte maken met risico-verrekeningen, met meer- en minder-werk. Men dient dat alles voor wat de financielle gevolgenbetreft keurig in de administratie in te dragen. Voordat mende nieuwe woningen kan verhuren heeft men vele besognes(overleg met gemeentelijke instellingen, aanschrijving van le-den, advertenties, woningbezichtiging, uitschrijven van con-tracten, onderzoek naar gegadigden enz.). Hoe bestrijdt mennu de kosten, die aan al dit werk zijn verbonden?Vele zaken in woningwetbouw en -exploitatie zijn centraalen uniform geregeld. Evenzovele zaken echter worden vaakop de meest uiteenlopende manieren behandeld. Daarvanhebben wij hier nu wel een voorbeeld. Verscheidene woning-bouwverenigingen bestrijden de bovenvermelde kosten inder-daad uit het normale ,,fonds voor algemene onkosten". Datgaat natuurlijk bijzonder moeilijk, omdat dat fonds voor degebruikelijke exploitatiekosten nauwelijks of niet toereikendis. Andere bouwverenigingen mogen in de stichtingskostenvoor de nieuwe woningen een luttel bedrag voor ,,algemenevoorbereidingskosten" opnemen. De grootste stad in Ne-derland vindt goed, dat de daar werkzame bouwverenigingen(die na de oorlog reeds verscheidene duizenden woningenhebben gebouwd) voor de aan de nieuwbouw verbondenadministratie een bedrag van f 3,-- per woning in de stich-tingskosten doorberekenen en voor de aan de verhuur dernieuwe woningen verbonden kosten eveneens een bedrag vanf 3,-- per woning. De feitelijke kosten dienen natuurlijk ge-specificeerd te worden verantwoord; kan men met minderdan / 6,-- per woning uitkomen, dan is dat zoveel te beter.In de op een na grootste stad van Nederland heeft menblijkbaar weer een totaal andere indruk van de kosten. Daarkrijgen de woningbouwverenigingen voor alle romp-slomp, die aan de nieuwbouw is verbonden, slechts / 2,--per woning. Het is duidelijk, dat men daarmede bij lange naniet kan uitkomen. Een bouwvereniging, die daar een 700woningen bouwt schiet nu al voor op de ,,algemene onkosten",die zij straks in de exploitatie der woningen zal mogen ver-antwoorden. Aan de detbetzijde van de balans komt duseen bedrag te staan, dat geleidelijk aan ten laste van de normvoor algemene onkosten moet worden afgeschreven. Het isvanzelfsprekend, dat deze bouwverenigingen dus over eenaantal jaren displezier zal hebben van de onvermijdelijke kos-T^ ten, die zij voor de administratieve verzorging van de nieuw-bouw heeft moeten maken. Een andere woningbouwcorporatie,die in overeenstemming met het door de gemeente uitgestip-pelde beleid in korte tijd een woningbezit van enige duizen-den huizen verwierf, heeft haar gehele organisatorische enadministratieve apparaat moeten opbouwen met de voor ditdoel armzalige drie gulden per woning. Dit is nu met rechtzuinigheid, die de wijsheid bedriegt, omdat beknoptheid, on-volledigheid in de aanzet zich wreekt in de latere bedrijfs-voering.Wij kunnen aannemen, dat de gemeente, die / 6,-- per wo-ning in de stichtingskosten laat opnemen, daarover met hetMinisterie overeenstemming heeft bereikt. Er is derhalve geenenkele reden om te veronderstellen, dat dit ,,tarief" in anderegemeenten niet zou kunnen of mogen gelden. Voor de ex-ploitatie der woningen betekent het letterlijk niets of mentwee gulden of zes gulden ,,administratie-kosten" declareert.In het eerste geval is het 9 cent per woning per jaar; in hettweede geval een kwartje per woning per jaar. In beidegevallen dus te veronachtzamen in het kader van de huur-prijs, die in de orde van grootte van 600 gulden per woningper jaar wordt vastgesteld.Er is reden om ernstig te pleiten voor een onbekrompen op-lossing van het hier besproken probleem. Een uniforme regel,die zou bepalen dat een redelijk toereikend bedrag ter dek-king van de algemene onkosten, die aan de administratieveen organisatorische verzorging van de nieuwbouw zijn ver-bonden, verantwoord kan worden in de totale stichtingskos-ten van de nieuwe woningen, zou voor de woningbouwver-enigingen een duidelijke en bevredigende situatie scheppen.Een situatie, die het mogelijk zou maken, dat die bouwver-enigingen ook beter en vlotter de financiele afwikkeling vande nieuwbouw kunnen verzorgen dan thans hier en daar hetgeval is. Teneinde te kunnen overwegen of en hoe op het uit-vaardigen van een zodanige regel ware aan te dringen, hou-den wij ons voor meldingen van practijk-ervaringen inzakehet besproken probleem gaarne aanbevolen.w. s.Het houden van huisdierenIn het huurreglement van de woningbouwverenigingen wordtveelal de bepaling aangetroffen, dat het houden van viervoe-tige dieren, kippen en duiven wordt verboden. In een gunstiggeval is het toegestaan een bond of een kat te houden endient voor het aanbrengen van kippen- of duivenhokken toe-stemming van het bestuur te worden gevraagd. Dat de bestu-ren van woningbouwcorporaties deze bepaling in het huur-reglement opnemen is heel begrijpelijk, daar het dikwijlsvoorkomt, dat de viervoeters en de gevleugelde dieren lastbezorgen aan de omliggende bewoners.Bij oude woningen wordt, als een dergelijke bepaling in hethuurreglement voorkomt, door de huurders dit verbod niet zoserieus genomen, terwijl de huiseigenaren wel eens een oogjedicht doen. Toegegeven moet worden, dat in oude stads- endorpswijken de achtergevels en tuinen dikwijls worden ont-sierd door monsterlijk in elkaar getimmerde hokken, terwijlin de binnensteden vaak klachten worden geuit over het la-waai, dat de kippen maken en over de hinder die wordtondervonden van het hanengekraai. Vooral tegen deze mati-Bij de wederopbouw van Nederland wordi in ioe-nemende mafe gebruik gemaaki van deFUSEE DAKCONSTRUCTIESieeds meer zien en waarderen archiiecien en aan-nemers de groie voordelen weike deze oudsie eneenvoudigsie der dakconsiruciies biedi. Mei Fusee's:K snel onderdakt- brandvrij, isolerend? geen onderhoudNEFUMIJ IS SERVICEVraag nog heden de fraaie brochure ,,Gebogen Daken . .. Fusee Daken" aan bij N.V. Neiumij, Teieringsedijk 6 Breda - Teleioon K1600-5990FUSEE dakenVoor verbouwen nieuwbouwschrijf ik altijd NOVE board voor.' In de modernearchitectuur behoren moderne materialen. Hetzou dwaas zijn geen gebruik te maken van devooruitgang der techniek. En als een Neder-landse Industrie thans een kwaliteits product af-levert als het NOVE board, dan schrijf ik hetmet genoegen voor.Da zijn de voordelen: Gunstige prijs.Altijd voorradig. Constante goede kv/alHeii.Sirakke oppervlakken. Ruime specificaiies.Geen wonder dat er steeds meerNove board verwerkt wordtlNOVE BOARDhe* enige nederlandse board. N.V. NOORDELIJKE INDUSTRIE VOOR V EZEL V ER WERKING - HOOGEZAND. ^[^43neuse ,,porder" wordt wel eens protest ingediend met het ge-volg, dat in de kippenren de haan ontbreekt.Dat men niet te veel vrijheid kan geven bij het houden vandieren blijkt wel uit het feit, dat men wel eens bewoners aan-treft, die er meerdere katten of honden op na houden. Komen .de kinderen van de naaste buren met een gevonden hondjeof katje aandragen, dat bij hen niet mag blijven, dan vindt ditbeestje in het toch al overbevolkte dierengezin een goed onder-komen. Op zichzelf een sympathiek gebaar, maar voor om-wonenden en ook uit hygienisch oogpunt een ongezonde toe-stand. Daarom is het heel begrijpelijk, dat .de besturen vanwoningbouwverenigingen het houden van huisdieren verbie-den.Toch willen wij in dit artikel graag een lans breken voor diehuurders, voor welke het houden van huisdieren een groteliefhebberij is en van wie men kan veronderstellen, dat deverzorging in goede handen is en de woning er geen schadevan zal ondervinden. In de buitenwijken van grote steden envooral in kleinere gemeenten en dorpen kan het houden vankippen het landelijke aspect vergroten en zal de rust nietworden verstoord. Horen wij niet al te dikwijls van bewonersin nieuwe buitenwijken, dat het zo spijtig is, dat zij geen huis-dieren mogen houden?Goed, men weet dit alvorens een woning wordt betrokken enmen mag blij zijn de beschikking te krijgen over betere woon-ruimte. Dat dit wordt gewaardeerd, weten de besturen vanwoningbouwcorporaties. Voor deze bewoners zullen wij ech-ter graag de besturen van woningbouwverenigingen willenvoorstellen om in het huurreglement een bepaling op te ne-men, waarbij de mogelijkheid voor het houden van huisdierenwordt opengelaten. Het bouwen van kippen- of duivenhokkenzou men aan vergunning en voorschriften kunnen binden. Hetaantal te houden dieren en de uitvliegtijden voor duiven zoumen kunnen voorschrijven. Het is vanzelfsprekend, dat meneen dergelijke opzegbare vergunning alleen aan die huurdersuitreikt, van wie men mag verwachten, dat zij zich aan devoorgeschreven bepalingen zullen houden.Vele besturen van woningbouwcorporaties zullen zich mis-schien afvragen of het ons niet bekend is, dat zij al genoegbeslommeringen hebben en dat zij al hun overredingskrachtmoeten aanwenden om de huurders tot een juiste bewoningte brengen. Dat is ons terdege bekend. Wij hebben echterook een open oog voor de wensen van die bewoners, die ofuit liefhebberij, of voor hun kinderen een viervoeter of enkelegevleugelde dieren willen aanschaffen. De een misschien om-dat hij aanspraak en afleiding wil hebben, de ander omdat hijzijn zin voor het landelijke leven daarmede enigszins kan be-vredigen en weer anderen omdat zij hun kinderen willen op-voeden tot liefde en zorg voor de dieren.De taak van de volkshuisvesters (vooral de besturen van dewoningbouwverenigingen) ligt niet alleen op het terrein vanhuizen bouwen. De besturen van woningbouwverenigingendinenen hun leden, niet alleen door het verschaffen van nodigewoonruimte; zij hebben ook tot taak die woonruimte zo ge-rieflijk en aantrekkelijk mogelijk te maken; speelweiden voorde kinderen aan te leggen en, waar nodig, de huurders op tevoeden tot goede bewoners. Waarom dan ook niet de huur-ders tegemoet te komen bij het scheppen van mogelijkhedenvoor hun liefhebberijen?Mej. H. M. V. d. J.Organisatie'ttieumfsAlgemene ledenvergadering afdeling GelderlandN.W.R.De provinciale afdeling Gelderland van de Nationale Wo-ningraad hield op Zaterdag 18 Maart 1955 te Arnhem haaralgemene ledenvergadering. De bijeenkomst was uitsluitendgewijd aan een bespreking van de ervaringen, welke het se-cretariaat van de Woningraad heeft opgedaan bij het afleg-gen van bezoeken aan een groot aantal Gelderse woning-bouwcorporaties en aan de overweging van suggesties, dieuit deze ervaringen kunnen voortvloeien.De secretaris van de Woningraad gaf een overzicht van deactiviteit, die in de afgelopen vier maanden in de onderwer-pelijke provincie is ontwikkeld. Spreker refereerde aan demededelingen, die ter algemene ledenvergadering-1954 teRotterdam zijn gedaan. Doordat de Nationale Woningraadover enigszins ruimere middelen de beschikking heeft gekre-gen (dank zij de maatregel van de Minister inzake een toe-slag op de ,,algemene onkosten" ten behoeve van de centraleorganisaties der bouwverenigingen) kan hij zich actief endaadwerkelijk gaan bezighouden met een onderzoek naar detoestand der woningbouwcorporaties niet alleen, maar ookmet uitgebreider dienstverlening en bemiddeling. De secre-taris wees er op, dat de Woningraad weliswaar door middelvan circulaires, publicaties en maandblad zo goed mogelijkzorgt voor de algemene informatie van zijn leden, maar dathet apparaat van de Woningraad verder wel moet volstaan44 met de behandeling van de concrete zaken, die door de ledenaanhangig worden gemaakt. Bij wijze van experiment heeftde Woningraad in Gelderland een wat andere koers gevolgd.Een medewerker van het secretariaat (de Heer Henrar) isgedurende enige maanden vrijwel avond aan avond op stapgeweest om bezoeken af te steken bij de speciaal uitgeschre-ven bestuursvergaderingen der bouwverenigingen. In die ver-gaderingen was dan volop gelegenheid om de algemene toe-stand van de corporatie te bespreken, om hangende proble-men aan een beschouwing te onderwerpen en om mogelijkhe-den voor voortgezette, meer uitgebreide of hernieuwdeactiviteit te onderzoeken.Wat heeft het bestuur van de Woningraad ertoe gebrachfom met deze nieuwe werkwijze een proef te nemen? Wel, detoestand en de positie der woningbouwverenigingen in onsland is de laatste jaren in discussie. Hier en daar heersttwijfel aan het nut van de bouwverenigingen, aan de mo-gelijkheid van een zaakkundige behandeling van alle aange-legenheden, die zich bij de bouw en de exploitatie van wo-ningen voordoen. De structuur der corporaties is in het ge-ding, de zeMwerkzaamheid, de soepelheid en het aanpassings-vermogen der verenigingsbesturen, die leiden kunnen en moe-ten tot het aanvatten en blijvend vervullen van taken onderveranderende omstandigheden. Kortom; de vraag is aan deorde of de woningbouwcorporaties nog recht van bestaanhebben in een tijd, waarin de zorg voor en om de burgerijde neiging heeft te evolueren naar een ,,verzorging" van degemeenschap, zonder dat die gemeenschap daar zelf in ietsmeer dan volstrekt afgeleide zin deel aan heeft.De spreker heeft getracht enige verklaringen te noemen voorhet onloochenbare feit, dat verscheidene woningbouwcorpo-raties nauwelijks nog leven, maar veeleer vegeteren op heteenmaal in betere tijden verworven bezit. Hij wees er op, datna een bloeiperiode in de twintiger jaren de woningbouwver-enigingen in het tijdvak 1930^1940 tot inactiviteit werdengedoemd, doordat de rijksoverheid toen de woningwetbouwoverbodige luxe oordeelde te zijn en deswege financiele me-dewerking weigerde (behalve voor krotvervanging op zeer be-scheiden schaal). De bouwverenigingen hebben in de dertigerjaren trouw haar woningbezit beheerd en verzorgd (eenuiterst waardevolle trouw, temeer omdat de exploitatie ooktoen al was gevangen binnen enge grenzen van onderhouden algemeen beheer). Er bestond evenwel geen mogehjkheidvoor een betekenende uitbreiding van het woningbezit; deexploitatie van de in dure tijd tot stand gekomen woningenleverde alleen maar zorgen op; de ,,aardigheid" en de ,,sport",die aan voorbereiding en verzorging van nieuwbouw zijn ver-bonden, waren geheel verdwenen. Onder die omstandighedenmag het nog verwonderlijk heten, dat vele honderden trouwebestuurders op hun post zijn gebleven. Over de oorlogstijdkan men in dit verband zwijgen. Nu dan na de oorlog eenongekende hausse in de woningwetbouw optreedt, hetgeenuiteraard een zwaar beroep doet op de ,,opvangcapaciteit",ook van de woningbouwcorporaties, is het niet billijk of recht-vaardig om die corporaties in haar totaliteit ,,ongeschikt" of,,verouderd" of ,,overleefd" te verklaren, omdat hier en daarde apparatuur inderdaad niet zonder schokken of vertragin-gen de veelheid aan werk heeft kunnen opvangen. Een min-derheid van de bouwverenigingen is wellicht tegenover denieuwe taken in gebreke gebleven.Daartegenover staan verscheidene gelukkige voorbeelden,waaruit blijkt, dat het initiatief, de daadkracht en het door-zettingsvermogen van de in de corporaties georganiseerdeburgerij in staat zijn de problematiek van de na-oorlogse volks-woningbouw aan te kunnen. Zonder perse ondeugend te wil-len zijn, kan men evenals van de bouwverenigingen ook vande gemeenten zeggen, dat de zuiver gemeentelijke activiteitop het stuk van de volkshuisvesting hier tot betere resultatenheeft geleid dan elders. Het is natuurlijk onzinnig om te stel-len, dat het gemeentelijk apparaat als instelling ongeschiktzou zijn omdat de zaken in de een of andere gemeente eenogenblik minder gelukkig zouden zijn behandeld. Gelukkigkan men als algemeen principieel uitgangspunt door vrijwelalle groeperingen van ons volk aanvaard achten, dat de zelf-werkzaamheid van de burgerij ten behoeve van sociale ont-wikkelingen en taken uiterst waardevol is te achten. In ditklimaat moeten de goede woningbouwcorporaties kunnen ge-dijen. Het zal slfechts zaak zijn er naar vermogen voor tezorgen, dat die corporaties het bewijs blijven leveren haartaak op bevredigende wijze te kunnen vervullen. De NationaleWoningraad nu komt geleidelijk aan in de positie, waarin insteeds uitgebreider en directer zin de corporaties bij haarverrichtingen kunnen worden geholpen en gesteund. Dedienstverlening van de Woningraad zal er op gericht dienente zijn de zelfwerkzaamheid der corporaties te bevorderen.OVRALIN no. 1BINDMIDDEL VOOR VERFPASTA'So.a. in LOODWIT -- ZINKWIT enz.Zowel voor de moderne als de periodiekemefhode.Vraagt advies bij:GELDERSE VERFCENTRALE -- APELDOORNTelefoon 5502.De spreker gaf vervolgens aan de hand van de bij de afge-legde bezoeken opgedane ervaringen een opsomming van deconcrete zaken, waarvoor dienstverlening van de zijde vande centrale organisatie der bouwverenigingen aan de orde zoukunnen komen. De dienstverlening moet geschieden in nauwesamenwerking met de provinciale afdeling. Indien nodig kandie provinciale afdeling voor haar werk directe steun van hetcentrale secretariaat ontvangen. Wij nemen uit de opsom-ming van de spreker de volgende punten over: Het stimulerenvan het bouwverenigingswerk in die gemeenten, waarin ditnog niet of onvoldoende tot ontwikkeling is gekomen. Hetbevorderen van een goede -- en in een aantal wellicht meer,.moderne" --- organisatievorm der bouwverenigingen. Voor-lichting en bemiddeling t.a.v. de thans veelvuldig aan de ordezijnde huurproblemen. Onderzoek naar de mogelijkheid vanmeer gelijke verhoudingen op dit punt binnen de provincie.Regelmatig contact met de Directie van de Wederopbouwen de Volkshuisvesting in de provincie. Bevordering van desystematische behandeling van de onderhoudsproblemen. Be-vordering van samenwerking op dit punt, waar dat nodig ofwenselijk blijkt te zijn. Uniforme behandeling v
Reacties